Plenaire vergadering

woensdag 18 december 2013, 14.09u

Voorzitter
Ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014
14 (2013-2014) nr. 1
Ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014
15 (2013-2014) nr. 1
Ontwerp van programmadecreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2014
2247 (2013-2014) nr. 1

Algemene bespreking (Voortzetting)

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van de algemene bespreking van het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2014.

Werk en Sociale Economie

Dames en heren, we bespreken nu het beleidsdomein Werk en Sociale Economie.

De heer Sabbe heeft het woord.

De heer Ivan Sabbe

Voorzitter, minister, ik zag dat u aangedaan was van de laatste actuele vraag. Ik had gehoopt het wat te kunnen milderen en uw ontgoocheling en misnoegdheid wat te kunnen bijsturen, maar ik vrees dat mijn betoog in dezelfde richting gaat als wat in die actuele vraag naar voren werd gebracht.

Laten we evalueren. Ik herinner me nog dat u mij hebt gezegd: “Mijnheer Sabbe, ik kan die zaken toch niet in een kwinkslag regelen.” Ik heb eens opgezocht wanneer ik mijn eerste betoog ter zake hield: op 24 juni 2010. We zijn ondertussen toch 3,5 jaar verder. Ik heb het over de volgende zaken.

In de eerste plaats is er het activeringsbeleid van de 50-plussers. U activeert nog altijd alleen maar de nieuwe instroom. Dat betekent dat u nog steeds niet die mensen activeert die al langdurig werkzoekend zijn in de categorie 50 plus. Dat is een eerste vaststelling. Er is dus nog gigantisch veel werk te doen, zeker in het licht van het feit dat we allemaal ouder worden en langer leven.

Het tweede punt is de Vlaamse aanmoedigingspremie. De kostprijs in 2012 was 52 miljoen euro. Ik heb u al verschillende malen gevraagd om te stoppen met mensen te stimuleren om niet te werken en om aan Vlaamse kant niets meer uit te keren boven op de federale RVA-uitkering voor tijdskrediet. Uiteindelijk stel ik vast dat we sinds mijn eerste betoog in 2010 nog steeds een Vlaamse aanmoedigingspremie hebben voor tijdskrediet en loopbaanonderbreking. We hebben dus nog steeds geen actie van uwentwege gezien.

Over de ongekwalificeerde uitstroom hebben we het zopas ook gehad. Ik blijf erbij dat het alle inspanningen ten spijt ‘too little too late’ is. Ik denk dat we moeten komen tot – en ik hoop dat dat in 2014 ook resoluut zal gebeuren aan de hand van de overheveling van de bevoegdheden naar aanleiding van de zesde staatshervorming – een verplichting van de jongeren om een job te aanvaarden of om zich bij te scholen voor knelpuntberoepen indien ze in de werkloosheid blijven.

Minister, een aantal zaken moeten we dringend bijsturen of veel scherper aansturen. Ik denk aan de passende dienstbetrekking. U herinnert zich dat een van de weinige positieve zaken die deze Federale Regering gedaan heeft, het optrekken is geweest van de maatstaf van 25 kilometer naar 60 kilometer. Welnu, dit moet stringent worden toegepast. De tienduizend werklozen in Gent moeten werken, niet alleen in Gent, maar ook in Waregem en omstreken. Dat is een must.

Ik ben het er volledig mee eens dat het beperken in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen een federale materie is. Toch stel ik mij de vraag waarom we niet meer werk maken van het streven naar wetgeving waarbij de gemeenschapsdienst voor wie langer dan één jaar werkloos is, een verplichting wordt. Ik meen dat een aantal van uw collega’s, onder wie Bart De Wever, daar ook achter staan.

Dan kom ik tot de loonkostproblematiek en het fameuze concurrentiepact, de fameuze druppel op een hete plaat. Eerst en vooral gebeurt er niets en vanaf 2015 iets, maar dan nog. De loonmassa in de privésector is 130 miljard euro per jaar. En dan spreken we van 1,3 miljard euro gespreid tussen nu, maar dus eigenlijk vanaf 2015, en 2019 – dat is 0,2 procent van de loonmassa. Ik vind het jammer dat de pers niet beter kan rekenen, want dat hadden we misschien al wat meer duidelijkheid gehad over het feit dat dit een peulschil is en verwaarloosbaar.

Het is dan weer jammer dat de 125 miljoen euro die Vlaanderen eraan toevoegt, weer iets is ‘à la tête du client’: weer voor oudere werklozen, weer voor dezelfde categorie. We zullen het er straks wel over hebben. Het is jammer dat we weer versnipperd werken en niet lineair.

De oplossingen blijven dezelfde, minister, we moeten werkelijk naar een bestuurlijke vereenvoudiging. We moeten ruimte creëren, ook op Vlaams niveau, in voorbereiding van de zesde staatshervorming, om er fundamenteel iets aan te kunnen doen.

De heer Laurys heeft het woord.

De heer Jan Laurys

Minister, het is heel moeilijk om een arbeidsmarktbeleid en de maatregelen te beoordelen in een tijd van aanslepende economische crisis. Men zal nooit weten wat waarvan de oorzaak of de aanleiding is. Toch is het, zoals u zelf in uw beleidsbrief, schrijft, nodig om maatregelen te nemen. Zodra de economie zal hervatten en de eerste tekenen zijn daar – de werkloosheid volgt altijd met vertraging – moeten we met die maatregelen klaar staan.

Ik heb enkele bedenkingen ten aanzien van de verschillende doelgroepen. Over de jeugd hebben we het vandaag al uitvoerig gehad. Dat is een groep die het extra moeilijk krijgt. Mevrouw Turan heeft het daar in de commissie regelmatig over. Er is inderdaad een conjunctureel probleem waar men zich niet te veel zorgen over moet maken, maar er is ook een structureel probleem in de grootsteden en daar zijn wel maatregelen voor nodig.

Nochtans, als we de Europees opgelegde jeugdgarantie bekijken, dan doen we het niet slecht. We scoren daar 92 procent. Wat de werkloosheid zelf betreft, zitten we aan 12,8 procent. Het derde land is Duitsland. Daarna komen Oostenrijk, Nederland en dan België. We doen het dus niet zo slecht.

Het is wel zo dat wij heel veel jongeren bereiken. De vraag daarbij is wat wordt bedoeld met bereiken. Een sms sturen betekent nog geen werkaanbod. Er is nu de drietrapsraket, de instapstages, de individuele beroepsopleiding (IBO), de curatieve IBO’s, de werkinleving, de WIJ!-projecten (Werkinleving voor Jongeren). Dat zijn heel goede maatregelen die nog niet op kruissnelheid zijn gekomen. We hebben regelmatig vragen gesteld over die cijfers. Blijkbaar was er gisteren wel goed nieuws, maar dat heb ik gemist. We hebben in de commissie gezegd dat we ons niet moeten vastpinnen op die doelstelling. Het zijn voornamelijk de maatregelen die nog op kruissnelheid moeten komen.

Ook de oudere werknemers doen het niet slecht. De werkzaamheidsgraad is opgetrokken van 25,5 procent in 2000 naar 42,1 procent in 2013. Het gaat vooral over mensen die langer blijven werken. Als men ontslagen is en in de werkloosheid terechtkomt, is het ontzettend moeilijk voor oudere werknemers of werklozen om opnieuw aan de slag te geraken. Dat is het probleem, mijnheer Sabbe. Het gaat er niet om langer te blijven werken, maar om opnieuw te kunnen werken. Werkgevers zijn ontzettend terughoudend om oudere werknemers in dienst te nemen. Dat bewijzen de cijfers.

Wat de competenties betreft, is het landschap nogal divers. We hebben vernomen dat er zal worden gewerkt aan de aanmoedigingspremies waar de heer Sabbe daarnet naar verwezen heeft. Dat heeft op zich laten wachten, maar dat gebeurt samen met de federale overheid. Nu moet men heel goed afwegen wanneer een aanmoedigingspremie echt een aanmoediging is om een bepaalde maatregel te nemen.

Maatwerk is de tweede pijler van uw beleid. Daarvoor is indicering nodig. De afstand naar de arbeidsmarkt is ook niet makkelijk vast te stellen. Men zal dat opnieuw vragen van de VDAB. De vraag is echter of die voldoende mensen, middelen en knowhow heeft om dat op zich te nemen.

Voor de loopbaancheques is 6 miljoen euro uitgetrokken. Dat is een succes. De uitbesteding kan dus positief worden geëvalueerd. Wat de doelgroep betreft, vrees ik alleen dat de kansengroepen die tot nu toe voor 50 procent in aanmerking komen, een beetje in de vergetelheid geraken. Ik heb de aanvragen van het derde kwartaal van dit jaar bekeken. Vroeger ging het over 50 procent, nu nog over 16,32 procent. Daar zal een inhaaloperatie nodig zijn.

Een andere belangrijke maatregel zijn de opleidingen op de werkvloer. We hebben het vandaag al eerder gehad over de ongekwalificeerde uitstroom en de laaggeschoolden. Het heeft weinig zin om onmiddellijk te bemiddelen voor ongekwalificeerde mensen. Zij komen daar momenteel in concurrentie met anderen. Er is al een verdringing waarbij laaggeschoolden verdrongen worden door middelgeschoolden. De laaggeschoolden verdringen op hun beurt de ongekwalificeerden. Het komt erop aan om zo snel mogelijk de ongekwalificeerden naar een soort kwalificatie te leiden. Daarvoor zijn die opleidingen op de werkvloer heel belangrijk. Het gaat immers over mensen die geen theoretische basis hebben, maar die een praktische opleiding nodig hebben. Daarvoor verwijzen we naar het deeltijds beroepssecundair onderwijs, de leertijd, de instapstages, de werkinlevingsprojecten in de centrumsteden, de IBO’s. 

Ik wil ook namens mevrouw Claes nog iets zeggen over de sociale economie. Dat blijft een belangrijke pijler in het tewerkstellingsprogramma. Het is een maatregel die armoede voorkomt. Sociale contacten en zelfontplooiing horen bij werk. De sociale economie speelt daarin een belangrijke rol.

We kunnen toch wel zeggen dat de belangrijkste pijlers van de sociale economie op dit moment zijn vastgelegd. De twee decreten, het Maatwerkdecreet en het decreet Lokale Diensteneconomie, zijn hier in de plenaire vergadering goedgekeurd. Ze bestaan en zullen de twee pijlers vormen van de sociale economie.

Binnen de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) is nu de commissie Sociale Economie goedgekeurd. De Vlaamse Ondersteuning voor de Sociale Economie (VOSEC), wat eigenlijk een belangenorganisatie was, is omgevormd tot de Collectieve ondersteuning voor de Sociale Economie (CollondSE) en is een ondersteuningsorganisatie geworden. Er is ook een groeipad voor de verschillende projecten. Waar heel vaak naar verwezen wordt, is het maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). 

Ik heb nog twee opmerkingen. Het Maatwerkdecreet en het decreet Lokale Diensteneconomie zijn goedgekeurd, maar er moeten nog uitvoeringsbesluiten en koninklijke besluiten (KB’s) worden opgesteld. We hopen dat die er snel komen. Ik had gisteren toevallig nog een gesprek met de directeur van de Entiris-werkplaatsen, dat is de groep van werkplaatsen in Leuven, Aarschot en Diest. Zij wachten inderdaad op die KB’s. Ze hopen dat die in juli volgend jaar nog zullen worden goedgekeurd. Ik vrees dat dat nog wat kort zal zijn, gezien de belangrijke activiteiten die vooraf moeten gebeuren.

De doorstroom is altijd een discussie geweest in de sociale economie. Ik weet dat sommige promotoren daar nogal terughoudend in zijn. Zij staan niet graag hun beste mensen af. Wij blijven er echter op hameren dat ook de sociale economie mensen moet laten doorstromen naar het normale economische circuit indien mogelijk en eventueel zelfs een terugvalpositie moet garanderen.

Ik zei daarstraks dat die indicering ook van belang is in de sociale economie. Maatwerk en lokale diensteneconomie vallen daaronder. Nogmaals, we maken ons wat zorgen of de VDAB daarop is voorbereid en of ze de toestroom van mensen ook zal kunnen opvangen.

Bovendien, dat heb ik ook al een paar keer aangehaald in discussies, vrees ik soms dat dat iets te kunstmatig is. Ik hoop dat men daar met gezond verstand mee kan omgaan. Het lijkt mij namelijk moeilijk om de afstand tot de arbeidsmarkt te berekenen. 

