U bent hier

De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is de bespreking van de verklaring van de Vlaamse Regering betreffende de algemeen maatschappelijke situatie en betreffende de krachtlijnen van de begroting 2014.

De heer Van Hauthem heeft het woord.

De heer Joris Van Hauthem

Voorzitter, minister-president, ministers, collega's: "We hebben dijken van moed opgeworpen tegen de stormvloeden van de angst." Minister-president, inderdaad: Martin Luther King. Met dat citaat, vrij pathetisch gebracht, hebt u eergisteren uw Septemberverklaring afgesloten. U hebt, misschien zonder het te beseffen, meteen ook uw regeerperiode afgesloten, want dit citaat, minister-president, weerspiegelt geen vooruitblik, dit citaat weerspiegelt geen wervend project voor het komende jaar of de komende maanden. Het was een terugblik: een die niet vrij was van een zekere irriterende hoogmoed, een die eerder paste op een verkiezingsmeeting of een partijcongres. U hebt net niet gezegd: "Met Kris was het perfect." Dat hebt u nog net niet gezegd, maar u was er niet ver van.

Minister-president, uw Septemberverklaring was kort, zeer kort, en in tegenstelling tot vorige jaren, leek het wel een verplicht nummer. U hebt er zich in de pers van afgemaakt met de boutade: "Als ik het lang trek, spreekt men van een 3 Suisses-catalogus met voor elk wat wils; nu ik het eens kort hou, is het ook niet goed." Zo goedkoop komt u er niet van af, want laten we duidelijk zijn: een korte verklaring hoeft niet noodzakelijk een slechte verklaring te zijn. Men kan inderdaad in weinig woorden veel zeggen. Maar dat is het probleem. U hebt bitter weinig gezegd, en alles heeft in het leven een reden en ook dit keer: de kortheid van uw Septemberverklaring heeft een reden. Waar u de vorige jaren nogal wat beleidsdomeinen overliep en zo elke minister zijn of haar pluimpje gunde, was het wat dat betreft, dit jaar akelig stil. Uw verklaring was inspiratieloos, een bijzonder selectieve opsomming van verwezenlijkingen, lijdend aan een acute vorm van amnesie, verdoezelend van voor Vlaanderen cruciale pijnpunten die in de voorbije vier jaren niet werden opgelost en ook geen oplossing meer zullen krijgen. U hebt bitter weinig gezegd omdat u niets meer te vertellen hebt. Wat u dan nog hebt gezegd, was weinig concreet. Wat u niet hebt gezegd, is misschien nog het belangrijkste. Ik kom daar nog op terug.

Ook dat heeft een reden. U bent geen coach meer van een ploeg. Er is geen samenhang meer, voor zover die er ooit is geweest. Er is geen eensgezindheid. Wanneer er geen eensgezindheid is, is er inderdaad ook weinig te vertellen. Daardoor worden wel voor Vlaanderen levensbelangrijke zaken doorgeschoven naar de volgende legislatuur. Uw ploeg is uitgeleefd, en het enige wat u kunt doen, is uitbollen. U bent een doorschuifregering. U bent een regering in lopende zaken.

Minister-president, u hebt selectief een aantal verwezenlijkingen opgesomd om aan te tonen dat uw ploeg het goed heeft gedaan. Wel, als u dan de balans van een aantal zaken opmaakt, geef ons dan de kans om die even te nuanceren. U klopt zich op de borst omdat er de voorbije vier jaren 48.000 jobs bij zijn gekomen. Dat is juist, maar u vergeet er wel bij te vertellen hoeveel jobs er verloren gingen. U vergeet er bij te vertellen dat de werkloosheid vorig jaar is opgeklommen tot meer dan 8 procent, en dat is geleden van september 2006. Sinds het begin van de crisis in 2008 zijn er, alleen al in de industrie, meer dan 56.000 jobs verloren gegaan. De jeugdwerkloosheid is geen louter Franstalig Waals fenomeen meer. Ja, er zijn 18.000 plaatsen in de kinderopvang bij gekomen, maar zeg er dan ook bij hoe lang her en der de wachtlijsten nog zijn. Ja, er zijn 21.000 vragen voor mensen met een handicap opgelost, maar vertel er dan ook bij, hoe lang ook daar de wachtlijsten nog zijn. En ook de 90.000 wachtenden voor een sociale woning hebben weinig boodschap aan uw 'goednieuwsshow'.

En ja, er volgen ieder jaar 110.000 mensen een cursus Nederlands. Op zich lijkt dat allemaal zeer goed, maar of we daar in het algemeen zo blij mee moeten zijn, is nog maar de vraag. Het duidt er namelijk alleen maar op dat de immigratie langs geen kanten onder controle is en dat minister Bourgeois zeer gul dweilt met de kraan open. Overigens, de jihadisten die vanuit Antwerpen, Vilvoorde en Mechelen naar Syrië - en nu blijkbaar ook naar Kenia en Somalië - vertrokken zijn, spreken wellicht ook Nederlands. En Ook Abu Imran bedient zich zeer goed van de Nederlandse taal. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Het ergste is dat deze Vlaamse Regering wat dit betreft niet op de federale tafel durft te kloppen, onder het motto 'Het is niet onze bevoegdheid'. Eigenlijk is dat gewoon laf, temeer daar deze Vlaamse Regering nog altijd een integratiebeleid voert waarbij de ontvangende gemeenschap geacht wordt alle problemen van de nieuwkomers op te lossen.

Ja, minister-president, er is geïnvesteerd in fietspadennetwerk, dat is juist. Goed zo. Maar daar heeft de automobilist of de vrachtwagenchauffeur die elke dag vastzit op de ring rond Antwerpen of de ring rond Brussel, ook niet bepaald een boodschap aan. En dat, minister-president, is evident de achillespees van uw Septemberverklaring, namelijk datgene waarover u zedig zwijgt: Oosterweel. De saga van Oosterweel is het toppunt van besluiteloosheid. Ik las maandag in de krant Metro dat de fractievoorzitter van CD&V de vertragingen wijt aan de volksraadpleging. Hij zegt dat dat het gevolg is van de democratie.

Collega's, we weten wel beter: dat is onzin. Het gebrek aan eensgezindheid, ook in dit dossier, met een coalitiepartner die en cours de route van mening veranderde, is de oorzaak. De regelgeving is de oorzaak. Na al die jaren is er nu zelfs geen politiek akkoord over het tracé omdat u de besluitvorming gewoon uit handen hebt gegeven. Minister-president, dat is geen vlekje op uw blazoen. Het is een meer dan fameuze deuk in uw carrosserie.

Minister-president, u klopt zich op de borst dat u opnieuw een begroting in evenwicht hebt. U had het daar maandag eigenlijk bij kunnen laten: "Ik heb een begroting in evenwicht, goedenavond verder." U vergeet iedere keer te vermelden dat u de laatste vier jaar via de Financieringswet meer dan 3,5 miljard euro hebt binnengehaald en de jobkorting hebt afgeschaft. Zegt u er dat dan toch bij. De vraag is ook nu hoe reëel deze prognoses zijn, hoe echt deze begroting is, hoe reëel of hoe virtueel.

U soupeert alle buffers op voor 191 miljoen euro. U bespaart 112 miljoen euro. Maar vooral, u trekt afgerond 500 miljoen euro uit voor beleidskredieten - geen betaalkredieten, maar beleidskredieten. Dat zijn kredieten waarvan we zelfs niet weten of ze volgend jaar zullen worden uitgegeven. Op die manier draait u ons een rad voor de ogen. Dat is de perfecte manier om een begroting in evenwicht te presenteren waarvan we nu al weten dat ook deze factuur naar de volgende legislatuur wordt doorgeschoven. Zelfs de grote baas van het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka), Jo Libeer, heeft bij zoveel creativiteit de wenkbrauwen gefronst. Het is dus een papieren evenwicht. Ook de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) zegt nogmaals dat de Vlaamse begroting structureel ongezond is. Neen, minister-president, dat lijken ons eerder truken van de foor, die niet bepaald op applaus moeten rekenen.

Minister-president, naast alles waarover u gezwegen hebt, hebt u één prioriteit naar voren geschoven: het concurrentiepact, een meer dan terechte prioriteit. U was inderdaad een van de eersten om eindelijk de problematiek van de loonkostenhandicap luid en duidelijk aan de orde te stellen. Maar ook hier heeft het nogal wat voeten in de aarde gehad vooraleer u binnen de Vlaamse Regering de violen hebt kunnen stemmen. U was zelfs te laat om uw voorstellen bij de Federale Regering op tafel te leggen. Ik vraag mij trouwens af wat u belet heeft om niet nu, maar reeds vier jaar geleden, de nodige maatregelen te nemen om binnen uw bevoegdheden de lasten op bedrijven naar beneden te halen, zoals het afschaffen van de nog bestaande taks op materieel en outillage en maatregelen om de jeugdwerkloosheid terug te dringen. Waarom heeft dat zo lang geduurd? U klopt zich op de borst dat er nu wel een eenmaking komt tussen milieu en stedenbouwkundige vergunning, maar waarom heeft dat zo lang geduurd en is het eigenlijk nog altijd niet rond?

En zelfs dan blijft ook hier de vaagheid troef. U voorziet, zegt u, de komende jaren in 1,16 miljard euro extra investeringen voor de aanpak van jeugdwerkloosheid, onderzoek en ontwikkeling, infrastructuur en een structurele lastenverlaging voor de bedrijven. Dat hebt u maandag gezegd. U gebruikt daarvoor de opbrengst van de boete die de KBC aan de Vlaamse Regering moet betalen, die zal de komende jaren dus niet naar schuldafbouw gaan. Over hoeveel jaar gaat het dan eigenlijk? Want daarmee dient u de volgende coalitie en misschien die daarna ook nog. U legt nu in alle vaagheid vast iets te zullen doen aan de jeugdwerkloosheid, aan infrastructuur, aan innovatie en aan onderzoek en ontwikkeling. Dat lijkt me nogal logisch, maar de hamvraag is: over hoeveel jaren gaat het, over hoeveel centen gaat het en waarover worden die centen verdeeld?

U hebt maandag enigszins euforisch gezegd dat de Federale Regering haar voorstellen zou enten op die van de deelstaten. En zowaar, minister-president, hebt u dat de "copernicaanse omwenteling in de praktijk" genoemd. Minister-president, dat is werkelijk de wereld compleet op zijn kop! U blijft afhankelijk van wat het federale niveau gaat doen of eventueel niet gaat doen en u hebt daar geen enkele grip op, de structurele lastenverlaging waar u het over hebt, is en blijft een federale bevoegdheid.

En moet ik trouwens concluderen dat de 166 miljoen euro waarin u voorziet voor het concurrentiepact, waarvan 83 miljoen euro volgend jaar, een blanco cheque is voor de Federale Regering, naast de 171 miljoen euro waarin u al voorziet voor de bijdrage tot de sanering van de federale begroting? Moet ik dat zo interpreteren? Was het niet de N-VA die met toeters en bellen aankondigde dat er geen Vlaams geld naar een federale loonkostenverlaging mocht gaan? Heeft de N-VA dan ingebonden? Misschien kunt u daar enige duidelijkheid over verschaffen.

Maar één ding staat wel vast, collega's: dit heeft met de copernicaanse omwenteling zoveel te maken als een olifant met de Noordpool. Want, minister-president, er kan maar sprake zijn van een echte copernicaanse omwenteling wanneer u zelf de bevoegdheden in handen hebt. En die hebt u niet in handen, u hebt de vennootschapsbelasting niet in handen en u zult die ook na de komende staatshervorming niet in handen hebben. Heel de arbeidsreglementering en ook de vennootschapsbelasting blijven immers federaal. En daar staat u dan, u moet nog altijd bedelen bij de poort. Dat is niet bepaald wat ik een 'copernicaanse omwenteling' zou durven te noemen.

En dan kom ik uiteraard bij de zesde staatshervorming terecht. We maken opnieuw de toch wel bijzonder schizofrene situatie mee dat u hier opnieuw de lof bent komen zingen van de staatshervorming. U deed dat namens de Vlaamse Regering, dus ook namens de N-VA, terwijl die partij de staatshervorming afschiet als nefast. Het concurrentiepact is er het mooiste voorbeeld van. En wat is dat voor een staatshervorming waarbij de woonbonus wordt overgeheveld, maar de fiscale regeling voor een tweede en derde huis federale bevoegdheid blijft? Wat is dat voor een staatshervorming die van de overdracht van bevoegdheden gebruik maakt om een gigantische besparingsoperatie te realiseren voor de federale overheid ten koste van de Vlaamse deelstaat? Wat is dat voor een staatshervorming die Vlaanderen zogezegd responsabiliseert, maar het Waalse Gewest gedurende tien jaar een vrijgeleide van 600 miljoen per jaar geeft? Wat is dat voor een staatshervorming waarbij de Financieringswet ons op termijn 2 miljard zal kosten?

Als ik dat allemaal overloop, rijst uiteraard de volgende vraag: wat is het soortelijk gewicht van de Vlaamse Regering en van de Vlaamse minister-president geweest in deze staatshervorming? Ik durf te zeggen: niets. U ondergaat. U staat erbij en u kijkt ernaar. De Vlaamse Regering staat erbij en kijkt ernaar, de Vlaamse Regering heeft niet gewogen. De Vlaamse Regering en de meerderheid, ze laten het allemaal passeren terwijl dit Vlaams Parlement en uw regering wel de politieke mogelijkheden hebben om een en ander bij te sturen, maar u wilt niet, u kunt niet en u durft niet. Deze Vlaamse Regering doet het niet: de CD&V niet, de sp.a niet en ook de N-VA niet.

Hier maken ze absoluut geen vuist. Het enige wat we in deze debatten horen van de N-VA, is dat het debat hier niet thuishoort, dat het iets is voor de Kamer en de Senaat. Collega's van de N-VA, u weigert te wegen op de besluitvorming. Hoe dat te rijmen valt met uw ambitie om na de volgende verkiezingen in de eerste plaats en heel vlug een Vlaamse Regering te vormen, die dan kan wegen op de federale regeringsvorming - als u hier nu stilzit, niets doet en alles laat passeren -, dat is mij nog altijd een raadsel.

U maakt, collega's van de N-VA, het verschil niet. Niet inzake de staatshervorming en ook niet inzake de uitbouw van een Vlaamse sociale zekerheid, want - laat het toch nog maar eens worden gezegd - er komt geen kindpremie, er komt geen Vlaamse hospitalisatieverzekering, er komt dus geen Vlaamse pijler van de sociale zekerheid. Laten dat nu precies de drie punten zijn waarmee u uw congres hebt overtuigd om in deze Vlaamse Regering te treden.

Mijnheer Diependaele, ik herinner me nog zeer goed dat uw voorganger, de heer Van Dijck, hier bij de beleidsverklaring, bij de bespreking van het regeerakkoord, kwam zeggen: "We hebben de kindpremie binnengehaald, we hebben de Vlaamse hospitalisatieverzekering binnengehaald en we hebben het Vlaams Energiebedrijf binnengehaald." (Applaus bij het Vlaams Belang)

De kindpremie ligt in de vuilnisbak, de hospitalisatieverzekering ligt in de vuilnisbak - waarbij men nog zo hypocriet is het decreet waarin dat staat, goed te keuren en het dan niet uit te voeren - en het Vlaams Energiebedrijf, dat de concurrentie moest aangaan met Electrabel, is verworden tot een studiecentrum voor hoe men meer groene energie kan opwekken. Een studiecentrum. Alsof we geen studiecentra en universiteiten genoeg hebben. Maar daarmee had de N-VA dan toch ook een voorzitter van de raad van bestuur. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister-president, u hebt ons eind vorige week het groenboek bezorgd. Ik wil niets afdoen aan het werk van de administratie. Dat is hoe dan ook puik werk, maar de vraag is: wat is voor de Vlaamse Regering nu het statuut van dat groenboek? Ik heb de indruk dat u dat in het parlement hebt binnengegooid en gezegd: "Ziezo, het werk is af, trek er uw plan mee." (Opmerkingen van minister-president Kris Peeters)

Ja, het is een groenboek, maar het is ook al vrij laat. Het zou er eerst in april zijn, dan in mei, dan in juni, en nu zijn we eind september en het is er eindelijk. Maar wat is voor de Vlaamse Regering het statuut van dat groenboek? Gaat de Vlaamse Regering daar ook nog iets mee doen? Gaat de Vlaamse Regering dat groenboek gebruiken om ten minste een en ander voor te bereiden? Want er zijn bepaalde zaken die op ons afkomen, er zijn beslissingen en voorbereidingen die moeten worden genomen. Ik denk onder andere aan de woonbonus en heel de discussie die daarover is losgebarsten. Minister-president, wat is voor uw regering het statuut van dat groenboek? Zal de regering daar iets mee doen of doet ze daar gewoon niets meer mee?

Minister-president, uit uw Septemberverklaring is gebleken dat de klad er goed in zit. U hebt in uw rentree-interview de wens uitgedrukt dat de campagne nog ver weg is, dat we nog hard moeten werken, dat we krachtdadig moeten besturen. Welnu, minister-president, de campagne is begonnen, de dag na uw rentree-interview is de campagne begonnen. Dus is de eensgezindheid die er al lang niet meer was, is helemaal weg. U probeert nu het schip amechtig op koers te houden, terwijl ondertussen de N-VA en sp.a elkaar het bloed van onder de nagels pesten.

Een dag na uw oproep om door te werken en niet te vroeg te beginnen en niet in een campagnemodus te geraken, was daar minister Van den Bossche, die met een heel uitgewerkt plan voor een nieuwe woonbonus naar buiten kwam. Dat werd uiteraard meteen gecounterd door de N-VA die het heel wat anders zag. Maar het resultaat was wel dat de verwarring totaal was. Eventuele kandidaat-kopers wisten niet meer waar het over ging. Ze zijn in verwarring gebracht, ze kregen de indruk dat er nieuwe maatregelen zitten aan te komen. Men heeft verwarring gecreëerd, en op het einde van de rit moest u nog vlug komen zeggen: "Stop, stop, stop, dat is maar iets voor 1 januari 2015."

Trouwens, als de nieuwe ploeg een nieuwe woonbonus in zes maanden tijd moet afkrijgen, dan wens ik die alle succes toe.

