U bent hier

De heer De Gucht heeft het woord.

Minister, op 30 juni 2011 heb ik u een vraag gesteld over de mogelijke verkoop van de Dexiacollectie. U hebt toen gezegd dat er in die collectie stukken zitten die op de topstukkenlijst staan. Over andere werken zei u: “Een opname ervan in de topstukkenlijst kan overwogen worden.” Daarnaast zei u ook nog: “Het lijkt me billijk dat bij vervreemding van belangrijke werken uit de collectie een vorm van voorverkooprecht wordt gegeven aan de federale overheid en/of de gemeenschappen.”

Welke stappen heeft u sinds 30 juni 2011 in deze kwestie gezet?

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Voorzitter, minister, wat een jaar geleden door Patricia Jaspers, beheerder van de Belfiuscollectie, nog werd afgedaan als populistisch, dreigt vandaag waarheid te worden. Belfius overweegt zijn collectie te verkopen. Dat is een zeer aanzienlijke collectie voor Vlaanderen, er zitten 4500 werken in. Voor ons is dat onaanvaardbaar.

Bovendien werd noch de Vlaamse Regering noch de Federale Regering op voorhand op de hoogte gebracht.

In tempore non suspectu heb ik zelf nog gepleit om die en dergelijke andere collecties meer toegankelijk te maken voor het publiek. Dat is belangrijk. Ik heb er dikwijls voor gepleit om de collectie onder te brengen in een museum van moderne en hedendaagse kunst.

Ik heb begrepen dat Belfius wil doorgaan met de verkoop. Minister, wat gaat u doen om te verhinderen dat deze waardevolle collectie verpatst wordt naar het buitenland? Hoe gaat u verhinderen dat we naar Dubai of China moeten reizen om die stukken te zien?

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Minister, de eerste reden waarom ik deze vraag stel, heeft te maken met de bescherming van ons erfgoed. De voorganger van Belfius was Dexia, de voorganger van Dexia was het Gemeentekrediet. De gemeentebesturen in Vlaanderen en België waren eigenaar van 4500 kunstwerken. Vandaag zijn die in handen van Belfius. Ik las dat u zelf in de media moest vernemen dat ze te koop staan.

Minister, u bent minister van Cultuur van Vlaanderen, de grootste deelstaat van onze federale staat. Als de minister van Cultuur in de media moet vernemen dat Vlaams erfgoed te koop wordt aangeboden, wordt voor mij al een grens overschreden. Als we op die manier met ons erfgoed omgaan, heb ik daar serieuze vragen bij.

De tweede reden is dat we niet mogen vergeten dat de afgelopen jaren heel wat publiek geld is gestoken in de voorganger van Belfius en wat daar zoal bij hoorde. Overleg had zeker mogen plaatsvinden.

Het Topstukkendecreet is duidelijk. Dit heeft echter enkel betrekking op drie kunstwerken van voor 1830. Wat met de rest zal gebeuren, is niet duidelijk. Hoeveel van die 4500 kunstwerken zullen worden verkocht?

Minister, wat zult u concreet met dat voorkooprecht doen? Wat zult u als minister van Cultuur in verband met die andere stukken doen? Die stukken maken deel uit van het Vlaams erfgoed en van het Belgisch erfgoed, maar ze dreigen nu ons land te verlaten.

De heer Arckens heeft het woord.

Erik Arckens

Voorzitter, ik zal de context uiteraard niet herhalen. Wat de heer Reekmans net heeft verklaard, is heel juist. Ik kan me hier enkel bij aansluiten. Er is natuurlijk een maatschappelijk engagement mee gemoeid. Banken als Belfius vormen in zekere mate een publieke zaak. Indien er publieke middelen in zitten, is er ook een maatschappelijk moreel engagement.

We zouden natuurlijk allemaal graag de stand van zaken kennen. Tot voor kort heeft Belfius niet met de minister gecommuniceerd. Nadien heeft een van haar medewerkers met hen overleg gepleegd over de nakende verkoop.

