U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 16 januari 2013, 14.00u

Actuele vraag van mevrouw Patricia De Waele tot mevrouw Freya Van den Bossche, Vlaams minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie, over het financieringstekort voor renovaties in de sociale huisvestingssector
De voorzitter

Mevrouw De Waele heeft het woord.

Patricia De Waele

Minister, in uw beleidsnota toont u dat u van woonkwaliteit een beleidsprioriteit wilt maken. Ook naar aanleiding van het jaarverslag van 2011 van de Wooninspectie lezen we dat u van oordeel bent dat eigenaars wel twee keer zullen nadenken voor ze verkrotte panden te huur stellen.

Minister, u moet blind zijn of u bent van slechte wil als u niet inziet dat er binnen de sociale huisvestingssector grote problemen bestaan om kwaliteitsvolle woningen aan te bieden. Dat is nogmaals gebleken uit een schrijnend geval dat dit weekend in de media kwam, jammer genoeg geen alleenstaand geval.

Cijfers en verslagen van diverse woonorganisaties tonen dat de verkrotting binnen de sociale huisvestingssector toeslaat. Ik geef u enkele kerncijfers, minister, die betrekking hebben op uw beleidsprioriteit. 50 procent van het sociale huurpatrimonium heeft een of meerdere onvoldoendes op het gebied van kwaliteit. Die onvoldoendes gaan over ernstig risico op CO-vergiftiging, ernstig risico op elektrocutie- of brandgevaar en schimmelvorming.

Daarenboven, minister, heb ik enkele dagen geleden nog een antwoord gekregen op een schriftelijke vraag, waaruit blijkt dat 61 procent van de in 2010 onbewoonbaar verklaarde woningen binnen het sociale huurpatrimonium vandaag nog steeds op de gewestelijke inventarislijst voorkomt.

Minister, welke maatregelen gaat u nemen om aan de investerings- en renovatiebehoefte van de sociale huisvestingssector te voldoen, zodat ze kwaliteitsvolle woningen kunnen aanbieden?

De voorzitter

De heer Penris heeft het woord.

Jan Penris

Ik stel juist vast dat ik wat onwennig ben in dit gezelschap. Het is een dameskransje aan het worden: een vrouwelijke minister en drie vrouwelijke vraagstellers. (Opmerkingen van mevrouw Marijke Dillen)

Ik voel me daar wel goed bij, mevrouw Dillen, omdat de oppositie voor één keer gezamenlijk aan hetzelfde zeel trekt en hierover terecht kritische vragen stelt. Mevrouw De Waele heeft op een schitterende manier de spurt aangetrokken. Dat maakt het voor mij in het peloton iets gemakkelijker om kritische vragen aan de minister te stellen.

De situatie is geschetst. We hebben ambities voor de renovatie van het sociale woningpatrimonium. We hebben die niet enkel omdat Europa ons die oplegt, maar omdat we het beste willen voor onze klanten. Ook u hebt in uw beleidsbrief nog eens zeer uitdrukkelijk gezegd – en ik hoop dat ik voor een keer van mijn papieren gebruik mag maken – dat u er werk van zou maken. Ik citeer: “Ik heb de opdracht gegeven om een inventaris op te maken van de noodzakelijke werken om de kwaliteit van het sociale woningpatrimonium en het energiepeil in het bijzonder tot een aanvaardbaar niveau te brengen. Dit houdt in dat alle woningen tegen 2020 minstens over dakisolatie, dubbel glas en een rendabel verwarmingssysteem zullen moeten beschikken.”

Als u die ambitie hebt, is de vraag natuurlijk wat u daar financieel tegenover stelt. U zei in uw beleidsbrief en tijdens de begrotingsbesprekingen dat u dat verhaal met 100 miljoen euro per jaar zou kunnen afboksen. De sector zegt ons nu dat er een viervoud aan middelen nodig is. Waar gaat u die vinden?

De voorzitter

Mevrouw Van Volcem heeft het woord.

Minister, u moet zich niet persoonlijk aangevallen voelen, maar de Vlaamse Regering, bestaande uit N-VA, CD&V en ook sp.a kenmerkt zich door twee zaken: stilstand en vooral wachtlijsten. Die wachtlijsten kunt u absoluut niet onder controle krijgen.