Ten slotte, moeten W2 en arbeidszorg nog worden ingebed. Ze moeten inderdaad nog een stevige verankering krijgen. Het lijkt mij dat daarvoor overleg nodig is tussen minister Van den Bossche en minister Vandeurzen.

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, het werkgelegenheidsbeleid: the sequel. Ik zal niet zeggen dat dit de laatste begrotingsbespreking is van deze legislatuur, want dan zou u mij een GAS-boete kunnen geven voor het overdreven in herhaling vallen van al te veel collega’s.

In elk geval zijn er in deze legislatuur nog maar vijf maanden parlementaire werkzaamheden en er is wat het beleidsdomein Werk betreft, zoals ook is gebleken uit het vorige debat tijdens het actuele vragenuurtje, nog veel werk aan de winkel.

In de periode 2012-2013 was er vrijwel geen economische groei en 2013 was een moeilijk jaar voor de arbeidsmarkt. Dat hebt u trouwens ook zelf aangehaald in de commissie. De werkloosheid neemt inderdaad toe. Met name in de grootsteden blijft de toestand zorgwekkend. In de zomer van dit jaar – ik zei het daarstraks al – waren er in Vlaanderen 10 procent werkzoekenden meer dan het jaar voordien.

En alhoewel de VDAB erin slaagt om het bereik op een hoog niveau te houden, net als de opname in de trajectwerking, was de uitstroom naar werk iets lager dan eind 2012. U moet straks misschien kort duiden wat er precies wordt bedoeld met dat bereik en hoe dat precies tot stand komt.

In het afgelopen decennium is de werkzaamheidsgraad in Vlaanderen amper toegenomen: van 68,6 procent in 2002 naar 71,5 procent in 2012. De vooropgestelde doelstelling in het Pact 2020 van 76 procent voor 20- tot 64-jarigen is dus nog lang niet behaald.

Een van de pijnpunten blijft, zoals bekend, de zeer lage werkzaamheidsgraad in de leeftijdscategorie boven 55 jaar. Met 40,5 procent werkzame 55-plussers in 2012 behoort Vlaanderen tot de staart van het Europese peloton. Het is daarmee 78e op 99 Europese regio’s. Ook wat dit betreft zal, volgens prognoses van het Steunpunt Werk en Sociale Economie, het streefcijfer van 50 procent bij ongewijzigd beleid niet kunnen worden gehaald in 2020. Gelet op de veroudering van de beroepsbevolking zet dit trouwens een steeds grotere rem op de globale toename van de werkzaamheidsgraad.

Een ander pijnpunt, het weze nogmaals herhaald, is de jeugdwerkloosheid. Die bedraagt in Vlaanderen 12,8 procent. Enkel Duitsland, Nederland en Oostenrijk – het land waar u daarstraks naar zocht – doen het beter, maar we mogen ons daarmee niet tevreden stellen. Het cijfer moet naar omlaag. Elke Europese lidstaat moet nu een jongerengarantie invoeren die ervoor zorgt dat alle jongeren tot 25 jaar binnen de vier maanden na het eindigen van hun formele opleiding of werkloosheidsaanvraag een degelijke werkaanbieding, een verdere scholing, een praktijkgerichte opleidingsplaats of een stage krijgen. Die jongerengarantie wordt in Vlaanderen onder meer met het Jeugdwerkplan bereikt.

Ook hooggeschoolden krijgen het moeilijk op de arbeidsmarkt. Uit de cijfers van oktober 2013 blijkt dat er een grote stijging op jaarbasis is van het aantal werklozen met een hoog studieniveau. In oktober waren 42.273 werklozen, of 18,4 procent, hooggeschoold: een stijging van 15,9 procent in vergelijking met oktober vorig jaar. Ook hiervoor zullen antwoorden gezocht moeten worden.

Laaggeschoolde jongeren hebben in Vlaanderen dan weer 2,2 keer meer kans om werkloos te zijn dan hogergeschoolde jongeren. Die kloof is bij de grootste van Europa, zo blijkt uit een rapport van het Steunpunt Werk en Sociale Economie (WSE), dat gisteren bekendgemaakt werd. Het rapport raadt aan om vroegtijdig schoolverlaten tegen te gaan en ongekwalificeerde schoolverlaters te ondersteunen. Daar zult u het ongetwijfeld mee eens zijn, het lijkt me een evidentie.

De tewerkstelling van niet-EU-burgers is in 2012 met 6000 personen gestegen. Door migratie groeide het totale aantal allochtonen op beroepsactieve leeftijd echter aan met 18.000 personen. Het aantal allochtone werkzoekenden en inactieven is dus gestegen met 12.000 personen. Bijgevolg daalde de werkzaamheidsgraad van personen die buiten de EU geboren zijn, naar 51,8 procent. De niet-EU-burgers zijn daarmee de enige kansengroep die mijlenver af is van het streefdoel uit het Pact 2020, dat 64 procent bedraagt.

Partijen vooral uit de linkerzijde zoeken hiervoor dan redenen in de al dan niet verdoken discriminatie. Onzes inziens heeft dit veeleer te maken met taal- en schoolachterstand. Om dit te verhelpen moet vanaf de eerste levensjaren worden ingegrepen. Al mag het ook wel eens gezegd worden – met het risico dat ik mevrouw Turan eens te meer op de kast zal jagen – dat de arbeidsingesteldheid en -attitude van een aantal migranten uit niet-EU-regio’s vaak te wensen overlaat. Ook het activeren van vrouwen in deze niet-EU-middens is een moeilijke aangelegenheid.

Minister, ook geen debat over werk zonder dat het thema arbeidskosten aan bod komt. De arbeidskosten, en dan vooral de hoge loonkost, blijven een groot probleem. Zoals gisteren bekendgemaakt, trekt de Vlaamse Regering in het kader van het competitiviteitspact vanaf 2015 125 miljoen euro uit. U wilt daarmee inzetten op loonlastenverlaging voor jonge werknemers, min 30 jaar, en oudere werknemers, plus 55 jaar, wanneer het doelgroepenbeleid een Vlaamse bevoegdheid wordt halverwege 2014.

Uit cijfers die de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) gisteren bekendmaakte, blijkt dat de gemiddelde belastingdruk in 2012 in de OESO-landen op 34,6 procent van het bruto binnenlands product (bbp) lag. Voor België was dat 45,3 procent van het bbp. Dat is, zoals intussen bekend, het op één na slechtste resultaat.

Dit concurrentiepact is onzes inziens, zoals gisteren reeds gezegd, zeker wat betreft het verlagen van lasten op werk, niets meer dan een druppel op een hete plaat. De fameuze loonkostenhandicap wordt nauwelijks verminderd. Ten gevolge van de zesde staatshervorming krijgt Vlaanderen weliswaar meer bevoegdheden in handen om het beleid af te stemmen op de realiteit van de Vlaamse arbeidsmarkt, maar het blijft te betreuren dat de fiscale autonomie ook na de zesde staatshervorming te beperkt zal zijn om de loonlasten significant te verlagen.

Minister, ik wil aan het slot van mijn uiteenzetting wat dichter bij huis eindigen en de blik richten op de provincie waar ik vandaan kom, op Limburg. Ondertussen bereiden we ons in Limburg voor op het collectieve ontslag bij Ford en de toeleveringsbedrijven eind volgend jaar. Daardoor zal onze Limburgse en dus ook onze Vlaamse arbeidsmarkt meer dan tienduizend bijkomende werkzoekenden tellen.

Alleen al in mijn eigen stad Genk, die – dat weet u – al met hoge werkloosheidscijfers te kampen heeft, zullen er in één klap zo’n 2000 mensen extra zonder werk komen te zitten.

De lasten die de sluiting van Ford op onze schouders legt, worden gedragen door alle Genkenaren, maar ook door alle Limburgers, en bij uitbreiding door alle Vlamingen. De verruiming van de werkinleving naar onder meer de Limburgse mijnregio, evenals de inzet van bijkomende middelen in de strijd tegen de jeugdwerkloosheid, zoals voorgesteld in uw beleidsbrief, zijn wat dat betreft een goede zaak, maar zoals u weet uiteraard nog niet voldoende. Daarom wil ik ten slotte u en deze Vlaamse Regering vragen om in de maanden die u in deze legislatuur nog resten, te anticiperen op het banenverlies dat Limburg eind volgend jaar zal treffen. Dit banenverlies én de vele voornoemde uitdagingen vragen een krachtig en efficiënt bestuur. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Voorzitter, minister, geachte leden, de afgelopen legislatuur heb ik herhaaldelijk kritische kanttekeningen gemaakt bij het werkgelegenheidsbeleid. Minister, u moet toegeven dat dit niet altijd heel bevorderlijk was voor uw humeur. Uw humeurbarometer sloeg bij mijn tussenkomsten vaak om van goed weer naar licht tot soms zelfs zwaar bewolkt. Anderzijds moet ik aangeven dat ook onze verwachtingsbarometer omsloeg. Bij uw aantreden hadden we hoop op zon. Onder het motto ‘We maken van Vlaanderen een topregio’ koos u voor een ambitieuze arbeidsmarktvisie, die ons als muziek in onze oren klonk, met meer maatwerk en meer activering.

Al gauw bewolkte de hemel echter. De arbeidsmarktvisie bleef bij een visie. De daadwerkelijke arbeidsmarkthervormingen bleven uit. De jobkorting werd afgeschaft. Ook wij hadden wel oren naar een selectievere bijsturing in tijden van financiële crisis, maar elk voorstel dat werken zou belonen, bleef uit.

In de plaats kwam er een aalmoes van ongeveer 25 miljoen euro voor ongekwalificeerde jongeren en 50-plussers. Ook de VDAB, nochtans dé motor voor de activering van een stijgend aantal werkzoekenden, kreeg de kaasschaaf over zich en moest 23,5 miljoen euro van zijn geld, 6 procent van zijn personeel én een aantal werkwinkels inleveren. In ruil kreeg de VDAB er heel wat taken bij, maar ook heel wat klanten, heel wat werklozen. En ach ja, de VDAB kreeg een kleine troostprijs van 4,5 miljoen euro extra om de ergste noden te lenigen. Intussen blijft de mismatch op onze arbeidsmarkt bestaan.

Waar staan we nu na 4,5 jaar beleid? We zijn nog altijd geen topregio, maar hebben wel een recordaantal werkzoekenden. Dat aantal ligt 27,5 procent hoger dan voor het begin van de crisis. We hebben ook 121 tewerkstellingsmaatregelen, een pakket waarin geen kat haar jongen nog vindt.

Minister, wanneer u kritiek krijgt, zoekt u graag de schuld bij anderen. Ja, het is mee de schuld van de crisis, maar het is toch vooral uw verantwoordelijkheid dat het zwaartepunt van het Vlaamse arbeidsmarktbeleid bij directe jobcreatie ligt en dat 85 procent van de budgetten bij de overheid of de socialprofitsector terechtkomt, en dus slechts 15 procent bij de privésector. Dat zeg ik niet. Dat komt uit de studie van Voka. Het is ook uw verantwoordelijkheid dat de activering van de 50-plussers enkel geldt voor de nieuwe instroom, waarvan dan nog slechts 26 procent doorstroomt naar een baan, dat amper 3,5 procent van de nieuwe bruggepensioneerden naar een nieuwe baan wordt toegeleid, dat we blijven zitten met tienduizenden vacatures in knelpuntberoepen en dat amper 55 procent van diegenen die een knelpuntopleiding volgen, naar dat beroep doorstroomt, dat er vandaag 26 maatregelen zijn voor levenslang leren, en dat we maar geen orde krijgen in de stelsels van leren en werken. Dit zijn enkele voorbeelden. Dit alles en nog veel meer is uw verantwoordelijkheid. Vlaanderen heeft zelf de activeringstools in handen, maar een goed activeringsbeleid bleef uit.

We hebben het hier vandaag al gehad over de noodzaak wat ambitieuzer te zijn. Ook uw coalitiepartners zeggen dat. U schermt graag met zegebulletins over hoe goed we in Europees perspectief scoren met onze jeugdwerkloosheid. U hebt het ook over de lichte stijging van de werkzaamheidsgraad van 55-plussers. Maar dat zijn volgens ons slechts  pyrrusoverwinningen, zeker als je ziet dat de jeugdwerkloosheid fel is gestegen en de 55-plussers langer aan de slag moeten blijven wegens de vergrijzing en het Generatiepact. Het is overigens gemakkelijker gezegd dan gedaan wat de 55-plussers betreft, want kranten kopten recent nog: “Jobkans nihil voor de 50-plussers”. Ook voor de jeugd spreken de cijfers voor zich: de doelstellingen inzake de aanpak van de jeugdwerkloosheid falen en de invulling van de stageplaatsen blijft ondermaats. U zegt voortdurend dat u 91 procent van de jongeren bereikt. Ze bereiken is één zaak, ze toeleiden naar een job een andere, minister.

