U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking (Voortzetting)

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van de algemene bespreking van het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2013, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2013 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013.

Ik heb de minister-president aan de lijn gehad. Hij is hier binnen één minuut. Hij heeft deze namiddag Visserijraad. Die is verdaagd naar 15 uur.

De heer Vereeck heeft het woord. (Opmerkingen van de heer Lode Vereeck en mevrouw Marijke Dillen)

Minister Van den Bossche en minister Smet zijn hier aanwezig. Zij kunnen de boodschap wel overbrengen. (Opmerkingen van mevrouw Marijke Dillen)

Ook minister Muyters is hier nu. We beginnen eraan.

Mijnheer Vereeck, u hebt het woord.

Lode Vereeck

Geachte voorzitter, geachte leden van de regering, geachte collega’s, wij worden in Vlaanderen en Europa getroffen door een van de zwaarste economische crisissen sinds de Tweede Wereldoorlog. Elke 45 minuten gaat er in ons land een bedrijf failliet. Elke vijf minuten verliest in Vlaanderen een werknemer zijn job. Vorige maand gingen 970 bedrijven overkop en waren er meer dan 207.000 Vlaamse werklozen. En in deze trieste cijfers is nog geen rekening gehouden met de sluiting van Ford Genk, wat bij ons in Limburg erg hard is aangekomen.

Dat zijn de feiten waar we niet omheen kunnen. De oorzaak van deze crisis ligt in een falend financieel systeem. De banken namen onbegrijpelijke risico’s en de toezichthouders lieten begaan. De bankencrisis heeft, op haar beurt, het vertrouwen aangetast. De mensen hebben schrik om hun geld uit te geven en potten het op, niet onder de matras, maar op spaarboekjes met een negatieve reële rente. De ondernemers lijken dan weer moeilijk aan geld te geraken om te investeren. Zo is onze economie in een neerwaartse spiraal terechtgekomen.

Het slechte nieuws is dat we het dieptepunt van deze crisis nog niet bereikt hebben. Het gaat dus nog erger worden voor het beter wordt. Het goede nieuws is dat we het tij kunnen keren. De oude recepten, zoals massale overheidsinvesteringen, zijn vandaag niet haalbaar, wegens de reeds hoge overheidsschuld. De economische heropleving moet komen van het herstel van het vertrouwen. Want als we verwachten dat het slecht gaat – en we durven ons geld niet uitgeven – dan gaat het ook slecht. En als we verwachten dat het goed gaat – en we durven ons geld wel uitgeven – dan gaat het ook goed. Zo simpel werkt de economie.

Het is aan de regering om het vertrouwen te herstellen. Helaas is het vertrouwen in de politici zelf erg laag. Wij kunnen dat vertrouwen in de politiek herstellen door aan één zeel te trekken. In tijden van diepe crisis zoals oorlogen, natuurrampen of grote werkloosheid vraagt de bevolking aan de politici om partijverschillen te overstijgen. Ons land zit in zo’n crisis en heeft nood aan bruggenbouwers. Helaas groeit vandaag de maatschappelijke tegenstelling, het wij-zijdenken. Sommige politici verdelen het land in een rechts Vlaanderen en een links Vlaanderen. Maar de crisis laat ons niet toe om links of rechts te zijn.

Om het vertrouwen te herstellen, moeten we aan één zeel trekken. Zo moeilijk is dat niet, want in tijden van crisis is er vaak maar één zeel waaraan we kunnen trekken. We kunnen alvast stoppen met het nemen van maatregelen die het vertrouwen aantasten.

Collega’s, zeg nu eerlijk, zijn we het er niet allemaal over eens dat we een sociaal Vlaanderen willen? Waarom nam deze regering dan een asociale maatregel zoals de miserietaks? Geen enkele politicus in dit halfrond was daar voorstander van, en toch is de miserietaks goedgekeurd. Collega’s, laten we samen die foute beslissing rechtzetten door de miserietaks af te schaffen en wat perspectief te bieden aan mensen die in de miserie zitten.

Zijn we het er niet allemaal over eens dat we de beste scholen willen voor onze kinderen? Waarom laten de meerderheidspartijen de discussienota’s van de minister van Onderwijs dan lekken? Iedereen wil het technisch en beroepsonderwijs opwaarderen zonder de sterke punten van het algemeen onderwijs te verliezen. Collega’s, laten we samen een Bologna-hervorming voor het secundair onderwijs uitwerken en perspectief bieden aan jongeren met technische vaardigheden.

Zijn we het er ondertussen niet allemaal over eens dat subsidies aan multinationals niet werken? In deze legislatuur is Vlaanderen al twee autofabrieken kwijtgespeeld. Toch blijven we doorgaan met het verlenen van strategische investeringssteun en komt het Nieuw Industrieel Beleid maar moeizaam van de grond. Collega’s, laten we opnieuw perspectief bieden aan onze industrie door inefficiënte subsidies af te schaffen.

Zijn we het er niet allemaal over eens dat het, in tijden van besparingen, een verkeerd signaal was om een derde VRT-net uit te bouwen? Niet alleen zijn de kijkcijfers bedroevend laag, de beslissing zet zoveel kwaad bloed dat ze even contraproductief is als de hogere belasting op bedrijfswagens. En waarom werd, in tijden van besparing, het Vlaams Energiebedrijf opgericht, een nieuwe staatsinstelling die niets doet wat al niet gebeurde? Geluk bij een ongeluk is de kindpremie zo goed als geschrapt.

Collega’s, laten we die vergissingen ongedaan maken en de vrijgekomen middelen besteden aan zinvolle zaken, zoals het Zorgfonds dat een deel van de rusthuiskosten terugbetaalt. Zijn we het er ook niet allemaal over eens dat de files onze economie aan het wurgen zijn? We weten dat bedrijven omzet verliezen door files. We weten dat de situatie rond Antwerpen stilaan onhoudbaar is. Zijn we het er dan niet over eens dat de Liefkenshoektunnel tolvrij moet worden en dat de bretellen rond Antwerpen moeten worden aangelegd? Collega’s, laten we de chauffeurs en de bedrijven opnieuw wat perspectief bieden door samen in dit parlement met een gekwalificeerde meerderheid de noodzakelijke nooddecreten goed te keuren, zoals destijds in functie van het realiseren van het Deurganckdok.

Zijn we het er niet allemaal over eens dat gezonde staatsfinanciën absoluut noodzakelijk zijn voor het vertrouwen? Het volstaat om naar landen te kijken waar dat niet het geval is. Deze Vlaamse begroting boezemt weinig vertrouwen in omdat ze geen antwoord biedt op de belangrijkste budgettaire uitdagingen: de staatshervorming, de kerntaken en de schuldafbouw. Waarom zijn er geen voorzieningen voor de overdracht van usurperende of nieuwe bevoegdheden, waarom worden de wachtlijsten niet aangepakt, waarom gaat men door met schulden te maken? En waarom houdt deze Vlaamse begroting geen rekening met een conjunctuurtegenvaller van 353 miljoen euro?

Ik weet dat de oppositie vaak verweten wordt dat ze op zoek is naar een splinter in het oog van minister Philippe Muyters en niet de balk ziet in het oog van Olivier Chastel, maar de Vlaamse begroting kun je toch bezwaarlijk gezond noemen? De reden voor de stijging van de wachtlijsten, bijvoorbeeld, is niet de crisis. Het Vlaamse budget is immers met 3,7 miljard euro gestegen op drie jaar tijd. De oorzaak is het gebrek aan structurele besparingen en de vele eenmalige maatregelen die het jaar nadien wegvallen. Daardoor is er in 2014 zelfs geen vrije ruimte om wachtlijsten weg te werken. Bovendien zorgt het ontbreken van een structurele begrotingsnorm ervoor dat deze regering telkens opnieuw zwaar in de remmen moet als de inkomsten tegenvallen, en wordt er plotsklaps meer gespendeerd als de inkomsten meevallen. Zo’n ‘stop and go’-beleid is niet stabiel en nefast voor het vertrouwen. De snel stijgende verborgen schuld – dat is de pps-schuld en de gewaarborgde schuld – zet zelfs onze kredietwaardigheid onder druk. (Opmerkingen van de heer Koen Van den Heuvel)

Ik citeerde gewoon het Rekenhof.

Collega’s, Vlaanderen heeft nood aan een geloofwaardig begrotingstraject, dat uitzicht biedt op een schuldenvrij Vlaanderen, op een geslaagde staatshervorming en op de invulling van de kerntaken. Zo herstellen we het vertrouwen.

Geachte minister-president, uw Vlaamse Regering moet dringend een doorstart maken, want zo snel als Vlaanderen achteruit boert, zo traag lijkt deze Vlaamse Regering te werken. Het ongeduld bij de bevolking en bij de oppositie is groot en wordt gedeeld door uw eigen meerderheid. Dat bleek overduidelijk uit het actualiteitsdebat over de economische toestand van Vlaanderen.

Uw regering kan de economische motor weer aan de gang krijgen, indien ze meehelpt het vertrouwen te herstellen. Daarvoor is een duidelijke visie nodig, zoals destijds met de Derde Industriële Revolutie in Vlaanderen (DIRV). Met één krachtig beeld, een handdruk tussen een mensenhand en een bionische hand, werd het digitale tijdperk aangekondigd. Het was ook een oproep aan de mensen om zich voor te bereiden op die nieuwe tijden, en met succes.

De visie van uw Vlaamse Regering heet Vlaanderen in Actie (ViA), een project dat helaas niet aanslaat omdat het te veel zaken tegelijk wil doen. Daarom moet ook ViA een doorstart maken. In één beeld moet duidelijk worden hoe mensen zich kunnen voorbereiden op een toekomst die nog technologischer, nog internationaler en nog competitiever zal zijn. ViA moet meer focussen en staan voor: vorming, innovatie en arbeid. Die drie speerpunten verdienen meer aandacht.

Vorming en onderwijs moeten onze jongeren voorbereiden op die technologische en competitieve arbeidsmarkt. De regering moet hier meer dan een tandje bij steken. Zo bedraagt de achterstand bij de scholenbouw 2,6 miljard euro en in de begroting staat amper 15 miljoen euro extra ingeschreven. Ook de hervorming van het technisch onderwijs zit in het slop, terwijl vacatures in technische knelpuntberoepen niet ingevuld raken.

Innovatie is levensnoodzakelijk om te overleven in een internationale economie, om in de toekomst de producten van de toekomst in de sectoren van de toekomst te maken. Uit een studie van de studiedienst van de Vlaamse Regering blijkt echter dat Vlaanderen maar middelmatig presteert. Als Vlaanderen een topregio wil worden, moet er jaarlijks recurrent 170 miljoen euro voor innovatie bij komen. In deze begroting staat recurrent slechts 32,5 miljoen euro extra ingeschreven. Wij pleiten daarom al langer vanuit de oppositie om het noodzakelijke traject decretaal te verankeren en meer aandacht te besteden aan de omzetting van nieuwe kennis in nieuwe producten en diensten.

Het consumentenvertrouwen zit te paard met arbeid.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Vereeck, ik veronderstel dat u ook nog altijd gaat voor het groeipad naar 3 procent van het bbp voor onderzoek en ontwikkeling. Ik veronderstel dat u ook weet dat die 170 miljoen euro aan een bepaald groeipercentage van het bbp was gekoppeld. Als er zelfs een daling is in 2012, is die 170 miljoen euro ook geen 170 miljoen euro meer. Of gaat u los van het bbp voor 170 miljoen euro, stricto sensu? Dan hebt u gelijk dat we het groeipad niet volgen.

Lode Vereeck

Ik ben me daar volledig van bewust. Het is een van de zes scenario’s uitgetekend door de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI). Maar het zal toch in die grootteorde zitten en zeker niet in de grootteorde van 32,5 miljoen euro, om aan die 1 procentnorm te geraken.

Mijnheer Vereeck, zeker voor u is het toch eenvoudig om te beseffen dat, als het bbp daalt in plaats van dat het een groei kent van gemiddeld 2 procent, dat ook een effect heeft op dat groeipad naar 3 procent van het bbp. Als overheid sluit ons deel van de 3 procent, namelijk 1 procent, wel aan bij het uitgetekende groeipad, toch in percentage van het bbp, maar voor het bedrijfsleven zelf is het niet zo eenvoudig in tijden van crisis.

Lode Vereeck

Minister, het groeipad dat vorig jaar door uw regering is uitgetekend, op het moment dat de groei duidelijk aan het vertragen was, was 70 miljoen euro. Dat was het minimale traject.

Mijnheer Vereeck, met alle respect, dat was nog met een groei van plus 0,5 procent. Nu zitten we aan min 0,1 procent en er wordt zelfs gesproken van min 0,2 procent.

Lode Vereeck

Minister, we zullen de herberekening maken, maar ik zeg u dat, ondanks de vertraging in de groei, u er met deze versnelling in uw O&O niet komt.

De voorzitter

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

Collega Vereeck, niettemin zal u het met ons eens moeten zijn dat deze regering – die al drie jaar op rij een begroting heeft gemaakt in evenwicht, en dit in tijden van dalende groei – er voor de eerste keer wel in slaagt om een groeipad ten uitvoer te brengen, terwijl bij de vorige regeringen – tijdens tijden van economische groei – op geen enkele manier het percentage van de overheid is gestegen.

Ik wil uitdrukkelijk zeggen dat het een belangrijke keuze is van deze Vlaamse Regering om te besparen en een efficiëntieoefening te doen, en met die vrijgemaakte middelen effectief te kiezen waar we op inzetten. Is dat voldoende? Ik denk dat we hier op deze regeringsbanken er allemaal van overtuigd zijn dat we graag nog meer zouden willen inzetten. Maar ik ben in ieder geval mijn collega’s dankbaar dat we nu, ondanks deze moeilijke periode, toch extra middelen vrijmaken. Geloof me: we gaan ze heel goed gebruiken.

Lode Vereeck

Minister, ik zit in dit parlement sinds 2009. Dus de verantwoordelijkheid van de vorige regering is de verantwoordelijkheid van de vorige coalitie. Ik kan me alleen maar baseren op uw beleidsbrieven, op uw beleidsnota, en zien welke doelen u hebt. Met dit pad komt u er niet. Als u zegt dat u graag meer wilt doen, dan zeggen wij vanuit de oppositie dat wij keuzes maken. Ik heb ze daarnet gezegd, namelijk vorming, innovatie en arbeid. Ik denk dat er inderdaad binnen de begroting moet worden geschoven. Naar onze inschatting zijn daar nog besparingen te realiseren die we gemakkelijk zouden kunnen inzetten voor innovatie, om op die manier wel aan te knopen met het Barcelona-tijdspad.

Minister Ingrid Lieten

Ik luister graag naar uw suggesties.

Lode Vereeck

Maar u kent die. U hebt die ook al vaker gezegd, en ik heb daar ook al vaker op geantwoord. Toen de minister-president daarstraks om cijfers vroeg, heb ik ze gegeven. En u weet ook precies waar ik die besparingen zou realiseren.

Het consumentenvertrouwen zit te paard met arbeid, en om het vertrouwen te herstellen, moeten er gewoon jobs bij komen. Een belangrijke sleutel, die in handen ligt van de Federale Regering, is een daling van de loonkost. Met de premie tot een verlaging van de socialezekerheidsbijdrage heeft de Vlaamse Regering echter ook een belangrijke sleutel in handen. Het zou natuurlijk mooier zijn indien we generieke maatregelen zouden kunnen nemen, omdat een doelgroepenbeleid nu vaak leidt tot verdringingseffecten.

