U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 5 juni 2013, 14.00u

Verklaring van de Vlaamse Regering over de hervorming van het secundair onderwijs
De voorzitter

Dames en heren, aan de orde is de verklaring van de Vlaamse Regering over de hervorming van het secundair onderwijs.

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, beste collega’s, onze kinderen zijn het kostbaarste wat we hebben. Ieder van ons draagt dan ook de verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat we onze kinderen nog meer kansen kunnen geven dan we zelf hebben gehad. Dat, beste collega’s, is waar deze hervorming om draait. Wij willen elke jongere een schooltijd bezorgen waar hij of zij later met plezier op kan terugkijken. Wij willen dat ze daar hun talenten en passies kunnen ontdekken en ontwikkelen. Wij willen, voorzitter en beste collega’s, dat alle leerlingen later kunnen zeggen dat ze met hun studiekeuze de juiste beslissing hebben genomen. (Opmerkingen van de heer Jan Penris)

Voorzitter, ik wil wel opnieuw beginnen, maar ik doe een verklaring namens de hele Vlaamse Regering. Mijnheer Penris, maakt u zich daar geen zorgen over. Het Vlaams Belang is bezorgd over de socialisten, maar zij zullen zo dadelijk komen. (Opmerkingen van de heer Jan Penris)

Ik ben daar zeker van, mijnheer Penris.

Voorzitter, dit is een heel belangrijk dossier, dus ik ga dit met de nodige ernst verder aanpakken.

Wij willen dat alle leerlingen later kunnen zeggen dat ze met hun studiekeuze de juiste beslissing hebben genomen: een beslissing die is ingegeven door de ervaring dat ze in het lager onderwijs en in de eerste graad heel wat kennis hebben opgedaan – een ervaring die hen in contact kan brengen met wetenschap en techniek, met taal en cultuur, met economie en zorg, met kunst en klassieke talen. (Opmerkingen van de heer Jan Penris)

Mijnheer Penris, u bent meer geïnteresseerd in de aanwezigheid van de socialisten dan in mijn verklaring. (Opmerkingen van de heren Jan Penris en Eric Van Rompuy)

Voorzitter, vandaag zijn er heel wat leerlingen die de juiste keuze maken, die later terugkijken met het besef dat hun levenspad een juiste wending kreeg in het secundair onderwijs. Dat is in de eerste plaats – en dat wil ik hier zeer uitdrukkelijk onderstrepen – de verdienste van de duizenden gepassioneerde leerkrachten die Vlaanderen rijk is: mannen en vrouwen die elke dag voor de klas staan om hun leerstof met enthousiasme over te brengen, mannen en vrouwen die de talenten van alle leerlingen in de klas herkennen en erkennen.

Maar, beste collega’s, het kan en moet nog beter. We kunnen die leerkrachten nog beter ondersteunen om hun waardevolle taak uit te voeren. We kunnen de leerlingen nog meer kansen geven om hun eigen talenten te ontdekken en te ontwikkelen. We kunnen nog meer doen om een kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen te verzekeren.

Voorzitter, beste collega’s, daarom is deze hervorming van het secundair onderwijs een absolute noodzaak. Wij willen onze koppositie kunnen behouden en versterken. Maar we moeten in alle duidelijkheid gezamenlijk vaststellen dat we terrein verliezen. De hoge scholingsgraad, de sterke internationale prestaties van onze leerlingen, de zorg voor en begeleiding van leerlingen met moeilijkheden: dat zijn maar enkele voorbeelden van kwaliteiten die ons aan de top hebben gebracht.

Maar dat neemt niet weg dat er nog heel wat verbeterpunten zijn. Ons secundair onderwijs is vandaag zeer goed, maar we moeten ons wapenen voor de uitdagingen van de toekomst. Er zijn meer dan genoeg analyses die aantonen dat er iets moet gebeuren, zoals het rapport-Monard, de verschillende analyses van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de lijst met verbeterpunten in het masterplan zelf. Veel leerlingen zijn spijtig genoeg niet gelukkig, komen niet aan hun trekken, vinden hun plaats niet. Daar moeten we echt iets aan doen.

