U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 6 februari 2013, 14.01u

van Jo Vandeurzen, verslag door Peter Gysbrechts en Danielle Godderis-T'Jonck
1814 (2012-2013) nr. 1
De voorzitter

Bespreking (Voortzetting)

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van de bespreking van de nota van de Vlaamse Regering Gezondheidsdoelstelling ‘Preventie van zelfdoding’ en Vlaams actieplan 2012-2020, ingediend door de heer Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, minister, geachte leden, uitzichtloosheid, volstrekte uitzichtloosheid. Probeer het je eens voor te stellen: je leven, je situatie zo uitzichtloos vinden dat je geen andere weg kan bedenken dan je leven te beëindigen, terwijl je eigenlijk niets liever wilt dan leven. Per dag leidt die uitzichtloosheid in Vlaanderen voor ongeveer drie mensen tot een effectieve zelfdoding. Dat is veel. Dat is veel te veel.

Telkens blijven nabestaanden achter met vragen, schuldgevoelens en emotionele problemen, om nog niet te spreken over de complete eenzaamheid en ontreddering waarin de suïcidanten zelf zich hebben bevonden. Drie per dag, het is een hoog cijfer. Vlaanderen is al jaren een van de koplopers wat het aantal zelfdodingen en pogingen tot zelfdoding betreft. Volledig terecht schuift Vlaanderen hiervoor dan ook een specifieke gezondheidsdoelstelling naar voren. Vandaag bespreken we hier het tweede Vlaams Actieplan Suïcidepreventie 2012-2020, dat tot stand is gekomen na de druk bijgewoonde gezondheidsconferentie van december 2011.

Wat voorligt, is een ambitieus plan, dat de lat hoog legt: 20 procent minder zelfdodingen tegen het jaar 2020, wat neerkomt op ongeveer 220 zelfdodingen per jaar. Wetend dat dit ambitieus is, is het heel belangrijk voor ons om ook te weten dat dit plan tot stand is gekomen in samenwerking met tal van actoren werkzaam op het terrein. Dat het ruim gedragen is door die diverse actoren, konden we ook horen tijdens de interessante hoorzitting die over dit plan plaatsvond. Dat kan er alleen maar toe bijdragen dat velen hun schouders mee onder de uitvoering ervan nadien zetten, en dus mee die doelstelling proberen waar te maken.

CD&V staat heel positief tegenover dit plan. Het werd tijdens de bespreking in de commissie ook zo verwoord namens onze fractie door mevrouw Vera Jans, die tevens een aantal aandachtspunten verder belichtte.

Zelf geef ik er hier toch ook nog graag een aantal mee. Het is inderdaad belangrijk om bijzondere aandacht te schenken aan bepaalde doelgroepen. Bepaalde groepen zijn nu eenmaal kwetsbaarder en hebben in functie van een specifieke problematiek en specifieke noden een andere gespecialiseerde benadering nodig.

Wat ons ter zake toch wel trof, zijn de duidelijke regionale verschillen. Ik wil ook specifieke aandacht vragen voor patiënten die lijden aan een eetstoornis. Van alle psychiatrische stoornissen heeft anorexia de hoogste suïcideratio. Ik wil dan ook nogmaals onze resolutie betreffende een sensibiliserend en ondersteunend beleid over eetstoornissen onder de aandacht brengen.

Wat de doelgroepenbenadering betreft, onderschrijft CD&V zeker ook de aandacht voor de nabestaanden. Zij vormen op zich een risicogroep. De Werkgroep Verder, die onder meer voorziet in lotgenotencontact gaf duidelijk te kennen ook op het vlak van e-mental health initiatieven voor nabestaanden te willen ontwikkelen. Zo werd gewag gemaakt van een educatief e-programma voor nabestaanden.

Online hulpverlening wordt overigens steeds belangrijker en krijgt in dit plan ook een duidelijke plaats. In het actieplan wordt immers duidelijk ingezet op telefonische en onlinehulp. Deze laagdrempelige manier van hulp- en zorgverlening kan gemakkelijker een breder publiek bereiken.

In dat kader wil ik ook het enorme belang van het vrijwilligerswerk onderstrepen. Frappant tijdens de hoorzitting was de duidelijke stelling van het Centrum ter Preventie van Zelfdoding (CPZ) dat vrijwilligers de drempel om hulp te zoeken aanzienlijk verlagen. Zo zou de drempel om te bellen naar de zelfmoordlijn veel hoger zijn als mensen zouden weten dat ze bellen naar professionele hulpverleners, wat in casu dus niet het geval is. Ook hier maken vrijwilligers dus wel degelijk het verschil.