ViA moet ook een opdracht zijn voor de Vlaamse Regering: vereenvoudig, investeer, activeer. Een vereenvoudiging van het vergunningenbeleid zou een krachtig en vertrouwenswekkend signaal zijn. Daarvoor moet het warme water niet worden uitgevonden. We sluiten ons graag aan bij de oproep van CD&V-fractievoorzitter Van den Heuvel om werk te maken van de 76 actiepunten van de commissie Speed. Dergelijke bilaterale initiatieven van meerderheid en oppositie hebben trouwens bewezen dat ze het beste werken.

Wat de vereenvoudiging van O&O betreft, moet er echt meer gebeuren met het rapport-Soete II dan het invoeren van lichte structuren. Massale overheidsinvesteringen zijn vandaag niet mogelijk vanwege de hoge schuld. Maar het zou de economie uiteraard versterken indien de geplande overheidsinvesteringen in scholen en wegen eindelijk eens zouden worden uitgevoerd.

Toch zal de economische heropleving vooral van private investeringen moeten komen en daarvoor moet er geld zijn. Daarom lanceerde de minister-president een bankenplan, om de kredietverlening aan het bedrijfsleven te stimuleren.

Uit hoorzittingen in het Vlaams Parlement is echter gebleken dat er macro-economisch geen krediettekort is. Maar micro-economisch leeft het gevoel – er zijn geen cijfers – dat kmo’s, ook gezonde kmo’s, niet meer aan de nodige langetermijnfinanciering geraken. Daarom wordt een kmo-fonds van 1 miljard euro opgericht: de banken brengen 150 miljoen euro in, de rest – of 850 miljoen euro – komt van institutionele beleggers. De Vlaamse overheid verstrekt een waarborg van 75 miljoen euro.

De Vlaamse gewaarborgde schuld is een bron van toenemende zorg. Maar, als het kmo-fonds lukt, valt niet te ontkennen dat dit deel van het bankenplan de gewaarborgde schuld nauwelijks verhoogt, echt perspectief biedt aan Vlaamse kmo’s en een multiplicatorwerking heeft van maar liefst 13,3.

Dat betekent dat met 1 euro waarborg 13,3 euro in de reële economie wordt gepompt. Dit soort creatieve maatregelen is wat onze economie nodig heeft. Ze herstellen het vertrouwen en kunnen dan ook rekenen op onze volledige steun. (Applaus bij CD&V en de N-VA)

Mijnheer Vereeck, ik denk dat ik het verkeerd heb begrepen, maar zei u dat wij voor werk een tegemoetkoming kunnen geven voor de verlaging van de socialezekerheidsbijdrage?

Lode Vereeck

Voor doelgroepen.

Nog niet. Dat is de zesde staatshervorming.

Lode Vereeck

Dat is wat u met de 50-plussers …

Neen, dat is een premie. Dat is iets fundamenteel anders. Ik wil u ook uitleggen wat het verschil is. Als een bedrijf daardoor meer winst maakt, dan zal daarop vennootschapsbelasting worden betaald. Voor alle duidelijkheid, we hebben nog geen tegemoetkoming. We hebben het doelgroepenbeleid nog niet. Dat zou een nog efficiëntere maatregel kunnen zijn, maar dat is na de zesde staatshervorming.

Lode Vereeck

Ik verwijs inderdaad naar die premies. De heer Van Hauthem heeft er ook al op gewezen: het gevaar bestaat natuurlijk dat daardoor andere groepen op die arbeidsmarkt worden verdrongen.

Geachte leden, voor de meesten van ons is ons politiek engagement vooral een maatschappelijk engagement. Wij willen werken aan een betere toekomst voor onze kinderen en onze medemensen. Daarvoor moet echter eerst de economie op orde. Ons nationale huishouden moet grondig worden gerenoveerd. Sommige delen moeten worden opgefrist, andere afgebroken, nieuwe bijgebouwd, en de fundamenten moeten worden versterkt. Het fundament van een economie is het vertrouwen. Om het vertrouwen te herstellen moet een begroting geloofwaardig zijn, dat wil zeggen dat ze een antwoord moet geven op de belangrijkste budgettaire uitdagingen. Voor Vlaanderen betekent dat: buffers opbouwen voor de staatshervorming en conjunctuurtegenslagen, wachtlijsten afbouwen door structurele in plaats van eenmalige maatregelen en realistische tijdspaden uitzetten voor schuldafbouw en investeringen in onderzoek en ontwikkeling. Dat gebeurt niet, en dus versterkt deze begroting het vertrouwen onvoldoende. Mijn fractie zal ze dan ook niet goedkeuren.

Elke maatregel die het vertrouwen wel versterkt, kan echter op onze constructieve steun rekenen. Ik wil dan ook graag eindigen met een positieve noot. In 1932, in volle depressie, won de Democratische kandidaat Roosevelt de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De tekst van zijn campagnelied, vertaald uit het Engels, ging zo: “Adieu, droeve tijden. Vaarwel, slechte tijden. Eindelijk zijn we jullie kwijt. Welkom, blije dagen. Al die grijze dagen. Die zijn nu verleden tijd. Goeie tijden zijn weer daar. De hemel is weer opgeklaard. Dus zing en juich en roep het maar. Goeie tijden zijn weer daar. Alle mensen schreeuwen luid. We gaan weer helemaal voluit. We gaan er volop tegenaan. Goeie tijden breken aan. Onze zorgen, die zijn weg. We zijn klaar met armoede en pech. Goeie tijden zijn weer daar. De hemel is weer opgeklaard. Dus zing en juich en roep het maar. Goeie tijden zijn weer daar.”

Voorzitter, collega’s, leden van de regering, als wij erin slagen om het vertrouwen te herstellen door meer samen te werken, dan ben ik er zeker van dat er snel weer goede tijden aanbreken.

Tot slot wil ik de hele regering nog een kerstcadeau aanbieden. Het is een cd, die u maar eens moet afspelen onder de kerstboom, tijdens de kerst- en eindejaarsperiode. Door besparingen is het geen full-cd. Het is een single-cd van Marco Borsato en Guus Meeuwis, en die heet ‘Schouder aan schouder’. (Gelach. Applaus.)

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister-president, leden van de regering, collega’s, de voorbije week was er hoopvol nieuws: 100 procent hernieuwbare energie voor ons land is mogelijk. Het was niet Madame Soleil die dat zei. Neen, het waren de woorden van de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) en van het Federaal Planbureau. Maar daartoe hebben we een regering nodig die daar duidelijk voor kiest. Een regering met ambitie, met visie en met durf. Een regering die kiest voor een duidelijke omslag in het beleid.

Ook voor een economische en sociale relance in Vlaanderen hebben we een Vlaamse Regering nodig die gedurfde en duidelijke beslissingen neemt. Gedurfde beslissingen om armoede en jeugdwerkloosheid te bestrijden, gedurfde beslissingen op het vlak van energie, groene economie en mobiliteit.

Helaas, mijnheer de minister-president, uw regering wil niet, uw regering durft niet. Vlaanderen in Actie? Neen, Vlaanderen in een kramp met meerderheidspartijen die elkaar wantrouwen, die schouder aan schouder klaarstaan om elkaar een mes in de rug te planten, telkens opnieuw. Een regering en meerderheid waar de angst regeert, de angst voor de volgende verkiezingen. De angst bij de traditionele partijen voor – o wee! – de N-VA.

Laat ons een kat een kat noemen. De N-VA zwaait de plak in deze regering. Minister-president, u bent de onderaannemer, de entrepreneur van Bart De Wever. Het feit dat journalisten durven te suggereren dat u reeds een deal met hem hebt voor 2014, zegt reeds genoeg. U legt zich reeds neer bij uw rol van dienaar.

Nochtans is het enige wat de N-VA – cynisme ten top – nog doet, is nog anderhalf jaar wachten tot ze in 2014 de grootste is. En dus neemt ze het risico om anderhalf jaar lang de regering halflam te leggen en grote beslissingen uit te stellen om vanaf 2014 compromisloos te regeren. Het Antwerps scenario, waar het bestuursakkoord een doorslag is van het N-VA-programma.

En dus wordt het wachten – nog anderhalf jaar lang – tot de s.pa aan de deur kan worden gezet en u, minister-president, de Marc Van Peel wordt van de Vlaamse Regering die de rode loper uitrolt voor Bart De Wever.

Wat is het resultaat van dit politieke spel? Hervormingen secundair onderwijs, de commissie Versnelling, Oosterweel, het klimaatplan, voorbereidingen op overstromingen, …. Tal van dossiers waarin al lang beslissingen hadden moeten worden genomen, zijn geblokkeerd. Laat staan dat deze regering zich voorbereidt op de zesde staatshervorming. Ook op dat vlak staan we nog nergens.

Nochtans zei u in uw Septemberverklaring: “Vlaanderen staat er.” Het einde van de crisis zou nabij zijn. Maar amper enkele weken later viel Ford Genk. De onmacht van de Vlaamse Regering was pijnlijk om zien. Jarenlang werd de bedrijfsleiding van Ford Genk door de Vlaamse Regering gepamperd. Er werden hen miljoenen euro’s toegeschoven, zonder dat daar voldoende werkgelegenheidsgaranties aan werden verbonden. Dus verloren tienduizenden Limburgers en anderen hun job, hun levensonderhoud.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen

Mevrouw Meuleman, ik merk bij mezelf en onder deze hele koepel een stijgende ergernis over de halve waarheden en ondertussen hele leugens die u hier verspreidt.

Het hele debat dat thans gevoerd wordt tussen de Vlaamse Regering, werknemers en de directie van Ford gaat over het al dan niet plegen van contractbreuk. In dat contract staan ons inziens voldoende elementen die wijzen op een verbintenis tot tewerkstelling. Dat contract, zo zegt men ons, is eenzijdig verbroken.

Hoe kunt u hier dan naar waarheid komen vertellen dat er geen tewerkstellingsgaranties zijn? Dat is de waarheid geweld aandoen, mevrouw Meuleman. Dat is liegen.

Mijnheer Van Malderen, we zullen wel zien hoe die onderhandelingen lopen. Ik hoop voor u – en voor alle getroffenen – het beste.

Bart Van Malderen

Ik maakte een juridische analyse.

U blijft er dus bij dat wat u hebt gedaan in verband met Ford Genk – de subsidies die u hebt toegekend – goed is en dat de werkgelegenheidsgaranties voldoende waren. Het Rekenhof heeft drie of vier keer gewaarschuwd dat die werkgelegenheidsgaranties onvoldoende waren. Ik weet niet of u zich dat nog herinnert, mijnheer Van Malderen. Dan zullen die werkgelegenheidsgaranties juridisch toch niet zo sluitend geweest zijn.

Minister Ingrid Lieten

Mevrouw Meuleman, ik wil u nog even uitleggen hoe deze Vlaamse Regering werkt met de bestaande procedures. Als er innovatie- of strategische steun wordt toegekend, dan staan daar altijd verplichtingen tegenover. De steun die was toegekend voor de relancering van de nieuwe modellen van Ford, is niet uitbetaald. De Vlaamse Regering heeft die meteen on hold gezet en gereserveerd voor verdere investeringen in de toekomst van Limburg. Wij hebben op geen enkele manier een onbetaalde cheque, een ongedekte cheque of een cheque waar geen tewerkstelling tegenover staat, betaald aan Ford. Hebben de vorige Vlaamse regeringen hun verantwoordelijkheid genomen ten aanzien van Ford en ander industriële bedrijven wanneer die bedrijven gingen uitbreiden, investeren en wanneer er garanties kwamen inzake tewerkstelling? Natuurlijk hebben die hun verantwoordelijkheid genomen. Telkens opnieuw was er een verhaal van rechten en plichten, en dat is ook nu zo. Wanneer de directie van Ford Europa zich niet houdt aan haar plichten, dan betalen wij het geld niet uit. Er is dus geen geld naar Ford gevloeid zonder dat daar tewerkstelling tegenover stond.

Dat ging misschien over de laatste schijf. Het Rekenhof heeft al meermaals aangetoond dat de werkgelegenheidsgaranties niet sluitend waren.

Minister-president, alle sociaal-economische indicatoren in Vlaanderen staan op rood. Dat is geen oppositiepraat, dat zegt uw eigen studiedienst van de Vlaamse Regering. Het aantal werklozen in Vlaanderen neemt onrustwekkend toe. Er zijn in Vlaanderen 200.000 werklozen. De jeugdwerkloosheid bedraagt 14 procent. In Gent, Genk en Oostende is dat 20 procent, in Antwerpen 24 procent.

Elke drie kwartier gaat er in Vlaanderen een kmo overkop. De kinderarmoede is gestegen tot bijna 10 procent en is verdubbeld in 12 jaar tijd. En dan hebben we nood aan een Vlaamse Regering die krachtdadig is, die kiest voor juiste recepten en die de juiste lessen trekt uit sociaal-economische drama’s als Ford Genk. Politiek getouwtrek en immobilisme kunnen we dan missen als kiespijn.

Vlaanderen snakt naar een Nieuw Industrieel Beleid dat de kaart trekt van nieuwe ontwikkelingen en reconversie, dat kiest voor verankering en steun aan productie die lokaal zal blijven. Zult u daarvoor kiezen met uw strategisch actieplan voor Limburg of kiest u voor de klassieke recepten, voor alles tegelijk, voor veel logistiek en beton, voor shopping malls, voor recreatievijvers, voor de klassieke maakindustrie en cleantech? En wat voor cleantech, minister Lieten? Wordt het oppompen van methaangas uit de mijnen door een Australische multinational de nieuwe troef voor Limburg? Een nieuwe buitenlandse multinational die inzet op fracking?

Minister Ingrid Lieten

Mevrouw Meuleman, ik vind het jammer dat u het Nieuw Industrieel Beleid en de conceptnota Innovatiecentrum Vlaanderen niet hebt gelezen. Dan zou u weten dat wij uitdrukkelijk kiezen voor duurzame ontwikkeling voor de ombouw van onze industriële omgeving naar een omgeving die een meerwaarde creëert en volop inzet op eco-innovatie, duurzame mobiliteit en duurzame energie. Dat zijn toch allemaal thema’s waarvan ik dacht dat u er wakker van zou liggen. Maar als die dan worden gerealiseerd, dan wilt u dat blijkbaar niet zien.

Minister Lieten, we zullen het reconversieplan Limburg beoordelen op zijn merites. Ik doe al een aantal suggesties want ik vrees dat het misschien wel eens alles tegelijk zou kunnen zijn en dat er misschien opnieuw op logistiek ingezet zal kunnen worden. Als we voor cleantech kiezen, laat ons dan voor echte cleantech kiezen. En laten we ons zeker niet blindstaren op de voorstellen die nu voorliggen wat het oppompen van methaangassen betreft. Daar hebben wij de grootste reserves bij.

Minister Ingrid Lieten

Mevrouw Meuleman, u moet niet denken dat het Limburgplan opeens een vreemde eend in de bijt zal zijn. Dat past in het beleid dat deze Vlaamse Regering de voorbije jaren zorgvuldig heeft uitgezet en waarin juist de klemtoon wordt gelegd op duurzame mobiliteit, eco-innovatie en duurzaam energiebeleid.

Op die klemtonen hoeft u dus niet te wachten. Die zijn er al. Ook het Limburgplan zal daar verder op inzetten.

