U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 15 mei 2013, 14.00u

van de Vlaamse Regering, verslag door Mercedes Van Volcem, Griet Coppé en Patricia De Waele
1848 (2012-2013) nr. 1
De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen.

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Coppé, verslaggever, heeft het woord.

Griet Coppé

Voorzitter, minister, dames en heren, op 31 januari, 28 februari en 25 april 2013 behandelde de commissie Wonen het ontwerp van decreet houdende de wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen. Tijdens deze besprekingen gaf minister Van den Bossche een toelichting bij het ontwerp van decreet. Achteraf werd een hoorzitting georganiseerd.

Het ontwerp van decreet wil aan de twee belangrijkste decreten inzake wonen wijzigingen aanbrengen: aan de Vlaamse Wooncode en aan het Grond- en Pandendecreet. De aanpassingen zijn zowel van juridisch-technische als van inhoudelijke aard. De wijzigingen in het ontwerp van decreet kunnen grosso modo samengevat worden in vijf punten.

Ten eerste zijn er aanpassingen aan het stelsel van sociale huur. Deze wijzigingen betreffen inhoudelijke aanpassingen teneinde een halt te roepen aan huidige discriminaties. Er is bijvoorbeeld een ongelijke behandeling van kinderen van sociale huurders wanneer de langstlevende ouder overlijdt of uit het huis vertrekt. Indien de kinderen bij het sluiten van het huurcontract meerderjarig zijn, hebben zij het recht om de sociale woning voort te huren of zelfs te kopen bij overlijden van de langstlevende ouders. Kinderen die minderjarig waren op het tijdstip van ondertekening van de overeenkomst, hebben dit recht niet. In het ontwerp van decreet wordt dit aangepast.

Een tweede discriminatie betreft de huidige ongelijke behandeling van wettelijke partners en gehuwden enerzijds en feitelijke partners anderzijds. Als een sociale huurder wettelijk, feitelijk of als gehuwde wil samenwonen in zijn sociale woning, dan zal ook zijn partner het huurcontract moeten ondertekenen. Die partner moet dan voldoen aan alle opgelegde toelatingsvoorwaarden zoals inburgerings-, taal- en eigendomsvoorwaarde, met uitzondering van de inkomensvoorwaarde. Momenteel gold deze verplichting enkel voor de feitelijke en niet voor de wettelijke samenwoners of gehuwden.

Daarnaast komt het ontwerp van decreet tegemoet aan bepaalde klachten van huurders over te hoge huurlasten. Het ontwerp van decreet maakt het mogelijk om in het kaderbesluit Sociale Huur een bepaling op te nemen die te hoge huurlasten aanvaardt als gegronde motivering voor de weigering van een toegewezen sociale huurwoning. Het ontwerp van decreet maakt vervolgens mogelijk dat de verhuurder extra huurverplichtingen oplegt aan de huurder. Zo zal in de toekomst een kandidaat-huurder uit de bijzondere jeugdzorg voorrang krijgen bij de toewijzing, maar ook een begeleidingsovereenkomst kunnen worden opgelegd. Bij niet-naleving van deze overeenkomst, kan het huurcontract worden ontbonden.

Om domiciliefraude sneller op te speuren, krijgen de toezichthouder en de wooninspecteur de bevoegdheid om verbruiksgegevens van water, elektriciteit en gas op te vragen bij de nutsbedrijven en distributienetbeheerders. Dit zal enkel mogelijk zijn mits een bijkomende aanwijzing, dus wanneer andere elementen in het kader van een onderzoek naar effectieve bewoning doen vermoeden dat een persoon niet daadwerkelijk woont op het adres dat hij opgegeven heeft.

Ten tweede komt er een harmonisering van sociale woonleningen van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) en het Vlaams Woningfonds (VWF). Voor het VWF valt de decretale beperking van de activiteiten tot ‘grote gezinnen’ helemaal weg. De VMSW en het VWF zullen voortaan een sociale lening verstrekken aan dezelfde doelgroepen. Zowel het VWF als de VMSW zullen na de invoering van het ontwerp van decreet sociale leningen toestaan voor de aankoop van een sociale kavel of bouwgrond, voor de bouw, de aankoop of het behoud van een woning, voor de renovatie, verbetering of aanpassing van een woning en voor de herfinanciering van vroegere schulden, onder voorwaarden.

Ten derde zijn er de aanpassingen aan de sociale koopregeling. Er wordt gesleuteld aan bepaalde aspecten van de sociale koop. Om te vermijden dat de sociale huisvestingsmaatschappij met een onverkoopbaar goed blijft zitten, bepaalt het ontwerp dat een onderhandse verkoop van onroerende goederen in eigendom van de VMSW of de sociale huisvestingsmaatschappij toch mag plaatsvinden, ook als de geschatte verkoopprijs niet wordt bereikt. Weliswaar zal dat enkel kunnen onder nog te bepalen voorwaarden.

Daarnaast regelt het ontwerp van decreet een aanpassing met betrekking tot het recht van wederinkoop. Indien een sociale koopwoning binnen de twintig jaar na aankoop wordt verkocht door een eerste koper of zijn erfgenaam, is het recht van wederinkoop door de sociale huisvestingsmaatschappij toepasbaar. Om billijkheidsredenen voorziet het ontwerp in een indexering van de oorspronkelijke verkoopprijs van de woning. Op die manier wordt minstens de waardevermindering van de oorspronkelijke investering in rekening gebracht.

Ten vierde zijn er de technische aanpassingen met betrekking tot de financiering van sociale woonprojecten. Op aanraden van de Raad van State wordt komaf gemaakt met parallelle wetgeving met betrekking tot de financiering van sociale woonprojecten. Om de bestaande wetgeving ongewijzigd te kunnen voortzetten op basis van de Vlaamse Wooncode, moet het decreet een aantal wijzigingen ondergaan. Door daar nu gevolg aan te geven, effent het ontwerp de weg om de Huisvestingscode eindelijk helemaal te verlaten en de bestaande rechtsonzekerheid op te heffen.

Ten vijfde zijn er de aanpassingen aan het grond- en pandenbeleid. De belangrijkste wijziging aan het Grond- en Pandendecreet is het verschuiven van de termijn voor de realisatie van de gewestelijke doelstelling voor sociale huurwoningen naar 2023. Er wordt wel meteen een extra engagement aan het groeipad toegevoegd, namelijk de realisatie van 6000 extra bescheiden woningen tegen 2023. De doelgroep voor de bescheiden woningen is die van de jonge gezinnen die te veel verdienen om nu een sociale woning te huren, maar te weinig verdienen om een goede woning op de privémarkt te kunnen huren. Dat aanbod aan bescheiden woningen wordt enerzijds ontwikkeld door de sociale huisvestingsmaatschappijen zelf, maar anderzijds ook door privéactoren die een last uitvoeren in natura. De sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen voor hun taken op het vlak van het bescheiden woonaanbod geen subsidies of tegemoetkomingen van het Vlaamse Gewest krijgen of aanwenden. Wel kunnen ze bij de VMSW een marktconforme lening aanvragen. De VMSW heeft eind 2012 al haar leningreglement in die zin aangepast.

Op het ontwerp van decreet werden 48 amendementen ingediend. De amendementen 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 37, 38, 39, 40, 41, 42, 43, 45, 46, 47 en 48 werden aangenomen. Bij de eindstemming werd het ontwerp van decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen aangenomen met 8 stemmen voor en 1 stem tegen. Mevrouw De Waele was afwezig omdat ze op parlementaire zending was. Daarom stond ze erop haar eigen amendementen, die ze niet heeft kunnen toelichten in de commissie, nu hier te komen toelichten. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw De Waele heeft het woord.

Mevrouw De Waele, hebt u die amendementen opnieuw ingediend?

Patricia De Waele

Neen, voorzitter, ik zal die amendementen niet toelichten. Ik zal mijn visie op het woonbeleid geven. Mevrouw Coppé wist dat waarschijnlijk niet, maar ik had gevraagd mijn visie hier te kunnen komen toelichten.

De leden van de commissie Wonen en de minister weten dat ik sinds januari, sinds de aanvang van deze besprekingen, behoorlijk actief ben geweest als het gaat over deze wijziging van diverse decreten.

Juist op het moment dat, bij wijze van spreken, het ei moest worden gelegd, was ik er niet, ik was op politieke zending. Ik wil toch aan de collega’s laten horen wat wij ervan vinden.

Collega’s, nog steeds zijn er mensen die nog niet genieten van een recht op menswaardig wonen. Of de voorgestelde wijzigingen daar iets aan zullen veranderen, dat valt volgens mij nog te betwijfelen, want niet de persoon zelf staat centraal, maar de huisvestingsmaatschappijen en de instellingen zelf staan centraal in het decreet.

Toch is de LDD-fractie tevreden dat enkele voorstellen uit onze eerder ingediende moties worden behouden. Zo wordt een eerste stap gezet tot harmonisering van sociale woonleningen. Domiciliefraude en plaatsbeschrijving in de sociale huur krijgen aandacht. En er wordt werk gemaakt van een degelijke dataverzameling, want dat is tot nu toe een ontbrekende factor. We kunnen ons terecht afvragen op welke veronderstellingen de huidige wijzigingen zijn gebaseerd.

Maar de tevredenheid houdt daar op. LDD pleit voor een kwalitatieve, een betaalbare, maar ook een rechtzekere huisvestingsmarkt. Wij vinden dat het op alle vlakken beter kan. Zowel voor de koper, de huurder als de verhuurder is de overheid de grootste oorzaak van stijgende kosten. Jammer genoeg zien wij geen initiatieven om dat tegen te gaan. Een veel te grote overheidsbemoeienis en een gebrek aan rendement zullen het vertrouwen, vooral dat van de privémarkt, niet herstellen.

Ik mis ook voorstellen om misbruiken te ontmoedigen en ik heb vooral vragen bij de afdwingbaarheid van de regels. Ik vind het ook een gemiste kans dat er niet nagedacht is over de vraag hoe betere verdieners het beste kunnen worden gestimuleerd om sociale huurwoningen vrij te maken. Er is niet nagedacht over hoe men tot een betere doorstroming kan komen zodat woonbehoeftigen in acute of langdurige probleemsituaties sneller kunnen worden geholpen. Ik mis vooral een duidelijk engagement van de regering dat de meest behoeftige doelgroep prioritair in aanmerking komt voor een sociaal huurhuis.

