U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet tot vaststelling van de regels inzake de verdeling van het Vlaams Plattelandsfonds.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Verfaillie heeft het woord.

Jan Verfaillie

Voorzitter, minister-president, minister, collega’s, gezien het uur zal ik mij beperken tot de essentie, want uiteindelijk hebben wij hierover in de bevoegde commissie over alle partijgrenzen heen reeds uitvoerig gedebatteerd.

Het voorliggende ontwerp van decreet over het Plattelandsfonds past volledig in de uitvoering van het regeerakkoord. Onze fractie is dan ook de Vlaamse Regering dankbaar dat ze in deze moeilijke budgettaire tijden waarin we ons bevinden – laten we daar eerlijk over zijn – bij de budgetcontrole 6 miljoen euro heeft vrijgemaakt om van start te gaan met het Plattelandsfonds.

De probleemstelling van de plattelandsgemeenten is algemeen bekend. Plattelandsgemeenten worden geconfronteerd met allerhande uitdagingen en ze worden gekenmerkt door een vrij uitgestrekt grondgebied en relatief weinig inwoners. Daardoor kampen ze met een aantal financiële problemen.

En die worden nog meer in de kijker geplaatst door de parameters van het Gemeentefonds, die niet echt in het voordeel spelen van de plattelandsgemeenten. Minister Bourgeois bereidt in dat verband een grondige evaluatie voor. Daarnaast is er het Stedenfonds, dat instaat voor de extra financiering van de dertien centrumsteden die Vlaanderen rijk is.

Daaruit is het idee gegroeid dat er nood is aan een specifiek fonds voor die kleine plattelandgemeenten. Eigenlijk werd in dat verband al een eerste aanzet gegeven toen Yves Leterme in 2004 minister-president werd van deze Vlaamse Regering en toen voor de eerste keer een minister specifiek bevoegd werd voor het plattelandsbeleid. Die bevoegdheid werd overgenomen door de huidige minister-president, met als resultaat dat in het regeerakkoord van 2009 de afspraak werd gemaakt dat men zou starten met het Plattelandsfonds.

Collega’s, 50 gemeenten komen in aanmerking voor financiering via het Plattelandsfonds, en dit op basis van objectieve statistieken en criteria. De centen worden voor een aantal gemeenten verdeeld aan 1200 euro per kilometer gemeenteweg, voor andere gemeenten aan 1000 euro per kilometer gemeenteweg, afhankelijk van de grootte van de steden en gemeenten. 50 gemeenten staan nominatief vermeld in de lijst. Wij hebben die lijst gekregen van de minister-president.

In deze moeilijke tijden is de Vlaamse Regering er bij de budgetcontrole echter maar in geslaagd om 6 miljoen euro vrij te maken. Door de vrijmaking van die 6 miljoen euro komen slechts 37 gemeenten in aanmerking, met een maximumbedrag van 250.000 euro. Dat betekent concreet, collega’s, dat 13 gemeenten wel op de lijst staan ingeschreven, maar vandaag nog wat in de kou staan. Die gemeenten hadden bij de opmaak van het Plattelandsfonds ook gerekend op een extra financiële injectie, maar dat is er niet van gekomen.

Ik ben ervan overtuigd, collega’s, voorzitter, minister-president, dat de Vlaamse Regering alles in het werk zal stellen om bij de opmaak van de begroting 2014 die 6 miljoen euro op te trekken tot 8 miljoen euro, zodat alle 50 gemeenten die in de lijst voorkomen, ook zullen kunnen genieten van een financiële ondersteuning.

Wat betekent dit Plattelandsfonds nu specifiek voor het werkveld? Die 37 gemeenten die opgenomen zijn in de lijst, vertegenwoordigen 307.923 inwoners, wat neerkomt op een extra financiële injectie van Vlaanderen van 19,38 euro per inwoner. Ik wil dat even vergelijken met het Stedenfonds, collega’s. Dat bedraagt vandaag 142 miljoen euro. Van dat bedrag genieten 1.584.903 inwoners, wat een gemiddelde financiële injectie betekent van Vlaanderen van 89 euro. Ik zeg ‘gemiddeld’, want er zijn er natuurlijk die meer krijgen, zoals Antwerpen en Gent.

Ik ben ervan overtuigd, collega’s, dat de goedkeuring van dit ontwerp van decreet een zeer goede opstap is om op termijn tot een geïntegreerd en meer gecoördineerd plattelandsbeleid te komen. Ik ben er ook, samen met onze fractie, van overtuigd dat de Vlaamse Regering bij de opmaak van de begroting 2014 het bedrag van 6 miljoen euro zal optrekken tot 8 miljoen euro, zodat alle 50 gemeenten op de lijst effectief de nodige middelen ter beschikking zullen krijgen.