Dat is nu net de essentie van mijn betoog: dat zijn de accessoires, de accenten. Waar ik voor pleit, is een omslag. Duidelijke, gedurfde keuzes, een beleid met visie, dat niet probeert om van alles tegelijk wat te doen, dat niet inzet op accessoires, maar dat er probeert voor te zorgen dat we naar een groene economie gaan, die naam waardig.

Vlaanderen snakt naar investeringen in groene economie. In plaats daarvan wordt de groene economie in Vlaanderen afgebouwd. De steun voor ecologische renovatie, die op federaal niveau is weggevallen, wordt op Vlaams niveau onvoldoende gecompenseerd. De bouwsector komt in de problemen. Ze waren nochtans klaar voor een groene relance in de bouw, die duizenden groene jobs zou creëren.

Ook de installateurs van zonnepanelen stonden klaar. Het is bijzonder goed nieuws dat de prijzen voor zonnepanelen voor particulieren structureel zakken. Het betekent dat we aan de vooravond staan van een revolutie op het vlak van zonne-energie. Maar door het flipflopbeleid van de Vlaamse Regering, de voortdurende wijzigingen van de voorwaarden voor steun voor groene energie, gaan bedrijven over de kop en gaan veel groene jobs verloren. Niemand kan nog volgen; de installateurs niet, de consumenten en bedrijven niet, en de gewone burger al helemaal niet. Door de inconsequente, steeds veranderende regelgeving slaagt de Vlaamse Regering erin een echt economisch winverhaal voor Vlaanderen tot een verliesverhaal te maken.

De voorzitter

Minister Van den Bossche heeft het woord.

Mevrouw Meuleman, u moet mij eens de inconsequentie uitleggen van de drie beslissingen die wij op dat vlak hebben genomen. Wij hebben in afwachting van de fundamentele hervorming twee keer de steun voor de groenestroomcertificaten omlaag gehaald, tot het niveau waarop zij een redelijke minimale rendabiliteit zouden bieden aan gezinnen en bedrijven, maar ook niet meer dan dat redelijke – een gezonde winst. Wij moeten geen superwinsten subsidiëren op de kap van de consument. Dat wordt immers ook doorgerekend in de energiefactuur van mensen zonder zonnepanelen.

We hebben dat twee keer tussentijds gedaan, omdat het systeem zelf niet dynamisch is. Het houdt geen rekening met bijvoorbeeld de veranderde prijs van de installaties en de veranderde stroomkost. We hebben intussen een systeem ontworpen waarbij automatisch – jaarlijks voor de meeste technologieën, halfjaarlijks voor zon, omdat dat sneller wisselt – de exacte juiste steun wordt vastgeklikt op een rendabiliteit die nog altijd zeer mooi is voor zowel de particuliere installaties als die van bedrijven.

We hebben dus eigenlijk drie keer hetzelfde gedaan, maar doordat het ontwerpen van zo’n heel nieuw systeem algauw twee jaar kost, was de enige andere mogelijkheid om die bedragen tussentijds via het parlement – want de bedragen waren vastgelegd in een decreet, begrijpe wie kan – decretaal te wijzigen. Dat is zeer consequent.

Wat mijn collega’s en ik willen beloven aan alle particulieren en bedrijven, is een zekere rendabiliteit en investeringszekerheid. Dat is de grootste zekerheid die je kunt geven. Welk exact bedrag daarop wordt gekleefd, hangt af van de kost van de installatie en de prijs van de stroom op dat moment. Het garanderen van investeringszekerheid is net een manier om langetermijngroei ook in energie te bewerkstelligen.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Minister, we hebben hier al verschillende keren over gedebatteerd in de commissie. Ik begrijp dat de Vlaamse Regering theoretisch uitgaat van die investeringszekerheid, maar we zien vandaag in de sector dat de investeringszekerheid er niet of onvoldoende is. Dat kunt u niet ontkennen. De cijfers zijn daarnet al grosso modo aangehaald.

We hebben nu een studie over de ontwikkeling van hernieuwbare energie in Vlaanderen in handen, die aantoont dat bijvoorbeeld zon een gigantisch potentieel heeft. Wat wij dan van de Vlaamse Regering verwachten, is dat ze een stabiel investeringsklimaat creëert om dat mooie potentieel aan zonne-energie en andere technologieën van hernieuwbare energie volop te benutten.

Het grote probleem is echter een politiek probleem. De kosten van groene stroom worden constant benadrukt. U hebt dat recent heel terecht aangekaart in een aantal krantenartikels. De politiek heeft in de voorbije jaren constant het signaal gegeven dat dat allemaal veel kost. En nu hebben we eindelijk een studie in handen die het potentieel, ook financieel en economisch, van hernieuwbare energie benadrukt. Laat ons daar nu eindelijk mee van start gaan. Laat ons inderdaad investeringszekerheid creëren.

Als we het dan toch hebben over hernieuwbare energie en methaangas, minister Lieten, kunt u niet ontkennen dat er in Limburg tal van plannen op stapel staan om te beginnen met de ontwikkeling van methaangas. Alles wordt dus in gereedheid gebracht om methaangas op te pompen. Er worden bijvoorbeeld decretale aanpassingen doorgevoerd in verband met de diepe ondergrond. Minister, in een reportage op televisie had u gezegd dat methaangas geen hernieuwbare energie is, maar wel groene energie. Daar gaan we voor in Vlaanderen, zei u. In de commissie vroeg ik u waarom dit groene energie is, wat het onderscheid is tussen groene energie en hernieuwbare energie. Tot op vandaag heb ik op die vraag echter geen antwoord gekregen. Methaangas is als energiebron natuurlijk heel wat beter dan aardolie, maar het is geen groene energie.

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Ik wil kort reageren op wat de heer Sanctorum en mevrouw Meuleman vertellen over groene energie. We geloven allemaal in het potentieel van groene energie. Groene energie is onlosmakelijk verbonden met onze toekomstige energievoorziening. We moeten dit echter slim aanpakken. De fouten van het verleden hebben geleid tot een oversubsidiëring. De Groen-fractie pakt uit met de slogan ‘100 procent groene stroom in 2050’, maar durft het prijskaartje daarbij niet te vermelden. Dat wordt altijd weer weggemoffeld in de communicatie van Groen. Eerlijkheid moet nochtans net de basis zijn van een goed energiebeleid.

De eerlijkheid gebiedt om te zeggen dat ons groen energiebeleid op dit ogenblik werkt. De bubbel van de zonnepanelen is gebarsten, maar voor alle andere sectoren van de groene energie was 2012 een sterk jaar. De sectoren van biogas, warmte-krachtkoppeling (wkk) en biomassa boomen, dank zij de ondersteuning en het beleid van deze Vlaamse Regering. Ik ben ervan overtuigd dat we met het nieuwe systeem van ondersteuning voor groene stroom dat in werking treedt op 1 januari, een stabiel investeringsklimaat kunnen creëren, zonder oversubsidiëring. Ook u bent daar al lang vragende partij voor.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Ik vind het ongelooflijk dat een lid van de meerderheid denigrerend doet over een studie die werd uitgevoerd in opdracht van de eigen Vlaamse Regering. Uit die studie over het potentieel van hernieuwbare energie in Vlaanderen blijkt dat we tegen 2050 volledig kunnen draaien op hernieuwbare energie. Uiteraard is daar een kostenplaatje aan verbonden, mijnheer Bothuyne. Uit de maatschappelijke kosten-batenanalyse blijkt echter dat dit positief is voor Vlaanderen, dat de uiteindelijke baten, ook de economische, hoger liggen dan de kosten. Dat moet u ook durven te zeggen.

Ik vind het zeer eigenaardig dat u zo meewarig doet over die studie. U zou eigenlijk moeten zeggen dat uw minister van Energie van deze studie gebruik moet maken, dat ze een coherente visie moet uitwerken over de ontwikkeling van hernieuwbare energie in Vlaanderen. Daarvoor zou u moeten pleiten, mijnheer Bothuyne, maar dat doet u merkwaardig genoeg niet. U probeert er een politiek spelletje van te maken. Groen zou volgens u de kosten die daaraan verbonden zijn ontkennen, maar dat is niet de essentie. Er zijn inderdaad wat meer aanvragen voor biogasinstallaties. De realiteit is echter dat het vanaf 1 januari niet meer rendabel is om in biogas te investeren. Dat blijkt uit uw eigen studies, minister.

U weet, mijnheer Sanctorum, dat mijn doelstelling heel eenvoudig is: ik probeer zoveel mogelijk groene energie te realiseren in Vlaanderen, aan een zo laag mogelijke kost. Het is perfect mogelijk om die twee met elkaar te combineren. Toch probeert men daar altijd zo’n raar verhaal aan op te hangen. Waarom moet de ene in het parlement altijd roepen dat groene energie zo duur is en waarom moet de ander altijd zeggen dat het nog niet duur genoeg is en dat het allemaal niet op kan? Geen van beide is waar. Het kan, maar we moeten er verstandig mee omspringen. Men moet ervoor zorgen dat er een systeem is dat inderdaad voldoende investeringszekerheid biedt.

Het is ook geen overwinning om een systeem te maken dat meer kost aan de mensen dan nodig. Het is zo simpel als dat. Als we dat investeringsklimaat willen garanderen, dan weet u ook, mijnheer Sanctorum, dat we het overschot aan certificaten op de markt even opzij moeten houden, en dat we sneller moeten inzetten op de technologieën die ons meer groene energie geven aan een lagere prijs. Dat zorgt ervoor dat ik die twee zaken kan combineren: de zorg om de energieprijs – die u deelt, denk ik, de consument heeft het vaak zwaar om die factuur te betalen – en anderzijds de maximale groene energie. Als ik daar niet voor was, dan had ik die studie nooit besteld.

Minister Van den Bossche, we hebben niet zozeer inhoudelijke kritiek op het feit dat u de oversubsidiëring hebt aangepakt. Dat hebben we hier al meermaals gezegd. Alleen is de motor zeer traag op gang gekomen en heeft hij lang gesputterd, waardoor een kat haar jongen niet meer terugvond in wat er allemaal gebeurt. Ik word daar zeer vaak op aangesproken. Hoe zit het nu? Zouden we het nu wel of niet doen? Hoe zit het met de certificaten? En met de netvergoeding? Nu komt die netvergoeding daar weer bij.

We zijn blij met die studie, omdat ze heel duidelijk stelt dat het wel rendabel is. Laat ons dan samen die kaart trekken. Laat ons duidelijkheid creëren, want er zijn zoveel installateurs door het twijfelend gedrag van de consument overkop gegaan, dat het geen win-winverhaal is geworden, wat het had kunnen zijn. We geloven er samen met u in. De manier waarop we zijn vertrokken, zou wel eens de goede kunnen zijn. Laat ons duidelijkheid en zekerheid creëren en dan zijn we weg.

We hebben ook nood aan een consequent klimaatbeleid. Duizenden Vlamingen zongen vorige maand voor een straffer klimaatbeleid, maar Vlaanderen gaat het nieuwe jaar in zonder Vlaams klimaatplan. De Vlaamse Regering zou kunnen kiezen voor een klimaatplan met lef, dat kansen creëert voor een groene relance in Vlaanderen en ons in pole position brengt om onze klimaatbeloftes bij Europa in te lossen. Maar neen, we kiezen niet voor de gemakkelijkheidsoplossing. We doen zelf niets, en kopen onze ecologische schuld af in het buitenland. We kiezen voor groene aflaten, maar dat grapje komt ons wel erg duur te staan: 30 tot 44 miljoen euro per jaar van nu tot 2020 – de factuur voor laksheid en gemis aan visie.

Vlaanderen snakt ook naar investeringen in onderwijs. Dat we moeten blijven investeren in onderwijs staat voor zowat alle economen als een paal boven water, maar de Vlaamse Regering doet het omgekeerde. Minister Smet houdt de schijn op en zegt dat het onderwijsbudget de laatste drie jaar met 1 miljard euro is gestegen.

Als we de hele legislatuur overschouwen en de investeringen in welvaartvaste termen uitdrukken, blijkt dat er meer dan een half miljard euro minder is geïnvesteerd in onderwijs. Minister Smet, u strooit ons zand in de ogen met selectieve en foute cijfers. In de realiteit daalt het inflatievrije onderwijsbudget met 1,9 procent. En jawel, mijnheer Van Malderen, het aandeel van onderwijs binnen de Vlaamse Regering ligt op een historisch dieptepunt: 38,9 procent van het Vlaamse budget gaat naar onderwijs. In 2008 was dat nog 41 procent, in 2004 ging het om 43 procent. Sinds 2004 zijn er, mijnheer Van Malderen, luister goed, nog grote overhevelingen geweest, is er nog een staatshervorming geweest – de laatste staatshervorming en het Lambermontakkoord waren in 2001 –, en zijn er nog een klein aantal zaken, budgetjes voor ontwikkelingssamenwerking, overgeheveld naar Vlaanderen. Minimaal was het, genoeg om te rechtvaardigen dat het aandeel van onderwijs in vergelijking met het Vlaamse budget met 4 procent is gedaald. Is dat gerechtvaardigd? Zo ja, kunt u me dat uitleggen? Ik zie het immers niet.

De werkingsmiddelen worden voor het derde jaar op rij niet geïndexeerd, terwijl de kosten voor scholen steeds oplopen. Schrijnend is ook de onderinvestering in schoolinfrastructuur. Hiermee wordt ingegaan tegen een manifeste demografische ontwikkeling. 30 miljoen euro wordt er uitgetrokken voor extra scholen. Dat kunt u toch niet menen. Met die 30 miljoen euro kunnen we niet eens de acute noden van Antwerpen lenigen op het vlak van schoolgebouwen. Hoeveel openstaande bouw- en verbouwingsdossiers zijn er? 2500? Voor hoeveel miljard euro? 1 of 2 miljard euro?

Het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (VSKO) spreekt momenteel over een wachttijd van 43 jaar voor de bouw van een nieuwe school. We kennen allemaal scholen waar de infrastructuur hopeloos verouderd is. We blijven onze kinderen in containers stoppen: nieuwe containers, maar ook containers die al decennia oud zijn.

De besparingen op de leerkrachten zijn handig onderhandeld met de vakbonden. De vakbonden mochten zelf beslissen waar ze zouden snijden. Het gevolg is er wel naar. Voor de beloofde opwaardering van het lerarenberoep is er weer eens geen ruimte. Niet alleen in stenen maar ook in de toestroom van voldoende gemotiveerde mensen naar het onderwijs wordt het mes gezet.

Ten slotte zitten ook de hervormingen van het secundair onderwijs muurvast: hét dossier bij uitstek waar Bart De Wever zijn voet voor heeft gezet, de ‘Monsieur Non’ van de Vlaamse Regering, terwijl iedereen het erover eens is dat er dringend iets moet gebeuren. Minister-president, het is essentieel dat Vlaanderen een vast deel van zijn economische slagkracht herinvesteert in onderwijs. Onderwijs is voor een kenniseconomie de voornaamste bron van toekomstige welvaart. Tijdens uw bewind werd hier een steeds kleiner deel in geïnvesteerd. Het onderwijsbudget per leerling, in termen van het bbp (bruto binnenlands product), is jaar na jaar in deze legislatuur gedaald. Dat zijn de cijfers. Ik vind dat dom en kortzichtig. U hypothekeert hiermee de toekomst van Vlaanderen.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Mevrouw Meuleman, u weet dat u met statistieken alles kunt bewijzen. Ik heb het artikel ook gelezen waarin u met relatieve cijfers probeert te bewijzen dat deze regering geen aandacht aan onderwijs zou geven. Tja, ik vind dat toch wel een majeure poging om de mensen te misleiden. Trouwens, ik zou u ook willen geruststellen. In de meerjarenbegroting voor de volgende jaren stijgen de gemiddelde uitgaven in Vlaanderen met 39 procent. Weet u met hoeveel de middelen voor onderwijs stijgen?

