U bent hier

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over de hervorming van het secundair onderwijs.

Het debat is geopend.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ik hoop dat ik straks een gelijkaardig applaus zal krijgen. Ik reken daarop.

Voorzitter, beste leden van de regering, beste collega’s, 42.000 jongeren die nu in het secundair onderwijs zitten, verlaten de school zonder diploma. Meer dan 42.000 jongeren die uit de boot zullen vallen: om die reden is een hervorming van ons onderwijs vandaag nodig. Die 42.000 jongeren krijgen vandaag nul op het rekest. Er is geen perspectief op beterschap. Vandaag is er immers een politiek akkoord, maar een hervorming van het onderwijs komt er niet. Die hervorming werd vakkundig afgeblokt door Bart De Wever. Vandaar mijn eerste vraag: waar is die man? Overal zagen we hem: in Terzake, op Het journaal, in Wakker op Zondag op ATV. Overal, behalve nu in dit halfrond! (Applaus bij de oppositie)

Nochtans is Bart De Wever, naast burgemeester en partijvoorzitter, ook lid van dit Vlaams Parlement, en hij is de man die ervoor verantwoordelijk is dat een oplossing voor die 42.000 jongeren op de lange baan wordt geschoven, tot over twaalf à twintig jaar, zo zeggen experts. Dat is misschien de regering-Peeters V, of -Bourgeois III. Er kómt geen brede eerste graad. De uitspraken van Bart De Wever laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Hij zegt letterlijk: “Aan het eerste jaar verandert (..) niets ten opzichte van de huidige situatie. In het tweede jaar verschuift er één uur van het basispakket naar het optiepakket. De leerling maakt (…) als vanouds de keuze op 13 jaar.”

Ook de hiërarchie tussen de studierichtingen zal niet verdwijnen. Dat stond nochtans wel in het regeerakkoord. Wat zegt Bart De Wever? Hij verklaart dat er een matrixoefening zal worden opgestart, die in 2016 zal worden afgerond. “In geen geval zal een school verplicht kunnen worden om het aanbod dat ze vandaag aanbiedt, te wijzigen.” Met andere woorden, het plan ligt al zeker tot 2016 in de lade. En dan doet iedereen nog waar hij zin in heeft. Dat is volgens De Wever de werkelijke vertaling van dit zinnetje: “In het nieuwe secundair (…) verdwijnt de hiërarchie tussen de studierichtingen.” Laat dat duidelijk zijn.

Minister-president, als het dat is, als het hierbij blijft, heeft de N-VA met dit zogenaamde masterplan zijn slag thuisgehaald, en heeft de partij de handen compleet vrij om niets te doen aan de verschotting van ons onderwijs, niets te doen aan het watervalsysteem, het probleem van de ongekwalificeerde uitstroom níét aan te pakken, de werkelijkheid níét onder ogen te zien en géén antwoord te bieden op de verkleuring van onze steden en de diversiteit in onze samenleving. Minister-president, u hebt uw gezicht gered. U hebt vanmorgen weer kunnen uitpakken met uw ongelooflijke verkoops- en marketingtechnieken. U zou er waarschijnlijk in slagen om de lelijkste trol als een schone prinses te verkopen, maar u staat hier met lege handen.

Hebt u er al eens bij stilgestaan wat de mensen moeten hebben gedacht over het schouwspel van de voorbije dagen? De mensen moeten de voorbije dagen toch de indruk hebben gehad dat ze worden geregeerd door een bende marktkramers, die om ter hardst staan te roepen voor hun eigen kraam in de pers. Tobback, De Wever, Peeters …: elk zo veel mogelijk volk naar zijn kraam. Grote verklaringen, stemmingmakerij, politiek getouwtrek... ‘Zijn er nu volgende week weer verkiezingen?’ Dat moet iedereen die niet het grootste deel van zijn tijd in de Wetstraat doorbrengt, toch hebben gedacht?

Neen, collega’s, er zijn volgende week geen verkiezingen. Er is nog een jaar te gaan. Een jaar om belangrijke, essentiële beslissingen te nemen die het Vlaamse onderwijs en onze jongeren echt vooruit helpen, beslissingen die wél een antwoord kunnen bieden op die extreem hoge ongekwalificeerde uitstroom, op het watervalsysteem, dat ervoor zorgt dat er in Vlaanderen op technische en beroepsrichtingen wordt neergekeken, op de tekorten op de arbeidsmarkt. Beslissingen die gebaseerd zijn op overleg met experts, maar ook en zeker met mensen uit de sector.

Die beslissingen mogen niet worden genomen op de kap van de jongeren, over de hoofden van de leerkrachten heen of achter een onderhandelingstafel in Brussel.

De Wetstraatwatchers zijn het er momenteel over eens dat de Fyra beter aan elkaar hing dan de Vlaamse Regering aan elkaar hangt. De Vlaamse Regering stop met regeren en kiest voor het status quo. Dat moet de minister-president toch raken.

Minister Smet, we hebben u deze ochtend aan het woord gehoord. U leek wel euforisch. Uw grote hervorming komt er echter niet. Velen zijn het erover eens dat u daarvoor een grote verantwoordelijkheid draagt.

Ik begrijp de ongerustheid van de leerkrachten volkomen. Ik begrijp de noodkreet van de vakbondsman die op tafel slaat en uitroept dat er geen draagvlak bij de leerkrachten is omdat ze nog geen masterplan hebben gezien. De leerkrachten worden hier al maanden niet bij betrokken. Er is sprake van domeinscholen, matrices, een brede eerste graad die er geen is en vakleerkrachten in het basisonderwijs. Hoe zit het met de lerarenopleiding? Dit plan biedt de volgende Vlaamse Regering voldoende armslag om het weer helemaal ondersteboven en binnenstebuiten te keren. Wat is dat nu? Dat gebeurt allemaal met ons onderwijs, dat generaties jongeren moet vormen en voor het leven en de arbeidsmarkt moet klaarmaken. Ik begrijp die frustratie volkomen.

Een tijdje geleden ben u naar Canada getrokken om lessen te leren uit de succesvolle hervorming die ginds is doorgevoerd. De succesfactoren maken duidelijk waarom u daar in Vlaanderen niet in bent geslaagd.

De Canadese regering heeft gedurende vier jaar in overleg met de sociale partners en met de schoolbesturen geïnvesteerd. De Canadese regering heeft een structuurhervorming met de versterking van het lerarenberoep gecombineerd. De leerkrachten zijn bij elke stap betrokken. Er was ginds een klimaat van groot wederzijds respect en van vertrouwen in de leerkrachten.

Dat ontbreekt in Vlaanderen helemaal. U hebt het momentum bij de aanvang van de legislatuur helemaal gemist. Uw aankondigingsbeleid en de lange periodes zonder consultatie van of overleg met de onderwijsactoren hebben de geloofwaardigheid van het overlegmodel binnen de onderwijswereld doen afbrokkelen. Door het gebrek aan duidelijkheid over het traject is de ongerustheid bij leraars en bij ouders enkel toegenomen.

Minister-president, ik wil met een constructieve noot eindigen. Ik wil graag mijn welgemeende oproep van de voorbije dagen herhalen. U zou de onderwijshervorming naar het Vlaams Parlement moeten brengen. (Opmerkingen)

U mag geen kostbare tijd verliezen met een dubbelakkoord dat in 2016 misschien uit de kast zal worden gehaald. We moeten de krijtlijnen en de principes nog tijdens deze legislatuur in een decreet vastleggen. Hierdoor zou de onderwijswereld zekerheid krijgen. Er zou een duidelijk kader komen waarbinnen die mensen, met respect voor hun vrijheid en in volle vertrouwen, maar ook gesteund door het voltallig Vlaams Parlement, nu al van start zouden kunnen gaan.

Indien het ontwerp van decreet aan een aantal voorwaarden zou voldoen, zal Groen daar ook vanuit de oppositie graag steun aan verlenen. Een goed onderwijs moeten we samen maken. Het Vlaams regeerakkoord blijft hiervoor een uitstekend uitgangspunt.

De hervorming moet in sterke mate op de uitgangspunten in de nota van de heer Monard worden gebaseerd. De schotten tussen het aso, het tso en het bso moeten worden weggewerkt. Er moet vooral maatwerk en individuele begeleiding van leerlingen komen. De aanbevelingen inzake de versterking van het lerarenberoep en de hervorming van de lerarenopleiding van de commissie-Monard moeten ter harte worden genomen. Het zijn immers de leerkrachten die de hervorming moeten waarmaken.

Het is een cruciale fout geweest het lerarenloopbaandebat en het debat over de hervorming los te koppelen. Minister-president Peeters heeft in zijn inleiding verklaard dat ook van het lerarenloopbaandebat werk zal worden gemaakt. Dit debat staat echter nergens. We hebben in het Vlaams Parlement nog niet eens een masterplan gezien. Die ontkoppeling is een fout geweest. De leraren zijn cruciaal voor de hervorming. We moeten die fout rechtzetten. Ook daaraan willen wij meewerken.

We hebben het in het Vlaams Parlement vaak over het voortschrijdend inzicht. Blijkbaar bestaat er ook zoiets als het achteruitschrijdend inzicht. We staan verder dan ooit van een broodnodige onderwijshervorming. We staan verder dan op het einde van de vorige legislatuur. We staan verder dan bij het opstellen van het Vlaams regeerakkoord. We staan verder dan toen de heer Van Dijck en mevrouw Celis, de onderwijsexperts van de N-VA, vanuit een gedeelde bezorgdheid aan de onderwijshervorming meewerkten. Zij zijn op cynische wijze opzijgeschoven. (Opmerkingen)

Ik besluit zoals ik ben begonnen. Welke boodschap geeft de Vlaamse Regering de 42.000 jongeren die zonder diploma de school verlaten? Welke kijk op de politiek en welke zekerheid biedt de Vlaamse Regering hun? In plaats van een historisch akkoord heeft de Vlaamse Regering een historisch dieptepunt bereikt. De huidige winnaar is het politiek compromis. De grote verliezers zijn de jongeren en de politieke geloofwaardigheid. (Applaus bij Groen en Open Vld)

De heer Van Malderen heeft het woord.

Mevrouw Meuleman, twee zaken. U bent uw uiteenzetting begonnen met vrij uitvoerig te citeren wat Bart De Wever over dit akkoord heeft gezegd. Het was misschien ook mogelijk geweest, en dan hadden we een ietwat meer inhoudelijke uiteenzetting gehad, om in te gaan op de toelichting van de minister-president en vooral op de tekst zelf die ons allemaal ter beschikking is gesteld. Dan zou u niet de fout hebben kunnen maken om hier te stellen dat deze hervorming tot 2016 in de schuif ligt. Integendeel, hier is een masterplan voorgelegd dat niet meer of niet minder is dan een opdracht om tussen nu en 2016 te bestuderen, uit te werken, ermee aan de slag te gaan, te berekenen, uit te voeren, overleg te plegen en het draagvlak nog groter te maken dan het vandaag al is. Zeggen dat het in de schuif ligt, is de waarheid ongelooflijk veel geweld aan doen. Het is een ongeloofwaardige kritiek.

Ten tweede vind ik dit wel heel raar. Afgelopen zondag waren we er getuige van dat u en uw partijvoorzitter, de heer Van Besien, aanboden om, zonder kennis van enige tekst, een wisselmeerderheid te leveren om toch maar de onderwijshervorming voort te zetten. (Applaus bij de meerderheid)

Welnu, deze meerderheid heeft een akkoord bereikt, de tekst ligt voor. Van twee dingen één. Ofwel is uw oproep van afgelopen zondag hoegenaamd niet oprecht, ofwel is uw kritiek vandaag niet terecht. In beide gevallen hebben we van u geen lessen te krijgen. (Applaus bij de meerderheid)

De heer De Meyer heeft het woord.

Collega’s, ik begrijp dat collega Meuleman onder andere kritiek heeft op de traagheid waarmee het proces wordt uitgevoerd. Mevrouw Meuleman, ik wil even een directeur uit uw regio citeren die mij een mail stuurt die typerend is voor vele berichten die ik ontvangen heb. “Wat stellen we vast? Heel wat regio’s komen zelf, zonder beslissingen van de overheid, in beweging en bieden antwoorden op specifieke vragen. Ook wij in Oudenaarde zochten in overleg naar een onderwijsstructuur van en voor de toekomst. Maar elke lokale context heeft hierbij een eigen kader en er dient rekening te worden gehouden met infrastructuur, de ligging van de scholen, de reeds bestaande samenwerking, het studieaanbod, een mogelijk masterplan, het overleg met het basisonderwijs. Een hervorming zal zich niet laten dwingen. Het vraagt van alle betrokkenen visie, vertrouwen, bereidwilligheid en frequent overleg. Dit alles veronderstelt een langdurig groeiproces. Pas wanneer de ideeën gerijpt zijn, kunnen ze in consensus vorm krijgen, kunnen de scholen en schoolbesturen werk maken van de toekomst van hun onderwijs. De onderwijshervorming komt er beetje bij beetje, mits vertrouwen.”

Wat is voor ons fundamenteel? In de eerste plaats dat de kinderen er beter van worden, alle kinderen, en dat het gebeurt met respect voor de mensen die het dagelijks in het veld moeten waarmaken. Er ligt een grote verantwoordelijkheid zowel bij de koepels als bij de schoolbesturen, de directies, de leerkrachten en de ouders. U hebt enkel slaagkans als dat procesmatig gebeurt. Geen revolutie, zoals de minister-president heeft gezegd, maar wel in een evolutie.

Ik zeg u, mevrouw Meuleman, vandaag is een proces ingezet, is een belangrijke stap gezet. Geen enkele partijvoorzitter zal dit nog tegenhouden, neem dat van mij aan. Ik wil de minister-president en de hele regering feliciteren met het akkoord dat ze hebben gemaakt. (Applaus bij CD&V en sp.a)

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mevrouw Meuleman, dit masterplan is niet iets om in de schuif te steken. Er zitten tientallen maatregelen in op kortere termijn, op middellange en op lange termijn. Wat dat betreft zijn deze maatregelen ook op kortere termijn vrij snel implementeerbaar. Jullie pikken daar een aantal zaken uit, waarrond jullie een verhaal maken. Lees het hele masterplan en u zult ervan overtuigd zijn dat er heel wat fundamentele zaken inzitten om antwoorden te bieden op de uitdagingen die ons secundair onderwijs nu kent.

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, ik wil reageren op de opmerkingen van de heer Van Malderen over mevrouw Meuleman.

Dat kunt u straks doen, mijnheer Bouckaert. Eerst krijgt mevrouw Meuleman het woord, daarna kunt u reageren.

Als een masterplan voldoende is en evenwaardig aan een decreet, en garanties biedt over de verdere uitvoering en als we ons absoluut geen zorgen moeten maken, dan stel ik voor dat we onze werkzaamheden stoppen en het actieplan afschaffen, want dan moeten we voor de rest geen decreten meer goedkeuren. Blijkbaar is dat dan een overbodig instrument en kunnen we voortdoen met masterplannen van de regering. Maar dat is niet goed, er is wel meer aan een democratie dan dat.

Mijnheer Van Dijck, uw voorzitter heeft zelf gezegd dat dit plan de inzet van de verkiezingen is, de hervorming van het secundair onderwijs, en of ze al dan niet zal plaatsvinden in de volgende legislatuur in 2016. Ofwel liegt u, ofwel liegt uw voorzitter, maar u zegt duidelijk andere dingen.

Wat de steun aan het decreet betreft, mijnheer Van Malderen, wij willen nog steeds een decreet in dit parlement steunen. We hebben er altijd bij gezegd wat de voorwaarden zijn. Die zijn heel duidelijk. Het zijn zaken waarover we het uitstekend met elkaar zouden kunnen vinden: het wegwerken van de schotten, de brede eerste graad, individueel maatwerk. We hebben het versterken van de leerkrachten daaraan toegevoegd, want die zijn voor ons essentieel.

Het terugkoppelen van het lerarenloopbaandebat, zoals bij de heer Monard, aan de hervorming van het secundair onderwijs is voor ons absoluut cruciaal. En dan, mijnheer De Meyer, een zeer gefaseerde uitrol – dat heb ik gisteren expliciet in mijn persbericht geschreven, u moet het maar eens nalezen – in nauw overleg met het veld en de onderwijsactoren. Dat is nu niet gebeurd.

In deze legislatuur wil ik dat de krijtlijnen van de onderwijshervorming decretaal worden vastgelegd. Wat krijgen we anders? Mevrouw Van Hecke en mevrouw Verdyck hebben het al gezegd: “Wat er ook gebeurt, wij rollen die hervorming toch uit, wij doen het op onze manier, elk doet zijn ding, eventueel scholen in concurrentie met elkaar, zonder middelen en zonder krijtlijnen van de overheid.”

Dat zou niet goed zijn, mijnheer De Meyer. Wij moeten de krijtlijnen nu met het parlement decretaal vastleggen. Zo was het afgesproken in het regeerakkoord, zo waren de plannen, tot vorig jaar en tot de grote crisis met de heer De Wever.

Ik blijf het jammer vinden, dat wat we nu hebben, een vrijblijvend masterplan is, waarvan we niet eens weten of er na 2016 ook maar iets van zal kunnen komen. Ik begrijp niet hoe jullie dat hier kunnen verkopen als een overwinning, en hoe jullie niet inzien dat dit geen masterplan, geen miniplan is, maar een compleet lege doos. (Applaus bij Groen en Open Vld)

Boudewijn Bouckaert

Ik heb dezelfde opmerking. Wij als oppositieleden moeten toezien hoe de regeringspartijen aan het bakkeleien zijn. Als we dan een wisselmeerderheid aanbieden, kan dat niet gebeuren op basis van iets dat de regering nog niet heeft beslist, maar op basis van wat regeringspartijen in hun plannen heel duidelijk naar voren hebben geschoven.

De visie van sp.a over de hervorming van het secundair onderwijs was zeer duidelijk en bekend. De visie van andere partijen ook. In die zin kan een oppositiepartij gerust een wisselmeerderheid aanbieden. Het is ongepast van de heer Van Malderen dat hij mevrouw Meuleman bekritiseert op dat vlak. Dat is de werking van de oppositiepartijen belachelijk en onmogelijk maken. (Applaus bij de oppositie)

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Mijnheer De Meyer, u hebt de vinger meteen op de wonde gelegd als u zegt dat geen enkele partijvoorzitter dit zal kunnen terugdraaien. Welke garantie hebt u daarvoor? Ik weet het niet.

Trouwens, minister-president, u bent hier een verklaring komen afleggen alsof het een fluitje van een cent was. Men zou u de communie geven zonder te biechten, als ik het zo mag zeggen, maar wat hebt u – en dat is mijn vraag naar aanleiding van de opmerking van de heer De Meyer – met die partijvoorzitters afgesproken?

Laten we wel wezen: wanneer de minister-president de partijvoorzitters bij zich moet sommeren, dan is dat niet om een gezellig babbeltje te doen, om een kop koffie te drinken met al dan niet een speculaas erbij, maar dan wil dat zeggen dat de Vlaamse Regering politiek serieus in de nesten zit en in een politieke crisis zit. U bent er in uw toelichting allemaal aan voorbijgegaan. Het leek wel alsof iedereen het eens is, want iedereen is nu blij: sp.a is blij, de N-VA is blij, de koepels zijn blij, u bent blij, mevrouw Lieten is blij, mijnheer Bourgeois is blij, iedereen is blij.

