U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 16 oktober 2013, 14.00u

Voorzitter
Actuele vraag over de resultaten van het door de Vlaamse overheid gesubsidieerde inburgeringsbeleid in Houthalen-Helchteren, naar aanleiding van de recente rellen in de wijk Meulenberg
van Filip Dewinter aan minister Geert Bourgeois
32 (2013-2014)

De heer Dewinter heeft het woord.

De heer Filip Dewinter

Voorzitter, minister, de voorbije week werden we geconfronteerd met de multiculturele samenleving in de praktijk: zware incidenten in de wijk Meulenberg in Houthalen-Helchteren, een typische concentratiewijk waarbij de vraag is wie er inburgert in welke gemeenschap.

De feiten zijn gekend, ik zal ze niet allemaal herhalen want dat heeft weinig zin. Ik stel alleen vast, samen met heel veel Vlamingen en ook samen met de politievakbond en anderen, dat de vele middelen en inspanningen omtrent integratie in dergelijke wijken blijkbaar heel erg weinig resultaat hebben. Dat er inspanningen gedaan worden, dat bewijzen de feiten. Er is straathoekwerk, er zijn gemeenschapswachten in de betrokken wijk, er zijn zeven jeugdwelzijnswerkers, er zijn twee schoolopbouwwerkers, er is een buurthuis, er is een jaarlijkse subsidie van 159.542 euro voor Houthalen-Helchteren in het kader van de lokale integratiesubsidies enzovoort enzovoort.

Zoals meestal het geval is, is veel niet genoeg: men struikelt er over de straathoekwerkers en de maatschappelijke welzijnswerkers, maar dat leidt niet tot een beter samenleven, wel integendeel.

Ik stel vast dat ook het Vrij Syndicaat van het Openbaar Ambt (VSOA) daaromtrent toch wel wat opmerkingen heeft. Ik citeer uit de persmededeling van de politievakbond: “Het is duidelijk dat men dit soort van criminele jongeren niet zal kunnen overtuigen door middel van straathoekwerk, gemeenschapswachten, buurthuizen en jeugdwelzijnswerkers. Het beleid is op alle vlakken de laatste jaren incompetent geweest.” Dit zegt het VSOA. Ik citeer verder: “Het is aan het geitenwollensokkenbeleid te danken dat Meulenberg een no-gozone is geworden waar de criminelen het voor het zeggen hebben.”

Minister, mijn vraag aan u ligt voor de hand: meent u zelf ook niet dat het integratie- en inburgeringsbeleid in dit soort van wijken – Meulenberg is maar een van de vele concentratiewijken waar dit soort feiten zich met herhaling voordoen – compleet mislukt is? Wat is uw antwoord voor de toekomst wat dit soort wijken betreft?

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois

Collega, laat me beginnen met het geweld dat daar heeft plaatsgevonden, ten strengste te  veroordelen. Geweld tegen politie en het bedreigen van de media moet keihard worden aangepakt. Dit kan niet getolereerd worden. U zult begrijpen, collega, dat zonder veiligheid in die wijk je geen integratiebeleid kunt voeren. Dat is een conditio sine qua non.

Ik wil mijn medeleven betuigen aan de politie-inspecteur en aan zijn familie. Ik hoop vurig dat hij herstelt.

Het is het lokale bestuur dat de integratiedienst aantuurt, in het kader van de subsidiariteit. Ik heb de burgemeester aangeboden om gisteravond ter plaatse te gaan. Dat paste niet in zijn agenda. Ik heb hem uitgenodigd, omdat ik vind dat daar een integraal wijkbeleid moet worden gevoerd. Er moet een taskforce komen, niet alleen van politie en justitie, maar een taskforce met politie, met het OCMW, met de integratiedienst, met de scholen, met de VDAB, met het culturele en sportverenigingsleven. Er moet dus een volgehouden, consequente aanpak zijn, een integraal wijkbeleid dat, wat mij betreft, maanden, jaren moet duren, met een monitoring. Dat moet leiden tot een responsabilisering van de buurt. Het moet ook leiden tot burgerinitiatieven. En die tekenen zijn er: er zijn mensen uit de allochtone gemeenschap die zich daartegen afzetten en eruit willen geraken.

