U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 28 november 2012, 14.00u

Actualiteitsdebat over de verklaringen van minister-president Kris Peeters betreffende de geplande hervorming van het secundair onderwijs
4 (2012-2013)
De voorzitter

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over de verklaringen van minister-president Kris Peeters betreffende de geplande hervorming van het secundair onderwijs.

Het debat is geopend.

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, volgens artikel 15 van het bijzonder decreet van 7 juli 2006 over de Vlaamse instellingen, hernomen in artikel 45, punt 9, van het Reglement van het Vlaams Parlement, moet de leden van de Vlaamse Regering het woord worden verleend wanneer zij het vragen.

Bij dezen vraag ik dus inderdaad ook het woord.

De voorzitter

Dat staat inderdaad in artikel 45, punt 9, van ons reglement.

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Voorzitter, de minister-president heeft natuurlijk op basis van het reglement het recht om te allen tijde het woord te vragen en een verklaring af te leggen. Dat geldt trouwens voor alle leden van de Vlaamse Regering. Het is echter nog niet vaak gebeurd dat naar aanleiding van een actualiteitsdebat waar het Uitgebreid Bureau toe besloten heeft, eerst de regering op het spreekgestoelte komt. De meerderheid heeft er overigens in het Uitgebreid Bureau alles aan gedaan om het niet tot een actualiteitsdebat te laten komen. (Opmerkingen)

Dat is wel waar, want we hebben zelfs moeten stemmen. Ik vind het dus een beetje eigenaardig – ondanks het feit dat hij het recht heeft – dat de minister-president eerst al de gemoederen komt sussen nog voor de parlementsleden het woord hebben kunnen vragen. Er is dus blijkbaar wel iets aan de hand in de Vlaamse Regering. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Collega’s, het Reglement van het Vlaams Parlement geeft in artikel 45, punt 9, inderdaad wel degelijk de mogelijkheid aan de leden van de Vlaamse Regering om te allen tijde het woord te vragen.

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, collega’s, sommigen zeggen dat de Vlaamse Regering niets te zeggen heeft. Ik ben dus zeer dankbaar dat ik op basis van artikel 45, punt 9, toch kort het woord mag nemen, wat het debat alleen maar kan verrijken. (Opmerkingen)

Beste collega’s, elke regering – waar ook ter wereld – moet bezig zijn met één essentiële vraag: hoe kunnen we ervoor zorgen dat onze burgers het morgen beter hebben? De basisopdracht van elke regering is dan ook de toekomst vorm te geven. Dat doen wij met een begroting in evenwicht, Nieuw Industrieel Beleid en blijvende investeringen in onder meer innovatie.

Maar als er nu één materie is waarbij de toekomst in de meest letterlijke zin wordt vormgegeven, dan is dat wel het onderwijs. De toekomst is aan de jeugd, is een waarheid die niemand zal ontkennen.

Met de hervorming van het secundair onderwijs willen we ervoor zorgen dat die jeugd alle mogelijkheden krijgt om Vlaanderen later verder te stuwen. Tegelijk willen we een omgeving creëren die de leraars van het secundair onderwijs de mogelijkheid geeft om hun cruciale taak zo goed mogelijk uit te voeren. De hervorming van het secundair onderwijs is dus een van de belangrijke dossiers die deze Vlaamse Regering moet aanpakken.

Het is de minister van Onderwijs die hier een loodzware opdracht heeft. Maar dit dossier stopt niet bij de grenzen van het beleidsdomein Onderwijs. De jongeren die vandaag worden opgeleid, zullen morgen in de bedrijven werken of de zorgsector versterken of bruggen en wegen bouwen.

Dit is een van die metadossiers in verband waarmee de voltallige Vlaamse Regering en de minister-president niet afwezig kunnen blijven. Ik onderstreep dat het hier echt om de voltallige Vlaamse Regering gaat. Dit geldt trouwens ook voor een aantal andere dossiers, zoals de Oosterweelverbinding, de gezondheidszorg, de begroting en het klimaat.

Dat ik hier als minister-president mijn stem laat horen, doet niets af aan het feit dat de vakminister de leiding heeft en verder moet nemen. Ik weet niet wat de oppositie vandaag wil zeggen. Indien de oppositie het over de cohesie binnen de Vlaamse Regering wil hebben, kan ik alvast een eenvoudig antwoord geven. Minister Smet en ikzelf staan in verband met dit dossier schouder aan schouder. (Gelach)

Ik wil dit benadrukken. We staan, samen met de voltallige Vlaamse Regering, schouder aan schouder. We zullen onze gezamenlijke visie uitdragen. Het is volgens mij een goede zaak dit toch even te herhalen.

Het is essentieel dat iedereen zich bewust is van de sense of urgency in verband met dit dossier. Ik wil dit even duiden. Hoewel hier veel grote experts ter zake zitten, volgen sommigen dit dossier misschien van wat verder.

De inschrijvingen in het technisch onderwijs vertonen al vele jaren een dalende lijn. De voorbije tien jaar is het aandeel van het aso met 7,5 procent gestegen. De inschrijvingen in de technische opleidingen zijn met 25 procent gedaald.

Als minister-president en als minister van Economie baart dit me grote zorgen. We kunnen de industrie van de toekomst niet creëren indien we er niet voor zorgen dat we over de juiste mensen zullen beschikken om de fabrieken van de toekomst te bevolken. De hervorming van het secundair onderwijs is essentieel om deze sociaal-economische doelen te bereiken.

De herwaardering van het tso en van het bso staat in bijna elke regeringsverklaring of in elk regeerakkoord van de afgelopen decennia. Een krant heeft een lijst gemaakt van alle ministers die dit dossier hebben aangepakt. Ik heb vroeger, toen ik nog vrij jong was, zelf nog aan Accent op Talent meegewerkt. Veel mensen werken hieraan en hebben hier al aan gewerkt. Hoewel al successen zijn geboekt, heeft dit tot nu toe niet tot een grote structurele ommezwaai geleid.

Ook op dit vlak staan minister Smet en ik schouder aan schouder. Ik verwijs in dit verband naar de hervorming van het hoger onderwijs en de nieuwe omkadering van het basisonderwijs. De minister van Onderwijs heeft deze dossiers op goede wijze afgerond. Recent is er nog het STEM-actieplan (Science, Technology, Engineering, Mathematics) geweest. Dit plan houdt in dat we op een verhoogde keuze van jongeren voor techniek inzetten.

Ik stel vast dat we momenteel beschikken over een duidelijke visie op en een consensus over hoe de kantoren van de toekomst en de fabrieken van de toekomst er zullen uitzien. We zijn het echter nog niet eens over de school van de toekomst. Minister Smet heeft in dit verband nochtans verschillende projecten opgezet. De hervormingen die zich opdringen, moeten ervoor zorgen dat in 2025 of in 2030 een generatie voor een innovatief, welvarend en warm Vlaanderen kan en moet zorgen.

Naast de inhoudelijke sense of urgency is er ook een procesmatige sense of urgency. Minister Smet en ikzelf zijn het hierover volmondig eens. Maar we hebben ook samen uitgebreid gesproken met – en gesproken over – onderwijsexperts als de heer Van Damme van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de heer Monard. Die experts onderstrepen steeds weer dat we niet mogen talmen. We behoren momenteel tot de top. Indien we die toppositie willen consolideren, moeten we actie ondernemen. Dit is niet enkel nodig omdat anderen beter worden, maar ook omdat onze eigen prestaties erop achteruitgaan.