Eén op de tien leerlingen verlaat de school zonder diploma. In harde cijfers uitgedrukt, zijn dat meer dan 42.000 jongeren die vandaag in het secundair onderwijs zitten, en nooit een diploma zullen halen. Dat mogen en kunnen we niet aanvaarden! 42.000 jongeren! Dat is de ongekwalificeerde uitstroom. In de afgelopen tien jaar is het aantal inschrijvingen in het technisch onderwijs met een kwart gedaald. Dat betekent 30.000 minder leerlingen dan een decennium geleden. 30.000 leerlingen! Tegelijk heeft de chemische sector in de komende jaren 16.000 nieuwe werkkrachten nodig. Tegelijk smeekt de zorgsector om bijkomend personeel.

Deze signalen kunnen we niet negeren. We moeten ervoor zorgen dat elke jongere zijn of haar talenten leert kennen en op de meest optimale manier kan ontwikkelen. De keuzes die jongeren en hun ouders maken, moeten beter geïnformeerde keuzes zijn. Daarom zullen ouders en leerlingen mogelijkheden krijgen om gefaseerde, bewuste en positieve studiekeuzes te maken. Die keuze moet onafhankelijk van de sociaal-economische en sociaal-culturele status gebeuren. We moeten vermijden dat een jongere onvoldoende voorbereid een keuze moet maken, die onherroepelijk is en gebaseerd is op foute gronden.

Onze hervorming die gisteren is goedgekeurd, moet zorgen voor onderwijs dat de nodige kennis, vaardigheden én attitudes bijbrengt. Het zijn de woorden van minister Smet: we maken de ‘zwakke’ leerlingen sterker en de ‘sterkere’ leerlingen nog sterker. De ongekwalificeerde uitstroom moet worden verminderd en het vroegtijdig schoolverlaten voorkomen, zonder aan kwaliteit in te boeten.

De eindtermen van de basisvorming moeten ambitieuzer, en die van het secundair onderwijs moeten aansluiten bij de startcompetenties van het hoger onderwijs en omgekeerd. Bovendien moet het secundair onderwijs een maximale afstemming op de arbeidsmarkt verzekeren qua aanbod, inhoud en uitstroom. Technisch georiënteerd onderwijs wordt daarom opgewaardeerd en gestimuleerd; wetenschap en techniek krijgen een volwaardige plaats in het curriculum. Het aanleren van Nederlands is een essentiële basisvoorwaarde voor een succesvolle school- en arbeidsloopbaan; voor een volwaardige participatie en bijdrage aan onze maatschappij.

Ons doel om het beste uit alle jongeren te halen, moeten we al vroeger beginnen nastreven. Daarom stellen we specifieke doelen voor het basisonderwijs. De overgang van basisonderwijs naar secundair wordt verbeterd. Ook in het basisonderwijs is voldoende kennis van het Nederlands een prioriteit, gaat extra aandacht naar wetenschap en techniek en zullen we beter differentiëren.

Voorzitter, collega’s, ons masterplan is geen revolutie, dat hebben we ook nooit gewild; het is wel de start van een evolutie. We breken niet af wat goed is. We gaan stapsgewijs en doelgericht aan de slag om ons doel te bereiken, om het beste uit alle jongeren te kunnen halen. We hebben een richting vastgelegd. De verandering begint, zoals gezegd, al in het basisonderwijs. Daar zullen wetenschap en techniek een volwaardige plaats krijgen. Met die aanpak gaan we verder in de eerste graad van het secundair onderwijs. Een breed en voor iedereen gelijk basispakket, waar techniek en wetenschap in opgenomen zijn, zal de horizon van de jongeren verbreden.

