U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 20 november 2013, 14.00u

Voorzitter
De voorzitter

Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Mevrouw Sabine Poleyn

Minister, leren doet men niet alleen op de schoolbanken maar ook daarbuiten, in het veld, in een bedrijf, op straat. Steeds meer mensen binnen en buiten het onderwijs zijn daarvan overtuigd. Dat leidt tot een toename van het aantal stages en van wat we vandaag het werkplekleren noemen. Ik sta daar 100 procent achter. We stellen echter vast dat de bedrijven niet altijd nog hun weg vinden in het grote aanbod. Gisteren nog was er een Voka-congres (Vlaams netwerk van ondernemingen) waarbij de voorzitter het had over het grote aantal stelsels en stages. Hij telde wel achttien soorten overeenkomsten. Ik heb informatie waaruit blijkt dat het er veel meer zijn.

Zowel op federaal als op Vlaams niveau worden overheidsinitiatieven genomen. Daarnaast neemt ook de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) initiatieven. Er zijn ook de klassieke stages voor regulier onderwijs, het volwassenenonderwijs enzovoort. Het gaat dus over een heel complex aanbod ten aanzien van de bedrijven.

Minister, het is niet meer zo evident om nog voldoende kwalitatieve en zinvolle stageplaatsen te vinden. Als we de bedrijven ervan willen overtuigen om stageplaatsen aan te bieden, dan moeten we ervoor zorgen dat het aanbod zo overzichtelijk mogelijk is. Een bedrijf moet kunnen kiezen wat het aanbiedt, welke impact dat heeft voor de leerlingen en welke impact dat heeft voor het bedrijf, welke stimulansen er zijn enzovoort.

Minister, zult u nog tijdens deze legislatuur, dus het komende halfjaar, naar buiten kunnen komen met resultaten om het huidige aanbod op Vlaams en op federaal niveau overzichtelijk aan te bieden aan de bedrijven? Daarnaast vraag ik ook een harmonisering van de statuten, wat voor eenvormigheid zou kunnen zorgen.

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Het klopt dat er veel vormen van werkplekleren bestaan. Daarom heb ik samen met minister Muyters een werkgroep harmonisering statuten werkplekleren opgericht. Dat is een ambtelijke werkgroep die al even aan de slag is. Alle betrokkenen zitten daarin.

Eerstdaags krijgen wij de analyse van al die verschillende statuten. Het is behoorlijk ingewikkeld. Nadien bekijken we in welke zin er een harmonisatie kan worden uitgewerkt. U weet wellicht dat we, om dat volledig te kunnen doen, federale bevoegdheden nodig hebben. Die komen in het kader van de zesde staatshervorming naar ons over. We verrichten dus eigenlijk voorbereidend werk om dat te kunnen omzetten. Zodra we die bevoegdheden hebben, is de evaluatie van het leren en werken het best aanwezig, hoewel dat strikt gezien niet nodig is, maar we kunnen er wellicht wat bijkomende informatie uit halen. Dan kunnen we tot een harmonisatie komen.

We hebben niet stilgezeten. U weet dat ik samen met federaal minister van Werk, minister De Coninck, het initiatief heb genomen om de bestaande onderwijsreglementering, maar ook de arbeids- en welzijnsreglementering op elkaar af te stemmen. Daar zijn nieuwe richtlijnen voor uitgevaardigd. Die richtlijnen werden gepubliceerd. Er werd ook een website gecreëerd, werkplekleren.be, waar bedrijven die richtlijnen kunnen terugvinden.

Ik kon gisteren niet deelnemen aan het Voka-congres (Vlaams netwerk van ondernemingen). Ik was wel van plan aanwezig te zijn, maar ik werd op het laatste moment verhinderd. Ik moest de antwoorden op de vele vragen die u gesteld had in het kader van de beleidsbrief Onderwijs nalezen. Ik wist echter wel welke boodschap de voorzitter er zou geven.

