U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 8 mei 2013, 14.02u

van Patricia De Waele aan minister Freya Van den Bossche
311 (2012-2013)
De voorzitter

Mevrouw De Waele heeft het woord.

Patricia De Waele

Minister, de inkomensgrenzen zullen worden opgetrokken met 13 procent zodat betere verdieners nu ook in aanmerking komen om een sociale woning te huren.

De wachtlijsten staan nog vol met mensen die een veel lager inkomen hebben. Die wachtlijsten stijgen bovendien jaarlijks met 16 procent. We weten dat er al een overeenkomst is tussen Welzijn en Wonen om voorrang te geven aan mensen met een psychiatrisch verleden of jongeren die geplaatst zijn door de bijzondere jeugdzorg. Anderzijds zien we ook een nieuw gegeven, namelijk dat de toelatingsvoorwaarden voor partners van sociale huurders veel soepeler zijn. Ten slotte is het zo dat een vierde van de huidige sociale huurders meer verdienen dan de huidige maximale inkomensgrens.

Is er in de sociale huisvestingssector dan nog wel plaats voor de meest behoeftige sociale huurder?

LDD is van oordeel dat we die meest behoeftige mensen in de verdrukking brengen en dat we onvoldoende inspanningen leveren om aan die grote woonnood te verhelpen. Dat is ook wel een beetje de visie van de Vlaamse Woonraad.

Minister, hoe wilt u al die betere verdieners in de sociale huisvestingssector krijgen zonder de meest behoeftigen in de kou te laten staan?

De voorzitter

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

Voorzitter, minister, geachte leden, ik sluit me aan bij mevrouw De Waele. Deze maatregel verbaast me enorm. Ik vind het ook een zeer asociale maatregel. Vandaag wachten 90.000 mensen op een sociale woning. Dat zijn mensen die nu op de privémarkt meer huur betalen en toch geen recht kunnen hebben op een lagere huurprijs, zelfs met de inkomensvoorwaarden van vandaag. Het gaat over een belastbaar inkomen van ongeveer 1400 euro per maand. U zegt nu dat u die groep zult uitbreiden: er komen 40.000 mensen bij, dus u zult met 130.000 wachtenden zitten. U bouwt er maximaal 3000 woningen per jaar bij. Ik begrijp dat helemaal niet. U wilt eigenlijk gewoon de inkomsten van de sociale bouwmaatschappijen doen stijgen, en u wilt de goede huurders van de privémarkt wegtrekken. Dat zijn de twee resultaten die u daarmee zult bereiken.

Ik weet al wat u zult antwoorden: u zult zeggen dat u ook de poetsvrouw, die net voldoende verdient, recht op een sociale woning wilt geven. Welnu, ik denk dat u de mensen een rad voor de ogen draait. Die poetsvrouw heeft misschien recht op een sociale woning. Ik heb gebeld naar Dienstenaanhuis: een voltijdse poetsvrouw verdient 1299 euro netto. Dat is dus minder dan de inkomensvoorwaarde vandaag. Voor mij mag zij dus ook in die woning. Daar gaat het niet om. Ze zal echter op de wachtlijst belanden en na zes à zeven jaar zal ze die woning nog niet hebben.

Minister, waarom behoudt u, in het licht van uw beperkte middelen en uw beperkte bouwritme, de sociale woningen niet voor aan de kwetsbaren in de samenleving? (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

Minister Van den Bossche heeft het woord.

Voorzitter, geachte leden, de inkomensgrenzen stijgen inderdaad met 13 procent. Toen die grenzen werden vastgelegd, zijn ze immers niet welvaartsvast gemaakt, wat er zeer concreet voor heeft gezorgd dat mensen met een baan niet meer in aanmerking komen voor een sociale woning. Bij de jongste actualisatie van de wachtlijsten hebben we gezien dat mensen die jarenlang werkzoekend waren en die, terwijl ze wachtten op een sociale woning, een laag betaalde baan hebben aanvaard, van de wachtlijst werden gegooid.

