U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 9 januari 2013, 14.06u

Actuele vraag van de heer Kurt De Loor tot de heer Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over de nood aan bijkomende ondersteuning van de OCMW's
De voorzitter

De heer De Loor heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, op maandag 7 januari 2013 legden meer dan 3000 nieuwe OCMW-raadsleden in Vlaanderen de eed af. Ik ga ervan uit dat ze dat allemaal met heel veel enthousiasme hebben gedaan, hoewel de komende bestuursperiode zich niet als de meest gemakkelijke aandient.

Een OCMW vormt voor duizenden gezinnen dagelijks een wereld van verschil, en is actief op verschillende vlakken. Er zijn nieuwe uitdagingen, zowel op het sociaal-economische als op het financiële vlak. De taken die een OCMW op zich neemt, gebeuren op een kwalitatieve manier na grondig voorbereidend werk.

Minister, de OCMW’s hebben, onder andere door de economische crisis, te maken met een stijgend aantal cliënten maar ook met de complexere problematiek. Indien wij ook in de toekomst de dienstverlening op dezelfde kwalitatieve manier willen uitvoeren, zal er bijkomende ondersteuning nodig zijn.

Naast de extra uitgaven vanwege onder andere de economische crisis, komen tegelijk de lokale financiën onder druk te staan. Daardoor bevindt het OCMW zich in een ‘catch 22’-positie.

Minister, bent u bereid om in de toekomst meer ondersteuning te bieden voor OCMW’s en daarvoor extra middelen uit te trekken?

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Collega’s, wij kunnen allemaal bevestigen dat de druk toeneemt op diegenen die op het lokale niveau voor een groot deel het sociale beleid voeren. Er is de vergrijzing, het stijgende risico op kansarmoede, de hele problematiek van de eenoudergezinnen, het imbroglio van onze samenleving en alles wat dat met zich meebrengt, ook inzake hulpvragen. Ik heb daar alle begrip voor.

Vanuit mijn bevoegdheid bestaat er geen structurele financiering van de OCMW’s. U weet dat zeer goed, want u bent er een eminent expert in. Wat de Vlaamse overheid wel doet, is via het Gemeentefonds de lokale besturen financieren. Het is de verdienste van minister Bourgeois dat wij tot nu toe de groei van dat Gemeentefonds hebben kunnen vrijwaren. Er zijn altijd behoorlijk wat indexeringen op die middelen toegepast. Een deel van die middelen moet naar de OCMW’s gaan voor de verdeling van de taken en de middelen op het lokale niveau.

Voor zover OCMW’s taken vervullen die ook tot de financiering van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin behoren, worden zij gefinancierd door de Vlaamse overheid. Maar dan is de benchmark niet het lokale bestuur maar kinderopvang, woonzorgcentra en noem maar op. Die sectoren worden door de ziekteverzekering of door de Vlaamse overheid gefinancierd. In het kader van het sociaal akkoord dat wij in Vlaanderen voor vijf jaar hebben gesloten, is inderdaad een deel uitgetrokken voor de publieke sector, dat zijn diegenen die vanuit het lokale niveau een aantal initiatieven financieren of organiseren. Het gaat om meer dan 4 miljoen euro voor kwaliteitsmaatregelen en managementondersteuning, en om ongeveer 12,6 miljoen euro voor koopkracht. Die middelen worden in overleg met de publieke sector gemobiliseerd.

Het is bij velen hier vertrouwde materie dat de lokale besturen ook de zoektocht naar efficiëntiewinst moeten organiseren: de samenwerking tussen gemeentebestuur en OCMW, de mogelijkheden en de opportuniteiten die dat met zich meebrengt, nieuwe decreetsbepalingen die misschien nieuwe perspectieven kunnen bieden.

Ten slotte is de hoeveelheid middelen die men op lokaal niveau besteedt aan sociaal beleid, een lokale politieke keuze. Er staat nergens geschreven dat een lokale overheid geen grotere dotaties mag doen aan het OCMW. Ook dat issue kent daar zijn volle verantwoordelijkheid.