Daarbovenop zullen ze hun talenten kunnen verkennen en versterken in een reeks keuzevakken. Ze zullen kunnen kiezen uit techniek, wiskunde/wetenschappen, kunst, economie, Nederlands, moderne vreemde talen of klassieke talen.

De studierichtingen in de tweede en derde graad zullen worden ingedeeld in een zogenaamde matrix. Die matrix is een overzichtelijk rooster dat helder aangeeft welke mogelijkheden er zijn. De kolommen van dat rooster geven de finaliteit weer, van abstract/theoretisch met doorstroming naar het hoger onderwijs tot concreet/praktisch en arbeidsgericht. In de rijen van het rooster bevinden zich een beperkt aantal studiedomeinen. Op die manier worden de studierichtingen duidelijker.

Deze matrix of dit rooster zal de basis vormen voor de reductie van de studierichtingen en zal de ontwikkeling van het schoolconcept van de toekomst mogelijk maken. Om de matrix invulling te geven, zijn grondige werkzaamheden nodig. Daarbij wordt de finaliteit van de studierichting en de wijze waarop de studierichting gesitueerd wordt in een studiedomein, bepaald.

We verwachten dat deze grondige oefening uiterlijk midden 2016 klaar zal zijn. Op dat moment wordt deze matrix op volledigheid, inhoudelijke consistentie en invoerbaarheid met de onderwijsverstrekkers, de vakbonden, de sociaal-economische partners en alle andere belanghebbenden, geëvalueerd en afgetoetst. En, collega’s, als daarbij zou blijken dat door deze nieuwe ordening het niveau van de onderwijskwaliteit voor welke studierichting dan ook zou dalen, is het vanzelfsprekend dat deze matrix moet worden aangepast. Zo niet, als dat niet nodig is en de onderwijskwaliteit gegarandeerd is, dan zal deze worden doorgevoerd en zullen de onderscheiden begrippen aso, tso, kso en bso niet meer worden gehanteerd.

Het niveau van de onderwijskwaliteit zal worden uitgedrukt op basis van eindtermen. Of een studierichting minstens dezelfde kwaliteit beoogt, wordt met andere woorden afgewogen aan de hand van de moeilijkheidsgraad van de nieuw ontworpen set eindtermen van die studierichting. Voorzitter, collega’s, dit evaluatie- en consultatiemoment zal door de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement worden aangegrepen om zich ervan te verzekeren dat in de verschillende onderwijszones in Vlaanderen aan jonge mensen een volledig aanbod kan worden geboden, met respect voor regionale spreiding en vrije schoolkeuze.

Bij het definiëren van het nieuwe schoolconcept wordt de indeling in onderwijsvormen vervangen door een indeling op basis van de twee nieuwe parameters van de matrix. Over de concrete invulling, collega’s, van het nieuwe schoolconcept wordt vandaag geen definitief uitsluitsel gegeven. Waarom? Ik zal het u zeggen: de financiële, personele en organisatorische impact en de impact op de leerlingenstromen van elk mogelijk nieuw concept en eventuele mengvormen, zal in ieder geval worden berekend en mee worden opgenomen bij de toekomstige beslissingen van de Vlaamse Regering over het schoolconcept.

Hiermee bieden we een antwoord op de vraag die al dagenlang op ieders lippen brandt: wordt het aso afgeschaft? Voor alle duidelijkheid: morgen in elk geval niet. Maar het is wel zo dat we alle studierichtingen anders gaan ordenen. En nadat deze ordening, en vooral reductie, heeft plaatsgevonden, komen we terecht – ik hoop dat u dat begrepen hebt – in een nieuw indelingslandschap van onze studierichtingen, met een andere indeling waarin de begrippen aso, tso, bso en kso niet meer voorkomen. We gaan dit wel pas doen na een kwaliteitstest: we zullen ons ervan verzekeren, in ieders belang, dat de kwaliteit via die eindtermen gegarandeerd blijft.

