U bent hier

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over de hervorming van het secundair onderwijs.

In afwijking van artikel 79, punt 2, tweede lid, van het Reglement van het Vlaams Parlement stel ik een maximumspreektijd van 7 minuten per fractie voor.

Is het parlement het hiermee eens? (Instemming)

Het debat is geopend.

Mevrouw Vanderpoorten heeft het woord.

Marleen Vanderpoorten

Voorzitter, ministers, beste collega’s, ik moet Kris Van Dijck proficiat wensen met de timing van zijn interview over de op stapel staande hervorming van het secundair onderwijs. Vaak, collega Kris, worden zulke interviews gepubliceerd enkele dagen voor of na de plenaire vergadering en is de discussie vaak al uitgemolken vooraleer wij – als parlementariërs – de kans krijgen om er in de plenaire vergadering over te praten. Dit keer is het dus anders – met dank daarvoor. Maar is dit nu te wijten aan een zeer doordachte en getimede strategie van het N-VA-hoofdkwartier of is het zuiver toeval? Of is het te wijten aan het feit dat de N-VA de hervormingen wil doen kapseizen?

Mijnheer Van Dijck, ik citeer uw betoog in een debat in de commissie Onderwijs van 7 maart, waar u zich aansloot bij een vraag van de commissievoorzitter Boudewijn Bouckaert en waarbij u geen mening wilde geven over de hervorming. U zegt daar in die commissievergadering: “Wij hebben allemaal voldoende ervaring om te weten dat wanneer politici voor hun beurt spreken, dit maar één intentie heeft, namelijk iets te laten kapseizen.” (Applaus bij het Vlaams Belang)

Daar zouden we al een belangrijke conclusie aan kunnen verbinden.

In ieder geval vind ik het, los van de inhoud, erg sneu voor de minister van Onderwijs dat hij op deze manier voor schut wordt gezet door een – volgens mij – allesbehalve loyale coalitiepartner. Zijn wij verwonderd over dit gebrek aan eensgezindheid? Ik alleszins absoluut niet. De hervorming van het secundair onderwijs volgt immers een zeer bochtig parcours. Ondanks de ambitieuze aankondiging in de beleidsnota en in de opeenvolgende beleidsbrieven, slaagde de minister er immers niet in zijn meerderheid op één lijn te krijgen. Allerlei vragen in de commissie Onderwijs en in deze plenaire vergadering over de stand van zaken van de hervorming bleven zeker de laatste tijd onbeantwoord.

Vorig jaar, rond deze tijd, deed de voorzitter van de N-VA in Terzake duidelijke uitspraken over de hervorming. In het debat dat hierop volgde – hier in de Koepelzaal – kwam de meerderheid niet verder dan de belofte dat er verder zou worden gewerkt en dat een voorstel kon worden ingewacht met duidelijke en onomkeerbare beslissingen voor het einde van vorige zomer, vorig kalenderjaar, in maart voor de paasvakantie.

Op mijn vraag of de meerderheid een definitie kon geven van de ‘brede eerste graad’ weigerde toen zowel de minister van Onderwijs als de minister-president het antwoord te geven. Dit was voor mij veelzeggend, want het toonde aan dat zelfs over een van de meest besproken items van de hervorming geen eensgezindheid bestond. Zowel de minister van Onderwijs als de minister-president maakte zich toen wel sterk dat de hervorming er sowieso zou komen.

Intussen blijken er heel wat gesprekken geweest te zijn tussen de meerderheidspartijen, zo lees ik in de kranten, maar blijft de cruciale vraag, namelijk wel of niet grootschalig hervormen, niet uitgeklaard te zijn. En dan verwondert het mij toch dat de minister van Onderwijs intussen, als hij al iets zegt, gewoon blijft volhouden dat deze grootschalige operatie een noodzaak is omdat het draaien aan “een knopje hier en een knopje daar” geen zin heeft en we moeten weten wat het eindresultaat moet zijn.

Is minister Smet een naïeveling die denkt dat met de verkiezingen in zicht, de meerderheidspartijen hem nog een succes zullen gunnen? Gelooft hij dat de voorzitter van de N-VA zijn woorden van vorig jaar zal inslikken? Of interesseert het hem eigenlijk allemaal niet zo erg en wil hij gewoon dat het snel afgelopen is en dat iemand anders de problemen dan maar oplost? Pascal Smet lijkt wel iemand die doelloos ronddoolt tussen de windmolens!

Collega’s, mijn fractie is er altijd voorstander van geweest om het secundair onderwijs te hervormen. Die is nodig en waarom die nodig is, is al op heel veel fora bediscussieerd. Zowel vakbonden, onderwijsverstrekkers, de bedrijfswereld als een meerderheid van de parlementsleden zijn het hierover eens. Maar, van meet af aan hebben wij, en velen met ons, ook gezegd dat een grootschalige onderwijshervorming alleen maar kan slagen als ermee gestart wordt snel na het begin van een legislatuur, met een draagvlak bij het onderwijsveld en vooral met een solide, eensgezinde meerderheid. Laat nu net dit laatste absoluut niet het geval zijn!

En dan rest er maar één mogelijkheid: stapsgewijze hervormingen doorvoeren op de punten waarover wel al eensgezindheid bestaat. Het is onze overtuiging dat er heel wat punten zijn die op deze manier kunnen worden aangepakt. Het volstaat het vroegere studiewerk hierover te raadplegen en de inventaris te maken. Maar als er natuurlijk 3,5 jaar gewacht wordt om deze overeenkomsten in decreetgeving of besluiten om te zetten, dan komt men ook hiervoor minder dan een jaar voor de verkiezingen, hopeloos te laat.

Collega’s, de door deze Vlaamse Regering zo stoer aangekondigde hervorming van het secundair onderwijs – ook een paradepaardje voor Kris Peeters – is bij dezen afgeschoten door de N-VA. De vraag aan de minister die mij nog rest, is of hij een grootschalige onderwijshervorming blijft bepleiten of zoals zijn meerderheidscollega met kleinere hervormingen genoegen zal nemen. En in dit laatste geval: wat zullen die kleinere hervormingen dan wel zijn? (Applaus bij Open Vld en het Vlaams Belang)

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, de laatste keer dat we hier debatteerden over het onderwijs was eind november. Het was een heel bewogen debat over het secundair onderwijs. We kunnen ons nog herinneren dat de regering bij monde van minister-president Peeters toen schijnbaar de rangen sloot: schouder aan schouder zou de hervorming van het Vlaamse onderwijs niet stilvallen. “De trein staat stil in het station en dat is niet goed. De hervorming moet weer op gang komen. Dat gaat niet in één ruk, maar wagon per wagon”, zei Kris Peeters toen. Maar de wagons komen niet in beweging. Erger, Kris Van Dijck en de NV-A gooien zich vandaag nog liever voor de trein!

De N-VA-voorzitter , Bart De Wever, heeft vorig jaar in enkele minuten op televisie, tot frustratie van de eigen onderwijsdeskundigen in zijn partij, de hele hervorming met emotionele argumenten naar de prullenmand verwezen. Hij doet dat nu opnieuw.

Na maanden intensief onderhandelden was er een compromistekst tussen de meerderheidskabinetten, zo vernemen we, maar die moest voor goedkeuring naar het N-VA-hoofdkwartier. Hoewel de Vlaams-nationalisten tot vorige week de indruk gaven dat ze wilden meewerken aan een kaderdecreet, vinden ze een grote hervorming ineens niet meer nodig. En ze laten u dat weten via de pers. De manier waarop de N-VA opnieuw soloslim speelt, zegt alles over de wijze waarop de andere regeringspartijen worden behandeld in dit belangrijke dossier.

De kracht van de verandering staat of valt vandaag in deze crisistijd met de kracht van de hervorming van ons secundair onderwijs. Een goede onderwijshervorming zorgt voor een enorme kans om gedemotiveerde en te weinig technisch geschoolde jongeren opnieuw perspectief te bieden. Als er nu niet snel een hervorming komt, is dat schaamteloos gedraal, tijdverlies en een slechte zaak voor Vlaanderen en onze jongeren.

Waarom is die hervorming zo nodig? Ik wil dat kort nog eens in herinnering brengen. Ten eerste is ons onderwijs vandaag alles behalve de sociale lift die het zou moeten zijn. Ten tweede sluit ons onderwijs te weinig aan bij de noden van vandaag en heeft het onder andere veel te weinig aandacht voor technologisch denken. Ten derde is er het beruchte watervalsysteem. Technische en professionele richtingen zijn een negatieve keuze geworden. Men zakt ernaar af en geraakt gedemotiveerd en schoolmoe. Het resultaat daarvan kennen we: een torenhoge ongekwalificeerde uitstroom in Vlaanderen. Een op zeven jongeren verlaat de school zonder diploma. Dat aantal ligt meer dan dubbel zo hoog bij sociaal zwakkeren en allochtonen en in onze steden.

Al jaren belooft de Vlaamse Regering om deze ongekwalificeerde uitstroom terug te dringen. Met ViA, Vlaanderen in Actie, het grote project van deze Vlaamse Regering, wilde de Vlaamse Regering dit cijfer halveren. De realiteit in Vlaanderen vandaag is echter dat het aantal jongeren dat de school verlaat zonder diploma blijft stijgen.

Gisteren stelt een VDAB-studie over schoolverlaters nog eens klaar en duidelijk dat een diploma de beste garantie is op werk: geen diploma, geen werk. Zonder onderwijshervorming blijft deze Vlaamse Regering haar eigen werklozen bij creëren. Uitstel van studiekeuze is volgens experts de beste manier om het watervalsysteem, de tik, tik, tik, tok dat ons onderwijs vandaag is, weg te werken.

De arrogantie waarmee de N-VA de analyse en de oplossingen van de experts terzake van tafel veegt, is verbijsterend. Bart De Wever neemt het op voor de sterke leerlingen uit de rijkere middenklasse, de rest moet zijn plan maar trekken.

Minister Smet, u was te veel bezig met uzelf in de markt te zetten in plaats van achter de schermen een draagvlak te zoeken. Mensen op het terrein zien het belang in van zo’n hervorming. Velen wilden aanvankelijk de tocht wel maken, maar dan was er een kapitein nodig die zekerheid en vertrouwen gaf, geen avonturier die hun meenam op een exotische reis met onbekende bestemming.

Ik wil vandaag Kris Van Dijck, Bart De Wever en de N-VA ultiem en duidelijk oproepen om op zijn minst voor wat de hervorming van het secundair onderwijs betreft, alstublieft het regeerakkoord onverkort uit te voeren. De hele Vlaamse Regering engageert zich daarin om het secundair onderwijs te hervormen om de prestaties van alle leerlingen, sterk en zwak, op topniveau te brengen en de 15 procent jongeren die onze scholen verlaten zonder diploma en zonder toekomstperspectief terug te dringen en opnieuw perspectief te bieden. Al jaren belooft men dit, maar zonder resultaat. Er moet iets drastisch veranderen en Vlaanderen rekent daarvoor ook op u, mijnheer Van Dijck. Minister-president, u moedigen we aan om Bart De Wever vooral in dit cruciaal dossier, en niet alleen aan de eindmeet van de Antwerp 10 Miles, op de knieën te dwingen. (Applaus bij Groen, Open Vld en LDD)

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, dames en heren, waarde collega’s, minister, ik ben als jonge vader een trouwe kijker van Karrewiet, dat ik dankzij de genereuze ingreep van minister Lieten afzonderlijk kan bekijken, zonder gestoord te worden door Duitse voetbaloverwinningen. De Karrewiet-verslaafden onder ons weten dat het gisteren de 75e verjaardag van Robbedoes was en dat onlangs de 1000e strip, een dubbelstrip, van Robbedoes is uitgebracht, met als titel ‘Z van Zwendel’ en ‘De Schaduw van Z’.

