U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 24 oktober 2012, 14.00u

De voorzitter

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over het dossier Ford Genk.

Het debat is geopend.

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voorzitter, leden van de regering, collega’s, twintig jaar geleden sloten de mijnen en begon de reconversie van de Limburgse economie. Het was een moeizaam proces, met vallen en opstaan. Geleidelijk aan werden successen geboekt, groeide het optimisme en de economische groei in onze provincie.

Vandaag lijkt Limburg wel twintig jaar terug in de tijd gekatapulteerd. Het is een zwarte dag, het is een economische catastrofe. Ford is de grootste werkgever, het grootste bedrijf in Limburg, dubbel zo groot als de nummer twee.

Mijn gedachten gaan natuurlijk in de eerste plaats uit naar de getroffen gezinnen, die duizenden Limburgers, mannen en vrouwen die rechtstreeks of onrechtstreeks hun boterham verdienden bij Ford, 4300 in de fabriek en meer dan 5000 bij de toeleveranciers. In totaal gaat het om 10.000 gezinnen voor wie de toekomst onzeker is. Zij zijn zonder meer schandalig behandeld door hun directie. Een woord is blijkbaar geen woord, een handtekening geen handtekening. Mister Odell is not only a cowboy capitalist, he is also a coward. Hij durft zelfs zijn eigen mensen niet onder ogen te komen.

Het is voor hen dat wij vandaag dit debat voeren, om oplossingen te vinden, hier in dit parlement, in het hart van onze politieke democratie. Want ja, ook de politiek, het beleid, de verschillende regeringen, federaal en Vlaams, zijn medeverantwoordelijk voor deze economische ramp. Al lijkt dat op het eerste gezicht niet zo, want de drie hoofdredenen waarom Ford Genk sluit, zijn van zuiver economische aard. Ten eerste: structureel. Er is een overcapaciteit in de Europese automobielsector, en zeker bij Ford. Ten tweede: conjunctureel. Er is een zware economische crisis. Ten derde: de modellen van Ford verkopen gewoon niet goed, in tegenstelling tot Duitse merken als Audi.

Maar dat geldt voor alle fabrieken van Ford Europa, dus waarom is de Vlaamse fabriek de pineut? Daarenboven heeft Ford Genk enorme troeven. Denk maar aan zijn ligging, de productiviteit van de werknemers, het systeem van technische werkloosheid en lastenverlaging voor nacht- en ploegenwerk. Waarom gaat de productie dan naar Saarlouis en Valencia?

De voornaamste reden is het verlies aan concurrentiekracht van Vlaamse fabrieken. Ja, hoge brutoloonkosten en hoge energiekosten zijn daar een deel van. En neen, Audi is geen goed voorbeeld, want de concurrent van Ford Genk is niet Audi Vorst, maar Ford Keulen of Valencia. De sluiting van Ford is niet het gevolg van creatieve destructie, waarin oude industrieën vervangen worden door nieuwe. Neen, dit had niet gemoeten. Het is het gevolg van falend macro- en micro-economisch beleid. Daarmee is de wallonisering van Limburg stilaan een feit.

De minister-president heeft gelijk: er is een toekomst voor de industrie in Vlaanderen en in Limburg, als die mag en kan concurreren. Dat onze loonkosten hoger liggen, is op zich geen probleem. Dat wordt immers gecompenseerd door hogere productiviteit en nieuwe producten. Het is de fiscale en parafiscale druk op arbeid die gewoon te hoog is.

Als Ford en Opel één zaak leren, dan is het wel dat de subsidies van de Vlaamse Regering niet in staat zijn om de torenhoge lasten te compenseren. Zij zijn een maat voor niets. Ford was de koning van de subsidies. Het ontving de afgelopen tien jaar 54 miljoen euro aan subsidies, 28 miljoen euro was beloofd voor dit jaar.

De arbeiders van Ford Genk zijn ook het slachtoffer van het anti-autobeleid: auto’s zijn te vuil en te gevaarlijk, en ten dele is dat nog waar ook. Het gebruik van de auto wordt ontmoedigd door hoge belastingen, hoge accijnzen en steeds langere files. Wees dan ook niet verbaasd als de gewone consument de auto links laat liggen.

Collega’s, vandaag voelen we de pijn van de enorme klap door de sluiting van Ford. Maar we moeten vooruit kijken. Limburg komt er wel weer bovenop. Het bronsgroen eikenhout is veerkrachtig. Maar we mogen niet bij de pakken blijven zitten. Daarom stel ik acht maatregelen op korte en lange termijn voor, om de Limburgers en de Limburgse jongeren weer hoop en toekomst te geven.

Ten eerste moet de concurrentiekracht verbeterd worden door de lasten op arbeid te verlagen. Ik kijk naar die partijen die deel uitmaken van de Federale Regering. Het moet nu gebeuren, en op federaal niveau, want de zesde staatshervorming brengt de fiscale hefbomen voorlopig niet naar Vlaanderen.

Ten tweede, er moet een nieuw debat komen over verankering. Vlaanderen heeft geen stem in de ‘decision rooms’ van multinationals; beslissingen worden in Detroit of Keulen genomen. Vaak zijn er ook niet-economische argumenten.

Ten derde, het Vlaamse sectoriële subsidiebeleid werkt niet. De middelen worden beter gebruikt voor reconversie: innovatie en nieuwe industrieën.

Ten vierde, laat ons leren van buitenlandse praktijken. In Melbourne in Australië zijn drie op de vier autofabrikanten verdwenen. Een wordt zwaar gesubsidieerd. De staat Victoria heeft nu de omslag bewerkstelligd naar de quartaire sector, de dienstensector zoals hoger onderwijs en zorg, die als een exportproduct in de markt wordt geplaatst.

Ten vijfde, er moet een nieuw reconversiebeleid komen, een nieuw Limburgplan met alle Limburgse stakeholders en met opnieuw de Limburgse Reconversiemaatschappij (LRM) als motor.

Ten zesde, er moeten maatregelen komen om het gebruik van elektrische en hybride wagens te bevorderen, om de maatschappelijke aanvaarding van de auto te herstellen.

Ten zevende, er moet een tewerkstellingscel komen om de Genkse arbeiders snel naar vacatures in technische beroepen of knelpuntberoepen te leiden, of om te scholen naar knelpuntberoepen. We hebben geen tijd te verliezen. Minister-president, ik vraag een grotere inspanning dan bij Opel, waar vier op de tien op dit moment nog steeds geen werk hebben.

Ten achtste, ik vraag de oprichting van een taskforce die de productiecapaciteit bij Ford Genk, indien mogelijk, moet vrijwaren. In tegenstelling tot de vraag naar steenkool zal de vraag naar auto’s opnieuw stijgen. Binnen enkele jaren is er opnieuw behoefte aan productiecapaciteit, waarschijnlijk van propere wagens. Ik verzet mij dus tegen de ontmanteling van deze fabriek en pleit voor een Doornroosje-scenario waarin de schone slaapster na enkele jaren ontwaakt.

Dit zijn acht voorstellen waarmee opnieuw hoop en perspectief kan worden gegeven aan de werknemers van Ford en aan alle Limburgers die vandaag bijzonder zwaar getroffen zijn. (Applaus)

De voorzitter

Mevrouw De Vits heeft het woord.

Mia De Vits

Mijnheer Vereeck, u verwijst opnieuw naar de loonkost. Dat is een totaal loos argument. In de automobielsector sluit geen enkel bedrijf vanwege de loonkost. De loonkost bedraagt 5 procent van de totale productiekost. Daarvoor sluit het bedrijf niet. Er is dus wel iets anders aan de hand. Als u het vergelijkt per uur, blijkt dat we niet duurder zijn dan de Duitsers. Alle regeringen – de federale en de Vlaamse – hebben geld gegeven om dit bedrijf hier te houden. Wat er gebeurt, is dat het een multinational is die op Europees vlak de lidstaten tegen elkaar uitspeelt. Hoeveel drama’s moeten er nog gebeuren opdat Europa daaruit de lessen trekt?

Hoe moet het verder met het overleg in dit land? Als multinationals een contract afsluiten en de volgende dag zeggen dat het niet meer bestaat en het scheuren en in de mand werpen, dan moet men zich afvragen hoe het verder moet met het overleg waarin de werknemers inspanningen hebben gedaan en hebben ingeleverd om dit bedrijf hier te houden. (Applaus bij sp.a en Groen)

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele

Gisteren werd er ook gesproken over de loonkost. Vandaag bracht minister-president Peeters dat niet meer ter sprake. Ik ben het eens met mevrouw De Vits. Het is inderdaad niet alleen de loonkost die Ford Genk de das heeft omgedaan. Maar ontkennen dat de loonkost in België nog altijd veel te hoog is en dat hij een last is rond de nek van onze volledige Vlaamse industrie, is het licht van de zon ontkennen en weglopen van uw eigen verantwoordelijkheid. Hier moet dringend iets aan worden gedaan. Daarover zijn we het allemaal eens. Er moet op federaal niveau dringend worden ingegrepen. (Applaus bij de N-VA, het Vlaams Belang en LDD)

Lode Vereeck

Voorzitter, ik deel de verontwaardiging van mevrouw De Vits als het gaat over de manier waarop de directie met haar werknemers omgaat. Maar zij vergist zich als ze denkt dat de totale loonkost van Ford Genk slechts 5 procent van de productiekost bedraagt.

Mevrouw De Vits, het volstaat om gewoon de balansen, de resultaatrekeningen, er op na te kijken. Dan zult u zien dat 8 procent van de totale productiekost in Genk – op een omzet van 3 miljard euro is dat ongeveer 240 miljoen euro – pure loonkost is. 70 procent van de totale productiekost bestaat uit de toelevering van de componenten. Maar ook daarin steekt er een zeer groot aandeel loonkosten. Het is met andere woorden volledig fout, het is feitelijk fout te stellen dat de loonkost beperkt is tot 5 procent.