Om een en ander in evenwicht te brengen en om het vertrouwen van de private woonmarkt te herwinnen, heb ik dan ook een aantal amendementen ingediend. U hebt ze allemaal in de stukken thuis ontvangen, maar ik wil ze hier wel kort overlopen. De verantwoording zal ik niet meer toelichten. (Opmerkingen van de heer Jan Penris)

Neen, ik zal ze gewoon vermelden. Het zal te lang duren als ik ook de verantwoording herhaal. (Opmerkingen van de heer Jan Penris)

Zou u dat liever hebben? Ik krijg hier blijkbaar een hint. Ik wil ze graag opnieuw indienen, voorzitter. (Opmerkingen van de heer Marc Hendrickx)

De voorzitter

Iedere fractie heeft een half uur spreektijd en men is vrij om hier te zeggen wat men wil. Mevrouw De Waele kan zich laten gaan.

Jan Penris

Voorzitter, als collega De Waele denkt dat ze die amendementen moet indienen en ze nu moet verdedigen, dan wil ik ze eventueel ondersteunen als ze inhoudelijk politiek aanvaardbaar zijn voor mij.

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

Marc Hendrickx

Mevrouw De Waele, ik heb u bij aanvang van uw betoog horen zeggen dat u ze niet opnieuw zou indienen.

De voorzitter

Mijnheer Hendrickx, door het voortschrijdend inzicht kan het zijn dat mevrouw De Waele ze wel indient.

Patricia De Waele

Voorzitter, zoals ik daarnet heb aangekondigd, wil ik de amendementen opnieuw indienen en heel kort toelichten, zodat de collega’s weten waar het over gaat.

Amendement nummer 49 handelt over artikel 5, en dat is precies het artikel dat zegt dat de doelstellingen voor het Grond- en Pandendecreet uitgesteld worden tot 2023 en dat er werk zal worden gemaakt van huurwoningen, koopwoningen en sociale kavels.

Wij stellen ons met LDD vragen bij de verwezenlijking van sociale koopwoningen en sociale kavels. Daarom willen wij dit artikel vervangen en alleen de focus leggen op de sociale huurwoningen.

Een volgend amendement, nummer 50, gaat over het feit dat schattingsverslagen voortaan ook door landmeter-experten mogen worden gemaakt. Wij vinden ook dat schattingsverslagen moeten kunnen worden gemaakt door de beroepsorganisaties zoals notarissen, architecten en vastgoedmakelaars zoals dat in het decreet voorgesteld is. Expliciet voorbehouden aan landmeter-experten vinden wij een discriminatoire regel en daarom willen wij het woord landmeter-expert schrappen, zodat alle beroepscategorieën die in het Burgerlijk Wetboek worden gestipuleerd in aanmerking komen voor de schattingsverslagen.

Een volgend amendement, nummer 51, slaat op artikel 15/1, en dat is een nieuw artikel. Dat handelt over het feit dat sociale huisvestingsmaatschappijen decretaal nu ook toestemming krijgen om niet-residentiële taken te volbrengen. Zij kunnen dus niet-residentiele ruimten verwerven, realiseren, verhuren en verkopen onder bepaalde voorwaarden. Wij vinden dat dit toch wel buiten de kerntaak van een sociale huisvestingsmaatschappij valt. Sociale huisvestingsmaatschappijen moeten zich beperken tot hun kerntaak, en dat is kwetsbare doelgroepen aan een kwaliteitsvolle woonst helpen. Commerciële activiteiten moeten worden overlgelaten aan andere actoren.

Een volgend amendement, nummer 52, slaat op artikel 16. Dat handelt opnieuw over die schattingsverslagen die niet exclusief aan landmeter-experten zouden kunnen worden toegewezen, maar ook door notarissen, architecten en vastgoedmakelaars moeten kunnen worden uitgevoerd.

Amendement 53 betreft artikel 37/1. Dat handelt over de communicatie die wordt gevoerd om de sociale verhuurkantoren beter kenbaar te maken. Met LDD weten wij dat er een veel te eenzijdig verhaal gemaakt wordt, het positieve verhaal wordt uiteraard naar voren gebracht, maar wij vinden het van bijzonder groot belang dat ook de kandidaat-verhuurder op de hoogte wordt gesteld van de keerzijde van de medaille.

Aan alles is een pro en aan alles is een contra. In de praktijk heb ik het al verschillende malen meegemaakt dat er negatieve kantjes zijn aan samenwerkingen met sociale verhuurkantoren. Ik heb dat ook meermaals in de commissie ter sprake gebracht, en ik wens dus ook met dit amendement de collega’s erop te wijzen dat het noodzakelijk is dat binnen de communicatie zowel pro als contra’s aan de kandidaat-verhuurders moeten worden meegedeeld.

Amendement 54 handelt over artikel 42. Collega’s, dit is praktisch hetzelfde als voor de sociale verhuurkantoren. Maar dit is om een correcte communicatie van de kredietverstrekker te eisen. Het is ook al gebleken in de praktijk dat kredietverstrekkers niet de correcte informatie geven en zo komen ontleners soms in financiële problemen. Ze hebben een dossier opgesteld. Nadien wordt door een tweede instantie het dossier weer afgeblokt, en dat brengt mensen toch wel in de financiële problemen. Ik vind het vreemd, dit amendement is in de commissie wel weggestemd door de collega’s van de meerderheid. Ik vind het heel vreemd dat de meerderheid tegen zo’n amendement is, want wie kan er nu tegen correcte informatie zijn van een bepaalde organisatie?

Amendement nummer 55 handelt over artikel 50. Dat is de wijziging voor mensen die gaan samenwonen. In het decreet wordt voorgesteld dat de voorwaarden met betrekking tot inkomsten zouden worden geschrapt voor mensen die bij een partner komen inwonen.

Wij vinden wel dat we de deur niet moeten openzetten voor misbruiken of oneigenlijk gebruik van sociale huurwoningen. De inkomstenvoorwaarde kan het best behouden blijven, ook voor de categorie van bijtredende huurders.

Amendement 56 handelt over artikel 67, oorspronkelijk het bewuste artikel 58, waarover heel wat te doen is geweest. Daardoor stond de sector op de achterste poten. De meerderheid heeft een amendement ingediend, dat nadien weer is ingetrokken, om vervolgens weer een ander amendement in te dienen. Wij stellen vast dat een grondige evaluatie zich opdringt voor het hele Grond- en Pandendecreet. Wij vragen de integrale schrapping van artikel 67 in verband met de toewijzingsregels voor bijzondere doelgroepen.

Collega’s, tot daar een korte samenvatting van mijn amendementen. Ik wil graag ingaan op de inhoud van het ontwerp van decreet zelf. Zoals het hier voorligt, bulkt het van de artificiële ingrepen, om de doelstellingen, met andere woorden de cijfers, van het Grond- en Pandendecreet te halen. Kost wat kost, collega’s, zal worden aangetoond dat er meer sociale woningen bijkomen op termijn. Maar de verstandige lezer van dit ontwerp van decreet zal doorhebben dat daarvoor definities en begrippen moeten worden aangepast en dat men zelfs de streefdatum met drie jaar verlengt.

Het hoeft niet gezegd dat het Grond- en Pandendecreet op vele vlakken met haken en ogen aan elkaar hangt. Daarenboven zijn de effecten voor ontwikkelaars en kopers kostprijsverhogend. Recent heeft zelfs het Europees Hof van Justitie een en ander in vraag gesteld. LDD vraagt zich af of het niet beter is om het Grond- en Pandendecreet radicaal en in zijn geheel te herbekijken, alvorens weer knip- en plakwerk te doen.

Tevens, collega’s, draait alles in dit ontwerp van decreet rond het versterken van de instellingen en extra financiering voor de sociale huisvestingsmaatschappij, in plaats van dat de woonzorg van de kwetsbaren de spil van het nieuwe beleid zou zijn. Het is betreurenswaardig dat het financieringssysteem voor sociale huisvestingsmaatschappijen wordt aangepast, zonder ons inzicht te geven in de financiële situatie van de sociale huisvestingsmaatschappijen. Minister, u verwacht van de parlementsleden dat ze het financieringssysteem klakkeloos en zonder inhoudelijke kennis aanvaarden. Maar zo veel vertrouwen kan LDD niet geven, om deze blanco cheque uit te schrijven. Ook de Inspectie van Financiën merkte terecht op dat er geen inzicht is gegeven in de financiële situatie van de sociale huisvestingsmaatschappijen.

Het is evenzeer betreurenswaardig dat de kerntaak van de sociale huisvestingsmaatschappijen meer en meer verschuift naar commerciële activiteiten. Die worden nu decretaal verankerd, en hebben enkel tot doel om meer inkomsten binnen te rijven. De sociale huisvestingsmaatschappijen moeten bij uitstek de uitvoerders zijn van een sociaal woonbeleid en dat doel moet primeren op het nastreven van een vermogensvoordeel van de vennoten en het nastreven van winst als doel op zich.

Het is evenzeer betreurenswaardig dat sociale huisvestingsmaatschappijen decretaal meer macht krijgen om moeilijke huurders bij overlast of leefbaarheidsproblemen uit hun huis te zetten. Dat heb ik nooit begrepen. Wanneer een sociale probleemhuurder uit huis gezet wordt, betekent dat in se dat de sociale huisvestingsmaatschappijen tekortschieten in hun taak.

Minister, waarom bepaalt u niet dat sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen worden gesanctioneerd indien ze de basisbegeleidingstaken niet uitvoeren? Waarom penaliseert u net de sociale probleemhuurder? Dat is de omgekeerde wereld. Het wijst erop dat de probleemhuurder niet welkom is in de sociale huisvesting.

Enerzijds pleiten voor woonzekerheid als het erom gaat betere huurders levenslang te laten wonen en anderzijds net dat woonrecht afnemen van de mensen die onze maatschappelijke zorg nodig hebben: dat moet de socialistische visie op een sociaal woonbeleid zijn, blijkbaar met de gedoogsteun van CD&V en N-VA.

Conclusie: de regering laat hier een kans liggen om te tonen dat ze het goed voorheeft met de meest kwetsbare woningzoekenden. Diegenen die door acute voorvallen in woningnood komen, vallen nog steeds uit de boot. Wie door ziekte, echtscheiding, faillissement of werkloosheid is getroffen, wordt verwezen naar de wachtlijsten. Wie daarentegen al een zekere welvaart heeft opgebouwd, krijgt woonzekerheid. Onder de huidige Vlaamse Regering, met minister Van den Bossche aan het stuur voor Woonbeleid, evolueren de sociale huisvestingsmaatschappijen naar elite woonprojecten. Niet alleen evolueren de huurprijzen in de sociale huursector in de richting van de private huurprijzen, ook het profiel van de kwetsbare sociale huurder verhuist naar de privéhuurmarkt, terwijl de betere huurdersprofielen naar de sociale huurmarkt verhuizen. Dit, collega’s, is niet het sociale huisvestingsbeleid waar LDD voor staat. Als straks een meerderheid deze decreetswijzigingen goedkeurt, stellen wij voor om voortaan te spreken van de gesubsidieerde commerciële huisvesting en de niet-gesubsidieerde private huisvesting. Dat zal voor minder verwarring zorgen.