Ik heb gisteren de bouwmeester gecontacteerd. Er worden wereldwijd verbanden gezocht tussen ruimtelijke planning, publieke ruimte, architectuur en integratie. Mijn mening is dat deze wijk leidt tot segregatie. Ik sta daar niet alleen in. Ik verwijs naar wat sociaal pedagoog Aerts vandaag in De Morgen zegt. Hij noemt het een reservaat. Ik zou het woord niet in de mond hebben genomen. Er moet worden gekeken of die architecturale aanpak, of die publieke ruimte niet contraproductief is.

De bouwmeester heeft me gisteren zijn eerste bevindingen gemaild. Hij heeft gezegd dat hij mijn eerste analyse deelt, dat dit een huisvesting van lage kwaliteit is, geen creatie van een buurt. We moeten inzetten op verfijning van de publieke ruimte en die een meer groen karakter geven zoals in echte citéwijken. Hij zegt dat we een sterke geïntegreerde visie nodig hebben die maatschappelijke winsten kan omzetten in een gefaseerde ruimtelijke aanpak. Hij ziet veel potentie, en dat is een positief signaal.

De heer Filip Dewinter

Minister, ik sta versteld van uw originaliteit. Uw invalshoek is er vandaag niet een van sociale achteruitstelling, gebrek aan kansen in het onderwijs, racistische werkgevers enzovoort. Vandaag is het de schuld van de architectuur. Ik geef toe: dat hadden we nog niet gehad. Het is de schuld van de architectuur van de betrokken wijk dat het daar, om uw woorden te gebruiken, een reservaat is geworden. Zou het niet kunnen dat het de schuld is van de massa-immigratie? Zou het niet kunnen dat het de schuld is van de multicultuur die niet werkt? Zou het niet kunnen dat het de schuld is van het feit dat we blijven knuffelen en krullenbollen aaien in plaats van op te treden wanneer er opgetreden moet worden, niet alleen politioneel of via de openbare ordehandhaving maar ook wat het inburgeringsbeleid betreft? Dit zijn immers concentratiewijken geworden waar onze bevolking zich misschien nog mag inburgeren als ze als niet weggepest wordt maar waar het omgekeerde nooit gebeurt. De conclusie is simpel, minister, zachte heelmeesters maken stinkende wonden. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mevrouw Claes heeft het woord.

Minister, ik ben heel blij met uw antwoord. Ik heb dezelfde vraag over kansarmoede in wijken want, mijnheer Dewinter, het gaat hier over kansarmoede, over segregatiewijken. Die afgesloten wijken hebben met architectuur te maken. Alle migranten die kunnen, trekken weg uit die wijken. Wat overblijft, is kansarmoede. Ik ben het er dan ook absoluut mee eens dat er een taskforce moet komen. Ik ben het er ook mee eens dat het probleem vertrekt vanuit de ruimtelijke ordening. Ik nodig u dan ook heel graag uit om eenzelfde beleid te voeren in de andere concentratiewijken die er in de buurt nog zijn.

Mevrouw Zamouri heeft het woord.

Mevrouw Khadija Zamouri

Minister, in uw antwoord vertoont u een beetje ontwijkend gedrag. U verwijst naar de architectuur die heel belangrijk is. Ik denk echter dat er in Houthalen-Helchteren vooral is geïnvesteerd in vrouwen en kinderen en niet in pubers. Er is geen integratiebeleid voor jongeren die ouder zijn dan 13 jaar. Dat is een grote tekortkoming, in heel Vlaanderen en in Brussel. Daarnaast moet er ook werk zijn voor die jongeren. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Mijnheer Sintobin, dat u dit onzin vindt, zal uw woordvoerder, de heer Dewinter, wel zeggen. Het is heel storend dat u eerst zit te bellen en vervolgens zit te grommelen. Ik heb de indruk dat dit een aantal mensen echt irriteert.

De heer Diependaele heeft het woord.

Minister, ik sluit me aan bij uw antwoord en in het bijzonder bij het feit dat het geweld zelf hard moet worden aangepakt. Dat is de verantwoordelijkheid van die jongeren zelf. Zij moeten daarop aangesproken worden. Justitie en politie moeten daar keihard tegen optreden, want dit kunnen we niet aanvaarden.

In het verleden, tijdens de jaren tachtig, zijn er maatregelen genomen die gezorgd hebben voor die segregatie. Die maatregelen waren fout en moeten nu worden omgekeerd. Die getto’s, niet alleen in Houthalen-Helchteren maar ook in onze grootsteden, moeten absoluut worden tegengegaan.