Wel volg ik de opmerking dat, wanneer er beslissingen worden genomen door multinationals, we opnieuw aan het stuur zouden moeten zitten in bepaalde ‘decision rooms’. Op het moment dat de Galaxy van Portugal naar Genk is gekomen, werd die in Portugal gebouwd aan de helft van de loonkost in Genk. Niet enkel loonkost speelt dus een rol. Maar u gaat het probleem toch niet ontkennen? Uit de laatste cijfers is gebleken dat in de industriële sector de gemiddelde loonkost in België 31 procent hoger is dan in Duitsland. (Applaus bij LDD en het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Ik verbaas mij er telkens over dat, als er een dergelijk drama gebeurt en we hebben er toch al een aantal gezien, binnen de kortste keren het debat gaat over de loonkosten. Het is natuurlijk een factor die meetelt, maar eigenlijk moet het gaan over de logica die deze multinationale ondernemingen hanteren.

Mijnheer Diependaele, was Ford Genk een performante vestiging? Ja. Was het de minst productieve van de Fordgroep? Nee.

Ik zie dat men er toch voor kiest om deze vestiging te sluiten. Ik heb ooit meegemaakt dat ik een topman van de tweede grootste multinational ter wereld hoorde vertellen dat hij een vestiging zou sluiten omdat de winst niet in ‘double digit’ was. Het was maar 8 of 9 procent. Wel, dat is de logica van deze multinationale ondernemingen. Ze sluiten wanneer ze willen en ze trekken zich niets aan van de drama’s die dat veroorzaakt. (Applaus bij Groen en sp.a)

De voorzitter

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters

Dat het probleem van de sluiting van Ford louter en alleen te wijten zou zijn aan de loonkost en de energiekost, is een beetje kort door de bocht. Mevrouw De Vits heeft al gezegd dat de loonkost van een geproduceerde wagen maar 5 procent bedraagt. Als we zien dat Ford Genk nog altijd goedkoper produceert dan de vestigingen in Duitsland, is dat absoluut niet de reden voor de sluiting. Daarvoor moeten we de bal opnieuw in het kamp van de Vlaamse Regering plaatsen. Bij de Septemberverklaring kregen we nog een quasi goednieuwsshow: Vlaanderen doet het goed en gaat vooruit, de gezinnen doen het goed, we sparen en het verenigingsleven doet het goed. Maar vandaag, slechts enkele weken na die verklaring, blijkt alles toch heel wankel.

Minister-president, wat is nu precies de reden dat men voor Valencia kiest en niet voor Ford Genk? Op 14 september dit jaar was het al aangekondigd. Wat is er in tussentijd gedaan?

Lode Vereeck

Mijnheer Watteeuw, je kunt inderdaad soms vragen stellen bij het bonanzakapitalisme, dat bestaat. Ik ben ook geen voorstander van het bonanzakapitalisme, maar van een gezond ondernemerskapitalisme. Maar Ford verwijten dat het gaat om ‘double-digit profits’? De afgelopen twee jaar heeft Ford Europa 1 miljard dollar verlies gemaakt. Het gaat niet om het sluiten van een winstgevende plant, maar over een bedrijf dat zwaar in de verliezen is aan het gaan.

Minister-president Kris Peeters

Ik apprecieer de manier waarop de heer Vereeck zijn betoog heeft gehouden, met de acht punten. We zullen die allemaal meenemen. Het achtste punt is daarstraks zelfs uitdrukkelijk in het debat aan bod gekomen: het ‘mottenballenscenario’, dat ook in de kranten is verschenen. Ik heb aan Stephen Odell gevraagd of er een mogelijkheid was om de fabriek in de diepvriezer te zetten, te wachten tot de overcapaciteit uit de markt is en dan weer te laten herleven. Hij heeft gezegd dat hij nu alle alternatieven zou bespreken met de vakbonden in het kader van de wet-Renault. Ik had niet de indruk dat dit ‘businesswise’ een mogelijkheid was die ze hadden bekeken.

Collega’s, ik hoop dat ook de andere betogen met de nodige sereniteit en opbouwende kritiek kunnen worden gehouden. Heel wat mensen kijken naar dit debat en putten er ook hoop uit, hoop ik, meerderheid en oppositie samen. De overcapaciteit die spijtig genoeg aanwezig is op de automobielmarkt in Europa is een serieus probleem, niet alleen voor Ford, ook voor de andere merken. Ford scoort daarop heel slecht en heeft dus een probleem, niet met de productie van de wagens maar om ze te verkopen.

Er is ook gezegd dat er 1 miljard dollar verlies is, en dat is onhoudbaar. Er moet dan ook ingegrepen worden en de overcapaciteit van de productie moet worden weggesneden. De vraag is natuurlijk waar er wordt gesneden. Ik heb daarstraks in mijn toelichting gezegd dat men Genk zal sluiten om de productie van de Mondeo, de S-Max en de Galaxy te verplaatsen naar Valencia. De vraag is waarom men dat doet. Men had ook het omgekeerde kunnen doen of de zaak in Duitsland kunnen sluiten.

Men heeft gezegd dat alle scenario’s zijn bekeken. Er is nu al een grote onderbenutting in Genk. Er wordt dit jaar nog zeven dagen gewerkt in Genk. De tijdelijke werkloosheid is heel goed gebruikt. Daarnaast heeft de heer Odell uitdrukkelijk gesteld dat de efficiëntie en de kostenstructuur het tweede argument vormen om naar Valencia te trekken. De kostenstructuur is ruimer dan alleen de loonkost. Er is ook niet gesproken over de loonkost. Wat nu in Valencia wordt geproduceerd, gaat naar Duitsland. En wij zijn spijtig genoeg de pineut.

Dit is een zeer ernstig dossier. We moeten kijken hoe we daarmee omgaan. Ik neem elke suggestie van de meerderheid en vanuit de oppositie ernstig. De volgende uren hebben we nog heel wat overleg. We zullen ook de nodige stappen zetten ten aanzien van de Europese Commissie en nagaan wat daar mogelijk is. Ik hoop van harte dat we deze namiddag dit debat op die manier verder kunnen voeren.

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Voorzitter, leden van de regering, collega’s, vandaag is een koolzwarte dag voor Genk en voor Limburg. Ik wil vooreerst, als Genkenaar, als Limburger, namens mijn fractie mijn solidariteit betuigen met de duizenden werknemers en hun gezinnen die getroffen worden door het verlies van hun job en dus hun inkomen.

In een mededeling van amper vijf minuten worden tienduizend gezinnen opgezadeld met sombere vooruitzichten over hun toekomst en hun welvaart. Dag op dag vijftig jaar na de eerste steenlegging, op 24 oktober 1962, wordt vandaag aangekondigd dat de Fordfabriek in Genk opnieuw met de grond gelijk gemaakt wordt. Die aankondiging is niet meer of niet minder dan een sociaal en economisch drama voor de duizenden werknemers en hun gezinnen, voor de stad Genk, voor Limburg en voor Vlaanderen.

Na geruchten over een sluiting van de Fordfabriek in Genk werd vorige maand nog de enigszins hoopgevende boodschap verspreid dat vanaf oktober 2013 de nieuwe Mondeo in Genk gebouwd zou worden. De Europese directie beloofde eveneens dat de geplande investeringen in Genk er zouden komen. Dat zou betekenen dat ook de nieuwe S-Max en Galaxy in Genk geproduceerd zouden worden en dat er dus minstens tot 2020 tewerkstelling zou zijn.

Dat doet meteen terugdenken aan de herstructurering van 9 jaar geleden, in 2003. Ook toen waren er zogenaamde garanties van Ford dat het investeringsplan zou worden uitgevoerd. Ook toen is dat niet gebeurd. Ford pleegt dus opnieuw woordbreuk, vooral tegenover de duizenden mensen die er elke dag voor zorgden dat het bedrijf zo rendabel mogelijk was. Deze onaanvaardbare woordbreuk die voor zoveel mensen gevolgen heeft, komt heel hard aan.

De werknemers van Ford verdienen een pluim. Zij hebben zich in allerlei onderhandelingen en overeenkomsten bereid getoond tot inspanningen en flexibiliteit om het bedrijf waarvoor ze werken optimaal te laten functioneren. De werknemers hebben het onderste uit de kan gehaald maar krijgen vandaag het deksel op de neus. Er rest hen enkel nog woede, onmacht en teleurstelling. Ford is, of beter Ford was, de ruggengraat van de industriële tewerkstelling in Limburg. De hele Limburgse samenleving zal hiervan de weerslag ondervinden. De situatie is ook voor Vlaanderen belangrijk. De beslissing van Ford is niet enkel een conjunctureel verschijnsel. We worden geconfronteerd met een groeiende structurele verzwakking van onze Vlaamse economie.

Het Vlaamse Nieuw Industrieel Beleid wordt blijkbaar keer op keer door de feiten ingehaald.

Op een moment dat zoveel mensen in Vlaanderen hun job verliezen, moet ook de politiek, moet deze Vlaamse maar uiteraard ook de Federale Regering zich de vraag stellen: hadden we dit hadden kunnen voorkomen, hebben we iets verkeerd gedaan, hebben we kansen gemist? Minister-president, de Federale Regering kan ik niet ondervragen maar ik hoop dat u straks in alle eerlijkheid op deze vragen wil antwoorden. Want dat is niet alleen belangrijk voor wat er vandaag gebeurt, maar ook voor wat er in de toekomst nog staat te gebeuren.

Collega’s, ik ben geen onheilsprofeet, maar ik wil wel de realiteit schetsen. Die realiteit leert me dat het Limburgs economisch weefsel deze slag niet meteen kan opvangen. Er zal op heel korte termijn een nieuw Limburgs actieplan ontwikkeld moeten worden. Er moet nu dringend een hertewerkstellingscel opgericht worden, een taskforce waarin alle lokale, provinciale, Vlaamse en federale actoren verenigd zijn. Er moet een reconversieplan opgesteld worden, er dringt zich inderdaad een ‘Limburgplan bis’ op. De toestand is ernstig en vereist een krachtdadig beleid.

De Vlaamse en de Federale Regering spelen intussen en spelletje zwartepieten. Dames en heren van de regering, in dit drama is enige terughoudendheid vanwege zowel Vlaamse als federale ministers wel op zijn plaats. De werknemers van Ford Genk verdienen beter dan een rondje politiek opbod. Niemand is gebaat bij het doorschuiven van de zwartepiet of het spelen van politieke spelletjes, maar de politiek kan evenmin lijdzaam blijven toekijken.