Goed presteren, excelleren zelfs, en een verbetering van gelijke kansen moeten hand in hand gaan. Er zijn voorbeelden, kijk naar Canada en Finland: zij slagen daarin. Maar ook in Vlaanderen zijn er nog te veel mensen die denken dat dit een of-ofverhaal is. Experts en vele anderen zeggen ons dat er iets moet gebeuren, de discussies vorderen, en er wordt hard en goed gewerkt. Maar er nu is vaart nodig om deze hervorming tijdig klaar te krijgen, en ook hier weer staat Pascal Smet klaar om dit samen met de voltallige Vlaamse Regering te realiseren.

Het werk dat tot nu werd geleverd, is zeer waardevol. De oriëntatienota uit 2010 heeft het debat opengetrokken. De Vlaamse Regering heeft daarbij geluisterd naar meningen van experts, leraars, scholen en het werkveld. De geesten zijn daardoor gerijpt: er is een evolutie, een proces van voortschrijdend inzicht – woorden die hier geregeld gebruikt worden. We hebben samen met Pascal in juli aan de Vlaamse Regering voorgesteld om een gemengde werkgroep op te starten tussen de Vlaamse regering en de parlementsleden van de meerderheid. Deze werkgroep, beste collega’s, onder leiding van Pascal Smet heeft ondertussen een consensus gevonden over de sterkte-zwakteanalyse van het secundair onderwijs, en over de doelstellingen van het hervormd secundair onderwijs. We moeten ons dus de vraag stellen hoe we die doelstelling kunnen bereiken, en dat gesprek wordt momenteel gevoerd zoals afgesproken.

In het interview, waar u straks mogelijk op gaat terugkomen – maar dat hoeft niet, mijnheer Van Hauthem –, heb ik daarom elementen aangereikt die net gaan over de wijze waarop de doelstellingen moeten worden bereikt. Want men vraagt zich nu af: waar ligt dat eindstation, hoe zien de scholen van de toekomst eruit, in welke omgeving zullen onze leraars in de toekomst hun kennis kunnen overdragen, zullen de beste leerlingen kunnen excelleren en de zwakkere beter kunnen worden gemaakt?

Voorzitter, beste collega’s het eindstation is voor ons een secundair onderwijs waar elk talent wordt uitgedaagd om zich te ontwikkelen. Een eindstation is daar waar elke jongere goed wordt opgeleid en gevormd op basis van zijn of haar talenten. Dat kan een goede taalbeheersing zijn, een stevige wiskundeknobbel of een specifieke stiel. Hij of zij kan in elke geval de veranderingen in de samenleving inschatten, de informatie, onder meer op het internet, kritisch benaderen en maatschappelijk zijn eigen leven inrichten. Het procedurele eindstation is een masterplan of een ontwerp van decreet dat er tegen het einde van de legislatuur moet zijn, én concrete maatregelen op korte, middellange en lange termijn.

Vooruitgang boeken is de absolute doelstelling van de regering en van Pascal Smet in het bijzonder, en dat is ook mijn doelstelling. Beste collega’s; ik betreur dan ook ten zeerste dat mijn interview vergleden is tot een gekrakeel over terugfluiten en afwijzen, dat zeer onrechtvaardig is ten opzichte van mijn collega. Laat ons vandaag in dit debat terugkeren naar de essentie. Laat ons het hebben over hoe wij ervoor kunnen zorgen dat onze jonge mensen vandaag en in de toekomst het onderwijs blijven krijgen dat ze verdienen, het onderwijs dat hun talenten maximaal ontwikkelt.

Voorzitter, collega’s, de Vlaamse Regering, Pascal Smet en ikzelf gaan voluit voor dit dossier, naar ik hoop samen met vele anderen in dit parlement. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

De volgorde is bepaald aan de hand van de ingediende initiatieven de voorbije dagen. De spreker wenst ook niet onderbroken te worden.

Wim Van Dijck

Voorzitter, collega’s, het feit dat de minister-president hier al het woord heeft genomen met een weliswaar reglementair goedgekeurde truc bewijst dat er wel degelijk iets aan de hand is binnen de regering. Hij heeft trouwens weinig gezegd. Hij was eigenlijk niet meer dan een publieksopwarmer, een applausmeester.

“Ik ga een ondersteunend interview geven.” Deze wat cryptische woorden van de minister-president aan minister Smet lijken wel een soort codetaal. Ze deden me onwillekeurig denken aan The Godfather. Zeg nu zelf, het wedervaren van deze Vlaamse Regering begint toch echt iets te hebben van dat epos, met de minister-president in de rol van de peetvader die in zijn Vlaamse werkgebied enkele clans moet trachten te verzoenen.

Met zijn eigen clan heeft hij niet zoveel problemen. Daar heerst de rustige vastheid. De twee andere clans vliegen elkaar echter voortdurend in de haren en bedreigen het welslagen van de hele onderneming. Je zou zoiets een gebrek aan cohesie kunnen noemen. En ja, in zulke omstandigheden moet de peetvader al eens doortastend ingrijpen en moet hij al eens iemand een serieuze optater verkopen, in dit geval minister Smet.

Ik zie het zo voor mij. Je staat daar na afloop van de ministerraad schouder aan schouder met de peetvader en plots voel je de hand van de don zwaar op je neerdalen. Hij rolt eens met de ogen en zegt met zachte maar ietwat lijzige stem: “Pasquale, ik ga een ondersteunend interview geven”, waarna hij wegstapt en je half verheugd, half verontrust achterlaat. De volgende morgen word je wakker naast het hoofd van je paradepaardje en blijkt het ondersteunend interview een ondermijnend interview te zijn.

De demarche van de minister-president was weinig subtiel, maar wel duidelijk: het is welletjes geweest met het beleid van de minister van Onderwijs. In dit geval gaat het over de hervorming van het secundair onderwijs. Was het in juni voor sommigen nog niet helemaal duidelijk dat de nota daarover naar de prullenmand werd verwezen, dan is het dat nu wel zeker. Dat is pijnlijk, want de minister heeft zwaar ingezet op dit onderdeel van het regeerakkoord.

Maar daar blijft het niet bij. Minister Smet krijgt te maken met steeds meer tegenwind. Hij wekt irritatie op binnen deze meerderheid, maar ook binnen de brede onderwijswereld. Wie het bijzonder kritische advies van de Vlaamse Onderwijsraad op zijn beleidsbrief leest, weet genoeg. Minister Smet heeft plannen bij de vleet, maar blijkbaar heeft hij niet de strategische aanleg om er een draagvlak voor te zoeken. Hij is met andere woorden een minister die zijn eigen mislukkingen organiseert. Zo’n minister zou beter de eer aan zichzelf houden.

Maar wat nu met het secundair onderwijs? Ik zal niet verhelen dat wij de plannen van minister Smet absoluut niet zagen zitten. Er zijn knelpunten in verband met de studieoriëntering, de onderwaardering van het technisch en het beroepsonderwijs, de grote instroom van anderstaligen en de capaciteit in de steden, de ongekwalificeerde uitstroom. Maar die knelpunten vergen geen grote passe-partouthervorming, wel oplossingen op maat.

Wat ons het meest bezighoudt, is de onmiskenbare kwaliteitsdaling in het onderwijs als gevolg van de steeds toenemende uitvlakking en nivellering, de knuffelpedagogiek en de verleuking, de grote bureaucratisering en centralisering. De hervorming van minister Smet zou die evolutie alleen maar versterken.