Dan rijst de vraag welke impact deze nieuwe indeling op de scholen zal hebben. We leggen wat dat betreft niets op. In elk geval zal elk schoolconcept gebaseerd op de matrix, zowel verticaal als horizontaal of een combinatie, mogelijk zijn.

Maar – en dit is heel belangrijk – wij zijn ervan overtuigd dat zodra de studierichtingen volgens de matrix geordend zijn, het aanbod van de diverse scholen zal verbreden en dat scholen studierichtingen zullen aanbieden die doorstroomgericht of arbeidsmarktgericht zijn, maar die ook een dubbele finaliteit kunnen hebben. Domeinscholen kunnen, maar zijn niet verplicht. Domein- en campusscholen worden via incentives wel aangemoedigd.

Voorzitter, dames en heren, onze hervorming, deze hervorming, pakt heel wat belangrijke knelpunten aan. Het kan bijvoorbeeld niet dat er nog altijd jongeren zijn die niet kunnen volgen op school, enkel en alleen omdat ze onze taal niet genoeg beheersen. Daarom voorzien we zowel in het basisonderwijs als in het secundair onderwijs in de mogelijkheid voor scholen om een verplicht taalbad Nederlands voor die leerlingen te organiseren. Er wordt bovendien een taalscreening georganiseerd bij de overgangen van het kleuteronderwijs naar het lager onderwijs en van het lager onderwijs naar het secundair onderwijs.

In dit alles vergeten we de positie van de leerkracht absoluut niet. Zij zullen degenen zijn die deze hervorming in de praktijk moeten brengen. Hun fantastisch werk willen we nog versterken. We willen hun een uitdagende loopbaan en de juiste ondersteuning geven. Leerkrachten moeten kunnen rekenen op de mogelijkheden voor continue professionalisering. Voor de Vlaamse Regering moet een hervorming dan ook gepaard gaan met een effectieve en efficiënte ondersteuning van de leerkrachten.

Om dit te realiseren, wil de Vlaamse Regering een loopbaanpact afsluiten met de leerkrachten en hun vertegenwoordigers. Daarbij zullen wij ook de zij-instroom effectief mogelijk maken. Dat lag al jaren op tafel, maar nu hebben we beslist. Door ervaring uit andere domeinen volwaardig te erkennen, willen we nieuw onderwijzend talent uit de samenleving aantrekken. Mensen uit alle mogelijke hoeken van de samenleving kunnen op die manier hun ervaring aanbieden aan jongeren en ons al sterk leerkrachtenkorps nog versterken.

Voorzitter, dames en heren, de Vlaamse Regering wil met deze hervorming de jongeren goesting geven om hun talenten te ontdekken en ten volle te ontwikkelen. De arbeidsmarkt zal er alleen maar wel bij varen. En ik wil onderstrepen dat er vandaag al heel goede voorbeelden zijn. Dit systeem bestaat al in internationale onderwijstoplanden zoals Canada en Finland. Maar we moeten het niet zo ver gaan zoeken, want ook hier bij ons in Vlaanderen zijn er schitterende voorbeelden. Sommige scholen en schoolgemeenschappen in Maaseik, Herk-de-Stad, Torhout en Arendonk – om er maar enkele te noemen – leveren schitterend pionierswerk. Hun leerlingen en leerkrachten plukken daar nu al de vruchten van.

Het plan is nu getekend, we weten waar we met ons secundair onderwijs naartoe willen. Nu willen we verder samenwerken met de scholen en de ouders om de hervorming in detail uit te tekenen en uit te voeren. We doen dat stapsgewijs en doelgericht om van Vlaanderen – waar we allemaal in geloven en waar we allemaal aan willen werken – een topregio in de 21e eeuw te maken met een onderwijs van de 21e eeuw. Ik dank u wel. (Applaus bij de meerderheid en op de regeringsbanken)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.