U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 21 november 2012, 14.01u

Actuele vraag van mevrouw Katrien Schryvers tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over het beleid inzake huisvesting voor studenten
De voorzitter

Mevrouw Schryvers heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, in heel wat steden en gemeenten is er momenteel al een tekort aan woningen of dreigt dat in de toekomst. Dat probleem wordt versterkt in de studentensteden: de steden waar universiteiten of hogescholen zijn gevestigd en waar heel wat studenten op kot willen gaan. Daar werden heel wat woningen omgevormd tot studentenkoten. Heel vaak ook huren studenten samen een woning of een appartement om er op kot te gaan.

De steden reageren daartegen met verordeningen die het onmogelijk maken om gewone woningen om te vormen tot studentenkoten, of, zoals we gisteren nog hoorden, in Gent waar men het voornemen heeft om een soort belasting op een tweede verblijf in te voeren voor studenten die samen een woning huren.

Dat steden een heel actief woonbeleid voeren, is evident, en is ook nodig. Mijn bekommernis is echter of er dan nog wel voldoende huisvesting is voor die studenten. Als je de twee pistes wegneemt, namelijk het omvormen van woningen tot studentenkoten en het samen huren van een woning, dan blijft alleen nog maar de mogelijkheid om op kot te gaan bij de ‘kotmadam’, wat toch minder gebeurt, naast de echte studentenvoorzieningen.

Minister, zijn die er voldoende? Hoe voert u een actief beleid ter zake? Het is toch van belang dat onze studenten over voldoende huisvesting kunnen beschikken?

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

De Vlaamse overheid geeft vanuit het Ministerie van Onderwijs geld voor studentenvoorzieningen aan de universiteiten en hogescholen. Het gaat om 45 miljoen euro op jaarbasis, elk jaar opnieuw. U weet dat we in deze budgettair moeilijke tijden hebben beslist om anderhalf miljoen euro extra te geven aan de universiteiten. U weet dat ze daar een aantal opdrachten voor hebben gekregen, onder andere huisvesting, mobiliteit, sociale dienstverlening enzovoort. Dat is een belangrijk bedrag, maar daar kunnen uiteraard niet alle noden mee worden gedekt.

Huisvestingsbeleid is in essentie een gemeentelijk beleid, daar zult u het met mij over eens zijn. Als een gemeente of stad een universiteit of een hogeschool op haar grondgebied heeft, moet de gemeente of stad samen met de instellingen kijken hoe er voldoende huisvestingsaanbod kan worden geleverd. De Vlaamse overheid kan wel minimumkwaliteitsvereisten opleggen, maar ik hoop toch dat u er niet voor pleit dat Vlaanderen plotseling in al die steden en gemeenten alle normen gaat bepalen en alle huisvesting gaat bouwen. Dat blijft een lokale bevoegdheid waar niet alleen de instellingen maar ook de privé een belangrijke rol in te spelen heeft, en waar de gemeente of stad op basis van haar coördinerend huisvestingsbeleid een beleid moet voeren.

Wij geven 45 miljoen euro voor de studentenvoorzieningen. Er is 1,5 miljoen euro bij gekomen in deze budgettair moeilijke tijden. Daarnaast is het aan de privé om samen met de instellingen en met de publieke overheid lokaal te investeren. Dat neemt niet weg dat in sommige steden, onder andere in Gent en in zekere mate in Leuven, er een druk op komt. Ook daar is het de stad die samen met de lokale instellingen moet kijken hoe er met die druk kan worden omgegaan en wie wat investeert. Ik hoop dat u het met me eens bent dat de regierol bij de steden en de gemeenten blijft.

Minister, ik dank u voor het antwoord. De steden hebben daar inderdaad zelf wel een belangrijke rol, maar u mag de rol van Vlaanderen daarin niet minimaliseren. Als u stelt dat al onze jongeren kansen op goed hoger onderwijs moeten hebben, dan hoort daar ook een goede huisvesting bij.

Iedereen weet dat de wet van vraag en aanbod ook op dat vlak geldt. Een grote vraag en een tekort aan aanbod veroorzaken druk op de kwaliteit en op de prijs.

Er zijn duidelijk problemen. Het lijkt me geen goede zaak dit enkel op de steden en de gemeenten af te schuiven. Ik heb zelf jongelui. Ik ben al met een van mijn kinderen mee op zoektocht gegaan. Ik kan de minister verzekeren dat het niet eenvoudig is. Er is echt een tekort.

