U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking (Voortzetting)

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van de algemene bespreking van het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2013, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2013 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013.

De voorzitter

Financiën en Begroting

We bespreken nu het beleidsdomein Financiën en Begroting.

Mevrouw Smaers heeft het woord.

Griet Smaers

Minister Muyters, het debat over de begroting komt bijna op zijn einde. Ik ga mijn uiteenzetting beperken tot het luik fiscaliteit, en de heer Van Rompuy zal straks dan vanwege onze fractie een algemene begrotingsreflectie geven.

Collega’s, vanuit onze fractie kunnen we de inzet en de doelstelling van de Vlaamse Regering op het vlak van meer vereenvoudiging en professionalisering van de fiscaliteit, meer efficiëntiewinsten inzake fiscaliteit, duurzamere en groenere fiscaliteit, meer eigen Vlaamse fiscaliteit, en een ondernemingsvriendelijke en klantvriendelijke fiscaliteit volmondig ondersteunen.

Minister Muyters en zijn administratie hebben de afgelopen maanden een aanvang genomen met de opstart van de eigen Vlaamse fiscale codex. In 2013 zal hier volop aan worden voortgewerkt, en we vragen dat we ook daar spoedig tot resultaten kunnen komen.

We steunen verder de uitbouw van het Vlaams Fiscaal Platform (VFP) zodat alle belastingsinformatie gecentraliseerd kan worden. Op termijn moet het mogelijk zijn om per belastingsplichtige een unieke fiscale rekening te kunnen hebben bij de Vlaamse overheid. Wij vragen dat inderdaad versneld werk wordt gemaakt van het toekennen van het sociaal tarief onroerende voorheffing bij de verhuur door een sociaal verhuurkantoor.

Wat de efficiëntiewinsten betreft, vinden we dat Vlaanderen de trein van de digitalisering niet mag missen. Net zoals de federale overheid al sterk heeft ingezet op de digitalisering van aanslagbiljetten, moet Vlaanderen nu met prioriteit werk maken van elektronische aanslagbiljetten en het digitaal groeperen en verzenden van deze aanslagbiljetten. Dit vormt niet alleen een administratieve vereenvoudiging, maar vooral een belangrijke efficiëntiewinst in de uitgaven. Wij vragen om dit in 2013 operationeel te maken.

Wat betreft duurzamere en groenere fiscaliteit, blijkt dat de vernieuwde belasting op de inverkeerstelling (BIV) haar nut bewijst op enkele maanden tijd in 2012. Er moet nu verder werk worden gemaakt van de slimme kilometerheffing, en het uitwerken van een vergroend wegenvignet en een aangepaste jaarlijkse verkeersbelasting samen met de overige gewesten. De Vlaamse Regering heeft de voorbije weken ook getoond dat ze ook op het domein van de onroerende voorheffing meer accenten kan leggen op energiezuinige woningen – weeral de duurzamere fiscaliteit. Het ontwerp van decreet met het oog op verhoogde vermindering van onroerende voorheffing en de bijgestelde energienormen werd vorige week in de commissie Financiën toegelicht en besproken. Duurzaamheid moet lonen in Vlaamse fiscaliteit.

Vervolgens, op naar meer Vlaamse eigen fiscaliteit en een nog grotere Vlaamse fiscale autonomie. Dat de zesde staatshervorming onbetwistbaar heel wat extra fiscale autonomie naar Vlaanderen zal brengen, staat buiten kijf. Vlaanderen dient zich volop voor te bereiden en de kansen die de zesde staatshervorming zal bieden integraal te benutten. Mijn fractie steunt dan ook uw initiatieven, in het bijzonder deze om via ambtelijke en projectwerkgroepen deze overdrachten optimaal voor te bereiden en te implementeren. Vlaanderen moet klaarstaan om de nieuwe bevoegdheden te kunnen uitoefenen en hierin ook eigen accenten te kunnen leggen.

Mijn volgend punt is een ondernemingsvriendelijke fiscaliteit. De hervormingen in de fiscaliteit moeten naast die vereenvoudiging en professionalisering ook de klantvriendelijkheid beogen. Wij steunen uw intentie om in 2013 een evaluatie te maken van de genomen maatregel tot vrijstelling van onroerende voorheffing op materieel en outillage en om na te gaan of hier tegen 2020, het beoogde en vooropgestelde traject, nog eventuele extra maatregelen in te nemen zijn.

Minister, tot slot willen wij u vragen om toch het dossier van de huiskorting en de hervorming van de vermindering op onroerende voorheffing op het vlak van woningen te heractiveren en zeker niet uit het oog te verliezen. Die hervorming werd opgenomen in het regeerakkoord. U hebt onlangs in de commissie geantwoord dat er, via minister Van den Bossche, een nieuwe studie wordt gevraagd over de mogelijke effecten van die hervormingen op wonen in de stad. Wij vragen dat dit niet de zoveelste studie wordt, maar dat er ook effectief daden worden gesteld op die terreinen.

De voorzitter

De heer Tack heeft het woord.

Erik Tack

Beste collega’s, voorzitter, geachte leden van de Vlaamse Regering – tot nu toe alleen minister Muyters –, toen ik mij deze ochtend klaarmaakte om naar Brussel te vertrekken, wou ik mijn computertas nemen. Maar vlak daarnaast staat mijn dokterstas. Toen twijfelde ik even: “Oei, zou ik niet beter die tas meenemen want ik had graag eens de temperatuur van minister Muyters en van minister-president Peeters genomen, en ook eens hun hart beluisterd elke keer zij de stelling ‘begroting in evenwicht’ horen of uitspreken.” Ik denk dat telkens die drie woorden hier te berde worden gebracht, hun hart even sneller slaat en hun temperatuur met een graad stijgt. Ik had mij er graag eens van vergewist of dat inderdaad in werkelijkheid zo is. Uit hun lichaamstaal zou je dat al kunnen afleiden.

Beste collega’s, de 51e week van het jaar is de week voor Kerstmis. Dan komt hier elke keer de begroting – dag, minister-president – ter sprake. Voor de derde keer op rij horen wij de mantra ‘begroting in evenwicht, opdracht geslaagd, we zijn er’. Het is alsof er elke keer rond dit huis met deze glazen koepel nog eens een cocon wordt geplaatst, en alsof we efkens tegen elkaar gaan staan, schouder aan schouder. U zou natuurlijk graag hebben dat we dat meerderheid en minderheid, meerderheid en oppositie, doen, maar tot nader order is het inderdaad alleen maar de meerderheid die u in die blijde boodschap wil volgen. Graag had u gehad dat als iedereen vanavond, vijf dagen voor kerstavond, naar huis gaat, dat u 124 – maar er zijn er nu maar een 30-tal – herauten zou hebben die onder de kerstboom bij hun familie zouden zeggen: “Draag het uit, vertel het aan heel Vlaanderen, want onze begroting is in evenwicht! Prijs de Heer! Prijs Peeters! Prijs de heer Peeters, straks Sint-Peter, de Petros, de Petrus, de rots van deze Vlaamse Regering! Exsultate, jubilate, onze begroting is in evenwicht!” (Gelach en applaus bij het Vlaams Belang)

Als ik de niet-melomanen even een tip mag geven: ‘Exsultate, jubilate’ is een prachtige concertaria van Mozart. Laat hem horen aan uw familieleden, u zult versteld staan van hun reactie, hoe mooi die muziek wel klinkt.

Een cocon, een koepel rond de koepel, wat zijn wij toch gelukkig!

Met deze boodschap wilt u aan heel Vlaanderen te kennen geven dat we goed bezig zijn en dat met Vlaanderen alles goed gaat. Immers, in België zijn we de enige en in Europa één van de enige met een zogenaamde begroting in evenwicht.

Minister-president, die boodschap en dat gevoel dat u probeert te verspreiden via uw bijna zes dozijn herauten of apostelen uit uw meerderheid, verdwijnen uiteraard plotsklaps als men de berichten hoort over het aantal faillissementen en over de toename van de werkloosheid.

Immers, in schril contrast met dat goed gevoel dat u ons hier doet aanvoelen, staat het wrang gevoel van de mensen die de voorbije maanden hun werk hebben verloren en terug moeten vallen op een vervangingsinkomen. Er zijn leukere omstandigheden om Kerstmis te vieren.

Ik begrijp wel waarom u die boodschap verspreidt, en ik denk daarbij terug aan wat collega Vereeck heeft gezegd. U probeert de consumptie aan te zwengelen. Meer consumptie betekent meer productie, en meer productie betekent meer werkgelegenheid. Meer werkgelegenheid betekent minder werkloosheid, en zo krijgen we de economie weer op de rails.