De campagne is dus begonnen, met de N-VA en sp.a in de hoofdrol. Bart De Wever, de N-VA-voorzitter en burgemeester van Antwerpen, verwijt Onderwijsminister Smet dat hij geen meerjarenplan heeft voor de scholenbouw. Waarop minister Smet zegt dat het minister Muyters is die de boel tegenhoudt. Trouwens, collega's, wat de onderwijshervorming betreft, is iedereen natuurlijk vrij om te doen wat hij of zij wil, maar men moet mij toch maar eens uitleggen waarom de viceminister-president, bevoegd voor Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Toerisme en de Rand, de boer opgaat om de onderwijshervorming uit te leggen. De minister van Onderwijs gaat dat ook doen. (Opmerking van minister Pascal Smet)

U doet dat. Wel, dan moet u ook maar eens bij de leerkrachten passeren. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister, doe mij dat plezier: passeer eens bij de leerkrachten, want het draagvlak is bij de onderwijskoepels, bij de inrichtende machten, blijkbaar groot, maar diegenen die het op het terrein moeten doen, de leerkrachten, lusten van de hervorming van deze regering geen pap. En u luistert er nog altijd niet naar.

Dit is een eigenaardige situatie. Ik heb het zelden meegemaakt dat een minister die niet bevoegd is de boer opgaat om te spreken over de bevoegdheid van een andere minister. Dat zal waarschijnlijk niet zijn om te zeggen hoe goed de hervorming wel is. Het zal, denk ik, vooral zijn om uit te leggen wat de N-VA allemaal gedaan heeft om deze hervorming voor het ergste te behoeden of eventueel - en ook dit is een dossier - door te schuiven naar de volgende regering.

Ik zie minister Lieten nog niet de boer opgaan om het Kunstendecreet van minister Schauvliege uit te leggen. Ik zie dat niet meteen gebeuren. Ik zie minister Smet ook niet meteen de boer opgaan om de plannen inzake welzijn, kinderopvang en dergelijke van minister Vandeurzen te gaan uitleggen in heel Vlaanderen. Dit geeft de indruk dat minister Smet niet groot genoeg is om dit zelf te doen. Er is een viceminister-president die zegt: "Ik zal het eens gaan uitleggen, want mijn uitleg zal anders zijn dan die van de minister van Onderwijs zelf." Minister-president, als blijk van vertrouwen tussen de coalitiepartners kan dat tellen. Trouwens, minister Bourgeois gedraagt zich meer en meer als de minister-president in spe. Minister-president, u moet stilaan voor uw post vrezen.

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

De heer Wilfried Vandaele

Voorzitter, ik vind dit een zeer eigenaardige manier van voorstellen. Als parlementsleden – en ik neem aan dat alle ministers het hiermee eens zijn – mogen wij toch over alle onderwerpen die in het parlement en door de regering worden besproken, voor onze achterban lezingen, voordrachten, uiteenzettingen en informatieavonden geven? Ik doe dat in elk geval, ook over thema’s van minister Schauvliege en over andere thema’s waarvoor ik geen minister lever. (Opmerkingen)

Ik neem aan dat we dat allemaal doen en dat er daarbij geen vuiltje aan de lucht is.(Opmerkingen)

Hiermee richten wij ons altijd in de eerste plaats tot de eigen achterban. Dat is toch belangrijk.

De heer Joris Van Hauthem

U bent toch ook geen kandidaat-minister? (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Wilfried Vandaele

Wij worden gebeld. (Opmerkingen)

De heer Joris Van Hauthem

Mijnheer Vandaele, laat ons wel wezen: de onderwijshervorming heeft tot een regeringscrisis geleid. Dat was geen akkefietje. Als nadien blijkt dat twee partijen nog altijd lijnrecht tegenover elkaar staan, er nog altijd een andere uitleg aan geven - en we hebben dat debat hier al gevoerd -, dan is het niet zo logisch dat de viceminister-president, die daar niet voor bevoegd is, zegt: "Ik zal het eens gaan uitleggen." Dan weet u dat er strubbelingen zijn, dat er gekibbel is en onenigheid. Dat is iets anders dan een parlementslid die een avond geeft voor zijn eigen achterban om te zeggen wat hij in het parlement allemaal doet.

Minister-president, u moet beginnen te vrezen voor uw post, want de voorzitter van de N-VA, de heer De Wever, heeft u zowaar het federale premierschap aangeboden. De boodschap is duidelijk: hoepel op, Peeters, want twee plaatsen verder zit er iemand die graag in uw plaats zou komen.

Bart De Wever doet dat nu trouwens al voor de tweede keer. Vier jaar geleden bood hij Elio Di Rupo het federale premierschap aan. Nadien was hij boos dat hij het nog werd ook. En nu biedt hij zowaar Kris Peeters het federale premierschap op een dienblaadje aan. De heer De Wever ontpopt zich blijkbaar tot de nieuwe versie van Suzanne van Interlabor. (Gelach)

Het zegt wel iets, minister-president. Men wil u blijkbaar weg. (Opmerkingen van minister-president Kris Peeters)

Ik heb een ander aanbod. Van ons moet u geen federaal premier worden. Wij bieden u iets anders aan: het presidentschap van de onafhankelijke Vlaamse republiek. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Collega's, de klad zit erin. De N-VA en sp.a staan lijnrecht tegenover elkaar. En natuurlijk begint sp.a dan, uit balorigheid, terug te slaan en minister Muyters te verwijten dat hij de poorten wagenwijd openzet voor Roemeense en Bulgaarse arbeiders en zo aan sociale dumping doet. Het is voor de N-VA, die van dat thema een van haar strijdpunten heeft gemaakt in het federale parlement, pijnlijk te moeten vaststellen dat hier een minister van de N-VA zit, die rustig arbeidskaarten uitdeelt en aan sociale dumping doet en zo de immigratie nog een tandje laat bijsteken. Dat is pijnlijk voor een partij die de bandenloze immigratie wil bekampen, maar in haar eigen rangen een minister heeft die precies het omgekeerde doet, en die dan nog niet eens weet dat het zijn bevoegdheid is om de boel te controleren.

De voorzitter

Minister Philippe Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters

Morgen staat er een vraag van de heer Van Malderen op de agenda. Dan zal ik elk detail daarover geven. Maar het is vrij eenvoudig: de federale overheid bepaalt de contouren waarbinnen een arbeidskaart moet worden afgeleverd. Daar is zelfs geen interpretatiemogelijkheid. Roemenen en Bulgaren zijn hier al welkom. Zij kunnen een arbeidskaart vragen om te werken. Dat is een een-op-eenrelatie tussen werkgever en werknemer. Dit is niet 'de poorten openzetten'. Als dat wel zo is, is het de federale overheid die ze dicht moet doen.

De heer Joris Van Hauthem

Sp.a heeft het dus bij het verkeerde eind? (Opmerkingen van minister Philippe Muyters)

Voilà, mijnheer Van Malderen, daar hebt u het antwoord op uw vraag. De bevoegdheid van de controle op eventueel misbruik ligt toch bij u, mijnheer Muyters? Dat wist u blijkbaar niet.

Minister Philippe Muyters

Die controle ligt gedeeltelijk bij mij en gedeeltelijk bij de federale overheid. Ik geef morgen alle details in de commissie Werk. U bent welkom om 10 uur.

De heer Joris Van Hauthem

We zullen er zijn. Maar ook dat duidt er weer op: de ene pest de andere, de ene deelt een klets uit, en dan slaat de andere maar terug. Voeg daarbij, collega's, minister-president, de leuke mails uit het verleden, Uplace, waar de ene minister hoopt dat de andere minister struikelt voor de Raad van State, het gekibbel over De Lijn, de kinderbijslag. Dan weet men dat deze regering een kippenhok is waar de haan de situatie niet langer meester is.

Ik kan aannemen, minister-president, dat het voor u bijzonder frustrerend moet zijn om op maandag in de Septemberverklaring met veel pathos en energie te komen stellen dat deze regering krachtdadig bestuurt en een goed beleid voert, en dan vandaag in De Standaard, uit een sp.a-bron, te moeten lezen: "De Vlaamse regering werkt gewoon niet, punt uit."

Ik neem aan dat dat voor u frustrerend moet zijn, net zoals de verklaring in dezelfde krant dat de Vlaamse Regering met de dag meer op de Federale lijkt. Dat is niet bepaald een compliment. Ik citeer: "De Vlaamse regering lijkt met de dag meer op de federale: de coalitie bestaat uit partijen die sociaal-economisch ver uit elkaar liggen, en alles wat buiten het regeerakkoord valt, betekent gegarandeerd ambras. Door de nakende verkiezingen zal trouwens de ruimte tot onderhandelen enkel maar verkleinen." Dat citaat komt niet van een of andere medewerker, maar wel, zo lees ik, van "een viceminister-president". En er zijn er niet zoveel in uw regering. (Gelach)

Ik laat aan u de keuze om uit te maken wie dit aan de krant verteld heeft. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister-president, indien uw eigen partijgenoten en zelfs een viceminister-president verklaren dat de Vlaamse Regering niet meer werkt, wie zijn wij dan als oppositie om daaraan te twijfelen? Het is bijzonder moeilijk oppositie te voeren met een meerderheid die voortdurend zelf ruzie maakt.

De klad zit erin. De voorbije weken en maanden - en zeker sinds maandag - is gebleken dat de Vlaamse Regering er een sport van maakt dossiers en facturen door te schuiven. Deze Vlaamse Regering is een kampioen wat het uitstellen van beslissingen betreft. Ze kan eventueel virtuele begrotingen in evenwicht indienen. De partners staan elkaar naar het leven. We hebben de voorbije weken geen fraai beeld van uw ploeg gezien.

Het beeld van een krachtdadige regering klopt niet. Dat is het beeld dat velen hebben. De Federale Regering is een bende knoeiers, maar hier wordt goed en degelijk bestuurd. Dat beeld klopt niet. Uw meerderheid heeft dit de voorbije weken bewezen. Het beeld van een krachtdadige regering die goed bestuurt, ligt aan diggelen.

Gaston Geens heeft ooit verklaard: 'Wat we zelf doen, doen we beter.' Dat is niet altijd waar. Ik stel voor die slagzin te veranderen in: 'Wat we zelf doen, doen we zelf.' Ik weet in elk geval dat deze Vlaamse Regering al lang was gevallen indien het geen legislatuurregering was. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

De heer Koen Van den Heuvel

Voorzitter, naar aanleiding van de laatste Septemberverklaring van de legislatuur lijkt het me gepast niet enkel vooruit te blikken naar de maanden die ons nog te wachten staan, maar ook even een terugblik op de voorbije vier jaar te presenteren.

Een eerste zaak die hierbij opvalt, bestaat uit de extreem moeilijke economische omstandigheden waarin de Vlaamse Regering heeft moeten werken. Ik heb soms de indruk dat sommigen in dit halfrond dit keer op keer vergeten.

Onze economie heeft tweemaal, in 2009 en in 2012, een negatieve groei gekend. Dit jaar zullen we wellicht rond een nulgroei eindigen. Onze economie is sinds de Tweede Wereldoorlog nog nooit zo zwaar in het rood gegaan. Hierdoor ligt het bbp van onze Vlaamse economie dit jaar nauwelijks hoger dan in 2008.

Eigenlijk mogen we nog een beetje van geluk spreken. In vergelijking met onze buurlanden is dit al bij al geen slechte prestatie. Zo ligt de economie in Nederland, bijvoorbeeld, bijna 5 procentpunten onder het niveau van 2008.

Het is misschien toch een goede zaak nog enkele cijfers op een rijtje te zetten. Laten we er even van uitgaan dat we de voorbije vijf jaar geen nulgroei, maar een milde groei met 1,5 procent hebben gekend. Dit is nog niet de groei met 2 procent, die zowat het langetermijngemiddelde vormt. Indien we een heel bescheiden groei van gemiddeld 1,5 procent nemen, zou de bijkomende beleidsruimte in 2014 bijna 2 miljard euro bedragen. Dat zou de Vlaamse Regering met een bescheiden economische groei met gemiddeld 1,5 procent kunnen besteden. Over de hele legislatuur zou de bijkomende beleidsruimte 7,5 miljard euro zijn geweest.

Hoewel die beleidsruimte er niet was, heeft de Vlaamse Regering in deze moeilijke economische context toch bakens verzet. Wie de onmiskenbare realisaties van deze Vlaamse Regering in die context van zwakke economische groei als onbestaand afdoet, miskent het licht van de zon.

Want deze regering presenteert ook voor de vierde maal een begroting in evenwicht. Tot spijt van wie het benijdt: dit is een echt huzarenstukje. Vlaanderen is hiermee uniek in Europa. Ik val hiermee in herhaling, ik weet het, maar dat is blijkbaar nodig omdat anderen steeds kritiek herhalen waar ik niet bij kan. "Het is een virtuele begroting in evenwicht", hoor ik. Als je vier jaar op rij een begroting in evenwicht presenteert, dan hangt die begroting niet met haken en ogen aan elkaar. Wanneer sommigen dan zeggen dat het blijkbaar wel eenvoudig is om een begroting in evenwicht te maken, dat men nog buffers had moeten aanleggen of extra reserves om de toekomst beter voor te bereiden, dan zeg ik, samen met bijvoorbeeld professor De Grauwe, dat dat nefast zou zijn geweest omdat de prille economische groei niet zou zijn ondersteund maar afgeremd.

We hebben in een moeilijke economische context toch een begroting in evenwicht op een duurzame manier, vier jaar op een rij, en toch is en blijft deze regering een investeringsregering. Ze is erin geslaagd om dat te blijven. De regering heeft inderdaad geïnvesteerd in infrastructuur maar ook in de versterking van mensen. En ze blijft dat doen. Dan ben ik eerlijk gezegd een beetje verwonderd en schrik ik even van de commentaren die ik lees in de pers. "Met Peeters vier jaar stilstand", "Er is niks gedaan", "onbestaande realisaties".

Voorzitter, ik voel me verplicht om een aantal zaken op een rijtje te zetten. Laten we beginnen met het dossier mobiliteit, want dat is volgens sommigen zowat het prototype van het bewijs dat er de voorbije vier jaar niets is gebeurd. Ik geef toe - daar kom ik straks op terug - dat er een bepaald dossier, een belangrijk dossier, wat sneller had kunnen verlopen, dat weten we allemaal. (Rumoer)

Maar dat wil niet zeggen dat er geen andere dossiers zijn afgewerkt. De autowegen: bijna 300 kilometer autowegen zijn vorig jaar en dit jaar vernieuwd. Een record voor de voorbije twintig jaar. Er is de noord-zuid Kempen. Er is de ontsluiting van de R4 in Gent. Er is de nieuwe aansluiting tussen Knokke en Zeebrugge. Er is de ontsluiting van Zaventem. Allemaal missing links die de voorbije jaren zijn afgewerkt of opgestart. Er is dynamisch verkeersmanagement waar jaarlijks 25 miljoen euro in wordt geïnvesteerd. Er is het succesvolle experiment van de spitsstroken.

Er is ook geïnvesteerd in de zwakke weggebruiker, in het openbaar vervoer. Er zijn bijna 2000 nieuwe fietspaden. Dat is van Brussel tot in Santiago de Compostella. Dat is een heel mooie prestatie, denk ik. Er is de grootste busaankoop ooit geweest: bijna vierhonderd nieuwe bussen zijn door De Lijn aangekocht. Er zijn de werken aan de grootste zeesluis in Antwerpen. De onderhandelingen voor een nieuwe sluis in Gent zijn opgestart. Welnu, ik denk dat op het vlak van mobiliteit heel wat bakens zijn verzet en dat minister Crevits een mooie prestatie heeft geleverd.

De voorzitter

Mevrouw De Knop heeft het woord.

Mevrouw Irina De Knop

Ik hoor u heel veel lof zwaaien over de mobiliteit in ons land. Ik heb naar uw catalogus geluisterd. Ik heb niets gehoord over de ring rond Brussel. U hebt het heel de tijd over Zaventem en het Diaboloproject, naar ik verneem. Ik denk dat dat vooral met andere middelen is gefinancierd. Wij wachten al van bij het begin van deze legislatuur in 2009 op vooruitgang in het dossier van de ring, niet alleen voor het vak Zaventem maar ook voor het vak Noord. Ik heb er vanochtend nog eens van mogen genieten. Ik heb er anderhalf uur over gedaan om vanuit mijn thuisplaats Lennik naar Vilvoorde te gaan, in vogelvlucht 20 kilometer. Proficiat, Vlaamse Regering! Jullie maken er inderdaad heel erg werk van. Dan heb ik nog niet eens iets gezegd over de Oosterweelverbinding. Goed bezig op het vlak van mobiliteit! Fietspaden aanleggen, kunnen we misschien wel, maar het echte knelpunt oplossen voor de mobiliteit in Brussel, dat kunnen we helemaal niet in Vlaanderen. (Applaus bij Open Vld)

De heer Koen Van den Heuvel

Op Oosterweel en de knelpuntdossiers kom ik op het einde van mijn betoog terug. Inderdaad, er moeten doorbraken komen in belangrijke infrastructuurwerken, daarover ben ik het samen met u eens. Maar zeggen dat er niets gebeurt en dat er een volledige stilstand is in het mobiliteitsdossier, is de waarheid geweld aandoen.

We investeren niet alleen in infrastructuur, wij investeren ook in mensen. Deze legislatuur zijn er meer dan 21.000 zorgvragen in de gehandicaptensector opgelost. Wij hebben ook geïnvesteerd in infrastructuur in de gebouwen voor zorg, meer dan 1,4 miljard euro werd geïnvesteerd in infrastructuur voor ouderen en zieken. Er zijn bijna 7000 extra bedden bij gekomen in de woon- en zorgcentra. Er is 100 miljoen euro extra geïnvesteerd in de kinderopvang, 18.000 kinderopvangplaatsen zijn erbij gekomen. En dat, dat wordt stilstand genoemd.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Mevrouw Vera Van der Borght

Ik hoor het u graag zeggen, mijnheer Van den Heuvel: al die plaatsen die erbij gekomen zijn. Maar laat me toe om te zeggen dat het er nog aan zou mankeren dat er geen enkele plaats bij komt in deze drie sectoren. Ik kan u garanderen dat deze drie sectoren nog steeds met ellenlange wachtlijsten worden geconfronteerd en dat deze nog zullen toenemen de komende jaren. Wat deze regering nu heeft gedaan, is decreten schrijven, geen middelen uittrekken en alles doorschuiven naar de volgende regering. Dat is echt een drama dat op ons afkomt, ondanks de plaatsen die u nu zo mooi opnoemt als zijnde een positief verhaal. Het verhaal is allesbehalve positief. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mevrouw Mieke Vogels

Ik wil even inzoomen op het concrete voorbeeld van kinderopvang. Er is nog altijd veel kinderopvang te kort, nochtans is dat belangrijk wanneer je een beleid wil voeren om meer mensen actief te laten zijn op de arbeidsmarkt. De bevoegde minister belooft nu al vijf jaar dat alle problemen zullen worden opgelost in het nieuwe decreet Kinderopvang. Daarin zullen de problemen worden opgelost voor de zelfstandige kinderdagverblijven, er is ingeschreven dat er meer kinderopvang komt en ga zo maar door. Vijf jaar lang heeft men aan de mensen en aan de sector gezegd dat het nieuwe decreet alles zou oplossen.