Op de middellange en lange termijn is er meer werk aan de winkel. Vandaag hebben we het Gemeentefonds, het Stedenfonds en nu hebben we het Plattelandsfonds. Op termijn moeten we naar een integratie gaan van alle fondsen, gebaseerd op objectieve criteria. CD&V is hierin een partner voor de Vlaamse Regering. We juichen het initiatief toe van minister Bourgeois, die momenteel volop bezig is met de evaluatie van de criteria. We kijken reikhalzend uit naar de resultaten hiervan, zodat de gemeenten op een objectievere manier worden gefinancierd door Vlaanderen dan vandaag het geval is.

Onze fractie is tevreden met het Plattelandsfonds. We zullen dit ontwerp van decreet ten volle ondersteunen en mee goedkeuren. We vragen langs deze weg aan de Vlaamse Regering om het bedrag voor volgend jaar te verhogen van 6 naar 8 miljoen euro. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

De heer Verfaillie krijgt een duidelijk applaus, maar ik wil hem herinneren aan zijn betoog tijdens de regeringsverklaring van vorig jaar. Hij viel de regering toen zwaar aan door te zeggen dat er niets in huis kwam van het Plattelandsfonds, dat het allemaal te laat en te weinig was. Hij dreigde er zelfs mee tegen de regeringsverklaring te stemmen, maar een kort telefoontje van de minister-president heeft hem op andere gedachten gebracht. Ik vind het toch de moeite waard om hem nu te herinneren aan zijn stemgedrag en betoog van vorig jaar.

De voorzitter

De heer Verfaillie heeft het woord.

Jan Verfaillie

Ik ben aangenaam verrast dat de heer Sintobin op de hoogte is van het telefoonverkeer tussen de minister-president en mezelf.

De voorzitter

Mevrouw Vissers heeft het woord.

Linda Vissers

Voor ons ligt het langverwachte en beloofde Plattelandsfonds ter stemming. Over de doelstellingen en de noodzaak van het beoogde doel zijn de meesten het wel eens. Er is inderdaad nood aan een extra financiering van gemeenten die enerzijds relatief weinig inkomsten kunnen genereren en anderzijds voor de uitdagingen staan van het onderhoud van een uitgebreid wegennet en het instandhouden van de open ruimte.

Vraag is waarom het allemaal zo lang heeft moeten duren. Het is al te doorzichtig als men nu, op minder dan een jaar van de verkiezingen boven water komt met dit Plattelandsfonds, en nog wel een ingekrompen Plattelandsfonds. Van de 50 gemeenten zijn er slechts 37 die in het eerste jaar projecten zullen mogen indienen omdat de beloofde 8 miljoen euro werd teruggeschroefd tot 6 miljoen euro. Dat heeft geleid tot een hoop ontevredenheid. Begrijpelijk ook, want de minister-president had vorig jaar aan 50 gemeenten concrete beloftes gedaan.

We kennen allemaal de terechte boze reacties van een aantal burgemeesters die al dan niet voor het theater hun ongenoegen hebben geuit. Bovendien heb ik een vermoeden dat de Vlaamse Regering stilletjes hoopt dat de betrokken gemeenten aan het begin van een nieuwe bestuursperiode nog onvoldoende voorbereid zijn om 100 procent in te spelen op deze mogelijkheid en zo de geplande budgetten niet zullen opgebruiken. Het stond wel in het regeerakkoord, maar we hebben al jaren de indruk dat de regering dit Plattelandsfonds toch liever kwijt dan rijk is. Dit alles kan misschien de vertraagde en valse start verklaren.

Er is niet enkel de valse start, aan de inhoud van dit ontwerp van decreet schort ook een en ander. Een aantal gemeenten voelen zich ook bekocht omdat ze door een onduidelijke toepassing van de criteria uit de boot van de 50 uitverkorenen zijn gevallen. Zo is er scherpe kritiek op de ongemotiveerde keuze in verband met de bron voor de afbakeningscriteria. Waarom worden voor het inwoneraantal per vierkante kilometer en het percentage bebouwde grond federale cijfers gebruikt in plaats van de cijfers van de lokale statistieken van de Vlaamse overheid? De statistieken van het ruimtegebruik van de federale Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie (ADSEI) worden regelrecht in vraag gesteld.

