U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Eerlingen heeft het woord.

Tine Eerlingen

Minister-president, collega’s, uit recent onderzoek van de Nederlandse consumentenorganisatie bleek dat heel veel vleeswaren de ESBL-bacterie (extended-spectrum bèta-lactamase) bevatten. De bacterie zit in kippen, runds- en kalfsvlees. Ook bij ons komt de bacterie voor, ondanks de vele acties die al ondernomen zijn, weliswaar in mindere mate, maar het blijft bestaan. De ESBL-bacterie zorgt ervoor dat er een resistentie ontstaat tegen antibiotica, waardoor die op de duur niet meer werken. Het is wel degelijk een gevaarlijke bacterie. Ze kan worden geneutraliseerd door verhitting. Niettemin moeten we dat proberen te vermijden.

Experten linken de bacterie aan overmatig antibioticagebruik, zowel bij mensen als bij dieren, en voornamelijk in de veeteeltsector. In 2012 werd de vzw Center of Expertise on Antimicrobial Consumption and Resistance in Animals (AMCRA) opgericht om het overmatige gebruik van antibiotica in kaart te brengen, om na te gaan welke acties op dat vlak ondernomen kunnen worden en om sensibiliserings- en informatiecampagnes te starten. In het voorbije jaar zou het antibioticagebruik in België gedaald zijn. Dat is misschien ook te danken aan AMCRA. Maar het gaat zeer traag. Het gaat volgens mijn gegevens om een daling van 7 procent. Kunt u dat cijfer verduidelijken? Het gaat bij ons veel trager dan in de omliggende landen. Ook de Boerenbond trekt aan de alarmbel. Ze willen een duidelijk signaal van de overheid om een mentaliteitswijziging te kunnen realiseren. De landbouwsector wil wel meewerken, maar er is actie nodig.

Minister-president, hoe gaat u dat te hoge antibioticagebruik versneld aanpakken?

De voorzitter

De heer Tack heeft het woord.

Erik Tack

Voorzitter, minister-president, de ESBL-bacterie is niet nieuw. De Generatio Spontanea van Antonie van Leeuwenhoek is driehonderdvijftig jaar oud en is duidelijk achterhaald. Het gaat wel degelijk om een bestaande bacterie die onder druk van antibioticagebruik resistentie begint te vertonen tegen bepaalde antibiotica. ESBL staat voor extended-spectrum bèta-lactamase.

Minister-president, veelvuldig antibioticagebruik leidt tot het veelvuldig voorkomen van die bacterie. Wie daarmee besmet wordt, wordt niet noodzakelijkerwijs ziek, het gaat om een bacterie die spontaan in ons lichaam verblijft in de darmtractus. Als de bacterie op andere plaatsen terechtkomt, kunnen we daar wel degelijk ziek van worden. Veel mensen zullen dan weer genezen, maar bij verzwakte personen, jonge kinderen, bejaarden, chronisch zieken, mensen met een verminderde immuniteit wordt de bacterie levensgevaarlijk.

De communicatie ter zake was tegenstrijdig. Enerzijds kregen we te horen dat er geen gevaar was voor de volksgezondheid, anderzijds was er sprake van een risico, maar dat was dan volstrekt aanvaardbaar. Toch werd ons gezegd dat we beter geen rauw vlees meer zouden eten en ons vlees goed moeten bakken. Gedaan met de ‘steak saignant’. Bak de biefstuk maar heel goed, anders zou u wel eens ziek kunnen worden.

Minister-president, wat vindt u van die tegenstrijdige communicatie? Wat gaat u doen aan het probleem dat niet Vlaams, niet Europees, maar mondiaal is?

De voorzitter

De heer Peeters heeft het woord.

Dirk Peeters

Minister-president, voor deze problematiek verwijs ik ook naar de commissiebespreking van vorig jaar. Toen was er het rapport van de Hoge Gezondheidsraad. Diezelfde professor Goossens wees ons toen op de gevaren van de CPE-bacterie ( carbapenemase producerende enterobacteriën). Nu is het de ESBL-bacterie.