Mijnheer Van den Heuvel, het nieuwe decreet is goedgekeurd in 2013. Het moet in werking treden op 1 april 2014. De uitvoering van dat decreet kost bij benadering 350 miljoen euro, alleen om de bestaande plaatsen te behouden. En wat lees ik in uw Septemberverklaring? Wat de kinderopvang betreft, worden er geen bijkomende middelen uitgetrokken, maar de bevoegde minister moet schuiven in zijn eigen begroting. Maak de mensen geen blaasjes wijs! Er zal met dit decreet niets worden opgelost, want er wordt geen geld voor kinderopvang uitgetrokken in dit 'warme' Vlaanderen.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Ja, collega's, de waarheid is natuurlijk dat het budget voor Welzijn in deze legislatuur op een spectaculaire manier is gegroeid. Dat is een collectieve keuze geweest van de regering, ook vastgelegd in het regeerakkoord. In een aantal sectoren is er, naast de groei van het budget, ook gewerkt aan een grondige, decretale hervorming, die de toekomst van die sectoren veilig moet stellen en een kwalitatieve en betaalbare dienstverlening mogelijk moet maken. Het decreet op de kinderopvang gaat in werking treden. Er zal volgend jaar voor de zelfstandige kinderopvang een aanzienlijk bedrag beschikbaar zijn, omdat we worden geconfronteerd met de grote uitdaging van de levensvatbaarheid van een sector. (Opmerkingen van mevrouw Mieke Vogels)

Mevrouw Vogels, daar heeft de minister geen enkele verdienste aan, hij probeert de uitdaging op te vangen door het paritair comité en de cao's die er zijn. Voor de zelfstandige kinderopvang zullen we volgend jaar een serieuze inspanning doen.

Dat decreet zal in werking treden met overgangsbepalingen, geleidelijk, met transitieprocedures, omdat je natuurlijk de zaken zorgvuldig zult moeten inzetten. Wij zullen de volgende jaren de groei van het budget in de kinderopvang moeten zien als een geheel van inzetten op kwaliteit, op betaalbaarheid voor de ouders, op levensvatbaarheid voor de initiatiefnemers, en tegelijkertijd een stuk in uitbreiding van het aantal plaatsen. Dat is bij de start van dat decreet in alle duidelijkheid gezegd. Je kunt niet de ene dag, in de waan van de dag, als er een incident in een kinderopvanginitiatief de krant haalt, een debat hebben over kwaliteit, de volgende dag pleiten voor gelijke behandeling van alle initiatiefnemers en dan, op het moment dat je daarvoor de decretale kaders creëert, zeggen dat het allemaal niet meer hoeft.

Hetzelfde doet zich voor in de sector personen met een handicap. Ik wil graag een hele dag vullen met het debat over de welzijnssector, dat is absoluut geen probleem.

Deze regering is gestart met het engagement van een budgettair meerjarengroeipad dat op het einde van de legislatuur zou moeten eindigen met 145,5 miljoen euro extra aanbod in de handicapspecifieke ondersteuning. Die prognose en dat engagement zijn er gekomen op het ogenblik dat we de economische groei raamden op 2 procent. Die groei is er niet gekomen. De regering zal dat groeipad volgend jaar voltooien. We zullen niet alleen meer van hetzelfde organiseren. U weet zeer goed dat de sector ondertussen enorm aan het evolueren is, dat we het sociaal ondernemen stimuleren, dat we proberen met dezelfde middelen meer te doen. We zien dat trouwens ook: het aantal zorgvragen dat we kunnen beantwoorden, is op een jaar tijd met 35 procent gestegen. We zullen deze legislatuur - uiteraard als het parlement daarmee instemt - ook een systeemwijziging doorvoeren, om ervoor te zorgen dat we in de toekomst die grote uitdaging van een handicapspecifieke ondersteuning beter kunnen aanpakken.

Het budget voor de gezinszorg zal opnieuw stijgen, waardoor we ook in de ouderenzorg voor dat stuk waarvoor we zelf bevoegd zijn, de nodige inspanningen kunnen doen.

Als men dat allemaal op een rij zet, dan betekent dat een enorme financiële prioritering voor dat warme Vlaanderen. Natuurlijk zijn er nog uitdagingen. Je kunt echter niet volhouden dat daar geen budgettaire prioriteit aan is gegeven. Je kunt al evenmin volhouden dat we met betrekking tot de fundamentele organisatie van het systeem geen initiatieven ten gronde hebben genomen in dit parlement. Uiteraard zal de uitdaging voor de volgende jaren erin bestaan met de beschikbare decreten aan de slag te gaan, maar ik kan u verzekeren dat wat dat betreft in de begroting 2014 alle maatregelen zijn genomen die we konden nemen.

Mevrouw Mieke Vogels

U bent de vis aan het verdrinken, zoals gewoonlijk. Vanaf 1 april 2014 treedt het nieuwe Kinderopvangdecreet in werking. U zegt zelf dat u in substantieel meer middelen zult voorzien voor de zelfstandige kinderopvang. In de bijlage bij deze Septemberverklaring lees ik echter dat u niet meer middelen hebt gekregen voor de kinderopvang, en dat u dat binnen het eigen budget moet zoeken. Mijn vraag is: waar gaat u dat geld vinden, en ten koste van wat? Dat is een heel concrete vraag.

Minister Jo Vandeurzen

Het klopt dat ik binnen de eigen budgettaire mogelijkheden verschuivingen heb gedaan. Ik heb budgetten herschikt, zodat op de essentiële punten kan worden ingezet. Die essentiële punten zijn een groei met 1,7 procent in de gezinszorg, het volmaken van het meerjarenplan voor personen met een handicap en het mobiliseren van een belangrijk budget voor de kinderopvang om inkomensgerelateerde plaatsen bij te kunnen creëren, zodat er meer plaatsen komen en ook zodat we bestaande initiatieven de kans geven om in te stappen in het IKG-systeem. Aan de hand van de begroting zult u merken dat dat de resultaten zullen zijn van die inspanning.

Mevrouw Mieke Vogels

U hebt geen geld.

Mevrouw Vera Van der Borght

Minister, mevrouw Vogels zei het al: u verdrinkt de vis, maar goed, we zullen ons daar vandaag te gepasten tijde regelmatig over laten horen.

Ik kom toch even terug op die kinderopvang en op die ouderenzorg. Gisteren heb ik van u een antwoord gekregen op een schriftelijke vraag. Daarin stelt u dat u, om de zelfstandige kinderopvang en de gesubsidieerde sector qua financiering gelijk te kunnen schakelen, 176 miljoen euro nodig hebt. Dat is trap twee, de eenvoudigste trap. Ik ben benieuwd of daarin zal voorzien zijn in uw begroting. Ik denk het niet. Kind en Gezin heeft een berekening gemaakt: om het huidige systeem compatibel te maken, zoals u dat hebt vooropgesteld, zou er 81 miljoen euro nodig zijn. Dat is 81 miljoen euro, zonder één bijkomende plaats.

Qua ouderenzorg hebt u alles on hold gezet. Ik verwijs naar de voorlopige vergunningen. U weet dat. We hebben daar in de commissie ook al herhaaldelijk vragen over gesteld. De datum is ook al een paar keer verschoven. Hoe zult u dat probleem aanpakken? Durft u vandaag te garanderen dat alles wat vandaag in de steigers staat, zal kunnen worden uitgevoerd?

Minister Jo Vandeurzen

De zelfstandige kinderopvang is, zonder dat de Vlaamse Regering daarin betrokken is geweest, toegetreden tot het paritair comité van de gesubsidieerde en erkende? (Opmerkingen van mevrouw Vera Van der Borght)

Mevrouw Van der Borght, ik heb geluisterd, ik mag antwoorden. Als men kinderopvang organiseert met personeel, dan moet men daarvoor lonen betalen, en die lonen worden in een bepaald paritair comité in collectieve arbeidsovereenkomsten vastgelegd. De kostprijs daarvan heeft niets, maar dan ook niets te maken met de komst van dat decreet. De sector die met personeel werkt, de niet-gesubsidieerde en erkende sector, wordt dus met een grote uitdaging geconfronteerd. Hoe kun je dat personeel betalen en toch tegen tarieven werken die haalbaar zijn voor de ouders? Dat is een uitdaging die wij op onze weg zijn tegengekomen.

We hebben aan de sociale partners en de voorzitter van het paritair comité gevraagd om te onderhandelen over een aparte cao voor die leden van het paritair comité die kinderopvang organiseren en onder de nieuwe regeling vallen. Er is een aparte cao afgesloten voor de lonen van de zelfstandige kinderopvang; ze komen daarmee overeen met de minimumlonen van de Nationale Arbeidsraad (NAR).

Het is niet juist dat we met deze cao deze middelen nu op tafel moeten leggen. In de toekomst, als we de cao's van de gesubsidieerde sector toepassen op de hele kinderopvangsector, zullen we onze financiering van de voorzieningen moeten opdrijven. Anders kunnen we die mensen onmogelijk in staat stellen om een levensvatbare kinderopvang te organiseren. Maar voor de start van de inschaling naar trap 2 is er een aparte cao opgesteld en kunnen we gelukkig - met de inspanning van meer inkomensgerelateerde plaatsen - een aantal initiatiefnemers een goede start laten maken binnen het nieuwe decreet.

Het is natuurlijk gemakkelijk om de indruk te wekken dat de grote financiële uitdaging van de zelfstandige kinderopvang wordt veroorzaakt door het decreet, maar daar heeft het in feite niets mee te maken. Lonen zijn gewoon een grote uitgavenpost. Natuurlijk kunnen we de sector laten voortdoen in schijnzelfstandigheid en met zelfstandigen die samenwerken via alle mogelijk kunst- en vliegwerk. Als we de sector duurzaam willen financieren, moeten we daar op termijn de consequenties van dragen.

Ik ben altijd stomverbaasd dat er uitgerekend van de liberalen altijd kritiek komt op dit loonbeleid. Het is een sector die u zo fel koestert.

Mevrouw Vera Van der Borght

Antwoord op de vraag, alstublieft.

Minister Jo Vandeurzen

De financiering van de residentiële ouderenzorg is tot aan de implementatie van de zesde staatshervorming een RIZIV-aangelegenheid (Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering). Het federale kenniscentrum raamt de nood in België aan nieuwe residentiële ouderenzorg tot 2025 op ongeveer 1800 tot 3500 woongelegenheden per jaar. Voor Vlaanderen betekent dat 1300 à 1400 bijkomende nieuwe woongelegenheden per jaar. We halen dat ritme door de activering van ons vergunningenbeleid zeer zeker de laatste jaren. We flankeren dat met VIPA-investeringsmiddelen (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) voor de socialprofitsector waarbij we de herconditioneringen en de uitbreiding stimuleren. Dat is aan de orde.

Het is niet mijn verdienste, maar die van mijn voorgangers, we hebben 21.000 voorafgaande vergunningen voor de residentiële sector afgeleverd. Dat is meer dan genoeg om een ritme van 1300 à 1400 nieuwe plaatsen per jaar vol te houden. Het is een kwestie van goed bestuur. Wie een voorlopige vergunning heeft, verwacht uiteraard dat er ook een exploitatie volgt.

Mevrouw Van der Borght, de afgelopen jaren is er absoluut geen probleem met het ritme waarin nieuwe woonzorgcentra kunnen worden geopend. De financiering ervan - moeten we er in alle eerlijkheid aan toevoegen - is tot aan de volgende staatshervorming geen Vlaamse maar een federale bevoegdheid.

De heer Koen Van den Heuvel

Deze regering investeert niet alleen in infrastructuur maar ook in mensen. Minister Vandeurzen heeft dat nog eens heel duidelijk onderstreept. (Opmerkingen van mevrouw Vera Van der Borght)

Deze regering investeert ook in het platteland met de opstart van het Plattelandsfonds; in cultuur met de renovatie van het grootste museum in Vlaanderen. Er gaat 45 miljoen euro naar Antwerpen. Er wordt geïnvesteerd in de sociale woningbouw. Er komen 3000 nieuwe sociale woningen. Dat is ongeveer het dubbele dat in 2004, het laatste jaar van paars-groen, werd gerealiseerd. In onderwijs werd geïnvesteerd via de 1300 nieuwe krachten ter ondersteuning van het basisonderwijs. Dat is 50 miljoen euro recurrent. Er is het groeipad voor de inkanteling van het hoger onderwijs in de universiteiten. Er is de budgetverhoging om aan de capaciteitsproblemen iets te doen.

Stilstand noemen sommige collega's dat. Het is heel duidelijk dat deze regering een investeringsregering is in economisch moeilijke tijden. Onze infrastructuur en onze mensen varen er wel bij.

Dit was een greep op microniveau uit verschillende concrete realisaties.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

De heer Hermes Sanctorum

Mijnheer Van den Heuvel, het valt me op dat in het lijstje dat u hier presenteert, een aantal CD&V-ministers prominent aanwezig zijn. Er is echter een opvallende afwezige, met name minister Schauvliege. Dat zal wel puur toeval zijn.

Mijnheer Van den Heuvel, ik wil het even hebben over de inhoud van de Septemberverklaring. Er is een opvallend afwezig element in die verklaring, en ik richt me dan ook tot de minister-president die druk in overleg is met zijn viceministers-presidenten, meer bepaald de verduurzaming en de vergroening van de economie. De vorige Septemberverklaring, minister-president, stond bol van de goede intenties op het vlak van verduurzaming en vergroening. En dat is ook nodig in Vlaanderen. Wanneer we de indicatoren van de Vlaamse economie bekijken op het vlak van de energie-intensiteit, dan stellen we vast dat we het zeer slecht doen. We hebben de slechtste score van West-Europa, op Finland na. Dat is een slechte positie. Ook het materialenverbruik is de afgelopen jaren niet gedaald in Vlaanderen. De broeikasgasemissie per capita is de hoogste in heel Europa. Wat het onderzoek ten voordele van de groene economie betreft, doen we het slecht op Europees niveau. Over een aantal heel belangrijke indicatoren van die vergroening en verduurzaming van de economie wordt helemaal niets meer gezegd. Minister-president, mag ik daaruit besluiten dat u de handdoek in de ring gooit? Er heerst immers een totale stilte op dat vlak in het Vlaams regeerakkoord en in de Septemberverklaring.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel spreekt namens de CD&V-fractie.

De heer Hermes Sanctorum

Hij is de spreekbuis van de minister-president natuurlijk.

De heer Koen Van den Heuvel

Mijnheer Sanctorum, ik ben nog niet klaar met mijn uiteenzetting. Elk domein komt wel eens aan bod. Ik had trouwens 2 minuten voor uw opmerking gezegd dat het grootste museum van Vlaanderen, in Antwerpen, 45 miljoen euro extra krijgt voor de renovatie. Minister Schauvliege komt straks trouwens nog aan bod.

Ik blijf trouwens bij minister Schauvliege. Het Materialendecreet is een voorbeeld van zeer doortastend beleid. We krijgen daar trouwens felicitaties voor uit Europa. Vlaanderen is op dat vlak een voorbeeld voor andere landen.

De heer Hermes Sanctorum

Mijnheer Van den Heuvel, ik heb net een aantal kernindicatoren gegeven waaruit blijkt dat we het niet goed doen op dat vlak en dat we een tandje moeten bijsteken. Daar staat niets over in de Septemberverklaring. Waarom? Ik besluit daaruit dat men op het vlak van de vergroening van de economie de handdoek in de ring gooit. En als u daar niet concreet op antwoordt, dan bevestigt u mijn stelling.

De heer Koen Van den Heuvel

Het is ook nooit goed. Ofwel leest de minister-president hier een Septemberverklaring van een uur voor en dan lezen we dat het net een catalogus is waarin alles een beetje aan bod is maar waarin geen prioriteiten worden gesteld en waarin er geen duidelijke visie is op een aantal belangrijke punten. Wanneer de minister-president een krachtige samengebalde visie ontwikkelt en een krachtige Septemberverklaring van een kwartier uitspreekt, dan is het ook weer niet goed.

De heer Hermes Sanctorum

Dat is geen antwoord.

De heer Koen Van den Heuvel

Het gevolg is dan dat niet elk deelthema aan bod komt in die Septemberverklaring.

Deze regering heeft geïnvesteerd in concrete beslissingen en heeft de toekomst van Vlaanderen op macroniveau voorbereid. Zij heeft een visie ontwikkeld op verschillende vlakken. Mijnheer Tommelein, deze regering is absoluut geen doorschuifregering wanneer zij op lange termijn durft na te denken.

Zo staat ook het Kunstendecreet in de steigers. Minister Schauvliege heeft daar heel veel lof voor gekregen. Daardoor waait er de volgende jaren een nieuwe wind in de cultuursector.

Minister Vandeurzen zorgde voor een fundamentele verandering in de gehandicaptenzorg met het decreet op de persoonsvolgende financiering waar de heer Vereeck de voorbije dagen nog de lof over zong.

De minister Muyters en Schauvliege hebben de eengemaakte omgevingsvergunning voorbereid waarover nog voor het kerstreces wordt gestemd.

Mijnheer Tommelein, ik lees in de krant dat ze dat in het zuiden van het land tien jaar geleden al hebben goedgekeurd. Wel, wie zat er tussen 1999 en 2009 ofwel in de stoel van de minister-president of wie leverde er de minister van Ruimtelijke Ordening? Een beetje bescheidenheid is op zijn plaats. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

Het is deze regering, met onze minister-president Peeters en met ministers Schauvliege en Muyters, die de eengemaakte omgevingsvergunning eindelijk realiseert. Ik zal voorlezen wat Voka zegt: "Het is de grootste hervorming van ons vergunningenbeleid sinds 1991". Volgens de federatie van de technologische industrie (Agoria) kan de ingreep voor een gemiddelde technologiebedrijf een besparing van 25.000 euro opleveren. "Stilstand", "er wordt niets beslist" en toch een doorbraak waar inderdaad verschillende jaren aan gewerkt is.

Er was ook een kantelmoment, onder meer gerealiseerd door minister Bourgeois, in de afslanking en de vereenvoudiging van de administratie. Het tempo wordt nog wat opgevoerd van 6 naar 6,5 procent. Het is een belangrijk kantelmoment in de afslanking van de Vlaamse administratie.

Op economisch vlak is het heel duidelijk dat door een aantal maatregelen op Vlaanderen niveau de crisis is verzacht. Door de waarborgregeling van Gigarant, het bankenplan en nu het Nieuw Industrieel Beleid is het kompas uitgezet om ook in de toekomst nieuwe zuurstof te geven aan de Vlaamse industrie. Opnieuw is het duidelijk een langetermijnvisie die op termijn vruchten zal afwerpen.

