U bent hier

De voorzitter

De heer Dewinter heeft het woord.

Voorzitter, Abraham Lincoln zei ooit: “You can fool some of the people all of the time, and all of the people some of the time, but you cannot fool all of the people all of the time.” Deze uitspraak, die toch al een tijdje oud is, lijkt me met betrekking tot dit dossier zeer toepasselijk. Wie moeten we nu geloven? Wil de echte woordvoerder van de N-VA opstaan? Zijn het de heer Bracke en toekomstig voorzitter Weyts of is dat de gewezen voorzitter, minister Bourgeois, die dan nog eens als minister bevoegd is voor deze materie?

Minister, uw partijgenoten hebben gisteren op de voorpagina’s van de kranten uitgeschreeuwd dat het neutraliteitsprincipe in de praktijk moet worden gebracht en dat dit in 2014 hoe dan ook in een Vlaams regeerakkoord moet worden ingeschreven. Volgens hen is de lokale autonomie belangrijk, maar zijn het neutraliteitsprincipe en de rechtszekerheid dat evenzeer. Daarom moet dit in het volgende Vlaamse regeerakkoord worden ingeschreven.

Maar wat zegt minister Bourgeois hierover in dit parlement nauwelijks enkele weken geleden op 8 mei? Op deze zelfde tribune zegt de bevoegde minister: “Ik zie het probleem niet. Ik zie echt de noodzaak niet in om regelgevend op te treden, tenzij u het gehele concept van het Gemeentedecreet wilt veranderen, en in het vervolg topdown wilt dicteren aan al onze gemeenten die zich beroepen op de Grondwet voor zaken van gemeentelijk belang. Als de decreetgever het wil, gooi het dan fundamenteel om, maar ik wens u daar alle succes bij.” U wilt daar niet aan meedoen, zegt u.

Minister, in Antwerpen zeggen we: ’t is eieren of joeng. Ofwel doet u wat uw partij ter zake overal uitschreeuwt, past u dat toe in de praktijk als een minister die in staat is om dit ook concreet te regelen, ofwel doet u dat niet, zoals momenteel het geval is. Wat gaat u als minister in functie vandaag, in plaats van te peroreren in de media, concreet doen om het neutraliteitsprincipe, niet na de volgende verkiezingen maar nu vandaag, overal te laten toepassen door iedere ambtenaar? (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Collega’s, mag ik nog eens benadrukken dat u als vraagsteller twee minuten spreektijd hebt en niet langer. We hebben hier een reglement.

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel

Voorzitter, minister, ik vroeg begin deze maand of u een algemene regeling wou treffen met betrekking tot het dragen van religieuze en levensbeschouwelijke symbolen bij de overheid. Daaronder vallen ook de lokale besturen. U zei toen ‘neen’ en verwees naar de lokale autonomie.

Maandagnamiddag hoorde ik uit N-VA-hoek een volmondig ‘ja’. Ik hoorde een helder ‘ja’ van Siegfried Bracke, die volledig het standpunt van Open Vld overneemt en pleit voor neutraliteit van de overheid. Hij zei daar zelfs bij dat dit het nieuwe standpunt was van de N-VA en dat u, minister Bourgeois, dat onderschreef. Dat zag ik zonet in een filmpje over de Gentse gemeenteraad.

Mijn verbazing is dan ook groot om twee dagen later te vernemen dat het standpunt van de N-VA niet ‘ja’ is maar ook niet ‘nee’. Het is ‘ja’ noch ‘nee’, want het regeerakkoord laat het niet toe. Ik heb dat regeerakkoord nog eens grondig doorgenomen op dat punt. Ik heb eigenlijk niets gevonden dat daar ook maar op alludeert.

Mijn vraag is dan ook: wat is er in dat regeerakkoord dat u tegenhoudt om een regeling te treffen voor de neutraliteit van de overheid, wat voor een deel van uw partijgenoten blijkbaar het nieuwe standpunt is?

Minister Geert Bourgeois

Collega’s, ik ben hoogst verrast door deze vragen. (Rumoer)

Nog geen drie weken geleden heb ik u hier gezegd dat de bestaande regeling geldt voor de lokale besturen en voor de Vlaamse overheid. Tenzij ik me vergis, heb ik in die drie weken geen nieuw standpunt ingenomen, en heeft de regering geen nieuw standpunt ingenomen. Ik heb u gezegd: dit is de bestaande regelgeving. Deze Vlaamse Regering, die in consensus bestuurt, heeft geen afspraken om iets aan die regeling te veranderen.

