U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, minister, geachte leden, gisteren werden de resultaten van het Programme for International Student Assessment (PISA) bekendgemaakt. Vlaanderen doet het nog steeds niet zo slecht, maar gaat er toch wel aanzienlijk op achteruit. We gaan erop achteruit als het gaat over toppresteerders: in 2003 hadden we nog 34,3 procent toppresteerders, in 2012 was dat nog 25 procent. Als het gaat over leerlingen die het basisniveau niet halen, gaan we van 11 naar 15,6 procent. We hebben dus twee grote problemen: een kwaliteitsverlies in ons onderwijs en het niet halen van een basisniveau, met in veel gevallen een ongekwalificeerde uitstroom. Dat wisten we.

U had daar een aantal oplossingen voor. Bij het begin van de legislatuur – want die problemen zijn al een tijdje bekend – kondigde u drie grote werven aan: de hervorming van het secundair onderwijs, het lerarenloopbaanpact en het decreet inzake de schaalvergroting. Van geen van die werven is iets in huis gekomen. Dat weten we ondertussen al. Voor de hervorming is er een vaag masterplan, maar zijn er eigenlijk geen concrete engagementen. Voor het lerarenloopbaanpact zijn er geen voorstellen. Dat is gesneuveld. Onlangs hebben we dan ook geleerd dat het decreet met betrekking tot de schaalvergroting er niet komt. Het katholiek onderwijs zegt in feite geen decreten van u nodig te hebben: zij zullen hun ding wel doen, zeggen ze. Ze zullen in richtingen snoeien en alles wat reorganiseren. Ook met de schaalvergrotingen doen ze voort zonder dat daar decreten voor nodig zijn.

Minister, dat is goed. U kunt zeggen: “Eén visie is knap werk.” Minister Van den Bossche twitterde dat ook: “Knap van het katholiek onderwijs”. Maar wat met de rest van het onderwijs? Goed dat één net het voortouw neemt, maar hoe zit het met het stedelijk onderwijs, het gemeenschapsonderwijs, de kleine onderwijsverstrekkers? Is daar geen hervorming nodig? Wat gaat u daarvoor doen?

De voorzitter

De heer Bouckaert heeft het woord.

De heer Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, ik zal een kortere aanloop nemen dan onze jonge groene kracht hier.

Minister, het is toch blijkbaar uw beste tijd niet. Dat moet gezegd worden. Geen akkoord over het loopbaanpact, geen decreet voor de scholengroepen. Onlangs zei de onderwijssector niet klaar te zijn voor de uitvoering van het decreet over de specifieke leerbehoeften en dat dat opnieuw met een jaartje moet worden uitgesteld. Dan zien we ook dat de voetbalstadions in uw geliefde Brazilië beginnen in te storten. (Gelach. Opmerkingen)

Dat is uw schuld niet. Ik heb gezegd dat het uw beste tijd niet is. (Opmerkingen van minister Pascal Smet)

Minister, u moet goed luisteren. Ik zeg dat het uw beste tijd niet is, ik zeg niet dat alles uw schuld is. Ik probeer objectief te zijn. U zoekt toch wel een beetje een doekje voor het bloeden in verband met het falen bij het realiseren van de grote scholengroepen. De communicatie van uw kabinet is te herleiden tot het volgende: “Minister Mieke Van Hecke doet haar job. Zij realiseert de schaalvergroting in het katholiek onderwijs, dat is in 60 tot 75 procent van onze scholen. Waarom moeten wij nog ‘bougeren’, het werk wordt gedaan door iemand anders.”

Minister, we hebben de indruk dat u zich wegsteekt achter de operatie die bezig is in het katholiek onderwijs om te verdoezelen dat u te laat in de legislatuur bent begonnen met uw project van grote scholengroepen en dat u daardoor geen draagvlak hebt kunnen creëren. Minister, in uw antwoord kunt u die indruk wegnemen.

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Friedl’ Lesage zei in een interview in De Morgen: “Perceptie is belangrijker dan waarheid, en dat stoort me enorm.” Ik ben het volmondig met haar eens. Het feit dat u die vragen stelt, toont aan dat u ook graag aan perceptie doet. We hebben deze onderwerpen al twee keer in de commissie besproken. We zullen dat morgen opnieuw doen. Ik ben blij dat u die vragen opnieuw stelt, maar dan moet u ook blijven om de antwoorden te horen. Dat gaat toch voor één van u op. Ik ben heel blij dat u die vragen opnieuw stelt.