Daarom vraag ik u ook, minister-president, leden van de Vlaamse Regering, wees krachtdadig in uw beleid om het jobverlies te beperken en de verloren arbeidsplaatsen op te vangen. Limburg heeft in het verleden een eigen instrument gecreëerd: de Limburgse Reconversie Maatschappij (LRM). Zullen de middelen van LRM geheroriënteerd worden? Kunt u de werknemers van Ford meer duidelijkheid geven over hun concrete situatie en toekomst? Ze hebben het recht om te weten wat hun te wachten staat.

Collega’s, van politici mag worden verwacht dat ze niet alleen krachtdadig optreden op speciale momenten, maar dat zij ook vooruitkijken. Het drama van Ford sluit aan bij de algemene problematiek van de hoge loonkosten, of de collega’s van de sp.a dat nu graag horen of niet. Ford heeft inderdaad een overcapaciteit, maar als er keuzes moeten worden gemaakt, kiest men niet voor Vlaanderen of Genk, maar voor Spanje en Duitsland. En dat is ook een drama.

Daarom wil ik hier nogmaals benadrukken dat we werk moeten maken van lastenverlaging, zowel fiscaal als administratief, en het verbeteren van het ondernemingsklimaat. Alleen dan kunnen we de Vlaamse industrie overeind houden en kunnen we voorkomen dat onze jobs internationaal uit de markt geprijsd worden. Voor Limburg betekent dit ook dat op korte termijn een aantal dossiers gedeblokkeerd moeten worden: een betere ontsluiting, de IJzeren Rijn, en de noord-zuidverbinding, om er maar enkele te noemen.

Voorzitter, collega’s, ik rond af. Ik heb in mijn betoog niet de weg van de polarisering gekozen. De Genkenaren en de Limburgers zijn niet gebaat bij plat electoraal en politiek opbod De Genkenaren en Limburgers vragen van deze regering en van dit parlement dat de concrete problemen benoemd worden en dat er oplossingen gezocht worden. Onmiddellijke oplossingen voor de dramatische situatie van vandaag, oplossingen op iets langere termijn voor de algemene Limburgse situatie en ten slotte structurele oplossingen. En voor al deze oplossingen, minister-president, kijken de duizenden ontslagen werknemers ook in uw richting en in de richting van uw Vlaamse Regering. De vele miljoenen belastinggeld die Ford ontvangen heeft op basis van niet nagekomen overeenkomsten, moeten worden teruggevorderd. Aan de directie in Europa en Amerika zeggen wij luid en duidelijk:” We want our money back!” (Applaus bij het Vlaams Belang en bij LDD)

De voorzitter

De heer Sabbe heeft het woord.

Ivan Sabbe

Uiteraard leeft iedereen hier mee met wat er in Limburg gebeurt. Ook over de manier waarop dat gebeurt, zitten we op één lijn. Maar we moeten er natuurlijk vooral voor zorgen dat een dergelijk scenario zich in de toekomst niet meer voordoet. We moeten naar de kern van het probleem kijken, en dan blijkt de situatie nog veel ernstiger. We kijken nu naar wat er zich in Limburg in een groot bedrijf afspeelt, maar we maken niet de optelsom van de delokalisatie die op KMO-niveau bezig is in West-Vlaanderen, Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Brabant.

Mochten we die optelsom maken, dan zouden we zien dat ons economisch weefsel op dat vlak werkelijk enorm terrein aan het verliezen is. Ik weet dat een aantal partijen in dit halfrond huiveren voor het volgende. Nochtans was de architect van dat model een socialist, Schröder van de SPD. Hij heeft aan Duitsland duidelijk gemaakt dat, als het nog auto’s wou bouwen, als het nog een industrieel weefsel wou, er structurele maatregelen moesten worden genomen. Zo heeft men onder meer de 40 urenweek opnieuw ingevoerd. Men heeft er onder meer de werkloosheidsuitkering in de tijd beperkt. Er was geen indexering meer, meer nog, er was een loonkoststop van de periode van Schröder tot en met 2011. Dat waren allemaal concrete maatregelen.

Tegenover Duitsland zijn we 30 procent duurder, maar ten opzichte van het Europese gemiddelde van de 27 landen zijn we zelfs 70 procent duurder. Wie dat niet onder ogen wil zien, wie niet merkt dat we daaraan moeten werken, in combinatie met een ontvetting van de overheid, die wil de waarheid haar rechten niet geven. Jammer genoeg zal dat dan leiden tot een erosie van wat hier nog overblijft qua industrie. Nu moeten de Vlaamse en federale overheden in een solidaire beweging instappen in een sociaal model zoals het Duitse. In Duitsland lag de werkloosheid in 2011 nota bene lager dan in 1989. Dat moet niet morgen, niet overmorgen gebeuren, maar vandaag.

Mia De Vits

Waarom gaat men naar Valencia en verschuift men de productie? U wijt dat opnieuw aan de kostenstructuur. Nogmaals, er is overcapaciteit. Het probleem is dat de gebruikte capaciteit in Ford Genk veel te laag ligt, vergeleken met Duitsland. Die bedraagt 33 procent. Als er overcapaciteit is, dan meen ik dat wij de speelbal zijn van het feit dat dit gebeurt in het nadeel van de productiesites die een kleine thuismarkt hebben. Vlaanderen en België zijn in die situatie. Van daar verschuift men productie naar waar men een grotere thuismarkt heeft. Alle specialisten zeggen bovendien dat Genk modellen heeft die op dit ogenblik helemaal niet meer zo goed verkopen als we hadden verwacht. Men verschuift naar kleinere modellen. Ik denk dat die redenen een veel grotere rol spelen dan wat hier wordt gezegd over de loonkostontwikkeling.

De voorzitter

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

Mijnheer Janssens, u gaf de suggestie de middelen van de LRM te heroriënteren. Kunt u enigszins verduidelijken wat u daar precies mee bedoelt?

Minister, ik denk dat er momenteel middelen beschikbaar zijn bij de LRM. De minister-president heeft het gehad over de transformatie van de automobielindustrie. Kunnen we die middelen daartoe inzetten? Kunnen we die richten op meer innovatie? Kunnen we inzetten op meer onderzoek en ontwikkeling, zodat de automobielindustrie en de industrie in het algemeen in Vlaanderen toch nog een toekomst blijven hebben?

Minister Ingrid Lieten

De LRM heeft de voorbije jaren in heel wat bedrijven in Limburg geïnvesteerd. Ze heeft daardoor eigenlijk rechtstreeks vijfduizend bijkomende banen gecreëerd. Ze heeft nog een veelvoud aan banen kunnen behouden door op een gepaste manier tegemoetkomingen te geven aan bedrijven in moeilijkheden. Dat moet ze voor mij blijven doen.

Verder heeft de LRM geïnvesteerd in de ontwikkeling van industrieterreinen, om die bedrijfsklaar te maken en de voorwaarden te creëren opdat nieuwe bedrijven zouden kunnen investeren. In dat verband verwijs ik naar heel het industriegebied in Lommel. Ook op dat vlak moet ze een rol blijven spelen. Deze middag hebben we tijdens ons onderhoud met de Europese directie van Ford ook uitdrukkelijk gevraagd dat die geen beslissingen zou nemen over de reconversie van de site in Genk zelf zonder de overheid en de LRM daarin te kennen. Ook wat dat betreft, vind ik immers dat de LRM haar rol moet kennen. Ze moet er minstens voor zorgen dat die terreinen niet aan de meest biedende worden verkocht, maar uiteindelijk opnieuw op een heel doeltreffende en strategische manier kunnen worden ontwikkeld, om zo veel mogelijk tewerkstelling te garanderen.

Daarnaast investeert de Vlaamse Regering via die innovatiemiddelen heel wat in de automobielsector. U weet dat we zeker en vast niet de auto tot vijand hebben uitgeroepen, in tegenstelling tot wat de heer Vereeck stelde. Ik heb zelf de proeftuin opgestart waarin meer dan vijftig bedrijven uit diverse sectoren en kennisinstellingen samenwerken om te investeren in wagens die duurzaam en lichter zijn, in hybride wagens, in elektrische wagens. Ook worden ITC en dienstverlening ontwikkeld.

Daarnaast blijven wij investeren in Flanders’ DRIVE als kenniscentrum, dat ook in Limburg gelegen is, blijven wij investeren in het Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL) rond logistiek, blijven wij investeren in het Vlaams Instituut voor Mobiliteit (VIM) rond de mobiliteitsaspecten en zijn er heel wat subsidies vrijgemaakt voor heel wat bedrijven die bedrijfseigen onderzoek doen in de automobielsector. Ik kan u verzekeren dat deze Vlaamse Regering zal blijven inzetten op het investeren in de innovatieve automobiel- en mobiliteitsindustrie.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen

Voorzitter, ik zal zo kort mogelijk proberen te zijn, want er is al heel veel gezegd. Ik merk dat een aantal mensen deels doof en blind zijn voor maatregelen die terecht genomen zijn in het verleden naar aanleiding van eerdere drama’s. Als Ford Genk vandaag niet werkt en dit jaar blijkbaar nog maar negen dagen zal draaien, dan heeft dat te maken met het feit dat wij het unieke systeem van tijdelijke werkloosheid kennen, wat heel veel drama’s voorkomen heeft. Het personeel van Ford Genk heeft al 12 procent ingeleverd. De reductie op ploegenpremies heeft ervoor gezorgd dat Ford Genk ten opzichte van Duitsland in totaal 5 procent goedkoper is.

Als men naar Duitsland verwijst, wil ik dat debat heel graag aangaan. Men heeft verwezen naar Schröder. Schröder is er inderdaad in geslaagd om een deel van zijn economie competitiever te maken. Schröder zelf geeft toe dat het onvolkomen was op een aantal vlakken. Weet goed dat vandaag in Duitsland 10 procent van de mensen die werken, arm is. Als hier iemand met de hand op het hart durft zeggen dat we dat model kritiekloos in al zijn aspecten moeten overnemen, dat hij dan opstaat en dat ook zegt. Als we iets doen aan de algemene kostenstructuur van onze industrie – en ik denk dat dat nodig is –, dan zullen we dat op een heel intelligente manier moeten doen en ook op een eerlijke manier. Een andere constante bij dit soort van drama’s is immers dat iedereen de oplossing gaat zoeken bij de overheid. Iedereen kijkt naar ons om ervoor te zorgen dat er reconversie is. Iedereen kijkt naar ons om ervoor te zorgen dat mensen heropgeleid worden en toegeleid worden naar een job. Elk van die inspanningen – laat ons daar eerlijk in zijn – kosten ook geld en zullen op een of andere manier moeten worden gefinancierd.