De voorzitter

Mevrouw Pehlivan heeft het woord.

Fatma Pehlivan

Voorzitter, volgens mij snijdt het mes langs beide kanten. Het gaat niet enkel om de kant van de studenten, maar ook om de kant van het beleid. Ik neem aan dat mevrouw Schryvers deze actuele vraag heeft ingediend naar aanleiding van het artikel dat in De Morgen is verschenen over het beleid dat het stadsbestuur van Gent wil voeren. In dat artikel staat duidelijk te lezen dat huisbazen soms liever aan studenten verhuren. Dat zijn immers contracten voor een korte periode. Hierdoor kunnen de huurprijzen gemakkelijk worden verhoogd. Er is daar misschien geen controle over. Misschien moeten we ook nakijken of huisbazen die hun huizen aan studenten verhuren, hun huurprijs bij de wisseling van studenten niet zomaar kunnen verhogen.

Volgens mij heeft Gent een redelijk goed huisvestingsbeleid gevoerd. Dit geldt vooral ten aanzien van studenten. Er zijn heel wat huizen en ook appartementen voor studenten bij gekomen.

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

Marc Hendrickx

Voorzitter, de minister heeft terecht vermeld dat het hier eigenlijk een lokale aangelegenheid betreft. Los daarvan vraag ik me af of we niet meer moeten doen dan de kostprijs voor studenten en voor hun ouders te verhogen. Wij vinden het effectiever het aanbod te sturen en ervoor te zorgen dat in voldoende studentenhuisvesting kan worden voorzien.

Indien ik me niet vergis, heeft de studentenvertegenwoordiger verklaard dat er nu voor het eerst in jaren voldoende huisvesting in Gent is. Misschien moeten we afwachten hoe dat verder zal verlopen.

Verder kunnen we de opsplitsing van gezinswoningen bemoeilijken en de stadsvlucht van jonge gezinnen tegengaan. We moeten het de studenten niet zozeer moeilijker maken aangename huisvesting te vinden. We moeten jonge gezinnen stimuleren om in de stad te komen wonen. Dat is wat wij als Vlaamse overheid moeten doen.

De voorzitter

Mevrouw De Waele heeft het woord.

Patricia De Waele

Voorzitter, het antwoord van de minister stemt me eigenlijk zeer tevreden. Hij heeft erop gehamerd dat de lokale besturen iets aan de huisvestingsproblematiek moeten doen. Dit geldt dan meer bepaald voor de problematiek van de studentenhuisvesting. Hij heeft met zoveel woorden gesteld dat er plaats moet blijven voor de grote studentenkoten en voor de kleinschalige private koten. Mijn fractie is alvast zeer tevreden met het standpunt van de minister.

Volgens mevrouw Schryvers is er een tekort op de studentenkotenmarkt. Dat is misschien juist. Een verhoging van de prijzen, zoals de beslissing van het Gentse stadsbestuur om de belastingen bijkomend te verhogen, zal de kostprijs nog eens duurder maken. Het zal hierdoor uiteindelijk nog moeilijker worden een studentenkot te huren.

Wij pleiten voor het behoud van de vrije studentenkeuze. Op die manier moeten de studentenkoten betaalbaar blijven. Wij betreuren dan ook de beslissing van het stadsbestuur van Gent.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Wim Van Dijck

Voorzitter, het Gentse plan een taks op de betrekking van gezinswoningen door studenten te heffen, is meer dan een brug te ver. Het is niet alleen ongeoorloofd een krapte in een bepaald marktsegment op de kap van een ander segment weg te werken. Bovendien tast een dergelijke belasting de vrijheid op de huurmarkt op fundamentele wijze aan.

Ouders en studenten, vooral die studenten die een gedeelte of het geheel van hun studies zelf betalen, huren vaak gezamenlijk een woning of een appartement net omdat dit goedkoper is dan het huren van afzonderlijke studentenkoten. Die optie wordt nu bestraft. Daar is maar een woord voor, namelijk asociaal. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister Pascal Smet

Ik wil me hier niet uitspreken over beslissingen van het Gentse stadsbestuur. Dat moet in de gemeenteraad worden besproken. We hoeven dat hier niet te becommentariëren. Voor het overige kan ik enkel herhalen wat ik al in mijn initieel antwoord heb gesteld.