Al gaat het niet steeds over zelfdoding, voor ons vormen ook kinderen van ouders met psychiatrische problemen een aandachtsgroep. De impact van psychiatrische problemen van ouders op kinderen is immers enorm groot. Terwijl deze kinderen vaak heel machteloos zijn en zich ook zo voelen, lopen zij dan nog het risico gestigmatiseerd te worden. Ik wil dan ook nogmaals een pleidooi houden om deze kinderen, de zogenaamde KOPP-kinderen (kinderen van ouders met een psychisch probleem) zeker niet uit het oog te verliezen.

Het plan zet ook in op deskundigheidsbevordering, en terecht. Eigenlijk heeft de lage respons die de advieslijn Advies SuïcidePreventie voor HuisArtsen (ASPHA) sinds de oprichting heeft gekend, ons verbaasd. De nood hieraan leek ons evident. Intussen wordt deze lijn verder opengesteld naar andere zorgverleners uit de eerste lijn. Opvolging hiervan is zeker nodig.

Collega’s, 20 procent minder zelfdodingen: het is een ambitieuze doelstelling. Deze doelstelling op zich is voor ons echter niet zaligmakend. Naast effectieve zelfdodingen staan immers ook een hoog aantal pogingen tot zelfdoding. In 2010 stonden tegenover 20 zelfdodingen per 100.000 inwoners 300 pogingen. In datzelfde jaar werd het aantal pogingen in Vlaanderen geraamd op 9600. Dagelijks belanden 26 mensen na een poging tot zelfdoding op een van de spoeddiensten. Telkens is er diezelfde uitzichtloosheid aan voorafgegaan. Maar tegelijk onthouden we uit de hoorzitting dat de wens om te sterven onlosmakelijk verbonden blijft met de wens om te leven en dat het proces van het denken aan zelfdoding naar de daad op elk moment kan worden beëindigd.

Niet alleen het aantal effectieve zelfdodingen moet voor ons omlaag, ook het aantal pogingen. En ons streven moet nog veel verder liggen: een groot deel van de suïcidanten kent een psychiatrische problematiek, een problematiek die vandaag nog al te vaak taboe blijkt. In onze resolutie over de vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg deden we een concrete oproep binnen diverse beleidsdomeinen om deze problematiek meer bespreekbaar te maken en als maatschappij meer zorg op te nemen. In heel deze gezondheidsdoelstelling staan voor ons dan ook de mens en zijn welbevinden centraal. Suïcidepreventie gaat over veel meer dan enkel het voorkomen van een zelfdoding. Onze doelstelling is dat mensen zich goed voelen in hun vel en dat ze weerbaar zijn tegen tegenslagen. Dat is een grote verantwoordelijkheid, die we met zijn allen moeten opnemen. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw Dillen heeft het woord.

Marijke Dillen

Voorzitter, minister, collega’s, zelfdoding, poging tot zelfdoding, depressies, het is in Vlaanderen helaas een trieste realiteit. De cijfers zijn ernstig. We behoren tot de koplopers in Europa. Herhaaldelijk hebben we hierover in dit parlement en in de commissie kunnen debatteren, met telkens hetzelfde besluit: een degelijk preventiebeleid is meer dan ooit nodig.

Minister, vandaag bespreken we uw plan. Het is een zeer ambitieus plan met een indrukwekkende lijst acties die zullen worden ondernomen en uitvoerig werden toegelicht. Een plan dat nodig is en hopelijk zijn vruchten snel zal afwerpen, want de zeer slechte en trieste cijfers hier in Vlaanderen bewijzen dat een goede en degelijk onderbouwde aanpak van preventie van zelfdoding meer dan ook topprioriteit moet zijn.

We hebben interessante hoorzittingen gehad waarop dit plan door specialisten op het terrein onder de loep werd genomen. Zeer positief is het gegeven dat er een heel groot draagvlak is voor dit plan. Dit is belangrijk, want het is op het terrein dat dit plan moet worden gerealiseerd. Het is dan ook positief dat de betrokken actoren bereid zijn mee te werken aan de uitvoering van dit plan en er hun schouders onder zullen zetten.

