U bent hier

De voorzitter

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over de verklaringen van de minister-president betreffende de toekomst van Vlaanderen in Actie.

Het debat is geopend.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister-president, maandag maakte u bekend dat u Vlaanderen in Actie (ViA), Pact 2020 – uw toekomstproject op lange termijn – een tweede adem wil geven en nieuw leven wil inblazen. Tegelijk wilt u ons doen geloven dat ViA niet dood is. U jongleert met positieve cijfers op korte termijn om aan te geven dat u op koers zit voor 2014 en voor wat het regeerakkoord betreft.

Minister-president, mijn fractie trekt twee conclusies. U zit, wat de korte termijn en het regeerakkoord betreft, niet op koers. ViA is een pact op lange termijn en meet hoe het zit met de evolutie van een aantal kernindicatoren. Daar zit u nog veel minder op koers.

Minister-president, de tijd is te kort om het hele ViA-akkoord te overschouwen, maar laat mij mijn twee stellingen illustreren met een paar voorbeelden. Laat mij enkele van uw doorbraken – terreinen waarop u een ‘transitie’ wilt realiseren – onder de loep nemen. Het eerste is ‘de lerende Vlaming’, wat mij na aan het hart ligt. Er zijn zestien sleutelprojecten waarvan er één is gerealiseerd, drie vertraging hebben opgelopen en twaalf op schema zitten. Het gerealiseerde project: het Belgisch voorzitterschap van de EU. Projecten met vertraging: de hervorming van het secundair onderwijs, studeren in het buitenland – voor Erasmus zijn de doelstellingen ook nog helemaal niet bereikt –, het automatisch toekennen van de studietoelagen.

Dan wordt het iets moeilijker met de doelstellingen waar we zogenaamd op schema zitten. De vernieuwde ViA-website is ietwat geniepig, want je moet zoeken naar de doelstellingen die zogezegd op schema zitten omdat ze niet zijn opgenomen in het overzicht op de website. Het zou dus levenslang leren moeten zijn, of het terugdringen van de kortgeschoolden, of het terugdringen van de ongekwalificeerde uitstroom. De cijfers zijn barslecht. Ik kan me niet voorstellen dat u kunt zeggen dat we op schema zitten. Ook excellente leraren, de hervorming van het deeltijds kunstonderwijs, oplossen van het capaciteitsprobleem vallen hieronder. Uw uitspraak dat we op schema zitten, is duidelijk vatbaar voor interpretatie. Volgens mij had u een heel donkere roze bril op toen u de vertaalslag van uw cijfers maakte. Uw palmares ten opzichte van het regeerakkoord oogt voor mij onvoldoende, zeker op de lange termijn.

ViA was het pact 2020, de transitie naar 2020, en op de lange termijn ogen de kernindicatoren nog slechter. Laat er ons één onder de loep nemen: de kernindicator wat de warme samenleving betreft. U zegt dat er twee indicatoren zijn gerealiseerd en dat er achttien het slecht doen en dus niet worden gerealiseerd. De evolutie van de kernindicatoren wordt gemeten. Een derde evolueert in een ietwat goede richting, twee derde stagneert of gaat achteruit. Ik neem een slide uit de presentatie, die over maatschappelijke participatie. Dat heeft veel te maken met de warme samenleving, met vrijwilligers, wat u na aan het hart ligt.

Welnu, minister-president, de cultuurparticipatie daalt. De sportbeoefening daalt. Levenslang leren daalt. Het lidmaatschap van verenigingen daalt. Politieke participatie daalt. Alleen het internetgebruik stijgt.

Ik kom bij de volgende slide en een voor ons fundamentele kernindicator, namelijk kinderarmoede. De kinderarmoede is in gestaag stijgende lijn. Er is absoluut geen aanzet tot een positieve evolutie: 6,4 procent in 2004, 8,6 procent in 2010. Dat verontrust mij, minister-president.

Ten slotte haal ik er nog eentje uit voor de lange termijn, iets wat uw paradepaardje zou moeten zijn, namelijk economie en ondernemen. Het is de heer Sauwens die in dat verband aan de alarmbel heeft getrokken. “Vlaanderen moet zijn genoegzaamheid afschudden en zich herpakken”, zei hij. Cijfers van de Nationale Bank tonen aan dat in 2008, 2009 en 2010 de economische groei in Wallonië dubbel zo groot was als in Vlaanderen. Tot 2007 liep Vlaanderen duidelijk voorop, daarna kwam er een kentering. De groeicijfers liggen lager bij ons. Ook de stijging van de werkgelegenheid is in Wallonië veel beter dan in Vlaanderen. Wallonië slaagt er op dit moment in om veel meer banen in de industrie te creëren dan Vlaanderen.

Zowel op korte als op lange termijn valt over ViA geen goednieuwsshow te brengen, minister-president. Het Marshallplan in Wallonië legt veel betere resultaten voor dan ViA in Vlaanderen. Wat ze in Wallonië zelf doen, doen ze beter. In Vlaanderen is dat nog niet bewezen.

ViA was ambitieus, dat weten we. We hebben in het verleden aangegeven dat we ons in bepaalde doelstellingen kunnen vinden, maar in andere niet. ViA oogt mooi op papier, op de website en in het buitenland, maar werkt vandaag niet. Voor mijn fractie moeten we dezelfde kost niet nog eens opwarmen. Een opgewarmd lijk begint te stinken. Hoog tijd voor een nieuwe aanpak, waarbij een groene en sociale economie een meer prominente plaats krijgen. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Ik wil even reageren op wat mevrouw Meuleman zegt over Vlaanderen, een “opgewarmd lijk dat begint te stinken”. Ik vind dat woordgebruik er toch over, mevrouw Meuleman.

Ik heb niet gezegd dat Vlaanderen een opgewarmd lijk is, mijnheer Van Rompuy. Begrijp mij niet verkeerd. (Opmerkingen)

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voorzitter, collega’s, minister-president, ViA, dat zijn goede ideeën, goede mensen, goede bedoelingen, en toch slaat het niet aan. Wij van LDD weten precies hoe dat voelt. (Gelach)

U was op zoek naar een tweede adem, minister-president, maar ik heb begrepen dat het meer weg heeft van een reanimatie. Maar ik begrijp ook dat u een grote voorvechter bent van EHBO en mond-op-mondbeademing, dus u kunt aan de slag.

Minister-president, ik wil even citeren uit uw interview met De Morgen: “ We hebben geleerd uit onze fouten. We hebben in het begin grootse campagnes gevoerd waarvan we dachten dat iedereen daar wildenthousiast van zou worden, maar dat is helaas niet gelukt. Daarna dachten we via het middenveld iets in beweging te kunnen brengen, maar hun mobiliserende karakter is ook wat stilgevallen, om het zacht uit te drukken.” Zelfkennis is het begin van alle wijsheid, en zelfkritiek is het begin van alle verandering.

Deze publieke zelfkritiek vind ik een goede aanzet, maar het verraste me dan toch dat u doorzet met die goednieuwsshow. Ik had een verdere kritische analyse verwacht.

U geeft ons mee dat van de 337 sleutelprojecten er 27 zijn gerealiseerd, 281 op schema zijn en 29 vertraging hebben. De Vlaamse Regering klopt zich daarbij fier op de borst, maar ik wil er toch even op wijzen dat, als we die cijfers nader bekijken, daar veel minder reden toe is. Van die 27 gerealiseerde projecten, bijvoorbeeld, hebben er 3 betrekking op het voorzitterschap in de Europese Unie.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, ik was eerst van plan aandachtig te luisteren, en misschien nog meer kennis op te doen. Ik kom terug op het betoog van mevrouw Meuleman en het niveau daarvan. Mijnheer Vereeck, u was sterk begonnen, waarvoor ik u feliciteer. Het document ‘Pact 2020. Kernindicatoren. Meting 2012’ van de Studiedienst van de Vlaamse Regering (SVR), dus niet van de Vlaamse Regering, is uitvoerig toegelicht. Deze week zijn er geen nieuwe cijfers bekendgemaakt. U hebt het over een goednieuwsshow en zo, maar ik heb gewoon gezegd wat daarin staat en wat dit parlement al maanden weet, maar mogelijk is vergeten. Of men probeert dat op een populistische wijze nog eens de wereld in te sturen, zoals mevrouw Meuleman dat doet.

Als u het over deze indicatoren hebt en wat er qua monitoring gebeurt, is er niets nieuws. Waarom hebt u dat dan de afgelopen weken niet gedaan? Mogelijk was u daar dan niet zo in geïnteresseerd.

Lode Vereeck

Wat dat laatste betreft, we hebben een interpellatie gehouden over Pact 2020, en daar zijn de resultaten ook zeer kritisch besproken, met de nodige nuances. De SVR is uiteindelijk ook zeer kritisch met betrekking tot de verwezenlijkingen van de Vlaamse Regering. Ik had een vraag om uitleg gesteld die hierbij aansluit. Mijn vraag gaat niet over mijn uitspraken, maar over uw uitspraken. U bent zelf zeer kritisch, in navolging van minister Lieten en de voorzitter. Blijkbaar heeft dat u ook genoopt tot het nemen van nieuwe acties. Dat zal ook de kern van mijn betoog zijn. Ik wou dit echter heel even inleiden, en stellen dat we die cijfers met een korreltje zout moeten nemen. Er zijn dus drie gerealiseerde projecten die te maken hebben met het EU-voorzitterschap. Die lijken me niet een sleutelproject te zijn, maar veeleer een beurtrol.

Ik geef ook heel even mee wat ons als oppositie na aan het hart ligt, namelijk het halen van de 1 procentnorm, de Barcelonanorm voor onderzoek en ontwikkeling. Uw monitoring zegt dat u op dat vlak op schema zit, terwijl uw eigen strategische adviesraad zegt dat dit absoluut niet het geval is, dat dit niet volstaat om tegen 2020 de Europese 1 procentnorm voor onderzoek en ontwikkeling te halen. Dat klopt dus al niet.

We moeten erg voorzichtig zijn met die geaggregeerde cijfers. Ik geef u dat maar mee. Zo staat er binnen de doelstelling van het open ondernemen dat Vlaanderen gaat voor instrumenten die de financiering van bedrijfsinvesteringen optimaliseren. Dat wordt beschouwd als gerealiseerd, maar mocht dat zijn gerealiseerd, dan hadden we natuurlijk geen bankenplan nodig. Hetzelfde geldt voor de kerndoelstelling van de lerende Vlaming. Vandaag nog hebben de kranten het over die achterstand qua schoolcapaciteit en scholenbouw, waarvan we allemaal vermoedden dat die 2,6 à 2,8 miljard euro bedroeg. Die blijkt nu, volgens nieuwe cijfers van minister Smet, tot 3,1 miljard euro te zijn gestegen. Dat zijn dus allemaal indicatoren die op rood staan, maar die in de monitoring wel op groen staan.

U hebt maandag aangekondigd dat er een toekomstforum met alle ViA-partners aan zit te komen. Hoe zullen we ervoor zorgen dat dit geen herdenkingsplechtigheid wordt? Waarom is er nood aan dit forum? Wat is precies de doelstelling, en zal dat forum ons wel helpen om ViA te kickstarten?