In de commissie hadden we toen ook aandacht voor het feit dat de antibioticatoediening aan dieren wel gedaald was, maar dat het antibioticaverbruik aangeleverd in de mengvoeders, gestegen was. Dat is toch verontrustend. Net het preventieve toedienen van antibiotica is het probleem. In de commissie namen we kennis van twee actieplannen, het plan van AMCRA, gespreid over 2012-2014, en het plan van de Belgische beroepsvereniging van mengvoederfabrikanten (BEMEFA) voor dezelfde periode. Ze zouden werken aan de vermindering van het preventieve gebruik van antibiotica.

Mijn vraag is gebaseerd enerzijds op de uitlating van de heer Dewulf en anderzijds op de uitlating van professor Goossens. De zelfregulering in de sector heeft niet opgeleverd wat men ervan had verwacht. De deskundigen vragen nu bijkomend overheidsoptreden en strengere wettelijke voorwaarden voor wat betreft het gebruik of het toedienen van antibiotica. Minister-president, ik weet dat we ons op het snijvlak bevinden tussen federale en Vlaamse bevoegdheden. Het is niet zo eenduidig. Bent u bereid om beleidsmaatregelen te nemen om op korte termijn het preventief toedienen van antibiotica een halt toe te roepen?

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voedselveiligheidsbeleid en dierengezondheidsbeleid zijn nog altijd federale bevoegdheden. Ik hoop kortelings Dierenwelzijn naar Vlaanderen te krijgen. Ik merk dat er een groeiende consensus is om dat bij Landbouw te plaatsen, zeker omdat het door Groen ingediende amendement over de verwaarlozing van paarden dat deze voormiddag in de commissie werd aanvaard, ook in die richting gaat. Ik voel dus dat het de goede richting uitgaat. (Applaus)

Het is voorlopig een federale materie. Dat wil niet zeggen dat we daar niet bezorgd over zijn. De kwaliteit van het voedsel is een topprioriteit, niet alleen op het federale niveau omdat men daar bepaalde bevoegdheden heeft, maar ook vanuit Vlaanderen en vanuit mijn bevoegdheid. De consumenten moeten gerust zijn wanneer zij een steak of ander vlees nuttigen. Als dat vlees van hier komt of hier wordt aangeboden, moet dat vlees van topkwaliteit zijn, zodat men zich geen zorgen moet maken dat men daar ziek van zou worden.

Wij hebben het in de commissie al meerdere keren gehad over de antibiotica in de veehouderij. De stelling is zeer duidelijk: antibiotica moeten selectief en weloverwogen worden gebruikt. Het te genereus en te veel gebruiken van antibiotica is dus uit den boze.

Wat kan Vlaanderen nu doen? Er is de bewustmaking. Er zit daarin een heel belangrijke dynamiek om iedereen die daarbij betrokken is bewust te maken. Die dynamiek moet nog verder worden ontplooid. Mevrouw Eerlingen, u hebt cijfermateriaal gevraagd. Mijnheer Tack, u hebt gelijk: er waren wat communicatieverschillen tussen het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV) en Volksgezondheid. Ze hebben gisteren een persbericht de wereld ingestuurd. Ik put daaruit wat cijfermateriaal. Zij zeggen dat er een daling is van het aantal ESBL-producerende bacteriën bij pluimvee: van 77,5 procent in 2011 naar 53 procent in 2012, en men verwacht in 2013 37 procent. Er is dus verbetering in de situatie, maar er is nog altijd een probleem.

U weet dat wij via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) veehouders die investeringen doen in hygiëne en in een betere stalkwaliteit en die maatregelen nemen om minder antibiotica te gebruiken, positief ondersteunen. U weet ook dat er voorlichtingsactiviteiten zijn van het departement. Twee demonstratieprojecten werden goedgekeurd, met een financiële kost van 175.000 euro. Vanuit Vlaanderen zetten wij daar dus de nodige stappen.

Mijnheer Peeters, u zegt zelf dat wij ons op het snijvlak bevinden. U moedigt mij als minister van Landbouw aan om daarin altijd verder te gaan. Ik begrijp dat, want het is een serieus probleem. Daarom zal ik bekijken in welke mate we met de federale collega’s stappen kunnen zetten. Het antibioticagebruik dat niet overwogen en niet selectief is en dat geen rekening houdt met de mogelijke effecten, is een serieus probleem dat we moeten aanpakken, in het belang van iedereen, in eerste instantie van de consument. Maar de veehouders zien in dat, wanneer zulke berichten de wereld worden ingestuurd, ook zij daar het slachtoffer van zijn.