Mevrouw Meuleman, wat betreft de hervorming van het secundair onderwijs raad ik u aan de kranten van vandaag eens goed te lezen. Ik hoor alle coalitiepartners – CD&V, de N-VA en, uiteraard, mijn partij – zeggen dat zij het masterplan voluit zullen uitvoeren. Het masterplan voor de hervorming van het secundair onderwijs bevat structurele en inhoudelijke maatregelen. Ik ben op dit moment de ronde aan het doen. Ik heb 2750 schooldirecteurs gezien. Ik ben nu bezig met de leerkrachten. In tegenstelling tot wat u hier vaak komt orakelen, blijkt dat zij wel mee zijn. Natuurlijk zijn er bezorgdheden, natuurlijk stelt men zich vragen. Maar men doet het wel in een positieve, constructieve sfeer. Daar zou u trouwens nog iets van kunnen leren. De bedoeling is vooruit te gaan met het onderwijs.

Wij hebben nooit gezegd dat er een decreet over het loopbaanpact zou komen. We hebben gezegd dat wij ons uiterste best zouden doen om tot een pact te komen. Ik kan dat niet garanderen. Het moet dan de komende tien jaar worden uitgevoerd. Lees er de Handelingen op na: dat hebben we gezegd.

Het klopt dat er meer tijd nodig is voor het globale, brede loopbaanpact, dat de geesten daar nog niet voldoende gerijpt zijn. Er is een rijping, de zaadjes zijn geplant. Dat zal verder gaan.

Toen ik minister werd, had het katholiek onderwijs geen zin in schaalvergroting. Ik heb daarover de afgelopen maanden en jaren achter de schermen met heel veel mensen gepraat. Ook met de mensen die dichter bij God staan dan anderen heb ik gepraat over hoe het katholiek onderwijs kan worden georganiseerd. (Gelach. Opmerkingen van mevrouw Veerle Heeren)

Dat is toch zo? Die staan toch dichter bij God dan ik, veronderstel ik? En zelfs dan u, mevrouw Heeren. Er zijn er die dichter bij God staan dan in dit parlement.

Ik ben bij die mensen geweest om hen te overtuigen van de noodzaak om tot een schaalvergroting te komen.

U geeft zelf aan dat het katholiek onderwijs 65 tot 70 procent heeft van ons onderwijsgebeuren en daar stelt zich juist het probleem van de schaalvergroting, omdat er daar negenhonderd inrichtende machten zijn, er enorm veel versnippering is en je dus tot een schaalvergroting moet komen. Er is zoiets als vrijheid van onderwijs en vrijheid van vereniging. Natuurlijk ben ik zeer blij dat ze het zullen doen, want we hebben dat parcours voor een groot stuk samen afgelegd, niet voor uw deur, maar achter de schermen hebben we er de afgelopen jaren hard aan gewerkt. Die doelstelling is gerealiseerd. Een decreet bleek uiteindelijk niet nodig.

Het gemeenschapsonderwijs heeft eigenlijk al een schaalvergroting, want die zitten al in scholengroepen. De steden hebben het ook, want die zijn voldoende groot. Gemeenten hebben het niet, maar kunnen het al doen als ze willen, want – ik weet niet of u dat weet – de Intergemeentelijke Onderwijsvereniging (IGOV) bestaat vandaag als juridisch concept. Het probleem stelt zich vooral in het vrij onderwijs.

Het klopt dat er voor het tweede deel, namelijk de gevolgen die we aan de schaalvergroting wilden koppelen en die voor een groot stuk een uitvoering van het loopbaanpact waren, dat moet u goed lezen, onvoldoende draagvlak is op dit moment bij de vakbonden en andere stakeholders. Dat blijkt ook uit het Vlor-advies, waarin wordt gevraagd om meer tijd te nemen.