Minister, uw woorden konden ons bekoren, maar op uw daden zijn we afgeknapt. Vorige week in de commissie Economie zei u nog, in een antwoord op mijn vraag over de activering van 50 plussers, het volgende: “ieder van ons zal voor de verkiezingen wel een aantal voorstellen formuleren om het arbeidsmarktbeleid te veranderen en te verbeteren, zodat wij de doelstellingen halen.” Dat klonk vreemd uit de mond van u, de enige 50-plusser in Vlaanderen die al 4,5 jaar op ‘de juiste stoel’ zit om de dingen te veranderen. Is dat gelukt? Het volstaat om de inleiding van de jongste Arbeidsmarktflits te citeren: “Na een lichte opflakkering in 2011 geraakte de Vlaamse arbeidsmarkt opnieuw in ademnood.” Het volstaat ook te verwijzen naar de woorden van professor Sels van afgelopen donderdag in de commissie: “De 2020-doelstelling een werkzaamheidsgraad van 76 procent te halen, zal met het huidig beleid nooit gehaald worden”. De kracht van verandering heeft dus veel bij hetzelfde gehouden. U bent volgens ons niet geslaagd.

Mevrouw Turan heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, het voordeel om als voorlaatste van alle sprekers aan de beurt de komen, is dat al veel is gezegd. Er is ook veel verwezen naar sp.a en naar mezelf. Zo veel, dat blijkbaar iedereen al weet wat ik ga zeggen.

Maar om u te verrassen heb ik het eerst over sociale economie. In het regeerakkoord stonden drie uitdagingen: nieuwe decreten maken over het maatwerk, de lokale diensteneconomie en de ondersteuning. Over meerderheid en oppositie heen kunnen wij vaststellen dat deze drie decreten zijn goedgekeurd. Zij kunnen nu worden uitgevoerd. Het is zaak erop toe te zien dat de uitvoeringsbesluiten de sector niet in moeilijkheden zullen brengen. Deze hervorming is cruciaal voor de toekomst van de sector. In die overgangsperiode mag geen tewerkstelling verloren gaan.

Inzake werk staan wij voor zeer grote uitdagingen. In de commissie is daarover veel gediscussieerd. Soms waren het wat makke gesprekken, maar ging het er constructief aan toe. De afgelopen periode is er veel veranderd. Het loopbaanakkoord is goedgekeurd en wordt op dit ogenblik uitgevoerd. Het dogma van het diploma- en certificatenparadigma is verlaten, ten voordele van het competentiegericht denken. Nu de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt niet zo vlot verloopt, is dat een goede zaak.

Dat geldt zeker voor de knelpuntenberoepen. Het is belangrijk dat we op de competenties inzetten en met de aanpak op maat nagaan wat de mogelijkheden en de beperkingen zijn, welke de afstand tot de arbeidsmarkt is. Dat zijn allemaal goede realisaties. Het is een maatregel die tijd nodig heeft. We moeten anders denken en anders invullen.

Minister, wil dat zeggen dat er geen enkel probleem is op de arbeidsmarkt? Uiteraard niet. De uitdagingen zijn misschien wel groter dan toen we eraan begonnen zijn. Het zijn moeilijke tijden. Er zijn veel jobs verloren gegaan, maar er zijn toch enkele aandachtspunten.

Ik had het al over de knelpuntberoepen. De aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt blijft een groot probleem. Fons Leroy heeft recentelijk gezegd dat we de jongeren, voor ze schoolmoe zijn en volledig verlaten, moeten laten kennismaken met de VDAB. Daar kunnen we ook aan werken. De W²-trajecten zijn voor mensen in armoede met velerlei problemen en met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. U bent begonnen met een proefproject. Dat hebben we nu structureel uitgebouwd, en dat kunnen we alleen maar toejuichen.

Minister, als ik kijk naar uw beleidsbrief en de doelstellingen van Pact 2020, dan zie ik een zeer lichte verbetering voor de vrouwen. Er is wel nog een lange weg te gaan. Met de 50-plussers en de 55-plussers zijn we op de goede weg met een verhoging van ongeveer 5 procent. Voor de personen met een arbeidshandicap stellen we eveneens een verbetering vast.

Hetzelfde kunnen we niet zeggen van mensen geboren buiten de Europese Unie. U hebt gezegd dat dat komt doordat er meer instroom is gekomen, waardoor de grotere tewerkstelling niet te zien is. Minister, u weet net als ik dat dat wel degelijk een groot probleem is. Professor Sels zegt dat er een heel grote inhaalmogelijkheid is voor de tewerkstelling van niet in de EU geboren medeburgers, maar ook van de jonge generatie, de tweede en derde generatie, hoogopgeleid, laaggeschoold en hier geboren. Voor hen is er nog een grote inhaalbeweging te doen.

Minister, ik geef u mijn twee grote zorgen mee: de tewerkstelling van de allochtonen is een absolute must voor onze economie in de nabije toekomst, en ook de tewerkstelling van de jongeren. Daar valt heel veel over te zeggen. Er zijn al veel initiatieven genomen, maar we zijn nog niet waar we moeten zijn. De bezorgdheid over de jeugdwerkloosheid is vandaag groter dan ooit. Laten we – iedereen op alle mogelijke niveaus – meer ambitieus zijn. (Applaus bij sp.a)

Mevrouw Vermeiren heeft het woord.

Mevrouw Goedele Vermeiren

Voorzitter, leden van de regering, collega’s, gedurende de hele legislatuur werden Vlaanderen en Europa geconfronteerd met een economische crisis: een crisis die inbeukt op de tewerkstelling. De jeugdwerkloosheid is hierbij het eerste grote aandachtspunt. De jeugdwerkloosheid stijgt en de oververtegenwoordiging van de laaggeschoolden binnen die groep is een extra probleem. Vooral jongeren die de schoolbanken verlaten zonder diploma, zijn bijzonder kwetsbaar. Onze arbeidsmarkt is zeer skillsgevoelig, maar toch is vaak alleen het diploma richtinggevend.

In het loopbaanakkoord werd duidelijk gekozen om meer maatgericht en op individueel niveau te werken. De moeilijkheden die ongekwalificeerde jongeren hebben om werk te vinden, hebben te maken met een gebrek aan juiste competenties, of met het zicht erop. Het is zaak die competenties te ontdekken en te ontwikkelen. Voor deze jongeren ontwikkelde de VDAB onder meer al de instapstages, de WIJ-projecten en de individuele beroepsopleidingen (IBO’s).

Los hiervan, maar er toch aan gekoppeld, moet de afstemming arbeidsmarkt-onderwijs worden versterkt. Dat begint bij een tijdige en juiste studiekeuze en ook bij het op elkaar afstemmen van de stelsels leren en werken en het deeltijds beroepsonderwijs.

Misschien zijn sommige jongeren schoolmoe. Dat betekent niet dat ze ook leermoe zijn.

De 50-plussers vormen een tweede grote risicogroep binnen de werkloosheid. Het is een grote opgave deze mensen aan het werk te houden of, in het slechtere geval, opnieuw aan het werk te krijgen. De maatregelen, zoals de premie 50+ en de campagne ‘De Juiste Stoel’, lijken nu echt hun eerste vruchten af te werpen. Er zijn nog nooit zo veel werkloze 50-plussers naar werk begeleid.

Minister, dit betekent uiteraard niet dat we op onze lauweren mogen rusten. U bent dat uiteraard ook niet van plan. Het blijft nodig het beleid te versterken en bij te sturen. De arbeidsmarkt blijft immers voortdurend in beweging. Om deze groep aan de slag te houden, is er trouwens nood aan een blijvende en duurzame mentaliteitswijziging. U kunt hier niet onmiddellijk iets aan veranderen. Ik wil toch het cliché gebruiken: de 50-plussers zijn niet oud en ook niet out.

De competentieversterking en het maatwerk vormen de rode draad doorheen het tewerkstellingsbeleid. Dat moet ook zo blijven. We moeten hier in de toekomst op blijven inzetten.

Ik wil nog even een zijsprong naar de sociale economie maken. In de loop van deze legislatuur is binnen de sociale economie veel veranderd. We hebben het Maatwerkdecreet en het decreet Lokale Diensteneconomie goedgekeurd. Mijn fractie vindt het positief dat deze decreten parallel worden aangepakt. Dit leidt ertoe dat de indicering van de werknemersdoelgroep door de VDAB op een vergelijkbare manier kan gebeuren. Dit versterkt de efficiëntie en de transparantie die met deze decreten onder meer worden nagestreefd.

Wat nog op de agenda staat, is de uitvoering van die twee decreten. De minister heeft de ambitie dit tegen de zomer van 2014 tot stand te brengen. We kunnen dit enkel toejuichen. Overleg met de sector zal echter nodig blijven. (Applaus bij de N-VA)

Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters

Voorzitter, ik zal eerst op de sociale economie ingaan. Volgens mij heeft minister Van den Bossche zeer goed werk geleverd. We hebben hier ook vaak overlegd. Dit past allemaal binnen eenzelfde visie. Zij die de sociale economie kennen, weten dat we gelijk zijn overgestoken.

Ik begrijp de bezorgdheden met betrekking tot het uitvoeringsbesluit. Ik zal haar de opmerkingen overmaken. Waar dat mogelijk is, zal ik haar verder ondersteunen om dit allemaal te realiseren.

Wat het werkgelegenheidsbeleid betreft, zal ik niet veel zeggen. Volgens mij is alles al aan bod gekomen.

Mijnheer Sabbe, ik heb in de commissie een aantal maatregelen met betrekking tot het tijdskrediet en de aanmoedigingspremies toegelicht. De leeftijd voor de landingsbanen is van 50 jaar tot 55 jaar gestegen. We hebben een aantal maatregelen genomen. Het totaalbedrag met betrekking tot de aanmoedigingspremie is niet enkel gestagneerd, het is zelfs gedaald.

U hebt me ook gevraagd of ik na de zesde staatshervorming mensen uit de ongekwalificeerde uitstroom zal kunnen verplichten knelpuntberoepen in te vullen. Dat is niet het geval. Voor zover ik weet, zal dat na de zesde staatshervorming niet behoren tot wat we zullen mogen doen.

U hebt me gevraagd waarom het pact niet in meer lineaire maatregelen voorziet. Volgens mij vormen de geformuleerde voorstellen de meest lineaire aanpak waartoe we binnen onze bevoegdheden kunnen overgaan. Er is een lastenverlaging voor alle mensen jonger dan 30 jaar of ouder dan 55 jaar die werken. Dit is een lineaire lastenverlaging. We zullen die filosofie in de loop van de komende weken en maanden verder uitklaren.

Mijnheer Janssens, u hebt een goed overzicht van alle cijfers gegeven. Ik heb daar geen enkel probleem mee. Ik ben blij met die opsomming van de doorgevoerde wijzigingen, zoals de loopbaancheques, het inzetten op competenties en op talenten, de maatregelen in het loopbaanakkoord en het maatwerk.

Mevrouw Turan heeft in de commissie eens verklaard dat het spijtig is dat we die wijzigingen en het maatwerk niet met momenten zonder crisis kunnen vergelijken. We bevinden ons echter in een crisis. Indien we de vergelijking zouden maken, zou dat een vergelijking met de situatie elders in Europa of elders in België moeten worden. Dat zijn de voorliggende cijfers.

Die zouden we dan moeten objectiveren, en het wat en het hoe bekijken. Die uitdaging wil ik gerust aangaan, mevrouw Peeters. Dat is een eerlijke uitdaging. We moeten naar vergelijkbare cijfers kijken en niet de periodes met en zonder crisis vergelijken. Als er amper wordt aangeworven is de activering veel moeilijker.

Collega’s, het Pact 2020 is afgesloten voor er van crisis sprake was. Men hield toen rekening met een gemiddelde jaarlijkse groei van 2 procent minimum. Dat zijn wel andere cijfers en omstandigheden. Er zijn amper jobs bij gekomen de laatste jaren. De invulling ligt dus anders.