Ik dank u voor uw aandacht.

De voorzitter

De heer de Kort heeft het woord.

Dirk de Kort

Voorzitter, collega’s, dit ontwerp van decreet legt een belangrijke basis voor de verdere uitbouw van het bij het begin van deze legislatuur voorgestelde ambitieuze woonbeleid. De ambitie om het betaalbaar en kwaliteitsvol wonen blijvend vooraan op de agenda te zetten wordt door de thans doorgevoerde wijzigingen aan de Vlaamse Wooncode en het Grond- en Pandendecreet verder beklemtoond.

Een aantal belangrijke aanpassingen worden doorgevoerd. De vier bestaande categorieën sociale huurders worden vervangen door drie categorieën. Dat is een aanzienlijke verduidelijking die eindelijk meer klaarheid dient te brengen in de discussie over wie er als sociale huurder wordt beschouwd.

CD&V kan zich volkomen terugvinden in de idee dat sociale huurwoningen geen erfeniswoningen mogen worden. Sociale huurwoningen zijn nog altijd een schaars goed en ze moeten worden bewoond door die mensen die er volgens de van toepassing zijnde toewijzingscriteria recht op hebben. Er komen meer instrumenten om domiciliefraude op te sporen en in de toekomst zal kunnen worden vermeden dat sociale huurders bij opzeg van hun huurwoning drie maanden lang een dubbele huur moeten betalen. Het zijn allemaal maatregelen die ieders goedkeuring zouden moeten kunnen wegdragen.

Ook de huurdersverplichtingen worden gewijzigd. Het is de bedoeling dat een huurder dient in te stemmen met een verhuizing naar een andere sociale huurwoning als dat noodzakelijk is wegens renovatie- of aanpassingswerken.

Ook zal met een verhuizing moeten worden ingestemd indien een woning die aan een persoon met een handicap is aangepast, wordt bewoond door een persoon die niet langer nood heeft aan een dergelijke specifieke woning. Dit laatste punt is van belang. Dergelijke specifiek aangepaste woningen hebben een aantal bijkomende investeringen gevergd. Het is dan ook aangewezen ze in eerste instantie te laten bewonen door de mensen die echt behoefte hebben aan een dergelijke woning.

Uiterst belangrijk is het doorvoeren van de noodzakelijke aanpassingen die nodig zijn om de sociale leningen van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen (VMSW) en van het Vlaams Woningfonds (VWF) volledig te harmoniseren. Mijn fractie vraagt hier eigenlijk al lang om. Herhaaldelijk is het bestaan van verschillende systemen naast elkaar, waarbij het voor de kandidaat-ontlener volkomen onduidelijk is waar hij nu het beste af is, in vraag gesteld. Aan die situatie zal nu effectief een einde worden gesteld.

Een ander onderdeel van het ontwerp van decreet, dat mijn fractie belangrijk vindt, betreft het aanbod aan bescheiden woningen. Concreet staat er dat het bescheiden woonaanbod in de periode 2012-2023 met 6000 eenheden moet worden uitgebreid. We vinden het heel belangrijk dat er een bescheiden woonaanbod voor jonge starters op de woningmarkt komt. Die mensen vallen gewoonlijk tussen twee stoelen.

Het aanbod aan bescheiden woningen moet er absoluut komen. Huisvestingsmaatschappijen moeten ertoe worden aangemoedigd hierop in te zetten. We hebben het advies gelezen van de Vlaamse Woningraad, die de realisatie van 6000 bescheiden woningen als een vreemde prioriteit omschrijft. CD&V kan dat uitgangspunt niet volgen. Het ene gaat immers niet ten koste van het andere. Het bescheiden woonaanbod moet er uiteindelijk mee voor zorgen dat huisvestingsmaatschappijen over voldoende ademruimte beschikken om het sociaal huuraanbod te verhogen.

De voorganger van de huidige minister, die nu even niet aanwezig is, heeft tijdens discussies in de commissie vaak verklaard dat meten weten is. We zijn hem op dit punt meermaals bijgetreden. Met de uitbouw en het beheer van een gecentraliseerde databank, het Datawarehouse Wonen, wordt hier nu een concrete invulling aan gegeven. Een degelijk beleid kan immers enkel op basis van voldoende en correcte gegevens worden uitgetekend.

Dit betekent zeker niet dat momenteel geen gegevens met betrekking tot het woonbeleid beschikbaar zouden zijn. Het volstaat om in dit verband onder meer naar het Steunpunt Wonen te verwijzen. Die entiteit produceert immers een veelheid aan informatie. De verdere uitbouw van het Datawarehouse zal het evenwel mogelijk maken de in het werkveld beschikbare informatie nog beter te ontsluiten.

Dit ontwerp van decreet heeft de voorbije maanden heel wat discussies uitgelokt. Dit bewijst dat het woonbeleid door tal van organisaties en belanghebbenden van nabij wordt gevolgd. Dat is een goede zaak.

Dat de opmerkingen en de bedenkingen van die organisaties en belanghebbenden niet louter pro forma door de meerderheid worden aangehoord, bewijzen de aanpassingen die de afgelopen weken door middel van amendementen aan het ontwerp van decreet zijn aangebracht. Wat nog kon worden verbeterd, werd ook verbeterd. Na het advies van de Raad van State over de ingediende amendementen zijn hier ook nog de nodige aanpassingen aan aangebracht. Dit zijn allemaal bewijzen dat de meerderheid de geuite bekommernissen en de uitgebrachte adviezen ernstig neemt om tot een geactualiseerde en werkbare regeling te komen.

Mijn fractie zal dit ontwerp van decreet met overtuiging goedkeuren. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

De heer Penris heeft het woord.

Jan Penris

Voorzitter, we hebben in onze commissie een interessant debat over dit onderwerp gevoerd. De minister heeft zelf kunnen vaststellen dat mijn fractie geen tegenstander is van het ontwerp van decreet. De minister heeft immers aangekondigd dat ze onder meer de heilige overtuiging heeft de domiciliefraude in de sector aan te pakken. Dat heeft me in gang gezet. Eindelijk hebben we een minister die iets zal doen wat in de lijn ligt van wat mijn partij ter zake vraagt. Ik reken er dan ook op dat ze dit zal doen.

Minister, vorige week of twee weken geleden hebben we het gehad over de manier waarop de sociale huisvesting moet worden georganiseerd of geherorganiseerd. U treedt mij en CD&V bij met de mededeling dat sociale huisvesting volkshuisvesting is. En daar zijn we het volledig mee eens, minister. Alleen stel ik dan vast dat u ook mensen uit de bijzondere jeugdzorg een prioritaire plaats wilt geven in dit verhaal, quid dat u daar een aantal verplichtingen aan koppelt voor de mensen die vanuit die bijzondere positie daar worden geplaatst. Ik zou daar niet te ver op willen ingaan. Ik wil in sociale huisvesting voorzien voor de mensen die het verdienen, de mensen die aan onze samenleving bijdragen, een heel leven lang, en die net niet genoeg verdienen om een eigen huis te verwerven. Dat zijn de onderwijzers, de korporaals, de postbodes van onze Vlaamse samenleving. Als we met die mensen in zee kunnen gaan, dan hebt u aan mij en mijn fractie een medestander.

Daarom heb ik u op het moment van de stemming in de commissie het voordeel van de twijfel gegeven, en dat geef ik u vandaag nog. Wij zullen de technische amendementen of de technische aanpassingen die u voorstelt, wellicht mee goedkeuren, quid dat LDD daar nog een aantal verbeteringen aan wil aanbrengen. Ik hoop dat mevrouw De Waele die amendementen ook heeft ingediend. Ik kan nu al aankondigen dat haar amendementen 49, 50, 51, 52, 53, 54 en ook 56 onze goedkeuring zullen wegdragen.

Ik denk dat ook zij het voordeel van de twijfel heeft. Alles wat we kunnen verbeteren inzake technische details is meegenomen. Minister, ten gronde hebt u onze steun in uw visie over volkshuisvesting en ik hoop dat u die visie hard blijft maken. Als u dat niet doet, dan bent u onze steun weer kwijt.

De voorzitter

Mijnheer Penris, u zei iets over technische amendementen. Er worden toch geen technische amendementen ingediend? Of bedoelt u die van mevrouw De Waele? (Instemming van de heer Jan Penris)

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

We hebben een uitvoerig debat gevoerd in de commissie. De meerderheid wilde dit dossier per se op deze datum afgehandeld zien. Dat is de reden waarom mevrouw De Waele haar amendementen niet kon toelichten. Ik begrijp dat ze dit vandaag doet.

Ik heb wat bezwaren tegen de wijze waarop het Woondecreet tot stand is gekomen. Het getuigt eigenlijk van niet veel respect voor het parlement. De regering stelt het parlement als het ware voor een voldongen feit. Ze heeft een eerste financieringsbesluit goedgekeurd op 14 januari 2013, mevrouw De Waele. Ik denk dat u zich daar een klein beetje in vergist. Dat fiat is al lang geleden gegeven. Dan pas is zij naar het parlement gekomen om te zeggen wat zij wilde veranderen. De regering heeft eerst de financiële grondslag goedgekeurd, hoewel er een negatief advies was van de Inspectie van Financiën. De inspectie had grote vragen over de bedoeling. Is het de bedoeling om het systeem van de sociale huisvestingsmaatschappijen in stand te houden, of zoekt men naar een efficiënte manier om betaalbaar wonen in Vlaanderen mogelijk te houden?

De vraag is of de nieuwe staatssteun, die u vandaag hebt voor zowel huur- als koopwoningen voor sociale huisvestingsmaatschappijen, vooraf aan de Europese Commissie is aangemeld. Ik vind dat een zeer relevante vraag. Ik zou er ook nog graag een antwoord op hebben. De vraag is ook of de Vlaamse Regering aan de Europese Commissie rapporteert over de staatssteun aan de sociale huisvestingsmaatschappijen.

Ik heb nog een bijkomende louter juridische bemerking. U weet dat het Grond- en Pandendecreet voorwerp is van heel wat juridische discussies en prejudiciële vragen. Morgen komt in onze commissie opnieuw een vraag aan bod waarbij een deel van het Grond- en Pandendecreet, onder andere het aspect wonen in eigen streek, onder vuur komt. U probeert opnieuw met een juridische truc het Grond- en Pandendecreet als het ware te verankeren in het Woondecreet. Dat is geen goede wetgeving.