Wij willen gerust iets doen aan de kostenstructuur van onze industrie, maar dan wel op een eerlijke en intelligente manier.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik wil ten aanzien van mevrouw De Vits nog eens herhalen wat men ons vanmiddag heeft gezegd. Het waren een viertal punten.

Ik wil er toch op wijzen dat de modellen die in Genk zouden worden gemaakt, in Spanje zullen worden gemaakt. Het blijven wel dezelfde modellen. U bracht daarnet immers naar voren dat het gaat om modellen die mislukt zijn. Dat is misschien wel waar, maar ze blijven gemaakt worden. Het zijn die modellen die in Spanje zullen worden gemaakt.

Een belangrijke reden die men gaf om naar Spanje te gaan, was dat daar een hogere efficiëntie is. Vervolgens kon men zo komen tot een volle capaciteitsbenutting in Spanje. Daaraan gekoppeld is het feit dat Genk vandaag een kleine capaciteitsbenutting had.

Deze elementen zijn naar voren gebracht. De efficiëntie was daar zeker een element in.

Lode Vereeck

We krijgen hier nu twee soorten van verklaringen. Er is een groep van politici die het in de kostenstructuur zoekt. Ik ben al blij dat de heer Van Malderen nu ook tot die groep behoort of tenminste al aangeeft dat het met de kosten te maken heeft. Ik heb nu ook begrepen uit de toelichting van de minister-president dat ook de directie van Ford dat heeft aangegeven in het gesprek dat ze hebben gehad.

We moeten wel het debat correct voeren. Mevrouw De Vits, u zegt bijvoorbeeld dat de grote modellen het slechter deden. Wel, dat is niet zo. Er zijn cijfers van 17 augustus. Daaruit blijkt dat de modellen Mondeo, S-Max en Galaxy, die in Genk werden gebouwd, met 8,5 percent in verkoop daalden. Maar bijvoorbeeld de Fiesta uit Keulen daalde met 9,5 percent en de Focus, die volgens mij in Saarlouis wordt gebouwd, met 10,7 percent. Dat is een feitelijk gegeven. Voorzitter, ik wil hier toch wel corrigeren dat het probleem absoluut bij die grote modellen lag.

Collega’s van sp.a, ik heb niet gezegd dat de sluiting van Ford alleen te maken heeft met de loonkosten. Ze heeft ook met de loonkosten te maken. Ik heb het debat opengetrokken naar de bredere context van de structurele verzwakking van de Vlaamse economie. Ik denk dat heel wat Vlaamse ondernemers die dit debat volgen met stijgende verbazing zullen luisteren naar de betogen van sp.a. Alle sectoren in Vlaanderen roepen luidkeels om de lasten op arbeid te verlagen. Het probleem van de loonkosten betekent een verzwakking voor het industrieel weefsel en onze concurrentiekracht. Als u dat aan de linkerzijde van het politieke spectrum blijft ontkennen, steekt u alleen maar de kop in het zand. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Sauwens heeft het woord.

Johan Sauwens

Voorzitter, leden van de regering, collega’s, vandaag viel de hakbijl. Ford Genk wordt gesloten. Dit is een koude dag.

Anno 2012 werd deze beslissing in Detroit gedicteerd, in het Duits vertaald in Keulen en uiteindelijk op een bijzonder kille manier meegedeeld aan de rechtstreeks betrokkenen. Het is een verbijsterende vaststelling: in de globaliserende economie slagen we er niet om dit soort zaken op een meer menselijke manier te communiceren. Ik vind dit heel erg. Het gaat om mensen die hun job verliezen. In mijn stad wordt één op tien gezinnen getroffen door de afdankingen die zullen volgen.

Ik liep vandaag over de wekelijkse markt bij ons. Mensen kwamen me vragen hoe het nu verder moet de volgende dagen en weken: of ze hun hypothecaire lening nog zullen kunnen afbetalen, of ze de studiekosten van hun kinderen aan de hogeschool of universiteit nog zullen kunnen betalen, of ze op hun 42 jaar nog een degelijke job zullen vinden en of ze nog een toekomst hebben. Dat zijn de vragen die leven. Dat is de menselijke factor die voor ons vooropstaat.

Ik zou willen waarschuwen voor politieke recuperatie van het drama dat zich vandaag voltrekt. Dit is geen tijd voor slogans of voor het gelijk van het eigen standpunt. Als politici moeten wij relatief bescheiden en onder veel voorbehoud een aantal zaken sturen of proberen bij te sturen. Dat kunnen we slechts in heel beperkte mate. De economie is mondiaal gestructureerd, de weerslag ervan is bijzonder groot.

Ik had de Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij (POM) Limburg aan de lijn. Volgens hun berekeningen kan men rustig stellen dat voor één rechtstreekse tewerkstelling bij Ford Genk er twee plaatsen in de toelevering moeten worden bijgeteld. Dit betekent dat wij in plaats van over 10.000 banen over 12.000 tot 13.000 spreken. Ten opzichte van de totale werkgelegenheid in Limburg van 330.000 lijkt dit niet zo belangrijk, maar indien men het vergelijkt met de 54.000 arbeidsplaatsen in Limburg in de verwerkende nijverheid, dan is de impact massaal.

Minister-president, het blijft maar duren. Er was Renault, Volvo, Opel en nu Ford. Overal kwamen herstructureringen. Ik wil namens CD&V zeggen dat voor ons het debat open moet worden gevoerd, zonder taboes. Mevrouw De Vits, ik weet waarover ik spreek, ik volg dit dossier al jarenlang. Het probleem is niet zozeer de kostprijs van de lonen. Neen, het gaat om de toegevoegde waarde die wordt gecreëerd in Genk. Dat is assemblage: het samenbrengen van de motoren uit Engeland met de autocomputer uit Frankrijk en de wielen uit Duitsland, ik zeg zomaar wat. Uit studies van onder andere professor Soete blijkt dat bij de assemblage de loonkosten wel doorwegen. Ze bedragen tot 70 procent als het bedrijf op volle capaciteit draait. Vandaag lopen ze op tot 80 procent van de kostprijs. Dat is de toegevoegde waarde die in Genk wordt gecreëerd.

Het debat over de loonkost, en over de loonwig met Duitsland die is gestegen, is een belangrijk debat. Het welles-nietesverhaal moet eens stoppen. Minister-president, ik pleit ervoor dat u vanuit uw verantwoordelijkheid dat debat gaat voeren. Het moet gebeuren op een heel verfijnde manier. Wanneer we vandaag in Limburg over Ford Genk spreken, heeft dat onder meer te maken met het feit dat we de tijdelijke en technische werkloosheid hebben kunnen gebruiken als een buffer. Anders was het tien jaar geleden al gedaan. Dan is dat dank zij de inspanningen van de Vlaamse en de Federale Regering en van de stad Genk. Daarom hebben we dat kunnen houden in de voorbije periode.

Er is het probleem van de overcapaciteit en van de terugvallende verkoop. Mijnheer Vereeck, u hebt de cijfers van augustus geciteerd, maar de dramatisch terugvallende verkoop van de laatste maanden heeft wel een rol gespeeld in de vrij harde beslissing die is genomen. Ik blijf erbij dat we dit debat vanuit een confederale logica voeren.

In Duitsland wordt dit debat gevoerd over het justitiebeleid door de 17 ministers van Justitie van de Duitse Länder. In Duitsland wordt het onderwijs opgebouwd vanuit de deelstaten. Dat is de confederale structuur. In Duitsland wordt het economisch beleid gestuurd door de 17 ministers van Economie van de Duitse Länder. Minister-president, ik pleit ervoor dat u het debat over de bruto loonkost en de betaalbaarheid van de sociale zekerheid zonder taboes voert. Dat debat raakt ons ook, we moeten het durven voeren. Ik pleit ervoor dat u met uw collega’s van de andere gewesten samen met de Federale Regering een inclusief beleid voert om onze concurrentiekracht te verhogen. Daar moeten we allen samen wat aan doen, maar zonder taboes en op een heel open en transparante manier. Het feit dat men naar de lagere Europese loonlanden trekt – Oost-Europa en Spanje –, is niet zonder betekenis. Dat is het bewijs voor de stelling die sommige collega’s en ik daarnet hebben ontwikkeld.

Minister-president, ik stel vast dat sommige collega’s suggesties doen, maar ik wil er nog iets tussen schuiven, namelijk het idee van de doorstart. U hebt verwezen naar enkele Limburgse bedrijven die in bepaalde niches tot de top van de wereld behoren. Dat is dankzij het feit dat ze vlak in de buurt, vanuit Ford Genk, expertise hebben opgebouwd. Ze zijn zo sterk doorgegroeid dat die ene klant die ze zullen verliezen, niet het grote probleem is.

Ik verwijs naar wat in Born gebeurt. Born ligt zo’n 20 kilometer van Genk. Vroeger werd Daf daar geproduceerd. Dan is het Volvo geworden, maar er waren dan ook problemen met overcapaciteit. Dan is men Volvo’s en Mitsubishi’s naast elkaar gaan bouwen. NedCar is dan opgericht. Mitsubishi zou ook afhaken, maar deze maand is er een akkoord tot stand gekomen om in Born de nieuwe Mini’s van BMW te bouwen. 1500 mensen die hun job kunnen behouden, dat is enorm.

In Genk heeft men een van de beste autofabrieken van Europa. Men heeft een schitterende expertise, men heeft van de beste werknemers die men zich kan voorstellen. We moeten die oefening durven maken. Kan er een meer flexibele fabriek worden uitgebouwd? Laat dat niet in Detroit beslissen, laten we dat samen doen. De fabriek is van de mensen en niet alleen van de aandeelhouders en het kapitaal. Laat ons daar samen naar zoeken. Minister-president, ik stel voor dat u dat doet vanuit uw positie en met de mogelijkheden en middelen die u vandaag hebt. Het idee van de doorstart mogen we niet laten gaan.

Sommigen zeggen dat Limburg de steenkoolmijnen toch ook goed heeft zien sluiten, 18.000 mensen uit Winterslag, Waterschei, Eisden in 1987 en Beringen in 1989 en Zolder in 1992. Dat is toch allemaal vrij vlot verlopen met die reconversie en die middelen. Trouwens, er zijn LRM-middelen over.