We gaan ervan uit dat er geen wijziging meer kan komen in de samenstelling van de groep van vijftig gemeenten, aangezien de minister-president al die gemeenten al in de zomer heeft aangeschreven. Volgens ons moet veel sterker de nadruk worden gelegd op de ondersteuning van de fiscaal armste gemeenten. Dat moet gebeuren door de bonus significant op te trekken voor de fiscaal armen en trapsgewijs te laten afbouwen, en door het trekkingsrecht sterker te linken aan fiscale draagkracht, zodat de zwaarte van de opdracht voor de gemeenten in kwestie in rekening wordt gebracht. Nu gebruikt men alleen de absolute waarde van de opdracht, namelijk het aantal kilometers verhard wegennet. Dat betekent dat de meest verstedelijkte plattelandsgemeenten de grootste dotatie krijgen, terwijl het moet gaan over de vraag voor wie die openruimteopdrachten het zwaarst zijn. Daarom moet het minstens ook worden gerelateerd aan de fiscale draagkracht. Ook is het gebruikte cijfermateriaal met betrekking tot het aantal kilometers verhard wegennet niet recent. Het dateert van 2005 en is gebaseerd op een enquête bij de gemeenten. Hierbij worden opnieuw de meest verstedelijkte plattelandsgemeenten bevoordeeld.

Bovendien voorziet het ontwerp van decreet ook niet in een evaluatie. Er moet over worden gewaakt dat bij de uitwerking van het decreet het principe van een beperkte administratieve last voor de gemeenten gevrijwaard blijft. Het meerjarenplan en de jaarrekening moeten volstaan om de besteding van de middelen uit het Plattelandsfonds op te volgen. Het lijkt ons evident dat na enkele jaren wordt bekeken of de doelstellingen van het platteland worden bereikt. Dat zal geen gemakkelijke opgave zijn, maar er moet op zijn minst een aanzet toe worden gegeven, door bijvoorbeeld enkele evaluatietechnieken naar voren te schuiven.

Kortom, heel dit ontwerp van decreet ademt onvoldragenheid en onvolmaaktheid. Op het einde van de legislatuur met een dergelijk werkstuk voor de pinnen komen, is beschamend voor Vlaanderen. We kunnen gerust stellen dat dit dossier illustratief is voor het gebrek aan bestuurskracht van deze meerderheid. Indien we deze problematiek bekijken in een ruimere context, dan moeten we het debat durven aan te gaan over de totaalfinanciering van de gemeenten, en moeten we ook durven te stellen dat heel dit Plattelandsfonds een doekje voor het bloeden is. Ik denk dat de meerderheid dat ook beseft, maar dat niet echt durft toe te geven.

Volgens ons zijn er twee dingen nodig. Heel het financieringsmechanisme van het Gemeentefonds moet worden herbekeken, zodat een uiteindelijk marginaal gegeven zoals het Plattelandsfonds overbodig wordt. Ook moeten de gemeenten anders en beter gaan samenwerken en moet het debat over een nieuwe fusie uit de taboesfeer worden getrokken. De huidige financiële toestand van de gemeenten maakt duidelijk dat gemeenten keuzes moeten maken en niet meer alle infrastructuur kunnen aanbieden, en dat bovenlokale samenwerking of een nieuwe fusiebeweging de enige uitkomstmogelijkheden bieden. Ik denk dat sommigen hier dat wel beseffen, maar we stellen vast dat de huidige Vlaamse overheid niet overloopt van daadkracht en visie, en maar wat aanmoddert. Dit is een van de dossiers die in die lijn liggen.

Het Vlaams Belang is ervan overtuigd dat het onderhoud van wegen en het behoud en ontwikkelen van de open ruimte in onze landelijke gebieden een kerntaak blijft van het lokale niveau. Het Vlaams Belang wil dat gemeenten die een beleid voeren dat de open ruimte wil behouden en valoriseren, daarvoor worden beloond. Dit schaamlapje dat men Plattelandsfonds heeft gedoopt, zal die nood niet lenigen.

Minister-president, de plattelandsgemeenten zullen ondanks dit Plattelandsfonds een achterstand behouden. Het sturend vermogen van het fonds is miniem. De autonomie voor de lokale besturen met betrekking tot de besteding van de middelen is groot. Het Plattelandsfonds heeft zeker zijn belang, maar vooral gezien het beperkte sturende karakter ervan zien we deze optie als een voorlopige oplossing, in afwachting van de totaalherziening van de algemene financiering van de lokale besturen via het Gemeentefonds. Het Gemeentefonds moet worden uitgebreid en hervormd. Wij hopen dat bij de aanvang van de volgende legislatuur de Vlaamse Regering daar onmiddellijk werk van zal maken. Mocht dat niet het geval zijn, dan hopen we dat de volgende regering in voldoende middelen zal voorzien voor dit Plattelandsfonds. Zo niet zal het slechts een levensduur van een à twee jaar hebben en dat is onvoldoende om de bestuurskracht van de plattelandsgemeenten effectief te ondersteunen. Wij vinden dat ons platteland beter verdient!