Het betreft hier een lokale bevoegdheid. Het is heel belangrijk dat het stads- of gemeentebestuur, hoewel het natuurlijk meestal om een stadsbestuur gaat, met de instellingen en met de privépartners rond de tafel zit om na te gaan op welke wijze het beste een woonbeleid voor studenten kan worden uitgestippeld.

We kunnen ons daarbij ook laten inspireren door Nederland. Daar heeft men op bepaalde plaatsen op een heel originele manier, bijvoorbeeld via de modulaire systeembouw, heel snel studentenkoten bijgemaakt. De studenten zijn daar heel gelukkig. Gezien het subsidiariteitsbeginsel vind ik echter dat het niet de Vlaamse overheid is die daarover moet beslissen. Het is noch aan mij, als minister van Onderwijs, noch aan minister Van den Bossche, als minister bevoegd voor de huisvesting of het woonbeleid, om daarop in te grijpen. Het is belangrijk dat Vlaanderen minimale kwaliteitseisen oplegt, en dat gebeurt ook. Het is belangrijk dat wordt gevraagd te voorzien in voldoende studentenhuisvesting. We geven ook ondersteuning daarvoor. Nogmaals, er gaat 45 miljoen euro plus 1,5 miljoen euro, dus 46,5 miljoen euro, naar studentenvoorzieningen, waaronder huisvesting.

U weet dat we ook het beheer van die studentenvoorzieningen hebben aangepast, waardoor studenten ook een zeg krijgen in de beslissingsorganen van de studentenvoorzieningen. Dan moeten ze maar mee bepalen waarin dat geld prioritair moet worden geïnvesteerd. De Vlaamse overheid doet dus wat ze momenteel moet doen.

Als u echter vraagt dat de Vlaamse overheid bijkomend gaat bouwen, dan hangt daar natuurlijk een prijskaartje aan vast. Op basis, nogmaals, van het subsidiariteitsprincipe, kan dan worden gepraat over de vraag of het de opdracht is van de Vlaamse Regering om studentenkoten extra te bouwen overal waar er een universiteit of een hogeschool is. Is dat niet iets dat bijvoorbeeld een lokaal bestuur op zich kan nemen?

Ik wil nog iets zeggen over de prognoses. U mag niet vergeten dat het aantal studenten die uit het secundair onderwijs komen, op dit moment stagneert. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren zal dalen. Nadien zal dit misschien wel opnieuw stijgen, als de instroom in basisonderwijs, die nu bij de allerkleinsten begint, zal doorstromen. Dan zijn we ondertussen alweer twaalf, vijftien, twintig jaar verder. Hoewel nog meer studenten zullen kunnen kiezen voor het hoger onderwijs, is de verwachting toch dat het aantal studenten de komende jaren zal stagneren. De vraag naar bijkomende koten zal normaliter dus niet spectaculair meer kunnen stijgen. Meer nog, er zullen misschien zelfs wat meer mogelijkheden komen. Maar goed, dat neemt niet weg dat men dat moet monitoren.

Ik weet dat men in Gent, maar ook in andere steden, de vraag stelt wat heel sterke concentraties van jonge mensen in een stad betekenen voor de leefbaarheid ervan, voor de mensen die in de stad blijven wonen. Nogmaals, dat is echter een kwestie die niet in het Vlaams Parlement of door de Vlaamse Regering moet worden bekeken, maar op de juiste plaats, namelijk daar waar het stedelijk beleid wordt bepaald, in het lokale college van burgemeester en schepenen en in de lokale gemeenteraad. Zij moeten daar in alle wijsheid over beslissen.

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Een goed woonbeleid is inderdaad een stedelijke en gemeentelijke bevoegdheid. Goed onderwijs, dat is úw verantwoordelijkheid. Een van de elementen daarbij is ervoor zorgen dat studenten onder goede omstandigheden kunnen studeren. Goede huisvesting is één daarvan. Dat is inderdaad de belangrijkste verantwoordelijkheid van de instellingen en de steden waar die instellingen zijn gevestigd, maar ik vraag toch dat u, als verantwoordelijke van Onderwijs, erover zou waken dat er voldoende kwaliteit is, en dat dit voldoende betaalbaar is.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Actuele vraag van mevrouw Vera Celis tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de toepassing van de quota voor de toegang tot het beroep van tandarts
Actuele vraag van de heer Ivan Sabbe tot de heer Philippe Muyters, Vlaams minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, over de meerwaarde van de recente beslissingen van de Vlaamse Regering met betrekking tot de versnelling van investeringsprojecten

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.