Minister, u bent niet de enige minister die een verantwoordelijkheid draagt bij de preventie van zelfdoding en depressie. Verschillende van uw collega’s zijn ook betrokken partij. Denken we in de eerste plaats aan de ministers van Onderwijs en Werk. Dan verwijs ik, enkel bij wijze van voorbeeld want ik zou er vele kunnen geven, naar het toenemende aantal gevallen van pesten en de zeer ernstige en soms tragische gevolgen die hieruit kunnen voortvloeien. Als u wilt slagen met dit plan, is het heel belangrijk dat in Onderwijs, Werk en andere bevoegdheidsdomeinen zware inspanningen worden geleverd.

Er blijven nog andere belangrijke knelpunten. En dan denk ik bijvoorbeeld aan de capaciteitsproblemen in verschillende domeinen binnen Welzijn, bijvoorbeeld de centra voor geestelijke gezondheidszorg (cgg’s). Ook hier zullen bijkomende initiatieven moeten worden genomen.

Minister, om te kunnen slagen moet u uiteraard ook kunnen beschikken over voldoende financiële middelen om de talrijke acties te realiseren. Ik hoop dat de Vlaamse Regering bereid is hier prioriteit aan te verlenen. Onze fractie zal er waakzaam op toekijken dat de nodige initiatieven worden genomen om nu ook in de praktijk voorrang te geven aan de realisatie, in de hoop dat er eindelijk op het terrein betere resultaten kunnen worden geboekt en dat de cijfers drastisch verlagen. Onze fractie zal u in ieder geval steunen en wenst u veel succes bij de uitvoering van dit plan. (Applaus)

De voorzitter

De heer Gysbrechts heeft het woord.

Peter Gysbrechts

Voorzitter, minister, collega’s, de gezondheidsdoelstelling, meer bepaald het verminderen van sterfte door zelfdoding bij mannen en vrouwen tegen 2020 met 20 procent, is ambitieus. Dat mag worden gezegd. We moeten ambitie tonen. Vlaanderen heeft na Finland het hoogste zelfmoordcijfer in Europa. Die zelfmoordcijfers naar beneden halen moet effectief een topprioriteit zijn.

Minister, in de afgelopen jaren heb ik u meermaals ondervraagd over de vele aspecten van het preventiebeleid inzake zelfdoding. Ofschoon we vooruitgang boeken, blijven we toch altijd zeer slechte resultaten neerzetten, wat me ertoe aanzette een snellere evaluatie en bijsturing te vragen van het vorige plan. We zijn dan ook blij met het actieplan dat op basis van de bestaande acties en rekening houdend met de nog grote uitdagingen, werd opgesteld. Het actieplan bevat goede elementen. Open Vld heeft in de commissie de gezondheidsdoelstelling en het actieplan dan ook mee goedgekeurd. We zijn verheugd dat van elke maatregel werd nagegaan of die evidencebased was. Ook de aankondiging dat men wil werken met evidencebased richtlijnen waarbij men zich inspireert op de werking van het Trimbos-instituut, kunnen wij appreciëren.

Op die manier krijgen we een beleid met een beslissingsboom die wetenschappelijk onderbouwd is, en dat voor elke actor duidelijk maakt wat de beste praktijken zijn die leiden tot resultaten. Op die manier krijgen we mogelijk ook een betere ketenzorg die het probleem bij de wortel aanpakt. Maar toch, collega’s, willen we een paar kanttekeningen formuleren.

Het actieplan werkt aan deskundigheidsbevordering. Ik ben blij met de doelgroepenverruiming en pleit voor goed gekozen doelgroepen, namelijk mensen die in contact komen met risicogroepen zoals thuisverpleegkundigen, die in contact komen met mensen in kwetsbare situaties, die vaak met uitzichtloosheid geconfronteerd worden, leerkrachten die kinderen en jongeren dagelijks zien functioneren, en dus ook hun gedrag kunnen zien veranderen. Het zijn groepen die een belangrijke signaalfunctie kunnen vervullen. Zij moeten dat probleem niet zelf oplossen, maar wel weten aan wie ze dit kunnen signaleren, en waarbij ze zeker zijn dat het probleem effectief wordt opgenomen.

Online hulpverlening blijkt de toegankelijkheid van hulpverlening te verbeteren. Dat heeft uiteraard te maken met de nieuwe media, die jongeren heel goed beheersen. Bovendien laat het mensen toe anoniem te blijven. Die anonimiteit maakt trouwens ook dat ze makkelijker kunnen communiceren. We weten dat online hulpverlening effectief is bij milde depressies, en dat alleen al rechtvaardigt dat we meer en meer investeren in deze hulpvorm.