Vandaag is de conjunctuur totaal anders. Tot gisteren zaten we met de sterkste groei van de werkloosheid van het laatste jaar, 8,9 procent. Samen met de provincie Antwerpen zijn we de sterkste groeier in Vlaanderen. We zitten ook met een zware problematiek in Nederlands-Limburg. Toen was er een redelijk absorptievermogen vanuit Kerkrade, Sittard en Maastricht. Maastricht heeft het vandaag erg moeilijk. We moeten dat dus Euregionaal durven bekijken. Ook in Aken zijn er vandaag belangrijke sluitingen en afdankingen. Dit gebeurt vandaag op een heel slecht moment. De knelpuntberoepen zitten in de zorgsector. Ook daar is er niet onmiddellijk een alternatief.

Ik ondersteun de boodschap van de minister-president: we moeten aan de mensen kunnen zeggen ‘wat nu’, maar we mogen er niet te licht overheen stappen. Het zal niet vanzelfsprekend zijn. Het zal een totale aanpak vragen waarbij en de provincie en de sociale partners en Vlaanderen en de Federale Regering hun verantwoordelijkheid zullen moeten nemen.

Minister-president, hebt u een zicht op wat Europa doet? Sommige collega’s hebben het al gezegd: het is een Europese materie en er is een strijd tussen de regio’s om zulke bedrijven bij hen te houden. Ik pleit ervoor om het algemene nieuwe actieplan voor Limburg met een sterke positieve ingesteldheid op te bouwen.

Ik herhaal dat dit een drama is. We moeten er kracht uit putten, maar het zal niet vanzelfsprekend zijn. Het zal een alertheid vragen die we samen, elke dag opnieuw, moeten ontwikkelen. (Applaus)

Lydia Peeters

Ik hoor de heer Sauwens zeggen dat het een drama is, en dat zal niemand ontkennen. In 2003 was er een soortgelijk drama aangekondigd. Ook toen stond de sluiting van Ford op de agenda, maar hebben de diverse overheden het kunnen ombuigen naar een herstructurering met zware afvloeiingen. Men heeft het toen wel kunnen ombuigen.

Ik hoor u graag pleiten voor een doorstart. Ik wil u toch wijzen op wat minister Muyters zei. Minister Muyters zei dat men heeft gekozen voor Valencia. Er zouden dezelfde modellen als in Genk worden gemaakt, terwijl we net horen dat die modellen het minder goed doen op de markt. Is de afzetmarkt in Spanje, waar de werkloosheid hoger is dan hier, dan beter dan hier?

U zegt ook dat men voor Valencia heeft gekozen omdat er een hogere efficiëntie zou zijn. Dat begrijp ik totaal niet. In 2010 werd Ford Genk nog uitgeroepen tot beste bedrijf van Ford Europe. Ik kan moeilijk begrijpen waarom de fabriek in Valencia efficiënter zou zijn.

Als men toch tot een doorstart wil komen, moet er dringend actie worden ondernomen. Mijn vraag aan de Vlaamse Regering is dan: welke actie gaat u concreet ondernemen? Ik wil dan ook verwijzen naar de motie naar aanleiding van het debat over de sluiting van Opel, die in dit Vlaams Parlement is goedgekeurd. De meerderheidsfracties hebben toen een motie ingediend, evenals onze fractie. Wat is er met deze motie van oktober 2010 gebeurd?

Minister-president, als u zegt dat het NIB de toekomst is, hoe snel ziet u dan het NIB – waarvan we weten dat er ocharme nog maar drie acties zijn uitgevoerd – leiden tot een stijgende jobcreatie? Wanneer gaat het NIB leiden tot effectieve jobcreatie?

Ivan Sabbe

Mijnheer Sauwens, u haalt een belangrijke factor niet aan. We moeten zorgen dat we in de toekomst zulke drama’s vermijden. U bent voorzitter van de commissie Vereenvoudiging. Voor vele kmo’s is een van de hoofdproblemen de administratie en de regulitis. Daar heb ik u niets over horen zeggen. Het probleem Ford Genk staat daar misschien los van, maar in het algemeen is dit een belangrijk aspect voor de toekomst van de economie. Als Vlaamse overheid kunnen we daar iets aan doen. Over de loonkost en de sociale lasten moeten we praten met het federale niveau, maar voor de administratieve vereenvoudiging en de regulitis heeft Vlaanderen het stuur in handen.

Mijnheer Van Malderen, u hebt mij onrechtstreeks aangesproken. Ja, ik heb liever dat iemand werkt en weinig wordt betaald, dan dat iemand voor niets een werkloosheidsuitkering heeft. Dat zal ik blijven zeggen tot de laatste dag.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, ik wil de heer Sauwens danken voor zijn positieve betoog. De procedure van de wet-Renault loopt en bepaalt dat men alternatieven zoekt voor de sluiting van Ford Genk in 2014.

Volgens mij moeten alle alternatieven, van mottenballenscenario tot doorstart, worden bekeken. We moeten er ons als Vlaamse Regering en als Vlaams Parlement echter voor hoeden de mensen valse hoop te geven. Er is een overproductie. Die overproductie wordt nu weggesneden door de vestiging in Genk te sluiten. Op zich is dit een spijtige zaak. In een dergelijke situatie is het echter niet evident voor een doorstart of een ander alternatief te zorgen.

Ik heb in het verleden al verschrikkelijk veel initiatieven genomen. Er zijn altijd mensen met bepaalde intenties te vinden. Zodra we dan zeggen hoeveel het zal kosten en welke investeringen hiermee gepaard gaan, sturen ze natuurlijk snel hun kat.

We moeten alternatieven zoeken zonder de mensen valse hoop te geven. Ze hebben al genoeg meegemaakt. Ik wil me hier alvast voor hoeden. We kunnen niet stellen dat we dat allemaal zullen oplossen en dat alles in orde zal komen.

Ik wil ook even benadrukken dat we met een Europees probleem zitten. Ik heb dat in het verleden ook al aangehaald. Er is een ‘cut the throat’-competitie. Iedereen probeert de activiteiten binnen de EU maximaal bij zich te houden of naar zich toe te trekken. Ten gevolge onze kostenstructuur zitten we op dat vlak met een probleem. In andere landen is er een andere kostenstructuur. Die landen vragen de bedrijven naar hen te komen en verbinden hier zelfs subsidies en andere zaken aan. Op dat vlak bevinden we ons in een benarde positie.

We moeten met de Europese Commissie over een nieuw industrieel beleid spreken. We moeten nagaan hoe we de automotive sector verder willen stimuleren. Ik heb deze namiddag contact met de Europese commissaris laten opnemen. Ik wil hem zo snel mogelijk spreken. We moeten weten welke rol de Europese Commissie op het vlak van het industrieel beleid kan spelen.

Aangezien mevrouw Peeters hierover een vraag heeft gesteld, wil ik nog even benadrukken dat we god zij dank een duidelijke visie op het Nieuw Industrieel Beleid hebben. Heel wat projecten worden al uitgerold. De verschillende sectoren en bedrijven spelen hier al op in.

Minister Vandeurzen en minister Lieten zijn ervan overtuigd dat we van Limburg par excellence een topprioriteit moeten maken. We moeten ervoor zorgen dat de industrie in Limburg de transformatie realiseert. Dat zal echter niet met grote stappen gebeuren. We zullen stap voor stap vooruit moeten gaan. We moeten de kleine en middelgrote ondernemingen stimuleren om die weg in te slaan en op die manier werkgelegenheid te creëren. Dat kan echter niet op een dag worden gerealiseerd. Niemand kan of mag de illusie hebben dat we op zeer korte termijn duizenden nieuwe arbeidsplaatsen zullen creëren. Ik kan iedereen echter verzekeren dat de Vlaamse Regering meer dan de ambitie heeft er alles aan te doen om dit, samen met de andere mensen in Limburg en in de rest van Vlaanderen, tot stand te brengen.

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele

In de eerste plaats wil ik de heer Sauwens bedanken voor zijn pleidooi voor een confederaal economisch beleid in België. Ik kan hem op dat vlak volledig steunen. (Rumoer)

Hij heeft dat punt naar voren gebracht en ik spreek mijn steun uit. Ik begrijp niet waarom hierover commotie ontstaat.

Daarnaast zitten we met een Europees probleem. We hebben in 2010, naar aanleiding van de sluiting van Opel, ook een dergelijke oproep gedaan. Daar is bijzonder weinig respons op gekomen. We blijven met hetzelfde probleem zitten. Er is binnen Europa een wedstrijd tussen de verschillende landen aan de gang. Op dat vlak valt van een Europese eenmaking bijzonder weinig te merken.

Mevrouw Peeters, we mogen absoluut niet de fout maken het Nieuw Industrieel Beleid volledig naar de prullenmand te verwijzen vanwege deze sluiting met een gigantische omvang.

Ik vergelijk dit met het debat dat we hier vorige week over de waarborgregeling hebben gevoerd. Dat er een probleem met Alfacam is, betekent niet dat de waarborgregeling op zich slecht is.

Volgens mij moeten we doen wat we een paar weken geleden in de commissie hebben gezegd: stick to the plan. We moeten dit blijven uitrollen en uitvoeren. We moeten het Nieuw Industrieel Beleid alle kansen geven.

Johan Sauwens

Ik dank de minister-president voor het snelle antwoord. Ik denk inderdaad dat het de juiste weg is.

Aan de collega’s die zich zorgen maken, wil ik het volgende zeggen. In Europa is er de Europese Unie, de muntunie. De marge die we als land, als lidstaat en zeker als gewest, als regioverantwoordelijke hebben, is klein. We hebben heel weinig speelruimte. Er zijn twee dingen waarop we nog effectief efficiëntiewinsten kunnen boeken.

Een ervan is het beter organiseren van het eigen overheidsapparaat. En daarin hebt u gelijk: er zijn winsten gemaakt en zeker in het dossier-Genk zijn er afspraken ad hoc gemaakt, die zelfs binnen uw fractie hebben geleid tot stevig protest. De uitzonderingssituatie waar Ford de voorbije jaren van genoten heeft, kreeg kritiek vanuit bepaalde hoek. Er zijn zeker winsten gemaakt, maar het kan nog beter en sneller, dat geef ik toe. We moeten daar de volgende weken en maanden in dit parlement verder aan werken.