Ik leg u nogmaals uit, mevrouw Meuleman, waarom we hebben beslist om dat tweede deel niet door te drukken. Het tweede deel van het decreet zou sowieso ten vroegste pas in 2018 in werking kunnen treden, omdat het vrij onderwijs drie jaar nodig heeft om de schaalvergroting te kunnen realiseren. Ik vind dus dat het een daad is van goed bestuur om nu de tijd te nemen om een draagvlak te creëren. Ik weet dat u en sommige anderen aan decreetfetisjisme lijden en dat u kickt op de vraag of u er een streepje bij kunt zetten als een minister heeft gezegd dat er een decreet nodig is. (Opmerkingen)

Dat is simplisme. Ik dacht dat de tijden al waren geëvolueerd en dat iedereen al doorheeft dat het niet zo is dat, omdat iets geregeld is in een decreet, het daarom moet bestaan. Er kunnen ook dingen zonder decreet bestaan. Voor mij telt de doelstelling en de doelstelling van de schaalvergroting is bereikt. Daar ben ik heel blij mee. Voor het tweede deel is meer tijd nodig. Laat ons die tijd geven. Die zal er ook komen. Ik wil er met u over wedden dat ik binnen vijf jaar gelijk ga krijgen. Trouwens, als u vandaag de krant leest over de hervorming van het secundair onderwijs, is het probleem dat je soms te vroeg gelijk kunt hebben.

Minister, wij hadden deze middag de Verenigde Verenigingen op bezoek. Het ging over inspraak en participatie. Eerst moet je zo veel mogelijk het middenveld en het werkveld beluisteren en dan uiteindelijk heb je het primaat van de politiek. Dat wil zeggen dat de politiek de knopen doorhakt en de beslissingen neemt. Ik heb de indruk dat het omgekeerde gebeurt. Het onderwijs komt af en toe luisteren wat u wilt en wat u te zeggen hebt en daarna is er het primaat van Mieke Van Hecke, die uiteindelijk de beslissingen neemt. Zo heeft dat vier jaar gewerkt. Wat u uiteindelijk hebt gerealiseerd, is niet echt dankzij maar eerder ondanks u gebeurd, heb ik soms de indruk.

Minister, in verband met de hervorming van het secundair onderwijs, het masterplan en de matrix die u voorlegt, heb ik een concrete vraag. Ik lees in de krant vandaag dat het katholiek onderwijs een aantal dingen zal uitvoeren, onder andere de vijf studiegebieden. Maar als het gaat over de matrix, hebben zij plots vier finaliteiten in plaats van drie:  voorbereiding op hoger onderwijs, voorbereiding op professioneel hoger onderwijs, voorbereiding hbo5 en voorbereiding arbeidsmarktbeleid. In uw matrix waren er twee: doorstroom, arbeidsmarktbeleid en dan beide.

Zij doen waar ze zin in hebben, minister. Ze beluisteren u wel, kijken wat u vindt en wat u te zeggen hebt, maar dan voeren ze het uit zoals zij dat willen. De vrijheid van onderwijs is essentieel. De pedagogische vrijheid is inderdaad zeer belangrijk. Maar we mogen het debat er wel eens over voeren. U mag toch zo ambitieus zijn om een aantal dingen te willen doorvoeren voor het hele Vlaamse onderwijs, want daarvoor bent u toch minister. Of begrijp ik dat verkeerd?

De heer Boudewijn Bouckaert

Mocht ik op een stoel zitten, ik zou eraf vallen. De term ‘decreetfetisjisme’ is merkwaardig. Ik dacht dat wij hier verkozen waren om decreten te maken, minister. Als u het parlement zou verwijten dat het decreten maakt, dan vind ik dat toch een heel rare visie.

We moeten toch ernstig blijven, minister. Uw plan, uw nota over de scholengroepen is vrij ambitieus en er zitten goede ideeën in – ik schiet dus niet alles af –, maar er staan toch ook dingen in zoals een incentivebeleid. Alle middelen gaan nu naar de scholengemeenschappen en stukken van de subsidiëring van het vrij onderwijs zouden allemaal in die zak worden gestoken om een incentivebeleid uit te werken. Daarvoor is er volgens mij toch een decretale regeling nodig. Maar wat zien we? In het katholiek onderwijs, 75 procent van het secundair onderwijs en 60 procent van het lager onderwijs, hebben ze dat incentivebeleid blijkbaar niet nodig. Wie houdt hier wie voor de gek?