Waarde collega’s, ik dacht dat de auteur van Robbedoes een creatieve kunstenaar was, maar ik moet mijn mening bijstellen. Hoe meer je het verhaal van ‘Z van Zwendel’ leest, hoe meer je tot de vaststelling komt dat dit verhaal in feite een allegorische stripuitbeelding is van de werking van de Vlaamse Regering Kris bis, hier toegespitst op het speelterrein van het onderwijs.

Zwendel is een ambitieus man, gedreven door grootheidswaanzin, maar op zich een goede mens. Hij heeft grootse plannen en wil het toerisme op de maan stimuleren en gebruikt daarvoor stralingen die andere spelers in het verhaal van natuur zouden kunnen doen veranderen. De grootse plannen van Zwendel worden echter doorkruist door de graaf van Rommelgem, eveneens een groot uitvinder, daarbij soms geholpen door een klein zwart-geel beestje, de Marsupilami. En dan is er ten slotte nog Robbedoes, een kleine guitige jongen, de onschuldigheid zelve, die hard kan lopen maar die tevergeefs probeert orde in de tent te houden.

Waarde collega’s, wie niet kan raden welke figuur met welke acteur in het Vlaamse secundaironderwijshervormingsdrama overeenkomt, moet zijn toetertesten in het kleuteronderwijs herdoen, om een plaatsje te vinden in het basisonderwijs, op voorwaarde natuurlijk dat hij een leraar of lerares vindt en een klasdak boven het hoofd krijgt.

Minister Smet heeft het hoofddoekendebat ooit vergeleken met een veenbrand, een brand die plots en onvoorspelbaar oplaait. De vergelijking is echter beter van toepassing op de hervorming van het secundair onderwijs. Weet u nog, vorig jaar in mei hadden we het optreden van minister – excuseer: partijvoorzitter – De Wever, die ‘no pasarán’ zei tegen een pivotaal onderdeel van het monardistische hervormingsplan, namelijk een gezamenlijke eerste graad en het opdoeken van het trio aso-tso-bso. In november vorig jaar kwam duobaan minister van Onderwijs Kris Peeters verklaren dat er geen grote hervorming van het secundair onderwijs komt, maar wel een geleidelijk stappenplan, en dat hij daarbij een superviserende rol zou spelen. Robbedoes nam het over van Zwendel, maar heeft hierbij blijkbaar geen rekening gehouden met de graaf van Rommelgem en zijn kleine zwart-gele beestje, de Marsupilami.

Keer op keer heeft de minister in de commissie verklaard dat er tegen een bepaalde datum een door de regering gefiatteerd hervormingsplan zou komen, maar de deadline ging voorbij, keer op keer. De laatste deadline werd ons transoceanisch geflitst vanuit Canada: eind maart zou het wezen. We keken allen in onze mand van paashazen Peeters en Smet, maar het reuzenpaasei van de hervorming zat er niet tussen.

Waarde collega’s, het verhaal van de hervorming van het secundair onderwijs is het verhaal van de Vlaamse Regering, een verhaal van onduidelijke afspraken, een verhaal van elkaar wantrouwende partners, een verhaal van niet-uitgevoerde beloftes, een verhaal van een gefrustreerd Vlaanderen dat vaststelt dat wat we zelf doen, we anders slecht doen dan op federaal vlak.

In het regeerakkoord staat dat de voorstellen van de commissie-Monard als basis genomen worden voor de hervorming. Daar is de miserie wellicht begonnen. De N-VA, die er zo graag bij wou komen, teneinde eeuwige oppositie à la Vlaams Belang te vermijden, heeft wellicht aan freudiaanse verdringing gedaan omtrent de draagwijdte van de Monard-voorstellen en dit in het regeerakkoord laten passeren. Intussen kon je minister Smet en zijn kabinet niet kwalijk nemen dat ze de voorstellen van Monard ernstig namen en die redelijk getrouw in beleidsvoorstellen omzetten in de oriënteringsnota ‘Mensen doen Schitteren’. Pas achteraf, toen het onderwijsveld in opstand kwam en de draagwijdte van de monardistische constructie duidelijk werd, zijn de alarmbellen bij de N-VA afgegaan en werden de monardistische voorstellen afgewezen. En men moet niet afkomen met verhaaltjes als ‘nuances aanbrengen’ of ‘er is maar een gradueel verschil in visie’.

In de N-VA-nota ‘Slimme maatregelen voor een secundair onderwijs op topniveau’ lees ik: “Er moeten dus absoluut aparte, meer arbeidsmarktgerichte leerroutes blijven bestaan vanaf de eerste graad.” Dat is toch wel duidelijk zeker? En verder: “De N-VA kiest dus voor een flexibilisering van het studiekeuzemoment, veeleer dan voor een uitstel ervan.” In de Monard-voorstellen wordt gepleit voor uitstel.

De N-VA wijst dus in klare bewoordingen een sluitstuk in het monardistische hervormingsvoorstel af. Het is dus of Monard, of de N-VA. Daar moet niet over ‘getsjeefd’ worden. Laat mij duidelijk zijn, waarde collega’s, mijn fractie heeft van in het begin zware kritiek geuit op de monardistische hervormingsplannen die naar wij vrezen neerkomen op een herhaling van het VSO-drama (vernieuwd secundair onderwijs).

Bij de 60e verjaardag van het overlijden van Stalin, had ik soms de indruk met Stalin 2.0 te maken te hebben. Ik ben dus blij met het feit dat de N-VA een stokje voor deze big bang heeft gestoken. Ik ben echter niet blij met het feit dat de regering als ploeg in dit dossier zo geknoeid heeft, en zoveel tijd verloren heeft en verliest.

De ontreddering op het veld is zeer groot. Leerlingen, ouders, leerkrachten en schooldirecties kijken in bange verwachting uit naar wat de toekomst zal brengen. De onzekerheid blijft als een zwaard van Damocles boven hun hoofd hangen.

De minister belooft om in mei met een voorstel te komen. Ja, in mei leggen alle vogels een ei, maar de regering is geen vogel, eerder een vogelmuit met muitende ministers en fracties, een groep van ‘vogelmuiters’. Daarom roep ik de regering op om duidelijkheid te scheppen en het plan van een algehele hervorming definitief te begraven en die aan de volgende regering over te laten, die de lessen uit dit debacle kan trekken.

Concentreer u nu misschien op andere, meer dringende problemen zoals het schrijnende plaatstekort. Zorg ervoor dat Annabel, 2 jaar, Jakobe, bijna 2, Leon, 2 jaar, Lucie, 18 maanden, Mara, 2 jaar, Marie, 16 maanden, en Mona, 2 jaar – ze staan allemaal op de titelpagina van De Morgen –, binnen een paar maanden een zitje krijgen in ons onderwijs, een basisrecht dat deze Vlaamse Regering niet kan waarmaken.

De heer Van Dijck heeft het woord.

Wim Van Dijck

Collega’s, de hervorming van het secundair onderwijs is echt een soap geworden. We kunnen die hervorming bekijken als een patiënt in een ziekenhuisserie van middelmatige kwaliteit.

In juni van vorig jaar werd de patiënt binnengebracht in het hospitaal nadat hem levensgevaarlijke verwondingen waren toegebracht door de heer De Wever, voorzitter van de N-VA. Het slachtoffer geraakte in coma en werd op de afdeling intensieve zorgen aan de machines gelegd. Eind november verklaarde de hoofdarts, minister-president Peeters, dat de patiënt klinisch dood was. Hij deed die verklaring in een berucht geworden ‘ondersteunend interview’.

Daarna begon de familie over het lot van de stervende te kibbelen. De ene koos voor therapeutische hardnekkigheid, terwijl de andere de patiënt uit zijn lijden wilde verlossen. Dat laatste is dus nu uiteindelijk gebeurd: N-VA woordvoerder voor Onderwijs, de heer Van Dijck, heeft er de stekker uitgetrokken. Het was de krant De Tijd die daarover vanmorgen berichtte: de patiënt is overleden, hij ruste in vrede. Ik las op Twitter dat de minister dat nog niet echt gelooft, maar dat maakt onvermijdelijk deel uit van het rouwproces. (Gelach)

Collega’s, ik houd eigenlijk niet zo van soaps. Zeker niet als ze al te lang duren, zoals nu. Als de plot bijna een jaar wordt gerokken en de voorspelbare ontknoping steeds maar weer vooruit wordt geschoven. Het betekent onvoorstelbaar tijdverlies. En dat is wat ik de N-VA nu toch verwijt. In het regeerakkoord stond duidelijk een grote hervorming van het secundair onderwijs ingeschreven op basis van een rapport, het rapport-Monard, dat toch niet voorzag in een cosmetische operatie, maar wel degelijk in een big bang. Dat wist u, mijnheer Van Dijck, toch van meet af aan?

Ik stel vast dat u thans niet meer wilt weten van zo’n big bang. Ofwel bent u van gedacht veranderd, wat ik u niet verwijt. Dat kan voortschrijdend inzicht zijn, of het terechte aanvoelen dat er voor een grote hervorming te weinig draagvlak bestond. Ofwel was u eigenlijk stiekem van in het begin al geen voorstander van een big bang en hebt u uw coalitiegenoten aan het lijntje gehouden, wat toch een merkwaardige manier van politiek voeren zou zijn.

Wat er ook van zij, we hebben veel tijd en energie verloren: tijd en energie die we hadden kunnen steken in oplossingen op maat voor het secundair onderwijs. Of in andere levensbelangrijke dossiers als capaciteit en scholenbouw. Want dat is nu het paradoxale: door zoveel tijd te verliezen in onderhandelingen over een onhaalbare hervorming, zullen straks ook de oplossingen op maat misschien tijdens deze legislatuur niet kunnen worden goedgekeurd, wat inderdaad zou betekenen dat deze regering op onderwijsvlak zou hebben gefaald, zoals De Tijd schrijft.

Au fond, mijnheer Van Dijck, zijn wij het overigens wel met u eens: er is geen grote hervorming nodig. Alleen hebben wij dat van in den beginne gezegd. En we waren niet alleen. Wij waren en zijn van mening dat er de voorbije decennia al te veel hervormd is, en dat die hervormingen de kwaliteit van ons onderwijs niet ten goede zijn gekomen.

De meest prangende problemen zijn bekend. Er is het feit dat de toplaag van onze leerlingen nog te weinig kan excelleren, maar aan nivellering ten prooi is gevallen, wat ons doet wegzakken in de rankings. En daarnaast is er de grote groep schoolverlaters zonder diploma. Aan die twee problemen had men van in het begin alle aandacht moeten besteden, in plaats van te mikken op een onhaalbare en ongewenste big bang.

