U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 20 februari 2013, 14.02u

Actuele vraag van de heer Jan Penris tot mevrouw Freya Van den Bossche, Vlaams minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie, over de CREG-analyse betreffende de verwachte verdere toename van de prijs voor hernieuwbare energie
De voorzitter

De heer Penris heeft het woord.

Jan Penris

Voorzitter, minister, mijn vraag is geïnspireerd door een artikel dat vandaag is verschenen in de zakenkrant L’Echo. De krant heeft haar naam niet gestolen, want ze heeft blijkbaar berichtgeving overgenomen die vorige week ook al in De Tijd stond. In feite brengen ze nieuws dat wij in onze commissie ook al hadden moeten of kunnen kennen, nieuws dat gebracht werd door de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG).

Er wordt gesteld dat als we het federale beleid inzake hernieuwbare energie voortzetten, we met een grote meerkost, minstens 1 miljard euro, zullen moeten rekenen, en dat zou voor de consument een kwart van het budget kunnen schelen. De krant L’Echo vraagt zich af hoe daarmee zal worden omgegaan.

Dat heeft in het Waalse landsgedeelte al aanleiding gegeven tot debat. Le Soir stelt dat de industrie wellicht wordt ontzien en dat het dus de gewone consument zal zijn, de kleine Waal en de kleine Walin, die zullen moeten betalen voor de meerkost, maar dat werd door uw collega, een groene minister van Ecolo, onmiddellijk ontkend. In Wallonië wordt het debat gevoerd naar aanleiding van de berichtgeving hierover.

Ik wou vandaag peilen hoe u daartegenover staat, rekening houdend met het feit dat een meerderheidspartner van u, met name de heer Bothuyne, daarover heel duidelijke stellingen heeft ingenomen. Het zijn ook de stellingen die ik ter zake wil verdedigen, want het kan toch niet dat een energiebeleid, een groenestroombeleid aanleiding geeft tot een meerkost voor de gewone burger? Wat wij willen is dat, één, de prijs betaalbaar blijft en dat, twee, de energiezekerheid ook gegarandeerd wordt.

Hoe gaat uw regering met deze laatste mededelingen om, minister?

De voorzitter

Minister Van den Bossche heeft het woord.

Mijnheer Penris, u vraagt me nu natuurlijk naar mijn mening over de federale politiek. Ik zal er zeker op antwoorden, maar voor alle duidelijkheid: rechtstreekse impact op de kost die een federale overheid genereert op het vlak van hernieuwbare energie via de offshore windmolens, heb ik niet.

Ik houd natuurlijk wel contact en ik merk dat de federale overheid op een aantal vlakken stappen zet die wij ook al hebben gezet. Een daarvan is in geld voorzien uit de algemene middelen, de begroting, om voor een stuk de druk op de tarieven te verlichten. U herinnert zich dat we een aantal jaar geleden 50 miljoen euro uit de begroting hebben gehaald om de druk op de tarieven wat te verlichten. De federale overheid heeft daarvoor dit jaar in 40 miljoen euro voorzien, exacte besteding nog te bepalen. Ik reken er eigenlijk op dat men dit bedrag de komende jaren nog wat kan optrekken, onder meer dankzij de taks die Electrabel moet betalen voor de ‘windfall profits’. Een tweede iets waarbij de samenwerking met de federale overheid goed loopt, is het stimuleren van de marktwerking. Men probeert ook federaal om de consument heel wakker te houden en te helpen bij het vergelijken van prijzen om zo de eindfactuur te laten zakken.

Dat neemt niet weg dat er, wanneer we heel België bekijken, nog redelijk wat kan gebeuren om prijsbewuster om te gaan met hernieuwbare energie. Dat we die hernieuwbare energie nodig hebben, dat staat buiten kijf. Het gaat om bevoorradingszekerheid, het tegengaan van de opwarming van de aarde en de positieve langetermijneffecten op de prijs, die al merkbaar zijn op de beurs, want daar met veel wind en zon, zakt de prijs zienderogen, zegt ook de CREG.