Het ontwerp van decreet bevat ook een aantal positieve zaken. Onder andere alleenstaanden kunnen nu ook een beroep doen op sociale leningen. Dat vinden wij een goede zaak. De harmonisering van sociale leningen is een voorbeeld van vereenvoudiging dat wij kunnen toejuichen. Ook het onderzoeken van de domiciliefraude is een aandachtspunt, zoals u weet. Maar het feit dat u dit ontwerp van decreet moet aanpassen, bewijst dat uw eigen beleid faalt omdat u uw sociaal objectief van 2020 naar 2023 moet uitstellen, en dit tegen alle logica in.

De noden worden groter en de wachtlijsten worden langer. Ik zou het parlement graag eens in herinnering brengen wat een sociale huur is. Ik vind dat niet uit. Het staat in het boek van mijnheer Hubeau en in alle juridische boeken: een sociale woning is een woning die dient voor iemand die niet in staat is om een normale huur te betalen. Minister, het beleid is hier vandaag ver van verwijderd. Vandaag bekijkt u de sociale woning als een structurele oplossing, en u komt daar openlijk voor uit. Dat scheidt ons fundamenteel.

Dat is ook de reden waarom u uw financiering moet aanpassen. Met uw beperkte middelen kunt u vandaag niet alle wachtenden helpen. U wilt aan de ene kant woonzekerheid bieden. Dat is als socialistische minister uw dada. Ik vind dat u een fundamenteel onrechtvaardig systeem handhaaft. Ik ben zeer sociaal, maar ik vind dat wij in de samenleving moeten inzetten op sociale mobiliteit. De behoeftigen van vandaag zijn niet de behoeftigen van morgen. Als je door tijdelijk minder inkomen te hebben je huur niet kunt betalen, dan ben ik de eerste om te zeggen dat de overheid tijdelijk moet bijspringen. Maar de overheid wordt gefinancierd met de inkomens van mensen die werken. Dan moet je ook de fairheid hebben om te zeggen dat je misschien de dag dat je het beter hebt de sociale woning moet laten aan de mensen die het echt nodig hebben.

Mijnheer Penris, u zegt dat u voor de volkshuisvesting bent. Dat klinkt zeer goed. En u zegt dat wij ook de leraar en de postbode en diegenen die net niet in staat zijn om een woning aan te schaffen een sociale huur moeten geven. Wel, indien wij vandaag een aanbod zouden hebben van 30 procent woningen die door sociale huisvestingsmaatschappijen worden verhuurd, dan zou ik u nog enigszins kunnen volgen. Maar vandaag hebben wij slechts 6,9 of 7 procent sociale woningen in Vlaanderen, en wij hebben 75 procent mensen die nog altijd in staat zijn om een eigen woning aan te schaffen. De postbode en de militair die gaan werken, die moeten, als ze met twee zijn en op de woonbonus kunnen rekenen, in staat zijn om een woning aan te schaffen op termijn. De resultaten zijn er ook. We hebben in Vlaanderen 75 procent eigenaars. We hebben 7 procent sociale huisvesting. Die 18 procent mensen op de private markt, dat zijn er 360.000 waarvan er 180.000 in aanmerking komen om een sociale woning te hebben.

De meest kwetsbare groep zijn de 90.000 wachtenden. Wat doet de Vlaamse Regering? Die gaat de inkomensgrenzen nog vergroten, zodat de groep wachtenden in één klap van 90.000 naar 130.000 gaat. Dat kan ik niet begrijpen. De leerkracht en de betrokkenen zullen nog langer op de wachtlijst staan. Dit beleid helpt op zich niets.

Jan Penris

Mevrouw Van Volcem, wie krijgt van u voorrang?

Dat zijn de mensen die, zolang we 7 procent sociale woningen hebben en er geen doorstroming is in Vlaanderen …

Jan Penris

Over welke mensen spreekt u?

Over de mensen die behoeftig zijn.

Jan Penris

De mensen die behoeftig zijn, welke mensen zijn dat?

Dat zijn de mensen die niet in staat zijn een normale huurprijs te betalen op de private markt.

Jan Penris

Denkt u dat onze onderwijzer, onze korporaal en onze facteur in staat zijn een huis te verwerven?

Een normale huurder betaalt …

Jan Penris

U denkt te liberaal, mevrouw Van Volcem. U bent echt een liberaal. U weet niet wat er op de woningmarkt aan de gang is. Weet u hoeveel een huis kost?

Ik weet wat een huis kost, en ik ken ook de huurprijs.

Jan Penris

Weet u wat zo iemand daarvoor moet afdragen?

Ja, en ik weet ook hoeveel die mensen verdienen.

Jan Penris

Ik zal u zeggen wat u wilt. U wilt het sociale woningpatrimonium ter beschikking houden en stellen van het aller-, allerlaagste segment van onze bevolking: mensen die hier misschien niets te zoeken hebben, fortuinzoekers, asielzoekers, mensen die misschien een crimineel verleden hebben en die ervoor zorgen dat onze mensen die wel werken en wel een bijdrage leveren aan onze samenleving, daar niet terechtkunnen. Dat is wat Open Vld wil.

Marc Hendrickx

Ik kan me toch vinden in de bedenkingen die de voorzitter van de commissie Wonen maakt. Mevrouw Van Volcem, u stelt het voor alsof door de verhoging van de inkomensgrenzen plots honderdduizenden mensen meer in aanmerking zullen komen.

Veertigduizend.

Marc Hendrickx

Veertigduizend, ik heb het u vorige week gezegd, die in aanmerking komen. Lang niet iedereen zal zich daardoor laten inschrijven op de lijst. Maar u doet alsof dat plots veel extra wachtenden zal veroorzaken. Dat is niet zo. Het is niet de modale tweeverdiener die in aanmerking komt. Het is een lichte verhoging die nota bene jaren geleden was ingeschreven in het regeerakkoord. Nu fulmineert u alsof u plots het zonlicht hebt gezien.

Ik vind het niet correct, en ik zal zeggen waarom. De grenzen worden met 2650 euro opgetrokken op het moment dat er al negentigduizend mensen zitten te wachten. Mijnheer Penris, ik weet hoe u in de samenleving staat, maar dat is niet mijn beeld. U durft het niet zo letterlijk te zeggen. U zegt: weet u wat ik eigenlijk niet wil? Al de mensen van vreemde origine, die moeten niet in een sociale woning. Dat moet dienen voor ons volk. Dat is wat u zegt.

Wat zeg ik? Ik zeg: mensen die lage inkomsten hebben, hebben recht op een sociale woning. Ik ga zelfs verder omdat ik vind dat de Vlaamse Regering moet inzetten op sociale mobiliteit. Iemand die het moeilijk heeft, moeten we helpen. Iemand die het beter heeft, moeten we helpen om door te stromen. Het systeem zoals ik het verwoord, dat u negen jaar een sociale woning krijgt met een evaluatie, maakt dat mensen die willen profiteren, niet meer kunnen profiteren, omdat ze weten dat er een sociale mobiliteit is, dat ze worden gedwongen om een stapje opzij te zetten.

Ik ben zes jaar schepen van wonen geweest in een rijke, luxueuze stad. Wat zag ik op mijn dienstbetoon? Mensen van 60 jaar met een pensioen van 700 euro, die 125 euro kosten hebben aan medicijnen, die 400 euro per maand huur moeten betalen. Voor die mensen konden we niets doen, want ze stonden zeven jaar op de wachtlijst met een inkomen van 700 euro. Door die inkomensgroep vandaag te vergroten, zullen de mensen die vandaag wachten, nog langer moeten wachten. Dat vind ik geen eerlijk systeem. (Applaus)

En wat is de reden waarom men dit doet? Om de financiering van de sociale huisvestingsmaatschappijen in evenwicht te houden. Daarom heb ik respect voor de heer de Kort omdat hij dat toegeeft. Hij zegt dat Vlaanderen 6000 bescheiden woningen wil bouwen waarmee er winst wordt gemaakt die wordt gegeven aan mensen met een beperkt inkomen om de huurkosten te dekken. Dat vind ik eerlijk, maar niet de inkomensgrenzen optrekken, louter omdat sociale huisvestingsmaatschappijen een andere doelgroep beogen dan de mensen die het werkelijk nodig hebben.

Mijnheer Penris, u kunt ervan denken wat u wilt, maar het liberalisme is op dat vlak sociaal en eerlijk. We moeten in Vlaanderen die eerlijkheid terugkrijgen. Wie recht heeft op een sociale woning, wie arm is, wie geen middelen heeft, die moet er een beroep op kunnen doen. Dat is onze visie.

Ik word er kwaad van. Er zijn zoveel mensen op de wachtlijst die nu op de private markt moeten huren, wat fundamenteel oneerlijk is.

Jan Penris

U bent schepen van Sociale Huisvesting geweest. Welke mensen kwamen op uw dienstbetoon? Mag ik u dat eens vragen? Hoe lang moesten die mensen wachten voor ze een sociale woning kregen?

Alle soorten mensen. Mijnheer Penris, bij mij mocht iedereen binnen. Ik was niet sectair. Iedereen.

Jan Penris

Ik ben voorzitter van de commissie Wonen en ik krijg ook mensen over mijn vloer. Welke mensen, mevrouw Vogels? (Opmerkingen van mevrouw Mieke Vogels)

De korporaal ook, maar ook onder andere een facteur, onder andere een gepensioneerde. Mogen zij niet meer komen? Neen. U wilt de sociale huisvestingssector voorbehouden voor diegenen die in feite thuishoren in de sociale sector die ook voor hen opvang zou moeten zoeken. De sociale huisvestingssector blijft voor mij volkshuisvesting. Zo hebben we het in het verleden geconcipieerd, zo heeft het gewerkt en ik zou in die richting willen doorgaan.

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Mijnheer Penris, die facteur komt hier altijd terug. De vorige voorzitter van sp.a had het ook altijd over de facteur die in de sociale huisvesting terecht moest kunnen. Ik ben het eens met mevrouw Van Volcem. Op het moment dat er weinig sociale woningen zijn, moet je die voorbehouden voor diegenen die ze het meest nodig hebben.

Voor de facteur en de korporaal zijn er andere middelen om hen aan een eigen woning te helpen zoals het systeem van sociale leningen uitbreiden. Dat is perfect mogelijk. Gebruik dat systeem om die mensen aan een eigen woning te helpen, maar houd het sociale woningpatrimonium voor mensen die het nodig hebben.

Minister, ik vind het raar dat het Vlaams Belang en sp.a nu aan één zeel trekken voor de uitbouw van een volkshuisvesting. Ik vind het een zeer rare coalitie.