Een ander voorbeeld. De overheid bepaalt het minimumkader en de competentieprofielen voor de directie, voor de besturen in de scholengroepen. Daar zal toch een decretale regeling voor nodig zijn? In het katholiek onderwijs is dat blijkbaar niet nodig.

Van twee dingen één. Ofwel is dat allemaal niet nodig. Mij goed, laat het katholiek onderwijs de zaken dan maar onderling regelen, maar dan had u die nota ook niet met veel bombarie moeten voorstellen. Zeg dan dat elke scholengroep haar plan trekt om haar eigen ‘economics of scale’ te realiseren. 

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

De heer Jos De Meyer

Voorzitter, ik heb destijds in de catechismus geleerd: “God is overal, in de hemel en op aarde, op alle plaatsen.” Ik begrijp dat de minister van Onderwijs er graag zou aan toevoegen: “in de toekomst ook in het Vlaams Parlement”.

In alle ernst, collega’s, ik zal me beperken tot het thema dat werd aangekondigd in de titel, namelijk schaalvergroting. We hebben reeds meermaals gezegd dat bestuurlijke schaalvergroting op termijn hoe dan ook noodzakelijk is. Ik heb ook met belangstelling het advies gelezen van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO), dat wij nu gekregen hebben en dat morgen zal worden besproken, waarin staat: “niet in snel tempo dergelijk ingrijpend decreet afhandelen. Ook kijken wat de consequenties zijn voor andere dossiers, want tot vandaag zijn die onvoldoende doordacht”. Met andere woorden, minister, de timing voor concrete modaliteiten, leerlingenaantallen en consequenties vergen hoe dan ook meer overleg indien u wenst te komen tot een werkbaar decreet.

Niets belet dat schoolbesturen inderdaad vrijwillig afspraken maken, maar dan is mijn vraag, in tegenstelling tot die van de heer Bouckaert, of het niet wenselijk is dat daarvoor in stimuli wordt voorzien en dat minstens een aantal artikelen die tot nu toe averechts werkten, worden bijgestuurd. 

De voorzitter

Mevrouw Vanderpoorten heeft het woord.

Mevrouw Marleen Vanderpoorten

Voorzitter, minister, collega’s, ik heb het al gezegd, vorige week nog in de commissie, maar ik wil het toch graag nog eens herhalen: dat u in het begin van de legislatuur had aangekondigd dat er een groot decreet over de scholengemeenschappen zou komen. Er is dan een minidecreetje geweest, van het maxidecreet hebben we niets meer gehoord. Nochtans zei iedereen dat de versterking van de schoolgemeenschappen heel belangrijk was, niet het minst voor de professionalisering van die besturen en van de leraren.

Op 23 oktober – dat is nog niet zo lang geleden – hebt u hier in deze plenaire vergadering nog eens gezegd dat het decreet over de schaalvergroting vooral in het voordeel zou zijn van het lerarenberoep. Dat is dus nog niet zo lang geleden.

Intussen – we zijn nu vijf weken verder – is dat decreet, dat positief zou zijn voor de leraren en waar iedereen wel op zit te wachten, gewoon van tafel geveegd. U hebt het geweer duidelijk van schouder veranderd. In plaats van de regionaal verankerde scholengemeenschappen, waar iedereen op het veld voor pleit, gaat u nu naar Vlaanderen-brede scholengroepen die in het voordeel zijn van één koepel.

Ik zou graag van u het antwoord vernemen op de vraag die u vorige week niet wilde beantwoorden: waarom bent u in hemelsnaam van idee veranderd?

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

De heer Wim Van Dijck

Voorzitter, dat de schaalvergroting in het onderwijs niet meer goedgekeurd geraakt tijdens deze legislatuur, dat vinden wij eerlijk gezegd geen slechte zaak. Dat is ook niet nieuw, want de plannen van de minister waren in onze ogen veel te ver doorgedreven, op het megalomane af. Ze zouden in elk geval het lokaal gebonden onderwijs in grote problemen hebben gebracht. In Nederland is een dergelijke operatie trouwens faliekant mislukt, daar komt men er nu van terug.

Het katholiek onderwijs werkt op eigen houtje aan schaalvergroting. Gezien de vrijheid van onderwijs is dat geen probleem. Onze kritiek blijft wel overeind: wij vrezen dat wat men aan bestuurskracht eventueel wint, niet zal opwegen tegen de nadelen van een doorgedreven centralisering en verlies aan autonomie van de scholen.