Het gaat inderdaad om straatvegers en poetsvrouwen: ik kan u alle e-mails doorsturen. Die mensen begrijpen dat helemaal niet. Doordat ze per maand een beetje meer verdienen, verliezen ze een potentieel voordeel dat veel groter is. Dat is een werkloosheidsval van jewelste, en ik vind dat dit ook een zeer gek signaal geeft aan mensen die erin slagen, nadat ze zich bijvoorbeeld hebben omgeschoold, nadat ze lang hebben gezocht naar werk, om een baan te aanvaarden.

U weet ook dat een laag betaalde baan nog altijd geen garantie is dat men niet in de armoede zal verzeilen, zeker als er ook kinderen zijn. Dat blijkt uit elke Armoedemonitor. Het lijkt me dus belangrijk te beseffen dat ook die groep mensen een vrij precair bestaan leidt. Ze zijn misschien nog niet arm, maar voor hen en voor hun kinderen is het bestaan zeer precair.

Die 13 procent is geen nattevingerwerk geweest. Mijn redenering was dat het erg redelijk zou zijn om het laagste deciel van mensen met een inkomen uit arbeid, dus die 10 procent mensen die het minst verdienen, toegang te geven. U zegt letterlijk dat het gaat om al die betere verdieners, over de goede huurders op de privémarkt. Het spijt me, maar ik vind dat geen betere verdieners. Dat zijn de mensen met de laagste inkomens uit werk die nu worden toegevoegd.

Het klopt dat er een wachtlijst is, maar in welke mate bedriegen we onszelf door de wachtlijst lager te houden dan de werkelijke nood? Ik vind dat een wachtlijst een nood moet weerspiegelen. Overigens, het gaat over 70.000 wachtenden. U hebt het altijd graag over 90.000 wachtenden, maar u vergeet dat het gaat over 70.000 unieke wachtenden. U telt daar ook de mensen bij die willen muteren. Dat is niet helemaal eerlijk, want er komt een woning vrij als zij muteren. Er zal altijd een wachtlijst zijn. Het is mijn bedoeling die zo klein mogelijk te maken. Vandaag is die voor veel mensen nog veel te lang. Daartoe zullen er een aantal ingrepen gebeuren. Zo gaan we anders programmeren. Als iemand in sommige steden en gemeenten een studio wil, dan kan dat vrij snel gaan, maar voor wie bijvoorbeeld op zoek is naar een gezinswoning, is het verschrikkelijk lang wachten. In het Antwerpse wacht men twee keer zo lang. Ik vind dan dat bij de programmatie eerst voorrang moet worden gegeven aan die types woningen waarop het langst wordt gewacht.

Ook gaan we natuurlijk bijbouwen. U weet dat de grote inhaalbeweging die met betrekking tot het grond- en pandenbeleid is ingezet tijdens de vorige legislatuur, ervoor zorgt dat er veel wordt bijgebouwd. Ook het aantal woningen van sociale verhuurkantoren groeit steeds meer. Voor wie ondertussen nog geen gebruik kan maken van die sociale woningen, zijn er sinds deze legislatuur nu ook de huurpremies, de huursubsidies, zodat de huur op de privémarkt wat betaalbaarder wordt.

Dat is op zich zeer redelijk. Daarmee is het probleem niet volledig opgelost, dat besef ik ook. Er is nog een belangrijke inhaalbeweging nodig. Als u het mij vraagt, zal die ook na 2023 moeten blijven duren. Ik ben overigens zelf de huursubsidies aan het evalueren op hun doelmatigheid. Er zijn drie soorten huursubsidies. We moeten bekijken of we niet naar een eenvormig systeem moeten gaan. Ik ben zeker bereid om daarover te spreken. Hoe kunnen we op de meest faire manier omgaan met huursubsidies? Ik weet dat u beiden, zeker u, mevrouw De Waele, daar al een aantal keer voor hebt gepleit. Daar zit mogelijk ook een sleutel. Maar, voor alle duidelijkheid: ik denk dat het systeem op zich wel fair is geworden.