We komen bij het onderwijs. Het mag toch nog eens worden gezegd dat er de voorbije jaren op een rustige manier een belangrijke tbs-hervorming (terbeschikkingstelling) is doorgevoerd. En er is ook de noodzakelijke onderwijshervorming die onze jongeren zal toelaten de uitdagingen van de toekomst met vertrouwen aan te gaan. Niemand in dit halfrond wou een bigbang. Niemand nam het woord 'revolutie' in de mond. En dat is precies wat deze regering heeft voorbereid: een evolutie. Zo snel mogelijk, maar niet ten koste van het resultaat.

De voorzitter

De heer Bouckaert heeft het woord.

De heer Boudewijn Bouckaert

Ik ben al een paar zinnen achter, maar het woord 'doorschuifregering' is gevallen. Ik weet niet wie die term heeft uitgevonden, maar ik vind het een heel mooie term. In bepaalde gevallen is het misschien een beetje oppositietaal, maar mijnheer Van den Heuvel, u hebt het over onderwijs. Als de term 'doorschuifregering' op iets van toepassing is, dan is het wel op de hervorming van het secundair onderwijs. Er zijn beperkte ingrepen doorgevoerd waarvan een deel goed is, maar de grote hervorming van het secundair onderwijs wordt doorgeschoven naar de volgende legislatuur. Er is daarover beslist dat er niet nu wordt beslist maar pas in de volgende legislatuur en dat de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) intussen wat studiewerk doet. U schaatst er toch wat gemakkelijk overheen. Op dat vlak is de Vlaamse Regering zwaar tekortgeschoten en heeft de term van de heer Tommelein inhoud.

De voorzitter

De heer Wienen heeft het woord.

De heer Wim Wienen

Ik ben het eens met de heer Bouckaert dat de Vlaamse Regering in gebreke blijft. De onderwijshervorming die in het masterplan is voorgesteld, is zowat het slechtste wat je kunt doen voor het onderwijs. We helpen het Vlaams onderwijs dat altijd kwalitatief hoogstaand onderwijs is geweest, naar de Filistijnen. Het klopt niet dat het allemaal wordt doorgeschoven. Minister Smet zal het met mij eens zijn, want verschillende maatregelen worden al doorgevoerd en dat is heel spijtig, want ze komen het onderwijs niet ten goede. Het aso zal in de toekomst effectief worden afgeschaft. Die maatregelen hebben we onder meer te danken aan de steun van de N-VA. Het traditionele onderwijs kreeg van deze regering het nekschot.

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, ik denk dat de opmerking van de heer Bouckaert nog altijd aantoont dat hij het hervormingsplan niet goed heeft gelezen. Ik raad u aan om het nog eens goed te lezen.

Er is een maatschappelijk debat geweest dat twintig jaar heeft geduurd. Het is deze regering die voor de eerste keer in twintig jaar een beslissing heeft genomen.

We hebben heel goed geluisterd naar dat maatschappelijk debat. Er is uit gebleken dat er geen big bang moest komen, dat men niet zat te wachten op een allesomvattend decreet. Het is van twee dingen één. Ofwel luister je naar het maatschappelijk debat: geen big bang, maar stappen in een bepaalde richting zetten. Dat hebben we gedaan. We hebben heel duidelijk de richting aangegeven en voor de komende jaren de stappen uitgetekend. We zijn nu begonnen dat mee te delen aan ouders, leerkrachten en directies. De reacties zijn overigens gematigd goed. Dat er bezorgdheid is, is evident.

De uitvoering ervan wordt nu volop voorbereid door het ministerie van onderwijs, door de koepels, door het gemeenschapsonderwijs. Als u denkt dat men een grootschalige, noodzakelijke hervorming, die niet alles overboord gooit, maar aanpakt wat moet worden aangepakt en het goede houdt, in een-twee-drie kunt uitvoeren, bent u aan het experimenteren. Dat doen we dus niet. U hebt het over die fameuze kwaliteitstoets uit 2016. We hebben gezegd dat we de driehonderd studierichtingen van het secundair onderwijs zullen screenen. We willen dat niet alleen doen vanuit het ministerie van onderwijs, maar samen met de arbeidsmarkt - want die nemen toch veel van die jonge mensen af - en ook met de instellingen van het hoger onderwijs - want daarnaar stromen toch veel van die jonge mensen door. We zullen die meer dan driehonderd studierichtingen samen met hen grondig screenen. Nadien zullen we die ordenen, op basis van die matrix. De kwaliteit mag daarbij niet dalen. Er moet een kwaliteitstoets zijn. Iedereen, ministers, dit parlement, ouders, leerkrachten, directie, arbeidsmarkt of hoger onderwijs, wil dat we beter onderwijs hebben en dat we onze doelstellingen ambitieuzer formuleren. Dan is het toch logisch dat we, na de doorlichting en na de ordeningen, nagaan of er geen kwaliteitsverlies is? In 2016 zullen we dat afmeten aan de hand van eindtermen. Indien we die doorlichting grondig willen aanpakken, kunnen we dat toch niet op enkele maanden tijd doen? We starten er binnenkort mee.

Mag ik u er overigens op wijzen dat we in OD XXIII al heel wat maatregelen hebben beslist, bijvoorbeeld de taalscreening op 6- en 12-jarige leeftijd, het taalbad en de flexibilisering, waarbij de leerlingen gemakkelijk kunnen overgaan en niet alles moeten overdoen. We hebben ook al aan de inhoud gewerkt. U kunt dus niet zeggen dat we dat allemaal doorschuiven. Alleen is het zo dat we stapsgewijs werken. We hebben heel duidelijk de richting aangegeven.

De arbeidsmarkt, Mieke Van Hecke, Raymonda Verdyck, - toch belangrijke spelers op dit vlak -, zeggen dat het een zeer goede onderwijshervorming is. We zullen nog zaken moeten uitleggen, met mensen praten en hen erbij betrekken. Ik weet niet of u in uw leven al hebt moeten hervormen? Beslissen is één ding, maar die hervorming uitvoeren is nog wat anders. Het is heel belangrijk dat je daarbij luistert naar het veld, naar het signaal dat mensen geven, zodat je dat juist kunt 'capteren'. Ook dat zal in de toekomst gebeuren. Dus beweren dat dit een doorschuifoperatie is, klopt gewoon niet met de feiten en toont aan dat u bezig bent met oneliners en niet met onderwijs.

De heer Wim Wienen

Voorzitter, het is toch wel wat lachwekkend wat de goede minister Smet hier vertelt.

Minister, u zegt dat u het maatschappelijk debat over de hervorming hebt gevoerd. Misschien wel, maar dan toch niet met de leerkrachten. Zij mochten niet deelnemen aan dat debat.

Ik weet niet hoe u 'gematigd positief' wenst te definiëren, maar als 75 procent van de leerkrachten deze onderwijshervorming verwerpt, lijkt mij dat niet echt gematigd positief, maar vooral zeer negatief voor deze Vlaamse Regering. Als het Vlaamse onderwijs in de resultaten van het Programme for International Student Assessment (PISA) naar beneden tuimelt, zal dat de verpletterende verantwoordelijkheid zijn van deze regering.

De heer Boudewijn Bouckaert

Ik probeer het op een genuanceerde manier te bekijken. Het pad na hervorming dat werd uitgetekend, namelijk screening van de richtingen en binnen een aantal jaren evalueren of de matrixstructuur wel degelijk kan worden doorgevoerd, vind ik op zich eigenlijk nog niet zo slecht. Het is een regel van voorzichtigheid.

Maar het probleem is dat u daarmee had kunnen beginnen in 2009. Over het uittekenen van het pad naar hervorming is slechts beslist op het einde van de legislatuur en daar heeft de regering enorm veel tijd mee verloren.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel

Voorzitter, de heer Van den Heuvel had het over een beslissing inzake de hervorming. De minister heeft over een heleboel andere zaken uitgeweid, maar ik wil eventjes terugkomen op het woord 'beslissing'.

Als mijn geheugen me niet in de steek laat, mijnheer Van den Heuvel, is er vooral beslist om in de volgende legislatuur de echte beslissingen te nemen.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Mevrouw Elisabeth Meuleman

Voorzitter, collega's, het is nog veel erger, er is geen beslissing over de hervorming en er zijn ook geen maatregelen die iets zullen doen aan de uitstroom in Vlaanderen. Maar als er iets blijkt uit het maatschappelijk debat en uit onderzoek, dan is het wel dat in goed onderwijs de leerkracht centraal staat. Dat blijkt uit alle onderzoeken.

Minister, u hebt sinds het begin van de legislatuur het grote lerarenloopbaandebat aangekondigd. We wachten daar nu al meer dan vier jaar op. De leerkrachten moeten versterkt worden, ze moeten ondersteund worden, we moeten iets doen voor onze beginnende leerkrachten. Ik vraag me af wanneer u daar in actie zult schieten. Of is dat ook iets voor de volgende regering?

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

De heer Kris Van Dijck

Mevrouw Meuleman, ik ben echt blij dat u nu ook onderkent dat het inderdaad in de klas moet gebeuren. Wij hebben steeds ook gesteld dat het verschil in eerste instantie gemaakt wordt in de klas. Ik heb heel velen, ook van de meerderheid, die klemtoon steeds duidelijk horen leggen.

Voorzitter, ik stel vast dat hier weer mist gespuid wordt. Ik refereer aan het debat dat we hier op het eind van vorig werkjaar hielden over de hervorming van het secundair onderwijs. Het is inderdaad zo dat heel wat zaken reeds in uitvoering zijn, maar anderzijds hechten we inderdaad veel belang aan het uittekenen van een matrix met verschillende finaliteiten. De heer Wienen stelt dat bepaalde zaken worden afgeschaft. Als het over woorden of termen gaat, kan het zijn dat namen veranderen, maar ten gronde zullen wij nog altijd voor doorstroomrichtingen en voor arbeidsmarktgerichte richtingen gaan. Die matrix wil ik wel degelijk haar tijd geven, want het is geen eenvoudige oefening.

Minister Pascal Smet

Ik heb twee korte opmerkingen. Ten eerste, het is duidelijk dat we op eenzelfde lijn zitten.

Ten tweede, het regeerakkoord zei, mijnheer Bouckaert, dat we dit voor het einde van de legislatuur moesten doen. We hebben het regeerakkoord uitgevoerd, meer nog: we hebben het vóór het einde van de legislatuur gedaan. Komen vertellen dat er laat beslist werd, klopt gewoon niet. Men heeft twintig jaar niet kunnen beslissen, wij hebben nu wel beslist en we hebben dat perfect binnen de termijn gedaan die het regeerakkoord vooropstelt.

De heer Koen Van den Heuvel

Mevrouw Brusseel, gelukkig dat uw partij er niet bij zat, want dat zou de zaak enorm complex gemaakt hebben. U slaagde erin om de laatste week drie keer van standpunt te veranderen. Op vier dagen tijd had Open Vld drie standpunten: het standpunt-Vanderpoorten, uw standpunt en een totaal nieuw standpunt waarmee uw voorzitter, mevrouw Rutten, orde op zaken kwam stellen. Ik denk dat we op dat vlak geen lessen van u te ontvangen hebben.

Collega's, er ligt inderdaad nog werk op de plank. Er zijn zaadjes gezaaid in concrete investeringen en er is een visie ontwikkeld op termijn op de punten die ik daarnet heb opgesomd, maar er moeten natuurlijk nog een aantal knelpunten weggewerkt worden en beslissingen genomen worden.

Inzake het onderwijs, waar we net al een minidebatje over hielden, moet het decreet nog goedgekeurd worden. En wat ook een heel belangrijke hervorming is, is de schaalvergroting van de schoolgemeenschappen. We rekenen er als fractie op dat dit voor het reces gebeurt. Er is de implementatie van het STEM-actieplan (Science, Technology, Engineering and Mathematics), waarvoor de mentaliteitswijziging stilaan op gang komt in de hoofden van velen. Ook daar verwachten we een extra stimulans.

Ten slotte is er het concrete plan van aanpak om, wat minister Pascal Smet zonet heeft gezegd, de beslissing in de komende maanden te laten uitrollen.

Er is ook de werf van de vergunningen en de procedures, de omgevingsvergunning van minister Muyters en minister Schauvliege. We rekenen erop dat die voor het kerstreces wordt goedgekeurd.

Er is natuurlijk ook nog het belangrijke dossier van de complexe investeringen. Want deze regering heeft natuurlijk geleerd uit dossiers zoals de Oosterweelverbinding en de problemen met de noord-zuidverbinding in Limburg. Het zou pas schuldig verzuim zijn als de regering dat niet zou hebben gedaan. Maar ze heeft het gedaan, en op basis van de resultaten van de commissie-Sauwens zijn er aanpassingen in het verschiet.

Er komt een decreet Complexe Investeringen, waar we sterk op rekenen. Daardoor zal de doorlooptijd van belangrijke investeringsdossiers worden gehalveerd. Deze regering grijpt wel in, beslist, staat niet stil, en kijkt vooruit. Daarom zijn de inspanningen van de minister-president om de hervorming van de Raad van State bij de Federale Regering aan te kaarten, goed. Ook daar is er vooruitgang, want een voorontwerp werd al goedgekeurd door de Federale Regering, en dat zal binnenkort definitief door het federaal parlement worden goedgekeurd.

Deze regering heeft op dat vlak beslissingen genomen om toekomstige grote investeringsprojecten vlotter te laten verlopen.

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

De heer Lode Vereeck

Mijnheer Van den Heuvel, ik ben verrast dat u de pluim voor de versnelling van de complexe investeringen op de hoed van de regering steekt. Ik wil u er toch op wijzen dat het in de commissie-Sauwens, dankzij dit parlement en met de oppositiepartijen constructief en in unanimiteit is goedgekeurd. Eerlijk gezegd, zonder de oppositiepartijen zou het veel moeilijker zijn gegaan. ((Applaus bij Open Vld en LDD)

De voorzitter

De heer Penris heeft het woord.

De heer Jan Penris

Mijnheer Van den Heuvel, als u de doorlooptijd gaat versnellen en u wilt dat decretaal vastleggen, mag ik u deze keer dan een goede tip meegeven? Raadpleeg vooraf de Raad van State, die u wilt hervormen, zodat u niet meer op de bec de gaz loopt, wat u met uw vorige initiatieven hebt meegemaakt: de vernedering alom dat het Arbitragehof onze initiatieven moet vernietigen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De heer Koen Van den Heuvel

Mijnheer Vereeck, het decreet komt er op basis van het harde werk in de commissie-Sauwens, waar de resoluties eenparig zijn goedgekeurd en waar duidelijk de wil van een kamerbrede meerderheid wordt tentoongespreid. Het is heel belangrijk dat dat decreet nog voor het reces wordt goedgekeurd. Daar rekenen we op en dat zal ook gebeuren.

Een ander aandachtspunt is de financiële situatie van de lokale besturen. Wie nu verwacht dat ik als lokale bestuurder zal zeggen dat we rekenen op het financiële infuus van de Vlaamse Regering, moet ik enigszins teleurstellen. De aangehouden groeivoet van het Gemeentefonds met jaarlijks 3,5 procent is op zich een heel mooie inspanning. Het betekent jaarlijks 75 miljoen euro extra voor de gemeenten, wat in vijf jaar tijd een verhoging van bijna 20 procent betekent.

Als ik de cijfers van Belfius lees, die stellen dat de investeringen door de Vlaamse lokale besturen in het eerste jaar van deze legislatuur met liefst 25 procent dalen, dan is dat zonder meer een reden tot zorg. We moeten onze gemeenten ondersteunen en dat moet niet altijd met financiële middelen zijn. Door regelgeving te vereenvoudigen, door partnerships met andere partijen mogelijk te maken, door een vereenvoudiging van de regelgeving en procedures, bijvoorbeeld in de versnelling van de sociale woningbouw, kunnen lokale besturen hun beleid creatiever uitvoeren.

Een derde prioriteit is het competitiviteitspact vormgeven om onze economie te herstellen. Dat is een heel belangrijk punt in de volgende maanden. De economie herneemt een beetje en het komt erop aan die prille opswing te ondersteunen en te versterken. Daarom moeten we ook voluit en krachtig inzetten op het competitiviteitspact. Dit is een zeer duidelijke keuze. Het is geen optie, het is een noodzaak om de competitiviteit van onze ondernemingen te versterken.

We mogen toch onderstrepen dat het door de Vlaamse Regering is en door het initiatief van de minister-president dat het competitiviteitspact in dit land op de rails is gezet door een samenwerking in de komende maanden tussen de verschillende regeringen in dit land.

Er is effectief ook geld voor uitgetrokken. Er is 166 miljoen euro op jaarbasis om het innovatiepad te versterken. Er is een extraatje voor de werking van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) om de activering van werkzoekenden beter te begeleiden. Er werd een nota opgesteld waarin verschillende keuzes zijn opgenomen ter versterking van aanwervingspremies, van de financiering van de kmo's, van de lokale investeringen. Daar moeten de volgende maanden keuzes worden gemaakt, in samenspraak en overleg met andere regeringen. Er is de uitdaging van de uitvoering van het Strategisch Actieplan voor Limburg in het Kwadraat (SALK). Er is 145 miljoen euro uitgetrokken om de economie in de provincie Limburg verder te stimuleren.

Ik kom ten slotte bij het vierde thema: de zesde staatshervorming.

Wie het groenboek, dat ons dit weekend is bezorgd, leest, kan nogmaals vaststellen hoe immens de staatshervorming is die op ons afkomt. Ik zal dat niet nog eens in geuren en kleuren uit de doeken doen. Ik heb beloofd aan de heer Diependaele om de verdiensten van de zesde staatshervorming niet uitgebreid toe te lichten. (Opmerkingen van de heer Lode Vereeck)

We weten allemaal hoe groot de overdracht is. Na 2014 zal de Vlaamse begroting zeer veel groter zijn dan het federale budget. Collega's, wij moeten nu ons deel doen bij de voorbereiding van deze staatshervorming. Zoveel jaren na de resoluties van het Vlaams Parlement van 1999 kunnen wij er nu eindelijk uitvoering aan geven. Deze kans, mijnheer Van Hauthem, moeten wij volop grijpen. De komende maanden zullen wij dan ook het debat voeren. Iedere partij zal haar standpunt met betrekking tot de nieuwe bevoegdheden verder scherp kunnen stellen, om het tijdens de campagne aan de burger te kunnen voorleggen. Maar wie nu zegt dat deze regering al de keuzes voor de volgende legislatuur moet vastleggen, doet aan stemmingmakerij. Het hele debat over de woonbonus is zinvol, maar mag niet afglijden tot het goedkoop en volkomen onterecht schrik aanjagen van de Vlaming. (Opmerkingen van de heer Joris Van Hauthem)

Van bij de realisatie van de staatshervorming is duidelijk gesteld dat de implementatie ervan het project bij uitstek van de volgende regering zal zijn. Het groenboek levert het materiaal om gefundeerde keuzes te maken. Het is ongepast dat een regering op het einde van de bestuursperiode het kader zou vastleggen van de essentie van het beleid dat een volgende regering moet uitvoeren. De vorige staatshervormingen hebben alleen maar geleid tot een beter en sterker Vlaanderen, tot een beter beleid voor de Vlamingen. Dat zal nu ook het geval zijn. Daarin heeft mijn fractie alvast het volste vertrouwen.