De vraag blijft hoe we mensen bereiken wanneer het probleem verder gaat dan een milde depressie, en of dat voor verdere hulpverlening de anonimiteit moet worden opgeheven. Ik denk dat we de komende jaren hier een antwoord moeten op leren formuleren, want de aanpak van de onderliggende problematiek blijft essentieel. We hopen ook dat voor de Werkgroep Verder het mogelijk zal zijn in de komende tijd om zo een online hulpverlening voor de naasten op te zetten. Minister, we hopen dat u daar positief tegenover zult staan.

De strategische adviesraad (SAR) heeft terecht gewezen op het feit dat er nood is aan een ruimere visie in het preventiebeleid rond zelfdoding, dat de welzijns- en gezondheidssectoren overschrijdt. De oorzaken voor zelfmoordpogingen en voor zelfmoord zijn niet beperkt tot zaken binnen deze sector. Alle domeinen van het leven zijn betrokken. Vorig jaar werden we bijvoorbeeld geconfronteerd met een aantal zelfmoorden waarbij pesten op het werk aan de basis lag.

Minister, wat naar onze mening een lacune is in uw plan, of op zijn minst een gemiste kans om het uitdrukkelijk in uw plan op te nemen, is de problematiek van het pesten. Pesten is niet meer weg te denken uit de actualiteit. Deze week konden we kennisnemen van de reportage van Klasse over pesten op school, op het niet reageren of de onmacht van de school en haar leerkrachten, over de diepe pijn die het achterlaat bij de gepeste kinderen. Gisteren en vandaag vernamen we dat Ketnet de filmpjes van kinderen die over pesten getuigen, moest wegnemen vanwege de emotionele impact van die filmpjes en de mogelijke daaruit voortvloeiende kwetsbaarheid van de kinderen die getuigden. Dat toont nog maar eens aan hoe gevoelig deze problematiek is. En dan waren er de afgelopen maanden ook nog de berichten van jongeren die zichzelf van het leven beroofden na pestgedrag.

Net zoals in de hoorzitting werd gezegd, betreuren we dus dat er in dit actieplan geen aandacht besteed is aan pesten, of dat het niet is vernoemd. De hoorzitting leerde ons immers dat de aanpak in onderwijs, ondanks goede bedoelingen, soms ondermaats is.

Open Vld pleit voor een intense samenwerking met andere ministers, ook die van het federale niveau. Minster Monica De Coninck is bevoegd voor het welzijn op het werk, minister Pascal Smet voor pesten op school Een non-beleid doet de gepeste kinderen uiteindelijk van school veranderen en gepeste werknemers naar een andere job zoeken. Dat bewijst dat de aanpak faalt en dat ondertussen zware schade wordt aangericht aan het zelfbeeld van de gepeste, wat niet zelden leidt tot depressie. Maar het maakt ook dat men niet aan de slag gaat met de pesters zelf, kinderen en volwassenen waarvan is aangetoond dat ze vaak zelf hulp nodig hebben. We staan hier voor een uiterst belangrijke uitdaging. We doen een oproep er werk van te maken samen met de andere bevoegde overheden.

Voor ouderen wil de minister inzetten op netwerkgroepen en persoonlijke toekomstplanning. Het creëren van netwerken is een mooie doelstelling die past in de vermaatschappelijking van de zorg. Vraag is: hoe haalbaar is ze? Het netwerk van oudere mensen sterft letterlijk uit. en in die zin wil ik verwijzen naar de resolutie van collega Van Mechelen, die vroeg naar begeleiding op maat van ouderen in hun rouw- en verwerkingsproces van mensen die hun na staan. Vaak gaat het daarbij om het overlijden van hun eigen kinderen.

Daarbij vroeg Open Vld om goede praktijken in kaart te brengen en ze te delen onder de woonzorgcentra om zo de levenskwaliteit van vaak hoogbejaarden te verbeteren. Jammer genoeg werd dit idee gewoon afgewezen in de commissie. Men vond dat het netwerk dat maar zelf moest doen. Net zoals de woonzorgcentra, weet dat netwerk vaak ook niet hoe ermee om te gaan. De vraag of er in dat netwerk voldoende draagkracht is om dat te doen, is blijkbaar niet altijd ter zake. Ofschoon beleidsmakers communicatie altijd als een prioriteit beschouwen, weten mensen vaak niet waar ze de bomen in het bos van welzijnszorg moeten zoeken en zijn ze uiteindelijk op zichzelf aangewezen.