Minister-president, ik weet één ding: wanneer men een week voordien met getrokken messen tegenover elkaar stond en men komt een week later met hoeraberichten naar buiten, dan moet men opletten, want dan is dat meestal fake. Als ik u, zelfs in uw toelichting, hoor zeggen dat sommige scholen sommige hervormingen die u voorstelt, al toepassen, dan vraag ik me af waarom dit in godsnaam nodig was. Dan had dat niets met een onderwijshervorming te maken, maar alles met het overleven van uw regering. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister-president Kris Peeters

Alle leden van deze Vlaamse Regering hebben met heel veel ernst en met heel veel enthousiasme, in moeilijke momenten ook, dit dossier behandeld en voorstellen gedaan om uit de impasse te geraken. Draai de zaken niet om. (Opmerkingen van de heer Joris Van Hauthem)

U draait ze wel om. Het ging niet over hoe deze regering kon overleven, wel over hoe we in dit dossier, een heel belangrijk dossier voor de duizenden leerkrachten en leerlingen en iedereen die erbij betrokken is, tot een goede politieke besluitvorming konden komen. Dit is niet van een leien dakje gelopen. Dat is juist. Er is hard gediscussieerd, uren aan een stuk. Ik heb op een bepaald moment vastgesteld dat de discussie in de Vlaamse Regering muurvast zat. In afspraak met de collega’s heb ik dan gevraagd en beslist om de voorzitters van de meerderheidspartijen te zien. Ik heb ook publiekelijk gezegd dat het een goed gesprek was. De voorzitters hebben nog eens onderstreept dat zij absoluut achter onze visie stonden, namelijk dat er in dit dossier een besluit moest worden genomen door deze Vlaamse Regering.

U bent er goed in om grote strategieën en scenario’s te ontwaren, maar maak u geen zorgen want ze zijn niet aan bod gekomen. Er is over het dossier gesproken en de voorzitters hebben onderstreept dat zij verwachten dat de Vlaamse Regering in dit dossier de nodige beslissingen zou nemen, wat gisteravond is gebeurd en die we nu in dit parlement verdedigen.

Joris Van Hauthem

Ik zou zeggen: u mag nog eens te communie gaan zonder te biechten.

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, minister-president, ik wil even de stelling van mevrouw Meuleman bijtreden dat er toch wel een levensgroot verschil is tussen een masterplan en een decreet. Ik wil u citeren. Met uw masterplan, voor zover we al kunnen gewagen van een akkoord, start u niets. Dat besefte u zelf ook heel goed naar aanleiding van het laatste debat dat we hier in de plenaire vergadering hebben gehad over de hervorming van het secundair onderwijs, amper een jaar geleden, op 27 juni 2012. Ik citeer minister Pascal Smet met een reactie op wat mevrouw Vanderpoorten stelde: “Alleen, mevrouw Vanderpoorten, ik heb het al gezegd, hebben wij einde dit jaar, begin 2013 als timing vooropgesteld. Dan moet de Vlaamse Regering een beslissing nemen om tegen het einde van de legislatuur een ontwerp van decreet te kunnen hebben. Als het meezit, raakt dat ook nog goedgekeurd, (…).”

Minister-president, u versterkt dat, want u antwoordt op een interventie het volgende: “De finaliteit in de beleidsnota van minister Smet is dat er tegen het einde van deze legislatuur een ontwerp van decreet zou voorliggen. Wij zullen er alles aan doen om dat te realiseren. Tegen het einde van deze legislatuur moet er een ontwerp van decreet zijn. Ik hoop dat dat niet alleen gesteund wordt door de meerderheid, maar dat we er in slagen om ook de oppositie of minstens een deel van de oppositie dit mee te laten ondersteunen en uitvoeren.” Voor dat laatste hebt u alleszins geen inspanningen gedaan. U herneemt het nog eens, want helemaal op het einde van het debat sluit u het debat met de volgende melding: “ (…) collega’s, (…) “Voor het einde van de legislatuur wil ik een ontwerp van decreet voorleggen. Deze wil wordt gedeeld door de voltallige Vlaamse Regering.” Dat is duidelijk. Dat is niet ‘ik ga eens proberen mijn best te doen’. Dat is een duidelijk engagement. We zijn nog niet 2014.” Ik denk dat dit geen verder betoog hoeft. (Applaus bij Open Vld)

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, de fractie van Open Vld zal straks wel commentaar geven op dit masterplan, want daar gaat dit atualiteitsdebat over. We hebben gisteren een masterplan goedgekeurd, en ik luister naar de inhoud van de reacties. (Rumoer)

Buiten de lof op mijn talenten heb ik van Groen inhoudelijk niets gehoord. Collega van Rouveroij, u doet net hetzelfde. U krijgt straks nog het woord en ik zal heel aandachtig luisteren naar wat uw inhoudelijke reactie op dit masterplan is. Ik heb begrepen dat jullie een ander plan hebben, waarover kan worden gediscussieerd. Als u ons dat plan bezorgt, dan kunnen wij met kennis van zaken reageren.

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Collega De Meyer heeft juist gezegd – en ik vond dat een belangrijke uitspraak – dat geen enkele partijvoorzitter deze hervorming tegenhoudt. Maar dat hoeft ook niet. In het akkoord staat immers dat scholen niet verplicht zijn om een domeinschool te worden. En dus begrijp ik dat er naast domeinscholen ook exclusieve doorstroomscholen blijven bestaan ­­­– aso-scholen, noemen we dat tegenwoordig –, naast exclusieve arbeidsmarktgerichte scholen – dat zijn dan de bso- en tso-scholen. Ik vraag me trouwens ook af hoe die brede eerste graad eruitziet in zo’n doorstroomschool. Alles wordt bovendien uitgesteld tot 2016 en er zijn nog massa’s uitwegen. Ik citeer nogmaals: “Men kan scholen niet verplichten om een domeinschool te worden.” Ik zie viceminister-president Bourgeois knikken. Ik denk dus eigenlijk dat alles bij het oude blijft.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, nogmaals, als men 300 studierichtingen wil screenen en dat aantal wil beperken, dan heeft men daar tijd voor nodig. Collega Van Malderen heeft het daarnet nog terecht gezegd. We hebben gisteren de experten allemaal gehoord. Georges Monard zegt dat hier twee generaties over gaan, en ook Dirk Van Damme verwees naar de geleidelijkheid. Er is al werk verricht door collega Pascal Smet, en dat werk wordt onverkort voortgezet, maar heb alstublieft de intellectuele eerlijkheid om het document te lezen en om alle facetten mee te nemen en er geen karikatuur van te maken. Dat is natuurlijk uw volste recht, maar in het masterplan staat dat de oefening van de matrix tegen 2016 afgerond moet zijn en dat we dan stappen vooruit zetten, als de onderwijskwaliteit niet in gevaar is en nog versterkt wordt. Als u dat goed leest, denk ik, kunt u mogelijk met ons akkoord gaan. Ik kijk uit naar uw betoog.

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, hoewel we dit masterplan deze morgen aan alle parlementsleden hebben bezorgd juist om het te kunnen lezen en om te weten wat erin staat, heb ik de indruk dat velen die al het woord hebben gevoerd, het gewoon niet hebben gelezen. Dat is heel simpel. (Opmerkingen van mevrouw Gerda Van Steenberge)

Mijnheer Vereeck, ik zal u uitleggen wat erin staat. U moet een onderscheid maken tussen de nieuwe ordening en de vertaling van de nieuwe ordening in het scholenlandschap. U denkt blijkbaar dat wij als Vlaamse Regering een beslissing kunnen nemen dat morgen de aso-, bso- en tso-begrippen verdwijnen, dat het meteen in een scholenlandschap kan worden geïmplementeerd en dat dan de kous af is. Dat is niet zo simpel in onderwijs, niet zo simpel.

Wat we moeten doen, is de meer dan 300 studierichtingen die we hebben, samen met de arbeidsmarkt, met het bedrijfsleven en met het hoger onderwijs screenen en doorlichten en kijken wat hun relevantie nog is. Die gaan we dan sterk verminderen naar richtingen die nodig zijn voor de arbeidsmarkt en voor de doorstroming in het hoger onderwijs. Dan gaan we die richtingen herordenen op basis van de finaliteit, het doel, namelijk – heel simpel – doorstroming naar het hoger onderwijs, doorstroming naar de arbeidsmarkt of richtingen die tot beide kunnen leiden. Dat is de eerste ordening die we doen, een eerste as op de matrix.

Een tweede as op de matrix is het groeperen in domeinen, bijvoorbeeld wetenschap en techniek. Als je deze oefening ernstig wilt maken en de mensen die dat allemaal moeten doen, niet in het gezicht wilt uitlachen, heb je daar inderdaad twee jaar voor nodig. We zijn trouwens al gestart met die oefening. We zullen die nu intensiever voortzetten, maar dan nog zullen we minstens twee jaar nodig hebben. Verder moeten we die nieuwe ordening natuurlijk vertalen in het scholenlandschap. Dat is evident. Georges Monard, Mieke Van Hecke, Raymonda Verdyck en zowat iedereen die iets van onderwijs afweet, heeft ons gezegd dat de regering daarover vandaag nog niets kan beslissen. Er is een grote onderwijsvrijheid, we moeten zorgen voor een regionale spreiding, en bovendien moeten we de impact berekenen van die nieuwe ordening. En dus hebben we beslist dat dat nog niet beslist is. (Opmerkingen)

Het is dus een van de beslissingen die de volgende regering zal moeten nemen. Dat is zeer duidelijk. Wij kunnen het niet vandaag doen.

In diezelfde beslissing staat dat domeinscholen en campusscholen, scholen waar er zowel doorstromingsrichtingen als arbeidsmarktrichtingen worden aangeboden, zullen worden aangemoedigd met incentives. Dat maken we mogelijk. Mieke Van Hecke, Raymonda Verdyck, Georges Monard, bij mijn weten toch grote onderwijsspecialisten, hebben ons geadviseerd om dat zo te beslissen. Ik zie niet goed in waarom u nu zegt dat wij daar niets over hebben beslist.

Nogmaals , voorzitter, ik vind het toch een wat vreemd debat. Sommigen hebben de indruk dat wij nu plots een grote beslissing moesten nemen en die uitvoeren. (Opmerkingen)

Wij hebben daar nooit voor gepleit, het onderwijsveld ook niet. Wij kiezen voor fasering en geleidelijkheid, ook tijdens deze legislatuur. U zult merken dat ik morgen in de commissie Onderwijs, in OD XXIII, heel wat maatregelen zal toelichten die we nu beslist hebben en in decreten zullen omzetten.

Lode Vereeck

Minister, dat is de wereld op zijn kop. U, en niet wij, hebt dit aangekondigd als uw vlaggenschip, als een van de belangrijkste hervormingen van deze regering. (Applaus bij de oppositie)

Ik heb het document gelezen en uw uitleg al een paar keer gehoord. U antwoordt echter niet op mijn vraag. Ik begrijp dat er domeinscholen en campusscholen komen en dat u financieel een incentive zult geven. De vraag is echter: kunnen er ook nog scholen komen die exclusief op doorstroming gericht zijn? Als dat zo is, als er een uitweg is, zult u merken dat alles bij het oude blijft.

Minister Pascal Smet

Mijnheer Vereeck, in de nieuwe ordening zullen er niet alleen doorstromingsrichtingen zijn die we nu aso noemen, ook in het tso en het kso bestaan er doorstromingsrichtingen. Het is in het belang van die scholen, op basis van die nieuwe ordening, om hun aanbod te verbreden. Wij zijn ervan overtuigd dat dat studieaanbod ook zal verbreden. U mag dat niet beperken tot de huidige aso-richtingen. Ook in het tso en het kso zijn er doorstromingsrichtingen die leiden tot het hoger onderwijs. Die scholen, zo heb ik dat toch gehoord in de vele consultaties, zullen verbreden.

Mevrouw Vanderpoorten heeft het woord.

Marleen Vanderpoorten

Minister, wat u zegt, is natuurlijk juist: in het onderwijs is het moeilijk en duurt het lang om veranderingen tot stand te brengen. Net daarom is het onbegrijpelijk dat de Vlaamse Regering en de minister van Onderwijs tot één jaar voor de verkiezingen wachten om met die veranderingen te starten.

Minister, de heer De Meyer stelt al sinds 2009, onmiddellijk na de verkiezingen, vragen over de studierichtingen. U hebt steeds verwezen naar het grote geheel van de hervorming van het secundair onderwijs. Nu moeten we nog eens drie jaar wachten.

Indien u vier jaar geleden begonnen was, zouden we nu een heel stuk verder staan. Ik heb u nu het voorbeeld van de studierichtingen gegeven, maar er zijn nog tal van voorbeelden. Dan zou er wel iets gebeurd zijn in deze legislatuur. (Applaus bij Open Vld)

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Mevrouw Vanderpoorten, na het aanhoren van uw betoog, wil ik u toch een vraag stellen. U verwijt de regering dat het een aantal jaren duurt en dat het op een wellicht goede manier, stapsgewijs, wordt voorbereid. Wij kiezen niet voor een status quo, noch voor een tabula rasa, maar voor een geleidelijke invoering van dit plan, met gebruik van het gezond verstand.

Mevrouw Vanderpoorten, ik zou u een vraag terug willen stellen. Wat is eigenlijk uw visie en die van uw partij? (Rumoer)

Ik lees in een citaat dat u op 1 juni een wisselmeerderheid aanbood en ervoor pleitte het onderscheid tussen aso, tso en bso weg te werken. Er is een brede eerste graad nodig en de domeinscholen moeten er komen. Gisteren hoorde ik plots het tegenovergestelde zeggen door mevrouw Rutten. Het aso mag niet afgeschaft worden. (Applaus bij de meerderheid)

Wanneer er enige geloofwaardigheid in het politieke debat moet zijn, collega’s van Open Vld, kom dan zelf met een geloofwaardig alternatief en verander niet alle drie dagen van programma. (Applaus bij de meerderheid)

De heer Diependaele heeft het woord.

Ik sluit me aan bij wat de heer Van den Heuvel zegt. Vrijdag liet Open Vld plotseling weten een wisselmeerderheid te willen leveren voor een tekst die ze nog niet eens gezien hebben. Ze zaten te kwijlen om tot die regering toe te kunnen treden. Dit is een puur plat politiek spelletje en een postjespakkerij zoals ik voorheen nog niet gezien heb. En gisteren kwam er dan het bericht met exact het tegenovergestelde van wat eerst was gezegd. Ik sluit me dan ook volledig aan bij wat de heer Van den Heuvel heeft gezegd. Verdeeldheid in een regering is één ding, in een partij is nog iets anders. (Applaus bij de N-VA)

Marleen Vanderpoorten

Ik heb altijd gezegd, wachtende op het lang aangekondigde akkoord, dat wij dat akkoord en die tekst op hun merites zouden beoordelen en dat wij altijd bereid zouden zijn om constructief mee te praten over welke tekst dan ook. Het woord ‘wisselmeerderheid’ heb ik zelfs nooit in mijn mond genomen. Maar meepraten in een constructief debat willen wij altijd.

Natuurlijk hebben wij een eigen voorstel. Ik wil dat nu toelichten maar misschien moet ik van de voorzitter op mijn beurt wachten. Maar uiteraard hebben wij een voorstel. Wachtende op het lang aangekondigde plan hebben wij zelf een voorstel uitgewerkt dat ik straks zal toelichten, mijnheer Van den Heuvel.

Sas van Rouveroij

Ik wil nog even terugkomen op die citaten die de meerderheid klaarblijkelijk als irritant ervaart. Collega’s, het is hier geen beschutte werkplaats, met alle respect voor beschutte werkplaatsen overigens. Dat betekent dat we ons de dingen die we hier zeggen, ook moeten herinneren en er trouw aan blijven. Ik heb geciteerd wat u hebt gezegd, de beloftes die u hebt gemaakt in dit halfrond. Welnu, die beloftes worden door u niet ingelost.

Ik wil nog even antwoorden op wat de heer Diependaele heeft gezegd. De verdeeldheid binnen Open Vld is inderdaad frappant, maar de verdeeldheid binnen de N-VA kan toch ook tellen. Ik heb hier een tekst uit 1997 bij. Men was toen al bezig met de hervorming van het watervalsysteem. Jammer dat minister Muyters hier niet is, want ik had hem graag een aantal vragen gesteld. Hij was toen afgevaardigd bestuurder van het Vlaams Economisch Verbond, de voorloper van het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka). Hij schreef destijds een enorm mooi artikel voor De Tijd over kwaliteitsvol en toekomstgericht onderwijs. Hij was toen een enorme pleitbezorger van de hervorming van het secundair onderwijs en het wegwerken van de schotten tussen de verschillende richtingen. Hij heeft achteraf nog een toelichting gegeven over de fantastische school waarin zijn dochter zat. Die school had een oplossing gevonden voor het watervalsysteem. Ze hadden de schotten weggewerkt en hadden in de plaats daarvan een brede eerste graad. Zijn dochter zat bij kinderen van alle richtingen, wat zeer goed was.

Aangezien hij toch een pleitbezorger is geweest van dat model, wilde ik hem dus eens vragen hoe het komt dat we heel andere standpunten krijgen bij zijn voorzitter. Blijkbaar zijn er binnen de N-VA grote breuklijnen, ook tussen Kris Van Dijck en Vera Celis, die tot vorig jaar vrolijk meegewerkt hebben aan een onderwijshervorming. Welk standpunt die partij heeft, ik zou het graag eens willen horen.

We zullen dat standpunt straks horen van de heer Van Dijck.

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, ministers, collega’s, de Vlaamse Regering heeft een cruciaal akkoord bereikt over de hervorming van het secundair onderwijs. Met dit akkoord geven CD&V, de N-VA en sp.a een krachtig signaal: ons onderwijs moet voortdurend mee evolueren in een volop veranderende wereld. Het akkoord biedt antwoorden op vele vragen en verzuchtingen van ouders, leerkrachten en leerlingen. Ouders zijn absoluut bekommerd om een betere toekomst voor hun kinderen, met uitzicht op een fijne job. En laten we eerlijk zijn, ook wij als ouder willen op de eerste plaats het beste voor onze eigen kinderen. Dat is normaal, en dat is ook goed zo.

Als christendemocraten voelen wij ons verantwoordelijk voor de toekomst van alle kinderen. Ouders willen dat hun kinderen uitgedaagd worden, dat hun kinderen zoveel mogelijk kansen krijgen, ouders willen ook dat de handicap van hun kind niet in de weg staat voor goed onderwijs. Alle ouders willen het beste voor hun kinderen. En dus gaat het niet langer op om de ene of de andere richting superieur te vinden. Deze hervorming van het secundair onderwijs kiest voor de toekomst van alle kinderen.

Een juiste studiekeuze, en vooral een juiste schoolkeuze, zijn hierin cruciaal. Vandaag loopt het daarbij te vaak fout. De gevolgen zijn nefast. Leerlingen raken gedemotiveerd. Velen geven op. Niet ingrijpen, zou betekenen dat we ons neerleggen bij het feit dat minstens 42.000 jongeren die vandaag in het secundair onderwijs zitten, nooit een diploma zullen halen, met alle gevolgen van dien voor hun persoonlijke welbevinden en toekomst. En dan spreek ik nog niet over die leerlingen die het aso verlaten zonder vervolgtraject. Dat is onaanvaardbaar! Daarom zijn oplossingen nodig die schoolkeuzes en studiekeuzes verbeteren.

Of je nu kiest op 12, 13, 14 of 18 jaar, is op zich van geen belang, zolang het maar de juiste keuze is. Om dat keuzeproces te begeleiden maakt de regering daarom de uitgesproken keuze om de leerlingbegeleiding te verbeteren op basis van een audit. Voor CD&V mag die onmiddellijk opgestart worden.