De voorzitter

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Mevrouw Kathleen Deckx

Voorzitter, minister, collega's, mevrouw Meuleman heeft hier opgesomd wat er allemaal tijdens deze legislatuur moest worden gerealiseerd. Heel wat partijen en mensen van het onderwijsveld waren aanvankelijk tegenstanders van de hervorming, maar de PISA-resultaten – PISA staat voor Programme for International Student Assessment – tonen aan dat vandaag iedereen voor de hervorming is.

Delen van het masterplan kunnen eenvoudigweg worden uitgevoerd, zonder dat dit per decreet wordt geregeld. Ik stel ook vast dat in punt 8 van het advies van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) staat dat men de overdracht naar de volgende legislatuur moet borgen. Men schrijft dat men moet inventariseren over welke punten nog overeenstemming moet worden bereikt, maar vooral ook dat men de geboekte vooruitgang moet borgen. Er staat ook een zin in die heel veel zegt over de betekenis van deze legislatuur: “Het zou jammer zijn dat de bestaande dynamiek voor een aantal dossiers wordt stopgezet op het einde van de legislatuur.” Dit toont aan dat de onderwijstanker, die van nature moeilijk te keren is, toch in beweging is gekomen. En dat is de verdienste van deze minister van Onderwijs en van de commissie.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, als wij spreken over schaalvergroting, het decreet en de rol van het katholiek onderwijs, dan mogen wij nooit vergeten dat wij werken in de context van de vrijheid van onderwijs. Iedereen heeft het recht om onderwijs in te richten. Vanuit die optiek ben ik blij dat er maatregelen worden genomen die op het terrein worden geconcretiseerd. Laat ons nooit vergeten dat het steeds gaat over bestuurlijke schaalvergroting wanneer wij het over schaalvergroting hebben. De kracht van ons onderwijs schuilt in de individuele scholen, met hun aangepaste aanpak.

De schaalvergroting wordt doorkruist door ontwikkelingen in een sector waar wij decretaal wél meer initiatieven kunnen nemen: de sector van het officieel onderwijs. In het officieel onderwijs is een werkgroep opgestart. Dat is hier nog niet aan bod gekomen. Dat moet mee in rekening worden gebracht, wanneer wij uiteindelijk besluiten willen nemen over het tijdspad dat u voor ogen hebt.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, collega's, vooreerst wil ik tot mevrouw Meuleman zeggen dat ook ik het belangrijk vind om te luisteren naar de Verenigde Verenigingen en het middenveld. Maar uiteindelijk moet de politiek beslissen, want het primaat van de politiek geldt. In mijn allereerste beleidsbrief heb ik duidelijk geschreven dat wij “samen school maken”.

De afgelopen jaren heb ik heel veel overlegd. Dikwijls gebeurde dat achter de schermen, soms noodgedwongen, want er wordt soms iets gelekt. Zo is de nota over het Loopbaanpact gelekt, en niet door mij, voor alle duidelijkheid. Af en toe was ik gedwongen om publiek te gaan. Ik heb ondertussen als zelfverklaarde expert al wel ontdekt dat er in de onderwijswereld nogal wat verdeeldheid bestaat. Dat is geen homogeen blok, waar iedereen hetzelfde denkt. Zelfs in organisaties, vakbonden, partijen  en scholen bestaat die verdeeldheid. Er zijn meningsverschillen over waar het met het onderwijs naartoe moet. Er is dus overleg nodig, want wij mogen niet experimenteren met kinderen.

De besluitvormingsprocessen zijn in het onderwijs gecompliceerd: alles moet via decreten gebeuren, en alles moet drie keer worden overlegd. En er moet goed worden nagedacht of wij in de toekomst dat model moeten handhaven. Dat neemt sowieso veel tijd in beslag.

Dat hebben we gedaan. Politici moeten af en toe hun verantwoordelijkheid nemen. We hebben dat de afgelopen legislatuur ook gedaan. Ik zal even een voorbeeld geven. Wat de omkadering van het basisonderwijs betreft, stond ook niet iedereen te juichen om wat we hebben gedaan. Nu zijn ze er allemaal blij mee.