Collega’s, we staan allemaal achter vermaatschappelijking van de zorg voor zover dat toverwoord mensen niet gewoon aan hun lot overlaat en het netwerk zelf in een depressie stort wegens de gekende overbelasting. We pleiten er vooralsnog voor dat aandacht wordt besteed aan de rouwbegeleiding van ouderen wanneer ze een belangrijke naaste verliezen, aangezien depressie en eenzaamheid van ouderen ook belangrijke onderliggende redenen zijn voor zelfmoord.

Ten slotte wil ik erop wijzen dat de sector tijdens de hoorzittingen terecht heeft gewezen op het feit dat het capaciteitsprobleem in de geestelijke gezondheidszorg de idee van de ketenzorg hypothekeert. Essentieel is om het onderliggende probleem van de zelfdoding aan te pakken, wil men op lange termijn een oplossing aanreiken. In heel veel gevallen is een psychisch probleem het onderliggende probleem. Het capaciteitsgebrek in de geestelijke gezondheidszorg, zowel op federaal als Vlaams niveau, maakt echter dat het snel aanpakken van dat onderliggend probleem nagenoeg onmogelijk is. In dat licht wil ik de vraag van Zorgnet Vlaanderen onderschrijven, namelijk het stellen van prioriteiten indien de overheid er niet in slaagt de nodige capaciteitsuitbreidingen te realiseren. En laat ons realistisch zijn: dit impliceert, collega’s, dat we prioriteiten stellen.

De voorzitter

Mevrouw De Wachter heeft het woord.

Else De Wachter

Voorzitter, minister, collega’s, ik wil me graag aansluiten bij de collega’s. Over de partijgrenzen heen zijn we het er allemaal wel over eens dat dit tweede Vlaams actieplan absoluut meer dan ooit nodig is. Dat is de voorbije weken en maanden gebleken, en zoals de collega zegt, ook de voorbije uren en dagen. Het toont toch nog maar eens aan dat het zeer belangrijk is dat je dit thema bespreekbaar kunt maken. Dat is al meer dan ooit mogelijk, maar nog niet voldoende. Het ligt ook zeer gevoelig hoe je daarmee omgaat ten aanzien van de naast- en nabestaanden, ook kinderen.

Het actieplan is effectief zeer ambitieus als we weten dat we bovenaan in de ranking staan van Europese landen wat betreft zelfdoding. We gaan tegen 2020 voor een daling met 20 procent. Het is een zeer belangrijk gegeven in het kader van de gezondheidsdoelstellingen.

Minister, het is belangrijk dat we tijdens de hoorzittingen heel wat interessante informatie hebben gekregen en vooral dat gebleken is dat de hele sector, het hele middenveld en werkveld, achter dit plan staat. Het heeft alleen nog een aantal bekommernissen meegegeven wat betreft de uitwerking van dit geheel.

De frase die me bijblijft doorheen de hele hoorzitting, is vooral dat men stelt dat het proces van gedachte naar daad op elk moment kan worden stopgezet. Dat is een belangrijk gegeven in de hele procedure. Het geeft ons alleen maar hoop en het is vooral een aanzet dat we moeten blijven vechten voor die goede dienstverlening en hulpverlening doorheen het hele proces.

Minister, uit die hoorzittingen is gebleken dat we in de toekomst nog heel wat extra aandacht moeten besteden aan een aantal belangrijke bekommernissen en aandachtspunten. Er is onder andere gesteld dat heel wat mensen die tot deze groep behoren, vaak geconfronteerd zijn met psychiatrische stoornissen. Daar moeten we extra aandacht aan kunnen besteden.

We kunnen alleen maar beamen dat de online hulpverlening efficiënt werkt, en vooral ook belangrijk is en zal worden in de toekomst. Het is ook een gemakkelijke weg om mensen naar de hulpverlening toe te leiden. Vandaag stond nog in de media dat het heel belangrijk kan zijn voor bepaalde doelgroepen om zo de eerste stap te zetten naar de hulpverlening omdat het op een laagdrempelige manier kan gebeuren. We willen nog wel benadrukken dat we ook altijd aandacht moeten hebben voor de nog steeds bestaande digitale drempel, zeker voor ouderen bijvoorbeeld.