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer

Mevrouw Vissers, uw betoog verrast me enigszins. Wat u zegt over het Gemeentefonds op langere termijn, is correct. Dat heeft de heer Verfaillie trouwens ook gezegd. De vorige legislatuur hebben we echter een voorstel van resolutie goedgekeurd met betrekking tot meer middelen voor het platteland. Ik dacht zelfs dat uw fractie dat voorstel mee heeft goedgekeurd. De criteria die in die resolutie zitten, zijn ook perfect terug te vinden in het ontwerp van decreet dat vandaag voorligt.

Het is goed dat u nog weet wat uw fractie eergisteren in dit parlement heeft goedgekeurd. Dat wou ik toch even meegeven. (Opmerkingen van de heer Stefaan Sintobin)

Er werd niet over geld gesproken. Dat is een groeipad gezien de economische omstandigheden.

Het is natuurlijk gemakkelijk om het mevrouw Vissers op die manier misschien wat moeilijk te maken, door te verwijzen naar een resolutie van de vorige legislatuur. In de regeringsverklaring en de discussies in de commissie werd telkens gesproken over meer dan 6 miljoen euro. Daarom hebben we natuurlijk kritiek op de criteria voor verdeling, omdat het budget is veranderd. Dat lijkt me toch de meest logische zaak.

Jan Verfaillie

Dat betekent heel concreet: indien er volgend jaar 8 miljoen euro wordt uitgetrokken, vervalt alle kritiek van het Vlaams Belang?

Ik zeg nogmaals, mijnheer Verfaillie, zoals mevrouw Vissers heeft gezegd en zoals u tussen de lijnen hebt aangegeven, dat 6 miljoen euro of zelfs 8 miljoen euro maar een doekje voor het bloeden is. Kijk naar de immense bedragen die naar steden gaan. Een paar harde winters zoals dit jaar en de gemeenten komen niet toe met die extra ondersteuning. Overdrijf nu niet door te zeggen dat het alle problemen zal oplossen van alle plattelandsgemeenten. Het is zo dat een aantal plattelandsgemeenten uit de boot vallen, en iedereen weet wel waarom sommige erbij zijn en andere niet. (Opmerkingen van de heer Jan Verfaillie)

De voorzitter

De heer Callens heeft het woord.

Karlos Callens

Eventjes voor alle duidelijkheid, wanneer u mijn tekst zult aanhoren: het is niet zo dat wij problemen hebben met het Plattelandsfonds, wij zijn als Open Vld wel voorstander van een Plattelandsfonds, maar op een andere manier. Ik wil er als inleiding ook bij vertellen dat we problemen hadden met de laattijdigheid. Het komt er wel, het komt er niet, het komt er met vertraging, het decreet komt er maar de centen niet. Over het Plattelandsfonds werd de afgelopen jaren veel en eigenlijk slecht politiek theater opgevoerd. Wat de heer Sintobin vertelt over de heer Verfaillie, was een voorbeeld van de woorden die ik hier juist uitgesproken heb.

Wel weten we dat verschillende burgemeesters van verschillende politieke kleur zowel in de regionale als in de nationale pers vragende partij waren, maar nu al achterhoedegevechten voeren om eventueel toch te worden opgenomen of meer te ontvangen. Dit ontwerp van decreet is er voor een groot stuk snel gekomen, maar het is een beetje praat voor de vaak. De afgelopen maanden hebben bewezen dat de Vlaamse Regering geen oor had voor kritische bedenkingen en zeker niet voor alternatieve voorstellen. Het moest en het zou dit Plattelandsfonds worden. Dat herleidt het meteen tot één grote verdienste: het is er. Het is er te laat, onvoldoende en onvolmaakt, maar het is er.

Beste vrienden, waarom gebruik ik een beetje harde taal? Vanaf het moment dat u, minister-president, in uw verklaring hebt gesproken over het Plattelandsfonds, hebben wij met alle parlementsleden van Open Vld de koppen bij elkaar gestoken om na te denken over dat Plattelandsfonds en over de problemen van de kleine gemeenten. We hebben dat ook op papier gezet en dat allemaal in het parlement gebracht, eerst onder de vorm van een conceptnota. Dat was een beetje om u op te jagen, minister-president. Het is gelukt, want op het moment dat onze conceptnota voorkwam, kregen we het voorstel van het Plattelandsfonds.