Ik wil even teruggrijpen naar de begrotingsbesprekingen. Ik heb toen gezegd dat we ViA steunen als een goed plan, maar dat daarvoor een duidelijke focus en een duidelijke visie nodig zijn.

Destijds was er de Derde Industriële Revolutie in Vlaanderen (DIRV), met één krachtig beeld: de handdruk tussen een bionische hand en een mensenhand. Ik vond eerlijk gezegd dat het een duidelijke visie was, een duidelijke focus op technologie die mij ook als burger heel duidelijk aansprak op mijn verantwoordelijkheid, namelijk om mij voor te bereiden op die nieuwe technologische tijden die er aan zitten te komen.

Dus als u ViA een doorstart wil laten maken – en nogmaals, het is een goed plan –, dan denk ik dat het niet zal volstaan om daar nog maar eens een hoogmis aan te wijden, het zal niet volstaan om daar nieuwe communicatieactiviteiten aan te koppelen zoals in het verleden met de buttons en de website. Er is al 4,7 miljoen euro gespendeerd aan public relations.

Neen, er zijn maar twee mogelijkheden om ViA te doen lukken. Ten eerste is er de focus. Wat is ViA nu eigenlijk? Dat is zo’n breed plan dat het eigenlijk niet in één woord te vatten is. Dus breng alsjeblieft focus aan in dat ViA-plan.

Ten tweede moet u er natuurlijk ook voor zorgen dat het in een duidelijk logo, in een duidelijke marketingcampagne naar voren komt. Het zal natuurlijk gemakkelijker zijn indien er al eerste realisaties zijn, zoals de Oosterweelverbinding op het vlak van mobiliteit, zoals Uplace, het bankenplan en dergelijke meer. (Applaus bij LDD)

De voorzitter

De heer Deckmyn heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, collega’s, over Vlaanderen in Actie is er al veel gepraat, al veel vergaderd, al veel zogenaamde workshops gehouden, kortom veel geld uitgegeven, maar uiteindelijk allemaal blijkbaar zonder al te veel resultaten. Bijna drie jaar geleden gaf ik samen met enkele collega’s al aan dat dit project op een fout spoor zat. Ik wees u toen onder meer op het feit dat de nieuwe voorzitter van Vlaanderen in Actie, professor Koen Geens, toen reeds stelde dat het tijd was om voor meer concrete resultaten te zorgen. Die resultaten waren er toen inderdaad niet of nauwelijks.

ViA was toen, en vandaag de dag dus zeker, een groots opgevat project gebleken zonder al te veel concrete, tastbare realisaties. Nochtans was het de grote ambitie van de minister-president om tegen 2020 van Vlaanderen door middel van ViA een topregio maken op gebied van innovatie, logistiek, ondernemerschap, onderwijs en een efficiënte overheid. Dat was toch de bedoeling.

In een motie die ik op 20 april 2010 indiende met betrekking tot deze problematiek riep ik de Vlaamse Regering op om niet steeds opnieuw de doelstellingen van Vlaanderen in Actie en het Pact 2020 aan te kondigen via mediacampagnes, maar metterdaad werk te maken van de uitvoering van die plannen. Toen vond de minister-president én de meerderheid blijkbaar dat alles op het goede spoor zat en dat er geen vuiltje aan de lucht was.

Minister-president, eindelijk geeft u nu toe dat uw paradepaardje Vlaanderen in Actie niet voldoet aan de verwachtingen. U slaat publiekelijk een mea culpa en u wilt het project om van Vlaanderen tegen 2020 een topregio te maken nieuw leven inblazen. Ik wil niet zo ver gaan als mevrouw Meuleman in mijn beeldspraak, maar als u dit project nieuw leven wilt inblazen, geeft u eigenlijk expliciet toe dat het huidige project op sterven na dood is.

We konden allemaal gisteren letterlijk in de krant lezen. Ik citeer de minister-president: “We hebben campagne gevoerd om iedereen enthousiast te maken voor ViA. Dat is helaas niet gelukt”. Nochtans minister-president maakte u zich nog niet zo lang geleden boos, toen minister Ingrid Lieten in een uitgelekte mail stelde dat Vlaanderen in Actie geen sterk merk was.

Naar aanleiding van de commotie rond deze zaak, zo’n twee jaar geleden, gaf ook onze Vlaamse parlementsvoorzitter Jan Peumans aan dat het paradepaardje van Kris Peeters maar slappe kost was.

Hij stelde tijdens een interview in De Standaard immers: “Mag ik mijn persoonlijke mening geven? Ik ben eens naar een ViA-workshop over mobiliteit geweest. Dat was het niveau laatste secundair, van een storende middelmatigheid. Ik heb dat ook tegen minister-president Kris Peeters gezegd. Een aantal topmensen uit de logistiek, toch een belangrijk onderdeel van Vlaanderen in Actie, waren ook erg kritisch.

De heer Peumans strooide trouwens nog meer zout in de wonde door te stellen dat hij de indruk had dat het project niet aansloeg, ondanks al het geld dat ertegenaan werd gegooid. En er is inderdaad heel wat geld tegenaan gegooid. Als je ziet dat de voorjaarscampagne 2010 voor Vlaanderen in Actie in de media in totaal zo’n 1,4 miljoen euro heeft gekost, dan vraag je je af of dergelijke bedragen niet beter kunnen worden gespendeerd in deze crisistijden, vooral als je naar de resultaten kijkt.

Toen ik u in 2010 reeds voorhield dat de lopende mediacampagne een publiciteitsstunt was, lachte u deze kritiek weg door te stellen dat de ViA-website al meer dan 25.000 bezoekers had gehad. U benadrukte toen dat de ambitie van de Vlaming, die het langetermijnproject mee moest waarmaken, blijvend moest worden aangewakkerd en dat er nog campagnes zouden volgen. Maar de resultaten van alle mediacampagnes blijken maar magere beestjes te zijn. Als je ziet dat websites tussen 6000 en 7000 unieke bezoekers per maand krijgen, ondanks massale campagnes, dan is dit teleurstellend te noemen. In december 2011 had de Facebookpagina van ViA 750 fans. Ik ben vandaag, nu een dik jaar verder, nog eens gaan kijken: de teller staat op 895 fans, 140 extra fans op 15 maanden tijd dus. Dan doet ViA het op Twitter toch beter als je ziet dat er 2800 volgers zijn.

De minister-president bleek nog de enige te zijn die mordicus in het project Vlaanderen in Actie bleef geloven, tot maandag blijkbaar. Uw coalitiepartners en wellicht verschillende ministers uit uw eigen partij lijken al lang te hebben afgehaakt. Niet dat ik mij daar echt vrolijk over maak, daarvoor is de situatie in Vlaanderen te precair. Het mislukken van ViA is immers niet alleen slecht nieuws voor de Vlaamse Regering, maar eigenlijk ook voor alle Vlaamse burgers en bedrijven. ViA zou een belangrijk onderdeel moeten zijn van het relancebeleid van Vlaanderen, maar scoorde ieder jaar opnieuw ondermaats. Daar moeten we ons inderdaad zorgen over maken. Maar telkens wanneer ik me in het verleden samen met andere collega’s bezorgd maakte over de algemene situatie in Vlaanderen, kwam de minister-president aandraven met drie magische woorden: Vlaanderen in Actie. Dat was het dan. Nu moet de minister-president, met schaamrood op de wangen, bekennen dat Vlaanderen in Actie inderdaad geen sterk merk is. Het zal minister Lieten ongetwijfeld wat binnenpretjes bezorgen. Nu wil de minister-president een nieuw initiatief nemen, om het oude te doen vergeten. U leert blijkbaar niet uit uw fouten, minister-president. Ik had graag geweten hoe u hier te werk wil gaan en vooral waarom het zo lang heeft geduurd vooraleer u tot de vaststelling kwam dat u gefaald hebt met uw ViA-project. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mevrouw Moerman heeft het woord.

Fientje Moerman

Voorzitter, collega’s, het is altijd gevaarlijk om te proberen om beleid te kwantificeren en om doelstellingen voorop te stellen. Haalt men die doelstellingen niet, dan heeft men gefaald, al kan er best een positief effect zijn. Doet men niets, dan is er geen begeestering, dan is er geen gemeenschappelijk doel om naartoe te werken.

Vlaanderen heeft er in 2006 voor gekozen om wel een gemeenschappelijk doel voorop te stellen, namelijk ViA, Vlaanderen in Actie. Wat is het doel, samengevat? In 2020 moet Vlaanderen een top 5-regio zijn in Europa. Dat is een heel ambitieuze doelstelling. 337 projecten moesten daarvoor zorgen, op vlak van innovatie, werkgelegenheid, energie, mobiliteit, onderwijs. ‘You name it, ViA’s got a project for it.’ 27 projecten zijn er afgerond, 29 projecten vertraagd. Maar dat zegt eigenlijk zeer weinig, het zegt niets.

Vandaag, op 27 februari 2013 zijn we zes jaar en tien maanden van de deadline verwijderd. Het gaat niet goed met ViA. Zo slecht zelfs dat de minister-president beslist heeft tot reanimatie. Clear, charge, hup, de paddles erop, weg van het bed, de paddles op de borstkas van de ViA-patiënt en dan maar hopen dat het hart opnieuw aan het kloppen gaat en dat we niet belanden in het stadium dat mevrouw Meuleman heeft beschreven. U kent waarschijnlijk de scène wel uit de ziekenhuisseries.

Waar gaat het nu slecht? Wel, overal zo’n beetje. Ik zeg dat niet, dat zegt uw partijgenoot, de heer Sauwens. Hij vat het als volgt samen: “Het is gedaan met lachen met de Walen. Niet alleen zal Vlaanderen in 2020 als we zo verder doen, geen top 5-regio zijn in Europa, als we niet oppassen, leggen we ook de duimen voor onze Waalse broeders”.

En waarom gaat het slecht? Minister-president, de symboliek van vandaag is eigenlijk wel treffend, want zie u daar zitten: alleen, helemaal alleen, ‘in splendid isolation’. (Applaus bij Open Vld)

Dat is, minister-president, symbolisch: jullie werken te weinig samen. U ziet er netjes uit in het pak, u fietst, u beklimt bergen, u gaat veel op reis – mijn waardering daarvoor – om Vlaanderen te promoten, maar u en uw ploeg, u begeestert niet, u werkt niet samen, u durft niet. Wat u eigenlijk moet doen, is een excellentiebeleid voeren en dat doet u niet. Alles wat u doet, veel maatregelen, kunnen door de beugel, ‘they run of the mill’, ze zijn gewoontjes. Maar met dergelijke maatregelen, minister-president, en met dat beleid, zullen wij in 2020 geen topregio zijn.

U hebt zelf in ViA vijftien benchmarkregio’s gekozen – twee ervan zijn landen, maar goed, laat ons over dat detail niet struikelen – waaraan we ons permanent moeten toetsen. In eender welk beleid dat u voert, zou eigenlijk een excellentietoets ingeschreven moeten zijn, u zou moeten bekijken wat het beleid is op hetzelfde domein in de regio’s waarmee u zich wilt meten, want u wilt het beter doen dan die regio’s. Dat doet u niet. U voert een gewoon beleid en het gaat slecht.