We willen ook beklemtonen dat we in dit tweede Vlaamse actieplan toch iets missen rond depressie. In het vorige kwam dat uitdrukkelijk aan bod.

Het werd al vermeld door collega’s: naast dit plan moet er blijvend aandacht gaan naar alle vormen van pesten. Dat is onlangs nog gebleken. Men moet het probleem bij de wortel kunnen aanpakken, van bij het begin, via de ketenzorg en tot aan de nazorg. De hulp aan de na- en naastbestaanden is zeer belangrijk. Deze bekommernis kunnen we blijven delen. We moeten daar blijvend aandacht aan besteden.

In al onze ambitie moeten we ervoor opletten dat we niet verzanden in de veelheid aan acties. Misschien is het te veel om alles te organiseren; misschien moeten we er op een bepaald moment een aantal acties uitpikken om er zeker van te zijn dat we die dan ook echt kunnen realiseren tegen 2020.

Minister, het is een ambitieus plan. Mijn fractie ondersteunt het. Het is zeer belangrijk in de preventie van suïcide en de dienstverlening aan de na- en naastbestaanden.

De voorzitter

De heer De Bruyn heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, niemand van ons blijft onbewogen als hij de cijfers over het aantal zelfdodingen en zelfdodingspogingen in Vlaanderen hoort. Ze behoren tot de hoogste van Europa en we weten dat. We weten dat al heel lang.

Het was een verre voorganger van u, het was Wivina Demeester, die daar hier in dit parlement meer dan tien jaar geleden al meerdere vragen over kreeg. Wie de vragen en de antwoorden van toen herleest, stelt meteen vast dat we vandaag gelukkig heel wat verder staan in onze aanpak van de thematiek. Wat oneerbiedig gezegd, zou men kunnen stellen dat het toen veeleer wat ‘kurieren am Symptom’ was, terwijl we ons nu bewust zijn van de complexiteit van de problematiek en daar in de preventiestrategieën aandacht aan besteden.

Maar ook tijdens de vorige legislatuur – en verschillende collega’s die hier zitten, waren daarbij actief betrokken – besteedden we zowel in de commissie Welzijn als tijdens de plenaire vergadering regelmatig aandacht aan het thema. Dit parlement vroeg in een resolutie, bij hoogdringendheid aangenomen op 30 april 2009 tijdens de laatste plenaire vergadering van de vorige legislatuur, met aandrang om “tijdig te beginnen met de voorbereiding van een nieuw Vlaams Actieplan Suïcidepreventie en om daarvoor het nodige overleg te organiseren met alle betrokken actoren uit het veld”.

Deze resolutie was misschien veeleer symbolisch, want gericht aan een ontslagnemende regering. Die was niet meer in staat om nieuwe initiatieven te nemen.

U werd vervolgens als nieuwe minister van Welzijn in deze Vlaamse Regering met de thematiek geconfronteerd. U gaf al vroeg het signaal dat een tweede actieplan voor u meer moest zijn dan een doorslagje van het vorige dat – ere wie ere toekomt – zonder meer zijn verdiensten had, maar ook een aantal onvolmaaktheden vertoonde. En ondanks dit signaal van uw kant, hoorden we wel eens fluisteren dat u wel erg veel tijd nam om het nieuwe actieplan te finaliseren. Tussen de vooropgestelde einddatum van het vorige plan, 2010, en de begindatum van het huidige plan, 2012, ligt inderdaad een hiaat; maar dit betekende op geen enkel ogenblik een stilstand van de belangrijke voorbereidende werkzaamheden op de achtergrond.

Wie de kans had dit voortraject mee te volgen, weet dat het niet altijd van een leien dakje liep. Het was soms moeizaam zoeken naar het juiste evenwicht en naar consensus tussen de partners, en ook organisatorisch liep het niet altijd even vlot.

Maar uit het soms moeizame voortraject kwam een sterke gezondheidsconferentie te voorschijn. En die sterke gezondheidsconferentie van 17 december 2011 vormde terecht de basis voor het vandaag voorliggende actieplan.

Voordat ik kort inga op het actieplan zelf, vind ik het gepast om hier expliciet een woord van dank en waardering te richten tot iedereen die van dichtbij of veraf betrokken was bij het voortraject, de gezondheidsconferentie zelf of bij plan zoals het nu voorligt. Zonder hun overtuigingskracht, hun wil tot samenwerking en hun deskundigheid was het niet mogelijk geweest om hier vandaag een nieuw actieplan te bespreken.

