U bent hier

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen

Voorzitter, minister, dames en heren, het debat over het doelgroepenbeleid volgt net zoals vorig week op het debat over de stages. We hebben in de commissie van gedachten gewisseld over het feit dat Vlaanderen de doelstellingen met betrekking tot stages niet haalt. Parallel daarmee was er de studie van Voka die zegt dat we eens naar het doelgroepenbeleid moesten kijken. Dat was een interessant en nuttig debat. De cijfers van de Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND) toonden aan dat alleen Oostenrijk nog een lagere werkloosheidgraad heeft. Die goede cijfers zijn een gemiddelde. Gemiddeld doen we het goed, maar daaronder zitten schrijnende vaststellingen.

Zo steeg de jongerenwerkloosheid tussen 2008 en 2012 met 7,5 procent. Zo hebben jongeren drie keer meer kans op werkloosheid dan dat gemiddelde. Zo zitten we voor allochtonen, laaggeschoolden en gehandicapten bij de slechtste cijfers van Europa.

Voka zegt dat er van alles bestaat, maar dat die mensen hun weg niet vinden. Er is te veel, vereenvoudig dat in het kader van de staatshervorming. U hebt dat toegegeven, er is te veel. Minister, gaat u wachten op het debat over de staatshervorming of gaat u vanuit uw huidige bevoegdheden al beginnen met die vereenvoudiging? Eigenlijk is dit een vraag naar meer performantie. Gaat u die al zo veel mogelijk realiseren?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Van Malderen, ik ben blij met uw vraag, ik zal dat niet doen, ik heb dat al gedaan. Er bestaan elf maatregelen rond tewerkstelling. Een ervan gaat over het DAC-statuut (derde arbeidscircuit). Vlaanderen heeft beslist dat die banen ofwel geregulariseerd worden, ofwel uitdovend worden voor degenen met verworven rechten. Het DAC dat de oorspronkelijke rol niet meer vervult, zal verdwijnen.

Morgen wordt in de commissie Sport een ontwerp van decreet besproken rond de werkervaringsplaatsen (WEP). Ik heb aan de SERV advies gevraagd om dit meer performant te maken. Blijkbaar hebben de sociale partners het daar moeilijk mee. We zullen een tripartiteoverleg organiseren rond sociale economie. Dat zijn vier à vijf maatregelen.

Ik heb samen met minister Van den Bossche maatregelen genomen om samen tot een decreet Collectief Maatwerk te komen. U weet dat. Er wordt daarmee niet alleen meer inschakeling, maar ook meer doorstroming gerealiseerd. De tewerkstellingspremies werden met de sociale partners hervormd: de individuele beroepsopleiding, de premie50+ en de Vlaamse ondersteuningspremie, zodat ze dichter aansluiten bij de noden en meer kansen geven aan mensen op de arbeidsmarkt.

Nog een belangrijke maatregel is die rond het gesco-statuut (gesubsidieerde contractueel). Dat moet nog worden hervormd. Dat gaat over kortingen op sociale zekerheid, dat is ideaal om te hervormen na de zesde staatshervorming.

Ik ga ervan uit dat we die dan kunnen inpassen in het loopbaanakkoord en -visie. Dat is met alle elf maatregelen gebeurd. Ik ging akkoord met Voka, daarom hebben minister Van den Bossche en ik al maatregelen genomen. De kritiek van Voka komt eigenlijk te laat. Het Maatwerkdecreet wordt van kracht op 1 januari, met het DAC zijn we volop bezig, en voor de WEP is het advies aangevraagd. We zijn goed bezig.

De heer Bart Van Malderen

Minister, ik ben blij dat u werk wil blijven maken van een doelgroepenbeleid. Ooit werd hier beweerd dat we dat niet moesten doen, dat we een algemene lastenverlaging moesten doorvoeren. Misschien zal de heer Sabbe dat straks nog eens herhalen.

Ik heb vandaag Patrick Dewael in de Kamer horen zeggen dat ook hij voor selectiviteit is en doeltreffendheid wil inschrijven. Ik ben daar bijzonder blij mee. Minister, u hebt al een aantal dingen gedaan, maar ik zie nog mogelijkheden. U hebt zelf verwezen naar WEP+, dat is tot tweemaal toe verlengd, dat advies is op komst. Ik hoop dat daar ook een kader rond wordt gecreëerd.

U hebt daarnet, in het debat over de stages, verwezen naar een nieuw actieplan rond de individuele beroepsopleiding (IBO). We weten allemaal dat IBO-interim in de feiten amper een aantal mensen bereikt, dat de curatieve IBO amper mensen bereikt. De vraag is of men daar ook niet wat kan wieden.

