U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet houdende instemming met het cultureel samenwerkingsakkoord van 7 december 2012 tussen de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Delva heeft het woord.

De heer Paul Delva

Voorzitter, minister, collega’s, ik houd het kort, want wij hebben het hierover in de commissie al vrij uitgebreid gehad. Wij zijn bijzonder verheugd dat dit akkoord eindelijk is afgesloten. Het is de verdienste van de huidige minister van Cultuur. Na zoveel jaren – misschien wel decennia – van onderhandelingen is dat akkoord er. De politiek is er erg laat mee gekomen, terwijl de culturele actoren van Vlaanderen, Wallonië en zeker en vast ook Brussel al heel lang geleden dat pad zijn ingeslagen. Dit akkoord creëert een kader voor samenwerking. Een aantal van de mogelijkheden heeft de sector vandaag al in realisaties omgezet.

Ik benadruk dat het akkoord het territorialiteitsbeginsel respecteert. Het is een kadertekst, waarbij het initiatief volledig in handen van de culturele actoren op het terrein komt te liggen. De minister somde een aantal mogelijke denksporen op. Ik kan alleen maar hopen dat die zo snel mogelijk in de praktijk worden gebracht. Daarbij zal het samenwerkingsplatform, dat dankzij dit akkoord wordt opgericht, een rol spelen. Daar zullen de gemeenschappen elkaar ontmoeten om samen – naar wij hopen – fijne projecten uit te werken.

De voorzitter

De heer Van Hauthem heeft het woord.

De heer Joris Van Hauthem

Voorzitter, minister, collega’s, het heeft nogal wat voeten in de aarde gehad om met de Franse Gemeenschap tot een cultureel samenwerkingsakkoord te komen. De tekst van dat akkoord roept op zich geen bezwaren op. Uiteraard is dat zo. Wij weten echter ook waarom het zolang heeft geduurd vooraleer het er kwam: het politieke probleem van de niet-naleving van het territorialiteitsbeginsel door de Franse Gemeenschap. De Franse Gemeenschap ontwikkelde Franstalige initiatieven in de Rand. Dat had eigenlijk niets te maken met een cultureel samenwerkingsakkoord, maar het gebeurde wel, en zorgde voor een politieke hinderpaal.

Wij hebben in de commissie tot twee keer toe daarover kunnen debatteren. Een eerste keer toen het principeakkoord er was, en een tweede keer naar aanleiding van het ontwerp van decreet zelf. Twee keer heb ik u gevraagd of u wel zeker bent dat het territorialiteitsbeginsel gerespecteerd zal worden. U antwoordde toen bevestigend, stellend dat dit zowaar in de memorie van toelichting staat. Daar staat dat men elkaars bevoegdheden en elkaars territorium zal respecteren. U verwees toen naar de Grondwet en de bijzondere wet, en daarmee was de kous af. Alsof het volstaat om iets op papier te zetten om het ook in de praktijk gebracht te zien.

De Franse Gemeenschap respecteert het territorialiteitsbeginsel niet – noch in het verleden, noch vandaag. Elk jaar steekt de Franse Gemeenschap centen in een Franstalig cultureel en sportief centrum in Voeren. Wij hebben dat ook in de commissie gezegd.  Het gaat over meerdere honderdduizenden euro’s. Eigenlijk hebt u daar niet op gereageerd. U verwees nogmaals naar de memorie van toelichting. Welnu, collega’s van de NV-A, ik heb hier de begroting van de Franse Gemeenschap in handen. Ook u hebt in de commissie gewezen op het feit dat bij de bespreking van dit samenwerkingsakkoord in het Parlement van de Franse Gemeenschap de minister duidelijk heeft gezegd dat hij de Franstaligen in de Rand niet zal laten vallen.

Zij heeft dat letterlijk gezegd, mijnheer Van Der Taelen. Ik wil het nog eens citeren. Het staat wel in het verslag, maar het is niet slecht dat het ook in het verslag van de plenaire vergadering staat. Op de vraag of dat betekent dat zij de Franstalige verenigingen in de Vlaamse Rand laat vallen, zegt zij: “Un moment donné cela va rejaillir aussi sur les acteurs culturels qui vivent dans la périphérie francophone. Le but du Gouvernement de la Fédération Wallonie-Bruxelles, ce n’est pas de laisser tomber les francophones de la périphérie, mais de faire en sorte que l’on puisse à un moment donné les soutenir.” (Opmerkingen van de heer Matthias Diependaele)

Ze mogen zeggen wat ze willen, mijnheer Diependaele? Ik kom daar zo meteen op terug. Voor hen is dit blijkbaar een kader om dat alsnog te doen. En dat is jammer. Mijnheer Meremans, u hebt gezegd dat we alert moeten zijn. Wel, ik ben alert. Ik lees de begroting van de Franse Gemeenschap voor 2014. Ze mogen zeggen wat ze willen, mijnheer Diependaele, maar ze doen ook een en ander. In die begroting voor 2014 staat 715.000 euro ingeschreven voor het ‘Centre Sportif et Culturel des Fourons’.

