U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2013, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2013 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013.

Het Uitgebreid Bureau stelt voor om de algemene besprekingen van de drie ontwerpen van decreet samen te voegen tot één enkele algemene bespreking. Is het parlement het hiermee eens? (Instemming)

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Smaers, verslaggever, heeft het woord.

Griet Smaers

Voorzitter, ministers, collega’s, het is weer vroeg voor het verslag van de begrotingsbesprekingen. Het is de laatste week van het jaar en naar aloude gewoonte begin ik de begrotingsbesprekingen met de rapportage van de begrotingsbesprekingen in de commissie. Samen met collega Tack – die blijkbaar in de file staat – was ik aangeduid als verslaggever van deze begrotingsbesprekingen. De heer Tack heeft me vorige week gevraagd of ik het werk voor hem zou kunnen doen, en ik heb dat met plezier aanvaard.

In totaal werden vijf zittingen van de Commissie voor Financiën en Begroting gewijd aan de toelichting en bespreking van de begroting 2013 en het advies van het Rekenhof dienaangaande. Zowel over het ontwerp van decreet houdende de middelenbegroting 2013, het ontwerp van decreet houdende de algemene uitgavenbegroting als over het ontwerp van decreet tot begeleiding van de begroting 2013, werd gestemd in de commissie van 4 december 2012. Daarnaast werd ook de meerjarenraming 2013-2018 behandeld. Bij de verslaggeving zal ik de structuur van mijn vorige verslagen behouden: de toelichting door minister Muyters in de commissie, het verslag van het Rekenhof en de bespreking van het verslag van het Rekenhof en tot slot de hoofdlijnen van de algemene bespreking in de commissie Financiën.

Het eerste punt is de toelichting van minister Muyters bij de middelen- en uitgavenbegroting 2013. De Vlaamse Regering ging bij de opmaak van de initiële begroting 2013 uit van de economische parameters en de economische begroting van september 2012 van het Federaal Planbureau. Minister Muyters stelde dat de groeiramingen sterk schommelen. Voor 2012 werd in juni 2011 de groei nog geschat op 2,3 procent, bij de begrotingsopmaak 2012 in september 2011 werd die geschat op 1,6 procent. Bij de begrotingsaanpassing in februari 2012 bedroeg de groeiraming 0,1 procent. In juni 2012 dacht men dat het 0,5 procent zou zijn en in september 2012 was het dan min 0,1 procent. U ziet: groeiramingen vastklikken op de groei voor het vaststellen van de begroting, blijkt niet de meest makkelijke oefening te zijn.

Voor 2013 ziet men hetzelfde. Ook dit jaar was men in mei 2012 van oordeel dat de raming 1,4 procent zou bedragen, in juni 2012 wijzigde die naar 1,3 procent was en in september 2012 ten slotte bedroeg de raming 0,7 procent. Vorige week bevestigde minister-president Peeters in de plenaire vergadering, na een vraag van de heer Van Rompuy, dat ook bij de eerste begrotingscontrole 2013 de begroting opnieuw zal kunnen worden aangepast op basis van nieuwe groeicijfers.

Ter herinnering even deze vuistregel: 0,1 procentpunt minder groei kost ongeveer 20 miljoen euro aan de Vlaamse begroting. Voor het begrotingsjaar 2012 worden de ESR-gecorrigeerde ontvangsten op 26,9 miljard euro begroot. Dat is 573 miljoen euro of 2,1 procent meer dan bij de begrotingscontrole 2012. De bruto-beleidsruimte stijgt met 621 miljoen euro. Naast de toename van de ontvangsten neemt ook de verwachte onderbenuttiging toe met 33 miljoen euro, daalt het overschot met 13 miljoen euro en valt de afrekening van de jobkorting – 3 miljoen euro – weg.

Omdat de spontane bruto beleidsruimte door de zwakke economische groei beperkt is tot 621 miljoen euro ten aanzien van de tweede budgetcontrole 2012, wordt deze bruto beleidsruimte verder aangevuld met bijkomende structurele besparingsmaatregelen ten belope van 164 miljoen euro. Van het teveel aan betalingen aan drinkwatermaatschappijen uit het verleden wordt 80 miljoen euro teruggenomen. Dit is een eenmalige maatregel. Bestaande buffers worden geschrapt ten belope van 50 miljoen euro zodat in totaal 294 miljoen euro extra beleidsruimte wordt gecreëerd.

Het zogenaamde schrappen van de buffers moet worden begrepen als het niet behouden van de conjunctuur- en betaalincidentiebuffers van 2012. Als de conjunctuur zou tegenvallen, dan zullen bij de begrotingsaanpassing 2013 volgens minister Muyters de nodige maatregelen getroffen worden.

De voorziene kapitaalparticipaties, de zogenaamde ESR 8-uitgaven, bedragen 100 miljoen euro. Dat is 20 miljoen euro voor het Interuniversitair Micro-elektronicacentrum (IMEC), 10 miljoen euro voor start-ups van kennisinstellingen en projecten van de Vlaamse universiteiten, 5 miljoen euro voor de Erfgoedkluis en 65 miljoen euro voor Via-Invest. Deze laatste moet het mogelijk maken om voor 750 miljoen euro aan nieuwe projecten toe te vertrouwen aan Via-Invest. Die projecten Via-Invest zijn vandaag nog niet geconcretiseerd. Bij de uiteindelijke beslissing wordt geval per geval door het departement en door de minister gekeken of het voldoet aan de ESR 8-specificaties.

Verder wordt in deze begroting in 1,7 miljard euro terugbetalingen voorzien vanwege KBC. Minister Muyters heeft gezegd dat hij die terugbetaling gedeeltelijk zal gebruiken voor de financiering van de ESR 8-verrichtingen en gedeeltelijk voor het terugbetalen van de schuld. In 2013 zullen er aldus geconsolideerd 1,3 miljard euro schuldaflossingen zijn. Tot zover de toelichting die minister Muyters had gegeven in de commissie.

Ik ga verder met het verslag van het Rekenhof. Het Rekenhof heeft voor de begroting 2013 veel minder vragen en opmerkingen dan bij vorige gelegenheden wat betreft de uitgavenkredieten. Er is dus duidelijk, aldus het Rekenhof, een verbetering in de weergaven van de begroting merkbaar.

Het Rekenhof vindt het positief dat de Vlaamse Regering streeft naar een begrotingsevenwicht in 2013, gegeven de zwakke conjunctuur in 2012-2013. Ook bij de gebruikte parameters bij deze begroting heeft het Rekenhof geen bemerkingen. Deze zijn conform de raming van het Planbureau en matchen perfect met de allerlaatste raming van de Europese Commissie. De ontvangsten zijn voorzichtig geraamd.

Minister Muyters zal daar later aan toevoegen dat de federale inschattingen voor de ontvangsten uit gewestbelastingen ongeveer 73 miljoen euro hoger liggen dan de Vlaamse inschattingen. Het Rekenhof stelt vast dat voor 2013 de conjunctuurprovisie en de provisie voor betaalincidenten geannuleerd worden. Bij het wegvallen van de provisie voor betaalincidenten worden geen bemerkingen gemaakt. Het Rekenhof uitte zijn bezorgdheid wel over de annulering van de conjunctuurprovisie. Provisies mogen enkel geannuleerd worden als de risico’s ook wegvallen. Als er geen provisie wordt ingeschreven voor het risico van verdere groeivertraging, vergt dat continue monitoring en desgevallend bijsturing van de begroting.

De in de begroting 2013 ingeschreven provisie voor de responsabiliseringsbijdrage van de ambtenarenpensioenen is volgens het Rekenhof een goede zaak, in afwachting van een overeenkomst met de Federale Regering. Er is echter geen provisie voor de andere gevolgen van de staatshervorming.

De klassieke extern en intern verzelfstandigde agentschappen (EVA’s en IVA’s) zijn correct geconsolideerd met de begroting van de Vlaamse Gemeenschap. De tweede, kleinere categorie van openbare instellingen betreft instellingen die buiten het kader van het decreet Beter Bestuurlijk Beleid vallen. Daarvan werd slechts een deel geconsolideerd bij de berekening van de raming van het vorderingensaldo voor 2013: van de 67 instellingen hebben er 20 een begroting ingediend, waarvan er slechts 11 geconsolideerd zijn en 9 niet geconsolideerd. Van die 9 kan men het effect op het vorderingensaldo berekenen, omdat de begrotingen toegevoegd zijn bij deze begroting. Berekend volgens de methode van de administratie Financiën en Begroting, zou het gaan over een negatief effect op het vorderingensaldo van 23,3 miljoen euro. Er zijn ook nog heel wat instellingen waarvan het Rekenhof de begrotingscijfers niet kent. Dat zijn voornamelijk hogescholen en universiteiten.

Minister Muyters zal op deze kwestie later antwoorden dat het voor de nieuwe begrotingen die voor de eerste keer in de consolidatieperimeter zijn meegegeven, nodig is om het budgettair effect van de consolidatie eens te kunnen toetsen aan de uitvoeringscijfers in ESR-termen voor een afgerond jaar. Die gegevens zijn er op dit ogenblik nog niet. Minister Muyters stelde dan ook voor daar eerst op te wachten en dan aan te passen.

Het Rekendecreet stelt dat bij de algemene toelichting de regering de jaarlijkse begroting moet plaatsen in een meerjarenperspectief, met een situering ten opzichte van een meerjarenraming. Het Rekenhof stelt vast dat dit in deze algemene toelichting nog niet is gebeurd.

Volgens het Rekenhof zijn er de komende jaren heel wat budgettaire uitdagingen. Om te beginnen is er de doelstelling van een nulschuld tegen 2020. Er moet, aldus het Rekenhof, een duidelijk pad worden uitgetekend om die schuld tot nul te herleiden, of dat nu tegen 2020, 2021 of 2022 is. Het Rekenhof merkt op dat men van die datum ook geen fetisj hoeft te maken, maar er moet een duidelijk pad zijn voor een dalende lijn.

Een andere budgettaire uitdaging wordt gevormd door de problematiek van de beschikbaarheidsvergoedingen in het kader van de alternatieve financiering. De Vlaamse Regering heeft zwaar ingezet op die alternatieve financiering. Het jongste rapport over de publiek-private samenwerking raamt die beschikbaarheidsvergoedingen op kruissnelheid, na 2015, op ongeveer 700 miljoen euro per jaar.

Daarbovenop zijn er de budgettaire gevolgen van de nieuwe staatshervorming.

Het Rekenhof is verbaasd over de vermindering van de dotatie aan het Vlaams Fonds voor de Lastendelging met 10 miljoen euro, terwijl het potentieel van de te betalen schadevergoedingen in alle dossiers die bij de rechtbanken aanhangig zijn, voor 2013 stijgt: van 882 miljoen euro naar 1250 miljoen euro. De minister zal daar later op antwoorden dat de dotatie berust op een inschatting van de verwachte uitbetalingen, wat iets anders is dan de totale voorraad van potentiële schadedossiers.

Wat betreft de kwaliteit van de begrotingsdocumenten zegt het Rekenhof bij zijn onderzoek van de begroting 2013 te zijn geconfronteerd met enkele belangrijke wijzigingen aan de kwaliteit van de begrotingsdocumenten. Minder goed is volgens het Rekenhof dat er geen informatie meer wordt gegeven over de basisallocaties. Het zijn nu de zogenaamde begrotingsartikelen die het laagste indelingsniveau van de uitgavenkredieten vormen. Bij de begroting 2012 gaf men ter informatie nog de verdere opdeling volgens de basisallocaties, maar met de begroting 2013 is die volledig weggevallen. Dat betekent dat het Rekenhof nog uitsluitend is aangewezen op de programmatoelichtingen als het gaat over de samenstelling van de begrotingsartikelen. Die toelichtingen worden echter met vertraging ingediend, en bovendien zijn de toelichtingen niet altijd even nauwgezet als het gaat over informatie over de samenstelling van de begrotingsartikelen. Soms worden de samenstellende elementen van die artikelen onvolledig opgesomd. Soms is er wel een volledige opsomming, maar worden de bedragen niet altijd meegegeven. Dat kan overigens ook leiden tot onduidelijkheid over de reikwijdte van sommige begrotingsdecreetsbepalingen, want ook daar wordt elke verwijzing naar een basisallocatie vermeden.

Het Rekenhof kent de argumentatie van het Departement Financiën en Begroting, dat stelt: “We zijn op weg naar een prestatiebegroting, naar een outputbegroting, waarbij de klemtoon wordt gelegd op de doelstellingen en minder op de middelen.” Het zou de bedoeling moeten zijn om begrotingsartikelen aan doelstellingen te koppelen en de focus te verleggen naar prestaties. Op zich staat het Rekenhof achter de evolutie naar een prestatiebegroting. Het Rekenhof wijst er echter op dat men weliswaar evolueert naar die prestatiebegroting, maar dat die zeker nog niet is bereikt. In die zin is de afbouw nu van de inputinformatie toch enigszins voorbarig.

Ook in een prestatiebegroting blijft voldoende duidelijke informatie over de inzet van de middelen en de instrumenten belangrijk. Aangezien de programmatoelichtingen vrij laat werden ingediend, heeft het Rekenhof geen grondige analyse kunnen maken. De algemene vaststelling luidt dat de koppeling aan de beleids- en beheersdocumenten meestal slechts gedeeltelijk is gerealiseerd. De prestatie-informatie met betrekking tot de meeste beleidsdomeinen is nog beperkt.

De minister gaf daarna in de commissie toe dat er nog een weg af te leggen is, maar dat het belangrijk is te tonen dat het werk wordt uitgevoerd en wordt voortgezet.

Tot zover het verslag van het Rekenhof. Ik ga nu over tot de eigenlijke besprekingen die volgden in de commissie. Ik behandel bij deze verslaggeving thematisch de belangrijkste topics die bij die algemene besprekingen aan bod zijn gekomen.

Eerst en vooral was er een incident in de commissie over de uitspraken van minister-president Peeters over het rapport van het Rekenhof. De oppositie had vooreerst bedenkingen bij de uitspraken van minister-president Peeters na de presentatie van het Rekenhof over de begroting 2013. De heer van Rouveroij citeerde de krantentitel ‘Vlaamse Regering maakt gehakt van rapport Rekenhof over begroting’ in De Morgen van 14 november. Hij veronderstelt dat die krantenkop waarschijnlijk niet letterlijk de woorden van minister-president Peeters weergaf, maar dan toch wel de indruk die de journalist zich op basis van het gesprek vermoedelijk had gevormd.

Het Rekenhof, dat ter zake ook om een reactie werd gevraagd, stelde het als volgt: “Al twintig jaar lang krijgt elk rapport dat het Rekenhof uitbrengt een heel negatieve titel in de kranten. Journalisten zeggen zelf dat ze die titel niet zelf kiezen, maar dat de eindredacteur dat doet om commerciële redenen. Dat geldt voor alle andere rapporten: van het IMF tot de OESO. Een genuanceerde weergave – ook in de kwaliteitspers – is blijkbaar niet mogelijk.”

Minister-president Kris Peeters werd bij de behandeling van de begroting en de beleidsbrief Algemeen Regeringsbeleid in de commissie Financiën aangesproken over het incident. Hij stelde uitdrukkelijk dat het Rekenhof een eerbiedwaardige instelling is waarop voor heel wat zaken een beroep wordt gedaan. Hij wijst erop dat er nog een groot verschil zit tussen het begrotingsverslag van het Rekenhof, en dat wat in de kranten gepubliceerd is.

Een van de kranten heeft contact opgenomen met de minister-president. Hij heeft duidelijk gemaakt dat naast het advies van het Rekenhof ook het advies van de SERV met een aantal voorstellen komt, zoals het aanleggen van financiële buffers en provisies voor de staatshervorming en dergelijke. De minister-president liet weten zich daarin te kunnen vinden, maar dat die aanbevelingen niet aan de orde zijn in de barre economische situatie waar men voor staat. Het is aldus essentieel dat ook de beperkte economische groei niet gefnuikt wordt, maar veeleer aangemoedigd. Hij heeft daarover ook met de SERV van gedachten gewisseld. Tot zover dus dat uitgebreide incident over die uitspraken.

Een tweede thema dat aan bod kwam, was de besparing van 1 procent op de loonkredieten. Is dat structureel of eenmalig? Van bij het begin van de besprekingen werd de vraag gesteld of er wel effectief een 1 procent op de loonkredieten zou worden toegepast en of die operatie dan wel recurrent zou zijn. De juiste invulling van die besparing werd pas in de loop van de besprekingen duidelijk. Op de rekening van Onderwijs zou 82,2 miljoen euro besparingen komen, 4,4 miljoen euro bij De Lijn, 1,7 miljoen euro bij de VRT en 11,7 bij de Vlaamse administratie.

Minister Philippe Muyters benadrukt dat het vakantiegeld wél wordt verlaagd op recurrente basis. Dat wordt gecompenseerd via een gelijke verhoging van de eindejaarspremie. Het gevolg is dat iemand uit het onderwijs op jaarbasis evenveel krijgt. De besparing bestaat erin dat de middelen voor verhoging van vakantiegeld worden verhaald op de in de MJR voorziene middelen voor een nieuwe onderwijs-cao.

Volgens minister Muyters vergist de oppositie zich als men zegt dat de besparing niet recurrent is. Wat het technische aspect betreft, verduidelijkt de minister dat de regelgeving het verlaagde vakantiegeldpercentage en de verhoogde eindejaarspremie voor 2014 zal moeten opnemen. De vakantiegelden in 2014 zijn immers een engagement van 2013, en dus moet, overeenkomstig het Rekendecreet, het vakantiegeld van 2014 in 2013 aangerekend worden. Bij de budgetcontrole zal de provisie worden omgezet naar de aangewezen begrotingsposten.

De heer van Rouveroij noemt de verschuiving van de aanrekening van het vakantiegeld een boekhoudkundige truc. Open Vld aanvaardt geen besparing in Onderwijs en bij de leerkrachten. De heer van Rouveroij herhaalt het voorstel van Open Vld om in plaats van te werken op de wedden en de verloningen binnen Onderwijs, te werken op het aantal ambtenaren, namelijk via een verhoogde uitstroom en dat zonder naakte ontslagen.

Volgens de meerderheid klopt dat rekensommetje echter niet. Er wordt bovendien op gewezen dat Open Vld in het federale parlement een reële loonbevriezing verdedigt als de grote stap voorwaarts in het begrotings- en relancedebat voor het land, en dat hier op het Vlaamse niveau tegen loonbesparingen wordt gepleit. Een dergelijke houding is niet coherent.

De oppositie verwijt de Vlaamse Regering dat er niet in reserves wordt voorzien, noch voor de conjunctuur, noch voor de usurperende bevoegdheden, noch voor de komende staatshervorming. Ook met het advies van de Hoge Raad van Financiën zou geen rekening worden gehouden. Het betreffende advies houdt in dat alle overheden in België tegen 2015 een begroting in evenwicht moeten hebben, maar dat ten belope van 1 procent van het bbp een deel van de saneringsinspanning wordt gelegd bij gemeenschappen en gewesten door in het kader van de nieuwe staatshervorming een bepaald percentage van de middelen hiervoor niet over te hevelen. Buffers zijn er om te kunnen ingrijpen als het misloopt; het is altijd goed iets achter de hand te hebben.

Het zou volgens de heer Van Mechelen verstandig zijn geweest om 0,5 procent in te schrijven, wat een conjunctuurbuffer van 100 miljoen euro zou geven. Minister Muyters besloot dat er inderdaad politieke keuzes zijn gemaakt. De Vlaamse Regering heeft ervoor gekozen om rekening houdende met de economische situatie, geen reserve voor de usurperende bevoegdheden aan te leggen en geen crisisbuffer aan te leggen. Maar er komt uiteraard een budgetcontrole en een monitoring.

Er wordt in de begroting 2013 geen rekening gehouden met de staatshervorming. De staatshervorming zal ten vroegste in 2014 een feit zijn. Het Vlinderakkoord gaat ervan uit dat er bij de start van de volgende staatshervorming geen verarming is van om het even welk gewest of om het even welke gemeenschap.

De meerderheid stelt dat buffers en voorzieningen niet uit de lucht vallen maar worden gecreëerd door meer belastingen of minder uitgaven. Is het daarvoor het goede moment? De heer Sannen verwees naar een uitspraak van toenmalig minister van Begroting Dirk Van Mechelen: “Buffers leg je aan wanneer het conjunctureel goed gaat, buffers wend je aan wanneer het conjunctureel slecht gaat.”

Meer zekerheid heeft een prijs. Waar die meerinkomsten en/of minderuitgaven zich moeten situeren, daar ging de oppositie niet op in. De keuze voor een voorzichtige begroting, weliswaar zonder bijkomende buffers, is een politieke keuze.

De oppositie stelt dat de Vlaamse Regering bij het gerealiseerde begrotingsevenwicht nog altijd de schuld doet oplopen en dit door de participaties en kapitaaldeelnames. De oppositie wees er andermaal op dat het nochtans een van de doelstellingen is van het Pact 2020 om in 2020 tot een nulschuld te komen. Minister Muyters stelde dat op het ogenblik dat de sociale partners het Pact 2020 met de toenmalige Vlaamse Regering afsloten, de filosofie was dat er ieder jaar een groeipercentage van 2 procent of meer zou zijn of dat het minstens gemiddeld 2 procent zou zijn. Intussen, dat weten we, is er een economische crisis en is dat plaatje helemaal gewijzigd. Minister Muyters liet ook verstaan dat participaties waar iets tegenover staat, nog altijd verkocht kunnen worden tegen 2020.

De oppositie stelde dat de omvang van de onderbenutting sterker toeneemt dan de totale betalingskredieten. De minister is ervan overtuigd dat de onderbenutting conservatief werd ingeschat en dat dit ook als een soort buffer kan worden opgevat. De echte onderbenutting in 2011 was 1,63 procent. De Vlaamse Regering neemt een percentage van 1,41 voor 2013. Zonder twijfel werd de onderbenutting conservatief ingeschat.

Minister Muyters stelt dat hij bij de budgetcontrole uiteraard opnieuw de onderbenutting zal inschatten. De Vlaamse Regering heeft ook afgesproken dat, als ze die onderbenutting zou veranderen, ze wel in het oog moet houden dat ze geen buffer heeft. Dat moet een communicerend vat zijn.

