U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Vanderpoorten heeft het woord.

Mevrouw Marleen Vanderpoorten

Voorzitter, collega’s, minister, als er de voorbije jaren in de commissie of hier in de plenaire vergadering vragen werden gesteld over zaken die gerelateerd waren aan de loopbanen van de leraren, verwees u altijd naar het groots aangekondigde lerarenloopbaandebat en -pact dat daarop zou volgen. Ik heb u dat niet alleen bij ons horen doen, maar ook regelmatig bij de journalisten, en u hebt dat waarschijnlijk ook in andere gremia gedaan.

Samenvattend is het zo dat er bij een groot aantal vragen die werden gesteld in de commissie, ofwel werd verwezen naar de hervorming van het secundair onderwijs, ofwel naar dat loopbaanpact. Wat er met dat eerste is gebeurd, weten we ondertussen. Vorige week vernamen we van u, een beetje langs uw neus weg, toen we het in de commissie Onderwijs over een ander onderwerp hadden, dat het loopbaanpact is afgevoerd en doorgeschoven naar de volgende Vlaamse Regering.

Als ik het goed begrijp, staat er nog geen eerste letter van een akkoord of van een overleg met de vakbonden op papier. Wij, die veel met onderwijs bezig zijn, weten allemaal dat in elke studie over een belangrijk onderwerp in onderwijs wordt verwezen naar het belang van goede leraren voor de klas en vooral naar voldoende leraren voor de klas. We lezen dat bij de hervorming van het secundair onderwijs, maar ook bij de evaluatie van de lerarenopleiding. Daaruit blijkt telkens dat dat pact ongelooflijk belangrijk is. Er zijn binnenkort, over enkele jaren gespreid, twintigduizend extra leraren nodig.

We weten dat heel veel jonge leraren binnen de vijf jaar de job verlaten en ergens anders, buiten onderwijs, worden tewerkgesteld. Dat is een drama. Men kan niet spreken over een hervorming in het onderwijs als men niet voldoende leraren heeft. De leraar is in het onderwijs het allerbelangrijkste. Voor ons is en was dit belangrijker dan de hervorming van het secundair onderwijs.

Minister, wat is nu de eigenlijke reden waarom er van dat lerarenloopbaanpact tijdens deze legislatuur niets meer in huis zal komen? Bent u vooralsnog bereid om een aantal elementen, die in dat pact voorzien waren en waarover volgens mij grote eensgezindheid bestaat, toch nog uit te voeren? 

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, mevrouw Vanderpoorten en ikzelf hebben hier menigmaal gestaan, soms samen met nog andere collega’s. Het ging toen bijvoorbeeld over het tekort van twintigduizend leraren in 2020. U had toen één antwoord: het grote lerarenloopbaanpact. We stonden hier toen het ging over de hervorming van de lerarenopleiding. Ook daar zijn veranderingen nodig. U had toen één antwoord: wacht, even geduld, ik ga dat allemaal regelen met het lerarenloopbaanpact.

De mentorenuren werden afgeschaft. Er was geen begeleiding meer voor beginnende leerkrachten hoewel ze dat ontzettend nodig hebben. U zei toen: ik ga dat structureel regelen met het lerarenloopbaanpact. Jarenlang hebt u ons met dat lerarenloopbaanpact aan het lijntje gehouden. U hebt in 2009 gezegd dat u dat ging regelen. In 2011 zei u nog dat alles goed ging, dat de onderhandelingen liepen en dat u kon bevestigen dat het debat heel goed liep. In uw beleidsbrief in oktober 2012 schrijft u letterlijk: “In dit werkjaar wil ik in het kader van het loopbaandebat duidelijke beslissingen nemen. (...) Ik wil in de loop van het komende jaar het debat finaliseren met een loopbaanpact. Het is mijn bedoeling om op korte termijn bepaalde voorstellen uit het loopbaanpact om te zetten in concrete maatregelen zoals werkzekerheid en begeleiding voor jonge leraren. Om het lerarentekort in het onderwijs aan te pakken voorzie ik concrete maatregelen om zijinstromers aan te trekken.”