Het samenwerkingsakkoord, dat is de theorie. De begroting van de Franse Gemeenschap, dat is de praktijk. En wat nu? Gaan wij dit culturele samenwerkingsakkoord, dat onder die voorwaarden is afgesloten, goedkeuren of niet, mijnheer Diependaele? Als het van ons afhangt, uiteraard niet. De Franse Gemeenschap belooft wel dingen, en zegt volgens u maar een aantal dingen, maar doet ook een aantal dingen. Opnieuw worden gelden wederrechtelijk geïnvesteerd in Voeren, ten aanzien van dat cultureel en sportief centrum.

Als nu nog het bewijs geleverd moest worden, minister, dat men aan Franstalige kant wat dat betreft niet te goeder trouw is, dan is dat bewijs vandaag geleverd. De goedkeuring van dit culturele samenwerkingsakkoord zou van verregaande naïviteit getuigen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

De heer Matthias Diependaele

Mijnheer Van Hauthem, ik kan uw ergernis over de attitude van sommige Franstaligen hierin zeer goed begrijpen. Ik heb er ook een probleem mee dat zij in hun begroting dergelijke initiatief inschrijven. Maar nu moet u zichzelf de vraag stellen: als dit samenwerkingsakkoord er niet zou zijn, zou dat dan betekenen dat zij zulke initiatieven niet nemen? Het antwoord daarop is ‘neen’. Die initiatieven zouden er evengoed komen.

Het enige wat we kunnen doen, is er blijven op hameren dat dat ontoelaatbaar is. Maar dat staat los van dit samenwerkingsakkoord.

De heer Joris Van Hauthem

Mijnheer Diependaele, dat is een sofisme van jewelste. De politieke hinderpaal was precies de financiële inmenging van de Franse Gemeenschap binnen Vlaanderen ten aanzien van Franstalige verenigingen in de Rand en in Voeren. Dat was de hinderpaal die verhinderd heeft dat men tot een cultureel samenwerkingsakkoord kon komen. Nu zegt men ons dat die hinderpaal weggewerkt is, maar ik stel vast dat ze helemaal niet weggewerkt is.

U zet de wereld op zijn kop. Indien we dit culturele samenwerkingsakkoord niet sluiten, zou dat inderdaad niet verhinderen dat men dat alsnog doet. Maar dat men dat niet meer zou doen, was precies de voorwaarde om dit akkoord te sluiten. Ik stel vast dat die voorwaarden vandaag opnieuw geschonden zijn. Volgende week wordt in het Parlement van de Franse Gemeenschap over dit budget gestemd. Ik zal dan volgende week nog eens een belangenconflict indienen. Dan kunt u zich daarover uitspreken, mijnheer Diependaele. Maar zet de zaken niet op hun kop. Dat was een redenering in het absurde.

De voorzitter

De heer Meremans heeft het woord.

Ofwel ga je ervan uit dat je als Vlaanderen een zelfbewuste natie, een zelfbewuste regio bent, ofwel ga je daar niet van uit. Als je ervan uitgaat dat je een zelfbewuste, volwassen regio bent, houdt dat ook in dat je verdragen en akkoorden sluit met anderen. En dat doen wij ook met Wallonië. Daar is op zich niets mis mee. Ik weet wel dat sommigen daar raar opkeken dat nationalisten een akkoord sloten. Wij doen dat, omdat ons nationalisme open is. Wij geloven in die culturele uitwisseling. Voor ons is dat een verrijking.

Dat betekent niet dat we naïef zijn, zoals de heer Van Hauthem heeft laten uitschijnen. Dat heb ik ook niet gezegd. Zo’n akkoord wordt afgesloten met respect voor elkaar. Er staat ook in wat niet de bedoeling is. Het is niet de bedoeling dat de Franse Gemeenschap culturele initiatieven in Vlaanderen zou uitrollen. Daarom is er afgesproken dat het akkoord niets afdoet van de bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de gemeenschappen. De Franse Gemeenschap is en blijft dus niet bevoegd voor cultuur in Vlaanderen.