Minister Muyters lichtte ook de meerjarenraming toe. Er werd in de commissie een korte bespreking over gehouden. Minister Muyters herinnerde eraan dat volgens het Rekendecreet de meerjarenraming ingediend moet worden binnen de maand na het middelendecreet en het uitgavendecreet, dus eind november. Een meerjarenraming gaat – ook volgens het Rekendecreet – uit van een gelijkblijvend beleid. Minister Muyters stelde duidelijk dat het niet de begroting van de volgende drie of vijf jaar is die wordt voorgelegd. Het gaat om een technisch document van de minister van Begroting, dat weergeeft hoe de zaken zich zouden kunnen ontwikkelen.

Uit de neergelegde meerjarenraming blijkt dat er in 2014 geen vrije beleidsruimte is. Als men nieuwe beleidsruimte wil, gecombineerd met een begroting in evenwicht, zal er voor elke euro nieuwe beleidsruimte moeten worden voorzien in een besparing. Vanaf 2015 is er dan vrijkomende beleidsruimte, die evolueert naar 1,63 miljard euro in 2018. Deze ramingen vormen een onderschatting als de economische groei zou hernemen en een overschatting indien de crisis blijft duren. Wat in de meerjarenraming wordt voorgelegd, gaat uit van een gelijkblijvend beleid.

Op vraag van de oppositie heeft de minister een simulatie gemaakt wat het effect zou zijn als de economische groei in de periode 2014-2018 constant 1 procent zou zijn. Het effect op de middelen in 2018 is 1,3 miljard euro minder. In vergelijking met de vorige simulatie van plus 1,6 miljard euro, is er grosso modo nog altijd voor 350 miljoen euro aan nieuwe beleidsruimte. In de simulatie van 1 procent is er ook in 2015 een negatief resultaat van 150 miljoen euro. Vanaf 2016 zou er in dat scenario opnieuw beleidsruimte zijn.

Volgens de oppositie is de meerjarenraming niet meer dan een louter cijfermatige extrapolatie van 2013. Dat is bijvoorbeeld anders bij gemeenten. De oppositie verwees naar het nieuwe Gemeentedecreet: gemeenten moeten voor het einde van het jaar volgend op het begin van een nieuwe legislatuur, dus voor eind 2013, een meerjarenraming maken voor 2014-2018. Daarin moeten ze alle mogelijke strategische opties die ze nemen, omrekenen in een financieel plan.

De heer Diependaele merkte in de commissie op dat die vergelijking met de gemeenten niet opgaat. Het gaat daar over één legislatuur, binnen één zelfde politieke samenstelling. De huidige Vlaamse Regering kan moeilijk de opties voor de volgende Vlaamse Regering invullen, die mogelijk een andere samenstelling heeft.

Tot slot werd bij de algemene besprekingen door de heer van Rouveroij opgemerkt dat er een ontwerp van decreet voor het Plattelandsfonds klaarligt. De bedoeling is om de plattelandsgemeenten te helpen, maar in de meerjarenraming vindt hij niets terug over de financiering van dat Plattelandsfonds. Ook het voorgenomen groeipad inzake onderzoek en ontwikkeling is niet terug te vinden in de meerjarenraming. De heer van Rouveroij wees er verder op dat de huidige opvatting van de meerjarenraming niet helemaal strookt met de nieuwe Europese begrotingsrichtlijnen. De minister wees erop dat wegens de nieuwe Europese eisen de datum voor de planning van de meerjarenraming opnieuw zal moeten worden bekeken.

Collega’s, tot daar mijn verslag van de eigenlijke begrotingsbesprekingen in de commissie. Over het ontwerp van het programmadecreet of het ontwerpdecreet ter begeleiding van de begroting 2013 werd heel bondig gesproken. Enkel de domeinen Fiscaliteit en Algemeen Regeringsbeleid werden toegelicht door de betreffende ministers. De andere domeinen kwamen aan bod in de vakcommissies.

In verband met Fiscaliteit en Algemeen Regeringsbeleid werd enkel een korte gedachtewisseling gehouden over de verkorting van de aangiftetermijn van de successierechten, van vijf naar vier maand. Er werden enkele opmerkingen gemaakt door de heer Strackx. Hij verwees naar de nieuwe federale reglementering, waarvan de akte van erfopvolging een problematiek uitmaakt. Daarover vindt u meer in het verslag van de besprekingen.

Ik wens u verder heel vruchtbare besprekingen over de begroting vandaag en morgen. (Applaus)

De voorzitter

Collega’s, ik stel vast dat negen van de negen leden van de regering aanwezig zijn. (Applaus)

Een op de vier volksvertegenwoordigers is aanwezig. Ik wil bijna een minuut stilte vragen. (Opmerkingen)

Ik zal het straks nog eens zeggen.

We gaan over tot de visie van de fractievoorzitters. De heer Van den Heuvel heeft het woord. (Opmerkingen)

Gisteren heb ik in het Uitgebreid Bureau uitgebreid verklaard waarom het begin van de legislatuur wordt genomen als uitgangspunt voor de samenstelling. Dat betekent dat eerst de heer Van den Heuvel het woord krijgt, vervolgens de heer Van Hauthem, dan de heer van Rouveroij, gevolgd door de heer Van Malderen, de heer Van Dijck, de heer Vereeck en tot slot mevrouw Meuleman. Voor de beleidsdomeinen heb ik de sprekerscarrousel ingevoerd, waardoor bijvoorbeeld het Vlaams Belang begint bij Mobiliteit en Openbare Werken en Open Vld begint bij Onderwijs en Vorming. Zo werken we de carrousel af.

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Voorzitter, het siert u dat u zich houdt aan de krachtsverhoudingen van de fracties bij het begin van de legislatuur, maar de parlementaire traditie wil dan toch dat de oppositie begint. Als u nu de meerderheid laat beginnen, zal het misschien de volgende keer ook zo zijn. Zo gooit u tientallen jaren parlementaire traditie overboord. U hebt de bevoegdheid om de volgorde van de sprekers te bepalen, dat is juist. Het eigenaardige is: Open Vld vroeg om als eerste te mogen beginnen en het resultaat is dat CD&V nu als eerste begint. Die logica begrijp ik niet.

De voorzitter

Tradities zijn er om van af te wijken, en ik ben daar een specialist in. Ik heb gisterenavond nog de heer van Rouveroij aan de lijn gehad – hij belde mij voor iets anders – en hij zei dat hij daar geen enkel probleem mee had. Als compensatie – en dat is wel goed – begint bij de beleidsdomeinen niet altijd de grootste partij het eerst.

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, ik heb gezegd dat ik uw beslissing respecteer. Dat ik er geen probleem mee heb, dat is iets anders. Er is een groot verschil tussen beide. Ik respecteer uw beslissing, omdat die beslissing u toekomt.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, leden van de regering, collega’s, in economisch moeilijke tijden moet er aan vertrouwen gewerkt worden. Dames en heren, ik put vandaag vertrouwen uit het Oude Testament. Als er immers enige waarheid in de parabel van de zeven magere en zeven vette jaren schuilt, dan mogen we binnen afzienbare tijd hopen op een conjunctuurverbetering.

De regering heeft er, naar mijn aanvoelen terecht, voor gekozen niet te hopen op goddelijke genade. Ze baseerde zich voor de opmaak van deze begroting daarentegen op een – toegegeven – minder begeesterende bron, namelijk de cijfers van het Federaal Planbureau. En wanneer we deze cijfers onder de loep nemen, collega’s, staat Vlaanderen inderdaad weer voor een mager jaar. Waar bij de regeringsvorming de verwachting voor 2013-2014 nog op een jaarlijkse groei van meer dan 2 procent lag, namelijk 2,2 procent, voorspelde het Federaal Planbureau bij de begrotingsopmaak in september nog slechts een groei van 0,7 procent.

De vooruitzichten zijn van september 2012, en intussen zijn er, zoals dat tijdens het proces van begrotingsopmaak steeds het geval is, alweer nieuwe cijfers beschikbaar. En dit geldt voor alle landen en alle regio’s. Dat gezegd zijnde, weet ik dat dit voor de oppositie altijd een teer punt is, en ik zal u dan ook een plezier doen om hier enkele minuten spreektijd aan te wijden.

Op 10 december kwam de Nationale Bank met haar nieuwe zesmaandelijkse prognoses. In 2012 zou de negatieve groei nog iets omvangrijker zijn, namelijk min 0,2 procent, en in 2013 zou er geen groei meer zijn. Minder bekend is evenwel dat KBC op 8 december, twee dagen voordien, haar nieuwe economische vooruitzichten voor België publiceerde: voor 2012 min 0,2 procent, maar voor 2013 plus 0,6 procent, wat niet zoveel verschilt van de prognoses van het Planbureau. Beide prognoses zijn gemaakt eind november. Beide turen naar dezelfde cijfers. Beide instellingen zijn bekwaam als conjunctuurinstituten en conjunctuurvoorspellers, en toch komen ze met relatief uiteenlopende voorspellingen. Dat 2013 geen jaar met fraaie groeicijfers zal worden staat vast, maar of die groei uiteindelijk 0 procent is, volgens de Nationale Bank, of 0,7 procent, volgens de Europese Commissie, of de 0,6 procent van de KBC, of de 0,3 procent van het IMF: dat is en blijft koffiedik kijken.

Het is in die context dat de Vlaamse Regering haar budgettaire oefening maakte, en er zich van bewust is dat permanente monitoring van de economische evolutie een absolute must is en blijft. Reeds bij de eerste begrotingscontrole zal, indien nodig, worden bijgestuurd om het pad van het begrotingsevenwicht veilig te stellen. Trouwens, ook in Nederland gebeurt dit. Ook in Nederland heeft men de meest recente negatievere groeivoorspellingen niet aangegrepen om de begroting al snel, snel te gaan bijsturen. De regering van de heer Rutte, een toch notoir liberaal, liet onmiddellijk weten: “De zorgelijke cijfers vormen nog geen reden vormen voor aanvullende bezuinigingen De ongunstige vooruitzichten zijn ‘zorgelijk’, maar vormen geen reden om af te wijken van de afgesproken begrotingssystematiek.” Het lijkt wijs dat ook in Vlaanderen niet onmiddellijk voor paniekvoetbal wordt gekozen.

Ondanks de belabberde conjunctuur stelt de Vlaamse Regering dit jaar weer een begroting in evenwicht voor. Gezien de slechtere economische context is dat in feite een verstrakking van de begrotingspolitiek.

De budgettaire teugels nu nog strakker aanhalen, zou onverstandig zijn. Volgens sommigen, zoals het IMF en de OESO, dus niet de minsten, verergert het procyclische begrotingssaneringsbeleid in Europa immers de bestaande recessie. Onze Vlaamse oppositie denkt daar echter anders over. Al enkele jaren klinkt het liedje dat de regering geen visie heeft, dat er geen of te weinig reserves zijn, dat te kleine buffers en provisies worden aangelegd, dat er te veel eenmalige maatregelen zijn. Nochtans zwakken die net dat procyclische karakter van begrotingssanering wat af. Nog een andere opmerking is dat de toekomst, met de komst van de fantoombevoegdheden en de zesde staatshervorming, onvoldoende wordt voorbereid. Alleen over extra buffers om een eventuele vastgoedcrisis op te vangen, spreekt de oppositie net niet, maar dat is waarschijnlijk een kleine vergetelheid. Het motto van onze oppositie lijkt wel te zijn: ‘No pain, no glory.’ Aan de oppositie zou ik dan ook beleefd het volgende willen vragen: “Zet die ploat af!” Erken de verdienste van een begroting in evenwicht, en dat drie jaar op rij. Werk mee aan het herstel van het vertrouwen van de Vlaamse consument, aan het vertrouwen van de Vlaamse spaarder, van de Vlaamse investeerder.

Meer reserveren, meer kijken naar de toekomst, dat hadden onze vriend Verhofstadt en paars-groen beter gedaan in de periode 1999-2007, toen de economische omstandigheden heel wat beter waren. Toen had men inderdaad reserves moeten aanleggen. (Applaus van de heer Eric Van Rompuy)

Vandaag kan de Vlaamse Regering dus opnieuw uitpakken met een begroting in evenwicht, en dat dus inderdaad voor het derde jaar op rij. Meer nog, geachte leden, het behouden van een begrotingsevenwicht in deze slechte economische tijden van negatieve groei komt neer op het uitbouwen van een structureel overschot. En dan nog roepen onze vrienden van de oppositie dat er geen structurele maatregelen zijn genomen. Ik zal ze niet opsommen, want we kennen ze allemaal. Er zijn de recurrente besparingen ten bedrage van 100 miljoen euro op de loonkredieten van de Vlaamse administratie. Er is het bedrag van 64 miljoen euro, recurrent, door de niet-indexering van niet-loongebonden kredieten.

Deze begroting is dus in evenwicht. In deze economische omstandigheden is dat een prestatie, en geen kleine. Namens onze fractie feliciteer ik dus de minister-president, minister Muyters en de hele Vlaamse Regering. We moeten ons echter afvragen of dit voldoende is om onze ambitie van een sterk Vlaanderen te stillen, of dit voldoende is voor de ambitie van deze sterke Vlaamse Regering en van ons allen. Een begroting in evenwicht is noodzakelijk, maar het is niet voldoende om de toekomst van Vlaanderen voor te bereiden. Laten we dus verder bekijken hoe we samen verder zullen werken aan de toekomst van een sterke Vlaamse economie. Hierbij geldt dat we de crisis moeten bestrijden, moeten dempen, maar vooral ook onze economie moeten voorbereiden en structureel gezond maken, zodat ze bij de eerste heropleving sterk uit de hoek kan komen.

Geachte leden, bij de doelstelling van het bestrijden van een crisis is vertrouwen van cruciaal belang. Het is een gebrek aan vertrouwen dat ervoor zorgt dat een economische crisis dieper en langer wordt: onderhoud wordt uitgesteld, voorraden worden beperkt tot een minimum, grotere investeringsbeslissingen worden op de lange baan geschoven, consumenten halen de portemonnee minder snel boven. Op die manier kan een milde economische dip snel uitgroeien tot een ernstige economische crisis. Ik ga hier geen ellenlange opsomming geven van alle maatregelen die de Vlaamse Regering neemt om de crisis te bestrijden. Ik wil wel twee punten aanhalen die cruciaal zijn om het vertrouwen van de Vlaamse bedrijven en de Vlaamse consument te herstellen.

Ten eerste is er het bankenplan, waarmee de Vlaamse overheid ervoor wil zorgen dat de Vlaamse bedrijven toegang hebben tot kapitaal. Een maatregel die de CD&V-fractie in het bijzonder toejuicht, is het faciliteren van langetermijnleningen voor kmo’s, zodat die kunnen blijven investeren en kunnen blijven inzetten op groei.

Minister-president, ik wil u aanmoedigen om aan dit bankenplan zo snel als mogelijk uitvoering te geven. U zult in onze fractie hiervoor alvast een bondgenoot vinden.

Ten tweede wil ik het hebben over activering en begeleiding. In economisch moeilijke tijden loopt de werkloosheid onvermijdelijk op. De groep van jongeren wordt daarbij harder getroffen dan andere. Ook dat is een economische wetmatigheid. Wat echter geen wetmatigheid moet zijn, en wat geen wetmatigheid mag zijn, is dat de stijgende werkloosheid ook leidt tot het verlies van het vertrouwen van werkzoekenden, tot een hogere structurele werkloosheid, en tot een permanent verlies aan menselijk kapitaal.

Toch ook hier een positieve of nuancerende noot. Immers, volgens het Joint Employment Report dat de Europese Commissie enkele weken geleden publiceerde, is België een van de drie Europese lidstaten, samen met Duitsland en Luxemburg, waar de langetermijnwerkloosheid nu lager ligt dan bij het begin van de crisis. Wie, wat de werkloosheid betreft, de benchmark maakt, ziet dat we nu nog steeds in de kop van het peloton zitten.

De VDAB heeft hierbij een opdracht. De VDAB moet er dan ook in slagen om werkzoekenden van dichtbij op te volgen, en hen zo spoedig mogelijk toe te leiden naar een job, of een opleiding wanneer nodig. En ook oudere werkzoekenden mogen we niet opgeven. Daarom is het ook goed dat minister Muyters, in samenspraak met de sociale partners, de 50+-premie heeft hervormd, en sterker inzet op tewerkstelling van 55-plussers.

Minister Muyters, we mogen geen enkele werkzoekende in de steek laten in deze tijden van stijgende werkloosheid. Wij weten dat u hierop wil inzetten, en zullen u graag bij steunen in de versterking van de activering.

Collega’s, leden van de regering, bedrijven vertrouwen geven, werkzoekenden vertrouwen geven: op deze manier moeten we concreet aan crisisbeleid blijven doen. Maar dit is niet voldoende. We moeten ambitieus zijn, en nu structurele hervormingen doorvoeren, zodat we bij het aantrekken van de economie hiervan maximaal kunnen profiteren. En ook hier wil de CD&V-fractie haar prioriteiten graag naar voor schuiven.

Daarbij denk ik eerst en vooral aan een vereenvoudiging en versnelling van de procedures. Als we burgers én ondernemers meer vertrouwen willen geven, is het ook essentieel dat we kunnen aantonen dat grote infrastructuurwerken nog mogelijk zijn in Vlaanderen. De Vlaamse Regering zette hiertoe al stappen met de turbomanagers of met de quick wins, waarvan er een tiental al snel werden uitgevoerd.

Het is nu echter tijd dat nu ook een aantal andere zaken in de plooi vallen. Wat het kaderdecreet betreft, verwachten wij voor de zomer van 2013 een indiening ervan in het parlement. Ook met betrekking tot de omgevingsvergunning moet er in 2013 absoluut vooruitgang worden geboekt en resultaat komen. De commissie-Sauwens legde hierover eerder de nodige conclusies neer, en zal, zoals CD&V tijdens het actualiteitsdebat twee weken geleden vroeg, binnenkort nagaan of het nodige werk intussen gebeurd is.

Collega’s, leden van de regering, laten we samen het versnellingsdossier een versnelling of twee hoger schakelen.

Een tweede punt waarover ik het nu wil hebben, is de aansluiting van het onderwijs met de arbeidsmarkt. De komende maanden gaat er hard gewerkt worden rond de hervorming van het secundair onderwijs, met de doelstelling van een excellent en inclusief onderwijs voor ogen. Erg belangrijk hierbij is de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Al te vaak hebben we al moeten vaststellen dat er in heel wat concrete dossiers een kloof gaapt tussen de beleidsdomeinen Werk en Onderwijs. Ik denk dat zowel wie bezig is met onderwijs, als wie rond werk werkt, dit trouwens doet vanuit een oprecht betrokkenheid en goede wil, maar het blijft onaanvaardbaar dat er zo’n grote verschillen blijven tussen de vraag op de arbeidsmarkt en de uitstroom uit het onderwijs.

Een dossier dat mij persoonlijk na aan het hart ligt, is dat van het STEM-platform (Science, Technology, Engineering, and Mathematics), en het actieplan om in Vlaanderen tot een stijging te komen van het aantal afgestudeerden in exact wetenschappelijke en technische richtingen. Het STEM-platform is intussen samengesteld. Ik hoop dat men nu ook spoedig werk maakt van de uitwerking van het STEM-actieplan, en ik denk dat een hoorzitting met de voorzitster binnen afzienbare tijd, op zijn plaats is.

Minister Smet, de bal ligt hierbij vooral in uw kamp. Wij supporteren mee, maar vanop het veld, niet van aan de zijlijn.

Een derde structureel punt zijn de investeringen in innovatie. Ook in budgettair moeilijke tijden blijven wij investeren in innovatie. Voor onze partij is dat een prioriteit. We zijn dan ook blij dat er in 62,5 miljoen euro aan bijkomende middelen werd voorzien. Het gaat om 30 miljoen euro in kapitaal en 32,5 miljoen euro voor onderzoek en ontwikkeling voor hogescholen, het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie (IWT) en allerlei initiatieven. Op die manier geven wij ook aan onze wetenschappers, onze kennisinstellingen en aan de bedrijven die met hen samenwerken een teken van vertrouwen in hen en in een innovatieve Vlaamse economie.

Minister Lieten, wij kijken naar u, niet alleen om voor bijkomende middelen te blijven pleiten, want dat zult u wellicht met alle plezier zelf doen, maar ook om wanneer er extra middelen zijn, op zoek te gaan naar efficiëntiewinsten, om structuren te durven afschaffen wanneer nodig, om de output van overheidsondersteuning met betrekking tot innovatie te durven meten en vooral om in te zetten om de innovatieve economische meerwaarde en vermarkting te stimuleren. Wij zullen u daar voluit in steunen.

Een vierde punt is de transformatie van onze economie. Niemand hoeft ervan overtuigd te worden dat onze economie inclusief onze industrie voor belangrijke veranderingen staat. De Vlaamse Regering heeft ervoor gekozen om deze transformatie te ondersteunen maar ze niet volledig zelf te proberen sturen. Ik twijfel er niet aan dat de collega’s van Open Vld en LDD mij zullen bijtreden wanneer ik zeg dat de overheid slecht geplaatst is om zelf te bepalen in welke richting een economie zal evolueren. De hoogdagen van de planeconomie liggen immers achter ons. Vandaar ook dat de Vlaamse Regering ervoor gekozen heeft om de Vlaamse industrie in de cockpit te zetten, om vertrouwen te hebben in de kennis en kunde van de Vlaamse ondernemers door de Industrieraad, via het TINA-Fonds, waarvoor de industrie zelf projecten aanlevert, en nu ook via de projectoproepen in het kader van de Factory of the Future.

Misschien willen we allemaal wel dat het wat sneller gaat. We zijn ongeduldig, maar minister-president, laat u niet afbrengen van uw langetermijnvisie, want dat is een paradox waarmee alle politici moeten leven. Wij moeten nadenken over en werken aan een langetermijnvisie, maar we worden wel afgerekend op de korte termijn. We moeten echter blijven investeren in die langetermijnvisie, want dat is de definitie van goed beleid.

Een vijfde punt is de investering in infrastructuur Wij vinden het belangrijk dat deze regering een investeringsregering is. Minister Crevits zal het komende jaar verder de achterstand in het onderhoud van onze snelwegen wegwerken. Er komen negentien grote werven in 2013, waarbij bijna 200 kilometer autosnelweg onder handen wordt genomen. Dankzij deze regering zal de achterstand in onderhoud tegen 2015 weggewerkt zijn. Onze snelwegen zullen er in 2014 veel beter bij liggen dan in 2009

Ook zal er opnieuw 100 miljoen euro worden vrijgemaakt om de zwarte punten weg te werken. Op die manier werkt minister Crevits ook aan een veiliger Vlaanderen. Dat zijn mooie ambities. Onze fractie zal meewerken aan deze vele werken.