U hebt zelf verwezen naar het decreet rond maatwerk, waarin sprake is van een matrix die u zou uitbouwen en waar iedere werknemer die een afstand tot de arbeidsmarkt heeft, een rugzakje zou krijgen om individueel ondersteund te worden. Dat lijkt mij helemaal tegemoet te komen aan een vraag van het bedrijfsleven.

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, we kunnen eigenlijk voortborduren op het vorige debat. Ook hier is het een kwestie van duidelijkheid en efficiëntie. Werkzoekenden en werkgevers vinden vaak hun weg niet meer in de hele rist maatregelen. Dat is jammer, want het gaat vaak om kwetsbare groepen, voor wie het risico op langdurige werkloosheid alsmaar groter wordt. Hoe langer men immers in de werkloosheid zit, hoe moeilijker het wordt om er weer uit te raken.

We kunnen betreuren dat bij de overheveling van de bevoegdheden inzake het doelgroepenbeleid niet alle financiële middelen mee overkomen. Ik wil toch vragen, minister, dat u in de tijd die u in deze legislatuur nog rest, verder initiatieven neemt om al deze maatregelen te vereenvoudigen.

De voorzitter

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Mevrouw Lydia Peeters

Minister, ik vraag me af of u deze studie wel aandachtig gelezen hebt, want ik heb de indruk dat u er nogal licht overheen gaat. De kritiek in dit dossier luidt onder meer dat u van het totale budget voor uw werkgelegenheidsbeleid, 1,3 miljard euro, amper 15 procent besteedt aan de private sector, en dat de rest van de maatregelen allemaal naar de social profit of de overheidssector gaan. Dat is geen malse kritiek.

In de conclusie van de Voka-studie lezen we: “Het arbeidsmarktbeleid moet efficiënter en effectiever.” Onze partij zegt dat al de hele tijd. Nu hoort u het ook van Voka. Het is dus andermaal tijd voor bijsturing.

De voorzitter

De heer Sabbe heeft het woord.

De heer Ivan Sabbe

Minister, ik citeer uw opvolger bij Voka, Jo Libeer: “Het Vlaamse doelgroepenbeleid is een koterij.” Dat is volgens mij niet positief. Hij noemt het bovendien “een bijzonder ingewikkeld steunbeleid, met een veelheid aan voorwaarden, dat in combinatie honderden soorten steunvarianten oplevert.” Ik lees daar niets positiefs in, en ervaar het in de praktijk ook niet als iets positiefs.

We moeten dringend naar een algemene lastenverlaging gaan voor bepaalde groepen, maar liefst zo algemeen mogelijk en met zo weinig mogelijk onderverdelingen, en misschien met sociale correcties, waar echt nodig.

Vandaag ontziet een onderneming het zich om in een dergelijk systeem in te stappen. Ik kan u dat proefondervindelijk bevestigen. De administratieve kost en inspanning die je moet leveren om dergelijke ondersteuning binnen te halen, wegen niet op tegen het resultaat. En dus zeggen ondernemers: laat maar. Dat verklaart het percentage dat mevrouw Peeters zonet genoemd heeft.

Op deze manier werken, levert dus absoluut geen succes op.

De voorzitter

Mevrouw Fournier heeft het woord.

Hoewel er al vereenvoudigingen zijn doorgevoerd, kan niemand ontkennen dat het systeem nog altijd vrij ingewikkeld is, minister. Sommige maatregelen liggen nog te dicht bij elkaar, er zijn soms overlappingen, wat soms dubbele subsidiëring met zich mee kan brengen.

Het is goed dat het allemaal wordt overgeheveld naar het Vlaamse niveau. Naast de fundamentele vraag om toch nog een vereenvoudiging door te voeren, wil ik nog een oproep doen om binnen dit beleid zeker het sociale aspect – de zwakkeren, dus – niet te vergeten, en ook maatregelen te nemen die zich richten op de stimulering van tewerkstelling binnen het bedrijfsleven.

De voorzitter

Mevrouw Vermeiren heeft het woord.

Mevrouw Goedele Vermeiren

Het doelgroepenbeleid is geen eenvoudig beleid. Het gaat vaak om kwetsbare groepen. Je kunt die niet in één pot gooien en daar één beleid voor uitstippelen.

Minister, u hebt al een overzicht gegeven van wat er al gebeurd is om het doelgroepenbeleid overzichtelijker en toegankelijker te maken voor iedereen en in de eerste plaats voor de doelgroep. U hebt daarvoor verwezen naar het Maatwerkdecreet, dat toch niet onbelangrijk is. De maatregelen die we nog zullen krijgen, moeten we ook bekijken. Dan moet u een visie ontwikkelen over hoe we dat zullen aanpakken en inpassen met de financiële middelen die we hebben. Dat is de essentiële vraag.