Collega’s, de vrijheid van onderwijs is een zeer hoog goed. En die vrijheid blijkt meestal veel beter te werken dan de sturing van bovenaf waaraan opeenvolgende Vlaamse regeringen zich schuldig hebben gemaakt. Zo stel ik vast – bij wijze van voorbeeld – dat één school, het Heilig Graf in Turnhout, een STEM-richting (‘Science, Technology, Engineering and Mathematics’) binnen het aso gaat uitbouwen, dus binnen de bestaande structuren. Ik ben ervan overtuigd dat er gauw veel scholen dat voorbeeld zullen volgen, wat zal leiden tot een herpositionering en opwaardering van techniek binnen het Vlaamse onderwijsaanbod, zonder dat daar ingrijpende maatregelen van bovenaf voor nodig waren. Ik bedoel maar: laten we toch met zijn allen eens wat meer vertrouwen hebben in de mensen die het tenslotte moeten doen: onze leraars, onze directies en inrichtende machten. Lang voor de daden- en hervormingsdrang toesloeg op Onderwijs, hadden zij ons onderwijs aan de top gebracht in de wereld. Dat wordt al te vaak vergeten.

Collega’s, deze Vlaamse Regering is nu echt wel in een ‘fin de règne’ beland. Grote beslissingen moeten wij het komende jaar niet meer verwachten. Pre-electorale manoeuvres bepalen en verzieken nu al het klimaat. Met als gevolg dat noodzakelijke beleidsdaden achterwege blijven en de regering verzand is in gekissebis en profileringsdrang. Ons onderwijs verdient beter, Vlaanderen verdient beter. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Voorzitter, leden van de regering, collega’s, dit debat gaat over uitspraken van een parlementslid, de heer Kris Van Dijck, over de hervorming van het secundair onderwijs. De oppositie heeft dit debat gevraagd. CD&V wil hierop een duidelijk antwoord geven.

CD&V staat duidelijk achter het regeerakkoord, maar ook achter de motie die wij op 28 november 2012 in dit parlement goedkeurden. In die motie vragen de meerderheidspartijen heel duidelijk om tegen het einde van deze legislatuur een masterplan uit te werken voor de noodzakelijke hervorming van het secundair onderwijs. Om dit te doen op basis van een sterkte-zwakteanalyse, om een plan van aanpak uit te rollen op de korte, middellange en lange termijn, en om de minister van Onderwijs hiermee te belasten. Ik ga ervan uit dat ook de andere meerderheidspartijen dit nog steeds steunen.

In het bewuste artikel in De Tijd wordt gesteld dat de hervorming geen big bang mag zijn. Maar niemand in dit parlement heeft ooit een big bang gevraagd. CD&V heeft altijd benadrukt dat de hervorming van het secundair onderwijs geen hervorming om de hervorming mag zijn, dat we de sterke punten in ons onderwijs moeten behouden en de knelpunten moeten aanpakken. CD&V heeft altijd benadrukt dat de hervorming stap voor stap gerealiseerd moet worden, gespreid in de tijd zodat het onderwijsveld op een aanvaardbaar tempo mee kan evolueren. Maar een stapsgewijze aanpak moet uiteraard deel uitmaken van een totaalvisie op langere termijn waar ook het onderwijsveld zich achter kan scharen. Een belangrijke onderwijshervorming lukt alleen als ze gedragen is door de basis.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Mevrouw Helsen, ik weet niet of u nog in sprookjes of in Sinterklaas gelooft. U interpreteert letterlijk. De N-VA zegt in het artikel: wij willen geen big bang. Niemand in dit halfrond wil dat, wij niet en u niet. We zijn het daar allemaal over eens. We volgen Monard in zijn stapsgewijze hervorming, maar toch wel met een duidelijke visie en een duidelijk kader.

Laat daar geen misverstand over bestaan: wij zijn het daar ook mee eens. Maar zoals de heer Bouckaert daarnet heel duidelijk zei, denk ik dat het kader en de visie van de N-VA toch wel heel duidelijk verschilt van wat de rest wil. Wat zij wil, is niet alleen geen big bang, maar ook geen echte hervorming. Waar het op neerkomt, is het liefst alles laten zoals het is, vooral niet raken aan het aso, vooral verzekeren dat onze sterke leerlingen sterk blijven – natuurlijk moeten we dat doen, absoluut –, en eigenlijk ook zeer weinig doen aan de ongekwalificeerde uitstroom, de zwakke leerlingen, het sociaal bepaalde van ons onderwijs. Ik wil wel eens graag horen hoe jullie visies dan zo goed op elkaar zijn afgestemd, want ik zie dat niet. Ik zie totaal niet hoe dat zichtbaar is in de plannen, de voorstellen en de visietekst van de N-VA.

De heer Van Dijck heeft het woord.

Ik neem aan dat ik gerechtigd ben om onze standpunten te geven, mevrouw Meuleman, en niet u.

Mevrouw Helsen zegt: we staan op één lijn, het zijn allemaal dezelfde standpunten. Wel, dan wil ik graag toelichting van mevrouw Helsen. Zij zal dan wel weten wat die standpunten van al die verschillende regeringspartijen zijn. Mevrouw Helsen, ik had graag verdere uitleg over wat dan die lijnen zijn waarover zo veel overeenkomst is.

Mevrouw Meuleman, ik verwijs heel duidelijk naar de motie die de meerderheidspartijen hier in november hebben ondertekend. Als ik deze motie ter hand neem, is het voor mij zeer duidelijk dat voor de meerderheid een hervorming nodig is, dat die moet worden aangepakt door deze regering en dat zo vlug mogelijk, voor het einde van de legislatuur, duidelijk moet zijn welke stappen tijdens deze legislatuur moeten worden gezet en welke stappen op langere termijn nodig zijn om tot een degelijke hervorming van het secundair onderwijs te komen. Die hervorming moet de knelpunten die we vandaag hebben, oplossen en de sterke punten die er vandaag binnen ons onderwijs zijn, behouden. De motie is daarover heel duidelijk.

Alle meerderheidspartijen hebben deze motie ondertekend. Ik ga er vandaag van uit dat alle meerderheidspartijen deze motie ook blijven ondersteunen. Dat is wat ik zeg.

Voor de rest wil ik nog heel duidelijk beklemtonen dat wij vanuit CD&V het heel belangrijk vinden dat er werk wordt gemaakt van deze hervorming. Als er vandaag onvoldoende draagvlak is, moeten we onze politieke verantwoordelijkheid nemen om een draagvlak voor een hervorming te realiseren. Of dat een grote of een kleine hervorming moet zijn, doet er niet toe, het is belangrijk dat het de juiste hervorming is. De juiste hervorming is een hervorming die de knelpunten oplost door ze aan de wortel aan te pakken.

Mevrouw Helsen, waarom denkt u dat uw coalitiepartner het dan zo nodig vond om naar de pers te stappen? Vindt u dat niet eigenaardig, mevrouw Helsen? Vindt u dat geen zeer eigenaardige stap van de heer Van Dijck?

Collega Meuleman, ik baseer me op het werk dat wij in het parlement leveren en ik baseer me in mijn werkzaamheden niet op krantenartikels. Ik baseer me op wat wij aan overeenkomsten en moties in het parlement maken.

Mevrouw Van Steenberge heeft het woord.

Gerda Van Steenberge

Mevrouw Helsen, we zijn hier in de commissie al een tijdje mee bezig. Ik weet ook wat er allemaal al is gezegd. De knelpunten die moeten worden aangepakt, zijn al meer dan tien jaar gekend. U zegt dat het er niet toe doet of dat nu een grote hervorming is of een kleine hervorming, maar dat u wilt dat er deze legislatuur enkele stappen worden gezet en andere stappen op een langetermijnvisie gebaseerd zijn.

Mevrouw Helsen, u weet heel goed dat er deze legislatuur geen stappen meer zullen worden gezet. Het middenveld en de vakbonden moeten elke keer mee zijn. Als er pas in mei een voorstel komt, dan kan daar voor volgend jaar april niet meer over worden gestemd. Er zal op korte termijn dus niets meer komen.

Dan heb ik maar één vraag. U zegt: als er maar stappen worden genomen met een langetermijnvisie. Als die knelpunten al meer dan tien jaar bekend zijn, wat verstaat u dan onder ‘lange termijn’? Tien jaar is toch wel heel lang. Die knelpunten moeten inderdaad worden aangepakt. Iedereen weet waarover het gaat. Moeten we nog eens tien jaar wachten vooraleer ze worden aangepakt?

Boudewijn Bouckaert

Mevrouw Helsen, u verwijst naar de motie, maar in die motie staat niet veel. Het zijn heel algemene slogans waar iedereen mee akkoord kan gaan: het kwaad moet bij de wortel worden aangepakt, enzovoort. Er is ook niemand in dit parlement die zegt dat de hervorming in één keer moet gebeuren. Iedereen gaat ermee akkoord dat het geleidelijk moet gebeuren. Waarover er wel duidelijkheid moet komen, is waar die hervorming naartoe gaat. Dat is wat minister Pascal Smet altijd herhaalt, en hij heeft daar ook gelijk in. Je moet weten waar je naartoe gaat, maar daarover krijgen we geen duidelijkheid.

Mevrouw Helsen, u bent een zeer bekwaam en onderlegd volksvertegenwoordiger inzake onderwijs. U bent ook de woordvoerster van de grootste regeringspartij. Maar mogen we na zoveel jaren weten waar u staat? Bent u voor een gezamenlijke eerste graad? Bent u voor de afschaffing van de onderwijsvormen aso, tso, bso of niet? We krijgen daar geen antwoord op. U draait rond de pot en ondertussen wordt het bijna onmogelijk om in deze legislatuur een beslissing te treffen.

De heer De Meyer heeft het woord.

Mijnheer Bouckaert, u verplicht me om tussen te komen. Uiteraard ben ik het volledig eens met wat mevrouw Helsen tot nu heeft gezegd. Inhoudelijk is het duidelijk dat alle meerderheidspartijen tot nu toe achter de zwakte-sterkteanalyse stonden, waarover we enkele maanden geleden in de plenaire vergadering hebben gediscussieerd. Bovendien waren er enkele duidelijke doelstellingen vooropgesteld. Enkele maanden geleden heeft de minister-president duidelijk gezegd: geen big bang. De regering was het erover eens dat er stapsgewijs zou worden gewerkt, maar vanuit een breder gedragen, duidelijke visie.

Ik heb begrepen dat de heer Van Dijck tot nu toe loyaal, collegiaal, soms kritisch zoals wij allemaal, deel uitmaakt van het meerderheidsoverleg. Ik ken de opportuniteit niet van het interview, maar dat zullen we straks wel vernemen van hemzelf. Ik heb die nog niet gehoord.

Bij het begin van de plenaire vergadering was ik van plan te zeggen: soms is het interessant dat de pers schrijft waarover het parlement discussieert, en dat we hier wat minder discussiëren over wat de dag voordien in de kranten stond. Dat zou het niveau van de actualiteitsdebatten kunnen verhogen. Ik wil deze kleine suggestie meegeven.