We zullen dit jaar met de sectoren en de onderwijsverstrekkers nog een initiatief nemen om het belang van werkplekleren te benadrukken en een methode uit te werken om dat te doen. Maar, mevrouw Poleyn, ik moet daar voorzichtig in zijn. U zult wel weten – u hebt dat traditioneel ook altijd zeer sterk verdedigd – dat de organisatie, het contact tussen bedrijven en scholen traditioneel tot de autonomie van de onderwijsinstellingen worden gerekend. Telkens wanneer we daar een stap zetten, gaan er op bepaalde plaatsen grote knipperlichten branden. We zullen dat dus in overleg doen. Mogelijkerwijze nemen we verder nog een initiatief om heel het bedrijfsleven en het onderwijs nog verder te sensibiliseren met nog wat bijkomende initiatieven.

Ik moet rekening houden met de realiteit en de bevoegdheidsverdelingen. We werken eraan voort. We zullen niet stil blijven zitten.

Mevrouw Sabine Poleyn

Minister, ik ben heel blij dat er een werkgroep harmonisering statuten is. Ik heb echter vernomen dat die misschien niet zo snel tot resultaten zal leiden. Daarom doe ik de suggestie om wel degelijk deze legislatuur werk te maken van het statuut werkplekleren. Er bestaat wel een statuut voor stagiairs, maar niet voor de jongeren die vandaag aan werkplekleren doen. Het is heel positief dat er richtlijnen werden uitgevaardigd, maar die blijken de juridische toets niet te doorstaan. Dat blijkt uit een studie van professor Van Hooydonck. Het zou toch goed zijn op korte termijn initiatieven te nemen in afwachting van de zesde staatshervorming. Ik vind het goed dat er voorbereidend werk gebeurt.

De voorzitter

Mevrouw Vermeiren heeft het woord.

Mevrouw Goedele Vermeiren

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik kon lichtjes vermoeden welke richting uw antwoord zou uitgaan. Ik heb mij de voorbije dagen namelijk gebogen over de beleidsbrief Werk en de beleidsbrief Onderwijs. Daarin wordt er al naar verwezen. Mevrouw Poleyn, het verwonderde mij enigszins dat u deze vraag stelt, aangezien beide beleidsbrieven morgen worden besproken in de commissie.

Ik ondersteun natuurlijk uw vraag. Werkplekleren en leren en werken zijn heel belangrijke vormen van leren. U hebt dat zelf aangehaald in uw inleiding. Die vormen van leren worden vaak onderschat. Ze zijn zo noodzakelijk en nuttig dat ze een herwaardering verdienen. In die zin moeten we het inderdaad transparanter maken, niet alleen voor de bedrijven, maar ook voor de jongeren zelf. Zo kan die interessante manier van leren, waarbij jongeren die schoolmoe, maar niet leermoe zijn, toch aan een diploma kunnen geraken, worden opgewaardeerd. Ook voor hen en voor hun ouders moet dat transparant zijn, zodat ze daarin hun weg vinden en op een objectieve manier een keuze kunnen maken. Ik denk dat we daar morgen verder over zullen praten.

De voorzitter

Mevrouw De Knop heeft het woord.

Mevrouw Irina De Knop

Voorzitter, de vraag verrast mij niet helemaal. We hoorden vorige week in de commissie al dat we meer zouden vernemen op het Voka-congres. Ik vind dat het al bij al nogal meevalt.

Mijn vraag bevindt zich in de marge van deze vraagstelling, maar is daarom niet minder belangrijk. Ik verneem dat er heel wat problemen zijn met de vertaling of de uitwerking van wat in OD XXIII werd bepaald, namelijk om stageplaatsen te verplichten in het technisch en het beroepssecundair onderwijs. Dat moet nog worden omgezet in een besluit van de Vlaamse Regering.

Minister, kunt u aangeven wat eventueel de knelpunten zijn en wat de timing is voor dit besluit? Ik wil het nog niet hebben over de nood aan een uitbreiding van de stageplaatsen naar andere richtingen van het secundair onderwijs. Daarover zullen we het ongetwijfeld hebben in de hoorzittingen die worden georganiseerd naar aanleiding van de voorstellen van resolutie van mij en van anderen.