Ook het nieuwe scholenconcept op termijn, de domeinschool, biedt een duidelijke opleidingsstructuur waarin verschillende studierichtingen binnen een bepaald belangstellingsgebied op verschillende niveaus worden aangeboden, voorbereidend op een verdere studie of op de arbeidsmarkt. Die duidelijkheid voorkomt mislukkingen en bijhorende teleurstellingen. Daardoor worden leerlingen die het moeilijk hebben, niet gedwongen van school te veranderen. Nu blijven zulke leerlingen te vaak op de school waar het voor hen gepaste studieaanbod niet aanwezig is. Veranderen van school is ingrijpend. Zij moeten vrienden of vriendinnen in de steek laten en komen in een totaal nieuwe schoolomgeving terecht. De domeinschool biedt andere kansen, die een dergelijke emotionele ontwrichting onnodig maken. Bovendien blijft veel gespecialiseerde expertise in het lerarenkorps optimaal aanwezig.

Vlaanderen kent intussen scholengemeenschappen die op eigen kracht tot dat concept evolueerden. Zij bevestigen unaniem de positieve resultaten. CD&V voelt zich daardoor gesterkt om de matrixoefening grondig uit te voeren, in voorbereiding op de realisatie van de domeinscholen.

Laat het duidelijk zijn: zonder draagvlak in en om de school zal geen enkele hervorming ook maar enige kans op slagen hebben. Daarom vinden wij het goed dat de Vlaamse Regering geen lineaire verplichting oplegt. Scholen moeten autonoom bepalen of en wanneer zij de tijd rijp achten om zich om te vormen tot een domeinschool. Maar de evolutie is onomkeerbaar ingezet. De incentives van de Vlaamse Regering en de steun van de onderwijskoepels garanderen de uitvoering van deze optie in het akkoord.

Naast de ouders en de leerlingen zijn ook de leerkrachten voor dit akkoord cruciaal. Pas als zij hun leerlingen kunnen begeleiden tot het maximum van hun kunnen, is deze hervorming geslaagd. Daarvoor moeten ze plezier beleven aan hun job en jongeren helpen het maximum van hun potentieel te bereiken. Want de leerkracht is de spil van goed onderwijs. Als gewaardeerde professional moet elke leerkracht kunnen rekenen op een uitdagende loopbaan en op de juiste ondersteuning voor de uitoefening van de job. Dat daar nood aan is, bewijzen de hoge uitstroomcijfers. Voor CD&V is het een teken aan de wand dat 25 procent van de jonge leerkrachten de eerste vijf jaar het onderwijs verlaat. Dat is voor onze samenleving een te groot verlies.

De Vlaamse Regering besliste al eerder om de autonomie en de bestuurkracht van scholen te vergroten. Ook dat moet een gunstig effect hebben op het functioneren van leerkrachten op school.

Tot slot de leerling zelf. Elke leerling wil met plezier naar school, wetende dat de vakken die hij krijgt zijn of haar talent versterken. Wetende dat hij opnieuw uitgedaagd zal worden. Wetende dat hij niet opnieuw een dag op de toppen van zijn tenen zal moeten staan. Elke leerling wil zich kunnen ontplooien volgens zijn talenten en interesses, zowel de leerlingen die ervan dromen verder te studeren, als zij die uitkijken naar een toffe job.

Leerlingen willen erkend worden in het feit dat zij uniek zijn. De mate waarin leerkrachten al in het basisonderwijs de kans krijgen om in te spelen op de specifieke noden van kinderen, is bepalend voor hun verdere schoolloopbaan. Hun ontwikkeling verloopt niet gelijk, zij leren niet allemaal even graag en gemakkelijk, en dus moet ook de lesaanpak verschillend zijn.

Dit akkoord laat toe om in de toekomst beter in te spelen op de verschillen tussen kinderen. CD&V juicht in dat opzicht het inzetten van vakleerkrachten in de derde graad van de lagere school toe. Die nieuwe expertise prikkelt leerlingen extra en biedt hen betere kansen om zich voor te bereiden op de overstap naar het secundair onderwijs.

Blijft evenwel dat het maken van definitieve studiekeuzes voor heel wat 12- tot 14-jarigen zeer moeilijk, haast onmogelijk is. Het is van belang dat leerlingen die dat nodig hebben op die leeftijd nog kunnen proeven, verkennen wat ze graag doen en goed kunnen. Een eerste graad van het secundair onderwijs mag leerlingen nog niet verplichten om definitieve keuzes te maken. Een eerste graad moet de mogelijkheid inbouwen om keuzes nog open te laten, zonder de verschillende leerbehoeften van kinderen uit het oog te verliezen. Wie al kan kiezen, doet dat. Wie wil wachten, kan dat.

Deze hervorming zal niet alleen leerlingen en leerkrachten versterken, zij moet ouders ook geruststellen met betrekking tot de toekomstkansen van hun kinderen. Maar deze hervorming is ook goed voor onze bedrijven, die schreeuwen om goed geschoolde mensen. Vlaanderen heeft slechts één grondstof en dat zijn de handen en hersenen van onze mensen. Niet alleen hun kennis, maar ook hun flexibiliteit, gedrevenheid, betrokkenheid en vaardigheid maken voor onze economische regio het verschil. Het opleidingsniveau van jonge mensen wordt steeds meer een doorslaggevende factor waarmee ondernemingen rekening zullen houden als zij beslissen om in Vlaanderen te investeren. Vandaag is de roep om goed opgeleide werkkrachten groot. Alleen al de chemie vraagt 16.000 goed opgeleide wetenschappers en technici, terwijl de instroom in onze nijverheidsrichtingen de afgelopen jaren met 25 procent daalde. Ook voor die roep mogen we niet doof blijven.

Collega’s, het spreekt voor zich dat de voorbereiding van deze school van de toekomst tijd vraagt. CD&V is steeds vragende partij geweest om scholen de tijd te geven om hierin te groeien. Daarom is het goed dat de Vlaamse Regering deze oefening eerst grondig wil voorbereiden, samen met leerkrachten en directies, en de haalbaarheid en betaalbaarheid ervan duidelijk in kaart brengt. Met onderwijs moet je niet avonturen.

Dit plan zal Vlaanderen een onderwijs geven dat verschillen tussen leerlingen erkent, en waardeert, dat elk talent maximaal tot ontplooiing brengt. CD&V gelooft in de kracht van dit akkoord omdat het de ombouw van ons secundair onderwijs op een stapsgewijze en weldoordachte manier inzet. Evolutie, geen revolutie. Maar dat de evolutie is ingezet, is ontegensprekelijk.

Vlaanderen heeft toplassers nodig maar ook topingenieurs, Vlaanderen heeft knappe artsen nodig maar ook bekwame verpleegkundigen, … Vlaanderen heeft recht op onderwijs dat verschillen erkent, en élk talent maximaal tot ontplooiing brengt. Deze hervorming zal de kwaliteit van ons onderwijs verbeteren en ervoor zorgen dat wij in internationale vergelijkingen aansluiting houden met de wereldtop. Wij ondersteunen enkel een hervorming die de lat hoger legt voor iedereen. En dat doet deze hervorming.

De CD&V-fractie feliciteert de minister-president om al die zorgen van al die bezorgde mensen te erkennen en van antwoord te dienen in dit nieuwe plan. Onder impuls van de minister-president werden immers de juiste keuzes gemaakt, met de kracht en het geduld om tegenstellingen te overstijgen en karikaturen te negeren. Hoog tijd om nu stappen vooruit te zetten. Hoog tijd om de durf te hebben voluit te gaan. Onze jongeren hebben recht op eigentijds onderwijs in een snel veranderende wereld. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Van Steenberge heeft het woord.

Gerda Van Steenberge

We hebben het masterplan pas om 11 uur ontvangen, minister Smet, terwijl we er al vier jaar mee bezig zijn. Mevrouw Helsen, ik had in het begin schrik dat u de vis zou verdrinken met een enorme preek, maar uiteindelijk bent u toch tot de essentie gekomen, op het einde bent u dan toch aan politiek beginnen doen. Dat maakt me blij, want dit is wel een politiek debat. U probeert nu inhoudelijk naar voren te komen om eigenlijk te maskeren dat er een enorme politieke crisis was. Ik ga proberen, minister-president, misschien maak ik fouten – maar wie ben ik, we hadden slechts drie uur om de tekst te lezen –, om een paar inhoudelijke vragen te stellen.

Mevrouw Helsen, u zegt dat iedereen in de eerste graad naar zijn school moet kunnen gaan, ook de jongeren met een handicap. Betekent dat dat u het decreet op de leerzorg geïmplementeerd hebt in de hervormingen van het secundair onderwijs? Want dat is ook zo’n dossier dat al twee jaar hangende is. De Vlaamse Regering heeft twee jaar geleden een beslissing genomen, en ook daarover bestaat onenigheid binnen de meerderheid. Is dat nu opgenomen of niet? Ik heb het niet kunnen terugvinden in die twee uurtjes.

U vindt de leeftijd op het moment van de keuze van geen belang. Dan bent u enorm geëvolueerd in vijf dagen tijd. U hebt altijd gezegd dat de keuze niet mag worden gemaakt vóór 14 jaar. Die moest worden uitgesteld. Nu is het plots: 13, 14, 15 of 18 jaar, het maakt niet uit. Maar toch zegt u: wie in de eerste graad kan kiezen, mag kiezen, maar het moet niet. Hoe gaat u dat realiseren? Iedereen mag kiezen naar welke school hij gaat, naar domeinscholen, en daar gaan sommige leerlingen kiezen op 13 jaar, andere op 14 jaar en misschien zijn er die nooit kiezen. Dit rijmt niet, mevrouw Helsen. Dit kunt u niet realiseren.

U zegt dat de Vlaamse Regering de tijd nodig heeft om alles goed voor te bereiden. Dat hebben wij ook altijd gezegd. Daar zijn we vier jaar geleden mee gestart. We hebben hoorzittingen georganiseerd, mevrouw Helsen. U en ik zijn daar verslaggever van. Wat hebben wij daar vier jaar zitten doen? Ik vraag het mij werkelijk af. Hebben wij dan werkelijk niets zitten doen in die commissie, aangezien alles nu opnieuw moet herbeginnen? Ik vind dat u een beetje respect mag hebben voor de commissieleden en dat u nu niet moet doen alsof de Vlaamse Regering plotseling het warm water heeft uitgevonden. Wij hebben ook gewerkt in die commissie. (Applaus bij Open Vld en het Vlaams Belang)

Mevrouw Helsen, ik heb toch ook nog een vraag. De vergelijking met de Oosterweelverbinding is al enkele keren gemaakt: wat hier voorligt, is een dubbelbesluit, waarbij de ene kan zeggen dat er niets is en de andere kan zeggen dat er iets is.

We weten wie zegt dat er niets is. Bart De Wever zegt dat er niets is, dat de hervorming de inzet wordt van de verkiezingen en dat we in 2018 beslissen of er al dan niet iets komt. U zegt duidelijk dat er wel iets is. U zegt dat de evolutie onomkeerbaar is ingezet. Kunt u dat aantonen? Kunt u zeggen hoe met het masterplan de evolutie onomkeerbaar is ingezet en wel deze legislatuur?

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Mevrouw Helsen, u hebt gesproken namens de CD&V-fractie, dus ook namens de heer De Meyer, hoop ik. U hebt een hartstochtelijk pleidooi gehouden voor domeinscholen. Een van uw argumenten – een argument dat trouwens klopt – is dat je, wanneer je van niveau moet veranderen, je vriendjes en kennissen niet moet opgeven, zoals dat nu dikwijls het geval is. Dat is juist. Maar langs de andere kant hebben domeinscholen het nadeel dat je, als je van domein verandert, ook van school moet veranderen. Dat compenseert elkaar.

In de hoorzitting, mevrouw Helsen, hebt u ook aandachtig geluisterd naar de opmerkingen van professor Mieke Van Houtte, die zei dat de brede graad die we nu hebben maar een brede graad is op papier, omdat de populatie van die brede eerste graad wordt bepaald door wat scholen aanbieden in de tweede en de derde graad. Ze spreekt dan ook van de ‘schoolpoortkeuze’. De heer Dirk Van Damme, die we een paar weken geleden bezig hebben gehoord in Parijs, heeft ook gezegd dat de sociaal-economische situatie van kinderen veel sterker doorspeelt in de keuze van de school dan in de keuze van de studierichting. Dat wordt in studies bevestigd.

Welnu, ik borduur verder op wat de heer Vereeck heeft gezegd: in de tekst wordt duidelijk bepaald dat horizontaal geïntegreerde scholen mogen blijven bestaan. Dat is een semantische vertaling voor aso-scholen. Ook puur arbeidsmarktgerichte scholen mogen blijven bestaan. De eerste graad die die scholen aanbieden, zal een populatie hebben die niet breed is, maar die uitsluitend gericht is op die arbeidsmarktgerichte school of op die doorstroomschool. In die zin worden de argumenten die u levert voor de domeinschool sterk ondergraven. Dan gaan we waarschijnlijk naar een situatie zoals we die hadden na de invoering van het vso, waarbij je concurrerende systemen had en men uiteindelijk een poespas heeft moeten maken in 1989. Uw pleidooi voor de domeinscholen is een beetje oneerlijk in dit geval.

Mevrouw Van Steenberge, ik stel vast dat u niet goed hebt geluisterd. Ik heb heel duidelijk gesteld wat de verwachtingen zijn van ouders. Zij vinden dat elk kind, wie het ook is en met welke mogelijkheden of interesses dan ook, recht heeft op goed onderwijs. Dat heb ik gesteld en dat is de uitdaging waar alle scholen voor staan.

Ik heb heel duidelijk gesteld dat het keuzeproces goed moet worden begeleid. Op welk moment je ook kiest, op dat moment is het belangrijk dat je de juiste keuze maakt. Dat heb ik gezegd. Er zijn verschillende momenten waarop leerlingen keuzes moeten maken. Op twaalfjarige leeftijd moeten leerlingen en hun ouders een zeer belangrijke keuze maken: een keuze voor een nieuwe school. We zien dat het daar vaak fout loopt, omdat scholen niet altijd het juiste studieaanbod hebben om in te spelen op de talenten en interesses van kinderen. Dat heb ik gezegd over de keuze.

En wat de voorbereiding betreft, mevrouw Van Steenberge, de hervorming van het secundair onderwijs is een ernstige hervorming en die doe je niet van de ene dag op de andere. Als we bekijken wat de oefening inhoudt, niet alleen voor de overheid, maar vooral op het terrein, dan kan het niet anders dan dat als een school die op een degelijke manier wil realiseren, ze de nodige tijd en ruimte krijgt om de hervorming degelijk voor te bereiden en degelijk uit te voeren. Het zou heel slecht bestuur van een overheid zijn als we de scholen die tijd en ruimte niet geven.

De heer Van Dijck heeft het woord.

Wim Van Dijck

Voorzitter, na dagen op het scherp van de snee onderhandelen – het leek soms wel een heel klein beetje oorlog –, is er nu dus een masterplan voor de hervorming van het secundair onderwijs. We moeten echter vaststellen dat dat heel klein beetje oorlog met andere middelen wordt voortgezet. In een krant stond: “er heerst verwarring en polarisatie”, en het betreft verwarring en polarisatie over de interpretatie van de tekst.

Het is duidelijk dat deze regering in de eerste plaats geen gezichtsverlies heeft willen lijden. De minister-president heeft het heft in handen genomen om zijn vel te redden. Hij moest er wel voor zorgen dat beide kemphaantjes in zijn ploeg de schijn van tevredenheid kunnen ophouden. Afgaande op de persberichten is hem dat schitterend gelukt. Minister Smet is “uitermate tevreden”, de N-VA is bijzonder verheugd. Het doet me denken aan het liedje met de tekst: “wij zijn twee vrienden, jij en ik, hoeba hoeba hop”. (Gelach. Applaus bij het Vlaams Belang)

Hoe ongeloofwaardig deze vrolijke maskerade is, bleek vanochtend al op de radio, want hier moet het wel inhoudelijk gaan, gespin op de radio in ‘De ochtend’ is blijkbaar helemaal geen probleem. Over een en hetzelfde masterplan werden twee totaal tegenovergestelde meningen gespuid. Zo zegt minister Smet: “Iedereen zal moeten meedoen met de hervorming, scholen hebben in dezen geen keuze.” N-VA-voorzitter De Wever orakelt dan weer: “De onderwijshervorming is vrijwillig, scholen zijn niet verplicht erin mee te gaan.” Smet: “Het akkoord zal nog tijdens deze legislatuur worden verankerd, ik ben er zeker van dat het zal worden uitgevoerd.” De Wever: “Als de volgende Vlaamse Regering vaststelt dat de hervorming de kwaliteit niet verbetert, dan komt ze er niet.” Smet weer: “Voor alle duidelijkheid: aso, tso, bso en kso verdwijnen als ordeningsprincipe in ons onderwijs.” Waarop De Wever: “Een school die vandaag aso-richtingen aanbiedt, zal dat altijd kunnen blijven doen.”

Heren, heren, – ik kan me eigenlijk maar tot één heer richten, de andere is er niet – hebt u eigenlijk wel dezelfde tekst gelezen? Kan iemand van u eens zeggen wie gelijk heeft?

Ik heb het masterplan doorgenomen en ik heb toch een flink aantal keren de wenkbrauwen gefronst. De oriëntatienota van de minister zou geen basis meer zijn voor de discussie, maar afgaande op de tekst was dat overduidelijk wel het geval. Als dit masterplan wordt uitgevoerd, zal minister Smet cruciale voorstellen uit zijn nota gerealiseerd zien.

En wat me na het lezen van het masterplan in elk geval duidelijk is geworden, is dat de N-VA niet moet proberen om zich op te werpen als de verdediger van het traditioneel onderwijs. De kwalijke eenheidsstructuur uit 1989 die de brede eerste graad veralgemeende, wordt in geen geval in vraag gesteld. De brede eerste graad wordt nog wat breder door de inperking van de B-stroom. Aan een centraliserend instrument zoals de eindtermen wordt niet geraakt. Het B-attest, waarover enkele maanden geleden nog zo veel te doen was, verdwijnt zo goed als. De studierichtingen zullen verhakseld worden in een matrix. En ja, aso, tso, kso en bso, volgens de minister “achterhaalde en beladen termen” – ik vraag me trouwens af of de N-VA het daarmee eens is –, zullen worden afgeschaft. Wel, dames en heren van de N-VA, u mag zeggen wat u wilt: de deur naar een grondige hervorming is opengezet en u krijgt die nooit meer dicht. De voeten van verschillende partijen, van de netten, van experts en drukkingsgroepen allerhande zitten er al tussen. U krijgt dit nooit meer teruggedraaid, als u na 2014 de macht al zou hebben om dat te doen, want men moet zich nooit te vlug rijk rekenen.

Collega’s, eigenlijk zijn er twee grote visies over onderwijs die in Vlaanderen al decennia botsen. Aan de ene kant staan degenen die pleiten voor een vroege studiekeuze en de differentiëring door middel van verschillende richtingen. Aan de andere kant staan de voorstanders van een late keuze en differentiëring binnen de klassen. Grosso modo is dat de tegenstelling die destijds al bestond tussen traditioneel onderwijs en het vso.