Ik wil het debat nog even stofferen door op te sommen over welke werken het gaat. Dat is immers nog niet aangehaald. Het gaat om ‘De roof van de Sabijnse maagden’ en om ‘De verzoening tussen Romeinen en Sabijnen’, twee olieschetsen van de heer Rubens, en om een schilderij van Jan Brueghel de Oude. Volgens mij biedt het Topstukkendecreet dergelijke werken een decretale bescherming. Ik zou graag de stand van zaken kennen.

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, de grootste kunstcollectie van het land bevindt zich bij Belfius. Belfius is in feite een staatsbank. De bank is sinds 2011 volledig in handen van de federale overheid. Een gedeelte van de kunstcollectie, de werken van voor 1830, dreigt in private handen terecht te komen en naar het buitenland te verhuizen.

Een paar van die werken staan op de lijst met stukken die door het Topstukkendecreet worden beschermd. De heer Arckens heeft die werken al vermeld. Het gaat onder meer om ‘De roof van de Sabijnse maagden’. Als we die maagden volgens onze huidige esthetische normen zouden beoordelen, zou natuurlijk niemand ze nog willen roven, maar in de tijd van Rubens werden die maagden nog geroofd.

Minister, mijn vraag sluit aan bij wat de vorige sprekers al hebben gevraagd. Bent u van plan het door het Topstukkendecreet ingevoerde mechanisme in werking te zetten? Hebt u daar middelen voor?

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, er is terecht heel wat verontwaardiging ontstaan over de plannen van Belfius de eigen collectie van de hand te doen. We hebben dat in de pers moeten vernemen. Er is op alle fronten, van het federale parlement tot het Vlaams Parlement, verontwaardiging geweest. Dat blijkt trouwens ook uit het aantal actuele vragen over dit onderwerp. Ook ik heb een gevoel van verontwaardiging en van boosheid ervaren over de wijze waarop dit alles gebeurt.

Ik heb overleg gepleegd met de voorzitter van het directiecomité, de heer Clijsters. Tijdens dit gesprek heeft hij me de context geschetst. Het bedrijf staat voor een grote herstructurering. Daar hoef ik allicht niemand van te overtuigen. Er staan 900 jobs op de tocht. Dat betekent dat 900 mensen hun werk dreigen te verliezen. Om niet nog meer jobs te laten sneuvelen, moet de bank belangrijke keuzes maken.

Een van die keuzes betreft de kunstcollectie. Daarnaast gaat het ook om een aantal belangrijke panden die de bank bezit. Het gaat dan om huizen en om kantoren. Zo zal, bijvoorbeeld, ook het Osterriethhuis in Antwerpen, dat momenteel deel uitmaakt van de kantoren, worden verkocht. Verder zal ook de kunstcollectie van voor 1830 worden verkocht.

De heer Clijsters heeft me uitgelegd dat het de bedoeling was daar een heel traject aan te verbinden. De raad van bestuur heeft een plan van aanpak goedgekeurd. Dat plan bestond uit verschillende fases. Tijdens de eerste fase zou een volledige inventarisatie van alle werken plaatsvinden. Tijdens de tweede fase zou overleg met alle stakeholders worden gepleegd. Dit omvat verschillende overheden, zoals de federale overheid, de Vlaamse Gemeenschap en de Franse Gemeenschap. Belfius is echter op snelheid gepakt. Belfius heeft heel snel op het persbericht moeten reageren. Hierdoor is er geen overleg geweest.

Ik schets u de context die Belfius geeft als verantwoording, dat betekent niet dat ik me erin kan terugvinden. De verontwaardiging is bij mij nog aanwezig dat er een intentie is om die werken van de hand te doen.

De situatie vandaag is de volgende. Er zijn drie topstukken bij de werken. De heer Vandaele verwijst naar de Maagden. Een ander werk is de Verzoening – dat kan misschien ook inspirerend werken. De topstukken kunnen het land niet uit zonder toelating. Ik moet dus een exporttoelating geven. Het spreekt voor zich dat het niet mijn intentie is, mocht die vraag er zijn, dat die vergunning zou worden gegeven.