Vorige week ben ik na de commissie naar een debat gegaan met de drie vakbonden: ACLVB, ACV en ABVV. Het ging over de bijblijfconsulenten. Vlaams Gewestsecretaris Hugo Engelen van de ACLVB bracht daar een interessant cijfer naar voren. We hebben het er vorige week over gehad in de commissie. Hij verwees naar een krantenartikel: ‘jobkansen voor 50-plussers nihil’. Ik heb dat toen al weerlegd. Ik sprak over 34 procent van de uitstroom die een job vindt. Hugo Engelen wees erop dat we de niet-bemiddelbaren daar moeten afnemen. Wie nu uitstroomt als 50-plusser, heeft 43 à 44 procent kans om een baan te vinden. We hebben een enorme weg afgelegd. Het is nog te weinig, het is altijd te weinig, absoluut. Laat ons hopen dat de economie heropleeft, dat er meer mogelijkheden en plaatsen komen.

U spreekt van 121 tewerkstellingsmaatregelen. Die studie van Voka heeft het over twaalf tewerkstellingsmaatregelen voor Vlaanderen waarvan ik er één heb afgebouwd, met name het derde arbeidscircuit (DAC). Dus ik denk dat het over iets anders gaat. U verwees zelf naar die studie. Ik veronderstel dat u gelezen hebt dat het over twaalf tewerkstellingsmaatregelen voor Vlaanderen ging.

U citeert uit de commissievergadering, maar u haalt die zin uit zijn context. Ik heb het daar moeilijk mee. We hadden een discussie over het tewerkstellingsbeleid. Mijnheer Sabbe, u was er niet bij, anders zou u wel over de beperking in tijd van de werkloosheidsuitkering gesproken hebben. Ook andere elementen kwamen toen aan bod.

Ik heb toen uiteraard bevestigd dat het tewerkstellingsbeleid nooit afgerond is. Elke job verandert binnen vijf jaar. Een tewerkstellingsbeleid zal nooit opgelost zijn. Natuurlijk wil iedereen in de aanloop naar de verkiezingen nog maatregelen doorvoeren. U trekt dat uit zijn context. U zegt dat het raar is, dat is helemaal niet raar. Er zijn maatregelen die op een ander niveau getroffen moeten worden. Er zijn nog maatregelen die we in de aanloop naar de verkiezingen kunnen voorstellen. De situatie is gewijzigd ten opzichte van vijf jaar geleden.

Ik ben heel blij met de betogen van de heer Laurys en van mevrouw Turan. Ze sommen op wat we hebben gedaan. U mag er beiden gerust in zijn: ik ben me er volkomen van bewust dat we niet rond zijn. Mevrouw Vermeiren heeft overigens ook die opsomming gemaakt.

We hebben wel zeer grote stappen gezet. Soms duurt het wat langer, maar ik ben blij dat we het samen met de sociale partners kunnen doen. Dat is de enige manier om een werkgelegenheidsbeleid te voeren. Het veld moet de wijzigingen zien zitten.

De heer Ivan Sabbe

Minister, we zijn hier nu onder elkaar. Ik wil een vergelijking maken. Ik heb uw reactie gezien op tv toen het concurrentiepact beslist werd. U was de enige die terecht kritisch was. Als ik u een compliment kan maken, moet ik dat toch ook doen. U had gelijk. Het pact spreekt over 1,3 miljard euro gespreid over zes jaar. Het is nu nog maar 2013. Het wordt pas van kracht in 2015 en het loopt tot 2019. Als ik die 1,3 miljard euro afzet tegen de 130 miljard euro die de privésector jaarlijks aan loonmassa uitbetaalt, en dat deel, kom ik aan 217 miljoen euro of 0,17 procent per jaar. Laat er nog wat indexering op los, maar die 5 procent waarvan sprake, vind ik nergens terug. Ik zou graag een document hebben waaruit die 5 procent duidelijk wordt. Ik denk dat we daar dezelfde mening over hebben.

Maar als u, in die reactie waarin ik u steun, die logica hebt, dan vraag ik mij af waarom u hier niet doortastender te werk bent gegaan. Dat vind ik een gemiste kans. Ik weet dat u mij ooit hebt gezegd dat u dat niet in een kwinkslag kunt doen. Maar u hebt ondertussen vier en een half jaar gehad om te zeggen dat u, behalve voor thematische verloven, de aanmoedigingspremie niet wilt en dat u daar tabula rasa zou maken.

Aan de hand van een voorbeeld wil ik de activering van de 50-plussers toch even toelichten. U zegt dat er een probleem is. De heer Laurys zegt dat ook. 28 procent van het personeel in mijn bedrijf is ouder dan 50 jaar. 58 procent is ouder dan 40 jaar. Het is dus niet zo dat 50-plussers en 40-plussers geen werk vinden of geen werk hebben. Het is integendeel aartsmoeilijk en verdomd moeilijk om jonge mensen te vinden. Dat is een probleem.

De activering van die 50-plussers, die volgens mij vandaag jonge mensen zijn want we worden allemaal steenoud, moeten we doen. We moeten aan de ongekwalificeerde uitstroom en aan de motivering van de jongeren werken. Een middel dat we wel kunnen gebruiken is het middel van de gepaste dienstbetrekking van 60 kilometer in plaats van 25 kilometer. We moeten resoluut die kaart trekken. Als iemand dat niet wil, moeten we dat aan de RVA zeggen en vragen om die persoon te sanctioneren omdat hij niet geactiveerd wil worden. Dan moeten we een stap verder gaan en iets meer onze tanden laten zien, zeker omdat we niets kunnen doen aan de beperking van de werkloosheid in de tijd of aan het uitvoeren van de veralgemeende verplichte gemeenschapsdienst. Dit moeten we toch doen, want we zitten in een ongelofelijke tegenspraak, een contradictio in terminis, een paradox: we stellen aan de ene kant vast dat het al zo moeilijk is om te ondernemen, maar aan de andere kant is het grootste probleem van de ondernemer vandaag het vinden van de juiste mensen. Dat is een van de grootste problemen, Karel Van Eetvelt heeft het al tot vervelens toe herhaald.

Uiteindelijk zeg ik dat we hier sneller hadden moeten schakelen. Straks wordt er gefloten en is de tweede helft voorbij, namelijk in april van volgend jaar. Als we dan de evaluatie maken, vind ik dat we te weinig hebben gedaan en dat we te traag zijn vooruitgaan. Ik blijf daarbij, ik vind dat spijtig, want ik had van u meer doortastend beleid verwacht, wetende welke visie en kennis u ter zake hebt.

Minister, ik heb nog één pertinente vraag. U zegt herhaaldelijk, zowel in de commissie als in de plenaire vergadering, dat wij niet meer moeten verwijzen naar de doelstellingen van het Pact 2020. Die zijn destijds opgesteld, toen er nog geen sprake was van eender welke economische of financiële crisis. Maar gaat u die cijfers aanpassen? Gaat u ze actualiseren aan de hand van wat volgens u wel realistisch is? Zo ja, wanneer mogen wij daar dan kennis van nemen?

Minister, u vraagt waar ik het haal dat er 121 tewerkstellingsmaatregelen zijn. Ik heb het al in de commissie gezegd en ik wil het hier herhalen: als je als werkzoekende naar de overheidswebsite ‘Aan de slag’ gaat, een website die wordt onderhouden door de Vlaamse en de federale overheid, dan vind je daar 121 tewerkstellingsmaatregelen. Daarvan heb ik al meermaals gezegd: “Probeer daar toch te vereenvoudigen.” U zegt dat u er maar 13 hebt. (Opmerking van minister Philippe Muyters)

Of twaalf, zegt u nu al.

Anderzijds moet ik opnieuw verwijzen naar de studie van Voka: de maatregelen die u neemt, zijn helemaal niet gericht op de privésector maar louter en alleen op de overheidssector, louter en alleen op de social profit, en slechts 15 procent daarvan gaat naar de privésector. Daar mag wel iets worden bijgestoken.

U zegt dat u na de commissievergadering waarin wij het hadden over de tewerkstelling van de 50-plussers hebt gepraat met de vakbonden en zelfs met de Algemene Centrale der Liberale Vakbonden van België (ACLVB). Daaruit zou dan gebleken zijn dat het allemaal niet zo slecht is. Minister, als het zo slecht niet is, uit welke statistiek haalt professor Sels dan dat op dit ogenblik de doelstellingen die deze Vlaamse Regering voor 2020 heeft vooropgesteld met het door u gevoerde arbeidsmarktbeleid niet zullen worden gehaald, dat de doelstelling van 76 procent niet zal worden gehaald, en dat zeker ook de doelstelling van de 50-plussers absoluut niet zal worden gehaald? Minister, dat zijn niet mijn woorden, dat zijn de woorden van professor Sels.

Minister Philippe Muyters

Ik heb niet gezegd dat u niet naar Pact 2020 mag verwijzen, collega’s. Ik heb daar geen probleem mee. Ik schets enkel dat de context waarin dat werd afgesloten, anders is dan de huidige.

Waarom zegt professor Sels dat, mevrouw Peeters? Hebt u dan geen enkel voorstel op Vlaams of federaal niveau, omdat u denkt dat er dingen moeten wijzigen? Wij zeker wel. Je moet een totaal werkgelegenheidsbeleid kunnen voeren, wat vandaag niet kan.

Het beleidsdomein Werk en Sociale Economie is afgehandeld.

De Vlaamse Regering

Dames en heren, ik stel voor dat eerst minister Muyters een algemeen antwoord geeft op de begrotingsbesprekingen, en vervolgens de minister-president.

Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters

Voorzitter, collega’s, ik wil eerst iedereen bedanken, meerderheid en oppositie, voor de soms kritische inbreng in de debatten van de afgelopen dagen. We hebben soms zeer stevige discussies gehad. De ene zijn stijl en woordgebruik zijn niet die van de andere, mijnheer Tommelein, maar uw excuses, zowel mondeling als via Twitter, zijn bij dezen ook publiekelijk aanvaard.

De stevige discussies bewijzen wat mij betreft wel dat de Vlaamse Regering wel doet wat de oppositie ons soms verwijt niet te doen, namelijk keuzes maken voor de toekomst. Mochten we geen keuzes maken, dan waren we hier wellicht snel uitgepraat. We zijn het lang niet over alles eens, maar één ding heeft zowel de meerderheid als de oppositie meermaals gezegd: de Vlaamse Regering heeft een vierde begroting in evenwicht op rij, in economisch zware tijden. Dat kan als een goed parcours bekeken worden.

Een begroting in evenwicht, en tegelijk investeren in duurzame economische groei, is zeer belangrijk. Wij willen er mee voor zorgen dat onze Vlaamse economie maximaal zal kunnen profiteren van de lichte wereldwijde heropleving die zich aandient. Wij zorgen dat er geen putten achtergelaten worden die na ons weer opgevuld moeten worden. We zorgen ervoor dat we ademruimte geven aan wie wil helpen om onze economie er weer bovenop te krijgen, binnen de mogelijkheden die wij hebben.

Bij elke begrotingsronde hebben we maximaal ingezet op besparingen en structurele maatregelen. Ook in de begroting 2014 zit geen enkele belastingverhoging. Er is een partij die ons tegenwoordig graag al eens een belastingregering noemt. Laat mij daar één ding over zeggen: de enige belastingverhoging die de regering de afgelopen vijf jaar heeft doorgevoerd, bedraagt 40 miljoen euro, op een totaal van 25 miljard euro.

En op de steeds terugkerende onjuiste riedel over de jobkorting, zeg ik het volgende. De jobkorting werkte niet. Er waren geen structurele middelen voor uitgetrokken. Het was een electoraal cadeautje met belastinggeld. Wij hebben ze vervangen door maatregelen die de werkloosheid wel dichten. Stop er dus mee om dat een belastingverhoging te noemen. (Applaus bij de N-VA)

Sommigen, zo is de afgelopen dagen nog eens gebleken, doen alsof de begrotingsopmaak 2014 een evidente oefening is. Zij dwalen. Ten bewijze: we zijn een van de enige regio’s in heel Europa die een begroting in evenwicht klaarspelen. Ik kan u zeggen dat elk beleidsdomein meer behoeftes heeft, behoeftes die veel groter zijn dan de middelen die we ter beschikking hebben. Het zijn terechte behoeftes, en wij hebben harde keuzes durven en moeten maken.

We hebben de afgelopen jaren in crisis geleefd. De inkomsten lijden daaronder. We hebben een lage groei en inflatie. Daarbovenop dragen we bij aan de sanering van de federale overheidsfinanciën. Elke begrotingsmatige tegenslag hebben we opgevangen. Vaak waren er slechtere groeicijfers dan verwacht, of lagere inflatie, of de vereffening van het Grondwettelijk Hof: we hebben het opgevangen.