Zesde punt is het actiepunt welzijn. Net als iedereen gebruik ik veel cijfermateriaal om deze economische crisis te duiden. Beleidswerk is echter veel meer dan facts and figures. Cijfermateriaal mag niet verhelen waarover het echt gaat, namelijk onze Vlaamse mensen. De mate waarin de Vlaamse gezinnen, zorgbehoevenden, jongeren, senioren en alleenstaanden erin slagen de crisis op een aanvaardbare manier te doorstaan, is de maatstaf van goed beleid. Vandaar dat ik ten slotte ook heel tevreden ben dat de Vlaamse Regering bijkomende middelen heeft vrijgemaakt voor het beleidsdomein Welzijn in 2013. In moeilijke budgettaire omstandigheden slaagt CD&V er met minister Vandeurzen toch in om te voorzien in een substantiële uitbreiding van de ondersteuning voor personen met een handicap, de kinderopvang, de thuiszorg, de animatiewerking in woonzorgcentra en het preventief gezondheidsbeleid. We moeten immers allen samen werken aan Vlaamse welvaart, langer werken en durven ondernemen, maar we moeten ook weten dat er een vangnet voor ons klaarstaat wanneer we een dagje ouder worden, wanneer onze eigen ouders hulpbehoevend worden of wanneer er een gehandicapt kind in de familie komt.

Beste vrienden, beste collega’s, dames en heren, ik kom tot het einde van mijn betoog. Ik heb u verteld dat we fier zijn dat de Vlaamse Regering voor de derde maal een begroting in evenwicht presenteert, dat de gevolgen van de crisis actief worden aangepakt, en dat de regering maatregelen neemt om onze economie structureel gezonder te maken. Beste leden van de regering, wij zullen schouder aan schouder staan om die hervormingen waar te maken. De mate waarin de maatregelen die wij dit jaar nemen, onze regio crisisbestendiger en economisch gezonder zullen maken dan ooit, dat is de norm waaraan wij ons beleid zullen moeten beoordelen.

Bij het begin van een nieuw jaar is het echter ook goed om vooruit te kijken naar het werk dat op de plank ligt. En dat is niet min. Uit de meerjarenbegroting die voorligt, weten we dat er ons ook de komende jaren moeilijke begrotingsoefeningen wachten. Daarom is het de verantwoordelijkheid van politiek en administratie om alweer te gaan kijken waar verstandig kan worden bespaard, zodat er ruimte blijft om in te spelen op nieuwe noden.

Ten tweede kijken wij met blijde verwachting uit naar de uitvoering van de zesde staatshervorming. Maar laten we daarin ook duidelijk zijn: de nieuwe bevoegdheden zullen ons niet alleen heel wat nieuwe mogelijkheden bieden, ze zullen de Vlaamse overheid ook voor keuzes en uitdagingen plaatsen. Ik ben ervan overtuigd dat wij op het Vlaamse niveau met succes een antwoord op die uitdagingen zullen vinden en dat wij samen een nog sterker Vlaams beleidsniveau zullen uitbouwen in en na 2014.

Dames en heren, er staat nog heel wat werk op stapel. Alleen vol vertrouwen kunnen we op die uitdagingen een antwoord bieden. Geen naïef vertrouwen, maar een gezonde zelfverzekerdheid en geloof in de toekomst. Laten we het populisme achter ons laten. Weg met de vrijblijvende oneliners en gemakkelijke slogans. We met de creatie van de angst. Laten we zelfverzekerd en met gezond vertrouwen aan de toekomst bouwen.

Ik sluit af met de woorden van Franklin Roosevelt: “De enige limiet aan de realisatie van de toekomst is ons twijfelen van vandaag.” Weg met de twijfel! Laat ons sterk bouwen aan die sterke Vlaamse toekomst. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mijnheer Van Hauthem, ik geef u nu heel graag het woord. (Gelach)

Joris Van Hauthem

Voorzitter, minister-president, dames en heren ministers, collega’s, nadat de fractievoorzitter de plaat heeft afgezet, moet iemand ze toch opnieuw opzetten. Ik weet wel dat het niet de bedoeling kan zijn om vandaag het debat over de Septemberverklaring helemaal over te doen, maar we kunnen niet anders dan erop voort te borduren.

U zult zich herinneren, minister-president, dat wij de voorstelling van uw begroting toen ‘virtueel’ genoemd hebben, onder meer omdat u de kosten van de staatshervorming en de usurperende bevoegdheden – om misschien begrijpelijke politiek-strategische redenen – niet wilde opnemen in uw budget. Ik moet vandaag herhalen wat ik hier eind september gezegd heb: “Achter de hoerakreten over het begrotingsevenwicht schuilt een andere realiteit: de echte realiteit. De realiteit die zegt dat dit geen begroting in evenwicht is. De realiteit dat dit zogenaamde evenwicht de toets van de komende maanden niet zal doorstaan. De realiteit die zegt dat dit in feite een virtuele begroting is.”

Daar komt nu nog een vorm van virtualiteit bij, minister-president, via de mededeling van de Nationale Bank dat in 2013 toch geen groei van 0,7 procent verwacht wordt, zoals het Planbureau in september had voorspeld, maar wel een nulgroei. Als dat zo is, heeft dat sowieso bijkomende consequenties. Vorige week hebt u ons in antwoord op de niet-politieke, zeer informatieve vraag van de heer Van Rompuy voorgerekend dat, indien de bijgestelde groeiprognoses van de Nationale Bank realiteit zouden worden, dat een impact zou hebben van in totaal 355 miljoen euro.

Maar toch is er van een eventuele vervroegde begrotingsaanpassing geen sprake. Daarmee schaart u zich achter het standpunt van uw minister van Begroting die stelde: “Als we telkens wanneer een instantie iets zegt, aanpassingen moeten doorvoeren, dan zijn we op de duur met niets anders meer bezig.”

Minister-president, collega’s, ik weet het wel, u moet uw begroting, die uiteindelijk een raming is, toch op iets baseren en op een welbepaald moment. Dat iets, dat zijn de prognoses van het Planbureau en het moment is ongeveer midden september, wanneer het Planbureau met zijn cijfers op de proppen komt. Vorig jaar zaten we eigenlijk in hetzelfde schuitje. Ook toen werden de prognoses bijgesteld door de Nationale Bank, van 1,6 procent groei naar 0,5 procent. Dat was toen goed voor iets meer dan 400 miljoen euro. We beseffen ook wel dat men de begroting niet elke week kan bijstellen. Misschien wordt het echter de tijd om een begroting op te stellen op basis van een parameter die, gelet op de ervaring die we hebben, minstens een half procent lager ligt dan het cijfer dat het Planbureau half september naar voren schuift. We kunnen ons immers niet elke keer verstoppen achter de mantra dat we wel zullen zien wat het wordt.

Collega’s, de realiteit is dat ondertussen nog duidelijker is geworden dat het in deze regeerperiode bijna onmogelijk is geworden om ruimte te vinden voor nieuw beleid. Ondertussen zegt de regering nog steeds dat ze in het duister tast over de budgettaire impact van de zesde staatshervorming. We weten echter dat u in de zogenaamde COMORI, het uitvoeringscomité voor de staatshervorming, vorige week heeft beslist dat de bevoegdheidsoverdrachten en de nieuwe financieringswet aan elkaar zullen worden gekoppeld. Ik ga ervan uit dat aldus ook de mogelijke extra inspanningen van de gewesten en de gemeenschappen, in het kader van het budgettair stabiliteitsprogramma 2012-2015, zullen worden meegenomen in dit debat. Van dat stabilisatieprogramma is geweten dat de Vlaamse Regering het niet heeft ondertekend. Het is eenzijdig door de Federale Regering opgestuurd naar Europa. De Vlaamse Regering herhaalt voortdurend dat de Vlaamse begroting sinds 2011 in evenwicht is. Minister-president, de stelling dat Vlaanderen in dat kader geen extra inspanningen meer zal doen is misschien lovenswaardig, maar dan alleen wanneer men het ook hard kan maken in de onderhandelingen over de financieringswet en de financiële impact van de staatshervorming, waarin het ongetwijfeld zal aan bod komen. De minister-president mag in januari op de koffie bij de bevoegde staatssecretaris, en dan zal hij, hopelijk heel beleefd, worden ingelicht over de stand van zaken. Misschien worden dan zelfs de federale fiches overhandigd, wie weet. De COMORI heeft immers vastgesteld dat er al heel wat werk is verricht inzake de voorbereiding van de bevoegdheidsoverdrachten en de bijzondere financieringswet. Daarmee moeten we het dus doen.

Minister-president, ik denk dat het voor ons heel duidelijk is. Inzake de impact van de zesde staatshervorming en van de usurperende bevoegdheden bent u bezig met een gigantische doorschuifoperatie naar de volgende Vlaamse Regering en de volgende minister-president, wie dat ook zal zijn. De heer Van Den Heuvel zegt dat we op lange termijn moeten kijken, en iets verder dan de huidige legislatuur. Die doorschuifoperatie wordt echter door het Rekenhof bevestigd. Ik citeer uit het advies van het Rekenhof: “Tijdens de volgende legislatuur zal men rekening houdend met de terugbetalingen door KBC, nog minstens twee miljard euro aan begrotingsoverschotten in ESR-termen moeten realiseren, om de doelstelling van de nulschuld in 2020 te halen. Toch gaat de Vlaamse Regering verder met de financiering van participaties door middel van leningen of zal ze daarvoor de KBC-middelen aanwenden. Daartegenover zal de volgende legislatuur worden geconfronteerd met beperkingen van de beleidsruimte die voortvloeien uit de cumulatie van betaalverplichtingen in het kader van diverse alternatief gefinancierde investeringsprojecten. Bovendien” – en daar komt het – “moet de komende jaren rekening worden gehouden met de budgettaire impact van de staatshervorming.”

Minister-president, ik heb het in september gezegd en ik herhaal het: het lijkt ons dat de Vlaamse Regering niet echt rouwig is dat ze zogenaamd niets weet over de budgettaire impact van de staatshervorming en van de usurperende bevoegdheden. Het komt u goed uit, want daarmee kunt u, zij het misschien virtueel, een begroting in evenwicht presenteren. Misschien, minister-president – ik kan niet in uw hart kijken –, hebt u zich beklaagd dat u ooit bent begonnen over de usurperende bevoegdheden en denkt u bij uzelf: laat ze maar zitten waar ze zitten, dan moet ik ze niet inschrijven in mijn begroting.

Als ik zeg dat het deze regering blijkbaar goed uitkomt dat ze nog niets weet over de budgettaire impact, wordt dit bevestigd door een bijna surrealistisch betoog van de minister van Begroting tijdens de bespreking van de begroting op 20 november in de commissie. Ik citeer uit het verslag: “De minister weet niet of de staatshervorming er in 2014 zal komen. Ten behoeve van de heer Watteeuw verwijst hij naar de meerjarenraming. Daaruit blijkt dat bij een gelijk blijvend beleid, zonder staatshervorming, de volgende Vlaamse Regering vanaf 2015 nieuwe beleidsruimte heeft (gebaseerd op de nogal optimistische economische groeicijfers van het Planbureau voor de periode 2014-2018) en dit ondanks de beschikbaarheidsvergoedingen, de afbouw van de rente van de KBC en alle engagementen die deze regering op zich heeft genomen.”

De verslaggever heeft het ook aangehaald: in de commissie stelde de minister – een N-VA-minister – zowaar zijn hoop op de uitgangspunten van het Vlinderakkoord, namelijk dat er bij de uitvoering van de staatshervorming geen verarming mag komen van om het even welk gewest of om het even welke gemeenschap. Excuseer, maar hoe naïef, of beter gezegd, doortrapt kan men zijn?

Minister Muyters, uw partij heeft altijd gezegd dat het onzin is dat het bij de herziening van de financieringswet en bij de overdracht van de bevoegdheden niet kan dat geen enkele entiteit daardoor verarmt. Toch gaat u daarvan uit en hoopt u stiekem dat er geen staatshervorming in 2014 komt. Dus d e relativiteit van de meerjarenraming die u gebruikt om zich op de borst te kloppen, wordt hoe dan ook bevestigd door de commissievoorzitter, de heer Eric Van Rompuy, die de meerjarenraming van Minister Muyters afdeed als een zeer hypothetisch technisch document en geen beleidsdocument. De vraag is of hopen via de hypotheses van het Planbureau hier niet synoniem is voor de kop in het zand steken.

Bij een groei van 1 procent zal de beleidsruimte in de volgende legislatuur in ieder geval minimalistisch tot zelfs onbestaande zijn. Het Rekenhof heeft in ieder geval duidelijk gesteld dat het gebrek aan meerjarenperspectief de indruk geeft dat de jaarbegroting niet uitgaat van een meerjarenraming zoals het Rekendecreet dat wil, maar een louter cijfermatige extrapolatie is. Met andere woorden, de meerjarenraming wordt gewoon aangepast aan de keuzes van de jaarbegroting en zorgt nergens voor een bijkomend inzicht in de politieke keuzes die kunnen veranderen doorheen de tijd.

Minister Muyters, als u op 27 november in de commissie bij de bespreking van de meerjarenraming 2013-2018 stelt dat er in 2018 meer dan 1,6 miljard euro vrijkomende beleidsruimte zal zijn, maar dat dit een overschatting is als de economische crisis aanhoudt en er een zesde staatshervorming komt, waarbij de cijfers dan moeten worden herzien, hebt u misschien uw huiswerk goed gemaakt, maar is de begroting virtueler dan ooit.

Minister Muyters, uw tonaliteit is in ieder geval toch een andere tonaliteit dan toen de minister-president tijdens het debat over de Septemberverklaring letterlijk tegen de heer van Rouveroij zei : “Ik begrijp niet goed dat u zegt dat we nu al een bedrag van 2,4 miljard euro moeten reserveren. We moeten nog overleggen. Wat mij betreft, zal het een hard overleg zijn. De heer Van Hauthem heeft op dat punt gelijk, we zullen ons hard verdedigen omdat wij een begroting in evenwicht hebben en de andere entiteiten spijtig genoeg niet. Niemand kan het resultaat van dat overleg voorspellen.”

Collega’s, van twee dingen één. Als niemand het resultaat van het overleg kan voorspellen, lijkt het mij nogal kort door de bocht om voortdurend te herhalen dat het allemaal zo’n vaart niet zal lopen en dat het globale cijfer van 2,4 miljard euro niet meer was dan het resultaat van de oefening en aanbeveling van de Hoge Raad van Financiën. Onze collega Van Rompuy blijft maar het achteloos herhalen wat de bevoegdheidsoverdrachten betreft en de middelen die al dan niet meegaan: gaat het over 70, 80, 85 of 90 procent van die 17 miljard euro aan bevoegdheidsoverdrachten?

Mijn conclusie is dus dat de minister van Begroting zegt dat hij zelfs niet weet of er een staatshervorming komt en dat het de regering zeer goed uitkomt dat ze op dit ogenblik zogenaamd van niets weet en dat er over die usurperende bevoegdheden liefst niet te veel meer wordt gepraat. Dat is wat wij u verwijten, namelijk dat u een doorschuifoperatie naar de volgende legislatuur aan het voorbereiden bent.

Minister-president, een andere doorschuifoperatie is de besparing op het overheidsapparaat. Laten we toegeven dat dit een boekhoudkundige truc is van de eerste orde. Men bespaart zogenaamd 100 miljoen euro maar men bespaart geen 100 miljoen euro want men schuift gewoon een stuk voor zich uit. Indien de Federale Regering zo’n truc zou toepassen, zou een bepaalde fractie op haar achterste poten staan.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Technisch is dit niet juist. Het gaat over de besparing bij onderwijs. Er is de verlaging van het vakantiegeld. Een tweede verlaging is de verlaging van de cao-bijdrage en er is een verhoging van de eindejaarspremie. Als ik het goed voorheb, gaat het over min 82 miljoen euro voor het vakantiegeld, min 82 miljoen euro in de cao-ruimte die er is, en plus hetzelfde bedrag voor de eindejaarspremie. Dat betekent dat er een reële besparing is die ook structureel is opgenomen in het akkoord met de vakbonden. De teksten zijn duidelijk. Dit is geen puur boekhoudkundige truc.

Joris Van Hauthem

Minister, dat zullen we nog zien. Wij hebben in elk geval een andere lezing van dat akkoord.

Minister-president, Vlaanderen is volgens de laatste editie van de Vlaamse Regionale Indicatoren, de VRIND-monitor, nog steeds een welvarende regio. Toch blijven we na zes jaar ViA – niet zo’n sterk merk volgens uw viceminister-president – nog steeds uit de kopgroep van de vijftien geselecteerde regio’s die als benchmark dienen voor het Vlaamse Gewest inzake een aantal economische, sociale en innovatieve indicatoren zoals de werkzaamheidsgraad, de werkgelegenheidsgraad en ook de innovatie.

Minister-president, u zei bij het begin van uw Septemberverklaring: “Vlaanderen staat er.” Ford Genk en de toeleveringsbedrijven staan er in elk geval helaas niet meer. Vlaanderen staat er niet. Vlaanderen telt momenteel 207.221 werkzoekenden. Dat is 11 procent meer dan vorig jaar. De ontslagengolf lijkt overigens geenszins ten einde. Het stijgingsritme loopt in november verder op. In september steeg de werkloosheid jaar op jaar met 8 procent, in oktober met 9,9 procent en in november met 11,2 procent. Volgens het kantoor Graydon waren er nooit eerder zoveel faillissementen als in oktober 2012.

De essentiële uitdaging bestaat er volgens de Vlaamse Regering in om te komen tot de transformatie van onze industrie naar een veel meer innovatieve industrie die meerwaarde genereert en exporteert naar de groeilanden. Toch wordt het stilaan – en ik gebruik graag het terechte beeld van collega van Rouveroij van enkele weken geleden – ‘een loeiende motor’. Ik weet dat het een mantra is, maar onlangs werd nog eens bekendgemaakt dat de loonkosten de afgelopen jaren in België met gemiddeld bijna 1000 euro per werknemer per jaar zijn toegenomen. Dat is een probleem dat we niet onder de mat mogen vegen.

In die context heb ik twee bedenkingen bij de op zich verdienstelijke maatregel van minister Muyters, met name de hervorming van het premiestelsel voor 50-plussers. Is dat op zich een goede maatregel? Ja zeker.

Ik heb hierbij twee bedenkingen, zonder afbreuk te willen doen aan uw goede bedoelingen wat dat betreft, minister. Ten eerste: zou het niet kunnen dat daardoor de werkgelegenheid van de ene groep naar de andere verschuift? Ten tweede: is het niet zo dat er een roulatiesysteem dreigt te ontstaan, namelijk dat een werkgever de premie twee jaar krijgt en daarna iemand anders aanneemt om opnieuw van de verlaging van de loonkosten te genieten?

Ik heb hierbij nog een meer algemene bedenking. Op den duur is de overheid voor de verschillende doelgroepen premiestelsels aan het uitwerken, waarbij je je afvraagt welke doelgroep er nog overblijft om geen premiestelsel voor uit te werken. Dan kom je tot de conclusie dat er inderdaad een probleem is met de loonkosten in het algemeen. De loonkosten zijn immers heel hoog en voor een aantal doelgroepen gaan we er hier en daar toch wat aan morrelen, met eventueel een verschuiving van de tewerkstelling tot gevolg, maar geen oplossing voor het structurele probleem dat de loonkosten in ons land effectief zijn.

Mijnheer Van Hauthem, mag ik op uw drie punten even reageren. Wat betreft de verschuiving: er bestaat vandaag een 50+-premie. We verfijnen ze. De 50+-premie die vandaag bestaat, heeft geen verschuiving tot gevolg gehad.

Bij de toepassing van de 50+-premie hanteren de werkgevers niet de houding dat ze na het aflopen van die premie die mensen ontslaan. Ik spreek vanuit de praktijk. We hebben al enkele jaren die praktijk van de 50+-premie. We verfijnen ze nu. Die houding is er bij de werkgevers niet. Ik begrijp dat ook, onder meer omwille van het feit dat als je een goede werknemer hebt aangeworven, een 50-plusser met talent en competenties, en je hebt daar een tijd premies voor gekregen, je daarna die mensen niet laat vertrekken. Die premie is vooral bedoeld om de vooringenomenheid van een aantal werkgevers, maar ook van werknemers die denken dat ze toch niet maar aan de bak komen op de arbeidsmarkt, weg te nemen en een extra stimulans te geven. Uit de praktijk blijkt dat wat u naar voren brengt, niet het geval is.

Er is duidelijk een afbouw van premiestelsels. Dit is een van de weinige premiestelsels die er nog bestaan in Vlaanderen. Dit is uitdrukkelijk een stelsel dat nog toegestaan is door Europa. Ik ben het er helemaal mee eens dat de loonkosten te hoog zijn, maar deze maatregel kan voor een bepaalde groep een oplossing bieden aan wat ons grootste probleem is, zoals blijkt uit een studie over negentig regio’s, namelijk de 50-plussers en zeker de 55-plussers aan het werk helpen.

Joris Van Hauthem

Minister-president, collega’s, er is dus eigenlijk geen nieuwe beleidsruimte voor deze legislatuur. U hebt bij het begin van deze legislatuur gezegd dat u de eerste jaren de boel financieel op orde wilde krijgen en dat we nadien zouden zien dat u nieuwe beleidsruimte zou hebben. Niet dus. Een aantal aangekondigde maatregelen zoals de Vlaamse kindpremie, de maximumfactuur in de thuiszorg en de hospitalisatieverzekering, met andere woorden het uitbouwen van een Vlaamse pijler binnen de sociale zekerheid of een begin van een eigen Vlaamse sociale zekerheid, gingen al in de koelkast en komen er deze legislatuur niet meer uit. Tot daar de uitvoering van het decreet voor een Vlaamse sociale bescherming, inclusief een Vlaamse basishospitalisatieverzekering waarmee een bepaalde partij in 2009 parmantig naar de verkiezingen trok.

We weten dat u zeer beperkte bijkomende beleidsruimte hebt gecreëerd door middel van een aantal besparingsmaatregelen en de inzet van buffers. Ondertussen hebben we duidelijkheid over de eenmalige maatregelen. De buffers worden opgesoupeerd. Er is geen reserve. Nog eens: u bent bezig met een gigantische doorschuifoperatie. U houdt geen rekening met wat op ons afkomt, noch wat de zesde staatshervorming betreft, noch wat de usurperende bevoegdheden betreft en noch wat de bijgestelde groeiprognoses van de Nationale Bank betreft.

