U bent hier

De voorzitter

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van het actualiteitsdebat over de capaciteitsproblematiek in het onderwijs.

Inmiddels heeft iedereen de conceptnota ontvangen van de Vlaamse minister van Onderwijs, Gelijke Kansen, Jeugd en Brussel. Ik stel voor dat minister Smet een toelichting geeft.

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, dames en heren, ik wou dit eigenlijk zeggen in een repliek, maar ik doe het toch in het begin. De afgelopen week – en dat hebben we ook al een beetje gehoord aan de manier waarop sommigen hun betoog hielden – ging het eigenlijk zelden over de feiten, maar was er heel vaak sprake van stemmingmakerij, vaak verkeerd gemonteerd – dat heb ik ondertussen ook al wel begrepen – zodat er zogezegd opgeklopte toestanden zouden zijn. Maar het moet over de feiten gaan. Iedereen heeft nu de beslissing van de Vlaamse Regering gekregen. Laat me toe om die even toe te lichten.

Afgelopen vrijdag heeft de Vlaamse Regering inderdaad ook over dit dossier gesproken. Toen hadden we afgesproken dat we vandaag, woensdag, via de schriftelijke procedure definitief de beslissing zouden nemen uit respect voor het parlement. Mevrouw Van Steenberge en de heer Bouckaert hadden immers ingestemd met het uitstellen van hun vragen met een week om zo de primeur aan het parlement te geven in de commissie Onderwijs, morgen. Dat was de timing die we in de regering hadden afgesproken, uit respect voor het parlement. Ik had me daartoe geëngageerd voor mevrouw Van Steenberge en de heer Bouckaert. Er is nu een actualiteitsdebat tussen gekomen, dat is uiteraard geen probleem, maar daardoor lichten we de beslissing vandaag toe. Ik wou even vertellen hoe de besluitvorming is verlopen.

We hebben vandaag de beslissing genomen. Ik wil eventjes onderstrepen dat het een beslissing is die we dit jaar drie maanden eerder nemen dan de voorbije jaren. Toen werden de beslissingen over de capaciteit altijd pas genomen in maart-april bij de begrotingscontrole. Al wie beweert dat deze regering talmt en geen beslissingen neemt, is verkeerd, want dit jaar wijzen we drie maanden eerder de capaciteitsmiddelen toe. Ik heb ook altijd gezegd dat we dit ten laatste eind januari aan de scholen moeten laten weten.

Laat me meteen vertellen hoe we het hebben gedaan. Het klopt dat de som van de verschillende taskforces 112,5 miljoen euro is. Sommigen doen geloven dat die 112,5 miljoen euro meteen op tafel moet liggen, dat het bedrag er meteen moet zijn om alle problemen in 2013 op te lossen. Dat is niet zo, het geld dient voor de komende jaren. Dat is ook logisch omdat we scholen moeten plannen. Het bedrag, die 112,5 miljoen euro, slaat op meerdere jaren.

We zijn met de verdeling van het geld vertrokken van twee uitgangspunten. Eerst en vooral is er een budget dat recurrent is – ik kom er straks op terug – van 1,6 miljoen euro. Het wordt voor specifieke projecten met een meerjarenengagement voorbehouden. Daarnaast willen we prioriteit geven aan de gemeenten waar de objectieve capaciteitsnood het grootst is.

Mevrouw Van Steenberge, u hebt er terecht op gewezen dat we vorig jaar hebben gezegd dat er een plan zou zijn in november. Ik was daar met een plan. We hebben toen afgesproken dat we dat met de koepels zouden bespreken. Op 13 januari, dus nog niet lang geleden, heb ik formeel van de koepels gehoord dat ze wilden dat de Vlaamse Regering dat geld zou verdelen, en niet de koepels. Vijf dagen later, op 18 januari, heb ik de Vlaamse Regering een voorstel gedaan met betrekking tot de verdeling van het geld. Zo is het gegaan. We hebben woord gehouden. We hebben het met iedereen besproken. Een paar dagen later heeft de Vlaamse Regering dan een beslissing genomen.

Bij het nemen van die beslissing hebben we rekening gehouden met de bevolkingsprognoses van de Studiedienst van de Vlaamse Regering. We hebben de inschrijvingsgegevens van de leerlingendatabank van Onderwijs genomen. We hebben de lokaal verzamelde en centraal aangeleverde capaciteitsramingen én de capaciteitsdossiers van 2010, 2011 en 2012 genomen. Met dat laatste bedoel ik het volgende. Het is niet omdat we geld hebben gegeven in 2010 of 2011 dat die school er noodzakelijkerwijze is of dat die plaatsen er in hetzelfde jaar zijn. Het is perfect mogelijk dat die plaatsen er dan in 2013 reëel komen. Dat zal ook gebeuren, ook in Antwerpen. Het geld dat we in 2011 en 2012 hebben gegeven, zal in sommige gevallen leiden tot reële plaatsen in 2013. We hebben al die cijfers bij elkaar genomen. U vindt dat in de tabellen. Op basis van die vergelijking geven we dan extra middelen aan die steden of gemeenten waar de problemen het meest acuut zijn. We hebben dus niet gekozen voor een verneveling van de middelen, waarbij iedereen wat krijgt. Dat lost immers geen problemen op. We willen problemen oplossen. Ik zal zo dadelijk de verdeling toelichten.

Tegelijk hebben we beslist dat we ook verscherpt zullen monitoren voor de andere gemeenten of steden die geld hebben gevraagd. Mijn medewerkers en de mensen van de administratie zullen de komende dagen en weken naar die gemeenten gaan om met iedereen de cijfers door te nemen en na te kijken of dat op het terrein daadwerkelijk tot extra plaatsen heeft geleid. Dat geldt ook voor de gemeenten die al extra geld hebben gekregen. Op basis van die objectieve inschatting zullen we dan, zoals we dat overigens in september bij de begrotingsopmaak hebben afgesproken, bij de begrotingscontrole eventueel in extra middelen voorzien.

Welke beslissing hebben we dan vandaag genomen? In de pers hebben velen het gehad over 30 miljoen euro. Ik heb dat ook gelezen. De aandachtige lezer had echter kunnen zien dat er in de begroting eigenlijk in meer dan 30 miljoen euro is voorzien. Het klopt dat we 30 miljoen euro aan extra middelen voor capaciteit hebben ingeschreven in de begroting. Daarnaast is 1,6 miljoen euro recurrent als vaste post in de begroting opgenomen, en daarnaast is er ook nog een bedrag van 7,5 miljoen euro dat uit de reguliere scholenbouw komt. We halen geen geld weg uit die scholenbouw, maar historisch bestond daar een afspraak dat maar 96 procent van dat geld daadwerkelijk zou worden uitgegeven en dat 4 procent niet wordt uitgegeven, door allerlei mechanismen. Ik denk dat mevrouw Vanderpoorten dat nog wel zal weten. Welnu, die 4 procent hebben we ontdooid. We gebruiken dat geld wél. We hebben dat overigens de afgelopen twee jaar ook al gedaan. Het is de derde keer dat we dat doen.

Dat betekent dus dat we vandaag 39,1 miljoen euro zullen toebedelen aan een aantal steden en gemeenten waar de problemen het grootst zijn. Dat is nog altijd veel meer dan de 30 miljoen euro waarover een aantal mensen het voortdurend hadden. Nogmaals, bij de begrotingscontrole zullen we in extra geld voorzien als uit een objectieve en doorgedreven monitoring blijkt dat sommige steden en gemeenten ook nog extra geld nodig hebben. Van die 39,1 miljoen euro zal 20,1 miljoen euro naar Antwerpen gaan voor nieuwe initiatieven, terwijl Brussel 6 miljoen euro, Gent 6 miljoen euro, Asse 5 miljoen euro en Denderleeuw 2 miljoen euro krijgt.

U ziet, voor wie dit dossier goed volgt, dat de Vlaamse Regering een engagement opneemt en dat er een duidelijke stijgende lijn zit in de toegekende middelen voor extra capaciteit. In 2010 hebben we 12 miljoen euro uitgetrokken, in 2011 26,2 miljoen euro, in 2012 31,1 miljoen euro en in 2013 – zonder begrotingscontrole – wordt dat 39,1 miljoen euro. Als je dat allemaal optelt, kom je aan 108,4 miljoen euro. Dat bedrag geeft de Vlaamse Regering de afgelopen drie jaar en dit lopend begrotingsjaar aan de extra capaciteit voor de scholen, geld dat niet was afgesproken bij de vorming van deze regering, geld dat we hebben moeten zoeken. 108,4 miljoen euro is in mijn wereld nog altijd heel veel geld en zelfs in de onderwijswereld is dat heel veel geld.

Mevrouw De Knop, ik weet wat het is als ouders op zoek moeten gaan naar een klas. Ze hebben die tot nu toe allemaal gevonden. Herinner u dat in 2010 op deze plaats verschillende mensen hebben gezegd dat ik overmoedig was, of er nog andere woorden voor hebben gebruikt, omdat we zeiden dat in september 2010 elk kind een plaats zou hebben. U moet mij niet komen vertellen hoe belangrijk dat is. (Opmerkingen van mevrouw Irina De Knop)

Iemand heeft een aantal gemeenten opgesomd, ik ga dat ook doen. Antwerpen heeft de afgelopen drie jaar en dit jaar erbij 44,2 miljoen euro gekregen, Brussel 29,2 miljoen euro, Gent 16,6 miljoen euro, Asse 5 miljoen euro, Roeselare 3,4 miljoen euro, Denderleeuw 2 miljoen euro, Mechelen 1,9 miljoen euro, Sint-Niklaas 1,5 miljoen euro, Halle 1,5 miljoen euro, Vilvoorde 500.000 euro en Leuven 430.000 euro. U ziet, voorzitter, dat voor ons de wereld inderdaad groter is dan Antwerpen, Brussel en Gent. Ook elders in Vlaanderen zien we de problemen, en we geven effectief geld.

Ik heb toegelicht wat we hebben gedaan. We hebben de afgelopen weken en maanden niet getalmd of uitgesteld, maar geobjectiveerd, en we zijn zorgzaam omgesprongen met de schaarse middelen in deze budgettair moeilijke tijden. Dat is de opdracht die de Vlaamse Regering mij heeft gegeven en die we als ploeg opnemen. We moeten zorgen dat we die loyaal en eerlijk uitvoeren, zonder gespin, zonder talmen en zonder politieke spelletjes. Dat verwachten mensen van ministers. Ik dank u. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mevrouw De Knop heeft het woord.

Irina De Knop

Voorzitter, krijg ik opnieuw zeven minuten, want het debat is wel grondig gewijzigd intussen? (Opmerkingen)

Ik had er nog maar twee minuten op zitten.

Minister-president, minister Smet, ik kreeg net een leuk sms’je dat ik u moet feliciteren omdat een conceptnota van u is goedgekeurd door de regering en niet wordt gecontesteerd. Vandaag is het een historische en blije dag. (Applaus bij Open Vld)

Dat is maar een klein grapje, terug naar de ernst van de zaak, en dit is toch wel redelijk ernstig. Ik kan mijn betoog voortzetten waar ik gestopt was: beschamend. Het is beschamend, minister, minister-president, dat we eerst een actualiteitsdebat moeten vragen om te weten wat de besluitvorming zal zijn van de Vlaamse Regering. (Rumoer)

Ik wens niet te worden onderbroken, minister-president.

Deze morgen heb ik heel goed geluisterd naar wat minister Muyters heeft gezegd. Ik heb heel goed geluisterd. Hij heeft met geen woord gerept, met geen woord, over een mogelijke oplossing, zelfs niet dat daar een zicht op zou zijn in de loop van deze dag. Minister, u hebt daarentegen gezegd dat er vele noden en vele vragen zijn, die u allemaal zorgvuldig moet afwegen en in evenwicht houden. Er zijn inderdaad vele noden en vele vragen, maar als er nu één kerntaak is, dan is het potverdorie toch wel zorgen dat de kinderen een plaats hebben! (Applaus bij Open Vld)

Maar neen, blijkbaar werd de adem van de heer De Wever te heet in uw nek. Hij is hier vandaag aanwezig. Dat toont al volledig de ernst van de situatie aan. Dit is een schouwspel dat absoluut niet voor herhaling vatbaar is. U zet hier eigenlijk het parlement – ik zal een heel lelijk woord gebruiken – te kakken! Dat pikken wij niet!

Minister-president, vrijdag had u een beslissing moeten nemen met uw regering. Dat was trouwens aangekondigd door de minister in de commissie Onderwijs, waar er twee vragen waren van leden. Er zou een beslissing worden genomen in de Vlaamse Regering op vrijdag. Dan hadden we hier vandaag netjes, met de conceptnota of met een andere beslissing in de hand, een mooie discussie kunnen voeren, die wij ook op een degelijke manier hadden kunnen voorbereiden.

Concreet wil ik het hebben over wat hier beslist wordt – het is een conceptnota. 9 miljoen euro extra: dat is oké, maar dat is nog altijd veel te weinig, minister, wat u daar ook over zegt. In Antwerpen heeft men duidelijk een bedrag van 51 miljoen euro naar voren geschoven. In Gent schuift men een bedrag van 24 miljoen euro naar voren, uiteraard over verschillende jaren. Maar dan nog, minister-president, is dit een druppel op een hete plaat. U zegt dat het geen verneveling van middelen is. Inderdaad niet, het is maar een heel klein druppeltje op een heel hete plaat. Eigenlijk blijft het discours dat ik had voorbreid, grotendeels overeind. Het toppunt van alles is dat ik u hoor zeggen: we zullen bij de begrotingscontrole zien wat verder nodig is. Daar moeten we het mee stellen! Nu weten we wat de regering dit jaar gaat doen. In uw fameuze beslissing lezen we dat u zich engageert om bij de opmaak van de begroting 2014 in bijkomende middelen te voorzien. We weten wat dat betekent, minister.

Aan uw tijdsbesteding van de afgelopen weken hebben we eigenlijk lak. U zegt dat u dat ruim op voorhand hebt gedaan, dat we het nu al in januari weten terwijl dat vorige keer pas in mei was. Vindt u het prima dat we pas in mei of in januari weten wat ons te doen staat voor het komende schooljaar dat in september aanvangt? Hebt u ooit lokale verantwoordelijkheid genomen, minister? Ik dacht het niet. (Opmerkingen van minister Pascal Smet)

In een gemeente als schepen? Ah, voilà, gedaan met ‘klappen’. Een aanbesteding voor nog maar stomme containerklasjes, weet u hoe lang u daarover doet? Dan zijn het nog maar containerklasjes. Bent u in Vlaanderen tevreden met containerklassen voor kinderen? Is dat duurzaam? Is dat de topregio die wij willen zijn? Is dat het voorbeeld dat wij willen geven aan onze kinderen? In godsnaam! (Applaus bij Open Vld en Groen)

Voorzitter, als ik mag besluiten: ik word hier triest van. Als een Vlaamse Regering dit probleem niet alleen niet kordaat kan aanpakken maar ook niet mooi voorbereid een kerntaak kan uitoefenen, dan is dat echt een blaam voor Vlaanderen. U wilt een topregio zijn, Vlaanderen in Actie, bij de beste leerlingen van de klas zijn, maar we kunnen nog niet eens een plaats op school garanderen voor het volgende schooljaar. Ik ga besluiten met een heel duidelijke vraag: kunt u oprecht garanderen dat niemand, geen enkel kind, geen enkele ouder, geen plaats zal vinden op een school in september? Kunt u dat garanderen? (Applaus bij Open Vld en Groen)

Gerda Van Steenberge

Vorige week hebben we een debat gehouden over de kennis van afgestudeerde leerkrachten. Ik ben blij voor een aantal politici onder ons dat er geen debat over de kennis van politici wordt gehouden. Het is immers beschamend.