Is die hervorming nu van de baan? Noch minister Smet, noch minister-president Peeters heeft daarover duidelijkheid geschapen. Beide excellenties hebben zich de voorbije dagen uitgeput in spoorwegmetaforen: over treinen die stilstaan maar op het punt stonden te vertrekken, over treinen die een bestemming moeten hebben en over eindstations die concreter worden naarmate men ze nadert. De verwarring is zeer groot en die heeft de minister-president zonet niet weggenomen.

De nota-Smet kwam niet uit het luchtledige, maar putte rijkelijk uit het belangrijke rapport-Monard. Wat is nu nog de status van dat rapport? Is het de onderhandelingsbasis van het wekelijkse meerderheidsoverleg, of is ook Monard bij het huisvuil gezet?

Waarover gaan de gesprekken eigenlijk nog?

Er wordt gezegd dat de meerderheidspartijen het eens zijn over een algemene visie en over doelstellingen. Wat zijn die doelstellingen concreet? Wat is die visie? En hoe zit het met de timing? Komt er begin 2013 al een regeringsnota, of zal dat voor een jaar later zijn? Komt er een ontwerp van decreet of een visienota of een masterplan? U laat het in het midden. Wat is het nu? Mogen wij nog antwoorden verwachten?

Voorzitter, collega’s, ik rond af. In mijn tekst staat dat de minister-president straks zal antwoorden, maar hij heeft het al op voorhand gedaan. Zoals we verwacht hadden, is hij komen zeggen dat alles peis en vree is in zijn huishouden. “Een schijndebat”, heeft hij gezegd, “Veel gedoe om niks!” en “Wij werken voort, schouder aan schouder”, maar hij vergeet er natuurlijk bij te zeggen dat schouder aan schouder staan een ideale houding is om elkaar ongezien een mes in de rug te planten.

Minister-president, zoiets hebt u de vorige keren ook gezegd. Wel, die peptalk werkt al lang niet meer. Uw regering hangt als los zand aan elkaar. Het wordt niets meer met Peeters II. Mocht uw regering geen legislatuurregering zijn, wel, we zouden ze uit haar lijden moeten verlossen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Voorzitter, beste collega’s, dames en heren ministers, in TerZake gisteren zei minister Smet: “Kom morgen zeker naar het debat in het parlement en luister naar wat minister-president Peeters er te zeggen heeft.” Dat werd tot drie keer toe herhaald in de uitzending. Wellicht zal de kijker nu vol spanning aan de buis gekluisterd zitten, maar wij weten natuurlijk beter.

Minister-president, wij kenden het stuk al dat u vandaag zou brengen, we wisten al dat het voor ons geen grote verassing zou zijn. En u hebt het inderdaad gebracht, ik wist dat al op voorhand. Het is het stuk met de titel: ‘Schouder aan schouder: de cohesie in de Vlaamse Regering’. We hebben dat stuk hier de laatste jaren al een keer of vier mogen aanschouwen. Vandaag kregen we opnieuw een andere versie van hetzelfde stuk. En wij, de toeschouwers in de zaal, beseffen natuurlijk allemaal dat dit stuk pure fictie is.

Maar goed, minister-president, ergens begrijpen we wel dat u het tijd vond om u hiermee te bemoeien, om de onderwijswereld te kalmeren door de zaak over te nemen. Minister Smet heeft door voorbarige communicatie, ideetjes en overmoed al al te vaak in zijn eigen voet geschoten.

“Maar dan”, zo staat in mijn voorbereide tekst, “moet u straks nu niet uw geweer van schouder gaan veranderen en de oppositie onder vuur nemen.” U hebt dat ondertussen al een beetje gedaan. U zei dat de oppositie wel weer het gebrek aan cohesie zal aanklagen, weer oppositietaal zal gebruiken, spoken zal zien en alles zal opkloppen.

Maar, minister-president, het is niet de oppositie die dit alles bij dit dossier in gang heeft gestoken, dat hebt u zelf gedaan! U hebt de oppositie georganiseerd rond dit dossier. Maandag telefoneerde u met De Standaard voor een paginalang interview over een dossier dat het paradepaardje moest zijn van een van uw vakministers.

En, laat ons even eerlijk zijn: het is ook niet de oppositie, maar uw eigen meerderheid die ervoor heeft gezorgd dat er al maandenlang geen enkele stap vooruit wordt gezet in het dossier van de hervorming van het secundair onderwijs. In het voorjaar 2012 werd hierover een speciale commissie ad hoc opgericht. Het was de bedoeling om voor de krokusvakantie te landen met een kamerbreed gedragen consensusnota, samen met de oppositie die zich engageerde om constructief mee te werken. Die commissie werd opgeblazen door uw eigen CD&V, die plots zelf met een nota op de proppen kwam.

En toen roerde de N-VA zich. Een bevlogen Bart De Wever bejubelde in TerZake zijn opvoeding in het jezuïetencollege. “Latijn en Grieks werden er ingestampt, niet met leuk onderwijs maar met discipline”, zei hij. Hij was “beducht voor verandering”. En met één veeg, puttend uit de angst voor een nivellering naar beneden, haalde hij alle vorige voorstellen van Georges Monard, Frank Vandenbroucke en Pascal Smet van de tafel. Er komt geen brede eerste graad, besliste hij, en ook geen uitstel van studiekeuze of heterogene groepen.

Die partij geeft op die manier niet alleen minister Smet een ezelsstamp, ze lapt ook nog eens het regeerakkoord aan haar laars. De oppositie, Groen in het bijzonder, bekijkt die gevechten binnen de meerderheid en de aanval van de coalitiepartners op hun eigen vakminister niet met leedvermaak, minister-president, maar met grote ongerustheid.

Kwaliteitsvol onderwijs is essentieel voor een economische relance. Dat zeiden Yves Leterme en de OESO gisteren nog. We boeten de laatste jaren in op die kwaliteit, en op de democratiserende kracht van ons onderwijs. Iedereen is het erover eens dat er hervormingen nodig zijn – of het nu een big bang is of geleidelijk aan en stapsgewijs – om de hoogstaande kwaliteit van ons onderwijs te behouden en de groeiende ongelijkheid aan te pakken.

De laatste dagen hebben we de N-VA nauwelijks gehoord in het debat. Dat komt omdat die partij zich in stilte in de handen wrijft. Die partij, waarvan de voorzitter nu ergens in de kelder van een of ander hotel zijn mars op het Martelarenplein in 2014 al aan het plannen is en de juiste plaat al uitzoekt, en die er nu al op rekent om in 2014 in Vlaanderen de plak te zwaaien, heeft er alle belang bij dat er geen kader, geen visienota, geen regeringsnota en al zeker geen decreet komt voor 2014. Die wil de handen vrij om in 2014 te doen wat ze wil. Die wil zeker geen erfenis van een socialist in handen krijgen. Want sociale gelijkheid staat bij hen niet zo hoog op de agenda.

Maar, minister-president, de uitdagingen in het onderwijs zijn enorm: het watervalsysteem, de stijgende uitstroom van jongeren zonder diploma, de toenemende sociale ongelijkheid, en de dramatische daling van het aantal technologieleerlingen.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Ik heb met veel belangstelling naar u geluisterd, mevrouw Meuleman. De houding van mijn partij is heel duidelijk. We hebben steeds gezegd dat er een ruime visie moet zijn op de toekomst van het onderwijs. Onder leiding van Kathleen Helsen hebben we daarover een voorstel van resolutie ingediend. Bovendien hebben we in het debat altijd gezegd dat als we een hervorming willen, we moeten zorgen dat er een ruim draagvlak is als we iets willen realiseren ten bate van onze kinderen. We hebben de minister de suggestie gedaan om daarvoor de nodige tijd te nemen. We hebben ook gezegd dat als we een hervorming willen realiseren, we die stapsgewijze moeten doorvoeren.

