U bent hier

Mevrouw Deckx heeft het woord.

Kathleen Deckx

Voorzitter, minister, collega’s, nog niet zo lang geleden, in juni, stonden we hier met vragen over de studieduurverlenging, omdat de Vlaamse Regering toen alle door de universiteiten ingediende dossiers had afgewezen. Daar was nogal wat tumult over. Toen is er geantwoord dat er nogal wat opmerkingen waren van de adviesraad, en dat er geen eensgezindheid was tussen de universiteiten en de studenten daaromtrent.

Er zou een kader uitgewerkt worden tegen het einde van het jaar. De Vlaamse Regering zou daarmee een toetsing kunnen geven aan de dossiers, zodat de nodige beslissingen konden worden genomen.

Gisteren lazen we dan plots in De Morgen de nogal drastisch geformuleerde kop: “Geen studieverlengingen. Wellicht zelfs nog studieverkortingen van de vijfjarige opleidingen, en dit wegens geldtekort.”

Minister, u hebt dat bericht in een andere krant rechtgezet. U hebt nieuwe berichten de wereld ingestuurd. Maar dat leidt uiteraard tot de nodige verwarring. Ik wil u dan ook om een stand van zaken in dit dossier vragen.

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, ik ben blij dat ik vandaag wat dichter bij de minister sta. Zo lijkt het een beetje op het Britse Lagerhuis, waar de ‘opposition’ vlak voor de minister zit. (Opmerkingen)

Minister, er is de nota geweest die zomaar van de website te plukken was. Ik weet niet of dat een sneuveltekst is, of dat die voor gebruik van buiten bestemd is. Als u zoekt naar wie die eventueel heeft vrijgegeven, kan ik u mijn fractievoorzitter aanbevelen, want die is sterk in het spelletje ‘Cluedo’.

In juni hebben we nog een debat gehad over het al dan niet verlengen van de studierichtingen. Maar in deze nota wordt de lat wel zeer hoog gelegd. Het is bijna onmogelijk om tot een verlenging te komen, als je die nota leest.

Nochtans heeft men goede redenen om studieverlenging aan te vragen: de organisatie van de stages, naar het buitenland gaan, beter voorbereiden op de scriptie. Dat zal niet meer kunnen als die verlenging wordt geblokkeerd.

Minister, u geeft in uw nota een bijzonder argument: “We mogen de studenten niet te lang in de universiteit houden want wanneer ze aan de universiteit zitten, werken ze niet en brengen ze niet op voor de sociale zekerheid.” Ik vind dat een eigenaardig argument, we kunnen er verder over discussiëren.

Vanuit mijn beroepsachtergrond heeft het mij bijzonder getroffen dat u niet alleen studieverlenging blokkeert maar dat u ook studieverkorting ter sprake brengt, en wel voor rechten en psychologie. Dat veroorzaakt natuurlijk in die sectoren veel paniek.

Minister, wat zijn nu eigenlijk uw redenen om daar voor studieverkorting te pleiten? Zijn het pedagogische redenen of zijn het redenen van beroepskwalificatie? Of zijn het budgettaire redenen, die u als dusdanig niet durft te vernoemen?

Mevrouw Van Steenberge heeft het woord.

Gerda Van Steenberge

Minister, tijdens de discussie in de plenaire vergadering van 13 juni 2012 hebt u ons – we waren toen ook met vijf – proberen te overtuigen dat het afvoeren van de tweejarige master voor een aantal opleidingen zeker niet om financiële redenen was. U zult nu waarschijnlijk zeggen dat het maar om een discussienota gaat en dat we dus alleen maar gaan discussiëren. Minister, ik heb die nota gelezen. Ik moet vaststellen dat het vooral om financiële redenen zal zijn. Daarnaast zal ook de afstemming van de studenten die afstuderen op de arbeidsmarkt een reden zijn.