Ik heb heel duidelijke afspraken gemaakt met de voorzitter van het directiecomité van Belfius, de heer Clijsters. Voorlopig worden de werken niet verkocht. We zien elkaar terug eind januari en op dat moment komt er een volledige lijst van alle werken en wat ze daarmee willen doen. Maar er is dus afgesproken dat er geen enkel werk wordt verkocht, zonder er vooraf met ons over te spreken, zodat wij ook de mogelijkheid hebben om het aan te kopen.

Momenteel staan er 388 werken op de topstukkenlijst, 34 verzamelingen. Voor de werken op het Vlaamse grondgebied geldt dat ze niet kunnen worden uitgevoerd. Verschillende werken uit de Belfiuscollectie bevinden zich in Antwerpen, maar er zijn er ook heel veel in Brussel. In Brussel is het Topstukkendecreet niet van toepassing. Daar bestaat er wel een bescherming, in die zin dat de federale overheid kan beslissen over de werken. De werken in Brussel vallen dus onder de federale bevoegdheid. De werken in Antwerpen, vooral in het Astridhuis, vallen onder de Vlaamse bepalingen.

Ik heb niet alleen een onderhoud gehad met de voorzitter van het directiecomité, ik heb ook gevraagd aan de Topstukkenraad om in spoed bijeen te komen. De leden van die raad hebben dat intussen gedaan. Ze hebben suggesties gedaan, waaronder het voorstel om een aantal bijkomende werken in spoedprocedure nog te erkennen. Dat kunnen wij intussen doen om bepaalde werken te beschermen.

Weet ook, collega’s, dat wij werken aan de aanpassing van het Topstukkendecreet. Wij willen daarin een aantal categorieën laten opnemen. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat alle kunstwerken die meer dan vijftig jaar oud zijn en een marktwaarde hebben van meer dan 150.000 euro automatisch beschermd zijn en onder het Topstukkendecreet vallen. Die bepalingen zijn klaar. We zullen daarmee in januari naar de Vlaamse Regering gaan.

Collega’s, ik verwijs naar het feit dat het Topstukkendecreet zoals gezegd niet van toepassing is in Brussel. U weet dat wij sinds kort een cultureel akkoord hebben met de Franse Gemeenschap. Er is een overlegplatform, heel specifiek voor de topstukken en die collecties. Alle betrokken overheden zitten daarin samen. Wij zijn op dit moment voorzitter. We roepen dat overlegplatform heel snel samen. Het is ook de bedoeling om in het kader van dat cultureel akkoord zo snel mogelijk een aantal afspraken te maken over hoe de Franse Gemeenschap en de Vlaamse Gewest in Brussel bijkomende stappen kunnen zetten.

Voorlopig is er de garantie, het woord dat er geen werken worden verkocht. Er komt eerst een overleg op basis van een lijst die wordt opgemaakt. Daar zijn ze nog mee bezig. Eind januari is er een nieuw gesprek. Er komen aanpassingen aan het Topstukkendecreet, en intussen kijken we wat we kunnen doen met de suggesties van de Topstukkenraad voor bijkomende erkenningen.

Minister, hartelijk bedankt voor uw antwoord. Wij hopen dat u daarover zo snel mogelijk terugkoppelt naar de commissie.

U verwijst naar de dialoog met de andere overheden. Ik hoop dat u probeert om dat op één lijn te plaatsen, nu u een samenwerkingsakkoord hebt met de Franse Gemeenschap op het vlak van cultuur. Het is al te gek dat een Topstukkendecreet van Vlaanderen niet geldig is in Brussel en dat Wallonië er ook weer andere redeneringen op nahoudt. Ik stel voor dat u probeert om er enigszins een lijn in te krijgen, zodat we dat erfgoed kunnen beschermen op een zo goed mogelijke manier.

Minister, dank u wel voor uw uitleg. Het is een begin van een oplossing, maar zeker niet voldoende.