Mevrouw Meuleman, ik zou graag willen dat u het verslag van deze discussie van 20 september in de commissie Onderwijs – die we hier dunnetjes overdoen en waar u ongeveer dezelfde redenering hebt gevolgd – nog even naleest. Ik vertel identiek hetzelfde als wat we daar hebben gezegd. Minister Smet heeft zich daar uitdrukkelijk bij aangesloten en gezegd dat hij aan die visie werkt, dat hij zich bewust is dat hij aan een draagvlak daarvoor moet werken in het veld, en dat hij dat uiteraard stapsgewijze zal realiseren.

Niets nieuws dus, mevrouw Meuleman.

Inderdaad, niets nieuws, mijnheer De Meyer. U en ik, en bijna iedereen in het Vlaams Parlement, zijn het eens over de uitgangspunten die ik heb opgesomd.

Waar moeten we iets aan doen? Het vreselijke watervalsysteem dat ervoor zorgt dat er niet positief wordt gekozen in het Vlaamse onderwijs. De stijgende uitstroom van jongeren zonder diploma. De toenemende sociale ongelijkheid. Ik ben er zeker van dat u die bezorgdheid ook deelt. De dramatische daling van het aantal technologieleerlingen. Daar hebben we het al zo vaak over gehad. In tijden van crisis en nood aan relance moet ons onderwijs blijven excelleren en moet iedereen mee. In die uitgangspunten kunnen we elkaar vinden.

Wij vinden het belangrijk, mijnheer De Meyer, en ik hoop u met ons, dat de overheid met een duidelijke visie, een duidelijk kader en duidelijke doelstellingen komt. Daar moeten we dan stapsgewijs naartoe werken. Politici die zeggen dat we iets moeten doen aan de reputatie van het tso en het bso, los van het aso, die hebben het mis, mijnheer Van Dijck. Het ene hangt samen met het andere. De regering mag niet vergeten dat het precies de bedoeling van deze hervorming was om de problemen op verschillende fronten aan te pakken.

Voor Groen is het eindstation van deze hervorming nog steeds de implementatie van de eerste brede graad, met meer binnenklasdifferentiatie – geen eenheidsworst dus, geen één brij, geen nivellering naar onderen –, met gewaardeerde, goedopgeleide leerkrachten, met het elimineren van het vreselijke watervalsysteem, maar met positieve oriëntering naar je juiste plaats.

Minister-president, door uw interventie in de pers hebt u het dossier van de hervorming van het secundair onderwijs duidelijk naar u toe getrokken. Vlaanderen moet zijn toppositie op het vlak van onderwijs kunnen handhaven, de uitstroom terugdringen en de sociale ongelijkheid aanpakken. U hebt het naar u toe getrokken, dan is het ook uw verantwoordelijkheid geworden, en we zullen u er in 2014 op afrekenen. (Applaus bij Groen, Open Vld en LDD)

De voorzitter

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, er zijn omstandigheden waarin ik liever niet word onderbroken, maar deze omstandigheden gelden hier niet. Ik mag dus wel onderbroken worden.

Waarde collega’s, waarde coministers van Onderwijs – het optreden van de minister-president hier bewijst al dat hij een cominister van Onderwijs is geworden –, in 1955 publiceerde steeds-net-niet-Nobelprijswinnaar Hugo Claus zijn boek ‘De verwondering’. Over het boek zal ik het niet hebben want het is moeilijk leesbaar, zoals alle boeken van Claus trouwens, maar in een commentaar erbij omschreef Claus ‘De verwondering’ als volgt: “De verwondering is een staat waarin het werkwoord verwonderen nog van pas komt met een bijna gelukzalig gevoel: hoe is dat alles mogelijk, dat ik met mijn duistere psyche nog alles in mij kan opnemen; het is eigenlijk een soort ode aan het bevattingsvermogen van de mens.”

Met een gelijkaardig gevoel sla ik als oppositielid en voorzitter van de Onderwijscommissie de perikelen gade van wat als minister Smets vlaggenschip werd omschreven. Het gaat ten onder zoals de ‘Armada Invencible’ van Spanje in 1588. “Mieke Van Hecke rules the waves.”

Minister-president, u hebt in het interview in De Standaard uw minister van Onderwijs op zijn nummer gezet door zijn nota naar de prullenmand te verwijzen, maar dat is volgens mij maar een afleidingsmanoeuvre om de essentiële waarheid te maskeren: de ploeg, waarvan u de coach bent, heeft jammerlijk gefaald in zijn opdracht om het Vlaams onderwijs te hervormen.

Collega’s, in september 2010 kwam minister Smet met zijn oriëntatienota ‘Mensen Doen Schitteren’. In deze nota – of u het daar nu mee eens bent of niet; ik ben het daar niet mee eens – staat een tamelijk duidelijke blauwdruk uitgewerkt over de hervorming van het onderwijs. In het regeerakkoord staat dat de hervorming moest worden uitgewerkt volgens de nota-Monard. De nota van minister Smet gaat in de lijn van de nota-Monard. Minister Smet heeft tot september 2010 zijn huiswerk behoorlijk gedaan.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Ik geef toch even een letterlijk citaat uit het regeerakkoord: “De voorgestelde visienota is een goede basis om de discussie te voeren.”

Boudewijn Bouckaert

Mijnheer Van Dijck, als u zegt dat de nota een basis is, gaat u niet tegen die nota in maar tracht u de basisconcepties van die nota verder uit te werken. Ik denk dat minister Smet dat ook gedaan heeft. In die zin deed hij zijn huiswerk als minister. Begin nu niet te sjoemelen met het woord ‘basis’. Ik zou denken dat u naar een andere partij bent overgestapt.

In artikel 318 van het burgerlijk wetboek wordt in de mogelijkheid voorzien om het vaderschap van een kind te ontkennen. Wie het burgerlijk recht kent, weet dat. Ik denk dat we voor de Vlaamse Regering naar analogie een procedure van ontkenning van vaderschap van regeringsnota’s moeten instellen. Na de nota over de verlenging van de masters en na de nota over de hervorming van het kunstonderwijs, is de oriëntatienota al het derde geval in onze virtuele procedure van ontkenning van notavaderschap.

Collega’s, sinds de oriëntatienota, toen alles nog op spoor zat, zijn er bijna dertig maanden verstreken zonder dat er iets van regeringswege gebeurd is. Dat is een halve legislatuur. De oppositie blijft wachten op het ei van Columbus, maar ik vrees dat het met de langzame overschakeling naar verkiezingsmodus een koekoeksei zal worden, te leggen in het nest van de volgende Vlaamse Regering.

Om het debat wat te oriënteren, wil ik enkel algemene opmerkingen maken. Het gewauwel over de ‘big bang’ moet stoppen. Niemand beweert dat je het Vlaamse secundair onderwijs in één klap kunt hervormen. Ook in de nota van minister Smet wordt gezegd dat het gaat over een proces dat over de lange termijn moet worden uitgesmeerd. Niemand is zo gek te beweren dat je die in ‘une grande soirée’ kunt hervormen. Dat is dus geen zaak voor debat: iedereen is het erover eens dat dit een langdurig proces is.