Ik heb de besprekingen en discussies met de Franse Gemeenschap overlopen, en ik heb de indruk dat ook de Franse Gemeenschap vindt dat dit samenwerkingsakkoord geen instrument is om de Franstaligen in de Vlaamse Rand te bedienen. Maar ik heb daar ook een kanttekening bij. Ik heb ook de uitspraak die de heer Van Hauthem heeft geciteerd hernomen. Wij gaan ervan uit dat de minister deze uitspraak werd ontlokt door de nogal felle oppositietaal van de Fédéralistes Démocrates Francophones (FDF). Ik geef haar het voordeel van de twijfel. Dat is voor mij dan ook geen breekpunt.

Wij gaan dit samenwerkingsakkoord goedkeuren. Het is een belangrijk symbool. Maar, minister, ik zal wel vragen dat het beginsel van territorialiteit, dat in het akkoord vervat zit, van meet af aan wordt bewaakt. Alleen op die manier zal het een echt cultureel samenwerkingsakkoord zijn en zullen we tot een culturele verrijking kunnen komen. Het is volgens ons een verrijking, maar dat neemt niet weg dat wij hier, in deze vergadering, waakzaam zullen blijven.

De voorzitter

De heer Van Der Taelen heeft het woord.

De heer Luckas Van Der Taelen

Mijnheer Van Hauthem, Nelson Mandela is gestorven. Daar is veel over geschreven. Het politieke genie van Mandela was juist dat hij zijn meest gehate tegenstander heeft voorgesteld om een akkoord te maken. Ik kan mij heel goed voorstellen dat in de periode dat Mandela voor het eerst de hand uitstak naar de architecten van de apartheid heel veel van zijn medestanders zeiden: “U gaat toch niet discuteren met de mensen die ons volk zoveel onheil hebben aangedaan.” Net zoals bij de bende van de aanhangers van de apartheid er ook mensen waren die herinnerden aan wat er wel eens fout was gegaan met het ANC en die zeiden: “U gaat toch niet met die mensen discuteren.” Mandela heeft dat wel gedaan. Mijnheer Van Hauthem, ik denk dat u onderschat wat het betekent om tot een compromis te komen. Mandela had ook de man kunnen zijn die tot het einde van zijn leven was blijven schelden. Hij zou terecht kunnen hebben gezegd dat hij nooit zou spreken met de blanken die de apartheid gemaakt hadden en fundamenteel overtuigd waren gebleven dat het een goed systeem was. Toch is hij met die mensen gaan praten. Het is juist door die zeer bewuste openheid dat hij nooit de dupe is geweest van wat de aanhangers van de apartheid in petto hadden. Hij is vooruit durven te gaan en hij heeft zich durven open te stellen. Zo is hij tot een fantastisch compromis gekomen, waarvoor hij nu geloofd wordt.

Ik weet dat het een verschrikkelijke vergelijking is. De situatie hier is in niets te vergelijken met wat er in Zuid-Afrika is gebeurd. Maar als het enige argument tegen zo’n akkoord is dat er een sportcentrum zou worden geopend in de Voerstreek, dan antwoord ik met het torenhoge cliché dat wel eens wordt gebruikt in Vlaanderen: “Arm Vlaanderen”. Wij moeten groter zijn dan mensen die elk akkoord met een politieke tegenstander afschieten omdat er altijd wel 0,0001 graad onzuiverheid te vinden zal zijn. (Applaus)

De heer Joris Van Hauthem

Voorzitter, de heer Van Der Taelen heeft terecht gezegd dat het hier om een verschrikkelijke vergelijking gaat. Hou die verschrikkelijke vergelijking dan voor u, mijnheer Van Der Taelen. Het enige wat ik gedaan heb, is de meerderheid confronteren, niet met onze stellingen maar met haar stellingen. Er kan maar een cultureel samenwerkingsakkoord komen als we elkaars grenzen ook wat dat betreft respecteren. Als we dat doen, komen we er. Dat is het enige. Dat heeft zelfs Bert Anciaux, toen hij minister van Cultuur was, namens de Vlaamse Regering als voorwaarde gesteld. Het zijn de Vlaamse Regering en de vorige Vlaamse regeringen geweest die deze voorwaarde hebben gesteld, ik zelfs niet. Nu confronteer ik hen gewoon door te zeggen: “Dit was uw stelling, dit was de politieke hinderpaal en men zegt dat hij weg is. Ik toon alleen aan dat hij niet weg is: men doet dat gewoon verder.”