Ik herhaal het, men kan zich afvragen of men dan elke week een en ander moet aanpassen, want er is toch een begrotingscontrole. Jazeker, maar als u geen reserves wilt, zult u hoe dan ook bij de begrotingscontrole die middelen moeten vinden, want ze komen op u af. Het is niet door ze te negeren dat ze er niet zijn.

Voorzitter, collega’s, mijn conclusie. Dit is eigenlijk een soort begroting die doet denken aan de Potemkindorpen in de goede tijd van tsarina Catharina II.

Bij de Potemkindorpen zit achter de façade iets helemaal anders dan wat de façade voorspiegelt. De begroting is op papier in evenwicht, maar is niet echt in evenwicht en zal de toets van het evenwicht de komende maanden niet doorstaan. Ze is virtueler dan ooit. Er is een operatie ‘doorschuiven tot na 2014’ bezig. Er is geen bijkomend geld voor de bijkomende noden.

Minister-president, dit is inderdaad een Potemkinbegroting, een ongeloofwaardige begroting, die we dan ook niet zullen goedkeuren. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, minister-president, ministers, collega’s, toen ik deze begrotingsdebatten voorbereidde, had ik een déjà-vugevoel. Net zoals bij de begroting 2012 is de begroting 2013 inderdaad achterhaald op het moment van de bespreking.

Maar collega’s, mijnheer Van den Heuvel, minister-president, dat is niet het gevolg van het feit dat de begrotingscyclus tijd vergt – natuurlijk vergt die tijd – en dat uw begroting derhalve gebaseerd is op vooruitzichten die drie maanden oud en ondertussen achterhaald zijn. Uiteraard begrijpt Open Vld en uiteraard begrijp ik dat er een moment is waarop de parameters moeten worden afgesloten. Natuurlijk, anders komt u nooit tot een begrotingsvoorstel. Die verdedigingslijn, minister, is correct, maar ze is niet voldoende. Het probleem ligt elders, het probleem is veel fundamenteler.

Dat uw begroting andermaal achterhaald zal zijn, is het gevolg van het feit dat het begrotingsevenwicht voor 2013 niet structureel is. De uitgaven, dat blijkt uit de tabellen, blijven, zeker in de tijd, sneller stijgen dan de ontvangsten. Om die meeruitgaven mogelijk te maken, schrapt u buffers, zoals de conjunctuurbuffer. Maar het zijn juist die buffers die nodig zijn om tegenvallers op te vangen!

Uw antwoord – ik wil het bij dezen al geven zodat u mij daarover niet moet onderbreken – is dat u het geld liever steekt in crisisbestrijdende maatregelen, dan in passieve buffers. (Opmerkingen van de heer Koen Van den Heuvel)

Dat is juist hé? Maar dan begrijpt u ons standpunt niet, minister en mijnheer de fractievoorzitter van de CD&V.

Open Vld stelt dat u zich eerst en vooral moet richten op dat deel van de uitgavengroei waarop u impact heeft. We moeten selecteren. U hebt niet op alles impact, dat beseffen wij ook, maar het deel waarop u impact hebt, moet u onder controle krijgen. En dat betekent dat we de stijging van de uitgaven zodanig moeten verlagen, dat ze de stijging van de ontvangsten niet overtreft. Het is een simpel concept, een concept dat elk gezin hanteert, het heet ‘naar de zak zaaien’. Dat is een techniek die deze Vlaamse Regering klaarblijkelijk niet onder de knie krijgt. De kostendrijvers moeten dus structureel omlaag.

Laat het mij nog even verduidelijken met een beeld. Als de begroting een auto is, dan vervangt u de schokdempers – dat zijn de buffers voor een begroting – door meer accessoires in de hoop garagisten werk te bezorgen. Terwijl wij ervoor kiezen om de motor, die wordt aangedreven door zuurverdiend Vlaams belastingsgeld, minder zwaar te belasten. En hoe doen we dat? Juist door het omgekeerde te doen! We moeten de auto ontdoen van de accessoires die niet nodig zijn en we moeten de schokdempers verstevigen zodat we de hobbelige helling van de crisis beter op kunnen.

Het is trouwens nog erger. Het gaat niet alleen over een auto. Achter die auto hangt ook nog een kleine ‘remorque’, een aanhangwagentje, vol met schulden. Samen met de sociale partners – en u kunt toch niet beweren dat dat hardcore liberalen zijn –, samen met het Rekenhof – en u kunt toch niet beweren dat dat een politieke instelling is – vraagt Open Vld niet meer of niet minder dan het jaarlijks boeken van een overschot. We vragen dus meer dan een begrotingsevenwicht, al was het alleen maar om die kleine ‘remorque’ wat lichter te maken.

We vragen een overschot van 0,2 procent om de trekkracht van de auto te verhogen. Het omgekeerde gebeurt nu, de schuld loopt op tot 7 miljard euro. Het eindresultaat van die beweging is dat de regeringsauto gaandeweg tot stilstand komt, met loeiende motor weliswaar. Een auto met loeiende motor leidt uiteindelijk tot het ‘chaufferen’ van de auto, de ‘joint de culasse’ gaat kapot en de auto staat in panne. Daar bent u volop mee bezig.

Ik wil dat mijn auto benzine krijgt zodat hij vooruit kan. Dat is wat we proberen. We blijven investeren. De aanhangwagen minder volladen zoals u voorstelt, dat zullen we doen met de KBC-schuld die terugbetaald wordt en de boete die daar bovenop komt. Hoe licht of hoe zwaar de aanhangwagen ook is, zonder benzine komen we niet vooruit. Blijven investeren is de boodschap.

Uit de meerjarenraming – onder ongewijzigde omstandigheden en met de voorspelde groeiparameters – blijkt dat we niettegenstaande de eenmalige maatregelen vanaf 2015 opnieuw meer beleidsruimte krijgen. Die loopt tegen 2018 op naar meer dan 1,5 miljard euro. Het klopt niet dat we de kostendrijvers niet onder controle hebben. Die zijn verrekend in de meerjarenraming. De volgende regering krijgt meer ademruimte.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Ik probeer uw vergelijking met de auto en ‘remorque’ te begrijpen. Een conjunctuurprovisie is per definitie aangelegd om de schokken van de conjunctuur op te vangen. Als die wordt aangewend, is dat niet meer dan correct, daarvoor dient een provisie.

Ook uw vergelijking betreffende de accessoires gaat niet op. De heer Van Hauthem heeft er al naar verwezen. Gezien de omstandigheden hebben we een aantal plannen inzake nieuw beleid niet uitgevoerd. We hebben de accessoires die we wilden, niet gekocht. We wilden de wagen niet extra belasten. U hebt hierover nagedacht, u gaat nog door, misschien komt er nog meer, maar uw beeldspraak betreffende de schokdempers en de accessoires is wat ongelukkig gekozen, als ik dat mag zeggen.

Sas van Rouveroij

Het Vlaams Energieagentschap is voor ons een accessoire. De oprichting van i-Cleantech is voor ons een accessoire. U beoogt een nieuw agentschap voor de sociale bescherming. Dat is voor ons een accessoire. (Opmerkingen van minister-president Kris Peeters)

Vorig jaar hebt u een cao voor de ambtenaren bedongen. Dat is een accessoire. (Opmerkingen van minister-president Kris Peeters)

In tijden van crisis moet men keuzes maken en de kostendrijvers omlaag halen.

Minister Muyters, die meerjarenplanning is pure fantasie. Ten andere, ze strekt ook tot niets. Een meerjarenplanning is naar best vermogen inschatten wat de volgende jaren zullen brengen. Anders moet men geen meerjarenplanning opstellen, dan is het een technische, wiskundige extrapolatie van de huidige cijfers. Alle burgemeesters, en er zitten er hier nogal wat, en alle schepenen van Financiën, misschien zitten die hier ook, weten dat ze voor hun stad of gemeente een meerjarenplanning moeten maken rekening houdend met alles wat nog kan komen. Dat zijn inschattingen naar best vermogen. Anders heeft een meerjarenplanning geen enkele zin.

En wat zit er in die meerjarenplanning niet? De heer Van Rompuy heeft het al een paar keer aangeklaagd en wij ook. Dat is natuurlijk die zesde staatshervorming! Die moet met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ten minste op het niveau van uw meerjarenplanning een weerslag krijgen. Dat u dat nog niet doet in 2013 vinden wij ook onverantwoord, maar daar zitten voor- en nadelen aan vast.

Maar als je daar zelfs in je meerjarenplanning geen enkele uiting aan geeft, als je daarin geen enkele provisie maakt, dan zeg ik u: “1,7 miljard euro in 2018? Vergeet het, collega’s.” Minister, het is toch 1,5 miljard euro in 2018? Dat meent u toch zelf niet?

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer van Rouveroij, u hebt, vorig jaar als ik mij niet vergis, gezegd dat wij het nieuwe beleid – met de kindpremie, het Plattelandsfonds, enzovoort – nu niet moesten voeren. Dat is ook, met spijt in het hart, niet gebeurd. Met betrekking tot wat u ‘accessoires’ noemt, hebben wij duidelijke keuzes gemaakt: dat kan nu niet.

Mijnheer van Rouveroij, u hebt in uw midden ook een gewezen minister van Begroting. Minister Muyters heeft al een paar keer onderstreept dat een meerjarenbegroting een oefening is waarbij men, vertrekkende van constant beleid, een prognose maakt voor de volgende jaren. Minister Muyters heeft die oefening gemaakt en dat werd besproken in de commissie.

Ik kijk vol verwachting uit naar wat u nog gaat zeggen, maar kunt u mij nu al zeggen wat wij voor die zesde staatshervorming moeten inschrijven? Wat moeten wij, volgens Open Vld, inschrijven met de kennis die u nu hebt? Dat is misschien interessante bijkomende informatie.

Ik wou die vraag ook stellen. Ik wil ook nog naar voren brengen dat de vergelijking met de gemeenten niet opgaat. Ik doe wat het Rekendecreet en het parlement mij met betrekking tot de meerjarenraming opdragen. Ik heb op tijd ingediend wat mij gevraagd is. Ik denk echt niet dat dit fundamenteel afwijkt van wat er in het verleden gebeurde.

Uw vergelijking gaat niet op. Als u mij zegt dat wij moeten doen wat men in de gemeenten moet doen, dan zou ik nu enkel voor 2014 een meerjarenraming voor de begroting moeten maken, en niet tot 2018, zoals het parlement wenst. Je maakt het immers voor een legislatuur.

Sas van Rouveroij

Plus één jaar. Dat is een groot verschil.

De voorzitter

De heer Sannen heeft het woord.

Ludo Sannen

Voorzitter, het was de verdienste van de heer Van Mechelen dat hij met een meerjarenbegroting kwam. Men heeft daar toen een duidelijke definitie van gegeven: welke consequentie hebben, bij ongewijzigd beleid, de begroting en de uitgaven in de volgende jaren? Ik kan mij voorstellen dat de heer van Rouveroij vindt dat er andere gegevens onderzocht moeten worden, maar je mag ons niet verwijten de gegevens te geven, die jullie altijd hebben gevraagd. Een duidelijke meerjarenraming toont de consequenties in de toekomst bij ongewijzigd beleid.

Nog een andere bemerking. Mijnheer van Rouveroij, je moet niet alle accessoires van een auto overboord gooien. Ik hoop dat de accessoires die meer veiligheid opleveren voor de gebruikers en de andere weggebruikers, aan uw wagen blijven.

Sas van Rouveroij

Minister, mocht u vandaag een gemeente zijn, gaat het over de legislatuur plus één. Dat is hier heel relevant, want als we het hebben over de zesde staatshervorming, kan het 2014 zijn. Maar laten we hopen dat het zeker zo is in 2015. Dan zitten we nog juist in de periode die u met uw stedelijke of gemeentelijke meerjarenplan zou moeten omvatten.

Natuurlijk doet u wat het Rekendecreet u opdraagt. Het zou er nog maar aan mankeren. Ik klaag al jaren aan dat dit Vlaams Parlement de slechte gewoonte heeft om regels op te leggen aan ondergeschikte besturen die strenger zijn dan de regels die het aan zichzelf oplegt. Ik blijf het herhalen dat ik dat te betreuren vind.

U vraagt wat wij zouden doen. Wij zouden twee inspanningen doen. Er is de inspanning op het niveau van de jaarlijkse begrotingen, en er is de inspanning op het niveau van de meerjarenplanning. Voor wat betreft de jaarlijkse begroting moet je ervoor zorgen dat u ten minste voor het deel van de uitgaven waarop u een impact hebt – en ik besef maar al te goed dat er een groot deel daaraan ontsnapt – die inspanningen doet zodat daar de kostendrijvers en de stijging van de uitgaven fundamenteel dalen. Wij formuleren deze kritiek niet voor de eerste keer. Wij doen dat al heel consequent sinds 2010, 2011, 2012. Ik geef een concreet voorbeeld. De norm van 6 procent voor het verminderen van het aantal ambtenaren is veel te laag. Dat is inderdaad goed, maar het is niet goed genoeg.

U moet die norm hoe dan ook naar boven bijstellen, om de eerste inspanning tot stand te brengen, namelijk op basis van de jaarlijkse begroting de uitgaven structureel onder de ontvangstenstijgingen brengen. Dan krijg je per definitie een delta met ruimte. Ik wil het niet eens een buffer meer noemen, want het wordt op de duur een onnozele discussie, telkens over die buffers. Dan heb je gewoon ruimte, beleidsruimte om accessoires mee te financieren of om de toekomst mee voor te bereiden, en beide zullen nodig zijn.

Op het niveau van de meerjarenplanning vind ik het fout om voor te stellen dat er in 2018 1,5 miljard euro ruimte zou zijn. Minister, dat is niet waar. Dat is virtueel, fantasie. Ik zou er nog mee kunnen leven als u zou zeggen dat er bij het doortrekken van dit beleid in 2015 – dat cijfer ken ik niet, maar het zal minder zijn dan in 2018 – op basis van onze meerjarenplanning wat geld is om die delta te financieren, die tot stand zal worden gebracht bij de overgang van de bevoegdheden, omdat de financiering van de bevoegdheden niet volmaakt zal zijn. U mag niet de indruk wekken dat u een meerjarenplanning creëert met welstand, ruimte en overschot, want dat gaat niet waar zijn, omdat u vanaf 2015 elke euro nodig zult hebben – als u dat tenminste wilt – om te investeren in de kost van de zesde staatshervorming.

De accessoires waarnaar u verwijst, zijn wel degene die u hebt willen creëren. Het is al te gemakkelijk om aan te kondigen dat u uw auto wilt tunen met een spoiler en uitgezette banden, op een moment dat u het geld al niet meer hebt. Op het moment dat u naar de garage moet gaan, zult u vaststellen dat u de factuur toch niet kunt betalen, en dan blijft u thuis. Nee, bekijk de auto. Daarop zitten nog altijd accessoires die eraf kunnen, in het belang van uw auto, want we moeten vooruit. De manier waarop u handelt, maakt uw auto niet licht genoeg om de steile helling van de crisis op te kunnen.

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

De regering, bij monde van de minister-president, vroeg wat cijfers. Ik denk dat er een misverstand is over wat de bedoeling is van buffers of delta’s. Als u ons vraagt hoe groot die conjunctuurbuffer moet zijn, is dat natuurlijk niet de volledige 353 miljoen euro, die u zelf al hebt aangekondigd. Hoeveel moet het zijn? Het kan 100 of 150 miljoen euro zijn, zodat de volledige inspanning niet bij de begrotingscontrole ligt, maar wordt gespreid tussen nu en april-mei. De bedoeling van buffers is niet om dat effect te voorspellen, want dat kunnen we niet, maar om het een beetje ‘aus zu gleichen’.

Als het gaat over de buffer die zou moeten worden aangelegd voor de staatshervorming, verwijs ik naar het interessante gesprek dat ik gisteren had met de voorzitter van de commissie Financiën, de heer Van Rompuy. We weten nu ook waarom er geen buffers worden aangelegd, maar dat geheel terzijde. Dat is puur politiek.

Budgettair gezien kunnen we dat ongeveer inschatten. De heer Van Rompuy heeft het voorgerekend. Het gaat ongeveer om 2 miljard euro die zal worden doorgeschoven naar Vlaanderen. Op die 17 miljard euro moet ongeveer een besparing gebeuren van 4 miljard euro. Daarvan zal ongeveer 2 miljard euro op de tafel komen te liggen van de Vlaamse Regering, aangezien de regio’s moeten bijdragen tot het evenwicht van de nv België.

De vraag is of u die volledige 2 miljard euro nu recurrent moet vrijmaken. Het antwoord daarop is natuurlijk nee, want minister Bourgeois heeft al gezegd dat de regering een deel van de maatregelen zal schrappen of dat de budgetten zullen worden gebracht op het niveau van de gelden die overkomen. Als we maar 80 procent van het geld krijgen, zal de kinderbijslag misschien ook maar 80 procent zijn, bij wijze van voorbeeld. Wat niet kan, is dat u daarvoor totaal geen provisie aanlegt. U zou kunnen zeggen dat de 1,8 miljard euro, die u blijkbaar recurrent vrijmaakt in 2018, daarvoor dient, maar dan hebt u natuurlijk geen nieuw beleid. Het is het een of het ander.

De voorzitter

De heer Van Mechelen heeft het woord.

Dirk Van Mechelen

Ik wil op drie dingen reageren. Over de conjunctuurbuffer die in de begroting 2012 staat,

zegt de minister-president dat die is opgenomen omdat de conjunctuur verslechtert, maar zo werkt het niet.

In een begroting 2013 schrijf je een conjunctuurbuffer in met het oog op het wijzigen van de cijfers van de economische groei, waarvoor de gouverneur van de Nationale Bank trouwens in de zomer heeft gewaarschuwd en wat jammer genoeg uitkomt, en waarbij we tenderen naar een nulgroei. Het gaat met andere woorden over een correctie van 0,7 procent waarvoor u normaal uw buffer kunt aanwenden zonder dat u uw begroting moet wijzigen. In het vakjargon heet dat een stop-and-gobegrotingsbeleid vermijden. Dit stelt de SERV ook.

U stelt ons de vraag, minister-president, in welke provisies we dan moeten voorzien in die meerjarenbegroting. Ik citeer letterlijk uit het verslag van het Rekenhof. Op pagina 11 staat: “In zijn verslag over de begroting 2012 heeft het Rekenhof berekend dat – gelet op de doelstelling van de huidige regering om geen begrotingsoverschotten te boeken – de volgende legislatuur, rekening houdend met de terugbetaling door de KBC, nog minstens 2 miljard euro aan begrotingsoverschotten in ESR-termen zal moeten realiseren om de doelstelling van de nulschuld te halen in 2020.” Men vindt daar in de meerjarenraming van 2010-2018 geen spoor van terug.

Minister-president, u vraagt wat u moet voorzien voor die staatshervorming. Ik denk dat het heel duidelijk is. In het verleden heeft Vlaanderen zich altijd geëngageerd om overschotten te boeken, geld dat gebruikt werd om onze schuld af te bouwen en naar een nulschuld te gaan. We hebben dat geld niet aan de federale overheid gegeven, het beeld dat jullie altijd willen schetsen, Vlaanderen boekt overschotten, en brengt een zak geld naar de federale minister van Financiën. Neen, dat geld werd integraal gebruikt om schuld af te bouwen. Wat moet u nu doen, als u even wil luisteren? Wat moet u nu doen? Het staat heel duidelijk in het Belgisch stabiliteitsprogramma, op basis van het advies van de Hoge Raad van Financiën van april 2012, dat uiteindelijk de respectieve doelstellingen van entiteit I en entiteit II vanaf 2014 – en dat is nog in deze legislatuur – geconditioneerd worden door de overdracht van lasten van entiteit I naar entiteit II. In dat verslag van de HRF zijn wel degelijk cijfers genoemd, en die cijfers vinden we niet terug in de meerjarenraming. Dat is onze kritiek, maar dat is ook de kritiek van het Rekenhof.

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Voorzitter, collega Vereeck heeft perfect uitgelegd waarom er buffers moeten worden aangelegd in functie van de staatshervorming. Het is heel duidelijk – en hij heeft daar gelijk in – dat buffers aanleggen geen exacte wetenschap is. Het gaat hem er inderdaad om de zaken wat gelijklopend te maken de komende jaren, en dan is de vraag, minister-president, waarom u dat niet doet. Waarom hanteert u een politiek van de kop in het zand steken? Waarom doet u dat? Omdat u anders niet meer kunt uitpakken met het enige vlaggenschip dat u nog hebt, namelijk het begrotingsevenwicht. Het begrotingsevenwicht dat u altijd zo in de vitrine zet, is het enige wat u hebt, want u hebt geen goed beleid. Ik zou graag hebben dat u een goed beleid hebt. Op ongelooflijk veel domeinen faalt u als regering, en dat is een veel, veel belangrijkere vaststelling. Mijn fractievoorzitter zal dat straks heel duidelijk aangeven. Op heel veel domeinen faalt u, en het enige dat u hebt is dat begrotingsevenwicht dat zeer relatief is, en dat is ook al aangegeven door tal van collega’s.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Mijnheer Watteeuw, wij hebben woensdagmorgen vernomen –en dit was nieuw voor ons – bij monde van uw nieuwe fractieleidster, mevrouw Meuleman, dat het evenwicht in de Vlaamse begroting geen doelstelling is van Groen. Groen vindt eigenlijk dat er in deze conjunctuur tekorten mogelijk moeten zijn om de economie te stimuleren. Dit is een van de redenen waarom Groen dat Europees verdrag niet heeft geratificeerd. Mijnheer Watteeuw, u wordt totaal tegengesproken door uw nieuwe fractieleidster, die eigenlijk afstapt van de lijn. U wilt provisies aanleggen om toch de begroting te doen kloppen, maar mevrouw Meuleman heeft hier namens Groen het Europees stabiliteitspact verworpen in naam van begrotingstekorten in Vlaanderen. Onbegrijpelijk.