Wel is er een beleidsdilemma, in de vorm van de vraag of we een revolutionaire hervorming willen of evolutionair te werk moeten gaan. Mij lijkt het dat daar het schoentje knelt binnen de regering. Minister Smet heeft het altijd over die grote eindbestemming waarheen dan stappen moeten worden gezet, een soort ‘grand design’ van ons nieuwe onderwijs waarheen we langzaam moeten groeien. Na al die maanden weten we echter nog altijd niet hoe die eindbestemming eruit ziet. Mijn voorspelling is dat dit na oeverloze discussies zal eindigen in een wollig en nietszeggend masterplan, dat vrijwel alle opties open laat en dus de hervorming de facto doorschuift naar de volgende regering, met een andere samenstelling.

Vanuit een evolutionaire optiek is het ook niet nodig om een dergelijk grand design in het hoofd te hebben. Ons Vlaamse onderwijs is geen NMBS. Het is geen Dexia. Het is geen bedrijf in moeilijkheden, het is een bedrijf mét moeilijkheden. Dat is een groot verschil. Vertrek dus van de status-quo, die in het algemeen genomen goed is, en verander wat noodzakelijk is om de problemen, die er wel degelijk zijn, aan te pakken. Over die problemen is er wel degelijk een consensus. Er is het tekort aan afstuderende leerlingen in de technologische sector. Ik verwijs in dat verband naar de pertinente column van de heer Hugo Vandamme in De Tijd. U moet die maar eens nalezen. Minister-president, tijdens het bezoek dat de commissies Economie en Onderwijs brachten aan ACTA in Brasschaat wist de heer Wouter De Geest, CEO van BASF, ons te melden dat de chemiesector 2000 werkkrachten per jaar nodig zal hebben. Breng dus al meer technologie in het basisonderwijs, verweef meer technologie in de aso-opties en maak eventueel een derde graad industriële wetenschappen, zoals essenscia voorstelt. Daarover bestaat een ruime consensus. Draal er dus niet mee.

Er is het watervaleffect. Dat bestaat: 16 procent van de kinderen is er het slachtoffer van. Versterk de keuzecapaciteit van de kinderen al vanaf de laatste jaren van het basisonderwijs, versterk het CLB-advies, laat de mogelijkheid open van flexibele overgangen in de eerste graad van het secundair onderwijs, zoals de NV-A trouwens voorstelt, en werk aan het optrekken van het prestige van tso en bso.

Er is de ongekwalificeerde uitstroom. Werk de taalachterstand weg op nog meer krachtdadige wijze. Hervorm de schoolplicht voor schoolmoeë 16- tot 18-jarigen tot een actieve coachingperiode van werken en leren, in samenwerking met de bedrijfssector. Maak een modulaire certificatie, zoals die onder meer door de heer De Gucht werd bepleit, mogelijk. Dat zijn een aantal concrete hervormingen die moeten worden doorgevoerd.

Minister-president, u hebt uw minister op zijn nummer gezet in het interview in De Standaard: van zijn collega’s moet men het hebben. Als u het echter allemaal zoveel beter weet, zouden we graag als oppositie eens van u vernemen hoe u deze hervorming concreet ziet en welke stappen u nog mogelijk acht onder uw bewind. De stagnatie op dit domein vreet stilaan aan de geloofwaardigheid, niet alleen van de minister van Onderwijs, niet alleen van de Vlaamse Regering, maar van het Vlaamse bestuursniveau op zich: getuige hiervan het advies van de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) en de opmerkingen van schepen Voorhamme dat men denkt aan een lokale hervorming, los van de algemene hervorming. Minister-president, graag had ik dus van u vernomen hoe u deze situatie wilt aanpakken. Als u voortaan wilt optreden als co-minister van Onderwijs, dan bent u altijd welkom in onze commissie. We beginnen steeds op donderdag, om 10 uur stipt. (Applaus bij de oppositie en van de heer Bart Martens)

De voorzitter

Mevrouw Vanderpoorten heeft het woord.

Marleen Vanderpoorten

Voorzitter, leden van de Vlaamse Regering, beste collega’s, dat in dit parlement ooit een debat gevoerd zou moeten worden over de lijn die de meerderheid volgt bij de hervorming van het secundair onderwijs, stond in de sterren geschreven. Het is alleen heel spijtig voor het onderwijs dat het op dit moment komt: drieënhalf jaar na de start van de legislatuur, anderhalf jaar voor het einde ervan. Elke onderwijskenner weet dat het nu al bijzonder laat is om nog tot overeenkomsten te kunnen komen met een breed, divers onderwijsveld, en dat binnen een meerderheid waar de teamspirit vaak ver te zoeken is.

De hervorming van het secundair onderwijs werd aangekondigd als het paradepaardje van deze Vlaamse Regering op onderwijsvlak. Na grondige hervormingen in het hoger onderwijs en het basisonderwijs zou in 2009-2014 het secundair onderwijs aan bod komen. Van meet af aan, en zeker vanaf vorig jaar, was het echter duidelijk dat de meerderheid niet op één lijn zat met betrekking tot deze hervorming. Wellicht is er tussen de meerderheidspartijen nooit deftig en diepgaand overleg gepleegd.

In ieder geval, toen we in de commissie Onderwijs vorig jaar voorstelden om vanuit het parlement een aanbeveling te schrijven aan de minister, werd het oorverdovend stil. Verder dan enkele vergaderingen zijn we niet geraakt, want de meerderheid raakte het niet eens. Blijkbaar raakten ook de regeringsleden, of hun medewerkers, het niet eens, want de nieuwe conceptnota van de minister, tegen Pasen aangekondigd, kwam er evenmin.

Op 27 juni werd in dit parlement al een actualiteitsdebat gehouden, dat de onduidelijkheid over dit paradepaardje van de Vlaamse Regering alleen maar vergrootte. Na een ongelukkige bemoeienis van de N-VA-voorzitter himself, tot de orde geroepen door zijn onderwijsspecialiste, bleek in deze plenaire vergadering toen onder andere dat er niet eens een definitie kon worden gegeven van de brede graad, voor sommigen nochtans hét symbool in dit dossier.

Vandaag kan ik in de beleidsbrief Onderwijs, na drieënhalf jaar, lezen dat er gezocht wordt naar een consensus over de hervorming van het secundair onderwijs. In de krant zegt de fractieleider van de N-VA dat er “geregeld wordt vergaderd met als belangrijkste doel de doelstellingen scherp stellen.” Dat wil wat zeggen. Wist men dan niet waaraan men begon in september 2009? Waren de coalitiepartners van de minister van Onderwijs zich dan niet bewust van het delicate karakter van zo’n grootschalige hervorming? Was niemand in de Vlaamse Regering zich ervan bewust dat het onderwijs zich niet in een handomdraai laat hervormen? Of kende men de gevoeligheden op dit punt onvoldoende? Of is CD&V zich de ernst van het dossier pas gaan realiseren op het moment dat de N-VA ook in dit dossier het laken – of beter: het publiek – naar zich toe begon te trekken? Het is immers niet toevallig dat Bart De Wever zich enkele maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen plots met onderwijsaangelegenheden begon in te laten.

De voorzitter

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Mevrouw Vanderpoorten, u bent het misschien vergeten, maar CD&V heeft als eerste een duidelijke visie ontwikkeld, vertaald in een nota en ingediend in dit parlement. Dat was in januari 2012.

Marleen Vanderpoorten

Dat is juist, mevrouw Helsen. En dat heeft toen heel veel wenkbrauwen doen fronsen. Toen bleek immers dat er geen eensgezinde meerderheid was over dit onderwerp.

Maar wel een duidelijke visie van CD&V, wat u in vraag stelt.