Mag dat nog? Zonder die verschrikkelijke vergelijking te maken met Mandela, want daar heeft het effectief geen fluit mee te maken. Ik confronteer de meerderheid met haar eigen inconsequenties. Dat is het enige wat ik doe.

De voorzitter

De heer De Gucht heeft het woord.

Wij zijn een grote voorstander van dit cultureel akkoord en we juichen het dan ook toe. We hebben het ontwerp van decreet gesteund in de commissie en zullen dat ook hier doen. Het heeft absurd lang geduurd. Het is absurd dat we in een land als België pas op 7 december 2013 tot een cultureel samenwerkingsakkoord tussen de twee gemeenschappen in dit land komen. De symbolische waarde is groot. Nu is de vraag wat de toegevoegde waarde zal zijn in de toekomst.

Dit cultureel samenwerkingsakkoord zou kunnen dienen als basis om samen met de Franstalige collega’s na te gaan wat mogelijk is om op het federale niveau een fiscaal gunstig klimaat uit te werken voor de culturele sector. Daarnaast kan het nieuwe initiatieven ondersteunen, het kan een platform zijn voor gemeenschappelijke standpunten, en een werkinstrument, maar alleen als daar ook middelen tegenover staan. Minister, daarom vraag ik u aparte middelen te plannen voor dit samenwerkingsakkoord, om een systeem uit te werken met daadkracht in plaats van enkel een symbolische waarde.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

De heer Bart Caron

Minister, ik ben blij dat het cultureel samenwerkingsakkoord er is. U hebt gerealiseerd wat uw voorgangers niet hebben gekund. Dat zal ik nederig toegeven. Ik heb meegewerkt aan pogingen in het verleden, maar die zijn niet gelukt.

In deze wereld is niets ideaal. Voor de heer Van Hauthem is het alweer een stap te ver. Elke millimeter is een stap te ver. Het is een begin van een hopelijk bloeiende samenwerking. Het decreet is oké, maar niet ambitieus en het zet voorzichtige stapjes. Zo gaat dat in ons land. Laten we hopen dat we over enkele jaren grotere stappen vooruit kunnen zetten.

We hebben culturele samenwerkingsakkoorden met de helft van de wereld. We nodigen compagnies uit de hele wereld uit op festivals, groepen die in andere talen zingen en die theater brengen in andere talen, auteurs uit het Zuiden of van waar ook die lezingen geven. We sturen onze kunstenaars met onze Vlaamse culturele rijkdom de wereld rond. Daar zijn we ook om bekend. Wel, het is droevig dat er zo’n aarzeling en voorbehoud is ten aanzien van onze Waalse vrienden, de Franse Gemeenschap.

Ik begrijp dat er gebieden zijn in Vlaanderen waar die gevoeligheid groter is dan elders. Ik ben geboren in Wervik en woon in Kortrijk, aan de rand van twee faciliteitengemeenten. Bij ons er helemaal geen gevoel van bedreiging door de Franse Gemeenschap, integendeel. Die pagina hebben we al lang omgedraaid.

Zou Vlaanderen naar aanleiding van dit cultureel samenwerkingsakkoord niet eens zelfbewust en fier kunnen zijn op zijn culturele rijkdom? Kunnen we ook niet eens de angst afleggen voor dat andere, dat van over de taalgrens komt? Alsof het een bedreiging zou zijn voor onze Vlaamse cultuur. Zijn we daar nu nog niet overheen na zovele jaren? Laten we eens uitgaan van onze eigen kracht en rijkdom. Ik zou er finaal geen enkel probleem mee hebben dat ook een Luiks operagezelschap haar eigen producties bij ons komt brengen, net zomin als een Canadese of Franstalige compagnie in de Vooruit of deSingel komt spelen. We moeten af van dit soort schismadenken, dat we koesteren, vanuit een zelfbewuste Vlaamse houding.

Voorzitter, we zullen uiteraard het cultureel samenwerkingsakkoord steunen, maar ik wil nog een jammere, maar tegelijk begrijpelijke opmerking maken. In de commissie Cultuur heb ik de voorbije twee jaar geprobeerd om samen met onze collega’s van de Franse Gemeenschap collectief te vergaderen over dit samenwerkingsakkoord om ook vanuit de parlementaire fora te komen tot een soort van compréhension, een begrip voor het andere dat we allemaal hebben.