Mevrouw Vanderpoorten heeft het woord.

Marleen Vanderpoorten

Mijnheer De Meyer, als we over dit onderwerp geen actualiteitsdebat hadden gevraagd, dan zou niemand het nog begrijpen.

Ik wil toch nog even herhalen wat ik daarnet al heb gezegd. In de commissie van 7 maart zegt de heer Van Dijck: “Ik wil met enige schroom het volgende meegeven. Collega’s, er wordt inderdaad aan gewerkt.” Dat is dus aan die hervorming. De heer Van Dijck zegt verder: “Eergisteren nog kreeg ik telefoon van een journalist, die mij vragen stelde. Ik heb toen ook gezegd dat ik geen verklaringen afleg zolang de zaken in ontwikkeling zijn. Wij hebben allemaal voldoende ervaring om te weten dat wanneer politici voor hun beurt spreken, dit maar één intentie heeft, namelijk iets te laten kapseizen. Ik hul mij nu in een zekere zweem van stilzwijgen.” Dat is dus op 7 maart. De heer Van Dijck besluit dan met: “Ik weet dat dit voor de collega’s niet leuk is, maar ik schaar mij mee in een proces van realisatie en niet in het counteren van zaken door allerlei boude verklaringen. Maar ik begrijp de ongedurigheid bij een aantal collega’s.”

Mijnheer Van Dijck, wat is er sinds 7 maart gebeurd dat u toen niets wilde zeggen terwijl u nu op de voorpagina van De Tijd staat? Wat is er nu gebeurd? Dat zou ik willen weten.

De heer Van Dijck is de zevende spreker. Dus hij krijgt zo dadelijk het woord.

Ik geef nu eerst opnieuw het woord aan mevrouw Helsen.

Ik wil afronden door duidelijk te zeggen dat CD&V een hervorming van het secundair onderwijs wil, en dat we de problemen en de knelpunten die er zijn, op een degelijke manier willen aanpakken. Uitstel van beslissing is geen enkele oplossing. We mogen niet bij de pakken blijven zitten. We zijn het echt aan onze jongeren verplicht. Het is tijd voor een eenduidig en blijvend engagement. CD&V is in staat om verdere stappen vooruit te zetten. (Applaus bij de meerderheid)

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Kathleen Deckx

Voorzitter, minister, collega’s, in een ding moet ik de oppositie toch wel een beetje gelijk geven: ik vind dat het ook min of meer op een soap lijkt. (Applaus bij Open Vld en LDD)

Het is de zoveelste keer dat we hier het debat voeren over de hervorming van het onderwijs, een zeer moeilijk en fundamenteel debat, maar niet om de juiste redenen. Opnieuw omdat er in de pers iets gebeurt wat we eigenlijk van ervaren politici niet verwachten. Om die reden staan wij hier vandaag en voeren we het debat, niet alleen over het verkeerde thema, maar misschien ook wel op het verkeerde moment.

Ik vind het een beetje jammer dat in de kranten wordt geschreven dat de hervorming van het secundair onderwijs het sluitstuk en het paradepaardje is van de Vlaamse Regering in deze legislatuur. Ik vind dat jammer. Als we de hervorming van het onderwijs moeten doorvoeren, dan gaat het niet over paradepaardjes of sluitstukken, maar over het feit dat de sociaal-economische vooruitgang van alle bevolkingsgroepen moet worden gegarandeerd, dat het onderwijs de kansenschepper bij uitstek moet zijn en dat ons onderwijs er moet voor kunnen zorgen dat jongeren attitudes en vaardigheden verwerven om talenten te ontwikkelen met het oog op hun deelname aan de maatschappij. Jammer genoeg vervult het onderwijs deze taak niet voor alle jongeren. Ondanks de hoge kwaliteit van de scholen vallen grote groepen jongeren vandaag uit de boot en verspillen we als samenleving talent – een verspilling die we ons niet kunnen veroorloven.

Jongeren maken verkeerde keuzes omdat ze die te vroeg moeten maken, omdat ze niet in alle gevallen worden bepaald door hun talenten maar door hun sociaal-economische achtergrond. Daardoor raken ze gedemotiveerd. Ze komen zelf zeggen, wanneer ze in het technisch of beroepsonderwijs zitten, dat ze ooit in de Latijnse gestart zijn en tja, nu hier verzeild zijn geraakt. Dan voel je bijna een verontschuldiging.

Collega’s, ik heb een universitair diploma, maar ik ben zo blij dat als mijn dak lekt, ik een beroep kan doen op een goed opgeleide dakwerker en dat ik om mijn tegels te leggen, een beroep kan doen op een zeer vakbekwame tegellegger. Ik stel vast dat het vandaag niet meer zo eenvoudig is om er een beroep op te kunnen doen.

En daar moeten wij ons hier mee bezighouden: de ongekwalificeerde uitstroom – en erger nog: jongeren die jaren op de schoolbanken zitten en toch nog uitstromen zonder diploma –, het watervaleffect. De sp. a gelooft in het feit dat het onderwijs nog steeds de belangrijkste emancipatorische factor is. Onderwijs moet gelijkheid vergroten en niet de ongelijkheid in stand houden. Iemands achtergrond mag nooit zijn of haar toekomst bepalen. Daarom is die hervorming nodig.

Hebben wij hier gesproken van een big bang? Ik denk het niet. Wat we wel altijd hebben gezegd is dat we, voor we stapsgewijs een hervorming doorvoeren, eerst en vooral een zicht moeten hebben op het volledige plan. Niemand begint een huis te bouwen zonder vooraf een goed plan te hebben, want dat zou alleen maar tot grote moeilijkheden leiden. De hervorming is geen revolutie: ze moet gefaseerd gebeuren. De voorwaarde is, nogmaals, dat we moeten weten waar we heen willen.

Definitieve schoolkeuzes komen op dit moment te vroeg. Ze moeten kunnen worden uitgesteld. Wij zijn voorstanders van die brede algemene graad, zodat alle jongeren algemeen en breed kunnen worden gevormd. Wij zijn voor een onderwijs niet alleen voor de middelmaat, maar vooral voor onderwijs op maat, waarbij er wordt geremedieerd, geprikkeld en verdiept. Het onderwijs moet vooral positieve keuzes toelaten. Het moet mensen leiden naar aso-richtingen, maar zeker ook naar technische en beroepsgeoriënteerde richtingen, omdat dáár hun talent ligt, omdat ze daarvoor kiezen, zonder zich te willen verontschuldigen omdat ze in die richting zitten.

Deze onderwijshervorming is geen doel op zich. We zijn er echter van overtuigd dat de randvoorwaarden op dit moment beschikbaar zijn: inzetten op sterke leerkrachten door middel van een nog betere lerarenopleiding en de herwaardering van het beroep, een betere overgang tussen basis- en het secundair onderwijs, een betere afstemming van beroepstechnische richtingen op de arbeidsmarkt en het doen verdwijnen van die artificiële schotten tussen aso, tso en bso. Dát is de inzet van deze hervorming. Daarover zou het debat moeten gaan. (Applaus bij sp.a en CD&V)

Mevrouw Helsen… Mevrouw Deckx, bedoel ik. Ik hoop dat u inwisselbaar bent, en dat de heer Van Dijck dat straks ook zal blijken, zodat we weten dat de Vlaamse Regering één standpunt heeft.

U zegt heel duidelijk voor een brede eerste graad te zijn, met uitstel van de studiekeuze. U zegt de schotten tussen aso, bso en tso te willen wegwerken. U kunt dat echter niet in het luchtledige zeggen. U maakt deel uit van de meerderheid. Uw partij maakt deel uit van de Vlaamse Regering. U bent nu al jaren aan het onderhandelen daarover. Men vertelt ons dat dit de jongste maanden zeer intensief gebeurt. Namiddagen lang hebt u vergaderd. U moet echter begrijpen dat dit vanuit het standpunt van de oppositie behoorlijk hallucinant is. Nog steeds hebben we er geen enkel zicht op welke richting u zult uitgaan. Er wordt steeds gezwaaid met die sterkte-zwakteanalyse. Daarover is men het eens. Ik denk dat zo ongeveer heel Vlaanderen het daarover eens zal zijn, al weten we niet precies wat die inhoudt, maar goed. Is er een ruime consensus voor uw voorstellen voor die brede eerste graad, voor dat uitstel van de studiekeuze en het wegwerken van die schotten? Kunt u me dat bevestigen?

Kathleen Deckx

Mevrouw Meuleman, ik denk niet dat het aan mij is om nu te bevestigen of te ontkennen. Ik heb hier als parlementslid van de sp.a-fractie de sp.a-standpunten vertolkt. Ik ga me op dit ogenblik niet uitspreken over wat de Vlaamse Regering uiteindelijk naar voren zal schuiven, want dan doe ik misschien wel hetzelfde wat veel collega’s doen, namelijk spreken voor mijn beurt.

Ik begrijp heel goed dat u als oppositie op antwoorden wacht, en dat u uw oppositierol speelt – het zou er nog aan ontbreken. Ik vind het echter ook heel knap dat u zegt dat de meerderheid daar heel hard aan werkt. We zijn ook van plan dat te blijven doen.

Gerda Van Steenberge

Mevrouw Deckx, ik heb met aandacht naar uw toespraak geluisterd. Soms heb ik echter mijn lach moeten bedwingen. Niemand wil plotseling nog de big bang. Vier jaar geleden was dat wel zo aangekondigd. U mag allemaal op uw hoofd staan, maar dat is wél zo aangekondigd, weliswaar niet in die bewoordingen.

Er werd alleszins aangekondigd dat het rapport-Monard, toch wel een big bang, een grote hervorming, zou worden doorgevoerd.

Ik nam ook deel aan die commissie, mevrouw Deckx, en ik heb daar niet liggen slapen. Ik heb gehoord wat daar gezegd werd. Nu zegt u, samen met mevrouw Helsen, dat u een plan wilt en dat er deze en volgende legislatuur stappen moeten worden gezet.

U staat hier als vertegenwoordiger van de sp.a. U neemt deel aan de besprekingen. Ik heb een concrete vraag voor u: welke stappen binnen de hervorming van het secundair onderwijs wil de sp.a deze legislatuur nog gerealiseerd zien?

Kathleen Deckx

Ik zou mijn speech kunnen herhalen, maar ik neem aan dat u ook nu niet hebt zitten slapen en dat u heel goed gehoord hebt wat ik gezegd heb. Ik zal mijn betoog dan ook niet herhalen.

Gerda Van Steenberge

Het was alleszins iets totaal anders dan wat mevrouw Helsen heeft gezegd en het was totaal anders dan wat in het krantenartikel van De Tijd staat. Ik denk dus dat de fracties onderling van mening verschillen en ik ben dan ook nieuwsgierig of dat in de Vlaamse Regering ook zo tot uiting zal komen.

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, minister, collega’s, ik heb inderdaad het gevoel dat ik in de serie ‘Beschuldigde, sta op’ ben beland. Ik heb daar ook geen problemen mee. Daarnet zei iemand dat hij dat niet verwachtte van een ervaren politicus. Ik zit al achttien jaar in de politiek. Het volgende actualiteitsdebat waar ik aanleiding toe zal geven, zal dan waarschijnlijk in 2031 plaatsvinden.