Maar wie kan het de mensen kwalijk nemen dat ze wat proberen te sparen? Want zij zijn bevreesd dat hun nog ergere tijden te wachten staan.

Minister-president, minister, ook jullie zullen wel al wat gespaard hebben. Want sparen betekent provisies aanleggen voor minder goede tijden. En ja, ik heb het gevoel dat die mindere tijden op ons afkomen. U probeert de Vlamingen echter een ander gevoel bij te brengen.

Provisies aanleggen is niet zo’n slecht idee. Wie heeft er nu geen?

Straks wordt deze begroting hier sowieso goedgekeurd. Dit schouwspel hier is dus niet meer dan een show. Naar adviezen van de oppositie wordt toch niet geluisterd.

Maar die cocon zal snel verdwijnen. U zult snel op zoek moeten naar 353 miljoen euro. De eerste begrotingscontrole nadert met rasse schreden.

Had u deze zomer naar de heer Coene geluisterd, had u deze oefening reeds op voorhand kunnen maken en een conjunctuurprovisie kunnen aanleggen. U verzuimt dit.

De voorzitter

Mag de heer Van Rompuy u even onderbreken?

Erik Tack

Ja, natuurlijk mag hij dat. Wie ben ik om de voorzitter van de commissie Financiën het woord te ontzeggen?

Eric Van Rompuy

Mijnheer Tack, ik wil u een vraag stellen. Hoe komt het dat de oppositie in de commissie Financiën geen enkel amendement heeft ingediend of geen enkel alternatief heeft voorgesteld? Het enige wat ik terugvind, is dit amendementje dat Open Vld hier ter tafel legt.

U had bijvoorbeeld een amendement kunnen indienen om in provisies te voorzien, en, mevrouw Van den Eynde, vervolgens een amendement waarin u zou toelichten hoe u die provisies zou compenseren. Dat zou pas een oppositie zijn die ik au sérieux zou kunnen nemen.

Ik heb nog nooit zo’n zwakke oppositie meegemaakt, iets waar ik straks nog op zal terugkomen.

De voorzitter

De heer Strackx heeft het woord.

Felix Strackx

Mijnheer de commissievoorzitter, onze fractie – en ik in het bijzonder – dienen al zeventien jaar lang elk jaar amendementen op de begroting in. Dat zijn er nu eens vijf, dan tien, dan weer twintig of dertig. Ik moet concluderen, collega Van Rompuy, dat u dat al die jaren zeer hebt geapprecieerd, die amendementen. (Gelach)

U hebt er wel nooit één goedgekeurd, u hebt er zelfs steeds een hekel aan gehad om die amendementen in de commissie te bespreken, want dan duurde de vergadering te lang naar uw zin. Het is dus uitermate hypocriet hier te verklaren dat er nooit amendementen zijn ingediend.

Erik Tack

Mijnheer Van Rompuy, ik herinner u aan mijn betoog over de miserietaks. Wij hebben toen tal van amendementen ingediend, en meer dan terecht. De minister-president heeft mij toen zelfs gezegd dat er heel wat waarheid in schuilde. Toch werd geen enkel van onze amendementen aanvaard. Dus spaar mij alstublieft uw repliek, mijnheer Van Rompuy, want ze is weinig geloofwaardig.

Eric Van Rompuy

Heeft de oppositie amendementen ingediend of niet? Ze heeft geen amendementen ingediend en stelt dus geen alternatief voor. Nooit meegemaakt! (Rumoer)

Erik Tack

Ik kom daartoe, mijnheer Van Rompuy.

De voorzitter

Mevrouw Van den Eynde heeft het woord.

Marleen Van den Eynde

Onze fractie, bij monde van de heer Strackx, heeft elk jaar amendementen ingediend. Hebt u er ooit al een ernstig doorgenomen, mijnheer Van Rompuy? U lijdt aan selectief geheugenverlies.

Erik Tack

Ik herinner mij de verhalen van Jan en Mieke, van Omer en Sylvie, van Marie en Octaaf. Dat waren allemaal zeer degelijke voorstellen van mijn collega Felix Strackx. Maar die amendementen werden nooit goedgekeurd.

Ik kom tot het punt van de staatshervorming, minister-president. Uw antwoord op de oppositie luidde: zeg mij hoeveel ik moet reserveren, hoeveel geld ik op voorhand klaar moet houden. Dat is de verkeerde vraag, minister-president. Hoeveel u moet reserveren, is op het moment dat het cijfer niet gekend is, niet zo relevant. Ik zal u een vraag retourneren.

Toen u het actieve leven bent binnengestapt, had u wellicht het idee om een onroerend goed aan te schaffen, om u te kunnen vestigen en uw leven in te kunnen leiden. Wist u toen hoeveel de woning zou kosten die u zich in de loop der jaren zou aanschaffen? Ik vermoed van niet, maar ik denk wel dat u, zoals de meeste goede huisvaders, van bij het begin jaarlijks een zeker bedrag opzij hebt gezet. De juiste vraag is dus: wanneer begin ik geld opzij te zetten voor die staatshervorming? Waar gaan we die centen halen? Waar maken we de keuzes om die centen te reserveren tegen dat die bevoegdheden naar ons komen? De vraag is dus niet noodzakelijk hoeveel u opzij moet zetten.

Als een verspringer zijn aanloop neemt, weet hij niet hoe ver hij zal springen. Wel weet hij dat hij van ver genoeg moet beginnen aan te lopen en zo snel mogelijk moet lopen om zo ver mogelijk te landen. Als hij springt vanuit stilstand, zal er waarschijnlijk geen olympisch of wereldrecord in zitten. Als ik uw redering hoor, zult u vanuit stilstand springen. En dus denk ik dat u niet ver zult springen. Die oefening van de staatshervorming zal dus niet gemakkelijk worden.

Ik wil u ook nog een vraag stellen over het bankenplan. Het hoofdpunt daarvan, uw ‘pièce de résistance’, is het kmo-fonds. Ik hoef niet te herhalen wat er tijdens de hoorzitting allemaal is gezegd over de al dan niet aanwezige ‘credit crunch’. Blijkbaar is er niet echt een tekort aan krediet, maar zijn de banken vooral voor kmo’s en op de lange termijn voorzichtig met het verlenen van krediet en hebben ze hun kredietvoorwaarden verscherpt. Grote bedrijven hebben voldoende mogelijkheden om zelf op de obligatiemarkt te stappen, maar kmo’s hebben dat niet. Daarom dus het kmo-fonds.

Voor de garantie van 75 miljoen euro die de Vlaamse Regering ter beschikking stelt, is er een multiplicatoreffect van ruw gerekend 13,33 – ofwel 1 miljard euro gedeeld door 75 miljoen. Mij ontsnapt daar iets aan, minister-president, en daar zou ik straks graag een antwoord op hebben. Op dit ogenblik is er geen tekort aan krediet, maar er wordt 1 miljard euro in de markt geplaatst, als men voldoende institutionele beleggers vindt, en voldoende mensen die via de private banking zullen worden aangesproken, om dat in te vullen. Maar de eerste garantie moet gegeven worden door de banken.

Nu, het probleem lijkt me dat banken striktere voorwaarden zijn gaan hanteren. Ze zullen daar wel hun redenen voor hebben. Niemand verliest graag geld, u niet, ik niet en de banken zeker niet op dit ogenblik. Ze staan nog altijd garant voor de eerste 75 miljoen euro. Bij dat fonds kunnen ze dus nog altijd aansprakelijk worden gesteld voor de eerste 75 miljoen euro, als er geen terugbetalingen volgen. Ik begrijp dus niet goed waarom ze nu dan hun kredietvoorwaarden zouden versoepelen. Kunt u me dat uitleggen? Ze zullen de eersten zijn die worden aangesproken, althans voor de eerste 75 miljoen euro, als er niet kan worden terugbetaald. Ik ga ervan uit dat u hoopt dat het niet-terugbetaalbare kapitaal zo beperkt mogelijk is, en minder dan 75 miljoen euro. Anders moet de Vlaamse Regering nog eens inspringen, voor de volgende 75 miljoen euro.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele

Mijnheer Tack, u zegt dat er momenteel geen tekort aan krediet is op de markt. Ik wil nogmaals heel duidelijk maken dat vorige week zeer duidelijk werd aangetoond dat dit tekort er wel degelijk is. Febelfin zelf heeft tijdens de hoorzitting in de commissie een persbericht verspreid met daarin een grafiek van het aantal weigeringen van kredietaanvragen. Die index toont zeer duidelijk dat van december 2011 tot december 2012, dus op een jaar tijd, het aantal weigeringen met 40 procent is gestegen. Nu zitten we aan 136 geweigerde kredieten, wat trouwens ook het hoogste aantal is sinds 2009, als ik me niet vergis.