Het is gelukt. Met de dreiging die we hebben geuit, hebben we het voor een groot stuk gehaald. Ik denk dat de plattelandsgemeenten Open Vld dankbaar zullen zijn. (Opmerkingen)

Even ernstig, ik wil daarmee duidelijk stellen dat wij wel voorstander zijn van een Plattelandsfonds of van een ander systeem om de gemeenten te financieren. Onze partij heeft niet alleen in een conceptnota, maar ook in een aantal amendementen een alternatief geformuleerd. Die werden zomaar heel snel van tafel geveegd, en er werd bijna niet over gediscussieerd. Ik vind dat heel jammer, want ik ben ervan overtuigd dat de mensen van de meerderheid voor een groot stuk een denktank hebben die bepaalde goede insteken heeft. Maar ik ben er ook van overtuigd dat we binnen ook Open Vld mensen hebben die goede ideeën hebben inzake een Plattelandsfonds of om verbeteringen aan dit Plattelandsfonds aan te brengen.

Er waren problemen, laat ons daar eerlijk over zijn. We hadden her en der wel bepaalde zaken voorgesteld, waarvan dan bleek dat dat problemen kon creëren. Mijnheer Caron merkte bijvoorbeeld op dat de 300.000 euro die werd voorgesteld voor iedere gemeente een probleem kon zijn. Zo zou de gemeente Herstappe meer hebben gekregen dan haar begroting. Dat is juist, en dat was een probleem binnen ons voorstel.

Maar ik vind persoonlijk dat deze detailkritiek een lachertje is in vergelijking met de fundamentele kritiek die het voorliggend ontwerp van decreet heeft gekregen in de adviezen van de Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV), de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) en de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken (VLABEST). De kritieken die in deze adviezen werden geformuleerd, kwamen vaak overeen met wat wij op papier gezet hadden.

Ik beperk me tot enkele belangrijke kanttekeningen uit die adviezen. Zij hebben het over: de laattijdigheid; de ondoelmatigheid van de verdelingscriteria – misschien belangrijker –; het ontoereikende budget en het aantal begunstigde gemeenten; de projectmatige in plaats van een structurele aanpak; in het verlengde hiervan de dreigende administratieve overlast en de benadeling van de kleinste gemeenten; de onzekerheid over het budget. (Opmerkingen van de heer Jan Verfaillie)

Mijnheer Verfaillie, bent u er zeker van dat er volgend jaar 8 miljoen euro op papier staat? U hebt het ook gevraagd, dus er bestaat ook enige onzekerheid binnen uw eigen partij.

Ten slotte waren er nog kanttekeningen bij de subsidiëring en de concrete uitvoeringsmodaliteiten die we nog moeten zien.

Neen, dan maken wij liever Herstappe blij met één te grote vogel, terwijl de Vlaamse Regering alle begunstigde gemeenten blij maakt met een dode mus.

Voorzitter, minister, collega’s, als Open Vld hebben we het volste begrip voor de precaire budgettaire situatie van de Vlaamse overheid. Het zo lang uitblijven van het Plattelandsfonds, dat expliciet in het regeerakkoord was opgenomen, beschouwen we echter als een verkeerde keuze. Maar nu de knoop uiteindelijk werd doorgehakt, betreuren we de verkeerde inhoudelijke keuzes die tegen allerhande adviezen in zijn gemaakt.

In afwachting van de echte uitdaging, namelijk de structurele herfinanciering van de lokale besturen zoals die door een aantal sprekers al is vermeld, willen we het Plattelandsfonds een eerlijke kans geven. Minister-president, u hebt na veel vijven en zessen dit punt van uw regeerakkoord uitgevoerd, maar hebt u met wat in dit ontwerp van decreet voorligt, ook bijgedragen tot een wezenlijke oplossing voor de plattelandsgemeenten? Ik onthoud me verder van commentaar en doe samen met mijn fractie straks hetzelfde tijdens de stemming. (Applaus bij Open Vld en het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Met dit Plattelandsfonds wordt invulling gegeven aan een belangrijke passage uit het regeerakkoord. Het Vlaamse platteland krijgt vandaag de aandacht die het verdient. De plattelandsgemeenten kampen immers met heel specifieke problemen: lage fiscale inkomsten, beperkte bestuurskracht, lage bevolkingsdichtheid, beperkte economische activiteit en specifieke leefbaarheidsproblemen zoals afnemende dienstverlening, onderhoud van infrastructuur enzovoort.

Met andere woorden, de uitdagingen van het platteland zijn heel breed en divers. Het Plattelandsfonds uit het ontwerp vaan decreet is een projectmatig fonds dat voorziet in extra middelen voor een aantal plattelandsgemeenten om een aantal doelstellingen te realiseren. Mijn fractie is ervan overtuigd dat dit fonds zeker een belangrijke stap vooruit is. Het kan nog altijd beter en we kunnen nog lang discussiëren over de verschillende criteria. Wij zijn er echter van overtuigd dat dit fonds de plattelandsgemeenten zal steunen om die doelstellingen te realiseren. En uiteraard, minister-president, moet er geëvalueerd worden of die doelstellingen op termijn ook worden gehaald.