Onhandig – zo bedoeld, dat weet ik niet, voorzitter – heeft uw collega geantwoord op briefpapier van de Fédération Wallonie-Bruxelles. U vond het dus niet meer gepast om voort te gaan in die richting. Formeel hebt u gelijk, maar niettemin betreur ik dat we met dit soort van kleine hinderpalen en incidentjes voort moeten. Ik hoop dat we opnieuw een uitnodiging kunnen richten aan onze collega’s om die stap effectief te zetten en opnieuw samen te vergaderen om samen met de minister invulling te geven aan het cultureel samenwerkingsakkoord.

Ik rond af met een oproep, al bijna voor de volgende Vlaamse Regering. Ik denk dat we samen vanuit de overheid stimuli moeten geven om dat cultureel samenwerkingsakkoord krachtig in te vullen. De heer De Gucht heeft er al naar verwezen: ik denk dat er in de toekomst een potje moet worden gereserveerd voor dit soort van grensoverschrijdende – want dat is het langzamerhand – culturele initiatieven. Misschien moeten we eens iemand van een cultureel huis of van onze eigen administratie een soort van curatorschap geven om een potje, en iemand erbij, te stimuleren. Het is net zoals in de culturele diversiteit: als we elkaar niet kennen, zullen we elkaar ook niet respecteren.

De voorzitter

Mijnheer Caron, ik mag me niet in het debat mengen, maar ik stel voor dat u met mij een afspraak maakt. Dan zal ik u de lijdensweg toelichten die ik in dit verband heb meegemaakt.

De heer Bart Caron

Ik ga daar graag op in.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

De heer Eric Van Rompuy

Onze fractie keurt dit samenwerkingsakkoord tussen de Vlaamse en de Franse Gemeenschap goed. Het heeft een heel lange geschiedenis. Door de Brussel-Halle-Vilvoorde-akkoorden, mijnheer Van Hauthem, is het nu ook voor de Franstaligen duidelijk dat de territorialiteit van Vlaanderen volledig erkend wordt. Ze hebben gevraagd om de Franse Gemeenschap bevoegd te maken om initiatieven te nemen in Vlaanderen. Ze hebben een uitbreiding van Brussel gevraagd. Ze hebben zovele eisen gesteld waar niet op is ingegaan. Ook in de Vlaamse gemeenten rondom Brussel hebben we vorige week de wanhoopspoging van Maingain gezien om de ‘citoyens de Zaventem’ te kunnen helpen en initiatieven te nemen. Zijn natte droom is een Franstalige bibliotheek in Zaventem oprichten. Dat zijn allemaal dingen die wettelijk niet kunnen. Daarom is het samenwerkingsakkoord een goede zaak.

De Franstaligen hebben nu via de bijzondere wetten de taalgrenzen definitief erkend. Er komt geen wijziging van het statuut van de faciliteitengemeenten. Er komt geen mogelijkheid voor de Franse Gemeenschap om in Vlaanderen actief te zijn en aan cultuurpromotie te doen. Alle voorwaarden zijn vervuld. Er komt ook geen minderhedenverdrag; dat moet niet worden geratificeerd. Ik maak die discussie al twintig jaar mee. Al die voorwaarden zijn niet vervuld.

U kunt misschien nog iets opvissen in de begroting van de Communauté française over een school in Voeren en dat als alibi gebruiken om dat positief akkoord niet te sluiten. Ik sluit me aan bij wat de heer Caron heeft gezegd, namelijk het feit dat we nu een samenwerkingsakkoord hebben tussen de twee gemeenschappen met respect voor de culturele eigenheid, is het afsluiten van een jarenlange vete en ambitie van de Franse Gemeenschap om in Vlaanderen actief te zijn. Die deuren zijn nu allemaal waterdicht gesloten, mijnheer Van Hauthem. Dit akkoord is daar de bezegeling van.

De voorzitter

De heer Van Eyken heeft het woord.

De heer Christian Van Eyken

Voorzitter, minister, collega’s, er is al iets belangrijks gezegd, namelijk dat men moet afstappen van de idee dat de Franse cultuur een bedreiging zou vormen voor de Vlaamse cultuur. De twee culturen naast elkaar zijn een verrijking, en niet het tegenovergestelde.