Bart Van Malderen

Misschien kunnen we een debat organiseren over de cohesie binnen de Groenfractie.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Mijnheer Van Rompuy, die commissiebespreking op woensdag ging inderdaad over het Europese Stabiliteitspact. Ik heb gezegd dat we een aantal bezwaren hebben bij dat verdrag. Zo legt het de nadruk op begrotingsorthodoxie, maar als het gaat over ecologische en sociale normen is men veel minder strikt. Die normen worden niet vastgelegd. Dat was mijn grootste bezwaar. Ook vind ik dat dit verdrag door een democratisch deficit tot stand is gekomen. Een lidstaat als Duitsland haalt de broekriem aanzienlijk aan en stort landen als Griekenland en Spanje, en binnenkort misschien ook Vlaanderen, in de verdommenis. Je krijgt daar werkloosheidscijfers die bijna niet te bevatten zijn. De jeugdwerkloosheid rijst er de pan uit. Mensen worden er uit hun huis gezet. Mijnheer Van Rompuy, de toestand is er zo erg dat men er de bevolking bijna de keel aan het toeknijpen is. Dat is men in Europa aan het doen. Dan ben ik geen voorstander van die begrotingsorthodoxie. Dan moeten we misschien een iets gematigder tempo durven aan te houden. Misschien moeten we de staatsschuld inderdaad iets langzamer afbouwen. Misschien is de begrotingsorthodoxie op dat moment niet onze enige bekommernis. Misschien kan dat inderdaad wat wachten, als we voelen dat onze sociale zekerheid aan een zijden draadje hangt. Dat heb ik woensdag gezegd.

In Vlaanderen ziet het er niet zo goed uit. De indicatoren staan op rood wat de jeugdwerkloosheid betreft. Ik zal niet zeggen dat we ons nu al in een Spaanse situatie bevinden. Als we buffers moeten aanleggen, dan is dat omdat er een zesde staatshervorming op ons afkomt, met serieuze gevolgen, ook voor Vlaanderen. In Griekenland en Spanje hebben ze dat niet. We bevinden ons in een bepaalde structuur, die er heel anders uitziet. Het ging over de vraag of we een begroting in evenwicht moeten hebben, of we overschotten moeten boeken. (Opmerkingen van minister-president Kris Peeters)

De vraag of we buffers moeten aanleggen voor de zesde staatshervorming is een andere vraag.

Hier in Vlaanderen bevinden we ons in een heel andere situatie. Dat lijkt me duidelijk. Men grijpt mijn uiteenzetting in de commissie aan om te zeggen dat de Groenfractie geen coherent betoog heeft. Dat is absoluut niet zo: ons betoog is zeer duidelijk. Op dit moment moeten we er in Vlaanderen voor zorgen dat er voldoende kan worden geïnvesteerd. Daar zal ik het straks over hebben. We moeten ons echter ook voorbereiden op die zesde staatshervorming, punt. Moeten we daarvoor een Europees verdrag goedkeuren waardoor Europa alle Europese landen een enorme begrotingsorthodoxie oplegt? Neen. Dat is een andere kwestie. Het gaat over twee kwesties met twee verschillende standpunten. De Groenfractie heeft een coherent betoog.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen

Ik heb het nog altijd niet zo verschrikkelijk goed begrepen, maar wellicht zal mevrouw Meuleman het straks toelichten. Men moet ernstig zijn. Ik hoor dat mevrouw Meuleman pleit voor het aanleggen van provisies. Dat is misschien de nuance ten opzichte van de heer Watteeuw, die ik heb horen pleiten voor buffers. Als men pleit voor het aanleggen van provisies, dan moet men echter wel zeggen waar men die centen gaat halen. Die begroting is één, dus ik had wel graag gehoord waar we die centen moeten halen.

Mevrouw Meuleman, u houdt hier een heel interessant betoog over de situatie in Europa, een betoog dat wij ook al hebben gehouden. We waarschuwen voor het wegsaneren van iedere groei, waardoor de bodem uit het vat valt. In een land als het onze, met diverse bestuursniveaus, is een begroting in evenwicht op het Vlaamse niveau echter de beste garantie voor een betaalbare sociale zekerheid op het federale niveau. Ik wil vragen dat u ook daarmee toch eens rekening zou houden.

Mijnheer van Rouveroij, u zegt eigenlijk dat u een heel andere meerjarenraming zou willen dan de raming die u vandaag krijgt. Ik kan alleen vaststellen dat, toen we het Rekendecreet hebben besproken, u geen amendement hebt ingediend om een ander artikel voor te stellen en een andere meerjarenraming te maken. Ik weet dat u misschien niet met alles akkoord ging, maar u hebt alleszins geen gebruik gemaakt van uw parlementaire mogelijkheid om een amendement ter zake in te dienen.

Ten tweede wil ik het hebben over die buffers. U citeert blijkbaar graag het Rekenhof. Welnu, de heer Debucquoy zegt dat het Rekenhof bij het opmaken van het begrotingsverslag 2013 de rentebuffers minder als een risico beschouwt. Een eerste buffer hoeft volgens het Rekenhof niet.

Ten tweede zijn er de betaalbuffers. Daaromtrent zegt de heer Debucquoy dat de meeste betaalproblemen in het verleden konden worden voorspeld. Een twintigtal auditeurs van het Rekenhof vlooien dit per beleidsdomein permanent en minutieus uit en hij ziet geen enkel probleem inzake achterstand in betalingen.

Ten derde – en dat is nog het belangrijkste – stelt de heer Debucquoy dat, als er geen provisie wordt ingeschreven, het risico op een andere manier moet worden beheerst. Als er een sterke economische groei is, is het veel gemakkelijker provisies in te schrijven. Hij voegt daaraan toe dat een begrotingscontrole een andere mogelijkheid is, en daarbij zo nodig de nodige ingrepen te doen. Dat hebben we trouwens in 2012 gedaan via een dergelijke monitoring.

Ik wil erop wijzen – zoals ook mevrouw Smaers in haar verslag duidelijk heeft gesteld – dat men rekening moet houden met twee elementen.

Men kan uiteraard voorzichtig zijn in de opmaak van de begroting en dan nog buffers aanleggen. Maar bekijk dat even in het licht van de federale raming van de gewestbelastingen. Die worden door de federale diensten 73 miljoen euro hoger geraamd. U ziet dus dat wij voorzichtig zijn.

Zoals ook reeds gesteld door mevrouw Smaers hebben we ook de onderbenutting zeer conservatief ingeschat, met lagere percentages dan in het verleden en met de nodige correcties.

Mijnheer Van Mechelen, ik wil het ook nog even hebben over de nulschuld tegen 2020. Het Rekenhof, ook door u geciteerd, heeft uitdrukkelijk gezegd dat het voor hen absoluut niet duidelijk of nodig was dat die schuld tegen 2020 zou zijn weggewerkt. Er zou eventueel wel een pad kunnen worden uitgetekend.

U hebt wel gelijk dat 2 miljard euro in de raming als bedrag naar voren werd geschoven. Er staat evenwel 3 miljard euro in 2018 als tekort, maar dan is er wel een achterstand van 1 miljard euro dat we van KBC moeten ontvangen. Zo komen we dus ook aan die 2 miljard euro die u citeerde.

Het is logisch dat we nu, bij de begrotingsopmaak, niet kiezen op welke manier de schuldafbouw zal gebeuren. Aan de hand van door het Planbureau vooropgestelde conjuncturele parameters bekijken we over welke ruimte we beschikken. Ruimte om de schuld af te bouwen, ruimte om een zesde staatshervorming al dan niet op te vangen indien minder middelen overkomen dan door de betreffende bevoegdheden vereist, enzovoort. Die keuze zal evenwel moeten worden gemaakt door een volgende Vlaamse Regering. Daar is de nodige ruimte voor, zoals blijkt uit de meerjarenraming.

Mijnheer Van Mechelen, de Hoge Raad voor Financiën heeft uitdrukkelijk gesteld dat in 2014 elke entiteit II op zich een nulprocent moet hebben. Dit staat ook zo in ons regeerakkoord. Dit moeten we in 2013 bereiken en ook in 2014 stellen we dat voorop in onze meerjarenraming. Dat heeft de HRF ook gezegd op de bespreking die ik met hen en met de minister-president op 30 april heb gehad. Andere entiteiten hebben echter duidelijk gezegd dat ze hun begroting daar niet zouden aan aanpassen.

Dirk Van Mechelen

Minister, ik ben bereid dit debat nu al voor de derde keer te voeren.

De HRF vroeg in het verleden dat Vlaanderen overschotten zou boeken, overschotten die in het kader van de stabiliteit de doelstellingen mogelijk moeten maken. Vlaanderen heeft toen gezegd geen overschotten meer te boeken. De HRF heeft dan in april 2012 beslist dat men bevoegdheden zou overdragen aan de regio’s, met de niet-bijhorende financiële middelen waardoor de deelstaten uiteindelijk hun inspanningen zouden moeten leveren voor de financiering van die nieuwe bevoegdheden zonder de 100 procent corresponderende middelen.

De SERV heeft dit voor alle deelstaten berekend, met een bovengrens van 1 procent van het bbp. Voor Vlaanderen kan dit na 2014 neerkomen op een inspanning van 2,4 miljard euro.

Vandaar dat het Rekenhof zich op basis van een gekend advies van de Hoge Raad van Financiën afvraagt waarom men dat niet onder ogen ziet. Dat is de vraag die de heer van Rouveroij hier namens Open Vld stelt.

Men doet alsof wij, indien wij provisies gaan aanleggen in 2013 of 2014, daarmee de structurele uitgaven van de toekomst zullen kunnen opvangen. Dat kan pas wanneer men structurele uitgaven schrapt. Ik veronderstel dat we dankzij de zesde staatshervorming hier en daar efficiëntiewinsten zullen kunnen boeken en daarop besparingen zullen kunnen realiseren.

Joris Van Hauthem

Ik neem aan dat de heer Van den Heuvel het jammer vindt dat die plaat weer opligt maar de heer Van Mechelen heeft de vraag en het probleem terecht gesteld. Het gaat hier niet over het al dan niet boeken van overschotten maar wel over wat er op ons afkomt. We hebben daar min of meer zicht op. De vraag is of u daar wel of niet iets mee doet.

De heer Van Rompuy heeft het in het eerder vermelde interview over zeker 2 miljard euro en zegt heel duidelijk: “Het zal aan de volgende Vlaamse Regering zijn om daar iets aan te doen. Maar ziet u een Vlaamse Regering zes maanden voor de verkiezingen van 2014 een begroting maken waarin ze zo veel zal besparen? Ik geef u op een papiertje dat die pas zal ingaan op 1 januari 2015.”

De heer Van Rompuy bevestigt dus wat wij hier daarstraks hebben gezegd. U bent bezig, en dat is uw politieke keuze, met een gigantische doorschuifoperatie naar de regering van de volgende legislatuur.

Sas van Rouveroij

De heer Van Mechelen had het over het Rekenhof, onze begrotingswaakhond die heel luid en aanhoudend blaft. Gelukkig is het de onze. Als het die van de regering zou zijn, dan was hij al lang gemuilkorfd, net als de Inspectie van Financiën. We moeten enorm veel moeite doen om de verslagen van de inspecteurs van Financiën te pakken te krijgen.

Ik wil u het SERV-advies nog eens voorlezen. Het gaat niet om een hardcore liberale club maar om sociale partners. U vindt die belangrijk want u zegt telkens dat u rekening wilt houden met de adviezen van het middenveld en van de adviesorganen. Ik lees voor uit hun conclusies.

“De Vlaamse Regering stelt de komende drie jaar een begroting in evenwicht voorop. Dit lijkt op zich een aanvaardbare doelstelling. Maar als we ze combineren met bovenstaande uitdagingen, dan duiken er al snel enkele problemen op. Ten eerste wordt er bij een begroting in evenwicht geen schuld afgebouwd door begrotingsoverschotten. De inspanning voor een schuldenvrije positie wordt op die manier naar voren geschoven. Ten tweede zijn begrotingen die louter een nominaal evenwicht nastreven gevoelig voor conjunctuurschommelingen. Het uitgavenpad verloopt ongelijkmatig omdat de beleidsruime in grote mate bepaald wordt door de sterk fluctuerende ontvangsten. Dit resulteert automatisch in een stop-and-gobeleid waar er voortdurend bijgestuurd moet worden. Een derde probleem is dat een plotse economische terugval zeer moeilijk op te vangen is. Het uitgavenpad kan doorgaans niet snel genoeg worden aangepast aan de dalende ontvangsten zodat bijkomende schuldopbouw onvermijdelijk is.”

Het grote verschil tussen een evenwichtsbegroting en een structureel begrotingsbeleid zal dus niet veroorzaakt worden door een uitzonderlijke conjuncturele situatie in 2013. De manier waarop de regering moet omgaan met de toekomstige uitdagingen verschilt wel substantieel in een structureel begrotingsbeleid. Voornamelijk de inspanning die Vlaanderen tegen 2015 zal moeten verrichten voor de sanering van de overheidsfinanciën leidt tot de noodzaak om voorzichtig om te springen met de nettobeleidsruimte in 2013.

En dat doet u niet. U gebruikt die op. Dat is het resultaat van een evenwichtsbegroting. Ze is op. Het is uitgegeven.

Op het moment dat de groei tegenvalt, mag je in een structureel onevenwicht komen, omdat je structurele evenwicht op lange termijn is. U hebt dat proberen te corrigeren. U zegt dat u ze allebei wilt. Wij willen altijd ‘the best of both worlds’. Dat is heel eenvoudig.

Van wanneer dateert dat verslag van de SERV?

Sas van Rouveroij

Het is van juni 2012.

Welke groeicijfers werden toen verwacht? Welke inflatiecijfers werden verwacht? Die zijn intussen verslechterd. We mogen met een structurele begroting dus serieus in het rood gaan volgens de SERV.

Sas van Rouveroij

Minister, het déjà-vugevoel was niet helemaal terecht. Er is immers wel degelijk een verschil met de begroting van 2012. In 2012 stond er in de begroting nog een conjunctuurbuffertje van 16 miljoen euro. Zelfs dat schamele bedrag heeft de begroting van 2013 niet gehaald. Het gaat met andere woorden van kwaad naar erger. Deze begroting staat met de billen bloot en zal slaag krijgen bij de eerste tegenvaller.

En dat kan een flink pak slaag zijn. De minister-president rekende ons vorige week al voor – in die zin was de actuele vraag van de heer Van Rompuy die u doorliet, wel nuttig, voorzitter – dat er een tekort zou kunnen dreigen van 353 miljoen euro. Dat is dan nog een optimistische hypothese, want als we de negatieve prognoses van de Nationale Bank van vorige week meerekenen, kan die pandoering oplopen tot liefst 500 miljoen euro. Laten we hopen, collega’s, dat het niet zo ver komt, want bij gebrek aan buffers is hoop het enige wat ons rest.

De heer Van den Heuvel had het over een parabel, ik wil het hebben over de zeven christelijke deugden. Hoop is de zesde christelijke deugd. Voor zover de zeven christelijke deugden in volgorde van belangrijkheid staan, minister-president, hebt u de eerste deugd der voorzichtigheid straal genegeerd door geen buffers aan te leggen. De tweede deugd der rechtvaardigheid hebt u vernederd door de verdubbeling van de miserietaks – het is trouwens spijtig dat het woord het vandaag niet gehaald heeft. De derde deugd der gematigdheid hebt u aan uw laars gelapt, door het ontbreken van structurele besparingen. De vierde deugd van de moed hebt u niet opgebracht door een gebrek aan keuzes. De zevende deugd der naastenliefde hebt u verloochend door constant geruzie en gekibbel.

Alleen de vijfde deugd, minister-president, die van het geloof, wil ik u gunnen. Want u gelooft dat u goed bezig bent.

Minister-president, de begroting van 2013 wankelt. Ze wankelt, net als de vorige jaren, omdat er geen fundamentele keuzes zijn gemaakt die Vlaanderen weerbaar moeten maken voor de crisis, die toch diepe sporen trekt in onze Vlaamse samenleving. Ik wil geen deprimerende opsomming geven van alle rode indicatoren, maar je kunt niet ontkennen dat die sporen diep zullen zijn en lang zullen blijven. Hopelijk worden het geen littekens.

U beantwoordt de kritiek telkens met de melding dat de Vlaamse begroting in evenwicht is en dat, mochten alle overheden in dit land dat ook doen, het land er een pak beter voor zou staan. Die sneer heeft een grond van waarheid, tenminste als het over Wallonië gaat. Ze is echter unfair ten aanzien van de Belgische regering, waar ook uw partij deel van uitmaakt. Het is niet aan mij om hier de Federale Regering te verdedigen. Ik wil dat wel doen, maar de heer Van Rompuy heeft het vandaag ook al gedaan.

Wat mij vooral ergert op dit Vlaamse spreekgestoelte, dat is dat de Vlaming niet gebaat is bij een dergelijke defensieve houding. Dat de begroting boekhoudkundig in evenwicht is, volstaat niet om de Vlaamse burgers en bedrijven te behoeden voor de kommer en de kwel die nog gaan komen. U bent dik tevreden met die begroting, minister-president. Dat zou er nog aan ontbreken. Het gaat natuurlijk niet over u, maar over Vlaanderen.

Sta me toe om enkele petjes op te zetten. Ik heb ze niet bij, want dat is show en daar houd ik niet van. Ik ben een ondernemer en ik wil investeren. In welke mate zorgt deze begroting ervoor dat ik als ondernemer snel een vergunning zal krijgen? Ik ben een burgemeester van een plattelandsgemeente en ik kan de eindjes niet meer aan elkaar knopen. Ik ken heel wat van die burgemeesters, en ze behoren vaak tot uw partij. In welke mate zorgt deze begroting voor zuurstof zodat deze gemeenten hun belastingen niet hoeven te verhogen? Ik kom daar straks op terug. Het Plattelandsfonds? Het plattebeursfonds, ja. Ik ben behoeftig en ik heb nood aan een sociale woning. Zal ik sneller dan vroeger een woning aangeboden krijgen? Ik ben grootvader van een schoolgaand kleinkind. In welke mate zorgt deze begroting ervoor dat ik mijn kleinkind niet hoef af te halen aan de deur van een containerklas? Ik ben Vlaamse belastingbetaler. In welke mate maakt deze begroting gebruik van de bestaande fiscale autonomie om de belastingsdruk wat te milderen? Op al deze vragen is het antwoord soms in heel beperkte mate, maar meestal in geen enkele mate. Deze begroting verandert daar niets aan.

Ik eindig mijn redenering wat de belastingen betreft. De fiscale autonomie waarover we vandaag al beschikken is veel te beperkt, daar ben ik het helemaal mee eens. Ik kijk verlangend uit naar meer autonomie. Vorige week ben ik naar een studiedag geweest. Het is jammer dat daar geen andere politici aanwezig waren. De beleidsruimte die de zesde staatshervorming aan de regio’s gaat geven inzake fiscaliteit is gigantisch. Ik kijk ernaar uit om die samen met u in te vullen. Vandaag beschikken we echter al over een marge van 7 procent. Weet collega Diependaele hoeveel we daarvan vandaag al gebruiken? 0,26 procent. En dan maar toeteren dat Vlaanderen te weinig mogelijkheden heeft. Ondertussen worden de hefbomen die er zijn, niet gebruikt (Applaus)

Bart Van Malderen

Een aantal mensen hebben u al, zonder de microfoon te gebruiken, het antwoord gegeven op uw reeks retorische vragen. Voor het verslag wil ik het echter nog eens formeel vragen. Wat dragen de door u bepleite buffers bij aan de antwoorden op uw vragen? Hoeveel sociale woningen gaan we bijbouwen als we geld apart zetten in buffers? Hoeveel bijkomende kinderopvang zal er gerealiseerd worden als we geld apart zetten in buffers? Hoeveel bijkomende plaatsen gehandicaptenzorg zullen er komen als we uw verhaal volgen over buffers? Hoeveel, mijnheer van Rouveroij, hoeveel?

Sas van Rouveroij

Genoeg om die noden te lenigen. Zo dadelijk kom ik daarop terug. Ik zal u zo dadelijk een buffer voorlezen van 252 miljoen euro.

Wat er ook van zij, ik sta hier om u te controleren. U zit daar om beleid te voeren. Als u van kant wilt wisselen, hebt u het maar te zeggen. Minister-president, de omstandigheden zijn ongunstig, dat erkennen we zonder meer. In de Vlaamse microkosmos zet u echter geen grote structuurveranderingen uit die de hoop op herstel rechtvaardigen. Deze begroting is uw laatste waarvoor u nog een vol jaar bevoegdheid draagt. Deze kans gaat nu dus verloren.

Het overheidsbeslag is en blijft ook na Peeters II te hoog. De sp.a-voorzitter – ik heb hem vorige week nog aan het woord gehoord of gelezen in de krant – is daarvan niet overtuigd. Hij is absoluut niet overtuigd van het feit dat het overheidsbeslag in dit land en Vlaanderen te hoog is. Maar, minister-president en minister Muyters, laat u daardoor niet gijzelen. Met 54 procent scoren we heel wat hoger dan Nederland en Duitsland. Ik heb zojuist de cijfers van Eurostat gekregen, en die bewijzen andermaal deze stelling. Als u daar dieper op wilt ingaan: ik heb alle documentatie in bezit. 54 procent! Wie zo blind is te beweren, mijnheer Van Malderen, dat de overheid in die landen minder biedt en/of slechter functioneert, die moet dringend eens op vakantie naar die landen.

Minister-president, op onze vraag om dit overheidsbeslag af te bouwen, is uw antwoord dat tegen eind 2014 het ambtenarenkorps zal zijn verlaagd met 6 procent. Vanuit de oppositie appreciëren we deze doelstelling. Meer nog, we appreciëren dat ze wordt gehaald, want u zit op kruissnelheid. Andermaal zeg ik dat 6 procent op het einde van deze legislatuur betekent dat u vier op de vijf ambtenaren vervangt die uit dienst treden. Dat is de ratio die u hanteert en die is niet ambitieus genoeg. Minister-president, ik zal geen appels met peren vergelijken, maar ze liggen wel in dezelfde fruitmand, die van de overheid.

Minister-president, stel dat we de lat even hoog leggen als de Federale Regering, waar maar een op drie ambtenaren wordt vervangen, dan betekent dat voor Vlaanderen in één legislatuur een vermindering van zijn ambtenarenkorps niet met de huidige 6 procent, maar met 21 procent. Tegenwaarde is afgerond 300 miljoen euro. Ik hoor u al denken: gemakkelijke oppositiepraat. Wel, de federale overheid doet het. Er wordt dus wel gehandeld, maar elders. Open Vld bevindt zich in zeer goed gezelschap.

Minister-president en minister Muyters – ik spreek u beiden daarop aan –, u zult niet ontkennen dat de industriële sector onze partner bij uitstek is om werk en Vlaamse welvaart te garanderen. Het is al even duidelijk dat de industrie barslechte tijden meemaakt, want waarom luistert deze regering niet naar de raadgevingen van diezelfde industriële spelers? De heer Van den Heuvel had het zopas over de industrie in de cockpit zetten. Als je hen in de cockpit zet – geen bezwaar – dan zul je een andere bestemming hebben dan de bestemming die het regeringsvliegtuig op dit moment heeft.