Ik denk dat het professor Heremans was die ook zeer duidelijk heeft gezegd dat er wel degelijk voldoende redenen zijn om nu dat bankenplan in werking te stellen, om ervoor te zorgen dat er voldoende zuurstof, voldoende kredieten naar de ondernemingen gaan. Dat bankenplan is dus nodig.

Erik Tack

Ik spreek u niet tegen, maar misschien is er sprake van een begripsverwarring. Als ik zeg dat er geen krediettekort is, wil ik zeggen dat ik denk dat er geen geld te kort is dat beschikbaar is. Alleen zijn de banken niet bereid om het ter beschikking te stellen, omdat ze bang zijn dat ze geld zullen lenen aan slechte debiteuren. Zijn we het dan eens?

Matthias Diependaele

Dat is natuurlijk net het punt. Ik heb deze ochtend ook gezegd dat dit niet de schuld is van de banken. Op dit moment zijn zij het voorwerp van heel strenge voorwaarden van Europa. Het is echter gewoon zo dat ze strengere voorwaarden opleggen aan de ondernemingen. Dan gaat het over niet-rentegebonden voorwaarden. Daarop moet een antwoord worden geboden, en dat is wat het bankenplan wil doen. Het gaat dus wel over exact hetzelfde, namelijk het tekort aan kredieten.

Erik Tack

Ik heb dat toch ook gezegd. Ik vraag alleen maar in welke mate dat bankenplan daar iets aan zal veranderen. Het zijn nog altijd de banken die zullen beslissen of men al dan niet krediet krijgt. Minister-president, ze zullen het niet aan u komen vragen. Waarom zullen de banken hun houding veranderen als ze nog steeds aansprakelijk zullen worden gesteld voor de eerste 75 miljoen euro? De minister-president zal me daar echter op antwoorden, tenzij u ondertussen minister-president bent geworden.

Minister Muyters, wat het onderwijs betreft, ik heb dat nog altijd niet goed begrepen. Ik denk dat ik het wel goed heb begrepen, maar soms stel ik me de vraag of u het wel goed hebt begrepen. Dat van die twee keer plus en een keer min, of twee keer min en een keer plus, dat heb ik helemaal niet begrepen, maar min een en min een plus tien is nog altijd acht.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

U hebt natuurlijk gelijk over die min 1 en min 1 plus 10, maar het is min 81 en plus 81. U hebt daarnet getoond dat u heel goed kunt rekenen. U mag de som maken. (Gelach)

Erik Tack

Mijn betoog ging daar eigenlijk niet over.

Als ik het goed begrijp, zijn er twee maatregelen. Er is een vermindering van het vakantiegeld, van 92 procent naar 78 procent. Dat wordt op 2013 aangerekend, zodat u uw begroting in 2013 met een bedrag kunt verminderen, maar u zult dat compenseren door een hogere eindejaarspremie in 2014, die op uw begroting 2014 wordt aangerekend. En in het jaar daarna nog eens.

U vergeet dat er nog een cao is.

Erik Tack

Ik ben nog niet klaar! U bent te vlug!

Dat is slechts een boekhoudkundige truc. U kunt op uw hoofd staan, maar dat is het en zal het altijd zijn.

Daarnaast is er de cao van toegezegde middelen die u inhoudt en die dus niet worden toegekend. U noemt dat structurele maatregelen. Die zijn helemaal niet structureel, want na het aflopen van deze cao komt er een andere cao. Daarin kan over alles opnieuw onderhandeld worden. Dat is dus helemaal niet structureel. U moet eens in Van Dale lezen wat de betekenis is van het woord structureel. Dat is echter een semantische discussie. Volgens mij is dit niet structureel, maar incidenteel op basis van de huidige feiten.

Wat misschien wel structureel kan zijn, is dat de vakbonden ervan uitgaan dat de verhoogde eindejaarstoelage verhoogd zal blijven. Dat is misschien de pasmunt die u hebt betaald om die truc te kunnen uitvoeren. Ik heb in mijn leven nog niet vaak meegemaakt dat toegezegde middelen opnieuw worden afgenomen.

Volgens uw definitie is niets structureel. Een wet is structureel tot er een nieuwe wet komt die de vorige opheft. Geen enkele besparing is structureel, want de nieuwe besparing is alleen structureel tot ze geen besparing meer is en wordt herzien in een nieuwe wet. Op die manier is volgens u ook een afspraak met de vakbonden niet structureel indien die nadien zou kunnen worden herzien. Op die manier is nooit iets structureel.

Er was en is voorzien in die cao-gelden. Zij zullen niet worden uitgekeerd en zullen zo de besparing van 81 miljoen euro realiseren. Dat zal niet één keer gebeuren. Die 81 miljoen euro zal nu en in de toekomst niet worden uitgekeerd. Dat is voor mij een structurele maatregel, maar misschien gebruiken u en ik een andere Van Dale.

Erik Tack

Welke editie hebt u?

Tot slot wil ik het even hebben over de schuld. U zegt dat we daar geen fetisj van mogen maken. Wij hebben dat echter nooit gedaan. Ik vraag u al drie jaar of u zich aan die nulschuld in 2020 zult houden. Destijds zei u altijd ja, maar nu zegt u plots neen. Het is niet de oppositie die daar een fetisj van gemaakt heeft, maar de Vlaamse Regering.

De terugbetaling van de KBC-gelden en de penalty fee zullen niet leiden tot een volledige vermindering van de schuld in tegenstelling tot wat u altijd hebt gezegd. Door de participaties die u neemt, neemt de schuld niet in gelijke mate af met de terugbetaling voor KBC.

De schuld wordt afgebouwd door de KBC-terugbetaling en de penalty fee. Er is een beslissing binnen de Vlaamse Regering om participaties te nemen. Men kan op een bepaald moment de cash van KBC gebruiken en daardoor een andere lening niet verlengen. U maakt het onderscheid niet tussen de cashtoestand en de situatie.

Dus ja, er is een kleine verhoging van de schuld om die kapitaalparticipaties te nemen. De filosofie is dat we de KBC-terugbetaling gebruiken voor schuldafbouw.

Erik Tack

Dat is het antwoord dat ik verwachtte. U zegt altijd dat die participaties een zekere hoeveelheid middelen vertegenwoordigen die we altijd kunnen verkopen. Ik zou graag van u horen wat de participaties die intussen zijn genomen actueel waard zijn. Kunt u die jaarlijks evalueren zodat wij weten of de gelden die u daarin hebt geïnvesteerd, opbrengen of verlieslatend zijn? Ik vrees dat die niet zullen opleveren wat u daarin hebt gestopt. Maar overtuig mij van het tegendeel. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Sannen heeft het woord.

Ludo Sannen

Voorzitter, minister-president, minister, collega’s, als je naar deze begroting kijkt, kun je je afvragen hoe je ze kunt samenvatten. Je kunt deze begroting beschrijven met drie begrippen: continuïteit, evenwicht en defensief.

Deze begroting is tot stand gekomen in een economische crisis die harder en dieper is, en langer duurt dan we in het begin hadden verwacht. Een begroting opstellen moet in een bepaald kader gebeuren, en dat kader is dat Vlaanderen een open economie is. Ik besef wel dat bepaalde maatregelen en bepaalde beslissingen die we nemen in deze begroting, in het totale economische verhaal beperkt zijn.

Als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt – elk niveau, Europa, de federale overheid, Vlaanderen en de gemeenten – dan kunnen we niet alleen een antwoord geven op de economische crisis, maar ook de negatieve gevolgen opvangen, zeker voor degenen die er het ergst onder lijden.

Minister, in die context hebben jullie deze begroting moeten maken. Daarop kun je het begrip continuïteit toepassen. Bij het begin van deze legislatuur hebben we keuzes gemaakt. We hebben beleidskeuzes gemaakt. We zouden blijven investeren in onderwijs, in welzijn, kinderopvang, bejaardenzorg. We zouden blijven investeren in betaalbaar wonen, in sociale doelstellingen die de regering heeft uitgetekend en erover blijven waken dat de lijnen die tijdens de vorige begrotingen zijn uitgezet, worden doorgetrokken. Het is belangrijk continuïteit te handhaven, ook in economisch moeilijke tijden.

We blijven tegelijk een investeringsregering. Denk maar aan de inzet voor bijkomende wegen, infrastructuur, nieuwe woningbouw en bouw van scholen. In een economische crisis blijven investeren, weliswaar aangepast, maar blijven investeren, dat is belangrijk.