Ik denk dat u het Topstukkendecreet moet uitbreiden. Niet alleen individuele stukken, maar ook interessante collecties en ensembles moeten erin worden opgenomen. We hebben allemaal een tijdje geleden ook gezien dat de collectie Daled naar het buitenland is verkast, naar het MoMA (Museum of Modern Art) zonder dat er vooraf enige melding is geweest of enig debat is gevoerd met de overheden.

Breid het Topstukkendecreet dus uit naar collecties en ensembles, maar breid het ook uit naar Brussel. Het is misschien moeilijk, maar ik denk wel dat het kan. Anders spreken we vandaag maar over drie stukken.

Tweede belangrijke punt –,en daar heb ik u niets over horen zeggen – is dat er wetgeving moet worden gemaakt die beschermende maatregelen kunnen inhouden. We hebben gezien dat dat in Frankrijk kan. Dat kan in Denemarken, dat kan in Nederland. Waarom zou zo’n wetgeving in Vlaanderen niet kunnen?

Peter Reekmans

Minister, bedankt voor uw antwoord. U zegt dat het Topstukkendecreet de uitvoer naar het buitenland beschermt. Ik ben geen kunstkenner, laat staan een expert in deze materie, maar één ding is me duidelijk: dit gaat over drie stukken gaat. De Belfius-kunstcollectie die men vandaag wil verkopen, gaat over honderden stukken, honderden stukken van vóór 1830 die niet beschermd zijn door het Topstukkendecreet, en die wel zonder exportvergunning naar het buitenland kunnen worden uitgevoerd.

Het is vandaag nog niet duidelijk hoeveel stukken Belfius wil verkopen. Ik herhaal: dit is Vlaams erfgoed, maar uiteindelijk kan men ermee doen wat men wil. En dan zegt u bij het begin van uw betoog dat er 900 banen op de tocht staan bij Belfius. Minister, ik denk dat ons land, onze bevolking genoeg geld in Belfius en zijn voorgangers heeft gestoken. Op zijn minst had men eigenlijk toen die kunstcollectie gratis aan de overheid mogen geven. Dat wij vandaag moeten betalen om die kunstcollectie in ons land te houden, minister: eigenlijk is dat je reinste schande. (Applaus bij LDD en het Vlaams Belang)

Erik Arckens

Minister, als ik me niet vergis dan zijn de vraagstellers en de kunstminnaars, Vlaanderen in zijn geheel dus, voldaan in hun rechtmatig verwachtingspatroon. Dat betekent dat de zaak voorlopig in goede handen is, en dat er vooraf slecht of niet is gecommuniceerd.

Minister, ik wil er nog aan toevoegen dat ik misschien vroeg of laat nog een minnaar word van het cultureel akkoord, wie weet. Hier kan het werkelijk zijn vruchten afwerpen. Een gedeelte van de collectie bevindt zich in Antwerpen, een gedeelte in Brussel, en dan rijst de vraag of het Topstukkendecreet ook toepasbaar kan worden in Brussel. In Vlaanderen hanteren wij de Topstukkenlijst, de Franse Gemeenschap werkt met bepaalde categorieën. Het is heel belangrijk dat Vlaanderen en de Franse Gemeenschap samenwerken, mits natuurlijk het territorialiteitsbeginsel te respecteren.

Minister, het heeft natuurlijk allemaal een wrange nasmaak. Wij hebben als belastingsbetaler veel geld in die bank gestoken om ze te redden. Als beloning gaat men nu een deel van ons – toch niet onbelangrijk – kunstpatrimonium op de helling zetten. Als ik me niet vergis, was, bij de inbreng van de federale middelen, een van de voorwaarden in de marge dat die kunstcollectie een maatschappelijke meerwaarde zou krijgen. Men moest ze toegankelijker maken, ter beschikking stellen voor exposities enzovoort. Wat nu gebeurt, staat haaks op de afspraak die toen is gemaakt.