Minister Pascal Smet

Ik heb geen weet van knelpunten bij het opmaken van het besluit. Wel weet ik – en de heer De Meyer, die er nu niet is, heeft dat vorige week ook in de commissie gezegd – dat we het stapsgewijs moeten doen. We kunnen niet zomaar zeggen, als de verplichting is ingevoerd, dat alle scholen dat van vandaag op morgen moeten realiseren. Dat is niet haalbaar. Ook het bedrijfsleven is daarop niet voorbereid. De afgelopen jaren hebben minister Muyters en ook ikzelf met de sectoren onderwijs- en sectorconvenanten afgesloten. We hebben ze gesensibiliseerd. Maar er is ook een match nodig tussen enerzijds wat scholen willen en hoe ze willen samenwerken, en anderzijds het aanbod van bedrijven.

Tot op heden heeft men altijd geoordeeld dat het behoort tot de autonomie van de scholen om dat te organiseren en dat de overheid daar niet in tussen moet komen. In de vergelijkbare problematiek van de stage voor leraren was dat ook de eerste reflex. U herinnert zich vast dat ons werd gezegd om dat niet te doen toen wij een initiatief wilden nemen. Nu zijn we geëindigd met een databank om dat te registreren. We hebben de geesten kunnen doen rijpen. We hebben al heel wat geesten doen rijpen in het onderwijs de afgelopen vier jaar, gelukkig maar. Goed, dat rijpingsproces vergt toch wat tijd.

Ik heb er dus geen weet van dat er problemen zouden zijn om dat besluit op te stellen, we moeten gewoon goed nadenken, als we een besluit opstellen, dat het uitvoerbaar is en realiseerbaar voor de onderwijsverstrekkers. Dat wordt op dit moment gedaan.

We zullen samen met Voka en met de sectoren het initiatief nemen. De beslissing is genomen om het samen te doen, en dat wordt de komende dagen verder uitgewerkt. Het gaat niet enkel over sensibilisatie, maar ook over de concrete organisatie, om ervoor te zorgen dat het bedrijfsleven zijn verantwoordelijkheid opneemt. Het was ook de boodschap van de Voka-voorzitter dat zij de verantwoordelijkheid moeten opnemen om dat aan te bieden. Scholen moeten dan ook weten hoe ze er gebruik van kunnen maken.

Ik ben heel blij dat nu ook vanuit het bedrijfsleven zelf het voorstel komt om het samen met ons te doen. Het is opnieuw een grote stap voorwaarts. Om het belang van werkplekleren nog eens duidelijk te maken, zullen we samen met de onderwijswereld en de arbeidsmarktwereld wellicht naar Duitsland gaan, waar het veel groter is uitgewerkt.

Tot slot, we hebben de bevoegdheden van de staatshervorming wel echt nodig om dat statuut voor het werkplekleren vanuit Vlaanderen volwaardig te kunnen uitwerken. We hebben al een stap gezet met minister De Coninck. We zijn er ons goed van bewust dat het moet worden vereenvoudigd en uitgewerkt. We zijn het volop aan het voorbereiden, en zodra we bevoegd zijn, kan Vlaanderen de nodige regelgeving maken.

Mevrouw Sabine Poleyn

Minister, ik wil u danken voor uw engagement. De geesten zijn gerijpt, zoals u zegt, maar er moeten nog resultaten komen. Laat ons zo ver mogelijk gaan in de voorbereiding en de actie. De bedrijven staan te wachten en willen engagementen nemen, zowel Voka als UNIZO heeft dat al expliciet bevestigd. Er moet respect zijn voor de pedagogische vrijheid. Maar wij zijn de overheid, we moeten zorgen dat wat we aanbieden transparant is, zodat er optimaal gebruik van kan worden gemaakt.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.