Patricia De Waele

Voorzitter, ik denk dat we eigenlijk niet meer over hetzelfde spreken. Wij spreken ook over sociale huisvesting voor mensen in woonnood – een acute woonnood of een langdurig probleem – die moeten kunnen worden gehuisvest in een systeem dat wij tot nu toe nog altijd sociale huisvesting noemen. Maar we merken dat de sociale huisvesting een veel breder doelpubliek krijgt met een beter inkomen. Men gaat met andere woorden filteren zodat men een beter huurderssegment krijgt. En of het nu asielzoekers of mensen van ik-weet-niet-waar zijn, daar gaat het niet om, maar mensen die in woonnood zitten – een bruine, een witte of een gele – en geen dak boven hun hoofd hebben, moeten terechtkunnen in een sociale huisvestingsmaatschappij of een sociaal huurhuis.

Er zijn ook bij ons heel wat mensen die door ziekte, door echtscheiding, door faillissement of door werkloosheid en noem maar op, door een plotselinge gebeurtenis, op straat komen te staan. Het moet u maar overkomen dat u van de ene dag op de andere op straat staat. Dan zegt LDD dat er een sociale huisvestingsmaatschappij moet zijn om u te kunnen helpen.

We pleiten ervoor dat voor mensen die bijvoorbeeld iets meer verdienen maar die het ook nog moeilijk hebben, het systeem van de huurpremie ingang moet kunnen vinden. Die huurpremie moet niet gebaseerd zijn op het feit dat je vijf jaar op een wachtlijst staat of op het feit dat de huurprijs van een huis maar 500 euro in de maand mag kosten, neen, de huurpremie moet gebaseerd zijn op uw inkomen. Dat is het enige juiste waar je je op moet focussen. De inkomensgerelateerde huurpremie zal veel meer mensen die wat minder verdienen, zoals een postbode of een poetsvrouw, kunnen helpen. Op die manier kunnen ze ook op de private markt aan een huis geholpen worden.

Collega’s, voor mij is een mens, een mens. Als hij een onvoldoende inkomen heeft, van welke origine hij ook is, dan mag hij van mij in een woning. Ik ben wel voorstander van tijdelijke contracten. Er is in Vlaanderen toch iets enorm vreemds, namelijk dat je die levenslang krijgt. Dat is niet juist. Je kunt op een bepaald moment in nood zijn. Men kijkt naar het inkomen van drie jaar terug. Het zou ook kunnen zijn dat je het in het leven uiteindelijk goed hebt, dat je trouwt of erft, maar dat komt allemaal niet in aanmerking. Voor heel je leven bezet je die woning waar iemand anders op wacht. Ik vind dat fundamenteel oneerlijk. Ik gun iedereen een opstap. Door het systeem van de levenslange contracten, dat jullie vandaag hanteren, kunnen we eigenlijk niemand in acute nood helpen. Iemand die in faling gaat, wel, die staat daar. Die kan niet terecht in een sociale woning want hij staat onder aan de wachtlijst. Hetzelfde geldt voor iemand die werkloos wordt. Een vrouw die in een echtscheiding zit waarbij de man het onderhoudsgeld niet betaalt, kan niet tijdelijk in een sociale woning. Dat gaat niet. We kunnen daar niets voor doen! Niets!

Voor het volgende moeten we wel aandacht hebben. Sociale huisvestingsmaatschappijen kunnen 5 procent van hun patrimonium verhuren aan het OCMW voor mensen zoals asielzoekers en dergelijke meer. Daarvoor is er soms onbegrip bij de mensen in de blokken. Die zeggen dat ze zeven jaar op de wachtlijst hebben gestaan, en die betrokkene is een maand in België, en die mag er al in. Dat is niet uw verhaal, mijnheer Penris. Het gaat slechts over 5 procent van het patrimonium dat op die manier kan worden toebedeeld. Dat is soms een doorn in het oog van andere mensen die moeten wachten. Ik denk dat het OCMW misschien andere systemen moet vinden, zoals crisiswoningen of doorgangswoningen. Maar u vergroot die 5 procent uit tot de regel, en dat is niet correct.

Ik betreur dat het decreet nog steeds actorgebonden is. In die zin zijn we met LDD … Mag ik alstublieft een beetje aandacht vragen, of wilt u misschien naar het Koffiehuis gaan?

De toewijzingsregels wilde men aanvankelijk opleggen aan de private sector. Gelukkig heeft de meerderheid ingezien dat het beter was ze af te schaffen omdat men als het ware 40 procent sociale lasten zou leggen op elke ontwikkeling. Dat zou er uiteindelijk toe geleid hebben dat de tweeverdiener die met zijn inkomen een woning betaalt, ook 40 procent van die sociale last voor zijn rekening zou moeten nemen. Als men dan zegt dat een woning betaalbaar moet blijven, ook voor starters, dan denk ik dat het opleggen van sociale lasten voor doelgroepen aan de private ontwikkelaars, een omgekeerd effect zou hebben.

Voor het overige denk ik dat het een gemiste kans is. Ik hoop dat ik aan de hand van vurige pleidooien toch nog coalitiepartners kan overtuigen om af te stappen van de levenslange huur en die om te vormen naar tijdelijke huur. Zo kan men sociale mobiliteit creëren bij de zwaksten in de samenleving. (Applaus bij Open Vld en CD&V)

De voorzitter

Mevrouw De Wachter heeft het woord.

Else De Wachter

Voorzitter, er is heel wat debat voorafgegaan aan dit ontwerp van decreet. Minister, we hebben al grondig kunnen discussiëren in de commissie. Zelfs vandaag is het debat nog zeer boeiend geworden. Dit ontwerp van decreet brengt een wijziging van de Vlaamse Wooncode en van het grond- en pandenbeleid mee.

Ik wil de gelegenheid aangrijpen om de verslaggever te bedanken voor het zeer uitgebreide verslag. Ze heeft zeer goed weergegeven hoe de besprekingen zijn verlopen.

Minister, dit is een zeer belangrijk ontwerp van decreet. Op deze manier kunnen we de Wooncode en het grond- en pandenbeleid aanpassen aan de realiteit op het terrein. Dat is cruciaal, niet alleen vandaag maar ook in de toekomst. We willen een stevig sociaal woonbeleid uitbouwen.

Er is al verwezen naar de concrete punten. Ik zal dat niet allemaal herhalen.

Ik wil nog aanstippen dat dit ook op het lokale vlak zijn impact zal hebben, ook inzake sociale huisvesting. Men zal er in de toekomst verder aan kunnen werken en een sociaal beleid voeren. Eenieder heeft daar recht op, op het moment dat men er nood aan heeft.

Marc Hendrickx

Ik dank ook de verslaggever voor het uitgebreide en correcte verslag. Ik dank de commissievoorzitter voor het leiden van de debatten in de commissie. Dat waren goede debatten. Er zijn amendementen toegevoegd, vaak na samenspraak met diverse actoren uit de sector. Dat is een goede zaak. Dat bewijst dat deze meerderheid rekening houdt met opmerkingen uit het veld. Dat leidde soms tot consternatie bij sommigen.

Het ontwerp van decreet omvat natuurlijk enkele juridisch-technische aanpassingen aan de Vlaamse Wooncode en het Grond- en Pandendecreet. Het zijn geen artificiële ingrepen, mevrouw De Waele. Daarnaast gaat het om inhoudelijke aanpassingen. Die zal ik niet allemaal herhalen. Zelfs mevrouw Van Volcem heeft ze voor een groot deel positief genoemd.

Dit ontwerp van decreet heeft de volle steun van de N-VA. (Applaus bij de N-VA)

Mieke Vogels

Collega’s, er is al veel gezegd, ik wil nog een paar dingen toevoegen. Samen met mevrouw Van Volcem vraag ik me af wat de juridische consequenties zijn van de integratie van het Grond- en Pandendecreet in dit ontwerp van decreet. Ondertussen loopt er immers een procedure om dat decreet voor een deel nietig te verklaren. Ik vind het vooral, ik heb dat in de commissie al gezegd, erg dat we op deze manier het sociaal objectief van het Grond- en Pandendecreet betonneren tot 2023 zonder enige evaluatie van de effectiviteit.

Ik verklaar me nader. Het Grond- en Pandendecreet is er in feite gekomen op vraag van de burgemeesters van Antwerpen, als daar zijn Bob Cools en Patrick Janssens, en door schepen Marc Van Peel. Ze vonden dat ze genoeg geïnvesteerd hadden in de sociale huisvesting. Ze hadden hun 10 procent. Het was aan Brasschaat, de heer de Kort weet dat goed, om te investeren in sociale huisvesting. (Opmerkingen)

En Aartselaar, inderdaad.

Dan zouden die mensen op de wachtlijst in Antwerpen allemaal naar Brasschaat gaan. Dit Grond- en Pandendecreet is ondertussen vier jaar van kracht, en als er één ding duidelijk is, dan is het dat die mensen niet in Brasschat zijn gaan wonen. Daarvoor zijn diverse redenen. De mensen die in Antwerpen wonen, willen niet in Brasschaat gaan wonen. Bovendien, is, als de heer de Kort of de burgemeester van Aartselaar sociale woningen laat bouwen, dat natuurlijk voor het eigen volk. Dan is dat niet in die zin zoals de heer Penris dat zou bedoelen, maar dus wel voor de inwoners van Brasschaat.

Dirk de Kort

Mevrouw Vogels, we merken in de door u opgesomde randgemeenten dat er wél een dynamiek is ontstaan, dat door het Grond- en Pandendecreet wél iedereen zijn rol als woonregisseur is beginnen op te nemen, zodat er bijkomende sociale huisvesting wordt gebouwd.

Bovendien is het zo dat, omdat sommige gemeenten niet een hele geschiedenis van sociale huisvesting hadden, de wachtlijsten in die gemeenten inderdaad behoorlijk korter zijn dan in Antwerpen. Voor sommige mensen is dat toch wel een overweging om toch te verhuizen naar de rand, zeker als ze dan ook nog eens worden geconfronteerd met de problematiek van een tekort aan plaatsen in het onderwijs. Op dat moment zien we dat. Dit zal een probleem worden als de politici in Antwerpen hun verantwoordelijkheid niet willen opnemen en niet zorgen voor bijkomende sociale huisvesting.

Mieke Vogels

Nu wordt de bal teruggekaatst. Destijds werd gesteld dat, indien de randgemeenten hun verantwoordelijkheid zouden nemen, de mensen die in Antwerpen op de wachtlijst stonden, in die randgemeenten zouden gaan wonen. Dat is niet het geval, omdat ze dat niet willen en ook omdat naar ik meen de inwoners van Brasschaat en Aartselaar en andere randgemeenten dat al evenmin willen. Daar is geen draagvlak voor.