Dossiers moeten worden voorbereid. Zodra ik zie dat de tijd rijp is om iets, zelfs tegen de wil van een aantal mensen in, door te drukken, moet ik dat ook doen. Dat hebben we ook gedaan. Ik heb als voorbeeld een dossier aangehaald. Wat de schaalvergroting betreft, stel ik echter vast dat de tijd nog niet rijp is om nu al door te drukken. We hebben hiervoor meer tijd nodig. De geesten zijn nog niet gerijpt. Dat is de reden waarom ik nog niets heb doorgedrukt. Het gaat me er niet om dat ik dan een streepje minder heb en mevrouw Meuleman kan zeggen dat ik een decreet niet heb uitgevoerd. De reden is doodeenvoudig dat het decreet pas in 2018 in werking zou kunnen treden.

Mevrouw Meuleman, u moet me eens uitleggen waarom ik dit vandaag, terwijl ik merk dat het rijpingsproces onvoldoende tot een uitkristallisering heeft geleid, zou moeten doordrukken.

De heer Van Dijck heeft gelijk. Er is een belangrijk feit opgedoken. In vele fracties leeft nu de idee om aan officiële zijde een publiek net uit te werken. Dat zat vier jaar geleden niet in de hoofden van de mensen.

Ik heb hiervoor een commissie met vier leden aangesteld. Die mensen staan trouwens achter het decreet. Zij hebben me gevraagd beter niet voor de winst op korte termijn te kiezen om vervolgens op lange termijn meer te verliezen. Dat volstaat niet. Ze hebben nog niet genoeg tijd gehad om dit uit te werken. Het gaat om een nieuw gegeven. Ze willen nog een paar maanden tijd om dit uit te werken.

Het is de bedoeling dat de commissie nog tegen het einde van deze legislatuur met een rapport komt. Ik hoop dat dit zal lukken. Indien niet, zal het voor het begin van de volgende legislatuur zijn. Dit betekent dat bij de aanvang van de volgende legislatuur met kennis van zaken de juiste beslissingen kunnen worden genomen.

Mevrouw Meuleman, als we een bilan maken, zult u merken wat de afgelopen legislatuur allemaal is gebeurd. U hebt er zelf allusie op gemaakt. Eigenlijk is dit, zeker in vergelijking met andere legislaturen, vrij indrukwekkend. Dat zal uit de objectieve feiten blijken. Ik maak me in dat verband geen zorgen. Mevrouw Deckx heeft gelijk. Er is in de loop van deze legislatuur veel in gang gezet. Er zijn veel stenen gelegd.

Tijdens de volgende legislatuur zal veel worden geoogst wat wij nu hebben gezaaid. Ik werk niet enkel op korte termijn. Ik neem aan dat u ook tot de politici behoort die op lange termijn willen werken. Met betrekking tot het onderwijs slaat de lange termijn niet op vijf jaar, maar op tien jaar of vijftien jaar.

Wat de hervorming van het secundair onderwijs betreft, is het draaiboek bijna klaar. Daarin staat hoe de volledige uitrol van het masterplan moet worden uitgewerkt. Ik heb dat in de commissie toegelicht. We werken de matrix momenteel volop uit.

Wat het katholiek onderwijs wil doen, wist ik al. Ik wist dat zelfs al een jaar. Ik val niet uit de lucht als ik iets in de krant lees. Het katholiek onderwijs wil zelf initiatieven nemen om het aantal richtingen te beperken. Deze kleine voorafname is niet in strijd met de uitvoering van de grote matrix. Ik juich dit bovendien toe.

Het katholiek onderwijs heeft het nu over vier finaliteiten. Ik was hiervan al op de hoogte. In feite wordt de derde finaliteit opgesplitst in twee subfinaliteiten, meer bepaald voor het professioneel hoger onderwijs en het academisch hoger onderwijs. Ik heb hierover al vaak met het katholiek onderwijs gepraat. In elk geval is dit niet de essentie van het verhaal. De essentie blijft de arbeidsmarktgerichte doorstroming. In verband met de doorstroming kan eventueel nog een onderscheid worden gemaakt.