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Mijnheer Van Dijck, uw betoog verrast me. U bent het er eigenlijk mee eens dat de hervorming onomkeerbaar is. (Opmerkingen van de heer Joris Van Hauthem)

Mijnheer Van Hauthem, dan kan ik niet luisteren. Ik heb goed geluisterd. U hebt misschien zijn tekst op voorhand niet gelezen, maar hij heeft hier gezegd dat de hervorming onomkeerbaar is. Dat is in tegenstrijd met wat mevrouw Meuleman zegt, met wat Open Vld zegt. (Opmerkingen bij het Vlaams Belang)

Het Vlaams Belang bevestigt dus dat er belangrijke beslissingen worden genomen, die niet meer zullen kunnen worden teruggedraaid. Dat is eigenlijk de essentie van dit masterplan. Het geeft richtingen aan. Het einddoel is gedefinieerd. Met betrekking tot de weg erheen is er nog enige vrijheid, maar het is onomkeerbaar. Ik vind dat een heel belangrijke verklaring van het Vlaams Belang.

Wim Van Dijck

Ik heb inderdaad gezegd dat er een deur is geopend. De geest is uit de fles. De doos van Pandora is inderdaad geopend. Ik hoor de N-VA echter voortdurend iets anders zeggen, en ik geloof hen niet. Zo simpel is dat. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Vanaf de invoering van het eenheidstype heeft de tweede groep het voortouw genomen, en deze hervorming zal het sluitstuk vormen. Het traditioneel onderwijs, dat al zo verminkt is, wordt definitief ten grave gedragen. Nochtans schreef iemand die het kan weten, naast vele anderen, de Gentse professor Wouter Duyck in mei vorig jaar al het volgende in De Morgen: “Een recent overzicht van de literatuur (…) toont meer dan twintig wetenschappelijke studies waarin het groeperen van leerlingen naargelang leerniveau en interesse een beter leerresultaat oplevert dan uniforme systemen. (…) er zijn géén studies die een leervoordeel aantonen voor uniforme onderwijssystemen.” Met andere woorden, onderwijskundig is een brede eerste graad in feite slecht voor de leerlingen, maar men gaat er rustig mee door, want het bevredigt de ideologische honger en de gelijkheidswaan van links.

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois

Mijnheer Van Dijck, u bent onderwijsspecialist en kent de zaken ongetwijfeld veel beter dan ik, maar ik zou u toch met aandrang willen vragen om de teksten te lezen en u op de teksten te baseren. Ik zal niet te veel termen gebruiken: men kan goochelen met termen zoveel men wil. U weet dat er in het eerste jaar van de eerste graad niets verandert met deze hervorming. (Opmerkingen van de heer Wim Wienen)

In het tweede jaar gaan we met deze hervorming naar een basisvorming van 25 uur, en daarnaast zal er sprake zijn van 7 uur voor onder meer een basisoptie. Elke leerling zal daar dus voor kiezen. Tegelijk is er sprake van differentiatie, wat een goede zaak is. Voor de sterken zal die differentiatie versterkend, verdiepend, en uitdagend werken. Volgens de OESO is dat immers een van onze zwakke punten. In de rangschikkingen scoren onze zwakkere leerlingen significant beter dan de zwakkere leerlingen in de andere OESO-landen. Dat geldt ook voor onze sterkere leerlingen. De voorsprong die we op dat vlak hebben, slinkt echter. Met dat optiepakket in het tweede jaar van de eerste graad zullen we die sterke leerlingen dus uitdagen, door differentiatie die verdiepend is. We zullen hen wiskunde, Engels, wetenschappen, Latijn en noem maar op laten bijvolgen. Voor wie problemen heeft en moet worden bijgewerkt, zal er dan weer remediërend worden gewerkt. Dat is wat er in dit akkoord staat. Noem dit zoals u wilt. Ik lees de teksten. Het is bijzonder belangrijk om de feiten te kennen, om de teksten te kennen.

U zegt dat de doos van Pandora open is. Het systeem met die matrix is inderdaad een afspraak. Dat is een werk van lange adem. Dit zal medio 2016 klaar zijn. Men zal het reusachtige aantal bestaande studierichtingen screenen, inhoudelijk onderzoeken, en dat aantal zal worden gereduceerd, want het zijn er veel te veel. Vervolgens zal dit in de twee kolommen worden ondergebracht. Er is de verticale kolom, die een doorstroomrichting bevat, een doorstroom-arbeidsmarktrichting en een arbeidsmarktrichting. Het zal ook in de horizontale kolom van de domeinen worden ondergebracht. Belangrijk is dat we, zoals de minister-president letterlijk heeft verklaard, met die matrix de vrijheid laten aan de scholen. Mijnheer Bouckaert, ik dacht dat u nog heel recent daar ook voor hebt gepleit. Ik meende enige tegenspraak te ontwaren met uw betoog van daarnet.

Dit betekent dat een school er in de toekomst voor zal kunnen kiezen uitsluitend doorstroomrichtingen te bieden. Ik lees wat de minister-president al heeft verklaard. Een school kan doorstroming en arbeidsmarkt combineren. Het kan uitsluitend om arbeidsmarktrichtingen gaan. Het kan een combinatie worden. Dat is dan de campusschool.

Een school zal ook voor een domein kunnen kiezen. Het gaat dan om horizontale domeinen of om een combinatie. De minister-president heeft dit alles letterlijk voorgelezen. Al die combinaties zijn mogelijk. In elk geval zal in elk op de matrix gebaseerd schoolconcept een verticale en horizontale invulling, alsook een combinatie van beiden, mogelijk zijn. Domeinscholen zijn een mogelijkheid. Dit is echter niet verplicht.

We willen voorzien in een incentive voor de campussen, waar de doorstroming, de arbeidsmarkt en de combinatie tussen doorstroming en arbeidsmarkt aanwezig zijn. Er is al naar mooie modellen verwezen. We zullen die domeinen nog aanhalen.

Dat is de letterlijke tekst. We moeten niet te veel met termen goochelen. Volgens mij betreft het hier een heel klare tekst. (Opmerkingen)

Wim Van Dijck

Ik had even de indruk dat we een nieuwe minister van Onderwijs hadden. Minister Bourgeois kan het prachtig zeggen. Ik stel echter vast dat zijn partij en de echte minister van Onderwijs de teksten zelf niet goed kunnen lezen. Ik kan moeilijk begrijpen hoe ze tot zo verschillende interpretaties van een en dezelfde tekst kunnen komen.

Sas van Rouveroij

Minister Bourgeois, ik wil even controleren of ik u goed heb begrepen. Hebt u net verklaard dat er voor het eerste jaar niets verandert? (Opmerkingen van minister Geert Bourgeois)

Er verandert wel degelijk iets. (Gelach)

Minister, u hebt de tekst zelf niet goed gelezen. Er wordt hoe dan ook een uur verplaatst. (Opmerkingen van minister Geert Bourgeois)

Minister Bourgeois, mag ik u vragen even te wachten?

De heer Vereeck heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, eigenlijk was ik nog niet klaar. (Opmerkingen van de voorzitter)

Minister Bourgeois, hoe wilt u in 2016 een evaluatie tot stand brengen indien u nu niets verplicht? Niets zal verplicht worden geïmplementeerd. (Opmerkingen van minister Geert Bourgeois)

Ik geef eerst het woord aan de mensen die minister Bourgeois vragen willen stellen. Vervolgens kan hij dan antwoorden. (Rumoer)

Voor de goede orde van de vergadering lijkt het me aangewezen dat minister Bourgeois eerst kan antwoorden op de reacties op zijn standpunten. Vervolgens kan minister Smet dit ook doen. (Rumoer)

Lode Vereeck

Volgens mij is de viceminister-president heel duidelijk geweest. Hij heeft een duidelijk antwoord gegeven op de vraag die ik daarstraks heb gesteld. Kan een school enkel een doorstroomschool zijn? Daarstraks heb ik een heel diffuus antwoord gekregen. Het is blijkbaar mogelijk exclusief een doorstroomschool te zijn. Dat is eigenlijk wat we in het oude systeem het aso noemen.

Volgens de minister verandert er niets aan de eerste graad. Ik zie dat de minister van Onderwijs van mening is dat er wel iets verandert. Ik heb nog een bijkomende vraag. Indien het om een exclusieve verticale doorstroomschool gaat, hoe zal die eerste graad er dan uitzien?

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister Bourgeois, ik heb twee verschillende zaken gehoord. Kunt u nog eens herhalen hoe die brede eerste graad volgens u verandert? Misschien kan minister Smet daarna zijn versie geven. (Opmerkingen van minister Geert Bourgeois)

Minister Geert Bourgeois

Ik heb letterlijk de tekst van de minister-president geciteerd.

Minister Bourgeois, mevrouw Meuleman is nog niet uitgesproken. Ik zal u straks wel het woord geven. Anders krijgen we hier wanorde. (Applaus bij Open Vld en bij Groen)

Ik heb hier twee verschillende versies van de interpretatie van de brede eerste graad gehoord. Ik zou uw versie en de versie van minister Smet graag nog eens opnieuw horen.

Goed, dan volgt nu eerst de versie van minister Bourgeois en dan de versie van minister Smet. (Gelach. Applaus bij Open Vld en het Vlaams Belang)

Ik spreek geen waardeoordeel over beide versies uit.

Minister Geert Bourgeois

Voorzitter, uw opmerking kan best leuk zijn, maar er is slechts één versie. Ik heb de tekst van de minister-president voorgelezen. De minister van Onderwijs zal hierover nu het woord nemen.

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Mochten de vraagstellers de tekst hebben gelezen, dan zouden ze het antwoord hebben gezien. (Rumoer)

Wat de uren betreft, heeft minister Bourgeois gelijk. Aan de urenblokken verandert niets.

Maar de inhoud verandert natuurlijk wel. Dat moet je samen lezen met de inhoud van het secundair onderwijs. In de toekomst zullen wij niet meer via vakoverschrijdende eindtermen werken maar via competenties. De inhoud van het basispakket in het eerste jaar in de eerste graad zal in de toekomst veel breder zijn dan vandaag. Elk kind in Vlaanderen zal hetzelfde basispakket krijgen, wat een minimumbasispakket is dat hem of haar in staat moet stellen om zijn leven uit te bouwen. Er zitten een aantal heel belangrijke vakken in die ze vandaag niet krijgen, zoals economie, cultuur, techniek. Het basispakket van die eerste graad wordt veel breder ingevuld dan vandaag het geval is.

In het tweede jaar moeten de kinderen kiezen voor basisopties, maar die basisopties zijn totaal anders ingevuld. Dat zijn niet meer de basisopties van vandaag, die gaan veel breder. We gaan die screenen. We hebben er nu een zeventiental. Dat aantal zal naar beneden gaan. Het zal breder zijn, waardoor we kinderen niet zullen vastzetten.

Het systeem dat we uitgewerkt hebben, is een heel mooi systeem, omdat de kinderen op 13 jaar mogen kiezen maar niet moeten kiezen. Dat moeten ze pas op 14 jaar. Wat is het grote voordeel van dit systeem? Daar zijn we beide tegemoet gekomen. De bezorgdheid die door de N-VA is geuit, maar die ook de bezorgdheid was van CD&V en ook mij van in het begin, is dat we sterke kinderen niet mogen tegenhouden. In de oplossing die we nu hebben uitgewerkt, zullen kinderen die weten wat ze willen, die extra stof kunnen krijgen en die uitgedaagd en geprikkeld moeten worden, extra differentiatie krijgen. Maar kinderen die nog niet zo goed weten wat ze willen, die misschien wat meer ondersteuning nodig hebben en wat meer tijd nodig hebben om te kiezen, kunnen nu proeven van verschillende inhoudelijke domeinen. Op die manier is die eerste graad breder. Het is niet meer de grote brede eerste graad waar sommigen in Vlaanderen over hebben gedroomd, dat klopt, maar we hebben in dit maatschappelijke debat een draagvlak gevonden de afgelopen vier jaar, voor het eerst in twintig jaar in de Vlaamse geschiedenis, over onderwijshervorming. Het bedrijfsleven en overgrote delen van de onderwijswereld zijn het eens, dat is heel uniek.

Ik vat samen: eerste brede graad; basispakket is veel breder; basisopties zijn veel breder; je mag op 13 jaar kiezen, maar je moet niet; je kiest op 14 jaar. Dat is een hele goede en wijze beslissing als u het mij vraagt. (Applaus bij de meerderheid)

De heer De Meyer heeft het woord.

Voorzitter, de discussie is interessant. Ik heb toch nog een vraagje aan minister Bourgeois om latere misverstanden te voorkomen.

Minister, u hebt terecht gezegd dat de doos van Pandora niet geopend is, en gelukkig maar. Anderzijds hebt u gezegd: de trein is vertrokken. Maar er zijn twee belangrijke voorwaarden. Enerzijds is dat respect voor de pedagogische eigenheid van de opvoedingsprojecten, met mijn woorden gezegd, en anderzijds heeft het onderwijs zelf een heel grote verantwoordelijkheid. Voor mij is de fundamentele vraag: gaat de overheid het veranderingsproces in het onderwijsveld stimuleren of gaan we alleen maar toekijken? Minister, ik dacht dat het de bedoeling was dat we dit veranderingsproces mee zouden begeleiden en stimuleren, weliswaar rekening houdend met de voorwaarden die ik daarnet heb genoemd. Heb ik u juist begrepen of heb ik u fout begrepen?

Minister Geert Bourgeois

Ook daar heeft de minister-president heel duidelijk zijn tekst uitgesproken. Hij zegt: domeinscholen kunnen, maar zijn niet verplicht. Domein- en campusscholen zullen via incentives aangemoedigd worden. Dat is heel duidelijk.

Sas van Rouveroij

Minister, normaal rijgt u de ene mooie volzin heel vlot aan de andere. Te dezen hult u zich toch een beetje in stilzwijgen. Vooral daarjuist, collega’s. Het was zijdelings, bijna onopvallend, maar symptomatisch. Minister, u gaf op het einde van uw eerste uiteenzetting heel nadrukkelijk het woord aan minister Smet als het ging over de verbreding van het eerste jaar. Dat is omdat u dat niet over uw lippen krijgt.

Minister Geert Bourgeois

Mijnneer van Rouveroij, er is geen enkele tegenspraak tussen minister Smet en mij. Wat hij heeft gezegd, onderschrijf ik. Ik ben er enthousiast over dat in dat eerste jaar bijkomende vakken komen. Wij brengen onder andere wetenschap en techniek in, ook in dat eerste jaar.

Ik had het over het aantal uren. Mijnheer Vereeck, toen ik zei dat het in het tweede jaar, niet in de eerste graad, maar in het tweede jaar verandert, ging het over de verschuiving van dat ene uur en de invulling van de zeven uren. Ik onderschrijf volledig wat Pascal Smet heeft gezegd. Het is een debat dat de minister voert. Ik heb alleen geantwoord omdat ik werd aangesproken als N-VA-lid. Het antwoord van minister Smet is volledig het antwoord dat ik zou hebben gegeven.

Lode Vereeck

Het is moeilijk om te volgen. Minister Bourgeois, ik wil de zaken even op een rij zetten. U hebt gezegd – we zullen de Handelingen er op nalezen – dat er niets verandert. Vervolgens zegt de minister van Onderwijs dat er niets verandert, alleen de inhoud van de vakken. Geef toe dat er een grote discrepantie is tussen “niets veranderen” en “de inhoud van de vakken veranderen”.

Dat is wat de heer De Wever zegt. Waarom zegt hij dat? Heel eenvoudig omdat het nog perfect mogelijk zal zijn om scholen te hebben die exclusief op doorstroming en exclusief op de arbeidsmarkt zijn gericht. Van uw brede domeinschool komt niets in huis, want in 2016 is men niet verplicht om in dat systeem te stappen. Dus: much ado about nothing.

De heer Van Dijck heeft het woord.

Ik wil twee fasen heel duidelijk van elkaar onderscheiden. We spreken momenteel over meer dan 1000 studierichtingen. Fase één is om die in een matrix te plaatsen en, zoals de minister-president en de andere ministers duidelijk hebben gezegd, na te gaan welke nog nuttig en nodig zijn, welke een finaliteit hebben naar het hoger onderwijs, welke naar de arbeidsmarkt, en welke nutteloos zijn geworden, om zo te komen tot een aantal studierichtingen. Die oefening zal door iedereen moeten worden gemaakt.

Vervolgens gaat het over – ik lees letterlijk op bladzijde 21: “In elk geval zal elk schoolconcept gebaseerd op de matrix” – de matrix die dus voor alle studierichtingen zal worden gebruikt –”, zowel verticaal (met alleen doorstroomstudierichtingen of alleen studierichtingen met dubbele finaliteit (doorstroom/arbeidsmarktgericht) of alleen arbeidsmarktgerichte studierichtingen) als horizontaal als een combinatie van beide mogelijk zijn.”

Ik vind dit heel duidelijk. Ik heb de finale tekst niet veel langer dan u in handen, mijnheer Vereeck, maar voor mij is die zo klaar als klaar pompwater.

Wim Van Dijck

Minister-president, soms is het goed uw mimiek en bewegingen in het oog te houden. Toen de heer De Meyer een vraag probeerde te stellen aan minister Bourgeois deed u uitdrukkelijk teken om de vragen voortaan aan minister Smet te richten. Blijkbaar moet er toch een vrees bestaan dat er verschillende lezingen van het masterplan worden gegeven. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister Smet, ik heb begrepen dat het basispakket in de eerste graad veel breder zal zijn dan vandaag. Ik heb ook begrepen dat kinderen die op hun twaalfde al weten wat ze willen, nog twee jaar moeten wachten en verhakseld worden in een eerste graad die veel te breed is.

Nog meer differentiëring binnen de klassen overstijgt trouwens ver de draagkracht van de leerkrachten, die nu al vaak niet weten waar eerst te beginnen. Maar de leerkrachten werd tot nu toe niets gevraagd. Bijna 73 procent van de ondervraagde leerkrachten gaven in een VUB-onderzoek te kennen dat ze tegenstander zijn van een hervorming op basis van de oriëntatienota van minister Smet. Het masterplan is daar een doorslag van.

Slechts 6,6 procent is voorstander. De rest, zo’n 20 procent, is onbeslist. Driekwart gelooft niet dat het afschaffen van de huidige onderwijsvormen iets zal veranderen aan de onderwaardering van tso en bso. Een meerderheid gelooft niet dat met de hervorming de schooluitval zal dalen. Bijna driekwart verwacht een verhoogde werkdruk.

Een van de hoofdknelpunten in het secundair onderwijs is de vervroegde uitstroom van leerkrachten. Wel, met deze hervorming zal die niet worden bestreden, integendeel. Als het dan toch zo is – en dat is zo – dat mensen belangrijker zijn dan structuren, dat men dan eerst eens naar die mensen luistert.

Waar nauwelijks over wordt gerept in het hele masterplan, is de algehele kwaliteitsdaling die ons onderwijs de jongste decennia getroffen heeft en die stilaan dramatische vormen aanneemt. Onderzoeken te over die zo’n kwaliteitsdaling telkens weer bevestigen. Maar het verwondert mij niet dat men daar niet te veel over zegt. Het zou immers tot de conclusie kunnen leiden dat de eerdere hervormingen die kwaliteitsdaling in de hand hebben gewerkt en dat de weg die men is ingeslagen, een heilloze weg is. Dat toegeven zal geen enkele partij ooit doen, ook niet de N-VA.