U zegt dat u de export van die drie stukken met het Topstukkendecreet kan tegenhouden. Maar als ik het decreet goed lees – ik zou het eens moeten herlezen –, dan gaat het toch maar om een maatregel die die export inderdaad gedurende een bepaalde tijd kan tegenhouden, maar waar de overheid uiteindelijk de stukken zelf moet kopen of iets anders uit de brand moet slepen. Maar u kunt niet zeggen: wij houden het tegen – punt. Vandaar mijn vraag van daarnet: hebt u middelen om eventueel een stap verder te zetten?

De heer Caron heeft het woord.

Voorzitter, ik ben blij dat mijn reservevraag van vorige week nu toch aan bod komt. Ik vind het een levensgrote schande dat een collectie die hoofdzakelijk met publieke middelen is verworven, zal worden verkocht door het bestuur van een overheidsbank. Het is alsof een agentschap van de Vlaamse overheid een deel van haar patrimonium zou verkopen zonder medeweten van de betrokken minister. Heb je van je leven…Het is gewoon een sale-and-leasebackoperatie, veel erger dan dat, want dan huren we nog. Dit is prutsen met cultureel erfgoed dat van de samenleving is en dat van de samenleving moet blijven.

Ik kan nog volgen dat Belfius een oplossing moet vinden voor zijn financiële problemen, maar dat mag niet gebeuren op de kap van het erfgoed. Collega’s, stelt u zich eens voor dat de Vlaamse Regering volgend jaar bij de begrotingscontrole haar schulden zou aflossen met een deel van de verkoop van de collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen. Dat is van dezelfde orde. Onaanvaardbaar! (Applaus bij Groen, het Vlaams Belang en sp.a)

De heer Verstreken heeft het woord.

Het doet mij als gewezen schepen van Cultuur van de stad Oostende nog altijd pijn dat het schilderij ‘De Blijde Intrede van Christus in Brussel’ destijds is doorverkocht aan het Getty Museum in Los Angeles. We moeten inderdaad proberen te voorkomen dat werken ergens anders naartoe gaan. Het is belangrijk dat er inspanningen worden geleverd. Minister, ik ben ervan overtuigd dat u dat zult doen. Maar, minister, gaat iedere entiteit apart zitten of zijn jullie al samengekomen met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de Franse Gemeenschap? Zo ja, wat was het resultaat?

De heer Wienen heeft het woord.

Wim Wienen

Minister, ik kan niets anders zeggen dan dat de houding van Belfius en daarvoor Dexia en daarvoor Gemeentekrediet over alle jaren heen misdadig is. Belfius heeft die kunst gebruikt als investeringsproduct, en zal dat nu proberen te verzilveren.

Ik herinner mij dat de stad Antwerpen Belfius jarenlang gesmeekt heeft om twee stukken van Rubens in het slechts één straat verder gelegen Rubenshuis te krijgen. Daar heb je toch vragen bij. Waar zou het stuk van Jan Brueghel I mooier kunnen hangen dan bij ‘De dulle Griet’ van Pieter Brueghel de Oude in het Museum Mayer van den Bergh? Maar wat doen deze mensen? Ze verzilveren, ze cashen met kunstwerken die eigenlijk van de gemeenschap zijn en die daarenboven met gemeenschapsmiddelen betaald zijn. Als we daar al geen stokje meer voor kunnen steken, is het heel erg geworden.

Collega’s, ik hoor hier opnieuw de verontwaardiging waarnaar ik daarnet verwees – en terecht. Ik had ook die reactie en heb ze overgebracht aan de voorzitter van het directiecomité.

Het is heel opmerkelijk dat wat men van plan was ook al op de raad van bestuur is besproken. U moet weten dat de federale overheid hoofdaandeelhouder is in die raad van bestuur. Die plannen zijn daar al aan bod gekomen. Ik veronderstel dat ze daar nog wel eens opnieuw ter sprake zullen komen.

Er zijn in elk geval verschillende betrokken overheden: de Vlaamse overheid, het federale niveau, het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, de Franse Gemeenschap. Het is de bedoeling van het overlegcomité dat zich bezighoudt met de topstukken en het erfgoed dat daarover wordt gepraat. Daarom hebben wij al het initiatief genomen om iedereen samen te brengen.