Op de website van Industrie Vlaanderen, waarvan alle industriële spelers deel uitmaken, staat letterlijk te lezen: “Er dient een kerntakendebat te komen” – ik weet het, u wordt al zenuwachtig – “om de rol van de Vlaamse overheid te specificeren. Het overheidsbeslag op de economie moet snel dalen en het ambtenarenkorps moet worden afgeslankt.”

Het afslanken van het ambtenarenkorps gebeurt. Nogmaals, 6 procent is niet ambitieus genoeg. Veel belangrijker is waarom u over de rol van de Vlaamse overheid niet debatteert. Waarom krijgen we geen kerntakendebat?

De voorzitter

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois

Mijnheer van Rouveroij, het is de zoveelste keer dat u het hebt over het overheidsbeslag in Vlaanderen. U hebt het niet over het Vlaams overheidsbeslag. Wilt u eens een definitie geven van wat u verstaat onder overheidsbeslag? Wie legt beslag als overheid? Dit is een belangrijke nuance. U moet in zuivere termen discussiëren.

Ik ken de tekst van Industrie Vlaanderen. Wilt u ook eens zeggen van wanneer die dateert? Als ik me niet vergis, is dat een tekst van 2009, dus van voor deze regering maatregelen is beginnen te nemen.

Als we het hebben over het overheidsapparaat in Vlaanderen, het Vlaamse overheidsapparaat, dan hebben ik of deze regering van Open Vld geen lessen te krijgen. Dit is de eerste regering die daar werk van maakt.

Ik wil niet vergelijken met de federale overheid, maar u hebt het zelf gedaan. Als u mij uitdaagt, ga ik er natuurlijk op in. Federaal is de situatie totaal anders. 67 procent van de inspanningen die de federale overheid doet, gebeurt in het departement Financiën, waar men een massa personeelsleden heeft van om en bij de 30.000. Nu is dat verminderd tot om en bij de 27.000 mensen. Federaal heeft nog altijd fiscale ambtenaren a rato van 2,49 per 1000. Nederland bijvoorbeeld heeft er 1,89 per 1000. Vergelijk dus geen appels en peren. Als u zegt dat wij ons tempo moeten opdrijven en dat wij 21 procent minder ambtenaren moeten hebben, dan moet u eens zeggen waar we dat moeten doen.

Ik heb al tot vervelens toe gezegd dat deze regering beslist heeft om het ambtenarenapparaat af te bouwen, geconcentreerd op diensten van de Vlaamse overheid. We hebben er bewust een aantal sectoren buiten gelaten. We gaan in de welzijnssector het aantal mensen dat nodig is om de zorg te verlenen, niet verminderen. Er zijn normen. U kunt niet tegelijk een pleidooi houden dat er meer uitgaven moeten gaan naar wat u daarstraks allemaal hebt opgesomd, en tegelijk zeggen dat er buffers moeten worden aangelegd en ook nog eens zeggen dat we de inspanningen in die sectoren waar mensen nodig zijn om zorgen te verlenen, moeten verminderen. Het gaat dus om 28.000 mensen. We hebben een norm gesteld en die halen we ook. We zitten op schema. We halen die 6 procent.

U hebt het over de accessoires: dat is niet het belangrijkste. Wij bouwen het aantal ambtenaren af, zonder grote schokken en met behoud van de dienstverlening, met behoud van de kwaliteit van de dienstverlening.

Als de industrie zegt dat de overheid niet klantvriendelijk genoeg is en dat er niet genoeg dienstverlening is, moet u dat eens concreet maken. Zeg eens waar de ambtenaren tekortschieten. U weet dat niet alleen ik, maar elk van mijn collega’s daar zeer gevoelig voor zijn. Als we horen dat de ambtenarij tekortschiet of niet snel optreedt of te weinig dienst verleent of niet klantvriendelijk genoeg is, dan wordt er opgetreden. Wij bouwen – als u het hebt over accessoires – de overhead van deze overheid af. U kent het rapport van de Interne Audit, dat zegt dat de overheid veel te groot is. Ik maak me sterk dat in 2014, op het einde van deze regeerperiode, de overhead zal zijn afgebouwd van 16 procent naar 10 procent. Dit is wat we stelselmatig en gestaag doen.

Ik heb het alleen over de diensten van de Vlaamse overheid en nog niet over de besparingen bij De Lijn, bij de VRT, in het onderwijs. Ook daar zijn besparingen gebeurd. U negeert dat het onderwijs het eerste jaar een cao van 142 miljoen euro inlevert. In het tweede jaar is er een besparing op het vakantiegeld van 92 procent naar 78,06 procent. Op de diensten van de Vlaamse overheid gebeurt er in 2013 – en in 2014 groeit dit nog aan – recurrent een besparing van 400 miljoen euro op apparaat en op lonen. Van 2009 tot en met 2013 creëren wij nu al een besparing van 1,150 miljard euro. In 2014 komt daar nog bij zodat we over de hele periode bijna 1,5 miljard euro hebben bespaard.

Ik wil niet in debat gaan over wat anderen doen. Ik kijk naar wat wij doen. Wij doen op een verantwoorde manier een zeer goede besparing op het overheidsapparaat. We doen dat zonder dat de diensten verminderen. We doen dat zonder dat de kwaliteit vermindert. Nog eens: ik heb van u geen lessen te krijgen.

De voorzitter

De heer Martens heeft het woord.

Bart Martens

Voorzitter, ik heb twee bemerkingen bij het betoog van de heer van Rouveroij.

De eerste gaat over het overheidsbeslag. Twee weken geleden stond er in De Tijd een studie waaruit blijkt dat de Belg, ondanks het feit dat hij in vergelijking met andere Europeanen weinig overhoudt van zijn brutoloon, toch de derde rijkste burger van Europa is, als je rekening houdt met een aantal correcties en als je rekening houdt met wat hij van de overheid terugkrijgt onder de vorm van kinderbijslag, van goedkoop wonen enzovoort.

Als je met al die factoren rekening houdt, blijkt uit de studie van Deloitte in opdracht van De Tijd dat de Belg tot de derde rijkste burgers van heel de Europese Unie behoort. Overheidsbeslag zegt dus ook niet alles. Je kunt natuurlijk pleiten voor een model zoals in het Verenigd Koninkrijk, waar je 10.000 euro inschrijvingsgeld aan de universiteit betaalt, waar je je privaat moet verzekeren voor je medische kosten enzovoort. Maar dat is niet het model dat wij wensen.

Wat het kerntakendebat betreft, hebben we al een beetje gehoord in welke richting u het zult zoeken. U hebt het over het overbodige accessoire van het Vlaams Energiebedrijf. Voor ons is dat wel een kerntaak. Volgens de Europese Energie-efficiëntierichtlijn moeten alle overheden in ons land 4 procent van hun gebouwenpatrimonium jaarlijks ‘enoveren’. Dat gaan we doen met de centen van het Vlaams Energiebedrijf. Dat zijn investeringen in onderhoud, investeringen in besparingen, investeringen die ook opleveren. We kunnen ervoor kiezen om dat niet te doen en wachten tot de hogere energiefacturen door de gestegen olie- en gasprijzen op ons afkomen. Dat is dan allemaal geld dat we naar buiten dragen naar de olie- en gasexporterende landen.

Wij hebben ervoor gekozen om wel te investeren in die besparingen, en dat is investeren in het onderhoud van onze wagen. Dat is geen overbodig luxeaccessoire, dat is investeren in onderhoud. Mijnheer van Rouveroij, ik heb de indruk dat u niet alleen in het vet aan het snijden bent, maar ook in de spieren. Uw wagen heeft misschien betere schokdempers, maar zal door gebrek aan structureel onderhoud sneller in panne vallen.

Sas van Rouveroij

Mijnheer Martens, natuurlijk is het een kerntaak van de overheid om de energiebesparing tot stand te brengen, niet alleen bij ons maar ook bij de anderen. Dat is het punt niet. De vraag is: heb je daarvoor een afzonderlijk agentschap nodig? Heb je daarvoor de kapitalisatie van 200 miljoen euro nodig om die doelstelling te halen, terwijl je beschikt over een eigen administratie? Het gaat over middelen. We delen het doel.

Minister, u had het over de definitie van overheidsbeslag. U zei dat u van mij geen lessen hebt te krijgen. Ik ben u geen les aan het geven, ik ben alleen maar mijn standpunt aan het vertolken. Ik heb van nature niet de neiging om lessen te lezen. Maar dit is mijn standpunt, en het is niet het uwe. Het uwe is eerbiedwaardig, en ik hoop dat u dat van het mijne ook vindt.

Laten we niet te veel tijd steken in de definitie van overheidsbeslag. Het is een politiek debat. Volgens mij bevat het twee delen: regels en centen. Het probleem is dat regels niet goed te meten zijn, dus val ik terug op de tabellen die Eurostat zeer recent heeft opgeleverd voor 2011. Ze zijn dus goed bij de les. Eurostat geeft het gewogen gemiddelde overheidsbeslag. Dat is de definitie van centen, de definitie van Eurostat. Het belangrijkste hier is niet zozeer dat ik u duidelijk maak wat mijn definitie is, het belangrijkste is dat Eurostat op een absoluut gelijke manier de 27 lidstaten heeft vergeleken. Het gaat over de vergelijking. Het gewogen gemiddelde is 49 procent. De hoogste niveaus liggen bij vier landen die boven 53 procent gaan: Denemarken, Frankrijk, Finland en België. Dat zijn geaggregeerde resultaten voor België, we zijn nog niet onafhankelijk. Ik bedoel: wij zijn niet onafhankelijk. Voor België is het 54 procent. Voor de laagste niveaus denken we aan bananenrepublieken, maar dat zijn Zwitserland met 34 procent en Luxemburg, hoewel we dat in een andere context moeten bekijken, met 42 procent. Eurostat geeft zelf bij zijn analyse dus ook Zwitserland en Luxemburg aan.

Mijnheer Van Malderen, wat is nu belangrijk? Wij hebben samen met Denemarken, Frankrijk en Finland het hoogste overheidsbeslag. Wat blijkt nu bij de analyse? Dat de driver van het hoge overheidsbeslag in Denemarken, Frankrijk en Finland – maar niet bij ons – gezondheid en sociale bescherming is. Bij Denemarken is dat 25,2 procent, dat is iets meer dan de helft van het overheidsbeslag in dat land, in Frankrijk is dat 24,2 procent en in Finland is het 23,9 procent. Wij komen in dat lijstje niet voor.

Als u me nu zegt dat u het overheidsbeslag rechtvaardigt vanuit de vaststelling dat gezondheid en sociale bescherming de drivers zijn van de hoogte, dan zeg ik u op basis van de Eurostatcijfers dat dat niet juist is. Er zitten andere drivers achter, los van gezondheid en sociale bescherming waar wij ook 100 procent voorstander van zijn, maar met af en toe andere middelen.

Een interessant percentage blijkt hier ook uit. Al zeker één driver zorgt er niet voor dat we in België, en bij uitbreiding in Vlaanderen, zo’n hoog overheidsbeslag hebben. Houdt u zich goed vast: als het gaat om de sector milieubescherming en huisvesting, hebben we daar minder dan 1 procent aandeel in. En weet u wie er naast ons staat, wie onze buren zijn? Hongarije en Griekenland.

Dit vergt meer analyse, maar het is toch interessant om te weten dat milieubescherming en huisvesting geen oorzaak zijn van ons hoog overheidsbeslag, net zomin als sociale bescherming en gezondheid het zijn ten overstaan van Denemarken, Frankrijk en Finland.

Minister, ik vind dat uw departementaal vliegtuig in de juiste richting koerst, laat dit een duidelijk woord van waardering zijn. Het vliegt in de juiste richting, maar ik krijg wel de indruk dat er achter u constant een kandidaat-kaper staat die zegt: “Piloot jongen, let op, want als je niet braaf genoeg bent, dan kaap ik het vliegtuig.” Het is met andere woorden een korteafstandsvlucht geworden. U vliegt in de goede richting, maar niet ver genoeg. U bereikt niet de bestemming die nodig is om Vlaanderen ruimte te geven.

Minister Geert Bourgeois

Om te beginnen met het laatste, mijnheer van Rouveroij, ik ben het daar volstrekt mee oneens, dit is geen korte vlucht, dit is geen kortetermijnpolitiek, maar langetermijnpolitiek. Dit gaat over structurele besparingen die recurrent worden voortgezet, ook na 2014. Natuurlijk zullen er in 2014 nieuwe uitdagingen opgenomen moeten worden en zal de nieuwe regering ook maatregelen moeten nemen. Maar het is een gestage vorm van meer overheidsefficiëntie.

Ik herhaal nog eens dat het een keuze is van deze regering, en ik meen dat ik het u ook heb horen zeggen dat u niet wou dat er bespaard werd op onderwijs. Wij verminderen het aantal leerkrachten niet, het aantal zorgwerkers niet, het aantal mensen in onze openbare psychiatrische ziekenhuizen niet, enzovoort. We doen het op het overheidsapparaat stricto sensu en op een aantal externe agentschappen of Vlaamse openbare instellingen (VOI’s), ik denk aan de VRT, De Lijn en dergelijke meer. We zitten op koers.

En ik wil u zeggen dat dit een heel belangrijke beslissing is. We maken er ruimte mee vrij. We hebben die ruimte vrijgemaakt, dat stond niet in het regeerakkoord, precies om meer te kunnen investeren, onder meer in Onderzoek en Ontwikkeling (O&O). Minister Lieten kan u de cijfers geven. Kijkt u daarvoor ook eens naar de cijfers die gepubliceerd worden op Europees niveau: we zitten bij de betere inzake investeringen in O&O, met dien verstande dat het bedrijfsleven te weinig volgt, maar de overheid zit, wat Vlaanderen betreft, op het goede spoor met deze regering, ondanks de budgettaire tijden. Het een houdt verband met het andere.

Als u het hebt over het overheidsbeslag citeert u nu correct: het gaat over een vergelijking van staten, van landen. U zegt: “bij uitbreiding Vlaanderen”, maar u moet eens leren om een onderscheid te maken tussen ontvangsten, belastingen en beslag leggen en de uitgaven, want dan komt u tot een zuiverder debat.

Ik wil er ook aan toevoegen dat u moet kijken naar wat eminente mensen, zoals professor Moesen, zeggen, namelijk dat we heel het debat over het beslag moeten relateren aan de output, aan wat we daarmee doen. En dan moet u bijvoorbeeld bekijken in Vlaanderen wat we doen met een heel grote factor van uitgaven, het onderwijs. Hoe scoren we daar? Kijkt u naar die rankings. Ik houd niet van het eenzijdige betoog over wat het beslag is zonder daarbij te bekijken wat daarvoor aan de samenleving wordt geleverd.

U gaf de Scandinavische landen als voorbeeld. En ik zeg niet dat we hetzelfde niveau halen, daarover ben ik het met u eens. België, en bij uitbreiding Vlaanderen, kan beter, daar zijn we werk van aan het maken met deze regering. Ook in die landen wordt in die termen geredeneerd: hoog beslag versus een grote return voor de bevolking.

Sas van Rouveroij

Ik keer even terug naar de vraag: “waarom geen kerntakendebat?”. Mijn antwoord daarop is dat een kerntakendebat de grote meningsverschillen in uw regering zou blootleggen. Een afbouw met 6 procent kan nog net – daar ben ik wel van overtuigd – zonder kerntakendebat, dat is waar, maar u botst tegen de bovenkant van uw kaasschaaf aan.

Met andere woorden, u botst op de vaststelling dat deze regering geen of onvoldoende gemeenschappelijk gedragen projecten heeft om van Vlaanderen een slanke en slagvaardige deelstaat te maken. Dat is spijtig. Als we later zullen terugkijken op deze periode, zal de geschiedenis het oordeel vellen dat de regering-Peeters II de opportuniteiten die elke crisis in zich draagt, onvoldoende heeft aangegrepen en het tijdsvenster vol verandering, dat zich hopelijk over enkele jaren zal sluiten, verloren heeft laten gaan.

U zou structurele en ingrijpende keuzes moeten maken op basis van het kerntakendebat. Maar we zien de onmacht om het kerntakendebat te voeren. Wat doet Vlaanderen? Waarom? Wie moet het doen? Die onmacht leidt tot een gedeeltelijke stilstand, hoewel er beweging is. U bereikt wel een bestemming met uw vliegtuig, maar niet ver genoeg.

Ondertussen wordt er ook schade veroorzaakt. Op de website http://www.bestuurszaken.be staat dat de nieuwe set van maatregelen de motivatie en inzetbaarheid van ambtenaren moet verhogen. Ik neem aan dat zoiets een kamerbreed applaus krijgt. Maar u moet mij eens uitleggen, minister, hoe u dat rijmt met de beslissing om in 2013 en 2014 de functionerings- en managementstoelage voor mensen die boven het maaiveld presteren, niet toe te kennen. Zo’n prestatiegerelateerde bonus was volgens ons de enige geldelijke beloning die een leidend ambtenaar had en heeft om de personeelsleden die een tandje bijsteken, te motiveren. Het is het belangrijkste argument waarover we beschikken om een meer efficiënte en effectieve ambtenarij tot stand te brengen en dat wordt de leidend ambtenaar ontnomen voor een budgettaire opbrengst van ocharme, ocharme, 3,9 miljoen euro.

Minister Muyters, ik kijk naar u als het over centen gaat. 3,9 miljoen euro op een pakket van 27 miljard euro! Was er echt niets anders te vinden dan deze schadelijke maatregel? Aan u beiden zeg ik: mocht ik Ben Weyts zijn, wat zou ik dan zeggen? Communisme!

Minister Geert Bourgeois

Marxisme, dat zegt iemand anders.

Mijnheer van Rouveroij, u weet dat het gaat om een opschorting, niet alleen van de functionerings- maar ook van de managementstoelage van de leidend ambtenaren. Ik ben het fundamenteel met u eens dat het in een goed HR-beleid mogelijk moet zijn om mensen die boven het maaiveld uitsteken, die goed presteren, beter te belonen. Alleen zijn we dat fundamenteel aan het herbekijken. Dit behoorde tot nu toe aan de autonomie van de leidend ambtenaren. We stelden vast dat nog slechts de helft van de entiteiten functioneringstoelagen uitkeerden. Ik denk dat we in die periode van opschorting in 2013 en 2014 beter werk maken van een fundamenteel nieuw beleid. Wat mij betreft, moeten we voor functionerings- en managementstoelagen blijven kiezen. Ik werk aan een nota daarover. Die zal dan in de regering worden besproken.

In de opschortingsperiode zullen we 3,9 miljoen euro besparen op 100 miljoen euro, niet op 27 miljard euro. Dat is een van de pakketten die in een akkoord met de vakbond bereikt zijn. 100 miljoen euro besparen inzake de wedden en in samenwerking met de vakbonden is een hele prestatie. De toelagen zijn opgeschort, niet afgeschaft. Ondertussen maak ik werk van een fundamentele hervorming van het volledige HR-beleid, waar ook nog andere klemtonen kunnen worden gelegd.

Ik ben samen met u voorstander van het behoud van een dergelijke maatregel.

Sas van Rouveroij

Ik ben blij dat we het daarover eens zijn.

Mag ik u in het kader van een constructieve oppositie en in een poging om samen oplossingen te bewerkstelligen, een voorstel doen? Probeer de partners – voor zover daar weerstand zou bestaan – in de regering te overtuigen om deze maatregel alleen maar door te voeren naar aanleiding van de begrotingsmonitoring. Stel dat op het einde van 2013 uit de monitoring blijkt dat het echt niet anders kan, dan zijn we er nog niet voor, maar dan hebt u ten minste een poging gedaan om deze schadelijke maatregel te vermijden.

Hetzelfde zou je kunnen doen in 2014: op het einde van het jaar bij de monitoring even nakijken of dit kan worden vermeden.

Mijnheer van Rouveroij, ik begrijp wat u zegt. Maar we moeten natuurlijk goed weten dat we deze 100 miljoen euro hebben afgesproken in overleg met de sociale partners, met de vakbonden van de openbare sector: De Lijn, de VRT, enzovoort. Het is dus moeilijk om er uit het hele pakket van 100 miljoen euro eentje uit te pikken en om dan te zeggen dat we die, als het een beetje meevalt, niet zullen uitvoeren. Minister Bourgeois zei al dat wij er fundamenteel achter blijven staan. Maar er is wel wat hervorming nodig om er een maatregel van te maken waarvan u en ik vinden dat het zo zou moeten zijn.

Sas van Rouveroij

Zo ziet u, minister, hoe risicovol het is om soms beslissingen uit te besteden aan de vakbonden. (Opmerkingen)

Ik overdrijf nu wat. U hebt het niet helemaal uitbesteed, maar u zegt terecht dat u dit in overleg hebt gedaan met de vakorganisaties. Ik weet wel dat de syndicalisten in deze zaal nu zullen beginnen te protesteren. Wat denkt u dat er zal gebeuren als het gaat over het iets beter verlonen van diegenen die net boven het maaiveld uitkijken? Zal dat bij de syndicaten op algemeen applaus mogen rekenen? Neen, natuurlijk.

Minister-president, de meerjarenraming die uw regering voorlegt, is die naam niet waardig. We hebben het er daarnet al over gehad, maar ik wil het hier herhalen omdat het zo belangrijk is. Uw meerjarenplan is in feite een summiere doortrekking van het huidige beleid zonder enige aanwijzing hoe dit uiteindelijk zal leiden tot een structureel evenwicht en zonder rekening te houden met verschillende nieuwe uitgaven waartoe u hebt beslist, zoals het Plattelandsfonds, dat – zoals ik al zei – in feite een ‘plattebeursfonds’ is, en, minister Lieten, het groeipad voor O&O, dat is uitgezet maar waarvan in de meerjarenplanning niets is terug te vinden. Ik ben dus bang dat dat groeipad opnieuw zal worden overwoekerd door niet-ingeloste beloftes. Laten we hopen dat we niet zullen moeten wieden.

Maar het is vooral opvallend dat in deze meerjarenbegroting, deze meerjarenraming, noch in 2014 noch in 2015 de zesde staatshervorming verschijnt, terwijl er toch voldoende aanduidingen zijn dat die kostprijs vrij hoog zal zijn en dat het dus verstandig zou zijn om daarvoor al wat geld opzij te zetten.

Zo, collega’s, maken we ons klaar voor Vlaanderen, voor de toekomst van morgen.