Ik geef twee citaten uit de discussienota. Een ervan heeft de heer Bouckaert al aangehaald: “Een volwassene die niet werkt, betaalt ook geen bijdrage voor de sociale zekerheid.” Ik vond dat een straffe uitspraak. U zei ook: “Ik zie het nut niet in waarom een opleiding voor een jurist vijf jaar zou moeten duren. Waarom kan hij niet al na vier jaar een topjurist zijn en op de arbeidsmarkt functioneren?” Het weze duidelijk dat het gebruik van de opleiding rechten geldt als provocatief voorbeeld om de discussie te kaderen. Dezelfde redenering kan gevoerd worden met betrekking tot de opleiding psychologie en de toegang tot het beroep. In feite was niet het voorbeeld van de jurist provocatief. U haalt nog meerdere beroepen aan om dit aan te duiden.

Minister, ik zou deze nota hebben kunnen begrijpen als die van de minister van Werk zou komen. Maar u bent de minister van Onderwijs. Welke visie hebt u over onderwijs? Ziet u, als minister van Onderwijs, het afstuderen van leerlingen meer als een afstemming op de arbeidsmarkt, of is ons onderwijs vooral bedoeld om een kwalitatief onderwijs te bieden aan de leerlingen en hen te vormen tot kritische geesten?

Mevrouw Vanderpoorten heeft het woord.

Marleen Vanderpoorten

Voorzitter, minister, collega’s, het artikel in De Morgen van gisteren bevatte enkele drastische stellingen. Dat is hier al gezegd en dat vond ik zelf ook. Maar dat wil in een artikel nog niet veel zeggen. Vandaag konden we kennisnemen van de nota zelf. Ik vind dat daar een aantal goede ideeën in staan. Maar de tekst lijkt mij nogal onvoldragen. De tekst bevat toch ook enkele zeer discutabele denkpistes. Ik denk bijvoorbeeld aan de onderzoeksmaster. Hoe selecteert men daar? Ik denk ook aan de studieduurverkorting. Hier werd al gezegd dat dit heel wat stof zal doen oplaaien. Maar, minister, het mag geen ‘taboe’ zijn, om een woord te gebruiken dat u vaak gebruikt. Ik denk ook aan het totale ontbreken van de lerarenopleiding in dat geheel. Dat onderwerp houdt ons in dit parlement toch vaak bezig. Denk maar aan het loopbaandebat.

Minister, wat is nu het statuut van deze nota? Zij lijkt mij zinvol, maar onvolledig en onvoldragen. Welke plaats geeft u aan de lerarenopleiding in het geheel van deze hervorming?

Mevrouw Helsen heeft het woord.

Minister, intussen zijn we het gewend dat u op regelmatige basis in Vlaanderen een nieuw idee over onderwijs lanceert, maar u hebt ons opnieuw verrast met de inhoud van uw laatste voorstel. Enkele maanden geleden hebben we hier al gediscussieerd over het al dan niet verlengen van masteropleidingen. We hebben gezegd dat we daar zeer goed moesten over nadenken en dat de opleidingen toch wel aan een aantal voorwaarden moesten voldoen vooraleer er een verlenging kon komen.

Minister, ik vind het heel verrassend dat u nu overweegt om bestaande tweejarige masteropleidingen te reduceren tot eenjarige masters. Mijn belangrijkste vraag hierbij is: waarop baseert u zich om deze denkoefening voor te stellen en om een tweejarige masteropleiding te reduceren naar een eenjarige, hopelijk met behoud van dezelfde kwaliteit van onze opleidingen?

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, collega’s, wat is het statuut van die nota? Ik zou toch aan de vijf parlementsleden – en aan de ene al wat meer dan aan de andere – willen zeggen dat als er aan de regering wordt gevraagd om een grondig debat te voeren over een beleidskader dat nodig is om al of niet te beslissen om tot een studieduurverlenging te komen, ik dat ook grondig en niet lichtzinnig doe.