Bij elke begrotingsopmaak hoor ik vanuit de oppositie dezelfde kritiek: men weet niet of we het wel zullen halen, we zijn optimisten, onze cijfers zijn te positief ingeschat, we hebben niet genoeg buffers, we onderschatten de onderbenutting, we zijn niet voorzichtig genoeg, en zo kan ik nog even doorgaan.

Maar elk jaar opnieuw zal wellicht de verbazing bij velen groot geweest zijn, want telkens hebben we de begrotingsdoelstelling gehaald. Drie jaar op een rij hadden we een begroting in evenwicht en we dienen er nu opnieuw een in evenwicht in. Met deze laatste begroting voor deze regering laten wij een gezonde Vlaamse begroting achter, waarmee onze opvolgers aan de slag kunnen.

De uitdagingen voor de toekomst zijn groot. We zullen de gevolgen van de zesde staatshervorming, de nieuwe Financieringswet en de extra bijdrage aan het gezond maken van de federale financiën moeten opvangen. Maar ik kijk de toekomst in met veel vertrouwen. De Vlaamse Regering bewijst dat ze tegelijk werk kan afleveren met investeringen in de toekomst. De begroting van 2014 zal dat opnieuw bewijzen.

Dit is een werk van heel de Vlaamse Regering, waarvoor ik mijn collega’s in de regering wil danken. Ik wil eindigen met woorden die ook de heer Van den Heuvel heeft gebruikt: we mogen fier zijn op dit begrotingswerk. (Applaus bij de meerderheid)

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, collega’s, ik kan het kort houden omdat minister Muyters vrij volledig is geweest. Ik wil iedereen die hier heeft gesproken, danken. We hebben zeer aandachtig geluisterd. Twee zaken wil ik rechtzetten of ervoor zorgen dat ze – ‘niet meer’ is een illusie die ik niet mag hebben – toch ‘minder’ aan bod komen: dat we een belastingregering zouden zijn en daarnaast een doorschuifregering. Geen van beide is juist. Dat zal ik, aanvullend aan minister Muyters, even aantonen.

Wij zijn geen belastingregering. Ten eerste omdat we erin geslaagd zijn miljarden euro’s te besparen zonder extra lasten op te leggen. Voor concrete voorbeelden die dat staven, verwijs ik naar de onroerende voorheffing voor energiezuinige woningen die verminderd is, materieel en outillage voor nieuwe investeringen die vrijgesteld zijn en het concurrentiepact met 125 miljoen euro gerichte lastenverlagingen voor specifieke doelgroepen. Ook wil ik u onder de aandacht brengen dat de schenkingsrechten bij de overdracht van familiale ondernemingen zijn vrijgesteld. Zeker voor Groen verwijs ik ernaar dat de BIV op nul is gezet voor plug-in hybride voertuigen en elektrische voertuigen.

Ik wil de meerderheid van het parlement danken omdat zij erin geslaagd is door hard te werken een bijdrage te leveren voor de rechtvaardige fiscaliteit, en dan denk ik aan de gelijkschakeling tussen stief- en zorgkinderen in de schenkingsrechten, de afschaffing van de successierechten op bedragen die door ouders aan de kinderen geschonken zijn. Al deze voorbeelden tonen aan dat het volstrekt onjuist is te spreken van een belastingregering.

Er is misschien één iets, mijnheer Van Mechelen en mijnheer Tommelein, waar u aan denkt, zijnde de jobkorting. Minister Muyters heeft gelijk. Een onafhankelijke studie van André Decoster, Kris De Swerdt en Pieter Vanleenhove van de KU Leuven stelt dat de jobkorting niet het juiste effect had, sterker nog: ze “zet de mensen net aan om minder te werken”. We hebben op basis van die studie de conclusie getrokken om die jobkorting terug te trekken. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

Ik ben daarvoor ook verantwoordelijk, mijnheer Van Mechelen, geen probleem. We hebben dat in de vorige legislatuur ingevoerd. Er is naar gekeken of het effect dat wij toen beoogden, werd gerealiseerd. Het antwoord, met respect, was dat het net mensen aanzette tot minder werken. Misschien moet u die studie van de KU Leuven nog eens ter hand nemen wanneer u opnieuw zegt dat de afschaffing van de jobkorting niet correct is.

Ook is het niet juist dat dit een doorschuifregering is, beste collega’s. Minister Vandeurzen heeft er ook op gewezen dat dat niet juist is. We hebben buffers ingezet, zoals minister Muyters heeft onderstreept. Maar als we op één moment buffers zouden inzetten, is het wel nu. We zijn blijven investeren in zorg, in mobiliteit, in nieuw industrieel beleid. Ik geef enkele harde feiten mee.

5637 behandelde dossiers in scholenbouw en renovatie: is dat doorschuiven? 21.072 opgeloste zorgvragen, 18.379 extra plaatsen in de kinderopvang, 6500 woonzorgbedden: is dat doorschuiven? 48.000 nieuwe jobs in Vlaanderen in moeilijke tijden: is dat doorschuiven? 6,5 procent minder ambtenaren op één legislatuur: is dat doorschuiven? 150 miljoen euro extra voor onderzoek en ontwikkeling, een duidelijk groeipad richting de 3 procentnorm: is dat doorschuiven? 1750 kilometer nieuwe fietspaden, een voortdurende stijging van de kwaliteit van de snelwegen, fietsstroken, dynamisch verkeersmanagement, de noordelijke ontsluiting in Zaventem, de R4 in Gent, de noord-zuidverbinding in de Kempen, het klaverblad in Lummen: is dat doorschuiven? Neen, dat is zeker niet doorschuiven. Ik hoop dat we met deze argumenten duidelijk maken dat het argument van de oppositie geen steek houdt.

Er is geen triomfalisme, maar een groot realisme in de schoot van deze Vlaamse Regering om te weten dat de weg nog lang is, dat we resoluut moeten gaan voor een sterker, welvarender en krachtig Vlaanderen. Populisme is hier niet op zijn plaats. Vlaanderen is de economische motor: 60 procent van de bevolking, 70 procent van het bruto nationaal product en 80 procent van de export.

Mijnheer Van Hauthem, de Europese Commissie voorspelt voor Vlaanderen een economische groei van 1,2 procent. Dat is relatief weinig, maar hoger dan wat men voorspelt voor Nederland en Frankrijk.

Minister Muyters heeft ook gelijk: de toekomst van de volgende regering is niet zwaar gehypothekeerd als men nagaat waar we allemaal op hebben ingezet. Integendeel, met de zesde staatshervorming en met de bijkomende initiatieven zal de volgende Vlaamse Regering, wie het ook weze, zeer beslagen op het ijs komen om de uitdagingen waar Vlaanderen voor staat – ook na de zesde staatshervorming –, aan te gaan en de juiste beslissingen te nemen.

Voorzitter, collega’s, deze ploeg heeft in moeilijke omstandigheden absoluut geen belastingen ingevoerd. Deze ploeg heeft absoluut niets doorgeschoven. Wij kunnen met recht en reden en zullen iedereen met de argumenten en de maatregelen die we hebben genomen, hiervan overtuigen.  (Applaus bij de meerderheid)

De heer Van Hauthem heeft het woord.

De heer Joris Van Hauthem

Minister-president, ik dank u voor uw bevlogen betoog. Het was in feite een beetje de herhaling van de Septemberverklaring, waar u ook alles hebt opgesomd maar hebt gezwegen over de mankementen van deze regering gedurende de laatste vier jaar.

Heeft de oppositie gezegd dat u alles doorschuift? Neen, de oppositie heeft niet gezegd dat u alles doorschuift. De oppositie heeft alleen vastgesteld dat in een paar heel belangrijke dossiers deze Vlaamse Regering niet tot beslissingen komt. Als ze misschien nog, voor het einde van deze legislatuur, tot beslissingen komt, dan zal de uitvoering in elk geval voor erna zijn. U hebt inderdaad vier jaar te lang getalmd in een aantal voor Vlaanderen cruciale dossiers. U kent ze. Het gaat inderdaad over Oosterweel, over de hervorming van het onderwijs, en zo kan men nog even doorgaan.

U zegt dat u geen belastingregering bent en dat u – dat heeft uw minister van Begroting gezegd – 2 miljard euro hebt bespaard. U kunt het draaien of keren hoe u wilt, maar de afschaffing van de jobkorting is een belastingverhoging van 7 miljoen euro geweest. U kunt dat niet ontkennen. U hebt misschien een aantal redenen waarom u die jobkorting niet aangehouden hebt. U verdedigt de afschaffing van de jobkorting met het argument dat studies hebben uitgewezen dat het niet tot voldoende nieuwe arbeidsplaatsen leidt en dat u bijgevolg een andere weg kiest. 

Goed, dat is een politieke keuze. U verdedigt die, maar u kunt die niet verdedigen met het argument dat het geen belastingverhoging is. Dit is en blijft een belastingverhoging! En u zit in uw coalitie met een partij die pleit voor belastingverlagingen, niet alleen voor vennootschappen, maar zelfs voor een verlaging van de personenbelasting. En die partij zit in een regering die de jobkorting heeft afgeschaft. Het kan zijn dat het misschien niet het goede instrument was. U verdedigt dat, maar dat doet niets af van het feit dat u van die 2 miljard euro 700 miljoen euro weggesaneerd hebt en dat is en blijft hoe dan ook een belastingverhoging.

Waar ik geen antwoord op gekregen heb in heel dit debat, is de discussie over de pps. U bent schulden aan het opbouwen, inderdaad buiten de begroting, maar het is niet omdat een aantal schulden buiten de begroting worden opgebouwd en ze dus niet meteen zichtbaar zijn in de begroting, dat ze er niet zijn. We moeten niet doen alsof de pps niet bestaat. (Opmerkingen van minister-president Kris Peeters)

Wij zeggen hier dat u schulden aan het opbouwen bent buiten de begroting en dat die een grote vlucht zullen nemen. We kennen de cijfers, u hebt ze zelf meegedeeld. Qua transparantie is er geen probleem, minister-president, maar dat laat niet na dat u buiten de begroting schulden aan het opbouwen bent. Die schulden komen jaarlijks recurrent terug en ze zullen een grote vlucht nemen. Op die manier schuift u een aantal zaken voor zich uit.

Minister-president, op één punt bent u niet meer teruggekomen, namelijk het concurrentiepact. Ik wil daarover toch mijn punt nog even maken. Een van de maatregelen, de meest in het oog springende, is de 125 miljoen euro lastenverlaging voor bepaalde doelgroepen: jongeren tot 30 jaar en 55-plussers. Dat klinkt mooi, maar ik heb u gisteren al gevraagd hoe het kan dat u een voorafname doet op een bevoegdheid die u nog niet hebt, terwijl u hier tijdens het debat over de Septemberverklaring heel duidelijk gezegd hebt dat wij geen invulling kunnen geven aan de bevoegdheden die pas na de verkiezingen de onze zullen zijn. Nu zegt u: “Ik maak daar een uitzondering op.”

Ik vind dat in de eerste plaats flauw, want niet alleen moeten andere ministers over andere bevoegdheden die naar ons komen, zwijgen tot na de verkiezingen, en u maakt daar nu een uitzondering op, bovendien is de kern van de zaak dat u een engagement aangaat dat u niet kunt aangaan. (Opmerkingen van Minister-president Kris Peeters)

Waarom niet? Omdat er nog zoiets bestaat als verkiezingen. Ja, u lacht, verkiezingen zijn blijkbaar slechts een detail. Het zou anders zijn, minister-president, indien deze legislatuur nog twee jaar zou duren, en we hebben de bevoegdheden pas volgend jaar. Dan zou uw ploeg, uw meerderheid, zich er inderdaad toe kunnen engageren om in het kader van de bevoegdheden die we krijgen, te zeggen dat u, wat dat betreft, een lastenverlaging zult doorvoeren. Nu kunt u dat niet. U engageert zich voor iets dat u niet kunt verwezenlijken. U kunt niet beloven dat u het ook zult doen, want er zijn verkiezingen en we weten niet wat na de verkiezingen de coalitie zal zijn. En daarom vind ik de aankondiging zo flauw en eigenlijk totaal naast de kwestie – ze past natuurlijk in de aankondigingspolitiek van deze regering. Met uw aankondiging van een lastenverlaging van 125 miljoen euro zit u er helemaal naast, want u gaat voorbij aan de realiteit dat er nog verkiezingen zijn en dat u noch ik kan voorspellen wat de volgende keer de coalitie is. U zou dat misschien graag willen en het is wat u doet, maar u kunt vanuit deze coalitie geen volgende coalitie binden. En dus is heel die maatregel, heel die aankondiging eigenlijk een nepaankondiging. Dat is de laatste opmerking, minister-president en collega’s, die ik nog wilde maken. (Applaus bij het Vlaams Belang) 

De heer Tommelein heeft het woord.