Mevrouw Mieke Vogels

Ik lig wakker van een vraag. Mijnheer Van den Heuvel, misschien kunt u mij er een antwoord op geven, dan kan ik opnieuw wat beter slapen.

Mijnheer Van den Heuvel, in het kader van deze nieuwe verklaring verscheen een bericht, dat dit presenteert als een soort besparing: de Mobiliteitsraad, de Woonraad en de Strategische Adviesraad Welzijn, Gezondheid en Gezin zullen voortaan allemaal onder de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) vallen. Het groenboek heeft het ook over de bevoegdheden in verband met Welzijn en Gezondheid. Ik lees daar, niet alleen tussen de lijnen maar ook openlijk, dat men niet debatteert over hoe we een beter ouderen- en gezinsbeleid zullen voeren, maar wel over wie de middelen mag beheren en wie aan het stuur mag zitten om die middelen te verdelen. De grote discussie is of dat de sociale partners zullen zijn - want het is geld van de sociale zekerheid, zeggen de werkgevers, zeker als het over kinderbijslag gaat - of de traditionele partners die we in Vlaanderen kennen: de voorzieningen uit de welzijnssector, de gebruikers.

Mijnheer Van den Heuvel, wat ik hier lees, doet mij vrezen dat met deze beslissing al een voorafname is gebeurd. U weet dat de minister-president een grote voorstander is om binnen de SERV een cel voor sociaal beleid op te richten. Daarin zouden de traditionele sociale partners, die dit ook op federaal niveau doen, ook op Vlaams niveau de middelen beheren.

Ik zou daar graag uitsluitsel over hebben, mijnheer Van den Heuvel. De traditionele partners zien dat immers helemaal niet zitten Als alles onder de hoed van het sociaal-economische komt, is dat een ramp voor het warme Vlaanderen. We weten hoe Voka en UNIZO tegen de social profit aankijken.

Mijn vraag aan u is dubbel. Die herschikking zo even tussendoor, is daarover overlegd met de partners van het middenveld? Betekent dit een voorafname voor wat betreft het beheer van de nieuw over te komen bevoegdheden? Zullen die gebeuren door de traditionele sociale partners? Dat is een zeer belangrijke vraag, die heel veel mensen vandaag bezighoudt.

De voorzitter

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois

Mevrouw Vogels, wat het groenboek betreft, is het duidelijk dat deze regering geen beleidskeuzes maakt. Dat zijn keuzes voor de volgende regering. Het groenboek is een puik werkstuk van de administratie, dat alles in kaart en in lijn brengt en de diverse mogelijkheden schetst. De politieke keuzes kunnen maar gemaakt worden als Vlaanderen daar ook de bevoegdheden voor heeft.

De Vlaamse Regering heeft de beslissing genomen om een tiental entiteiten af te schaffen, op te heffen, toe te voegen aan een grotere entiteit. Wat de adviesraden betreft, is er een voorstel dat voor advies bezorgd wordt aan de Sociaal-Economische Raad voor Vlaanderen, in de lijn van de diverse vragen vanuit diverse hoeken om ook het adviesstelsel in Vlaanderen te vereenvoudigen. Na dat advies zal de regering een beslissing nemen. Dat houdt geen beslissing in wat betreft het beheer van de sector.

De heer Lode Vereeck

Er zijn in Vlaanderen 195 agentschappen. Het heeft geen zin om er aan de ene kant een aantal af te schaffen, als je er aan de andere kant een aantal bij creëert, zoals het Vlaams Energiebedrijf.

Mijnheer Van den Heuvel, ik heb gewacht tot het einde van uw betoog om het woord te vragen. Het is altijd interessant om te horen wat mensen zeggen, maar nog meer om te horen wat ze niet zeggen. U hebt u daarnet voorstander verklaard van de heer De Grauwe, maar u weet ook dat de president van de Europese Unie, de heer Van Rompuy, tegen schuldopbouw is.

Het verbaast mij dat hier wordt gezegd dat de regering geen beleidskeuzes vastlegt voor de komende vijf jaar. Dat is natuurlijk wel het geval. We hebben hier de belofte gekregen dat er 1,16 miljard euro zou worden geïnvesteerd in scholen, in gehandicaptenzorg, en dat dat zou worden gefinancierd met de opbrengsten uit de KBC-boete. Nochtans was dat geld door minister Muyters volledig gereserveerd voor de schuldafbouw.

Voor alle duidelijkheid: schuldafbouw is voor mij ook geen fetisj. Als er schuld wordt opgebouwd om te investeren in infrastructuur, is dat voor mij geen probleem. De toekomstige generaties betalen dat mee af, maar ze hebben er ook het genot van. Er is natuurlijk wel een probleem met schuld die wordt opgebouwd door tekorten, want dat geld is weg.

Ik wil het ook nog hebben over die eenmalige uitgaven, zoals participaties. Die hebben wij in het verleden gefinancierd door schuld op te bouwen. Maar dat is geen voorzichtig beleid. Men had dat beter via het KBC-dividend gedaan. Nu biedt die boete een unieke gelegenheid om de schuld af te betalen die de afgelopen jaren is opgebouwd in participaties.

We hebben daar de afgelopen dagen een grote tegenstelling gezien. Hoe zit het nu? Wat gebeurt er qua schuldafbouw? Wat gebeurt er met de KBC-boete? Ook daar zit de regering duidelijk niet op één lijn.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Minister Philippe Muyters

Er is binnen de regering duidelijk afgesproken dat we, indien het nodig zou blijken, de gelden van de boeteclausule van KBC zouden gebruiken voor een relancebeleid. In de begroting 2014 hebben we voldoende middelen gevonden om een relancebeleid te voeren. Voor 2014 voorzien we dus niet om de boeteclausule aan te wenden om het relancebeleid te voeren. Dan kan er nog altijd, tenzij er nog tegenslagen zouden zijn, schuld afgebouwd worden.

De filosofie die we hanteren, houdt in dat we zekerheid willen verschaffen. Ook in de toekomst zullen er middelen zijn om een concurrentiebeleid te voeren. Daarom hebben we ook beslist om, indien dit nodig zou blijken, desnoods de schuld niet af te bouwen en ervoor te kiezen de boete te gebruiken. Dat is de filosofie die binnen de Vlaamse Regering is afgesproken. Dit is een nuancering van wat in het verleden is verklaard.

De heer Lode Vereeck

Volgens mij zouden we de volgorde best omdraaien. We zouden van deze gelegenheid gebruik moeten maken om de schuld af te bouwen. Indien er nog geld over is, kunnen we dat eventueel voor investeringen gebruiken.

De heer Koen Van den Heuvel

Dit lijkt me een duidelijke keuze van de Vlaamse Regering. De volgorde is omgedraaid. Het is de bedoeling in een zeker vangnet te voorzien. De competitiviteitsversterking vormt de prioriteit. Indien er niet voldoende middelen zijn, kan de penalty fee van de KBC als een vorm van vangnet worden gebruikt.

De schuldafbouw blijft natuurlijk ook op het lijstje staan. Iedereen in dit halfrond weet echter dat het schuldprobleem van Vlaanderen niet grotesk is. Het gaat om 5 miljard euro. In vergelijking met de andere bestuurlijke niveaus is dit een relatief klein bedrag.

De heer Hermes Sanctorum

Mijnheer Van den Heuvel, ik wil nog kort even ingaan op het groenboek Interne Staatshervorming, waar u terecht naar hebt verwezen. Die mantra keert regelmatig terug - daarom ook is het een mantra. De beslissingen worden tot na de verkiezingen van 2014 uitgesteld. Volgens u lijkt het groenboek op een menukaart met alle mogelijke opties. We zullen na 2014 wel zien welke beslissingen worden genomen. Het is dan aan de volgende regering.

Ik stel me de vraag hoe oprecht u bent. Ik heb, net als heel wat anderen in dit halfrond, dat groenboek gelezen. De opties in verband met de staatshervorming die daarin staan vermeld, zijn niet onschuldig en zijn vaak tendentieus. Vaak staat de keuze inherent in de beschrijving van de opties.

De staatshervorming zal nochtans, zoals u terecht hebt gesteld, een zeer grote impact op Vlaanderen als bestuur en op onze samenleving hebben. Als de keuzes nu al tussen de lijntjes worden genomen, vraag ik me af hoe oprecht u bent met uw stelling dat het debat in het Vlaams Parlement en in de samenleving nog moet worden gevoerd en dat de beslissingen later moeten worden genomen.

De heer Koen Van den Heuvel

Mijnheer Sanctorum, het wordt voor mij wel heel moeilijk u nog te volgen. Ik heb de voorbije dagen ook uw fractieleider aan het woord gehoord. Volgens haar bevat het groenboek te weinig keuzes en fietst de Vlaamse Regering om de keuzes heen. Volgens u bevat het groenboek al inherente keuzes.

Het is allemaal duidelijk. Ik heb daarnet al verklaard wat het standpunt is. Het groenboek bereidt op het niveau van de Vlaamse overheid de overdracht van de nieuwe bevoegdheden voor. We zijn het er allemaal over eens van 25 mei 2014 een uitdaging te maken. Hoe zal het nieuwe Vlaanderen eruit zien? Hoe zullen we onze nieuwe bevoegdheden met betrekking tot de arbeidsmarkt invullen? Hoe zullen we met onze fiscale autonomie omgaan? Hoe zullen we het woonbeleid met de woonbonus op een nieuwe leest schoeien? Dat hoort bij de campagne.

Het groenboek bevat geen inherente keuzes. Het is duidelijk dat we dit hier allemaal kunnen voorbereiden. We kunnen in de commissies hoorzittingen organiseren en ons allemaal goed informeren. Op die manier kunnen we binnen onze partijen standpunten bepalen. Op 25 mei 2014 laten we de Vlaamse kiezer dan beslissen. Hoe zien zij de toekomst?

Het betreft hier een heel degelijk document dat we nu kunnen gebruiken om op verschillende vlakken tot duidelijke, heldere standpunten te komen over de nieuwe bevoegdheden die van de federale overheid naar hier worden overgeheveld.

Mevrouw Elisabeth Meuleman

Mijnheer Van den Heuvel, de heer Sanctorum en ik stellen in feite net hetzelfde. Net door wat soms is weggelaten, bevat het groenboek van de administratie impliciete keuzes. Een aantal duurzame en sociale opties worden er niet in beschreven.

Aangezien het hier volgens u een technisch groenboek van de administratie betreft, hoeven we het debat hier volgens u niet meer te voeren. Dat is iets voor de volgende legislatuur.

Dat maakt het extra schandalig natuurlijk. Er worden keuzes gemaakt, maar we mogen er wel niet over debatteren op een politieke manier in dit parlement. Daar zijn wij het totaal niet mee eens. Wij gaan dat wel doen, anders zitten wij hier zeven maanden niets te doen als we niet aan politiek kunnen doen. Maar ons verschuilen achter de administratie, wat de minister-president nu doet? Dan kunnen we misschien de administratie hier vooraan laten plaatsnemen, dat is een grote besparing, en kunnen de ministers zeven maanden verlof zonder wedde nemen om volop campagne te voeren.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

De heer Matthias Diependaele

Mevrouw Meuleman, nu begrijp ik het echt niet meer. Wat we absoluut moeten vermijden - ik denk dat u er ook zo over denkt -, is dat deze regering over bevoegdheden die ze nu niet heeft, toch beleidskeuzes zou maken, waar de volgende regering aan zal moeten voldoen. Is het dat wat wilt? U hebt eigenlijk zoveel vertrouwen in deze ploeg, dat ze mag beslissen over bevoegdheden die ze nog niet heeft en daarmee de volgende regering bindt. Trouwens, die afspraken worden gemaakt, en u weet dat zeer goed: het debat in het parlement kan wel worden gevoerd. Daar gaat het niet over. Dat debat kan gerust worden gevoerd op basis van het groenboek.

Mevrouw Elisabeth Meuleman

Het debat wordt tegengehouden. Men wil het zo weinig mogelijk voeren. Men versast het naar aparte commissies en probeert de vis op die manier te verdrinken. Daar hebben wij tegen gereageerd.

Mijnheer Diependaele, laat me uitleggen hoe een parlement werkt. Men doet een voorstel, men zoekt daar een meerderheid voor. Meestal is het de meerderheid die in de regering zit. Daar vindt men elkaar en komt men tot conclusies. Lukt dat niet, dan kan men andere partners zoeken, want men deelt niet dezelfde visie. Zo gaat dat in een parlementaire democratie Als u het niet eens geraakt, dan is dat jammer, maar dan moet u nog wel naar het parlement komen met uw beslissingen, want we gaan hier nog aan politiek doen.

De heer Matthias Diependaele

Wat houdt u tegen om een voorstel te doen? Wat houdt u tegen?

Mevrouw Elisabeth Meuleman

Ze komen eraan, mijnheer Diependaele, en ik hoop van u hetzelfde.

De heer Matthias Diependaele

Inderdaad, het parlement dient daarvoor. Ik zeg het u, het debat zal hier worden gevoerd, en inderdaad, in de bevoegde commissies. Dat lijkt me ook het meest logisch. Wat zou je anders doen? Een heel algemeen debat voeren over de zesde staatshervorming? We zullen effectief kijken hoe het Vlaanderen van morgen er zal uitzien door de verschillende domeinen die overkomen apart te bespreken in de commissies. Het staat u absoluut vrij om elk element waarin het Reglement van het Vlaams Parlement voorziet, te gebruiken om dat debat te voeren. U kunt voorstellen doen. We zullen zien of u daar een meerderheid voor vindt.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, ik vind het een wat eigenaardig debat, gelanceerd door Groen, ook al heet het een groenboek. We hebben dat van Europa. Een groenboek is een discussie- en reflectiedocument. Wij hebben dat aangekondigd. Het is nu met zeer veel zorg opgemaakt en we hebben het overgemaakt aan het Vlaams Parlement. Daar zitten opties in. Voor de woonbonus bijvoorbeeld zitten er zeven opties in. Dat kan wat mij betreft tot veertien of vijftien opties worden verbreed. De discussie daarover kan hier in het Vlaams Parlement gebeuren.

Het is zeer eigenaardig dat bepaalde partijen over de bevoegdheden die op 1 juli 2014 overkomen, zeggen dat deze Vlaamse Regering daar nu al heel concreet beslissingen in moet nemen. Ik vind dit een heel eigenaardige discussie. Men vraagt dan om bevoegdheden die we niet hebben, nu al in te vullen. De reactie zou dan zijn: waar bent u mee bezig, u beslist iets in een bevoegdheid die u nog niet hebt. Dat heeft geen enkele rechtsgrond, laat staan een toegevoegde waarde.

Voorzitter, ik hoop dat u samen met de voorzitters van de fracties, over meerderheid en oppositie heen, akkoorden sluit over hoe dat debat hier wordt gevoerd. De Vlaamse Regering zal dat stimuleren en animeren. Maar deze Vlaamse Regering, tenzij dit parlement beslist dat we onverkort na 25 mei kunnen doorgaan, zal zeer terughoudend deelnemen aan het debat. Dat wil niet zeggen dat de partijen volledig vrij zijn om over dat groenboek te spreken. Ik snap niet goed waarom Groen daar zo een probleem over maakt. Ik ga ervan uit dat Groen nu alles op tafel zal gooien hoe de partij een en ander ziet. We zullen daar heel graag kennis van nemen.

De voorzitter

Collega's, voor de duidelijkheid, ik heb de fractievoorzitters, zowel van de meerderheid als van de oppositie, de vraag gesteld wat hun visie was over de manier waarop we dat groenboek zullen behandelen. Volgende week ligt er een nota voor op het Uitgebreid Bureau. Dan beslist u maar hoe u vindt dat dat groenboek moet worden besproken. Het is nu aan het parlement. De minister-president heeft het groenboek overgemaakt als een nota van de Vlaamse Regering. Het is aan het parlement om te beslissen hoe het zal worden besproken. Volgende week maandag staat dat als agendapunt op het Uitgebreid Bureau.

Mijnheer Van den Heuvel, gaat u afsluiten?

De heer Koen Van den Heuvel

Ik wil nog een laatste toevoeging doen. Mevrouw Meuleman, een discussie in de commissie is juist de waarborg voor een sterke, degelijke, inhoudelijke discussie. Daar zitten de experten van elke partij samen, om een vernieuwende discussie te kunnen houden. Het is niet het afblokken van het politieke debat, integendeel. Dat is het juiste orgaan om tot een volwassen en professionele discussie en ideeënspanning te komen.

Beste collega's, ik sluit graag af met een positieve noot. Gisteren kwam de conjunctuurbarometer van de Nationale Bank uit. Die heeft zijn vooruitgang van de twee voorgaande maanden in september voortgezet en bevindt zich hiermee op het hoogtepunt sinds juli 2011. Ook in Duitsland zijn de conjunctuurbarometers van de industriële en de handelssector tot het hoogste peil sinds twee jaar gestegen. De komende legislatuur zal de regering dan ook niet alleen over een pak nieuwe bevoegdheden beschikken, maar, laat ons hopen, door de hernieuwing van de economische groei ook over extra beleidsruimte.

Deze regering heeft het pad bereid. Met de decreten en beslissingen die de voorbije jaren zijn genomen en waarover de komende maanden nog zal worden gestemd, ben ik ervan overtuigd dat Vlaanderen meer dan ooit zijn toekomst in eigen handen heeft. Niet door shocktherapie, niet door het grote spektakel, maar door te investeren in een vernieuwd en vereenvoudigd wetgevend kader, door te investeren in degelijke infrastructuur en door te investeren in versterking van mensen. Daar kunnen wij als fractie en ikzelf, als christendemocraten, ons volledig achter scharen. Dank u wel. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Tommelein heeft het woord.

Collega's, hij deelt me mee dat hij, voor zijn eerste speech als fractieleider, niet mag worden onderbroken. (Rumoer)

De heer Bart Tommelein

Collega's, na mijn betoog kunt u zo veel schieten als u wilt, maar ik ben wel een oppositiepartij, ik ben niet de regering, voor alle duidelijkheid. Nietwaar, mijnheer Diependaele?