Marleen Vanderpoorten

U bent wel mee verantwoordelijk voor het onderwijs in Vlaanderen, niet als partij, maar als regering. Van u worden beleidsbeslissingen verwacht, geen nota’s zonder meer. (Applaus bij de oppositie en sp. a)

De hervorming van het secundair onderwijs is een onderwerp dat al lang op het programma staat. Luc Van den Bossche heeft eraan gesleuteld. Ik heb zelf Urbain Vandeurzen en de Koning Boudewijnstichting de opdracht kunnen geven om een commissie te leiden en te begeleiden. Daaruit kwamen de voortrekkersscholen voort, die onder de vorige minister proeftuinen zijn geworden.

De eerste opdracht van de genoemde commissie was de herwaardering van het tso en het bso. De reden was dat het aantal technisch geschoolde mensen onvoldoende talrijk was en de ongekwalificeerde uitstroom te hoog lag. Inderdaad, minister-president, dat is het probleem dat u eergisteren in het kranteninterview met De Standaard ook aanhaalde. U zei: “Als we niet opletten, is er over vijf jaar geen technisch onderwijs meer.” U blijkt nu pas tot deze conclusie te komen. De mensen in de onderwijscommissie weten dat al heel lang.

In ieder geval vonden mijn fractie en ikzelf het dan ook niet meer dan normaal dat de hervorming in het begin van deze legislatuur opnieuw werd opgenomen. Het mocht van ons best een paradepaardje worden. Vanuit de oppositie zouden wij graag meegewerkt hebben aan de hervorming, dat weet u. Van meet af aan hebben velen, ook wij, gewaarschuwd voor de ambitieuze doelstelling van de minister van Onderwijs. Het plan dat voorlag, voorzag er inderdaad in dat heel het onderwijsveld door elkaar geschud zou worden, van plaats zou veranderen of ondersteboven zou worden gedraaid.

En waar staan we nu? Nergens. Iedereen maakt voortdurend de analyse dat we met ons secundair onderwijs achteruit dreigen te boeren. En wat doet de Vlaamse Regering? De schuchtere pogingen die ondernomen worden om toch nog tot een consensus te komen, maakt ze met de grond gelijk. In een kranteninterview. Op een maandagmorgen. Koud gepakt. Alsof het een fait divers betrof en niet de toekomst van onze kinderen, van Vlaanderen dus. Ik vind dit onvoorstelbaar. Een sterk staaltje teamspirit. Proficiat!

Ik twijfel er niet aan dat minister Smet volgend jaar of in juni 2014 een nota of een notaatje naar voren zal brengen en dat hij en de Vlaamse Regering dan zullen zeggen dat dit een voldragen en eensgezind klaargestoomd werkstuk is. Het zal wellicht de vermindering van de studierichtingen of enkele andere evidenties betreffen en het zal worden verkocht als een duur bevochten en grootse hervorming die afgerond zal worden in 2040. Waarom niet? Vandaag zou ik graag willen te weten komen hoe eensgezind deze meerderheid over de hervorming van het secundair onderwijs is en wat de punctuele onderdelen zijn waarover men het nu al eens is. (Applaus bij de oppositie en sp.a)

De voorzitter

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Voorzitter, leden van de regering, collega’s, voor CD&V moet er een hervorming van het secundair onderwijs komen. Wij hebben de analyse gemaakt. Die legde naast de sterktes ook een aantal hardnekkige knelpunten bloot. Ik noem er slechts drie. 15 procent van de leerlingen komt zonder diploma op de arbeidsmarkt. Onze Vlaamse economie schreeuwt om technologisch geschoolden, terwijl nijverheidsscholen leeglopen. Onze leerlingen presteren de laatste jaren minder goed op de PISA-testen.

Inderdaad, al twintig jaar wordt hierover gedebatteerd. Het is nu hoog tijd voor oplossingen. Laat mij duidelijk zijn: wie vandaag geen politieke verantwoordelijkheid neemt om antwoorden te bieden, speelt met de toekomst van onze kinderen en die van Vlaanderen. Vanuit die optiek, beste collega’s, is de CD&V-fractie de minister-president dankbaar dat hij als leider van de regering de minister van Onderwijs wijst op de ernst van de situatie en de voortgang die moet worden gemaakt. (Rumoer)

Sas van Rouveroij

Collega, wilt u dat nog eens herhalen, want de minister heeft het niet gehoord. Misschien moet u de laatste zin even herhalen.

Het is essentieel … (Geroep. Gelach)

Ik neem aan dat iedereen dit dossier aandachtig volgt.

Het is essentieel om werk te maken van topkwaliteit in ons onderwijs als we de aansluiting met de top willen behouden. Zijn wake-upcall is terecht. Dit dossier mag niet in de koelkast belanden. Tegen het einde van deze legislatuur moet de globale visie zijn uitgetekend en de doelstellingen op korte, middellange en lange termijn moeten zijn gedefinieerd.

Beste collega’s, deze hervorming is geen motie van wantrouwen ten aanzien van het onderwijsveld. Niet zij zijn verantwoordelijk voor het feit dat ons onderwijs niet meer naadloos aansluit op de veranderende maatschappelijke context. Zij roeien met de riemen die ze hebben en leveren in die context goed werk.

Maar zij zijn het gemorrel in de marge terecht beu. Er is een onderwijshervorming ten gronde nodig. En die heeft enkel kans op slagen als er voldoende draagvlak voor is. Er is ontzettend veel expertise aanwezig bij onze leerkrachten en directies. We moeten hier gebruik van maken. Bedrijven en hogeronderwijsinstellingen ervaren continu wat de sterktes en zwaktes zijn van ons onderwijs. Zij hebben waardevolle voorstellen tot verbetering.

Minister, we hebben in het parlement al meermaals over de hervorming van het secundair onderwijs gesproken. CD&V heeft u tijdens de plenaire vergadering van 27 juni gevraagd om twee heel concrete dingen te doen. Ten eerste, om in nauw overleg met ouders en leerkrachten, met directies en het middenveld een totaalvisie uit te werken op de school van de toekomst. Ten tweede, om een plan van aanpak uit te rollen waarin duidelijk wordt hoe we die school van de toekomst gaan uitbouwen. Onze vraag vandaag is, wat hebt u hiermee intussen aangevangen?

CD&V heeft als eerste politieke fractie een visie ontwikkeld en die vertaald in een nota die in dit halfrond werd ingediend in 2012. (Rumoer)

Boudewijn Bouckaert

Als voorzitter van de commissie wil ik toch wel het volgende zeggen. CD&V heeft inderdaad haar visie geformuleerd – een zeer vage wollige visie zoals we van u gewoon zijn. Maar kom, er was een tekst.

Die tekst werd plots uitgebracht toen de commissie Onderwijs aan het vergaderen was om een soort consensusnota te formuleren. Doordat die tekst van CD&V uitging, werd onze poging om tot een consensus te komen getorpedeerd. U torpedeert de werkzaamheden van de commissie. Ik zal nog eens herhalen wat mevrouw Vanderpoorten zei: van u verwachten we geen nota’s, maar coöperatie in beleidsbeslissingen.