Het tweede punt is de sociale zekerheid. Het debat over de vraag hoe we die efficiënt kunnen organiseren, is absoluut open. De gewesten, wij zelf, moeten ons daar als gemeenschap heel resoluut mee moeien. Wij delen immers in de klappen indien dit niet goed georganiseerd is. (Applaus bij de N-VA)

Lydia Peeters

Ik wil even kort reageren op wat de heer Diependaele zegt. Ik heb zeker niet gezegd dat het NIB zonder meer van tafel moet worden geveegd, maar we weten dat de Staten-Generaal van de Industrie begin 2010 plaatsvond. Als ik nu moet vaststellen dat we eind 2012 ocharme drie acties hebben uitgevoerd van de vijftig die toen door de bedrijven werden voorgesteld, dan is mijn vraag terecht. Wanneer gaat men over tot activiteit? Wanneer wordt de passiviteit opgegeven? Stilzitten en meejammeren, daar is niemand bij gebaat, zeker niet wanneer dergelijke drama’s gebeuren. We hebben de Opel-saga gehad, nu is er het Ford-drama. Als we passief blijven zitten, gebeurt er niets. Ik gooi het NIB zeker niet van tafel, absoluut niet, maar het duurt allemaal veel te lang, daarop wil ik hameren.

De voorzitter

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

Mevrouw Peeters, ik ben het niet met u eens dat het Nieuw Industrieel Beleid niet wordt uitgevoerd. Het is een collegiaal plan waarin we inzetten op beheersing van de kosten, op innovatiekracht en op competentieontwikkeling en exportbegeleiding.

Ik wil graag even inzoomen op innovatiekracht. We hebben voor verschillende industriële sectoren met de sectoren samen een strategische ‘roadmap’ uitgewerkt en die zijn we volledig aan het implementeren. Ik geef een voorbeeld: de chemische industrie. Die is heel belangrijk voor Vlaanderen, voor verschillende provincies. Er is samen met de sector een strategie ontwikkeld, er zijn middelen voor vrijgemaakt om te investeren in innovatieve technieken die ervoor zorgen dat er minder energie moet worden gebruikt in de productieprocessen, dat er minder petroleum moet worden gebruikt en dat er alternatieven mogelijk zijn. Hetzelfde doen we absoluut ook voor de automotivesector. De tegenslag die we nu met Ford hebben, doet niets af aan de inspanningen die we verder blijven leveren voor al die bedrijven die in Vlaanderen actief zijn, van ver of van dichtbij, in de automotivesector. Hetzelfde doen we ook voor heel de farmasector. Ook daar hebben we een strategie ontwikkeld en een ‘roadmap’ uitgetekend. We zijn volop bezig met het inzetten van de innovatiemiddelen.

We stellen immers vast, en dat is ook de basis van het NIB, dat we wel degelijk de productiekosten, dat zijn de loonlasten, de energiekosten en de mobiliteitskosten, moeten beheersen, maar dat we daarmee alleen ons competentieverschil niet zullen goedmaken. We moeten onze bedrijven helpen om nog meer te investeren in nieuwe producten en in nieuwe diensten waarmee ze de ratrace voor de kosten een stukje zullen kunnen inhalen en die nieuwe jobs creëren. Dat zullen we verder blijven doen. Ik wil dus uitdrukkelijk betwisten dat het NIB niet uitgevoerd wordt. Integendeel, met de collega’s van de Vlaamse Regering werken we daar heel hard aan.

De voorzitter

Mevrouw Heeren heeft het woord.

Veerle Heeren

Minister-president, ik volg u dat we niet de hoop kunnen geven dat we onmiddellijk duizenden jobs in de plaats zullen creëren. Het is echter wel zo dat we in Limburg nog een aantal heel grote spelers hebben die heel actief zijn in de automotive: Tenneco, VCST en Punch Power. Ze zijn eigenlijk allemaal actief in de gespecialiseerde toelevering. Ik zou uitdrukkelijk willen vragen – dit is een gedeelde bezorgdheid – dat we er alles aan doen om de tewerkstelling daar te kunnen behouden. Het zijn bedrijven die in een internationale context werken. Ik wil vragen om de Vlaamse poot die we hier hebben, in Vlaanderen en in Limburg, verder te versterken. Ik deel de bekommernis en de inzet van minister Lieten die zegt dat de LRM in het verleden een heel belangrijke actor is geweest en dat in de toekomst opnieuw kan zijn.

Minister-president Kris Peeters

Er is inderdaad niet alleen Ford Genk en de werknemers aldaar. We moeten er ook alles aan doen om de toeleveranciers, bedrijven die prachtig werk leveren, te vrijwaren en een toekomst te geven. Dat kan op verschillende manieren. We hebben aan de Forddirectie gevraagd of zij nog kunnen blijven leveren aan het Fordnetwerk. We moeten ook bekijken of daar nieuwe initiatieven kunnen worden ontwikkeld.

Mevrouw Heeren heeft volkomen gelijk: waar het nu ook om moet gaan, is dat we de schade die nu is aangericht door de beslissing van de Forddirectie, zo veel mogelijk beperken tot Ford en ervoor zorgen dat de andere bedrijven worden gevrijwaard en verder kunnen ontwikkelen. We zullen daar samen met de collega’s hard aan werken, om er een nieuwe dynamiek aan te geven. Om die reden ook zullen wij straks de mensen van de provincie Limburg ontmoeten. We zullen met hen bekijken hoe we de krachten kunnen bundelen. Het zou immers verschrikkelijk zijn mocht er zich nu een domino-effect voordoen, doordat na Ford nog andere bedrijven zouden volgen. Dat zou echt een ‘disaster’ zijn.

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Minister Lieten, ik vind het goed dat het Nieuw Industrieel Beleid er is. Het is normaal dat u het verdedigt. Ik vind ook niet dat er niets gebeurt en dat er geen activiteiten zijn, maar een drama als vandaag zou wel een aanleiding moeten zijn om ons af te vragen of we wel op het juiste spoor zitten, of we wel voldoende duidelijke keuzes maken, of we voldoende middelen investeren.

Het is immers niet alleen Ford. Nog niet zo lang geleden werd duidelijk dat het industriële weefsel in Vlaanderen afkalft. Ik ontken niet dat er zaken gebeuren, maar we moeten ons wel afvragen of we duidelijk genoeg zijn, of we de lijnen goed genoeg hebben uitgezet en of we voldoende middelen hebben. Ik zie de minister-president al reageren, maar ik wil toch nog één voorbeeld aangeven waar het Nieuw Industrieel Beleid mijns inziens tekortschiet: de rol van de kmo’s is onderbelicht. We moeten daar veel meer op inzetten.

De voorzitter

De minister-president heeft al een non-verbaal antwoord gegeven op uw uiteenzetting, mijnheer Watteeuw.

De heer Keulen heeft het woord.

Voorzitter, leden van de regering, collega’s, het is al meermaals gezegd: dit is een gitzwarte dag voor Limburg en voor alle werknemers van Ford. Limburg is Ford en Ford is Limburg. Ondanks deze gitzwarte dag moeten we toch erkennen dat Ford de voorbije vijftig jaar heel veel betekend heeft voor Limburg. Het heeft veel welvaart en ontwikkeling gebracht. Ik spreek daarbij uit eigen familiale ervaring.

In de jaren zestig en zeventig wilde iedereen in Limburg bij Ford werken. Ford was immers een goede werkgever, die zijn personeel zeer goed betaalde. Onrechtstreeks zorgde Ford er toen in Limburg voor dat ook de andere patroons hun personeel goed gingen betalen, want anders kreeg je een leegloop in de richting van de Ford-fabrieken in Genk. ‘Loonkostenhandicap’ was toen nog een verafgelegen begrip. Ford heeft dus daadwerkelijk voor welvaart en ontwikkeling gezorgd in Limburg. Dat geeft ook de kilte aan die iedereen nu voelt: het is onwaarschijnlijk wat we nu meemaken.

Ik ben politiek actief sinds 1987. Ik herinner mij van op de kabinetten waar ik in het begin van de jaren 90 zat, dat bij Ford rechtstreeks 14.000 mensen werkten. Opgeteld met de indirecte tewerkstelling kwam je toen aan een totaal van 30.000 mensen. Achteraf is dat afgebouwd naar 10.000 mensen die tewerkgesteld waren in Genk, nadien naar 6000, tot 4300 vandaag. En telkens was de uitleg voor die afbouw dat men een slankere en fittere fabriek moest overhouden, om zo nog een toekomstperspectief te hebben en bedrijfszekerheid te kunnen garanderen voor de volgende vijf tot tien jaar.

Iedereen – ‘le tout’ Limburg maar ook ‘le tout’ Ford – was ontzettend blij toen in november 2010 het toekomstcontract werd ondertekend. We waren daar allemaal uitgenodigd. Het ging om de nieuwe Mondeo, later aangevuld met de nieuwe S-Max en een nieuwe Galaxy. De Ford Europa-directie, gedekt door Detroit, garandeerde bedrijfszekerheid voor de komende zes tot tien jaar. Er was één belangrijke maar aan verbonden, één belangrijke mits: het personeel moest bereid zijn om een besparingsoperatie te ondergaan van 10 tot 15 procent. Finaal heeft men toen afgeklokt op 12 procent.

Het klinkt misschien gek uit de mond van een geharnaste liberaal, maar ik wil hier hulde brengen aan diegenen die verantwoordelijkheid dragen en droegen in de vakbond. Zij hebben hun eigen personeel bij Ford, dat er groot voorbehoud bij had, op sleeptouw genomen om ze te overtuigen om samen de broeksriem aan te halen, om tenminste nog een fabriek te hebben in de toekomst, een perspectief van zes tot tien jaar. De mensen hebben dat uiteindelijk gedaan. Dat was niet tevergeefs. Tot vier weken geleden kwam vanuit Detroit nog altijd het signaal dat Ford Genk niet ongerust moest zijn. Er waren de engagementen voor de drie modellen. Ford Genk zou die ook in de toekomst mogen bouwen. Er was wel een ondertoon van nog wat extra besparen, maar het vandaag uitgesproken doodvonnis had niemand verwacht.