Geachte voorzitter, collega's, leden van de regering, minister-president, de afgelopen weken hebt u zich uitgesloofd om iedereen, en niet het minst uw eigen coalitiepartners, te overtuigen van het feit dat het van groot belang is dat er tot diep in 2014 wordt geregeerd. U deed dit een eerste keer tijdens de uitgebreide krantenronde van enkele weken geleden, zeg maar, de start van uw persoonlijke campagne. Vorige week kon u uiteraard op de UNIZO-receptie die boodschap nog eens herhalen. Zondag in De zevende dag mochten we hetzelfde mantra opnieuw aanhoren. Campagne voeren is nu niet aan de orde, dat is uw motto.

Nu, het voortdurend herhalen van die boodschap, minister-president, heeft iets therapeutisch, vind ik. Alsof u uzelf moet overtuigen van een idee dat ver weg staat van de realiteit. Pas op, die oproep is geheel terecht. Alleen is de realiteit iets totaal anders, want, minister-president, uw ploeg zit volop in campagnemodus, of u het nu graag hebt of niet.

Laat ons eerlijk zijn, u werkt het ook zelf een beetje in de hand. Nemen we het voorbeeld van de woonbonus. Uw communicatie daarover was rampzalig. De bevolking kreeg veel te laat duidelijkheid over het systeem op korte of middellange termijn. In plaats van voor zekerheid en rust te zorgen, verhief u zelf die woonbonus tot een campagnethema. De minister van Wonen kwam met een aantal voorstellen op de proppen, zoals het beperken in de tijd, waar wij als Open Vld uiteraard ernstige vragen bij hebben. En wij niet alleen: ook uw eigen coalitiepartners zijn het alweer niet eens.

Mevrouw Homans en de N-VA staan lijnrecht tegenover het voorstel van de minister. Mijnheer Van den Heuvel, minister Van den Bossche liet zelf al weten absoluut niet te willen meegaan in het CD&V-voorstel om de bonus aan te passen bij renovatie of een energiezuinige woning. Fundamentele verdeeldheid over de woonbonus: campagnethema nummer een.

De grote onderwijshervorming, die toch het paradepaardje van deze Vlaamse Regering moest zijn, is eenzelfde lot beschoren. De Vlaamse Regering is het fundamenteel oneens over de manier waarop het secundair onderwijs moet worden hervormd. Heel Vlaanderen was getuige van dit trieste dieptepunt van Peeters II. Collega's, u herinnert zich ongetwijfeld nog de hallucinante uitzending van het programma De ochtend op Radio 1 slechts een paar maanden geleden, waarin minister Smet en de vandaag afwezige Bart De Wever een totaal tegenstrijdige uitleg gaven over een zogenaamd akkoord dat ze hadden bereikt.

Die verdeeldheid blijft trouwens. Mijn collega heeft het daarnet al gezegd. Minister Smet en minister Bourgeois doen elk een eigen ronde van Vlaanderen om het akkoord uit te leggen. Uiteraard geeft elk de eigen versie. Dat is ongehoord.

Omdat er binnen de regering absoluut geen eensgezindheid bestaat over dit dossier, heeft de regering-Peeters II het dossier richting campagne doorgestuurd. Nu gaf N-VA-voorzitter De Wever het ook zelf toe. Ik citeer hem: "Ook de kiezer zal zich kunnen uitspreken. (…) In 2014 zullen de partijen allemaal kleur moeten bekennen waar ze naartoe willen met die nieuwe onderwijsvormen. We gaan er binnen de constellatie van de volgende Vlaamse regering dus nog een pittige discussie over hebben."

Minister-president, geen wonder dus dat we over de onderwijshervorming amper iets terugvinden in uw Septemberverklaring. De onderwijshervorming, dat is geen regeringsdossier, dat is campagnethema nummer twee.

Voorzitter, collega's, als we er eens goed over nadenken, hoeft het eigenlijk niet te verbazen dat de Septemberverklaring de geschiedenis zal ingaan als de meest korte, maar ook de meeste nietszeggende. Elk dossier waarover deze regering geen overeenstemming kan vinden, wordt immers doorgeschoven naar de campagne of de volgende regering. De minister-president heeft het eigenlijk zelf al aangekondigd, enkele weken geleden: zijn regering is een estafetteploeg, zo zei hij zelf. Men geeft alle stokjes, de grootste en de zwaarste eerst, het liefst door aan de volgende regering. Als elk dossier waarover deze regering het niet eens kon of zal worden, naar de verkiezingen en de volgende regering zal worden doorgeschoven, dan staat er ons een zeer rijke en gevarieerde campagne te wachten, maar dan zal die volgende regering nog wel bijzonder veel werk voor de boeg hebben.

Minister-president, u maakte zich vorig weekend boos op mijn partijvoorzitter, Gwendolyn Rutten, omdat ze kritiek had durven te uiten op de magere balans van uw regering. U noemde dat zelfs platte oppositiepraat. Laat het echter nu toch niet alleen Open Vld of de andere oppositiepartijen zijn die dat zeggen en hun ongenoegen uiten over uw regering. Ik citeer even een paar van uw eigen coalitiepartners.

We gaan even naar sp.a-coryfee Louis Tobback, vader van de voorzitter van uw belangrijkste coalitiepartner. Ik citeer: "Hoeveel opvangplaatsen zou je niet kunnen creëren met de tientallen miljoenen die de regering heeft verkwist aan de Oosterweelverbinding? Daarom word ik zo boos omdat Muyters staat te pochen dat Vlaanderen een begroting in evenwicht heeft, of wanneer de Vlaamse Regering de gemeenten niet wil helpen om hun moordende pensioenlast te dragen." Ik verwijs dan naar u, minister Bourgeois. Tobback vervolgt: "Maar ja, het geld dat ze daaraan spendeert, kan ze natuurlijk niet uitdelen aan projectjes, maneges en wellnesscentra van politieke vriendjes."

Dat is nog niet alles. Vorige week heeft de heer Bart Martens, secretaris van dit parlement, eerbiedwaardig lid van de sp.a-fractie, in de commissie gezegd: "We kunnen spreken van een ondraaglijke traagheid in het proces van het versnellen van investeringsprojecten als je ziet wat er allemaal nog is aangekondigd en waar we vandaag nog maar staan. We zitten nu in het laatste halfjaar van de legislatuur en het moet nog allemaal worden goedgekeurd."

Of er is de heer Bart De Wever, ook een eerbiedwaardig lid van uw meerderheid. Hij is er nu wel niet, maar goed, hij zegt over de scholencapaciteit: "Dat Vlaanderen nu maar eens zelf zijn verantwoordelijkheid neemt."

Minister-president, uw eigen coalitiepartners sparen hun kritiek niet. Maar ook anderen kraken uw beleid af, tot uw grote ergernis, merkbaar zelfs. Hoeveel kritiek hebben de SERV en het Rekenhof de voorbije maanden en jaren niet geuit op uw beleid?

Maandag was ook Voka er als de kippen bij om fundamentele kritiek te leveren op uw Septemberverklaring. Ik breng het u nog even in herinnering. U neemt geen engagement over belangrijke infrastructuurprojecten, vooral over Oosterweel wordt met geen woord gerept. Er is weinig of niets te melden over het onderwijsdossier. De uitwerking wordt steeds voor ons uit geschoven. Dat komt niet van mij, hoor, dat komt van Jo Libeer. Volgens Voka leest uw Septemberverklaring meer als een terugblijk dan als een actieprogramma voor de rest van de legislatuur. (Opmerkingen van de heer Matthias Diependaele)

Als mijn baas, mijnheer Diependaele, dat zou zeggen tegen mij, dan zou ik weten hoe laat het is. Ook anderen hebben dus duidelijk kritiek.

Dat is terecht, want - wees eens eerlijk, minister-president - uw Septemberverklaring was veruit de zwakste van al uw regeringsverklaringen in de afgelopen jaren. Ofwel had u echt niets te vertellen, maar dat geloof ik niet. Ofwel mocht u niets vertellen van uw collega's. Ik denk dat laatste. U wilt echt een goede coach zijn, maar die ploeg van u weigert in feite de match te spelen die u voor ogen hebt. Ze gunnen elkaar geen succes en dus wordt er niet gescoord. De Septemberverklaring was de grootste gemene deler van die ploeg. Geen wonder dus dat ze zeer kort was: deze ploeg heeft nog amper een gemene deler. (Applaus bij Open Vld)

Dat is maandag ook pijnlijk duidelijk geworden. U fietst zelfs om alle belangrijke dossiers heen, de infrastructuurprojecten in de eerste plaats: geen woord over de Oosterweel, het grootste infrastructuurproject ooit waar Vlaanderen over bevoegd was.

U sprak wel over dromen. Ik dacht even dat ik zelf aan het dromen was. Dagelijks staan tienduizenden chauffeurs stil op de Antwerpse ring. Dagelijks gaan miljoenen euro's verloren door de wurggreep van dit verkeersinfarct op onze economie. Het gaat dan over jobs en over bedrijven, maar u zwijgt erover. Geen woord over de Brusselse ring, waar de stilstand even groot is. Samen met Antwerpen voert onze hoofdstad de internationale ranglijst aan. We zijn Europees kampioen filerijden. (Applaus bij Open Vld)

Geen woord over de noord-zuidverbinding in Limburg. Geen woord over het Schipdonkkanaal. Ik snap nu waarom sommigen een gevangenis willen bouwen in Marokko: hier krijgen ze dankzij het prutswerk van uw regering geen spade meer aan de grond. (Applaus bij Open Vld)

Waar u dan wel over spreekt, minister-president, bent u niet volledig of verdoezelt u de werkelijkheid. Ik geef enkele voorbeelden. U spreekt over 21.000 zorgvragen voor personen met een handicap. De harde realiteit is dat de wachtlijsten met 18 procent gestegen zijn en dat er meer dan 20.000 mensen op een groeiende wachtlijst staan.

U hebt het over 18.000 bijkomende plaatsen in de kinderopvang. De realiteit is dat er in Antwerpen alleen al 3000 kinderen op een wachtlijst staan. U wijst op de 5600 dossiers die worden goedgekeurd inzake scholenbouw. De realiteit is dat er meer dan 2000 dossiers in de wachtkamer zitten, goed voor miljarden euro's. Nietwaar, mijnheer De Meyer? Oei, die is er ook niet.

Sommigen moeten zelfs 11 jaar wachten om hun dossier rond te krijgen. En er zijn nog wachtlijsten. Zo wachten 92.000 mensen op een sociale woning, en zitten meer dan 11.000 dossiers in de wachtkamer van de Raad voor Vergunningsbetwistingen. En vandaag is er nog een wachtlijst bijgekomen, namelijk die van de sociale leningen. Dat is de harde realiteit. Vlaanderen wacht, Vlaanderen blijft wachten, intussen misschien op de volgende regering, want deze regering wacht om een schande fundamenteel op te lossen.

Minister-president, u verwees naar de economische crisis die zes jaar lang heeft ingebeukt Alsof alleen uw regering daarmee te maken heeft gehad. Wanneer het gaat over die groei-indicatoren, dan lijkt het alsof het uitsluitend over uw indicatoren gaat. Ik vermoed dat die iets algemener zijn. Wat het consumentenvertrouwen betreft, gaat het niet alleen over Antwerpen en Mechelen, dat gaat iets ruimer.

De heer Van den Heuvel heeft gezegd dat we het bij een betere economische situatie pas goed zouden hebben gedaan. Minister-president, dat is een heel flauw excuus. Dat staat trouwens in schril contrast met uw eigen woorden. Hier, op deze plaats, hield u in 2011 een toespraak met een zegebulletin over de economische toestand van Vlaanderen. U had het over een groei van 2,6 procent, een daling van het aantal werkzoekenden, een recordaantal vacatures. Dat was uw State of the Union op deze plaats in 2011. Nu, twee jaar later, zegt u dat de crisis zes jaar lang op ons heeft ingebeukt. Wat is het nu in feite?

U spreekt niet alleen uzelf tegen, maar ook de economische realiteit. Collega's, de regering voorspelt dat Vlaanderen als een van de sterkste regio's uit deze crisis zal komen. De werkelijkheid is dat de Vlaamse werkloosheid met meer dan 8 procent piekt tot het hoogste peil in zes jaar tijd. De werkelijkheid is dat de files deze legislatuur met 36 procent zijn gestegen. De werkelijkheid is dat er een fundamentele vertraging is van de groei van het aantal bedrijventerreinen. De werkelijkheid is dat slechts een op vier Vlaamse ambtenaren niet wordt vervangen, terwijl dat bij andere overheden een op drie is. De werkelijkheid is, minister Muyters, dat er nog altijd 30.000 openstaande knelpuntvacatures zijn, maar dat heel wat werkzoekenden niet aan werk geraken. De werkelijkheid is dat Wallonië het op dit moment zelfs beter doet dan Vlaanderen.

U moet eens de studie van het Federaal Planbureau lezen uit juni van dit jaar. Uw eigen Studiedienst heeft daar trouwens aan meegewerkt. Wallonië had vorig jaar een grotere groei dan Vlaanderen. En ook dit jaar zal dat zo zijn. U kunt dus beter wat meer bescheidenheid aan de dag leggen voor u gaat verkondigen dat Vlaanderen als een van de sterkste regio's uit de crisis zal komen.

Mijnheer Van den Heuvel, we kunnen discussiëren tot in het jaar 1830 wanneer we het hebben over de eengemaakte vergunning. Want inderdaad, Wallonië heeft die al tien jaar. En dan wijst u mijn collega, de heer Van Mechelen, met de vinger, terwijl die al een heel aantal jaren niet meer in de regering zit. Alsof u Vlaanderen wilt doen geloven dat de heer Van Mechelen niets gedaan heeft op Ruimtelijke Ordening. Dat gelooft geen mens, mijnheer Van den Heuvel. Mijnheer Van Mechelen was een uitstekend minister van Ruimtelijke Ordening. Laat dat duidelijk zijn. (Applaus bij Open Vld)

Minister-president, u had trouwens die eengemaakte vergunning beloofd tegen eind 2011. Ik heb u daar in het parlement over ondervraagd. Vandaag zijn we 2013, mijnheer Van den Heuvel, en vandaag kondigt u aan dat u hoopt dat die eengemaakte vergunning voor 2014 zal worden goedgekeurd. U hebt dus al drie jaar vertraging opgelopen. (Opmerkingen van de heer Koen Van den Heuvel)

Minister-president, u had het over een droom die u elke dag drijft. Wel, het wordt tijd dat u en uw regering wakker worden, zodat u de werkelijkheid onder ogen ziet.

Collega's, deze Vlaamse Regering wil van een sterk concurrentie- en werkgelegenheidspact de absolute prioriteit maken, een prioriteit die van de Vlaamse liberalen de volle steun krijgt, mijnheer Van den Heuvel. U vindt in ons dan ook een bondgenoot. De Vlaamse voorstellen liepen wat vertraging op, maar uiteindelijk kan het overleg starten, en dat is voor ons het belangrijkste dat telt. Spijtig genoeg laat u dit parlement wat in het ongewisse over de precieze voorstellen die de Vlaamse Regering op de federale tafel heeft gelegd om tot een stevig concurrentiepact te komen.

Want de hamvraag is natuurlijk wat deze Vlaamse Regering nog kan en wat deze regering nog wil doen. Er wordt gesproken over de aanpak van de jeugdwerkloosheid, onderzoek en ontwikkeling, investeringen in infrastructuur en structurele lastenverlagingen voor bedrijven, maar welke lasten zullen worden verlaagd, hoe zal de jeugdwerkloosheid worden aangepakt, welk groot infrastructuurproject zal dan wel tot een goed einde worden gebracht? Minister-president, het enige wat we weten, is dat u vorige maandag uitpakte met een op zich groot bedrag van 1,16 miljard euro om te investeren. Dat klinkt altijd ferm: als er miljarden aan te pas komen, dan moet het wel in orde zijn. Collega's, dit investeringsbedrag zal worden gespreid over zeven jaar, zeven jaar. Dat terwijl de Vlaamse bedrijven en de kmo's nu, vandaag, snakken naar meer ademruimte. Niet over zeven jaar. U gaat dat beslissen voor de volgende regering: u schuift weer door. We weten intussen dat de estafetteregering Peeters II een doorschuifregering is, maar zeven jaar. Stop daar eens mee en doe iets, zoals met ons voorstel - en u vraagt waar Open Vld voor staat - om de belasting op materiaal en outillage volledig te schrappen, in plaats van de habbekrats van telkens 15 miljoen euro de volgende drie jaren.

Laten we het bedrag van 1,16 miljard trouwens eens van nabij bekijken. Waar haalt men dat geld? Van besparingen? Neen. Van een kritische doorlichting van de uitgaven van deze regering? Neen. Van een kerntakendebat? Neen. Van de KBC, 'de bank van hier'. Minister-president, men heeft nochtans altijd gezegd dat de KBC-middelen zouden worden gebruikt - zoals de heer Vereeck zei - voor de afbouw van de Vlaamse schuld die al is opgelopen tot 6 miljard euro. (Opmerkingen van minister-president Kris Peeters)

6 miljard euro. Niet dus. Men gaat het voor iets anders gebruiken. Men gaat de schuld niet afbouwen. Men gaat de schulden doorschuiven want het zijn zorgen voor later. Collega's, we zijn het eens om belangrijke investeringen doen maar door duidelijke beleidskeuzes te maken, niet door een schuldafbouw te negeren op kap van de toekomstige generaties.

U schuift dus niet alleen de dossiers vooruit, maar u schuift ook de Vlaamse schuld vooruit. Waarom zou u niet jaarlijks 45 miljoen euro besparen op het Vlaams Energiebedrijf, waarvan geen enkele Vlaming weet waarvoor deze instelling dient, ook ik niet. Waarom zou u, mijnheer Van Rompuy, niet jaarlijks 7 miljoen euro schrappen voor een derde net waar geen kat naar kijkt? (Applaus bij Open Vld en LDD)

De cijfers zijn trouwens duidelijk. Gisteren was er een programma op het derde net 'Mind Your Own Business', dat met moeite duizend kijkers heeft gehaald. Duizend kijkers voor het vermaledijde derde net, dat u zo graag wou en dat u zo verdedigt. In deze crisistijden, waar stormen op ons hebben ingebeukt, heeft geen enkele andere overheid in Europa beslist om een derde openbare zender op te starten. Integendeel, in de ons omringende landen hebben ze de openbare zenders afgebouwd. Het moet niet zoals in Griekenland, want dat vraag ik niet, maar in Nederland, mijnheer Van Rompuy, hebben ze openbare netten geschrapt. (Opmerkingen van minister-president Kris Peeters)

Waarom legt men de ambitie niet hoger bij de afslanking van het overheidsapparaat, zoals elke andere overheid in dit land? Elke andere overheid in dit land slankt het overheidsapparaat af; overheden, minister Bourgeois, die bovendien zelf nog moeten instaan voor de pensioenlasten van hun ambtenaren.