Tegelijk blijven we inzetten op het groeipad voor wetenschappelijk onderzoek. Het is nog niet zo lang geleden dat het Planbureau duidelijk heeft gemaakt dat een gebrek aan innovatie even nefast is als de hoge loonkost. Het is dus belangrijk dat deze regering die keuze blijft maken. Misschien wilden we meer, maar tussen droom en daad staat een economische crisis in de weg, en daar moeten we nu eenmaal rekening mee houden.

Het tweede begrip is evenwicht. Sommigen worden niet euforisch van het feit dat de begroting in evenwicht is. Voor de zoveelste keer op rij blijft Vlaanderen, zonder de doelstellingen van het beleid die jaren geleden werden uitgetekend te ondermijnen, inzetten op een begroting in evenwicht. Dat verdient waardering.

Ik pleit niet voor te drastische ingrepen die een begroting overhoop gooien en waarmee je een beleid alleen maar ontwricht. Zij die nu nog meer buffers eisen in deze begrotingscontext, creëren het risico dat het beleid wordt ontwricht, dat de samenleving haar vertrouwen verliest, omdat je drastisch ingrijpt op een beleidskeuze die nog maar enkele jaren geleden werd gestart.

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Als ik u goed begrijp, mijnheer Sannen, dan zijn de sociale partners, vertegenwoordigd in de SERV, bezig met risico’s te nemen die het sociaal weefsel ontwrichten. Want het zijn hun voorstellen die we als oppositie, en dan nog heel gematigd, overnemen.

Ludo Sannen

Als ik de cijfers en de inkomsten naast elkaar zet, als ik de noden zie in de welzijnszorg en in onderwijs, als je een investeringsregering wilt zijn, en je moet dan nog buffers creëren, dan moet je zodanig ingrijpen in het beleid dat je meer wantrouwen dan vertrouwen realiseert. Dat is iets waar u, mijnheer Vereeck, nog voor gepleit hebt tijdens uw tussenkomst.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, collega’s, ik ken de SERV vrij goed, want wij hebben er jaren in gezeten. We hebben aan de SERV gevraagd om het advies uit te leggen. Dat advies dateert al van een tijdje geleden. Ik heb natuurlijk geen antwoord gekregen op mijn vraag hoe zij in de gegeven omstandigheden provisies en voorschotten zouden aanleggen door te saneren. Ik heb geen antwoord gekregen. Sterker nog, als men dat advies zou toepassen, zouden we naar een tekort kunnen gaan.

De sociale partners bij de SERV – onder wie heel grote experten – hebben een aantal zeer goede ideeën zoals het structureel evenwicht enzovoort. Maar als men aan diezelfde sociale partners vraagt wat er in de gegeven omstandigheden moet gebeuren, geeft men geen antwoord. In een aantal vrije tribunes hebben diezelfde sociale partners in de SERV zelfs gepleit voor een begroting die niet in evenwicht is, om de groei te stimuleren enzovoort.

U moet dus het SERV-advies goed plaatsen en het niet maken tot een fetisj waarmee u de Vlaamse Regering kunt geselen.

Lode Vereeck

Het is jammer dat we er nooit in geslaagd zijn om rond die structurele norm van de SERV tijdens deze legislatuur een consensus te bereiken. Ik heb dat bij de Septemberverklaring nog eens herhaald. Ik wil die discussie wel eens aanvatten, al was het maar om de volgende regering – wat de samenstelling ook mag zijn – voor een deel te helpen. In die structurele norm van de SERV die u nu eventueel een klein tekort zou toestaan, zit schuldafbouw voor 70 miljoen euro. Het is inclusief een traject schuldafbouw naar 2020 en dat zit in uw begroting niet in, zelfs niet in uw meerjarenraming.

Ludo Sannen

Een begroting in evenwicht is de beste buffer voor toekomstig onheil. In deze zin is deze begroting ook defensief en wapent ze ons tegen toekomstige uitdagingen. Met deze begroting neemt deze regering haar verantwoordelijkheid om net het vertrouwen, waar een samenleving zo’n behoefte aan heeft, overeind te houden en zelfs te versterken in een economische en sociale crisis waarin vooral de zwaksten moeten kunnen rekenen op een overheid. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Minister-president, ik wil nog even reageren op uw verwijzing naar de SERV. U hebt natuurlijk wel gelijk. Het advies van de SERV start nogal flink en met veel spierballengerol. Dat is waar. De eindconclusies zijn plots milder. Die mildheid is volgens mij ingegeven door het onvermogen om zelf de invuloefening te doen, waar u naar verwijst. Daar zijn we het over eens.

In hun besluit geven ze – zij het schroomvallig – wel gedeeltelijk een antwoord op uw vraag. Ik citeer: “Ondanks het ontbreken van de concrete impact is het kristalhelder dat er een serieuze inspanning zal moeten worden gedaan”. En dan komt het: “Daarom adviseert de SERV een neutraal begrotingsbeleid”. Met een neutraal begrotingsbeleid bedoelen ze dat de mogelijks beschikbare ruimte niet wordt gebruikt voor nieuwe initiatieven. Dat is schroomvallig en niet voldoende. Maar als je de tabel neemt op pagina 7, 8 en 9 van de toelichting, dan zie je dat er voor 621 miljoen euro bruto beleidsruimte is. Als je daar tegenover de 294 miljoen euro plaatst die je bijkomend creëert, en je kijkt naar het detail van het gebruik van de bestaande bruto beleidsruimte van 621 miljoen euro, dan moet de SERV consequent zijn.

Want als ze zegt dat je de bijkomende ruimte niet mag gebruiken, dan moet je haar wel vragen waar ze dan gaat schrappen. Dat antwoord zou ik van de SERV ook wel eens willen horen. U kent ons antwoord. We hebben daar al een paar keer een fundamenteel antwoord op geformuleerd.

Mijnheer van Rouveroij, u vat de kern goed samen. Het was een SERV-advies van juni, met andere groeicijfers dan de inflatiecijfers, waarbij de SERV zegt: u hebt genoeg budget om, ceteris paribus, bij gelijkblijvend beleid, een begroting in evenwicht te hebben. Maar als u bijkomende initiatieven neemt – ik vat op mijn manier samen wat de SERV zegt – dan zal je daarvoor moeten besparen.

Wat hebben wij gedaan? We hebben 45 miljoen euro nieuw beleid. Ik denk dat u het daarmee eens bent. Als ik het SERV-advies, zij het met andere groeicijfers en andere inflatiecijfers, uitvoer, hadden wij een structurele besparing van 45 miljoen euro moeten voorstellen. Wij hebben een structurele besparing alleen al met de 1 procent van 100 miljoen, bovenop bij gelijkblijvend beleid, en een bevriezing van nog eens 60 miljoen euro van de werkingskosten van de overheid. We staan dus een pak verder dan wat de SERV, wel in juni en met andere cijfers, naar voren had gebracht. Met de cijfers van juni wanneer het SERV-advies is uitgebracht, zegden ze dat nieuw beleid moest worden gecompenseerd. We hebben meer dan dat gedaan.

Minister-president Kris Peeters

Ik wil daar het volgende aan toevoegen. Jullie hebben als oppositie vorige keer gezegd dat wij een aantal dingen niet moesten laten doorgaan. De kindpremie was daar een voorbeeld van, het Plattelandsfonds ook enzovoort. We hebben dat niet laten doorgaan. Vorige keer is door jullie gezegd dat wij in deze omstandigheden geen nieuw beleid moesten voeren of het on hold zetten.

Daarnaast hebben wij wel inzake Welzijn, inzake O&O en inzake scholen maximale inspanningen gedaan omdat hier kamerbreed is gezegd dat dat topprioriteiten zijn. De enige discussie die je nog kunt voeren vanuit de oppositie, wat u ook gedaan hebt, is de vraag stellen: bent u ver genoeg gegaan? Wij doen 6 procent, u zegt 21 procent vermindering van de ambtenaren. Als de discussie is dat we niet ver genoeg gaan in de maatregelen, maar de maatregelen op zich zijn wel de juiste, want ze zijn ook ingegeven door de vorige discussie, dan is dat een discussie waarbij wij de verantwoordelijkheid nemen omdat wij denken dat de stappen die wij hebben gezet, evenwichtig zijn en de goede richting uitgaan.

Wat de sociale partners betreft: ik heb het hun gevraagd. Dan is het muisstil.