Vlaanderen in Actie dat is een heel correcte term. Ik weet dat de Vlaming hem niet kent, iedereen zegt het. Misschien denkt iemand bij ViA nog aan ‘Via Secura’ van vroeger, maar Vlaanderen in Actie is een correcte term, tenminste als u “in actie” aan elkaar schrijft, ‘Vlaanderen Inactie’, want er is geen actie. Het ondernemerschap daalt, de investeringen gaan achteruit. U zult de cijfers betwisten, met en zonder overnames, maar het gaat niet goed. In 2008, met toenmalig minister Van Mechelen, was de schuld er niet meer, wel, ze is er terug. (Rumoer)

U hebt geen voorzieningen voor de zesde staatshervorming. Er is jobverlies. De heer Vereeck heeft het al gezegd: “nooit zo’n grote achterstand in de bouw van schoolgebouwen”. Er zijn steeds minder jobs.

Wat er wel gebeurt, is dat uw collega, minister Crevits, goed werk levert. Er zijn inderdaad veel minder putten in de weg en de wegen zijn beter onderhouden. Maar dat, minister-president, brengt ons niet bij de top 5-regio’s van Europa.

U kunt nochtans op ons rekenen, op ons allen hier in het parlement. We hebben het in het verleden al bewezen, als we er allemaal samen onze schouders onder zetten, werkt het. Kijkt u maar naar de hervorming van het hoger onderwijs. Die is door het parlement geraakt, bepaalde stukken zelfs met een kamerbreed akkoord. Simpel gezegd: iedereen heeft ervoor gestemd.

U zou dat in de toekomst ook kunnen doen voor andere zaken, maar dan moet u wel een ommezwaai maken, dan moet u beginnen met in uw ploeg samen te werken en niet tegen elkaar, of in het beste geval naast elkaar. En u moet ook beginnen te begeesteren. Ik bedoel niet dat u de clown moet uithangen of dat u rare dingen moet doen. Neen, u moet proberen om die mensen, de Vlamingen die hier allemaal zitten, die thuis zitten, die voor u stemmen, die misschien voor ons allemaal stemmen, te begeesteren. Dat doet u vandaag te weinig. Want weer een werkgroep, een middenveld, technici, CEO’s, andere mensen, dat helpt allemaal niet. Dat is nuttig, maar zonder gevoel, zonder begeestering, zonder de moed die u moet hebben om iedereen te vragen om er zijn schouders onder te zetten, zal het nooit lukken. Dus begint u, liefst nog vandaag, met dat excellentiebeleid. (Applaus van de oppositie)

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, collega’s, we leven in een turbulent tijdsgewricht met heel wat uitdagingen, een digitale revolutie die voor nieuwe ongelijkheid en onzekerheid zorgt voor heel veel mensen, vergrijzingsproblemen, en maatschappelijke noden die een mentaliteitswijziging teweeg moeten brengen en ons moeten leiden naar een duurzamer gedrag op verschillende vlakken.

In deze turbulente transitiemomenten kun je twee houdingen aannemen. Je kunt fatalistisch worden en het allemaal over je heen laten gaan en lijdzaam toekijken. Maar je kunt ook het heft in handen nemen, een visie en een kompas op lange termijn ontwikkelen. ViA en de Vlaamse Regering hebben duidelijk voor dit laatste gekozen. Met ViA is een langetermijnproject op stapel gezet.

Voor de politiek is dat geen evidente oefening. Politici worden meestal op de korte termijn afgerekend. Iedereen heeft er de mond van vol dat we op de lange termijn moeten denken, maar spijtig genoeg worden de cijfers op korte termijn gepresenteerd, wat wil zeggen dat een langetermijnperspectief niet vanzelfsprekend is.

Voor duurzame hervormingen heb je een draagvlak nodig. In onze geatomiseerde samenleving wordt het creëren van een breed draagvlak steeds moeilijker. Let maar op de broodnodige sociale hervormingen die we in Europa, niet alleen in ons land maar in het hele continent, nodig hebben. Jammer genoeg hebben veel landen het draagvlak niet onmiddellijk ter beschikking. Zo kom je tot een contradictie in onze huidige samenleving. Men heeft de mond vol over noodzakelijke hervormingen, maar er is veel hervormingsangst in de brede samenleving.

Als ik ViA tegenover deze ontwikkelingen stel, dan zie ik de verdienste van Vi A in het ontwikkelen van een langetermijnvisie. Er is een kompas om Vlaanderen door deze woelige tijden te leiden. Er wordt ook voor een draagvlak gezorgd. Het middenveld en de brede Vlaamse samenleving zijn betrokken bij ViA en moeten zorgen voor een breed draagvlak in onze samenleving.

Mijnheer Van Hauthem, u kunt meewarig doen over dat middenveld, maar als we in Vlaanderen onze vrijwilligers niet nodig hebben, zal de verstaatsing alleen maar toenemen. Degenen die er de mond van vol hebben dat de staatsinmenging moet verminderen, moeten de vrijwilliger koesteren, want het zal dankzij de vrijwilliger zijn dat het staatsaandeel zal verminderen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Mijnheer Van den Heuvel, u moet de zaken niet mengen. U gebruikt de term ‘middenveld’. Het middenveld is zeer breed. Het middenveld stelt u gelijk aan de vrijwilliger. Daar zullen we het straks nog over hebben met de minister-president, maar het middenveld is iets helemaal anders dan de vrijwilliger. Ik beschouw het middenveld helaas soms als een verlengde arm van de politieke partijen, die wel geen legitimatie, geen verantwoordeling aan de kiezer moeten afleggen. Dat is ook het middenveld. En dan hebben we het niet over de vrijwilliger. Dus meng die twee zaken niet en verdoezel niet wat er met het middenveld aan de hand is door te verwijzen naar de vrijwilligers. (Applaus bij het Vlaams Belang en LDD)

De voorzitter

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

CD&V moet zich hier vandaag echt schamen. Mocht ik fractieleider van CD&V zijn, dan zou ik vandaag het woord ‘vrijwilliger’ niet in de mond durven nemen. (Applaus bij Open Vld, het Vlaams Belang en LDD)

Het is de vos die de passie preekt. Die open brieven zijn een schande voor alle mensen en vrijwilligers die het goed doen. Jullie bedriegen net de vrijwilligers en dat moet stoppen. (Applaus bij Open Vld, het Vlaams Belang en LDD)

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Mijnheer Van den Heuvel, we zijn hier inderdaad een ander debat aan het voeren. Het debat over de vrijwilliger komt straks. Daarover zijn er drie actuele vragen. Ik ben het met u eens dat het middenveld en de vrijwilliger bijzonder belangrijk zijn in Vlaanderen. Wij moeten hen koesteren. Maar deze regering, de regering-Peeters, doet net het omgekeerde. Zij koestert die vrijwilliger niet, maar voert een afbreukbeleid ten aanzien van het middenveld en de vrijwilliger. Ik zal dat straks met mijn vraag toelichten. Laat het ons daarover straks eens hebben.

Ik heb daarnet duidelijk willen maken dat er een heel breed draagvlak nodig is als men hervormingen wil doorvoeren. Met deze ViA-oefening wordt er geprobeerd – en men slaagt er ook in – om het brede middenveld te raadplegen en bij ViA te betrekken. Dat is absoluut de juiste weg om een breed draagvlak te creëren.

Mevrouw Van Volcem, over de vrijwilliger wil ik gewoon dit zeggen: als er een partij is die steeds en altijd – in het lokale bestuur, in het provinciale bestuur, op Vlaams niveau en op federaal niveau – de vrijwilligers koestert, dan zijn het de Vlaamse christen-democraten. (Applaus bij CD&V. Rumoer)

Bovendien wil ik zeggen dat ViA volgens mijn fractie heel wat verdiensten heeft, maar dat het werk natuurlijk niet af is. Dat is hier vandaag niet gezegd. Internationale vergelijkingen en internationale studies worden altijd opgediept wanneer men in Vlaanderen oproept dat het beter kan. Maar wanneer het goed gaat en wanneer een internationale studie eens een schouderklopje geeft – en overmorgen zullen we dat allemaal doen –, dan mag dat ook wel eens worden gezegd. Ook de Europese Unie, het Comité van de Regio’s, heeft immers al heel wat positieve zaken verteld over het ViA-project.

Ik zal geen cijfertjes noemen, want mijn spreektijd loopt snel. Aan diegenen die hier het beeld willen ophangen dat Vlaanderen helemaal achteraan in het peloton bengelt, wil ik toch wel even zeggen dat als we onze bbp per capita zouden invullen en dat in de landenrangschikking zouden zetten, dan zou blijken dat wij op de vierde plaats staan voor alle Scandinavische landen – die hier af en toe als voorbeeldlanden naar voren worden geschoven.

We zijn ook een warme samenleving, want op het vlak van vrijwilligersinzet staan we op de vierde plaats van 23 EU-landen. Onze welvaart is, beste vrienden, ook relatief gelijk verdeeld. We zijn ook een topexportland: wij voeren 135 procent van ons bbp uit. Het aandeel daarin dat naar de BRIC-landen gaat, stijgt de laatste jaren.

Dat moet toch even het beeld rechtzetten dat het allemaal kommer en kwel is in Vlaanderen.

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Mijnheer Van den Heuvel, wie zegt dat het allemaal kommer en kwel is?

Dat heb ik hier gehoord in een aantal toespraken.

Sas van Rouveroij

Gisteren las ik in De Standaard dat de heer Sauwens, die deel uitmaakt van uw fractie, zegt dat het niets anders dan kommer en kwel is. Wij doen een benchmark met Wallonië. Maar mevrouw Moerman zei het al dat er andere regio’s zijn waarmee we de benchmark moeten aangaan. Maar als we zelfs de benchmark met Wallonië niet meer halen op alle terreinen die de heer Sauwens perfect heeft opgelijst, dan zou ik mij inderdaad schamen.

De voorzitter

De heer Sauwens heeft het woord.

Johan Sauwens

Het zijn eerst en vooral niet mijn cijfers, het zijn de cijfers van de Nationale Bank. Door ze naar voren te brengen, heb ik het volgende willen zeggen. Bepaalde kringen in Vlaanderen gaan ervan uit dat wij de top van de wereld zijn. Dat is niet zo. Er is geen reden voor zelfgenoegzaamheid. Meer dan ooit blijkt dat Vlaanderen extra getroffen wordt door de crisis. Dat is een feit. Dat heeft te maken met het industrieel weefsel en voor een deel met de demografische situatie. Dat wordt heel nadrukkelijk aangegeven.

Mijn conclusie is dat meer dan ooit de behoefte bestaat om ons hele arsenaal aan middelen in gang te zetten. Er is meer dan ooit behoefte aan een ViA-project. Precies daarom is het ViA-project een uitstekend gegeven, ook al is het in bijzonder moeilijke omstandigheden. Deze cijfers geven aan dat wij niet meer in dezelfde groeifase zitten als tien of vijftien jaar geleden. Dat is zo. Maar dit moet het parlement en de regering ertoe aanzetten om een extra tandje bij te steken op alle vlakken: innovatie, vorming, wetenschappelijk onderzoek, export en industriële vestigingen.