De enige partij die altijd al gezegd heeft dat de hervormingsdrift en de nivelleringsdrang de kwaliteit van ons onderwijs aantast, is het Vlaams Belang. Dat maakt ons tot de enige verdedigers van het traditionele onderwijs, en daar zijn wij bijzonder trots op. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Onze slotconclusie – en dat zal de heer Van Rompuy misschien graag horen – is dat minister Smet de morele winnaar van de voorbije week is. De N-VA probeert weliswaar weg te komen door te herhalen dat al wat hij beweert, niet waar is en met de gedachte dat ze het hele masterplan na 2014 in de vuilnisbak kan kieperen. Ik durf er veel op te verwedden dat het precies dat vooruitzicht is dat de N-VA tot aan de verkiezingen aan iedereen die het horen wil als een overwinning zal verkopen. Zo kennen we de N-VA: keihard op de bek gaan, maar zich eruit liegen bij de achterban en in de publieke opinie. Wel, dames en heren van de N-VA, ik hoop van ganser harte dat u er deze keer niet mee wegkomt. (Applaus bij het Vlaams Belang, Open Vld en Groen)

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Proficiat, minister-president. Vlaanderen werd vanmorgen wakker met een nieuwe David Copperfield. Absoluut, want onze minister-president creëert de illusie dat er een akkoord is, maar dat akkoord is er niet. Het nadeel van zo’n illusie is dat ze kan worden ontmaskerd, dat ze kan worden doorprikt en dat gebeurde ook, ‘zo rap als kijken’, in de loop van de ochtend door de andere schrijvers van dit – met alle respect – barslechte scenario. Het scenario van The Matrix was, wat dat betreft, alleszins een stuk beter.

Wat is een akkoord? Een akkoord is dat partijen het eens zijn, dat mensen die van mening verschillen, het uiteindelijk eens worden, niet alleen over de letter maar ook over de geest van het akkoord. Het gaat niet over het feit dat partijen accenten leggen – dat is evident –, maar het gaat wel over het feit dat de accenten die worden gelegd, elkaar alleszins tegenspreken en niet zomaar, maar op cruciale onderdelen.

Vanochtend hoorde ik het volgende letterlijk, maar samenvattend, op Radio 1 – en diegenen die zouden twijfelen, kunnen het ook letterlijk lezen op de websites van sp.a en de N-VA. Het thema is: ‘Het aso verdwijnt.’ Peeters: “Het aso verdwijnt niet vandaag”. Smet: “Het is zeer duidelijk dat aso/tso verdwijnt”. De Wever: “Aso verdwijnt niet. Scholen krijgen vrije keuze”. Het zijn hun woorden. Ik citeer alleen maar. Tenzij de heer De Wever... Ach, de heer De Wever is hier natuurlijk weer niet, zoals gebruikelijk. Als hier in dit Vlaams Parlement een debat plaatsvindt, kunnen we met De Wever nooit in debat gaan. We kunnen alleen maar een lege zetel verwelkomen.

Het thema is: ‘Verbreding eerste graad’. Peeters: “Geen grote eerste graad. Het is een intelligente oplossing”. Smet: “De eerste graad wordt verbreed”. De Wever: “De eerste graad blijft voor iedereen hetzelfde. De problemen met de brede eerste graad zijn van tafel.”

Minister-president, dit gaat echt niet over punten en komma’s. Dit is de essentie van de hervorming. Collega Vanderpoorten zal er zo dadelijk op verder bouwen.

Wanneer de minister-president het vanmorgen op de radio had over het masterplan, dan moet ik toegeven dat – dit woord is toch enigszins erfelijk belast – ik dan huiver. Het laatste grote masterplan van Peeters II was Oosterweel en we weten hoe dat intussen is verlopen: voor 142 miljoen euro aan studies en geen centimeter vooruit. (Applaus bij Open Vld, het Vlaams Belang en Groen)

En let even goed op: de kostprijs is volgens Europa – we hebben dat niet zelf berekend – 8 miljard euro.

Het masterplan Onderwijs is in hetzelfde bedje ziek, het camoufleert evenzeer als het masterplan Oosterweel een gebrek aan gemeenschappelijke visie, een gebrek aan gemeenschappelijke wil, maar het verschil met Oosterweel is dat het hier vooral gaat ten koste van leerkrachten en jongeren.

Collega’s, de enige zekerheid die we vandaag hebben is dat de Vlaamse Regering nog bestaat, maar tot mei 2014 bolt Peeters II gewoon uit. Wellicht, dat geef ik toe, komt er af en toe een kleine crisis, af en toe een masterplannetje, opnieuw een conceptnotaatje, kwestie van de zaak over de verkiezingen heen te tillen. Het is hier al vaker gezegd de voorbije weken: de regeringspartijen hebben de campagne voor de verkiezingen ingezet. Veel te vroeg: de Vlaming zat er niet op te wachten, hij verwacht keuzes, hij verwacht beslissingen voor de problemen die zich nu voordoen en die problemen moeten nu worden aangepakt.

Minister-president Kris Peeters

Ik ga ervan uit dat de tweede spreker van Open Vld inhoudelijk zal reageren op de verklaring die ik hier heb afgelegd, collega van Rouveroij. De verklaring die ik heb afgelegd namens de gehele Vlaamse Regering, het masterplan dat u in de loop van de voormiddag is bezorgd, daar gaat het over.

Ik vind de vergelijking met Oosterweel zeer goedkoop omdat het daar niets mee te maken heeft. Het zijn niet alleen twee verschillende onderdelen, dit is niet correct. Maar goed, de oppositie neemt de woorden in de mond die ze denkt te moeten nemen.

De heer Van Malderen heeft het woord.

Voorzitter, ik wil van de gelegenheid gebruik maken om de heer van Rouveroij toch een paar vragen te stellen. Ik heb me gebaseerd op verschillende verklaringen doorheen de tijd van leden van de fractie van collega Van Rouveroij en partijgenoten.

In september 2010 zeiden mevrouw De Knop en mevrouw Vanderpoorten over de visienota van minister Smet: “Een mooie startnota. Het is goed dat de minister duidelijkheid schept. Zo neemt hij de aanbevelingen over om te werken met een gemeenschappelijke eerste graad voor alle leerlingen. Jongeren kunnen zo in hun eerste en tweede jaar proeven wat hun meer en minder ligt en pas nadien moeten ze kiezen en een echte studiekeuze maken. Dat is een vooruitgang.”

Op 19 oktober 2012 zei mevrouw Vanderpoorten: “Er kunnen zeker heel wat studierichtingen worden afgeschaft, en de overgangen tussen het algemeen vormende aso, beroeps bso en technisch tso secundair onderwijs gemakkelijker maken en flexibeler worden gemaakt.”

Dan komt het in een stroomversnelling. Want afgelopen zaterdag zei collega Vanderpoorten in De Standaard: “Er is een brede eerste graad nodig en daarenboven domeinscholen die richtingen hergroeperen per belangstellingsgebied.” Nog dezelfde dag las ik een tweet van collega Brusseel: “geen brede eerste graad, geen domeinschool.”

En dan komt partijvoorzitter Rutten op 24 uur met een heel eigen plan, out of the blue. Vergeet alle onderwijsexperten, vergeet het gehele middenveld: Open Vld heeft op 24 uur een geheel eigen plan. U laat ons in het duister over wat dat plan is, maar mijn conclusie is in elke geval dat u geen lessen te geven hebt over verschillende meningen. U hebt het flipfloppen op Olympisch niveau getild. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Van der Borght, u zult het mij eens zijn dat er een vraag is gesteld door de heer Van Malderen aan de heer Van Rouveroij, dus ik geef eerst het woord aan de heer Van Rouveroij

De heer Van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Collega Vanderpoorten zal zo dadelijk het licht in uw duisternis laten schijnen, en zal ons voorstel toelichten.

Onderwijs is belangrijk voor ons allen, voor de 124 hier aanwezig, maar ook de 6 miljoen daarbuiten. Uiteraard wordt daarover gedebatteerd, ook binnen onze partij. Dat is nogal wiedes, het omgekeerde zou natuurlijk erg zijn. Dat debat heeft bij ons maandag uiteindelijk wel geleid tot een algemeen akkoord. Het is een plan dat door onze partijvoorzitter Gwendolyn Rutten en door onze experte Marleen Vanderpoorten aan iedereen kenbaar werd gemaakt. Ik zeg het nog eens, u zult er zo dadelijk tekst en uitleg over krijgen.

Het verschil tussen ons akkoord en het uwe is dat het onze een echt akkoord is, aanvaard en gesteund door de 22 parlementsleden van Open Vld. Over het akkoord dat hier voorligt, daarentegen, zou Magritte, indien hij nog zou leven, zeggen: “Ceci n’est pas un accord.” (Applaus bij Open Vld)

Minister Pascal Smet

Mijnheer van Rouveroij, ik wil u graag iets vragen. Het is mooi dat 22 parlementsleden van Open Vld na 24 uur een totale bocht maken. Dat is ieder zijn recht. Ik wil echter graag weten of uw plan door de voltallige onderwijswereld – die daar, zo veronderstel ik, toch iets van afweet – wordt gedragen. De koepels, de scholen, de ouderverenigingen, de bedrijfswereld, de beroepsfederatie, het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka) enzovoort vinden ons masterplan zeer goed. Georges Monard, het monument van onderwijs in Vlaanderen, vindt het een prachtig Brabants trekpaard. Een Brabants trekpaard is een robuust paard dat heel goed, heel krachtig, op zijn vier poten staat. Het is een paard dat we koesteren in Vlaanderen.

Die mensen zeggen allemaal dat de Vlaamse Regering een goede beslissing heeft genomen. Uw plan, mijnheer van Rouveroij, wordt gesteund door 22 parlementsleden van Open Vld die op één nacht van mening zijn veranderd. (Applaus bij de meerderheid)

Sas van Rouveroij

Minister, uit de reacties die wij de laatste uren krijgen op het plan van Open Vld, kun je afleiden dat het draagvlak er wel degelijk is. Wij maken echter geen deel uit van de regering en gaan op dit ogenblik dus niet op zoek naar een draagvlak. Dat is in de allereerste plaats uw opdracht. Ik zeg u: het draagvlak waarover u meent te beschikken, zullen velen op dit ogenblik u alleen met lange tanden verschaffen, omdat ze in een heel moeilijke positie verkeren ten overstaan van hun eigen minister.

Minister Pascal Smet

Mijnheer van Rouveroij, aangezien u nu ook onderwijsspecialist bent, veronderstel ik dat u alle OESO-rapporten, alle wetenschappelijke studies grondig gelezen hebt. Als ik het goed begrijp, zal mevrouw Vanderpoorten zo meteen zeggen dat de kinderen vanaf 10 jaar moeten kiezen. Iedereen in Vlaanderen en in de wereld die iets van onderwijs kent, zegt dat dat de grootste vergissing is.

Marleen Vanderpoorten

Zou ik ons plan straks zelf mogen presenteren? (Opmerkingen)

Minister Pascal Smet

Ja, ik heb dat gelezen in de krant. (Opmerkingen)

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Voorzitter, ik dacht dat er hier een debat zou plaatsvinden tussen het parlement en de regering over het onderwijs. Ik vind het echt heel zielig dat deze regering, die de hele week van crisisvergadering naar crisisvergadering holt en er Jan en alleman bij moet halen om uiteindelijk gisterenavond tot een akkoordje te komen, ons hier de les komt spellen over iets waarover wij op een zeer constructieve manier van gedachten hebben gewisseld en tot een besluit zijn gekomen dat we gisteren hebben voorgelegd. Om 11 uur deze ochtend hebben wij uw plan gekregen. Ik vind het echt zielig dat de regering een hele week vechtend over straat loopt, alle media-aandacht naar zich toetrekt, met dit plan op de proppen komt en ons verwijten maakt over ons plan. (Applaus bij Open Vld en LDD)

Sas van Rouveroij

Minister, ik wil kort reageren op uw vraag over het vijfde en zesde leerjaar van het basisonderwijs. Als ik een doorsnede zou zoeken tussen uw plan en het onze, denk ik dat die te vinden is in onze opvattingen over het basisonderwijs. Ook wij pleiten voor een versterking van het basisonderwijs. Ook wij vinden meertaligheid absoluut belangrijk en vinden dat kinderen jonger dan 12 jaar daarmee in aanraking moeten komen en de vaardigheden moeten ontwikkelen om die meertaligheid vervolgens ook uit te dragen in het tweede deel van hun loopbaan, namelijk in het middelbaar. Ook wij zijn van mening dat zij ook met wetenschap en techniek in aanraking moeten komen. Als er al sprake is van een doorsnede, zal die voornamelijk te vinden zijn in het basisonderwijs. (Applaus bij Open Vld en LDD)

Mevrouw Vanderpoorten heeft het woord.

Marleen Vanderpoorten

Voorzitter, collega’s, leden van de regering, ik ben uitermate blij dat iedereen zo geïnteresseerd is in het standpunt van Open Vld en in het voorstel van plan.

Dit is uiteraard straffe kost. Gedurende vier jaar hebben we erop gewacht en toch discussieerden we ons vorig weekend nog allemaal te pletter over iets dat we nog niet kenden, namelijk het masterplan. Als een niet onbelangrijke partijvoorzitter dan verklaart dat voor hem het aso niet mag worden afgeschaft, dan is het hek toch wel van de dam bij veel ouders en leerkrachten. Ja, zucht maar, mijnheer Van Dijck. Zij hebben de krachttermen van de burgemeester van Antwerpen wel gehoord. Even simplistisch als onjuist, maar met een reusachtig effect in de lerarenkamer. Daar zijn we allemaal getuige van geweest.

Dat is ongezien op dit niveau en over een onderwerp dat zo gevoelig en belangrijk is. Het gaat immers over de toekomst van de jeugd. Meteen werd in leraren- en huiskamers en op tal van andere fora niet meer gediscussieerd over de echte doelstelling van de hervorming die wij zo belangrijk vinden, namelijk de torenhoge ongekwalificeerde uitstroom naar beneden halen en er meteen voor zorgen dat er ook een halt wordt toegeroepen aan de steeds groeiende jeugdwerkloosheid. Het ging sindsdien over het aso, een non-discussie, bijna een luxediscussie zou ik durven te zeggen.

De voorbije hectische dagen zijn natuurlijk in eerste instantie te wijten aan het ongelofelijke getreuzel in dit dossier van de Vlaamse Regering in het algemeen en van de minister van Onderwijs in het bijzonder. U mag zeggen wat u wilt. Wij waren klaar in de commissie om de discussie aan te vatten in 2009. Het is nu 2013. Al die tijd hebben wij van de minister gehoord dat het wel zou komen, dat het in één plan zou zitten, een plan, een dossier dat nota bene het paradepaardje moest worden van Peeters II.

Heeft dat nu te maken met een onderschatting van het dossier, met een overschatting van het eigen kunnen, of met verregaande arrogantie, naïviteit of onkunde? Ik laat het in het midden. Gedurende vier jaar zijn er in de commissie veel vragen gesteld om enige transparantie en informatie te krijgen over de vooruitgang van dit dossier. Maar steeds werd verwezen naar het ontwerp van decreet dat zou komen. Nadien werd het een masterplan en nu blijkt het een heel onduidelijk miniplan te zijn.

Snelle punctuele maatregelen zoals wij en vele anderen, ook uit de meerderheid, voorstelden, konden volgens de minister niet, want eerst moest men het eens zijn over de krachtlijnen van het grote plan. Ik heb vandaag niet de indruk dat de drie betrokken meerderheidspartijen weten waar ze samen naartoe willen gaan. Wat ze elk apart in hun partijprogramma willen schrijven voor de campagne 2014, dan weten ze wel. Waar ze samen naartoe willen, lijkt me niet duidelijk. (Applaus bij Open Vld)

Ik heb vele vragen over de tekst, vooral omdat ik hoor dat de tekst anders werd uitgelegd door collega’s, vooral in de media vanmorgen. Nu probeert men naar elkaar toe te spreken, dat is logisch, maar in de media vanmorgen was het toch een ander verhaal.

De differentiatie en de inzet van vakleerkrachten in de derde graad van het basisonderwijs is voor ons prima. Ik heb daar al vaak naar verwezen in de commissie. Maar minister, dat kan nu ook al. Ik heb u eerder al gevraagd waarom u geen maatregelen neemt om dit systeem nu al te laten doorvoeren. Het kan, maar de scholen doen het niet. Wat zal er nu gebeuren waardoor de scholen dit wel zullen afdwingen? Ik lees nog altijd in de tekst dat het kan, het zou dus geen verplichting zijn. Vakleerkrachten, ook voor Frans, minister, zijn er bijna niet. Men zal de scholen er op een of andere manier klaar voor moeten maken om ze toch in te zetten.

Op het verhaal van de eerste graad zal ik niet terugkomen. Dat is me nog altijd niet duidelijk. Mijnheer Bouckaert, ik denk dat het commissiewerk wordt om dat aan iedereen duidelijk te maken. Misschien moeten we dan ook de N-VA of een N-VA-minister in de commissie uitnodigen. Anders zullen we het misschien nog niet weten.

De hoorzittingen in dit parlement, waar we heel veel tijd in hebben gestoken, hebben mij alleszins drie dingen geleerd. Ten eerste: begin met de fundamenten en versterk dus in eerste instantie het basisonderwijs, zodat achteraf remediëren niet nodig is. Daar wordt een beetje aan tegemoet gekomen, maar het kan nog beter. Twee: zorg dat de instroom in de lerarenopleiding van dien aard is dat leerkrachten klaar zijn om de school van de toekomst te begeleiden. En drie: maak vooral het beroep van leraar aantrekkelijker, zodat meer excellente studenten erin willen stappen. Ook daar heeft de COC in het verleden trouwens al een leuke persmededeling over verspreid.

Pas als die voorwaarden vervuld zijn, heeft de hervorming, zoals ze door sommigen op een bijna idealistische manier wordt voorgesteld, kans op slagen. Van die twee laatste voorwaarden vinden we echter weinig terug in het plan. Wij, als Open Vld, wilden daarom heel graag andere accenten leggen, die sneller worden uitgevoerd. Je kunt het ons, als politieke partij, niet kwalijk nemen dat wij na al dat getreuzel en al die aankondigingen met een eigen plan komen.

Wat wij vooral willen, is een vervroegde inschrijvingsplicht op 4 en zelfs 3 jaar, nog sterker basisonderwijs, een sterke lerarenopleiding en een sterke lerarenpool. Wat het secundair onderwijs betreft, is er een verschil tussen jongeren die willen en kunnen leren en jongeren die snel willen en kunnen werken. Daarom wil Open Vld werk maken van een sterkere integratie tussen aso, tso en kso aan de ene kant en een versterking van het bso aan de andere. Wij willen komen tot één humaniora, waarin zowel technische en dus praktische opleidingen een plaats hebben, als de studierichtingen die meer theoretisch van aard zijn.

Concreet zullen leerlingen kunnen kiezen tussen theorie en techniek, maar ook voor een combinatie van elementen van beide. Door ze beter met elkaar te verbinden, versterken we de huidige technische opleidingen en stappen we af van de vooroordelen en de hiërarchie die ten onrechte bestaat.

Daarnaast wil Open Vld het huidige beroepsonderwijs sterk verbeteren, voor de jongeren die op hun twaalfde al weten dat ze niet willen doorstuderen. Dat betekent dat er geïnvesteerd moet worden in meer toekomstgerichte infrastructuur en praktijkmateriaal. Verder wil Open Vld dat leerkrachten deels op de werkvloer en deels in de klas staan. Ook is er nood aan kleinere klasgroepen voor deze leerlingen wat algemene vakken betreft, meer samenwerking in de hogere jaren met de VDAB, SYNTRA en de bedrijfswereld.

Met die ingrepen willen wij van de keuze voor een beroepsopleiding een echte positieve keuze maken. Wij zijn ervan overtuigd dat zo de ongekwalificeerde uitstroom én de jeugdwerkloosheid naar beneden zullen gaan. Snelle, punctuele maatregelen moeten nu genomen worden, niet in 2016 met een uitrol tot 2025 of 2030. Collega’s, er is al veel te veel tijd verloren gegaan. (Applaus bij Open Vld)

Mevrouw Vanderpoorten, ik heb heel aandachtig naar u geluisterd. U was door uw fractieleider ook aangekondigd als degene die het standpunt van vandaag van Open Vld zou brengen. We hopen dat dat morgen ook overeind blijft. (Opmerkingen)

Ik heb de indruk dat wat u voorstelt, nog altijd voortbouwt op het totaal achterhaalde onderscheid tussen mensen die met hun handen moeten werken en mensen die met hun hoofd dienen te werken. Dat is hetzelfde achterhaalde onderscheid dat we vandaag kennen in het debat rond arbeiders en bedienden.