In ieder geval, collega’s, wordt het stilaan een gewoonte dat we op gezette tijdstippen in dit parlement een actualiteitsdebat houden over de verschillende facetten van onderwijs. Het is volgens mij terecht dat er over onderwijs wordt gedebatteerd. Het is niet gewoon belangrijk, maar immens belangrijk. Het feit dat verschillende collega’s daar hun zeg over willen doen, siert dat ook.

Maar, collega’s, de klemtonen die mijn partij wil leggen met betrekking tot onderwijs en de hervorming ervan en de problemen die we willen aanpakken, zijn vandaag niet anders dan gisteren of eergisteren. Wat er gebeurd is, is dat zowel mijn fractie, mijn fractievoorzitter, als ikzelf, geconfronteerd werden met de bemerking dat de N-VA blokkeert en elke hervorming onmogelijk dreigt te maken. En dat heb ik ontkend, omdat het niet juist is.

Ik heb dat ontkend, collega’s, en heb geredeneerd dat als anderen menen in onze plaats te moeten spreken, ik niet langer kan zwijgen. Ik heb ook duidelijk gezegd dat de besprekingen binnen de meerderheid op een constructieve manier lopen. En ja, ook wat in de motie staat die in dit parlement werd goedgekeurd, waarvan ik trouwens mede-indiener was, blijven voor mij geen loze woorden. Om maar te zeggen, collega’s, dat dit hier voor mij geen nieuws is. Ik heb er echter geen probleem mee dat er om een actualiteitsdebat wordt gevraagd.

Laat me vooreerst benadrukken dat onze fractie, ikzelf, onze partij en onze ministers, zeer constructief meewerken aan de hervormingen die noodzakelijk zijn in het secundair onderwijs. Laat me duidelijk zijn …

Mijnheer Vereeck, u kent geen gevoelens van respect. (Opmerkingen van de heren Lode Vereeck en Kris Van Dijck)

De heer Wienen heeft het woord.

Wim Wienen

Mijnheer Van Dijck, ik begin stilaan duidelijk in te zien wat er eigenlijk is gebeurd. Vandaag is in De Tijd een interview verschenen. Volgens u is er niets nieuws aan de hand. Er is niets gebeurd en u werkt nog steeds constructief mee met de ministers aan deze hervorming. Eigenlijk gaat het dus om een ondersteunend interview. Heb ik dat goed begrepen?

Ik heb geen interview gegeven. Ik heb gezegd dat ik ontken dat wij alles blokkeren.

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Eigenlijk wil ik een persoonlijk feit beslechten. Volgens de heer Van Dijck toon ik geen respect. Volgens mij ben ik een van de parlementsleden die het meest respect voor zijn collega’s toont. Ik kom steeds met inhoudelijke argumenten en met dossiers naar buiten.

De heer Van Dijck heeft net beweerd dat hij constructief aan deze onderwijshervorming blijft meewerken. We moeten echter duidelijk zijn. Heel Vlaanderen weet dat er van die onderwijshervorming niets meer in huis zal komen. Het is dan ook zeer bizar dat de heer Van Dijck hierover in De Tijd communiceert. Hij wil op die manier duidelijk maken dat die hervorming, meer bepaald die brede eerste graad, er niet zal komen.

Ik vraag me af waarom de heer Van Dijck hierover communiceert. Indien hij echt wil laten weten dat hij constructief wil meewerken en dat de Vlaamse Regering aan elkaar hangt, is dit net het moment om te zwijgen. Toch communiceert hij hierover. Hij geeft de minister van Onderwijs duidelijk lik op stuk. Hij stelt dat de hervorming er niet zal komen.

Ik vind wat de heer Van Dijck gedurende eerste drie of vier minuten van zijn toespraak heeft gezegd, dan ook lachwekkend.

Ik neem daar akte van. Ik wil evenwel benadrukken er een constructieve sfeer heerst. Alle meerderheidspartijen delen dezelfde doelstellingen. Indien dat niet zo zou zijn, moeten de anderen mij maar tegenspreken. Die doelstellingen bestaan erin de prestaties van de moeilijk lerende en de meest gemotiveerde leerlingen op het Europees topniveau te brengen en het aantal niet-gekwalificeerde schoolverlaters te verminderen. Dat staat trouwens ook in het Vlaams regeerakkoord.

Binnen de meerderheid is iedereen het erover eens dat we het probleem van de ongekwalificeerde uitstroom moeten aanpakken. Aan de manier waarop we die doelstellingen moeten bereiken, wordt momenteel door alle drie betrokken partijen naarstig gewerkt. Dat is ook precies wat wij willen.

Ik heb ook verklaard dat ik op de vraag of er dan geen big bang komt, antwoord dat ‘hervorming’ geen synoniem van ‘tabula rasa’ is. De hervorming kan trouwens enkel slagen als er voldoende draagvlak bestaat. Dit draagvlak moet er niet enkel zijn binnen de politiek, maar ook bij alle stakeholders op het terrein. De hervorming moet immers op het terrein tot stand worden gebracht. Daar horen we zelden een pleidooi voor een big bang. Kortom, die big bang is niet nodig. We onderkennen dat er heel wat noden zijn. Daar werken we aan.

Boudewijn Bouckaert

Mijnheer Van Dijck, ik zou graag wat concreter worden. De meerderheidspartijen uiten zich hier in algemene bewoordingen. Ik heb de indruk dat het debat op die manier enigszins wordt ontweken.

U hebt verklaard dat u geen tabula rasa wilt. Ik vind dat een gezond standpunt. Vindt u dan ook dat de opties die minister Smet in zijn oriënteringsnota ‘Mensen doen schitteren’ heeft genomen, een tabula-rasahervorming betekenen? In die nota wordt tenslotte een heel grondige hervorming voorgesteld. Het onderscheid tussen aso, bso en tso moet verdwijnen. Er komt een gezamenlijke eerste graad. Er wordt gewerkt met belangstellings- en studiegebieden.

Betekent die heel grondige hervorming volgens u een tabula rasa-hervorming? Ik wil daar een concreet antwoord op. Indien u dat bevestigt, weten we waar de N-VA staat. De N-VA wijst in dat geval de voorstellen af. We verwachten van een belangrijke meerderheidspartij dat ze dan ook een alternatief voorstelt. Dat krijgen we echter niet.

In die nota staan zeer positieve zaken, waaraan we inderdaad nog aan het werken zijn. Met tabula rasa bedoel ik: alles weg, een volledig nieuw verhaal. Dat heb ik ontkend. En dat hoor ik ook van mijn collega’s van sp.a en CD&V. Dat is niet aan de orde.

Collega’s, we dreigen in een discussie te komen over wat groot is en wat klein. Komen er grote hervormingen, komen er kleine hervormingen? Wij stellen duidelijk dat er gepaste maatregelen moeten worden genomen. Voor de ene zal dat groot zijn, voor de andere zal dat klein zijn.

In ieder geval gaan we voor de stap-voor-stapstrategie. Die woorden neem ik in de mond en – ik zou bijna zeggen, in het Kempisch – ‘het kot is te klein’. Stap voor stap: die woorden heb ik ministers in de mond horen nemen, net als de reeds geciteerde heer Monard. Stap voor stap: zorgen dat het veld mee is, zorgen dat de mensen en de leerkrachten, in die scholen waar hard wordt gewerkt, mee zijn.

Wim Van Dijck

Mijnheer Van Dijck, naamgenoot, ik heb toch enkele vragen voor u. Mevrouw Vanderpoorten heeft ook al gevraagd waarom u met de pers hebt gepraat, terwijl u zich een maand geleden nog stoer op de borst klopte en zei dat u niet praat in de pers. U zei dat u zelfs in de commissie Onderwijs het achterste van u tong niet laat zien, want dat is niet constructief. Nu doet u dat wel.

Er is één spreekster vandaag toch iets concreter geweest dan de anderen. Mevrouw Deckx heeft duidelijk laten verstaan dat zij wel voor het wegslaan van de schotten tussen aso, bso en tso is en dat zij wel voorstander is van een brede eerste graad. Ik zou graag hebben dat u eens antwoordt op haar voorstellen. Circuleren die voorstellen in de Vlaamse Regering? Gaan we die richting uit? En wat vindt u daarvan?

Ik ben begonnen met de vraag. Mevrouw Vanderpoorten, ik sta nog altijd op het punt dat ik op 7 maart 2013 heb gegeven. Maar als je wordt geconfronteerd met verhalen en met gegevens over waar je partij voor staat, dan getuigt zwijgen van lafheid. (Opmerkingen van de heer Lode Vereeck)

Op dat moment moet je spreken.

Mijnheer Van Dijck, laat ons even recapituleren. U werd dus geconfronteerd met een vraag van de pers, waarbij werd gezegd dat de N-VA elke hervorming verwerpt. U wilde daarop antwoorden en dat ondersteunend interview geven, om te zeggen dat dat eigenlijk niet waar is en dat de N-VA nog altijd achter die hervorming staat. Dat is verkeerd weergegeven. Wij hadden allemaal de indruk dat het niet helemaal zo op te vatten was, maar goed, laat ons nu van de veronderstelling uitgaan dat u hebt willen zeggen dat het niet waar is en dat de N-VA nog altijd achter de hervorming staat zoals u er op dit moment mee bezig bent. Het is niet duidelijk hoe dat dan is.

In dat geval worden de vragen toch des te pertinenter. U moet dat toch begrijpen. We zijn er jarenlang mee bezig. In het regeerakkoord wordt letterlijk verwezen naar de nota-Monard. In die nota-Monard staat letterlijk dat men een brede eerste graad wil, om de studiekeuze uit te stellen, om de schotten tussen aso, bso en tso en het vreselijke watervalsysteem weg te werken. De nota van minister Smet ‘Mensen doen schitteren’ was gebaseerd op de nota-Monard. Mevrouw Deckx herhaalt hier nog eens dezelfde principes. Mevrouw Helsen spreekt zich niet letterlijk zo uit. Goed, ik weet niet wat ik van haar betoog moet denken. Dan komt u en wordt het helemaal onduidelijk.

Staat u nog achter het regeerakkoord dat u hebt ondertekend, mijnheer Van Dijck, waarin letterlijk wordt verwezen naar de nota-Monard en zult u dus verder gaan in die richting wat de hervorming betreft? Wanneer zullen wij dat eindelijk weten?

Eén, wij staan nog volmondig achter het regeerakkoord. Twee, wij staan volmondig achter de motie die is goedgekeurd in dit parlement.

Marleen Vanderpoorten

Ik wil u ook een heel concrete vraag stellen, mijnheer Van Dijck. De ondertitel in de krant vandaag is: ‘N-VA-onderwijsexpert Kris Van Dijck blokt plannen minister Pascal Smet af’. U zegt formeel dat dat verkeerd is, dat u met de minister op dezelfde lijn staat. Begrijp ik dat goed?

Wij zijn op dit moment, zoals in de motie ook gevraagd wordt, aan het werken aan die hervorming van het secundair onderwijs.