Wat hebben we gedaan? We hebben een discussienota – geen conceptnota, geen nota-Smet, geen regeringsnota – opgesteld met een werkgroep bestaande uit mensen uit de instellingen en de universiteiten. Ze hebben samen met mijn kabinet, met het departement, met het agentschap Hoger Onderwijs een nota gemaakt die dient als discussienota voor een beleidskader zoals gevraagd door de Vlaamse Regering. In de begeleidende mail staat letterlijk dat geen enkel standpunt in die nota iemand bindt. Het is een discussienota. Als je spreekt over studieduurverlenging is het toch nogal evident dat wanneer een decreet – onder andere door een aantal van u goedgekeurd – spreekt over studieduurverkorting, je even kijkt naar de opleidingen die vandaag al een tweejarige masteropleiding hebben, al was het alleen maar om de argumenten te kennen waarom die twee jaar duren en waarom andere maar een jaar duren. Dat is de bedoeling van een grondige discussienota.

Steeds meer krijg ik de indruk dat sommige mensen het moeilijk hebben om goede, wijze beslissingen te nemen op basis van een afweging van argumenten pro en contra. Het heeft misschien veel te maken met de waan van de dag – en voor sommigen misschien de wijn van de dag –, maar ik verkies liever goede beslissingen te nemen.

Dat is het statuut van die nota, niet meer of niet minder. Het is een discussienota die mij op geen enkele wijze bindt en de regering niet bindt. Ze is gemaakt door een stuurgroep waarin de instellingen zelf zitten – ik neem aan dat ze dan wel mee over die tekst willen discussiëren – en op basis van die tekst gaan we met de stakeholders – dus ook studenten, dus ook de instellingen, hogescholen en universiteiten – praten. Op basis van de reacties, de suggesties, de argumenten die deze mensen aanbrengen, zullen we als Vlaamse Regering en op mijn voorstel een beleidskader uitwerken. Zoiets heet goed bestuur. Er is trouwens nooit sprake geweest van veralgemeend tweejaarlijkse masters in te voeren. Doen alsof wij plots om financiële redenen alle tweejaarlijkse masters zouden afvoeren, is gewoon het dossier niet kennen, want er is nooit sprake van geweest.

Wat is het uitgangspunt voor mij en de regering? Wanneer is het onderwijsmatig nodig om tot een tweejarige master te komen? Dat is de vraag.

Ik hoop dat ieder van u, die met beide voeten in het leven staat, weet dat een student geld kost aan de ouders, aan de universiteit en aan de samenleving. Meestal is dat een goede investering. Dat is een positieve zaak. Studenten werken inderdaad niet, en leveren geen bijdrage, dat klopt. In de nota staat letterlijk: de maatschappelijke kost is een argument – EEN argument! – om bij de afweging rekening mee te houden. Dus nergens staat in de discussienota dat wij dat om financiële redenen niet willen doen. Als nu zou blijken uit het kader dat we maken, dat alles tweejarig moet worden, ja dan zal dat moeten gebeuren.

Bovendien, de financiële kostprijs, ik heb dat in juni ook al gezegd, komt er pas vanaf 2017, 2018, 2019. Er is dus geen sprake van acuut geldgebrek vandaag. Ook dat is niet aan de orde. Dat is een tweede reden waarom het niet klopt. Voor ons is het uitgangspunt: welke criteria en kader hebben we nodig? Hoe kunnen we afmeten of een opleiding al of niet verlengd moet worden? We moeten daarbij niet alleen naar het binnenland kijken, maar ook naar het buitenland. Het argument dat sommigen gebruiken alsof er overal in de Europese hogeronderwijsruimte plotseling een drie-plus-tweemodel is, klopt niet. Er bestaan heel veel verschillen. Lees het Bolognajaarverslag er maar op na. Het staat online. U zult merken dat er bijzonder veel verschil is.