In de resolutie waar ik al naar verwees, vroeg dit parlement om over te gaan tot “de oprichting van een Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie om een maximale complementariteit en overzichtelijkheid tussen de verschillende initiatieven en actoren in het kader van de preventie van zelfdoding te bewerkstelligen”. En ook al werd de term ‘Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie’ niet als dusdanig opgenomen in het nieuwe actieplan, toch lijkt het me duidelijk dat de invulling die we toen aan die term koppelden, wel degelijk als een rode draad door het voorliggende actieplan loopt.

U gaf de opdracht om, vertrekkend vanuit een inventarisatie van alle bestaande initiatieven, in kaart te brengen welke strategieën werkbaar en effectief zijn. U beklemtoonde daarbij terecht het belang van een degelijke wetenschappelijke onderbouw. Zelfs voor een complexe problematiek als suïcidepreventie geldt immers: ‘meten is weten’. Eveneens terecht schoof u een betere synergie tussen de bestaande actoren naar voren, zodat de complementariteit echt kan werken en er ook ruimte vrijkomt om nieuwe initiatieven en nieuwe strategieën te implementeren.

Bijzonder belangrijk daarbij is dat er niet wordt getwijfeld aan de deskundigheid van de partners op het terrein en dat ook hun specificiteit wordt erkend. In dit kader is het ook zinvol om de erkenning door u en de structurele financiering van zowel de Werkgroep Verder als het Centrum ter Preventie van Zelfdoding even aan te stippen. Na meer dan dertig jaar onafgebroken werking heeft het CPZ nu eindelijk een erkenning en financiering gekregen, die maken dat ze niet meer jaarlijks moeten hopen dat er ook voor het volgende jaar weer voldoende middelen zullen zijn. Ook die erkenning en structurele financiering was overigens een aandachtspunt in de resolutie van 2009.

U stelt in het voorliggende actieplan de oprichting van een partnerorganisatie in het vooruitzicht. Die moet dienen om de verschillende strategieën te stroomlijnen en te zorgen voor de nodige coördinatie, continuïteit, wetenschappelijke onderbouw en evaluatie van alle acties inzake suïcidepreventie in Vlaanderen. Minister, het is onze overtuiging dat deze partnerorganisatie zonder meer essentieel is om het actieplan te laten slagen. We nodigen u dan ook uit om niet langer te wachten met het vormgeven van de organisatie. We hebben zelf een aantal concrete ideeën over zowel de inhoudelijke taak als de organisatievorm die men zou kunnen aannemen, maar ik neem aan dat we daar later in commissie nog met u van gedachten over zullen kunnen wisselen.

Als we even kijken naar de nieuwe accenten in dit tweede actieplan, komen we al snel bij de integrale benadering van de suïcideproblematiek. Onze aandacht moet inderdaad blijven uitgaan naar de suïcidale persoon, maar evenzeer naar de bredere groep mensen van wie we uit onderzoek weten dat ze een verhoogde kwetsbaarheid hebben. De collega’s hebben al verschillende van die doelgroepen benoemd.

We moeten ook, waar mogelijk, de omgeving van suïcidale mensen, in de brede zin, betrekken. Verder hopen we dat, voor wie de moed vindt om bijvoorbeeld aan te kloppen bij de laagdrempelige telezorg van de Zelfmoordlijn, dat meteen ook de belangrijkste stap is die ze helemaal zelf moeten zetten. Vanaf dat ogenblik zou de zogenaamde ‘ketenzorg’ het mogelijk moeten maken dat verdere opvolging en begeleiding naadloos aansluiten. En daarvoor, minister, wil ik vandaag uw bijzondere aandacht vragen. Het uitrollen van die zorgketen is vandaag immers hoegenaamd nog geen realiteit. Ook hiernaar vroegen we reeds in onze resolutie van 2009.

We vragen concreet om een link te leggen tussen de directe crisishulp die via chat of telefoon wordt aangeboden en een psychologische en/of therapeutische begeleiding die kan focussen op de achterliggende problematiek die samenhangt met suïcidegedachten en -pogingen.

De unieke ‘portaalsite’ of ‘toegangspoort’ die thans wordt gecreëerd, zal volgens ons pas optimaal renderen als die ook effectief kan worden gekoppeld aan die uiterst belangrijke ketenzorg. En tegelijkertijd moeten we blijven zoeken naar werkbare manieren om het capaciteitstekort bij de bestaande zorgactoren aan te pakken. Ik hoop in dit opzicht onder meer dat uw contacten met uw federale collega over de erkenning van psychologische zorgverstrekking uiteindelijk een positief resultaat zullen hebben, al maak ik me geen illusies over de termijn waarop dit zal worden gerealiseerd.