Marleen Vanderpoorten

Betekent dit dan dat uw voorzitter, de heer De Wever, is teruggekomen op zijn uitspraken van vorig jaar? Heeft hij zijn woorden van toen ingeslikt? Dat is een concrete vraag. Is de heer De Wever van mening veranderd sinds vorig jaar? Hij heeft toen immers heel duidelijke uitspraken gedaan over de hervorming.

Wij werken aan de hervorming, wij werken aan de hervorming.(Rumoer)

Lode Vereeck

Voorzitter, ik heb drie, korte, vragen. Mijnheer Van Dijck, wij zitten hier in dit actualiteitsdebat naar aanleiding van uw uitspraken in de pers. U zegt dat u geen interview hebt gegeven, maar dat u hebt geantwoord, omdat u als partij wordt uitgedaagd. Door wie bent u uitgedaagd? Door welke partijen hebt u gemeend nu te moeten communiceren? Ik zou dat heel concreet willen weten.

Het sluitstuk of het kroonstuk van de hervorming van Monard is de brede eerste graad: het opheffen van de schotten tussen aso, bso en tso. Ook een heel simpele vraag is: is de N-VA, en bent u, nu nog voor die eerste brede graad, ja of nee? En wat is de timing voor de invoering daarvan?

Ik word uitgedaagd door een journalist die mij een stelling voor de voeten gooit en ik antwoord daarop, collega Vereeck. (Rumoer)

Over het thema van de brede eerste graad is al veel gediscussieerd en we zullen daar vanuit de meerderheid met gepaste antwoorden komen. Voorzitter, laat dat in ieder geval de boodschap zijn die ik vandaag wil brengen.

Lode Vereeck

Dat betekent dus dat het eigenlijk niet andere partijen zijn geweest, maar journalisten die u hebben uitgedaagd.

Ik heb een vraag gekregen, en ik heb daarop geantwoord.

Lode Vereeck

U hebt dan als ervaren politicus – u bent 18 jaar lang fractieleider geweest en bent de expert inzake Onderwijs – gemeend om daarop te moeten reageren? Zou het dan niet van enige koelbloedigheid, om niet te zeggen loyaliteit, getuigen om over die onderwijshervorming te zwijgen? Voor alle duidelijkheid: wij hebben u niet uitgedaagd, u bent naar de pers gestapt, u hebt het nodig geacht om de regering en in het bijzonder de minister van Onderwijs te schofferen. We zijn nu vier jaar bezig in dit parlement. Wat ik niet begrijp is dat wij geen antwoord krijgen op de cruciale vraag: voor of tegen brede graad?

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

Mijnheer Van Dijck, uw communicatie lijkt een beetje op die van de trainer van Anderlecht, Van den Brom. U zou ook een boete moeten krijgen, u steekt alle schuld op iemand anders. U bent verantwoordelijk voor uw uitspraken.

Ik neem niets van mijn woorden terug.

Boudewijn Bouckaert

Mijnheer Van Dijck, mijn fractievoorzitter, de heer Vereeck, heeft u een vraag gesteld waarop u niet wilt antwoorden. U bent lid van de N-VA, u bent onderwijsspecialist van de N-VA en er is een tekst van de N-VA, namelijk ‘Slimme maatregelen voor een secundair onderwijs op topniveau’ – ik heb de tekst bij mij. Ik neem aan dat u die tekst kent? Ja. U hebt misschien aan die tekst meegeschreven? Ja. In die tekst staat heel duidelijk “ Er moeten dus absoluut aparte, meer arbeidsgerichte leerroutes blijven bestaan vanaf de eerste graad.” U verwerpt de gezamenlijke eerste graad vanaf 12 jaar. En ik steun u daarin, maar zeg dan verdorie eens op deze tribune dat u bij dat standpunt blijft. Zeg dat eens. (Applaus bij LDD en het Vlaams Belang)

Ik zeg dat niet.

Boudewijn Bouckaert

Neem dan ontslag bij de N-VA.

Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Sabine Poleyn

Collega Van Dijck, ik heb goed geluisterd, en ik heb trachten te begrijpen wat er werd bedoeld in het artikel en wat u vandaag zegt.

Maar u hebt maar één van de doelstellingen van de hervorming waar we aan werken genoemd, u bent er een aantal belangrijke vergeten. Ik wil even duidelijk stellen dat het voor CD&V een belangrijke doelstelling is om tegemoet te komen aan de vraag van de bedrijven. Zij zeggen al jaren dat ze geen technisch geschoold personeel, geen ingenieurs vinden. Die vraag wordt voor een groot deel beantwoord met deze hervorming van het secundair onderwijs. Het is precies de uitdaging van een hervorming secundair onderwijs. U verwijst daar op geen enkel moment naar; ik heb gewacht tot op het einde van uw toespraak.

Ik wil u dus bij dezen vragen of u de doelstelling deelt dat we er effectief voor moeten zorgen dat we een structuur hebben die ervoor zorgt dat het watervalsysteem wordt aangepakt en dat technische opleidingen aantrekkelijk zijn voor jongeren.

Mijnheer Van Dijck, misschien zal ik u een beetje helpen om uw geheugen op te frissen.

Dat is niet nodig.

Mevrouw Vanderpoorten citeerde daarnet uit een artikel uit De Tijd en ze fraseerde de ondertitel. Ik citeer uit een Belga-bericht waarin letterlijk staat: “Wat de hervormingen ook worden, de gemeenschappelijke sokkel die nu al bestaat in een eerste graad van het algemeen secundair onderwijs, zal niet groter worden.” U legt zich dus duidelijk voor een hervorming van de eerste graad, voor een brede eerste graad en voor het uitstel van de studiekeuze.

Ik ben benieuwd naar het antwoord van minister Smet. Na het horen van het betoog van mevrouw Deckx denk ik dat hij er nog steeds van uitgaat dat het in die richting zal evolueren. Ik zie dus een heel duidelijk probleem, tenzij u nu op dit moment zegt dat u wat gas teruggenomen hebt, dat u terug achter de regering en de plannen van minister Smet staat en dat u verkeerd was in het interview en bij Belga. Mogen we dit afleiden uit uw betoog, mijnheer Van Dijck?

Ik zeg niet dat ik verkeerd ben. Ik zeg dat we op dit moment aan het werken zijn conform de opdracht die in de motie werd geformuleerd en dat we eerstdaags met teksten dienaangaande zullen komen. Dat heb ik gezegd. Ik heb ook gezegd dat we op dit moment de debatten en het gesprek niet blokkeren. Dat is het enige wat ik heb gezegd. Zo snel de teksten klaar zijn en er een akkoord is, zal het aan de minister van Onderwijs zijn om ze wereldkundig te maken.

Ik wil ook afsluiten met een citaat. Op 7 maart, de dag waarop mevrouw Vanderpoorten mij citeert, was er op Canvas een uitzending van Panorama: ‘Schoolvoorbeelden van hervormingen’. Het was een sterk programma waarin ook getoond werd dat heel veel kan, en dat waar een wil aanwezig is, heel veel mogelijk is. Ik wil mijn betoog eindigen met een stuk uit het citaat waarmee de heer Monard deze uitzending afsloot: “We moeten inderdaad een visie hebben waar we naartoe willen, maar tegelijkertijd ook pragmatisch. Stap per stap en telkens bijsturen, dan hebben we de grootste zekerheid dat we ons niet vergissen en dat we leerlingen niet als proefkonijnen gebruiken, want dat willen we niet. We willen geen generatie opofferen. Maar je kan ook een generatie opofferen door alles te laten zoals het is, terwijl je goed weet dat het anders moet zijn.”

Welnu, dames en heren van de regering, ook dat engagement wensen wij blijvend op ons te nemen. (Applaus bij de N-VA en de Vlaamse Regering)

Vera Celis was duidelijker.

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, dames en heren, het is niet de eerste keer dat we in deze Koepelzaal – onder een stralende zon trouwens – een debat voeren over de hervorming van het secundair onderwijs. Ik had de vorige keer gehoopt, en met mij de Vlaamse Regering, dat, een volgende keer dat we er hier een debat over zouden houden, het zou gaan over de beslissing die de Vlaamse Regering had genomen. Dat was ook de afspraak. En ik houd me aan die afspraak. Ik vind dit debat dan ook niet goed, ook niet ten aanzien van de onderwijswereld, want die mensen weten uiteindelijk ook niet meer waar het naartoe zal gaan.

Dames en heren, elke minister van de Vlaamse Regering moet het regeerakkoord uitvoeren, en niet alleen het regeerakkoord, maar ook de moties en resoluties van dit Vlaams Parlement.

En er is al verschillende keren, door leden van de meerderheid maar ook van de oppositie, verwezen naar de motie van november 2012. Daarin staat heel duidelijk dat wij het secundair onderwijs moeten hervormen, en dat die hervorming voor het einde van de legislatuur met een masterplan en een ontwerp van decreet aan dit parlement moet worden voorgelegd. Op korte, middellange en lange termijn moeten maatregelen worden genomen die moeten aansluiten bij dat masterplan. Zoals mevrouw Deckx zegt, heeft het geen zin om maatregelen te nemen als men niet weet waar men naartoe gaat.

Een minister en een Vlaamse Regering moeten dat regeerakkoord en die motie uitvoeren. Ik heb de afgelopen weken en maanden de opdracht die dit parlement me heeft gegeven, heel nauwgezet uitgevoerd. Ik heb intensief overleg gepleegd met de onderwijsverstrekkers, met de werkgevers, met de meerderheidspartijen, soms samen, soms bilateraal, soms met ministers, soms met parlementsleden, met critici, en ook met mensen die bezorgd waren. Ik ben ook naar Canada geweest waar die hervorming is doorgevoerd, om te kijken wat de valkuilen zijn en wat we vooral niet moeten doen.

Na dat intensief overleg heb ik in uitvoering van die motie voor de eerste keer een voorstel tot hervorming van het secundair onderwijs op tafel gelegd.

Ik hoor nu sommige mensen zeggen wat ik ooit zou hebben gezegd, met name dat die oriëntatienota een discussienota was om een debat te voeren. Dat debat is gevoerd, ook publiekelijk. Mensen hebben hun bezorgdheid geuit en wij hebben daarnaar geluisterd. Ik heb heel concreet een voorstel uitgewerkt. Dat voorstel beantwoordt aan de motie van dit parlement. Het is gebaseerd op de sterktes en zwaktes van ons secundair onderwijs en op de doelstellingen van de hervorming.

Er is hier vandaag al veel over big bangs gesproken. Ik weet niet waar die obsessie vandaan komt. Maar noch ik, noch een lid van de regering hebben vanaf het begin ooit gezegd dat er een big bang moest komen. Wij hebben altijd gezegd, en ook Monard zegt dat trouwens, dat er een visie moet zijn, een masterplan. Vervolgens is er tijd nodig om dat uit te voeren. Indien mogelijk moet er ook worden bijgestuurd. Ik zeg voor de allerlaatste keer dat er geen big bang moet komen. Ook de minister-president heeft dat gezegd alsook de heer Van Dijck. We zeggen het allemaal, zelfs de oppositie, dat er geen big bang zal komen waarbij alles in één keer verandert. Niemand wil dat, niemand kan dat overigens. Wel moeten we beslissingen nemen. We moeten een weg kiezen en maatregelen nemen op de korte, middellange en lange termijn.