Met cijfers kan je heel veel bewijzen, alles zelfs. De heer Van den Heuvel zegt dat wij aan doemdenken doen en probeert het omgekeerde te doen door aan te tonen dat alles goed gaat. Maar als uw cijfers dat allemaal aantonen, waar komen die andere talloze indicatoren dan vandaan die aantonen dat het niet goed gaat? Ik beschik blijkbaar over andere cijfers, de heer Sauwens beschikt over andere cijfers. De Nationale Bank van België zal ook over andere cijfers beschikken. Alstublieft, zeg niet dat wij aan doemdenken doen. Kijk met uw eigen regering hoe u het voor Vlaanderen beter kunt oplossen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Sas van Rouveroij

De cijfers komen inderdaad van derden en worden op die manier geobjectiveerd. Mijnheer Van den Heuvel, al die indicatoren staan op rood. Dat zou juist als de rode lap op de spreekwoordelijke stier moeten werken die, zoals de heer Sauwens zegt, de Vlaamse Regering doet bewegen. Maar ze beweegt niet. Mevrouw Moerman heeft het zonet goed uitgelegd. Ze beweegt niet omdat er geen gemeenschappelijk project is. Die rode indicatoren werken tegenwoordig als een rood licht: u staat stil.

Ik heb die cijfers geciteerd omdat hier zoveel kommer en kwel wordt tentoongespreid. Het zijn andere duidelijke macrocijfers.

Ik heb niet gezegd dat we er al zijn, mijnheer Deckmyn. We zijn er inderdaad nog niet. Er moet in de volgende jaren nog verder aan worden gewerkt.

Ik wil nog een nuance aanbrengen aan de cijfers van de Nationale Bank. We moeten kijken naar de langetermijncycli. Laat ons ons niet blindstaren op drie of vier jaar. In de afgelopen tien jaar groeide Vlaanderen gemiddeld even snel als Wallonië. We moeten dat met de nodige omzichtigheid hanteren; in deelperiodes opsplitsen is niet zo verstandig. In de eerste periode was de economische groei sterk in de wereld, in de tweede periode hadden we een zwakke of zelfs nulgroei. Een conjunctuurgevoelige economie zoals de onze doet het natuurlijk minder goed in zwakke economische periodes dan meer beschermde economieën zoals de Waalse.

Ik heb deze regering en onze minister-president nog niets anders horen zeggen dan dat we op onze hoede moeten zijn. We moeten absoluut niet zelfgenoegzaam worden. Daar staat iedereen, ook de Vlaamse Regering, achter.

ViA is voor ons een positief project. We moeten eraan werken, we moeten een tandje bij steken, zoals de voorbije weken werd gezegd. We moeten meer sensibiliseren. Vlaanderen heeft dat nodig, meer vertrouwen in onze samenleving, meer enthousiasme, opnieuw aanknopen bij een vooruitgangsgeloof. Vlaanderen en heel West-Europa hebben dat nodig.

Laat ons ophouden met cynisme, negativisme en zure oprispingen in onze Vlaamse maatschappij te spuien. Dat doet de kilte alleen maar toenemen. Laten we een gezond vertrouwen hebben in de ondernemers zonder al te veel betutteling. Laten we de vrijwilligers en het middenveld in een gezond vertrouwen koesteren. Laten we dogma’s achterwege laten die mensen onder meer laten geloven dat de overheidsdiensten gratis zijn. Laten we investeren in plaats van alleen te consumeren. Laten we de verantwoordelijkheid opnemen, maar ook geven. Laten we hervormen met een draagvlak. (Opmerkingen)

Dit wil ViA uitstralen. Een sociaal-economische en maatschappelijke transitie vorm geven, is als het bouwen van een menselijke piramide. Als er niet voldoende sterke schouders onder staan, stort die onherroepelijk in elkaar. Laten we samen onze schouders onder het ViA-projcet zetten. (Applaus)

Voorzitter, wat de heer Van den Heuvel hier zegt, doet me denken aan Comical Ali’s “There are no Americans in Bagdad”.

Hij zit te verkondigen dat wij aan doemdenken doen en cynisch zijn, maar het zijn niet wij die het debat op gang hebben getrokken, dat was de minister-president. Hij heeft maandag gesteld dat er een probleem is met ViA. Hij heeft gezegd dat we iets nieuws moeten uitvinden om het ter ziele gegane ViA te vervangen. Niet wij maar de minister-president heeft dit aangekaart. Eerlijk gezegd, we moeten in alles en nog wat investeren, zegt de heer Van den Heuvel, ik denk dat we eerder in de economie en de samenleving moeten investeren dan in de vele goednieuwsshows die gepaard gingen met ViA.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Mijnheer Van den Heuvel, ik zou heel graag meegaan in uw oproep tot meer positivisme, maar ik heb hier het luik ‘warme samenleving’ van ViA in mijn handen. U behoort toch tot de partij bij uitstek die pleit voor een warme samenleving, om oplossingen te bieden voor de problemen voornamelijk in het welzijnsdomein. Het valt me op dat in dit document bij de stand van zaken met geen woord wordt gerept over de wachtlijsten voor personen met een handicap.

Uw partij heeft in 2004 aan heel Vlaanderen beloofd dat het anders zou worden met CD&V en dat de wachtlijsten binnen de kortste keren weg zouden zijn. Wel, mijnheer Van den Heuvel, ze zijn nog nooit zo lang geweest of zo toegenomen als vandaag. De toestanden zijn schrijnend. Als u ze graag eens doorneemt, kan ik u de mails bezorgen van de mensen die ermee worden geconfronteerd.

Wat doen we eraan? Het is juist, u geeft elk jaar een beetje meer geld, maar daarmee lossen we het probleem niet op. We hebben al gevraagd en gesmeekt om het op een andere manier aan te pakken en u vertikt het. Dan komt u zeggen dat we vertrouwen moeten hebben in de ondernemer. Wel, als u vertrouwen hebt in de ondernemer, heb dan ook vertrouwen in de ondernemer in het welzijnsveld. Dat hebt u niet.

Sas van Rouveroij

Mijnheer Van den Heuvel, u stelt terecht dat het vertrouwen moet worden hersteld. De eerste inspanning die je moet doen, is de feiten erkennen en de problemen benoemen. Als dat gebeurt in het halfrond, is het oppositiepraat. Als het gebeurt buiten het halfrond, hebben die organisaties het verkeerd begrepen of zetten ze Radio Deprimo open. Neen, eerst moet u de feiten benoemen en dan zijn problemen er om te worden opgelost.

Daarjuist is er al naar verwezen: je hebt een wervend project nodig, een begeesterende regering en een gezamenlijke visie. Alleen dan kun je problemen oplossen. Is het toeval dat ViA dateert van de vorige regering en dat deze regering er nog wat op voortbouwt maar er niks van bakt?

Mijnheer Deckmyn, uw vergelijking met Comical Ali bewees nog eens wat ik bedoel: dat het spel hier inderdaad door sommige partijen op een heel platte en populistische manier wordt gespeeld. (Opmerkingen bij het Vlaams Belang)

Ik doe niet mee aan de bewering dat in Vlaanderen alles slecht gaat. Objectieve cijfers zetten ons bij de top tien in West-Europa en op wereldvlak. We hebben een warme en sociale samenleving, waar de werkzaamheidsgraad relatief groot is en het onderwijs goed gaat, waar de sociale voorzieningen niet slecht zijn. Ik doe niet mee aan het doemdenken, alsof hier in Vlaanderen alles kommer en kwel is. Zijn we er? Absoluut niet. Dat is de uitdaging voor de volgende jaren.

Het gaat altijd weer over wachtlijsten hier en daar. Het is niet omdat u drie jaar uit de Vlaamse Regering bent, mijnheer Van der Borght. (Rumoer. Opmerkingen van mevrouw Vera Van der Borght)

Mevrouw Van der Borght, u moet niet alle slechte zaken aan de jongste regering toeschrijven.

De voorzitter

Mevrouw Moerman heeft het woord.

Fientje Moerman

Het is mevrouw Van der Borght, voor alle duidelijkheid.

Mijnheer Van den Heuvel, het probleem bij ViA is dat het criterium waaraan moet worden getoetst, niet kommer en kwel of middelmatigheid is, maar excellentie of top vijf in Europa. U hebt die doelstelling vooropgesteld, in een kwetsbare positie. Maar het betekent dat u zich daaraan moet meten en niet aan een gemiddeld beleid. U moet als basis voor uw vergelijking excellentie gebruiken en dat doet u niet.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Mijnheer Van den Heuvel, in Vlaanderen gaat inderdaad niet alles slecht, er zijn goede zaken. Het zou er nog aan mankeren. Maar zeggen dat in Vlaanderen alles perfect is, is er ook over.

Ten tweede, de heer Van den Heuvel volgt de werkzaamheden van de commissie Welzijn niet. Ik neem hem dat zeker niet kwalijk. Het is evident dat we niet allemaal al het commissiewerk kunnen volgen. Hij mag echter niet beweren dat ik nu een ander verhaal vertel omdat we al drie jaar in de oppositie zitten. Ik vertel steeds hetzelfde, en dat sinds de eerste dag dat ik in het Vlaams Parlement zetel. Daar is nog geen sikkepit aan gewijzigd. Het maakt niet uit of ik in de oppositie of in de meerderheid zit. De heer Van den Heuvel mag er alle verslagen op nalezen. In al mijn werkzaamheden is daar nog geen sikkepit aan gewijzigd.

Minister-president, ik heb enigszins het gevoel dat het ons als oppositie kwalijk wordt genomen dat we dit rapport ter harte nemen. Het is een zeer goed en zeer nuttig rapport. Het bevat een excellente verzameling cijfergegevens.

Als we naar het geheel van de evoluties kijken, kunnen we stellen dat Vlaanderen voor een derde vooruitgaat en voor twee derden stagneert of achteruitgaat. Het is normaal dat wij vanuit de oppositie vragen om met betrekking tot die zaken waarvoor we niet goed scoren en stagneren of achteruitgaan, een tandje bij te steken. Het is de evidentie zelve dat we er net die elementen uithalen. Het gaat niet goed met innovatie. Wat de warme samenleving en participatie betreft, gaan we erop achteruit. Het is onze plicht in dit verband aan de alarmbel te trekken.

U mag daar boos om worden zo veel u wilt. U mag het spijtig vinden dat we u niet bewieroken omdat het met betrekking tot een derde van de parameters wel goed gaat. Het is mijn plicht u vanuit de oppositie vooruit te helpen.

De voorzitter

De heer Rzoska heeft het woord.

Voorzitter, ik wil toch een ander element in het debat ter sprake brengen. Het debat wordt hier af en toe vrij heftig gevoerd. Ik wil tot de kern terugkeren.

Een aantal indicatoren staan in het rood. Sommige zijn over het beleidsdomein Welzijn begonnen. Ook met betrekking tot de werkzaamheidsgraad en dan vooral de specifieke werkzaamheidsgraad van allochtonen hinken we ten opzichte van de Europese cijfers helemaal achterop.

We hebben hierover vorige week nog een debat met de bevoegde minister gevoerd. Mijn ervaring is dat we op dit vlak eigenlijk stilstaan. Blijkbaar beschouwen we een indicator die in het rood staat als een stoplicht. We steken op dit vlak eigenlijk geen tandje bij. Dit is nochtans nodig indien we echt willen gaan voor een warme samenleving waarin iedereen een plaats heeft.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen

Voorzitter, toen mijn fractie de vraag kreeg om dit actualiteitsdebat te houden, was onze eerste reactie dat er niets nieuws was. De minister-president heeft aangekondigd dat hij op 30 april 2013, aan de vooravond van 1 mei 2013, opnieuw met de sociale partners en het middenveld over ViA zal vergaderen. Er zijn geen nieuwe cijfers of indicatoren. Er was dan ook weinig enthousiasme binnen mijn fractie om dit debat te voeren. Nu we de verschillende toespraken en dan vooral die van oppositieleden hebben gehoord, ben ik echter blij dat we ook de kans hebben om iets te zeggen.