Als u dit weerlegt, zal ik daar bijzonder tevreden over zijn, maar ik heb u horen zeggen dat degenen die kiezen voor een theoretische opleiding in één stroom zitten, en de anderen die kiezen voor een technologische opleiding in een andere stroom zitten. Je kunt in technologie evenzeer praktisch als theoretisch aan de slag gaan, mevrouw Vanderpoorten. Als u dat corrigeert, hoor ik dat graag.

Mevrouw Vanderpoorten, wat is het nu? Pleit u voor een brede eerste graad en domeinscholen, zoals u zaterdag hebt gezegd? Of pleit u daar net niet voor, zoals mevrouw Brusseel de dag nadien heeft gezegd?

Marleen Vanderpoorten

Wij pleiten voor een humaniora waarin zowel studierichtingen zitten die vooral algemeen vormend zijn als studierichtingen die hoofdzakelijk praktijkgericht zijn. We pleiten niet voor of het een of het ander. Ze zijn beide aan herwaardering toe. Dat kan perfect. U kent toch ook het verhaal van de industriële wetenschappen die een hoog niveau hebben? Dat kan perfect naast elkaar staan. Wat wij wel willen, is dat leerlingen wier ouders – en de leerlingen zelf – voelen dat ze op hun twaalfde geschikt zijn om meer handenarbeid te verrichten, naar een beroepsschool moeten kunnen gaan.

Ik heb ook wel wat contact met het onderwijs. Heel veel mensen uit bijvoorbeeld vrije technische instituten vragen mij ervoor te zorgen dat die keuze voor 12-jarigen mogelijk blijft. Om allerlei redenen. Er zijn jongeren die dat echt bewust kiezen, jongeren die in een basisschool geen getuigschrift hebben gehaald of wat dan ook. Die horen daar ook bij. Daar is geen enkel probleem mee. Als je voor de jongeren die in het huidige systeem heel veel kans maken om ongekwalificeerd uit te stromen, de beroepsopleiding interessant maakt op de werkvloer, met veel meer stages en met veel meer contacten met SYNTRA en de VDAB, kan dat voor die jongeren een heel goede oplossing zijn. Een brede eerste graad in domeinscholen is in ons systeem veel minder aan de orde omdat wij de studierichtingen naast elkaar zetten. Dat is niet in tegenspraak met wat ooit verklaard werd. Het is niet of domeinscholen of ons systeem. Als je in een bepaald gebouw de studierichtingen naast elkaar zet en als dat toevallig domeinen zijn, dan is dat goed. Het is geen keuze voor of tegen. Het is een humaniora met evenwaardige studierichtingen naast elkaar. Een apart onderdeel is de beroepsschool.

Wim Van Dijck

Ik haak hierop in. Het heeft mij in de tekst ook getroffen. Het staat er wel degelijk zo in. Ik zei dat de B-stroom wordt ingekrompen en dat het alleen nog mogelijk zal zijn voor kinderen zonder een getuigschrift van basisonderwijs om in de B-stroom of de schakelklassen terecht te komen. Dat wil met andere woorden zeggen dat een bewuste keuze voor beroepsgericht onderwijs al vanaf het eerste jaar onmogelijk wordt gemaakt. Minister, wat is daarvan in godsnaam de achtergrond?

Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Sabine Poleyn

Mevrouw Vanderpoorten, ik deel uw bekommernis dat de combinatie van leren en werken en stages heel belangrijk is. We moeten dat beroepsgerichte waarderen. Daarom was ik heel blij dat het heel duidelijk in de tekst staat, op bladzijde 22: de leertijd versterken, dat is het leercontract van vroeger; het deeltijds onderwijs versterken; en wat de beroepsgerichte opleiding betreft, het aantal stages in de derde graad van het bso verplichten waar het nog niet verplicht zou zijn en stimuleren in de andere richtingen. Ik dacht dat u dat zou steunen, of zie ik dat verkeerd?

Marleen Vanderpoorten

Zoals wij het zeggen, is het iets duidelijker een tweedeling dan het vroeger werd voorgesteld. Maar wij willen dit ook heel duidelijk maken voor de ouders. Daarom stellen wij het zo duidelijk voor. Dat wil niet zeggen dat de overstappen en schakelingen niet te allen tijde mogelijk moeten zijn.

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Kathleen Deckx

Voorzitter, geachte heren en dames ministers, beste collega’s, minister Smet had ons beloofd dat er ten laatste op 31 mei een akkoord van de Vlaamse Regering, een plan, zou voorliggen over de hervorming van het secundair onderwijs. Men heeft een klein beetje ‘extra time’ nodig gehad. Dat heeft bij ons allemaal spannende momenten veroorzaakt. Maar niet alleen bij ons, maar ook bij al die kinderen over wie het hier vandaag gaat en over wie ik nog maar bijzonder weinig heb gehoord. Ik zat mij daarnet af te vragen waaraan al deze mensen in dit parlement het voorbije weekend hebben gedacht. Ik heb daarop duidelijke antwoorden gekregen.

Ze hebben nagedacht over politieke spelletjes. Ze hebben gedacht: hopelijk komen ze er niet uit, want dan komen wij er weer beter uit. Maar ze hebben niet nagedacht over de inhoud. Ik zit hier nu al twee uur en een kwart, en pas in het afgelopen kwartier ging het eventjes over de inhoud door de oppositie. (Rumoer. Applaus bij Open Vld)

Joris Van Hauthem

Mevrouw Deckx, over wie hebt u het …

Kathleen Deckx

Ik zou graag eerst mijn betoog afmaken. (Rumoer)

Mevrouw Deckx heeft het woord. (Rumoer)

Joris Van Hauthem

Oh, wenst u niet onderbroken te worden? Dus geen debat? Dat kan niet? (Rumoer)

Hiernaast bij Linda De Win kan er wel gepraat worden. De heer De Wever is daar aan het uitleggen hoe het allemaal ineenzit. Maar wij mogen aan de meerderheid zelfs geen vragen meer stellen!

Kathleen Deckx

Voorzitter, ik zou graag eerst mijn verhaal afmaken. (Rumoer)

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Kathleen Deckx

Ik ben heel blij dat dit akkoord ter bespreking voorligt. Ik heb het ook nog niet zo lang in handen, maar ik heb het wel al grondig gelezen. Ik kan u zeggen, collega’s, het is een goed akkoord. (Opmerkingen)

Het is een akkoord dat elk talent maximaal laat renderen en dat ons onderwijs ook in de toekomst aan de Europese top houdt. Ik ben blij dat het werk in de commissie, de hoorzittingen, aan de onderhandelingstafel en het publieke debat niet voor niets zijn geweest. Ik wil de Vlaamse Regering, voltallig en niet alleen de minister-president, maar ook de minister van Onderwijs en alle anderen, bedanken en feliciteren met het enorme werk dat ze geleverd hebben.

Het is geen gemakkelijk parcours geweest. Maar er is na jaren van overleg en draagvlakvorming een gefundeerd akkoord over de toekomst van ons secundair onderwijs. Het plan om het huis te bouwen ligt er. We merken aan de reacties van de onderwijskoepels, de ondernemersorganisaties zoals Voka en UNIZO, de ouderverenigingen, dat we op het juiste spoor zitten en dat zij ook blij zijn met de nieuwe koers voor ons onderwijs.

Bovendien is het een werkbaar akkoord, met kwaliteitsgaranties. En het is geen revolutie, zoals eerder al gezegd, het is een evolutie en die moet gefaseerd gebeuren. In het plan staat nadrukkelijk wanneer wat moet gebeuren.

Ons onderwijs is de kansenschepper bij uitstek. Het moet ervoor zorgen dat jongeren hun talenten ontdekken en ontwikkelen – alle jongeren. Wie ervan uitgaat dat de kwaliteit van het onderwijs zal dalen, heeft het verkeerd voor. De kwaliteit moet worden gegarandeerd.

Ik ben verheugd dat het akkoord ook spreekt over het basisonderwijs. Daar wordt extra ruimte gecreëerd voor wetenschappen en techniek. Hiervoor zullen vakleerkrachten worden aangesteld, want veel scholen worstelen met het vak WO. Over het getuigschrift basisonderwijs zal nu duidelijkheid komen. De waarde daarvan zal duidelijk zijn, dat is goed voor elk kind en voor elke ouder.

Ook voor de eerste graad van het secundair onderwijs staan heel wat aanpassingen ingeschreven, die nodig zijn. De eerste graad wordt een heel stuk verbreed. Elke leerling in de eerste graad zal een basispakket sleutelcompetenties verwerven. Deze zijn veel breder dan nu het geval is. Elk kind zal in aanraking komen met techniek, cultuur en economie. Er is ruimte om te verdiepen. Wie goed is in wiskunde, techniek of Latijn en erdoor gepassioneerd is, kan extra uren volgen. Wie ondersteuning nodig heeft, krijgt dat noodzakelijke duwtje in de rug. Scholen zullen leerlingen die het nodig hebben, verplicht bijsturen tijdens de schooluren, zodat hun ouders niet meer op zoek moeten naar dure lesgevers om hun kind te helpen.

Kinderen kunnen al een optie kiezen op 13 jaar – kunnen –, maar deze keuze zal nooit hun kansen voor de toekomst beperken. De inhouden en keuzes blijven breed. Op 14-jarige leeftijd zullen ze dan verder beslissen over een of andere richting. Jongeren zullen dan kunnen kiezen voor een domein dat hen interesseert, op hun niveau. De kunstmatige schotten tussen aso, tso en bso zullen op termijn verdwijnen.

En natuurlijk bouwen we zekerheid in op het vlak van kwaliteit. Persoonlijk heb ik weinig schrik dat de kwaliteit niet verzekerd zou zijn, want met onze gemotiveerde leerkrachten, directies en scholen, die deze hervorming steunen, ben ik daar erg gerust in. Als er leerkrachten zijn die nog overtuigd moeten worden, kan ik dat heel goed begrijpen. Dat is zeker en vast de volgende stap na dit plan.

Scholen zullen zich op termijn ontwikkelen tot domeinscholen. Uiteraard zijn er collega’s die zeggen dat ‘kunnen’ te vaag is. Eerst en vooral wil ik wijzen op de vrijheid van onderwijs, die er nog steeds is in Vlaanderen. Maar ik ben er ook van overtuigd dat, wanneer domeinscholen ontstaan en zich op bepaalde vlakken specialiseren, ouders de keuze zullen maken om de kinderen naar die gespecialiseerde domeinscholen te sturen.

Ook belangrijk is het feit dat beroepskwalificaties gecertificeerd zullen kunnen worden. Ook dat gaat de niet-gekwalificeerde uitstroom bijsturen. We weten dat niet alle jongeren de schoolbanken bezet kunnen houden tot hun achttiende. We hopen dat het in de toekomst anders zal zijn, maar degenen voor wie dat niet lukt, zullen niet met geheel lege handen op de arbeidsmarkt komen na deze hervorming.

We willen ook blijven inzetten op sterke leerkrachten door middel van een betere lerarenopleiding en de herwaardering van het beroep. Mensen die vanuit een andere ervaring of achtergrond lesgeven, zullen gemakkelijker aan de slag kunnen in het onderwijs. We stimuleren een betere overgang tussen het basis- en het secundair onderwijs en ook tussen het secundair en het hoger onderwijs.

Jongeren de kans geven om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen, om alle jongeren sterker te maken, en alleen nog eersteklassenonderwijs verzekeren: dat is de inzet van deze hervorming. Een belangrijke en noodzakelijke hervorming, die zeker en vast in de toekomst haar vorm zal vinden. Ik dank u. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Deckx, nog eens, terwijl u het hebt over het doorbreken van de hiërarchie en het wegwerken van de schotten, zegt Bart De Wever op dit eigenste moment in Villa Politica dat de schotten blijven bestaan en dat aso, tso en bso zullen blijven bestaan. Dat zegt hij nu, terwijl u hier bezig bent. Daardoor was er wat rumoer in de zaal en was iedereen niet meer echt aan het luisteren.

Mevrouw Deckx, u wilt inhoudelijk gaan. Als er domeinscholen zijn, betekent dat dan dat je kiest voor bijvoorbeeld taal en cultuur of economie en maatschappij, dat die scholen daarin gespecialiseerd zijn en dat het dus niet mogelijk is om een beetje taal en cultuur, economie en maatschappij en ook wat wetenschap en techniek te volgen? Dat denk ik niet.

Ik denk dat een aantal scholen meerdere domeinen zullen aanbieden, vrij veel scholen zelfs, en dat zullen de populaire scholen zijn. Er zal meer concurrentie komen tussen de scholen en dat is net het probleem in ons onderwijs vandaag. Hoe zult u dat aanpakken?

In uw plan is ook sprake van een centraal examen op het einde van de basisschool. Een centraal examen werd al in verschillende landen uitgeprobeerd, mevrouw Deckx. Nederland bijvoorbeeld komt daarop terug, want er is het fenomeen van ‘teaching to the test’: mensen worden klaargestoomd om een examen af te leggen op het einde van het basisonderwijs. De sterke winnen daarbij, want er kunnen studiebureaus worden ingehuurd om die leerlingen klaar te maken. En daardoor ontstaat een nog grotere tweedeling in het onderwijs. Hoe strookt dat met uw visie op meer gelijkheid en het bijspijkeren van de kennis van jongeren in de basisschool? Ik zie het niet, mevrouw Deckx.

U hebt het ook over vakleerkrachten in het basisonderwijs. A, er zijn te weinig vakleerkrachten. B, uw partij en uw minister staan nog nergens met een lerarenloopbaandebat. Hoe gaat u dat oplossen, mevrouw Deckx?

Ik wou dat u hier stond met een goed plan. Ik wou dat u hier stond met een goed decreet. Ik had dat heel graag gehad. Ik herhaal nog eens dat we bereid waren geweest om het te steunen, maar het zit er vandaag niet in.

Kathleen Deckx

Mevrouw Meuleman, u stelt een aantal specifieke vragen over dit plan. De domeinscholen zullen vorm krijgen. Belangrijk is dat er vandaag een visie is op de mogelijkheden die er zijn. Ik zal hier vandaag het warm water niet opnieuw uitvinden, het zullen de onderwijsverstrekkers zijn die nu, in overeenstemming met die visie, voor de uitwerking zullen zorgen.

U weet dat het getuigschrift basisonderwijs vandaag niet overal hetzelfde getuigschrift is. Daar moeten we zeker en vast paal en perk aan stellen. Er moet duidelijkheid komen. Over hoe die duidelijkheid er komt, werden ook een paar dingen opgesomd in het plan.

Wat de uitspraken van de heer De Wever aangaat, mevrouw Meuleman, ik ben nu helaas niet naar Villa Politica aan het kijken. Ik kan er dus absoluut geen stelling over innemen. Als hij hier zou zitten, zou ik dat met heel veel plezier doen, maar dat is helaas niet het geval. (Applaus bij sp.a)

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, dames en heren ministers, collega’s, ik wil vooreerst benadrukken dat het Vlaams onderwijs zoals we dat nu kennen, goed onderwijs is en dat het nu aan de top staat. We zijn tweede in Europa, maar we zijn ook bij de wereldtop, er zijn weinig landen die ons voorgaan. Met andere woorden het is sterk en kwaliteitsvol.

Dag in, dag uit geeft een hardwerkend en gemotiveerd lerarenkorps het beste van zichzelf. Maar, collega’s, die leerkrachten, ouders en ook wij, erkennen dat er knelpunten zijn. Knelpunten die ons onderwijs onder druk zetten en die weggewerkt dienen te worden aan de hand van wat wij al langer ‘slimme maatregelen’ noemen. We moeten bij een hervorming steeds de sterktes en de zwaktes, de doelstellingen van ons secundair onderwijs en de doelstellingen van een hervorming voor ogen houden. Wat willen we bereiken?

Een hervorming in het onderwijs moet op dit moment in algemene termen drie zaken in acht nemen. Een, het aantal jongeren dat uit het onderwijs uitstroomt zonder diploma moet verminderd worden. Twee, de sterke leerlingen moeten uitgedaagd blijven. En laat het duidelijk zijn, met sterke leerlingen bedoel ik cognitief sterke leerlingen, maar ook leerlingen die technisch en praktisch sterk zijn, sterke leerlingen in het brede scala. Drie, op alle niveaus moet er meer aandacht komen voor wetenschap en techniek.

Natuurlijk zijn er nog andere doelstellingen, maar dit zijn voor ons de drie belangrijkste.

We willen die problemen ook fundamenteel aanpakken. We moeten dus ook durven te kijken naar de oorzaken van die problemen. Die zijn divers. Spreek met veel leerkrachten, zeker ook in onze grootsteden: een van die problemen is het niet kennen van de onderwijstaal. Daar moeten we echt op inspelen. Ik kom daar zo dadelijk op terug.Wetenschap en techniek hebben niet dezelfde plaats in ons onderwijs als bijvoorbeeld wiskunde en Frans, en worden ook onvoldoende gewaardeerd en gestimuleerd. Ook is er de sociale context waarin heel wat kinderen opgroeien. Ten slotte is er ook de oriëntering, die te weinig op basis van competenties gebeurt.

Die problemen zullen we echt niet oplossen door ons onderwijs benedenwaarts te nivelleren. Neen, we moeten een aantal gerichte ingrepen doen, die specifiek die pijnpunten in ons huidige onderwijs aanpakken, om zo de kwaliteit van ons onderwijs te verbeteren. En ja, de N-VA heeft altijd constructief aan deze hervorming meegewerkt, vanuit een gedegen visie op het onderwijslandschap. Vanuit deze visie hebben wij, samen met de coalitiepartners, ook heel wat punten weten in te brengen. We zijn verheugd dat die ook zijn opgenomen in deze noodzakelijke hervorming.

Schoolachterstand is vaak te wijten aan het niet kennen van het Nederlands. Daarom werden er in dit masterplan maatregelen opgenomen. Dit masterplan is gisteravond voltooid, maar we zijn daar echt al langer mee bezig. Zoals minister Smet terecht heeft gesteld, zullen de eerste gevolgtrekkingen ervan morgen in de commissie worden besproken. Mijnheer Van Hauthem, ik nodig u uit om mee te komen debatteren. (Opmerkingen van de heer Joris Van Hauthem)

We krijgen dus een screening van de taalkennis als leerlingen overgaan van het kleuteronderwijs naar het lager onderwijs, en van het lager onderwijs naar het secundair onderwijs. Leerlingen die te weinig Nederlands kennen, kunnen tot een jaar taalbad krijgen. Er zal sprake zijn van verplichte uren Nederlands na de uren, de zogenaamde bijspijkerlessen, en er is ook aandacht voor de ouders, in het Integratiedecreet.

Ook andere soorten achterstand moeten echter doelgericht worden aangepakt. In het eerste en tweede jaar van het secundair onderwijs zullen, naast de basisvorming en de basisoptie, een aantal uren toelaten om te remediëren voor leerlingen die een achterstand hebben opgelopen, en extra verdieping te geven voor diegenen die meer kunnen.