Maar, we moeten ook overal gaan naar kostenefficiënte systemen. In Wallonië bijvoorbeeld is dat voor de zonnepanelen nog niet het geval. Men discuteert daar inderdaad vandaag over de vraag wie welke last moeten dragen, in welke mate de steun moet dalen, of men wel of niet op een ander systeem moet overstappen, analoog aan dat van Vlaanderen. Ik sta natuurlijk ter beschikking om hun alle informatie te bezorgen die wij hebben. Ik weet dat er ook op federaal niveau een discussie bezig is op het niveau van interkabinettenwerkgroepen (IKW’s) over de offshore, over de manier van ondersteunen en over de wijze van financiële doorrekening. Men spreekt er inderdaad ook over een vrijstelling, geheel dan wel gedeeltelijk, voor de energie-intensieve industrie, een beetje analoog aan wat wij in Vlaanderen proberen te doen.

Let wel, wij hebben ook de verdeling van lasten tussen bedrijven en gezinnen wat herbekeken, waardoor de druk op gezinnen tegelijk kon worden verminderd.

Jan Penris

Minister, ik volg u een eindje. Uw groenestroombeleid is niet het onze, maar wij geven u het voordeel van de twijfel in dezen omdat u inderdaad een aantal maatregelen hebt genomen die de eindfactuur voor de consument beheersbaar houden.

U maakt me niet wijs dat u met uw federale collega, die een partijgenoot van u is, geen contacten hebt. De socialistische familie mag ter zake toch eens zijn verantwoordelijkheid opnemen. Uw partij zet op verschillende niveaus mee in op hernieuwbare energie, ook buitengaatse windenergiewinning. U moet dan toch eens zeggen hoe dat zal worden verrekend. Ik herhaal, ik geef u het voordeel van de twijfel. In Wallonië voert men het debat. Ik hoop dat wij in dit huis ook een aanzet tot debat kunnen hebben.

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

Marc Hendrickx

Ik heb een kort vraagje dat aansluit bij wat de minister zegt, namelijk dat ze weet heeft van de IKW’s die op federaal vlak lopen, en onder meer over de vrijstelling aan het brainstormen zijn. De heer Penris wijst daar ook op. Ik neem dan toch aan dat er contact en misschien zelfs overleg is met de gewesten.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Minister, mijnheer Penris, de kosten voor hernieuwbare energie moeten goed in het oog worden gehouden. De betaalbaarheid van energie is belangrijk. Ik stoor me echter altijd aan dat eenzijdige verhaal van die kosten. U weet dat, mijnheer Penris. De overschakeling naar het hernieuwbare-energietijdperk zal geld kosten, net zoals het geld gekost heeft en investeringen gevergd heeft om het fossiele-energietijdperk en het kernenergietijdperk voor te bereiden.

Ik wil toch nog kanttekeningen maken. Volgens tal van rapporten van het internationale energieagentschap zijn de subsidies voor fossiele brandstoffen en kernenergie nog altijd een veelvoud van die voor hernieuwbare energie.

Mijnheer Penris, u moet ook rekening houden met de baten. Er zijn niet alleen kosten, er zijn baten op vlak van tewerkstelling, energiebevoorrading, energieonafhankelijkheid – dat moet u toch zeer belangrijk vinden: Vlaanderen energieonafhankelijk! – en de vermeden gezondheidskosten. Alstublieft, neem het hele plaatje in rekening!

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Mijnheer Sanctorum, ik denk dat we allemaal voorstander zijn van een zo groot mogelijk aandeel groene energie in onze bevoorrading, maar bevoorradingszekerheid en betaalbaarheid zijn natuurlijk ook heel belangrijk voor onze gezinnen en onze bedrijven. Ik stel vast dat men op federaal niveau en in Wallonië hetzelfde debat voert zoals wij de voorbije jaren hebben gedaan. Wallonië wil tegelijk een vrijstelling voor de energie en voor de gezinnen. Eigenlijk mag dus niemand de factuur betalen, maar de factuur ligt daar wel op tafel. U moet de waarheid durven te vertellen. Ook Waals minister Nollet maakt dat op dit moment mee.

Ik merk dat op federaal vlak het debat wordt gevoerd om de iets te gulle steun aan de offshore aan te passen. Wij hebben het debat gevoerd. Vlaanderen is een voorbeeld met de aanpassingen die aan het groenestroombeleid zijn doorgevoerd. Minister, misschien kunt u ons al iets vertellen, nu we bijna twee maanden ver zijn in het nieuwe steunkader, hoe de investeringen op dit moment verlopen en of daarbij eventueel problemen worden vastgesteld.