Ten eerste, er is geen schoolplicht. Er is een leerplicht. Ten tweede, wat mevrouw De Knop hier over de begroting en over onze werkwijze heeft verkondigd, is beschamend. Ze zou een neus als Pinokkio moeten krijgen van wat ze hier allemaal heeft gezegd. (Rumoer)

Zoals de minister net heeft verklaard, zijn in de commissie afspraken gemaakt. Als het juist is, mag het ook worden gezegd. Iedereen weet dat ik niet van show houd. Ik wilde in de commissie met kennis van zaken een dossier bespreken. Nu hier op basis van een document van negentien bladzijden een debat over een zo belangrijke materie houden, gaat niet. Daar is de problematiek te zwaar voor. We hebben de minister toen een week uitstel verleend. Hij had ons immers beloofd dat de Vlaamse Regering afgelopen vrijdag een beslissing zou nemen en dat het dossier dan in de commissie zou worden besproken. Nu krijgt de minister het verwijt dat de Vlaamse Regering afgelopen vrijdag een beslissing heeft genomen en dat het dossier in de commissie zal worden besproken. Ik kan niet meer volgen.

Ik zal voor het overige het woord niet meer vragen. Ik wil de inhoud van het document lezen en de minister op basis daarvan vragen stellen. (Opmerkingen van mevrouw Elisabeth Meuleman)

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voorzitter, ik zou de minister van Onderwijs twee vragen willen stellen.

Mijn eerste vraag heeft betrekking op de timing. Volgens de minister hebben de koepels hem op 13 januari 2013 gevraagd een beslissing te nemen. Zijn plan was klaar op 18 januari 2013. Vervolgens is het door de Vlaamse Regering besproken. De vraag is waarom het dan zo lang heeft geduurd voor de Vlaamse Regering knopen kon doorhakken. Waar lag het kalf op 18 januari 2012 gebonden?

Mijn tweede vraag heeft betrekking op de woorden van de fractieleider van de N-VA. Volgens hem heeft de burgemeester van Antwerpen enkel retorische vragen gesteld. Ik neem daar akte van. Ik zou nu graag een echte vraag stellen. Heeft de minister indicaties dat het bedrag van 20,1 miljoen euro voor Antwerpen zal volstaan? Daar is de hele problematiek natuurlijk mee gestart. Ik heb begrepen dat de behoefte ongeveer 50 miljoen euro bedraagt. De minister komt nu af met 20,1 miljoen euro. Heeft hij indicaties dat nu vanuit Antwerpen wel tevreden zal worden gereageerd?

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Ann Brusseel

Voorzitter, ik vind het moeilijk te aanvaarden dat een collega van leugens wordt beschuldigd. De Vlaamse Regering heeft verwarring gezaaid. Wij hebben vorige week twee vragen om uitleg ingediend. Wij hebben die vragen om uitleg gesteld. Dat is absoluut niet op applaus van de Vlaamse Regering onthaald. Het klopt dus niet dat er niets is misgelopen, dat wij het enkel voor de show doen en dat wij geen grondig debat willen. We proberen al enige tijd te ontdekken of in verband met dit dossier vooruitgang wordt geboekt. Volgens mij is dat ons goed recht. (Applaus bij Open Vld)

Boudewijn Bouckaert

Die nota is een belangrijk en grondig stuk. Mogen wij daar nu vragen over stellen, terwijl mevrouw Meuleman daar in haar mooie groene kledij staat te pronken? (Gelach. Rumoer. Applaus bij het Vlaams Belang)

Mevrouw Meuleman, dat is niet kwaad bedoeld.

Mijnheer Bouckaert, niet iedereen heeft een das als de uwe. (Gelach. Applaus bij Groen)

Boudewijn Bouckaert

Ik bedoel dat het voor mevrouw Meuleman niet geestig zou zijn daar als een passieve toeschouwer te moeten staan luisteren naar een debat dat zich hier over deze nota ontwikkelt. Mijn vraag is dan ook eerlijk bedoeld. Wat is de systematiek van deze vergadering?

Stellen we hier nog verder vragen over de nota? Houden we een debat over de nota of laten we het eerder gestarte debat verder lopen? Ik heb zelf ook een aantal vragen over die nota. Verschuiven we de technische vragen over de nota naar de commissie? Indien we dat niet zouden doen, zou ik ook een aantal vragen willen stellen.

De voorzitter

Mijnheer Bouckaert, u kunt uw vragen uiteraard vandaag al stellen. Ik zal u in de loop van de vergadering de kans geven minister Smet uw vragen voor te leggen.

Boudewijn Bouckaert

Dat is goed.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, indien ik het goed heb begrepen, hebt u zonet verklaard dat in de pers is verschenen dat de begroting voor de capaciteit in 30 miljoen euro voorziet. Wij, leden van het Vlaams Parlement, en de pers hebben dat blijkbaar niet goed gelezen. Eigenlijk is in de begroting in nog veel meer geld voorzien.

U hebt dit vervolgens uitgelegd. Naast dat bedrag van 30 miljoen euro, gaat het ook nog om 1,6 miljoen euro aan recurrente uitgaven en om een onderbenutting van 7,5 miljoen euro.

U komt zo op 39,1 miljoen euro. Dat cijfer vinden wij nu ook terug in de nota. Daarover gaat de verdeling. Conclusie: er is niet één extra eurocent voor capaciteit bijgekomen op dit moment. Dat vind ik een groot probleem. Er is niets extra’s vandaag, terwijl de regering vorige week nog bekendmaakte dat er op de rekening 2012 240 miljoen euro overschot is. Minister-president, vindt u de capaciteitsnoden dan niet groot genoeg om een deel van dat overschot toch te investeren in scholenbouw?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik weet dat de begroting technisch is en dat dat moeilijk is om te begrijpen. (Opmerkingen)

Dat is echt, echt niet bedoeld met gelijk welke achtergrond. Ik wil alleen zeggen dat een begroting jaarlijks is, en dat een overschot in 2012 niet kan worden aangewend in 2013. Als je dat wel doet, heb je een uitgave in 2013, en die wordt aangerekend in 2013. In het bedrijfsleven kun je dat anders doen. Daarom zeg ik het, en ik heb geen enkele andere bijbedoeling. In het bedrijfsleven kun je het overschot, de winst in een bedrijf, reserveren voor een uitgave het jaar daarna. Wij kunnen dat niet doen vanwege Europa, de ESR-begroting en het Rekendecreet. Ik wou dat zeggen, en zeker niet met de bedoeling te suggereren dat het moeilijk te snappen is als je het bekijkt vanuit een meerjarenperspectief.

De voorzitter

De heer Van Mechelen heeft het woord.

Dirk Van Mechelen

Minister van Begroting, ik vind het niet erg als u technisch wordt. We kunnen u nog altijd volgen. Maakt u zich geen zorgen. Maar de monitoring van de begroting 2012 start normaal vanaf de maand oktober. Vanaf oktober krijgt u nota’s van de administratie van het departement Financiën. Daarin wordt minutieus de stand van de uitgaven en ontvangsten bijgehouden, zodanig dat u al in oktober zicht krijgt op de uitvoering van de begroting 2012. Het kan gebeuren, en ik spreek uit ervaring, dat je een slag om de arm houdt om een potje te reserveren voor dossiers die nog uit de kast vallen. Maar als u vandaag aan mij komt zeggen dat u in oktober, november, december geen enkele maatregel hebt kunnen nemen om een budget van 50 tot 100 miljoen euro vrij te maken exclusief voor het capaciteitsprobleem in de scholen, dan moet ik u zeggen, minister van Financiën en Begroting, dat u uw job niet goed gedaan hebt en dat u zich ofwel hebt laten misleiden of dat u tekort bent geschoten. (Applaus bij de oppositie)

Mijnheer Van Mechelen, u had als minister van Financiën en Begroting in het verleden onderbenuttingen van ongeveer 1 miljard euro op bepaalde aspecten. Ik wil dit in verhouding zien. Wij eindigen op minder dan 1 procent naast de begroting. Ik heb de monitoring gekregen en gevolgd. Wij hebben gedaan wat we konden binnen de begroting zoals ze is goedgekeurd door dit Vlaams Parlement. Met de monitoring van december in de hand hebben we nog een aantal maatregelen genomen. Mijnheer Van Mechelen, u zegt dat ik misleid ben. Wij gaan af op de informatie die we krijgen en op dezelfde methodiek zoals u deed. Ik kan u zeggen dat wij in eer en geweten beslissingen hebben genomen. Wij hebben dat gisteren in de commissie toegelicht. Ik begrijp dat we dat volgende week in de commissie in detail zullen bespreken. Ik wil die discussie graag verder met u voeren.

Dirk Van Mechelen

Ik geef drie cijfers uit uw eigen nota, die we gisteren ter beschikking hadden voor de discussie. Bij de onderbenutting van de uitgavenkredieten kwamen er belangrijke sommen vrij bij de instellingen: er werden voor 49,7 miljoen euro meer ontvangsten gerealiseerd – dat weten we in november, december – bij het Zorgfonds; er werd 8,3 miljoen euro extra reserve opgebouwd; bij de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM), waar er bijna geen activiteiten meer zijn, is er een verbetering van 27,2 miljoen euro. Waarom hebt u die middelen niet geactiveerd?

Mijnheer Van Mechelen, ik denk dat er in datzelfde document ook enkele externe eenmalige tegenvallers staan vermeld. Daarvoor moeten we natuurlijk ook een oplossing vinden.

Op 20 december 2012 hadden we nog een monitoring. Tussen 20 december 2012 en januari 2013 hebben wij vanuit de instellingen extra informatie gekregen, die maakt dat er de facto een overschot van 240 miljoen is.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele

Voorzitter, ik weet niet of het capaciteitsprobleem in het onderwijs belangrijk genoeg is voor de Open Vld om het debat daarover verder te zetten? Er is gisteren in de commissie afgesproken dat het debat waar u het over hebt, volgende week zal worden gevoerd in de commissie. En u wilt nu opeens de scope verleggen? U vraagt respect voor de oppositie, wij vragen respect voor het parlement. (Opmerkingen van de heren Eric Van Rompuy en Lode Vereeck).

Dirk Van Mechelen

Sorry, dat het u stoort, collega, sorry dat het u stoort. Maar dit zijn de cijfers.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Ik zou het volgende willen zeggen als voorzitter van de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting. Ik heb gisteren van de oppositie gehoord dat zij vinden dat deze Vlaamse Regering onvoldoende structureel bespaart. Open Vld heeft een heel jaar lang, net zoals de heer Vereeck, voorspeld dat het evenwicht niet zou worden behaald, dat er tekorten zouden zijn en gezegd dat we onvoldoende provisies hadden aangelegd, dat we moeten buffers aanleggen en dat we structurele besparingen moeten doorvoeren. Nu voeren we hier vandaag de discussie over de capaciteit van het onderwijs, en nu hoor ik de heer Van Mechelen zeggen dat we 100 miljoen euro hadden moeten vrijmaken.

Men moet een beetje intellectueel en politiek consistent zijn. Ik denk dat dat pure oppositiepraat is en dat de discussie die we nu hier voeren, een discussie te gronde is. Maar dat koppelen aan de begrotingspolitiek van de Vlaamse Regering 2012 is intellectueel niet eerlijk, mijnheer Vereeck. (Opmerkingen van de heren Dirk Van Mechelen en Lode Vereeck)

De voorzitter

Neen, neen, neen. Ik stop ermee. Ik stop ermee.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, jaar na jaar weten we nu al dat er een tekort is aan plaatsen, en dat we nauwelijks elk kind naar school kunnen sturen in Vlaanderen. En als we ze naar school sturen, moeten ze vaak van de ene kant van de stad naar de andere kant van de stad naar school omdat er in de school van hun buurt geen plaats meer is. Dan vind ik dat we verplicht zijn om meer te investeren in schoolinfrastructuur.

Betekent dit dat we het evenwicht moeten loslaten en de buffers moeten opgebruiken? (Opmerkingen van de heer Eric Van Rompuy)

Neen, mijnheer Van Rompuy, dat is niet wat ik gezegd heb, dat kan iedereen nalezen in het verslag. Dat betekent dat we andere keuzes hadden moeten maken met deze Vlaamse Regering, omdat de keuzes die we nu maken niet eens garanderen dat we elk kind een plaats kunnen beloven op school. (Opmerkingen van mevrouw Gerda Van Steenberge. Applaus bij Open Vld)

Dirk Van Mechelen

Ik vind dit een persoonlijk feit: de voorzitter van de commissie misbruikt zijn gezag. Hij misbruikt zijn gezag. (Opmerkingen)

Ik wist dat minister Smet zijn betoog ging beginnen met het zinnetje “Ik heb ervoor gezorgd dat elk kind een plaats had op school, en ik zal daar ook voor zorgen in 2013.” Hij heeft dat inderdaad gezegd. Hij zegt dat elke keer, bij elk capaciteitsdebat.

Ik heb daar toch wel een aantal bedenkingen bij. Ten eerste hebben vooral veel steden en gemeenten en scholen zelf ervoor gezorgd, met beperkte ondersteuning, te beperkte ondersteuning van de Vlaamse Regering, dat elk kind een plaats had op school. Hoe hebben ze dat gedaan? Ze hebben stoeltjes bijgezet, ze hebben lokalen omgebouwd tot klasjes – soms een stukje turnzaal, soms een schoonmaaklokaal –, ze hebben creatieve oplossingen gezocht via bubbelklasjes, ze hebben containers waarvan de houdbaarheidsdatum al lang was overschreden, nog laten staan. Zo hebben ze het gedaan, omdat er te weinig middelen waren vanuit de Vlaamse Regering zelf.

Een tweede bedenking, minister: het is toch de evidentie zelf dat we er vanuit Vlaanderen voor zorgen dat elk kind vorige september, volgende september, en alle toekomstige septembers, een plaats heeft op school. Het is toch een absolute kerntaak voor de overheid om ervoor te zorgen dat elk kind naar school kan. Dat we daar nu al zo lang over discussiëren, betekent dat we voor deze kerntaak, zoals voor andere kerntaken die voor ons van essentieel belang zijn – op het vlak van welzijn en de wachtlijsten daar ­– onvoldoende middelen uittrekken.

Dat betekent één ding voor mij, minister: we moeten de begrotingsopmaak serieus overdoen. We moeten andere keuzes maken en andere prioriteiten leggen om op een deftige manier te kunnen voldoen aan de kerntaken van Vlaanderen. (Applaus bij Groen en Open Vld)

De voorzitter

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Kathleen Deckx

Mevrouw Meuleman, u had verwacht dat de minister onmiddellijk zou zeggen dat hij voor voldoende plaatsen zou zorgen. Heeft hij dat dan niet gedaan? (Opmerkingen van mevrouw Elisabeth Meuleman)

Kent u één kind dat op dit moment geen plaats heeft in een school? Kunt u een naam noemen?

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mevrouw Meuleman, ik wil een bemerking maken bij uw discours. Los van de capaciteitsproblematiek weet u toch wel dat de investeringen in schoolgebouwen nooit voor de volle 100 procent van de Vlaamse overheid komen? Bij het vrij, het stedelijk en het provinciaal onderwijs treedt de Vlaamse overheid op als subsidiërende overheid. Het schoolbestuur moet vanuit zijn opdracht als schoolbestuur met middelen over de brug komen. (Opmerkingen van mevrouw Elisabeth Meuleman)

Ik wil niet dat u het beeld ophangt dat enkel en alleen Vlaanderen investeert. Schoolbesturen doen dat ook.

Irina De Knop

Mevrouw Deckx, natuurlijk kunnen we zulke kinderen opnoemen. Uiteindelijk heeft elk kind misschien wel een stoel gevonden, maar was dat in de eigen gemeente? Of hoeveel kilometer was dat van zijn of haar huis? Was dat in het net van de keuze van de ouders? Daar spreken we veel te weinig over! Ik vind dat een fundamenteel element! Dat is de vrije keuze. Dat is een basisbeginsel in Vlaanderen. Maar we spreken daar niet meer over, we zijn allang blij als we een plaats vinden binnen 5 kilometer van onze woning, als we in de stad wonen.

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Mijnheer Van Dijck, dat is een interessant thema, dat Vlaanderen niet voor 100 procent financiert. Uw partijgenoot, minister Bourgeois, heeft echter op de financiële toestand van de gemeenten gewezen. Daarmee komen we bij het grote probleem van het gemeentelijk onderwijs. Ik snap heel goed dat er momenteel te weinig middelen zijn en dat er capaciteitsproblemen zijn.