Ik heb echter wel een vraag over de praktische uitvoering van het akkoord. Zoals u weet, zijn er in de Rand een aantal Franstalige verenigingen. In de Rand leven een aantal Franstaligen die initiatief willen nemen op cultureel vlak, bijvoorbeeld in toneelverenigingen. Dit akkoord zal iets opbrengen voor deze verenigingen.

Ik geef een ander voorbeeld. Een paar jaar geleden was er de cyclus ‘Ontdek de wereld’, maar dan in het Frans, namelijk ‘Exploration du monde’, rechts en links en zonder subsidies. Tegen dat initiatief dat werd genomen in de Vlaamse Rand, of ergens anders, werd opgetreden door bepaalde groeperingen en splinterbewegingen. Het gevolg was dat die organisaties, die dus geen subsidies van de overheid krijgen, zich niet langer durfden te organiseren in de Rand.

Ik heb het nu niet over financiële steun, maar gewoon over de mogelijkheid tot een cultureel leven in de faciliteitengemeenten en de andere gemeenten in Vlaanderen waar de wil bestaat van Franstaligen om zich te verenigen en zich cultureel te uiten.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, dames en heren, ik dank iedereen die positief heeft gereageerd op dit samenwerkingsakkoord met de Franse Gemeenschap. Het is inderdaad zo dat we culturele akkoorden sluiten met heel veel landen in de wereld, zelfs met China – en dat is heel ver weg –, maar tot op heden was dit met onze directe buren, de Franse Gemeenschap, nog niet gelukt.

De bedoeling van het akkoord is dat we samenwerken. We zullen ook een samenwerkingsplatform oprichten. Dus, mijnheer Caron, u zegt dat we een aantal ambtenaren moeten aanduiden die kunnen faciliteren, maar er is het platform waar uit beide gemeenschappen mensen, ook experts van de administratie en kunstenaars, samen zullen zitten en bekijken waar er opportuniteiten zijn. Het is ook de bedoeling dat we, indien dat nodig zou zijn, gezamenlijke standpunten kunnen innemen, bijvoorbeeld ten aanzien van de federale overheid – dit werd al aangehaald door de heer De Gucht – of ten aanzien van bijvoorbeeld de Europese Commissie. Ook als er externe activiteiten zijn, zoals het Festival van Avignon, zou het kunnen dat we meer gaan samenwerken. Dit zijn allemaal opportuniteiten die voortvloeien uit het cultureel samenwerkingsakkoord.

Het is natuurlijk ook de bedoeling dat er van onderuit initiatieven groeien. Het is niet zo dat dit akkoord ertoe zal leiden dat van bovenaf een aantal initiatieven worden genomen en worden opgedrongen aan het veld. We zien trouwens dat er in Brussel al heel veel dergelijke initiatieven zijn. Als het kader er is, zal het ons ook toelaten om er meer ruchtbaarheid aan te geven en om samen te werken zodat we ook weten wat er allemaal ontstaat in het veld.

Onlangs had ik samen met een aantal kunstenaars uit de Franse Gemeenschap en uit Vlaanderen een debat in aanwezigheid van en op vraag van de koning en de koningin, over de uitwerking van dit cultureel samenwerkingsakkoord. Toen bleek dat onze Vlaamse kunstorganisaties en kunstenaars echt wel heel sterk vragende partij zijn voor dit akkoord. En waarom? Ze zeggen dat ze op heel veel vlakken nu geen toegang hebben tot de Franse Gemeenschap. Ze weten niet wat daar gebeurt. Als bijvoorbeeld Judith Vanistendael een stripverhaal uitbrengt, is dat niet geweten over de taalgrens. Het zou nochtans een opportuniteit zijn als een vertaling van haar boek ook daar meer bekend wordt gemaakt en wordt gecommercialiseerd. Dit is maar één voorbeeld om aan te tonen dat het veld absoluut vragende partij is.

Wil dit nu zeggen dat we schrik moeten hebben en dat we het territorialiteitsbeginsel verlaten? Neen, ik herhaal het nogmaals, het zit absoluut verankerd in het akkoord zelf. Niet alleen in de aanhef, mijnheer Van Hauthem, wordt verwezen naar de bijzondere wet en de Grondwet, ook in het akkoord zelf, in artikel 2, paragraaf 7, staat heel uitdrukkelijk dat niemand een initiatief kan nemen zonder dat er sprake is van een akkoord of een samenwerking.