Minister Geert Bourgeois

Mijnheer Dewinter, we zijn het gewend dat u simplificeert, dat u spreekt voor uw eigen achterban en dat u het antwoord altijd reduceert tot wat u precies wilt horen, om er dan vervolgens een karikatuur van te maken. Ik ga daar dus niet op in. Ik heb een consistent antwoord gegeven.

Ik ben mijn antwoord begonnen met de stelling dat men het veiligheidsprobleem moet aanpakken, en dat je zonder het aanpakken van dat veiligheidsprobleem zelfs geen integratiebeleid kunt voeren. Ik verneem via de media dat ook vertegenwoordigers van de allochtone gemeenschap in die wijk hetzelfde zeggen. Er is dus inderdaad een potentieel voor burgerinitiatieven in die wijk.

Mevrouw Zamouri, u maakt meestal de juiste analyse, maar het spijt me enigszins dat u ook mijn antwoord reduceert tot het ruimtelijke probleem. Dat heb ik net niet gedaan. Ik zeg dat er een taskforce moet komen met een integraal wijkbeleid, mét veiligheid, mét het OCMW, mét de scholen, mét de integratiediensten, mét de culturele en sportieve verenigingen. Dit moet worden gemonitord. Dit moet worden volgehouden, en dit moet leiden tot een responsabilisering van de buurt, dus geen krullenbollen aaien, mijnheer Dewinter. Ook moet dit leiden tot burgerinitiatieven.

Met mijn beperkt inzicht in architectuur, in de publieke ruimtelijke inrichting weet ik dat er een grote band bestaat tussen cités, ruimtelijke ordening, gettovorming en reservaten. Dat laatste is het woord dat sociaal pedagoog Aerts in de mond heeft genomen. Dat is ook wereldwijd een thema in de stedelijke context. Ik heb de bouwmeester daar gisteren over gecontacteerd. Hij bezorgt me een eerste analyse. Hij biedt zijn diensten aan. Hij zegt dat die wijk hertekend moet kunnen worden. Daar moet meer groei komen. Er moet een andere publieke ruimte komen. Voor de mensen van het Vlaams Belang is het leuk om dat alles te reduceren. Goed, de mensen kijken mee. Ze kunnen zien wat het antwoord is. (Opmerkingen bij het Vlaams Belang)

Mijnheer Sintobin, uw reductionistische simpliciteit, die laat ik aan u over. Uw grote voorman zal er straks nog een ferme populistische schep bovenop doen, maar dat interesseert ons helemaal niet. (Rumoer bij het Vlaams Belang)

De heer Filip Dewinter

Minister, het komt erop neer dat men politiecombi’s stukslaat, dat men een politieagent halfdood het ziekenhuis in slaat, de media bedreigt met nepwapens, om er uiteindelijk voor te zorgen dat de hele wijk zal worden hertekend, dat er nog meer inspanningen zullen gebeuren in de richting van het pamperen enzovoort. Neen, het is niet zo dat inburgering pas in de praktijk kan worden gebracht als de veiligheid wordt gegarandeerd. Er moet eerst inburgering zijn om de veiligheid te kunnen garanderen: dat is de fout die u maakt.

Ik hoor bepaalde leden ook zeggen dat het de schuld is van de kansarmoede onder die allochtonen. Wat een belediging van de kansarmen in dit land! Wat een onderschatting van het probleem van de kansarmoede in ons land! Zijn er problemen met Vlaamse kansarmen die regelmatig politiecombi’s stukslaan, politieagenten het ziekenhuis in slaan en dergelijke meer? Ik dacht het niet! Het probleem situeert zich altijd bij dezelfde groep: of ze nu kansarm zijn of niet heeft daar in de praktijk niets mee te maken! (Applaus bij het Vlaams Belang)

De actuele vraag is afgehandeld.

Ingekomen documenten en mededelingen
Actuele vraag over de uitvoering en financiering van het Vlaamse luik van het nationale hiv-plan
van Irina De Knop aan minister Jo Vandeurzen
33 (2013-2014)
Actuele vraag over het nationale hiv-plan
van Jan Roegiers aan minister Jo Vandeurzen
34 (2013-2014)

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of het PDF iconJaaroverzicht 2016-2017 (pdf) voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.