U zegt dat ik de voorwaarde over het inkomen van de partner wat heb versoepeld. Vroeger was het zo dat, wanneer een partner bij iemand kwam wonen in een sociale woning en men trouwde, dat geen probleem was. Maar als men niet trouwde kon men uit zijn huis worden gezet als die partner een bepaald inkomen had. Dat vonden wij een beetje eigenaardig. We hebben dus gezegd dat de eigendomsvoorwaarde geldt, dat we de huur vanzelfsprekend aanpassen door het feit dat er iemand bij komt wonen, maar dat we de mensen niet verplichten om te trouwen om er bij te komen wonen. Dat zou een beetje absurd zijn. Dat is de wijziging die is aangebracht.

Patricia De Waele

Minister, ik heb een tijdje geleden een gelijkaardige vraag gesteld aan uw collega, minister Lieten, bevoegd voor de armoedebestrijding, ook een partijgenote van u. Ik lees even voor wat ze in de commissie heeft geantwoord: “Het heeft absoluut geen zin om de grenzen op te trekken als we weten dat er daardoor niet meer sociale huurwoningen op de markt beschikbaar zullen zijn. Integendeel, er zijn nu al lange wachtlijsten van mensen die onder de grenzen vallen en die nu ook geen huurwoning krijgen bij gebrek aan aanbod.”

Minister, collega’s, u zult best begrijpen dat ik dat een vreemd geval vind. We horen hier iemand die argumenten gebruikt om iets niet te doen, maar diezelfde argumenten zijn voor de andere een pleidooi om iets wel te doen. Ik heb de indruk dat u hier niet op dezelfde golflengte zit met de minister van Armoedebestrijding. In feite lijkt me het bijzonder raar dat jullie niet de juiste verhalen brengen.

Ik heb de minister gelukkig horen verwijzen naar mijn vraag over de huurpremie. Ik ben daar tevreden over. Ik wil de bijkomende vraag stellen of u werkelijk de effecten van een verruimde, inkomensgerelateerde huurpremie al hebt onderzocht.

Minister, ik vind dat de socialisten vandaag, en zeker u, een vorm van beleid voeren waar ik een beetje kwaad van word. Dat heeft niets meer te maken met het helpen van mensen in de samenleving die kwetsbaar zijn. Het spijt me dat ik het moet zeggen, het is niet dat ik tegen socialisten ben op zich, maar wel tegen het oud socialisme en tegen het feit dat u voorstellen doet die eigenlijk niets oplossen en die niet zorgen voor sociale mobiliteit. Daar word ik inderdaad kwaad van. Uw federale collega Monica De Coninck zet juist wel in op sociale mobiliteit. Dat is een goede zaak. Dat is ook wat de liberalen willen. U hebt vandaag 3 miljard euro nodig om uw patrimonium volledig te renoveren. Elk huis dat u bouwt, dient voor herhuisvesting naar aanleiding van huizen die totaal moeten worden gerenoveerd. U kunt vandaag niemand nieuw helpen. Toch doet u nu met een verkiezingsstunt alsof u de mensen met een inkomen die net gaan werken, wilt helpen. Wel, ik vind dat bedrog.

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Minister, de Vlaamse Woonraad heeft al herhaaldelijk gezegd dat ze met lede ogen aanziet dat de door u genomen opeenvolgende beslissingen de doelgroep van de sociale huisvesting laat verschuiven en dat de minst bemiddelden steeds meer uit de boot vallen.

Dat is een sluipende manier van besluitvorming, waar ik me grote vragen bij stel.

Minister, minister Lieten heeft onlangs, na het zoveelste negatieve rapport over de toename van de armoede in Vlaanderen met heel veel sier op alle media aangekondigd dat er nu een armoedetoets bestaat om alle beslissingen van de regering te toetsen aan het effect op de armsten.

Minister, is de armoedetoets toegepast op dit besluit van de Vlaamse Regering? Zo ja, wat was het gevolg van die toets?

De voorzitter

De heer de Kort heeft het woord.