Maar maak vandaag maar eens een meerjarenplanning als gemeente. Dat is een gigantisch probleem voor de gemeenten met gemeentelijk onderwijs. Het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn) geeft zelfs niet door wanneer men de overheidsmiddelen zal ontvangen. Zelfs al is dat pas binnen twaalf jaar, AGIOn zou dat moeten meedelen, dan kunnen we het over meerjarenplanning hebben. Het wordt hoog tijd dat de gemeenten eens kunnen gaan plannen.

De voorzitter

De heer Wienen heeft het woord.

Wim Wienen

Het kan zijn dat niet alle kinderen een plaats gevonden hebben in de gemeente of het net van hun keuze. Mevrouw De Knop, ik snap u niet goed. Waarom hebt u er dan niet voor gezorgd dat het Inschrijvingsdecreet niet werd goedgekeurd? Dan hadden we dat probleem niet gehad. (Opmerkingen van mevrouw Elisabeth Meuleman)

Hadden we in het verleden geen minister gehad die het nodig vond om een GOK-decreet te maken, dan hadden we dat probleem ook niet gehad. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mijnheer Van Dijck, uiteraard weet ik dat de scholen zelf een deel moeten financieren. Hoeveel scholen staan er precies op de wachtlijst die hun deel van de koek klaar hebben maar waar de Vlaamse overheid niet over de brug kan komen? Hoe lang zijn de wachtlijsten precies? Daar zit het probleem absoluut niet.

Naast het aanbieden van een plaats is er nog het recht op de vrije schoolkeuze, dat is een grondwettelijk recht. Ouders moeten in principe de school kunnen kiezen naar overtuiging, levensbeschouwing en locatie. Hoe ver zijn we daar niet vandaan? Hoe fundamenteel komt dat niet al jaren lang in het gedrang? Kinderen moeten ofwel naar een school waarvan ze de levensbeschouwing niet echt delen, ofwel moeten ze kilometers ver van huis naar de andere kant van de stad gaan, met alle problemen van dien inzake mobiliteit en de combinatie van school, werk en gezin. Dat is geen goed beleid.

Jaar na jaar voeren we op zeer korte termijn een ad-hocbeleid, en dat is onwerkbaar voor scholen, inrichtende machten, en steden en gemeenten. Minister, u hebt gezegd: “We zien wel bij de begrotingscontrole.” U hebt dat hier ook herhaald. We zijn zelfs drie maanden vroeger, en daar bent u nog fier op ook. De vorige keer wist men het ook maar in mei en is men er toch in geslaagd om in september voldoende plaatsen te creëren. Ja, door veel goodwill van scholen en steden. Misschien doen ze dat één keer, twee keer en zelfs drie keer, maar het is niet werkbaar voor de komende jaren. Er is dus nood aan een meerjarenplan.

Minister, u zegt dat er 112 miljoen euro nodig is, maar dat dat niet voor volgend jaar is, maar voor een aantal komende jaren. Wel, hoe zit het dan met dat budget voor die komende jaren? Vraagteken, vraagteken, vraagteken! Zullen de steden en gemeenten en de scholen daar ook zicht op krijgen? Want dat is wel belangrijk. Neen, we denken nog steeds op de termijn van één jaar om te kunnen voldoen aan de plaatsen die er tekort zijn.

Mijnheer De Wever, ik deel de verontwaardiging over het politieke spelletje van mevrouw Kherbache dat hier is gespeeld. De N-VA maakt inderdaad deel uit van de Vlaamse Regering. Al jaren na elkaar wordt het capaciteitsprobleem en het gebrek aan financiële middelen om dit op te lossen in het Vlaams Parlement aangekaart. Misschien was u hier te weinig om daarvan op te hoogte te zijn. Maar om nu te zeggen dat Pascal Smet extra geld voor Antwerpen tegenhoudt omdat de N-VA er de burgemeester levert en de socialisten niet meer in de meerderheid zitten, wie gelooft dat? Alsof minister van Begroting Muyters heeft gezegd, hier, ik heb hier wat extra geld voor scholenbouw en capaciteit in Antwerpen, en minister Smet zou dat hebben durven tegen te houden. Mijnheer De Wever, maak dat de ganzen wijs. Dat was er echt over. (Applaus bij Groen en Open Vld)

Mijn besluit: Groen heeft geen zin om in het Vlaams Parlement vanaf nu wekelijks de gemeenteraad van Antwerpen dunnetjes over te doen. We zijn het er, over de partijgrenzen heen, over eens dat het een plicht is om een plaats op school te kunnen bieden voor elk kind. Goed basisonderwijs in de eigen buurt is iets waar we allen, los van ideologie, naar streven maar waar we nu mijlenver vanaf staan. Laten we dringend middelen vrijmaken om ervoor te zorgen dat elk kind dat in Vlaanderen wordt geboren er ook op een kwaliteitsvolle manier naar school kan gaan. (Applaus bij Groen en Open Vld)

De voorzitter

De heer Wienen heeft het woord.

Wim Wienen

Voorzitter, collega’s, ik heb spijt dat de minister-president niet meer aanwezig is. Met zijn tactisch spelletje en zijn non-beslissing van vandaag is hij er toch enigszins in geslaagd dit debat volledig in de vernieling te rijden, waardoor de vragen die moeten worden gesteld, nu niet meer worden gesteld.

Minister, ik heb de conceptnota even doorgenomen, en ik ben er niet echt van onder de indruk. U hebt gezegd dat u in de begroting 2012 30 miljoen euro extra middelen zult uittrekken voor capaciteit onderwijs. Nu komt u hier aan met een nieuwe beslissing. Een beslissing die blijkbaar tijd nodig had om te kunnen worden genomen, want ze is meermaals op de tafel van de regering gekomen en er meermaals ook terug af gegaan. Ik vraag me af wat daarvan de reden was. Misschien kunt u dat straks even uitleggen. Dat men in amper drie dagen tijd toch een beslissing kan nemen, vind ik een eigenaardige gang van zaken.

Wat deze bijkomende middelen betreft, kan ik enkel vaststellen dat het geen bijkomende middelen zijn. Als we spreken over 7,4 miljoen euro die in deze nota is vervat, dan stel ik vast dat de onderbenutting is weggeslagen, en niet meer dan dat. Antwerpen krijgt 20 miljoen euro terwijl de noden 51 miljoen euro waren. Ik vraag me af – en ik kijk naar de heer De Wever – of dat met 20 miljoen euro kan worden beredderd in Antwerpen. Vraag even aan de heer Marinower hoever hij staat, en dan kunt u me daar straks een antwoord op geven.

Anders heeft men in de media ook politieke spelletjes gespeeld door te zeggen dat men in Antwerpen 51 miljoen euro nodig heeft, terwijl het misschien met 20 miljoen euro kan worden opgelost. Dat wil ik graag vernemen.

Ik kan eigenlijk kort zijn over dit notaatje dat is afgescheiden door de Vlaamse Regering. Dit is een hoopje voluntarisme, een hoopje peptalk, niet meer dan dat. Er zijn geen extra middelen. Op een moment dat iedereen over de partijgrenzen heen zegt dat het zo belangrijk is dat alle kindjes naar school kunnen gaan en dat er voldoende capaciteit moet zijn voor alle kindjes, is het toch wel schrijnend te moeten vaststellen dat alle middelen uit het budget van Onderwijs moeten komen. Er is geen enkele mogelijkheid om binnen het budget middelen uit te trekken voor die inhaalbeweging inzake capaciteit.

Ik herinner me de vorige regering-Peeters, toen die met die DBFM-constructies en -operaties (design, build, finance and maintain) op de proppen kwam. Daarmee ging men tegen 2016, dat is over drie jaar, meer dan tweehonderd scholen bouwen. Ik stel vast dat er met dat systeem nog geen enkele school is gebouwd. Wanneer u die tweehonderd scholen tegen 2016 wilt halen, dan zult u zich moeten reppen. Dit is natuurlijk een verhaal van too little, too late. Dat is de enige vaststelling die we kunnen maken.

Ik vind dit een schandalige houding van deze Vlaamse Regering. We weten allemaal dat onderwijs heel belangrijk is en dat het van groot belang is dat alle kinderen naar school kunnen gaan. Het is dan ook erg vast te stellen dat naast het budget Onderwijs geen enkele minister middelen veil heeft om die inhaalbeweging te maken. Ik heb daar mijn bedenkingen bij. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer De Wever heeft het woord.

De heer Wienen heeft me een vraag gesteld, en ik zou daar graag op antwoorden, met uw goedvinden.

Ik heb intussen contact genomen met de collega’s van ’t Schoon Verdiep. Ik wil de Antwerpse gemeenteraad hier niet overdoen. Er is echter gevraagd hoe de Antwerpse meerderheidspartijen zullen reageren op de middelen die in Antwerpen worden toegewezen en hoe wij met die situatie aan de slag zullen gaan.

Enerzijds zijn wij verheugd maar anderzijds zijn wij ook bezorgd. We zijn verheugd omdat er duidelijkheid is en omdat we nu weten in welk stuk we spelen voor 2013. We zijn ook blij met de verdeelsleutel van de voorziene extra 39 miljoen euro voor scholenbouw. De Vlaamse Regering heeft daarbij duidelijk verdeeld op basis van de objectieve noden. Ik weet dat dat niet evident is want als er een koek is, begint iedereen daaraan te trekken. Hier heeft echter de objectieve parameter het gehaald. Dat vertaalt zich in 20,6 miljoen euro voor Antwerpen, waar de noden zeer hoog zijn. Dat is niet alleen dit jaar, dat was ook de vorige jaren het geval toen er met kunst- en vliegwerk is gewerkt. En dat zal ook de volgende jaren zo blijven. Dit is een gigantische uitdaging waar we allemaal ooit mee geconfronteerd zijn of zullen worden.

Anderzijds zijn we ook bezorgd want we hebben op duidelijkheid moeten wachten. Op een bepaald moment werden zelfs retorische antwoorden gegeven op vragen die journalisten stelden om de zaken te doen vooruitgaan. We hebben lang moeten wachten. Ik ga ook niet verbergen dat wij hadden gehoopt op iets meer. Wij hebben er alle begrip voor dat de budgettaire situatie nergens eenvoudig is en wij onderschrijven de noodzaak om het budget in evenwicht te houden. Extra geld is dus geen evidentie. Het budgettair evenwicht is klaar en duidelijk ondubbelzinnig vastgelegd is in het regeerakkoord. Dat wisten we en steunen we.

Er is op gewezen dat ik de onderwijsbegroting mee heb goedgekeurd. Ik heb inderdaad niet de gewoonte om het parlement te ontvluchten wanneer er moeilijke stemmingen moeten gebeuren. Ik heb dat gedaan in eer en geweten. We weten dat het budget heel krap is en dat het geld ergens vandaag moet komen. Wij blijven hopen op meevallers tijdens de budgetcontrole, maar we weten dat we daar absoluut niet zeker op kunnen rekenen.

We hadden ook gehoopt dat de tijdsduur waarmee die beslissing gepaard ging, te maken had met de eventuele zoektocht naar extra middelen via herschikking binnen de bestaande budgetten. Die hoop was gevoed door het antwoord op parlementaire vragen hierover die in september vorig jaar al in de bevoegde commissie van dit parlement werden gesteld en waarop hoopgevende antwoorden waren gegeven.

We weten nu waar het op aan is gekomen: de inspanning van de herschikking zal voor 2013 9 miljoen euro bedragen, boven op de 30 miljoen euro die de Vlaamse Regering eerder al had vrijgemaakt. Dat is samen 39 miljoen euro. 20,6 miljoen euro voor Antwerpen: ik steek niet weg dat wij daarmee niet alles kunnen honoreren wat wij van plan zijn en wat ook door de vorige meerderheid op touw is gezet in Antwerpen.

Ik heb voor deze zitting uitgebreid contact gehad met de Antwerpse onderwijsschepen, Claude Marinower. Hij heeft gisteren op de gemeenteraad uitgelegd dat hij met de taskforce capaciteit, waarin alle netten vertegenwoordigd zijn, en met de vertegenwoordigers van het stedelijk onderwijs, waarvan de stad wel de inrichtende macht is, de nodige voorbereidingen heeft getroffen om onmiddellijk aan de slag te gaan zo gauw er duidelijkheid zou komen over … (Opmerkingen van de heer Marino Keulen)

De voorzitter

Is er enige beperking op de manier waarop men hier een betoog houdt? Als mensen voorlezen, lezen ze voor. Dat doen collega’s van u toch ook? Het is de heer Wienen die een vraag heeft gesteld.

Ik krijg geregeld kritiek op mijn niet overdreven aanwezigheid en activiteit in dit parlement. Ik denk dat die kritiek terecht is. Ik hoop dat ik nu geen kritiek krijg op het feit dat ik hier eens ben en ook effectief een betoog houd, hoe uniek het ook is. De situatie noopt daartoe. Ik ben hier ook al door zowat elke spreker aangehaald en zelfs aangeklaagd. Dus sta me even toe om dit even af te werken, ik ben er bijna doorheen. Ik wil dat inderdaad ook zorgvuldig doen.

Schepen Marinower heeft dus alle voorbereidingen getroffen om onmiddellijk aan de slag te gaan zo gauw er duidelijkheid zou komen over het budgettaire plaatje voor 2013. Dat is dus vanaf nu. We zullen vrijdag op het schepencollege al een eerste toelichting krijgen.

Laat het dus duidelijk zijn dat Antwerpen zijn verantwoordelijkheid zal opnemen. De stad is niet de overheid die de scholenbouw moet financieren, buiten de scholen van het eigen net, waar we subsidies voor krijgen. Ik wil dus de illusie dat wij voor alles verantwoordelijk zouden zijn, van de hand wijzen. De middelen die de stad zal moeten verzamelen, zullen altijd besteed worden als een prefinanciering. Laat dat heel duidelijk zijn.

Met dien verstande zal de Antwerpse meerderheid aan de slag gaan, in de hoop dat alle partijen, ook hier aanwezig, hun constructieve medewerking willen verlenen voor dit probleem in Antwerpen en de rest van Vlaanderen. Het is immers ondenkbaar dat wij, waar dan ook, kinderen geen plaats kunnen geven op school. Voor de grootste stad van Vlaanderen is dat dubbel onaanvaardbaar, omdat het bij ons ook de motor is van de stadsvlucht die het maatschappelijke weefsel ernstig ondermijnt, niet alleen in de stad, maar overal. Dat is een van de belangrijkste problemen waar wij voor staan. Het is een probleem dat ons allemaal aangaat en dat wij hopelijk strak voor ogen willen houden.

Wim Wienen

Ik ben tevreden met het uitgebreide antwoord van onze goede collega De Wever. Hij zegt dat hij wel blij is met de middelen die nu richting stad Antwerpen gaan, maar dat het nog onvoldoende is. Dat kunnen we duidelijk concluderen uit zijn antwoord.

Meer nog, hij geeft deze Vlaamse Regering een schot voor de boeg, wanneer hij het heeft over het bekijken van de objectieve noden. De heer De Wever is dus al de begrotingscontrole aan het voorbereiden, die er zit aan te komen. De middelen die deze regering nu heeft uitgetrokken, zijn ondermaats om het capaciteitsprobleem in heel Vlaanderen aan te pakken. Als alle ministers halsstarrig blijven weigeren om ook op andere departementen te kijken of er bijkomende middelen kunnen worden vrijgemaakt voor dit capaciteitsprobleem, zul je de realiteit altijd achterna blijven hollen.

De voorzitter

Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Ik lees in de nota dat bij de opmaak van de begroting vanwege de budgettaire situatie geen akkoord kon worden bereikt voor de volledige invulling. De minister zei daarnet zelf dat de begrotingscontrole wordt afgewacht om, wanneer dat nodig zou zijn, nog verder te objectiveren, uit te breiden en middelen te zoeken.

Welnu, minister, u hebt net uw antwoord gekregen van de burgemeester van Antwerpen, collega De Wever. Hij heeft duidelijk gesteld dat hij bezorgd is over de situatie in Antwerpen. Hij kondigt nu al aan dat het niet voldoende is. Hij is blij met een stap in de goede richting, maar hij hoopt ook op een herschikking van middelen binnen uw Vlaamse Regering, die al sinds september of oktober zou zijn aangekondigd.