Weet u hoe dat komt, mijnheer Van den Heuvel? Door de pps-constructie.

Neen, neen. Met hoeveel procent? Met 45 procent. U stelt vandaag in de krant en vanmiddag hier ook nog eens dat de regering het onderwijs verwaarloost omdat de relatieve uitgaven voor onderwijs dalen. Dat is uw punt. Wel, in de meerjarenbegroting staat zwart op wit dat de algemene uitgaven stijgen met 39 procent en de onderwijsuitgaven met 45 procent. Ik denk dat het heel duidelijk is waar de Vlaamse Regering een prioriteit stelt.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

In het budget voor onderwijs van 2008 zat een eenmalige vooruitbetaling van de werkingsmiddelen van 355 miljoen euro. Gewoon om u te zeggen dat uw vergelijkingsbasis totaal niet klopt. Ik zeg hetzelfde als wat de heer Van den Heuvel eigenlijk zegt: als je de relatieve cijfers neemt, vermindert natuurlijk het aandeel van onderwijs voor een deel omdat welzijn steeds meer middelen heeft. U bent daar toch ook voorstander van? Bent u tegen de DBFM-constructie (Design, Build, Finance, Maintain)? Ik hoor uw voorganger, de heer Watteeuw, voortdurend fulmineren tegen de toenemende beschikbaarheidsvergoedingen in de Vlaamse begroting. Op kruissnelheid gaat het over 665 miljoen euro. Ik vind dat een goede zaak. Dat wil zeggen dat er geïnvesteerd wordt en dat we dat doen op een manier waarop we het vroeger niet konden. Mevrouw Meuleman, u bent hier alles door elkaar aan het halen. U gebruikt cijfers die nergens op slaan. U maakt een analyse, niet alleen over het begrotingsevenwicht, maar ook over de schuldopbouw, die totaal ontdaan is van enige vorm van realiteitszin.

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, ik ben blij dat de collega’s nu ook mevrouw Meuleman beginnen te ontdekken. De methode die mevrouw Meuleman gebruikt, zijn we intussen al een beetje gewoon. Het is bijzonder ergerlijk, niet alleen voor mij, maar ook voor de mensen die in de commissie Onderwijs zitten. Mevrouw Meuleman komt heel vaak iets zeggen, is dan weg, luistert nooit naar de antwoorden en komt hier in de plenaire vergadering dan nog even herhalen wat manifest onjuist is. Wat u vandaag opnieuw in De Tijd gedaan hebt, vind ik getuigen van zo’n intellectuele oneerlijkheid, dat u zou zich moeten schamen. Ik heb dat nog niet tegen veel mensen gezegd.

Ik ga uitvoerig antwoorden op wat mevrouw Meuleman hier allemaal beweert. Uiteraard daalt relatief gezien het aandeel voor Onderwijs in de begroting van de Vlaamse Regering. Dat is nogal evident. De afgelopen jaren zijn er niet alleen formeel bevoegdheden bijgekomen, maar zijn er uiteraard ook prioriteitsverschuivingen gebeurd. Er is verwezen naar Welzijn. In 1995 – ik heb hier de tabel – werd er inderdaad 44,7 procent aan Onderwijs gegeven, maar Onderwijs was dan ook bijna de enige bevoegdheid die de Vlaamse Regering destijds had. Ondertussen zijn er veel bevoegdheden bijgekomen en zijn er ook andere prioriteiten bijgekomen. Als je kijkt en vergelijkt, dan moet je zien dat in absolute cijfers – dan kun je nog rekening houden met inflatie – die begroting meer dan verdubbeld is.

Mevrouw Meuleman, tijdens deze legislatuur ben ik begonnen op 25,3 miljard euro. We zitten nu in de begroting 2013 – en we moeten nog een begrotingscontrole toepassen – aan 27,4 miljard euro. Er is dus bijzonder veel extra geld naar Onderwijs gegaan. Dat is niet alleen naar de lonen van de leerkrachten gegaan. In tegenstelling tot het buitenland, mevrouw Meuleman, indexeren wij. In het buitenland doet men dat dus niet. Om de drie tot vier jaar moet daar inderdaad worden onderhandeld in cao’s over extra loon enzovoort, maar wij doen dat elk jaar en we zorgen ervoor dat dat erbij komt. Dat het procentueel aandeelt daalt, is dus niet meer dan normaal.

Wat mij interesseert als je naar cijfers kijkt, is hoeveel wij uitgeven in ons brp en hoe wij zitten op de internationale score. We moeten niet vergelijken met ontwikkelingslanden, we moeten vergelijken met de geïndustrialiseerde landen. We moeten naar de OESO-cijfers kijken en naar de cijfers van de Europese Unie. Dan zie ik dat we daar constant blijven en dat we bovendien boven het OESO-gemiddelde zitten en boven het gemiddelde van de Europese Unie. Je kunt dus niet beweren dat wij geen aandacht aan Onderwijs besteden en dat we onvoldoende geld zouden uittrekken. We geven in vergelijking met alle geïndustrialiseerde landen veel meer uit aan Onderwijs.

U zegt dat ik de werkingsmiddelen een beetje gedesindexeerd heb. U vergeet dan in al uw ‘intellectuele eerlijkheid’ te zeggen dat wij de negatieve index van 2011 overigens niet hebben afgenomen, maar dat we die gecompenseerd hebben. Bovendien hebben we in de commissie Onderwijs uitgelegd – maar ik denk dat u toen niet meer aanwezig was – dat we een hogere indexvoet hanteren. Als je de gewone indexvoet zou toepassen, betekent dat dat we eigenlijk niet gedesindexeerd hebben voor Onderwijs, want we indexeren nog altijd gedeeltelijk.

Vervolgens is er wel heel wat nieuw geld naar Onderwijs gegaan tijdens deze legislatuur. We hebben de afgelopen drie jaar voor de capaciteit in de scholen maar liefst 62 miljoen euro extra, nieuw geld, uitgetrokken, 62 miljoen euro, meer dan 9000 plaatsen, om ervoor te zorgen dat onder andere in Antwerpen, in Gent, in Brussel en in andere plaatsen elk kind op 1 september naar school kon gaan. We geven tijdens deze legislatuur – en daar hebben we al een groot deel van uitgegeven – maar liefst 112 miljoen euro extra, nieuw geld, mevrouw Meuleman, aan het hoger onderwijs. U zegt in de krant dat men dat in de scholen niet voelt, maar dan moet u dringend eens naar de basisscholen gaan. We hebben 53 miljoen euro extra per jaar uitgetrokken, recurrent, voor het basisonderwijs. Dat betekent 1350 extra kleuteronderwijzers. U was u al aan het verkneukelen dat we die niet zouden vinden in september, maar we hebben ze gevonden.

Mevrouw Meuleman, u doet er een beetje meewarig over, maar wij besteden wel 1,5 miljard euro in scholenbouw. Tweehonderd nieuwe scholen gaan wij bouwen in Vlaanderen! Vanuit Tsjechië en andere delen van Europa komt men kijken hoe wij erin slagen om in economische crisis maar liefst tweehonderd nieuwe scholen te bouwen. Bovendien vind ik dat u toch een beetje neerbuigend doet ten opzichte van de Vlaamse industrie, want als kinderen in containers les krijgen, laat u uitschijnen dat ze in ‘bakskes’ zitten die de moeite niet waard zijn. Dat toont alleen maar aan dat u een modulaire scholenbouw nog niet hebt bezocht. Zet daar een stenen muur rond en je ziet gewoon niet dat het een modulaire school is. Bovendien voldoen die aan uw zo geliefde passiefnormen. Er zijn garanties van dertig jaar.

De indruk wekken dat wij voor de capaciteit gekozen hebben voor containers van de nieuwe generatie – eigenlijk moeten we zeggen: modulaire scholenbouw – dat is manifest onjuist, het is verkeerd populisme.

Daarnaast, mevrouw Meuleman, hebben we ook de groeivoet in het volwassenenonderwijs behouden. We investeren er verder in. En ik kan u nog een hele opsomming geven van uitgaven die we doen. Ik geef u er een paar: bijna 1 miljoen euro voor het project concentratiescholen en bijna 1 miljoen euro extra voor de doventolken. We hebben heel wat extra budgetten, het gaat om veel meer dan de indexatie, het gaat om meer dan 1 miljard euro. Dan hier komen vertellen dat wij onderwijs niet belangrijk zouden vinden, dat we er minder in investeren, getuigt van een intellectuele oneerlijkheid, zelden gezien. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Wim Van Dijck

Voorzitter, ik ben toch niet helemaal onder de indruk van het pleidooi van minister Smet. (Rumoer)

Minister, over intellectuele oneerlijkheid hebben we het in de commissie ook al gehad. Als het gaat over het aandeel van Onderwijs in de Vlaamse begroting, dan grijpt u graag terug naar 1995, en dat is pas intellectueel oneerlijk. U vergelijkt met een jaar dat zo lang geleden is dat er ondertussen een pak bevoegdheden bij zijn gekomen. U moet niet vergelijken met 1995, als u vergelijkt moet u dat bijvoorbeeld doen met 2008. Dat is een goede vergelijking, want dat was het laatste jaar van de vorige legislatuur, net zoals 2013 het laatste volledige jaar van deze legislatuur zal zijn. Met die vergelijking daalt het aandeel van Onderwijs in de Vlaamse begroting van 41,1 procent naar 38,9 procent. Dat vind ik significant, dat is intellectueel eerlijk, dat zijn juiste cijfers.

Wat de relatieve cijfers betreft over de evolutie van de onderwijsbegroting, cijfers die u zelf ter beschikking hebt gesteld, leiden we af dat er in 2010 een stijging was, in 2011 een daling, in 2012 een daling en nu een kleine stijging van 0,2 procent. U brengt het verhaal altijd lekker in absolute cijfers: “Sinds mijn aantreden is er 1 miljard euro bij gekomen.” Die absolute cijfers zeggen niets, ze zeggen helemaal niets. Het gaat om veel geld, natuurlijk gaat het om veel geld, maar als ik morgen thuiskom en ik zeg tegen mijn vrouw dat ik 1000 euro loonsopslag gekregen heb, maar ik verzwijg dat al mijn collega’s 2000 euro meer hebben gekregen, dan klets ik ook uit mijn nek! Relatieve cijfers en reële groei, daar moeten we over discussiëren. Uw absoluut cijfer zegt eigenlijk helemaal niets.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Mijnheer Van Dijck, u zegt dat percentages meer zeggen, maar dat is niet waar. Percentages betreffen een verdeling op basis van bevoegdheden die we al dan niet hebben. Veronderstel dat Vlaanderen alleen bevoegd is voor Onderwijs, dan zou het voor 100 procent Onderwijs zijn, maar er is een evolutie wat dat betreft. De absolute cijfers zeggen wel iets. De groei is er – de minister heeft dat geduid, net als ik daarjuist in mijn betoog – in het leerplichtonderwijs en in het hoger onderwijs. Die groei is onlosmakelijk aantoonbaar.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Waar moet ik beginnen? Misschien met de heer Van den Heuvel en de meerjarenbegroting. Het aandeel van Onderwijs zal de komende jaren inderdaad stijgen, dat komt door het pps-verhaal, dat weet u. Vinden wij dat pps-verhaal goed? Vinden wij het goed dat er 200 nieuwe scholen komen? Ja. Hoeveel procent is dat van het totale scholenareaal dat er moet bij komen? 4 procent. Hoeveel scholen worden daarmee aangepakt? Voor de overige 96 procent is er nauwelijks ruimte voor renovatie. De pps-operatie, is dat de meest efficiënte operatie geweest die de Vlaamse overheid heeft uitgevoerd? Ik denk het niet. Ze loopt al sinds 2006 en we hebben ze nu pas rond gekregen. Wat zijn de gevolgen? De operatie was begroot op 1 miljard euro en kost ons uiteindelijk 1,5 miljard euro, voor minder scholen dan waarin oorspronkelijk werd voorzien. Had ik de Tsjechische televisie kunnen spreken, ik had ze zeker een ander verhaal verteld en ze zouden hier niet meer terug geweest zijn. (Gelach)

U zegt altijd dat we moeten vergelijken met 1995. Mijn cijfers gaan niet terug tot 1995. Toen zijn er enorme bevoegdheidsoverdrachten naar Vlaanderen geweest. Ik ben intellectueel eerlijk geweest. Ik heb als basis 2004 genomen, toen zijn er geen bevoegdheidsoverdrachten meer geweest. We zien dan een daling, ook van het aandeel bbp.

U vergelijkt zo graag met Europa. Volgens cijfers van Eurostat halen de 27 Europese landen een gemiddeld aandeel bbp voor onderwijs van 5,41. Wij zitten aan 4,68. Dat zijn recente cijfers. We zitten onder het Europees gemiddelde. Ik dacht dat we een kenniseconomie willen zijn, dat we vooruit willen gaan met onderwijs en niet ter plaatse blijven trappelen, dat we het belangrijk vinden om daarin te investeren, ook economisch. Dat is mijn punt.

Ik dacht dat we wilden investeren in infrastructuur. Ja, er zijn mooie en energiezuinige containers waar ik graag les zou krijgen. Maar er zijn ook containers die er al meer dan dertig jaar staan, u weet dat, minister, en die bijna uit elkaar vallen. Hebt u die reportage gezien? Er zijn containers waar het gras door de vloer komt, die beschimmeld zijn. Die staan er ook nog. (Opmerkingen van minister Pascal Smet)

Nee, dat is uw schuld niet.

Tot slot, hoe u de desindexering telkens weer blijft verkopen, dat begrijp ik niet. Uw partijvoorzitter, Bruno Tobback, is de grootste pleitbezorger van de index. Daar mag niet aan worden geraakt. O wee als aan de index wordt geraakt, want dan verliezen we koopkracht! Wat denkt u dat er met de scholen gebeurt? Die verliezen hun koopkracht. De energiefactuur stijgt. Ze hebben steeds minder middelen om die factuur te betalen. Een desindexering van de werkingsmiddelen, dat mag zomaar, dat begrijp ik niet.

Minister Pascal Smet

Mevrouw Meuleman, ik heb de cijfers bij van de Vlaamse begroting van 2009 tot 2013. Ik rond de cijfers af. die begroting stijgt met 2,2 miljard euro. Van die stijging gaat 1,3 miljard euro naar onderwijs. Hoeveel procent is 1,3 van 2,2 miljard euro? (Gelach)

Heel veel. (Gelach)

Dat is meer dan ons aandeel in de begroting. Die 1,3 miljard euro is 60 procent en we hebben 39 procent van de begroting. Onder mijn ministerschap zijn er proportioneel meer middelen naar onderwijs gegaan dan naar andere domeinen. We blijven nog altijd boven de gemiddelden zitten.

We blijven nog altijd indexeren. Bovendien gebruiken we in Onderwijs een hogere indexvoet. U vergeet ook dat onder de vorige regering – maar er is een continuüm van beleid op dat vlak – bij de invoering van de maximumfactuur de werkingsmiddelen van de scholen drastisch werden verhoogd. U moet de intellectuele eerlijkheid hebben om de evolutie over een iets langere periode te bekijken. Dan zult u merken dat de werkingsmiddelen drastisch zijn toegenomen. Met een gedeeltelijke indexatie hebben we nog altijd extra middelen aan de scholen gegeven.