Sinds drie dagen weten we dat de onweerswolken zich boven die fabriek in Genk aan het samenpakken waren. Ook daar kun je je bedenkingen bij maken. Moet dat drie dagen duren? Moet je mensen zolang in het ongewisse laten? Voor deze contractbreuk, voor deze woordbreuk en voor het feit dat men mensen drie dagen in het ongewisse laat terwijl men al weet dat er een doodvonnis boven hun hoofden hangt, is er maar één woord: ‘schandalig’.

Collega’s, in Limburg vreest men, vooral vanuit patronaatskringen, op dit ogenblik vooral het volgende. De vakbond heeft in Genk – en opnieuw, het is een Open Vld’er die het zegt – zijn verantwoordelijkheid opgenomen en zijn leden op sleeptouw genomen om te besparen om de toekomst te vrijwaren. Nu vreest men dat diezelfde vakbond in de toekomst bij onderhandelingen zal zeggen dat hij zich niet meer bij de neus zal laten nemen en dat hij eerst boter bij de vis zal willen vooral hij nog eens als vakbond de nek zal uitsteken. Ook op dat vlak is het gebeurde een immens drama.

Goede collega’s, voor de werknemers is dit natuurlijk een drama van formaat. Dat zijn allemaal mensen zoals wij, met toekomstdromen, met hypotheken die moeten worden betaald. In mijn eigen gemeente zijn tweehonderd tot driehonderd gezinnen getroffen. Het gaat om mensen met studerende kinderen. Mensen die vorige week nog bepaalde ambities hadden op tal van domeinen en die vandaag niet weten waar ze aan toe zijn. Het gaat om talrijke gezinnen in Limburg waar beide partners aan de slag zijn ‘op de Ford’, om het op zijn Limburgs te zeggen, dus in de Fordvestiging in Genk, waar ze schouder aan schouder aan de lopende band werken, en die gisteren nog goede modale tweeverdieners waren en morgen sukkelaars dreigen te worden.

We hebben in het verleden veel voor Ford gedaan vanuit alle overheden. Dat staat buiten kijf. In Limburg zegt men in patronaatskringen dat geen enkel bedrijf doorheen de jaren zoveel steun heeft gekregen als Ford in Genk, als je het bekijkt vanuit Limburgs perspectief. Dan hebben we het over innovatiesteun, over opleidingssteun. Minister-president, u had al strategische steun in het vooruitzicht gesteld voor de nieuwe modellen. U hebt al cijfers genoemd in verband met wat nog openstaat. U moet alles doen om datgene wat u nog kunt terugvorderen te claimen. Ik zou graag dat totaalbedrag kennen.

Welk perspectief geven we nu aan de werknemers? De gemiddelde leeftijd van de Fordwerknemer is 48 jaar. We leven allemaal met die mensen mee, maar we gaan hen toch niet zeggen dat ze allemaal mogen thuisblijven? We gaan hier toch niet praten over collectieve brugpensioenen? De tewerkstellingscellen moeten operationeel worden gemaakt om mensen te heroriënteren, liever snel dan op korte termijn. De beslissing is weliswaar pas vandaag gevallen, maar tijd is in deze kostbaar: wij moeten ervoor zorgen dat mensen worden herschoold en geheroriënteerd naar nieuwe jobs, zodat die mensen opnieuw een perspectief krijgen op werk. Minister Muyters, wat denkt u met het oog daarop te doen?

Over dat Nieuw Industrieel Beleid is al heel veel gezegd, minister-president en leden van de regering. Ik denk ook dat het een dag is waarop iedereen sereen moet zijn en zijn waardigheid moet behouden. Maar je kunt er toch ook niet omheen, goede collega’s, dat Vlaanderen de laatste weken en maanden telkens op de eerste rij staat als er klappen worden uitgedeeld. Hoe je het ook draait of keert, is het jammer genoeg de tweede autoassemblagefabriek die deze legislatuur de deuren sluit. We hebben Opel gehad in Antwerpen en vandaag is er Ford in Genk. Het valt helemaal tussen de plooien, maar vandaag werd ook bekend dat bij Dow Chemicals in Tessenderlo 150 personeelsleden of gezinnen de C4 hebben gekregen. Zo is er elke dag wel iets. In de krant De Tijd is dat elke dag het vaste begin, ‘het been van de één’, om het zo te zeggen.

Vindt u zelf dat uw Nieuw Industrieel Beleid voldoende vlees om het lijf heeft? Bent u voldoende gewapend? Op welke wijze kunt u die economische stormen keren, minister-president? Op welke wijze kunt u de schade beperken? Vandaag stellen we vooral vast dat Vlaanderen altijd als eerste in het oog van de storm komt. Wat vindt u daarvan?

Via via is mij ter ore gekomen, minister-president, dat u de afgelopen tijd meerdere gesprekken hebt gehad met de Fordverantwoordelijken. Klopt dat of is dat niet het geval? Is dat waar? U knikte neen. Als het waar zou zijn, wat is daar dan besproken? Heeft men al laten uitschijnen dat er zich een drama aan het voltrekken was? Wat is er aan u meegedeeld?

Collega’s, Limburg heeft al heel wat economisch noodweer moeten trotseren. Mijnheer Sauwens, we hebben inderdaad de sluiting gehad van de mijnen. Volgens mijn cijfers kwamen toen zelfs 21.000 jobs op de tocht te staan. We hebben de sluiting meegemaakt van Philips in Hasselt. Dat was zeker een even groot drama. Het ging over 2000 personeelsleden, maar elke ingenieur toen in Limburg had ooit bij Philips gewerkt. Dat was de plek waar ingenieurs hun ding konden doen, waar technisch geschoolde mensen een thuishaven vonden.

We hebben de drama’s in het klein en in het groot gehad. Bij Ford gaan nu 4000 jobs rechtstreeks verloren, 10.000 als je de indirecte jobs mee in rekening brengt. Bij Dow Chemicals gaan er, zoals gezegd, vandaag ook 150 jobs verloren. Het vergt tijd, jaren, om dergelijke rampen te boven te komen. Dat zal nu ook het geval zijn. Maar door het verleden weten we dat we altijd in staat zijn om die rampen te overleven en zelfs, leden van de regering en andere aanwezigen, om er sterker uit te komen. Wat een mens niet breekt, maakt hem uiteindelijk sterker. Die boodschap wil ik geven aan alle getroffen families. Wij kunnen zelf geen autofabriek oprichten. Dat gebeurde in de DDR, en die is daaraan failliet gegaan. Maar alle andere hulp die kan worden geboden, moet nu op het terrein in stelling worden gebracht. (Applaus bij Open Vld, CD&V, sp. a, de N-VA en LDD)

Ivan Sabbe

Het is natuurlijk niet het ogenblik om het Nieuw Industrieel Beleid op de korrel te nemen. In de commissie moeten we verder bespreken wat de efficiëntie en de slagkracht ervan is. We zijn het allemaal eens, ook de leden van de regering, denk ik, dat het Nieuw Industrieel Beleid zoals het nu op Vlaams niveau is voorbereid en wordt uitgerold, een goede aanzet is, maar dat het altijd slechts een pleister zal zijn in de Europese context. De heer Keulen vraagt waarom we altijd de eerste in de rij zijn en in het oog van de storm komen. Ik heb van de Europese Gemeenschap de tabel bij van de loonkost per uur in euro. Na Noorwegen zijn wij het duurste land van Europa. Noorwegen is wel een Europees land, maar geen lid van de Europese Gemeenschap.

Minister-president, ik kom uit een geslacht dat al een paar generaties lang hard werkt. U hebt het over de veerkrachtige Vlaming. Maar hoe veerkrachtig die ook mag zijn, elke militair en iedereen weet dat als je niet de wapens hebt om een degelijke strijd te voeren, je de slag niet kunt winnen.

Ik hoop dat we daar in 2014, wanneer alle verkiezingen samenvallen, werk van kunnen maken. We hebben een handicap van 30 procent ten opzichte van Duitsland en van 70 procent ten opzichte van het Europese gemiddelde. Hoe veerkrachtig we ook zijn, is er behalve delocalisatie geen ander alternatief.

Mia De Vits

Ik apprecieer ten zeerste wat de heer Keulen in zijn betoog heeft gezegd. De werknemers hebben ingeleverd. Ze hadden een contract op zak met werkzekerheid tot 2020. Wat de heer Sabbe hier wil, is dat ze nog meer inleveren en dat er sociale afbraak komt. Wel, daar gaat het niet over. Het gaat erover dat een multinational contractbreuk pleegt en het geld van de overheden op zak steekt. Welke juridische stappen kan men daartegen ondernemen? Verder vraag ik dat de overheden de werknemers steunen om ze dit te doen betalen.

De voorzitter

Mevrouw Claes heeft het woord.

Sonja Claes

Twintig jaar geleden werden de mijnen gesloten. Er is hier vandaag al herhaaldelijk gezegd dat Limburg dat overleefd heeft. Limburg heeft dat overleefd doordat er heel veel middelen waren. Er was geld over door de sluiting van de mijnen. Er waren middelen omdat er Europese middelen waren. Op dat ogenblik werd Limburg erkend als RECHAR-regio (Reconversion de Bassins Charbonniers) met de hoogste werkloosheid. Die is stilaan afgebouwd. Vlaanderen werd dan de regio en niet langer Limburg, terecht.

Het is belangrijk dat wij opnieuw kijken hoe we Europese middelen naar onze provincie kunnen halen. Dat moet misschien gebeuren ten koste van Vlaanderen als regio. Men moet immers ten aanzien van andere regio’s bewijzen dat men voldoende werklozen heeft. Dat is makkelijker in een kleine regio als Limburg dan in een grote regio zoals Vlaanderen.

Ik wil ook vragen dat de deputatie een cruciale rol zou spelen in die reconversie. Indien de deputatie en de dynamiek van de deputatie er in die periode van twintig jaar niet waren geweest, dan was het veel moeilijker geweest.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

De heer Keulen heeft zich tot mij gericht met een aantal vragen. We doen er uiteraard alles aan om zoveel mogelijk mensen die ouder zijn dan 50 jaar aan het werk te houden of te brengen. Hoe meer mensen een transitie naar een ander werk kunnen doen, hoe liever ik dat heb.

Het is niet zo dat die mensen van vandaag op morgen allemaal werkloos worden. Er zal wellicht een termijn komen die we nuttig kunnen gebruiken. Een herinschakeling en heroriëntatie kunnen een opleiding of een hervorming vragen. We zullen moeten nagaan hoe we die tijd optimaal kunnen gebruiken.