We zullen dus nooit het territorialiteitsbeginsel verlaten. Ik denk dat de heer Van Rompuy ook heel duidelijk heeft aangegeven dat er intussen een nieuwe tijdsgeest is, dat de zaken wat gerijpt zijn en dat men in de Franse Gemeenschap ook gevoeld heeft dat het geen zin heeft om daarop door te gaan, maar dat er wel kansen zijn om samen te werken en elkaar op die manier te versterken. Dat is de bedoeling van dit cultureel samenwerkingsakkoord. Er wordt al jaren over gepraat en het zit al jaren vast. Het is een belangrijke doorbraak dat wij vandaag dit samenwerkingsakkoord kunnen voorleggen en dat we nadien kunnen overgaan tot de concrete uitvoering.  

De heer Joris Van Hauthem

Minister, we moeten de dingen niet vermengen. Natuurlijk is culturele uitwisseling nuttig en nodig. Waarom niet? Wat is daar fout aan? Dat is het punt niet. U zegt dat het territorialiteitsprincipe niet alleen in de aanhef staat, maar ook in artikel 2 enzovoort. Ik confronteer u, heel bescheiden, met de praktijk van de Franse Gemeenschap die 700.000 euro investeert in een Franstalig cultureel centrum in Voeren. Dat heeft niets meer te maken met culturele uitwisseling op welk vlak dan ook – wat op zich uiteraard goed is –, maar dit is de praktijk. Er is dus een verschil tussen de theorie en de praktijk.

De heer Christian Van Eyken

Minister, ik heb uw antwoord goed beluisterd, maar ik heb geen antwoord gehoord op de vraag over de concrete uitvoering van dat akkoord. Wat met de Franstalige verenigingen in de Rand en in de faciliteitengemeenten? Wat zal er met die verenigingen gebeuren? U zegt: keur eerst het samenwerkingsakkoord goed en dan volgt de concrete uitvoering. Dat is een beetje een kat in een zak kopen. Welke richting gaat men uit? Bestaat er hoop voor deze Franstalige verenigingen in de Rand?

Minister, welke termijn plant u om na te gaan hoe we kunnen samenwerken en samen naar de Federale Regering te gaan om te praten over een fiscaal kader? Ziet u hier middelen tegenover staan? Welke middelen ziet u  in de toekomst? 

De heer Eric Van Rompuy

Mijnheer Van Eyken, zult u het samenwerkingsakkoord goedkeuren of niet? (Opmerkingen van de heer Christian Van Eyken)

Het antwoord van de minister is duidelijk. ‘Les citoyens de Zaventem’ zullen geen subsidie mogen krijgen van de Franse Gemeenschap, noch van de gemeente Sint-Lambrechts-Woluwe. Ik denk dat dat duidelijk is na dit akkoord. Mijnheer Van Eyken, gaat u het goedkeuren? U en het FDF vragen al jarenlang om zo’n samenwerkingsakkoord. Zult u het goedkeuren of blijft u op de lijn zitten dat als er niets in staat voor de minderheden of over het bijkomend initiatiefrecht van de Franse Gemeenschap in Vlaanderen, u het niet goedkeurt? Wat is uw standpunt? Er is hier maar één Franstalige. We hebben jarenlang de pleidooien gehoord en het verwijt dat wij het akkoord tegenhielden. De splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde is geregeld en ligt in bijzondere wetten vast. Zal Christian Van Eyken het samenwerkingsakkoord goedkeuren of niet?   

De heer Christian Van Eyken

Ik zal er heel vlug op antwoorden, mijnheer Van Rompuy. Ik heb een concrete vraag gesteld. Iedereen weet dat er een Franstalig cultureel leven in de Rand is. Wat zal dat akkoord veranderen? Zal men alles blijven doen om deze verenigingen monddood te maken of is er een opportuniteit voor die verenigingen om zich op een deftige en evenwaardige manier te kunnen ontplooien?

Dat is normaal. Als Franstaligen, een minderheid in sommige gemeenten, een toneelvereniging oprichten, mogen zij ook toegang krijgen tot de infrastructuur van hun gemeente.

De heer Matthias Diependaele

Zoals de heer Van Rompuy heeft aangehaald, is er nog altijd zoiets als een grondwet in dit land. Die gaat uit van het territorialiteitsprincipe. Dit samenwerkingsakkoord eerbiedigt dat ook en vraagt om dat te laten eerbiedigen. Het antwoord op uw vraag, mijnheer Van Eyken, is zeer duidelijk ‘neen’.