Minister, dank u voor uw antwoord. Koken kost inderdaad geld. Sociaal beleid voeren kost geld. U hebt overschot van gelijk. Het zijn inderdaad politieke keuzes die op lokaal vlak moeten worden gemaakt. Maar we kunnen er niet omheen dat er ook extra opdrachten zijn voor die OCMW’s, ook voor wat betreft schuldbemiddeling en budgetbeheer. Het is goed dat OCMW’s ook als lokale partner zoveel mogelijk worden betrokken. Zij hebben de expertise in huis en ze staan heel dicht bij de burgers. Dat is heel belangrijk.

Door de economische crisis van de voorbije jaren krijgen wij een stijgend aantal cliënten over de vloer. Het absurde is dat wij daardoor enerzijds meer uitgaven hebben terwijl wij anderzijds tegelijkertijd ook het slachtoffer worden van het feit dat de lokale financiën onder druk staan. Ik pleit er dan ook voor, samen met alle lokale bestuurders in dit parlement, dat we de OCMW’s niet het besparingsmantra zouden opleggen. Als we de kwaliteit van de hulp- en dienstverlening willen garanderen, is maatwerk nodig. Daarvoor past een ‘one size fits all’-maatregel niet. Er is maatwerk nodig en daar kruipen heel veel tijd en werk in.

Minister, ik sta niet alleen met mijn pleidooi. Ook de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) pleit daar voor.

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Lies Jans

Ik vind de houding van de heer De Loor verwarrend. Daarnet ging het erover dat de OCMW’s alle rusthuizen moesten gaan uitbaten en dat de commerciële sector daar geen plaats meer heeft. Nu zegt hij dat de OCMW’s te veel taken hebben. (Opmerkingen van de heer Kurt De Loor)

Denk goed na, zou ik zeggen. Dat is ook een oproep aan alle bestuurders op lokaal niveau: denk goed na over de werking van uw OCMW. Focus op de kerntaken van het OCMW. Ga voor een geïntegreerd lokaal sociaal beleid. Dat wil zeggen: samenwerken met het gemeentebestuur en met andere partners op het terrein. Probeer zo op een efficiënte manier uw lokaal sociaal beleid uit te bouwen.

Het zal moeilijk zijn voor de OCMW’s. We kennen de situatie. Maar door op een doordachte manier te werken – en dat is de autonomie van elk lokaal bestuur – moeten daar wel mogelijkheden zijn.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Ik zit volledig op de lijn van mevrouw Jans. Ik denk dat de heer De Loor alleen zal staan binnen zijn meerderheid. Het is de kerntaak van een OCMW om aan sociaal beleid te doen. Het is ook de lokale autonomie die hier telt, mijnheer De Loor. Ik ben het voor een keer eens met de minister, als hij zegt dat men keuzes moet maken. Het is het lokale politieke niveau dat hier de keuzes moet maken, mijnheer De Loor. Het is gemakkelijk om altijd maar meer geld te vragen. Men moet de juiste keuze maken en ervoor kiezen om zijn kerntaak uit te voeren, namelijk sociaal beleid. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

Mevrouw De Waele heeft het woord.

Patricia De Waele

Ook ik vind de vraagstelling van de heer De Loor bijzonder vreemd. We zijn er al een aantal jaren van overtuigd dat een versmelting van OCMW-bestuur en gemeentebestuur van zeer groot belang kan zijn in onze gemeenten. Met uw vraag, mijnheer De Loor, plaatst u die autonomie en het subsidiariteitsprincipe net op de helling.

Het komt erop neer dat het OCMW en het gemeentebestuur zelf beslissen en de juiste keuzes maken. Dan zullen zij ook kunnen oordelen over het budget. U wilt dat nu omdraaien. Het is alsof u pleit voor een uitholling van het subsidiariteitsprincipe en van de autonomie van de gemeentebesturen.

Ik kan mij aansluiten bij de antwoorden van de minister. Ik vind uw vraag heel vreemd, mijnheer De Loor.