Problemen stel ik alvast niet vast, mijnheer Bothuyne. Wat uw pleidooi betreft: natuurlijk moet er een juist niveau van ondersteuning zijn. We hebben in Vlaanderen geprobeerd dat evenwicht te vinden. Ik denk dat we daar vrij goed in zijn geslaagd. Andere vormen van energie die ondersteuning verdienen, zoals de windparken op zee, hebben een correcte vorm van ondersteuning nodig. Niet meer dan nodig, maar gewoon correct voldoende om een redelijke return te hebben op de investering en om te helpen die belangrijke doelstellingen voor hernieuwbare energie te halen.

Op dat vlak wil ik graag benadrukken dat wat de heer Sanctorum binnenbrengt in het debat, ook zeer belangrijk is.

Men kan natuurlijk kosten berekenen zoveel men wil, als men die kosten zeer eng definieert, dan gaan er nogal wat aspecten verloren. Zoals ook de heer Sanctorum zegt, wat met de vermeden kosten van een omschakeling in die energiesector, vermeden kosten op het vlak van gezondheid en milieuverontreiniging? Dan heb ik het nog niet eens gehad over de baten qua tewerkstelling, innovatie enzovoort. Dat is dus zeker een belangrijke inbreng in het debat. Ik denk dat we ons daar ook allemaal van bewust zijn.

Natuurlijk is er overleg, weliswaar met respect voor ieders bevoegdheden. Ik ben ook niet gaan vragen of wij mochten doen wat wij wilden doen in dit halfrond. Vanzelfsprekend heb ik de collega’s altijd correct geïnformeerd. We wisselen bezorgdheden uit. Het zal ook geen geheim voor u zijn dat de lijn naar mijn federale collega van Consumentenzaken veel korter is dan de lijn naar mijn collega van Energie. Ik tracht dus vanzelfsprekend veel van mijn bezorgdheden ook via die lijn door te geven. Ik heb toch de indruk dat dit een vrij handige weg is.

Ik heb wel het gevoel dat er nogal wat bezorgdheid is over dit thema. Ik denk aan de bevriezing van de prijzen die er federaal is geweest. Er is de V-test, die men in gemeentehuizen is gaan afleveren. Er is ook de wil om, op vraag van dit halfrond, eens na te denken over de prijszetting van de gedumpte klanten bij de netbeheerders van de federale overheid. Ook de federale overheid moet een vrij moeilijke begrotingsoefening maken, maar toch wordt er 40 miljoen euro uit de begroting gehaald om de prijs te drukken. Het is vanzelfsprekend afwachten wat men doet met die offshore. In welke mate gaat men daar naar een kostenefficiënt systeem, en hoe verdeelt men dan die kosten? Ik pleit voor een zo groot mogelijke efficiëntie en een rechtvaardige verdeling van de kosten. Wat uit de algemene middelen kan komen, moet het liefst daaruit worden gehaald. Voor de rest moet men oog hebben voor de precaire situatie van veel gezinnen en voor de tewerkstelling in dit land. Dat zijn toch twee bezorgdheden die mee in ogenschouw moeten worden genomen.

Ik neem aan dat we het hierover nog zullen hebben in de commissie, als we eenmaal weten welke richting de federale overheid verder uitgaat. Dat heeft immers vanzelfsprekend ook een impact op de Vlaamse energierekening. Ik zal u van mijn kant ook op de hoogte houden van elke mogelijke evolutie.

Jan Penris

Voorzitter, de heer Sanctorum heeft een punt: de vergroening van onze energiesector heeft een aantal interessante aspecten. Mijnheer Sanctorum, in tegenstelling tot uw partij is mijn partij echter in de eerste plaats een sociale partij. Wij willen dat energie voor alle mensen, onze eigen mensen, betaalbaar blijft. Wij moeten geen groene fetisjen opbouwen om dan onbetaalbare rekeningen gepresenteerd te krijgen. Ik hoop dat de minister mee in onze richting gaat. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Actuele vraag van mevrouw Lies Jans tot mevrouw Hilde Crevits, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken, over de betrokkenheid van de werkgroep integraal parkeerbeleid bij de finalisering van het Brussels gewestelijk parkeerbeleidsplan en de gevolgen ervan voor het pendelverkeer
Actuele vraag van mevrouw Marleen Vanderpoorten tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over het pleidooi van de minister voor grotere klassen, naar aanleiding van zijn studiereis naar Canada

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.