Tine Eerlingen

Minister-president, dank u voor uw antwoord. Het is zeer goed dat u verder wilt bekijken wat we vanuit Vlaanderen zelf kunnen doen en dat u overleg pleegt met uw federale collega. Tot op heden is het inderdaad nog een federale bevoegdheid.

Wat het overhevelen van Dierenwelzijn betreft – u verwijst er zelf altijd naar – zegt men dat sinds het FAVV enkel onder Landbouw valt, de scherpe kantjes er wat van af zijn.

Minister-president Kris Peeters

Dat zal hier niet gebeuren.

Tine Eerlingen

Ik zou toch vragen om er wat voorzichtig mee te zijn.

Wat het VLIF betreft en de hygiënemaatregelen, is er nog meer communicatie nodig. Uit het antwoord op een schriftelijke vraag heb ik begrepen dat er nog maar vrij weinig aanvragen zijn om echt specifieke maatregelen te nemen. Ik meen dat u daar echt op moet inzetten om het antibioticaverbruik danig te gaan terugdringen.

Het is anderzijds ook heel belangrijk om de autoregulering te evalueren en om echt te gaan naar controlemaatregelen en duidelijke wetgevende initiatieven, want blijkbaar werkt het systeem nu niet voldoende.

Erik Tack

Minister-president, ik dank u voor uw antwoord. Deze problematiek is van uitzonderlijk groot belang. Een aantal van de ESBL-kiemen zijn niet alleen resistent tegen bèta-lactamase antibiotica, maar ook tegen een pak andere antibiotica. Ze zijn multiresistent en sommige zijn bijna polyresistent tegen alle antibiotica.

Stelt u zich voor dat we in een situatie belanden zoals voor de Tweede Wereldoorlog, voor het ontstaan van de penicilline, toen men van een gewone verkoudheid kon overlijden. Toen was het overlijden van jonge kinderen en oudere mensen heel gewoon. Wij zijn dat niet meer gewoon. De doodsoorzaken tegenwoordig zijn kanker en cardiovasculaire aandoeningen, op enkele uitzonderingen na gaat het niet meer om infectieziekten. Als deze problematiek niet heel ernstig wordt aangepakt, staat dit echter niet ver meer van ons af en kunnen de infectieziekten over enkele decennia opnieuw de eerste doodsoorzaak zijn omdat er geen effectieve antibiotica meer voorhanden zijn.

Minister, ik kan u alleen maar vragen om maximaal uw macht in te zetten om de bacteriën een halt toe te roepen.

Dirk Peeters

Minister-president, ik dank u voor uw antwoord. U houdt van uitdagingen. Ik ook, ik ga ze graag aan, zeker wanneer u weer zegt dat Dierenwelzijn onder Landbouw moet komen. U maakt telkens van de gelegenheid gebruik om die stelling nog eens te poneren. U weet dat ik daarvan in de gordijnen klim. Aan de hand van dit voorbeeld kunnen we vaststellen dat zelfregulering door de sector niet werkt. We moeten het dus niet doen met Dierenwelzijn. Tegelijk rechter en partij zijn, is nooit een goede, gezonde situatie om beleid te voeren, laat staan om het beleid te controleren. Ik pleit daar niet voor. Ik pleit er wel voor dat de bevoegdheid naar Vlaanderen komt, maar niet bij Landbouw.

Ik keer terug naar de antibiotica. Ik denk dat – en de heer Tack heeft het ook zo geschetst – dierenwelzijn en volksgezondheid hier heel dicht bij elkaar liggen. Het is inderdaad de verantwoordelijkheid van de sector om oplossingen te zoeken door intern een goede werking uit te bouwen, maar ik meen dat het verdomd de taak is van de overheid om de lijnen uit te zetten hoe dat moet. Met de zelfregulering laten we nu te veel aan de sector over en we verliezen te veel tijd. Het is tijd om vanuit de wetgeving iets strenger op te treden tegenover de sector om duidelijk te maken dat aan die ontwikkeling een halt moet worden toegeroepen, uit respect voor en in het belang van de volksgezondheid, die nu toch wel in het gedrang komt.