Sas van Rouveroij

Op het einde van het debat convergeren we wel omdat ons beider standpunten helder worden. Minister-president, wij hebben het inderdaad voornamelijk over de opstap 2013, op pagina 8, met betrekking tot die 6 procent. Die opstap is 13 miljoen euro. Prima, alvast 13 miljoen. Maar het had meer kunnen zijn als er andere keuzes aan waren voorafgegaan.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Voorzitter, ministers, collega’s, als laatste spreker is het moeilijk om nog iets nieuws te zeggen maar dan heb je wel een overzicht van wat er allemaal is gezegd. Ik wens de verslaggever proficiat. Ik heb het gedetailleerd verslag van de commissie Begroting nog eens helemaal doorgenomen. Het is telkens een interessant document. Ik ben bijna constant aanwezig geweest bij de bespreking. Mijn conclusie is: de oppositie heeft mij niet overtuigd. Ik heb een vrije tribune gelezen van de heer van Rouveroij en de heer Van Mechelen. Ze zeggen: mocht Peeters naar Olli Rehn gaan, dan is Vlaanderen gebuisd. Gebuisd.

Als ik al die cijfers bekijk en de discussies die daarover zijn gevoerd, dan doe ik niet mee aan het pocherig gedoe over een begroting in evenwicht, mijnheer Tack. We leggen die begroting inderdaad niet onder de kerstboom. Maar met een min 0,2 procent groei – we zitten in recessie – is deze regering erin geslaagd in 2012 om de begroting in evenwicht te houden.

Op 2 januari zullen we zelfs een licht overschot op de begroting hebben. In 2011 ook.

Wel, voor 2013 zijn alle voorwaarden vervuld opdat de begroting ook in evenwicht zal zijn. Er zal een oefening moeten gebeuren met de begrotingscontrole, een oefening van 200 à 300 miljoen euro, wat op 27 à 28 miljard euro aan uitgaven doenbaar moet zijn. Ik ben ervan overtuigd dat we ook in het jaar 2013 de begroting in evenwicht zullen hebben.

Er zijn eenmalige maatregelen, maar niet meer of niet minder dan andere jaren, we kunnen daarover discussiëren. Het verslag wijst uit dat de onderbenutting voor 2013 over 1,4 procent gaat of 350 miljoen euro. Dat zijn doodnormale cijfers.

In volle recessie slaagt de regering er in 2012 in om de begroting in evenwicht te hebben. Ik heb alles goed bekeken en ik twijfel er niet aan dat dit ook in 2013 mogelijk zal zijn, maar we weten natuurlijk niet wat de conjunctuur zal doen.

Ik vind dat buffers alleen aangelegd kunnen worden als we vrij zeker zijn van wat er gebeurt. Het is geen goed idee om zomaar buffers aan te leggen in functie van de staatshervorming of van de conjunctuur zonder te weten wat de absolute bedragen zullen zijn en om dan structurele ingrepen te doen. Een buffer wordt niet aangelegd voor één jaar, maar voor verschillende jaren en dus moeten de uitgaven worden afgeremd. Een buffer voor één jaar, dient nergens voor.

Het is heel moeilijk om dit te voorspellen, vandaar dat er begrotingscontroles zijn. Het bewijs werd vorig jaar in januari geleverd voor 500 miljoen euro. De cijfers kloppen.

De schuld gaat naar beneden – of anders kan ik niet meer lezen – van 6,8 miljard euro in 2012 naar 3,2 miljard euro in 2018, waarvan nog 1 miljard euro KBC is. In 2018 zullen we nog 2 miljard euro aan schuld hebben. Dat is natuurlijk 2 miljard euro. In 2020 moeten we naar de nulschuld gaan. Vergeleken met wat er federaal aan schuld bestaat, 340 miljard euro, moet onze 2 miljard euro doenbaar zijn in een volgende legislatuur, want we hebben ook 1,6 miljard euro aan beleidsruimte, die ook in de meerjarenplanning staat en waarvan we zullen zien of ze gerealiseerd kan worden. Maar qua cijfers heb ik in deze besprekingen eigenlijk geen argumenten gehoord die staven wat de Open Vld zegt, namelijk dat Vlaanderen gebuisd zou zijn. Integendeel.

Wat de toekomst betreft, zullen we natuurlijk niet op rozen zitten in Vlaanderen. Ik herhaal wat ik in de commissie gezegd heb. De staatshervorming zal een gigantische bevoegdheidsoverdracht met zich meebrengen van 17 miljard euro. Wil België in 2015 naar een nultekort gaan, dan is het evident dat na zo’n overdracht de federale overheid nog 15 procent van de algemene overheidsuitgaven zal hebben, zonder de schuld en zonder de sociale zekerheid, en de deelstaten 30 procent. De Hoge Raad van Financiën zegt ook dat er een inspanning zal moeten gebeuren door de deelstaten. Hoe groot die zal moeten zijn, dat kunnen we op dit ogenblik niet zeggen, we moeten afwachten wat de staatshervorming zal zijn. Ik blijf erbij dat het onverstandig zou zijn om nu voor 2013 uitgaven te schrappen met het oog op 2015, want dan zal de staatshervorming wellicht worden doorgevoerd. Ik hoop dat het vroeger zal zijn, maar ik vrees dat ze pas operationeel zal zijn op 1 januari 2015.

De deelstaten zullen dus meer inspanningen moeten leveren. En als de bevoegdheden overkomen, dan wil dat niet noodzakelijk zeggen dat men op de kinderbijslagen zal besparen. We zullen dan beschikken over een budget – vergeet u dat niet – van bijna 37 miljard euro, een stijging met 10 miljard euro, voor de uitgaven. We zullen moet zien in die algemene begroting wat de oplossingen zijn.

Voorzitter, ik denk niet dat in de volgende jaren de begroting het grote probleem van Vlaanderen zal zijn, maar wel de gevolgen die de bankencrisis en de schuldencrisis hebben op de reële economie. En die gevolgen zien we nu aan het feit dat we volgend jaar naar een nulgroei gaan, het feit dat we een stijging van de werkloosheid en ook van de jeugdwerkloosheid hebben, het feit dat grote bedrijven zoals Ford Genk sluiten en het feit dat de kmo’s tienduizend jobs verliezen.

Dat heeft te maken met de algemene ontwikkeling in Europa. We beleven de zwaarste crisis sinds tachtig jaar. We gaan dit jaar in een recessie: min 0,2 procent. Volgend jaar is er een nulgroei. Dat heeft effecten op de reële economie. In 2009 hadden we nog een heropleving, nu is die evolutie structureel.

De heer Van Mechelen vroeg of de meerjarenplanning kan worden herberekend met een groei van 1 procent. Uit die berekening blijkt dat we daar ook krap zitten. Veel zal afhangen van het ritme van het herstel. De reële economie baart mij veel meer zorgen dan de begroting. Deze en de vorige regering zijn erin geslaagd om ons in een goede uitgangspositie te brengen. Er zullen nog veel inspanningen geleverd moeten worden. Maar Vlaanderen kan dit aan.

Veel zal afhangen van de Federale Regering. Deze regering doet voor 18 miljard euro aan saneringsmaatregelen. Ze komt van een tekort van 6 procent en zit nu op 2,15. Aan dit ritme zullen de inspanningen van de deelstaten minder groot moeten zijn.

Sommigen hopen dat een nieuwe institutionele hervorming de problemen in Vlaanderen zal oplossen. Stel dat we naar een confederalisme gaan – u kent mijn mening daarover – dan kan dat ten vroegste worden ingevoerd in 2018! Dat zal een aantal jaren duren, het heeft nu al zo lang geduurd.

Dit land zal in de volgende jaren moeten samenwerken. De federale overheid en de deelstaten zullen moeten samenwerken om de problemen waar we nu voorstaan, en niet alleen begroting, te overwinnen. Ik hoop dat deze begroting daartoe een aanzet is. (Applaus bij CD&V, Open Vld en sp.a)

Lode Vereeck

Mijnheer Van Rompuy, u zegt dat de oppositie u niet overtuigd heeft. De oppositie heeft mij wel overtuigd. In mijn ogen bent u de oppositie. Afgelopen dinsdag hebt u in een kranteninterview gezegd dat de plannen van de N-VA lichtzinnig en crimineel zijn. De journalist vroeg u dan of er geen provisies moeten worden aangelegd voor de staatshervorming.

Ik heb u gevraagd of u eigenlijk geen buffers moet aanleggen wanneer u met een dermate belangrijke operatie begint. U zou toch het best een geloofwaardige voorbereiding doen, zowel qua wetteksten als qua budget. De reden waarom dat niet gebeurt, is simpel: men wil dat niet binnen de Vlaamse Regering.

Dan vroeg de journalist: “U knikt, mijnheer Van Rompuy.” U zei: “Natuurlijk wil N-VA niet anticiperen op de staatshervorming. Ze vinden dat een peulschil. Ze vinden die zelfs gevaarlijk.