En dus herhaal ik mijn vraag die ik ook al in de commissie heb gesteld: hoe zal de Vlaamse Regering dat doen? Wij hebben als Open Vld heel duidelijk gesteld dat het belangrijk is om een budgettair evenwicht te hebben, maar even vaak hebben wij al aangehaald dat deze Vlaamse Regering zich bezondigt aan spielereien, dat ze er niet meer in slaagt de kerntaken van de bijzaken te onderscheiden.

Als zelfs de burgemeester van Antwerpen hier bevestigt dat er meer nodig zal zijn, dan vraag ik me af hoe u dit zult doen.

Ik verwijs ook naar een suggestie van de CD&V in de commissie. De heer De Meyer zei dat het gratis vervoer voor 65-plussers daarvoor in aanmerking zou kunnen komen. Als dat een verschuiving van de budgetten van minister Crevits naar die van u betekent, minister, dan steunen wij u daarin. Het Vlaams Energiebedrijf is nog zo’n zaak. Er zijn allerlei punten die nog mogelijkheden in zich houden. Ik had graag van deze Vlaamse Regering een antwoord gekregen op mijn vraag waar er nog ruimte is om te schuiven bij een begrotingswijziging.

Lode Vereeck

Ik dank de heer De Wever voor de mededeling van het Antwerps stadsbestuur, maar ik ben er eigenlijk niet veel wijzer van geworden. Aan de ene kant zegt hij dat het te weinig is wat hij krijgt, aan de andere wil hij absoluut een evenwichtsbegroting.

Minister Muyters, u hebt dit waarschijnlijk ook gevolgd: bij de begrotingscontrole moet u op zoek naar een kleine 500 miljoen euro. Ik zie niet onmiddellijk nog veel rek om er nog veel meer mee te doen.

Mijnheer De Wever, u hebt gezegd dat u absoluut het burgemeesterschap wilt combineren met het de functie van parlementslid om te kunnen wegen op Brussel. In welke mate zult u nu wegen op deze beslissing? Bent u tevreden met de beslissing? Steunt u de beslissing van de Vlaamse Regering of gaat u die de komende tijd weer aanvallen?

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, ik hoorde de heer De Wever zeggen dat het wel wat meer mocht zijn. Dat lijkt me absoluut een understatement, want het is dik te weinig. Wat veel erger is, is dat de heer De Wever klaarblijkelijk zal wachten op meevallers, en dat in een dossier waarin we worden geconfronteerd met een uitslaande brand als het gaat over de capaciteitsproblemen in het onderwijs.

Mijnheer De Wever, u moet kunnen aanvaarden dat ‘het spel’ ondertussen afbrandt omdat er niet wordt geblust.

En zo kom ik naadloos op het voorstel van de heer Van Mechelen van daarjuist. Hij zei dat op het einde van vorig jaar naar aanleiding van de monitoring bleek dat er mogelijkheden waren. Dat heeft zich daarna ook voltrokken met het bedrag dat we vandaag kennen. Mits wat creativiteit was die meevaller er al geweest, mijnheer De Wever, en hadden we al voor een eerste keer kunnen blussen.

Ik had mijn tekst redelijk goed voorbereid omdat die ook afgestemd werd op andere collega’s, en dan moet je precies praten. Ik heb dus het voordeel dat ik de tekst kan citeren en ik heb letterlijk gezegd: “We moeten niet rekenen op meevallers.” Voor de ene keer dat ik hier iets zeg, hebt u blijkbaar het omgekeerde gehoord.

De voorzitter

De heer Dewinter heeft het woord.

Voorzitter, ik sta toch enigszins versteld van de januskop van Bart De Wever. Spreekt hij nu als partijvoorzitter van N-VA of als burgemeester van Antwerpen? Ik heb gisterenavond in de gemeenteraad van Antwerpen de kabinetschef van premier Di Rupo en de fractieleider van de sp.a bezig gehoord, mevrouw Kherbache. Zij verweet de N-VA aan de hand van data, feiten en citaten uit verslagen van de ministerraad, dat het uitgerekend ministers Muyters en Bourgeois van de N-VA zijn, die in de Vlaamse Regering de verhoging van de budgetten voor onderwijs de voorbije jaren hebben tegengehouden.

Nu zou ik wel eens willen horen uit de mond van de minister van Onderwijs, een socialist, in hoeverre dat klopt. Zijn de woorden die Kherbache heeft uitgesproken en die hebben geleid tot een heel bitse ruzie tussen de Antwerpse burgemeester en de fractieleider van sp.a, waar? Is het de N-VA die in de Vlaamse Regering de verhoging van de budgetten heeft tegengehouden?

Indien dat zo is, dan klinken de opmerkingen van de burgemeester van Antwerpen toch wel bijzonder hypocriet, want dan zijn het uitgerekend de ministers van zijn partij die in de Vlaamse Regering de verhoging van de budgetten niet hebben toegelaten. Waarom pleiten voor meer geld voor Antwerpen terwijl de eigen partij het extra geld in de Vlaamse Regering tegenhoudt? Laat de socialistische minister van Onderwijs daar eens een concreet en duidelijk antwoord op geven.

Minister, u weet wat Kherbache gezegd heeft. Ze had alle informatie, alle data en feiten van u. Bekent u nu eens kleur door te herhalen wat uw fractieleider in de gemeenteraad van Antwerpen gisteren heeft gezegd. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Mijnheer Dewinter, in welke hoedanigheid ik spreek, is een mysterie van mijn geloof, maar ik kan alleen maar zeggen wat ik hier heb gezegd. Ik heb gezegd dat we absoluut voor een begrotingsevenwicht zijn. Ik heb de onderwijsbegroting mee goedgekeurd. Ik ben daar niet voor gaan lopen. Ik wist wat er aan de orde was, maar wij hoopten op een herschikking binnen de bestaande begroting. Die twee zaken zijn perfect met elkaar te verenigen. Er is trouwens 9 miljoen euro vrijgemaakt op die begroting. Het enige wat ik heb gezegd, is dat dit niet voldoende is om alles te honoreren wat we op stapel hebben staan. Dat weet iedereen. Dus zullen we met die realiteit in Antwerpen aan de slag gaan. Dat lijkt me vrij ondubbelzinnig.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer

Van de gemeenteraad van Antwerpen terug naar Vlaanderen. (Opmerkingen van de heer Bart De Wever)

Mijnheer De Wever, ik heb een beroep gedaan op het reglement om de voorzitter te vragen dat men me niet zou onderbreken.

Voorzitter, ik ben een tevreden man. Na mijn jarenlange woestijntocht zonder volgelingen om meer aandacht te vragen voor onderwijsinfrastructuur, heb ik eindelijk veel volgers. Dat betekent zeker nog niet dat alle problemen opgelost zijn, integendeel. Uit de prognoses van het Federaal Planbureau van de demografische evolutie in Vlaanderen blijkt dat het aantal kinderen dat de leeftijd heeft om naar het kleuteronderwijs en het lager onderwijs te gaan, in de periode 2005-2020 met gemiddeld 16 procent zal stijgen. Boven op die gemiddelde demografische evolutie stellen we in een aantal stadskernen een herbevolking vast. De capaciteitsproblematiek was in 2010 al min of meer acuut in de steden Antwerpen, Gent, Halle, Vilvoorde en Brussel. In 2011 werden 29 gemeenten bevraagd, namelijk de 5 steden die eerder aan bod kwamen en 24 ‘nieuwe’ kandidaten. In 2011 werden capaciteitsmiddelen toegewezen aan Brussel, Gent en Antwerpen. In 2012 maakte de Vlaamse Gemeenschap geld vrij voor capaciteitsinvesteringen in Brussel, Antwerpen, Gent, Mechelen, Leuven, Roeselare en Sint-Niklaas.

Sinds 2012 wordt erkend dat het probleem zich niet beperkt tot 29 gemeenten. Uit de beschikbare prognoses blijkt dat heel Vlaanderen zal worden geconfronteerd met een te kleine onderwijscapaciteit in verhouding tot het aantal kandidaat-leerlingen voor het basisonderwijs, maar het probleem is op dit ogenblik wel acuter in stedelijke centra. De periode 2010-2012 werd gekenmerkt door een opeenvolging van ad-hocoplossingen per jaar. Lokale taskforces dienden lijsten met investeringsdossiers in om de capaciteitsproblematiek in hun gemeenten te verhelpen. De capaciteitsmiddelen vertonen de jongste jaren een duidelijk stijgende trend. De minister heeft er al op gewezen: in 2010 was er 12 miljoen euro, in 2011 26,2 miljoen euro en in 2012 31,1 miljoen euro. In 2013 is er nu al sprake van 39 miljoen euro en ik heb begrepen dat er bij de begrotingsaanpassing mogelijk nog geld kan worden vrijgemaakt.

Het is duidelijk dat het gebrek aan zekerheid over de te besteden middelen tot nu toe een ernstige rem was op een duurzame en breed gedragen oplossing voor de capaciteitsproblematiek. Tot 2012 was de aanpak veeleer fragmentarisch. Het aanvoelen is dat de grenzen van het huidige systeem daadwerkelijk zijn bereikt. Het is bijzonder nuttig om te monitoren wat er specifiek is gebeurd met de capaciteitsmiddelen van de voorgaande jaren, net als de evolutie van de capaciteit per instelling en per vestigingsplaats in de capaciteitsregio’s. Het verrast me enigszins dat deze gegevens voor 2010-2011 zelfs nog niet volledig beschikbaar zijn.

Momenteel tracht de Vlaamse Regering in moeilijke budgettaire omstandigheden meer geld vrij te maken. Zoals alle leden heb ik begrepen dat dit ondertussen ook is gebeurd.

Heel de capaciteitskwestie moet worden bekeken tegen de achtergrond van de enorme achterstand die de Vlaamse Regering heeft opgelopen bij het goedkeuren van subsidieaanvragen voor investeringen in schoolinfrastructuur. Om duurzame oplossingen te vinden voor de scholenbouw is het essentieel dat men vermijdt oplossingen te kiezen die een substantieel kortere levensduur hebben en bijna net zo veel kosten, of oplossingen met te grote overheadkosten. In een schaarsteperiode moeten middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet, in het licht van een duurzame langetermijnvisie.

De werkingstoelagen in het vrij gesubsidieerd onderwijs zijn amper toereikend om een investering betaald te krijgen die aan 60 of 70 procent door de Vlaamse Gemeenschap gesubsidieerd wordt. De zwakke financiële basis van het vrij gesubsidieerd onderwijs is een algemeen gegeven en een handicap in de capaciteitsuitdaging.

Capaciteit zal geen louter grootstedelijk probleem blijven. Er worden ook capaciteitsproblemen in andere gemeenten gesignaleerd, zoals Sint-Katelijne-Waver, Wervik, Herent, Oudegem en Tielrode. Ik kan er nog een aantal opnoemen. Collega’s, als we de toestand niet onder controle houden, dan dreigt een scholenbouw op twee snelheden te ontstaan met goed bediende scholen in capaciteitsregio’s en verpauperde scholen met verouderde gebouwen op het platteland. Dat kan niet de bedoeling zijn. Een verdere verhoging van het budget voor onderwijsinfrastructuur is op termijn dan ook onafwendbaar.

Waar in het kader van de brede school of met andere sectoren van de samenleving synergieën mogelijk zijn, moeten die zeker worden onderzocht om kosten te besparen of om de middelen efficiënter in zetten. Huur of andere creatieve formules die mede afhankelijk zijn van de specificiteit van de scholen, mogen zeker niet worden uitgesloten.

De leerlingen die nu in het basisonderwijs zitten, vragen om bijkomende plaatsen en moeten daar ook correct versneld worden bediend. Zij zullen binnen enkele jaren het basisonderwijs verlaten en in het secundair onderwijs zitten, collega’s. Hoe organiseren we ons om te vermijden dat zich daar eenzelfde probleem stelt als nu in het basisonderwijs? Als daar vandaag niet aan wordt gedacht, voorzitter, moet hier binnen vier jaar een actualiteitsdebat plaatsvinden over de capaciteitsproblemen in het secundair onderwijs.

Collega’s, ik ben er mij van bewust: voor complexe problemen bestaan er geen eenvoudige oplossingen. De Vlaamse Regering moet dringend een globale visie hebben op hoe ze de problematiek van de schoolinfrastructuur en capaciteitsproblemen op korte en lange termijn wil aanpakken en met welke financiële middelen. ( Applaus bij CD&V)

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Wim Van Dijck

We zijn nu al een tijd met het debat bezig, maar er is één grondvraag die bij mij blijft leven: waar blijft dat extra geld voor de capaciteitsproblematiek? Tot vorige week hebben we het altijd over 30 miljoen euro gehad. Nu komt er 9,1 miljoen euro bij, een beetje herschikt. U hebt 7,5 miljoen euro ‘ontdooid’, zoals u het zelf noemt.

U gaat me toch niet vertellen, minister, dat u nu al weken en maanden aan het wringen en wroeten bent in de Vlaamse Regering voor 7,5 miljoen euro ontdooid geld uit uw regulier infrastructuurbudget? Vorige week nog in de commissie hebt u laten uitschijnen dat het veel meer zou zijn en dat u op weg was naar een politiek akkoord over veel meer bijkomende middelen dan die 30 miljoen euro. Dat politiek akkoord is er niet. Er is een nota met 7,5 miljoen euro via herschikkingen, maar substantieel is er eigenlijk helemaal geen extra geld. U staat met lege handen. U hebt helemaal geen politiek akkoord over extra middelen.

Irina De Knop

De uiteenzetting van de heer De Meyer is, zoals we dat van hem gewoon zijn, goed onderbouwd, maar ik sta een beetje perplex. Uiteindelijk hebben we net van de minister van Onderwijs moeten horen dat hij het probleem aanpakt, dat er doortastende oplossingen zijn. Toch komt de heer De Meyer zeggen dat we dringend nood hebben aan een structurele aanpak, wat wij vanuit de oppositie absoluut onderschrijven. Maar wat is het nu? Ofwel heeft de minister gelijk, pakken we de zaak nu doortastend aan en hebben we een oplossing voor het probleem. Ofwel zijn we toch aan het aanmodderen en is het wat de heer De Meyer zegt.

CD&V heeft de minister-president, maar zit hier een beetje kritiek te geven op de minister van Onderwijs. Ik begrijp het echt niet. De oppositie zit niet op deze banken, maar in de regering. (Applaus bij Open Vld)

Boudewijn Bouckaert

Spijtig dat de heer De Meyer van het spreekgestoelte is gegaan, want in de commissie heeft hij een heel interessante suggestie gedaan, namelijk om het geld dat we nu besteden aan gratis abonnementen voor de derde leeftijd voor het openbaar vervoer – voor mij onder anderen –, te herschikken en naar het onderwijs te brengen. Het zou goed zijn dat we dat eens uitrekenen.

Mijnheer De Meyer, wie wordt er bediend? U moet het lijstje eens bekijken. De alfabetisch eerste vier gemeenten worden bediend: Antwerpen, Asse, Denderleeuw en Gent. Daarna stopt het. Sint-Niklaas heeft een aantal projecten ingediend, zit ook met capaciteitsproblemen en wordt niet bediend. Met andere woorden, de zorg van CD&V – ik laat in het midden of die gerechtigd is of niet … (Opmerkingen van de heer Eric Van Rompuy)

Mijnheer Van Rompuy, begin niet te roepen! Beheers u!

De terechte zorg van CD&V dat er ook buiten de grote centrumsteden capaciteitsproblemen kunnen komen, wordt helemaal niet ingevuld want alleen de alfabetisch eerste vier worden bediend, en Sint-Niklaas niet. Mijnheer De Meyer, dan vind ik dat uw loftrompet toch een beetje onterecht is. U had als grootste partij in de coalitie misschien toch wel meer kunnen vragen om ook de andere gemeenten te bedienen.

Jos De Meyer

Voorzitter, ik ben uiteraard tevreden wanneer de oppositie zegt dat mijn betoog onderbouwd was. Heb ik daar iets aan toe te voegen? Voor mensen die twijfelen aan wat ik heb gezegd, zeg ik: lees het verslag na. Dat ik in het verleden al suggesties heb gedaan in verband met aanwending van middelen, is juist. Ik heb bijvoorbeeld in het verleden gezegd: als er ooit een kindpremie zou worden ingevoerd, denk er dan over na of het niet meer zinvol is om deze middelen te gebruiken voor de capaciteitsproblemen in het onderwijs. Ik heb ook nog andere suggesties gegeven. Ik kan ze allemaal opsommen.