Nog nooit tevoren hebben in Vlaanderen zoveel mensen op de wachtlijst voor een sociale woning gestaan. Het piekt: 91.000 mensen die het moeilijk hebben, staan op een wachtlijst. En er is opnieuw een wachtlijst, namelijk die voor renovaties van sociale woningen. Er is 2,9 miljard euro nodig. U hebt 500 miljoen euro extra uitgetrokken over 5 jaar. Wat zien we, ook op televisie? Dat de nood schrijnend is. 50 procent van alle woningen heeft nog niet eens dakisolatie of dubbele beglazing, of er is een probleem met het rendement van de ketel.

Minister, u bent bevoegd voor Wonen. Ik verwijt u soms dat u te vaak bezig bent met alleen het sociale wonen, want woonbeleid is meer dan alleen sociale huisvesting. Maar zelfs voor die 7 procent sociale woningen, slaagt u er niet in om een voortreffelijk beleid te voeren dat in voldoende middelen voorziet en de wachtlijsten wegwerkt.

Minister, wat zult u daaraan doen? Als bevoegd minister moet u keuzes maken en uw beleid voldoet niet.

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Voorzitter, minister, deze vraag is er gekomen naar aanleiding van een reportage op de VRT. Veel mensen waren geschokt door de beelden van een gezin dat tracht te overleven in een onbewoonbaar verklaarde sociale woning.

Minister, mocht die reportage over de private huurmarkt gaan, dan ben ik ervan overtuigd dat u er als de kippen bij zou zijn om te zeggen dat u de strijd tegen huisjesmelkers zou opvoeren. In dit geval is de huisjesmelker van dienst de minister van Wonen en bij uitbreiding de hele Vlaamse Regering. U zult zeggen dat een sociale huisvestingsmaatschappij (SHM) mensen die in een onbewoonbare sociale woning wonen, moet herhuisvesten. Dat is zo, maar als die huisvestingsmaatschappij geen bewoonbare woning meer heeft en als die al geruime tijd een renovatiedossier op uw bureau heeft liggen maar geen geld krijgt om te renoveren, wie is er dan verantwoordelijk? Het gaat van kwaad naar erger. Het voorbeeld dat we dit weekend gezien hebben, is inderdaad maar een van de zovele.

Minister, dit is zeer ernstig. Wat gaat u eraan doen?

De voorzitter

Minister Van den Bossche heeft het woord.

Collega’s, ik wil eerst ingaan op het concrete geval dat mevrouw Vogels aanhaalt, om vervolgens het hele beleid te schetsen.

Op 13 augustus vorig jaar is er bij de Wooninspectie een vraag aangekomen om in de woning in Zele een kijkje te gaan nemen. Op 30 augustus is men dat onderzoek gaan doen, en al op 5 september hebben wij een voorstel tot ongeschiktverklaring gericht aan de burgemeester. De burgemeester heeft dan een maand later, op 4 oktober, de woning ongeschikt verklaard. Die woning was overigens in juni vorig jaar al op het uitvoeringsprogramma gezet, dus nog voor de klacht er was. Daardoor kan die woning op 1 februari van dit jaar worden aangepakt.

Het is dus niet zo dat woningen niet worden aangepakt. Ik zal u uitleggen wat de algemene manier van werken is. Ik vind het jammer dat u de indruk zou wekken dat ik vind dat dat allemaal moet kunnen. Dat is niet zo. Dat is net waarom ik zo’n prioriteit maak van renovaties.

Bij mijn aantreden bestond er geen inventaris van de noden in sociale woningen. Niemand wist hoe het patrimonium eraan toe was en wat de noden waren. Wij hebben die inventaris laten maken. Daaruit bleek dat de helft van de woningen een of andere nood aan renovatie kende, dat het voor 700 miljoen euro van die ingrepen om energie-ingrepen gaat, en dat het voor iets meer dan 2 miljard euro andere renovatienoden betreft.

De regering heeft vervolgens de renovatiebudgetten verdubbeld. Dat wil zeggen: verhoogd met 100 miljoen euro per jaar in vergelijking met de vorige legislatuur. U kunt dus, in tijden van budgettaire krapte, niet zeggen dat wij dat niet belangrijk zouden vinden.