We hebben stellig de indruk, mevrouw Helsen – en wees daar eens eerlijk over –, dat in de nota van het katholiek onderwijs heel duidelijk wordt gezegd dat men wel voor een hervorming is, maar dat die tot stand moet komen vanuit de scholen en niet via decreet. Goed, dat is een optie. Dat wil zeggen dat het beleid eigenlijk niet te fel moet tussenkomen. Bent u daar voorstander van? Dan kunnen we onze werkzaamheden stopzetten en de scholen zelf een hervorming laten doorvoeren. Als u daar niet voor bent, als u vindt dat er actief opgetreden moet worden, dan moet u daar werk van maken zodat er in 2014 een ontwerp van decreet op tafel ligt. Wij stellen ons nog altijd vragen over de houding van CD&V in dit dossier. (Applaus bij de oppositie)

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, collega’s, het is zeer juist dat deze Vlaamse Regering met sp.a en de N-VA geleid wordt door een CD&V’er. We dragen de verantwoordelijkheid om dit belangrijke dossier van het secundair onderwijs tot een goed einde te brengen zoals afgesproken in het regeerakkoord. Ik zal daar samen met de collega’s en in het bijzonder minister Smet de verantwoordelijkheid voor nemen. We zullen de afspraken die besproken en gemaakt zijn in de werkgroep nakomen. Maak u daar geen zorgen over. (Rumoer)

Wat dat betreft, is het belangrijk dat ik, zoals ik daarstraks heb gezegd, de leiding zonder enig probleem en zonder enige twijfel verder aan minister Smet laat. Samen met de andere collega’s zal ik er wel de schouders onder zetten. (Opmerkingen)

Ik heb al tweetberichten gelezen die verstuurd werden vanuit dit parlement. U doet maar. (Opmerkingen van de heer Marino Keulen)

Mijnheer Keulen, u kunt daar nog andere zaken bij bedenken. Dit is een ernstig debat. Het wordt ook gevolgd door – daar ga ik van uit – veel mensen uit het onderwijs.

Ik wil ook onderstrepen dat de ‘wake-upcall’ of de ‘sense of urgency’ inzake dit dossier bij de hele Vlaamse Regering aanwezig is, in het bijzonder ook bij minister Smet. Daarover wil ik ook geen enkele discussie hebben. De werkgroep die door leden van de meerderheid in dit parlement wordt bemand en bevrouwd, zet serieuze stappen vooruit. Daar zullen ook verder afspraken worden gemaakt zodat we stappen zetten in het onderwijsdossier.

Mevrouw Vanderpoorten, zoals steeds was uw inbreng zeer waardevol. Toen u minister van Onderwijs was, toen de heer Vandenbroucke minister van Onderwijs was, was de vaststelling echter toch ook dat dit een zeer delicaat en moeilijk dossier is. (Opmerkingen)

Hierin stappen vooruit zetten… (Opmerkingen)

Ik spreek als minister-president, verantwoordelijk voor deze Vlaamse Regering. (Opmerkingen)

Mag ik iets zeggen? We zetten stappen vooruit in deze legislatuur. Zoals anderen hebben gezegd, zal ik daarop worden afgerekend. Ik heb geen enkele illusie dat dat niet zou gebeuren. Maakt u zich daar geen zorgen over.

De voorzitter

Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Minister-president, met alle respect, maar ik hoor u al voor de tweede keer wijzen op de ‘sense of urgency’. Die is er inderdaad. Maar mocht die kwestie zo urgent zijn als u vandaag, in november 2012, zegt, waarom wordt er dan nu nog ruzie gemaakt over een visienota die in de commissie is neergelegd in september 2010? Mensen uit het onderwijsveld begrijpen dit echt niet. Ik denk dat ze dit een afschuwelijk schouwspel vinden.

Minister-president Kris Peeters

Maar er is geen ruzie. (Rumoer)

Dat is ervan gemaakt. (Rumoer)

Minister-president, met permissie, uw verklaringen in De Standaard vorige maandag waren absoluut niet te rijmen met een aantal zaken die in de visienota van twee jaar geleden staan. (Applaus bij Open Vld)

Als men beschotten wil weghalen …

Minister-president Kris Peeters

Dat is niet juist.

Joris Van Hauthem

Minister-president, u doet amechtige pogingen om te redden wat nog te redden valt. Niet wij hebben het interview in De Standaard van vorige maandag gegeven.

Trouwens, als oppositie zouden we graag horen wat de visie is van de meerderheid, van de regering, in welk station men nu moet aankomen, want we weten het nog altijd niet. Dat is niet goed voor de onderwijswereld.

De ongerustheid over wat uw minister van Onderwijs aan het doen was, dateert echter niet van vorige maandag. Eind juni hebben we hier ook een actualiteitsdebat gevoerd. Toen hebt u naar aanleiding van dat debat in de krant gesteld: “Het dossier is te belangrijk om het te herleiden tot een politiek steekspel. Het draagvlak is aan het verbrokkelen. Het dossier is ontspoord.” U hebt toen in feite een kleine hint gegeven aan uw minister van Onderwijs dat het afgelopen moest zijn. Vorige maandag hebt u hem met een bazooka afgeschoten.

Wat u hier komt doen, is de meubelen redden. Vorige maandag was u de pyromaan, en vandaag probeert u brandweerman te spelen. Wel, dat lukt niet, en zeker niet wanneer mevrouw Helsen hier, van op de tribune – want er is geen ruzie natuurlijk – letterlijk komt zeggen dat het goed is dat de minister-president de minister van Onderwijs teruggefloten heeft, op zijn plaats heeft gezet, op een en ander heeft gewezen.

En dan komt u ons nog vertellen dat er binnen de meerderheid geen enkel probleem is. Maak dat de ganzen wijs! (Applaus bij het Vlaams Belang en LDD)

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Minister-president, u was niet aan het luisteren naar uw partijgenoot Helsen. Ze heeft letterlijk gezegd: “Het was aan de minister-president om te wijzen op de ernst van de situatie. Het is aan het ontsporen.”

Van twee dingen één natuurlijk. Ofwel fluit u mevrouw Helsen terug, en is de situatie niet aan het ontsporen, ofwel was het wel uw taak om de minister van Onderwijs op zijn nummer te zetten. Want dat is wat ze letterlijk heeft gezegd. (Opmerkingen)

We zullen straks de Handelingen lezen: de ernst van de situatie.

Het is belangrijk om het debat over de onderwijshervormingen juist te situeren. Ik grijp nog even terug naar het uitgebreide debat in de eerste vergadering van de commissie Onderwijs in september van dit jaar. De heer Bouckaert, voorzitter van de commissie, zei toen: “Ik ben verheugd over de open manier waarop de minister deze belangrijke kwestie benadert.” Ik heb daar gezegd: “Minister, ik heb het bijzonder gewaardeerd dat u zegt dat het draagvlak voor de hervorming van het secundair onderwijs voor u essentieel is, want anders maken we geen kans. Dat is bijzonder belangrijk. U hebt er ook op gewezen, minister Smet, dat uw voorgangers de voorbije twintig jaar hun tanden hebben stukgebeten op allerlei hervormingen van het secundair onderwijs. Collega’s, ik ben een goede twintig jaar lid van deze commissie. Ik heb minister Van den Bossche meegemaakt, ook Baldewijns, Vanderpoorten en Vandenbroucke. Eigenlijk is geen van hen erin geslaagd om de trein van de hervorming van het secundair onderwijs in beweging te brengen en van spoor te laten veranderen. Ik denk dat het eigenlijk bijna onmogelijk is. Ik denk dat we een aantal wagons van spoor moeten laten wijzigen en die in de juiste richting laten rijden. Anders lopen we het risico dat het konvooi zo zwaar is samengesteld dat het onmogelijk is om het in beweging te krijgen.” Minister Smet antwoordt: “Ik ben het met u ten volle eens. Het is wel essentieel dat we weten waar de trein naartoe rijdt.”