Sas van Rouveroij

Mijnheer De Meyer, u zult zich wellicht herinneren dat de Open Vld-fractie naar aanleiding van de begroting 2013 een amendement had ingediend strekkende tot het verhogen van de kredieten voor de capaciteit in de scholenbouw van 30 naar 100 miljoen. There’s no such thing as a free lunch. Als we voorstellen om iets meer uit te geven, dan compenseren we dat ook aan de kant van de uitgaven. We hebben onder meer voorgesteld om 35 miljoen euro te halen uit het verhogen van de kostendekkingsgraad bij De Lijn. Dan ben ik verbaasd wanneer ik vele weken later uw voorstel zie dat perfect in de lijn lag van wat Open Vld voorstelt, dat u dat amendement niet hebt meegestemd, als u dan toch zo bezorgd bent over de capaciteitsopbouw inzake scholen. (Applaus bij Open Vld)

Jos De Meyer

Mijnheer van Rouveroij, het is nuttig om het hele verslag eens na te lezen. Ik wil dat samen met u doen om de juiste context ervan te begrijpen. Ik deel wel de bezorgdheid dat er meer inspanningen moeten gebeuren voor onderwijsinfrastructuur. Heb ik hier ooit iets anders verteld?

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Ik zou heel graag hebben dat de leden van de commissie Onderwijs tijdens de begrotingsbesprekingen in de finale bespreking van de begroting ook naar onze commissie zouden komen. Wij horen gedurende maanden dat er onvoldoende structureel is bespaard, dat wij zelfs bijkomende reserves moeten aanleggen en nog meer besparen. Altijd maar is dat de kritiek van de heer Vereeck, van de heer van Rouveroij en ook van het Vlaams Belang en de heer Tack. Altijd zeggen ze opnieuw dat de Vlaamse Regering niet genoeg bespaart en nooit een evenwicht zal bereiken, want er zitten zoveel eenmalige maatregelen in de begroting en zoveel trucs. En nu pleit men voor meer middelen voor onderwijs! Ik ben daar ook voorstander van, maar je kunt niet tegelijkertijd in de commissie Onderwijs amendementen indienen waardoor er 70 miljoen euro bij moet komen, van 30 naar 100 miljoen, en in de commissie Begroting komen pleiten voor bijkomende reserves, buffers en structurele besparingen. Dat is een inconsequentie tot en met! (Opmerkingen)

Lode Vereeck

We moeten hem onderbreken, want dit is intellectueel oneerlijk!

Sas van Rouveroij

Voorzitter, alle collega’s zijn er getuige van dat we naar aanleiding van de begroting een voorstel tot verhoging van 30 naar 100 miljoen euro hebben voorgelegd en tegelijkertijd gecompenseerd, namelijk 35 miljoen euro weghalen in het kader van het Vlaams Energieagentschap en het dubbel gebruik met het Vlaams Energiebedrijf. Ik zie u knikken, voorzitter. Dat is ook terecht, want het is zo door ons voorgesteld. In de tweede plaats wilden we 35 miljoen euro weghalen in het kader van de subsidiëring van De Lijn, op basis van een wijziging van het decreet Basismobiliteit en het verhogen van de kostendekkingsgraad van De Lijn. Mijnheer Van Rompuy, u stelt me teleur. Dit is absoluut intellectueel oneerlijk! (Applaus bij Open Vld en het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mijnheer van Rouveroij, mijn geknik hield geen instemming in met wat u hebt gezegd. Ik was waarschijnlijk naar iemand anders aan het knikken.

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voorzitter, ik zou beide ministers nog een vraag willen stellen.

Ik begin met minister Smet. Daarstraks heb ik hem gevraagd wat nu precies die vertraging in het dossier heeft opgeleverd. Hij zal daar straks nog op antwoorden. Ik heb net de heer De Meyer voor meer middelen voor de plattelandsgemeenten en voor het niet-stedelijk gebied horen pleiten. Ik zal de vraag dan ook heel direct stellen.

Minister, lag daar het kalf gebonden? Is dat de reden waarom de Vlaamse Regering het over die verdeelsleutel niet eens geraakte?

Ik heb het document nog niet helemaal tot in detail gelezen. Ik zou de minister van Begroting echter toch al een informatieve vraag willen stellen. Bestaat dat bedrag van 9 miljoen euro uit beleids- of betaalkredieten? Dat is me nog niet duidelijk.

Tot slot zou ik nog even op de woorden van de voorzitter van de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting willen reageren. Dat is nu al de tweede keer dat hij een onterechte aanval inzet. Hij stelt het budgettair discours dat wij sinds 2009 houden, helemaal verkeerd voor. Wij pleiten al sinds 2009 en zeker sinds 2011 voor structurele besparingen. Als er middelen zijn, moeten die worden aangewend om de wachtlijsten op te heffen. De reden waarom het in al die domeinen niet lukt, is precies dat er geen structurele besparingen zijn. Als er dan toch eenmalige inkomsten zijn, zoals uit de verkoop van gronden aan Aquafin – wat overigens mijn voorstel niet was –, moeten die inkomsten voor eenmalige uitgaven worden gebruikt.

De voorzitter

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Kathleen Deckx

Voorzitter, we zijn deze middag begonnen met de toespraak van onze commissievoorzitter, de heer Bouckaert. Hij heeft onomwonden gesteld dat de Vlaamse Regering faalt. (Opmerkingen van mevrouw Gerda Van Steenberge)

Mevrouw Van Steenberge, mijn oprechte excuses. U bent inderdaad als eerste begonnen. Ik heb dit echter tijdens de toespraak van de heer Bouckaert genoteerd.

De heer Bouckaert heeft gesteld dat de Vlaamse Regering faalt. De problematiek die we hier bespreken, is al jarenlang gekend. Er is niets ondernomen. Hij heeft daaraan toegevoegd dat de huidige minister al meer heeft gedaan dan de vorige minister op zes jaar tijd. Ik weet niet of ik dat als een compliment of als een belediging moet opvatten.

Hoewel ik het positief vind voor de huidige minister, wil ik er toch aan herinneren dat de vorige minister heel erg op schoolgebouwen heeft ingezet. Ten gevolge van de bijdragen van sp.a is op dat vlak destijds vooruitgang geboekt.

Volgens de heer Bouckaert zijn op korte termijn goede maatregelen genomen, maar is dat op lange termijn niet het geval. Het is elk jaar crisis in de Vlaamse Regering. Ik wil er echter op wijzen dat momenteel elk kind in Vlaanderen een plaats heeft op school. Ik herinner me het eerste actualiteitsdebat nog goed. De oppositie heeft toen uitgeschreeuwd dat het nooit zou lukken. Het is wel gelukt.

Mevrouw De Knop heeft allicht een gevoelig punt aangeraakt. Ik ben het er helemaal mee eens dat we ook op de vrije schoolkeuze moeten letten en dat we ervoor moeten zorgen dat de afstand tussen school en thuis niet te groot wordt.

Ik kan niet ontkennen dat de verrassing destijds groot was toen we merkten dat de demografische cijfers niet met de aankondigingen overeen bleken te komen. Minister Smet heeft toen alles gedaan om dat probleem op te lossen. Tot nu toe is hij daarin geslaagd. De hiervoor geïnstalleerde taskforces werken niet enkel op korte termijn. Ze gaan lokaal na waar plaatsen nodig zijn en rapporteren aan de Vlaamse overheid waar er absoluut nood aan middelen is.

Ik wil er iedereen even aan herinneren dat de minister zelf geen scholen bouwt. Dat is helemaal zijn opdracht niet. Hij luistert naar het werkveld. Hij heeft het werkveld zo georganiseerd dat de informatie nu tenminste tot bij ons komt.

Als we vandaag weten waar de tekorten zich voordoen, dan is dat te danken aan het beleid van minister Smet.

Er is ook extra geld gegeven. Open Vld noemt het een druppel op een hete plaat. 108,4 miljoen euro. De burgemeester van Antwerpen zegt dat het deel voor Antwerpen niet zal volstaan, maar dat hij er het beste van zal maken. Collega’s, dat zou ik van iedereen willen vragen. De manier waarop het debat hier is gevoerd de voorbije weken zet zeker niet aan tot geruststelling van de leerlingen en de ouders. Ik zou iedereen willen oproepen om het debat vanaf nu sereen te voeren. Als men ons beschuldigt van politieke spelletjes, wel, sp.a speelt geen politieke spelletjes op de kap van kinderen. Ons standpunt is klaar en duidelijk: wij zullen ervoor zorgen dat ieder kind in Vlaanderen een plaatsje heeft op een schoolbank.

Ja, ook ik ben vragende partij voor een meerjarenplan. Ik weet dat minister Smet daar ook voorstander van is. Mijn vraag is dan ook aan de heren ministers: hoe staat het met die meerjarenplanning? De collega’s hebben absoluut een punt dat we vooruit moeten kijken. We weten nu hoe het zit en er moeten middelen worden vrijgemaakt. Ik steun alle collega’s die dat hier zeggen. Ik wil de Vlaamse Regering vragen om alle mogelijkheden te benutten om in voldoende financiën te voorzien om ervoor te zorgen dat ieder kind in Vlaanderen nu, maar ook in de toekomst een plaatsje heeft in de scholen.

Mevrouw Deckx, u spreekt echt met gespleten tong. Gisteren heb ik uw fractieleider in de gemeenteraad van Antwerpen – niet de eerste de beste want zij is de kabinetschef van premier Di Rupo, mevrouw Kherbache – op de meest virulente manier horen fulmineren tegen de voorzitter van de N-VA en de burgemeester van Antwerpen, de heer De Wever, over het feit dat het uitgerekend de N-VA is die er in deze Vlaamse Regering verantwoordelijk voor is dat deze budgetten niet werden verhoogd. Ze deed dat op basis van feiten, data en citaten uit de ministerraden, rechtstreeks afkomstig van het kabinet van minister Smet. En vandaag komt u hier zeggen: “Wij socialisten, wij gaan dat in de Vlaamse Regering allemaal solidair oplossen. Er is geen probleem. Wij gaan geen politieke spelletjes spelen.” U doet niets anders met deze Vlaamse Regering: de N-VA tegen de socialisten, de socialisten tegen de N-VA in Antwerpen, en hier dan weer een ander verhaal. U doet niets anders dan politieke spelletjes spelen op de kap van de kleuters en de leerlingen in Antwerpen, die hier de dupe zijn van de profileringsdrang van de N-VA en de socialisten.

Geef nu eens antwoord, minister van Onderwijs, klopt datgene wat mevrouw Kherbache gisteren in Antwerpen heeft gezegd? Is het uw vriend, die daar links van u zit, minister Muyters, die al die tijd de budgetten heeft tegengehouden of niet? Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Het is niet genoeg om lekken te organiseren richting de Antwerpse fractieleider van sp.a. U moet de moed van uw overtuiging hebben en dat hier in het Vlaams Parlement maar eens zelf durven te herhalen. Geef antwoord. Klopt het wat zij gisteren heeft gezegd of niet? Houdt de N-VA alles tegen of niet? Zit mijnheer De Wever hier met een dubbel petje op zijn hoofd, dat van partijvoorzitter en burgemeester, waarmee hij totaal tegengestelde dingen vertelt? Zeg ons wat de waarheid is. Heeft uw fractieleider in Antwerpen gelijk, of heeft mijnheer De Wever gelijk?

De voorzitter

Mijnheer Dewinter, u hebt uw vraag nu al vier keren herhaald. Als u goed hebt geluisterd, dan hebt u gehoord dat we met de regering hebben afgesproken dat de minister zal antwoorden op alle vragen die werden gesteld.

Dan kan mevrouw Deckx misschien antwoorden. Zij is toch de woordvoerder van sp.a?

Boudewijn Bouckaert

Ik hou van Antwerpen om vele redenen, maar ik ga het een keer niet over Antwerpen hebben.

Mevrouw Deckx, u bent voorstander van een meerjarenplanning. Ik ben tegen een planeconomie, maar ik ben wel voor planning in de economie. De overheidsinvesteringen zouden goed moeten worden gepland. In de nota lees ik dat men de noden kent. De noden zijn geschat op 150 miljoen euro. Dat is veel geld, maar in vergelijking met het totale Vlaamse budget is dat niet zoveel.

We weten dat we dat voor de drie komende jaren nodig hebben. Toch lees ik in deze nota: “Bij de opmaak van de begroting kon omwille van de budgettaire situatie geen akkoord bekomen worden voor de invulling van deze 150 miljoen euro in de meerjarenplanning.”

Er is geen reden om daar triomfantelijk over te doen. Wat u vraagt, wordt straal genegeerd in deze nota. De socialisten gaan in deze nota – het is misschien een onbeleefd woord – op hun bek. Want deze crisettes die ik al eerder aanhaalde, deze ruzies elk jaar om bijkomende middelen, die zullen zich volgend jaar ook voordoen. Een jaar later gaan we naar de verkiezingen, maar er wordt echt geen perspectief geboden om op een blijvende manier aan deze structurele noden te voldoen. Mevrouw Deckx, u hebt echt niet zoveel redenen om daar triomfantelijk te staan.

Irina De Knop

Voorzitter, ik had al enige tijd het woord gevraagd. Er is ondertussen al veel gezegd door mijn collega’s, maar mijnheer Dewinter, ik vind dat u er een bijzonder hypocriete houding op nahoudt, want u zegt dat we geen discussie mogen voeren op de kap van kinderen. Maar ik herinner mij – nog niet zolang geleden – mijn pleidooi voor extra capaciteit, en toen vond u dat niet nodig, want het waren onze Vlaamse kinderen niet. U hebt wel een bocht van 180 graden genomen, en dat is helemaal niet fraai. (Applaus bij de Open Vld)

Maar wat collega Bouckaert zegt, is helemaal juist. Er wordt hier een robbertje uitgevochten tussen twee mensen, maar u vraagt wel een meerjarenplanning. Ik vraag een antwoord van de Vlaamse Regering, waarom niet die meerjarenplanning, wat is het probleem? En waar is de minister-president die boven al dit gehakketak moet staan?

Kathleen Deckx

Voorzitter, ik was rond met mijn betoog tot mijnheer Dewinter mij onderbrak. Mijnheer Dewinter, ik zit in het Vlaams Parlement, en ik zit niet in de Antwerpse gemeenteraad. Ik denk ook dat ik nooit in die gemeenteraad zal geraken, want ik woon namelijk niet in Antwerpen. Het lijkt me heel moeilijk om hier verantwoording af te leggen voor wat er in Antwerpen gebeurt, ook al zijn het mijn partijgenoten. U zult een andere manier moeten bedenken.

Collega Bouckaert, ik sta hier niet triomfantelijk, wees gerust. Als ik het schouwspel volg dat hier vandaag en de voorbije weken werd opgevoerd, dan word ik daar niet triomfantelijk van. Ik word daar triest van. Maar ik wil wel heel duidelijk het volgende stellen aan de Vlaamse Regering en aan de minister: u hebt tot nu toe de inspanning geleverd om ervoor te zorgen dat elk kind zijn plaatsje heeft op school, doe alsjeblieft uw uiterste best om uw collega’s in de Vlaamse Regering te overtuigen dat er meer middelen nodig zullen zijn. Ga op zoek, en zorg ervoor dat overal de nood kan worden gelenigd. En als ik vandaag de burgemeester van Antwerpen hoor, dan zal men daar ook zijn uiterste best doen. Samen kunnen we het probleem oplossen.

Boudewijn Bouckaert

Mevrouw Deckx, wat denkt u van de suggestie van de heer De Meyer om eventueel schoolcapaciteit bij te financieren met bijkomende middelen uit het openbaar vervoer? Dat betekent dan wel dat gefortuneerde 65-plussers niet meer gratis rijden met het openbaar vervoer. U zou als socialistisch politicus ondogmatisch kunnen handelen en kinderen op schoolbanken kunnen helpen.