En, minister Muyters, als de Vlaamse Regering het echt niet nodig vindt om haar eigen schuld voldoende af te bouwen, had u toch minstens de helft van die KBC-premie kunnen gebruiken om de schulden van de steden en gemeenten over te nemen.

Minister-president, u weet dat Open Vld ook daarvoor een resolutie heeft ingediend. De Vlaamse Regering wil wel investeren, maar weigert in te zien dat de investeringen bij de lokale besturen dreigen stil te vallen zonder bijkomende hulp. Ik heb daarnet trouwens gemerkt dat de burgemeester, de heer Van den Heuvel, dat wel inziet, maar wat gewrongen zit.

U spreekt over 3,5 procent groei, maar, voor alle duidelijkheid: het is mijnheer Van Mechelen die dat in gang heeft gestoken. Het is uw verdienste, dat geef ik toe. Jullie hebben inderdaad de moed gehad om de beslissing van de heer Van Mechelen te doen standhouden. Jullie hebben het groeipad aangehouden, dat is een goede zaak. Als het goed is, zal ik het ook zeggen. Maar het is wel de heer Van Mechelen die ermee begonnen is. Juist of niet? (Applaus bij Open Vld)

Ik hoor minister Bourgeois zeggen dat de gemeenten hun eigen boontjes maar moeten doppen en dat ze moeten besparen. Zo maakt de voogdijminister er zich toch wel zeer gemakkelijk van af.

Collega's, ik heb zelden een minister van Binnenlands Bestuur gezien die zich zo minachtend uitlaat over de lokale besturen. Minister Bourgeois, het is duidelijk dat u zelf nog nooit een uitvoerend lokaal mandaat hebt kunnen bekleden. (Applaus bij Open Vld)

Uw boodschap is duidelijk: van de Vlaamse Regering moeten de steden en gemeenten niets verwachten. Nochtans happen ze naar adem, omdat ze geconfronteerd worden met stijgende pensioenlasten, met dalende inkomsten en omdat ze de voorbije vijf jaar fors hebben geïnvesteerd in allerlei domeinen waarop uw Vlaamse Regering schromelijk in gebreke is gebleven, zoals kinderopvang of woonzorgcentra.

Het klinkt daarom trouwens ook zeer cynisch dat u, minister-president, in uw korte Septemberverklaring zei: "De Vlaamse Regering geeft de gemeenten ruimte om een even krachtig beleid te voeren." Waarmee? Met voedselpakketten? (Gelach)

Ministers, de echte boodschap voor onze steden is dezelfde als die voor onze ondernemers, voor jonge ouders, mensen met een handicap, voor wie wacht op een sociale woning, voor wie elke dag in de file staat: "Trek uw plan."

Collega's, de begroting is in evenwicht. Is dat belangrijk? Absoluut. U zult het mij niet anders horen zeggen. We hebben trouwens ook altijd bij regeringsdeelname begrotingen in evenwicht gehad. Mijnheer Van den Heuvel, ik zie dat mijn collega in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest ook dit jaar een begroting in evenwicht voorlegt. (Applaus bij Open Vld. Opmerkingen bij CD&V en de N-VA)

Geef dan toch toe dat die begroting in evenwicht is. Wat zit u toch altijd te kankeren over het verleden?

De heer die daar zit, heeft jaren aan een stuk een begroting in evenwicht ingediend, zelfs een met overschot. Daarbovenop had hij nog een toekomstfonds, heeft hij de lasten verlaagd, de registratierechten, successierechten enzovoort. (Applaus bij Open Vld)

Maar ja, het is simpel: toen de heer Van Mechelen het deed, was het gemakkelijk, maar als u het moet doen, is het moeilijk. (Opmerkingen. Rumoer)

De heer Eric Van Rompuy

Hoe groot was het tekort bij de start van deze regering? Onder de heer Van Mechelen?

De voorzitter

Mijnheer Tommelein, zo wordt het natuurlijk moeilijk. U maakt opmerkingen, waarop de parlementsleden dan willen reageren.

De heer Bart Tommelein

Ze moeten zich maar bedwingen. Mijnheer Van den Heuvel heeft mij daarnet vijf keer aangesproken en ik heb gezwegen. Nu is het mijn beurt. Ik begrijp het, voorzitter, ik maak het die mensen wat moeilijk en zij hebben dat niet graag. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

Mijnheer Tommelein, u kunt misschien het systeem volgen van het Fins parlement: daar mag iedereen, één voor één, een halfuur spreken. Het is uw goed recht om het reglement toe te passen.

U richt zich voortdurend tot parlementsleden en dan krijgt u natuurlijk de opmerking dat zij niet mogen reageren.

De heer Bart Tommelein

Zeker niet voortdurend, u mag mijn tekst hebben.

Het Reglement van het Vlaams Parlement laat mij zelf kiezen. Ik ken het reglement, ik heb het bestudeerd. (Rumoer)

Collega's, de begroting in evenwicht, het huzarenstukje van deze regering: ik geloof er niet in. U kreeg de voorbije vier jaar van de federale overheid 4 miljard euro extra! (Rumoer)

Mag dat niet gezegd worden misschien? Mijnheer Diependaele, u hebt 4 miljard euro extra gekregen en dat was nog niet genoeg, want u verhoogde ook de belastingen. U hebt de jobkorting afgeschaft. We kunnen daarover discussiëren, maar in elk geval hebt u de inkomsten binnengehaald. Juist of niet? U hebt de miserietaks voor mensen die uit de echt gescheiden zijn, opgetrokken. Waarvoor dat nodig was, begrijp ik nog altijd niet. En u hebt de verkeersbelasting hervormd. U kreeg dus extra middelen en u hebt nog steeds een begroting in evenwicht. Ik zou zeggen: "Proficiat, het zou er nog aan mankeren."

Voorzitter, ik ben bijna klaar, dan kunnen deze mensen uit hun lijden worden verlost. (Gelach)

Er waren dus talloze belastingverhogingen, maar toch durft men andere regeringen 'belastingsregeringen' te noemen. Ik citeer toch nog even de heer Crombez - ik had beloofd om het niet te doen, maar ik doe het toch. In De Zevende Dag zei hij: "De grootste belastingsverhoging die in de voorbije jaren is doorgevoerd, is de afschaffing van de Jobkorting door de Vlaamse Regering". (Applaus bij Open Vld)

Dat zijn de woorden van uw partijgenoot, mijnheer Van Malderen. En hij voegde er nog aan toe: "De werkende Vlaming heeft daardoor 700 miljoen extra belastingen betaald."

Dus, minister-president, zelfs met die belastingsverhoging slaagt u er niet in om de begroting structureel in evenwicht te brengen. Wij zeggen dat niet als enige, ook de SERV en het Rekenhof zeggen hetzelfde, ze hebben u daarvoor al meerdere malen op de vingers getikt. U trekt zich daar niets van aan, want ook nu weer schrijft u: "bijna 600 miljoen euro onderbenuttingen". Dat is de 'truc met de duif': een gat van 600 miljoen euro, dat toveren we zo weg! Dat verhaal klopt natuurlijk niet. Ofwel zegt u dat u een investeringsregering bent, en dan geeft u dat bedrag uit. Ofwel doet u dat niet door middel van een onderbenutting, maar dan investeert u ook niet meer. Het is het ene of het andere. Zeggen dat u investeert en tegelijk uw begroting opsmukken door zaken weg te cijferen, daarmee maakt u de Vlamingen blaasjes wijs.

Sommigen noemen deze regering een regering van lopende zaken, maar daarmee wordt deze ploeg te veel eer gegeven. Nu we de Septemberverklaring hebben beluisterd, is er maar één conclusie mogelijk: de ploeg van coach Peeters is niet meer dan een ruziemakende doorschuifregering. Nu de ploegleden op campagnemodus zijn overgeschakeld, zal er van degelijk beleid helemaal niets meer in huis komen. Deze legislatuur duurt een halfjaar te lang. Wat mogen we nog verwachten? Ballonnetjes die worden opgelaten door de enen en die even snel weer zullen worden afgeschoten door de anderen. Beslissingen over grote dossiers zijn voor na de verkiezingen. En, minister-president, u droomt, en ondertussen koestert u het waanidee dat u een ploeg op het terrein hebt staan zodat u zich kunt bezighouden met de echt belangrijke zaken waar de Vlamingen wakker van liggen, zoals het herbergen van twee pandaberen. (Applaus bij Open Vld en LDD)

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

De heer Bart Van Malderen

Proficiat, mijnheer Tommelein, er is in Vlaanderen een nieuwe wachtlijst, namelijk die van de mensen die willen reageren op de zaken die u hier terecht of onterecht hebt aangekaart. (Applaus bij de meerderheid)

Het zijn vooral ook mensen die wachten op een geloofwaardig alternatief van uw kant, want de werkelijkheid - om u te parafraseren - is dat u hier gezegd hebt dat u het eens bent met de begroting in evenwicht en dat u daarenboven vooral nieuwe uitgaven naar voren hebt geschoven: de schuldafbouw en de gemeenten die extra geld zouden moeten krijgen.

Ik heb u twee voorbeelden horen noemen van concrete besparingen die u voorstelt: het Vlaams Energiebedrijf en de 7 miljoen euro bij de VRT. Dat is 52 miljoen euro. Op het geheel van de Vlaamse begroting is dat 0,002 procent verandering en alternatieve financiering die u voorstelt. U legt opnieuw de jobkorting op tafel. Met andere woorden, Vlaanderen zit met uw alternatief met een gat van ettelijke honderden miljoenen euro's.

Mijnheer Tommelein, gaat u akkoord met 99,8 procent van de rest van de begroting en wat is uw realistisch alternatief? Of is het mijnheer Merlijn, de blauwe tovenaar vanaf nu?

Minister-president Kris Peeters

Het is correct dat de heer Tommelein het reglement heeft toegepast. Dat is zijn volste recht, maar het is een beetje jammer voor het debat dat we hebben moeten wachten tot na zijn toespraak, die trouwens heel goed is geschreven. Ik wil uw tekstschrijver dus feliciteren. (Rumoer)

Als u dat zelf hebt geschreven, mijnheer Tommelein, dan wil ik u feliciteren. Daar heb ik geen probleem mee. Goede speech. (Applaus bij Open Vld)

Toch jammer dat we u niet konden onderbreken. Nu, ik dacht wel dat u in die richting zou gaan, mijnheer Tommelein. Ik ben even in de geschiedenis gedoken, en de laatste Septemberverklaring van een liberaal was van Bart Somers in 2003. Ik wil enkele zaken uit die Septemberverklaring van 2003 aanhalen.

Bart Somers kondigde een ambitieus plan aan om de concurrentiepositie te versterken. Het is deze Vlaamse Regering die een concurrentiepact zal finaliseren.

Bart Somers kondigde de integratie van de bouw- en milieuvergunning aan in 2003. Deze Vlaamse Regering zal dat realiseren.

Bart Somers kondigde honderd kilometer fietspaden aan. Deze regering doet twintigmaal beter.

Bart Somers kondigde een plan aan voor meer innovatie en creativiteit in de industrie. Met het nieuw industrieel beleid heeft deze regering dat gerealiseerd.

Bart Somers wou speciale aandacht voor het platteland. Deze regering heeft het Plattelandsfonds …

Ten slotte, klap op de vuurpijl, Bart Somers kondigde toen aan de Olympische Spelen in Vlaanderen te organiseren in Vlaanderen in 2016. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

Minister Philippe Muyters

Mijnheer Tommelein, u luistert nogal selectief naar het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka). Onder andere Michel Delbaere heeft gezegd dat de dingen in perspectief moeten worden geplaatst, dat een begroting in evenwicht voor de vierde keer op rij realiseren in deze tijden, mooi is, dat de omgevingsvergunning er eindelijk zal toe leiden dat ondernemingen opnieuw zullen investeren, dat de vermindering van onroerende voorheffing voor materieel en outillage een mooie zaak is, dat een slankere overheid een goede zaak is en dat de Vlaamse Regering het loonkostendebat op de agenda heeft gezet, wat hij ook positief vond. Het geheel mag ook worden genoemd.

Over de omgevingsvergunning ben ik het helemaal eens met de minister-president. Die is tevoren al beloofd. Ze is gevraagd sinds 1987, ze stond in verschillende regeerakkoorden, en ik wil tot dan teruggaan met de ministers van Ruimtelijke Ordening: met Louis Waltniel, Ward Beysen, Jean Pede en Dirk Van Mechelen, en met twee ministers-presidenten, Patrick Dewael en Bart Somers is het niet gelukt. Wij doen het nu wel. Het is voor de tweede keer principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering en het kan binnenkort naar het Vlaams Parlement gaan. (Rumoer)

Ik wil er ook op wijzen dat de schuld vandaag 4,8 miljard euro bedraagt. Ik denk dat jullie het cijfer van 2012 hebben genomen en vergeten zijn dat KBC ondertussen in juli heeft terugbetaald. Dat is de situatie vandaag.

KBC heeft zowel kapitaal als penalty fee terugbetaald. Die terugbetaling is gebruikt om de schuld van 2013 verder af te bouwen.

Ik wil wat dieper ingaan op de 4 miljard euro die wij extra hebben gekregen. Ik vind dat een heel eigenaardig debat. Vergelijk de ontvangsten die werden geraamd in de begrotingsopmaak 2009 met de ontvangsten vandaag: het verschil bedraagt 2,3 miljard euro. U kunt nu zeggen dat ik moet vergelijken op het moment dat de groei was gedaald en dat we het slechtste moment, met de laagste ontvangsten, moeten nemen om te vergelijken. Dat is niet juist. Bij de begrotingsopmaak stonden er tegenover dat bedrag natuurlijk ook uitgaven gepland, zoals de jobkorting en nog andere. Bovendien gaat u voorbij aan het feit dat er ook tegenover extra inkomsten automatisch uitgaven staan. Tenzij u vindt dat de overschrijding van de spilindex niet meer automatisch moet leiden tot een loonsverhoging. Als u dat vindt, raad ik u aan om uw collega's bij de federale overheid te vragen om dat af te schaffen. Wij hebben in Vlaanderen die bevoegdheid niet. Als u vindt dat morgen de index van de lonen en van de werking moet stoppen, moet u dat zeggen. Als het loonmodel in het onderwijs niet meer moet worden aangevuld, moet u dat zeggen. U hebt alle kans gehad om dat te veranderen. Als u vindt dat de 3,5 procent van het Gemeentefonds niet opnieuw moet worden uitgekeerd, moet u dat zeggen. Dat zijn allemaal elementen uit de begroting die automatisch in surplus komen en waarvoor wij de extra middelen van de federale overheid nodig hebben.

Mijnheer Tommelein, als ik uw redering - die ik helemaal niet volg - doortrek op het federale niveau, kan ik u zeggen dat Entiteit I tussen 2009 en 2013-2014 23 miljard euro extra heeft gekregen. Gaat u of gaan uw federale ministers dan zeggen dat zij toch wel gemakkelijk met 23 miljard euro extra een begroting in evenwicht hadden kunnen maken, de concurrentiekracht hadden kunnen regelen en al de rest? U kunt natuurlijk zeggen dat ze de dotaties hebben moeten verhogen. Maar u trekt ook niet af wat wij aan de gemeenten doorstorten. Ik vind dit dus op alle vlakken een verkeerde redenering.

Ik ben niet degene die kritiek heeft op de onderbenutting. U wel. Het is een juiste zaak om de onderbenutting juist in te schatten en daar rekening mee te houden in de begroting. Maar als u vindt dat de onderbenutting een slecht beleid is, wil ik u erop wijzen dat in de laatste drie jaren onder mijn voorganger dit de cijfers waren: in 2006 was er 634 miljoen euro onderbenutting; in 2007 1,1 miljard euro; in 2008 1,2 miljard euro. Als dit slecht beleid was, kan ik aanvaarden dat u het vandaag ook slecht beleid vindt. Anders denk ik dat u beter zwijgt. (Applaus van de meerderheid en de regering)

De voorzitter

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois

Mijnheer Tommelein, u moet oppassen als u persoonlijk wordt en tot een minister zegt dat hij nooit een uitvoerend mandaat heeft gehad. U zou dan beter eens het curriculum van die minister nakijken. Ik ben twaalf jaar eerste schepen geweest van mijn stad. Ik heb in die tijd de schuldgraad van mijn stad zwaar verlaagd en de belastingen op drijfkracht en op tewerkgesteld personeel afgeschaft, en ik heb niettemin gezorgd voor een begroting in evenwicht. Doe dus uw huistaak wat beter. Aangezien u blijkbaar zelf uw speeches schrijft, zou u moeten oppassen als u dat doet.

Dit gezegd zijnde: het is natuurlijk fout dat dit een minister van Binnenlands Bestuur is die niet bekommerd is om de gemeentelijke financiën. Ik heb al heel lang, in dit halfrond en in de commissie, gezegd dat er maatregelen moeten worden genomen voor de gemeenten. Het verwondert mij van een liberaal dat u mijn pleidooi, dat de steden en gemeenten, de lokale besturen, in de eerste plaats zelf aan hun efficiëntie moeten werken, niet volgt. (Opmerkingen van de heer Bart Tommelein)

Dat is mijn pleidooi. U moet mij volledig citeren. Tegelijkertijd heb ik in mijn interview in Terzake en op andere plaatsen gezegd dat wij in het kader van het competitiviteitspact willen onderzoeken of wij de gemeentelijke investeringen willen ondersteunen. We zullen dat doen.

Wat de gemeentelijke financiën betreft, weet u dat deze regering op het besparingstraject een paar uitzonderingen ingeschreven heeft. Er is veel meer geld naar Onderwijs en Welzijn gegaan, en ook veel meer geld naar de gemeenten, 1,04 miljard euro om precies te zijn, alleen al uit het Gemeentefonds, in de loop van deze bestuursperiode. De gemeenten hebben dus niet geleden onder de ingrepen die zijn moeten worden gedaan.

Dat er bij de gemeenten een structureel onevenwicht in de exploitatieontvangsten en -uitgaven, is al jaren zo. Vanaf 2007 zijn de uitgaven zelfs dubbel zo groot als de ontvangsten. Mijn boodschap is dus om daar structureel aan te werken. U weet hoe de verhoudingen zijn. Het grootste deel van de gemeentelijke uitgaven gaat naar personeel en werkingskosten, en 'maar' 12 procent naar investeringen.