Er vindt dus een dubbele beweging plaats. Men trekt de inkomensgrenzen op. De gemeenten mogen een eigen toewijzingsreglement maken. We zien dat de gelukkigen in die gemeenten veel meer toegang hebben tot sociale woningen. We krijgen een situatie waarbij in een gemeente als Aartselaar 80 procent van de mensen eigenaar is van hun eigen woning en 20 procent huurt. Voor die 20 procent is er een aanbod van 10 procent sociale woningen. Dat is toch niet logisch. Dat kan natuurlijk omdat die inkomensgrenzen zijn opgetrokken en er toewijzingsreglementen zijn. Die mensen hebben het dus goed. In Antwerpen, waar 55 procent van de mensen huurder is en de sociale problemen veel groter zijn, wordt er echter geen enkele sociale woning bijgebouwd. Al het geld van de voorbije jaren is trouwens ook geïnvesteerd in de filosofie van het Grond- en Pandendecreet, dat stelt dat er overal sprake moet zijn van 10 procent sociale woningen. Ik vind het dus niet normaal dat men met dit ontwerp die toestand gaat bestendigen, dat men hetzelfde beleid gaat voeren, en dat zelfs niet tot 2020, maar tot 2023.

Dat geldt trouwens ook voor de sociale koopwoningen, waarvan hoe langer hoe meer mensen stellen dat die pas weggegooid geld zijn. Wat men hier nu zal goedkeuren, komt eigenlijk neer op het voortzetten van het huidige beleid, dat op geen enkele manier wordt geëvalueerd.

Dit is een instellingendecreet, dat vooral is geschreven door de sociale huisvestingsmaatschappijen. Er is een schrijnend tekort aan kwalitatieve, betaalbare huurwoningen. De private bouwsector heeft meermaals het aanbod gedaan een rol te spelen bij het bouwen van betaalbare kwalitatieve woningen. Ze willen hierbij worden betrokken, maar men gaf nooit thuis. Meer nog, heel dit ontwerp van decreet staat eigenlijk ook wat haaks op de noden van de sociale verhuurkantoren, die wel actief zijn op de privémarkt, maar daar nog altijd maar een heel kleine speler zijn.

Een ander argument dat nog niet aan bod is gekomen en dat ik dus nog even naar voren wil brengen, betreft de sociale leefbaarheid. Men heeft het daar altijd weer over. De heer de Kort is eerlijk; hij zegt: “We trekken de inkomensgrenzen op, we maken nieuwe bescheiden woningen omdat de maatschappijen voldoende zuurstof zouden hebben en niet failliet zouden gaan.” Een argument dat steeds weer wordt vermeld, is de sociale leefbaarheid in de sociale woonwijken. In dit decreet krijgen we opnieuw een aantal voorstellen om mensen die bijvoorbeeld overlast veroorzaken, sneller uit de woning te zetten. Het decreet bevat een aantal voorstellen om de zogenaamde sociale leefbaarheid in de sociale woonwijken te garanderen.

Ik vind dat heel merkwaardig. We hebben het altijd weer over de sociale mix en over sociale leefbaarheid als het over sociale woonwijken gaat. Zijn wij als politici dan niet verantwoordelijk voor de sociale leefbaarheid in private huurwijken? Moeten wij niets doen aan de sociale mix in private huurwijken? Ik kan u meenemen naar een aantal wijken in Antwerpen waar de sociale mix absoluut niet aanwezig is en waar de overlast veel groter is dan in de sociale woonwijken. Waarom beperkt de politieke klasse zich tot de leefbaarheid in dat kleine cirkeltje van 10 procent sociale woonwijken? Waarom voelen wij ons niet verantwoordelijk voor de sociale leefbaarheid ‘as such’ in alle woonwijken?

U zult al begrepen hebben dat ik vandaag ‘niet in mijne goeie ben’; ik zal ook dit ontwerp van decreet niet goedkeuren. (Opmerkingen van de heer Kris Van Dijck)

Neen, ik ben niet negatief, ik ben progressief! (Applaus bij Groen)

De voorzitter

Minister Van den Bossche heeft het woord.

Voorzitter, dames en heren, ik overloop graag nog even de voor mij belangrijke aanpassingen via dat ontwerp van decreet. Ik tracht dan ook op de meest relevante en ook op de, naar mijn aanvoelen, minder relevante opmerkingen te reageren.

Een eerste doelstelling van het ontwerp van decreet is het wegwerken van een aantal vormen van discriminatie. Het is vandaag zo dat kinderen die bij het sluiten van de huurovereenkomst meerderjarig zijn en het contract mee tekenen, het recht krijgen om bij overlijden van de ouders, de woning zelf te huren of zelfs te kopen. Als de kinderen daar kwamen wonen toen ze nog minderjarig waren, maar ze meerderjarig zijn geworden en op dat moment het contract ondertekenen, kunnen zij dat recht niet openen. Dat is natuurlijk een gekke situatie. De vraag die rees, was of er zoiets moet bestaan als een erfrecht op een sociale woning. Mijn antwoord daarop is: “Neen, ik denk dat niet.” We schrappen dat met andere woorden, maar we geven wel de mogelijkheid aan de huisvestingsmaatschappij om die kinderen toe te laten daar nog enige tijd te blijven, bijvoorbeeld wanneer die kinderen op dat moment studies hebben aangevat, om hun de mogelijkheid te geven hun studies te vervolmaken op het moment dat ze het al moeten stellen zonder ouders. Dat biedt hun dan de kans om die studies af te maken. Er is dus een zekere soepelheid, maar toch wordt het erfrecht bij sociale woningen geschrapt.

Een andere discriminatie is de ongelijke behandeling tussen gehuwde partners en samenwonende partners. Een gehuwde partner werd niet op zijn inkomen gecheckt, een samenwonende partner mocht er niet binnenkomen tenzij hij of zij huwde. Dat was een beetje gek, ook die discriminatie is geschrapt. Mensen kunnen bij hun partner komen wonen zonder te moeten trouwen, maar het inkomen wordt natuurlijk wel meegeteld in de berekening van de huurprijs. Dat lijkt me ook een redelijke verandering.

We willen ook tegemoetkomen aan klachten over te hoge huurlasten, en dat op twee manieren. Enerzijds laten we een kandidaat-huurder ook omschrijven bij de keuze die hij of zij wil maken voor een woning, wat de maximum huurlasten zijn die hij of zij kan dragen zodat geen woning wordt aangeboden die onbetaalbaar blijkt. Bovendien zorgen we ervoor dat de kosten voor een plaatsbeschrijving eerlijk worden gedeeld tussen de huisvestingsmaatschappij en de huurder, dat zou de huisvestingsmaatschappij moeten aanzetten tot soberheid, en dan kan de regering, indien die soberheid uitblijft, een plafond vastleggen.

We vermijden ook dat sociale huurders onnodig dubbele huur betalen. Wanneer u een woning opzegt, is het logisch dat u dat drie maanden op voorhand doet. Maar als u een handicap hebt en u plots terechtkunt in een voorziening, of als u oud bent en u kunt terecht in een woonzorgcentrum, dan gebeurt dat vaak erg onverwacht en zult u geen drie maanden dubbele huur meer moeten betalen; de opzegtermijn wordt nu beperkt tot één maand.

Ik zie ook allemaal voorbeelden die de huisvestingsmaatschappij potentieel geld kosten, al was het maar om duidelijk te maken dat we vooral de huurder op het oog hebben en de intentieprocessen die sommigen hebben gemaakt geheel ten onrechte zijn.

Wij leggen ook een extra aantal huurdersverplichtingen op. Het is inderdaad zo dat een aantal doelgroepen voorrang kunnen krijgen, ik denk aan jongeren uit de Bijzondere Jeugdzorg, mensen die uit een psychiatrisch ziekenhuis komen, daklozen, of in dat geval voormalig daklozen.

Maar wij zeggen ook dat die voorrang afhankelijk wordt gemaakt in het teken van die begeleidingsovereenkomst. Met andere woorden, als je bereid bent om die – toch wel – grote stap te maken van een instelling naar die huurmarkt, dan toont u ook dat u bereid bent om u nog even op weg te laten helpen. Dat is wat wij vragen, en in ruil krijgt u dan ook voorrang op die sociale woning.

Er zijn een aantal aanpassingen om domiciliefraude sneller te kunnen opsporen. Als er aanwijzingen zijn voor domiciliefraude, wordt aan de toezichthouder en de wooninspecteur de bevoegdheid gegeven om verbruikersgegevens van gas en elektriciteit op te vragen als het nodig is. Dat is een extra stap. We hebben al eerder een aantal maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat domiciliefraude zo snel mogelijk kan worden opgespeurd.

Wij harmoniseren ook de sociale woonleningen van de VMSW en het VWF of we zorgen in ieder geval voor het kader dat dit moet toelaten. Dat zorgt voor een grotere duidelijkheid voor de consument, en het is ook rechtvaardiger dat de consument – in welke situatie hij zich ook bevindt – kan aankloppen bij eender welke maatschappij die sociale leningen verstrekt en daar telkens een gelijk aanbod krijgt.

Het bescheiden woonaanbod dat wij ook voor het eerst invoeren is niet onbelangrijk. De groep van jonge starters wordt vaak als voorbeeld naar voren geschoven, mensen die echt graag een degelijke woning willen huren, maar voor wie het toch moeilijk is om die degelijke woning op de markt te vinden, die soms jonge kinderen hebben. Deze mensen hebben zeker een kwaliteitsvolle woning nodig, maar kunnen niet gemakkelijk op de markt. Ik denk dat we de huurmarkt versterken door die bescheiden huurwoningen toe te voegen aan het decreet Grond- en Pandenbeleid.

Dan is er ook de uitbouw van een data-warehouse om te zorgen voor zoveel mogelijk goede cijfers. Er zijn ook nog veel andere aanpassingen, maar aanpassingen die wellicht geen andere toelichting nodig hebben.

Ik wil ook nog een aantal reacties geven. De belangrijkste kritiek die ik van een aantal mensen heb gehoord – die werd ook wel tegengesproken door andere mensen – is het optrekken van de inkomensgrenzen. U mag zich niet vergissen. We bevinden ons allen in een toestand van relatieve welstand waardoor mensen al eens vergeten hoe moeilijk het wel is om met 1400 euro per maand en een kind rond te komen als je huur moet betalen op de private markt. Die mensen zijn niet rijk, ze hebben een precair bestaan, ze hebben het verschrikkelijk moeilijk om de eindjes aan elkaar te kopen. Deze mensen zijn evengoed de doelgroep van sociaal wonen.