Ik sluit af met de mythe van Daedalus en Icarus. Icarus negeert de waarschuwingen van zijn vriend Daedalus – en laat dat dan de voltallige oppositie zijn, het Rekenhof, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), uw goede vrienden die het goed met u menen, ook al bent u daar niet echt van overtuigd. Daedalus raadt hem aan om niet te hoog en te dicht bij de zon te vliegen, maar ook niet te laag omdat de vleugels dan te zwaar worden van het zeewater. Ondanks die goede raad wordt Icarus roekeloos. Hij vliegt te hoog zodat de was toch smelt door de zon en hij neerstort. Minister, met steeds hogere uitgaven – u bent begonnen bij 24 miljard euro en we zitten nu al boven de 27 miljard euro – vliegt u recht naar de zon. Ik wil niet dat u neerstort. Ik wil u niet als mens, uiteraard, zien neerstorten maar ook niet als minister. Want in uw val sleurt u Vlaanderen mee. Minister, ga dus Icarus niet achterna, ook als anderen u daartoe zouden aanzetten.

Mijnheer van Rouveroij, ik citeer een van de Daedalussen die u graag citeert, het Rekenhof. De heer Debucquoy zegt dat het halen van het begrotingsevenwicht eind 2013 een straffe prestatie zou zijn: “Dat zou een belangrijk voorbeeld stellen.” Uw Rekenhof, mijnheer van Rouveroij.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen

Dames en heren van de regering, voorzitter, collega’s, de volgende twee dagen zullen we het hier uitgebreid over de begroting hebben. Ik heb het even nageteld: er zijn nog 104 betogen te gaan. En dat is terecht. Maar als er zijn, mijnheer Diependaele, die hun beurt laten voorbijgaan, geen probleem. Dit is een van de belangrijkste taken die we als parlement hebben. We staan in voor de controle van de regering, waar de heer van Rouveroij daarnet naar heeft verwezen, de wetgevende activiteit en dus ook het goedkeuren van de begroting.

De inleidingen van de fractieleiders dienen ertoe om het verhaal achter de cijfers duidelijk te maken. Ik heb begrepen dat nogal wat mensen teruggrijpen naar het verleden om dat verhaal te kunnen plaatsen: Daedalus en Icarus of het Oude Testament. Ik ben bij mijn voorbereiding ook in het verleden gaan grasduinen, maar ik ben in de iets recentere geschiedenis gebleven.

In 1903, 110 jaar geleden, schreef ene August De Winne een boekje: ‘Door arm Vlaanderen’. De ‘door’ is nadien vaak weggevallen. Men had het dan over ‘arm Vlaanderen’. Daarbij werd vaak vergeten waarover dat boek ging. De Winne reisde doorheen het Vlaanderen van zijn tijd en schetste een heel schrijnend beeld van werkloosheid, armoede, achterstelling en sociale uitsluiting.

110 jaar later hebben verschillende generaties ongelofelijk hard gewerkt om Vlaanderen te maken tot wat het vandaag is. Mocht De Winne terugkeren naar het Vlaanderen van vandaag, denk ik dat zijn boek een andere titel zou krijgen. Meer dan een eeuw heeft Vlaanderen zichzelf kunnen rechtzetten via hard werken, maar ook via het investeren in publieke dienstverlening en via een uitgebouwde solidariteit. Vlaanderen heeft zichzelf uit de miserie gewerkt, door samen te werken in plaats van te verdelen, door een open kijk te hebben op de wereld, door zichzelf om te vormen tot een performante open economie.

Die vooruitgang, collega’s, is historisch gezien, op heel lange termijn – tot en met Daedalus en Icarus, mijnheer van Rouveroij – niet minder dan spectaculair. Maar die vooruitgang is niet zonder tegenslagen gegaan. Vlaanderen heeft vele crisissen gekend. Het einde van de textielindustrie is heel vaak voorspeld. De textielindustrie die we vandaag kennen ziet er heel anders uit dan degene die het landschap van onze steden honderd jaar geleden kenmerkte. De steenbakkerijen die hele streken definieerden, zijn vandaag heel andere bedrijven geworden. Er zijn er ook veel minder. De Rupelstreek is niet meer het zwarte land zoals het honderd jaar geleden bestond. De mijnen in Limburg zijn gesloten. De scheepsbouw is verdwenen uit het Waasland en de streek rond Antwerpen.

We hebben de oliecrisissen gehad van de jaren 70, de diepe sociale crisis met zeer hoge werkloosheid in de jaren 80, de samenlevings- en vertrouwenscrisis in de jaren 90. De vaststelling is dat Vlaanderen elke crisis te boven is gekomen, heeft overwonnen en er beter is uitgekomen, door te willen vernieuwen, investeren en blijven investeren in de welvaart van morgen. Vlaanderen is uitgegroeid tot een van de meest welvarende regio’s van de wereld, waar het goed wonen en leven is, waar we genieten van uitstekend onderwijs en waar brede welzijnsvoorzieningen bestaan.

We hebben het daarnet gehad over het overheidsbeslag. De heer Martens verwees al naar de studie van Deloitte: de Belg heeft het derde hoogste beschikbare inkomen, doordat er maatregelen bestaan die ingrijpen op loonkost, doordat onze jobs nog altijd goed betaald zijn, doordat we uitstekend onderwijs hebben en uitstekende welzijnsvoorzieningen. De eerlijkheid gebiedt natuurlijk te zeggen dat we in een crisis leven en dat onze regio en de verwezenlijkingen van het verleden onder een enorme druk staan.

Sinds de Septemberverklaring hebben we nog maar weinig goed nieuws te verwerken gekregen. Integendeel, een stijgende werkloosheid – vooral de jeugdwerkloosheid neemt bijzonder angstwekkende proporties aan –, een recordaantal faillissementen, aangekondigde sluitingen, rapporten die ons wijzen op het onvermogen om doelgroepen in onze maatschappij ten volle te laten participeren en toenemende ongelijkheid die leidt tot een hoger armoederisico dat het samenleven zelf onder druk zet. Collega’s, dat is nefast voor de samenleving, maar het is ook nefast voor onze economie. Meer dan het overheidsbeslag, meer dan een secce cijferdiscussie, collega van Rouveroij, is het de ongelijkheid in onze samenleving die ertoe leidt dat we minder het economisch potentieel zullen kunnen benutten als we er niet in slagen om daar fundamenteel bakens te verzetten.

Ik maak me ook zorgen, want het gaat hier over cijfers, over het bruto binnenlands geluk. We voelen ons niet goed, er zijn problemen met betrekking tot welzijn, en voor veel mensen staat de toegang tot die brede, goede welzijnssector ook gelijk met wachten, lang wachten. Vlaanderen is ook een regio van wachtlijsten.

Ons uitstekend onderwijs staat voor een aantal enorme uitdagingen. We hebben hier de afgelopen weken verschillende keren het debat kunnen voeren over het watervaleffect, over de niet-gekwalificeerde uitstroom, over het feit dat we minder goed scoren in vakken die er economisch toe doen. Dat is uiteraard deels een conjunctureel gegeven, het is deels korte termijn, maar we moeten heel dit debat ook voeren tegen langetermijnachtergronden. Een achtergrond van demografie, waar we tegelijk geconfronteerd worden met een vergroening en een vergrijzing van onze maatschappij. Een achtergrond van grondstofschaarste, die zal blijven leiden tot structureel hoge energieprijzen.

Te midden van dat beeld – dat geen optimistisch beeld is – wil ik u toch vragen om even mee te fietsen doorheen een aantal maatregelen die de Vlaamse Regering recent nam en plant, en die te spiegelen tegen deze korte- en langetermijnuitdagingen, en tegen de moeilijke financiële situatie die regeringen en overheden in heel Europa tekent.

Wie deze oefening eerlijk maakt, zal de kritiek die de oppositie geuit heeft en wellicht nog zal uiten, toch wel in een iets ander perspectief zetten. We maken ons zorgen, zoals ik reeds gezegd heb, over de stijgende werkloosheid. En we hebben hier vorige week van gedachten kunnen wisselen over de performantie die de VDAB aan de dag moet leggen, en de middelen die ze daarvoor zullen krijgen.

We zijn ook blij dat er een akkoord bereikt is met de federale overheid rond de stages, en we willen daar echt wel alle zeilen bijzetten om zo snel mogelijk dit akkoord te verzilveren om ervoor te zorgen dat die stageplaatsen ook effectief ingevuld worden, dat daar de nodige toeleiding gebeurt, en dat daar ook werkelijk alle middelen worden bijgezet – we denken dan aan Jobkanaal – om dit te realiseren.

Filip Watteeuw

Mijnheer Van Malderen, heb ik u goed begrepen dat u zegt dat de VDAB de middelen moet krijgen om te kunnen werken? Dat hebt u toch gezegd?

Bart Van Malderen

Had u van mij een ontkenning verwacht?

Filip Watteeuw

Ik vraag me nog altijd af – na vorige week – hoe u tegen die besparingen aan kijkt. U sprak toen over dwangbesparingen, dat minister Muyters de VDAB in een dwangbuis stopte, plus het feit dat de VDAB momenteel zelfs niet genoeg mensen heeft om de gewone dienstverlening te doen. Dit stond letterlijk op uw website. Dus u neemt daar nu afstand van?

Bart Van Malderen

Ik verwijs heel graag naar de tekst op mijn website, en ik zou u aanraden om die tekst in detail te lezen, collega. Daar staat een vrees voor de gevolgen van de combinatie van besparingen – die in het gehele Vlaamse overheidsapparaat worden doorgevoerd, waar ik straks op terugkom, die respectabel zijn en waar helemaal niet minnetjes moet over gedaan worden – en die stijgende werkloosheid. Die combinatie zal ertoe leiden dat men werkelijk alle zeilen zal moeten bijzetten om de bestaande dienstverlening te kunnen blijven garanderen. We gaan ervan uit dat die dienstverlening ook gegarandeerd blijft. Men zal er dus voor moeten waken dat stijgende werkloosheid in combinatie met besparing geen werking hypothekeert. Ik heb vorige week evenzeer van de minister gehoord dat er deze week een raad van bestuur plaatsvindt die deze zaken gaat bekijken.

Men werkt daar dus aan. U kunt erom lachen.

Filip Watteeuw

Voorzitter, ik denk dat de discussie voorbij is. Ik heb de website van de heer Van Malderen snel geraadpleegd. Hij heeft inderdaad de tekst veranderd. De tekst is niet meer dezelfde als die van vorige week. (Gelach)

Bart Van Malderen

Dat is onzin.

De voorzitter

We zullen een commissie oprichten om dat te beoordelen.

Bart Van Malderen

Ik heb daarnet gepleit voor een actualiteitsdebat over de coherentie binnen de Groenfractie, maar misschien moet het gaat over de coherentie van de heer Watteeuw.

Filip Watteeuw

U hebt u laten overtuigen door minister Muyters. U zwalpt van de ene kant naar de andere kant!

Bart Van Malderen

Het siert u echt niet dat u dergelijke onwaarheden vertelt.

Filip Watteeuw

Mijnheer Van Malderen, het wordt echt hilarisch. We hebben een nieuwe enerzijds-anderzijdspartij, of een nieuwe enerzijds-anderzijdsfractievoorzitter gevonden. Ik ben er absoluut zeker van dat u uw website hebt veranderd. De tekst van vorige week was veel harder. Die ging toen over dwangbuisbesparingen. U stelde toen letterlijk dat de VDAB zijn taak niet meer kon uitvoeren, omdat hij niet genoeg personeel en middelen had. U weet dat aan minister Muyters, maar u hebt u door hem laten overtuigen, wat natuurlijk mooi is.

Bart Van Malderen

Mijnheer Watteeuw, misschien moet u een onderzoekscommissie vragen om de waarheid te achterhalen. Ik stel vast dat u beweert wat u niet hard kunt maken. Die website is niet aangepast.

Filip Watteeuw

Ik heb er geen kopie van.

Bart Van Malderen

Ik verwijs naar het parlementaire verslag. Daarin is dat allemaal heel duidelijk geworden. U bent blij om niets, maar goed, een kinderhand is gauw gevuld.

In moeilijke tijden moet men ook oog hebben voor de zwaksten, zeker op de arbeidsmarkt. Als de werkloosheid stijgt, is de sociale economie voor een aantal mensen nog meer dan anders de enige weg naar een baan. We weten dat er ondertussen keihard wordt gewerkt aan een nieuw ontwerp van decreet over het maatwerk in deze sector, dat hier binnenkort zal worden voorgelegd. Dat is een grote hervorming, die in ruim overleg met de sector wordt doorgevoerd. Hierdoor zullen sociale werkplaatsen, beschutte werkplaatsen een nieuwe toekomst krijgen, in een moeilijke omgeving. Hoewel het gaat om een moeilijke omgeving, probeert de Vlaamse Regering absoluut de continuïteit ter zake te waarborgen.

Vorige week vrijdag konden we vernemen dat er nieuwe initiatieven worden genomen om 50-plussers aan de slag te helpen, naast inspanningen die al zijn gebeurd in het verleden en die ook vruchten afwerpen. Laat ons immers wel wezen: hoewel de werkloosheid stijgt, stellen we bij 50-plussers een nieuwe stijging van de tewerkstelling vast. Dat gaat tegen de stroom in en wijst op de mogelijkheid om daadwerkelijk een arbeidsmarktbeleid te voeren. Daarom pleiten we ervoor om dat eveneens te doen met betrekking tot de jongerenwerkloosheid.

Het arbeidsmarktbeleid is echter niet alleen een zaak van de minister van Werk. Deze Vlaamse Regering heeft er ook voor gekozen om bijkomende middelen uit te trekken voor kinderopvang en zo de toegang tot de arbeidsmarkt voor heel wat mensen te vergemakkelijken.

Ik heb gewezen op het stijgende aantal faillissementen. Welnu, de minister-president kon vorige donderdag, ook in antwoord op een vraag van mevrouw Turan, een bijkomend initiatief aankondigen met betrekking tot de begeleiding van kmo’s. We hebben een heel interessante discussie gehad over het bankenplan. Terwijl de oppositie zei dat dit plan helemaal niet nodig is, dat er geen credit crunch is, kwamen toch wel verstandige mensen zeggen dat dit bankenplan absoluut op zijn plaats is, en dat de antwoorden die worden gegeven, de juiste zijn. We kijken dus ook uit naar de implementatie van dat bankenplan. We zullen dat uiteraard blijven volgen.

Sinds de Septemberverklaring hebben we het dramatische nieuws van Ford Genk gehad. Vandaag wordt dat herhaald, als een echo, bij de toeleveranciers. Welnu, er is een taskforce opgestart en we zullen bekijken hoe we de getroffenen zo snel mogelijk opnieuw aan een baan zullen helpen.

Ik kan me aansluiten bij de woorden van lof die de heer Van den Heuvel heeft geuit over het feit dat Vlaanderen gaat investeren in zijn wegeninfrastructuur. Uiteraard steunen we ook dat er 100 miljoen euro gaat naar het wegwerken van zwarte punten. Uiteraard blijven we echter oproepen werk te maken van alternatieven voor het autovervoer. Er is de waterweg, als alternatief voor het vrachtvervoer dat onze wegen stuk rijdt. Er is het openbaar vervoer, als alternatief voor de wagen. We willen dat Vlaanderen blijft investeren in fietspaden, naast de renovatie van de autowegen.

De voorzitter

Mijnheer Watteeuw, citeert u weer uit de website van de heer Van Malderen?

Filip Watteeuw

Toch niet, voorzitter. Ik heb gewoon een informatieve vraag.

Mijnheer Van Malderen, u zegt dat notoire sprekers op die hoorzitting hebben verklaard dat dit bankenplan nodig is, dat het inderdaad nuttig kan zijn.

Maar u suggereert ook dat men er gezegd heeft dat er wel degelijk sprake is van een credit crunch. Maar hebben de heer Dierckx van Febelfin en de heer Dewatripont van de Nationale Bank niet gezegd dat er eigenlijk geen echte credit crunch vanuit de banken is?

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele

Ik wil toch een en ander verduidelijken. Toen het debat in die commissie aan de gang was, heeft Febelfin een persmededeling verspreid waarin heel duidelijk werd gezegd dat, in vergelijking met december 2011, er vorig jaar 40 procent meer kredietaanvragen vanwege ondernemingen geweigerd zijn. Dat is nu precies de definitie van credit crunch. Men heeft dit eerst willen voorstellen als zou de vraag zijn gestegen en als zou daaraan zijn tegemoetgekomen. Niets is minder waar. Er is wel degelijk een credit crunch, en het bankenplan is wel degelijk op zijn plaats.

Het verwondert mij dat dit bankenplan steeds onder vuur komt. Ik verwijs hierbij onder meer naar collega Vereeck, nochtans een professor economie.

Vorige week las ik nog in The Economist dat regeringen kmo’s moeten ondersteunen, ook inzake kredietverlening.

Met cijfers en statistieken kan men alles bewijzen. Er zou op het vlak van kredietverlening een stijging noch een daling zijn. We weten echter niet goed wat die cijfers verhullen. Het kan best zijn dat de grote bedrijven en multinationals wel nog gemakkelijk naar kredieten kunnen grijpen, maar dat het probleem zich hoofdzakelijk situeert bij de kmo’s. Zoiets kun je niet afleiden uit macro-economische cijfers.

Dit bankenplan is gericht op de Vlaamse kmo’s en het is absoluut noodzakelijk dat de Vlaamse Regering dit onderschrijft en ondersteunt zodat kleine bedrijven beter en gemakkelijker aan hun trekken kunnen komen op de kredietmarkt.

We hebben gehoord dat de kredietverlening nagenoeg stabiel blijft. Wat wel is toegenomen, is de weigeringsgraad. Banken treden strenger dan vroeger op en de looptijden worden steeds korter. Hoe langer de looptijd, hoe hoger de rente. Ook de voorwaarden met betrekking tot de waarborg, worden steeds strenger.

Dit bankenplan is inderdaad nodig. Op basis van objectieve criteria moet het een extra ondersteuning en investeringsstimulans bieden aan onze Vlaamse economie.

Filip Watteeuw

Wat we uit die hoorzitting hebben geleerd, is dat het bankenplan te sterk, ja zelfs exclusief gefocust is op de banken zelf.

Er is echter een veel breder probleem. De vertegenwoordiger van Voka heeft duidelijk gezegd dat men niet alleen mag kijken naar de financiering vanuit de banken, maar ook naar de financiering vanuit de overheid. Overheidsinstrumenten zijn soms moeilijk hanteerbaar.

Wat de weigeringen betreft, heeft men er ook op gewezen dat de kwaliteit van het kredietdossier vaak vrij laag is. Men moet daarom verder kijken dan naar het bankenplan alleen.

Tot slot wil ik nog stellen dat men gezegd heeft dat het bankenplan nuttig is, iets wat ikzelf nooit heb ontkend.

Bart Van Malderen

Mijnheer Watteeuw, nu verrast u me toch. Nu zou ik op mijn beurt naar uw uitspraken moeten googelen. Uitspraken waarbij u stelde dat dit bankenplan helemaal niet nodig is. Het verheugt me heel bijzonder dat u uw uitspraken nu nuanceert.

We moeten dat debat hier niet herhalen, maar de conclusie is hoe dan ook duidelijk: er is vandaag een probleem met kredietverstrekking vanwege diverse redenen en het bankenplan is in dit licht van bijzonder groot nut. U hebt wel gelijk dat er meer nodig is dan dat bankenplan alleen. Er is nood aan een veel breder instrumentarium.

Ik denk daarbij onder meer, en dan begeef ik me op een ander terrein, aan de omgevingsvergunning, waar we allemaal op zitten te wachten en waar we allemaal een fundamentele vooruitgang, omslag en versnelling wensen te zien.

Een betaalbare en energiezuinige woning is voor veel mensen vandaag jammer genoeg geen evidentie. Die markt wordt bijkomend onder druk gezet. Ik wil dan ook wel wijzen op de inspanningen die Vlaanderen zal doen om gedurende vijf jaar 100 miljoen euro te besteden aan de renovatie van sociale woningen. We zullen 14.000 sociale woningen realiseren. Dat is goed op de korte termijn, want het stimuleert de bouw en dus de werkgelegenheid, maar het is ook goed op de lange termijn omdat we evenveel gezinnen een energiezuinige en dus goedkopere woning kunnen aanbieden.

Ook en vooral als het moeilijk gaat, moet Vlaanderen inzetten op die hefbomen die ons naar een hoger niveau kunnen tillen, getuige de manier waarop we in het verleden de verschillende crisissen te boven zijn gekomen En dus is het bijzonder terecht dat deze Vlaamse Regering inzet op onderwijs en op innovatie. Er wordt 62 miljoen euro aan bijkomende middelen ingezet voor innovatie. Ook los van de middelen wordt bijkomend ingezet op zowel het economisch als het maatschappelijk belang van deze innovatie. We hebben het hier al uitgebreid gehad over de hervorming van het secundair onderwijs, maar ik wil ook wijzen op het bestendigen van de verhoogde omkadering in het basisonderwijs. Daar zijn 1350 leerkrachten aan de slag. Ik wil ook wijzen op het versterken van het onderzoek in het hoger onderwijs en het investeren in de loopbaan van leerkrachten. Verder wordt ook de mobiliteit in het basisonderwijs bijkomend ondersteund. Het zijn evenveel bewijzen, tenzij men ziende blind is, dat er wel degelijk werk wordt gemaakt van onderwijs.

Ook het economisch instrumentarium wordt maximaal ingezet op de noodzakelijke transitie die onze economie zal moeten maken. Uiteraard moeten wij inzetten op kosten en op de concurrentie met de buurlanden. Maar we zullen ook dingen anders moeten doen, andere producten moeten maken, andere markten moeten aansnijden.

Dit zijn stuk voor stuk voorbeelden van hoe deze Vlaamse Regering probeert om zowel op de korte als op de lange termijn op het conjuncturele en op het structurele vlak de uitdagingen aan te pakken om Vlaanderen uit deze crisis te leiden.

En ja, wij zijn ongeduldig en wij zouden graag meer middelen hebben. Ook wij hebben oog en oor voor de problemen. Wij zullen deze regering kritisch blijven aanvuren vanuit de ambitie om Vlaanderen uit de crisis te leiden, om Vlaanderen beter te maken en om alle Vlamingen sterker te maken. Eerlijk gezegd word ik een beetje moe van de collectieve depressie die de oppositie ons hier probeert aan te praten. Collega van het Vlaams Belang, wie heeft er baat bij nog een rondje institutionele dwarsbomerij? We gaan deze namiddag een belangenconflict behandelen. Mijnheer van Rouveroij, wie heeft er baat bij de kaalslag die u voorstaat in de openbare diensten? Ik denk dat het niet efficiënt is, maar daarnaast is het ook beledigend. Als u zegt dat 21 procent van de mensen kan worden vervangen en u pretendeert dat dit niemand pijn doet, dan zegt u eigenlijk dat een paar duizend ambtenaren niets doen en dat is de waarheid geweld aandoen.