Minister, niets van dit alles is gerealiseerd in deze legislatuur. Niks, nada, nougatbollen van het hele lerarenloopbaanpact, van de ondersteuning van leerkrachten, van de ondersteuning van beginnende leerkrachten, van het aantrekkelijk maken van het lerarenberoep. Mijn vraag is dan ook heel duidelijk: wat gaat u nog doen om deze legislatuur nog te redden en om inderdaad die motor van het hele onderwijs, de leerkracht, te versterken?

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, mevrouw Meuleman heeft er een handje van weg om de geschiedenis te herschrijven. Ik zal in de commissie, wanneer we de beleidsbrieven bespreken, in detail uiteenzetten wat we allemaal gedaan hebben en niet gedaan hebben. Ik zal vooral antwoorden op de vraag hoe het komt.

Het debat is inderdaad anders verlopen, dat zal ik niet ontkennen. Mevrouw Meuleman, voor alle duidelijkheid, ik heb altijd gezegd dat ik een inspanningsverbintenis zou aangaan en dat het niet gemakkelijk zou zijn maar dat we alles zouden doen om het resultaat te behalen. Het stond trouwens ook niet in het regeerakkoord. Ik heb de indruk dat u en anderen aan mij vragen om op vier jaar op te lossen wat er op twintig jaar tijd verkeerd is gelopen en niet is opgelost. Ik zal een aantal voorbeelden geven.

Het is dus anders verlopen, dat klopt. Ik kan ook alleen maar vaststellen dat er op een bepaald ogenblik een lek geweest is waardoor heel de nota op straat lag en dat het parlement – terecht, ik heb daar geen kritiek op – hoorzittingen is beginnen organiseren. Het ontgaat u blijkbaar ook dat er twee belangrijke momenten zijn geweest die voor veel vertraging hebben gezorgd, namelijk ten eerste het tbs-debat (terbeschikkingstelling), dat u heel goed kent en waar u veel problemen mee hebt gehad. Het hele tbs-debat hebben we zonder problemen kunnen oplossen, maar dat heeft wel maanden vertraging veroorzaakt, ook in andere dossiers en in de relatie met de vakbonden. Ten tweede waren er de personeelsbesparingen van 100 miljoen euro. Idem dito: maanden vertraging.

Het probleem in onderwijs is dat je over alles moet onderhandelen met iedereen en opnieuw moet onderhandelen. Door die gecombineerde dossiers tbs en personeelsbesparingen hebben we dan in andere dossiers opnieuw moeten onderhandelen – je kunt twee keer per week onderhandelen – waardoor we ondertussen niet met het loopbaanpact vooruit konden gaan. We hebben ook de cao gehad. Bovendien stel ik vast dat er veel meer vertrouwensproblemen zijn tussen vakbonden en directies, wat toch ook in dit dossier een heel belangrijke rol speelt. We hebben wel degelijk met vakbonden onderhandeld, apart met elke vakbond omdat de vakbonden niet samen rond de tafel wilden zitten over het loopbaanpact. We hebben dus met hen apart onderhandeld. Ook dat was tijdens de voorbereiding van de nota.

Er is dan een nota gekomen. Het klopt dat door al die andere dossiers, waarmee we zeer veel werk hadden en zeer veel dingen hebben gedaan, we daar niet verder in hebben kunnen gaan. Het was mijn bedoeling om nog tijdens deze legislatuur, dat klopt, dit jaar, verder te gaan. We hebben een jaar vertraging. Ik wilde nog deze maanden voortgaan. Maar als je vaststelt dat een aantal partners niet meer geloven dat we nog in een globaal pact, ook ten aanzien van hun achterban, tot akkoorden kunnen komen, dan kan je niet anders dan eerlijk zijn en een conclusie trekken.

We hebben al heel wat beslissingen die in de nota zitten, hetzij al in gang gestoken, hetzij al beslist. Ik zal dat in de commissie in detail toelichten. Ik denk aan de schaalvergroting. Je kunt maar een loopbaandebat voeren en de problemen in onderwijs oplossen, als je die schaalvergroting realiseert. Degenen die zeggen, dat dat niet zo is, die kennen de geschiedenis van twintig jaar onderwijs niet. We hebben dat in principe beslist en dat moet nog worden omgezet in een decreet. Ik merk ook dat er mensen tegen zijn. Maar het belangrijkste is, mevrouw Meuleman, dat men in het katholiek onderwijs gezegd heeft dat ze het gaan doen en ze zijn op dit moment begonnen met de voorbereiding om tot een schaalvergroting te komen. Dat is een zeer belangrijke mentale shift die heeft plaatsgevonden.