Als mevrouw De Waele zegt dat het elitehuisvesting is, dan vraag ik u – op de vrouw af – of u vindt dat iemand die 1400 euro per maand verdient en een kind heeft elite moet worden genoemd en dus geen recht heeft op een sociale woning? Want dat zegt u. U noemt het elite sociale huisvesting. Over die mensen gaat het, en voor alle duidelijkheid, de postbode verdient zelfs al wat te veel om in aanmerking te komen voor die sociale woning. We hebben het over mensen die poetshulp zijn met dienstencheques, we hebben het over mensen die de straten vegen, over mensen met de allerlaagste inkomens in onze maatschappij, we hebben het over mensen die geen kans meer krijgen.

Weet u welke mensen nu binnen kunnen? De 10 procent laagst verdienende mensen met een inkomen uit arbeid in Vlaanderen zullen in aanmerking komen. Dat zijn de mensen die jarenlang werkloos zijn en een job aanvaarden die u wellicht niet benijdt, dat zijn de mensen waar u van zegt dat die de elite zijn die niet thuishoren in een sociale woning, het spijt mij. Ik vind het niet fair alsof u doet dat ik asociaal ben door die mensen wel een kans te geven op een sociale woning. (Applaus)

Mevrouw Van Volcem, u pleit al een tijdje voor tijdelijke contracten. Ik ben daar niet voor om een aantal redenen. Ik denk dat, als mensen hun financiële situatie verbeteren en bijvoorbeeld na een tijdlang werkloos te zijn geweest een job aanvaarden, wij dat werken op zich niet moeten bestraffen, maar gewoon de huur moeten optrekken. U weet dat die zo hoog kan worden dat die de markthuurprijs benadert. Op dat moment zijn mensen gestimuleerd om de sociale woning te verlaten, die immers niet meer goedkoper is dan de woning op de markt, behalve wanneer mensen, die bijvoorbeeld wat ouder zijn, een band hebben opgebouwd met de buurt en de buurtbewoners. Die mensen zijn in zo’n sociale woonwijk meer dan nuttig.

Het is belangrijk dat niet iedereen om de haverklap verhuist, dat mensen een zekere woonzekerheid kunnen verwerven. Wanneer mensen erin slagen om het beter te doen en meer te verdienen, gaan ze vanzelfsprekend meer huur betalen, waardoor ze de sociale woning eventueel verlaten.

U hebt een punt dat de huurprijzen sneller moeten worden aangepast nadat het inkomen omhoog gaat. Daar gaat nu soms zeer veel tijd over. Dat proberen we sneller te doen, we zoeken nu naar manieren om dat te doen, maar ik vind niet dat we mensen uit hun huis moeten zetten als ze een job krijgen. Op die manier creëren we een nieuwe werkloosheidsval en moedigen we mensen niet aan om te gaan werken. Bovendien denk ik dat het fijn samenwonen is in een sociale woonwijk waar inderdaad iemand gepensioneerd is, iemand anders leeft van een uitkering, maar iemand anders er ook in is geslaagd om een job te vinden en op die manier perspectief biedt aan de anderen.

Sommigen onder u pleiten voor een huursubsidie voor iedereen. Op zich vind ik een veralgemeende of toch brede huursubsidie niet noodzakelijk een slecht idee, maar u moet weten dat er 180.000 huurders zijn. Een zekere selectiviteit lijkt dus wel aangewezen, als u beseft dat we het ook moeten kunnen betalen. De link met Wonen is niet onlogisch, ik kan namelijk geen algehele inkomensproblematiek oplossen. We kunnen vanuit het woonbeleid niet de leeflonen of de pensioenen optrekken. We kunnen wel, als mensen zich inschrijven voor een sociale woning omdat zij die nodig hebben en ze te lang moeten wachten, hun het recht geven op die huurpremie. Op heden is dat na vijf jaar. Ik ben er voorstander van om dat sneller mogelijk te maken. Ik kan niet voorspellen of er voldoende draagkracht zal zijn om die wijzigingen door te voeren, maar ik ben er in se wel voorstander van.

Er moet aandacht zijn voor tijdelijke noodsituaties; dat zegt u onder anderen, mevrouw Van Volcem. Ik ben het met u eens. Om die reden hebben we in dit ontwerp van decreet een toegang versoepeld: mensen die een woning moeten verlaten vanwege slechte woonkwaliteit, kunnen in de toekomst veel gemakkelijker voorrang krijgen voor een sociale woning dan vandaag. Die mensen kunnen inderdaad soms heel plots op straat komen te staan. Zij zullen gemakkelijker toegang krijgen.

Daarnaast beschikken lokale besturen natuurlijk over noodwoningen om mensen op te vangen. Doordat wij een grotere toegang verzorgen voor mensen die uit de bijzondere jeugdhulp komen of uit de psychiatrie, voor ex-daklozen of mensen die uit een slechte woning komen, trachten we toch al een belangrijke groep voorrang te geven als er nood aan is. We moeten er ook over waken om niet zodanig veel mensen voorrang te geven dat de mensen op de wachtlijst onredelijk lang moeten wachten. Dat is zoeken naar een evenwicht. Ik denk dat dat evenwicht door dit ontwerp van decreet iets beter zal zitten.

Mevrouw Vogels, u betreurt de spreiding van middelen en objectieven over de gemeenten. Ik kan u daarin half volgen. Ik volg niet dat het onbelangrijk zou zijn om gemeenten die hun deel niet doen, meer te laten doen. Ook gemeenten met een door de band genomen wat rijker publiek of gemeenten die traditioneel weinig hebben geïnvesteerd in sociaal wonen, moeten een fatsoenlijk aanbod hebben. Ik denk bijvoorbeeld aan Evergem, waar erg weinig sociale woningen zijn. Het is belangrijk dat iedereen kan wonen op een goedkope manier in een gemeente waarmee men een band heeft, omdat er bijvoorbeeld familie woont of men daar werkt. Er mogen geen gemeenten zijn waar die kans onbestaande of nagenoeg onbestaande is.

Dat neemt niet weg, en daarin geef ik u gelijk, dat het huidige decreet blind is voor de grootte van de nood, onder andere in een aantal grote steden, in verhouding tot het opgelegde objectief. Het klopt dat de fameuze 9 procent blind is voor de grootte van die nood. Om te kijken of het Grond- en Pandendecreet op dat vlak wijziging behoeft, is het volgende belangrijk: de steden en gemeenten, vaak steden, hebben de mogelijkheid om via een convenant, zijnde een soort van protocol dat ze afsluiten met de Vlaamse overheid, toch gelden te krijgen om hun eigen cijfer verder te verhogen, wat voor mij heel belangrijk zal zijn om te zien welke steden en gemeenten een dergelijke vraag indienen.

Die dossiers komen nu bij ons binnen. Ik vind het niet onbelangrijk dat ook steden en gemeenten die hun objectief al hebben gehaald, maar die zien dat er nog veel mensen met woonnood zijn, een aanvraag zouden indienen voor een dergelijk convenant. Als ze dat doen, is er geen probleem. Doen ze dat niet, moet er worden overwogen deze of volgende legislatuur objectieven op te trekken in een aantal steden. In die zin begrijp ik uw oproep. Veel zal ervan afhangen of steden ertoe bereid zijn extra te investeren.

Mevrouw Vogels, ik weet dat u niet zo te vinden bent voor sociale koopwoningen, maar wel voor sociale leningen. De kost voor die sociale koopwoningen is eigenlijk vooral de kost van die sociale lening: 20 procent van het bedrag dat wordt uitgegeven. Die 20 procent zit in de sociale leningen. Voor alle duidelijkheid: mij zal het worst wezen of dat wordt gebruikt om een sociale koopwoning mee te kopen of een woning op de gewone markt. Ik heb geen voorkeur voor een sociale koopwoning. Het is zo dat er een schifting is bij de besteding van middelen. Relatief gezien worden er met die sociale leningen veel meer woningen op de private markt gekocht dan sociale koopwoningen. Daar is de versnelling niet van dezelfde aard als bij de sociale huurwoningen, waar de versnelling zich veel meer voordoet.

Ben ik per se voor sociale koopwoningen? Ik ben vooral voor sociale leningen. Het voordeel van sociale koopwoningen is dat je ook aanbodverhogend werkt. Als die sociale leningen zich louter zouden toespitsen op het al bestaande aanbod op de private markt, krijg je natuurlijk potentieel een prijsopwaarts effect. Als je daarnaast in een extra aanbod voorziet, wordt het aanbod wat groter. In macrotermen is dat niet altijd gek. Daarom ben ik daar iets minder negatief over dan u. Ik denk nog altijd dat het een hefboom kan zijn.

Ik ben ook een groot voorstander van sociale verhuurkantoren. De subsidies zijn vorig jaar substantieel verhoogd, met jaarlijks structureel 2 miljoen euro. Dat lijkt mij toch een belangrijke ingreep. Ik mik ook op veel meer inspanningen binnen die sociale verhuurkantoren. Ik wil meteen ook antwoorden op mevrouw De Waele. Als ik de voordelen van sociale verhuurkantoren onder de aandacht wil brengen, zal ik dat blijven doen. U zegt dat ik ook alle nadelen onder de aandacht moet brengen. Ik zie niet in over welke nadelen u het hebt. Wellicht zijn er twee zaken die u als een nadeel beschouwt. Het ene is dat het sociaal verhuurkantoor (SVK) onderling een prijs afspreekt met de eigenaar. Onderling betekent dat dat ze het met elkaar eens moeten zijn. Het tweede nadeel dat u wellicht ziet, is dat het SVK – en niet de eigenaar – kiest welke huurder er in de woning komt. Dat heeft twee voordelen. Hoe hoger de woonnood, hoe sneller u erbinnen komt. Verder kan er ook geen discriminatie meer zijn. Ik vind dat dus vooral een voordeel. Voor de rest zie ik niets dan voordelen, ook voor de eigenaar. U hebt een gegarandeerde inkomenszekerheid. De huur wordt u elke maand gestort door het SVK. De administratieve rompslomp wordt voor een groot stuk overgenomen. Ook de opvolging bij het einde van het huurcontract, ligt bij het SVK. Ik vind dat gewoon een fantastisch systeem. Ik ga ervan uit dat, naarmate meer mensen dit systeem kennen, er ook meer mensen blijvend zullen instappen. De afgelopen jaren is er al een stijging geweest van meer dan 40 procent van die SVK-woningen. Als je het mij vraagt, is dat nog altijd een te klein stukje van de taart. Mevrouw Vogels zei het ook al: het is een kleine spie. Ik wil die graag groter maken, vandaar die publiciteitscampagne.