Politici krijgen vaak het verwijt dat ze geen langetermijnvisie hebben. We hebben geen algemeen beeld van waar we met de samenleving naartoe willen. We staren naar onze eigen navel. We zijn zelfgenoegzaam en te weinig ambitieus. Eerlijk gezegd, is ViA net de negatie hiervan.

Door naar excellentie te streven, heel breed te gaan en een langetermijnperspectief op te stellen, stellen we ons kwetsbaar op. ViA is een project van de vorige Vlaamse Regering en van de huidige Vlaamse Regering. Ik ga ervan uit dat het ook een project van de volgende Vlaamse Regering zal zijn.

Elke Vlaamse Regering moet in een andere context aan de weg timmeren. Het is intellectueel oneerlijk de werking van de huidige Vlaamse Regering met de werking van de vorige Vlaamse Regering te vergelijken. In 2008 en 2009 is immers een internationale economische en financiële crisis ontstaan. Hierdoor zijn de middelen waarover de huidige Vlaamse Regering beschikt, enorm beperkt. De volgende Vlaamse Regering zal in nog een andere context aan ViA moeten werken. We moeten ons op dat vlak geen illusies maken.

De zesde staatshervorming zal iedereen die hier op dat moment zit, dwingen standpunten in te nemen en verantwoordelijkheden te nemen over waar we met Vlaanderen heen willen. Er moet dan een antwoord komen op de vraag waar we de bijkomende middelen die worden overgeheveld, zo goed mogelijk kunnen inzetten om ervoor te zorgen dat we vooruitgaan zonder mensen achter te laten. We moeten iedereen laten meetellen en tot volle ontplooiing laten komen. We weten dat dit goed is voor wie het moeilijk heeft. We zijn er stellig van overtuigd dat enkel een sterk verweven Vlaanderen de beste springplank biedt om alle talenten zich in de toekomst zo optimaal mogelijk te laten ontwikkelen.

ViA is een project van verschillende regeringen, maar voor deze regering is de gids het regeerakkoord. We hebben nog meer dan een jaar te gaan. Meer dan een jaar om aan te knopen met economische groei. Meer dan een jaar om de toekomst voor te bereiden, de hervorming van het secundair onderwijs in de steigers te zetten, scholenbouw een programma te geven, de transitie van de industrie door te voeren, een innovatieve omgeving in Vlaanderen te creëren, om iets te doen aan de paradoxen op de arbeidsmarkt, om armoede in Vlaanderen terug te dringen, om de juiste antwoorden te geven op de welzijnsvraagstukken die zich stellen, om antwoorden te bieden op vergrijzing, op de stijgende nood aan kinderopvang, op de problematiek van mensen met een handicap, om Vlaanderen te maken tot een duurzaam stedengewest.

Ik zie in deze moeilijke tijden een Vlaamse Regering die ook aan de slag gaat. Vanmorgen nog kondigde de minister van Innovatie de oprichting aan van een Health & Care Fonds waar via ParticipatieMaatschappij Vlaanderen (PMV) 50 miljoen euro zal worden geïnvesteerd in een sector die en groei, en tewerkstelling en sociale noden zal lenigen. Ik zie een Vlaamse Regering die in moeilijke tijden samen met de banken op zoek gaat om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat tegen 2020 een energiezuinige woning de norm is. Mevrouw Moerman, het hoger onderwijs is hervormd. De omkadering in het basisonderwijs is verbeterd. De Vlaamse Regering heeft beslist om een armoedetoets in te voeren, werkt aan de automatische toekenning van rechten.

Ik zie een Vlaamse Regering die werkt, maar we zijn in onze fractie ook niet blind voor het werk dat nog voor ons ligt. We hebben al herhaaldelijk gewaarschuwd voor de stijgende jeugdwerkloosheid. De participatie van verschillende groepen op de arbeidsmarkt is schrijnend laag en blijft dat hardnekkig. Minister-president, we hebben al herhaaldelijk gepleit om iets te doen aan het tergend traag proces van vergunningen. Aan het huidige tempo zal de Hoge Raad voor Vergunningsbetwistingen er vier jaar over doen om wat daar ligt te wachten, af te werken. Het Structuurplan Vlaanderen plande 10.000 hectare nieuwe industrieterreinen, plande nieuwe natuurgebieden, plande de afbakening van havengebieden. We wachten op de omgevingsvergunning. Deze Vlaamse Regering werkt, maar heeft nog veel werk op de plank. We wensen ook dat de twaalf maanden die nog voor ons liggen, optimaal worden gebruikt en dat we daarmee bezig zijn, eerder dan met electorale of postelectorale strategieën.

Elk van deze projecten en elk van de opgesomde uitdagingen passen in ViA. De beste manier om ViA op de kaart te zetten, is realisaties voor te leggen, eerder dan het aantal volgers op Twitter of Facebookvrienden, mijnheer Deckmyn.

Minister-president, u plant het contact met de sociale partners op 30 april, de vooravond van 1 mei. In zijn gedicht Mei schreef Herman Gorter: “Een nieuwe lente, een nieuw geluid.” Ik hoop dat die nieuwe lente een nieuw geluid voor ViA kan brengen. Als ik de oppositie beluister, dan hoor ik elk nieuw debat – en zelfs binnen elk debat – een nieuw geluid. Ik hoor mevrouw Van der Borght volgehouden en met veel passie een pleidooi houden voor meer middelen voor Welzijn – we zullen u zelfs steunen als die middelen er zijn, mevrouw Van der Borght – maar tegelijk hoor ik de heer van Rouveroij in het begin van de legislatuur zeggen dat we zo snel mogelijk de jobkorting moeten invoeren en vervolgens moeten we buffers aanleggen en elders geld investeren. Elk debat een nieuw geluid. Groen is nu eens voor een begrotingstekort, dan weer tegen. Men moet eens uitmaken wat men wil.

Deze Vlaamse Regering vaart misschien een koers tegen de wind in. Het gaat misschien trager dan we allemaal zouden willen. We hopen dat we zo snel mogelijk opnieuw de wind mee hebben. In elk geval is er een koers en een richting, en dat is meer dan ik van de betogen van de oppositie kan zeggen. (Applaus bij CD&V en sp.a)

Mijnheer Van Malderen, u hoort elk debat nieuwe geluiden, maar blijkbaar hebt u niet goed naar dit debat geluisterd. Ik heb verwezen naar dezelfde discussie die we in de commissie naar aanleiding van verschillende interpellaties over ViA hebben gehouden. Ik heb letterlijk geciteerd wat er in die commissie is gezegd. Ik heb er net hetzelfde gezegd als wat ik nu heb gezegd. Geen nieuw geluid deze keer. U moet beter leren luisteren.

Wij zijn zeker niet tegen een langetermijndenken, integendeel. Maar, zoals mevrouw Moerman ook al zei, als u de lat hoog legt, dan moet je ook over die lat kunnen springen. Minister-president, u hebt maandag duidelijk aangegeven dat u onder de lat bent gegaan. Dat wou ik zeggen.

Vera Van der Borght

Ik heb niet om meer middelen gevraagd, mijnheer Van Malderen. Ik heb wel gepleit voor een andere benadering, waarbij men de ondernemer in de welzijnssector zou ondersteunen.

Ik heb het recent nog gezegd in de commissie: deze Vlaamse Regering moet keuzes maken binnen de regering. Als er noden zijn, hetzij bij de scholenbouw in Onderwijs, hetzij bij de sector personen met een handicap in Welzijn, dan moet deze Vlaamse Regering samen een keuze maken. Dan moet men eens in eigen boezem kijken en zich afvragen of dat Vlaams Energiebedrijf nu zo broodnodig is, of dat derde VRT-net nu zo broodnodig is. Liggen de mensen daar wakker van? Zitten de mensen daarop te wachten? Neen. Ze wachten wel op de nodige zorg binnen Welzijn en op de nodige scholen binnen Onderwijs. (Applaus bij Open Vld, het Vlaams Belang en LDD)

Sas van Rouveroij

De heer Van Malderen gaf daarnet een opsomming van de dingen die nog op de plank liggen en nog niet zijn uitgevoerd, en dat is goed. Het is goed als je beseft dat er nog veel op te lossen valt. Hij had natuurlijk maar vijf minuten spreektijd, dus moest hij de opsomming beperken.

Ik wil verwijzen naar het vergunningenbeleid, mijnheer Van Malderen. In 2009, we waren nog maar pas verkozen, werd de commissie-Sauwens opgericht, of de commissie Versnelling Maatschappelijk Belangrijke Investeringsprojecten. De conclusies van die commissie werden al in 2010 geformuleerd. Een van de conclusies, minister-president, betrof de omgevingsvergunning. Ik herinner mij dat de Vlaamse Regering al in juli 2011 beslist heeft om die omgevingsvergunning tot stand te brengen. We zijn nu bijna maart 2013, de legislatuur is zo goed als voorbij. Wat weerhoudt u ervan om de omgevingsvergunning, waar we met z’n allen naar snakken, eindelijk tot stand te brengen?

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele

Collega’s, we kennen allemaal het fenomeen waarbij je als laatste spreker een beetje het slachtoffer bent van het feit dat het debat al uitgeput is. Ik kan het dan ook vrij kort houden.

Sta mij toe om even de derde weg te bewandelen, de weg tussen enerzijds het doemdenken en anderzijds de goednieuwsshow – de twee uitersten die je hier hoort. Door de bank genomen, denk ik dat we het erover eens zijn dat de waarheid ergens in het midden ligt. Het is zeker niet zo dat alles slecht gaat in Vlaanderen. De mensen die dat zeggen, ondermijnen in mijn ogen het vertrouwen en dragen bij aan een ‘selffulfilling prophecy’ om het effectief nog slechter te maken. En dat is een slechte zaak. (Rumoer)

Dat betekent echter niet dat we blind moeten zijn voor heel wat cijfers, die wel degelijk aantonen dat er nog zeer veel werk op de plank ligt, voor deze regering en andere regeringen in dit land.

Waar ik mij grondig tegen wil verzetten, is een beleid dat gestoeld is op paniek, waarbij we bij elk rood cijfer, bij elke tegenslag, bij elk gegeven dat er inderdaad bepaalde zaken mislopen, op onze achterste poten gaan staan en alles overhoop gooien en zo veel mogelijk bijsturen. Hervormingen zijn nodig, maar we hebben hier een plan, en dat plan heet ViA. ViA is in 2006 gestart, en als er één zaak positief is aan ViA, dan is het dat het ambitie heeft.

Ik kan me goed voorstellen dat elke partij een verschillende mening heeft over hoe we die ambitie moeten waarmaken, maar ik ben al blij dat we tenminste allemaal achter die ambities staan. Zo heb ik het toch gehoord, ook van mevrouw Moerman, die een paar positieve suggesties gedaan heeft, en van de heer Vereeck, die uitdrukkelijk gezegd heeft dat hij achter het plan staat.