De voorzitter

Mevrouw Rombouts heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, ik wil me graag even aansluiten bij deze vraag. De heer Peeters verwees er al naar dat we over het antibioticagebruik al verschillende keren gesproken hebben in de commissie. Over het feit dat omzichtig moet worden omgesprongen met antibioticagebruik is eenieder het wel eens, niet alleen hier in het parlement, maar ook de sector en zeker ook alle andere mensen.

Er werden inderdaad actieplannen tegenover gesteld. Ik hoop dat we de tijd zullen hebben om de resultaten van de actieplannen te evalueren. Dat de zelfregulering totaal geen effect zou hebben, daar wil ik me toch enigszins voorzichtig over uitdrukken.

Minister, inzake de communicatie die gebeurd is door de federale overheid, hebben we spijtig genoeg kunnen vaststellen dat het niet de eerste keer is dat we met een dergelijke crisiscommunicatie te maken hebben en dat het bovendien ook niet de eerste keer is dat we moeten vaststellen dat twee diensten er niet in slagen om samen een duidelijke communicatie te voeren.

Ik vind het zeer spijtig te moeten vaststellen dat er discussies worden gevoerd over wiens bevoegdheid het is. Dat is helemaal niet aan de orde. Dat doet zelfs geweld aan het discussiepunt van volksgezondheid. Ik wil u daarom vragen, minister-president, of u bij de federale collega’s onder de aandacht wilt brengen dat men zou afdwingen dat dergelijke crisiscommunicatie gezamenlijk en heel duidelijk gebeurt.

De voorzitter

Mevrouw Robeyns heeft het woord.

Minister-president, de volksgezondheid primeert boven alles. Duidelijke communicatie is daarbij absoluut noodzakelijk om geen nodeloze onrust te zaaien. Daarnaast hebt u terecht gezegd dat er op Vlaams niveau al een aantal initiatieven genomen zijn, vooral op het vlak van sensibilisering en hygiënisch management, om het preventieve antibioticagebruik terug te dringen.

U zult contact opnemen met de federale overheid om te bekijken of er geen bijkomende maatregelen nodig zijn. Is daarbij ook geen rol weggelegd voor het Europese niveau? De problematiek doet zich immers niet alleen in ons land voor. Als we dit op Europees niveau aanpakken, heeft dat het voordeel dat we een gelijk speelveld krijgen voor alle landen. In deze materie lijkt mij dat het meest gewenst. Wilt u dit ook aankaarten op het Europese niveau?

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Mevrouw Rombouts, duidelijke communicatie is hier inderdaad zeer belangrijk. Ik heb al verwezen naar de communicatie die gisteren gezamenlijk is gebeurd door het FAVV en Volksgezondheid. Het is ook belangrijk om in de communicatie altijd de afweging te maken tussen onnodige ongerustheid aan de ene kant en een juiste inschatting van de ernst van de problematiek aan de andere kant. Die afweging moet altijd met grote kennis van zaken gemaakt worden.

Welk niveau en wie bevoegd is, is in dezen niet het probleem. We moeten de juiste communicatie voeren op het federale niveau, en verder de juiste maatregelen nemen om dit probleem verder aan te pakken.

U hebt gelijk, collega Robeyns: ook op het Europese niveau kan en moet die discussie voortgezet worden, omdat het niet alleen een Vlaams of Belgisch probleem is, maar ruimer verspreid. Dat Europa de nodige acties kan en moet ondernemen, daar sluit ik me graag bij aan.

Tine Eerlingen

Minister-president, wij rekenen erop dat u de problematiek verder ter harte zult nemen.

Erik Tack

Minister-president, ik ben blij dat u dit op een hoger niveau wilt meenemen. Ik heb daarnet gezegd dat het niet alleen een Vlaams, maar een Europees en een mondiaal probleem is. Vlees gaat immers van overal naar overal. Wij eten vlees dat van de andere kant van de wereld hier bij ons belandt.

Dirk Peeters

Minister-president, ik verwees in mijn vraagstelling naar de werking van AMCRA en naar het actieplan van BEMEFA. Ik vind dat we daaromtrent een voortgangsrapportage moeten kunnen krijgen in de commissie, om eens een stand van zaken te krijgen van hun actieplannen, die nu lopen en volgend jaar naar hun finaliteit gaan. Ik zou daar graag een update van krijgen en zal u daarover ondervragen in de commissie.

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.