U zei dat u er geen voorstander van bent dat huurcontracten kunnen worden opgezegd wanneer de leefbaarheid wordt verstoord. Ik wil daar duidelijk over zijn. Enerzijds heb ik met minister Vandeurzen afgesproken dat het proefproject Preventie van Uithuiszetting wordt uitgebreid tot een gebiedsdekkend aanbod in heel Vlaanderen. Met andere woorden, de sociale huisvestingsmaatschappij zal deelnemen aan dat project. Maar, als een huurder niet bereid blijkt – ook wanneer hij preventief begeleid wordt – om enigszins goed samen te leven met andere huurders, moet het mogelijk zijn het huurcontract op te zeggen. Mevrouw De Waele, u pleit altijd voor voldoende rechten voor de private huurder. Dan begrijp ik niet waarom een sociale verhuurder niet zou mogen zeggen: “Het spijt ons, maar goed samenleven en goed nabuurschap is ook belangrijk voor ons. Als u daar na herhaalde inspanningen van onze zijde toch geen inspanning voor wilt doen, zijn wij genoodzaakt het huurcontract op te zeggen. Er zijn heel veel wachtenden die wel de ambitie hebben om een goede buur te zijn en op een degelijke manier hun huurdersverplichtingen na te komen. Er zijn grenzen aan alles. Het is niet omdat het een sociale woning is, dat u niet uw best zou moeten doen om goed samen te leven met andere huurders. Het is belangrijk dat de inspanning van twee kanten blijft komen.”

Ik wil nog even op de laatste verzuchtingen van mevrouw De Waele ingaan. De uitbreiding met de landmeter als expert en de notaris als schatter lijkt me een goed en billijk idee. Dit beantwoordt ook aan een maatschappelijke nood. De vastgoedmakelaars zijn, voor alle duidelijkheid, vaak betrokken partij bij transacties. Ze lijken me niet best geplaatste personen om een objectieve schatting te kunnen uitvoeren. Dat zie ik niet zitten.

Dat huisvestingsmaatschappijen geen niet-residentiële ruimten meer zouden mogen verwerven en realiseren, lijkt me nogal onzinnig. Vaak worden de huisvestingsmaatschappijen die een aantal woningen bouwen, verplicht ook een aantal garages te bouwen en te verhuren. Dit lijkt me een gek voorstel.

Het volgend amendement is enigszins speciaal. Volgens mevrouw De Waele moet over een schuldsaldoverzekering correct worden gecommuniceerd. Dat is de evidentie zelve. We kunnen toch geen decreet maken waarin staat dat correcte informatie moet worden verstrekt. Indien nu geen correcte informatie wordt verstrekt, is er ook al een probleem. Dat amendement is dan ook wat eigenaardig. We moeten de zaken niet omkeren. Informatie moet altijd correct zijn.

Het zal mevrouw De Waele misschien wat geruststellen te horen dat in het geval van een geweigerde schuldsaldoverzekering altijd een passende oplossing is gevonden. Er is nog nooit een sociale lening geweigerd omdat de kandidaat-ontlener geen schuldsaldoverzekering kon krijgen. De verzekeringssector is een heel andere sector dan de huisvestingssector.

Patricia De Waele

Ik wil toch nog op een aantal punten reageren. Ik heb net al verklaard dat ik niet de indruk heb dat we hier over hetzelfde praten. Er is de sociale huisvesting waar wij als LDD achterstaan. Dat is sociale huisvesting voor de meest kwetsbaren. Nu stellen we vast dat de minister de sociale huisvesting niet ziet als een sociale huisvesting voor de meest kwetsbaren.

Volgens de minister fantaseer ik en wordt het geen eliteproject. Dat is echter wel het geval. De huurprijzen evolueren in de richting van de markthuurprijzen. Iedereen zegt hier altijd dat die prijzen te hoog liggen. De minister zorgt er ook voor dat de betere huurdersprofielen bij de SHM’s terechtkunnen. Ik vraag me af waar er dan nog plaats voor de meest behoeftige en meest kwetsbare mensen is. Dat is onze grootste bezorgdheid. De minister weet dat, maar verdraait graag onze woorden.

Momenteel is al een vierde van de huurders in de sociale huisvestingssector niet kwetsbaar. Die mensen verdienen meer dan de normale maximumgrenzen. Ze zorgen wel voor meer inkomsten voor de SHM’s. De SHM’s zien ze dan ook graag komen. Ik omschrijf dit dan ook als een poging om de betere huurder voor de SHM’s aan te trekken. Dat is niet wat wij willen zien. Wij willen dat de minister ook oog voor de meest kwetsbare huurder heeft.

De nadelen van een samenwerking met een sociaal verhuurkantoor zijn niet de nadelen die de minister net heeft opgesomd. De nadelen waar ik het over heb, houden in dat een kandidaat-verhuurder op de hoogte moet worden gesteld van het feit dat hij zo lang hij met een sociaal verhuurkantoor samenwerkt, zijn woning niet meer of zeer moeilijk kan verkopen. Voor sommige mensen is dat een drama. Ze zijn negen jaar aan het huurcontract met een sociaal verhuurkantoor gebonden. Gedurende die negen jaar kunnen ze het huis niet aan de man brengen. Ze kunnen hun huis enkel verkopen aan iemand die het contract met het sociaal verhuurkantoor voortzet. Dit betekent dat iemand die in een financiële probleemsituatie terechtkomt of uit een onverdeeldheid wil treden voor negen jaar gebonden is. Ik vind dit een terechte opmerking. Dit moet aan de verhuurder worden meegedeeld.

Wat de leefbaarheid betreft, heeft de minister terecht gesteld dat we ernaar moeten streven dat mensen hun best doen. Wat de SHM’s betreft, bestaat er op dat vlak echter een decretale bepaling. Ze moeten voorzien in basisbegeleiding voor de mensen die niet over de ideale wooncultuur beschikken. Er zijn mensen die niet over die ideale wooncultuur beschikken, en die mensen moeten worden begeleid en bijgestaan.

Het is juist dat u zegt dat er inspanningen moeten komen van twee kanten. Stel echter dat u al wie niet de juiste wooncultuur heeft zoals de probleemhuurders, uit de sociale huisvestingsmaatschappijen afstoot, waar zult u dan al die ordeverstoorders naartoe sturen? Waar moeten zij dan onderdak krijgen, bij de private verhuurder, bij de gepensioneerde slager die dan met de problemen zit? Dat is niet de idee die ik daarvan heb, minister.

Minister, u kent mijn mening, maar er is toch iets waar ik uw aandacht voor wil vragen. U zegt dat u de woningen ook aan de vrouw met dienstencheques wilt geven. Ik ga daar niet over discussiëren. Ik ken mensen die zo’n firma uitbaten en ik heb hen gevraagd hoeveel zij verdienen. Ook in de oude categorie komen zij in aanmerking. Voor mij is het niet van belang of men nu 1300, 1400 of 1500 euro verdient. Iemand die niet werkt en vervolgens wel gaat werken, wordt in uw systeem gestraft omdat de huurprijs stijgt. Dus, iemand die gaat werken voor 1300 of 1400 euro zal 110 of 120 euro extra huur betalen en extra belastingen betalen. Maar daar kunt u niets aan doen. Werken loont dus niet. Men noemt dat de huisvestingsval.

Ik heb een doorlichting gedaan van een aantal huisvestingsmaatschappijen met de samenwerking van de directeurs. Daaruit blijkt dat 17 procent van de inwoners van een sociale woning nooit werkt. U kunt dat die mensen niet kwalijk nemen. Als ze werken, moeten ze meer huur betalen.

Er zijn twee neveneffecten aan uw systeem. Als u de werkende toelaat, hoe zult u dan vermijden dat hij na drie maanden werken, na de toebedeling van zijn sociale woning, stopt met werken? Na drie maanden krijgt hij al een aanpassing van de huur. Misschien moet u overwegen om over te gaan naar tijdelijke contracten waarbij mensen die werken niet worden geconfronteerd met een hogere huur. Zo helpt u de mensen omdat ze dan gemotiveerd zullen zijn om te werken. Dat is het leven dat ik toewens aan iedereen die zwak is en ooit sterk wil worden.

Mevrouw De Waele, het is niet zo dat deze toestand, namelijk dat mensen niet uit hun woning worden gezet wanneer zij beginnen te werken, de financiële redding van de maatschappijen zou zijn. De financiële redding van de maatschappijen is het nieuwe financieringssysteem FS3. Dat systeem zorgt ervoor dat maatschappijen kunnen blijven bouwen.

Op vraag en voorstel van uw collega, de heer Reekmans, wordt in het decreet opgenomen dat leegstand minder tolerant wordt behandeld. U weet dat er een gewestelijke sociale correctie (GSC) is. Wanneer huisvestingsmaatschappijen aan het eind van het jaar minder inkomsten blijken te hebben dan ze nodig hebben omdat ze vooral heel veel zwakke – lees: arme –huurders hebben, dan legt de Vlaamse overheid een stukje bij.

Vroeger was er een tolerantie van 3 procent leegstand waar wij begrip voor toonden. Die tolerantie halveert nu onmiddellijk naar 1,5 procent. Dat zorgt ervoor dat 8,5 miljoen euro minder zal worden uitgegeven aan GSC voor die huisvestingsmaatschappijen. Met andere woorden, denken dat de ingrepen die wij hier doen financieel ten goede komen aan de huisvestingsmaatschappijen, is niet zo. Wat financieel ten goede komt aan de huisvestingsmaatschappijen, is het nieuwe financieringssysteem. Dat staat hier los van.

Ik wilde dit voorbeeld nog geven, voorzitter, omdat de intentieprocessen hier welig tieren.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl.St. Vl.Parl. 2012-13, nr. 1848/9)

– De artikelen 1 tot en met 4 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement op artikel 5. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2012-13, nr. 1848/10)

De stemmingen over het amendement en over het artikel worden aangehouden.

– Artikel 6 wordt zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement op artikel 7. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2012-13, nr. 1848/10)

De stemmingen over het amendement en over het artikel worden aangehouden.

– De artikelen 8 tot en met 15 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement tot invoeging van een artikel 15/1. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2012-13, nr. 1848/10)

De stemming over het amendement wordt aangehouden.

Er is een amendement op artikel 16. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2012-13, nr. 1848/10)

De stemmingen over het amendement en over het artikel worden aangehouden.

– De artikelen 17 tot en met 37 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement tot invoeging van een artikel 37/1. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2012-13, nr. 1848/10)

De stemming over het amendement wordt aangehouden.

– De artikelen 38 tot en met 41 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement op artikel 42. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2012-13, nr. 1848/10)

De stemmingen over het amendement en over het artikel worden aangehouden.

– De artikelen 43 tot en met 49 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement op artikel 50. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2012-13, nr. 1848/10)

De stemmingen over het amendement en over het artikel worden aangehouden.

– De artikelen 51 tot en met 66 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement tot schrapping van een artikel 67. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2012-13, nr. 1848/10)

De stemming over het artikel wordt aangehouden.

– De artikelen 68 tot en met 74 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.