We hebben een paar doorbraken vooropgesteld. We hebben ons zeer kwetsbaar opgesteld bij de opstelling van het plan, en wel bij een drietal punten. Eerst en vooral: een zeer ruime betrokkenheid. Dat brengt sowieso met zich mee dat we zeer veel overleg nodig hebben. Het is inderdaad niet slecht om in april nog eens rond de tafel te gaan zitten om te bekijken hoe we een doorstart kunnen nemen.

Een tweede punt is dat we inderdaad misschien wat te weinig focus hebben gelegd. Dat wil ik erkennen, mevrouw Moerman. We moeten opnieuw gaan nadenken om toch wat te focussen en onze aandacht toe te spitsen op een paar welbepaalde onderwerpen. 337 projecten is vrij veel. Dat betekent niet dat die 337 projecten allemaal slecht zouden zijn, zeker niet, maar we moeten misschien gaan focussen.

Mevrouw Moerman heeft er al op gewezen: we hebben er inderdaad voor gezorgd dat het plan heel nauwgezet kan worden gevolgd, dat het transparant is wat er gebeurt en hoever we daarmee staan. Het zou onkies zijn om dat de initiatiefnemers – deze coalitiepartners, maar ook andere – nu te gaan tegenwerpen.

Het is zeer gemakkelijk om te zeggen dat het plan niet loopt zoals dat moet. Ik sluit me aan bij mijn collega’s van de meerderheid: er is inderdaad een financieel-economische crisis geweest. Nu doen alsof dat er helemaal niets mee te maken heeft, is oneerlijk. We weten allemaal dat die crisis wel degelijk het ViA-plan heeft doorkruist.

Ik wil eindigen met de oproep die ook in Europa is gedaan: ‘Stick to your plan.’ We hebben een ambitieus plan en daarmee zijn we voorlopers in Europa. Al in 2006 hadden we een plan waarbij zo ver wordt vooruitgekeken, waarbij in grote mate gekwantificeerde doelstellingen worden vooropgesteld. Laten we daaraan vasthouden en ons niet van de wijs laten brengen bij de eerste tegenslag, bij het eerste begin van paniek.

Mijnheer Van Malderen, er is inderdaad nog zeer veel werk op de plank voor deze regering. Laten we dus uit die campagnemodus blijven en de ogen vooral op die doelstellingen gericht houden, en daaraan blijven doorwerken. (Opmerkingen)

Sas van Rouveroij

Mijnheer Diependaele, natuurlijk is er een crisis. Daar zijn we niet blind voor. Uiteraard bemoeilijkt dat de werkzaamheden. Die crisis is er echter ook in de benchmarklanden, de landen waarmee wij ons willen vergelijken. Dat geldt al zeker voor Wallonië, want dat is onze directe buur. Minister-president, als we dan naar die cijfers kijken, dan moet er een tandje bij worden gestoken. Ik wil in genen dele Wallonië stigmatiseren. Daarover gaat het niet. Ik wil alleen beter presteren. Als ik dan kijk naar de cijfers zoals die worden geciteerd door de heer Sauwens, cijfers die van objectieve derden komen, dan zeg ik u dat we inderdaad ver zijn van de excellentie. We gaan achteruit ten opzichte van onze rechtstreekse buur, Wallonië, en dat is toch niet de bedoeling.

ViA is blijkbaar het grote plan dat de heer Diependaele wil volgen. Het is zijn nieuwe bijbel, die blijkbaar alles zal oplossen. Mijnheer Diependaele, ik heb er daarnet in mijn betoog op gewezen dat de parlementsvoorzitter, die toch ook tot uw partij behoort, net het omgekeerde denkt, maar dat zal maar een detail zijn in het betoog van uw partij.

Dit is een plan dat alles zal oplossen. Dan kijk ik naar de realiteit, want dat plan bestaat al langer. Ik kijk dan naar de chemiesector, naar Opel, naar Ford, naar de grootindustrie. Waar zijn we geraakt met dit ViA-plan, dat al zo lang bestaat? Ondertussen staan talloze mensen op straat. Met de economie gaat het slechter, en dat heeft niet alleen maar te maken met de economische crisis. We doen aan benchmarking en vergelijken ons met andere landen die op hetzelfde niveau staan als ons land.

Mijnheer Diependaele, dit heeft niets te maken met een campagnemodus. Als er één partij is die zich nu volop in een campagnemodus bevindt, dan is het wel de N-VA. U hebt me daarover dus geen lessen te leren.

‘Stick to your plan’, zei u. U stelde dat we goed bezig zijn en we ons aan ons plan moeten houden. Ik dacht echter dat de minister-president net had aangegeven dat hij dat plan eigenlijk min of meer begraaft, dat hij dat niet meer ziet zitten en dat er op een andere manier moet worden geredeneerd. Dit is dus allesbehalve ‘stick to your plan’.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, is er nu iemand in deze zaal die dacht dat er door een plan, hoe nobel en intens en goed ook uitgevoerd, gedurende de tijd waarin dit plan wordt uitgevoerd, geen bedrijven zouden sluiten? Is er iemand die dat gelooft? Neen toch. De ambitie van ViA is het uittekenen van een langetermijnpad. Diverse sprekers hebben daarop gewezen.

Mijn fractieleider heeft het ten volle aangegeven: het is de bedoeling dat we koers houden op dat langetermijnpad. Er wordt verwezen naar de parlementsvoorzitter, die in het verleden kritiek heeft gehad. Laten we eerlijk zijn: toen ging het vooral over de mate waarin de naam ViA bekend is in Vlaanderen. Daarover ging toen het debat. Bekend of niet, het zijn doelstellingen die we vooropstellen. We menen dat we dat moeten blijven nakomen.

Lode Vereeck

Voorzitter, ik denk dat er twee discussies door elkaar aan het lopen zijn. Ik wil ook vragen dat de minister-president die netjes scheidt. Er is de discussie over Pact 2020 en de staat van onze economie en onze maatschappij. Dat is een heel andere discussie dan de discussie die we vandaag proberen te voeren.

ViA is een plan dat, net zoals de Derde Industriële Revolutie in Vlaanderen (DIRV) in het verleden, probeert om een soort nieuw maatschappelijk plan in de markt te zetten.

Ik herhaal dat mijn fractie het plan inhoudelijk steunt. Maar als we ViA niet willen begraven, als we willen dat er iets mee gebeurt, dat het ook een maatschappelijke drive krijgt, dan vraag ik u, minister-president, om twee dingen te doen: ten eerste focus aanbrengen, want het plan is te breed, en ten tweede mij uitleggen wat het toekomstforum gaat doen.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Collega’s, als meerderheidspartijen tekeergaan als een duivel in een wijwatervat, dan is dat meestal een teken dat de oppositie een zeer terecht punt aanhaalt. Maar, minister-president, het zal u misschien verbazen, maar ik denk dat er hier opvallend veel eensgezindheid is in het parlement. U moet mij maar corrigeren, maar ik heb een aantal zaken genoteerd. Er is een kompas, er is een visie. Ik denk dat er binnen dit parlement heel wat verschillende visies zijn op dat kompas, maar iedereen erkent wel de meerwaarde ervan. En er is een kompas, op zich is dat al iets positiefs.

Is ViA bekend? Neen, ViA is niet bekend, maar misschien is dat ook niet het meest belangrijke. Het meest belangrijke is: wat met de resultaten? Het is inderdaad niet allemaal kommer en kwel, maar de resultaten zijn onvoldoende, en ik heb de indruk dat alle fracties in dit parlement het daarover eens zijn. De resultaten zijn niet voldoende, en wij vragen allemaal aan u, minister-president, om dat tandje bij te steken en om meer te werken aan het beleid in Vlaanderen.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, collega’s ik heb de indruk dat dit een zeer interessante namiddag gaat worden, ook omdat er nog heel wat andere vragen zijn die u mij gaat stellen.

Ik heb vastgesteld dat er over ViA en het Pact 2020 er bij een aantal parlementsleden onvoldoende kennis is over de inhoud en waar we naartoe willen gaan. Voorzitter, ik nodig bij dezen iedereen uit om op 30 april aanwezig te zijn op het forum, zodat men vanuit dit parlement samen met de andere actoren een belangrijke inbreng kan doen.

De eerste vraag die we duidelijk moeten stellen is: hebben we in Vlaanderen een langetermijnvisie nodig? Ik heb begrepen – en dat is ook de heer Sanctorum opgevallen, waarvoor dank – dat kamerbreed iedereen zegt dat we een langetermijnvisie nodig hebben. En we hebben een langetermijnvisie: ViA gecombineerd met het Pact 2020. Straks kom ik daar nog op terug, collega Vereeck. Dat is een transitieplan, dat is een plan waarin wij stellen dat we een aantal zaken anders moeten aanpakken in Vlaanderen. We hebben daarin dertien transversale thema’s, waar ik later nog zal op terugkomen. Een transitie wil zeggen dat dit ook veel te maken heeft met een wijziging van de mentaliteit, met een wijziging in hoe we naar de zaken kijken. En zeker wanneer we het wat moeilijker hebben, ook in Vlaanderen, dan is zo een langetermijnvisie absoluut noodzakelijk, dan is het ‘stick to your plan’, zoals daarjuist is gezegd, absoluut noodzakelijk.

Ik hoop ook dat iedereen, kamerbreed, het erover eens is dat het nu niet aangewezen is om met een nieuw langetermijnplan te komen. Ik ga ervan uit – en dat was maandag ook de boodschap – dat we nu meer dan ooit zo een langetermijnvisie nodig hebben, dat we nu meer dan ooit met ViA en het Pact 2020 vooruit moeten.

Trouwens, collega’s, men is nooit sant in eigen land, maar de Strategy 2020, de Europese strategie 2020, weerspiegelt perfect wat hier in dit plan is opgenomen. Wij waren vóór Europa. Andere lidstaten en regio’s zijn nu op hun niveau aan het vertalen wat Europa voorschrijft. Wij hadden dat al. Maar wij zijn natuurlijk zo bescheiden dat ons dat niet opvalt, en dat we dat vanzelfsprekend vinden. Dat is geen reden om zelfgenoegzaam te worden, dat is geen reden om victorie te kraaien. Ik heb dat maandag niet gedaan en ik zal dat ook vandaag niet doen. Zij die dat in de mond willen nemen, hebben iemand anders gehoord: ik wil uitdrukkelijk zeggen dat er geen enkele reden is om zelfgenoegzaam te zijn.

Alhoewel, ik ben gisteren in Catalonië geweest, waar de jeugdwerkloosheid 51 procent bedraagt, waar er een schuld is van 43 miljard euro is enzovoort. Maar dit even terzijde, dat is niet het punt dat ik wil maken. Wij moeten met de Europese visie en met ons plan daarin verder, zeker in wat moeilijkere tijden. Dat is punt één.

Mevrouw Moerman, u hebt het over excelleren. U zou beter moeten weten. Wij hebben de indicatoren, meer dan 130 wat het Pact 2020 betreft. We hebben wat Vlaanderen in Actie betreft, de top 5 van de Europese regio’s. Ik kom daar straks op terug. Als dat niet excelleren is, dan weet ik het niet.