Je kunt niet al die woningen in een jaar tijd aanpakken, en dus moet je prioriteiten bepalen. We hebben gesteld dat eerst die dossiers aan bod moeten komen die, zoals bij het dossier in Zele, leiden tot onbewoonbaarverklaring of ongeschiktverklaring, die ernstige gebreken vertonen. Die hebben een absolute prioriteit. Als die zijn aangepakt, gaan we naar de energierenovaties, voor zover die niet al passen in een algehele aanpak, die apart op de budgetten moet worden gezet. Daarnaast gaan we voor een aantal ‘quick wins’ in energie, zoals afgesproken in de commissie, en voor projecten waar we subsidies voor krijgen – bijvoorbeeld Europese subsidies – die zouden vervallen als we niet snel aan de slag gaan.

Samengevat: er is een inventaris, er worden prioriteiten bepaald, het budget is verdubbeld.

Ik kan niet alles aanpakken op één jaar tijd. Wat ik wel jammer vind, is dat men de zaken fout voorstelt. Er zijn mensen die zeggen dat er 400 miljoen euro te weinig is om die projecten allemaal dit jaar te laten plaatsvinden. Ik heb mij suf gezocht naar de herkomst van dat bedrag, en ik denk te hebben gevonden waarom men dat zegt. Er is een reservelijst van projecten ter waarde van 315 miljoen euro. Voor 225 miljoen euro daarvan gaat het nog maar om een schets. Die projecten kunnen dus op geen enkel uitvoeringsprogramma worden geplaatst. Die zijn niet klaar. Van de 90 miljoen euro die overblijft, is maar 33 miljoen euro gunningsklaar. Boven op de 200 miljoen euro van dit jaar, die een verdubbeling is van de inspanning, is er 33 miljoen euro aan dossiers die pas kunnen worden ingeschoven als een ander dossier vertraging oploopt, of in het beste geval, als alles heel snel gaat, er kunnen worden ingeschoven bij het eerstvolgende uitvoeringsprogramma (UP). Dat is dus een verhaal van een heel andere orde.

Ik betreur ook de fouten in de informatie. De voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Huisvestingsmaatschappijen (VVH) heeft mijn medewerker ook laten weten dat hem de woorden in de mond zouden zijn gelegd.

Patricia De Waele

Dat is nieuws, als er verkeerde informatie zou worden gegeven. Hoe dan ook, minister, zou u na ruim drie jaar beleid op kruissnelheid moeten zitten om de door u bepaalde doelstellingen inzake woningkwaliteit te behalen. U slaagt daar niet in. Er is een groot probleem inzake financiering en inzake de kernopdracht van de sociale huisvestingsmaatschappijen.

Er is zopas een antwoord binnengekomen, collega’s, dat 61 procent van de onbewoonbaar verklaarde sociale huurwoningen vandaag nog steeds op de inventarislijst staan. Met de middelen die u uittrekt, minister, zult u veel tekortkomen om die allemaal prioritair te behandelen.

Jan Penris

Ik zal het niet hebben over het individuele geval in Zele, want ik denk dat de voorzitter niet toestaat dat we zulke gevallen apart bespreken. Ik stel wel in het algemeen vast, minister, dat de sector van de sociale huisvesting een probleem heeft met het op peil houden van de woonkwaliteit van oudere sociale woningen.

Minister, u moet dan maar eens een antwoord formuleren. Het maakt niet uit of het 400 miljoen euro, 100 miljoen euro of iets daartussenin kost. U beschikt over onvoldoende middelen.

Tijdens mijn sociaal dienstbetoon krijg ik deze maand veel sociale huurders over de vloer die klagen over een stijging van hun huur. Dat heeft dan niets met hun inkomen te maken. Die stijging wordt op een slinkse wijze georganiseerd. De algemene onkosten van deze mensen worden opgedreven. Volgens mij maken de SHM’s, die hun opdracht hebben gekregen, misbruik van hun klanten om die opdracht alsnog uit te voeren.

Minister, wat zal de Vlaamse Regering doen om dergelijke problemen op te lossen?

Op één vlak kan ik de minister gelijk geven: de voorzitter van de VVH is niet altijd neutraal. De door hem verstrekte informatie is enigszins gekleurd. Ik heb dat vroeger ook al ervaren.