Wat is dat bijvoorbeeld? Want dat vergeet u allemaal. Wat de lonen betreft, is dat 71 miljoen euro voor dit jaar. Als het gaat over de werkingsmiddelen, mevrouw Meuleman, geven we nog altijd afgerond ongeveer 24,5 miljoen euro extra aan indexatie aan de scholen. We doen dat nog altijd.

U doet alsof we middelen afnemen, terwijl we dat niet doen. Hou daar toch even mee op, alstublieft. Dat is intellectueel toch niet eerlijk.

En ten derde de scholenbouw. U zegt dat er nog een wachtlijst is. Ja, dat klopt. Daarover hebben we al vaak gepraat. Ik denk toch dat iedereen het erover eens is dat dat niet de schuld is van deze regering. Het gaat om een historisch gegroeide wachtlijst, omdat de vorige regeringen altijd hebben beslist in mensen, in kinderen te investeren en minder in bakstenen. Dat is zo. Dat is historisch zo gegroeid. We doen met die 1,5 miljard euro inzake scholenbouw een belangrijke beweging. Maar door het feit dat iedereen erover praat dat er een wachtlijst is, zet iedereen zich op die lijst. Want men redeneert dat men over vijf of tien jaar in aanmerking zal komen. Men weet dat men lang moet wachten en dus zet men zich op die lijst. Iedereen zet zich nu op die lijst.

Ik wil niet ontkennen dat er problemen zijn. Dat zal ik zeker niet ontkennen. Want ik zie u al kijken. Straks zegt u nog dat ik ontken dat er een probleem is met de scholenbouw. Dat zal ik zeker niet ontkennen. Ik ken u ondertussen. Ik zal het zeker niet ontkennen. Dat ontken ik niet. (Opmerkingen)

Ja maar, ik moet duidelijk zijn om het te laten doordringen.

Maar we gaan die criteria nu aanpassen. U zegt dan dat ik maar in 30 miljoen euro extra voorzie voor de scholenbouw. Dat is niet zo. (Opmerkingen van mevrouw Elisabeth Meuleman)

Ja, dat is voor de capaciteit. Daarnaast hebben we nog altijd 250 miljoen euro voor de reguliere scholenbouw. Daar doen we nu 30 miljoen euro bij. We zullen kijken hoe we dat kunnen maximaliseren. U zult gezien hebben dat we de regelgeving hebben aangepast. Wat deden we tot hiertoe? We gaven aan een gemeente, een stad of een inrichtende macht die een school wilde bouwen een pak geld. We zullen nu huurgelden subsidiëren. We willen het geld dus maximaliseren.

Samengevat, als ik naar het buitenland ga – en gelukkig doe ik dat –, dan kom ik collega’s tegen, ministers van Onderwijs. Ik moet zelfs niet zo ver gaan. Ik denk aan Wallonië of de Duitstalige Gemeenschap. Daar kijken ze met grote ogen naar de middelen die we aan het onderwijs besteden, naar de middelen die we extra geven aan onderwijs tijdens een economische crisis. Ondanks de besparing op de loonmassa die we met de vakbonden hebben onderhandeld, hebben we nog altijd meer dan 40 miljoen euro om een cao af te sluiten in het onderwijs, mevrouw Meuleman. De Duitstalige en Franse Gemeenschap in dit land hebben nul euro.

Voorzitter, we hebben de cijfers van deze morgen in De Tijd ook nog even kunnen nakijken. Wat ik daarnet heb gezegd, ging over de toekomst. Maar ook voor het verleden, mevrouw Meuleman, moet u de cijfers goed citeren. Als we een goed debat willen aangaan, moeten we de juiste cijfers, met alle kleine lettertjes daarbij, geven. U stelt eigenlijk dat inflatievrij – de reële bedragen dus – de uitgaven dalen tussen 2008 en 2013. Dat is onjuist. U stelt dat het aandeel daalt van 41 procent naar 38,9 procent. Dat is onjuist. Er is geen daling van de reële groei met 1.9. Er is een stijging met 0.4. Het aandeel daalt niet van 41,1 procent naar 38,9 procent. Het stabiliseert op 38,8 procent.

Want wat is er in het jaar 2008 gebeurd? U moet die statistieken goed lezen. Daar staat een voetnoot in. In 2008 is er een voorbetaling gebeurd voor het onderwijsbudget 2009 van heel wat miljoenen euro’s. Dat moet er natuurlijk worden uitgelicht. En als je dat doet, kom je tot de cijfers die ik daarnet heb gegeven. (Opmerkingen van de voorzitter)

Voorzitter, vandaag staat er een groot artikel in de krant met als teneur dat de Vlaamse Regering het onderwijs verwaarloost. Dat gebeurt op basis van een foutief gebruik van cijfers. Ik ben van mening dat zoiets in het parlement moet worden rechtgezet. Er is geen reële daling, er is een reële stijging en het aandeel stabiliseert. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mijnheer Van den Heuvel, met alle respect, maar de minister heeft dat al gezegd, de heer Van Rompuy heeft dat al gezegd. Ik denk dus dat het nu wel duidelijk is. (Opmerkingen van de heer Koen Van den Heuvel)

De minister is er ook al op ingegaan. Ik wil ook een beetje rekening houden met de tijd. Het is al halfvier. Er komen nog heel wat sprekers aan bod.

Ik ga besluiten. Voor ons is onderwijs in Vlaanderen absoluut ons kapitaal. Mijn fractie vindt dat we te weinig doen op het vlak van gebouwen en werkingsmiddelen, en dat we te weinig investeren in ons personeel. We hadden het onderwijzend personeel ook een verbetering beloofd. Maar we hebben ook daarop bespaard met 182 miljoen euro. (Opmerkingen van minister Philippe Muyters)

Is het dan toch geen besparing meer, minister? Daarnet was het nog een besparing op het onderwijzend personeel.

Ook dit betekent dat we de extra impuls niet realiseren die nodig is voor ons onderwijzend personeel. We moeten die impuls opwaarderen omdat we het zo belangrijk vinden. Ook minister-president Peeters heeft dat gezegd. Voor Groen is er op het vlak van Onderwijs meer nodig.

Mevrouw Meuleman, het is verkeerd om de indruk te wekken dat wij aan het onderwijzend personeel niets geven. De gemaakte afspraken met betrekking tot de cao worden uitgevoerd. De index krijgen ze. Wat niet gebeurt, is dat de middelen voor een bijkomende cao ook nog worden gebruikt. Die besparingen worden, in overleg met de vakbonden, doorgevoerd.

Minister, die middelen waren beloofd. Men heeft daarop een voorafname genomen om een besparing te kunnen realiseren. Men had beloofd om met die nieuwe cao het beroep van leraar op te waarderen. Maar dat gebeurt nu niet meer. In de commissie hebben wij erover gediscussieerd of dat nu al dan niet een structurele besparing is. En dan durft u nog te zeggen dat het wel een structurele besparing is. Minister, de vakbonden gaan ervan uit dat het geen structurele besparing is en dat in 2015 de middelen voor die nieuwe cao er opnieuw wel zullen liggen. U hebt daarover dus nog met hen een hartig woordje te praten, als zij zullen horen dat u die besparing recurrent en structureel wilt verankeren.

Mevrouw Meuleman, met alle respect, maar u was niet bij de besprekingen met de vakbond. Ik wel. We hebben de teksten en de afspraken. Daarin staat heel duidelijk dat het percentage van het vakantiegeld wordt verlaagd en dat de verhogingen van de begroting niet oneindig zijn. Vanaf 2015 kan dat opnieuw op tafel komen, zoals alles op een bepaald moment op tafel kan komen. De besparing zal wettelijk geregeld zijn, en ook structureel op termijn. De vakbonden weten dit zeer goed.

Is Vlaanderen dan misschien de absolute voorloper op het vlak van mobiliteit, modal shift en verkeersveiligheid? Neen. De Vlaamse Regering blijft zwaar inzetten op logistiek en missing links. Maar met de operatie ‘Versnelling van Vlaamse infrastructuurprojecten’ is het zoals met de Fyra: wat een supersnelle trein moest worden, leidt alleen maar tot vertraging. Met de Oosterweelverbinding in Antwerpen heeft de regering zich vastgereden in een moeras. Iedereen weet dat het hele project over de verkiezingen zal worden getild en dat er daarvoor geen spade in de grond zal gaan.

Ook het aantal verkeersslachtoffers in Vlaanderen neemt weer toe: gemiddeld meer dan één dodelijk slachtoffer per dag. Dat is toch wel wraakroepend, minister Crevits. De cijfers liggen in Vlaanderen dubbel zo hoog als in landen met een progressief verkeersveiligheidsbeleid, zoals Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Zweden.

Minister-president, er is zoveel werk in Vlaanderen, en onze handen jeuken. We mogen niet blijven stilstaan. We verkopen u dus echt geen gratuite oppositiepraat. We willen constructief meewerken. Zoals aan de hervorming van het secundair onderwijs. Als het van ons afhangt, doen we er alles aan om, samen met u, deze hervorming te laten slagen.

Ook als u ervoor kiest om actief werk te maken van de omzetting van de zesde staatshervorming in Vlaams beleid, willen wij constructief meewerken. We hopen dat het parlement hierbij betrokken wordt. We hebben al concrete voorstellen uitgewerkt in verband met woonbeleid, en we werken aan een conceptnota over de vernieuwde kinderbijslagen. We staan ook te popelen om mee te denken over de overheveling van mobiliteit en het arbeidsmarktbeleid.

U kunt niet ontkennen dat wij de voorbije jaren al verscheidene constructieve voorstellen hebben ingediend: voor een groen industrieel beleid, voor nieuwe impulsen voor hernieuwbare energie, gedurfde programma’s rond wonen, cultuur, duurzaam nanotechnologie, het nieuwe werken en de biogebaseerde economie. We delen uw droom van een actief en innovatief Vlaanderen.

U hebt nog anderhalf jaar te gaan. Vlaanderen snakt naar actie. De Vlaamse Regering verliest tijd met onder elkaar te schaduwboksen – we hebben dat de afgelopen weken gezien. We hebben net verkiezingen gehad. Het is te vroeg om ons te laten immobiliseren door de volgende.

De beloofde hervormingen moeten voor 2014 worden gerealiseerd. De wereld staat niet stil. De wereld wacht niet tot Vlaanderen nog maar eens naar de stembus is geweest. Er moeten andere, duidelijke keuzes worden gemaakt. Nu. Do it now, now, now! (Applaus bij Groen)

De voorzitter

Mobiliteit en Openbare Werken

We bespreken nu het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken.

Mevrouw Van den Eynde heeft het woord.

Marleen Van den Eynde

Voorzitter, dames en heren van de regering, collega’s, het gaat niet goed met het openbaar vervoer in Vlaanderen. De jongste persberichten liegen er niet om. Eén op de drie jonge tieners krijgt op het openbaar stadsvervoer te maken met geweld. Vooral meisjes zijn het slachtoffer van diefstal, bedreigingen en pesterijen op bus of tram.

De cijfers zijn afkomstig uit een studie van de Universiteit Gent, waarbij 1031 Gentse jongens en meisjes uit de eerste graad middelbaar onderwijs die vaak de bus of tram nemen, bevraagd werden. Uit de studie blijkt dat meer dan een derde van de jongeren het afgelopen jaar minstens één keer te maken kreeg met geweld. Bij meisjes loopt dat percentage op tot 46 procent. Een op de tien zegt zelfs drie keer of meer slachtoffer te zijn geweest van feiten zoals diefstal, intimidatie en pesterijen. Fysiek geweld komt relatief weinig voor. Voorts geeft meer dan de helft van de meisjes aan een hoog tot zeer hoog gevoel van angst te hebben op bus of tram.

In haar reactie stelt De Lijn dat 71 procent van de Oost-Vlaamse jongeren wel tevreden tot zeer tevreden is over de veiligheid op bus en tram. De Lijn betreurt de veralgemeningen en de conclusies van de thesis, want uit eigen onderzoek zou blijken dat het veiligheidsgevoel in Gent zeer hoog ligt: 75 procent van de reizigers zou tevreden tot zeer tevreden zijn over de veiligheid op de stadsbus. Op de tram zou dat 70 procent zijn en bij 12- tot 17-jarigen 71 procent.

Minister, liegen deze jongens en meisjes dan of moeten ze maar toleranter zijn? Is dat de boodschap? De veiligheid blijft een zeer groot probleem bij De Lijn. Is het tevredenheidsonderzoek van De Lijn wel correct uitgevoerd en in hoeverre is het door De Lijn gevoerde onderzoek objectief? Geef toe, minister, hoe kan je meer reizigers aantrekken voor het openbaar vervoer, als je geen veilig openbaar vervoer kunt garanderen, niet alleen op voertuigen maar ook in onze metrostations? Herinner u de aanslag op de jongen uit Hoogstraten in de Antwerpse metro. We moeten er dus absoluut voor zorgen dat bus en tram veilig zijn en dat we onze reizigers veiligheid kunnen garanderen.

Minister, in antwoord op de moord op de buschauffeur Guido De Moor in 2006 werd een veiligheidsplan opgesteld. Is het wel afdoend? Het plan ‘Veilig op weg’, dat twee jaar geleden werd uitgewerkt, was heel omvangrijk, zo omvangrijk zelfs dat er zestien deelprojecten nodig waren om het uit te voeren. De Lijn geeft nu zelf toe dat alle projecten nog niet volledig zijn gerealiseerd. Veel van die beloofde maatregelen zijn nog steeds niet ingevuld, met stakingen tot gevolg. Het is hoog tijd, minister, dat het veiligheidsbeleid van De Lijn eens op zijn efficiëntie wordt beoordeeld, naast de gevoerde onderzoeken. Zijn de ingezette middelen wel doeltreffend?

Het gaat niet goed met het openbaar vervoer in Vlaanderen, collega’s. Wat de besparingsplannen van De Lijn betreft, werd de voorbije weken en maanden enorm veel wrevel opgemerkt bij de reiziger. We stellen vast dat het aandeel in het openbaar vervoer absoluut moet stijgen, willen we Vlaanderen mobiel houden. Maar we kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat door het gevoerde beleid, geen enkele reiziger meer wordt aangetrokken. Integendeel, het enige dat De Lijn doet, minister, is miljarden investeren in trambeddingen op plaatsen waar geen enkele reiziger meer kan worden aangetrokken.

Het is dus van groot belang dat u de komende periode inzet op het Shuttledecreet, om Vlaanderen mobiel te houden. Want het decreet op de basismobiliteit heeft een grotere mobiliteit gecreëerd, maar niet daar waar het nodig is. Het woon-werkverkeer is onvoldoende ingevuld door het openbaar vervoer, waardoor pendelaars verplicht worden hun wagen te nemen om naar het werk te gaan.

Tot slot, minister, heb ik me vanmorgen bijzonder geërgerd aan het persartikel dat een activist De Lijn op kosten zou jagen met veelvuldige klachten over anderstalige reclame.