Ik heb nu in ieder geval de garantie dat er niets wordt verkocht of uitgevoerd. Wij zitten in januari 2013 opnieuw rond de tafel op basis van een zeer gedetailleerde lijst van wat die collectie nu allemaal bevat en op basis van wat men daar nu mee van plan is. Ook dat was nog niet echt helemaal duidelijk. Men was binnen de bank bezig met het samenstellen van een lijst.

Collega’s, ik hoor hier stemmen opgaan om algemene beschermende maatregelen te nemen ten aanzien van volledige collecties. We moeten die zaken eens grondig bekijken. Dat is een heel ander initiatief dan het Topstukkendecreet. Het Topstukkendecreet – de naam zegt het zelf – gaat over topstukken die op basis van een advies van experts worden opgenomen in een lijst. Als wij ons daartegen verzetten, kunnen die topstukken niet weg uit Vlaanderen, maar dan zijn wij wel verplicht om ze op te kopen. Dat wil zeggen dat wij op dat moment de nodige budgetten moeten hebben. Om u een concreet voorbeeld te geven: stel dat er op dit moment een aanvraag komt van Belfius om die drie topstukken uit te voeren, en ik zeg dat ze niet mogen worden uitgevoerd, dan zijn wij op basis van het Topstukkendecreet verplicht om vanuit de Vlaamse overheid 30 miljoen euro op tafel te leggen om die werken te kunnen verwerven, want dat is de waarde van die drie topstukken. Dat is de filosofie van het Topstukkendecreet. Dat is een heel andere instelling dan een algemene beschermende maatregel.

Wij kunnen wel andere topstukken op die lijst extra beschermen en als topstuk opnemen. Er zijn suggesties gedaan door onze Topstukkenraad. We zullen dat bekijken en we zullen daar snel werk van maken.

Mevrouw Idrissi, een algemene beschermende maatregel bestaat op dit moment niet echt. Ik denk dat de federale overheid wel een aantal initiatieven kan nemen aangezien zij hoofdaandeelhouder is van de bank Belfius. Ik heb begrepen dat ook de federale overheid verontwaardigd is en stappen in die richting zal zetten.

Ik ben zeer terughoudend ten aanzien van de idee om een algemeen beschermend decreet op te stellen waarbij wij volledige collecties beschermen die in handen zijn van private eigenaars.

Mijnheer De Gucht, ik heb het even over één van uw stokpaardjes. U weet dat we heel goed samenwerken met private verzamelaars en eigenaars. Indien we zomaar een communistisch idee zouden lanceren waarbij we zomaar beschermend kunnen optreden voor private collecties, dan zijn we niet goed bezig en kan dat heel gevaarlijk zijn.

Ik ben het wel met u allen eens dat we nu in een ander soort situatie verkeren omdat het hier om een bank gaat waarin de federale overheid hoofdaandeelhouder is en waar een hele geschiedenis aan voorafgaat, een geschiedenis die anders is. Die nuance wil ik wel maken.

Het kan dus zeker niet de bedoeling zijn een algemene bescherming van Vlaamse private collecties te instaureren en daar een gemeengoed van te maken. Ik hoop dat een dergelijke collectivisering van het erfgoed niet de bedoeling was van de heer Reekmans.

Ik heb u alle elementen – hoofdaandeelhouderschap, voorgeschiedenis, enzovoort – opgesomd en tot slot beklemtoom ik nog dat we ervoor moeten zorgen dat die waardevolle werken in Vlaanderen blijven.

Eind januari zal ik dus terug rond de tafel zitten op basis van een concrete lijst. Ik zal u dan meer duidelijkheid kunnen verschaffen over de intentie van de bank en over de aangeboden stukken uit de collectie.