We hebben natuurlijk de voorzitter van de VVH niet nodig om vast te stellen dat zelfs een verdubbeling van het budget slechts een druppel op een hete plaat zou vormen. De minister wil 24.000 woningen volledig renoveren. Dit betekent dat de mensen die in deze woningen wonen, allemaal moeten worden geherhuisvest. De minister zal er nooit geraken. Ze zal nooit voldoende middelen hebben en de wachtlijsten zullen blijven aangroeien.

Mijn partij wil dat iedereen die in een sociale woning woont, dat ook nodig heeft. Dat is een zeer belangrijk punt. Wie in een sociale woning woont, heeft ook recht op een kwalitatieve woning.

Minister, ik heb niet gehoord wat u bijkomend zult ondernemen om dit prangend probleem op te lossen.

Mieke Vogels

De minister verdrinkt ons enigszins in cijfers. Volgens haar heeft de voorzitter van de VVH foute cijfers gebruikt. Uiteindelijk gaat het niet enkel om die cijfers. Het gaat er vooral om dat dit individueel dossier het topje van de ijsberg vormt. Hieruit blijkt dat er zand in de machine van de sociale huisvesting zit.

Aangezien ik lid van de oppositie ben en een kleur heb, zal ik misschien ook een gekleurde voorzitter van een SHM citeren. In de deze maand verschenen editie van Woonwoord, het tijdschrift van uw administratie, staat het volgende te lezen: “Sinds het financieringssysteem (…) is gewijzigd, draagt elke investering – zowel in bijkomende sociale huurwoningen als in grondige renovaties – ertoe bij dat de SHM in de toekomst structureel verlies lijdt.”

Minister, investeren in grondige renovatie en in bijkomende woningen betekent het faillissement van de meeste sociale huisvestingsmaatschappijen.

De voorzitter van de SHM stelt verder ook nog dat zelfs voor de renovatie van een woning, na het vertrek van een huurder, de SHM bij de VMSW moet lenen om die werken aan te kunnen.

Minister, dit is een structureel probleem. U zit met een heel groot probleem. Het wordt hoog tijd dat u dit onder ogen durft te zien en dat u het probleem oplost.

De voorzitter

Mevrouw Heeren heeft het woord.

Veerle Heeren

Voorzitter, de patrimoniumenquête heeft aangetoond dat de noden heel groot zijn. De ambities zijn ook heel groot. De minister wil jaarlijks voor een bijkomend budget van 100 miljoen euro zorgen voor de renovatie van woningen. Dat is in elk geval een verdienste.

Minister, moeten we niet erkennen dat we de doelstellingen in verband met de renovatie van sociale woningbouw zonder investeringen door derden nooit zullen halen? We hebben een Vlaams Energiebedrijf. Er bestaat in Europa zoiets als energy saving companies. Die bedrijven brengen projecten tot stand die tot energiebesparingen bijdragen. Dat zou ook met betrekking tot de sociale woningbouw kunnen gebeuren.

Minister, ik zou u willen vragen het overleg met de hiertoe bevoegde minister te starten. U bent zelf ook bevoegd voor het beleidsdomein Energie. We moeten nagaan in welke mate we op korte termijn quick wins op het vlak van de sociale woningbouw tot stand kunnen brengen.

In het najaar van 2012 hebben we een debat over deze problematiek gevoerd. Dit individueel probleem is toen ter sprake gekomen. Dit punt is tijdens de bespreking van de beleidsbrief overigens ook aan bod gekomen. Het is, met andere woorden, niet helemaal nieuw. Dit wordt hier niet enkel ten gevolge van een uitzending te berde gebracht.

De voorzitter

Mevrouw Hostekint heeft het woord.

Michèle Hostekint

Ik denk dat vandaag niemand ontkent dat er een probleem is. Ik heb de minister dat ook niet horen ontkennen. Het is natuurlijk geen nieuwe problematiek. Het verschil is wel dat we vandaag de nood kennen. Het pleit voor de minister dat er een inventaris is opgemaakt waardoor we vandaag weten wat de maatschappelijke nood is.