Ik wil wel duidelijk stellen dat dit fonds geen oplossing is voor de financiële problemen waar veel gemeenten, ook plattelandsgemeenten, vandaag mee kampen. Dat was ook niet de bedoeling, maar het is ook niet de bedoeling dat het in de toekomst zou worden gebruikt of misbruikt om plattelandsgemeenten uit te sluiten van andere financieringsbronnen.

Mijnheer Callens, daarmee zijn niet alle problemen van de plattelandsgemeenten opgelost. Dat zou utopisch zijn. We moeten blijven investeren in de leefbaarheid, de leefkwaliteit en de duurzaamheid van het platteland, maar dit fonds, zoals het vandaag voorligt, lijkt me een eerste stap in de goede richting, en zal dan ook door onze fractie worden gesteund.

De voorzitter

Mevrouw Godderis heeft het woord.

Danielle Godderis-T'Jonck

Als inwoner van de plattelandsgemeente Alveringem, trouwens een van de armste gemeenten maar ook wel de mooiste gemeente van de Westhoek, kan ik uit eerste hand getuigen dat elke toekenning van middelen een welgekomen ondersteuning is voor de verbetering van de bestuurskracht. Een plattelandsgemeente met een kleine bevolkingsdichtheid en een beperkte economische bedrijvigheid heeft het vaak moeilijk om met beperkte middelen voor haar bevolking een kwaliteitsvol en dynamisch woon- en leefklimaat te garanderen. Op termijn dreigt de identiteit van het platteland hieronder te lijden.

De opstart van het Plattelandsfonds is dus meer dan welkom. De regering heeft wat de criteria betreft een zo objectief mogelijke keuze gemaakt. Toch hopen wij voor de toekomst dat het Plattelandsfonds een overgangsmaatregel mag zijn tot het Gemeentefonds wordt hervormd. De plattelandsgemeenten verdienen immers een permanente en geen projectmatige ondersteuning.

Mijn fractie zal dit ontwerp van decreet steunen.

De voorzitter

De heer Peeters heeft het woord.

Dirk Peeters

Minister-president, wij hadden eigenlijk ook hoge verwachtingen van het Plattelandsfonds, dat al jaren was aangekondigd en deel uitmaakt van het regeerakkoord. Als we nu zien dat slechts 37 van de 308 gemeenten, nauwelijks 10 procent, bij de gegadigden zijn, dan zegt dat veel over ons platteland en over de financiële ruimte en de inspanningen die we daarvoor willen doen.

Ik steun ook de kritiek die zowel de VVSG als VLABEST hebben geuit over de criteria. Ik twijfel er niet aan dat die objectief en wetenschappelijk werden vastgesteld, maar de keuze voor die criteria is er wel de oorzaak van dat de zwakste gemeenten niet aan bod komen.

De trekkingsrechten baseren op het aantal kilometers verharde weg lijkt mij niet het criteria om de negen doelstellingen die in het decreet geformuleerd zijn te kunnen nastreven. Ik heb daarover ook een betoog gehouden in de commissie. Een aspect wordt overbeklemtoond, terwijl de negen doelstellingen een stuk ruimer zijn. Ik steun de Raad van State die in zijn advies heeft aangebracht dat dat niet meteen het goede criterium is om trekkingsrechten op te baseren.

Vervolgens steun ik ook de Raad van State met betrekking tot de marginale toetsing die door de VLM kan gebeuren. Die marginale toetsing is niet uitgewerkt in het ontwerp van decreet en is toch maar wat nattevingerwerk – om het met een lelijk woord te zeggen.

Het is belangrijk dat er, wanneer we een nieuw beleid uitvoeren, in het decreet elementen staan om op tijd en stond en op een vastgesteld tijdstip tot evaluatie te kunnen overgaan. In de commissie heb ik daar ook op aangedrongen. U hebt dat beaamd en u zegt dat u evaluatie ook belangrijk vindt. In dit ontwerp van decreet is dat echter niet aangepast. Het is nu ook weer wat uitgesteld in tijd. We hebben geen rechtszeker moment om het sowieso voor onszelf uit te maken.

Gelet op de overwegingen en de kritiek die ik nu heb geuit, zal onze fractie zich net als in de commissie onthouden bij de stemming over dit ontwerp van decreet.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, collega’s, ik dank u voor uw betogen. Ik wil de discussie die in de commissie heeft plaatsgevonden, niet overdoen, hoewel sommige opmerkingen in die richting gaan.