De heer Bart Tommelein

Minister-president, leden van de regering, of u het nu graag hoort of niet, u hebt de jobkorting afgeschaft. U kunt allerhande redenen en drogredenen vinden om uit te leggen waarom u dat hebt gedaan. U hebt 700 miljoen euro uit de zakken van de werkende Vlaming geklopt. Die korting werkte wel, minister-president. Mensen die werk hadden, kregen daar een jobkorting voor. Maar in 2009 hebt u beslist die in te trekken. Dat bracht deze Vlaamse Regering 700 miljoen euro op.

Ik zou u nog kunnen begrijpen als u zou zeggen dat die korting geen effect had en dat u met dat geld andere stimulerende maatregelen zou nemen. Maar ook dat hebt u niet gedaan. Kunt u aantonen waar u 700 miljoen euro hebt geïnvesteerd in de werkgelegenheid? De werkloosheid is een van de hoogste van de voorbije tien jaar. U weet dat zelf heel goed.

U durft zonder blikken of blozen vanop de tribune zeggen – en ik zal het verslag er nog eens op nalezen – dat u de belastingen niet hebt verhoogd, terwijl uw minister van Begroting een paar minuten eerder op dezelfde tribune vertelt dat hij voor 40 miljoen euro extra belastingen heeft ingevoerd. U hebt dat gedaan in uw bevlogenheid en in uw poging om de mensen ervan te overtuigen dat u geen enkele belasting hebt ingevoerd. Vraag is of het effectief nodig was om die miserietaks in te voeren op de kap van mensen die moeten of willen scheiden. Wat ons betreft, is het antwoord duidelijk.

Wat me nog het meest stoort, is niet dat u zegt dat de belastingen moeten worden verhoogd wanneer u een aantal zaken op orde wilt krijgen, maar wel dat uw coalitiepartner moord en brand schreeuwt wanneer dat gebeurt door een andere regering in dit land. Maar hier keuren ze die belastingverhoging zonder blikken of blozen goed. (Applaus bij Open Vld)

Minister-president, in uw poging om aan te tonen dat dit een regering is met veel daadkracht, hebt u een lijst opgesomd van alle zaken die uw regering wel heeft gerealiseerd. Het zou er nog aan ontbreken dat deze regering gedurende vijf jaar niets zou hebben gedaan. U zat in de vorige regering, minister-president. Dat geldt niet voor al uw ministers, maar wel voor u. U weet dan ook, net als wij, dat de basis van veel maatregelen die u met zoveel verve, trots en overtuiging opsomt, het gevolg is van beslissingen van de vorige regering. Als ik u mag geloven, dan zijn er geen wachtlijsten of problemen meer.

Over wat u een van de belangrijkste infrastructuurwerken in Europa van de afgelopen twintig jaar hebt genoemd, de Oosterweelverbinding en de mobiliteit rond Antwerpen, daar zwijgt u zedig over. Daar zegt u geen woord over. U herhaalt wat u vier maanden geleden tijdens de Septemberverklaring hebt gedaan. U zwijgt zedig over de mislukkingen en over wat niet gerealiseerd is. Dat is uw goed recht, maar dan is het ook ons recht om te zeggen wat u niet hebt gedaan.

U zegt dat dit geen doorschuifregering is. Nochtans heeft deze regering geen akkoord over onderwijs in de wacht kunnen slepen. U zegt dat er een principeakkoord is en dat de volgende regering dat akkoord zal afsluiten. Hetzelfde geldt voor het concurrentiepact. Wij hebben er geen problemen mee dat er 125 miljoen euro wordt uitgetrokken voor de loonkosten. We hebben gezegd dat we aan dat pact zouden meewerken en we hebben dat ook gedaan, maar wij stellen wel vast dat het de volgende regering zal zijn die dit moet uitvoeren. Hetzelfde geldt voor de wachtlijsten voor gehandicapten en in de kinderopvang. U schuift alles netjes door naar de volgende regering. En dan durft u zonder blikken of blozen te zeggen dat dit geen doorschuifregering is.

Ik wil nog even terugkomen op een van de belangrijkste zaken voor uw regering. Loonkost is belangrijk. En het is inderdaad zo dat de federale overheid daarin een grotere verantwoordelijkheid draagt dan de Vlaamse Regering. Dat valt niet te ontkennen. Ik denk dat de Federale Regering samen met u in het concurrentiepact heeft gedaan wat zij moest doen op het vlak van concurrentie.

Ik wil het ook nog hebben over de mobiliteit en over de missing links. Er waren 25 missing links, waarvan u er 2 hebt voltooid en waarvan er 5 in uitvoering zijn. U had in totaal 53 missing links, waarvan er 5 voltooid zijn. Al de rest is nog niet voltooid.

En dan durft u te zeggen dat dit geen doorschuifregering is en dat deze regering alles heeft gedaan wat ze gepland had en wat ze had moeten doen! U schuift door naar de volgende regering!

Mijn analyse is duidelijk. Heeft deze regering niets gedaan? Neen, minister-president, deze regering heeft effectief een aantal dingen gedaan. Heeft deze regering genoeg gedaan? Neen, ze heeft te weinig gedaan. Ze heeft te weinig daadkracht getoond en te veel ruzie gemaakt. De coalitiepartners hebben elkaar geen successen gegund en een aantal dingen gedaan die ze niet hadden moeten doen.

U hebt 700 miljoen euro terug in de kassa van uw Vlaamse Regering gestoken. We spreken dan nog niet eens over de 4 miljard euro extra dotaties die u gekregen hebt uit de vroegere Financieringswet. U hebt effectief weinig daadkracht getoond. U bent een doorschuifregering. U hebt effectief, in tegenstelling tot wat u zegt, de belastingen wel verhoogd. (Applaus bij Open Vld)

De heer Vereeck heeft het woord.

De heer Lode Vereeck

Minister-president, ik denk dat we het daarover niet eens zullen worden: het afschaffen van regionale afcentiemen is natuurlijk een belasting. 700 miljoen euro over de hele legislatuur is al 3,5 miljard euro aan koopkracht die de Vlamingen niet hadden. Maar u hebt natuurlijk wel een punt. Het is geen jobcreatiemaatregel en is dat ook nooit geweest. Als u dat moet doen, moet u natuurlijk werken aan de totale loonkost. Dat doet deze maatregel niet. Hij zorgt voor meer koopkracht.

Vanaf 2009 is LDD dan ook een koele minnaar geweest van de jobkorting die, nogmaals, een koopkrachtmaatregel is, maar geen jobcreatiemaatregel. Waar we wel problemen mee hadden, was dat u die quick win, die gemakkelijke maatregel, hebt gebruikt voor het op orde zetten van uw begroting. We hadden in de plaats liever structurele maatregelen gezien. Maar als u die quick win, die 700 miljoen euro, had ingezet om wachtlijsten af te bouwen en structureel te investeren in onderzoek en ontwikkeling (O&O), dan hadden we die maatregel misschien nog wel kunnen goedkeuren. Hij is nu eigenlijk om louter budgettaire redenen genomen.

Zoals gezegd, is het geen loonlastenmaatregel, maar een koopkrachtmaatregel. In die zin ben ik wel tevreden over de maatregelen die uw regering nog heeft voorgesteld – maar weliswaar niet zal uitvoeren – met betrekking tot het Concurrentiepact. Het is volgens mij een goede zaak dat u, in tegenstelling tot wat ik bij één commentator las in de pers, gewoon diezelfde optie doortrekt, namelijk loonlastenverlaging. U had ook kunnen inzetten op allerlei verschillende projectjes. U versterkt eigenlijk de federale idee om de loonlasten te verlagen. Dat is een goede zaak, want ik denk dat het kalf daar ook gebonden ligt, zoals we al vaker hebben besproken.

Dat die maatregel door de volgende regering zal worden uitgevoerd, geldt natuurlijk ook voor het federale Concurrentiepact. Ik ga er ook van uit, mijnheer Van Hauthem, dat als die volgende regering het daar niet mee eens is, die die ook kan terugschroeven – waarom niet.

Doorschuifoperatie is inderdaad de term die op het einde van deze legislatuur valt. Wat bedoelen we daarmee? Er zijn drie relatief kleinere doorschuifoperaties. Er zijn eenmalige maatregelen, maar die vind je in alle regeringen. Er zijn de buffers die ontbreken, waardoor je een risico op tegenvallers volledig in de korf van de volgende regering legt. En er is ten slotte de schuld die zelfs los van KBC groeit.

Los van die drie elementen – schuld, eenmalige maatregelen en het ontbreken van buffers – gaat het er natuurlijk om dat de wachtlijsten, ondanks alle inspanningen en alle meeruitgaven, gegroeid zijn. Denk maar aan de scholenbouw. Ook in het meest recente antwoord dat ik heb gekregen van de minister van Onderwijs blijkt nog maar eens dat over de laatste drie kwartalen de wachtlijst bij het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) gestegen is met 50 miljoen euro. Daar staat geen proportionele verhoging van het budget tegenover. De maatregelen die u opsomt, die we erkennen en die ik ook bij mijn betoog dinsdagochtend heb erkend, blijken onvoldoende te zijn om te zeggen dat Vlaanderen er in 2014 beter voor staat. Want nogmaals, die wachtlijsten zijn langer geworden.

Maar wat ik vooral nog verwacht van u en van uw regering in de komende maanden zijn duidelijke beslissingen op het vlak van mobiliteit. Want dat is waarover we in alle eerlijkheid kunnen zeggen dat we vijf jaar later zijn en ongeveer even ver staan in die grote werven van de Oosterweelverbinding en de Limburgse noord-zuidverbinding.

Voor de rest ben ik ook tevreden dat u, wat het concurrentiepact betreft, 45 miljoen euro inzet voor O&O. Daarmee haalt u op dit moment echter nog altijd niet uw eigen minimale groeipad. U moet natuurlijk wel oppassen dat u die maatregel geen twee keer gaat verkopen. Dat zou een fantastische pr-stunt zijn. U verkoopt het een keer als relancemaatregel en een tweede keer als: we halen de Barcelonanorm. Ik verwacht dat u daar nog een tandje bijsteekt.

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, ik wil eerst en vooral het punt maken dat deze regering sterk heeft gepresteerd, in de zin dat nu de speerpunt van de verzamelde oppositie een maatregel is die vijf jaar geleden is genomen. Vijf jaar geleden is al beslist om rond de jobkorting een ander pad in te slaan. Vijf jaar later is dit de speerpunt van kritiek van de verzamelde oppositie. Van stilstand gesproken, inderdaad. De voorbije vier jaar heeft deze regering blijkbaar heel fijn gepresteerd, want de oppositie moet vijf jaar teruggaan om het grote punt te maken. (Opmerkingen van de heer Lode Vereeck)

Daar kom ik allemaal niet op terug, mijnheer Vereeck. Het is heel duidelijk, die studies van de KU Leuven zijn er.

Trouwens, ik moet ook niet meer herinneren aan dat heel pijnlijke moment wanneer een zekere Guy Verhofstadt op de trappen van het Errerahuis zei dat de jobkorting van tweede orde was, niet de meest efficiënte maatregel was en dat hij erin toestemde om die te herzien. Dat zijn woorden van de lijsttrekker van de Europese liberalen, mijnheer Tommelein. Ik wilde het niet zeggen, maar u daagt ons zo uit dat we af en toe dat beeld nog eens naar voren moeten halen. Ik ben er verbaasd over dat dit nu de speerpunt van de oppositie is. Blijkbaar heeft deze regering op vijf jaar tijd goed gepresteerd.

Dan het concurrentiepact. Mijnheer Van Hauthem, het is toch wel heel duidelijk dat daar een zekere urgentie in zit. Deze regering heeft daar een bedrag voor uitgetrokken, namelijk 166 miljoen euro, waarvan ruim 80 miljoen euro in 2014. Het is toch heel normaal dat deze regering zegt dat ze met de miljoenen waarin ze voorziet in 2014, actie zal ondernemen. De huidige regering heeft nog de volle bevoegdheid in de loop van 2014. Ik vergelijk het met de Woonbonus en andere zaken die ook van fundamenteel belang zijn, maar waar de urgentie toch ontbreekt.