Minister, u had al veel langer moeten ingrijpen. U had De Lijn er moeten op wijzen dat ze de taalwetgeving moet naleven. Het is onaanvaardbaar dat De Lijn zich nu in een slachtofferrol wentelt. Wat zou u ervan vinden, minister, dat de Vlamingen massaal de wetgeving naast zich zouden neerleggen omdat zij dan zo meer geld kunnen verdienen? Dit is ongehoord, minister, en u moet hier eindelijk perk en paal aan stellen. Het is gewoon de wereld op zijn kop. (Applaus van de heer Joris Van Hauthem)

De voorzitter

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Ik wil nog twee punten aanhalen. Wat betreft het onveiligheidsgevoel van de meisjes op ons openbaar vervoer mogen we ook niet veralgemenen, mevrouw Van den Eynde. Dat onderzoek was gericht op 12- tot 14-jarigen. Dat is een aparte categorie, waar we misschien ook apart eens aandacht aan kunnen besteden binnen het veiligheidsplan. Het gaat over nog heel jonge kinderen die vaak van de lagere dorpsschool de bus moeten nemen naar de grote stad. Misschien laten ze zich al eens intimideren, en zitten ze na een tijd met angstgevoelens. Dit is toch een bepaalde categorie. U zegt dan dat De Lijn verklaart dat x procent van de jongeren zich wel veilig voelt, maar dan gaat het waarschijnlijk wel over oudere jongeren. Ik denk dat we dit in de commissie verder moeten uitklaren.

Wat het laatste punt betreft, wil ik toch ook iets zeggen. We hebben eind september praktisch een volledige commissievergadering besteed aan de problematiek van het taalgebruik op de reclameboodschappen op bus en tram van De Lijn. Daar heeft de minister heel duidelijk uitleg gegeven, ook over het advies van het Vast Comité voor Taaltoezicht dat duidelijk stelt dat wat wij opleggen misschien zelfs ongrondwettelijk was. Wij kunnen dat natuurlijk, wij kunnen wel contracten maken, maar het is wel zo dat commerciële bedrijven niet aan die taalwetgeving onderworpen zijn, en dan hebben we wel een probleem.

De minister heeft toen de suggestie gedaan om voor slogans een uitzondering te maken, want het is inderdaad een beetje belachelijk. Er werd het voorbeeld gegeven van de film ‘Omar m’a tuer’. Er kon toen geen reclame voor de film op de bussen van De Lijn omdat het een Franse titel betrof. Maar voor slogans zullen we misschien toch een uitzondering moeten maken, want dit gaat over miljoenen euro’s, en we moeten toch al dit geld niet weggooien uit puur taalpuritisme.

De voorzitter

De heer Roegiers heeft het woord.

Jan Roegiers

Mevrouw Van den Eynde, ik zal daar straks in mijn tussenkomst ook nog wel iets over zeggen. Ik heb dit in het verleden al eerder een situatie genoemd die compleet van de pot gerukt is. Ik kom daar later nog op terug, maar ik wil u eerst een vraag stellen.

Vanmorgen is bekendgemaakt wat het nieuwste woord is in Vlaanderen: frietchinees. En weet u wat in de jongerentaal door diezelfde Van Dale – toch een zeer gerenomeerde instelling – gekozen is als nieuwste woord voor 2012? Het nieuwste woord is jolo, en het betekent ‘you only live once’. Wie vandaag denkt en zegt dat Engels geen plaats heeft in onze samenleving, is niet meer op de hoogte van wat er vandaag onder jongeren en onder mensen leeft.

De voorzitter

Ik stel voor dat we het hier niet opnieuw gaan hebben over Lijn.com. We hebben daar uitgebreid in de commissie over gesproken, we zullen daar later op terugkomen. Anders blijven we hier tot morgenvroeg 4 uur. Mij maakt het niet uit.

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik voel me wel aangesproken door een paar uitspraken. Ik krijg het gevoel dat ik persoonlijk verantwoordelijk ben voor het onvoorstelbaar slechte veiligheidsbeleid bij De Lijn. Ik ben het daar niet mee eens. Het bedrijf doet enorme inspanningen om de veiligheid op bussen en trams te garanderen, want dat is een enorm moeilijke zaak. Als er iets is dat als een pluspunt over de werking kan worden aangehaald, dan is dat wel het veiligheidsplan, collega Van den Eynde, en andere collega’s. Er wordt zo frequent en periodiek over gerapporteerd, dat we zeer goed de pijnpunten kunnen blootleggen, en dat het bedrijf zelf ook probeert in te spelen op de bestaande pijnpunten.

Mevrouw Van den Eynde, ik kan u volgen als het gaat over dat onderzoek waaruit plots is gebleken dat kinderen tussen 12 en 14 die, wellicht ook voor het eerst, alleen reizen met het openbaar vervoer, zich niet altijd even veilig voelen. Er wordt weliswaar gezegd dat zeven op tien tevreden zijn. Dat klopt. Ik trek die onderzoeken niet in twijfel, maar het lijkt me wel nuttig dat De Lijn eens bekijkt wat er kan worden gedaan om ervoor te zorgen dat die specifieke doelgroep zich comfortabeler voelt op het openbaar vervoer. Wat zijn de oorzaken? Gaat het over gedrag van anderen of is er sprake van wat eigen onzekerheid? Het lijkt me goed dat van meer nabij te bekijken. Ik volg de suggestie van mevrouw Brouwers dat dit mee zou worden opgenomen als aandachtspunt in het veiligheidsplan. We moeten ook eerst het rapport van die onderzoekers lezen. Het gaat immers over een artikel in de krant. We moeten daar eens grondig op focussen, met respect voor het gedane werk. Omgekeerd mogen we dat niet veralgemenen en stellen dat elke jongere die de bus of de tram gebruikt, zich onveilig voelt. Dat zou ook fout zijn. De beide hoeven niet in tegenspraak te zijn.

Mevrouw Van den Eynde, er is een contradictie in wat u zegt. U zegt dat het beleid in Vlaanderen met betrekking tot het openbaar vervoer zo slecht is dat niemand nog de bus of de tram wil nemen, maar ik krijg tot op heden alleen maar e-mails van mensen die in een overvolle tram zitten. U zegt dat we alleen maar tramsporen leggen. Die zijn wel zeer nuttig, want ze worden overgebruikt. Ik bel echt bijna elke dag over die laatste tramstellen die onder meer voor tramlijn 15 in Antwerpen moeten worden geleverd. (Applaus van de heer Steve D’Hulster)

Ik ben eigenlijk een fan van de vertramming die nu ook in Antwerpen plaatsvindt. Er is een reorganisatie gebeurd van het openbaar vervoer in de provincie Antwerpen. Men heeft een theoretische inschatting gemaakt van waar de mensen zouden overstappen, maar nu blijken ze vroeger over te stappen dan geschat. Het bedrijf moet zich daar nu op voorbereiden. Een aantal leden hebben een punt wat dat betreft. Ook wat deze hervorming betreft, zou ik echter het kind niet met het badwater weggooien. Het lijkt me nuttig dat men bijstuurt waar nodig, maar dat betekent zeker niet dat het beleid slecht is.

Voorzitter, ik zal het debat over de hele taalkwestie niet hernemen. Toch wil ik enkele zaken duidelijk van elkaar onderscheiden. Als de Vlaamse overheid een mededeling doet, dan moet die eentalig in het Nederlands zijn. Als De Lijn dus op de eigen bussen of god weet waar een mededeling doet, dan moet dat in het Nederlands. Wat ik in de commissie Openbare Werken heb gezegd, is dat er mogelijk een probleem is met het grondwettelijke recht op taalvrijheid van adverteerders. Daarover zou ik een advies vragen aan een gespecialiseerd advocatenkantoor. Dat advies is er nog niet, maar voor we grote verklaringen afleggen, moeten we dat probleem goed hebben geanalyseerd. Men zegt me dat ik allang had moeten ingrijpen, dat dit een zotte regel is en men vraagt zich af waarom ik die toepas. Geachte leden, de statuten van LijnCom dateren van 2006. De minister toen was een socialist. Uiteraard stond de hele regering daarachter, maar dat dit alles alleen in het Nederlands moet, staat er wel. Mijn mening is dat, als dat er staat, men dat moet toepassen. Als we er zeker van zijn dat dit ongrondwettig is, dan moeten we bijsturen. Ik wil daar absolute duidelijkheid over hebben. Dan zal ik mijn standpunt en mijn beleid daaraan aanpassen.

De vraag is ook hoe we interpreteren. Vandaag hanteren we de interpretatie dat merken in alle talen kunnen. Daarnaast hanteert iedereen echter allerhande slogans: kijken we maar MNM of Studio Brussel. Mogen die dan niet meer worden geadverteerd? We moeten ons afvragen of dat nog van deze tijd is. Dat lijkt me een brug te ver. We moeten realistische keuzes maken ter zake. De algemene informatie moet echter eentalig Nederlands zijn, anders is dat ook weer een brug te ver.

Voorzitter, verontschuldig me voor het feit dat ik nog even wat uitleg heb gegeven, maar dat lijkt me toch wel belangrijk als hier de kat de bel wordt aangebonden.

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Lies Jans

Ik wou nog even ingaan op de anderstalige reclame op de bussen van De Lijn. Minister, ik volg u volledig als u zegt dat de statuten nu eenmaal zijn zoals ze zijn. Die regelgeving is duidelijk, en moet dus worden nageleefd. Dat moet ook worden gecontroleerd. Ter zake schort af en toe wel iets, heb ik de indruk, zeker als we kijken naar wat die man van Taalrespect naar voren brengt. Dat moet dus zeker worden opgevolgd.

Ik sluit me evenwel aan bij de heer Roegiers die zei dat we mee moeten met onze tijd. Ik beschouw mezelf nog als jong, toch zeker jong van geest. Ik vind ook dat we niet pietluttig moeten doen. Het is wel belangrijk dat een boodschap op een bus in het Nederlands wordt gegeven. Dat daaronder een merknaam, een filmtitel of een slogan in een andere taal wordt vermeld, daar kunnen we nog mee leven. Dat is de interpretatie van de statuten in hun huidige vorm. Om dan te onderzoeken of er nog meer boodschappen in een andere taal te zien mogen zijn, dat is een ander verhaal. Die discussie zullen we verder en grondig voeren in de commissie. Ik ben uiteraard erg nieuwsgierig naar het advies van de advocaat met betrekking tot de ongrondwettelijkheid. Graag hadden we dat advies in commissie ontvangen zodra het beschikbaar is.

Marleen Van den Eynde

Minister, ik geef toe dat er reeds heel wat inspanningen geleverd zijn op het vlak van veiligheid. Het zou erg zijn indien dit niet het geval was. U moet echter toegeven dat er onlangs bijna stakingen waren uitgebroken omdat een aantal veiligheidsmaatregelen niet werden nageleefd, zoals de aanwerving van controleurs.

Ik kan ook aannemen dat u blij bent dat de trams overvol zitten. Maar waarom hebben we die overvolle trams? Omdat heel wat bussen naar het centrum van de steden zijn afgeschaft, dus omdat De Lijn verkeerde keuzes heeft gemaakt. Als u vraagt dat de pendelaars hun wagen laten staan aan de rand van de stad, dan moet u er wel voor zorgen dat daar trams klaarstaan om hen verder naar het centrum te brengen.

Tot slot ga ik hier geen grote verklaringen afleggen over de niet-naleving van de taalwetgeving door De Lijn. Het is echter wel De Lijn die nu de slachtofferrol op zich neemt in de pers en jammert omdat ze miljoenen euro’s zal missen. Ik zou het op prijs stellen indien u De Lijn hierover eens ferm op de vingers zou willen tikken.

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord. De heer van Rouveroij neemt de plaats in van de heer Keulen die vandaag de eed aflegt als burgemeester.

Sas van Rouveroij

Ik sta hier inderdaad als woordvoerder van de heer Keulen die zijn geplande uiteenzetting wel op papier heeft gezet.

Zoals we reeds in de bevoegde commissie hebben gesteld, heeft onze fractie gemengde gevoelens bij het gevoerde mobiliteitsbeleid. Ikzelf was er helaas niet meer bij, maar vandaag heb ik dankzij de heer Keulen de kans nog eens in de ogen van de minister te kijken en de spreekwoordelijke degens te kruisen.

Uiteraard kunnen bepaalde aspecten van het beleid op onze steun rekenen. Onze fractie blijft evenwel bijzonder bezorgd over het nemen van structurele beslissingen die het mobiliteitsbeleid kunnen saneren en op de rails kunnen zetten voor de 21ste eeuw. Immers, nogal wat beleidsparameters staan ook hier op rood en tonen aan dat het stilaan vijf na twaalf wordt. Gezien het korte tijdsbestek zal ik me beperken tot enkele elementen om dit duidelijk te maken.

Ten eerste wijst de heer Keulen erop dat de investeringen in het openbaar vervoer geconfronteerd blijven met een uitblijvende stijging van het aandeel van het gemeenschappelijk vervoer in het verplaatsingsgedrag van de Vlamingen. De cijfers spreken voor zich: in 1994-1995 bedroeg het aandeel van collectief vervoer, fietsverkeer en verplaatsingen te voet in het woon-werkverkeer 26,8 procent. In 2009-2010 bedroeg dit aandeel 27,0 procent. Het openbaar vervoer – trein, tram en metro, lijnbus – is goed voor 10,7 procent van de gerealiseerde personenkilometers. De trein neemt daarvan 7,8 procent voor zijn rekening, het bus-, tram- en metrovervoer is goed voor 2,9 procent.

Met andere woorden, ondanks alle budgettaire inspanningen om het gemeenschappelijk vervoer uit te bouwen is dit aandeel nog ver verwijderd van het streefcijfer van 40 procent tegen 2020, zoals voorzien in Pact 2020. Onze fractie is dan ook bezorgd over deze evolutie en stelt zich de vraag in hoeverre dit beleid zonder meer, dus zonder een grondige evaluatie naar efficiëntie en effectiviteit, kan worden voortgezet. Onze fractie is bijvoorbeeld sinds lang voorstander van het sterk verhogen van de kostendekkingsgraad bij De Lijn als mogelijke maatregel om de financiële draagkracht van het openbaar vervoer in Vlaanderen te vergroten en de toekomst van het openbaar vervoer veilig te stellen. Dit staat geenszins haaks tegenover de doelstelling van meer openbaar vervoer.

Wij hopen dan ook dat de Vlaamse Regering hier eindelijk verder werk zal van maken.

Mevrouw Van den Eynde heeft het al uitvoerig gehad over het artikel dat is verschenen in De Standaard. Ik wil daar enkel nog een bedenking bij maken. Minister, jongeren onder de 16 jaar hebben bijna geen alternatieven. Zij kunnen nog niet met een bromfiets of met de auto rijden. Zij wensen zelfstandigheid. De weg naar school is een boeiende, soms spannende weg als ze die alleen kunnen overbruggen. Wanneer die jonge mensen, die per definitie gebruikers zijn van het openbaar vervoer, worden geconfronteerd met onveiligheid, dan zullen zij, zodra ze oud genoeg zijn om te kiezen voor een goede modal split, dat niet doen. Dat zit tussen hun oren. We kunnen het belang daarvan echt niet overschatten. Het gaat niet alleen over veiligheid op zich maar ook over de modal split. Men gaat die modal split, die overgang naar deze vervoersvorm, niet begunstigen wanneer men daar niet hard en snel op ingrijpt.

Ik moet ook denken aan de yuppie of de man met stropdas die op een dag overweegt ook eens een inspanning te doen voor het milieu en zijn wagen thuis laat staan en kiest voor de tram. De tram van 7.55 uur en 8.02 uur moet hij laten rijden want die zitten vol. Om 8.04 begint het te regenen en om 8.06 uur heeft hij spijt van dat dwaze idee. Dat zijn dan mensen die men jarenlang niet meer zal terugzien op de tram. Minister, u moet hier dan ook dringend werk van maken. Met het enthousiasme dat u eigen is, moet dat wel lukken.