Heel de studieduurverlenging en -verkorting zijn onderwijsmatig en beleidsmatig een heel belangrijke kwestie. U weet dat ik een paar weken geleden in Nicosia was waar een heel eerbiedwaardige Cyprioot de Nobelprijs Economie gewonnen heeft. Hij heeft ons – de ministers – toegesproken en een gesprek met ons gevoerd. Het ging onder meer over de studieduurverlenging in tijden van crisis, of men dat al dan niet moet doen, over de gevolgen op de arbeidsmarkt en of dat al dan niet wenselijk is. De meningen waren zeer tegengesteld. Het is geen evidente kwestie. Ik vind het beleidsmatig relevant om de vraag te stellen.

Alleen is het veel te kort door de bocht om te doen alsof deze nota een voorstel of een beslissing van ons is. Het is helemaal geen voorstel, het is een discussiepunt. Dat is de situatie.

In december zal de Vlaamse Regering dat beleidskader uittekenen. We zullen dan de beslissingen nemen. De maanden daarop kunnen de aanvragen worden ingediend. Dan weten de instellingen waar ze aan toe zijn.

Tot slot, we zijn dit aan het uitwerken samen met de instellingen. We doen dit samen.

Kathleen Deckx

Minister, uw antwoord stelt mij gerust. (Opmerkingen van mevrouw Marijke Dillen)

Ik hoor dat ik niet alleen ben. Gelukkig stelt het ook anderen gerust.

Ik vind het een spijtige zaak dat de kranten – of één krant toch – de discussienota eigenlijk op een verkeerde manier heeft gepresenteerd. Daardoor heeft ze ons op het verkeerde been gezet.

Het is goed dat er verder gewerkt wordt aan het kader. We hebben daar in de Commissie ad hoc Hoger Onderwijs over gediscussieerd. Voor zover ik mij herinner, waren de meeste partijen het er toen mee eens dat we vooral naar de kwaliteit van de opleiding moeten kijken, dat we niet zomaar moeten pleiten voor studieduurverlenging, want dat brengt inderdaad een grote meerkost mee voor de ouders en de samenleving, en een extra inspanning voor de studenten.

Boudewijn Bouckaert

Minister, om te beginnen: ik ga absoluut niet mee in de trend dat studieduurverlenging op zich goed is. Ik ben het met u eens dat u selectief en kritisch bent. Ik heb het zelf meegemaakt hoe een studieduurverlenging werd geregeld aan de universiteit. Universiteiten hebben ook hun belangen. U moet daar inderdaad selectief in zijn.

Maar de tekst die naar buiten kwam, gaat van u uit. Die wordt u ergens in de mond geschoven. Daar wordt u mee vereenzelvigd.

Daar staan dingen in die de rust in het onderwijslandschap verstoren. Ik heb het dan bijvoorbeeld over uw opmerking over de studieduurverkorting in de rechten. We hebben die discussie een aantal jaren geleden gevoerd in de rechten, maar nu duikt die opnieuw op. Mensen vragen zich af waar ze aan toe zijn.

In Europa is de studieduur van vijf jaar bijna algemeen: by far the most spread system.

Gerda Van Steenberge

Minister, u zei daarnet dat we op schema zijn met dit dossier. Onze vragen vandaag komen dan ook juist op tijd. Volgens uw discussienota zult u vandaag terugkoppelen naar de werkgroep nadat u met de verschillende actoren hebt gesproken. U kunt dan ook rekening houden met de opmerkingen die hier worden gemaakt voor u terugkoppelt.

Mevrouw Deckx zegt dat de inhoud van wat in de krant staat niet overeenstemt met uw discussienota. Ik heb die nota gelezen. Het valt me op dat er helemaal geen focus blijkt te liggen op de kwaliteit van de opleidingen in het hoger onderwijs. Daar moet eens naar gekeken worden, want dat is onze grote bezorgdheid. Financiële redenen en het uitsluitend afstemmen op de arbeidsmarkt mogen niet de eerste reden zijn en dat blijkt wel uit de discussienota, tenzij wij allen in Vlaanderen, behalve dan de socialistische partij, niet meer kunnen lezen.