Dirk de Kort

Minister, onze fractie is heel tevreden dat u bent ingegaan op een vraag die we herhaaldelijk hebben gesteld naar een verhoging van de inkomensgrenzen. We zijn ervan overtuigd dat er met de krapte van de private huurmarkt in de stad voor een bepaalde groep op dit moment een groot probleem is. Het is goed dat ze op deze manier wel in aanmerking kunnen komen voor sociale huisvesting. Dat zal ervoor zorgen dat de leefbaarheid en het draagvlak voor sociale huisvesting op die manier beter zullen worden gerealiseerd.

Minister, dit zal ook betekenen dat de wachtlijsten langer zullen worden. Dus zal er, om de doelstelling van 43.000 bijkomende sociale huurwoningen die de Vlaamse Regering heeft vooropgesteld te bereiken, een versnelling moeten gebeuren in de procedures. Het is tijd om daar een voortgangsrapportage aan op te dragen.

De voorzitter

De heer Penris heeft het woord.

Jan Penris

Ik ga me outen vandaag: ik ben een nationalist, maar een sociale nationalist. U hebt me goed gehoord. Ik vind dat sociale huisvesting volkshuisvesting moet zijn. Minister, ik volg dus uw beleid. Ik volg ook het beleid van CD&V, die zegt dat sociale huisvesting niet alleen voor de ‘verloren kosten’ is, maar ook voor de facteur, de korporaal en de kleine onderwijzer, die in die instellingen terecht moeten kunnen. Als u dat beleid wilt voeren, dan hebt u mijn en onze steun. Alleen moet u dat beleid hard kunnen maken. Er is een lange wachtlijst en die wordt van jaar tot jaar langer. Het afgelopen jaar waren er 10.000 meer wachtenden. Hoe gaat u daarmee om?

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

Marc Hendrickx

Het is vreemd dat de vraagstellers nu fulmineren tegen iets wat al lang bekend was en in het regeerakkoord stond. U stelt het voor alsof de grootste tweeverdieners in aanmerking zullen komen. Het gaat om ongeveer 40.000 extra mensen die mogelijkerwijs in aanmerking zullen komen, van wie lang niet iedereen zich op de lijst zal zetten. Het komt de sociale mix ten goede, het gaat de werkloosheidsval tegen. Ik vind het vreemd dat u daartegen fulmineert.

Minister, u hebt enkele bijkomende maatregelen genomen: een minimumaandeel aan toewijzingen voor mensen die uit de psychiatrische zorg komen, maatschappelijk kwetsbare jongeren enzovoort. Is dat wel haalbaar voor alle huisvestingsmaatschappijen?

Om meteen op die laatste vraag te antwoorden: sociale huisvestingsmaatschappijen hebben ook daarin een rol te spelen. Er zijn mensen die zich tijdelijk uit de maatschappij terugtrekken omdat ze moeilijkheden hebben, jongeren die helaas uit hun gezin moeten worden weggehaald omdat ze beter af zijn zonder. Wij moeten die mensen helpen als ze terug willen integreren in de maatschappij. We moeten hen huisvesten zonder dat ze eerst een aantal jaren moeten wachten. Voor die mensen is dat geen optie.

In ruil daarvoor worden er vanzelfsprekend begeleidingsovereenkomsten gemaakt met de welzijnsinstellingen, waardoor we zeker zijn dat die mensen – we spreken over de vermaatschappelijking van de zorg – niet aan hun lot worden overgelaten. Naarmate het beter gaat, kunnen ze zich weer integreren. Het is belangrijk dat elke huisvestingsmaatschappij haar verantwoordelijkheid neemt. Dat is een afspraak die ik heb gemaakt met minister Vandeurzen, net zoals ik indertijd met hem heb afgesproken dat we met middelen van sociale huisvesting sociale serviceflats bouwen omdat niet elke oudere voldoende vermogend is om in de private flats terecht te kunnen.

In die zin hebben we binnen de keuze voor de vermaatschappelijking van de zorg een zekere rol op te nemen.