Ik kom tot de coherentie van de commentaren van de oppositie. Ik heb de voorbije twee dagen gehoord: er moeten meer buffers worden aangelegd, er moet meer worden geïnvesteerd in allerlei domeinen, de schuld moet sneller worden afgebouwd, we moeten meer reserves aanleggen voor de toekomst. Nu komt daar plots ook nog een belastingvermindering bij. Wanneer je dan als nuchtere burger vraagt hoe men dat gaat betalen, dan komt men niet verder dan te zeggen: daar hebben we nog niet over nagedacht, want dat is uw taak. Het is niet onze taak om een geloofwaardige oppositie te voeren!

Ik heb één besluit: we hebben geen doorschuifregering, we hebben een doorschuifoppositie. Zij komt niet verder dan een de-beste-stuurlui-staan-aan-walhouding en dan wat vrijblijvende commentaar te leveren over van alles en nog wat. Nu horen we ook nog zeggen: alles wat u goed hebt gedaan, is eigenlijk een doorschuifoperatie van de vorige regering. Dat hebben we daarnet nog eens gehoord van de heer Tommelein. Al bij al vind ik daar weinig coherentie in. Ik heb nu ook eens de pretentie om het oordeel van de oppositie te beoordelen: weinig coherentie, weinig geloofwaardige alternatieven. Ik vind dat we op dat vlak geen lessen hebben te leren van deze oppositie. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Van Malderen heeft het woord.

Voorzitter, als bij de bespreking van de begroting van 2014 de ‘pièce de résistance’ van de oppositie een beslissing van 2009 is, dan denk ik dat het nog wel meevalt met die begroting van 2014.

Ik had het aangekondigd: het is het moment om even terug te blikken. Hét moment van deze marathon waren niet een aantal versprekingen en contaminaties, waaraan ik me zelf heb bezondigd. Er waren weinig citaten, er waren weinig spreekwoorden. Hét moment was het moment waarop de heer Tommelein vooraan met veel kracht stelde dat hij een overschot zou hebben geboekt. Net zo groot was de stilte toen mensen van deze rij aan hem vroegen hoe hij dat zou doen. We hebben die vraag al meermaals moeten stellen. Het antwoord blijft telkens uit. Ik ben ervan overtuigd dat we sneller De rechtvaardige rechters van Het lam Gods gaan vinden dan dat we de heer Tommelein een antwoord zullen horen geven op de vraag hoe.

Integendeel, we kunnen ons aansluiten bij de heer Van den Heuvel als die stelt dat we terecht trots kunnen zijn op een aantal zaken. Ook ik heb namens onze fractie gezegd dat we geen gemengde gevoelens hebben, maar met een combinatie van sentimenten tegen zowel deze begroting als de afgelopen jaren aankijken.We zijn terecht tevreden met wat is gerealiseerd. Ik wil toch nog maar eens herhalen wat ik gisteren heb gezegd. De sociale economie is hervormd zonder dat daar veel onrust is uitgebroken. Het is hier daarnet nog aan bod gekomen. In de toekomst zullen 26.000 mensen daar werk krijgen. Er is de hervorming van – ik noem maar iets – de ondersteuningsmechanismen voor groene stroom. Met betrekking tot de hervorming van het secundair onderwijs is het masterplan inderdaad afgewerkt. We hebben 30 procent meer aan Welzijn besteed op een moment dat de wind op financieel vlak ongelooflijk sterk tegenzit. Ook is er op de kop af 30 procent meer voor Onderzoek en Ontwikkeling, dat daarmee de tweede belangrijkste stijger is. We hebben 2 miljard euro extra besteed aan Onderwijs, met kleinere kleuterklassen, 10.000 plaatsen in het basisonderwijs en 120 miljoen euro voor het hoger onderwijs. De autofiscaliteit is een stuk groener geworden. Dat zijn allemaal verdiensten waarmee deze regering kan uitpakken.

Uiteraard zijn er nog een aantal werven. Het is evident dat de oppositie daarop wijst, maar we hebben de ambitie, die ik gisteren ook heb uitgesproken, om daaraan voort te werken. Er is de concrete invulling van het competitiviteitspact, die gisteren is belicht, met een lastenverlaging van 125 miljoen euro. Natuurlijk blijven we vragen dat de nadruk wordt gelegd op diegenen die het vandaag het moeilijkst hebben, namelijk laaggeschoolden en jongeren, maar er is bijkomend ook nog in een bedrag voorzien voor Onderzoek en Ontwikkeling. We hebben het gisteren uitgebreid gehad over de sector van de personen met een handicap. De decreettekst ter zake zal worden behandeld, en we zullen inderdaad de omslag maken, voor iedereen en niet alleen voor wie vandaag een persoonlijke-assistentiebudget heeft, naar vraaggestuurde zorg en zorg op maat. Er is de blijvende bekommernis voor de arbeidsmarkt. Het herstel is er, maar het is nog zeer broos en het is de uitdaging ervoor te zorgen dat zo veel mogelijk mensen, en dan vooral de meest kwetsbaren op onze arbeidsmarkt, daar ook opnieuw gebruik van kunnen maken. Ik roep alle collega’s op om die ambitie te delen, om daarover samen het debat aan te gaan, tot zo dicht mogelijk bij 25 mei 2014, om ervoor te zorgen dat we alle Vlamingen, oude en nieuwe, arme en welvarende, jongeren en senioren, sterker maken. Ik ben ervan overtuigd dat we, door hen sterker te maken, van Vlaanderen ook een warmere regio maken. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Diependaele heeft het woord.

Voorzitter, ik sluit me natuurlijk aan bij de heren Van Malderen en Van den Heuvel. Ik ben het er absoluut mee eens dat het een totaal zwaktebod is van de oppositie om vijf jaar na de feiten nog met die jobkorting te komen aanzetten. Als dat de enige maatregel is die ze nog kan aanvallen, dan lijkt het me dat we het zeer goed doen.

Mijnheer Tommelein, er is een heel groot verschil tussen wat federaal is beslist in het kader van het concurrentiepact en de 125 miljoen euro waartoe wij hier beslissen. Wij zetten er ook een zak geld naast: dat is er grote verschil. Daarom is deze Vlaamse Regering geen doorschuifregering, want wij nemen een beslissing, maar zetten daar ook geld tegenover. Dat maakt een heel groot verschil.

Ik ben het er absoluut mee eens – en ik heb dat gisteren ook gezegd – dat de oppositie geen schaduwbegroting moet opstellen. De oppositie moet oppositie voeren, en dat hebt u ook gedaan, maar we vragen niet van u dat u effectief alle beleidsmaatregelen die u zou nemen, naar voren schuift, en dat het plaatje klopt. U zegt echter zelf dat, indien u erbij zou zijn geweest, het beter was geweest. U had én buffers aangelegd én overschotten geboekt voor de andere overheid én de wachtlijsten opgelost én het scholenbouwprobleem opgelost. Alle milieumaatregelen zouden zijn genomen. Oosterweel zou betaald zijn. Alles zou zó gemakkelijk zijn geweest. Mijnheer Tommelein, u moet me echt eens tonen waar die ezel staat, want ik denk dat veel mensen daar gebruik van zouden willen maken. (Applaus bij de meerderheid)

Een vierde punt betreft de verhouding belastingen/besparingen. U vergelijkt met de Federale Regering. Wel, ik wil daarover met u op gelijk welk moment het debat aangaan. U schiet met een kanon op een mug. Of u de jobkorting als belasting opvat of niet: het maakt niet uit, de Vlaamse Regering doet het in alle vergelijkingen stukken beter. De verhouding besparingen/belastingen is bij ons 70/30; op het federale niveau is de omgekeerde verhouding geldig: 30/70.

Een laatste punt: meerderheid en oppositie zijn het erover eens dat de volgende Vlaamse Regering voor grote uitdagingen zal staan. Wij zullen er moeten voor zorgen dat wij onze wagon aan de economische locomotief kunnen vasthaken, maar ook de zesde staatshervorming komt op ons af. Ik ben er wel van overtuigd dat met een vierde begroting in evenwicht op rij en met het beleid van deze Vlaamse Regering wij zo goed en zo kwaad wij konden – er blijven maatschappelijke noden die niet worden gelenigd – Vlaanderen door de crisis hebben geleid en wij voorbereid zijn om die uitdagingen aan te pakken. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, leden van de regering, collega's, het is wat eigenaardig dat ik als eerste mijn hand opsteek om te mogen spreken, maar het zijn anderen die mij vooraf gaan. Misschien zal het vlotter verlopen als mijn partij in de volgende legislatuur in de regering zit? U weet immers dat wij goede voorstellen hebben. Hier zal ik evenwel niet het regeringsbeleid verdedigen.

Het valt mij op dat u ons steeds opnieuw bedankt voor het debat en voor onze input, minister-president. U zegt ook dat u goed hebt geluisterd. Wel, ik heb dat gevoel bij begrotingsdebatten nooit. Ik denk dat er nochtans echt nood is aan een inhoudelijk debat. U stelde dinsdagochtend uw relancemaatregelen voor. U legde in enkele bladzijden een concurrentiepact voor.  Daarover is nog niet gedebatteerd, wij hebben er nauwelijks kennis kunnen van nemen. Het Vlaams Parlement zou er baat bij hebben als wij in een gesprek over deze relancemaatregelen naar elkaar zouden luisteren.

Het treft me dat die relancemaatregelen erg mager zijn. Ik deel de kritiek dat het grootste  gedeelte van die 125 miljoen euro wordt doorgeschoven naar 1 juli 2014, wanneer de bevoegdheden van de zesde staatshervorming naar Vlaanderen worden overgeheveld. U doet dus een voorafname op de overheveling van die bevoegdheden. U zei, toen men u met uw uitspraken had geconfronteerd, dat het tewerkstellingsbeleid erg belangrijk is, en dat daarom een voorafname geoorloofd is.

Persoonlijk vind ik wonen en kinderbijslag zeer belangrijke bevoegdheden die overkomen naar Vlaanderen. Zij zijn minstens even belangrijk, want daarmee zullen wij ons sociaal beleid vorm moeten geven. Wij zullen daarmee moeten zorgen dat de armoede in Vlaanderen wordt bestreden. U vindt dat blijkbaar niet belangrijk genoeg om daarop een voorafname te nemen. Ik vind dat zeer eigenaardig. Ik had ook liever maatregelen met onmiddellijke gevolgen gezien. Ik had met u willen nadenken over de vormgeving van de bevoegdheden die wij erbij zullen krijgen, opdat wij een socialer Vlaanderen zouden krijgen.

Minister, ik heb drie opmerkingen over uw relancemaatregelen. Gisteren stelde u enkele keren dat wat u doet, een korting is voor werknemers. Mensen die al aan het werk zijn, jonge werknemers, krijgen een korting. Sp.a geeft daar een andere interpretatie aan. Die zei dat we de meest kwetsbare groepen, de laaggeschoolde werklozen gaan ondersteunen. Dat zijn twee heel verschillende verhalen. U komt daarmee weg. Niemand screent de maatregelen van het concurrentiepact blijkbaar voldoende. U komt elk met een verschillend verhaal.

Daaruit blijkt dat het vrij gemakkelijk is om te zeggen dat u een voorafname zult doen op het arbeidsmarktbeleid, dat de volgende regering er nog over zal discussiëren, maar dat u de centen al hebt. De ene kan zeggen dat het voor jonge werknemers is, de andere dat het voor de ongekwalificeerde werklozen is, elk om zijn achterban tevreden te stellen. We zijn met andere woorden in verkiezingsmodus in plaats van echt te luisteren en te praten over de beste relancemaatregelen voor Vlaanderen.

Een derde probleem dat ik heb met het relancepact is de outillagekorting voor bedrijven. In een tewerkstellingspact stelt u een belastingverlaging voor, maar u stelt er geen tewerkstellingsvoorwaarden, geen garanties, zelfs niet op jobbehoud, tegenover. U zou kunnen zeggen dat u niet vraagt dat bedrijven moeten groeien en meer werkgelegenheid creëren, maar zelfs het jobbehoud wilt u daar niet aan koppelen. Ik en ook de vakbonden vinden dat een spijtige zaak.