Als fractie ondersteunen we eveneens uw engagement om tot en met het einde van de looptijd van het huidige actieplan te voorzien in een globaal budgettair kader dat uitgaat van 2.750.000 euro voor het lopende jaar om dan te stijgen naar 3.100.000 euro voor de volgende jaren, en dit tot 2020. Uiteraard kan niemand vandaag garanderen dat dit bedrag voldoende zal zijn om alle nieuwe strategieën en acties effectief te implementeren, maar het biedt alvast de duidelijkheid van een sterk engagement ten aanzien van alle betrokken partners waaruit blijkt dat ook zij de volgende jaren over de middelen zullen kunnen beschikken om de taken die in het kader van dit actieplan aan hen worden toevertrouwd, effectief uit te voeren.

Wij zullen straks als fractie vol overtuiging dit actieplan mee goedkeuren. De preventie van zelfdoding is immers iets wat ons aller steun en aandacht verdient. We mogen niet aanvaarden dat elke dag opnieuw drie mensen in Vlaanderen geen andere uitweg zien dan het beëindigen van hun leven.

Mevrouw Pauwels van het Centrum ter Preventie van Zelfdoding (CPZ) stelde in haar betoog tijdens de hoorzitting over dit actieplan dat het bij suïcide inderdaad om een proces gaat dat evolueert van gedachte naar daad en dat het – gelukkig – een proces is dat te allen tijde kan worden gestopt. Ze voegde daaraan toe dat de wens om te sterven doorgaans ook sterk verbonden blijft met de wens om te blijven leven. En het is die ambivalentie, collega’s, die we als kans moeten grijpen om effectief aan de preventie van zelfdoding te werken, niet in het wilde weg, niet zonder degelijke wetenschappelijke onderbouw, maar met een gecoördineerd en gestructureerd beleid dat haalbare doelstellingen formuleert en daar de nodige financiële middelen tegenover stelt. We hopen samen met iedereen die op het terrein actief is, dat de ambitieuze doelstellingen die in dit Vlaams actieplan zijn opgenomen, binnen de kortst mogelijke tijd kunnen worden gerealiseerd. (Applaus)

De voorzitter

Minster Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Voorzitter, de doelstelling is inderdaad om tegen 2020 20 procent minder zelfdodingen te registreren in vergelijking met het basisjaar waarop de registratie gestart is, het jaar 2000.

Het gegeven dat onze ambities moet versterken of ondersteunen, is het feit dat we weten uit de analyses die gemaakt zijn, dat een goede preventieve strategie effect kan ressorteren. Het onderliggende van dit actieplan is dat het inderdaad mogelijk is om met een aantal gerichte maatregelen dat verschrikkelijke cijfer terug te dringen, al blijft het natuurlijk altijd een verschrikkelijk cijfer.

Het is natuurlijk zo dat we allemaal beseffen dat de economische context dat cijfer jammer genoeg ook mee beïnvloedt. Dat moet ons aansporen om inderdaad zonder enige aarzeling de acties die in het plan zijn opgesomd, op het terrein uit te rollen. Er zijn een aantal waardevolle suggesties herhaald vandaag in de plenaire vergadering. Ik zal ze niet allemaal overlopen, maar weet toch dat onder meer ook de ontwikkelingen binnen de geestelijke gezondheidszorg naar een meer ambulante en toegankelijke geestelijke gezondheidszorg ongetwijfeld ook voor de preventie van suïcide van groot belang zijn.

Er is gevraagd naar de komst van de partnerorganisatie. Wel, de oproep is klaar en kan worden uitgestuurd. We zullen daar inderdaad werk van maken.

Tele-Onthaal en CPZ zijn in overleg om die portaalsite te realiseren. Preventiecoaches in scholen besteden effectief ook aandacht aan de pestproblematiek. U weet dat het onze bedoeling is om die preventiecoaches ook in 2014 in te zetten in de bedrijfswereld, voor de ondernemingen. Kortom, er zijn dingen die u hebt aangegeven, die ik absoluut onderschrijf. Ik kan u enkel verzekeren dat ze ondertussen ook worden gerealiseerd.

Dank u. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over de gezondheidsdoelstelling houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.