Er werd gezegd dat inzake het Grond- en Pandendecreet de inhaalbeweging zelf cruciaal is. Zo zie ik ook de uitspraak van minister Lieten. Als er niet meer woningen komen, heeft het geen zin. Er komen meer woningen, elk jaar zien we die versnelling. Sedert het grond- en pandenbeleid werd 42 procent van de doelstelling gehaald. Het gaat goed vooruit. Jaar na jaar groeit dat aantal. Het nieuwe financieringssysteem laat toe dat SHM’s die recent een inhaalbeweging hebben gedaan, opnieuw een inhaalbeweging kunnen doen. De SHM’s hebben daarop gewacht. De versnelling zal enkel nog stijgen.

Mevrouw Van Volcem, ik betwist dat onze regeling niets te maken heeft met kwetsbaarheid. U moet echt beseffen dat mensen met een laagbetaalde job bijzonder kwetsbaar zijn en een precair bestaan leiden.

Mevrouw Vogels, ik heb wat cijfers voor u. 80.000 Vlamingen moeten rondkomen met een inkomen dat rond de armoederisicodrempel hangt. 10 procent van de werkenden geeft zelf aan zeer moeilijk rond te komen met hun inkomen uit werk. 22 procent van die mensen geeft aan huisvestingsproblemen te kennen. Het gaat wel degelijk om een kwetsbare groep. Dat neemt niet weg dat men kan redetwisten over of die groep wel of niet moet worden toegevoegd aan de rechthebbenden. U hebt daar uw mening over, ik de mijne. De bewering dat die mensen geen kwetsbaarheid kennen op de huidige private huurmarkt, wil ik manifest tegenspreken.

Er is overigens, mevrouw Vogels, weinig ‘sluipends’ aan dit beleid. Ik heb van in het begin van deze legislatuur gezegd dat het mijn ambitie is om de inkomensgrenzen op te trekken om opnieuw mensen met een laagbetaalde job een kans te geven. Ik wilde tegelijk, voordien zelfs, voor een huurpremie zorgen om mensen die lang wachten op die woning, een kans te geven om op de private markt te huren.

Wat daar sluipend aan is, moet u mij eens uitleggen. Ik heb daar altijd zeer open over gecommuniceerd. Het is overigens niet de eerste keer – uw collega’s zullen dat bevestigen – dat we dit debat voeren in de commissie of in de plenaire vergadering.

Mevrouw De Waele, de evaluatie van de huursubsidie loopt. We zullen dat binnenkort in de commissie kunnen bespreken.

Patricia De Waele

Minister, wij vinden nog altijd dat de middelen maximaal moeten worden ingezet om de meest behoeftigen in de sociale huisvestingssector te kunnen huisvesten. Dat gebeurt volgens ons veel te weinig. Wij kijken uit naar de verruimde huurpremie. Ik ben in ieder geval zeer curieus.

Wat ik wel erg vind, is dat u een hele hoop beterverdieners hoop geeft op een sociaal huurhuis en dat u uiteindelijk niet in staat zult zijn om die belofte waar te maken. U gaat heel wat meer mensen recht geven op een sociaal huurhuis maar minder mensen de mogelijkheid. Bij ons zeggen we ‘veel beloven en weinig geven, doet de zotten in vreugde leven’. Dat omschrijft de toestand zeer goed.

Minister, u ontgoochelt 90.000 wachtenden. Er komen er nog 40.000 bij. Er zullen 130.000 wachtenden zijn. Ik weet niet wat voor een beleid dit is.

Bovendien zult u door het systeem een pervers effect bereiken. Wie vandaag werkt en kwetsbaar is en een sociale woning kan krijgen, zal niet meer gemotiveerd zijn om te werken. Als men 20 procent minder gaat verdienen, zakt de huur na het eerste kwartaal. We kijken uit naar de evaluatie van uw systeem. We zullen zien hoeveel mensen er nog werken na een termijn van twee jaar. Wie aanvankelijk 1500 euro verdient en 360 euro betaalt, zal bij werkloosheid 1100 euro hebben en 220 euro huur betalen. Het resultaat is hetzelfde! Dat noemen we de huisvestingsval, die is gecreëerd door uw systeem omdat de contracten levenslang zijn en niet tijdelijk.

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

van Willy Segers aan minister Pascal Smet, beantwoord door minister Freya Van den Bossche
310 (2012-2013)
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.