Kathleen Deckx

Mijnheer Bouckaert, de heer De Meyer heeft daar een heikel punt aangehaald. Als we echter berekenen wat het werkelijk opbrengt indien gepensioneerden zouden betalen om de bus te nemen, denk ik dat het u lelijk zou tegenvallen. Ik denk dat we daarmee heel weinig zouden oplossen – wat niet betekent dat ik u tegenhoud als u morgen de bus wil nemen, en koop gerust een ticket.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, heren ministers, dames en heren, ik begin eraan te wennen om bij een actualiteitsdebat als laatste spreker het woord te krijgen. Ik heb daarmee zo’n beetje de neiging om me af te vragen: wat hebben we geleerd vandaag?

Dit debat woedt al een paar dagen. Ik zou de puntjes op de i willen zetten. De voorbije dagen werden minister Muyters en de N-VA vaak met de vinger gewezen. Laat het vooreerst duidelijk zijn dat ook wij de degelijke aanpak van het capaciteitsprobleem als een basisopdracht beschouwen. Dat betekent eerst goed monitoren om de dringende noden te detecteren en daar dan middelen tegenover te stellen. Dat moet gebeuren tegen de achtergrond van de investeringen in de reguliere scholenbouw. Dit zijn acute ingrepen.

We hebben daar niet alleen oog en oor voor, we willen daar ook daadwerkelijk iets aan doen. Het is nog niet aan bod gekomen, ik wil even verwijzen naar de middelen voor Onroerend Erfgoed die minister Bourgeois heeft vrijgemaakt – een bedrag van 5,5 miljoen euro – om te investeren in de restauratie van schoolgebouwen.

Door de bevolkingsaangroei in Vlaanderen en vooral in enkele centrumsteden is er dringend nood aan meer plaatsen in het onderwijs. Het probleem is heus niet vandaag pas bekend geworden. De cijfers zijn sprekend. De Antwerpse schoolpopulatie zal tegen 2025 met ongeveer 50 procent vermeerderen. Andere sprekers hebben het al aangehaald, de uitdaging ligt nu in het kleuter- en basisonderwijs, maar straks volgt natuurlijk ook het secundair onderwijs. We willen al die jongeren optimale kansen bieden. We moeten daarop inzetten.

Het stoorde me mateloos dat men gisteren kwam vertellen dat de N-VA niet in Brussel wil investeren. Met welk recht durft men zoiets te beweren? Wie beweert dat de N-VA niet in het Brusselse onderwijs wil investeren, was alleszins niet aanwezig bij de regeringsonderhandelingen. Het zijn loze beweringen.

Wij pleiten ervoor om na te gaan hoe we meer kunnen halen uit de bestaande onderwijsinfrastructuur en hoe we de onderwijsgronden maximaal kunnen behouden en aanwenden voor onderwijsdoeleinden. Bovendien vinden we het belangrijk – zeker in deze budgettair krappe tijden – dat schoolgebouwen maximaal multifunctioneel zijn. Ik denk aan kinderopvang, het verenigingsleven en dergelijke, waarbij scholen niet alleen leerplaatsen maar ook ontmoetingsplaatsen zijn, en dat ze niet alleen van halfnegen tot halfvier maar ook ver daarbuiten worden gebruikt. Op die manier worden de middelen die we investeren in de scholen multifunctioneel ingezet.

Natuurlijk moeten we dit steeds bekijken vanuit een gezonde Vlaamse begroting. Verder accelereren op dit domein, wat we belangrijk vinden, zal per definitie betekenen dat we elders middelen moeten vinden.

De voorzitter

De heer Sannen heeft het woord.

Ludo Sannen

Mijnheer Van Dijck, we hadden gisteren een bespreking in de commissie. Als ik hier vandaag zo zit te luisteren, denk ik dat we iets gemist hebben. We hadden bij de begroting vorig jaar 245 miljoen euro over.

Ik ga ervan uit dat minister Muyters een goede monitoring deed en in december al zicht had op het overschot. Dat geld kunnen we nu niet meer herbesteden of investeren door het over te zetten naar dit jaar. We hadden daarvan in december wel 50 miljoen euro kunnen gebruiken en op dat moment inschrijven in de begroting voor nieuwe schoolgebouwen. Dan waren we al serieus tegemoetgekomen aan de tekorten.

Het verbaast me dat minister Muyters niet die reflex heeft gehad om eenmalige inkomsten te gebruiken voor eenmalige uitgaven zoals schoolgebouwen.

De schoolgebouwen zijn eenmalige uitgaven. Dan hadden we een deel van de problemen die er nu zijn, kunnen oplossen. (Applaus bij sp.a, Open Vld en Groen)

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Wim Van Dijck

Mijnheer Kris Van Dijck, zelfs in de nota wordt vooropgesteld dat bij een begrotingscontrole eventueel nog extra middelen worden vrijgemaakt voor capaciteit. Is uw fractie bereid om een vraag naar extra middelen bij een begrotingscontrole te steunen, zelfs als dat betekent dat er geld van buiten het onderwijsbudget moet komen?

De voorzitter

De heer Van Mechelen heeft het woord.

Dirk Van Mechelen

Ik ben bijna ontroerd dat de heer Sannen mijn discours overneemt. Ik kan misschien het cijfer geven dat ik daarnet wou geven. Het Rekenhof en de SERV zeggen ieder jaar dat eenmalige ontvangsten enkel mogen worden gebruikt voor eenmalige uitgaven. Gisteren hadden we de interpellatie over de verkoop van de VMM-gronden (Vlaamse Milieumaatschappij) aan Aquafin voor de waterzuiveringstations. In 2010, 2011, 2012 en 2013 heeft de Vlaamse Regering exact 390 miljoen euro aan eenmalige ontvangsten gegenereerd uit de verkoop van die gronden aan Aquafin, die nadien trouwens via lening moeten worden terugbetaald. Dat geld heeft de regering ontvangen. Wat wij nu zeggen is: waarom gebruikt u die eenmalige ontvangsten niet voor eenmalige uitgaven, zoals de scholenbouw?

Lode Vereeck

Ik dank de heer Sannen voor zijn helder betoog, waarmee hij meteen alle leugens van de heer Van Rompuy heeft weerlegd.

Mijnheer Sannen, wat uw vraag betreft, dat is bijna papegaaienwerk. Uw vraag was in de loop van het debat al gesteld. Op uw vraag is al een antwoord gegeven door de minister. Ik weet niet of u het hele debat hebt gevolgd, maar de regering heeft daar inderdaad op geantwoord.

Ludo Sannen

Ik ga er toch van uit dat je in het kader van de monitoring net voor het kerstreces voldoende zicht hebt of er enige budgettaire ruimte is.

Nu wordt het wel heel interessant. Nu zegt sp.a wat de heer Van Mechelen en ikzelf hebben gezegd. Minister Muyters, hoe zit het nu? Als de heer Van Dijck daar niet op kan antwoorden, wil ik het van u wel horen.

Er is op geantwoord, heb ik gezegd. Het is niet dat ik daar niet op kan antwoorden; minister Muyters heeft daarop geantwoord.

Lode Vereeck

Kunnen we die monitoringrapporten krijgen, voorzitter?

In elk geval, over het budget dat wordt vrijgemaakt voor scholencapaciteit en voor de tekorten die er nu zijn – in de eerste plaats 30 miljoen euro en nu uitgebreid –, wordt veel gebakkeleid. Wie is voor, wie is tegen, wie vroeg meer, wie vroeg minder? Dit was in elk geval de resultante van een bespreking door de regering, goedgekeurd door de regering en vervolgens ook goedgekeurd door de meerderheid in dit parlement.

Ik ben steeds bereid op alle mogelijke momenten, bij de opmaak van budgetten, maar ook bij controles, om nieuwe afwegingen te maken, afhankelijk van de noodwendigheden.

Ik vind het vreemd dat sommigen woorden als steekvlampolitiek in de mond nemen. De heer De Meyer zei daarnet dat hij vaak de enige roepende in de woestijn was toen het over scholenbouw ging. Ik kan daar nog verslagen over boven halen en ik wil ook fractiegenoten van mij citeren zoals de heer Chris Vandenbroeke die tien jaar geleden al waarschuwde voor de demografische evolutie. Nu beweren sommigen dat de Vlaamse Regering te weinig doet. We moeten allemaal een beetje eerlijk en oprecht zijn. Toen we keuzes konden maken, was er vaak het pleidooi, ook van ministers van Onderwijs die zegden dat mensen betogen, stenen niet. Er zijn momenten geweest, tien jaar geleden, toen in één legislatuur het budget Onderwijs met 1,2 miljard euro steeg terwijl het budget voor de investeringen steeg met 6 miljoen euro. Dat is 1/200. Het is nogal gemakkelijk nu te komen beweren dat het de schuld is van minister Muyters. Welnu, het ligt aan Frank Deboosere dat het met Kerstmis niet heeft gesneeuwd. (Applaus bij de N-VA en CD&V)

Ik zeg dat we allemaal eerlijk moeten zijn, mijnheer Keulen. En als het daarover gaat: ja, in 2008 ben ik uit die meerderheid gezet. Maar ook ik wil mijn verantwoordelijkheid nemen en zeggen dat we in het verleden te weinig hebben gedaan.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen

Mijnheer Van Dijck, ik ben het volmondig met u eens. We staan hier voor een probleem dat geen probleem is van het onderwijs alleen. Het gaat om een maatschappelijk probleem dat zoals uzelf en de heer De Meyer al hebben gezegd, niet is ontstaan van vandaag op morgen. Dit is een probleem dat al generaties lang aansleept. Dat betekent dat niemand exclusief eigenaar is van dit probleem, evenmin van de oplossingen. Het is niet het probleem van één minister of van één budget. Het is een collectief probleem dat vandaag binnen de Vlaamse Regering wordt gemanaged. We hebben daarnet de voorstellen gehoord. Ik merk dat daar een groot draagvlak voor bestaat. Het engagement is om daar verder aan te werken. We zullen effectief alle mogelijkheden moeten aangrijpen die zich aandienen. Die zijn niet dik gezaaid. We zullen bijzonder waakzaam moeten zijn en de middelen heel goed in het oog moeten houden zodra die zich aandienen. We zullen ook creatief moeten zijn.

Ik wil eenieder die hier met gemakkelijke oplossingen komt over interne verschuivingen enzovoort – en ik heb dat ook in uw betoog gehoord, mijnheer Van Dijck – waarschuwen dat de demografische verschuiving die aan de basis ligt van het debat dat we hier voeren, zich morgen zal vertalen in bijkomende uren en werkingsmiddelen die zullen moeten worden gezocht. Elke euro die we zullen uitgeven, zullen we bijzonder goed moeten blijven bekijken. Wanneer zich een cent aandient, laat ons die dan alstublieft besteden. Nogmaals, we zullen dit collectief moeten aanpakken. Ik hoor dat ook in uw betoog. Ik denk dat iedereen die ik hier al heb gehoord, dat engagement wil aangaan.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Mijnheer Van Dijck, u weet dat dit debat thuis kan worden gevolgd. De camera’s staan hier. U weet dat in het bijzonder leerkrachten dit debat kunnen volgen op woensdagnamiddag. Het gaat ook over onderwijs.

Sp.a heeft duidelijk gesteld dat de N-VA-minister van Begroting zijn werk niet goed heeft gedaan enkele maanden geleden. Als lid van de N-VA wijst u uw coalitiepartner, Jos De Meyer, terecht in zijn uiteenzetting. Hij heeft daarnet gezegd dat hij als enkeling schreeuwde in de woestijn, en u hebt hem compleet gecorrigeerd. (Opmerkingen van de heer Kris Van Dijck)

Mijnheer Van Dijck, ik stel voor dat u aan de kijkers thuis en misschien ook ten aanzien van dit parlement, nog eens uitlegt wat exact de samenstelling is van deze coalitie in Vlaanderen. Welke partijen nemen deel aan deze Vlaamse Regering? Want dat is me op den duur niet meer duidelijk.

Mijnheer Sanctorum, ik concludeer dat u niet goed geluisterd hebt. Denkt u dat ik geen problemen heb met de bemerkingen van sommige collega’s?

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

En terecht!

Maar pleiten wij ook niet voor een beetje debat in het parlement? Dat hier een aantal kritische woorden naar voren komen? Ik kan ermee leven dat er wat kritiek gegeven wordt, maar ik wil die ook juist inzetten en ik vraag finaal wel dat we, binnen de regering en binnen de meerderheid, eendrachtig kunnen uitvoeren wat afgesproken is.

Ook uw partij heeft mee voor een stuk verantwoordelijkheid in dit dossier. Dat is mijn hoofdteneur geweest. Als ik de heer De Meyer aanhaalde, wilde ik enkel aangeven dat hij en een klein groepje anderen vaak alleen op de deur hebben staan kloppen. Maar nu is blijkbaar iedereen bereid om de deur wagenwijd open te zetten. We zullen dat onthouden, hè Jos. (Opmerkingen van de heer Jos De Meyer)

Voorzitter, ik ben weeral eens bijzonder onthutst als ik sp.a-fractieleider Van Malderen hoor zeggen dat hij het volkomen eens is met Kris Van Dijck en de N-VA. Mag ik opnieuw, tot vervelens toe, de fractieleider van de sp.a in de Antwerpse gemeenteraad Yasmine Kherbache citeren? (Opmerkingen)

De voorzitter

Neen, mijnheer Dewinter. Het is al de derde keer dat u dat zegt. We stoppen ermee.

Als het over uw partij gaat, mag het niet meer, misschien?

De voorzitter

Dat heeft er niets mee te maken. Het is al de derde keer dat u datzelfde zegt. (Opmerkingen van de heer Filip Dewinter. Rumoer)

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Ik wil er toch even op wijzen dat niet iedereen verantwoordelijkheid draagt in deze zaak. LDD is pas in 2009 in het parlement gekomen. Een van de eerste keren dat ik het woord nam, was net om te wijzen op de overheidsfaling ten opzichte van de demografische expansie. (Applaus bij LDD)

Alle andere partijen hebben naar de verkeerde kant gekeken, ook mijn goede vriend Luc Van den Bossche, die zei: stenen betogen niet, maar leraars wel.

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Mijnheer Sanctorum, u hebt hier een aantal vooroordelen bevestigd. U stelde dat leraren op woensdagnamiddag kunnen kijken naar dit debat. U zou ervan versteld zijn hoeveel leerkrachten er op woensdagnamiddag ook werken. (Applaus bij sp.a en N-VA)

Mijnheer Sanctorum, u was niet aan het luisteren. Ik zei dat u nogal stereotiep antwoordde door te zeggen dat leraren op woensdagnamiddag vrij zijn en hiernaar kunnen kijken. Ik wou u alleen maar zeggen dat er heel wat leerkrachten zijn die ook op woensdagnamiddag werken. (Opmerkingen van de heer Hermes Sanctorum)

Voorzitter, collega’s, er is wat debat geweest over wiens verdienste het is. Ik stel vast dat de oppositie het niet eens is. Mevrouw Meuleman zegt dat ik er niets mee te maken heb, dat het alle lokale mensen zijn die ervoor gezorgd hebben dat de kinderen naar een school kunnen gaan. Mevrouw De Knop vraagt of ik de garantie kan geven dat ze allemaal naar school kunnen gaan, “want u bent verantwoordelijk”. Ik stel vast dat u het tegenovergestelde van elkaar zegt.

Het werk dat in 2010, in 2011 en in 2012 is gebeurd, is een collectief werk geweest. En ja, mevrouw Meuleman, in de eerste plaats door de mensen op het terrein, en in het bijzonder de mensen in de stad Antwerpen, de toenmalige schepen, maar ook de mensen in de administratie, de directeurs van het stadonderwijs, de leerkrachten, maar ook wij in de Vlaamse overheid.

En mevrouw Deckx had gelijk, mevrouw Meuleman en anderen, om u te herinneren aan het debat in 2010. Ik weet dat in onze tijd het geheugen kort is, dat men heel graag snel vergeet, maar ik wil niet met die tijd meedoen. In 2010 zei men dat het overmoedig was, dat ik dit niet mocht beloven, dat het onmogelijk was. Welnu, ik heb met al die mensen samen, Vlaamse ambtenaren, mensen in de stad Antwerpen en op andere plaatsen, heel hard gewerkt, de mensen in Antwerpen deden dat ook tijdens de zomervakantie, om het acute probleem dat duidelijk geworden was door het ingevoerde registratiesysteem, op te lossen. Het is een collectieve verantwoordelijkheid.