Belangrijker misschien is dat die vraag op zich aangeeft dat er nog altijd een zeer grondige verwarring is. Splitsing van BHV of niet, de intenties van Franstaligen en Vlamingen daarover zijn nog altijd uiteenlopend. Het is jammer dat er op geen enkel gebied ook maar enige sprake is van vooruitgang naar communautaire pacificatie. We hebben hier de voorbije weken nog enkele van die dossiers gehad, die is er niet. Dat is zeer jammer om vast te stellen. Het valt zeer duidelijk af te leiden ook uit uw vraag.

Mijnheer Van Eyken, u hebt duidelijk niet goed geluisterd. Ik heb heel uitdrukkelijk verwezen naar de Grondwet en de bijzondere wet. Ik heb gezegd dat er niet wordt geraakt aan het territorialiteitsbeginsel. Dat is een duidelijk antwoord op uw vraag. Ik wil het nog een aantal keer herhalen als u het nog niet goed begrepen hebt. Nogmaals: wij raken niet aan het territorialiteitsbeginsel en wij wijzigen met dit akkoord ook absoluut niets aan de Grondwet of de bijzondere wet.

Mijnheer De Gucht, u vraagt waar de budgetten zijn. Ik heb daarop natuurlijk al heel uitvoerig geantwoord in de commissie. Het is zo dat in die budgetten voorzien wordt in het internationale cultuurbeleid en ook in het Kunstendecreet. De bedoeling is dat, als er initiatieven komen, er aanvragen komen in het Kunstendecreet op basis van het internationale cultuurbeleid. Er is geen apart potje voor, maar het hoort absoluut daarin thuis.

Als u vraagt wanneer dat concreet zal gebeuren en wanneer we naar de federale overheid stappen, weet u dat er verkiezingen zijn op 25 mei 2014. Het is belangrijk dat we ervoor zorgen dat we in de loop van 2014 ook kijken waar we elkaar kunnen vinden en gezamenlijke standpunten kunnen innemen. Het is niet zo dat wij hebben gewacht op dit akkoord en de instemming in het parlement om gesprekken te hebben. We hebben natuurlijk nog geen beslissingen genomen, maar onder andere in verband met de culturele hoofdstad Mons wordt er al gewerkt en staan er al initiatieven op stapel. De concrete uitvoering zal heel snel volgen op het terrein. Dank u wel. 

Minister, ik ben ervan overtuigd dat iedereen zich hier heel bewust is van het feit dat het op 25 mei 2014 verkiezingen zijn. Maar ik ben er niet van overtuigd dat dat betekent dat we vandaag moeten stoppen met acties ondernemen, aangezien het nog tot dan de bedoeling is dat dit parlement en deze regering werken. Mijn vraag is heel eenvoudig: bent u van plan om de komende weken een afspraak te maken met uw Franstalige collega om een kader uit te werken, dat men dan gaat voorleggen tijdens deze of de volgende legislatuur? Het gaat erom of u een kader wilt maken dat het mogelijk maakt om fiscale regelingen te treffen, die het mogelijk maken om naast subsidies – ik zeg naast subsidies, niet in plaats van – verenigingen te versterken, zeker in het licht van de discussie die we eerder vandaag hebben gehad.

Mijnheer De Gucht, u weet dat er al verschillende gesprekken zijn geweest. Dat heb ik al een aantal keer gezegd naar aanleiding van actuele vragen en debatten in de commissie. We moeten de realiteit onder ogen zien. Vaak hebben we gezamenlijke standpunten ten aanzien van een aantal fiscale vragen, tax shelter en dergelijke. Maar als ik daarnet verwees naar de verkiezingen van 25 mei 2014, weet u natuurlijk dat de begrotingsbesprekingen ook federaal zo goed als afgerond zijn en dat het geen zin heeft om nu nog rap-rap iets te proberen wijzigen. Waar men kan, zal men dat ook wel doen. Wij stellen dat niet zomaar uit om uit te stellen, maar we moeten wel realistisch zijn. Een aantal fundamentele zaken zullen wellicht worden afgesproken in een volgend regeerakkoord op alle niveaus, zowel Vlaams als federaal en ook in de Franse Gemeenschap. Daar moeten we absoluut rekening mee houden en een en ander goed voorbereiden.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2012-13, nr. 2154/1)

– De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.