Ik leid daaruit af – en u moet me maar tegenspreken – dat het de N-VA-ministers in deze coalitie zijn die de staatshervorming budgettair niet wensen voor te bereiden. U vindt dat lichtzinnig crimineel, het is zelfs gevaarlijk, als het van u afhing zou het maar van goed huisvaderschap getuigen om dat … (Opmerkingen van de heer Eric Van Rompuy)

Ja, maar zo lees ik dat. (Opmerkingen)

Hier staat alleen dat de N-VA niet wil anticiperen. Dan moet u in dat interview ook zeggen dat CD&V niet wil anticiperen. (Opmerkingen)

Sas van Rouveroij

Het valt me ook op, mijnheer Van Rompuy, hoe mild u bent. Het lijkt me een wiedergutmachung na het fameuze artikel in De Morgen. Ik wil absoluut de debatten van de commissie en van gisteren niet herkauwen. Dat heeft geen zin.

Ik wil nog even op de stelling van de heer Van Rompuy reageren. Hij maakt zich uitsluitend zorgen om de economische situatie en niet om de begroting. Dat is niet juist. We moeten ons om beide elementen zorgen maken. Uiteraard moeten we ons zorgen maken om de economische situatie. We moeten ons, ondanks het feit dat ze in evenwicht is, echter ook zorgen om de begroting maken.

We hebben al eerder gesteld dat een evenwicht goed is, maar niet volstaat. Dat is niet voldoende om de redenen die al zijn geschetst. Ik zal even samenvatten wat dit betekent.

De Vlaamse Regering zou nu kunnen stellen dat de schuldafbouw tegen 2020 absoluut niet meer de bedoeling is. Ik ga daar echter niet van uit. Volgens mij moet de schuldafbouw nu van start gaan. Indien we daarmee nu niet van start gaan, komt het volle gewicht op de volgende Vlaamse Regering te liggen. Die regering zal het op zich al moeilijk genoeg hebben. De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) heeft uitgerekend dat dit elk jaar een overschot van 0,2 procent op de begroting zal vergen.

De zesde staatshervorming zal met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een kostprijs met zich meebrengen. Die kostprijs zal maximaal 2,4 miljard euro bedragen. Ik hoop en verwacht dat het geen 2,4 miljard euro zal worden. We moeten hier natuurlijk over onderhandelen. We sturen de fanfare niet voor de jacht op pad. Zo dom zijn we ook niet. We vinden dan ook niet dat nu al een provisie moet worden opzijgezet. Indien we nu al een bedrag opzijzetten, geven we immers bloot waarover we wille onderhandelen.

We stellen hier al jaar en dag dat we de structurele stijgingen in de uitgaven onder controle moeten brengen. De uitgaven moeten lager dan de inkomsten zijn. Op die manier ontstaat spontaan een delta, een financiële ruimte die we niet moeten gebruiken. Dat is niet hetzelfde als een conjunctuurbuffer. Een buffer bestaat uit een bedrag dat we ostentatief opzijzetten voor in slechte tijden. Dat komt er niet van.

Eric Van Rompuy

In tegenstelling tot anderen, heb ik nog nooit na een verklaring in een krant gesteld dat ik zoiets nooit heb gezegd. Ik heb die woorden uitgesproken. Het komt de heer Vereeck echter niet toe daar commentaar op te leveren en te zeggen wat ik zou hebben bedoeld. Ik heb gezegd wat ik heb gezegd.

Ik ben een grote voorstander van de zesde staatshervorming. Het gaat me niet enkel om BHV, maar ook om de staatshervorming zelf. We zullen voor 17 miljard euro meer bevoegdheden hebben. Onze fiscale autonomie zal 35 tot 40 procent van onze eigen inkomsten omvatten. Die hervormingen zullen een nieuwe dynamiek in de begroting creëren.

Niemand weet wat de situatie in 2014 of in 2015 zal zijn. De economie kan weer opleven. Niemand weet wat de economische groeicijfers zullen zijn of hoe de werkloosheid zal evolueren. Ik geloof in een positieve dynamiek. De voorwaarde is dat de economie herleeft. Dat al echter niet afhangen van de vraag of Vlaanderen een overschot van 100 miljoen euro meer of minder heeft. Dat zal van heel andere omstandigheden afhankelijk zijn.

Ik ben het ermee eens dat we niet mogen denken dat we de volgende jaren een vlekkeloos parcours zullen rijden. Het zal altijd een moeilijke oefening zijn. Veel zal afhangen van de economie en van de vraag of de federale overheid haar evenwichten kan vrijwaren.

Ik heb mijn mening over het institutioneel aspect gegeven. Ik blijf daar ook bij. Als Vlaanderen ooit over de schuld, over een splitsing van de sociale zekerheid en over een volledige overheveling van de personenbelasting moet onderhandelen, maakt het niet uit welke partijen hier al dan niet aan deelnemen. De discussie over de Vlaamse begroting zal niet meer over 30 miljard euro gaan. Als we de sociale zekerheid, de personenbelasting en de spoorwegen helemaal opsplitsen, zal die discussie in andere termen worden gevoerd.

Mijnheer Vereeck, dat is wat ik heb gezegd. Ik vrees dat een dergelijke discussie grote gevaren inhoudt. Ik houd me hier nu echter aan de staatshervorming die zal worden voorgelegd. De Vlaamse Regering heeft zich ertoe geëngageerd die staatshervorming uit te voeren. Het groenboek van de minister-president tekent dat pad uit.

Ik geloof niet dat we de komende jaren een nieuw institutioneel debat moeten voren om de reële economische crisis aan te pakken. Ik blijf bij wat ik heb gezegd. Als het om de begroting 2013 gaat, kan ik me hier helemaal in terugvinden. Ik ben het er niet mee eens dat we provisies moeten aanleggen voor zaken waarvan we niet eens weten wat ze precies inhouden.

Minister-president Kris Peeters

Ik zou hier ook straks nog op kunnen terugkomen, maar dit lijkt me het juiste moment om even in te gaan op de problematiek van de Vlaamse schuldpositie waar de heer van Rouveroij en de heer Van Mechelen al verschillende keren naar hebben verwezen. We moeten dat immers in de juiste context plaatsen.

We hebben de KBC-operatie gehad, net als enkele andere operaties in de financiële sector. Als KBC de 3,5 miljard euro terugbetaalt, plus penalties van 5,25 miljard euro, en we zetten dat ervoor in, gaat de schuld al tot 2 miljard euro verminderen. Ik wijs ook op de andere financiële participaties. De schuld, en zeker om die tegen 2020 op nul te zetten, zoals afgesproken, is niet echt problematisch, als dat allemaal uitkomt. Als u daar telkens op terugkomt, houdt u geen rekening met de duidelijke afspraken met KBC en andere. Het is uw volste recht om daarop te hameren, maar het is niet de grootste zorg. Daarin heeft de heer van Rompuy gelijk.

Elke keer wordt er ook teruggekomen op de problematiek van de provisies voor de staatshervorming. De Hoge Raad van Financiën heeft een aantal scenario’s uitgewerkt. Er is een voorkeurscenario, dat is meegenomen in het stabiliteitsprogramma, maar er zijn ook andere scenario’s. Er is ook gezegd dat er nog verder over moet worden onderhandeld.

Het belangrijkste is dat we in zeer barre economische omstandigheden zitten. U verwijt ons virtueel te zijn, maar nu pleiten voor overschotten en provisies is echt irreëel. Dat is in de gegeven omstandigheden niet mogelijk, omdat we ook andere prioriteiten willen invullen qua onderwijs, onderzoek en ontwikkeling enzovoort. We willen de groei stimuleren met 750 miljoen euro via Via-Invest. Uw kritiek vanuit de oppositie is wat mij betreft niet conform de realiteit.

De heer Van Rompuy heeft 100 procent gelijk: ik maak me ook grote zorgen over hoe de economische situatie zich de volgende weken en maanden zal ontwikkelen en hoe we, met de mogelijkheden die we hebben, de bedrijven en de tewerkstelling verder kunnen garanderen en weer tot stand brengen.

De voorzitter

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Minister-president, we kunnen inderdaad blijven discussiëren over provisies en buffers. Goed, we hebben de discussie gevoerd. Als de cijfers van de Nationale Bank voor de groeiprognoses waarheid worden – laat ons allemaal hopen van niet, maar daar gaat het niet om – zult u volgend jaar hoe dan ook 350 miljoen euro moeten vinden, zoals u zelf hebt gezegd. Dan is de vraag of u dat niet beter al zou plannen, in plaats van dat ‘en cours de route’ te moeten doen. Daar gaat de discussie om. We hebben niet gediscussieerd over de cijfers op zich en over de vraag of de cijfers van de Nationale Bank juist zijn. We hopen allemaal dat ze niet juist zijn en dat er een plus voor staat, dat is goed voor iedereen. Maar als het zo is, zult u die oefening in februari-maart hoe dan ook moeten doen. De vraag van de oppositie is enkel: als u daarvoor staat, hou daar dan eventueel nu al rekening mee.