En mocht ik Luc Van den Bossche zijn, dan had ik nu een crashcursus ‘hoe richt ik een school op en hoe zit het onderwijs in elkaar?’ gegeven. Een aantal sprekers hebben er terecht op gewezen dat het niet de minister van Onderwijs is, noch de Vlaamse Regering, die scholen opricht. Op basis van de Grondwet gebeurt dat in dit land nog altijd door een autonoom orgaan van het Gemeenschapsonderwijs, een vrij initiatief of het stedelijke of gemeentelijk onderwijs. Zij richten scholen op.

En mevrouw Meuleman, tot ik minister werd en deze Vlaamse Regering aangetreden is, was het zo dat iedereen scholen kon oprichten en dat nadien het geld werd gegeven. Mensen moesten gedurende twee, drie jaar het geld voorschieten. Welnu, naar aanleiding van de capaciteitsproblematiek heeft deze regering de regels gewijzigd. Voortaan geven we vooraf geld, niet achteraf.

We hebben ook de regels gewijzigd op het vlak van de 2 kilometerregeling. Wat lang niet kon, is nu wel mogelijk, namelijk om in stedelijke omgevingen op minder dan 2 kilometer van elkaar scholen van hetzelfde net te hebben.

We hebben er ook voor gezorgd dat in tegenstelling tot vroeger – want we spreken hier nu wel over 39 miljoen euro, maar in werkelijkheid gaat het over veel meer geld, onder meer voor leerkrachtenlonen – de regelgeving werd aangepast zodat bij een bijkomende school, een bijkomende plaats, onmiddellijk de omkadering in de scholen wordt aangepast. We hebben op dat vlak heel wat revolutionaire ingrepen in ons onderwijssysteem gedaan. We hebben dat gedaan omdat we dat moesten doen om oplossingen te kunnen vinden.

Soms vraagt men mij: “U kondigt dingen aan, maar doet u het dan ook?” En ja, ik doe die dingen allemaal, maar als ze positief zijn, worden ze minder opgemerkt. Ik heb op een bepaald moment gezegd dat we beter moesten registeren, dat er een centraal registratiesysteem in Vlaanderen moest komen. Welnu, anderhalf jaar later is dat centraal registratiesysteem actief, overal in Vlaanderen.

We hebben er ook voor gezorgd, niet alleen in de stad Antwerpen, maar ook op andere plaatsen, dat we de gemeenten waar er een probleem kon ontstaan, hebben geïnventariseerd en gesensibiliseerd, mevrouw Meuleman en anderen. Er waren gemeenten die niet wisten dat er een probleem op hun grondgebied was. We hebben ze gesensibiliseerd en we hebben ze ondersteund met informatie.

Wiens verdienste is dit? Het is de verdienste van vele mensen. We hebben ervoor gezorgd dat ze het geld hadden en we zullen er ook in de toekomst proberen voor te zorgen dat ze het geld hebben.

Nogmaals , ik ben het niet die scholen opricht. Dat wil niet zeggen dat dit niet prioritair voor ons zou zijn. Het is gewoon grondwettelijke regelgeving. Het geld dat men nodig heeft, heeft men tot op heden ook altijd gehad.

In dat verband, mevrouw De Knop, vind ik dat u de Vlaamse ondernemers hebt beledigd. U hebt meewarig gedaan over containers. Ik weet dat mevrouw Turtelboom samen met iemand anders eens in een container in Antwerpen is gaan zitten – het was wel een container van 50 jaar geleden, maar goed. Ondertussen zijn de Vlaamse ondernemers wel vooruit gegaan, mevrouw De Knop. Bij de nieuwe scholen spreken we niet meer van containers, maar van modulaire scholenbouw. Ik weet niet of u die scholen al eens van binnen hebt gezien? Mevrouw Meuleman moet er heel blij mee zijn, want de Europese energienorm E70 wordt er toegepast en er is een duurzaamheidsgarantie van dertig jaar. Bouw er een muur rond en je ziet niet eens dat het een modulair systeem is. Ik vind dus, mevrouw De Knop, dat u Vlaamse ondernemers beledigt en ook de ouders, als u zegt dat modulaire systeembouw per definitie slecht is. Dat is niet zo. Natuurlijk zijn er containers die verouderd zijn, dat zal ik niet tegenspreken, maar daarover gaat het nu niet, mevrouw Meuleman. Trouwens het Gemeenschapsonderwijs en anderen hebben nieuwe contracten afgesloten. Mevrouw De Knop heeft me gevraagd of ik weet hoe lang het duurt om een container te plaatsen. Ik kan u het antwoord geven: drie maanden!

Er is een heel goede netoverschrijdende samenwerking, onder meer in Antwerpen, om elkaar te helpen om te kunnen beschikken over die containers, over die modulaire systeembouw. Voorzitter, het geheugen is dus helaas kort, maar ik vrees dat we daarmee moeten leven.

Sommigen zeggen dat er niet meer geld is. Ik herhaal: de afgelopen drie jaar en dit jaar is er sprake geweest van 108 miljoen euro extra. We hadden voorzien in 30 miljoen euro extra, waarvan iedereen uitging, en hebben daarnaast nog 9 miljoen euro kunnen vinden door geld dat we eigenlijk niet mochten uitgeven te ontdooien. Die 9 miljoen euro, dat is 363 miljoen Belgische frank. Voor veel mensen, en ook voor mij, is dat wel veel geld. Dat geld hebben we vrijgemaakt en zullen we nu ook uitgeven. Ik heb u daarnet gezegd naar welke gemeenten en steden dat geld gaat. Er zal geen verneveling zijn: de gemeenten die dat geld het meest nodig hebben, krijgen dat, op basis van objectieve criteria.

Er zijn vragen gesteld over de meerjarenbegroting en ministers die geld vragen. Minister Muyters krijgt als begrotingsminister natuurlijk te maken met veel ministers die meer geld willen. De ene wil al wat meer dan de andere. Ik denk dat ik tot die ministers behoor die meer dan de anderen geld willen. Dat is ook goed: het is voor de goede zaak, namelijk de toekomst van Vlaanderen. We proberen ook heel zorgzaam en zuinig om te gaan met dat geld. Op een bepaald moment moet een regering beslissen. Als ik hier sommigen hoor, dan lijkt het wel alsof ze vergeten zijn dat we op dit moment in ons land, in deze regio de grootste budgettaire en economische crisis meemaken die we de voorbije twintig à dertig jaar hebben gekend.

Er is al gewezen op de tegenstrijdigheden. De ene vindt dat we meer moeten besparen. De andere vindt dat we meer buffers moeten aanleggen. Tellen we dat allemaal samen, dan kan er geen begroting meer worden opgemaakt. Ik heb inderdaad geld gevraagd. Ik heb er geen enkel probleem mee om dat te erkennen. Ik heb veel geld gekregen van de Vlaamse Regering, dus ook van de minister van Begroting. Ik heb niet al het geld gekregen dat ik wou, maar op een bepaald moment nemen we gezamenlijk een beslissing, en dan aanvaarden we die beslissing ook gezamenlijk. Mevrouw Meuleman en anderen, dat is ook wat ik de voorbije weken en maanden heb gedaan. Alle commissieleden kunnen daarvan getuigen. Als we gezamenlijk een beslissing nemen, dan moet een minister die eerlijk en loyaal uitvoeren, en dat doen we.

Ik herhaal: we hebben tot op heden in voldoende geld voorzien voor de scholen. Bij de begrotingsopmaak hebben we ook afgesproken dat we bij een begrotingscontrole extra middelen zullen geven als dat objectief gezien nodig is. Sommigen doen immers debatten over en vergeten wat ze vorige keer hebben gezegd. Welnu, als u die nota goed leest, dan zult u merken dat het niet altijd duidelijk is, als steden en gemeenten in het verleden geld hebben gevraagd en gekregen, hoeveel plaatsen er daadwerkelijk al bij zijn gekomen. De heer De Meyer en anderen hebben daarop gewezen. De Vlaamse Regering heeft dan ook beslist dat ze die gegevens moet hebben, en dat die mee in acht zullen worden genomen. In de mate dat we die hadden, hebben we ze al meegeteld in onze berekeningen. De komende weken zullen we aan al die gemeenten die nu nog geen geld hebben gekregen, dus duidelijke data vragen. We zullen dat heel intensief doen, om tegen de begrotingscontrole een juiste afweging te hebben.

Ik begrijp dat de burgemeester van Antwerpen zegt dat hij had gehoopt op meer geld. Mocht ik in zijn plaats zijn, dan zou ik dat ook doen. Op dat vlak lijkt er me continuïteit te zijn. Ik hoop dat hij het me niet kwalijk neemt als ik zeg dat dit overigens eigen is aan Antwerpenaren. (Gelach. Opmerkingen van de heer Filip Dewinter)

U weet dat ik deels in Antwerpen ben opgegroeid. Mijnheer Dewinter, ik ken Antwerpen goed. (Opmerkingen van de heer Filip Dewinter. Applaus bij het Vlaams Belang)

Ik ken mevrouw Kherbache zeer goed. Zij heeft veel werk. Ik heb veel werk. Iedereen doet zijn werk. Ik denk dat ze soms nog meer werk heeft dan ik, maar goed.

Er was eind december een vergadering van de taskforce gepland in Antwerpen, een van de taskforces die wij hebben opgericht en die wij vanuit de Vlaamse administratie extra ondersteunen. Die is door de bestuurswisseling twee uur voor de vergadering geannuleerd. Ik begrijp dat dat kan gebeuren in die periodes. Ik neem niemand iets kwalijk. Er zal zeer snel een nieuwe vergadering van de taskforce komen in Antwerpen. Medewerkers van mij en van de administratie zullen naar die lokale taskforce gaan.

Ik wil heel duidelijk zijn, ik denk dat mevrouw Kherbache dat ook is geweest, en ik heb dat ook gezegd toen u mij zaterdag hebt gebeld, mijnheer De Wever: het is niet omdat sp.a niet meer aan de macht is in de stad Antwerpen, dat mijn houding ten opzichte van de stad en de kinderen van de stad of het stadsbestuur van Antwerpen één millimeter zal wijzigen. We hebben de afgelopen jaren volledig meegewerkt met Antwerpen. We zullen dat nu ook doen en in de toekomst ook. Ik speel geen spelletjes op de kap van kinderen.

Yasmine Kherbache heeft me dit weekend het volgende gezegd, want ik heb één keer contact met haar gehad. Ik vermoed dat ze dat ook heeft gezegd in de gemeenteraad van Antwerpen, maar daarop geef ik geen commentaar, want ik heb het niet gehoord. Ik heb geleerd dat het wijs is om dat niet te doen. Ze heeft me gezegd dat de sp.a van Antwerpen volledig zal samenwerken.

Meer nog, mijnheer Dewinter, ik weet dat de heer Voorhamme, uitgerekend de vorige schepen van Onderwijs, aan de heer Marinower heeft voorgesteld om hem in alle stilte en informaliteit het dossier uit te leggen en alle medewerking te geven. Het hart voor de Antwerpse kinderen primeert. Ik zie de heer Marinower morgenvroeg om halfnegen op mijn kabinet. Hij is de eerste, nadien zal ik de schepenen van Gent en de andere centrumsteden zien. Ik zal morgen met de schepen van Onderwijs van Antwerpen een goed gesprek hebben. We hebben trouwens al een goed telefoongesprek gehad, waarin we weeral misverstanden die door anderen worden gespuid, hebben kunnen wegwerken. We zullen samenwerken.

Voorzitter, ik, mijn kabinet en de Vlaamse Regering zullen, zoals de afgelopen jaren, ook in de toekomst vandaag en morgen met de stad Antwerpen zeer goed samenwerken. De stad Antwerpen heeft een bijzonder moeilijke problematiek. Ik hoor sommige mensen zegen dat de vrije keuze moet worden gewaarborgd en terecht, maar qua ruimtelijke ordening is het in een stad als Antwerpen niet zo evident om plots een school neer te planten. Dat kan niet in een-twee-drie. Er is qua ruimtelijke ordening planning en tijd nodig.

Ik heb in het verleden inderdaad gezegd dat een van de aandachtspunten in de capaciteitsproblematiek, in het bijzonder in de steden, is dat de vrije keuze onder druk komt te staan, mevrouw De Knop. Daarop moeten we een antwoord vinden, maar nu de mensen doen geloven dat je dat in een-twee-drie kunt oplossen, is ze fabeltjes wijsmaken. Ik heb altijd geleerd, mevrouw De Knop, dat je mensen geen valse hoop mag geven en dat je eerlijk moet zijn.

De monitoring is aan bod geweest, is besproken door de regering. U weet dat er nieuwe regels zijn uitgevaardigd. We hebben vastgesteld dat er bijkomende onderbenutting was. Het was technisch niet meer mogelijk om dat regelen, we hebben dat met de regering besproken. Minister Muyters zal in de commissie alle verdere uitleg daarover geven.

Er is gevraagd hoe het komt dat we vorige vrijdag niet hebben beslist. Mijnheer Wienen, u hebt de eigenaardige gewoonte om niet altijd volledig te citeren, als ik dat mag zeggen. Ik heb in de commissie gezegd dat we vermoedelijk vrijdag zouden beslissen, maar dat het ook de week nadien kon zijn. U moet mij volledig citeren. We hebben dat vrijdag besproken. Het is een document van negentien pagina’s, hebt u gezien, ter objectivering. Er werden vragen gesteld. De minister-president was er niet en het is logisch dat hij bij zulke belangrijke beslissingen aanwezig is. Daarom hebben we vrijdag al beslist, met instemming van de minister-president, dat we dat vandaag zouden beslissen om dan morgen in de commissie Onderwijs het antwoord in primeur te brengen aan het parlement, conform het engagement dat ik had genomen tegenover mevrouw Van Steenberge en de voorzitter van de commissie.

Ik wil daar kort iets over zeggen, voorzitter. Ik begrijp de commotie in het begin van deze vergadering niet. Deze regering krijgt soms de kritiek dat ze eerst naar de pers gaat als ze iets heeft beslist. Vandaag wilden we de primeur aan het parlement geven. Dat bleek dan ook weer niet goed te zijn. Ik betreur dat. Maar goed, ik zal in de commissie alle technische uitleg geven. Ik denk dat dat de correcte gang van zaken is. Wij als Vlaamse Regering en ik als minister wilden zeer correct zijn ten aanzien van het parlement – dat zal u plezieren –, de afspraken nakomen en de primeur aan het parlement geven. Meteen heb ik dan ook geantwoord.

Ik wil wat betreft de budgetten nog eens herhalen dat het moeilijke tijden zijn. De budgetten gaan zeer duidelijk in stijgende lijn. Er komt extra geld. Een belangrijk principe dat we honoreren, is dat het om extra geld gaat voor de capaciteit en dat we niet aan de reguliere middelen voor de scholenbouw komen. We nemen geen geld weg van de reguliere middelen voor de scholenbouw. De heer De Meyer en anderen hebben dat terecht gevraagd. Het is trouwens ook mijn mening. We komen daar niet aan!

Wil dat nu zeggen dat we de reguliere scholenbouw vergeten? We moeten de twee dossiers van elkaar scheiden. Ik wil eraan herinneren dat we weldra, vanaf volgend jaar, effectief de eerste steen zullen leggen voor heel veel van die tweehonderd DBFM-scholen. Vlaanderen is een van de weinige regio’s in Europa die nog zoveel scholen bouwt op dit moment. We zijn bezig met te spreken met de koepels om de wachtlijstcriteria te herzien, en we zullen die gesprekken voortzetten. U weet dat er op dit moment een wachtlijst van ongeveer 4 miljard euro is. Een van de redenen waarom die wachtlijst zo hoog is opgelopen, is dat iedereen hoort dat het heel lang duurt vooraleer je geld krijgt. Dan zet iedereen zich op de wachtlijst. Dan krijg je een sneeuwbaleffect, want men denkt ‘now or never’. We moeten het criterium van de chronologie, het enige criterium dat vandaag bestaat, vervangen door een set van andere criteria. Dat is historisch een revolutie in Onderwijs! We zijn dit nu aan het bespreken en voorbereiden met de koepels. We zullen dat verder doen zodat we een duidelijke inschatting van de wachtlijsten krijgen en een reële inschatting kunnen maken zodat we die planmatig kunnen aanpakken.