Ook de investeringen in het wegennet baren mijn fractie zorgen. De filezwaarte is in 2011 toegenomen met 18 tot 36 procent, afhankelijk van het dagdeel, in vergelijking met 2007. Vanaf 2010 overstijgt de filezwaarte in de regio Antwerpen die in de regio Brussel.

De economische poorten van Vlaanderen zijn van cruciaal belang voor onze regio. Een goede bereikbaarheid is een essentieel onderdeel van het economische beleid en het mobiliteitsbeleid. Mobiliteit en economie zijn twee takken van eenzelfde stam.

De stijging van de filezwaarte toont aan hoe dringend het is om bepaalde investeringen te doen, bijvoorbeeld om de Antwerpse verkeersknoop snel te ontwarren. Mijn fractie is alvast voorstander en pleitbezorger van meer en snellere investeringen en realisaties. We vrezen echter dat dossiers zoals dat van Oosterweel symbool zullen staan voor een Vlaanderen dat ook letterlijk steeds meer tot stilstand komt.

De voorzitter

De heer Roegiers heeft het woord.

Jan Roegiers

Ik ben de derde in de rij die hier staat en begint met het uitdrukken van zijn bezorgdheid, zij het om enigszins andere redenen dan de vorige sprekers. Ik maak me zorgen, en dat heb ik ook al in de commissie gezegd, over de dalende tendens in de reizigersaantallen. Voor het eerst in tien jaar hebben we minder reizigers vervoerd bij De Lijn. We kunnen dan lang discussiëren over hoe die reizigers worden geteld maar ze zijn de afgelopen tien jaar wel op dezelfde wijze geteld en dus is het aantal dalend.

Dat maakt dat de groeidoelstelling van het reizigersaantal zoals vastgelegd in de beheersovereenkomst op 10,5 procent, in het gedrang komt. We hadden in de beheersovereenkomst voor een stijging gepleit. Voor het eerst gaan die cijfers achteruit. Ik ben daar echt wel ongerust over.

Dat deze cijfers dalend zijn, vindt uiteraard zijn oorsprong in de zware besparingen die De Lijn de afgelopen jaren heeft moeten doorvoeren, vooral dan aan de aanbodzijde. We zijn dan ook erg verheugd, minister, dat u zowel in uw beleidsbrief als in uw uiteenzetting in de commissie, heel nadrukkelijk hebt gezegd dat verdere besparingen op de dienstverlening niet aan de orde zijn. Wij zullen u daar zeer nadrukkelijk in steunen.

Maar er zijn nog andere redenen om ongerust te zijn. Hoewel het regeerakkoord duidelijk is, blijven sommigen aandringen op hogere tarieven. Voor wie eraan twijfelt, wil ik nog eens de passus uit het regeerakkoord aanhalen, zodat het op zoveel mogelijk plaatsen in de notulen staat: “Buiten de jaarlijkse indexeringen zullen de tarieven van De Lijn stijgen.” Ik blijf het hier herhalen, maar ben er ook wat behoedzaam voor.

Ik wil de voorstanders van een tariefverhoging een aantal documenten ter kennis brengen, die een ander, of in elk geval bijkomend licht op de discussie kunnen werpen. Een van de meest overzichtelijke studies die ik kon vinden, was de achtergrondstudie ‘Effecten van prijsbeleid in verkeer en vervoer’. De studie is twee jaar geleden gepubliceerd door de universiteit van Delft, maar de achtergrondcijfers en bedenkingen erin kunnen zowel opgaan voor Nederland als voor Vlaanderen.

Het gaat in de studie onder meer de prijselasticiteit of prijsgevoeligheid van het openbaar vervoer. Minister, wist u dat een tariefverhoging van pakweg 10 procent op korte termijn leidt tot een vermindering van de vraag naar openbaar vervoer met 5 procent, en op lange termijn zelfs tot 9 procent? Weet u dat de prijsgevoeligheid van het openbaarvervoersgebruik rechtevenredig toeneemt met het stijgende inkomensniveau? In mensentaal uitgedrukt: diegenen die het gemakkelijkst de eventuele tariefverhoging kunnen dragen, zijn degenen die het eerst en het gemakkelijkst afhaken.

Mijnheer van Rouveroij, ik verwijs naar uw voorbeeld van de man in stropdas die voor het eerst de tram neemt, er eerst twee laat passeren en dan spijt krijgt van dat slechte idee. Het is die man of vrouw die, na een aantal jaren de tram of bus te hebben genomen, nu vaststelt dat de prijzen met zoveel procent stijgen, die het eerst afhaakt. Dat blijkt uit de studie van de universiteit van Delft. Dat is erg opmerkelijk: die groep die er wel de middelen voor heeft, zal opnieuw kiezen voor de auto.

Dat brengt mij tot mijn bezorgde uitgangspunt voor mijn betoog, minister. Hoe kunt u een eventuele prijsverhoging, in het licht van de cijfers die ik net aanhaalde, rijmen met de doelstelling uit de beheersovereenkomst om het reizigersaantal te doen stijgen met 10,5 procent, wetende dat de tariefverhoging leidt tot een afname van de vraag met 5 à 9 procent?

Als een tariefverhoging moet bijdragen tot een hogere kostendekkingsgraad, denkt u niet dat de maatschappelijke kost van de toegenomen mobiliteitsproblemen in een nog veel hogere mate zal toenemen?

Sas van Rouveroij

De studie waar u naar verwijst, was dat een studie ten overstaan van Nederlandse tarieven, of was het een benchmark?

Jan Roegiers

Het is een benchmark van verschillende steden in Nederland. Ik zal u de studie graag ter beschikking stellen.

Sas van Rouveroij

Dat is nu net het punt. De Nederlandse tarieven liggen veel hoger dan de onze. Ik begrijp wel dat de elasticiteit en de bereidheid om een tariefstijging afnemen naarmate de tarieven hoger zijn, maar hier zijn de tarieven zeker laag te noemen. Voor velen is het zelfs gratis.

Heb ik daarnet goed begrepen, mijnheer Roegiers, dat u die passage uit het regeerakkoord nog eens voorlas, opdat er niet meer van zou worden afgeweken? De sp.a eist dus nog onverminderd dat de tarieven enkel kunnen stijgen met de inflatie? Dan herinner ik u er nog eens aan dat u De Lijn op die manier dwingt tot een vorm van kannibalisme. De kostendrijvers aan de uitgavenkant stijgen immers veel sneller en zijn veel hoger dan de ontvangstenstijgingen. Het resultaat, zo is mij door de heer Kesteloot meegedeeld, is een verschil van 12 miljoen euro.

Als De Lijn geen inspanningen mag doen aan de ontvangstenzijde, dan moet ze 12 miljoen euro saneren. Dan eet de maatschappij zichzelf op. Of is dat bedrag nog groter?

De voorzitter

De heer de Kort heeft het woord.

Dirk de Kort

Collega Roegiers, bent u er echt van overtuigd dat u de beste pleitbezorger bent van De Lijn en van het openbaar vervoer, als u nog eens de passus van het Vlaams Regeerakkoord aanhaalt over het al dan niet verhogen van de tarieven? Uit de reacties op het verminderen van het aantal busritten van De Lijn blijkt dat mensen vragende partij zijn voor het behoud van een kwalitatief aanbod en dat ze best bereid zijn om daarvoor te betalen.

Veel oudere burgers zijn voldoende bemiddeld en vragen niet dat ze een MOBIB-kaart gratis toegestuurd zouden krijgen. Dat debat moeten we op een later moment ten gronde voeren.

Minister Hilde Crevits

Ik heb nog altijd niet gereageerd op de opmerkingen van de heer Van Rouveroij. Nu zal ik het alleen hebben over de tarieven. Mijnheer Roegiers, voor mij is het duidelijk dat er voldoende bespaard is aan de aanbodzijde. We hebben een fijnmazige operatie laten uitvoeren bij De Lijn. De overbodige bussen, die leeg rondrijden, zijn geschrapt of efficiënter georganiseerd. Dat was een heel moeilijke oefening. Veel politici vinden dit absoluut niet aangenaam. Ik krijg altijd de commentaar dat de bussen leeg rondrijden. Mensen zien overal elders lege bussen rijden, maar niet bij hen. Voor mij is de grens nu wel bereikt. Ik ga niet nog eens schrappen in het aanbod. Het is niet mogelijk om de kostendekkingsgraad te verhogen zonder aan de inkomsten te raken. Om de kostendekkingsgraad te verhogen moet ik naar het globale inkomstenplaatje kunnen kijken en moeten de inkomsten kunnen stijgen. Hoe we dat gaan aanpakken, moeten we nog bespreken binnen de regering. Het zou niet goed zijn om die discussies op te poken.

Ik raad u aan om het rapport te lezen van het benchmarkonderzoek dat gebeurd is op initiatief van mijn voorgangster, maar waarvan de resultaten bekend gemaakt werden toen ik al minister was. Dat onderzoek betreurt dat men voor De Lijn nooit de negatieve prijselasticiteit heeft onderzocht. Op een bepaald moment heeft men beslist om de prijzen sterk te laten dalen, maar het effect van die maatregel op het aantal reizigers heeft men niet vooraf onderzocht. Bij een stijging of een daling moet men vooraf de elasticiteit onderzoeken.

Er is een wereld van verschil tussen de prijzenpolitiek in Vlaanderen en die in Nederland. Men kan de resultaten van de Nederlandse studie dus niet zomaar transponeren op Vlaanderen. Uit de benchmark blijkt trouwens dat het Vlaanderen veruit de goedkoopste regio is om gebruik te maken van het openbaar vervoer. Het zij zo. Als de kostendekkingsgraad moet stijgen, dan is het belangrijk dat ik extra inkomsten kan halen. Daarvoor zijn er verschillende mogelijkheden, namelijk de reclame, de tarieven en de derdebetalersovereenkomsten. Dat plan moet nog doorgepraat worden. Als ik tien miljoen euro extra inkomsten moet halen, dan is het schrappen van tien miljoen euro aan uitgaven geen alternatief. De uitgaven, in de noemer, zijn immers veel groter dan de inkomsten. Om de kostendekkingsgraad te doen stijgen, moet men veel meer uitgaven schrappen dan men inkomsten moet genereren. Ik denk dat tien miljoen euro aan inkomsten gelijkstaat aan het schrappen van dertig of veertig miljoen euro aan uitgaven. Dat is dus een moeilijk spanningsveld.

Wat de heer Van Rouveroij zegde over kannibalisme is juist, maar ook onze definitie van de kostendekkingsgraad is een beetje decadent. Het leerlingenvervoer is een decretale opdracht voor De Lijn. Dat wordt echter ondergebracht in de rubriek van de uitgaven, die negatief werken op de kostendekkingsgraad. Dat is totaal verkeerd.

Ik doe daar 7 miljoen euro bij om het leerlingenvervoer beter te kunnen uitbouwen, maar eigenlijk werkt dat nefast op de kostendekkingsgraad van De Lijn, en dat kan niet. We moeten die definitie op punt stellen en er dan een sereen debat over voeren.

Mijnheer Roegiers, los van het prijsdebat zijn er drie zaken van belang voor ons openbaar vervoer: de stiptheid, het aanbod en het comfort. Dat zijn de allerbelangrijkste zaken waaraan we moeten werken. Mijn zoon gebruikt ook de tram en het is verschrikkelijk als die overvol zit. We moeten proberen het aanbod en de vraag nauwgezet op elkaar af te stemmen.

Nu zeggen dat door mijn beleid de reizigersaantallen plots zijn gezakt, daar ben ik het niet mee eens. In de voorbije jaren heb ik nooit de gebruikscijfers van De Lijn tot de mijne gemaakt, ook niet toen ze in theorie omhoog gingen. Waarom niet? Omdat ik problemen heb met de manier waarop wordt geregistreerd. De 65-plussers worden allemaal geregistreerd aan een bepaald aantal ritten. Als het aantal 65-plussers stijgt, dan stijgt het aantal gebruikers van het openbaar vervoer. Dat is toch geen manier van berekenen. Laten we nu eens wachten tot we de nulmeting hebben, tot de chipkaart er is, en dan zullen we jaar na jaar de gebruikscijfers kunnen bekijken.

De tendensen schommelen niet al te zwaar, noch naar boven, noch naar beneden. Als u zegt dat het gebruik stagneert, dan kan ik daarmee leven. Ik heb de cijfers de voorbije jaren nooit willen aannemen omdat ik een probleem heb met de forfaits die erin zitten. Zolang we rekenen met forfaits, rekenen we niet op een correcte wijze. (Applaus van de heer Marino Keulen)

Jan Roegiers

Hoe die cijfers worden berekend, is bijkomstig. Dat gebeurt al tien jaar op dezelfde manier. Ze gaan voor het eerst achteruit, daar kun je niet onderuit.

Ik probeer een antwoord te geven op de drie belangrijkste zaken die te berde zijn gebracht.

Minister, ik ga volledig akkoord dat dat stiptheid, aanbod en comfort zijn. Ik pleit voor een tramrenaissance in Vlaanderen, waarbij die drie zaken centraal staan. Daarin vinden we elkaar.

Wat de kostendekkingsgraad betreft, is het ontroerend hoe sommige collega’s en u, minister, de discussie almaar weer aangaan, maar over de andere ambitie die in de beheersovereenkomst zit en waarmee ik ben begonnen, namelijk een groeiend reizigersaantal, plus 10,5 procent, daar wordt over gezwegen. Als we de discussie aangaan over de kostendekkingsgraad, ga dan in alle eerlijkheid ook de discussie aan over de stijgende reizigersaantallen, en daarover moet ook een beleid worden gevoerd.

Over de prijselasticiteit heb ik inderdaad een Nederlandse studie aangehaald. Ik had ook andere studies, want op het internet zijn er wel een aantal te vinden. Allemaal gaan ze van hetzelfde uit, namelijk dat als de prijzen stijgen met 10 procent, je een afname hebt van de vraag tussen 5 en 9 procent. Daarom zeg ik tussen 5 en 9 procent, want deze studie is daarover ook niet zo eenduidig.

Minister, ik heb u een schriftelijke vraag gesteld of en in welke mate De Lijn rekening houdt met studies over prijselasticiteit. Het was een heel uitgebreide vraag en het antwoord was één paragraaf, weinig of niets dus. Ik moet me wel beperken tot studies uit Nederland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland.

Wat het regeerakkoord betreft, mijnheer de Kort, tot spijt van wie het benijdt, maar het regeerakkoord is drieënhalf jaar geleden onderhandeld door de partijvoorzitters. Wie ben ik om daarvan af te wijken? Daarom heb ik de passus die is onderhandeld, hier herhaald.

Sas van Rouveroij

Mijnheer Roegiers, wat de heer de Kort zei, was niet zozeer dat het niet onderhandeld is en dat zijn fractie dat per definitie niet gaat respecteren, want pacta sunt servanda, maar hij hoopt op een voortschrijdend inzicht. Hij hoopt op de vaststelling bij de sp.a-fractie dat, hoe goedbedoeld het ook is – want ik weet welke oprechte pleitbezorger u bent van het openbaar vervoer –, jullie desondanks uiteindelijk de doodgravers zijn van het openbaar vervoer. Dat klinkt erg, maar daar komt het gaandeweg op neer.