Het tweede punt dat ik wil maken, naast de langetermijnvisie Vlaanderen in Actie ‘stick to your plan’ – we hebben het meer dan ooit nodig om er met zijn allen naartoe te gaan – is de monitoring. Wij hebben boeken vol indicatoren, over waar we staan, waar het rood is, waar het groen is, waar het oranje is. Dat wordt telkens opnieuw opgemaakt. De laatste monitoring staat in dit boek dat iedereen kent, Pact 2020, en dateert van juni 2012. Misschien doen we te veel aan monitoring of, anders gezegd, kunnen we daar niet op een volwassen wijze mee omspringen. Want natuurlijk zijn er zaken die in het rood staan, natuurlijk moeten wij op een aantal punten een versnelling hoger proberen te gaan. Dat is juist de reden waarom ik maandag heb gezegd dat we op 30 april samen met alle actoren daar opnieuw dynamiek aan zullen geven en proberen een aantal zaken die versnelling nodig hebben, te realiseren. Ik begrijp de oppositie die wijst naar de Vlaamse Regering. Natuurlijk, wij zullen onze verantwoordelijkheid nemen, maak u daar geen zorgen over. Wij zullen naar de kiezer gaan in mei 2014, maak u daar geen zorgen over. De kiezer zal uiteindelijk wel beslissen. Het is zeker nog te vroeg om in campagne te gaan. (Opmerkingen)

De namiddag is nog niet voorbij, dus houd uw energie voor later, want ik heb begrepen dat u nog een aantal vragen voor mij hebt! Als u ook vragen had gesteld aan de andere leden van de regering, dan waren die hier aanwezig.

Het tweede punt is dus die monitoring. Ik vraag me af of we alleen maar discussies hebben over de zeer slechte dingen. Wat mij betreft is dat geen probleem, maar u moet het geheel bekijken. Van de 337 projecten van Vlaanderen in Actie, zit 90 procent op schema. Dat betekent misschien dat een aantal projecten die op schema zitten, nog moeten worden versneld omdat we nu in andere tijden leven. Wat het Pact 2020 betreft, is een derde van de indicatoren al gehaald. Is dat veel? Het is een derde; twee derde moet nog worden gehaald.

Maar de monitoring is van essentieel belang. Dat is nieuw, ook in de Vlaamse politiek. Die is opgestart door de vorige Vlaamse Regering. Vroeger schreef de regering volzinnen in mooie brochures, en dan zei ze: dit is ons plan. Dan vroeg men: waar staat u? Dat is natuurlijk politiek, daar kan je je altijd uit praten want dan zijn er geen vaste indicatoren, geen rode, geen groene en geen oranje, die aantonen waar men precies staat. Dit is een goed beleid, wat dit Vlaams Parlement uitdrukkelijk heeft gevraagd.

Dit zijn dus twee voorafgaande opmerkingen. Ten eerste hebben we een langetermijnplan nodig, en Vlaanderen in Actie en het Pact 2020 hebben er zo één. We hebben ook geen nieuw plan nodig. Ten tweede: we monitoren waar we staan. Daar kan wat mij betreft discussie over bestaan. We hebben in juni de cijfers bekendgemaakt. Er is maandag geen nieuw materiaal op tafel gelegd. Collega Van Malderen heeft daarin gelijk. Ik heb niet gezegd: zie eens hoe goed we het doen, ik heb nu nieuw cijfermateriaal. Neen, mijn boodschap was: wij zullen Vlaanderen in Actie en het Pact 2020 onverkort voortzetten, onverkort ervoor gaan, zeker in deze moeilijke tijden.

Collega’s, er is indrukwekkend werk geleverd door de Vlaamse administratie. Ik vind dat dit Vlaams Parlement daarvoor oog moet hebben, tenzij het dat niet weet. Er zijn veel dingen die u niet weet. (Opmerkingen van de heer Jan Penris)

Heb ik uw naam genoemd, mijnheer Penris? (Opmerkingen van de heer Jan Penris)

Maar ik moet toch ergens naar kijken, hé? Ik zal niet meer naar u kijken. Voorzitter, u moet hier een schermpje zetten. (Gelach)

Mijnheer Penris, mag ik doorgaan?

Goed. De Vlaamse administratie heeft hier hard aan gewerkt. Er zijn transitiemanagers aangesteld, er zijn integratoren aangesteld en men is er effectief ten gronde mee bezig. Men heeft, ook naar aanleiding van discussies in de raad van wijzen, gezegd dat we alles – om een moeilijk woord te gebruiken – holistisch moeten bekijken, transversaal, want alles heeft met alles te maken.

Wij hebben dan dertien thema’s opgelijst. Het zijn de thema’s waar het nu verder over gaat. Als u dan vraagt of er vooruitgang werd geboekt, is het antwoord natuurlijk: ja. Ik zal ze niet alle dertien overlopen, maar een ervan is het Nieuw Industrieel Beleid. Dat is absoluut noodzakelijk. We hebben met Flanders Innovation Hub for Sustainable Chemistry (FISCH) voor de chemie, maar ook met de industrie, ‘Make different’, verschillende projecten opgestart. Ik kan ook Umicore noemen en andere bedrijven die effectief het voorbeeld geven van waar we naartoe moeten. Ik ben gisteren in Barcelona naar een beurs over technologie geweest met als thema ‘mobile’. Ik heb er jonge Vlaamse bedrijven gezien, kmo’s die er echt het verschil maken. Het zijn die zaken die we moeten promoten.

De Gazellesprong is ook zoiets. U zult zeggen dat er nog niets voor gebeurd is, maar het is volstrekt onjuist om te zeggen dat er nog niets gebeurd is wat betreft de Gazellesprong. We hebben een proefproject met 120 bedrijven. Het resultaat is een omzet met plus 44 procent en een tewerkstelling met plus 26 procent. We zullen het aantal bedrijven nu, op basis van de ervaring die we hebben, uitbreiden tot 400 hoogpotentiële Gazellebedrijven.

Ik geef u een ander voorbeeld: Flanders’ Care. Wat wij doen, minister Vandeurzen in het bijzonder, is indrukwekkend. Het is indrukwekkend wat er in de praktijk allemaal gebeurt.

Misschien weet u dat niet, maar er is effectief veel aan het gebeuren. Ik heb tijdens de ontmoeting met de journalisten gezegd dat het is zoals met een ijsberg: twee derde van een ijsberg zit onder water. Dat geldt ook voor ViA en voor het Pact 2020.

Mevrouw Moerman, u hebt gezegd dat ik moet excelleren als we tot de top vijf van de Europese regio’s willen behoren. We hebben veel indicatoren, we vergelijken ons met meer dan 130 regio’s, we hebben wat Pact 2020 betreft met de sociale partners indicatoren opgelijst die sporen met de Europese doelstellingen, denk maar aan de werkgelegenheidsgraad: 76 procent, zegt Europa, wij zitten nu aan 71 procent. Degenen die graag naar Wallonië verwijzen, moeten maar eens nagaan waar Wallonië zit wat de werkzaamheidsgraad betreft.

Maar dat is niet de boodschap. De boodschap is dat we ons moeten meten met de besten, daar hebt u gelijk in. U zult zeggen dat ik nu toch met cijfers afkom, maar u daagt mij natuurlijk uit. Het is puur per toeval dat vandaag de nieuwe cijfers van Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie, zijn binnengekomen. We moeten in het leven soms wat geluk hebben. (Gelach)

Of misschien dacht men daar in Europa dat de minister-president van Vlaanderen vandaag waarschijnlijk kritisch zou worden bekeken in verband met de situatie in Vlaanderen.

Ik wil u de cijfers niet onthouden, maar ik herhaal dat er geen plaats is voor zelfgenoegzaamheid. De heer Sauwens heeft gelijk: we moeten er met nog meer panache voor zorgen dat Vlaanderen vooruit gaat en dat we de problemen oplossen. Maar – in grote bescheidenheid – Eurostat heeft een oplijsting gemaakt van alle landen die het verschil kunnen maken. En waar staat Vlaanderen? De heer Van den Heuvel, die de cijfers blijkbaar ook te pakken heeft gekregen… (Gelach. Opmerkingen)

Leden van het Vlaams Belang, ik durf niet meer naar u te kijken, maar u had ze niet, u bent slecht ingelicht.

Ik wil eerst nog even iets duiden. Het gaat om de korte termijn. De opmerkingen over de scholencapaciteit en de wachtlijsten zijn natuurlijk juist, en voor de aanpak van de crisis is er ook veel nodig, denken we maar aan het bankenplan en zo meer. Maar vergis u alstublieft niet: met ViA en het Pact 2020 beogen we een transformatieproces, waarvoor de mentaliteit moet worden gewijzigd. Als we de mobiliteit slim willen oplossen, moeten we natuurlijk op een andere manier kijken naar het vervoer van wagens enzovoort, maar dat vraagt tijd, dat is een transitie en dat is iets anders dan een anticrisisbeleid, dat is iets anders dan het moeten oplossen van de pertinente actuele problemen.

Maak er geen amalgaam van, gooi niet alles op een hoop. Het is absoluut noodzakelijk om een oplossing te hebben op de korte en de lange termijn. Het een sluit het ander niet uit.

We hebben de cijfers van Eurostat ontvangen en het Vlaamse Gewest staat op de vierde plaats na West-Nederland, een Duitse en een Spaanse regio. Wie staat er achter ons? Denemarken, enkele regio’s van het Verenigd Koninkrijk, enzovoort. Voorzitter, ik zou u deze informatie graag bezorgen, zodat alle collega’s die hebben.

Nogmaals, het is niet mijn bedoeling, maandag niet en vandaag niet, om te zeggen: “Kijk eens waar we staan, en hoe goed we het doen.” Integendeel. Mijn bedoeling is dat we nu meer dan ooit achter dat plan moeten staan. Nu meer dan ooit hebben we die langetermijnvisie nodig. Nu meer dan ooit moeten we daar waar het absoluut noodzakelijk is om sneller te gaan, ook sneller gaan. Dat zal ik proberen samen met mijn collega’s, want al die transities worden getrokken door ministers.

Op sommige zaken reageer ik niet. De uitspraak van mevrouw Meuleman zal haar zelf wel achtervolgen in de komende weken, maanden en jaren. (Gelach)

Mevrouw Meuleman, er is al getwitterd over uw uitspraken, dat weet u toch. De journalisten hebben het al opgenomen. (Opmerkingen van mevrouw Mieke Vogels)

Als dat uw bedoeling is, dan laat ik dat voor u.

Het is niet mijn bedoeling om hier een hoerastemming te creëren, om te zeggen dat we zijn waar we moeten zijn. Neen, er is nog werk op de plank. Voorzitter, ik hoop dat u alle volksvertegenwoordigers de gelegenheid geeft om er op 30 april bij te zijn, want dat is echt wel belangrijk. Daar kunnen we dan over discussiëren. Het is absoluut noodzakelijk dat de honderd organisaties die er in het begin hun handtekening onder hebben gezet, dat opnieuw doen. De 2000 captains of society moeten dat opnieuw doen. Het is dat wat ons vooruitbrengt. Ik ga ervan uit dat dat ook zal gebeuren.