Een keuze voor wetenschap en techniek moet een positieve keuze worden. In dit verband wil ik hier een oproep doen. Ik had zondag een heel boeiende ervaring met leerlingen van de eerste graad houtbewerking. Zij waren erg trots op het werk dat ze hadden gemaakt. Dat is iets dat ik voel bij heel veel leerlingen uit het bso en het tso, en ook bij leerkrachten daar. Laten we eens afspreken dat we het woord ‘waterval’ niet meer gebruiken. Een waterval impliceert dat men van boven naar beneden gaat. Het gaat echter om een andere oriëntering, een oriëntering op basis van competenties.

In ieder geval willen we een keuze voor wetenschap en techniek die positief is en gebaseerd is op zowel de interesses als de capaciteiten van leerlingen. Kinderen hebben immers eigenlijk een natuurlijke interesse voor techniek, maar men biedt hun dat zo weinig aan. Om die reden zijn er die vakken in de basisschool. Onbekend maakt onbemind. Zet de deur open. Ook in de eerste graad van het secundair onderwijs worden wetenschap en techniek toegevoegd aan de basisvorming. Dat is dus niet niets, en dit zal in de beste omstandigheden gebeuren, door vakleerkrachten.

Alle leerlingen moeten we blijven uitdagen. De N-VA wil een brede en degelijke algemene vorming, door die algemene vorming te versterken, door die te verbreden, zo u wilt.

Daarnaast vinden we de getrapte studiekeuze zoals die in het masterplan staat vermeld, waarbij de leerlingen in het tweede jaar kiest voor een basisoptie, aangevuld met een differentiatie, een zeer goede zaak. Op die manier kunnen we sterke leerlingen vanaf het eerste jaar blijven uitdagen en kunnen we zwakke leerlingen intens remediëren.

Deze hervorming behelst veel meer dan de bovengeschetste punten. Ik nodig iedereen uit om het masterplan eens rustig en volledig te lezen. Iedereen zal dan lezen en kunnen vaststellen dit op korte, middellange en langere termijn een belangrijke en noodzakelijke hervorming is.

Voor de volledigheid wil ik even de aandacht op een aantal punten vestigen.

Het aantal studierichtingen in de tweede en de derde graad zal worden gescreend, bijgestuurd, gereduceerd en op de noodwendigheid afgestemd. Het gaat dan om de arbeidsmarkt en om ons hoger onderwijs. Overbodige richtingen die geen aansluiting bieden, worden geschrapt.

Elke verworven competentie zal worden gecertificeerd. Nu merken we dat een aantal leerlingen, vooral uit het bso, de school zonder diploma verlaten. Die mensen hebben competenties. Zij kunnen bepaalde zaken. We zullen dan ook voor certificaten zorgen.

De eindtermen worden bijgestuurd. Naast de vaardigheden en de attitudes, wordt ook de kenniscomponent weer benoemd. De curricula worden bijgestuurd. De leerplannen worden geactualiseerd. De leerboeken worden aangepast. Dat is allemaal niet niets. Daar is tijd voor nodig.

Er komt een verplichte stage in de derde graad van wat we nu het tso en het bso noemen. Op die manier helpen we jongeren aan hun eerste werkervaringen op de arbeidsmarkt. Bovendien zullen alle richtingen uit het bso tot een diploma van het secundair onderwijs leiden en, mits een bijkomend voorbereidend jaar, uitzicht op het hoger beroepsonderwijs bieden. (Opmerkingen van de voorzitter)

Er komt een audit van de CLB’s. Er wordt gekeken naar de zijinstroom van leerkrachten en vakleerkrachten met expertise op de werkvloer. Er komt een oriëntatieproef op het einde van het secundair onderwijs.

Zoals andere sprekers en leden van de Vlaamse Regering al hebben aangehaald, hebben we stevig en lang onderhandeld over de noodzakelijke onderwijshervorming. Het is de bedoeling van alle partners rond de tafel om ons onderwijs aan de top te houden.

De N-VA is dan ook tevreden met het voorliggend masterplan en met de stroom aan punctuele maatregelen die de hardnekkige en netelige pijnpunten aanpakken. We zullen dit masterplan dan ook loyaal en consequent uitvoeren. (Applaus bij de N-VA en van minister-president Kris Peeters)

Joris Van Hauthem

Mijnheer Van Dijck, u verdedigt natuurlijk dit akkoord. Er blijven echter nog een paar vragen over. Op den duur wordt het hier immers een virtueel debat. Terwijl wij hier debatteren, is het debat hiernaast ook al de hele namiddag aan de gang. De partijvoorzitters komen verklaringen afleggen en dergelijke. We horen hier de verklaringen van de fracties. De meerderheidsfracties worden blijkbaar niet graag onderbroken. We merken echter dat hiernaast andere verklaringen worden afgelegd. Daar komt het in feite op neer. (Opmerkingen van de minister-president)

Minister-president, ik weet dat het hier te doen is.

Dit plan bevat een aantal cruciale elementen waaruit de ideologische verschillen tussen de coalitiepartners blijken. U kunt dat ontkennen, maar dat is gewoon de realiteit. Indien dit niet zo zou zijn, had u daar binnen uw eigen meerderheid niet zo lang over moeten discussiëren en onderhandelen en had u er na vier jaar de partijvoorzitters en een aantal specialisten niet moeten bijhalen.

Dat gaat over voor partijen bijzonder belangrijke elementen in het geheel. Wat kan men nu doen? Dit is men hier in het parlement aan het doen: die belangrijke elementen aan het verdrinken in het geheel van het dossier. Dat is typisch. Men probeert dan nog eens de oppositie te interpelleren vanuit de meerderheid.

De cruciale vraag is, en dat is ze ook voor u, mijnheer Van Dijck: wat is het engagement geweest van die partijvoorzitters? Nog altijd, niet alleen deze ochtend, hebben we een verschillende interpretatie gehoord van het akkoord en vooral van wat er na 2014 moet gebeuren. Niet alleen was er een verschil in interpretatie over de teksten, maar er was vooral een verschil in visie over hoe het na 2014 moet. Sp.a en CD&V zeggen hier: de trein is vertrokken, of zoals mijn collega heeft gezegd: de doos van Pandora is open. We gaan naar de grote hervormingsdrang. De heer De Wever zegt hier, dus niet alleen vanochtend: de schotten blijven overeind. Dat is natuurlijk de inzet. Daar is de meerderheid bijzonder verdeeld over. De heer De Wever zegt heel duidelijk: het wordt een verkiezingsthema.

Wat voor zin heeft het om een masterplan voor te leggen aan het parlement waar we allemaal voor zouden moeten applaudisseren, terwijl een voorzitter van een meerderheidspartij amechtige pogingen doet om zijn nederlaag te camoufleren en zegt dat men het nog eens gaat voorleggen aan de kiezer. Dan komt u hier als lid van de meerderheid zeggen: er is niets aan de hand, we zijn het allemaal eens. Dat klopt dus niet. Politiek klopt het niet. Men komt hier een goednieuwsshow verkopen, ook u, mijnheer Van Dijck. Ik ben er zelfs van overtuigd dat u hoopt dat na 2014 de schotten er nog altijd zullen zijn en dat heel die oefening van de matrix naar de prullenmand zal worden verwezen.

Sas van Rouveroij

Blijkbaar krijgt de heer De Wever gelijk van het ACOD Onderwijs. Ik weet niet of u het persbericht al hebt gelezen. Het ACOD is zwaar ontgoocheld want er is geen brede eerste graad en de schotten worden niet weggewerkt.

We willen uiteraard graag het masterplan bestuderen en er onze visie over ontwikkelen te gepasten tijde in de commissie, constructief als Open Vld altijd is in deze materie, ten behoeve van onze toekomst en die van de kinderen en leerkrachten. Maar nogmaals, dan moet het in de komende uren en dagen wel eens worden uitgeklaard welke interpretatie het nu heeft gehaald.

Mijnheer Van Dijck, u had het over de korte, de middellange en de lange termijn. Bij de lange en de middellange termijn kan ik me iets voorstellen, maar kunt u me eens concreet een aantal voorbeelden geven van maatregelen die op de korte termijn – dat is wat mij betreft voor de verkiezingen van 2014 – mogelijk zijn, die vandaag niet mogelijk zijn? Dus maatregelen die door het masterplan en ik weet niet welke handelingen allerhande – decreetgeving moeten we niet meer verwachten – toch mogelijk worden gemaakt? Wat kan vandaag niet en zal morgen, voor de verkiezingen dus, wel kunnen?

De heer Vereeck heeft het woord. (Opmerkingen van de heer Filip Dewinter)

Mijnheer Dewinter, de heer Vereeck heeft het woord. U kunt het woord vragen.

Lode Vereeck

Voorzitter, het is misschien interessant om ook de partijvoorzitter van uw partij uit te nodigen om deel te nemen aan het debat. Misschien kunt u een van de bodes ernaartoe sturen.

Ik sluit me aan bij de vorige spreker. Mijn vraag aan de heer Van Dijck is heel simpel. Ik heb twee vragen, dan kunt u een stukje van de verwarring die er ondertussen is ontstaan door de parallelle debatten hierbuiten en hierbinnen, meteen oplossen.

Ten eerste: blijven er schotten of blijven er geen schotten? Ten tweede: blijven aso, tso en bso bestaan of blijven ze niet bestaan? Dat zijn twee heel duidelijke vragen.

Aan de regering wil ik de hint geven dat ze misschien enkele uren langer hadden moeten onderhandelen, en dan vooral over de communicatie die ze zou voeren nadat het akkoord werd afgesloten. Voorlopig is het duidelijk: dit is een politiek akkoord, waarin de meerderheid akkoord gaat dat ze niet akkoord gaat en dat ze het eigenlijk wil uitstellen naar 2016, want daar vallen de cruciale beslissingen of men al of niet voortgaat met deze hervorming.

Ik stel voor dat we de vergadering schorsen. We kunnen niet blijven doen alsof. Het Titanic-gehalte van deze zitting is ongelooflijk. De heer Van Dijck speelt voort op zijn orkest, terwijl Bart De Wever daar buiten in de gang de boot doet zinken. Dat is wat hier gebeurt. Hier, mijnheer Van Dijck, zegt u dat dit belangrijk is en dat u het akkoord steunt, maar in de zaal hiernaast zegt de heer De Wever dat de schotten niet worden afgeschaft en dat er niets verandert. Hoe de Vlaamse Regering dit blijft pikken! Dat kan toch niet. (Applaus bij de oppositie)

Minister-president, u kunt toch niet anders dan in lopende zaken gaan. Ga in lopende zaken. Dit is een regering in lopende zaken. Dit is geen regering meer.

Marc Vanden Bussche

Ik heb een vraag voor de heer Van Dijck, voor de N-VA en voor de heer De Wever, maar hij is hier niet. Twee weken geleden kwam ik thuis van een belangrijk voetbaldebat dat West-Vlaanderen bezighield, namelijk of Waregem en Oostende zouden worden gekaapt door Antwerpen, en mijn zoon vroeg wat het standpunt van de heer De Wever was over de eventuele kaping van de voetbalploegen. Ik heb moeten zeggen: wacht, ik zal kijken naar Terzake om te horen wat de heer De Wever zegt over die voetbalploegen.

Het is hier hetzelfde met het onderwijsdebat. Ik heb deze morgen het standpunt van de heer De Wever kunnen horen op Radio 1. Zijn standpunt is dat er niets zal veranderen, dat men een keuzemogelijkheid zal hebben, een beetje zoals de vrijwillige fusie waarbij de gemeenten zullen kunnen kiezen, maar dat er uiteindelijk niets van komt zoals iedereen kon voorspellen.

Ik houd hier hetzelfde gevoel aan over, een soort vrijwilligheid die men aan de dag legt, maar geen kat die er haar jongen nog in terugvindt. Men spreekt over schotten, het is bijna een voetbalterm, leren sjotten, zegt men in het voetbal. Als we thuiskomen, zal men vragen hoe het nu zit in het onderwijs. Gaan de middelbare scholen zoals we die kennen, de colleges, de vakscholen, de atheneums, nog overeind blijven of worden dat andere scholen?

Elke spreker heeft er al voor gepleit om het over de inhoud te hebben, maar keer op keer komt het erop neer dat Bart de Wever er iets moet over zeggen. (Rumoer)

Er zijn hier echt een paar mensen met een fixatie. Mijnheer Keulen, zowat elke partijvoorzitter is deze namiddag al voor de camera van Linda De Win gepasseerd en nu plots, als de mijne daar staat, wordt erop geschoten. (Applaus bij de N-VA. Rumoer)

Vera Van der Borght

Hij is parlementslid, hij moet hier zitten.

Voor de mensen die eraan zouden twijfelen, ik ben door mijn fractie gemandateerd om het woord te voeren op het spreekgestoelte. (Rumoer)

Collega’s, het is lang geleden, maar ooit heb ik voor een klas gestaan. Ik zou zeggen: neem het masterplan secundair onderwijs op bladzijde 21. Mijnheer Vanden Bussche, deze morgen stak hij in uw mailbox. Goed? Bladzijde 21.

Zes mensen stellen mij een vraag. Ik wil antwoorden en ik kan niet antwoorden. (Opmerkingen van de heer Lode Vereeck)

Geen gezag in de klas. Daarom ben ik in de politiek gestapt, mijnheer Vereeck.

Neen, mijnheer Dewinter, u krijgt het woord niet. Mag ik alstublieft even? Er is door uw fractieleider een vraag gesteld aan de heer Van Dijck. Er zijn een aantal vragen gesteld aan de heer Van Dijck en hij gaat eerst antwoorden. Daarna kunnen diegenen die een vraag gesteld hebben, hun repliek geven en dan kunt u zich aansluiten. Ik heb de orde van de vergadering! En daarmee basta. (Opmerkingen van de heer Filip Dewinter)

Daar heb ik niets mee te maken. Ik ken uw uitleg al lang genoeg. (Opmerkingen van de heer Filip Dewinter)

Is de frustratie zo groot?

Op bladzijde 21 staat: “Verwacht wordt dat uiterlijk tegen midden 2016 deze matrix klaar zal zijn”. Sta me toe dat ik het een beetje uitleg. Minister Smet heeft het daarstraks ook goed uitgelegd. Alle studierichtingen gaan in een matrix, alle studierichtingen. De studierichtingen van aso, tso, bso, kso gaan in een matrix, doorstroomgericht, doorstroom- en arbeidsmarktgericht en arbeidsmarktgericht. (Rumoer)

Mannen, alstublieft, zeg. In een eliteschool sturen ze u normaal gezien nu naar de prefect. (Geroep)

Vervolgens worden al die studierichtingen geplaatst in een domein. Beste vrienden, politici, kijkers thuis als die er nog zijn, elke keer als je een matrix maakt en vakjes maakt, dan krijg je ‘grenskes’, dan krijg je inderdaad – en ik durf het niet te zeggen – afbakeningen. (Rumoer)

Waar wij op moeten toezien, is op de perceptie. We moeten zorgen dat die wordt weggewerkt. Als er scholen zijn die één domein in de volledige breedte aanbieden, dan is een van de meerwaarden dat een leerling van doorstroomgericht naar arbeidsmarktgericht kan gaan binnen dezelfde school zonder te moeten verhuizen. Ergo, dit betekent ook – en we moeten daar eerlijk in zijn – dat wanneer iemand in een brede eerste graad stapt en vervolgens blijkt dat die leerling competenties heeft die niet in de tweede en de derde graad van die school worden aangeboden, hij toch van school zal moeten veranderen. Laat ons stoppen met te zeggen dat er geen vakjes zijn. We moeten die wel vervagen, maar men kan op geen andere manier onderwijs organiseren.

Ik heb vanmorgen goed geluisterd. De finaliteit ging over welke labeling we zouden gebruiken. Een ding heb ik ook goed gehoord en dat hebben jullie niet gehoord. De heer De Wever heeft zeer duidelijk gesteld vanuit welk uitgangspunt de drie partijvoorzitters zondag bij de minister-president zijn geweest: niet als schoonmoeders, maar met de duidelijke boodschap dat er een oplossing moet komen. Mijn voorzitter heeft vanmorgen op de radio zeer duidelijk gezegd dat het onze ambitie is om wat hier is afgesproken, zeer loyaal mee uit te voeren. Dat heb ik vanmorgen gehoord.

Mijnheer van Rouveroij, u vroeg wat een brede eerste graad is. (Opmerkingen van de heer Sas van Rouveroij)

U hebt drie vragen gesteld. Welnu, daarstraks heeft en de minister van Onderwijs en de minister-president zeer duidelijk gezegd dat wat aanvankelijk werd gedacht over de brede eerste graad – en waarover vorig jaar de discussie ging –, van de baan is. Geen eenheidsworst: dat is ook toen al door de minister gezegd.

Wat nu voorligt, is geen eenheidsworst, dat is verbreden op alle mogelijke domeinen. Het werd daarstraks al gezegd: jongeren die met hun handen iets willen doen, moeten inderdaad ook in die verbreding aan bod kunnen komen. We gaan er meer lesinhouden aan geven, we gaan verbreden in de vakken, we gaan verbreden in wat ze kunnen leren en in wat ze kunnen meekrijgen om vervolgens op 13 en 14 jaar keuzes te maken.

Mijnheer Van Hauthem, u noemt dat een verkiezingsspel. (Opmerkingen van de heer Sas van Rouveroij)

Wat de schotten betreft, heb ik het toch wel uitvoerig uitgelegd, dacht ik.(Opmerkingen van de heer Sas van Rouveroij)

Ah? Op korte termijn? Men moet twee zaken onderscheiden. In ons masterplan – en ik zeg wel degelijk ‘ons’ masterplan – staat wel degelijk per maatregel een korte termijn en een langere termijn. Collega’s, de maatregelen die men op korte termijn wil nemen, zijn inderdaad vooral maatregelen waar men geen decreetgevend werk voor nodig heeft. Maar het is niet omdat men geen decreetgevend werk nodig heeft, dat het normaal was dat we dat gingen doen. Er zijn afspraken gemaakt over basisonderwijs, waarbij duidelijk staat: op korte termijn, op langere termijn, inzake inhoudelijke aanpak, en noem maar op. Lees het, en u ziet het onderscheid. Als u zegt dat u daar geen decreten voor nodig hebt, dan klopt dat. Maar men heeft wel de politieke wil nodig om het te doen, en dat gaan we doen. (Opmerkingen)

Lees het document, dames en heren. Er staat regelmatig in: nog te realiseren voor de verkiezingen. (Applaus bij de N-VA)

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, ik vraag me af wat ik hier sta te doen als het debat buiten wordt gevoerd. Elke uitspraak die we hier doen, kan onrealistisch of compleet irrelevant zijn als hier buiten nog andere verklaringen worden afgelegd. Ik denk dat we de deontologie van de parlementsleden ter zake misschien eens op het Uitgebreid Bureau moeten aankaarten.

Dames en heren, oef, er is een akkoord. Als commissievoorzitter ben ik er blij mee, want het onderwerp van de hervorming van het secundair onderwijs had in de commissie nagenoeg het statuut van WO II in Fawlty Towers verkregen: ‘don’t mention the war’. Telkens als hierover door de oppositie een vraag werd gesteld, antwoordde de minister ontwijkend of werd een nieuwe deadline vooropgesteld. De commissieleden van de meerderheid schoven zenuwachtig heen en weer op hun stoel, en maakten in de wandelgangen hun beklag en schoven de zwartepiet door naar een andere regeringspartij. Zoals het ‘Spook van de Opera’ is nu ook het ‘spook van de commissie’ verdwenen. Dat is een van de weinige verdiensten van dit akkoord: ‘il a le mérite d’exister’. Het laat de Vlaamse Regering toe om tot mei volgend jaar voort te hobbelen.