Mijnheer van Rouveroij, u hebt gezegd dat men naar de zak moet zaaien. Mijn inzicht is dat u de gans met de gouden eieren laat verhongeren. Dat is uw doelstelling. Dat is absoluut niet waar we moeten voor gaan. Het staat u ideologisch vrij om te gaan naar een minimale staat maar noem dat dan niet het slanke, efficiënte Vlaanderen. Waar u voor staat, is een anorectisch Vlaanderen, een Vlaanderen dat niet in staat is om te antwoorden. Wij maken geen fetisj van overheidsbeslag. Wij staan voor een Vlaanderen dat effectief werk maakt van transitie maar ook van welzijn, economie, onderwijs en daar wil blijven op inzetten.

We hebben in de krant al heel wat kunnen lezen. Dat is het voordeel van deze oppositie: men kan de kranten lezen en het debat voorbereiden. Ik las een opinie van de collega’s in De Morgen waarin ze het deze regering kwalijk nemen dat men 1 procent bespaart. Het basispunt van kritiek was dat het zonder ambras was gegaan en dat het niemand pijn doet. Met andere woorden, er moet gestaakt worden en de ambtenaren moeten bloeden. Dat is karakterieel moeilijk.

Ik feliciteer deze regering en de ambtenarenbonden voor het akkoord dat ze bereikt hebben om 100 miljoen euro te vinden, zonder staking en zonder dat mensen het voelen. Het tegendeel vind ik toch wel bijzonder pervers.

Ik heb hier alweer gehoord – het is elk jaar hetzelfde – dat de begroting virtueel is, dat er buffers moeten worden aangelegd. Ja, dat is zo. De situatie is nu eenmaal onzeker en volatiel. Dat heeft te maken met de internationale context. Het heeft uiteraard ook te maken met de staatshervorming. Maar er is het duidelijke engagement dat deze Vlaamse Regering tijdig bijstuurt wanneer nodig.

Naast dat engagement is er ook het belang van een ‘track record’. De partijen die in deze regering zitten, hebben al bewezen dat ze de begroting kunnen bijsturen als het nodig is. Diezelfde auteurs van dat opiniestuk zouden eens moeten kijken hoe het een aantal jaar geleden gegaan is, toen men geen begrotingscontrole had gedaan, waardoor de eerste inspanning van deze regering een stuk moeilijker was.

Een tweede artikel dat ik las, was van mijn goede collega Meuleman. Zij scheef dat Vlaanderen steeds minder uitgeeft aan Onderwijs. Eerlijk gezegd, collega, heb ik het daar bijzonder moeilijk mee. U ontkent niet alleen het bestaan van de zon – er is een miljard euro meer naar Onderwijs gegaan –, u zegt ook dat niemand dat voelt. 1350 leerkrachten extra, die zullen dan wellicht ook virtueel zijn.

U maakt bovendien een bijzondere rekenfout. U zegt dat Onderwijs procentueel, in het geheel van de Vlaamse begroting, achteruitgaat. Dat is geen relevante vergelijking. Als je procenten vergelijkt, zo hebben ze mij altijd geleerd, zijn er twee factoren: een teller en een noemer. Vlaanderen heeft in de loop der jaren heel wat meer bevoegdheden gekregen. Ik kan u voorspellen dat als de zesde staatshervorming gerealiseerd zal zijn, het aandeel van Onderwijs binnen Vlaanderen nog zal afnemen. We krijgen er dan immers bevoegdheden bij inzake de arbeidsmarkt en op het gebied van Welzijn. Dat zijn massieve pakketten, die ervoor zullen zorgen dat het aandeel Onderwijs, dat ooit het allergrootste was van het Vlaamse budget, wellicht een beetje zal verwateren.

Is dat relevant? Neen, mevrouw Meuleman. Wat relevant is, is bijvoorbeeld de vergelijking met het bruto binnenlands product of met het Europese gemiddelde. En daar scoren wij bijzonder goed.

In plaats van ‘arm Vlaanderen’ moet ik hier afronden met ‘arme oppositie’. Stop met zagen, beginnen te timmeren aan de weg naar herstel. Ik dank u. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Collega’s, ik sluit me aan bij de vorige spreker. (Gelach. Applaus bij sp.a. Opmerkingen)

Ik sluit me aan wat de inhoud betreft, mijnheer van Rouveroij.

Voorzitter, dames en heren ministers, collega’s, we leven inderdaad in onzekere tijden. Collega’s van de oppositie, we hebben geen oppositie nodig om dat te beseffen. Dit is geen meerderheid, dit is geen regering die teert op een goednieuwsshow. Wij beseffen maar al te goed hoe hard de realiteit is. Wij beseffen maar al te goed dat vele mensen ongerust zijn over wat de toekomst brengen zal.

Ik zal in mijn betoog vertrekken vanuit die actualiteit, de economische realiteit, zoals die zich vandaag voordoet, om vervolgens de vraag te stellen of de begroting 2013 van minister Muyters en de Vlaamse Regering de juiste begroting is voor deze moeilijke tijden. Ten slotte zal ik nog even ingaan op enkele aspecten van de meerjarenbegroting.

Eerst de realiteit. De Nationale Bank publiceerde onlangs naar beneden bijgestelde verwachtingen: voor 2012 een krimp van 0,2 procent in plaats 0,1 procent voordien.

Voor 2013 wordt het een nulgroei in plaats van een stijging met 0,7 percent. De geschatte negatieve impact op de Vlaamse begroting is 350 miljoen euro, en dat komt overeen met ongeveer 1,3 percent.

Hoe gaan we daarmee om? We kunnen natuurlijk niet om de haverklap de cijfers herbekijken. Het document dat voorligt, ligt voor. We weten echter dat we snel zullen moeten bijsturen. Die discussie hebben we ook vorig jaar gevoerd. De Vlaamse Regering zal opnieuw opties moeten nemen waarop ik vandaag niet wil vooruitlopen. Wat voor ons wel belangrijk is, is het bewaren van het evenwicht. Dat is primordiaal voor het vertrouwen. De verontrustende rapporten over de Vlaamse economie geven de realiteit weer onder de bijgestelde groeicijfers. Graydon meldt ons een stijgend aantal falingen. We stevenen niet alleen af op een record, we hebben al een record gevestigd. De Studiedienst van de Vlaamse Regering wijst op een dalend consumentenvertrouwen. De VDAB schetst een stijgende werkloosheid, vooral bij de jeugd. Er is ook een lichtpuntje: de activering van ouderen verloopt steeds succesvoller. Volgens het armoederapport geeft een op zeven Vlamingen aan moeilijk de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. De eerste sluitingen bij toeleveranciers van Ford Genk dienen zich aan.

Het is binnen die context dat een overheid er moet zijn. De begroting is het instrument bij uitstek om te kijken waar de overheid naartoe wil. Ik stel me dan ook de vraag, dames en heren ministers: is dit dan de juiste begroting voor deze tijden, onder de omstandigheden die ik zojuist heb geschetst? Zet deze regering de juiste bakens uit? Voorziet ze in een boei voor wie het nodig heeft? Die rol dicht ik de Vlaamse Regering toe. De Vlaamse Regering moet zorgen voor een boei voor wie het nodig heeft, en voor een baken voor wie vooruit kan en moet, en dit binnen de context van een begroting in evenwicht.

Het antwoord van de N-VA-fractie is een volmondig ja, want bij deze schommelingen volstaat een buffer hier en daar niet. Het is beter alle middelen in te zetten, maar tijdig en krachtig bij te sturen, iets wat in februari of maart zal gebeuren. De begroting is trouwens voorzichtig opgesteld. De onderbenutting wordt heel conservatief ingeschat. De Vlaamse gewestbelastingen liggen 73 miljoen euro lager dan de federale inschatting. Ja, want de coalitiepartners zijn verstandig genoeg geweest om hun wensen qua nieuw beleid voor 2013 aan te passen aan de budgettaire realiteit. Ook de N-VA deed dat, onder andere voor haar wensen voor de kindpremie. Ja, want na de structurele ingrepen in de begroting 2012, zoals de afschaffing van de terbeschikkingstelling (tbs) in het onderwijs, wordt er opnieuw structureel ingegrepen op de kosten van het Vlaamse overheidsapparaat, met besparingen ten belope van 100 miljoen euro. Wij waarderen ook de medewerking van het personeel van de overheidsmanagers bij het realiseren hiervan.

– Mevrouw Marijke Dillen, ondervoorzitter, treedt als voorzitter op.

Ja, we zullen erover waken dat dit een recurrente besparing wordt. We antwoorden ja, want de zeer beperkte nieuwe beleidsruimte wordt ingezet op het versterken van Vlaanderen. Men moet wel beseffen dat de bevoegdheden van Vlaanderen voor Onderwijs, Innovatie, Werk en Economie vaker een impact hebben op middellange termijn, dan dat ze een sterke bijsturing toelaten op korte termijn. Maar de zeer beperkte beleidsruimte voor nieuw beleid wordt overwegend ingezet op versterking. Ik vermeld de twintig miljoen euro voor innovatie en de dertig miljoen euro voor infrastructuur, onder andere in onderwijs. Ten slotte ook een ja, omdat ook de kapitaalparticipaties gericht zijn op versterking. De honderd miljoen euro die hiervoor uitgetrokken werden gaan onder andere naar het Interuniversitair Micro-electronica Centrum (Imec) en naar de creatie van spin-offs vanuit de onderzoekscentra.

Dus ja, dit is de juiste soort begroting. Men kan natuurlijk altijd kritiek geven als men aspect per aspect bekijkt, om dan te contesteren dat het voor ieder aspect afzonderlijk niet genoeg is. Dit is geen eerlijke oefening. Mogen we door de bomen het bos nog zien? Mogen we het totale verhaal nog bekijken?

Men kan over een aantal punten andere meningen en prioriteiten hebben, maar als het gaat om het geheel van deze budgettaire oefening tegen de huidige economische achtergrond en met de dwingende noodzaak om in evenwicht te blijven, daag ik iedereen uit om te duiden waar men binnen het kader van een sluitende begroting fundamenteel andere keuzes zou maken.

Ik ga dieper in op de opbouw van de begroting 2013 en de inkomsten: de stijging van de samengevoegde en gedeelde belastingen met 526 miljoen euro, de stijging van de gewestelijke belastingen met 125 miljoen euro en de creatie van een bijkomende bruto beleidsruimte. De beperkte bruto beleidsruimte van 586 miljoen euro wordt verruimd met 292 miljoen euro zodat we op 880 miljoen euro komen. Dit gebeurt ook weer door structurele besparingsmaatregelen van 164 miljoen euro en door 130 miljoen euro in te brengen van de zogenaamde buffers. We hebben een aanwending van een bruto beleidsruimte voor constant beleid. Dat is ook wat een overheid moet doen: uitvoeren was beslist is, doen wat er werd gezegd.

De aanwending van 835 miljoen: hierin zitten ook uitgaven die ik beschouw als boeien. Boeien die dankzij dit voortgezet beleid krachtig aanwezig blijven voor hen die dit nodig hebben. Ik denk aan de indexatie die we kunnen opvangen voor 368 miljoen euro, ik denk aan de 116 miljoen euro voor de uitvoering van het Vlaams intersectoraal akkoord in de socialprofitsector – als dat geen boei is –, de cao met de kunstensector en de cao voor de Vlaamse ambtenaren.

Maar er is ook overig constant beleid: 360 miljoen euro in totaal, onder andere voor de decretale groei van het Gemeentefonds, de natuurlijke evolutie van de loon- en werkingsuitgaven bij het leerplichtonderwijs, de bijkomende omkadering daar, de groei van het hoger onderwijs en de integratie ervan, de bijkomende tegemoetkomingen van het Zorgfonds, het toenemende urencontingent in de gezinszorg, maar ook de Aquafinfactuur. Ten slotte is er nog een nieuwe beleidsruimte van 45 miljoen euro.

Ten slotte moeten we ook verder kijken dan 2013 en wil ik hier ingaan op de meerjarenplanning tot 2018. Immers, in deze moeilijke tijden moeten we ons als politici niet alleen de vraag stellen ‘wat nu?’, maar ook vooral ‘wat later?’. Met andere woorden, wat gaan de toekomstige generaties vinden en voelen van de keuzes die wij nu maken? Wat gaan wij de politici van straks nalaten? Is wat we nu doen, ethisch verantwoord? De meerjarenplanning vertrekt van het bekende ceteris paribus – de omstandigheden die gelijk blijven – en we moeten dus voorzichtig omgaan met deze cijfers. Veel is afhankelijk van de globale en Europese economische context voor de onderliggende economische assumpties, en ook van de juiste invulling van de zesde staatshervorming.

Toch kunnen we uit deze meerjarenplanning een paar lessen trekken die we moeten meenemen in de beslissingen die we nemen in deze economisch moeilijke omstandigheden. Rekening houdend met de terugbetalingen en de boetes door KBC blijft er nog steeds 2 miljard euro Vlaamse schuld te delgen tegen 2020. Belangrijk is evenwel dat deze Vlaamse Regering de mogelijkheid om tot een schuldenvrij Vlaanderen te komen, niet heeft gehypothekeerd, ondanks de dubbele crisis.

– De heer Jan Peumans, voorzitter, treedt als voorzitter op.

We moeten werken met een sterk gekrompen beleidsruimte, minstens tot in 2014. Aan de hand van de nieuwe voorspellingen onder meer van de Nationale Bank, weten we nu al dat het herstel van de beschikbare beleidsruimte langzamer zal lopen dan in het document aangegeven. Toch is de onderliggende boodschap ook dat zelfs een gematigde economische groei nieuwe beleidsruimte kan vrijmaken voor de volgende Vlaamse Regering. De geluiden die we vanuit Europa en van de economisten horen over de Eurozone zijn nog altijd geen blijspel, maar bevatten toch een lager crisisgehalte.

In die omstandigheden, collega Van Rompuy, is het belangrijk dat de Vlaamse Regering haar koers standvastig blijft varen. Begrotingen in evenwicht houden, het nieuw industrieel beleid verder in de stijgers zetten, innovatie stimuleren, inzetten op een kwalitatief onderwijs en in het algemeen bijdragen tot een klimaat waar investeringen in onze economie aantrekkelijk zijn. Als onze economisch open regio in zwaar weer verkeert, heeft het geen zin om om de haverklap van koers te veranderen en op die manier te veel middelen ‘overboord te zetten’ in de hoop dat het schip op slag beter vaart. Een standvastige koers met duidelijke bakens zoals geformuleerd in ViA brengt meer op, ook al vertragen de tegenwinden de aankomst.

Ministers, in mijn slotwoord wil ik mij heel expliciet tot u richten. De kritiek van de oppositie op deze begroting slaat telkens op deelaspecten en – maar we moeten de heer Vereeck en mevrouw Meuleman – mist samenhang. De kritiek gaat niet uit van een samenhangend en duidelijk alternatief begrotingsproject in evenwicht.

Ministers, ik wil ook nog even iets zeggen over de samenhang binnen deze regering, zeker nu u hier vandaag allen aanwezig bent. De heer van Rouveroij sprak over geruzie en gekibbel. De oppositie heeft het heel vaak over de samenhang binnen de Vlaamse Regering. Ook in de media gaat men daar graag in mee. Nu, ik heb nooit anders geweten dan dat men de samenhang in vraag stelt en elk akkefietje opblaast als een luchtballon. Er is echter een tijd geweest, collega’s, dat fractieleiders van op dit spreekgestoelte, de samenhang van de regeringen toetsten aan het verloop van de ministers. Als ik de lange periode dat ik hier aanwezig heb mogen zijn, overschouw, dan zie ik de regering Van den Brande. Zeer stabiel, al was het maar van moeten. Een meerderheid van 63 op 124 met een Erik Van Rompuy in het team, hoe zou het anders kunnen? Twee ministeriële wissels en het verschuiven van bevoegdheden van één minister naar een ander. Dan komt paars-groen-geel, collega’s van Open VLD en Groen. Gestart met drie liberalen en op het einde van de rit acht verschillende VLD-ministers zien passeren. Een standvastige: Dirk Van Mechelen. Bij Groen twee ministerposten, ook goed voor vijf verschillende excellenties. We moeten eerlijk zijn: ook bij de toenmalige SP en VU werd gewisseld.

De vorige Vlaamse Regering: ook vier nieuwe ministers en één die doorgeschoven werd. En wat zie ik nu? De regering zit gebeiteld, iedereen op post, lokale en federale verkiezingen ten spijt, collega van Mechelen. 2010 en 2012 voorbij, de geïnstalleerde ministers van zomer 2009 zijn er nog allemaal, en dat is geen vanzelfsprekendheid, kijk naar de Federale Regering. Dames en heren, ministers, doe zo voort. Op de N-VA-fractie kunnen jullie blijven rekenen. (Applaus bij de N-VA en CD&V)

Joris Van Hauthem

Mijnheer Van Dijck, uw opsomming is juist. Er is een tijd geweest dat er nogal een verloop was binnen de Vlaamse Regering. Maar daaruit afleiden dat de samenhang nu groter is, is nog wat anders, want daar bent u mee begonnen. U hebt gezegd: als ik naar de samenhang kijk. Het ging toen over een verloop van de Vlaamse naar de Federale Regering en dergelijke meer. Dat had niet direct iets te maken met spanningen binnen de meerderheid toen, niet alleen en zeker niet in de eerste plaats. Het is dus verkeerd om het zo voor te stellen dat het feit dat hier nog altijd dezelfde ministers zitten als op het moment dat de regering is aangetreden, iets zou zeggen over de cohesie binnen de Vlaamse Regering en binnen deze meerderheid. We hebben de laatste jaren genoeg voorbeelden gehad dat dat niet het geval is.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Voorzitter, ik heb met aandacht geluisterd naar de collega’s van de meerderheid. Ik herinner me dat de heer Van Malderen het heeft gehad over Vlaanderen dat de regio van de wachtenden is. Ik heb dan ook met aandacht geluisterd naar u, mijnheer Van Dijck. U hebt het gehad over het feit dat de oppositie het telkens heeft over deelaspecten. Het valt me op dat u het in heel uw betoog geen enkele keer hebt gehad over het deelaspect Welzijn en hebt vermeden om het woord ‘wachtenden’ te noemen. Ik vind het dan wel een beetje eigenaardig, als u de vraag stelt of het wel ethisch verantwoord is dat wij een begroting en een meerjarenplanning in evenwicht voorleggen, dat u op geen enkel ogenblik een antwoord hebt op heel wat schrijnende situaties die we hier in Vlaanderen op het vlak van Welzijn en Onderwijs kennen. Ik zou daar toch graag enige repliek op krijgen.

Dirk Van Mechelen

Mijnheer Van Dijck, ik heb gewoon een historische correctie. Niet alleen ikzelf maar ook collega Vanderpoorten heeft vijf jaar de rit uitgedaan in paars-groen. Voormalig minister-president Patrick Dewael is federaal minister van Binnenlandse Zaken geworden. Toen hadden we nog jobvooruitzichten. Er zijn twee ministers van VLD-zijde bijgekomen ingevolge de Lambermontakkoorden, namelijk Guy Vanhengel en Jaak Gabriëls, die met Landbouw overkwam. (Opmerkingen van de heer Kris Van Dijck)

Lode Vereeck

Mijnneer Van Dijck, u moet niet alleen historisch gecorrigeerd worden, ook in deze regering hebben al twee ministers ontslag genomen.

Bart Van Malderen

Dat laatste is historisch-technisch zeker juist.

Mevrouw Van der Borght, u verwijst naar mijn betoog en het feit dat ik de wachtlijsten in onder andere de welzijnssector aanhaal. Dat is een probleem en we zijn aan het werken om structureel wijzigingen aan te brengen.

Ik wil er wel op wijzen dat alle beleidsdomeinen besparen, behalve Welzijn. Deze regering maakt daar absoluut wel een punt van. U steekt dat vervolgens in dezelfde zak met Onderwijs. Als er nu één zaak is waar er geen wachtlijsten zijn, is het Onderwijs, al was het maar omdat de financiering daar anders is geregeld. U zou de intellectuele eerlijkheid moeten hebben om dat te erkennen. Mijn simpele vraag aan u mevrouw Van der Borght is hoe u uw pleidooi voor meer middelen voor Welzijn, en impliciet leid ik ook meer middelen voor Onderwijs af, rijmt met het pleidooi van uw fractieleider om enerzijds buffers aan te leggen en anderzijds het overheidsapparaat af te slanken.

Vera Van der Borght

Mijnheer Van Malderen, u moet me geen woorden in de mond leggen die ik niet heb uitgesproken.

Mevrouw Van der Borght, welzijn is inderdaad belangrijk, maar ik heb hier de algemene beschouwing van onze fractie gegeven. Het debat loopt deze namiddag en morgen ook nog, onze sprekers zullen het wel degelijk nog over welzijn hebben, maar het is inderdaad zo dat er voor welzijn steeds een groei vooropgesteld is en geen besparing.

Mijnheer Van Mechelen, het klopt dat mevrouw Vanderpoorten de rit helemaal uitgereden heeft. Over de verdere invulling kunnen we het misschien straks even hebben in de koffiekamer. Bijvoorbeeld de heer Vanhengel is niet overgekomen naar aanleiding van de Lambermontakkoorden, dat was de heer Gabriels. De heer Vanhengel heeft de heer Anciaux vervangen en omdat hij ook van Brussel was, zat er weer een Brusselaar in het parlement. De heer Vanhengel werd later vervangen door de heer Keulen. Dat kon omdat ondertussen mevrouw Byttebier het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest hier vertegenwoordigde. In ieder geval neem ik akte van de opmerking.

Mijnheer Vereeck, ik zie hier in elk geval nog de negen ministers zitten die in juni 2009 de eed hebben afgelegd.

Mijnheer Van Hauthem, leest u de verslagen van de debatten erop na. Er waren toen inderdaad redenen voor het doorschuiven van ministers, maar dat hekelde de oppositie toen steeds van op dit spreekgestoelte. Het werd vaak geduid als: “men wil niet verder in deze Vlaamse Regering, men doet aan carrièreplanning, men wil niet verder met deze ploeg.” Ook de heer Van Rompuy hield in het begin van deze eeuw vurige pleidooien. In elk geval zie ik wat ik zie. Ik wens deze regering nog heel veel succes. (Applaus bij de meerderheid)

Onderzoek van de geloofsbrieven en eedaflegging
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.