Het is goed dat in deze tijden - elk nadeel heb z'n voordeel - ook de gemeenten een efficiëntieoefening doen. Wij laten ze daarom niet vallen. Ik zal niet ingaan op alle maatregelen die we genomen hebben om ze te helpen, te ondersteunen, minder lasten op te leggen, meer vrijheidsgraden te geven, kadercontracten aan te bieden enzovoort. Wij laten ze niet vallen. In het kader van de investeringsaanzwengeling zullen we zien wat kan gebeuren in het kader van ons competitiviteitspact. Ik wou ook op dat vlak even de puntjes op de i zetten, collega's.

De heer Bart Tommelein

Ik wil mij excuseren, mijnheer Bourgeois. Het was mij inderdaad ontgaan dat u schepen geweest bent in Izegem. Ik kan ook fouten maken. Wie fouten maakt, moet dat durven toe te geven. Het zal mij waarschijnlijk ontgaan zijn omdat u altijd een zeer grote ambitie gehad hebt om burgemeester te worden en dat nooit geworden bent. (Opmerkingen)

Mijnheer Van Malderen, u verdraait mijn woorden. Ik ga helemaal niet akkoord met uw begroting. Ik denk trouwens dat we de begrotingsbesprekingen hier de komende maanden nog tot in detail zullen voeren. Ik zeg wel, mijnheer Van Malderen, dat ik akkoord ga met een begroting in evenwicht. Indien wij aan de andere kant hadden gezeten, hadden wij ook een begroting in evenwicht nagestreefd. Iedereen weet dat. Elke Vlaming weet dat wij geen partij zijn die, als we in een regering zitten, naar een begroting met een groot tekort streeft. Dat dat op bepaalde niveaus niet zo evident is, weet iedereen. En laat ons eerlijk zijn: dat het iets gemakkelijker is op Vlaams niveau, weet ook iedereen.

Ik heb niet gezegd dat ik akkoord ga met de begroting. Ik kan met heel wat punten akkoord gaan. Ik ben geen zwart-witmens. Maar het is niet mijn taak om u van op het spreekgestoelte te bejubelen, minister-president. U zult daarmee moeten leren leven. Ik zal met mijn fractie wel af en toe zeggen dat iets goed is. Als er hier gestemd wordt, gebeurt het trouwens vrij vaak dat wij meestemmen. De Vlaming mag dat weten. Als je de stemmingen nagaat, zul je zien dat we meer meestemmen dan tegenstemmen.

Wij zijn dus niet tegen alles. Maar zeggen dat wij geen alternatieven hebben en dat u niet weet waarvoor wij staan? Ik heb in mijn betoog twee of drie voorbeelden gegeven, en dan concludeert u daaruit dat ik maar twee of drie voorbeelden heb. Ik heb al mijn tijd opgebruikt, tot de laatste seconde. Ik zou natuurlijk nog vijf uur kunnen doorgaan, mijnheer Van Malderen. Dat is geen enkel probleem. (Opmerkingen)

Als u uit mijn betoog en mijn repliek concludeert dat ik akkoord ga met uw begroting en geen alternatieve voorstellen heb, is dat zeer magertjes van u.

Minister-president, u ontgoochelt mij opnieuw enorm. Ik had gedacht dat u nu eens volle gas zou geven in uw Septemberverklaring, maar het kwam niet. Ik vind het ook bijzonder flauw dat u als repliek op mijn betoog moet teruggrijpen naar een speech van een minister-president van meer dan tien jaar geleden, terwijl u zeer goed weet - en daar zit uw intellectuele oneerlijkheid - dat dat het laatste jaar was dat een liberaal de leiding had. Wie had vanaf 2004 de leiding om uit te voeren wat de heer Somers had aangekondigd? De heer Leterme en uzelf. U bent sinds 2004 niet weggeweest uit deze regering. U hebt tien jaar de tijd gehad om het te doen! U hebt tien jaar de tijd gehad om het te doen, samen met de heer Van Mechelen. Maar u hebt het niet gedaan. (Applaus bij Open Vld)

Minister Muyters, ik zal niet op de details ingaan. Dat zal de heer Van Mechelen straks doen. U spreekt me echter steeds aan als minister van de Vlaamse Regering, met de vraag binnen de Federale Regering het een en ander tot stand te brengen. Ik weet niet of u het beseft, maar de regeringspartners van mijn partij in de Federale Regering zijn dezelfde partners die hier in uw regering zitten. Mijn partij bestuurt op federaal vlak samen met CD&V en met sp.a. Indien u als lid van de N-VA bepaalde zaken binnen de Federale Regering wilt zien veranderen, kunt u een beroep doen op uw coalitiepartners om ons in de Federale Regering te steunen. Op die manier zouden we al veel verder staan. (Applaus bij Open Vld)

Er zijn veel zaken die we allebei willen. Ik wil hier mijn hand naar u uitsteken. Bepaalde zaken waar wij het over eens zijn, worden door uw eigen Vlaamse coalitiepartners in de Federale Regering niet doorgelaten. U weet dat zeer goed.

Wij doen trouwens wel veel. U hebt me gevraagd waar Open Vld voor staat. Wij hebben effectief werk gemaakt van de asielpuinhoop. Ik heb hier een waslijst van zaken die wij tot stand hebben gebracht. Het gaat hier vaak over lastenverlagingen. De Federale Regering voert dit jaar en volgend jaar voor 736 miljoen euro aan lastenverlagingen door. Daar steekt u bleek bij af.

U hebt altijd de mond vol over wat wij zouden moeten doen. Ik stel enkel vast dat jullie zeer krampachtig reageren indien ik pijnpunten blootleg. Het is echter mijn opdracht en mijn taak dat te doen. Ik zal dat ook tot 25 mei 2014 blijven doen.

De voorzitter

Mevrouw Ceysens heeft het woord.

Mevrouw Patricia Ceysens

Voorzitter, aangezien de minister-president graag oude koeien uit de gracht haalt, moet hij volgens mij ook zo fair zijn te vermelden dat de tien jaar geleden geboren kalveren nog steeds zijn prijsbeesten zijn. Hij weet heel goed welke financieringsinstrumenten we toen, tijdens de Ondernemerschapsconferentie, hebben gecreëerd.

Het gaat onder meer om de Vriendenlening, die als Winwinlening nu in verband met de financiering van kmo's en van ondernemingen het paradepaardje vormt. Toen is ook ARKimedes geboren. De minister-president hanteert dit instrument nog steeds, maar spijtig genoeg niet op de manier die wij hebben gewild. De participatie van de burger, die daar van ons een fiscale beloning voor kreeg, is afgeschaft. De minister-president heeft dit naar de Vlaamse schuld verplaatst. Wij wilden dat laten doorlopen en fiscale steun verlenen aan mensen die hun spaargeld in de economie in Vlaanderen willen steken. De Waarborgregeling is nog steeds een van de paradepaardjes van de minister-president. Wij hebben al die instrumenten toen op het getouw gezet. Later, tijdens de vorige legislatuur, is Gigarant daar nog aan toegevoegd.

Een ander domein is creativiteit en innovatie. Volgens de minister-president is dit allemaal aangekondigd. Wij hebben dat toen geïnitieerd. Eerlijk gezegd, heeft geen enkele minister vervolgens niet aangevoerd dat we onze economische plaats in de wereld door middel van creativiteit en innovatie veilig zullen moeten stellen. Ik denk onder meer aan Flanders District of Creativity (Flanders DC) en aan Flanders Inshape met betrekking tot design. Dat is er allemaal gekomen. Ik zie de leden van de Vlaamse Regering met veel plezier op al die podia staan en doen alsof het hun verwezenlijkingen zijn. Al die zaken zijn echter tien jaar geleden ontstaan.

Tot slot hebben we toen ook een proefproject betreffende de digitalisering uitgewerkt. We hebben getracht de mensen in Antwerpen te sensibiliseren om plaats- en tijdsonafhankelijk te werken. Volgens mij wachten we op dit vlak nog steeds op wat de Vlaamse Regering heeft aangekondigd. We wachten op een plan om het e-werken en al wat de digitalisering betreft, fatsoenlijk te kunnen aanpakken.

De voorzitter

De heer Van Mechelen heeft het woord.

De heer Dirk Van Mechelen

Voorzitter, ik zou een kleine fout in het betoog van mijn opvolger willen rechtzetten. Volgens hem kent de Vlaamse begroting nu een onderbenutting van 600 miljoen euro, maar ik zou dat ook hebben gedaan. Er is echter een fundamenteel verschil tussen wat de vorige Vlaamse Regering, waar ik deel van uitmaakte, heeft gedaan en wat hij nu doet.

Minister, u zegt: we hebben 27,5 miljard euro ontvangsten en we hebben 27,5 miljard euro uitgaven, maar uiteindelijk zullen 600 miljoen euro uitgaven niet gebeuren, en op die manier is de zaak in evenwicht. Wat wij deden was zowel in 2006 als in 2007 en 2008 een begroting in evenwicht indienen zonder dat er voorafgaandelijk 600 tot 700 miljoen euro werd afgetrokken van uitgaven die we niet zouden doen. Het is inderdaad juist dat die Vlaamse Regeringen exact 2,934 miljard euro overschot hebben gerealiseerd die we gebruikt hebben om onze Vlaamse schuld af te bouwen. Schuldvrij zijn is de beste bescherming die wij onze burgers kunnen aanbieden tegen de vergrijzing, minister Muyters, en om een toekomstfonds op te bouwen dat bedoeld was om de schokken van de zesde staatshervorming die op ons afkomen - u zult dat nog meemaken - te kunnen financieren. Jammer genoeg hebben we de kas moeten leeghalen in 2009 om de Belgische banken bij te springen. Dat is wel even een ander verhaal.

Wat KBC betreft, waren er twee scenario's, minister, twee scenario's! Als de haan drie keer kraait, dan weet u wat dat betekent. Voor mij kraait hij nu voor de derde keer. Er is in de commissie, zoals de heer Vereeck duidelijk heeft gesteld, op 19 oktober 2010 een uitvoerig debat geweest dat wij hebben aangetrokken. Het was een principiële discussie, op dat moment was het geld van KBC nog niet terugbetaald. De vraag was: als ze terugbetalen, wat doen we daar dan mee? Er was een kamerbrede meerderheid die zei: de 3,5 miljard kapitaal moet onverkort teruggaan naar de afbetaling van onze schuld.

De restvraag was: wat doen we met de bonus van 1,75 miljard die minister-president Peeters en ikzelf hadden onderhandeld met KBC? Er zijn twee scenario's mogelijk.

Ik citeer een geacht lid: "Met die 1,75 miljard euro kunnen we natuurlijk ook aan schuldafbouw doen. Er zijn dan twee mogelijkheden. Er is de mogelijkheid om de directe schuld in Vlaanderen af te bouwen of om het geld, zoals Open Vld voorstelt, te gebruiken via de gemeenten. Ik moet eerlijk zeggen dat er ook een aantal argumenten zijn om het via de lokale besturen te laten verlopen. We hebben ze daarnet gehoord: ook lokale besturen hebben het niet gemakkelijk. We mogen ook niet vergeten dat lokale besturen voor zowat 50 percent van de publieke investeringen verantwoordelijk zijn."

Dat zijn woorden van de collega van CD&V Koen Van den Heuvel. Dit was het voorstel: ofwel gebruiken we de 1,75 miljard om de Vlaamse schuld af te bouwen, ofwel deden we 875 miljoen euro en 875 miljoen euro voor de steden en gemeenten.

Minister Bourgeois, de steden en gemeenten komen niet bedelen, de steden en gemeenten vragen respect voor hun positie. Dat zou kunnen gebeuren door een tweede operatie schuldovername die de Vlaamse Regering 0 euro kost, maar waar ze wel voorwaarden aan kan koppelen, zoals wij, minister-president, dat hebben gedaan in de vorige regering, namelijk een fiscale stop, zodat de Vlaming wordt behoed voor een lawine van belastingverhogingen op lokaal niveau, en voor alle duidelijkheid, minister Muyters, ook in gemeenten waar de N-VA vandaag bestuurt. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

Mevrouw Mercedes Van Volcem

Met Dirk was het perfect.

Minister Muyters, u doet altijd een beetje smalend over uw voorganger. Ik apprecieer dat absoluut niet. In de ruimtelijke ordening is er veel hervormd. We hebben een codex gerealiseerd. We hebben de basis gelegd voor de melding en de vrijstelling. We hebben iets gedaan voor de gewone man. Wat hebt u gedaan voor de gewone man op uw beleidsdomein Ruimtelijke Ordening? U hebt niets gedaan, minister. Wij hebben de zonevreemde rechten gecreëerd voor de mensen in landbouwgebied. Wat hebt u bijvoorbeeld gedaan voor de bedrijven? Wij hebben 4600 hectare bedrijventerreinen gerealiseerd, u amper 500 hectare. Als ik u was, zou ik een toontje lager zingen. Ik vind dat het absoluut niet kan dat u de zaken zo benadert. We zullen nog maar zwijgen over al uw gewestelijke RUP's die u probeert klaar te krijgen maar waarbij u door een gebrek aan participatieve processen telkens met een zaak bij de Raad van State zit en waar u telkens ongelijk krijgt.

Ik verwijs ook naar het dossier van Elia. Wat betekent dat niet voor Vlaanderen en de stilstand? Straks krijgen we weer een proces naar aanleiding van de ontpoldering van het Zwin. We hebben geen vooruitgang in het stadion van Club Brugge. U bent minister van Ruimtelijke Ordening en Sport. Ik kan zo voortgaan.

De omgevingsvergunning, die straks uw paradepaardje zou moeten worden, is er nog niet. Waarom niet? Omdat de VVSG niet akkoord gaat. U zegt dat de omgevingsvergunning alles zal versoepelen. Dat wil ik nog wel eens zien.

In feite, wat nooit wordt gezegd omdat er te weinig mensen bij betrokken zijn, zal elk klein project moeten worden getoetst aan de omgeving. Meer lasten voor de mensen dus! U geeft alle macht opnieuw aan de ambtenarij, die zal zeggen of je projectnota, om je project te screenen aan de omgeving, ontvankelijk is of niet. Misschien krijg je gemakkelijker een vergunning nadat het ontvankelijk is verklaard, maar het zal misschien vier of vijf maanden duren voor het ontvankelijk is, voor je het project mag indienen. Dat zegt u er niet bij. U bent er nog niet. Ik kijk uit naar de realisatie, ook naar het feit dat het behouden zal kunnen worden en opnieuw niet vernietigd zal worden. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Vanden Bussche heeft het woord.

De heer Marc Vanden Bussche

Minister-president, u maakt zich vrolijk over de Olympische Spelen van 2016, maar we zullen eens zien hoe u het voetbaldossier zult binnenhalen voor het EK 2020. U hebt al een serieuze inbreng gedaan voor het voetbaldossier, moet ik zeggen, met de eis dat er een atletiekpiste rond komt. Daarmee steekt u al een serieuze pad in de korf voor de kansen van het voetbaldossier. Dat weet iedereen al op voorhand.

Mijn collega verwijst naar het dossier van Club Brugge, waarbij we terug naar af zijn. Er is niets gebeurd. Met alle peanuts die u de voetbalclubs toestopt, is het heel duidelijk dat u geen hart hebt voor het voetbal. We zitten in een impasse. Bij het begin van de legislatuur is beloofd dat er in verschillende dossiers doorbraken zouden komen, maar er is dus niets gebeurd. Wij nemen daar akte van.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Tommelein, ik apprecieer zeer dat u nog eens zegt dat u op een constructieve manier oppositie voert en dat u dat zult blijven doen. Zeker dat u mij een goede coach vindt, heb ik zeer geapprecieerd.

Ik vind het een beetje eigenaardig, en ik begrijp bepaalde opmerkingen, dat u het idee afschiet dat een regering een estafettegebeuren is. Het is juist: je krijgt gedurende vijf jaar de mogelijkheid om een aantal dingen te verbeteren en aan te passen en je werkt verder op wat je gekregen hebt van een vorige regering. Zo gaat dat. In 2014 zullen wij de estafettestok doorgeven aan een nieuwe regering, die ook verder werkt op datgene wat deze regering heeft gemaakt. Daar heb ik geen enkel probleem mee. U kunt niet enerzijds de gedachte van estafette ridiculiseren, waarbij u zegt dat wij moeten gaan voor medailles en niet voor een estafette, en anderzijds proberen te overtuigen, terecht, dat ook deze Vlaamse Regering verder heeft gewerkt op het werk van een vorige regering.

Ik heb de Septemberverklaring van Bart Somers erbij gehaald, omdat u natuurlijk mijn Septemberverklaring zo hebt bejegend. Daarom dacht ik dat het misschien wel interessant is. Het klopt niet dat het tien jaar geleden is. In de Septemberverklaring van Bart Somers, die ik zeer apprecieer, staat: "De regering wil dit jaar met een ambitieus plan de concurrentiepositie van onze regio versterken, onze ondernemingen zuurstof geven en jobs creëren. Dit plan bestaat uit drie krachtlijnen: de noodzakelijke verlaging van de lasten, de verbetering van onze mobiliteit" - enzovoort. Er staat: 'dit jaar'. Dat was in 2003. (Opmerkingen bij Open Vld)

Wacht nog even! Er staat ook in: "De integratie van de bouwvergunning en de milieuvergunning is daarbij het meest in het oog springende project. Wij zullen die doelstelling nog voor de verkiezingen verwezenlijken." Dat stond er toen. Ik heb daar op zich geen probleem mee; wij zullen dat doen voor de verkiezingen van 2014. Maar als u dan toch vanuit de Open Vld zo zwaar inhakt op die Septemberverklaring, moet u toch nog eens bedenken wat een heel eminent lid van uw partij en goede minister-president in 2003 heeft gezegd.

De heer Bart Tommelein

Minister-president, wat ik daaruit leer, in alle constructiviteit, is dat het uiteraard onze taak blijft te zeggen wat u niet hebt gedaan. U weet zeer goed dat u een aantal zaken niet hebt gedaan die u had kunnen doen, en ook niet hebt gedaan wat u hebt beloofd of wat was aangekondigd.

Ik leer hier ook uit dat ik tegen het volgende debat een Septemberverklaring van Luc Van den Brande zal onderzoeken.

Minister-president Kris Peeters

Zeker als ik de volgende Septemberverklaring zal afleggen, mag u dat met veel plezier doen. (Gelach. Applaus)

Er is iets dat ik niet goed begrijp: blijkbaar is Open Vld hier tegen atletiekbanen, maar ik verwijs naar de manier waarop minister Vanhengel dat nu toch bejegent.

Ingekomen documenten en mededelingen
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.