Ik persoonlijk – maar ook de volledige regering die me daarin is gevolgd – heb altijd als uitgangspunt genomen dat de hervorming van het secundair onderwijs in het teken moet staan van het hoger leggen van de lat voor iedereen en het dichten van de kloof. Of zoals men dat in het Engels zegt: ‘raising the bar, closing the gap’. We moeten sterke kinderen in ons onderwijs sterker maken en zwakke kinderen in het onderwijs ook sterker maken. Wij willen een excellent onderwijs voor alle kinderen in Vlaanderen.

Wij hervormen niet om te hervormen. Wij hervormen omdat het nodig is, opdat elk kind in Vlaanderen de juiste keuzes kan maken en kan weten waar het goed in is. Elk kind moet samen met zijn ouders op de juiste manier worden georiënteerd. Immers, de keuzes die men maakt in het secundair onderwijs bepalen het leven van de kinderen. Het gaat dan niet over structuren of supergrote, kleine of welke hervormingen dan ook, het gaat over de noodzakelijke hervorming van ons secundair onderwijs die iedereen vraagt. Iedereen die begaan is met ons onderwijs, weet dat er ingrepen moeten gebeuren.

Dames en heren, ik heb dat voorstel op tafel gelegd. We hebben daar binnen de meerderheid rond gewerkt. Vorige vrijdag heb ik aan de regering voorgesteld – en de regering is me daarin gevolgd – dat vanaf nu de komende weken de ministers dit dossier zullen behandelen. Er moeten immers een aantal knopen worden doorgehakt, en het moeten uiteindelijk ministers zijn die dat doen. Wij hebben vorige vrijdag al afgesproken dat deze regering voor eind mei een beslissing zal nemen die een belangrijke en noodzakelijke hervorming van het secundair onderwijs zal inhouden.

Mevrouw Vanderpoorten, ik heb altijd geleerd, als je in situaties als deze komt: ‘stay focused.’ Laat u niet afleiden. Dat is ook wat we doen. We blijven gefocust. De focus is voor mij heel duidelijk. Laat mij even citeren uit de Bijbel, uit Mattheus: als je gelooft, kun je bergen verzetten. Dat is de samenvatting van het verhaal in Mattheus. Maar je begint met een droom, en het geloof dat die droom en die visie werkelijkheid kunnen worden. Ik blijf geloven, en met mij alle partijen van de regering, dat we die noodzakelijke hervorming kunnen doen.

Ik ga er ook van uit, voorzitter, dat elke partij van de meerderheid in deze Vlaamse Regering het regeerakkoord uitvoert, dat elke partij woord zal houden, dat elke partij de moties steunt. Dat is voor mij een kwestie van betrouwbaarheid en eerlijkheid. Ik dank u. (Applaus bij de meerderheid)

Marleen Vanderpoorten

Minister, ik twijfel er niet aan dat u gefocust bent en uw doel nog wilt bereiken. Maar ik heb u wel horen zeggen dat u voor het einde van de legislatuur nog een ontwerp van decreet klaar en goedgekeurd wilt hebben. Een ontwerp van decreet is gewoon niet meer mogelijk, minister.

Volgend jaar rond deze tijd zitten we hier misschien niet meer, want er zijn verkiezingen in mei. Het parlement zal op een bepaald moment stoppen met vergaderen. Het moet dan rond zijn in maart. Dat is minder dan een jaar. Als je in Onderwijs een decreet rond wilt krijgen, heb je nog de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor), de vakbonden, de Raad van State, je hebt drie keer een goedkeuring van de regering nodig. Dat is gewoon onmogelijk.

Minister Pascal Smet

In de motie staat heel duidelijk: “Het Vlaams Parlement vraagt de Vlaamse Regering tegen het einde van de legislatuur een masterplan/ontwerp van decreet uit te werken dat de noodzakelijke hervorming van het secundair onderwijs uitwerkt.” In het regeerakkoord, mevrouw Vanderpoorten, is niet afgesproken dat dat ontwerp van decreet in het parlement moest zijn goedgekeurd. Vanaf de eerste dag heb ik gezegd dat ik hoopte dat we dat zouden kunnen.

Ik vind het belangrijk om, als we dat masterplan hebben, ook nog een aantal maatregelen kunnen uitvoeren, waar we de afgelopen weken binnen de meerderheid overigens al hard aan gewerkt hebben en een aantal beslissingen over hebben genomen.

De regering heeft vandaag opnieuw bevestigd dat wij voor eind mei een masterplan zullen voorleggen, overeenkomstig deze motie.

Marleen Vanderpoorten

Volgende maand moet dat masterplan er dus zijn?

Minister Pascal Smet

We zullen een beslissing nemen, een masterplan, zoals de motie vraagt. We zullen dat hier dan ook bespreken.

We weten dat u excellent onderwijs wilt. U wilt de lat hoger leggen en de kloof tussen de zwakste en de sterkste leerlingen dichten. Ik denk niet dat er iemand in de onderwijswereld is die deze uitgangspunten niet kan delen. Maar u hebt met geen woord gerept over uw manier van werken, terwijl we in mei toch een nota mogen verwachten, zegt u. We hebben hier vandaag vernomen dat er over de manier van werken nog niet de minste overeenstemming bestaat.

Samen met mevrouw Vanderpoorten twijfel ik er sterk aan of het nog voor deze legislatuur zal zijn. Dat betekent dat we een hele legislatuur tijd hebben verloren. We hebben in deze tijden van crisis niets gedaan om al die jongeren die uitstromen zonder diploma, te helpen. Dat cijfer blijft toenemen, het zijn er steeds meer. Die jongeren, zo bleek uit een onderzoek van de VDAB gisteren, zijn vogels voor de kat. Ook Voka zegt dat letterlijk in een persmededeling vandaag. Het is onze plicht om juist die jongeren een perspectief op arbeid te geven. Vlaanderen doet nu al jaren niets voor hen. Ik vind dat echt heel erg.

Minister Pascal Smet

U mag twijfelen, mevrouw Meuleman, dat is uw goed recht. Het is aan ons om te bewijzen dat die twijfel ongegrond is, dat zullen we ook doen. Ik ben het niet met u eens dat we in de afgelopen vier jaar de ongekwalificeerde uitstroom niet hebben bestreden. Deze regering heeft op het vlak van onderwijshervorming heel wat gerealiseerd. Ga in de basisscholen maar vragen hoe het zit met de grootte van de kleuterklassen; dat probleem is opgelost. Ze zijn heel blij met die oplossing. Ik kan u een hele lijst van realisaties voorleggen. Er is nog werk, dat zult u mij niet horen ontkennen.

Ik heb nooit gedacht dat de hervorming van het secundair een gemakkelijke boswandeling zou worden. Die illusie heb ik nooit gehad, al was het maar omdat geen van mijn voorgangers er ooit in geslaagd is. De afgelopen weken en maanden heb ik wel vastgesteld dat het besef van de nood aan hervorming groeit, bij de meerderheid en bij het publiek. We hebben – de heer Van Dijck heeft dat net nog bevestigd – heel wat werk verzet over de doelstellingen, over de sterke en zwakke punten ervan. Zelfs over de inhoud hebben we vorderingen gemaakt. Er zijn nog wat punten van discussie, dat is begrijpelijk. Die moeten we nu beslechten. Voor eind mei 2013 zal de regering een beslissing nemen en dan hebben we nog een klein jaar de tijd om het ontwerp van decreet/masterplan aan het parlement voor te leggen.

Laat ons de komende weken geconcentreerd voortwerken. Ik zal dat doen, samen met de regering. Nogmaals, als men gelooft, kan men bergen verzetten. Dat is ongetwijfeld wat u al aan uw kind hebt verteld, mijnheer Bouckaert, want u hebt naar sprookjes verwezen; dit komt ook in sprookjes voor. Het is een belangrijke levensles die we aan kinderen proberen bij te brengen: als je maar hard werkt, goed je best doet, dan kom je er wel. Dat is de boodschap die we vaak meegeven in ons onderwijs, dat is ook de boodschap die ik heb meegekregen en die deze Vlaamse Regering ter harte zal nemen.

Boudewijn Bouckaert

Minister, ik ben net terug uit het Heilige Land en uw Bijbelse citaten charmeren me wel.

Ik heb niet geteld hoe vaak u uw deadline hebt verschoven. We zitten aan wel vier, vijf of zes deadlines die telkens niet werden gehaald. Een beetje inlevingsvermogen in de oppositie mag dus wel; we trekken de geloofwaardigheid van de nieuwe deadline serieus in twijfel.

Telkens als we erover spreken, verzwakken de ambities. Vroeger werd er gesproken over een afgeronde hervorming. Dat werd een ontwerp van decreet dat later moest worden uitgevoerd. Nu is het een masterplan. In plaats van ‘raising the bar’ is het ‘lowering the bar’ geworden.

Ten slotte heb ik een specifieke vraag, minister. In De Tijd stond de mogelijkheid van een decreet goedgekeurd met een tweederde meerderheid, zodat de volgende Vlaamse Regering dat moet uitvoeren.

Mijn vraag is dan ook of u dat plan koestert. En indien u dat plan zou hebben, zou dat dan niet leiden tot een nietszeggend decreet? Want dan zou iedereen daarmee moeten instemmen en wordt het dus een hopeloos compromis.

Minister Pascal Smet

Mijnheer Bouckaert, ik zal nog eens herhalen wat ik heb gezegd. Het masterplan/ontwerp van decreet dat moest worden uitgewerkt, zal ook, zoals trouwens in die motie staat, een plan van aanpak bevatten met concrete maatregelen op korte termijn – dat betekent: nog deze legislatuur te beslissen –, op middellange en op lange termijn, en daar moet ook een timing op worden gezet. Dat is wat we hebben gezegd en wat we ook gaan doen. En het ligt op dit moment heel concreet op tafel. We moeten dat nu niet beginnen te schrijven. Het voorstel is er. Het wordt nu besproken. De regering zal op basis van dat voorstel een beslissing nemen.

De vorige keer hebben meerdere sprekers – ook ik en de minister-president – aangegeven dat het voor een grote hervorming altijd wenselijk is dat je op zijn minst de grote partijen maar liefst ook de minder grote partijen erbij kunt betrekken. Daarom hebben we ook altijd gezegd dat we in twee fasen zullen werken: de regering maakt eerst een meerderheidsakkoord, en dan kunnen we samen in een kortere debatronde zien of we dat verder kunnen uitbreiden. We hebben al aangetoond dat we met een bepaalde fractie erin slaagden om een hervorming van het hoger onderwijs door te voeren. Ook daar hadden we een tweederdemeerderheid nodig. We hebben dat toen heel constructief gedaan. Dat is, wat mij betreft en ook volgens de regering, voor herhaling vatbaar.

Wim Van Dijck

Minister, ik heb begrepen dat u onverdroten doorgaat met de onderwijshervorming. Het tegendeel zou mij natuurlijk hebben verbaasd. U hoopt ook de deadline te halen. Ik blijf betwijfelen of u daarin zult slagen. Ik blijf vinden dat wij al jaren tijd hebben verloren.