Net als jullie heb ik dat boek. Mevrouw Meuleman, de heer Watteeuw kende dat boek bijna van buiten. Ik weet niet aan welke pagina u bent gekomen, maar op pagina 31 staat bijvoorbeeld ‘sociaal kapitaal, internationale vergelijking’ en het is indrukwekkend waar Vlaanderen zich bevindt. Maar goed, ik wil daar graag over discussiëren en ik hoop dat ik u allemaal zie op 30 april. (Applaus bij de meerderheid)

Minister-president, u zegt dat er geen nieuwe cijfers zijn, dat er geen nieuw plan is, dat er eigenlijk niets verandert en dat u niet begrijpt waarom de oppositie vragen stelt. Toch vond u het nodig om vorige maandag de verzamelde pers bijeen te roepen. Ik kan daar maar één zaak uit besluiten: terwijl de heer Diependaele en zijn partij de N-VA vlijtig doorwerken en helemaal niet in campagnemodus zijn, bent u dat blijkbaar wel.

U overvalt ons natuurlijk met de Eurostat-cijfers. U hebt voorlopig het alleenrecht, of samen met de heer Van den Heuvel, het ‘alletweerecht’ om die cijfers te hebben gezien. Het is niet de eerste keer dat die Eurostat-cijfers worden gemeten en bekendgemaakt. Ik had niet veel tijd, vergeef me dat het niet zo grondig was, maar ik heb heel vlug even gekeken. Ik heb in die korte tijd ook nog niet heel het rapport gelezen, maar inzake kinderarmoede staan we bijvoorbeeld op de 12e plaats van de 27. Dat is absoluut niet excelleren in Vlaanderen. Dit staat nog in de vorige versie, want de nieuwe heb ik nog niet. Ongekwalificeerde uitstroom uit ons onderwijs: 25e plaats. Dat blijven zaken waar ik me zorgen over maak.

Ik blijf er dus bij: dit is niet het moment voor een hoeraverhaal. Er ligt werk genoeg op de plank, en dat was ook onze boodschap vandaag.

Lode Vereeck

Minister-president, ViA heeft onze steun. Het heeft ambitie, maar wat we misschien wel missen, is een visie. In het verleden ging het nogal eens over de cijfertjes en de monitoring. Dat hebt u daarnet aangegeven.

Het is een toekomstvisie. Ik heb vaak de volgende vergelijking gemaakt. Indien je aan een kind zou vragen wat het later wil worden, zal het ook niet zeggen dat het bij de eerste vijf van de klas wil zijn. Dat is geen ambitie op zich. Je wilt brandweerman worden of chirurg. Dat is het precies wat ontbreekt: het is mij onvoldoende duidelijk wat eigenlijk het appel is dat u richt tot mij als burger en tot al die andere burgers. U had het daarnet weer over “dertien transversale thema’s”. Dat is het probleem. Daar zijn de burgers niet mee. Nogmaals, hoewel ik het met de inhoud eens ben, denk ik dat het uw opdracht is om aan die burger te vertellen wat Vlaanderen van hem verlangt, wat hij voor de Vlaamse samenleving kan doen. De Derde Industriële Revolutie in Vlaanderen (DIRV) is daar wel in geslaagd.

Die cijfers van Eurostat, zijn dat vrij recente cijfers? Die zijn pas uitgekomen? Op welke basiscijfers zijn ze gebaseerd? Zijn dat cijfers van 2013 of zijn het oudere cijfers? (Opmerkingen van minister-president Kris Peeters)

Het zijn oudere cijfers. U komt dus nu met cijfers uit het verleden om aan te tonen dat ViA nu goed werkt. (Applaus bij LDD en het Vlaams Belang)

Mijnheer Vereeck, ‘touché’!

Minister-president, er is een probleem, anders zou u maandag geen publiek mea culpa hebben geslagen. U verwijst naar een beleid dat u voert met indicatoren en monitoring. U zegt dat dat goed is. Uiteraard is dat goed. Uiteraard is dat beleid beter dan een zonder indicatoren en monitoring. Maar het is niet omdat u doelen vooropstelt en door die monitoring die doelen niet haalt, dat u ons moet verwijten dat wij u hierop aanspreken. Het is nu net de bedoeling van indicatoren en monitoring om te onderzoeken waar het goed gaat en waar het fout gaat. U zult mij vergeven dat ik u niet zal aanspreken op punten waar het goed gaat maar eerder op punten waar het slecht gaat. Dat is de taak van de oppositie, dacht ik toch.

Ik begrijp dat u als minister-president met mooie cijfers wilt uitpakken. Eurostat of niet, maar kijk, we horen nu dat die cijfers al een beetje gedateerd zijn. Ik begrijp ook dat u verwijst naar de transitie van onze samenleving. Maar met cijfers kun je alles bewijzen. Maar dat zei ik daarnet al.

Daarnet zei ik ook dat u voor zichzelf de lat hoog legt. Als u dat doet, moet u erover kunnen springen. U mag de oppositie niet kwalijk nemen dat zij vaststelt dat u er niet over geraakt.

Fientje Moerman

Minister-president, zoals mijn vader zaliger altijd zei: je moet kijken naar diegenen die voor u zijn, en niet naar diegenen die achter u zijn. Toen u begon over Catalonië, sloeg de schrik mij eventjes om het hart want daar gaat het veel slechter dan bij ons.

Later in uw speech hebt u erkend dat als u de ambitie wilt verwezenlijken om een excellente regio te worden, u ook een excellent beleid moet voeren. Dat is ook waarop wij u zullen aftoetsen. De beleidsmaatregelen van uw regering zullen niet op mediocriteit worden afgetoetst maar op excellentie.

Voorzitter, voor alle duidelijkheid: de cijfers dateren niet van vier of vijf jaar geleden. Het zijn cijfers van 2011. Dat is statistisch heel normaal. Dat zijn recente cijfers.

Mevrouw Meuleman, als u cijfers citeert en de relatieve positie van Vlaanderen wilt duiden, moet u Vlaamse cijfers en niet de Belgische gemiddelden gebruiken. U zegt dat we met 18 procent kinderarmoede op de twaalfde plaats staan. Het Vlaamse cijfer is 11 procent. België staat op de twaalfde plaats op 27 landen, maar Vlaanderen staat toch veel beter gerangschikt.

Matthias Diependaele

Ik sluit mij onmiddellijk aan bij de heer Van den Heuvel. Deze Vlaamse Regering moet haar verantwoordelijkheid opnemen. Maar ook andere overheden in dit land zullen dit moeten doen. Dat zal ook effect hebben op Vlaanderen en op onze positie in die ranking.

We moeten ons niet vergelijken met Wallonië. Ik gun hen het beste. Als het hun beter gaat, gun ik hun dat absoluut. Maar wij moeten ons vergelijken met de top. Nu zal het nog maar de vraag zijn hoe die top er zal uitzien eens de mist van de economische crisis opklaart. Die top zou er wel eens anders kunnen uitzien dan bij de aanvang van ViA. Maar dat is een heel ander debat.

Mijn conclusie is dat ik in dit debat meer eensgezindheid zie dan zaken die ons scheiden. De ambities van Vi A blijven overeind. Het plan achter ViA blijft overeind. Debatteren en bijschaven is altijd mogelijk. Zolang we er allemaal samen van overtuigd zijn dat we die visie voor Vlaanderen moeten blijven onderhouden.

Minister-president Kris Peeters

Ik dank u voor de reacties. Ik denk dat dit debat de zaken wat genuanceerd heeft.

Nogmaals, mijnheer Vereeck, door zeer ambitieus te zijn, willen we in de top vijf terechtkomen. Dat is niet ons ultieme doel, maar door in deze top vijf te zitten, garanderen we de welvaart en het welzijn en de toekomst van Vlaanderen.

Ik heb nog een toemaatje. Op basis van de cijfers van de Nationale Bank heb ik gekeken naar het bbp per capita. Ik heb gesproken over Catalonië omdat ik daar gisteren ben geweest, het bbp bedraagt daar 28.000 euro. In Finland is het 29.300 euro, in Schotland 25.200 euro, in Zweden 31.600 euro, en Denemarken haalt 30.400 euro. Eén cijfer heb ik nog niet genoemd, dat van Vlaanderen. Dat van Vlaanderen – en dat is de verdienste van bedrijven en van mensen die dag en nacht werken, ik wil deze pluim zeker niet op mijn hoed steken – bedraagt 32.160 euro. Al de landen en regio’s die ik heb opgenoemd, zitten daaronder. We willen die positie verstevigen, we willen daarvoor gaan.

De heer Van den Heuvel heeft gelijk, er zijn nog heel wat zorgen; heel wat uitdagingen moeten worden aangepakt. Maar vergeet alstublieft niet dat we al een hele weg hebben afgelegd. Zoals de heer Sauwens zegt, is het niet ‘for granted’. Het is niet vanzelfsprekend dat we deze positie aanhouden. Het is niet vanzelfsprekend om een bbp van 32.160 euro per capita te behouden in de volgende jaren. We zullen hard moeten werken. Er moet transitie komen in Vlaanderen op tal van vlakken, op die dertien transversale thema’s.

Mijnheer Vereeck, u hebt natuurlijk gelijk, ik ga niet naar de Vlaming stappen om te vragen: welk transversaal thema interesseert u uitermate en kunnen we het daar eens over hebben? Neen, we hebben nu een website, en die is voor iedereen interessant, om het heel concreet te maken. We hebben geleerd dat het verkopen van ViA op zich niet eenvoudig is. Het is zeer breed. Mocht ik de hele transitie kunnen oplossen door een beurs te organiseren, ik zou het gisteren hebben gedaan.

Met alle respect, een beurs organiseren is niet zo moeilijk. Het is moeilijker om de transitie effectief te realiseren. We moeten daar concreet zijn.

Met een project als Flanders’ Care kunnen we exact zeggen waar het over gaat, namelijk over de aanpak van de zorg in de toekomst. Minister Vandeurzen organiseerde daarover een rondetafel. Daar vonden interessante debatten plaats. Ook de bedrijfswereld nam daaraan deel. Daarmee kunnen we mensen appelleren. Ook op het vlak van mobiliteit lukt dat. Zo gaan we dat nu op de markt proberen te zetten. ‘What’s in it for me?’ Wat betekent ViA? Waar kan ik daar informatie over vinden? We gaan dat heel concreet doen, met de vragen die we hebben.

Voorzitter, kunt u ervoor zorgen dat alle parlementsleden zich kunnen vrijmaken op 30 april in de namiddag? Ik dank u bij voorbaat.

De voorzitter

Minister-president, ik heb de brief vandaag ontvangen. Ik zet die op de agenda van het Uitgebreid Bureau. We gaan dat op een positieve manier bekijken.

De heer Vanden Bussche heeft het woord.

Marc Vanden Bussche

Minister-president, als ik u zo bezig hoor, ligt Ford Genk blijkbaar ver achter ons.

Minister-president Kris Peeters

Wat is dat nu voor een tussenkomst! U weet dat er op dit moment mensen naar ons luisteren! We hebben voor Ford een rapport gemaakt en daarna een uitvoeringsplan. Daar wordt hard aan gewerkt. Met alle respect, wat is dat nu voor een opmerking!

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Wenst iemand tot besluit van dit actualiteitsdebat een motie of een motie van wantrouwen in te dienen?

– De heer Johan Deckmyn kondigt aan een motie te zullen indienen.

De motie moeten uiterlijk om 16.15 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daarover straks uitspreken.

Het debat is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.