Er is de zijinstroom. We leggen nu de laatste hand aan het besluit dat dat mogelijk moet maken.

De lerarenopleiding is in 2006 hervormd en dat is in 2008 ingevoerd. Ik kan een vernieuwing toch pas evalueren als er één generatie van studenten door is gegaan. Ik kan niet anders dan concluderen dat we de evaluatie nu hebben afgerond. We hebben het akkoord van iedereen om gedurende zes maanden keihard te werken, om de nodige ingrepen in de lerarenopleiding te doen. We konden simpelweg niet eerder evalueren of conclusies trekken.

De beroepsladder en de beroepscompetentieprofielen van de leraren zijn gevraagd. Dat komt uit de sector en moest worden herwerkt. Er is in een cao afgesproken dat het er komt. Men is er nu mee bezig en we zullen begin volgend jaar het nieuwe beroepscompetentieprofiel van de leerkracht hebben. Ook van de pedagogische begeleidingsdiensten is een evaluatie nodig.

Ik zal het in de commissie in detail uitleggen. De meeste zaken die in de nota stonden, zijn in gang gezet. We hebben niet kunnen beslissen, dat klopt. Maar wie denkt dat ik op vier jaar tijd twintig jaar problemen in het onderwijs kan oplossen, is naïef of te kwader trouw. Toch hebben we het nu niet volledig weggelaten. We hebben een voorstel gedaan aan vakbonden en koepels om verdere stappen te zetten voor de competentieontwikkeling en de professionalisering van de directeurs.

Samengevat: het klopt dat we het loopbaanpact niet in zijn globaliteit kunnen afronden, toot mijn spijt, ik wil daar heel eerlijk in zijn. De tijd was en is er niet rijp voor, dat kan ik enkel vaststellen. Ik ben ervan overtuigd dat, indien men binnen tien jaar geschiedenis schrijft, men zal merken dat in deze legislatuur de mentale shift heeft plaatsgevonden. Dat is ook politiek bedrijven op lange termijn, denken en voortwerken. Ik weet dat sommigen onder u graag op korte termijn denken, ik wil ook op lange termijn denken.

Mevrouw Marleen Vanderpoorten

U zegt dat het al twintig jaar duurt, maar dan wilt u toch nog op lange termijn gaan werken. Ik vind het straf dat u zegt dat het in twintig jaar niet is gerealiseerd. Weet u wie de voorbije twintig jaar, met uitzondering van mijzelf, ministers van Onderwijs zijn geweest? Allemaal socialisten, sinds 1992. U zou de hand in eigen boezem moeten steken. (Applaus bij de oppositie)

Het is wel straf dat u verwijst naar de laatste twintig jaar. U zou misschien eens kunnen zeggen dat u het werk van de voorbije twintig jaar eindelijk hebt kunnen afronden, in plaats van nu nog eens op lange termijn te gaan werken.

Ik stel vast dat de vakbonden andere dingen zeggen dan u. Zij zeggen dat er helemaal geen werk is gemaakt van dat loopbaanpact, dat er wel een tekst is, maar dat u nu een poging hebt gedaan om een wekend samen te zitten en dat dat voor hen niet volstaat, waar ik in kan komen.

Van het loopbaanpact zelf – ik maak me geen illusies – zal niets meer komen. Is het dan niet, zoals sommigen in het parlement vragen, zinnig om een aantal deeloplossingen uit te werken? Iedereen is het erover eens dat het een fundamentele fout van u was om in 2010 de mentoruren af te schaffen. Dat was fundamenteel mis. Iedereen is het erover eens dat die belangrijk zijn. Laat ons samen, desnoods vanuit het parlement, het initiatief nemen om die opnieuw in te voeren. (Applaus bij Open Vld)

Minister, u zegt dat u in één legislatuur geen twintig jaar kunt oplossen. U hebt een hele legislatuur, vijf jaar lang, nochtans niets anders gedaan dan aankondigen dat u het zou oplossen. Uw paraplu is zo groot dat het hele Vlaams Parlement er onder kan, minister. (Applaus bij Groen en Open Vld)

Minister Pascal Smet

We hebben veel gedaan. Ik zou nooit mijn paraplu opentrekken, mevrouw Meuleman. Ik ben niet dat soort van politicus. Nee, mevrouw Meuleman.