Vandaag verrast u mij door mij te interpelleren over het standpunt van een partij, een hoogst respectabele partij. (Opmerkingen van mevrouw Ann Brusseel)

Op onze leeftijd, voorzitter, is het altijd aangenaam om nog eens verrast te worden. (Rumoer. Gelach)

Mij overkomt dit nu voor het eerst dat ik word aangesproken over het standpunt van een partij. Mijnheer Dewinter, ik weet niet of u zo wijs ben als Lincoln, die u geciteerd hebt, maar u zou met uw ervaring moeten weten dat een minister altijd het standpunt van de regering vertolkt. Dit staat in het decreet op de Vlaamse instellingen en in de deontologie van de ministers.

Vanaf nu tot de verkiezingen van 2014 zullen partijen nog vaak hun programmapunten ventileren. Dat is recentelijk nog gebeurd bij beide coalitiepartners. U kunt me daar natuurlijk telkens over ondervragen.

Zo is er ook het standpunt van een van de regeringspartners om het gratis busvervoer boven 65 jaar af te schaffen. Als u telkens de bevoegde minister zult vragen: “En wat gaat u nu doen in deze regeerperiode, ook al bevat uw regeerakkoord daarover geen standpunt?”, dan, voorzitter, is de agenda van deze plenaire vergadering vanaf nu tot in juni 2014 goed gevuld. (Applaus bij de N-VA. Rumoer bij het Vlaams Belang)

Minister, hier passen maar vijf woorden: “Wie gelooft deze man nog?” Niemand. Waar uw partij gisteren de voorpagina’s van de kranten haalt met de mededeling dat het neutraliteitsprincipe voor haar heilig is en dat er geen hoofddoeken meer mogen aan het loket voor ambtenaren in dienst van de overheid, komt u hier als minister in functie en tot voor kort partijvoorzitter vertellen dat u alleen maar het beleid van uw regering toepast. Toon mij het regeerakkoord. Toon mij daarin één gebenedijd woord over dit thema. Het staat er niet in. Er staat in het regeerakkoord geen woord over deze kwestie. (Opmerkingen bij de N-VA)

U gedraagt zich als een soort van ambtenaar, maar u bent een politicus. Dat zou u toch moeten weten. U moet beleid in de praktijk brengen, liefst het beleid van uw eigen partij, die hiervan een prioriteit maakt.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord. (Opmerkingen van de heer Filip Dewinter)

Mijnheer Dewinter, hier is een reglement. (Opmerkingen van de heer Filip Dewinter)

Mijnheer Dewinter, ik vind dat u als ondervoorzitter het voorbeeld mag geven. (Opmerkingen bij het Vlaams Belang)

We hebben hier een reglement.

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel

Minister, u zegt zelf dat u al een beetje een oudere man bent. Dat zijn niet mijn woorden. (Opmerkingen van minister Geert Bourgeois)

Van een oudere, wijzere man verwacht ik twee dingen. Ten eerste verwacht ik dat hij langer dan 24 uur kan onthouden wat de partijkopstukken als nieuw standpunt naar voren schuiven. Ten tweede verwacht ik van een wijze man met uw staat van dienst ook een beetje politieke moed, om te doen wat u kunt doen. U hebt de handen vrij. U hebt niet geantwoord op mijn vraag over het regeerakkoord. Maar we weten dat daarin niets staat wat u kan tegenhouden om een regeling te treffen. U zou het dus kunnen doen. U moet de moed hebben om het te doen. Uw partij steunt u. Een groot deel van dit halfrond steunt u. Wat houdt u tegen? Zeg mij wat u tegenhoudt in plaats van mij deelachtig te maken aan uw verbazing over het feit dat we opnieuw dezelfde vraag stellen. Het is logisch dat we dezelfde vraag stellen als de antwoorden altijd wisselen. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Kennes heeft het woord.

Ward Kennes

Voorzitter, wij hebben hier op 8 mei het hele debat grondig kunnen voeren. Alle standpunten zijn gekend. De minister heeft toen ook duidelijk gezegd wat het standpunt van de Vlaamse Regering was.

Ik ben ook verbaasd dat een uitspraak van een gemeenteraadslid uit Gent, die het niet gehaald heeft bij de stemming, en van een ondervoorzitter van een partij die in de wachtkamer zit voor het voorzitterschap, er nu zou kunnen toe leiden dat mensen denken dat de Vlaamse Regering haar standpunt heeft gewijzigd. Ik ben tevreden dat de minister heeft herhaald dat het vorige standpunt over de gemeentelijke autonomie en het toepassen van de regels zoals zij thans vastliggen, behouden blijft.