Marleen Vanderpoorten

Ik ben het eens met de stelling van de heer Bouckaert die zegt dat hij zeker geen voorstander is van een algemene verlenging. Alles moet worden bekeken. Wij wijzen vooral naar het statuut van deze nota. Ik denk niet dat u ons kwalijk mag nemen dat wij vragen stellen als er een artikel in de krant verschijnt zoals gisteren het geval was. Daarin werden u heel drastische uitspraken in de mond gelegd. Ik kan me voorstellen hoe een en ander in zijn werk is gegaan.

Minister, u hebt niet geantwoord op mijn vraag over het ontbreken van het luik over de lerarenopleiding die toch wel belangrijk is in de hervorming van de masters.

Minister, u hebt heel duidelijk aangegeven wat het statuut is van deze tekst. U zegt ook heel duidelijk dat u de discussie ten gronde wilt voeren. Wij vinden dat positief. CD&V is nooit vragende partij geweest om zomaar studieduurverlengingen door te voeren. Wij vragen om in de oefening de kwaliteit van het onderwijs voorop te stellen en noch in de richting van studieduurverlenging noch in de richting van studieduurverkorting de kwaliteit van ons onderwijs uit het oog te verliezen. Kies dus voor goed onderwijs en niet noodzakelijk voor het goedkoopste onderwijs.

De heer Van Dijck heeft het woord.

Wim Van Dijck

Ongeacht het statuut van de nota van de minister – conceptnota of discussienota – zouden voorstellen om tweejarige masters niet uit te breiden of bestaande opleidingen opnieuw te verkorten, zo’n nota niet eens mogen halen. Vlaanderen is toch bij uitstek een kenniseconomie en zou met zulke maatregelen zijn concurrentiepositie ten opzichte van het buitenland alleen maar schade toebrengen. Dat is eenvoudigweg niet te verantwoorden, niet budgettair en al zeker niet met de argumenten die we hebben gelezen zoals dat een volwassene die niet werkt geen bijdrage betaalt aan de sociale zekerheid. In het absurde doorgetrokken kan men dan evengoed het hoger onderwijs afschaffen en iedereen verplichten om op 18-jarige leeftijd te gaan werken. Van zoveel onzin zou men inderdaad, zoals de vicerector van Leuven, moedeloos worden.

Mevrouw Celis heeft het woord.

We hebben het debat over de studieduurverlenging al meermaals gevoerd. Het is dan ook verstandig, minister, dat u wat toelichting hebt gegeven over het statuut van de nota en het kader van het krantenartikel dat gisteren is verschenen. Dat stelt de zaak scherper en duidelijker. Het is ook bijzonder verstandig dat u alle stakeholders betrekt bij het opstellen van het beleidskader. De kwaliteit van de masteropleiding, 1 of 2 jaar, is absoluut prioritair.

De verslagen van de visitatiecommissie over al die opleidingen en de vergelijking met de opleidingen in het buitenland zijn zeker elementen die zeer relevant kunnen zijn voor het opmaken van dat kader en die u moet meenemen.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, ik ben het eens met vicerector Melis, de studentenraden, de collega’s en ook zelfs met de krant De Morgen. Of het nu over een discussienota, een conceptnota of nog iets anders gaat, wij zijn geconfronteerd met een nota die zeer duidelijk sterk budgettair geïnspireerd is en waarin u toch wel probeert om vrij algemeen en overduidelijk tweejarige masters te ontmoedigen. Ik ben het ook eens met de kritiek van de studentenverenigingen dat zij veel te weinig gehoord zijn in dit dossier. Ik hoop dat dat nog wordt rechtgezet. Ik begrijp ook wel de wanhoop van de instellingen die al sinds 2008 bezig zijn met dat dossier, die allemaal dossiers hebben ingediend, die in één keer van tafel zijn geveegd.