Minister, we zijn het absoluut met u eens. Vandaar dat de heer Keulen even applaudisseerde. We zijn het eens met uw antwoord, maar we hebben nog een vraag: vandaar dat ReTiBo zo dringend is.

Toch stellen we vast – en ik zit niet meer in de commissie maar ik heb het van Marino gehoord – dat het nu voor de derde keer wordt uitgesteld. Minister, waar blijft het? Die nulmeting is dringend. Het zal niet meer voor uw bestuursperiode zijn om met die nulmeting al iets te doen.

Minister Hilde Crevits

Mijnheer van Rouveroij, ReTiBo is een contract dat gegund is aan een privaat bedrijf om te realiseren. Als we vaststellen dat er vertraging is bij de realisatie, dan kan De Lijn alleen maar vechten en duwen en onderhandelen om ervoor te zorgen dat de deadlines wel worden gehaald. Dat is de discussie nu. Het heeft helemaal niets te maken met geen prioriteit bij het bedrijf, integendeel. Het is een privaat bedrijf dat het moet realiseren. Het gaat over hardware op de bussen en software om alles te registreren. Directeur-generaal Roger Kesteloot bemoeit er zich nu zelf mee – hij zal vermoedelijk zelf de verantwoordelijke worden omdat Francy Peeters met pensioen gaat – omdat hij het net zo belangrijk vindt. Die ‘vertraging’ is dus helemaal geen beleidsdaad of geen uitstelgedrag of iets dergelijks bij De Lijn, maar het is het bedrijf dat erop moet meppen. We moeten vooral zorgen dat het niet blokkeert en dat de boel springt. We moeten ervoor zorgen dat iedereen in dezelfde richting blijft werken.

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Lies Jans

Minister , collega’s, het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare werken is een complexe materie en het raakt vele vlakken: de wegeninfrastructuur, de binnenvaart, de havens, het openbaar vervoer, het fietsbeleid, verkeersveiligheid, sensibilisering en ga zo maar door.

We zijn ervan overtuigd dat de aanpak van deze regering de juiste is. Naar aanleiding van de begrotingsbespreking in de commissie werden de klemtonen gelegd op een sterk, slim en snel netwerk. Het netwerkidee is ook iets wat wij als N-VA sterk ondersteunen. Een netwerk dat ook complementair en multimodaal moet zijn, is essentieel binnen het mobiliteitsbeleid. Rekening houdend met de budgettaire toestand, moeten de juiste keuzes worden genomen om het te versterken. Dat is de uitdaging waarvoor we staan en waarin de laatste jaren grote stappen vooruit zijn gezet.

We gaan stilaan naar het einde van deze bestuursperiode. Veel projecten zitten op kruissnelheid of werden uitgevoerd, bij een aantal andere is het nodig een tandje bij te steken. In eerste instantie hebben we significante stappen gezet in de uitbouw van een slim netwerk. De uitbouw van het dynamisch verkeersmanagement in al zijn aspecten – dynamische verkeersborden, spitsstroken, trajectcontrole – kunnen we nu al een van de belangrijkste verwezenlijkingen noemen. Vlaanderen had hier een aantal jaren geleden een enorme achterstand in opgelopen en die hebben we nu grotendeels ingehaald. Het komt er nu op aan om al de facetten van het systeem goed in te zetten zodat ook de verkeersstromen optimaal kunnen verlopen.

Op het vlak van een verdere verbetering van de infrastructuur maken we eveneens aanzienlijke vorderingen. U kondigde onlangs aan dat er wederom 170 kilometer autosnelwegen een structureel onderhoud zullen krijgen. De doelstelling om in 2015 een volledig vernieuwd autosnelwegennet te hebben, is in zicht. We zitten op schema om de jarenlange stiefmoederlijke behandeling van het wegennet in te halen. Ook de gewestwegen worden verder aangepakt. Daarnaast is ook het fietsbeleid zeer belangrijk. Dit jaar voorziet u in 100 miljoen euro voor de uitbouw van het functioneel fietsroutenetwerk. Dit steunen we ten volle.

In elk van de havens werden in 2012 beslissende stappen gezet met het opstarten van de sluisdossiers. We werken, zoals de minister het zelf al zei, aan onze voordeuren – de sluizen – maar eveneens aan onze achterdeuren, met name een goede ontsluiting van het hinterland. Dit is minstens even, zo niet nog belangrijker. Het is in het hinterland dat de meerwaarde gecreëerd wordt.

2013 zal een belangrijk jaar worden voor de spoordossiers. Het investeringsplan van de NMBS werd aangekondigd en zal binnenkort ter bespreking liggen in de commissie. Ook Vlaanderen zal hier keuzes moeten maken om via cofinanciering de meest dringende dossiers mee een duw in de rug te geven. Wij hopen dat de regering in haar houding tegenover de NMBS, ook een meer assertieve rol zal en kan spelen, niet enkel wat betreft het mee bepalen van de investeringskeuzes maar ook wat betreft het afstemmen van het spoorvervoer met het streekvervoer van De Lijn. Daar liep het in het verleden vaak mis.

Bij dezen doe ik een oproep aan de collega’s van wie de partijen deel uitmaken van de Federale Regering om de NMBS te wijzen op haar plichten. Het spoor is in heel het mobiliteitsverhaal geen geïsoleerd deel, maar een volwaardig deel van een sterk, slim en snel netwerk.

Veel stappen werden gezet in 2012, maar er zijn ook nog stappen te zetten in 2013. Hierbij zijn naast de netwerken ook de knooppunten zeer belangrijk, letterlijk maar ook figuurlijk, minister. Heel wat knopen moeten nog worden ontward en op een aantal vlakken moeten we zeker een tandje bijsteken. Het is daarnet aangehaald, het eengemaakt vervoersbewijs bij De Lijn heeft vertraging opgelopen. We rekenen er dan ook op dat er in 2013 alsnog een uitrol kan gebeuren. Het ontbreken van degelijke cijfers over het juiste aantal reizigers is een zeer grote handicap in de uitbouw van een vraaggestuurd openbaar vervoer. Desondanks is De Lijn er wel in geslaagd een moeizame besparingsoefening te volbrengen, maar er zijn nu nog knelpunten. Dat horen we dagelijks. Daar moet zeker een oplossing voor worden gezocht.

De doelstelling om de kostendekkingsgraad te doen stijgen met een halve procent jaarlijks is echter nog niet gehaald. Er moet een stijging van 2,5 procent zijn en dit binnen de periode van de beheersovereenkomst. Aan de aanbodzijde is er zoals al werd gezegd, geen of weinig marge meer, dus moeten we nu durven te kijken naar de inkomsten. Wij hopen, minister, dat u dan ook snel met een tarievenplan komt waarin de inkomstenzijde herbekeken wordt, rekening houdend met de andere tijden waarin we nu leven. Bepaalde tarieven, of het ontbreken ervan, zijn in perioden van crisis gewoonweg niet meer houdbaar.

Ik heb nog wel een aantal andere aandachtspunten voor 2013, maar de tijd ontbreekt ervoor. Tot slot kijken we ook uit naar de bevoegdheden die zullen worden overgedragen met betrekking tot mobiliteit. We zijn nogal sceptisch over het tijdspad, het blijvend gebrek aan homogeniteit en de onduidelijkheid hieromtrent, maar we wensen in ieder geval constructief mee te werken aan de stukjes die overkomen naar Vlaanderen.

De voorzitter

De heer de Kort heeft het woord.

Dirk de Kort

Voorzitter, minister, collega’s, één keer per jaar krijgen we bij de bespreking van de begroting en de beleidsbrief de kans om bij een beleidsdomein even achterom te zien, vooruit te zien en dan even proberen te reflecteren. Mobiliteit belangt iedereen aan en behelst dan ook heel wat topics. We hebben het gemerkt tijdens de voorbije gemeenteraadsverkiezingen dat mobiliteit een van de populaire thema’s was. Elke inwoner voelt er zich bij betrokken. Een goede mobiliteit balanceert voortdurend tussen de vraag naar een vlotte verkeersafwikkeling naar woon- en werkzones, winkels en bedrijventerreinen enerzijds en de vraag naar veilige woonbuurten en schoolomgevingen anderzijds. Een goede verkeersorganisatie verzoent een goede ontsluiting met veilig verkeer.

Minister, vooreerst wens ik u te danken voor de uitgebreide informatie die we hebben gekregen. De beleidsbrief met de beleidsprioriteiten 2012-2013 was een omstandig werk van 166 bladzijden. Het is dan ook belangrijk dat er wordt vertrokken van een goede omgevingsanalyse. Het aantal personenkilometers met de auto blijft stijgen, het collectief wegvervoer stagneerde, maar ook het dalende belang van het goederenvervoer per spoor is opvallend. Ook de verdere beperking van de impact van de vervoerssector op het leefmilieu is belangrijk. Zo merken we dat de hybride wagens aan een opmars bezig zijn. De eco-efficiëntie van de transportsector stijgt.

In 2013 moeten we het Mobiliteitsplan Vlaanderen goedkeuren dat het kader voor ons verder mobiliteitsbeleid moet vormen. De laatste tijd klinken woorden als crisis, afbouw en inleveren nog harder dan tevoren.

We staan voor zware uitdagingen om het tempo van de verbeteringen aan te houden. Het is dan ook goed om vast te stellen dat in deze moeilijke tijden de nodige budgetten blijvend worden geïnvesteerd in infrastructuur. Deze begroting toont aan dat er ondanks de besparingen toch nog heel wat investeringen kunnen gebeuren. Basisinfrastructuur blijft een kerntaak van de overheid. De investeringen in een robuust netwerk van wegen, fietspaden en waterwegen moeten behouden blijven. We kennen sinds twee jaar de toestand van onze gewestwegen. We werken de achterstand weg van het structureel onderhoud van de autosnelwegen, tegen 2015, en van de gewestwegen, tegen 2020. Daarnaast dienen we door enkele belangrijke projecten van Vlaanderen in Actie (ViA) de capaciteit uit te breiden door ontbrekende knelpunten en missing links weg te werken. Ook de investeringen in de hinterlandverbindingen van de havens zoals de Deurgancksluis passen in dit plaatje. Deze investeringen moeten Vlaanderen als logistieke topregio verder versterken.

De voorzitter

De heer Vanden Bussche heeft het woord.

Marc Vanden Bussche

Mijnheer de Kort, u spreekt over de missing links, maar het is spijtig dat één missing link nog steeds niet aangepakt wordt, namelijk de verbinding tussen Ieper en Veurne. We hadden gedacht dat wegens de herdenking van Wereldoorlog I alles mooi in de plooi zou vallen tegen 2014. Blijkbaar was het niet mogelijk om beide te laten samenvallen. Ik heb het eens nagekeken, het is al sinds 2003 dat men bezig is met dit dossier en we bevinden ons nog altijd in de studiefase.

Dirk de Kort

In deze prioritaire dossiers dienen we alle krachten te bundelen. Wat ook belangrijk is, is de versnelling van onze procedures bij grote infrastructuurprojecten. Die is hierbij cruciaal, we hebben daar vorige week nog over gedebatteerd in de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken.

Om de bestaande netwerken optimaal te benutten, is het gebruik van moderne technologieën en innovatieve oplossingen heel belangrijk. Het is goed dat de minister ook blijft investeren in verbetering en duurzaamheid. Onze verplaatsingen dienen duurzamer te worden, het aantal verkeersongevallen moet opnieuw dalen, het verkeersmanagement moet slimmer, met betrouwbare informatie, het openbaar vervoer moet performanter.

Vlaanderen heeft nood aan sterke, slimme en snelle verkeers- en vervoersnetwerken, die bovendien ook de verkeersveiligheid ten goede komen. Om het aantal verkeersongevallen te doen dalen, is niet alleen de infrastructuur bepalend, maar is er ook nood aan een aanpassing van ons gedrag in het verkeer. Niet alleen handhaving, maar vooral ook verkeersopvoeding, om veilig verkeersgedrag te bewerkstellingen, zijn hierbij cruciaal.

In de beleidsnota worden heel wat concrete technologieën verder uitgewerkt, zoals het gebruik van slimme verkeerslichten, dynamische signalisatieborden, het gebruik van spitsstroken en dergelijke meer om de doorstroming te verbeteren. De uitbouw van een netwerk van nummerplaatherkenningscamera’s (ANPR), de trajectcontrole en de uittekening van een regionaal vrachtroutenetwerk zijn hiervan voorbeelden.

Ook in crisistijden is mobiliteit een heel belangrijk bevoegdheidsdomein om veder op in te zetten. Het investeringsniveau dient op peil gehouden te worden en ons netwerk moet verder geoptimaliseerd worden.

Minister, onze fractie ondersteunt u dan ook verder in de in de beleidsbrief uitvoerig opgesomde keuzes. We rekenen op u voor de verdere vergroening van De Lijn.

Minister Hilde Crevits

Voorzitter, ik wil het heel even hebben over de verbinding tussen Ieper en Veurne, u moet begrijpen dat het ook mijn achtertuin is.

Mijnheer Vanden Bussche, het ruimtelijke uitvoeringsplan is goedgekeurd en er moet een openbaar onderzoek doorlopen worden. Het is logisch dat we de opmerkingen van de mensen verzamelen en proberen er een antwoord op te bieden. Ik wil u er wel op attent maken dat voor het eerst mensen op het terrein iets zien: er worden huizen gesloopt waar er onteigeningen geweest zijn. Het is echt wel mijn bedoeling om volop te werken aan de renovatie, want die is hoogdringend in alle opzichten, daar zijn we het – denk ik – over eens.

De voorzitter

Met alle respect, maar als iedereen hier vragen begint te stellen over een lokale verbinding, bijvoorbeeld over die tussen Riemst en Maastricht, dan zijn we hier nog een aantal uren bezig. Ik stel dus voor dat dit soort vragen hier niet behandeld wordt.

Het fysisch programma is beschikbaar, u kunt perfect zien, mijnheer Vanden Bussche, of de minister daar kredieten voor heeft ingeschreven.

Marc Vanden Bussche

Ik vind toch dat u heel sectair te werk gaat. Ik stel hier een vraag, ik doe de moeite om hier naar het debat te luisteren. Er zal hier straks niemand meer zitten als er geen vragen mogen worden gesteld. Ik stelde een vraag over een heel belangrijk streekdossier. Ik weet dat u het in Limburg misschien niet kent, maar in West-Vlaanderen is het een topdossier.

De voorzitter

Mijnheer Vanden Bussche, ik ken dat dossier al 25 jaar. Ik zal er niet inhoudelijk op ingaan. Ik ben kabinetschef geweest van de minister van Openbare Werken. Ik ken dat perfect. Als iedereen hier vragen gaat stellen over lokale wegen, dan zitten we hier tot morgenochtend 4 uur.

Mevrouw Van den Eynde heeft het woord.

Marleen Van den Eynde

De heer de Kort houdt een pleidooi voor duurzaam openbaar vervoer. Daar gaan we weer. Minister, wilt u een proefproject uitvoeren of niet? Ik heb de bespreking van de beleidsbrief hier bij me. U beantwoordt nooit mijn vraag. Waarom neemt u geen initiatief voor een duurzaam proefproject voor ‘compressed natural gas’ (CNG)? De regio rond Brasschaat is daar absoluut voorstander van.

De voorzitter

Minister Crevits, wilt u nog reageren? (Neen. Opmerkingen van mevrouw Marleen Van den Eynde)

Regeling van de werkzaamheden
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.