Namens mijn partij heb ik dat de vorige keer duidelijk uitgelegd. Wij zijn geen voorstander van een algemeen verbod. Wij denken dat de gemeentelijke autonomie daar kan spelen. Dat betekent dat in een stad op een bepaald moment een keuze wordt gemaakt, die later veranderd wordt. Dat is nu eenmaal gemeentelijke autonomie, ook als men het daar moeilijk mee heeft. Dit respecteren, is in Vlaanderen erg belangrijk.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele

Voorzitter, wij zijn altijd heel blij als er zo veel aandacht is voor onze partij en voor onze standpunten, maar ik sluit me wel aan bij de minister dat het vreemd is dat een partijstandpunt hier ter discussie wordt gesteld en dat een minister daarover ondervraagd wordt.

Geeft u me de kans om het nog even uit de doeken te doen, ik zal er nog twee dingen over zeggen. Als er ‘geflipflopt’ wordt, als we afhankelijk van een bestuursmeerderheid voortdurend de regels wijzigen die raken aan de basisbeginselen van onze burgerdemocratie, dan menen wij dat we een algemene regeling nodig hebben voor die neutraliteit.

Maar het is inderdaad zo – wij gaan daar niet flauw over doen – dat daarover niets in het regeerakkoord staat en dat wij daar ook geen akkoord over zullen bereiken met de coalitiepartners. Indien wij aan tafel mogen zitten in 2014, zullen we dit op tafel leggen. Nu willen we loyaal blijven aan onze partners.

Mevrouw Brusseel, u zou moeten weten dat dit een heel correct standpunt is. Ik heb begrepen dat men in Gent op een veel minder loyale manier met elkaar omgaat.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Voorzitter, minister, ik heb respect voor ieders mening en op basis daarvan staan wij voor een actief pluralisme. Ik raad iedereen in dit halfrond aan om de column van Marc Reynebeau te lezen in De Standaard van vandaag, in die ‘tsjevengazet’ zoals hij het zelf zegt. Hij geeft er voorbeelden in van wat neutraliteit en pluralisme zouden moeten zijn.

Elk heeft zijn mening daarover, minister, maar wat ik betreur, is de januskop van de N-VA, laat dat duidelijk zijn. Ik deel de mening niet van uw partij en van de heer Diependaele, maar heb de moed van uw overtuiging. Mocht de regering het ook op andere terreinen kunnen hebben dat er intern ook wel eens discussie is, dan zou uw beleid waarschijnlijk van een betere kwaliteit zijn.

Mijnheer Diependaele, ik herhaal het nog eens: de oude ideeën over bottom-up democratie zijn allemaal weg, leve het centralisme.

Minister Geert Bourgeois

Mevrouw Brusseel, in de eerste plaats een rechtzetting, ik neem aan ook namens de voorzitter. Ik heb helemaal niet gezegd dat ik een oude man ben, ik heb gezegd dat ik mij nog kan laten verrassen op mijn leeftijd. Mocht u die woorden nu niet uitgesproken hebben onder dekking van de ‘freedom of speech’ en de parlementaire onschendbaarheid, had ik een punt om naar het centrum te gaan. Ik zou u met aandrang willen vragen om alle 60-plussers in het halfrond niet op die manier te beledigen. (Opmerkingen)

Dames en heren, u moet nog eens het decreet lezen dat de regeling inhoudt voor de standpuntbepaling van de Vlaamse Regering. Dat decreet bepaalt dat deze regering in consensus beslist, dat ze collegiaal beslist en dat een minister dus niet met een persoonlijk standpunt naar dit halfrond komt. Deze minister komt niet met een persoonlijk ontwerp van decreet naar hier. Een minister mag in dit halfrond nog niet eens persoonlijk een amendement indienen. Een minister vertolkt het standpunt van de regering.

Zowel de heer Caron als de heer Dewinter – en het verrast me van de heer Caron – moeten natuurlijk correct citeren. Mijn partij heeft op geen enkel moment gezegd dat ze hic et nunc dit regeerakkoord op dit punt wil openbreken, dat ze hic et nunc een andere regeling wil. Mijn partij heeft net zoals andere coalitiepartners gezegd dat dit voor ons een punt is van de campagne in 2014. Mijn partij zet dit op de dagorde, het is voor het geval we mee kunnen besturen, een punt dat we gerealiseerd willen zien in 2014. Daar komt het op aan, niet meer of niet minder.

Als u naar aanleiding van uitspraken van coalitiepartners, ondervoorzitters of anderen, die gedaan zijn met het oog op 2014, van heel recente standpuntbepalingen van partijen die zeggen wat ze in 2014 veranderd willen zien, telkens de bevoegde minister zult ondervragen, dan wens ik u veel succes en een goede bezigheid. Het zal wat het standpunt van de regering betreft, geen enkele invloed hebben.