In het regeerakkoord is uitdrukkelijk in zo’n Plattelandsfonds voorzien. In een legislatuur heeft men de volledige periode om een regeerakkoord uit te voeren. Wat daarin stond en nog altijd staat, is bij dezen dus uitgevoerd. Ik begrijp dat vriend en vijand dat apprecieert, hoewel sommigen vonden en vinden dat het ook nog sneller kon. Maar goed, het is er nu. Dat is het belangrijkste.

Het bedrag dat daarvoor werd uitgetrokken, 6 miljoen euro, is belangrijk. Voor sommigen is dat blijkbaar te laag. Het is de bedoeling dit fonds verder te laten groeien in zijn budget, maar die groei hangt natuurlijk ook af van de budgettaire mogelijkheden. We moeten ook rekening houden met andere zorgen die moeten worden beantwoord door de Vlaamse Regering.

De plattelandsgemeenten zijn terecht vragende partij voor ondersteuning, vandaar dit Plattelandsfonds. Ik ga ervan uit dat ook andere fondsen, zoals het Gemeentefonds, ook in de toekomst rekening zullen houden met de problematiek van de bestuurskracht van die plattelandsgemeenten.

De oppositie voert het woord zoals zij denkt dat te moeten doen, maar er is met grote objectiviteit geprobeerd de juiste criteria te selecteren. Mijnheer Sintobin, uw opmerking dat u weet waarom bepaalde gemeenten in aanmerking komen en anderen niet, is voor uw rekening. De criteria werden in alle objectiviteit en met grote zorgvuldigheid geselecteerd. Er zijn andere criteria. Mijnheer Callens, ik heb veel respect voor wat de Open Vld heeft gedaan, maar er is een klein verschil. Wanneer u in de meerderheid zit, doet u een voorstel en legt u dat voor aan het parlement. De oppositie kan hetzelfde doen, wat u ook gedaan hebt. Er is een klein verschil wat het uitvoeren van het regeerakkoord betreft tussen deel uitmaken van de oppositie of van de meerderheid. Dat wil niet zeggen dat we niet naar jullie voorstellen hebben gekeken en daar ook met respect over spreken.

Ik wil het debat uit de commissie hier niet opnieuw voeren. Het Plattelandsfonds is er. We hebben de inspanning gedaan om het budget met 6 miljoen euro te spijzen. Ik zal die inspanning voortzetten. U zult de resultaten van die inspanningen op het juiste moment voorgelegd krijgen.

Ik ga er ook van uit dat de plattelandsgemeenten elke eurocent die ze ontvangen, niet alleen goed besteden maar daar ook zeer positief tegenover staan.

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Minister-president, u verwees naar de middelen die de Vlaamse Regering heeft vrijgemaakt ter spijzing van het Plattelandsfonds. U drukte de hoop uit dat het volgend jaar misschien nog iets meer kan zijn, maar dan druk ik de hoop uit dat u volgend jaar andere keuzes maakt om dit te financieren. Ik wil toch nog even meegeven aan de collega’s dat uit de begrotingswijziging die nu voorligt, blijkt dat u die 6 miljoen euro haalt uit het flankerend economisch beleid. Wij zouden liever zien dat alle voorziene betaal- en beleidskredieten daar worden opgebruikt, gegeven de economische crisis waarmee we worstelen, en dat daar geen mogelijkheden zijn voor verschuivingen. Als u overweegt het krediet voor het Plattelandsfonds te verhogen, hoop ik dat dat volgend jaar tenminste niet afkomstig zal zijn uit het flankerend economisch beleid en dat u die middelen voor 100 procent uitgeeft.

De voorzitter

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Minister-president, u kunt uw collega Verfaillie blijkbaar geen zekerheid geven dat in de begroting 2014 de budgetten van 6 naar 8 miljoen euro gaan. Als we dan horen waar die middelen vandaan komen, dan heb ik daar ook een beetje een wrang gevoel bij.

Het is een beetje een rode draad in de uiteenzettingen: de essentiële vraag is waarom er een Plattelandsfonds moest komen. Wel, omdat we een Gemeentefonds hebben, waarvan de criteria achterhaald zijn, en ook een Provinciefonds en een Stedenfonds. Er vielen een paar gemeenten uit de boot. In plaats daarvan zou men beter eens eindelijk werk maken van het herbekijken van de financiering van de lokale besturen in het algemeen. Dat had vorige legislatuur al moeten gebeuren, maar zeker deze. Wij vragen dat al tien jaar, maar men komt daar politiek niet toe. Laten we duidelijk zijn: ik neem aan dat u het met mij eens bent dat dat politiek een bijzonder moeilijke oefening zou zijn. Ten bewijze daarvan: het Stedenfonds zit onder voogdij van minister Van den Bossche, het Gemeentefonds en het Provinciefonds zitten bij minister Bourgeois en het Plattelandsfonds zit bij de minister van Landbouw. Men heeft gezegd: aan die politieke verdeling en die criteria die in al die fondsen zitten, daar gaan we niet aan raken, dat durven we niet. Die politieke oefening gaan we niet maken, dus gaan we nog maar een potje bij creëren voor het platteland, waar dan opnieuw een aantal gemeenten uit vallen.