U hebt naar de vakbonden gekeken, naar iedereen, maar niet naar uzelf in dit debat. Er is geen enkele stap vooruit gezet. Er staan dus nog twee sporen open, minister. Ik wil heel concreet vragen wat de plannen daarvoor nog zijn. De piste van de zijinstromers hebt u al vaak aangekondigd, maar dat is nog niet rond, omdat er problemen zijn. Gaat u daarmee landen? Daarnaast is er het grote dossier van de schaalvergroting en van de grote scholengroepen, die ondertussen anders heten, maar de naam interesseert me niet. Gaat u daarmee landen, minister? Gaat er nog deze legislatuur een decreet zijn daarover?

De voorzitter

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Minister, u hebt zelf terecht in het begin van de legislatuur meteen gezegd dat er zaken waren die we onder de loep moesten nemen om te kijken hoe we een oplossing kunnen bieden aan de problemen die zich voordoen. U hebt terecht gezegd dat er een tekort aan leerkrachten op ons afkomt. We moeten bekijken op welke manier we meer mensen kunnen aantrekken om het beroep van leerkracht uit te oefenen.

U hebt ook heel duidelijk gezegd dat we met een te grote uitstroom zitten van jonge leerkrachten die binnen de eerste vijf jaar ons onderwijs verlaten, dat is een groot verlies. U hebt ook gezegd dat we er onvoldoende in slagen om zijinstromers aan te trekken in het onderwijs. Ook daar moeten we werk van maken.

Wij hebben altijd gezegd dat dit drie belangrijke punten zijn die we ondersteunen bij het zoeken naar een oplossing. We hebben altijd het volste vertrouwen in u gehad om daarmee aan de slag te gaan. U zegt dat het heel moeilijk is om tot resultaten te komen. Wij zouden toch willen vragen om in de korte periode die u nog rest om acties te ondernemen, alle inspanningen te leveren om antwoorden te bieden op de problemen en om te bekijken op welke manier u tijdens deze legislatuur toch nog enkele resultaten kunt neerzetten.

De voorzitter

De heer Bouckaert heeft het woord.

De heer Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, minister, ik vind het heel jammer dat we niet tot een hervorming van de loopbaan van de leraren komen, temeer omdat u daar vrij goede ideeën over had. U hebt die gelanceerd, maar blijkbaar hebt u de vakbonden niet goed aangepakt. Ik kan daarover pittige details vertellen, maar goed, laten we die nu opzijzetten.

Ik zou u aanraden om het rapport van McKinsey te lezen dat werd voorgesteld op de Vlor-startdag (Vlaamse Onderwijsraad). Het is een studie van twintig systemen die verbeterd zijn. In zes jaar kan een schoolsysteem doeltreffend verbeterd worden. Een verbetering is dus geen utopie, maar de voorbije vijf jaar zie ik hier geen verbetering. McKinsey zegt ook heel duidelijk dat het veel belangrijker is om te werken op het personeel en de resources in plaats van op de structuren. Wij hebben hier vier jaar tijd verloren met debatteren over de structuren terwijl het belangrijke ‘key issue’, namelijk de leerkrachten, niet wordt aangepakt.

Om de overstap van goed naar zeer goed te doen: kwaliteit van de kandidaat-studenten in de pedagogische richtingen, versterking van de initiële opleidingen met praktijk in de klas, mentorraad voor nieuwe krachten door ervaren leerkrachten – dat zegt McKinsey, niet de partijen hier aanwezig –, autonomere scholen ook in de aanpassing van pedagogische keuzes aan de lokale realiteit, samenwerkingspraktijken tussen leerkrachten, meer pedagogische vrijheid voor scholen en leerkrachten, personeelsrotatie tussen entiteiten binnen het systeem. Dit zijn allemaal dingen die samenhangen met het lerarenberoep, maar die kans mist deze regering, ze heeft inderdaad ‘nougatbollen’ gerealiseerd.

De voorzitter

Mevrouw Vermeiren heeft het woord.