Ik sta te popelen. Ik zie dat u al een krant bij zich hebt, mijnheer Dewinter. We kennen u onderhand wel al, u geeft nooit al uw standpunten en argumenten in één keer vrij, u houdt altijd iets achter de hand. (Rumoer bij het Vlaams Belang)

Ik ben benieuwd wat u straks zult debiteren. Ik kan u al een ding zeggen, ook tegen u, mijnheer Sintobin, en dat is dat ik sta te popelen om dit debat in de campagne te voeren. Dit is een bijzonder wezenlijk debat… (Rumoer bij het Vlaams Belang)

Mijnheer Penris, mag ik alstublieft een klein beetje respect? Mag ik uitspreken? Ik weet dat u hard kunt schreeuwen, maar ik kan dat ook als het nodig is! Ik wens hier de tribune te houden om ook eventjes mijn standpunt te brengen. Dank u wel, het doet me veel plezier dat u zo veel tolerantie aan de dag legt.

Ik zal in 2014 met heel veel plezier deelnemen aan de campagne. Het is een bijzonder debat. Dit gaat niet over de hoofddoek, mijnheer Dewinter, maar over de rol van de levensbeschouwingen in onze samenleving, over de uiterlijke kentekens van de levensbeschouwingen, over de neutraliteit van de staat, over de toepassing van de principes van neutraliteit, rekening houdend met de redelijkheid en de proportionaliteit. Dat dat in 2014 een debat zal worden, is iets wat mij bijzonder aantrekt, als democraat en als partijgenoot van de N-VA. (Applaus bij de N-VA)

Minister, het gaat hier wel over de hoofddoek. Het debat over neutraliteit wordt er maar bij gesleurd omdat men niet over de essentie van het verhaal – de islam en het discriminerende symbool van de hoofddoek – het debat wil voeren. Maar dat zullen we straks, naar aanleiding van de behandeling van het voorstel van resolutie, nog verder uitdiepen.

U probeert het incident met uw eigen partij nu wat uit te vlakken, maar in de praktijk komt het erop neer dat uw partij zegt: wij willen van bovenaf een verbod uitvaardigen, wij willen een neutraliteitsprincipe voor iedereen door de regering uitgevaardigd zien. U zegt nu wat u ook al zei op 8 mei, namelijk dat u voor de gemeentelijke autonomie bent en dat de gemeenten zelf moeten beslissen. En dát is het fundamentele onderscheid tussen wat uw ondervoorzitter en de heer Bracke zegt en wat u zegt als minister.

Minister, u kunt niet aan demagogie doen in de kranten – ‘N-VA wil nergens nog ambtenaar met hoofddoek’ – om dan als bevoegde minister hier te komen zeggen dat u uw verantwoordelijkheid neemt en dat dat iets voor de volgende verkiezingen is. Dit is campagne, dat is beleid. Dit is de N-VA: gepraat en veel wol, maar uiteindelijk is het schaap wat dat betreft nooit geschoren. Dat is de realiteit. Als partij praat u maar wat in de kranten, maar als minister, wanneer het erop aankomt, doet u helemaal niets. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Ann Brusseel

Mijnheer Kennes, u moet het opiniestukje van een partijgenote van u vandaag in De Morgen maar eens lezen. Daaruit blijkt dat CD&V de neutraliteit wel kan aanvaarden, maar ik heb er begrip voor dat niet iedereen in uw partij op dezelfde lijn zit.

Mijnheer Diependaele, u hebt eerst in de media gesteld dat het regeerakkoord u tegenhield. Vandaag zegt u dat het niet het regeerakkoord is dat u tegenhoudt, maar dat u hoe dan ook niet wilt bewegen. Ik kan er ergens wel begrip voor opbrengen dat men niet over elk onderwerp zomaar van mening verandert, maar goed, het is dan ook de N-VA die een paar keer van mening is veranderd, wij niet.

We hebben hier de voorbije weken gestemd over zaken die niet als dusdanig in het regeerakkoord staan, en zullen dat ook vandaag nog doen. Het subsidiariteitsadvies is met een wisselmeerderheid goedgekeurd. Vandaag staat in het decreet Inburgering de resultaatsverbintenis ingeschreven, in het regeerakkoord staat de inspanningsverbintenis. Ik zie daar dus wel een verschil.

Minister, ik verwacht van een minister dat hij inderdaad goed campagne kan voeren, maar ook dat hij daarna een nog beter beleid voert. En dat doet u niet. (Applaus bij Open Vld en het Vlaams Belang)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.