Niets is gemakkelijker dan een wachtlijst inkorten, mevrouw Van Volcem. We kennen allemaal uw oplossing voor het wegwerken van de wachtlijsten: maak dat de voorwaarden om in aanmerking te komen zo beperkt zijn dat niemand nog in aanmerking komt, en dan heb je geen wachtlijsten meer. De problematiek van de renovatie bestond al tijdens de vorige legislatuur toen uw partij de minister van Wonen leverde. U verwijst nu naar minister Van den Bossche, maar deze problematiek bestond tijdens de vorige legislatuur al. Het verschil is dat we niet wisten wat de echte maatschappelijke nood was, dat er geen inventaris was en dat we dus geen idee hadden hoeveel woningen er een mankement vertoonden. Bijgevolg hadden we ook geen wachtlijsten.

Mevrouw Van Volcem, een wachtlijst oplossen, is niet moeilijk: maak gewoon dat er niemand in aanmerking komt. De minister heeft nu het budget verdubbeld. We kennen vandaag tenminste de maatschappelijke nood wat een eerste voorwaarde is om er iets aan te doen.

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

Marc Hendrickx

De gezamenlijke oppositie heeft blijkbaar één ding gemeen: ze focust steeds weer op de problematiek in de sociale huisvesting en is blind voor de extra inspanningen die Vlaanderen zich getroost. De minister gaf het al aan: de komende vijf jaar is dat maar liefst 100 miljoen euro extra per jaar. Je moet het maar doen in deze moeilijke tijden.

Maar los daarvan ben ik het eens met een aantal collega’s. De heer Penris gaf het al aan: de Vlaamse overheid alleen zal de problematiek niet meer aankunnen, zeker na wat Europa ons nu weer komt op te leggen inzake energienormen.

Minister, de Vlaamse Confederatie Bouw biedt haar medewerking aan. Zult u ingaan op die uitgestoken hand?

Om te beginnen met de laatste vraag en de suggestie van mevrouw Heeren: dat is een heel goede suggestie. Ik denk dat wij inderdaad, hoewel de budgetten enorm zijn gestegen, bijkomende hulp kunnen gebruiken. Er zijn een aantal goede voorbeelden. In Limburg is er een project geweest waarbij sociale woningen werden geïsoleerd via een ESCO-systeem (Energy Services Company). Dat is vrij snel en zeer vlot gegaan, tot ieders tevredenheid. Ik wil met minister Lieten kijken of het Energiebedrijf die taak op zich kan nemen om er een versnelling aan te geven. Als dat niet zo zou zijn, dan komen er wellicht andere ESCO’s voor in aanmerking waarmee we zouden kunnen samenwerken. Ik zal dus de hand van zowel de Vlaamse Confederatie Bouw als van mevrouw Heeren met plezier aannemen.

Er was ook een vraag van mevrouw Vogels over het financieringssysteem. Het is zo dat in het oude systeem maatschappijen die in veel nieuwbouw voorzagen, daarvoor werden gestraft omdat het financieringssysteem dat allesbehalve aanmoedigde. Gisteren is in het Belgisch Staatsblad het nieuwe financieringssysteem verschenen. Dat zal ervoor zorgen dat men van 50 procent subsidiëring naar 65 procent gaat, wat ervoor zorgt dat bijbouwen werkelijk wordt aangemoedigd, ook door het nieuwe systeem. Aan dat euvel hebben wij een antwoord kunnen geven.

De essentie van de zaak, waar de meeste uiteenzettingen over gingen, is dat we die doelstellingen moeten halen. We leggen ze onszelf op. Het is zeker zo dat er grote noden zijn. Wie de noden niet wil erkennen, moet ze niet opvragen. Door de noden op te vragen – iets waar overigens de hele commissie, over grenzen van meerderheid en oppositie heen, het mee eens was – weten we eindelijk wat die noden zijn. Een woning zoals in de reportage getoond, ziet er niet zo uit na één jaar, het gaat om een jarenlange desinvestering in de renovatie van sociale woningen. Je krijgt dat niet recht op één jaar. Wel zal er tussen 2011 en 2020 2 miljard euro worden geïnvesteerd in de renovatie van die woningen. Als u dat dan een druppel op een hete plaat noemt, denk ik dat u uw taak als oppositielid ietwat vrijelijk invult.