Mevrouw Goedele Vermeiren

Voorzitter, ik vrees dat ik in herhaling zal vallen, maar ik zal dat toch maar doen omdat dit een te belangrijk debat is. Het is inderdaad jammer dat het loopbaanpact niet meer in deze legislatuur zal worden afgerond. Leerkrachten zijn inderdaad spilfiguren in ons onderwijs, en de kwaliteit van de leerkrachten is bepalend voor de kwaliteit van ons onderwijs.

Minister, er is nog veel te doen, u hebt al een aantal zaken aangehaald, net als de collega’s. Ik denk aan het aantrekken en behouden van geschikte leerkrachten, aan een goede begeleiding voor die leerkrachten, aan het verminderen van administratieve lasten en aan nascholing.

We vragen u dus om niet te stoppen, er mag geen stilstand komen. U hebt zelf al gezegd dat u nog zes maanden keihard zult werken. U moet inderdaad blijven doorgaan. U moet stappen blijven zetten, want elke stap is een stap voorwaarts en ze zijn belangrijk in het leerkrachtenloopbaandebat. De leerkrachten zijn de spil.

De voorzitter

De heer Wienen heeft het woord.

De heer Wim Wienen

Voorzitter, ik hoor de minister zeggen wat er de afgelopen twintig jaar allemaal fout is gelopen. Ik heb ook kunnen vaststellen dat de afgelopen twintig jaar de kennis van het Frans bij de kinderen op school is afgenomen, maar als ik het antwoord van de minister hoor, komt er toch een Franse uitdrukking in mij op: ‘Les excuses sont faites pour s’en servir.’

Minister, u haalt allerlei onderwerpen en thema’s aan die ervoor gezorgd hebben dat het lerarenloopbaanpact niet is gelukt. Ik stel enkel vast dat u zelfs geen ambitie meer hebt om er nog veel aan te doen. Ik lees in de beleidsbrief, die we binnenkort in de commissie zullen bespreken, bij het lerarenloopbaanpact dat u hoopt dat er nog stappen worden gezet. U hoopt dat. Ik vermoed dus dat er niet veel stappen meer zullen worden gezet. Ik weet niet meer wie het begrip heeft gelanceerd, maar er wordt hier al enkele weken gesproken van een ‘doorschuifregering’. Wel, deze Vlaamse Regering is een doorschuifregering. Ook het lerarenloopbaanpact wordt doorgeschoven naar een volgende regering. Het is heel duidelijk, ik heb maar één conclusie: deze Vlaamse Regering werkt niet. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister Pascal Smet

Mevrouw Meuleman, u kunt me veel verwijten, maar het is grof te beweren dat ik een paraplu open of mijn verantwoordelijkheid niet neem. Ik ben niet het soort politicus dat dat doet. Ik ben bereid om elke verantwoordelijkheid te nemen die ik moet nemen. Laat me dan meteen tot de mentoruren komen. Wie heeft voorgesteld die af te schaffen? Ik heb altijd gezegd dat ik de verantwoordelijkheid neem, want ik heb dit aan het parlement voorgelegd, maar de suggestie is er wel gekomen uit de sector zelf. Er is altijd weinig historisch besef. Waarom heeft de sector zelf dat voorgesteld? Mentoruren, dat is op zich nog geen aanvangsbegeleiding, dat is enkel geld. Ik kan alleen maar vaststellen dat men vandaag in Vlaanderen in heel wat scholen en scholengemeenschappen die draaien, wél aan aanvangsbegeleiding doet. Dat is een kwestie van organisatie. Niet alle scholen zullen de middelen hebben. Niet alle scholen zitten in een sterke scholengemeenschap. Niet alle scholen hebben het bestuurlijke vermogen om dat te doen. Ik kan echter alleen maar vaststellen dat er vandaag in scholen aanvangsbegeleiding wordt georganiseerd. Dit gaat over meer dan enkel en alleen mentoren. Dat is een reductie. Trouwens, sommigen zijn dat nu vergeten, maar gezien de manier waarop die mentoruren werden ingevuld in de sector, hebben we toen gezegd dat dit eigenlijk toch niet zo goed liep en dat men daarop mocht besparen. Het is niet zo dat men zo graag wou besparen. Herinner u die besparingsoefening in het begin van deze legislatuur: dat ging over 142 miljoen euro, zonder sociale onrust. Dat vergeet men ook wel eens. Men doet alsof dat allemaal zo gemakkelijk was.