We willen ook verder gaan via pps. We zijn volop met Eurostat aan het praten over de grote DBFM-operatie. Daar moeten we conclusies uit trekken. Op basis daarvan moeten we nieuwe pps-constructies kunnen maken.

Voorzitter, sommigen vinden het nogal gemakkelijk om nieuw geld te vinden. Nogmaals, het zijn economisch moeilijke tijden. Mocht het zo gemakkelijk zijn om nieuw geld voor de scholenbouw te vinden, dan hadden we dat wellicht al snel gevonden en dan had misschien een van jullie dat al kunnen voorstellen. We hebben de afgelopen maanden echter niet stil gezeten. We hebben het bankenplan gehad en geprobeerd om daar een stuk van Onderwijs in te brengen, maar dat is niet evident. We hebben gepraat met heel veel mensen in de financiële sector om te kijken hoe we dat ESR-matig neutraal kunnen regelen, wat niet zo evident is.

We zitten op een nieuwe piste, overigens met de stad Antwerpen, en we gaan die piste verder uitwerken. U weet dat een aantal financiële instellingen, maar ook de verzekeringssector, hun vastgoed moeten uitbreiden, op basis van de Bazelnormen. We zijn nu naar een nieuwe formule aan het werken om te kijken hoe we dat kunnen doen, met publiek-private samenwerking, maar dan vooral private, met heel de financiële en verzekeringssector. Als dat proefproject in Antwerpen lukt, waar ik morgen met de schepen over zal praten om dat snel af te ronden, kunnen we mogelijkerwijze een nieuwe piste openen voor de scholenbouw in Vlaanderen, op een totaal andere manier. Ook daar zijn we volop mee bezig.

Het uitvoeringsbesluit voor de subsidiëring van de beschikbaarheidsvergoedingen zullen we voor de krokusvakantie voorleggen aan de regering. Ook daar wordt niet getalmd. In december is dat goedgekeurd in het parlement en we zullen volgende week naar alle waarschijnlijkheid het uitvoeringsbesluit agenderen.

Voorzitter, ik weet dat kinderen heel belangrijk zijn. Zij zijn de toekomst. We moeten zorgen dat ze een plaats in ons onderwijs hebben. We worden in de samenleving met heel wat uitdagingen geconfronteerd. De Vlaamse Regering kiest wel voor Onderwijs, dat blijkt uit de cijfers. Ik ga die vandaag niet herhalen. Het enige cijfer dat ik wil herhalen is de 108 miljoen euro extra geld voor de capaciteit.

We zullen dat ook de komende weken en maanden blijven doen. We zullen daarbij vertrekken vanuit de feiten. We zullen niet ingaan op stemmingmakerij of op al dan niet verkeerde montages. Dergelijke zaken interesseren mij, de huiskamers in Vlaanderen, de leerkrachten en de Vlaamse Regering niet.

We zullen samen de nodige middelen ter beschikking blijven stellen. Op die manier zullen we ervoor zorgen dat elk kind in Vlaanderen op 1 september 2013 naar school zal kunnen gaan. (Applaus bij de meerderheid)

Boudewijn Bouckaert

Minister, ik dank u voor uw omstandig antwoord. Ik heb nog een aantal vragen over de nota die is rondgedeeld. Ik denk dat u zich in de commissie aan nog meer vragen zult mogen verwachten.

Ik heb ook nog een algemene vraag. Aan bepaalde gemeenten wordt geld gegeven. Toevallig gaat het om de vier eersten in het alfabet. Aan de andere gemeenten wordt geen geld gegeven. Er komt wel een technische monitoring om na te gaan in welke mate de noden gerechtvaardigd zijn. U gaat er dus van uit dat die noden eventueel niet gerechtvaardigd zouden kunnen zijn. Indien zou blijken dat de noden gerechtvaardigd zijn, zal hier tijdens de begrotingscontrole op worden ingegaan.

Indien die eisen wel gerechtvaardigd zouden zijn, bijvoorbeeld in Mechelen, waar de ratio tussen inschrijvingen en capaciteit hoger dan 1 ligt en er dus een gebrek aan capaciteit is, kunt u dan garanderen dat die gemeenten in dezelfde mate zullen worden bediend als de gemeenten die nu al worden bediend? Indien dit niet het geval zou zijn, zouden bepaalde gemeenten op een zeer onrechtvaardige manier worden behandeld.

Irina De Knop

Ik heb net de minister gehoord. Het klonk op het einde heel ontroerend en eerlijk. We begonnen ons bijna af te vragen waarom we dit debat eigenlijk hebben gevoerd. Ik wil echter terugkeren naar de realiteit. Dit debat heeft duidelijk een verdeeldheid binnen de Vlaamse Regering aangetoond met betrekking tot de punten waar de minister voor pleit. Hij wil de vrije schoolkeuze in de toekomst waarborgen en de capaciteitsproblemen in de toekomst aanpakken.

Een school wordt niet zomaar gebouwd. Het is dan ook belangrijk dat we over een meerjarenplanning beschikken. De cijfers moeten worden ingevuld. De steden en gemeenten en de netten moeten weten over welke middelen ze in de toekomst zullen beschikken. Op dat ogenblik kunnen ze de ruimtelijke ordening plannen.

De minister heeft me verweten dat ik de ondernemers heb beledigd. Dat klopt niet. In mijn gemeenteschool staan ook containers. Die containers zijn prima. De minister zal echter moeten bekennen dat ze geen structurele oplossing vormen.

Volgens de minister kan een containerklas op drie maanden tijd worden geplaatst. Binnen de context van een gemeentelijke of stedelijke overheid lijkt me dat een heel korte tijd om een container te laten klaarzetten. Bovendien mag er dan niets mislopen. Vaak komen er, naast het plaatsen van de container, ook nog heel wat andere kosten bij kijken.

De woorden van de minister over dat bedrag van 108 miljoen euro klinken heel ontroerend. Uitgedrukt in Belgische franken lijkt het immens veel. Ik wil hier echter een ander bedrag tegenover stellen. We hebben 11.680 plaatsen nodig. Daarvan vult de minister nog niet een derde in. Bovendien komt hij enkel aan 108 miljoen euro indien hij de voorbije jaren meetelt. Er zal in de toekomst nog veel meer nodig zijn.

Tot slot heeft de minister verwezen naar de objectiviteit waarmee moet worden nagegaan welke dossiers al dan niet echt de capaciteit betreffen. Volgens mij heeft hij duidelijk nood aan duidelijk instrumentarium om de capaciteit te meten. Ik vraag me af wat hem als bevoegd vakminister tegenhoudt om hier werk van te maken.

Ik vind dat we deze namiddag geen fraai debat hebben gevoerd. Als politicus voel ik me wat gegeneerd om het schouwspel dat we hier hebben mogen beleven. Hiermee is vooral nogmaals bevestigd dat er, ook binnen de meerderheid, heel wat gehakketak tussen leden van het Vlaams Parlement is.

Ik ben blij dat we het debat hebben gevoerd. Het is toch echt wel duidelijk dat de Vlaamse Regering geen serieus werk maakt van het capaciteitsprobleem. Wij stellen ons vandaag in Vlaanderen nauwelijks nog de vraag naar de kwaliteit van de plaatsen. Wij moeten ervoor vechten dat elk kind in Vlaanderen naar school kan gaan. Dat is toch echt wel een evidentie en een basisvoorwaarde! We moeten daar blijven bij stilstaan. De enige extra middelen waarin u nu hebt kunnen voorzien, bestaan uit de onderbenutting van 7,4 miljoen euro binnen uw eigen budget. Dat is er nog bijgekomen. Dat is toch Vlaanderen onwaardig voor een probleem dat zo acuut is.

Voorzitter, ik ga u ergeren en ik ga de minister voor de derde keer dezelfde vraag stellen omdat hij er geen antwoord op heeft gegeven. Misschien is de derde keer de goede keer.

Minister, u hebt daarnet gezegd dat u niet weet wat mevrouw Kherbache gisteren en eergisteren in Antwerpen heeft gezegd. Ik heb het voor u opgezocht en ik zal het hier voor u citeren. Zij zei, en de burgemeester van Antwerpen is mijn getuige: “De N-VA en alleen de N-VA is verantwoordelijk voor het feit dat er onvoldoende middelen zijn voor het onderwijs in onze stad. Muyters en Bourgeois hebben in de Vlaamse Regering de voorstellen van sp.a en CD&V om het budget te verhogen systematisch gedurende meer dan twee jaar geboycot en tegengehouden.”

Minister Smet, moet ik het citaat nog eens herhalen of hebt u het nu goed verstaan? Het is simpel. Mijn vragen zijn wat dit betreft vrij duidelijk. Hebt u samen met CD&V voorstellen ingediend? Zo ja, wat staat er in die voorstellen? Heeft de N-VA dat bij monde van de ministers Muyters en Bourgeois tegengehouden? Kort samengevat, is de kritiek van mevrouw Yasmine Kherbache, uw fractieleider in Antwerpen – en zij is niet de minste, want zij is kabinetschef van de premier van dit land – terecht of niet terecht? Het is toch niet zo moeilijk om daarop een duidelijk antwoord te geven? Als het paginagroot in de kranten en in de media kan, dan moet u hier de eerlijkheid en de politieke moed hebben om uw fractieleider te durven bijtreden of om te zeggen dat het niet waar is. Geef nu een antwoord.

Jos De Meyer

Minister, uiteraard dank ik u voor uw uitgebreide antwoord. Maar ik heb toch nog enkele vragen en suggesties.

Ik vraag u om bijzonder omzichtig om te gaan met het vervangen van de reguliere wachtlijst, die mij bijzonder bekommert en veel collega’s gelukkig ook, door een andere manier van werken op basis van andere criteria. Ik vraag u om daarover heel veel overleg te plegen met de sector en in de commissie Onderwijs.

Het is toch normaal dat schoolbesturen die vandaag een gebouwencomplex hebben van meer dan veertig of vijftig jaar oud en die vooruitziend zijn nu, denkend aan de toekomst, een dossier voor vernieuwbouw indienen? Minister van Begroting, ik ben blij dat u instemmend knikt.

Minister van Begroting, minister van Onderwijs en minister-president, ik heb een oefening gemaakt. Ik zeg niet dat die volledig juist is. Je kunt discussiëren over mijn parameters, maar ik heb ze samen met enkele deskundigen gemaakt. Ik wil die oefening niet verabsoluteren. Ik heb ze gemaakt om een idee te hebben van de reële behoeften die er mogelijk zijn. Ik heb er onmiddellijk aan toegevoegd dat mijn parameters aanpasbaar zijn. Ik wil vermijden dat de oppositie straks of volgende week of volgende maand zegt: “De Meyer heeft dat gezegd.”

Mijn oefening gaat over de subsidiebehoeften van het vrij onderwijs. Het vrije onderwijs telt 10,2 miljoen vierkante meter onderwijsoppervlakte. Voor Design, Build, Finance and Maintain (DBFM) is in middelen voorzien. Trek dat daarvan af, en je komt op 9,75 miljoen vierkante meter. Veronderstel dat ze de financiële norm gebruiken die ze mogen gebruiken en die is vastgesteld bij de dossiers, maar ze gebruiken die norm slechts voor 90 procent. Bereken dan de vervangwaarde. Dat is, collega’s, 18,7 miljard euro indien je dit zou omzetten in nieuwbouw. Als je ervan uitgaat dat dit het bedrag is, en je stelt dat een goed huisvader jaarlijks in 2,5 procent voor eigenaarsonderhoud of vervangingsbehoeften voorziet, en je weet dat het voor 60 of 70 procent wordt gesubsidieerd – ik neem hier een gemiddelde van 65 procent –, als je deze oefening met deze parameters maakt, kom je tot een jaarlijkse subsidiebehoefte van 300 miljoen euro.

Ik ben de eerste om te weten dat dit morgen niet mogelijk is. Maar anderzijds is het wel goed om in de oefening die we op lange termijn maken, de globaliteit, de complexiteit en de financiële consequenties van het geheel te zien. Want het is toch wel sterker en beklijvender dan de vlugge discussie die we soms voeren over deze problematiek. Ik wou dit even in alle rust en sereniteit zeggen, minister-president.

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Voorzitter, minister, ik kan het niet laten om als ervaringsdeskundige, als oma van een kleinkind in een containerklas, te spreken. Daar is absoluut niks mis mee: die container is zeer mooi, zeer goed en prachtig geïsoleerd. Alleen, minister, wat is de realiteit? Er worden twee of drie containers bijgezet in een school, en de refter van de school blijft even groot. De 75 kindjes die nu een plaats hebben in de container, moeten dus het eten uit hun brooddoos wel in de klas opeten. De overdekte speelplaats blijft even groot. Soms kan men dit opvangen in shiften, maar niet altijd: in grote scholen lukt dit niet. Als ervaringsdeskundige weet ik waar ik over praat. De overdekte speelplaats is bij regenweer niet groot genoeg, en uiteindelijk wordt de speelruimte van de kinderen veel kleiner.

Ik wil hiermee alleen maar illustreren wat mijn fractievoorzitter zegt. Op dit moment zijn we bezig met een kwantitatieve oefening: hoe kunnen we ervoor zorgen dat we voldoende bij zetten? Maar we vergeten totaal de kwalitatieve oefening. Onderwijs gaat ook over kwaliteit. Het gaat over scholen in kansarme buurten, waar kinderen al weinig ruimte hebben thuis en in de omgeving om te spelen. De ruimte in de school wordt nog eens beperkt. Ook daar moeten we over nadenken. Ik denk dat het de verdomde verantwoordelijkheid is van heel dit parlement niet alleen van de kwantiteit maar ook van de kwaliteit werk te maken.

Minister Pascal Smet

Ik wil nog drie dingen zeggen. Mevrouw Vogels, ik begrijp u. Het is meer dan een kwantitatieve oefening, het is ook een kwalitatieve oefening. Ik denk dat er heel veel mensen in de school, leerkrachten en directie, zich daarvan ook bewust zijn. Ze maken er ook het beste van. Ik stel ook vast dat, wat de organisatie betreft, er toch nog kan worden afgeweken van de klassieke patronen. Dat is geen kritiek, maar men merkt dat men toch heel vaak in de klassieke patronen blijft zitten. Op dat vlak is er nog ruimte, onder meer wat betreft de shiften. Maar ik ben het met u eens, het moet ook een kwalitatief verhaal blijven. In een stedelijk omgeving is het niet altijd evident omdat daar niet altijd de ruimte beschikbaar is.

Mijnheer Bouckaert, we gaan de monitoring uitvoeren, en op basis van deze monitoring gaan we de reële behoeften verder geobjectiveerd inschatten, en daarna volgt de begrotingscontrole zoals we hebben afgesproken, en dan zal de Vlaamse Regering haar verantwoordelijkheid nemen, zoals ze dat altijd gedaan heeft.

Mijnheer Dewinter, ik was bij het debat in Antwerpen niet aanwezig. U citeert, maar ik heb de context niet gehoord. In de hitte van een debat worden nu eenmaal dingen gezegd. Ten tweede: de N-VA heeft dat niet tegengehouden. Ik heb voorstellen gedaan en ik heb niet al het geld gekregen dat ik gevraagd heb – collega Muyters heeft dat vanmorgen op de radio ook duidelijk gezegd. We hebben dan als regering een collectieve beslissing genomen. Dat betekent dat elke partij die op dat moment in de regering vertegenwoordigd is, collectief verantwoordelijk is voor die beslissingen en ze collectief moet uitvoeren. U zult hebben gemerkt dat ik dat de afgelopen maanden ook heb gedaan. (Opmerkingen bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

Wenst iemand tot besluit van dit actualiteitsdebat een motie of een motie van wantrouwen in te dienen?

Open Vld, Groen, Vlaams Belang en LDD kondigen aan een motie te zullen indienen.

De moties moeten uiterlijk om 17.45 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daarover straks uitspreken.

Het debat is gesloten.

Regeling van de werkzaamheden
van Johan Sauwens aan minister Philippe Muyters
173 (2012-2013)

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.