Minister-president, als we ondanks alle beloften niet tot een structureel herbekijken van die financiering van de lokale besturen in hun algemeenheid komen, dan zullen we er nooit komen. Het feit dat het Plattelandsfonds er komt, is omdat men wat dat betreft nooit knopen kan, wil en durft doorhakken. Dat is geen voorbeeld van goed bestuur.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, ik wil nog even aansluiten bij de laatste woorden van de heer Van Hauthem. Inderdaad, de enige goede en structurele oplossing is een herfinanciering van de steden en gemeenten overwegen en daarbij de verdelingscriteria van het Gemeentefonds opnieuw bekijken.

In die zin wil ik aansluiten bij wat collega Dirk Peeters daarjuist stelde in verband met de vervaldag. Ik vind hoe dan ook dat de decreetgeving best nu, vanaf vandaag, of zo snel mogelijk, vertrekt van een beperking in de tijd. Als je een decreet goedkeurt, zet daar dan ogenblikkelijk een vervaldag op. De houdbaarheidsdatum is niet onbeperkt. Dat dwingt ons allen om op geregelde tijdstippen niet alleen te evalueren maar vervolgens ook een decreet ofwel opnieuw in te voeren ofwel te wijzigen. In dezen is dat zeker nodig. Minister-president, ik ben er rotsvast van overtuigd dat we die stok achter de deur nodig hebben, namelijk het vervallen van dit Plattelandsfonds in de tijd, bijvoorbeeld in 2017, om ons allen ertoe aan te zetten om de meer fundamentele oplossing te bewerkstelligen. Het zal een enorm moeilijke oefening worden om het Gemeentefonds te herschikken en om de herstructurering en herfinanciering van steden en gemeenten tot stand te brengen. Dat beseffen wij maar al te goed. Dat wordt een zeer delicate en allesomvattende evenwichtsoefening. Laten we ons daartoe verplichten door op dit Plattelandsfonds een eindvervaldag in te voeren, bijvoorbeeld 2017. Dan weten we ten minste dat we op dat moment weer voor de spiegel staan en ons kunnen confronteren met de opdracht waarvoor we in feite staan, namelijk die herfinanciering.

Minister-president Kris Peeters

Ik denk dat alle sprekers willen dat we in de toekomst het Gemeentefonds en andere fondsen eens tegen het licht moeten houden. Het is een moeilijke oefening voor alle partijen in dit halfrond. Het komt er sowieso aan, maar dat betekent niet dat we dit ontwerp van decreet een einddatum moeten geven. Ik denk dat we het fonds wel moeten evalueren, en daar heb ik geen probleem mee, want we doen dat ook met andere decreten.

Voorzitter, collega’s, toen we het regeerakkoord hier hebben toegelicht, waren de reacties op het Plattelandsfonds – ook vanuit de oppositie dacht ik, maar ik moet het nog eens even nakijken – niet zoals u het nu verwoordt, mijnheer Van Hauthem. Goed, het is geen enkel probleem als u dat nu wel doet.

Hoe dan ook, er zal nog worden gesproken over de verschillende fondsen en hoe die verdeeld worden over de gemeenten, de grote steden, de centrumsteden en de plattelandsgemeenten. Ik ben me ervan bewust dat we er in de toekomst eens grondig over moeten discussiëren. Dat zal op het juiste moment gebeuren.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik wil kort reageren op wat de heer van Rouveroij heeft gezegd. Hij doet alsof er in de begrotingsaanpassing zomaar ergens middelen die nodig zijn, worden geschrapt om ze ergens anders in te zetten. Neen, op basis van de betaalkalenders zagen we dat er minder betalingen nodig waren. U kunt het ene echt niet linken aan het andere. Dat is een verkeerde manier van voorstellen.

Sas van Rouveroij

Het feit dat de betaalagenda u toelaat om het geld daar te vinden – het gaat trouwens over veel meer, namelijk over 79 miljoen euro vermindering van betaalkredieten, als het gaat over economisch flankerend beleid –, wijst er onderliggend op dat dossiers waarvan u van plan was om ze uit te voeren, niet of vertraagd worden uitgevoerd. (Opmerkingen van minister Philippe Muyters)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2012-13, nr. 1947/4)

– De artikelen 1 tot en met 16 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.