Ik ben ervan overtuigd dat dit dossier mismeesterd is. Ik vrees, minister, dat ook dit dossier op het lijstje zal terechtkomen van dossiers die u met veel bravoure hebt aangekondigd maar die met een sisser aflopen, zoals de hervorming van het secundair onderwijs, het lerarenloopbaandebat en de leerzorg. Minister, misschien moet u een tweejarige legislatuurverlenging aanvragen om al uw aangekondigde dossiers tot een goed einde te brengen.

Minister Pascal Smet

Als ik dat hoor, heb ik zin om te zeggen: Ave Maria! De studenten zijn niet gehoord: Ave Maria! Hoe weet u dat? (Opmerkingen van mevrouw Elisabeth Meuleman)

Hoe weet u dat? Mevrouw Meuleman, de studenten zijn wel gehoord. U weet zelfs niet hoe de studenten in ons universitair landschap zijn verenigd. LOKO is de studentenvereniging van de Universiteit van Leuven. Er is een overkoepelende studentenvereniging, de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS). Die is de gesprekspartner van de overheid en is hierbij betrokken. Over dit artikel in de krant heb ik overigens mails gekregen van mensen van Veto en van de vicerector. Die kan ik niet voorlezen, omdat ik de toestemming niet heb gevraagd, maar ze zijn zeer duidelijk over wat ze vinden van dat artikel en de wijze waarop hun mening wordt weergegeven. Dat laat ik u straks lezen en dan zult u zien dat u wederom voorbarige opmerkingen maakt. De studenten zijn er wel bij betrokken. Ze komen dit overigens volgende week opnieuw bespreken.

Als wij een nota maken over studieduurverlenging – en ik heb vorige keer ook gezegd dat het niet spontaan is gebeurd, want de overheid doet dat samen met de instellingen –, is het toch logisch dat je dat grondig doet. Dit parlement heeft een decreet goedgekeurd dat niet enkel over studieduurverlenging spreekt, maar ook over studieduurverkorting. Het is toch logisch dat je dan kijkt naar studieduurverkorting.

Als u volledig citeert, mevrouw Van Steenberge, wat u niet hebt gedaan, merkt u dat er staat: “Het weze duidelijk dat het gebruik van de opleiding rechten geldt als provocatief voorbeeld om de discussie te kaderen en dus geen enkele waarde inhoudt over de huidige studieduur.” Het zal geen eenvoudige discussie zijn, maar de discussie moet worden aangegaan. Leest u nu ergens in deze zin dat wij dat willen verkorten? Nee. Alleen dat je de discussie moet aangaan, om de argumenten te kennen, om beter te weten hoe je in de toekomst de criteria moet bepalen om al of niet tot tweejarige masters te komen.

In de discussienota, mevrouw Vanderpoorten, staat op de achtste lijn of zo letterlijk: “We spreken ons niet specifiek uit over de lerarenopleiding, daarvoor wachten we op het loopbaandebat dat momenteel loopt.” U weet dat we een evaluatie maken van de lerarenopleiding, die overigens nog maar vier jaar geleden is hervormd. Dat evalueren we in 2013. We krijgen de resultaten. Er loopt een nieuwe studie naar de redenen dat leerkrachten het onderwijs verlaten. Op dit moment wordt ook het groepscompetentieprofiel van leerkrachten opgemaakt door de Vlor en de SERV. Als we al die elementen hebben, nemen we dat op. Daarom komt dit aspect niet aan bod in de discussienota.

Nogmaals, mijnheer Van Dijck, ik vind het raar wat u daar allemaal – vergeef me het woord – ‘uitkraamt’. Het is toch logisch dat je een nota maakt op basis van argumenten en niet op basis van aanvoelen. Dat bent u misschien niet gewoon. Daar kan ik nog inkomen.