Mijnheer Bouckaert, dit wordt altijd herleid tot geld. Als u McKinsey citeert, dan moet u volledig citeren. McKinsey zegt dat dit niet een kwestie van meer geld is. Die mensen zijn naar mij gekomen na mijn toespraak aan de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor), en hebben me gezegd dat ik volledig gelijk had en dat ze daar graag verder nog eens met mij over praatten. Het is niet altijd een kwestie van geld, maar in het algemeen heeft men altijd de neiging om alles te reduceren tot extra geld, terwijl het vaak ook gaat over een organisatieaanpak, over een andere benadering van problemen. Dat wil niet zeggen dat we niet voor extra geld hebben gezorgd voor het onderwijs, namelijk 1,8 miljard euro tussen 2009 en 2014. Sommigen gaan daar ook heel licht over, maar dat is ook allemaal nieuw geld: 187 miljoen euro voor de capaciteit, 112 miljoen euro voor het hoger onderwijs, 53 miljoen euro voor het basisonderwijs. Al dat geld is nieuw geld, dat niets met indexering te maken heeft. En dan is er nog in meer geld voorzien, bijvoorbeeld in 30 miljoen euro voor de reguliere scholenbouw. Maar goed, we moeten ook durven te bekijken hoe we dit anders kunnen organiseren en aanpakken.

U hebt de stages genoemd. Er was een probleem ter zake. We hebben gezegd dat we dat mee wilden oplossen. De sector zei dat zelf te zullen doen. We hebben een taskforce opgericht en men vroeg uitdrukkelijk aan mij om niet op te treden. Dat is geen paraplu, mevrouw Meuleman. Dat zijn feiten. We hebben dan voortgedaan en we zullen nu tot een centraal registratiesysteem voor de stageplaatsen komen. U schijnt ook altijd te vergeten dat er in het onderwijs een bijzonder grote autonomie is voor de inrichtende machten wat leerkrachten betreft. Over de aanwerving van leerkrachten, het personeelsbeleid, de opvolging heb ik niets te zeggen. Dat is geen paraplu. Dat is een feit. Dat is de bevoegdheid van de inrichtende machten en niet van de minister. Maar goed, dat betekent niet dat er aan het statuut en andere problemen niets moet worden gedaan, maar dat is allemaal verankerd.

Dan komen we tot de kern van het probleem. Mijnheer Bouckaert, ik ben blij dat u erkent dat de voorstellen goed waren, maar voor sommigen is dat net het probleem: dat vraagt een fundamentele verandering van de manier waarop men kijkt naar de organisatie van het onderwijs. Als iets al twintig, dertig jaar bestaat – en dat is niet alleen in het onderwijs –, dan is het in Vlaanderen blijkbaar moeilijk om dat op korte termijn aan te pakken. Je krijgt meteen blokkeringen. Men vervalt in structuren. Ook hier hebben we een mooi voorbeeld daarvan gezien: men is niet in staat om doelstellingen van middelen te onderscheiden, en er is dan heel veel tijd nodig om de geesten te doen rijpen, om dat uit te leggen. Onlangs nog was ik bij een vakbond. Wat ik daar heb gehoord over directies, het wantrouwen dat er is, dat was ongelooflijk. Dat belast dit debat ook. Men bekijkt dat loopbaandebat altijd alsof we eigenlijk rechten van mensen afnemen, terwijl we helemaal geen rechten willen afnemen, maar die juist willen versterken. Maar goed, dat zijn nu eenmaal omstandigheden waarmee we moeten omgaan. Dat is de context waarin we ons bevinden.

Wat willen we nu nog doen? Op dit moment hebben we wel voldoende leerkrachten. In het basisonderwijs is het een beetje nipt, in het secundair onderwijs is er een overschot. We hebben de tbs-maatregel (terbeschikkingstelling) genomen, waardoor ze twee jaar langer moeten werken. We hebben het werken na 65 jaar voor leerkrachten mogelijk gemaakt. We hebben heel wat maatregelen genomen om het gemakkelijker te maken om nog tijdens de opleiding te beginnen als leerkracht. Het aantal studenten in de lerarenopleiding stijgt op dit moment. Dat zijn toch ook allemaal feiten, die men blijkbaar momenteel even vergeet.