Dat is nogal evident, en daarvoor hebben we die duidelijke visie nodig waarrond er nu zulke grote problemen worden gemaakt. Er wordt vanuit de meerderheid verdorie volop aan gewerkt. De minister en de minister-president en de hele regering hebben zich geëngageerd dat die visie er zal komen. Dan is het aan ons en aan het parlement en aan de beleidsverantwoordelijken om uiteraard te zorgen voor het nodige draagvlak. Dan kunnen we inderdaad de nodige stappen vooruit zetten. Ik heb de oproep van de minister-president ook heel duidelijk in die zin begrepen, maar ik behoor natuurlijk niet tot de oppositie.

Marleen Vanderpoorten

Mijnheer De Meyer, hoe kan het dat er na 3,5 jaar nog geen letter van die visie op papier staat? Hoe kan dat? Dat is toch niet besturen. Het was een paradepaardje. De eerste dag heeft deze Vlaamse Regering dat aangekondigd als het paradepaardje in Onderwijs.

Mevrouw Vanderpoorten, laat me heel duidelijk zijn. Mocht ik in uw plaats zijn, dan zou ik in deze materie iets meer bescheiden zijn. (Rumoer. Opmerkingen)

Zeker. Als het gaat over de hervorming van het secundair onderwijs, zou ik iets meer bescheiden zijn.

De nota is aangekondigd en er wordt volop aan gewerkt. Ze zal er binnen afzienbare tijd ook zijn.

Ik wil even in herinnering brengen dat er tijdens het vorige actualiteitsdebat duidelijk gezegd is dat er een werkgroep bezig is. Zeggen dat er niets gebeurd is, is de waarheid geweld aandoen. Ik zal straks in mijn betoog ook mijn visie en die van mijn partij verwoorden. Er is wel degelijk vooruitgang geboekt en we zijn naarstig aan het werken.

De voorzitter

Mevrouw De Knop heeft het woord.

Irina De Knop

Minister-president, de ‘sense of urgency’ is blijkbaar zo groot, maar in uw artikel van maandag lees ik dat er een masterplan zou komen, hoewel er eerst gezegd werd dat er een ontwerp van decreet zou komen dat nadien een voorontwerp is geworden. Als dat er allemaal niet komt, zullen er dan ook geen aanpassingen komen van andere decreten om ervoor te zorgen dat er zijinstroom bij de leerkrachten kan zijn, om de loopbaan van de leerkrachten te hervormen, om de studiekeuzeloopbaan te hervormen? Wilt u nu echt zeggen dat in deze legislatuur, gedurende vijf jaar, helemaal niets zal zijn gebeurd? Dat is wat wij hier vandaag eigenlijk te horen krijgen. U komt terug op wat u in het regeerakkoord hebt gezegd, u komt terug op wat er in de beleidsnota staat. Er zal dus geen enkel decreet gewijzigd worden. Met andere woorden: ons onderwijs zal in al die urgentie achteruitgaan.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, ik wil nog eens even herhalen wat ik daarstraks heb gezegd. Het standpunt van de Vlaamse Regering is dat de werkgroep de werkzaamheden voortzet.

Er is al een consensus over de sterktes en de zwaktes en over de doelstellingen. De volgende vraag is welke methodologie moet worden gebruikt. Het kan om een masterplan of om een ontwerp van kaderdecreet gaan. Ik wil me niet op de benaming vastpinnen. Er is afgesproken dat er een ontwerp van decreet komt. Indien iedereen die term duidelijker vindt, zal ik me daaraan houden. Dat ontwerp van decreet moet een duidelijke visie bevatten. Het moet tevens de mogelijkheid inhouden op korte termijn stappen vooruit te zetten. Daar gaat het hier over.

Boudewijn Bouckaert

Ik wil nog even kort ingaan op wat de heer Van Dijck net heeft gesteld. Ik weet uit welingelichte bron dat de meerderheidspartijen vergaderen en aan die nota werken. Ik veronderstel dat de minister van Onderwijs hiervan ook op de hoogte is. De vraag is echter waarom daarvoor een ondermijnend interview met de minister-president moet verschijnen. Dat interview doorkruist heel het proces. Dat is de vraag die wij stellen.

Marleen Vanderpoorten

Ik vind het uitermate zwak dat de heer De Meyer op deze manier op de man of op de vrouw speelt. Ik zal het beleid dat ik destijds heb gevoerd, hier niet verdedigen. De heer De Meyer moet de verslagen maar eens nalezen. Hij weet trouwens goed genoeg wat er toen allemaal is gebeurd en niet is kunnen gebeuren. Dat hij hier nu zo tekeergaat, beschouw ik als een teken van zwakte. (Applaus bij Open Vld en Groen)

Wim Wienen

Ik heb nu al driemaal horen vertellen dat er binnen de meerderheid en in de werkgroep eensgezindheid heerst over de sterktes en de zwaktes van het onderwijs en over de doelstellingen. Als lid van het Vlaams Parlement zou ik dan graag die doelstellingen eens horen. De minister-president kan er enkel bij winnen die doelstellingen hier toe te lichten. Op die manier zou hij immers de onduidelijkheid wegnemen dat de Vlaamse Regering geen visie op onderwijs heeft. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Ik stel vast dat mijn woorden in een ander kader worden geplaatst. (Gelach)

Mijn woorden worden verkeerd geïnterpreteerd. Ik heb verklaard dat de minister-president op de ernst van de situatie heeft gewezen. (Rumoer)

De voorzitter

Mijnheer Vereeck, mag ik u vragen mevrouw Helsen te laten uitspreken? Ze heeft lang genoeg moeten wachten.

Sas van Rouveroij

Mevrouw Helsen, kunt u die passage misschien even herhalen? (Rumoer)

Wij hebben in verband met dit dossier steeds voor een stapsgewijze en weldoordachte aanpak gepleit. Wij hebben dit steeds ondersteund. Wij wijken daar nu niet van af.

Tot slot wil ik de minister van Onderwijs vragen op een ernstige wijze aan dit dossier voort te werken. Er wordt nu al ernstig gewerkt. Om snel vooruitgang te kunnen boeken, lijkt het me belangrijk een tandje bij te steken. Ik vraag de Vlaamse Regering de minister van Onderwijs in zijn werkzaamheden te ondersteunen. De hervorming van het secundair onderwijs is een zeer belangrijke operatie, die doordacht, gelijkmatig en in dialoog moet worden uitgevoerd. Ons onderwijs is immers de kostbaarste bouwsteen waarover Vlaanderen beschikt. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Kathleen Deckx

Voorzitter, ik wil me in de eerste plaats tot mevrouw Helsen richten. Onze minister van Onderwijs heeft de regeringsleider niet nodig om te weten dat de hervorming van het onderwijs een ernstige zaak is. (Rumoer en applaus bij sp.a, Open Vld, het Vlaams Belang, LDD en Groen)

Beste collega’s, minister-president, vindt u dat minister van Onderwijs Pascal Smet tot nu toe goed werk geleverd heeft in de Vlaamse Regering? (Rumoer)

Minister-president, hebt u redenen om aan te nemen dat minister Smet zijn werk vanaf vandaag niet meer goed zal doen? Mag ik u dan vragen waarom u nogal ongenuanceerde uitspraken doet in de pers? (Opmerkingen)

De voorzitter

De heer Van Mechelen heeft het woord.

Dirk Van Mechelen

In de jaren dat ik hier ben, is het nog niet vaak gebeurd dat de woordvoerder in een dossier aan de minister-president vraagt of een minister van Onderwijs in zijn team zijn werk goed doet. Ik stel voor dat we de vergadering vijf minuten schorsen, en dat de regering een antwoord formuleert. (Applaus bij Open Vld, het Vlaams Belang, LDD en Groen)

Ingekomen documenten en mededelingen
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of het PDF iconJaaroverzicht 2016-2017 (pdf) voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.