Mij heeft iets aan dit debat bijzonder hard gestoord. Er is een grote groep in de samenleving, en in de onderwijswereld, tegenstander van belangrijke aspecten van de geplande hervorming. Twee cruciale aspecten zijn al genoemd: de brede eerste graad en het wegslaan van de schotten. De N-VA, een regeringspartij, wil die groep duidelijk bedienen. Daar is op zich niets mis mee. Zij doet dat door middel van interviews op tijd en stond. Bart De Wever heeft dat vorig jaar gedaan; Kris Van Dijck heeft dat vandaag gedaan in De Tijd. De N-VA hoopt dat met die interviews de boodschap blijft hangen. Maar dan hier iets anders, of liever helemaal niets, komen zeggen, en dan komen zeggen dat men op één lijn zit met de minister, met de rest van de meerderheid, dat vind ik een bijzonder cynische manier om aan politiek te doen. Dat is de mensen voor het lapje houden. Dat is de groep die tegenstander is van belangrijke aspecten in de onderwijshervorming valse hoop geven. Dat is onaanvaardbaar. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Gerda Van Steenberge

Minister, u blijft de woorden ‘masterplan’ en ‘ontwerp van decreet’ samen gebruiken. Ik begrijp heel goed waarom. Beide partijen zullen daarmee gelijk krijgen op het einde van de rit. De ene zal zeggen: “Wij hebben een masterplan.” De andere zal zeggen: “Er is niets gerealiseerd want er is geen ontwerp van decreet.” Dat zijn twee verschillende zaken.

Minister, u bent jurist.

Frons uw wenkbrauwen maar, dat komt misschien goed over. U bent jurist en u weet heel goed waarover u het hebt. Een masterplan is geen ontwerp van decreet. Ik heb u vorig jaar al gevraagd of u wilt verduidelijken wat het betekent. U blijft die woorden door elkaar gebruiken. Dat is te begrijpen. Een ontwerp van decreet zal er niet meer door komen. U zult uw masterplan voorleggen en u zult zeggen: “Kijk, ik heb gerealiseerd wat in de motie werd gevraagd.” Maar dat heeft geen enkele waarde. Na de volgende verkiezingen bent u met een masterplan niets. Maar u zult de trofee, de pluim, op uw hoed hebben gestoken. En langs de andere kant zal de N-VA zeggen: “Voilà, wij hebben gelijk gekregen: er is niets door gekomen want er is geen ontwerp van decreet. En er is nu een andere coalitie, of het zijn dezelfde partijen met eventueel een ander regeerakkoord.”

Minister, dat is jammer. U zegt dat we met dromen zeer veel kunnen veranderen. Een grote hervorming moet er niet komen. Maar na tien jaar zijn er nog altijd knelpunten. Dit betekent dat er wel tijdverlies is geweest, nu toch al vijf jaar. Aan die knelpunten zelf is er niets veranderd. Gedurende vier jaar hebt u in de commissie altijd gezegd dat u de knelpunten in de algemene hervorming zult aanpakken. Maar die algemene hervorming komt er niet. En dus zijn die knelpunten ook niet aangepakt. Minister, dat is zeer jammer.

Minister Pascal Smet

Mij gaat het niet over trofeeën, pluimen of wat dan ook, mevrouw Van Steenberge, het gaat me om de kinderen en de jongeren in Vlaanderen. Hoe kunnen we structuren en systemen aanpassen om te zorgen dat ons onderwijs doet wat het moet doen voor alle kinderen? Het moet ervoor zorgen dat alle kinderen interesse krijgen, dat elk kind de kans krijgt om zijn talent te kennen en te erkennen. We moeten ons systeem zo opbouwen dat dat kan. Daarvoor hebben we een hele reeks maatregelen nodig, op korte termijn, op middellange termijn en op lange termijn, ook voor dingen die bijgestuurd kunnen worden in de toekomst. Maar je moet wel die trein in gang zetten en je moet ook weten waar je naartoe gaat. Dat is de beslissing die we opnieuw hebben bevestigd en waar ik en de voltallige Vlaamse Regering en de voltallige meerderheid – u hebt de drie vertegenwoordigers van de fracties heel goed gehoord – achter staan. We trekken aan één zeel. We gaan de komende dagen en weken voortwerken. Ik zal ook met Kris Van Dijck voortwerken. We zullen samen tonen dat uw twijfel, die ik begrijp, ongegrond was.

Lode Vereeck

Voorzitter, ik vond de uitleg van de minister wel heel duidelijk. Hij heeft zijn credo, zijn geloofsbelijdenis hier duidelijk gemaakt, waarvoor een welgemeend halleluja. Ik begrijp dat er eind mei een beslissing komt van de Vlaamse Regering. Maar ik sluit me toch wel aan bij wat mevrouw Van Steenberge heeft gezegd: wat betekent die slash nu eigenlijk? Betekent dat ‘en’, ‘of’, of ‘van’? Masterplan/ontwerpdecreet, is dat een masterplan en een ontwerpdecreet, een masterplan of een ontwerpdecreet of een masterplan van een ontwerpdecreet?

De minister heeft ook zeer duidelijk gemaakt waarom we dit debat voeren. Er is eind mei zonder meer een beslissing in deze Vlaamse Regering. Ik denk dat Kris Van Dijck bijzonder zenuwachtig aan het worden is en daarom gemeend heeft om nog invloed te moeten uitoefenen op de beslissing binnen de Vlaamse Regering door publiekelijk een aantal pistes nu al te sluiten, om niet te zeggen af te branden.

Minister Pascal Smet

De slash is duidelijk. Er moet een masterplan/ontwerp van decreet komen. De vraag is: hoe ziet dat ontwerp van decreet eruit? Ga je naar één structuurdecreet? Moet je verschillende decreten aanpassen? Wat moet je aanpassen? Dat zal uit het masterplan blijken.

Als je zegt dat we een aaneenschakeling van maatregelen moeten nemen, dan kun je dat op verschillende manieren doen. Voor mij is het belangrijkste dat we dat masterplan hebben, dat we die visie hebben en dat we dat plan van aanpak hebben van welke maatregelen we op korte termijn moeten nemen en dat we die tijdens deze legislatuur ook nog nemen. Dan heb je ook maatregelen op middellange en op lange termijn. Laat ons gewoon de komende weken voortwerken. Dan zult u alle antwoorden krijgen in mei en later, na het debat.

Lode Vereeck

Ik ben nu eigenlijk een beetje meer in dubio. Het is een masterplan van hoe het ontwerp van decreet eruitziet?

Minister Pascal Smet

Nee, je maakt toch altijd eerst een masterplan. Een ontwerp van decreet is een middel. Een decreet of een besluit is een middel om iets te doen, net zoals een begroting.

Lode Vereeck

En het ontwerp van decreet mogen we ook nog verwachten?

Minister Pascal Smet

Als er een ontwerp van decreet nodig is, zal dat er komen. Voor alle duidelijkheid: ik ga ervan uit dat dat ontwerp van decreet nodig zal zijn. (Opmerkingen van de heer Lode Vereeck)

Neen, niet eind mei. Eind mei moeten we de beslissing nemen, dan moeten we het debat hebben. Het regeerakkoord zegt heel duidelijk dat het ontwerp van decreet er voor het einde van de legislatuur moet zijn. Bij mijn weten is het einde van de legislatuur wanneer dit parlement ontbonden wordt, namelijk april 2014. Dan moet dat op tafel liggen. Dat is toch duidelijk?

Kort en krachtig, voorzitter, we zijn hier nu al jaren bezig om iets te maken, dat zeker niet bindend is, daar zal het op neerkomen. Als het al een ontwerp van decreet wordt, dan is het er een waarover niet gestemd wordt. Heb je dat nu al ooit geweten? Zo kan een volgende meerderheid absoluut ‘bijsturen’, lees: van tafel vegen. Waar steken wij nu nog onze tijd in? Na deze discussie zie ik het somberder in dan ik ooit had durven denken.

Marleen Vanderpoorten

Ik wil even op dezelfde piste blijven. Ik begrijp het nu toch ook niet meer, hoor. Een masterplan betekent eigenlijk niets, dat heeft geen enkele bindende waarde. Wat mevrouw Van Steenberge heeft gezegd, is juist. Er zijn nog al masterplannen gemaakt die tot niets leidden.

Minister, als u nu zegt dat u eind mei, over vier weken dus, een masterplan gaat indienen, en dat dat voor het einde van de legislatuur zal leiden tot een ontwerp van decreet …

Minister Pascal Smet

Daar waar het nodig is.

Marleen Vanderpoorten

… goedgekeurd in het Vlaams Parlement, dan moet u eens uittekenen hoe dat inzake besluitvorming nog kan.

Minister Pascal Smet

Ik heb niet gezegd dat dat goedgekeurd moet zijn in het parlement. (Opmerkingen)

Het regeerakkoord is heel duidelijk. Er moet een consensus zijn, liefst over partijgrenzen heen, dat er een masterplan is. Dat masterplan wordt ingediend in het parlement in een ontwerp van decreet. Anders hadden we in het regeerakkoord geschreven dat er een decreet moest zijn.

Marleen Vanderpoorten

Dat is een heel vreemde manier van aan besluitvorming doen in zulke belangrijke dossiers.

Minister Pascal Smet

Mevrouw Vanderpoorten, u en anderen hebben zelf gevraagd om op die manier aan besluitvorming te doen, dat we een duidelijke visie uittekenen, dat we zeggen wat er decretaal kan worden verankerd, dat we dat verankeren. Het is op die piste dat we zitten, ook op de korte termijn. Dan voeren we dat uit op de lange termijn.

U zegt dat het masterplan niet bindend is. Elke meerderheid kan toch een decreet wijzigen.

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Ik begrijp dus goed dat de regering nu hard aan het werken is aan een ontwerp van decreet dat ze niet wil goedkeuren, of waarover niet meer zal worden gestemd. Dat is de samenvatting. In de parlementaire traditie is dat zeer bizar.

Minister, ik zou u er toch op willen wijzen dat we inderdaad in mei naar verkiezingen gaan en dat er misschien een andere meerderheid zit aan te komen.

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Tot slot van dit actualiteitsdebat: de Vlaamse Regering zal, zoals minister Pascal Smet heeft gezegd, tegen het einde van de maand een beslissing nemen. Op basis van die beslissing zullen er volgende stappen worden gezet. We zullen in dit debat zo ver mogelijk geraken of alles doen om dat zo veel mogelijk te consolideren. Maar laten we dat stap per stap doen.

Samen met vele anderen kijkt u nu al uit naar wat de Vlaamse Regering eind mei zal beslissen. Daar kunnen we dan over discussiëren. Laat ons de zaak stap per stap benaderen, en het niet op flessen trekken. We hebben de intentie om serieuze stappen vooruit te zetten in een heel belangrijk en moeilijk debat.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Wenst iemand tot besluit van dit actualiteitsdebat een motie of een motie van wantrouwen in te dienen?

– De heer Wim Van Dijck, de heer Sas van Rouveroij en mevrouw Elisabeth Meuleman kondigen aan een motie te zullen indienen.

De moties moeten uiterlijk om 16.15 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daarover straks uitspreken.

Het debat is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.