Hetzelfde geldt voor de kosten van de staatshervorming die op ons afkomen, maar ik geef toe dat het van een andere orde is. Hoe groot die zijn, weet ik ook niet, als u het al niet weet. Maar ze komen eraan. Daarom is onze globale kritiek dat u zaken doorschuift naar de volgende legislatuur.

Mijnheer Van Rompuy, vorige week en vandaag opnieuw hebt u het over wat er zal gebeuren als we de schuld, de spoorwegen en de personenbelasting splitsen. Dat staat in de Vlaamse resoluties van 1999, maar enfin, laten we het daar niet over hebben.

U zegt dat we dan in een heel andere discussie zitten, als we heel de sociale zekerheid erbij nemen, en dat het dan wel een heel andere begrotingsdiscussie zal zijn. Dat is zeer juist, maar wat moet ik nu uit uw woorden afleiden, uw woorden van vorige week, en uw woorden van vandaag in dit debat naar aanleiding van de begroting? Hebt u liever dat het allemaal op federaal vlak blijft? En dat we dan hier kunnen doen alsof de Vlaming daar niet voor betaalt? Dat is de schizofrenie. Natuurlijk betaalt de Vlaming op dit ogenblik ook voor die Belgische schuld, betaalt hij ook voor de spoorwegen, betaalt hij zijn personenbelasting aan de federale staat, en we weten allemaal in welke mate hij betaalt.

Ik vind uw redenering een beetje eigenaardig: het is precies alsof u dit er buiten wil houden, en dan kunnen we misschien de illusie wekken dat de Vlaming er eigenlijk niet aan betaalt. Natuurlijk betaalt hij, hij betaalt veel te veel. Dat, mijnheer Van Rompuy, vind ik vanwege u een complete drogreden.

Sas van Rouveroij

Het laatste antwoord van de minister-president drijft ons weer een stuk uit elkaar. Spijtig. We horen – en dat verheugt ons – dat u de doelstelling Vlaanderen 2020 schuldenvrij nog steeds onderschrijft. Perfect. Nu simpele wiskunde. U hebt 7 miljard euro, de terugbetaling van het kapitaal van KBC wordt daarvoor gebruikt, en u houdt 2 miljard euro over. De tijd die ons nog rest tot 2020 is zeven jaar. Als men de 2 miljard lineair opsplitst per jaar, krijgt men afgerond 300 miljoen euro. Als men dat nu niet doet, gaat men de volgende jaren de last verhogen, en dan komen we in 2014, 2015 en 2016 terecht in een periode waar we één zekerheid hebben. Ik hoop dat we de zekerheid hebben dat de zesde staatshervorming zich voltrekt en dat we hoe dan ook daar ruimte voor zullen moeten maken.

We gaan dus naar een volgende regering die én geconfronteerd wordt met een verhoogde terugbetaling van een schuld die we tegen 2020 helemaal afgelost willen zien, én tegelijkertijd met een financiering voor de zesde staatshervorming, en daar bovenop komt nog een onzekerheid. En daar wil ik met u een zeker optimisme delen, dat we misschien in 2015 niet langer met een crisis geconfronteerd te worden, maar laat ons hopen dat dit optimisme ons niet bedriegt. Dus zeg ik u: de andere twee kostendrijvers voor de regering zijn zeker, namelijk de terugbetaling van de schuld en het realiseren van de zesde staatshervorming. En daarop bereidt u zich niet voor, en daarvoor doet u dus geen inspanning.

De voorzitter

De Vlaamse Regering

Ik geef nu eerst minister Muyters het woord. Moet ik de volksvertegenwoordigers die afwezig zijn ook oproepen, of bent u tevreden met de volksvertegenwoordigers die hier aanwezig zijn? (Opmerkingen van minister-president Kris Peeters)

Neen, minister-president, het gaat hier over het respect voor de repliek van de regering. Heel veel mensen hebben een betoog gehouden. Als zij het globale antwoord van de regering willen… Ik zal nu oproepen tot stemming, want dat werkt als de hond van Pavlov: dan komen ze allemaal. Kijkt u maar. (Gelach)

Minister Muyters heeft het woord.

Voorzitter, ik wil eerst en vooral mevrouw Smaers bedanken voor het schitterend verslag. Commissievoorzitter Van Rompuy heeft dit ook al naar voren gebracht: ik denk dat mevrouw Smaers bij de start van de besprekingen een zeer waarheidsgetrouw verslag heeft gegeven, en ik wil haar daar zeker voor bedanken. Wat betreft haar opmerkingen over fiscaliteit betreft wil ik haar zeggen dat we die meenemen, en dat we haar bezorgdheid delen.

Ik wil ook iedereen bedanken die de afgelopen twee dagen het woord heeft gevoerd in het debat. Het was op sommige momenten een vruchtbaar debat was en we kennen nu in elk geval de visie van iedereen. We delen die visie niet altijd, mijnheer Van Rouveroij, maar we kennen ze wel. We zijn het niet altijd eens met wat de ander zegt, maar dat hoort erbij.

Ik wil beginnen met een citaat: “Het is een goede zaak dat in 2013 wordt gestreefd naar een begroting in evenwicht. Het zou straf zijn dit te realiseren, gelet op de economische groeicijfers van 2011, 2012 en 2013.” Neen, dit zijn niet mijn woorden. Het zijn niet de woorden van het kabinet, van de Vlaamse Regering, en zelfs niet van een politieke partij. Het zijn de woorden van het Rekenhof.

Datzelfde Rekenhof had vragen over de conjunctuurbuffer, net als sommigen uit de oppositie. Daar zegt het Rekenhof: “Het niet inschrijven van een conjunctuurprovisie vergt dat het risico op een andere manier beheerst wordt. Dat kan door continu te monitoren en tijdig bijsturingen te doen van de begroting.” Dat is, zoals de heer Van Rompuy net heeft gezegd, wat wij willen doen. Dit is onze manier van werken. Zo hebben wij ook in 2012 gewerkt en zo zullen wij ook in 2013 werken.

Corrigeer mij als ik fout ben, maar volgens mijn woordenboek – ik heb begrepen dat woordenboeken kunnen verschillen – dienen buffers om economische schokken op te vangen. Zullen we wachten tot het einde der tijden of zullen we ons verdiepen in de Mayakalender? We zijn er dichtbij. Die economische schok beleven wij nu. De crisis duurt al langer dan dat ik minister van Begroting ben. Denkt u nu werkelijk dat ik ook niet liever een potje wou aanleggen, dat ik ook niet liever een appeltje voor de dorst opzij zou leggen? Natuurlijk wel. Maar de Vlaamse Regering wacht niet tot Vlaanderen uitgedroogd in de touwen hangt.

Zoals Olli Rehn vraagt, hebben wij geen extra belastingen op arbeid. Meer nog, wij hebben geen enkele extra belasting in de begroting 2013. Zoals Olli Rehn vraagt, zullen wij ook in barre tijden blijven investeren: in onze economie, in welzijn, in scholenbouw en in onderzoek en ontwikkeling (O&O). De begroting in evenwicht is voor ons geen sport, geen fetisj, zelfs geen doel op zich. Het is een middel en volgens mij het best mogelijke middel om in woelige golven economisch boven water te blijven en de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen niet te belasten.

Zijn er eenmalige maatregelen? Natuurlijk! Natuurlijk! Toon mij een begroting die het in deze tijden alleen met structurele maatregelen redt, zonder de tak waarop we zelf zitten af te zagen. Zelfs in tijden van economische groei vinden we in een begroting eenmalige maatregelen.

Wat betreft de staatshervorming en de kosten van de usurperende bevoegdheden, zal ik kort zijn. Het gaat niet over de begroting 2013. Iedereen zegt dat de staatshervorming er ten vroegste zal zijn in 2014. (Opmerkingen)

Ik zeg wat er wordt gezegd. Onzin om daarvoor nu kredieten in te schrijven. Ik heb geen informatie om de kostprijs in te schatten. Voor wat betreft de usurperende bevoegdheden moet de Federale Regering doen wat ze denkt dat ze moet doen. Wil ze doorschuiven, dan zal de Vlaamse Regering post per post nagaan of we de uitgaven voortzetten, hoe we die uitgaven voortzetten, en hoe we ze eventueel compenseren. Maar wij zullen niet de gevolgen dragen van uitgaven waarvoor de Federale Regering zich voor jaren heeft geëngageerd.