Ik zie dat u zich aangesproken voelt. (Rumoer)

En dat men dat doet op basis van argumenten voor of tegen. En dat men inderdaad zonder taboes moet durven te denken. Dan ontstaat creativiteit en kan men juiste en wijze beslissingen nemen.

Uiteraard, voorzitter, ben ik het met iedereen eens dat het uitgangspunt goed onderwijs moet zijn. En in die discussienota wordt heel veel over de kwaliteit van onderwijs gesproken. Ik wil dat wel even met u overlopen. Men heeft het over leerresultaten, studieomvang, stage en masterproef. Het element verhoogde studielast moet formeel, expliciet worden aangetoond. Er zijn verschillende profielen. We moeten zorgen voor benchmarking, beginkwalificaties bekijken, noem maar op. Kwalificaties en de internationale en nationale arbeidsmarkt, de internationale programma’s, noem verder maar op.

En mijnheer Van Dijck, Nobelprijswinnaars zeggen tegen ministers dat over de beslissing, zeker in tijden van crisis, om al of niet naar een langere studieduur te gaan, goed moet worden nagedacht, dat goed moet worden nagedacht wanneer men mensen op de arbeidsmarkt plaatst, wat de verantwoordelijkheid is van door de overheid gefinancierd onderwijs, wat de verantwoordelijkheid is van de arbeidsmarkt. Men kan er niet omheen dat ook reeds vandaag, naast de opleidingen, op de arbeidsmarkt hetzij stages of bijkomende opleidingen bestaan. Het is toch logisch dat dat grondig wordt bekeken als men een grondig beleidskader uitwerkt, dat wat mij betreft langer dan twee jaar, nog vele jaren moet meegaan, en dat al die aspecten in ogenschouw worden genomen. De kwaliteit van het onderwijs is dus ons uitgangspunt.

En de financiering of de maatschappelijke kost is meer dan louter en alleen de financiële kost voor de overheid. Een studieduurverlenging – en sommigen gaan daar nogal makkelijk overheen – kost wel wat aan ouders. Beseft iedereen wel wat het voor een ouder kost om een jongere naar de universiteit te laten gaan? Beseft men dat wel? Dat kost dus wel wat. Als de overheid beslist om er een jaar bij te doen, moet ze wel goed nadenken of er gegronde kwaliteitsredenen zijn. En natuurlijk moet dat argument meespelen. Maar als we tot de conclusie zouden komen, als uit het beleidskader zou blijken dat omwille van de kwaliteit van ons onderwijs het nodig is tot masters van twee jaar te komen, dan ben ik ervan overtuigd dat deze Vlaamse Regering geen seconde zal twijfelen om die beslissing te nemen. En daarover gaat nu juist die nota: men moet die ‘als’ aantonen. We moeten daar criteria voor vinden. Dat aftoetskader moet worden opgesteld. Dat is juist de bedoeling.

En nogmaals, er is toch maar discussie mogelijk op basis van een tekst, op basis van argumenten. Anders verkoopt men cafépraat, voor sommigen brasseriepraat. Maar discussie is enkel mogelijk op basis van een tekst.

Voorzitter, laten we dat de komende weken verder doen. We zien de stakeholders opnieuw, dat is perfect geregeld, ook de studenten, mevrouw Meuleman. Informeert u zich volgende keer opnieuw. En dan zullen we samen tot een gedragen beslissing kunnen komen.

Kathleen Deckx

Minister, ik heb de discussienota pas deze morgen via De Morgen gezien. Ik heb ze dus maar oppervlakkig gelezen. Ik bespeur daarin vooral een verfijning van het decreet dat reeds is goedgekeurd. Ik hoop dat het schema gevolgd wordt, dat we binnenkort effectief over een kader beschikken, dat dan verder werk kan worden gemaakt van al dan niet studieduurverlenging.