Mevrouw de minster, het verbaast me enigszins dat u nu wel uw uitleg geeft en uw verontwaardiging verwoordt en de verontwaardiging van anderen bijtreedt. Immers, ik heb u die vraag reeds op 30 juni 2011 gesteld, maar in al die tijd hebt u dus geen stappen ondernomen. U had al perfect moeten weten wat er precies in die collectie zit, wat u dienaangaande zou doen en u had al lang met de verschillende andere overheden rond de tafel moeten zitten om een plan uit te werken. Immers, er was toen al discussie rond de Dexia-collectie, nu gaat het om de Belfius-collectie.

Het is enkel omdat het de kranten heeft gehaald dat u nu zegt in actie te moeten schieten. Dit is zo kenmerkend voor deze regering. Een regering die zegt het te zullen doen, maar dan achter de feiten aan blijkt te lopen.

Mevrouw de minister, als ik u en uw vooropgestelde timing aanhoor, vrees ik dat het kalf verdronken zal zijn. De Belfius-collectie zal verkocht zijn vooraleer maatregelen genomen zullen worden.

Zijn Frankrijk, Nederland en Denemarken dan communistisch omdat zij in beschermende maatregelen hebben voorzien? Ik denk het niet. Ik denk dat die landen er net voor zorgen dat belangrijk erfgoed het land niet verlaat.

De overheid kan erfgoed opkopen, maar moet dat niet doen. Zij kan wel in samenspraak met de betrokkenen een oplossing zoeken. Dat is nodig, dringend nodig. Belfius is immers nog maar het begin. Ik denk dat ING en anderen binnenkort dezelfde weg zullen opgaan.

Peter Reekmans

Zelfs s.pa, uw coalitiepartner, gelooft er niet meer in dat we de Belfius-collectie nog kunnen redden. Waarom zou ik er dan nog in kunnen geloven?

Ik wil niet zoals de vorige spreekster het communisme invoeren om die bescherming te bewerkstelligen. Wel wil ik één nuance rechtzetten.

U vroeg daarnet of het dan mijn bedoeling is om alle privécollecties te gaan beschermen. Welnu, het gaat hier niet om een privécollectie, maar om een publieke collectie, betaald met puur belastinggeld.

Voor mij is het eenvoudig: de Vlaamse belastingbetaler moet niet opnieuw opdraaien nadat al dat geld is gepompt in Belfius en zijn voorgangers. Uiteindelijk heeft het publiek recht op deze collectie.

Ik pleit dus niet voor communisme, maar wel voor een lijst ter bescherming van die stukken zodat die binnen ons erfgoed blijven, zonder daar ook maar één euro voor te betalen.

Erik Arckens

De minister-president zou in dit geval zeggen dat er in deze fase wel verontwaardiging is, daarna gevolgd door een fase waarin we het hoofd koel houden. Er is een thymotische uitbarsting, een gevoel van trots. We zijn gekrenkt in onze trots omdat een bank – een overheidssymbool – stukken wil verkopen.

Maar als ik de context goed begrepen heb, denk ik dat wij op schema zitten. Ik deel de vrees van de vorige sprekers niet. Ik begrijp de limieten van het topstukkenbeleid. We kunnen niet alles zomaar in Vlaanderen houden. Daar hebben we het geld niet voor. Wij kunnen ons ook niet vergelijken met andere landen in Europa.

Minister, ik hoop dat u het topstukkenbeleid voortzet. Ik sta er alleszins achter.

Minister, ik ben al blij dat u onze grote verontwaardiging deelt dat een overheidsbank op die manier de Vlaamse Gemeenschap een loer draait. Dat is ontoelaatbaar. We merken echter ook dat het Topstukkendecreet geen oplossing ten gronde zal bieden voor dit dossier. Dus misschien moeten wij ons als parlement beraden over nieuw decreetgevend werk, om een betere bescherming te bieden. We moeten er de klemtoon op leggen dat kunstwerken geen louter commerciële producten zijn. Dat hebben mensen voor ons ook al ontdekt. Dat is zelfs met zoveel woorden in de Europese regelgeving ingeschreven, herinner u de cultuurparagraaf. Misschien moeten we daarop voortborduren.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.