We kennen de nood, we hebben geld vrijgemaakt, 100 miljoen euro extra per jaar, vijf jaar lang. Ook de volgende legislatuur loopt dat engagement. Er is in ieder geval in het geld voorzien. Er worden prioriteiten bepaald, waardoor we de dringendste noden het eerst oplossen. Vroeger was het: wie eerst komt, eerst maalt. Je diende een dossier in, het kwam op het bureau, en het werd doorgestuurd. Nu kijken we waar de noden het grootst zijn en waar we eerst moeten investeren. Dat is een verbetering van het beleid.

Kan ik alles op één jaar tijd oplossen? Neen, dat kan ik niet. Ik neem aan dat u de eerlijkheid hebt om te erkennen dat niemand dat zou kunnen.

Patricia De Waele

Minister, mevrouw Hostekint, ik heb cijfers van de vorige legislatuur en van deze legislatuur opgevraagd. Er blijkt een verslechtering te zijn als het gaat over het aantal onbewoonbaar verklaarde sociale huurwoningen. Minister, dat is het resultaat na drie jaar van uw woonbeleid. Ik denk dat de middelen voor het sociaal woonbeleid verkeerd worden ingezet. U houdt zich veel te veel bezig met verkopen, verkavelen en niet-residentiële panden verhuren, en u houdt zich veel te weinig bezig met de kerntaak, de essentie van sociale woningen, namelijk het sociaal verhuren.

Jan Penris

Minister, u hebt hier een uniek politiek moment meegemaakt. Er is een verenigde oppositie, die u en uw beleid wil steunen. Van extreemlinks tot vrolijk rechts is iedereen het erover eens dat we meer moeten investeren in sociale huisvesting, om datgene te kunnen waarmaken waarop onze klanten recht hebben. Bij de mensen die u zouden moeten steunen, hoor ik echter enkel terughoudendheid. De heer Hendrickx zegt ineens dat u al genoeg doet. Hij zou wel andere prioriteiten leggen. Mijnheer Hendrickx, ik mocht die papieren niet meenemen, maar op mijn bureau liggen betogen van uw collega, mevrouw Homans. U mag ze straks lezen. Zij gaat in haar betoog veel verder dan u.

Minister, de essentie van deze kwestie is dat deze regering moet doen wat ze hoort te doen voor de sociale huurders, en ze doet dat niet. Dat is jammer. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister, neemt u me niet kwalijk, maar ik vind dat u toch enigszins een excuustruus bent. U bent vier jaar minister van Wonen. De wachtlijsten voor de kandidaten waren nog nooit zo groot. Het patrimonium van de sociale huisvestingsmaatschappijen was nog nooit zo slecht. Daadkracht en vooruitgang: dat is uw taak. (Applaus bij Open Vld)

Mieke Vogels

Minister, het siert u dat u de wachtlijsten in kaart hebt gebracht. Ik weet wat dat betekent: men heeft dan de neiging om op de pianist te gaan schieten. Mevrouw Hostekint, dit heeft echter ook aangetoond hoe immens groot het probleem is, hoe structureel de problemen zijn in heel het systeem van sociale huisvesting. De meeste mensen zeggen dat dit nieuwe financieringssysteem ten gronde ook niets zal oplossen. Het heeft geen zin om dat alles over de verkiezingen van 2014 te tillen. Dat vind ik niet kunnen. Ik lig er niet wakker van als men zegt dat men de provincies later zal afschaffen en dat we het later zullen hebben over dat confederalisme, maar hier gaat het over kwaliteitsvol wonen voor mensen in Vlaanderen, en dat is een steeds groter probleem. Ik roep dus alle collega’s, van meerderheid en oppositie, op om echt eens ten gronde te bekijken welke instrumenten we vandaag hebben om dat betaalbaar en kwaliteitsvol wonen in Vlaanderen te realiseren, en om een beetje vooruit te denken, ook na 2014, wanneer we meer bevoegdheden zullen krijgen wat het woonbeleid betreft. Misschien moeten we een commissie ad hoc over sociaal wonen opstarten en zo de toekomst voorbereiden, in plaats van op de pianist te schieten. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Samenstelling van de commissies
Actuele vraag van de heer Dirk de Kort tot mevrouw Freya Van den Bossche, Vlaams minister van Energie, Wonen, Steden en Sociale Economie, over de betalingsmoeilijkheden inzake woonkrediet bij veel gezinnen

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.