Minister-president, u gaat er prat op dat u dit akkoord als een ‘honest broker’ hebt gefixt tussen twee partijen met radicaal tegenovergestelde opvattingen. Op zich genomen is dit uiteraard een verdienste, maar als u dit plaatst in de context van het regeringstraject sinds 2009, dan verdient dat zeker geen schoonheidsprijs.

Mag ik de collega’s eraan herinneren dat de hervorming vier jaar geleden werd voorzien in het regeerakkoord, en dat minister Smet het onderwijs – zoals afgesproken – een jaar pedagogische rust heeft gegund, om in de herfst van 2010 met een duidelijke nota naar voren te komen?

In 2011 heeft de commissie een hele reeks hoorzittingen – nog altijd interessante literatuur – georganiseerd waarin duidelijke voor- en nadelen van de hervormingen naar voren kwamen. Binnen de commissie werd gezocht naar consensus- en dissensuspunten, maar in de winter van 2012 viel alles stil.

Hadden we toen verder gewerkt naar een akkoord, hadden we zelfs maar dit akkoord gehad, zouden we al veel verder staan met bijvoorbeeld het aftoetsen van de hervorming op het werkveld. De noden op de arbeidsmarkt wachten niet op de hervorming. Deze week maakte Agoria bekend dat er zomaar eventjes 11.753 ICT-vacatures openstaan, waarvoor geen valabele kandidaten worden afgeleverd door het onderwijs. Kan men zich voorstellen dat het verlies aan welvaart door dit dralen en klungelen inzake de onderwijshervorming werd teweeggebracht? Het volledige traject moet toch ook eens worden bekeken.

Minister-president, misschien ligt het aan individuele spelers in uw ploeg, die een en ander onhandig hebben aangepakt. Maar als coach bent u verantwoordelijk voor deze trein der traagheid, die misschien kan ontaarden in een Fyra-disaster.

De samenhang of moet ik zeggen de ‘uiteenhang’ – een nieuw Vlaams woord – van uw ploeg blijkt trouwens meteen uit de wijze waarop de verschillende partijen uit uw ploeg het akkoord interpreteren. Het is al verscheidene keren gezegd. De sp.a spreekt van een matrix-triomf en gaat er prat op dat zij het secundair onderwijs naar haar beeld en gelijkenis kan boetseren. Het rode opperhoofd Tobback zwijgt in zijn Twitter over het feit dat scholen de vrije keuze behouden. Dat wordt dus niet verteld, hoewel het belangrijk is. De N-VA zegt dan weer dat het allemaal niet echt ernstig moet worden genomen en dat de echte beslissing pas in 2016 zal worden genomen. De matrix, zegt de heer De Wever, is voor de verre toekomst en “in the long run, we’re all dead”, zegt de beroemde econoom John Maynard Keynes. Om het in shakespeareaanse termen te zeggen: er is voor elk wat wils en bijgevolg “much ado about nothing”. Het wordt allicht geen midzomernachtdroom.

Collega’s, als oppositielid heb ik me nooit te beroerd gevoeld om te erkennen dat er ook positieve punten zitten in regeringsvoorstellen. Dat is nu ook het geval. De hervormingen die worden voorgesteld in de laatste graad van het basisonderwijs – meer wetenschap en techniek, introductie van vakleraars – waardoor de overgang naar het secundair onderwijs wordt verbeterd, het werkplekleren in de arbeidsmarktgerichte studierichtingen, de taalproef en het taalbad zijn voorstellen die op een ruime consensus in de commissie kunnen rekenen, dus ook op mijn goedkeuring. We moeten wel beseffen dat vakleraars in het lager onderwijs een specifieke didactiek nodig hebben. Die didactiek is niet dezelfde als voor oudere leerlingen. Zulke vakleraars bestaan momenteel niet. Het zal dus nog een lange tijd duren vooraleer men effectief kan overgaan naar deze hervorming.

Wat de hamvraag in deze hervorming betreft, namelijk de structuur van het secundair onderwijs, heeft onze fractie gemengde gevoelens over het bereikte akkoord. Onze fractie heeft zich altijd gekant tegen een ‘tekentafelhervorming’ waarbij een revolutionaire en abstracte structuur wordt uitgetekend die dan wordt opgelegd aan een geleidelijk gegroeid scholenlandschap, doorweekt met de kennis en ervaring van duizenden en duizenden leerkrachten. Zo’n schoollandschap is een ‘belopen schoen’, die je niet zomaar weggooit.

De matrix-structuur met haar vijf domeinen en drie niveaus – één voor de studenten, één voor de werkers en één voor de twijfelaars – leek ons misschien goed als men een onderwijsssysteem ‘from scratch’ wil opbouwen, maar niet als je het oplegt aan een door de jaren gegroeid onderwijssysteem. Je maakt dan meer kapot dan je opbouwt.

Ons leek het beter verder te blijven werken met de drie onderwijsvormen als referentiekader, maar binnen dit kader verschuivingen aan te brengen die tegemoetkwamen aan de hedendaagse noden, zoals meer keuze voor wetenschappelijk-technische vakken. Zo had men bijvoorbeeld een reeks studierichtingen kunnen verschuiven van aso naar tso en het tso kunnen opwaarderen als wetenschappelijk onderwijs. Dat zou een mogelijkheid geweest zijn.

We moeten goed beseffen, dat, indien we de domeinscholen als uniek model opleggen aan ons secundair onderwijs, Vlaanderen ‘cavalier seul’ zal zijn in de wereld. In alle landen heeft men algemeen vormend onderwijs, technisch onderwijs en kunstonderwijs tot 18 jaar. Vlaanderen zou ongeveer het enige eiland in de wereld zijn met unieke domeinscholen. Dat zou dus een enorme vergissing zijn.

In landen als Frankrijk en Nederland is men op een hele reeks van dit soort hervormingen teruggekomen. De Partij van de Arbeid, de socialistische partij van Nederland, was destijds voor een algemene brede graad waar alles hetzelfde wordt gegeven, niet zoals bij ons, waar er nog wel degelijk diversificatie is. Maar de PvdA is daar dus op teruggekomen.

Als ik het goed begrijp, is de matrixstructuur voorlopig niets meer dan een werkschema dat dient om de studierichtingen een plaats te geven en geleidelijk, tot 2016, te beslissen over het behoud van die studierichtingen. Als het dat maar is, hebben wij daar geen bezwaar tegen. Er bestaat bijvoorbeeld de richting Haartooi, Binnen- en Rijnvaart in het gemeenschapsonderwijs. Leg me nu eens uit wat daar de samenhang van is. Als we de lijst van de studierichtingen bekijken, dan moet er inderdaad gekuist worden. Als men daarvoor de matrix gebruikt, dan is dan voor ons geen probleem. Dan is de matrixschade vrij beperkt.

Scholen worden dus niet verplicht om domeinscholen te worden waarbinnen de verschillende niveaus over dat domein worden aangeboden, zij kunnen ervoor opteren meerdere domeinen te bestrijken maar slechts op één niveau te werken. De aso-scholen blijven dus wel degelijk bestaan maar zij moeten zich semantisch vertalen als een horizontaal geintegreerde matrixschool in tegenstelling tot de verticaal geïntegreerde domeinschool. Tot zover is dit slechts een semantische hervorming. Zolang de matrixstructuur op semantisch vlak blijft, kunnen wij ermee leven. Meer nog, als libertaire partij verheugen we ons dat de hervorming niet top-down wordt opgelegd, dat de socialistische maakbaarheidsdrang wordt ingetoomd en dat de hervormingen op het werkveld worden getest en eventueel bottom-up tot stand zullen komen. Wij vinden het dus een goede zaak dat die schoolkeuze behouden blijft en dat de hervormingen zich op het werkveld kunnen bewijzen.

Ik wil er dan ook op wijzen dat de fameuze brede eerste graad bij vele scholen op papier slechts een eerste graad zal zijn, dat de populatie van die eerste graad wel degelijk afgestemd zal zijn op het aanbod van die semantisch vertaalde aso-school in de tweede en derde graad.

En dan is er nog het probleem van 2016. Ik hoor hier rare geluiden, collega’s. An de ene kant zegt men dat er in 2016 geëvalueerd zal worden. Aan de andere kant zegt men dat de hervorming onomkeerbaar is. Dat zijn twee zaken die tegenovergesteld zijn. Als men evalueert, dan kan die evaluatie slecht uitdraaien en dan moet men durven terugschroeven of bijsturen. Men kan dus niet zeggen dat de hervorming onomkeerbaar is en toch een evaluatie doorvoeren.

Tot slot hopen wij dat de scholen in alle onafhankelijkheid kunnen beslissen en dat het dictaat van de Wetstraat niet wordt vervangen door het dictaat van de Guimardstraat.

Wij hebben ook twijfels bij de financiële incentives die zullen worden gegeven aan de matrixscholen. Dat lijkt ons in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Ik nodig u alvast uit op het volgende actualiteitsdebat over de hervorming van het secundair onderwijs, dat wellicht zal plaatsgrijpen op 24 december 2016, bij leven en welzijn. (Applaus bij LDD en Open Vld)

De heer Vanden Bussche heeft het woord.

Marc Vanden Bussche

Ik heb goed geluisterd naar de heer Bouckaert en naar onze schooldirecteur, maar ik heb geen van beiden begrepen. Het gaat hier over matrix- en domeinscholen. Men probeert de gewone mens te verdrinken in onmogelijke taal. Geen mens die begrijpt waar het hier allemaal over gaat.

Ik wil de heer Bouckaert dan ook vragen of hij het eens wat beter zou kunnen uitleggen. Wat moeten wij straks zeggen als we in onze gemeente komen? Wat zal er nu veranderen in het college, in het eerste en tweede jaar? Wat zal daar vanaf volgend jaar veranderen? Dat zou ik graag vernemen.

De heer Van Dijck verwees naar bladzijde 21 van het masterplan. Daar lezen we dat de matrix pas in 2016 “op volledigheid, inhoudelijke consistentie en invoerbaarheid met de stakeholders (onderwijsverstrekkers, vakbonden, socio-economische partners, …) wordt geëvalueerd en afgetoetst.” Men houdt ons hier dus serieus voor het lapje met de bewering dat er hier een onderwijshervorming bezig is.

Men tracht het allemaal in mist te hullen door onmogelijke woorden te gebruiken, zodat geen mens het nog begrijpt. Maar dat is waarschijnlijk de uiteindelijke bedoeling van dit akkoord.

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, dames en heren, ik kan alleen maar vaststellen dat men twintig jaar lang gepraat heeft over een hervorming van het secundair onderwijs, maar dat men er nooit in geslaagd is om te beslissen. Ik kan alleen maar vaststellen dat die beslissing vandaag wel wordt genomen. Ik kan alleen maar vaststellen dat de beslissing die deze Vlaamse Regering heeft genomen, een bijzonder groot draagvlak heeft, zowel in de onderwijswereld als in het bedrijfsleven. Als ik alle verklaringen die nu binnenkomen, van de Bouwunie en anderen, hoor, is men zeer blij met de gedragen, weloverwogen en doordachte beslissing die deze regering heeft genomen.

Het klopt dat we nu met deze beslissing naar de scholen en naar de lerarenkamer moeten gaan. We hebben een duidelijk standpunt ingenomen, we zullen ook heel duidelijk zijn ten aanzien van de leerkrachten. We rekenen erop dat we dat draagvlak samen met hen kunnen uitwerken.

Collega’s, wat is het doel van deze hervorming? Het doel is ervoor te zorgen dat onze samenleving vooruit kan gaan, dat elk kind zijn talent herkend en erkend ziet worden. Meer nog: dat elk kind het recht krijgt om de juiste keuze te maken, die de rest van zijn leven zal bepalen. Het is heel belangrijk dat we met zijn allen respect opbrengen voor keuzes die kinderen maken. En dus moeten ze ook de tijd krijgen om de juiste keuze te maken. Daarom moeten we ons onderwijs hervormen. Het klopt, we zitten aan de top. Maar als we aan de top willen blijven, zegt de OESO ons, moeten we hervormen. En dat zullen we ook doen.

Voorzitter, ik heb heel goed geluisterd naar de vele betogen en opmerkingen. Ik stel vast dat sommigen nogal snel conclusies trekken en de draagwijdte van beslissingen niet altijd goed inschatten. Dat is helemaal geen verwijt, want onderwijs is een heel complexe materie. Ik stel voor, collega’s, en ook u, mijnheer Vanden Bussche, dat u naar de commissie Onderwijs komt. Daar zal ik in detail alles uitleggen en de mechaniek die erin zit, verduidelijken. We zullen dat overigens ook doen ten aanzien van de sociale partners die nu gereageerd hebben, maar uiteraard ook van diegenen die dat nog niet gedaan hebben.

Dames en heren, de trein is vertrokken, de tanker is van koers gewijzigd. Ik kan alleen maar vaststellen dat er veel volk op de trein en op de tanker zit. Misschien moeten we ook maar eens overwegen of we dat met dit parlement niet moeten vertalen in een voorstel van resolutie, waar ook de oppositie kan toe bijdragen en aan meewerken.

Collega’s, wij zullen met de Vlaamse Regering besluiten nemen om dit nog tijdens deze legislatuur uit te voeren. We zullen waar nodig ook nog tijdens deze legislatuur decretale aanpassingen doen. Meer nog: we hebben erop geanticipeerd, want morgen zal ik in de commissie OD XXIII toelichten, waar al heel wat maatregelen in vervat zitten die ook in het masterplan zitten.

Voorzitter, wij zullen onze verantwoordelijkheid nemen. De heer De Meyer heeft het heel mooi uitgedrukt. Ik roep dit parlement op om vertrouwen te hebben, vertrouwen in de dynamiek van ons onderwijsveld, vertrouwen in de wijsheid van ons bedrijfsleven. Die mensen vinden onze beslissing een zeer goede beslissing. Georges Monard, een zeer belangrijk man in de onderwijswereld, vindt dit een zeer goede beslissing.

Welnu, de koerswijziging is begonnen, de richting is uitgestippeld. We gaan met zijn allen de trein laten vertrekken en er hard voor werken, opdat de mensen in het onderwijs toekomst kunnen geven aan onze samenleving. Heb vertrouwen in het onderwijsveld, heb vertrouwen in de dynamiek van het bedrijfsleven. Wij als regering hebben dat. We hebben dat vertaald in een goede beslissing. Nu gaan we aan de slag. Dank u wel. (Applaus bij de meerderheid en bij de regering)

Minister, de film The Matrix gaat over twee parallelle werelden, twee parallelle universums. We hebben hier iets gelijkaardigs gezien. U bent in de illusie dat iedereen op uw trein zit en u denkt dat er een hervorming zal komen. En dan zijn er de Belgaberichten van vandaag: de Christelijke Onderwijscentrale (COC) en de Algemene Centrale der Openbare Diensten (ACOD) zeggen dat er helemaal geen hervorming komt, dat er geen brede graad komt en dat de schotten niet worden weggewerkt. Ook het Vlaams netwerk van ondernemingen (Voka) en de Unie van Zelfstandige Ondernemers (UNIZO) zijn kritisch. Zij zeggen dat er toch wel lichtpuntjes zijn en dat we moeten positief blijven en hopen. Maar het is toch zeer zorgwekkend dat we dit debat over de verkiezingen tillen en in 2016 zullen zien of we het plan uit de kast halen of niet.

Het is mooi dat u zegt dat u samen met de oppositie een resolutie wilt maken. Minister, ik weet niet of u het zich nog herinnert dat we dat twee jaar geleden hebben geprobeerd. Allemaal samen, met goede moed. Ook mijn partij, Groen, wilde daar graag aan meewerken. De N-VA heeft dat toen opgeblazen en is eruit gestapt. Vandaag heb ik begrepen dat het een resolutie zal moeten zijn die van kracht wordt in 2016, waarbij de perceptie van de grenzen van de matrix zal worden opgeheven. Dat heb ik begrepen van de heer Kris Van Dijck. Dat is wat er gaat gebeuren: “de perceptie van de grenzen van de matrix zal worden opgeheven.” Wie hiermee tevreden naar huis gaat, is met weinig content en laat zich met een kluitje in het riet sturen.

Minister-president, ik hoop dat u naast een goed acteur – de vergelijking met George Clooney is gemaakt – ook een zeer goed ‘plamuurder’ bent. U zult alle scheurtjes die Bart De Wever in uw regering aanbrengt, alles wat hij kapotmaakt, moeten kunnen herstellen en plakken. Het zal nodig zijn. U hebt nog een jaar voor de boeg, met herstelwerken, met reparaties, met opnieuw op te bouwen wat buiten de muren van dit parlement wordt gesloopt. Veel succes daarmee. (Applaus bij Groen)

Wim Van Dijck

Voorzitter, als ik minister Smet hoor zeggen dat hij en de Vlaamse Regering vertrouwen hebben in het onderwijsveld, dan bekruipt me toch een raar gevoel. Want als er iemand geen vertrouwen heeft, is het de Vlaamse Regering wel en is het onderwijsminister Smet wel. Vertrouwen? Ja, in de koepels, in Monard, in nog wat experts. Maar blijkbaar geen vertrouwen in de leerkrachten, die een hervorming krijgen opgedrongen die ze niet willen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Boudewijn Bouckaert

Minister, wij zijn blij dat u dat plan inhoudelijk wilt komen toelichten in de commissie. De oppositie heeft het verwijt gekregen dat zij inhoudelijk geen argumenten heeft, maar ik heb uit uw speech ook niets inhoudelijks afgeleid. U hebt enkel bejubeld dat er een akkoord was, en niets meer. Ik wil daarover ook niets meer zeggen, het debat is absoluut nog niet afgesloten. Maar ik sluit mij wel aan bij de heer Wim Van Dijck: u refereert altijd aan de voorstanders, maar er zijn ook veel mensen die de hervormingen absoluut niet slikken. Dat komt tot uiting op allerlei manieren: in petities en dergelijke meer, zelfs in verklaringen van de vakbonden. We zijn dan ook een beetje verwonderd dat Voka u steunt en dat de vakbonden de hervormingen afwijzen. Dat is de wereld op zijn kop.

U schermt met Monard. Monard is in onze commissie komen verklaren dat het absoluut geen goede zaak zou zijn indien we de toestand van het vernieuwd secundair onderwijs (vso), waarbij in Vlaanderen een dubbel systeem gold, zouden herhalen. Welnu, de eerlijkheid gebiedt om te zeggen dat we met wat nu voorligt, zo’n dubbel systeem zullen hebben. U mag dat verhullen met matrixtoestanden, maar het is zo. U moet dus niet te fel schermen met Monard.

Marleen Vanderpoorten

Ik heb nog een klein vraagje, maar het is voor mij wel belangrijk. In de tekst staat dat vanaf september 2014 de mogelijkheid zal worden gecreëerd tot het inzetten van bijzondere leermeesters. De ‘mogelijkheid’. Dat betekent dat er geen stimulans zal zijn, dat het nog altijd zoals nu blijft, dat de scholen het kunnen doen? Er verandert dus niets ten opzichte van nu op dit vlak?

Minister Pascal Smet

Ik zal dat verder uitleggen in de commissie.

Marleen Vanderpoorten

Is het zo ingewikkeld?

Dat is genoteerd. Ik schrijf in mijn agenda dat het debat in de commissie wordt voortgezet. Ik kijk uit naar het voorstel van resolutie. Wordt vervolgd.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Wenst iemand tot besluit van dit actualiteitsdebat een motie of een motie van wantrouwen in te dienen?

– De heer Joris Van Hauthem kondigt aan een motie te zullen indienen.

De motie moet uiterlijk om 17.50 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daarover straks uitspreken.

Het debat is gesloten.

Verklaring van de Vlaamse Regering over de hervorming van het secundair onderwijs
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.