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Ik wil de heer De Loor steunen. Ik ben het niet eens met de minister. Ik wil wijzen op de januskophouding van deze Vlaamse Regering. Iedereen weet dat armoede en kinderarmoede toenemen. De ene week is er een minister van Armoedebestrijding die luid bazuint dat het beste niveau om die armoede op te lossen, het lokale niveau is, en dat de hele Vlaamse Regering veel van het lokale niveau verwacht. De volgende week komt een andere minister van diezelfde Vlaamse Regering zeggen dat er eigenlijk geen geld is om dat te doen.

Iemand zal op een bepaald moment het geld moeten ophoesten om iets aan armoede te doen. Stop alstublieft met die januskophouding, waarbij iedereen permanent de bal naar elkaar doorspeelt. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

De heer Verfaillie heeft het woord.

Jan Verfaillie

Mijnheer De Loor, niemand twijfelt aan het belang van de OCMW’s binnen de lokale samenwerking. Het Gemeente- en OCMW-decreet bieden een aantal mogelijkheden om te bekijken welke synergieën mogelijk zijn om gezamenlijke diensten op te richten, zodat daar besparingen gerealiseerd worden, zodat er extra middelen vrijkomen om effectief een sociaal beleid te voeren.

De voorzitter van het OCMW is nu verplicht lid van het schepencollege, waar de prioriteiten worden vastgelegd, waar de begrotingen in eerste instantie worden goedgekeurd, vooraleer ze naar de gemeenteraad gaan. Dat is in eerste instantie de plaats waar de OCMW-voorzitter op de tafel moet slaan.

Tot slot, als de gemeente geen beslissing neemt, gaat 8 procent van het budget van het Gemeentefonds automatisch naar het OCMW, maar de gemeente kan altijd een hoger budget toekennen.

Minister Jo Vandeurzen

Voorzitter, ik heb er niet veel aan toe te voegen, want er zijn veel beschouwingen gemaakt.

Het is duidelijk dat het risico op armoede stijgt en dat het een uitdaging is op alle beleidsniveaus. We zullen elkaar ook moeten ondersteunen. Ik heb via een omzendbrief een aantal suggesties gedaan aan de lokale besturen. Ik heb er in alle bescheidenheid bij gezegd dat er een aantal keuzes moeten worden gemaakt, maar dat de lokale besturen ervan uit mogen gaan dat als ze zich inschakelen in een aantal Vlaamse prioriteiten, ze ook aanspraak kunnen maken op middelen die Vlaanderen daarvoor vrijmaakt.

Ik hoop dat we samen beseffen dat deze uitdaging een uitdaging voor alle niveaus samen is. Het betekent ook dat lokaal, bij de opmaak van het meerjarenbeleidsplan, er een aantal keuzes voor het sociale beleid zullen moeten worden gemaakt. We kunnen dat alleen maar aanmoedigen.

Voorzitter, ik nodig alle sprekers uit om vanavond het verslag over deze discussie na te lezen. Ik heb niet gepleit voor de afbouw van de lokale autonomie, integendeel zelfs. Ik heb die ondersteund en ik heb ook bevestigd wat de minister heeft gezegd, namelijk dat er politieke keuzes zullen moeten worden gemaakt.

Ik krijg het wel koud als jullie het hebben over kerntaken. Ik heb daarnet ook gezegd dat een OCMW zowel aan armoedebestrijding doet als meer algemene dienstverlening aanbiedt. Dan komen we bij de exploitatie van woonzorgcentra, van kinderopvang, van maaltijdbedeling. Dat heb ik gezegd. Ik heb ook gezegd dat het de ideale partner is en ook de bevoorrechte partner omdat de nodige knowhow aanwezig is en omdat het ook heel dicht bij de bevolking staat. Dat heb ik gezegd en dat zal ook in het verslag staan.

Mijn vraag van vandaag is ingegeven door mijn bekommernis dat er in de toekomst kwaliteitsverlies zal zijn als er niet meer zal worden geïnvesteerd in de OCMW’s. Dat was mijn bekommernis. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Actuele vraag van mevrouw Ulla Werbrouck tot de heer Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over de plannen van een bekend cardioloog om gratis screenings naar hartproblemen bij jonge sporters te organiseren
Actuele vraag van mevrouw Mieke Vogels tot mevrouw Hilde Crevits, Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken, over de luchthaven van Deurne en de ondertunneling van de Krijgsbaan

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.