Er is nog werk. Ik zal de komende maanden keihard blijven werken. Ik heb dat gezegd en zal dat blijven doen, alleen heb ik in alle eerlijkheid gezegd dat een globaal loopbaanpact op basis van de principes niet mogelijk is. Waarom niet? Omdat men mij gezegd heeft dat men pas een akkoord wilt ondertekenen als men alle laatste details kent. Dat kunnen wij op zes maanden niet doen en dat konden wij ook van in het begin van deze legislatuur niet. Herinner u dat ik heb gezegd dat er een loopbaanpact zou moeten worden afgesproken en dat je dan tien jaar nodig zou hebben om het volledig uit te voeren. (Opmerkingen van mevrouw Elisabeth Meuleman)

Dat heb ik van in het begin gezegd. Ik stel vast dat men nu van mening is veranderd en dat men pas een akkoord wilt afsluiten als niet alle, maar vele details geregeld zijn. Goed, dat is zo. Ik aanvaard dat en zal nagaan wat we nog kunnen doen.

Het is mijn bedoeling om een besluit over de zijinstroom te maken. Het is in de laatste fase en moet worden goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Over het decreet rond de schaalvergrotingen zijn de onderhandelingen gestart. Dat zal ook niet evident zijn omdat een aantal mensen zeggen dat ze ertegen zijn. Ik neem daar akte van. Een vakbond zegt dat ze tegen de schaalvergroting is, terwijl ieder denkend mens vindt dat dit toch moet gebeuren omdat het leerplichtonderwijs de enige sector in onze samenleving is die geen schaalvergroting heeft gekend. (Gelach van mevrouw Elisabeth Meuleman)

Blijkbaar vindt mevrouw Meuleman het grappig als je ernstige dingen vertelt, dat toont de lichtzinnigheid aan.

Ik heb in ieder geval een aantal maatregelen genomen en een aantal maatregelen heb ik niet kunnen nemen. Dat klopt, maar we zullen voortwerken. We hebben voorgesteld om bijvoorbeeld rond de competentieontwikkeling voort te werken.

Mevrouw Marleen Vanderpoorten

Minister, het is inderdaad zo dat u voor heel veel dingen de autonomie van de scholen moet respecteren, maar als er een ding is dat je als minister moet doen, is het toch wel ervoor te zorgen dat er voldoende mensen het interessant vinden om leraar te worden. Daar is in de voorbije vier jaar niets aan gebeurd. (Opmerkingen van minister Pascal Smet)

Er zijn inderdaad meer studenten, maar dat wil nog niet zeggen dat die mensen de job van leraar zullen uitoefenen en naar het onderwijs gaan. Het aantal mensen dat de eerste vijf jaar uitstroomt, blijft dramatisch hoog. Daar had u wel iets aan kunnen doen.

Ik stel vast dat in het Vlaams Parlement, over de partijgrenzen heen, eensgezindheid bestaat over het belang van dit onderwerp. Ik stel voor dat als u het niet meer kunt of wilt doen, er vanuit het parlement een initiatief wordt genomen. (Applaus bij Open Vld en Groen)

Minister, de taak van een leerkracht wordt steeds complexer. Er zijn meer zorgnoden in het onderwijs. Er moet worden omgegaan met nieuwe ontwikkelingen op het vlak van informatica. Er is de jobonzekerheid in tijden van crisis. Wat is het antwoord van de Vlaamse Regering daarop? Er is geen antwoord. Stilte. (Opmerkingen van minister Pascal Smet)

Geen ondersteuning voor beginnende leerkrachten. Geen jobzekerheid. Geen aanvangsbegeleiding. (Opmerkingen van minister Pascal Smet)

Geen extra stages. Er is van deze Vlaamse Regering niets gekomen om beginnende leerkrachten te ondersteunen.  (Opmerkingen van minister Pascal Smet)

Ik neem het helemaal niet lichtzinnig op. Naast het dossier ‘leerzorg’ dat werd doorgeschoven, naast het dossier ‘hervorming secundair onderwijs’, is het dossier ‘lerarenloopbaan’ een van de meest schrijnende dossiers van deze Vlaamse Regering. (Applaus bij Open Vld en Groen)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.