Mevrouw Meuleman, de hervorming loopt. U bent zowat de enige die blijft verklaren dat het er allicht niet van zal komen. Zelfs mevrouw Vanderpoorten heeft in de commissie verklaard vol vertrouwen te zijn dat dit zal worden uitgevoerd. U was toen misschien al weg. U kunt het verslag nalezen. (Opmerkingen van mevrouw Marleen Vanderpoorten) 

Mevrouw Vanderpoorten, u hebt misschien al spijt van wat u op een onbewaakt ogenblik hebt gezegd. U hebt het echter wel gezegd. (Opmerkingen van mevrouw Marleen Vanderpoorten)

Mevrouw Vanderpoorten, ik weet dat op dergelijke momenten uw hart en uw overtuiging spreken.

Mevrouw Meuleman, uit alle contacten die met directeurs en leerkrachten heb gehad, leid ik af dat er heel veel bereidheid op het terrein is om hieraan te werken. U zou beter stoppen met die ongerustheid aan te wakkeren. U moet dit ernstig nemen en de mensen bij de uitvoering hiervan betrekken.

Tot slot wil ik nog iets over de schaalvergroting zeggen. Het gaat om een bestuurlijke schaalvergroting. Het is niet de bedoeling mastodontscholen uit te bouwen. Dit valt onder de vrijheid van onderwijs en de vrijheid van vereniging. Ik kan niet verhinderen dat dit naar heel Vlaanderen wordt opengetrokken. Zo eenvoudig is het. Meer uitleg hoef ik daar niet over te geven. Die schaalvergroting komt er. Die doelstelling is bereikt. Soms moet ik verklaren een decreet te zullen maken om bepaalde zaken te kunnen realiseren. Ik heb daarnet al uitgelegd waarom het tweede gedeelte nu niet wordt doorgedrukt. Het zou pas in 2017 of in 2018 in werking treden. Er is nog wat meer tijd nodig. Ik durf te wedden dat het merendeel van wat nu allemaal is gezegd binnen vijf jaar effectief zal zijn gebeurd.

Ik ben heel zen op dat vlak, omdat ik merk dat er in de reële wereld anders wordt gedacht dan in de virtuele wereld waarin sommigen graag vertoeven.

Minister, ik vrees dat we in de reële wereld als resultaat van uw beleid een onderwijs zullen krijgen met twee snelheden. Enerzijds een onderwijskoepel die bezig is met het uitvoeren van schaalvergroting en hervorming, anderzijds een werkgroep die werkt aan één officieel net. Het resultaat zal zijn dat we over vijf jaar twee grote, elkaar beconcurrerende zuilen zullen krijgen in het onderwijs. Dat is geen goede zaak. We moeten net het omgekeerde bewerkstelligen, een minder concurrentieel onderwijslandschap dat samenwerkt en op die manier efficiënter zal zijn. Ik vrees dat we in deze legislatuur op dat vlak een stap achteruit zullen hebben gezet in plaats van een stap vooruit. Dat vind ik een spijtige zaak.

De heer Boudewijn Bouckaert

Minister, ik kom nog even terug op de scholengroepen. U bent met een conceptnota afgekomen voor scholengroepen. U wou hen heel wat taken toeschrijven. Daarvoor waren wel degelijk juridische maatregelen nodig. Er moest een decreet zijn. Nadien bleek dat dit model niet goed paste, ook niet voor de kleine onderwijsverstrekkers. Ook voor het gemeenschapsonderwijs lag het moeilijk, want de scholengroepen voor het gemeenschapsonderwijs moesten een zeer groot gebied omvatten, veel groter dan in het katholiek onderwijs. Voor de leraren betekent dat dat ze veel verder kunnen worden gereaffecteerd. Dat is een ongelijkheid.

Het decreet, waarin veel mankementen zitten, is er niet gekomen. Minister, niemand in deze zaal twijfelt eraan dat u een intelligent man bent, dat u heel veel goede ideeën hebt, dat u zeer gedreven bent, maar een beleidsman ‘has something to fix’. Hij moet uitvoerbare beslissingen doorvoeren, en dat is niet gebeurd. Met heel dat gedoe ben ik beginnen twijfelen aan de sturende kracht van de Vlaamse overheid in het onderwijs.

Als liberaal ben ik geen groot voorstander van grote inmenging in het onderwijs, maar het beetje inmenging dat de overheid heeft, moet ze op zelfstandige basis doen. Ik heb de indruk dat het geen ‘limited government’ is, maar een ‘government by somebody else’. (Applaus bij LDD en Open Vld)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.