Boudewijn Bouckaert

Minister, ik zou u toch willen aansporen om wat zorgvuldiger om te springen met wat bij u vertrekt en wat er met u wordt geassocieerd. In deze nota staan toch wel een aantal rare dingen. Ik denk dan aan het argument dat men niets opbrengt voor de sociale zekerheid als men studeert. Dat is een dwaas argument. Het is algemeen geweten dat bij een beter opgeleide werkende bevolking de productiviteit stijgt en dat de bijdragen voor de sociale zekerheid ook stijgen. Getuige daarvan het plan van Itinera voor Wallonië om het onderwijs daar op hetzelfde peil te brengen als in Vlaanderen, waardoor er ook daar een economische groei zou zijn.

Daarenboven pleit ik ook voor eerlijkheid in het beleid. Als er budgettair een probleem is, dan moet u dat zeggen en mag u dat niet wegstoppen achter allerlei andere argumenten. Dan moet er een eerlijke discussie plaatsgrijpen. Als studieduurverlenging echt nodig is en we kunnen die niet betalen, moeten we naar alternatieve financiering zoeken, zoals bij bedrijven of zoals – en u hoort mij afkomen – bij de studenten. Ik pleit voor eerlijkheid in het beleid.

Gerda Van Steenberge

Minister, ik kan de heer Bouckaert alleen maar bijtreden. U vraagt verschillende keren naar argumenten. Wij komen hier discussiëren om u argumenten aan te reiken die u zou kunnen opnemen in de nota. Het zijn argumenten waarvan wij vinden dat ze ontbreken in de nota.

U sprak ook over de kost, en ja, er is meer dan de kost voor de overheid. U doet alsof wij niet goed weten waarover het gaat, maar hier staan allemaal ouders. Wij weten goed genoeg hoeveel het kost om kinderen op te leiden. (Opmerkingen van minister Pascal Smet)

Ja, maar ik heb er vier, minister. Hoeveel hebt u er? (Opmerkingen van minister Pascal Smet. Gelach. Applaus)

Het zijn allemaal officiële, dat wil ik er ook bij zeggen. (Opmerkingen van minister Pascal Smet. Gelach)

Daarover gaat het niet. Het gaat erom dat in uw discussienota – de heer Bouckaert heeft het al gezegd – rare dingen staan over de sociale zekerheid. Uw nota is niet evenwichtig. Mijn bedoeling was vooral, omdat u vandaag toch bijeenkomt met uw werkgroep, dat staat ook in de nota, om voor te stellen om de discussienota evenwichtiger op te stellen.

Marleen Vanderpoorten

Minister, ik concludeer dat het een discussienota is en dat het dus nog alle kanten kan uitgaan. Dit debat wordt zeker vervolgd en over enkele maanden staan we hier dan weer met andere vragen.

Ik blijf toch nog even hameren op het onderwerp van de lerarenopleiding. Ik weet dat die nog niet zo lang geleden hervormd is en dat er een aantal evaluaties en dergelijke aan de gang zijn, maar het zou toch een gemiste kans zijn om nu de verlenging los te zien van de lerarenopleiding. We hebben dit debat ook gevoerd naar aanleiding van het arbeidsmarktrapport. Er blijken zich toch een aantal problemen aan te dienen. Ik zou u toch willen aanraden om dit toch op te nemen in de nota.

Voorzitter, minister, ik concludeer dat wij het erover eens zijn dat we niet zomaar een studieduurverlenging toepassen, dat we indien een verkorting mogelijk is, we daarvoor gaan zodat we de ouders niet op kosten jagen indien dat niet bijdraagt aan de kwaliteit van het onderwijs, dat we sowieso de kwaliteit van het onderwijs als prioriteit vooropstellen – dat vinden wij heel belangrijk – en dat we toch wel voor ogen houden dat als we straks onze masters afleveren, zij perfect inzetbaar zijn, binnen hun opleiding, op een arbeidsmarkt.

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.