Honderd maatregelen voor steun? Ik heb er elf geteld. Dat staat ook zo in de studie. Het zijn er dus geen honderd, maar misschien heb ik een nul over het hoofd gezien.

Over de tewerkstellingspremies is men positief. Een aantal van die maatregelen zijn maatregelen die jaren geleden zijn gestart. De gesco’s komen uit de jaren 80. Ik weet niet wie er toen in de regering zat, en ik vind het ook niet nodig om dat te weten. De DAC’ers gingen mee tot 2003. Daarna hebben de enen verworven rechten, de anderen niet-verworven rechten. Die zaken kun je niet in een dag oplossen. Als mensen een verworven recht hebben, als ze een job hebben waarbij hun zekerheid is geboden voor de rest van hun dagen, dan kan ik morgen niet zeggen dat het niet meer telt vanaf nu. Zo werkt het niet. Dat vraagt tijd. Maar de beslissingen zijn genomen. Iedereen met verworven rechten die uitvloeit uit DAC, wordt niet vervangen. Degenen die niet uitstromen, moeten ofwel een reguliere job krijgen, ofwel moet die maatregel stoppen. Ik denk dat daar de juiste maatregelen zijn genomen.

Over gesco heb ik het gehad. Dat gaat over sociale zekerheid, en dat zit bij de federale overheid. Mevrouw Vermeiren, ik ben het eens met u, we moeten daarover een visie ontwikkelen. We hebben onze loopbaanvisie en het loopbaanakkoord samen met de Vlaamse sociale partners gemaakt. Daarin moeten die nieuwe doelgroepmaatregelen passen.

Mijnheer Van Malderen, er moet een doelgroepenbeleid blijven. We mogen geen doelgroepenbeleid hebben waarbij iemand die toevallig niet tot zo’n doelgroep behoort, de pineut is. Dat zou verkeerd zijn. Dan kun je beter een algemene maatregel hebben en een aantal zeer specifieke doelgroepen opnemen.

Werkervaringsplan-plus (WEP-plus) is mijn keuze. Ik probeer het arbeidsmarktbeleid te voeren samen met de Vlaamse sociale partners. Ik geef hun de tijd om dat overleg te plegen. We hebben WEP-plus tot tweemaal toe verlengd, ook op vraag van de vakbonden, maar dan vraag ik dat de werkgevers samen met de vakbonden een visie ontwikkelen.

Soms zijn de standpunten tegenstrijdig. Dan kun je zeggen: ik ga los door en doe wat ik wil. Of je geeft de sociale partners de kans om het te bediscussiëren en je probeert te bemiddelen om allemaal samen tot een oplossing te komen. Ik kies voor het tweede. Ik geloof dat het sociaal overleg belangrijk is in het arbeidsmarktgebeuren en wil dan ook maximaal proberen om samen tot voorstellen te komen. Dat doe ik met WEP-plus. Dat gaat trager, maar ik hoop dat we dan een gedragen beleid kunnen voeren.

Dan is er de individuele beroepsopleiding (IBO). Er is IBO-interim, maar ik spreek daar niet meer over en de VDAB steeds minder. Er is de IBO. Als blijkt dat de afstand naar de arbeidsmarkt langer is, bijvoorbeeld voor langdurig werklozen, geef dan de werkgevers die de stap willen zetten, een extra steun. Voor de werkgever is het één instrument, het is IBO. Dat is vereenvoudiging en klantvriendelijkheid.

De Vlaamse ondersteuningspremie (VOP) en de 50+-premie zal ik zo hervormen, dat op het moment dat het Maatwerkdecreet  van kracht wordt, ze er na de sociale economie op kunnen inschakelen. Voor de andere heb ik vandaag geen middelen, maar met het doelgroepenbeleid kunnen ook daar de nodige maatregelen worden genomen.

De heer Bart Van Malderen

Minister, het ging vandaag al enkele keren over wachtlijsten. Ik wil het nog even hebben over uw verhaal van de doelgroepen en dat je ervoor moet zorgen dat degenen die er niet toe behoren, er niet uitvallen.  57.000 allochtonen, 70.000 jongeren, 100.000 laaggeschoolden, 100.000 langdurig werklozen: misschien zijn dat wel de meest schrijnende wachtlijsten van Vlaanderen. Iedereen moet zich vooral focussen op wat er ons te doen staat, en niet zozeer op wat we al hebben gedaan.

Ik roep u echt op om iedere gelegenheid aan te grijpen, of het nu met het Competitiviteitspact is waarin we absoluut aandacht vragen voor die laaggeschoolde werklozen, of via de debatten die u voert, maar alstublieft, werk eraan om die vele tienduizenden jongeren die absoluut willen werken, ook de kans te geven om te werken. Het zal u sieren en het zal ons sieren als we effectief een steentje kunnen bijdragen. (Applaus bij de sp.a)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.