Dat relancevoorstel zoals het van de Vlaamse Regering komt, was echt wel voer voor een degelijk debat. Het is jammer dat de begrotingsdebatten in het Vlaams Parlement erop neerkomen dat u soms wat smalend doet, niet echt goed luistert en dat we elk in onze stellingen blijven zitten. Spijtig. (Applaus bij Groen en van de heer Jo De Ro)

Mevrouw Meuleman, ik bied u mijn verontschuldigingen aan dat ik u niet op tijd heb gezien. Zijn ze aangenomen?

Jawel. (Applaus)

Dan kan mijn avond niet meer kapot.

Minister-president Kris Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, collega’s, ik wil het debat niet heropenen, tenzij daarop wordt aangedrongen. Geen enkel probleem dan. Maar, mijnheer Van Hauthem, u hebt gezegd dat het concurrentiepact over verschillende jaren gaat en dat het flauw is. We hebben voor de begroting 2014 die middelen ingezet zoals toegelicht. Het concurrentiepact, dat ook de Federale Regering heeft geformuleerd, loopt over verschillende jaren. Dat hebben we ook gedaan. Een volgende Vlaamse Regering – dat is de democratie, godzijdank – kan zeggen dat ze een andere invulling geeft aan wat deze regering heeft beslist voor de komende jaren. Dat is mogelijk. Dit flauw vinden, vind ik niet terecht. Een neptoestand is nog meer onverantwoord.

Wat de pps betreft, dat doen we in alle transparantie, met voortgangsrapportages enzovoort. Elke keer opnieuw lichten we dat toe in dit parlement. Het is een democratische verantwoordelijkheid om te zeggen dat de investeringen via de pps zo belangrijk zijn dat de meerderheid die heeft goedgekeurd. Het is juist dat dat de toekomst hypothekeert. Maar scholen enzovoort zijn zo belangrijk dat dat nu kan worden uitgevoerd.

Dit is zeker niet het laatste debat dat we hebben over de jobkorting, aangezien de oppositie dat elke keer aanhaalt. Ik was hiervoor verantwoordelijk, ook in de vorige regering. We hebben die ingevoerd in andere budgettaire omstandigheden. Dat is beslist met de kennis van toen. We hebben rapporten gekregen dat de finaliteit waarvoor we dat hebben ingevoerd, niet werd verwezenlijkt. De KU Leuven en de auteurs van die studies kunnen we met enig respect bejegenen. Ze hebben duidelijk aangetoond dat dat niet het gewenste effect heeft gehad.

De bewering dat we geen andere maatregelen hebben getroffen, klopt niet. We hebben met betrekking tot de kinderopvang en dergelijke maatregelen genomen om het effect dat we met de jobkorting wilden sorteren toch maximaal te bereiken. We hebben hier geld voor uitgetrokken.

Hier is gezegd dat we het hebben geschrapt en vervolgens niets meer hebben gedaan. Die redenering klopt niet. (Opmerkingen)

Mijnheer Van Hauthem, de oppositie heeft meerdere gezichten. Indien ik het over de oppositie heb, moet u zich af en toe aangesproken voelen. Indien u zich niet aangesproken voelt, heb ik het niet over u. (Opmerkingen)

Mevrouw Meuleman, ik wil ook even opnieuw op het concurrentiepact ingaan. Bij de start van deze plenaire vergadering heeft ook het Overlegcomité vergaderd. Ik heb de teksten aan de voorzitter van het Vlaams Parlement overgemaakt. Ik heb me bereid getoond hierover te discussiëren. Volgens mij heb ik alle vragen die hier betrekking op hadden, beantwoord.

Het is me misschien ontgaan, maar volgens mij hebt u tijdens uw eigen toespraak geen zware elementen aangebracht die tot een debat over onze invulling van het concurrentiepact konden leiden. Ik kan me natuurlijk vergissen. Ik ben in elk geval bereid in te gaan op elke vraag tot een debat hierover.

Mijnheer Tommelein, ik zal de bevoegde minister straks vragen kort nog iets over mobiliteit te zeggen. Ik weet zeer goed dat het Oosterweeldossier een heel complex dossier vormt. U zult me waarschijnlijk niet geloven, maar ik zou op dat vlak heel graag serieuze stappen vooruit zetten en dat probleem oplossen. U hebt naar de vorige Vlaamse Regering en naar het vorig stadsbestuur van Antwerpen verwezen. Daar heb ik een probleem mee. Wat de verantwoordelijkheid betreft, wil ik erop wijzen dat veel partijen op verschillende bestuursniveaus mee aan de tafel hebben gezeten om beslissingen te nemen. Het is uw volste recht dit als speerpunt voor uw oppositie te gebruiken. Ik zou u dan wel willen vragen eens in de eigen gelederen te zoeken waarom er zo veel vertraging is opgelopen en welke bijdrage uw partij daar mogelijk toe heeft geleverd.

Ik weet niet of minister Crevits hier nog iets aan wenst toe te voegen.

Minister-president, ik wil erop wijzen dat dit tijdens de voortgangsrapportage vorige week uitgebreid is toegelicht. De heer Van Mechelen weet dit.

Minister Hilde Crevits

Voorzitter, dat is in feite ook de teneur van mijn korte toelichting. Ik vind het kras dat de heer Tommelein hier beweert dat de minister-president over de Oosterweelverbinding zwijgt. Vorige week hebben we in het Vlaams Parlement urenlang over dit dossier gedebatteerd. (Opmerkingen)

De heer Van Mechelen was toen aanwezig. We hebben toen felicitaties over de transparantie van de verslaggeving ontvangen. Nu komt de heer Tommelein hier verklaren dat de minister-president onvoldoende over dit onderwerp praat. Ik vind dat maar minnetjes. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Joris Van Hauthem

Ik zal proberen niet in herhaling te vallen. Ik heb een opmerking gemaakt over de lastenverlaging in het licht van het concurrentiepact. Het doet me wat denken aan iemand die aankondigt dat hij frieten zal bakken zonder over een frietketel te beschikken. Hij hoopt dat die nadien nog komt en dat hij dan eventueel frieten zal kunnen bakken. Daar komt het eigenlijk op neer.

Misschien heeft de heer Van Malderen op die manier meteen ook een spreuk. Er zijn er een paar gepasseerd. Ik zou ze kunnen opsommen.

Wat de financieel-budgettaire toestand betreft, moeten we toch even naar de Bijzondere Financieringswet van 2001 kijken. Hoewel het ons te ver zou kunnen leiden, merk ik op dat CD&V daar toen tegen was. CD&V zat toen in de oppositie. (Opmerkingen van de heer Eric Van Rompuy)

Dat klopt. Er is toen gesproken over “maxi-geld voor mini-bevoegdheden”. Het ging dan ook echt om “maxi-geld”. Die bedragen waren gestoeld op de absolute noden van het Franstalig onderwijs. Gelukkig waren de noden bij ons op dat ogenblik niet zo acuut. Het geld is echter naar hier gekomen.

We zijn dus van een gunstige positie kunnen vertrekken. Dat is de verdienste van alle vorige regeringen, dat moeten we eerlijk erkennen.

Minister-president, dames en heren van de meerderheid, het doet blijkbaar pijn dat we de kwestie van de jobkorting nog eens oprakelen. De meerderheid zegt nu: als dit na vijf jaar uw speerpunt is, dan is het maar pover. Ik heb vastgesteld, minister-president, en mijnheer Van Malderen, want u hebt het gisterochtend aangekondigd, dat iedereen bij deze laatste begroting van uw regering, de balans opmaakt.

De balans van vijf jaar opmaken, betekent onder meer, er nog even aan herinneren dat men wel degelijk, om politieke of andere redenen, verdedigbaar of niet, de belastingen verhoogd heeft door de jobkorting af te schaffen. Misschien zou de meerderheid willen dat we daar niet meer over spreken. Van uw 2 miljard euro besparingen hebt u 700 miljoen euro jobkorting afgeschaft. Wat de reden daarvoor ook was, dat is een belastingverhoging. Wij hebben u daaraan herinnerd. Blijkbaar doet dat pijn. Blijkbaar, voorzitter, mag de meerderheid wel de balans opmaken maar de oppositie niet. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Bart Tommelein

Ik ga niet meer verder discussiëren over de jobkorting. Op jaarbasis gaat het om 700 miljoen euro die de werkende Vlaming heeft ingeleverd, die hij niet meer krijgt, die u wel nog ontvangt. 700 miljoen euro maal 5 is 3,5 miljard euro.

Minister Crevits, u vraagt zich af hoe wij het toch aandurven, hoe kras en hoe minnetjes het wel is dat de oppositie komt zeggen dat het Oosterweeldossier vertraging opgelopen heeft. Ik herinner u aan uw eigen woorden, minister-president. In 2010 zei u dat het dossier maximum twee jaar vertraging mocht oplopen. Ik kan begrip opbrengen voor sommige problemen, voor de gedeelde verantwoordelijkheid van veel mensen en veel partijen. Maar dat zijn uw woorden in dit parlement en we zijn nu vier jaar verder en u staat nog nergens. U zei dat de Oosterweelverbinding niet meer mocht kosten, we zullen zien hoeveel het meer zal kosten.

Ik vind het kras, minister, dat u durft te zeggen dat het minnetjes is dat de oppositie hier durft te zeggen dat iets niet is uitgevoerd. We mogen in dit halfrond toch wel onze mening zeggen?

Ik was in de commissie Begroting getuige van de discussie tussen de meerderheidspartijen. De kranten schreven: de oppositie zat erbij en keek ernaar. Jullie hebben daar ruzie gemaakt! Heel Vlaanderen heeft het kunnen zien. Maar in de plenaire vergadering moeten we zwijgen over de begroting, mijnheer Van den Heuvel. (Opmerkingen van de heer Koen Van den Heuvel)

We mogen alleen maar de meerderheid aan het woord laten die opsomt hoe goed ze wel is. (Opmerkingen)

Nog eventjes, mijnheer Diependaele, ik begin het langzamerhand een afgezaagde plaat te vinden. U wilt telkens weer aan politiek opbod doen tussen het Vlaamse en federale beleid. (Opmerkingen van de heer Matthias Diependaele)

Voorzitter, ik heb de meerderheid in de voorbije jaren zich nog nooit zo weten uitsloven om te bewijzen dat de oppositie ongelijk had. Het is echt opvallend. Het moet echt pijn doen.

U doet gratuite uitspraken. U beweert dat er in Vlaanderen centen tegenover staan en op federaal vlak niet. Leg me dat eens uit. De federale overheid neemt ook maatregelen: in 2013 kwam er een lastenverlaging op arbeid van 463 miljoen euro, in 2014 wordt dat 830 miljoen euro. Ik geef u gelijk, minister-president, dat moet nog komen. Zijn dat dan geen centen? Wat zijn dat dan? Knikkers?

Ik vind dat u nogal durft. Alles wat Vlaanderen doet, dat zijn euro’s, en alles wat het federale niveau doet, dat zijn knikkers. Dat telt niet mee, dat zijn geen centen. Ik sta versteld te kijken.

Mijnheer Van den Heuvel, in een democratie moet de meerderheid niet bewijzen dat de oppositie niets realiseert. Wij moeten niets realiseren. Uw partij en uw coalitiepartners hebben in 2009 beslist om ons in de oppositie te steken en samen een meerderheid te vormen. Dat is jullie beslissing geweest. Het is jullie taak om vijf jaar aan een stuk zaken te realiseren, het is onze taak om oppositie te voeren. “It is the duty of the opposition to oppose.” (Applaus bij Open Vld)

De heer Lode Vereeck

Voor ons is die jobkorting niet het kroonstuk. Alleen als u zegt dat er geen belastingen zijn geheven, denk ik dat we daar moeten op wijzen. Als u dat niet naar voren had gebracht, zouden wij daar niet op hebben gereageerd. Ik heb u al gezegd dat wij daar een koele minnaar van waren omdat het inderdaad niet leidde tot jobcreatie.

Als u gaat kijken naar die besparing van 2 miljard euro die is gebeurd in het begin van deze periode, dan is dat inderdaad 700 miljoen euro bij de jobkorting, ongeveer 400 miljoen euro is echte besparing, en 900 miljoen euro bestaat uit eenmalige maatregelen. Ik wil u die lijst wel eens geven.

Tot slot, als we het hebben over de erfenis: het zijn wel cijfers van de Vlaamse Regering, dat de volgende regering tegen een gecumuleerd tekort van 2,4 miljard euro aankijkt, dus tegen een oplopende schuld. Daar zijn geen voorafnames voor gebeurd.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Regeling van de werkzaamheden
Ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2014
14 (2013-2014) nr. 1

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of het Jaaroverzicht 2015-2016 (pdf)voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.