Ik wil nog even ingaan op een bizarre uitspraak die ik hoorde: “De besparingen zijn te weinig want er is niet tegen betoogd, er zelfs amper tegen geprotesteerd.” Ik snap de insteek van sommige leden van de oppositie, maar het is toch een bizarre barometer om het beleid op af te rekenen. Ik beperk me tot feiten. 1 procent op de loonkredieten van de Vlaamse overheid en de werkingsmiddelen bevriezen en het Provinciefonds niet indexeren – samen is dat goed voor 164,4 miljoen euro. We hebben die maatregel samen met de vakbonden genomen. Dat is uiteraard een kwestie van keuzes maken. Het is onze keuze om ondanks het economische klimaat voorzichtig te begroten. Mijnheer Sannen, ik denk dat u dat bedoelde met ‘defensief begroten’. We moeten defensief begroten, blijven investeren in onder meer onderwijs en in O&O.

Het zijn moeilijke tijden. Dat weten we allemaal. Ik ben er evenwel van overtuigd dat we, wat deze begroting betreft, menselijke, toekomstgerichte en verstandige keuzes hebben gemaakt. (Applaus)

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer de voorzitter, collega’s, ik zal het kort houden. Deze tweedaagse begrotingsbespreking nadert haar einde. U hebt gevraagd dat de voltallige regering aanwezig zou zijn van bij de start, en aan die vraag hebben we voldaan. Ik wens alle parlementsleden te danken die er van in het begin bij waren, en ook de leden die het einde bijwonen. Het einde is, zo blijkt uit het huidige hogere aantal, belangrijker dan het begin.

We hebben gedurende twee dagen interessante besprekingen gevoerd waarbij zowel door meerderheid als door oppositie interessante elementen naar voor zijn geschoven, en waarop door de leden van de regering uitvoerig werd gerepliceerd.

Er zijn hier heel wat ernstige sociaal-economische toestanden aan bod gekomen. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan wat zich in Limburg afspeelt. Toch wil ik beklemtonen dat Vlaanderen in Europa nog steeds heel wat troeven bezit die onverkort uitgespeeld moeten en kunnen worden. Ondanks de vele faillissementen is de balans nog steeds positief. Vlaanderen is in de EU-context nog steeds een welvarende regio. Het bbp per capita, de arbeidsproductiviteit, het beschikbaar inkomen: al deze parameters tonen aan dat we binnen Europa nog steeds heel hoog gequoteerd staan.

Dit betekent niet dat dit zomaar ‘for granted’ is. Dit betekent niet dit dit zomaar zal blijven doorgaan, dat we ons mogen wentelen in zelfgenoegzaamheid, dat we dit zomaar mogen laten betijen.

Een woord dat hier steeds terugkeerde, zowel bij meerderheid als bij oppositie, is het woord vertrouwen. Dit is een heel belangrijk element.

De heer Koen Van den Heuvel had het over ‘no pain, no glory’, waarbij wie verder doordenkt de woorden ‘no balls, no glory’ voor ogen krijgt. (Gelach).

Maar eigenlijk wou ik komen tot ‘no trust, no glory’. Immers, wie er in slaagt vertrouwen te creëren, heeft mijns inziens de wissel op de toekomst in handen. Dit is belangrijk voor de economie. We moeten alles in het werk stellen om dat vertrouwen in deze moeilijke tijden waar te maken. Daarom moet elk constructief voorstel, van waar het ook komt, in overweging worden genomen. Wordt dit gunstig geëvalueerd, dan moeten we dat ook implementeren.

De opmaak van de begroting 2013 is geen eenvoudige oefening geweest. Deze begroting werd door sommigen als virtueel bestempeld, onder meer door de heer Tack die zijn tussenkomst grandioos begon, maar geleidelijk verzwakte.

We hebben keuzes moeten maken die ik hier niet zal herhalen, vermits collega Muyters daar reeds uitvoerig op is ingegaan.

Ik wil wel gebruikmaken van de petjes van de heer van Rouveroij. Hij is gestart met het petje van de ondernemer. Hij verwees daarbij naar het bankenplan, waar ook de heren Vereeck en Tack het over hebben gehad. Het probleem in dat verband is dat de banken onder Basel III komen, wat inhoudt dat, wanneer er risico’s worden genomen, dit afgezet moet worden tegen het kapitaal dat ze in handen hebben. Dus nemen ze minder risico’s omdat ze anders hun kapitaal moeten verhogen.

Daardoor zijn de banken alsmaar strenger geworden, zeker wanneer het gaat over langetermijnkredieten. Een van de mogelijkheden om dat op te lossen, is de oprichting van een kmo-fonds, waar we een bepaalde garantie aan geven. Op die manier maken we langetermijnkredieten van meer dan vijf jaar en tot vijftien jaar mogelijk. Dat is wat daarachter steekt, mijnheer Tack.

We hebben een bankenplan, waarvan vriend en vijand zegt dat het de juiste elementen bevat. We doen via Via-Invest voor 750 miljoen euro aan investeringen in wegen en infrastructuur. Voor innovatie is er 62 miljoen euro, zoals de heer Van den Heuvel al uitdrukkelijk heeft aangegeven. Er is ook nog het Strategisch Plan voor Limburg in het Kwadraat, enzovoort. Kortom: we doen voor ondernemingen alles wat we kunnen. Aan dat petje van de ondernemer wordt dus extra aandacht gegeven, mijnheer van Rouveroij.

Het tweede petje was dat van de burgemeester.

Sas van Rouveroij

Burgemeester van de plattelandsgemeenten.

Minister-president Kris Peeters

Het petje als burgemeester, zowel in de stad, gemeente als op het platteland. Bij het Steden- en Gemeentefonds is er een groei van 3,5 procent, wat in absolute cijfers meer dan 78 miljoen euro is. Daar hebben we niet aan geraakt. Sommigen hebben in het verleden gezegd dat we dat moesten aanpakken, maar we hebben dat niet gedaan. Het Plattelandsfonds, dat is inderdaad een van de keuzes die we gemaakt hebben. We hebben beslist om dat niet te doen. Ik ben de eerste die daaronder lijdt. Ik heb dat voorgesteld, het zit in mijn bevoegdheden. Ik word daar elke dag op aangesproken. Maar we hebben gemeend dat dat niet kan.

De Vlaamse overheid is echt een partner van de lokale besturen. We moeten daar nog verder in groeien, maar het petje van burgemeester staat vrij behoorlijk, vind ik, net als het petje van ondernemer.

Dan is er het sociale aspect. Daar is al uitgebreid over gesproken met minister Vandeurzen. Wij hebben in deze moeilijke omstandigheden extra zorg besteed aan de welzijnssector, aan de mensen die het moeilijk hebben.

Het volgende petje was dat van de vader van een schoolgaand kind. De nieuwe fractievoorzitter van Groen had een en ander al vooraf in de krant gezet. Als wij vooraf iets in de krant zeggen, krijgen we minstens de reactie van dit parlement dat dat niet mag. Als u dat van ons geleerd hebt, mevrouw Meuleman, moet ik mij minder zorgen maken. Dan mogen wij ons nu als regering vrij voelen om vooraf naar de gazetten te stappen. Voor mij geen enkel probleem. Doordat wij dat vroeger konden lezen, konden we er ook verder over nadenken. Dat is wellicht ook de bedoeling als u het in de krant zet, waarvoor grote dank. (Opmerkingen)

U moet toch goed opletten, mevrouw Meuleman, dat u alles goed bekijkt voor u zoiets lanceert. Ik raad u zelfs aan om ook de voetnoot op pagina 737 van het jaarboek eens na te lezen. Er is gisteren al terecht opgemerkt dat het onderwijsbudget in die periode niet is gedaald, maar gestegen. Het aandeel van het onderwijsbudget in de Vlaamse begroting is ook gestegen. Dat kunt u daar allemaal in terugvinden.

De scholeninfrastructuur, met de pps-constructies, waar de vorige regering mee is gestart, was een moeilijke bevalling. Het heeft bloed, zweet en tranen gekost, maar het zit nu eindelijk in de goede richting.

Ten slotte: het petje van de belastingbetaler. Wij hebben tijdens de opmaak van deze begroting alles gedaan om de burger te ontzien. En dat is ons meer dan behoorlijk gelukt, vind ik.

De vijf petjes die u hier hebt beschreven, mijnheer van Rouveroij, staan wat ons betreft stevig op het hoofd. Ik weet dat het nog sterk zal waaien. We moeten ervoor zorgen dat die petjes niet wegvliegen.

Er zijn diverse mogelijkheden om daarvoor te zorgen, maar ik ben ervan overtuigd dat we met deze Vlaamse begroting, die in moeilijke omstandigheden tot stand is gekomen, effectief op de juiste koers zitten. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

U kunt eventueel bij de stemverklaringen straks nog een repliek geven.

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.