Elke werknemer kan zich op elk moment als vrije werkzoekende inschrijven bij de VDAB. Men hoeft niet werkloos te zijn om een beroep te kunnen doen op de diensten van de VDAB. We hebben de wet-Renault en de cao’s en er zijn ook wettelijke procedures. Ik wil ook zo snel mogelijk een tewerkstellingscel oprichten, maar dat kan pas na de afhandeling van het sociaal overleg, dus nadat er een sociaal plan is.

Tot slot moeten we gebruik maken van de kennis die we hebben opgedaan met het Opel-dossier. Wij gaan voor een competentiebeleid dat dus niet alleen is gebaseerd op cv’s en diploma’s. Door de kennis die we hebben opgedaan in het dossier-Opel, weten we waar bepaalde mensen met een bepaalde job toen terecht zijn gekomen. We kunnen dus gerichter werken met de mensen die nu een nieuwe job zoeken. Bepaalde mensen zullen makkelijk terechtkunnen in de logistiek, anderen in een andere job. Die kennis kunnen en zullen we gebruiken in onze filosofie van competentiebeleid.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, ik wil de heer Keulen danken voor zijn zeer sereen betoog. We zullen nagaan in welke mate we het bedrag van 43,5 miljoen euro aan steun kunnen terugvorderen. We moeten dit juridisch verder laten onderzoeken.

Mijnheer Keulen, u verwijst ook terecht naar de inspanningen van de werknemers, die 12 procent hebben ingeleverd op hun loonkosten. Dat bewijst dat zij inzagen dat er op dat vlak een probleem was. Uitspraken hierover kan men dus niet herleiden tot simplismen.

Wat het Nieuw Industrieel Beleid betreft, lopen wij een marathon. Ik wil leden die vragen naar de grote sprong voorwaarts, erop wijzen dat de transformatie van onze industrie enige tijd vergt. Ze is volop aan de gang. Ik hoop dat u dit niet minimaliseert, maar dat we er samen de schouders onder zetten omdat dat de enige manier is om een duurzaam beleid te ontwikkelen in de provincie Limburg. Daar zijn overigens veel bedrijven zeer intensief mee bezig. Gisteren is de onderneming van het jaar bekroond. We hebben prachtige bedrijven, ook in de provincie Limburg. Dat moet ons sterken om verder te gaan op de ingeslagen weg en we moeten dat vanuit het beleid verder ondersteunen. Nogmaals, ik sta open voor elke suggestie vanwege de oppositie, omdat dat interessante suggesties zijn die ons vooruit kunnen helpen. Mijnheer Keulen, we kunnen later nog terugkomen op uw suggesties om dit proces te versnellen voor de provincie Limburg of voor Vlaanderen in het algemeen.

Minister-president, wordt er aan gedacht om de tewerkstellingscel op de site van Ford Genk zelf in te richten, met het oog op de nabijheid voor de werknemers?

Hebt u gesprekken gehad met Fordverantwoordelijken? Zo ja, werd er in die gesprekken een perspectief gegeven op het doodvonnis dat vandaag is uitgesproken?

Minister-president Kris Peeters

Ik heb geen gesprekken gehad met de Forddirectie. Ik heb bewust geen enkel gesprek gehad sinds de periode voor de zomervakantie omdat ik vond dat het niet kan dat de Forddirectie de minister-president informeert, en niet de werknemers via de ondernemingsraad. Het is de geëigende weg dat men eerst de werknemers informeert en daarna de minister-president of de Vlaamse Regering. De laatste dagen heb ik veel vernomen ‘via via’ en langs de media, maar ik heb bewust geen enkel officieel contact gehad omdat ik niet in een situatie wou verzeilen waarbij ik informatie zou verkrijgen die anderen niet hadden en zo in een heel vervelende situatie zou terechtkomen.

Was uw laatste vraag of dit nu het definitieve doodvonnis is van Ford Genk?

Ik ga ervan uit dat dat zo is, maar misschien heeft u een nuancerende boodschap?

Minister-president Kris Peeters

Ik krijg ook berichten dat de federale collega’s de boodschap die Ford Genk hun gegeven heeft, interpreteren als zouden er nog mogelijkheden zijn. Om 16u heb ik contact met de vakbonden. Als er nog mogelijkheden zijn om de fabriek open te houden, zullen we dat zeer snel en met alle beschikbare middelen zeer grondig onderzoeken. Maar ik heb daarstraks gezegd dat ik absoluut geen valse hoop wil creëren voor de 10.000 mensen en voor de 4300 rechtstreeks betrokkenen.

Ik wil concrete, harde elementen die aangeven dat er nog een redding mogelijk is, dat er nog alternatieven mogelijk zijn. Dat zal de volgende uren en dagen blijken. Ik weet niet wat er bij de federale collega’s aan bod is gekomen. Ik stel vast dat het federale signaal is dat het doodvonnis nog niet is geveld. Ik zal daar straks over spreken met de vakbonden. We hebben de federale collega’s uitgenodigd om 17 uur. Dan kunnen we ook daarover spreken.

Ik hoop echter dat iedereen begrijpt dat we in deze situatie grondig moeten werken en dat we geen valse hoop mogen wekken. Mocht er een mogelijkheid zijn, dan zullen we die grondig bekijken en een alternatief uitwerken. Is die mogelijkheid er niet, dan moeten we duidelijke taal spreken. Ik denk dat de mensen dat het meest appreciëren.

Bij een tewerkstellingscel wordt altijd een stuurgroep opgericht, voorgezeten door de VDAB. In die stuurgroep zetelen mensen van de werknemersorganisatie, de werkgever, de sociale interventieadviseur en het sectoraal opleidingsfonds. Zij zullen bepalen waar die cel het best komt. Er kunnen redenen zijn om dat niet op de site, maar elders te doen. Zij kunnen dat bepalen. Op de site is zeker een mogelijkheid, maar ik laat het over aan die mensen om samen die keuze te maken, op basis van hun kennis van het terrein.

Minister-president, u zegt dat er geen gesprekken zijn geweest met de verantwoordelijken van Ford. Dat is een heel belangrijke uitspraak. Vandaag doen er immers echo’s de ronde daarover. U spreekt dat formeel tegen. Dat is belangrijk.

De voorzitter

De heer Sintobin heeft het woord.

Minister-president, dit is voorlopig misschien niet het belangrijkste in dit debat, maar ik hoor u graag zeggen dat u het terugvorderen van onterecht door ons gegeven steun juridisch zult laten onderzoeken. Ik wil de leden eraan herinnen dat we bijna precies een jaar geleden een vrijwel identiek debat hebben gehouden over de ontslagen bij Bekaert. Toen stelde de Vlaamse Regering ook, zich stoer op de borst kloppend, dat ze dat geld zou terugvragen. Toen vonden sommige partijen, ook meerderheidspartijen, dat dit een populistische uitspraak was. In de marge van dit debat is het misschien niet oninteressant om te weten wat u hebt ondernomen om dat geld van Bekaert terug te krijgen, en hoeveel geld er al is teruggekeerd naar Vlaanderen.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Sintobin, u hebt het over geld dat ten onrechte zou zijn toegekend. We hebben dat geld toen gegeven onder een aantal voorwaarden. We wisten toen natuurlijk niet dat we vandaag zouden worden geconfronteerd met een sluiting of een mogelijke sluiting van de fabriek. Het is essentieel dat we dit juridisch bekijken. Als werd voldaan aan de gestelde voorwaarden, dan hebben we geen been om op te staan om dat geld terug te vorderen. Als we opleidingsteun hebben gegeven, en die opleiding werd gegeven, dan kunnen we moeilijk vragen dat dit wordt terugbetaald.

Wat Bekaert betreft, ken ik die informatie niet uit het blote hoofd. Er is steun gegeven voor opleidingen. Het spreekt vanzelf dat, indien men het personeel reduceert, men ook de opleidingssteun niet krijgt voor dat personeel dat niet meer werkzaam is in de onderneming. Er is ook innovatiesteun. In de mate dat men aan de voorwaarden heeft voldaan om die steun te krijgen, kan dat geld niet worden teruggevorderd.

Ik begrijp uw vraag zeer goed. Ik hoop dat iedereen begrijpt dat het niet zo evident is om geld terug te vorderen. Daar moeten juridische argumenten voor zijn. Ook in dit dossier zal dat echter worden bekeken, en ik geef u zo snel mogelijk de informatie over de situatie bij Bekaert. Ook toen hebben we terecht gezegd dat verder te zullen bekijken.

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Minister-president, ik wil me nog even aansluiten bij de laatste bedenking die de heer Keulen heeft geformuleerd met betrekking tot contacten die u de jongste weken al dan niet zou hebben gehad met Ford. Uit uw antwoord begrijp ik dat die er dus niet waren.

Ik begrijp ook dat uw antwoord vrij formeel is. U stelt geen informatie te willen die in feite eerst de werknemers toekomt. Op zich is dat correct. Dan situeert een dergelijk gesprek zich echter in de fase van een mogelijke sluiting.

Wat de heer Keulen bedoelt en waarop we toch allemaal moeten aandringen, is dat u als minister-president, als eerste van ons allen, ervoor zorgt dat u een min of meer bevoorrechte of toch intense relatie opbouwt met de decision makers van de industrie in Vlaanderen. Dan heb ik het niet alleen over de mensen van Ford die de beslissing moeten nemen, maar ook over de Geely’s van deze wereld en dergelijke meer.

Minister-president, ik hoop dat u de inspanning doet om proactief op geregelde tijdstippen met de decision makers even aan tafel te gaan zitten om te luisteren wat de problemen zijn en om eventueel die problemen al proactief weg te werken. Ik weet het, het is de microkosmos van mijn eigen stad, maar ik ging als voorzitter van de Gentse haven vaak op stap met de directeur-generaal van de Gentse haven, overal ter wereld, om die decision makers even aan te spreken, even op de koffie, even te luisteren, even de vinger in het water te steken en te voelen hoe koud het was.

Ik hoop dat u die relatie hebt. Als u die hebt, dan mag ik toch aannemen dat u die ook met Ford hebt. Ik hoop dan dat u in de maanden mei, juni en juli al eens met die mensen hebt overlegd. Is daar toen niets aangekondigd of besproken? Is er toen geen waarschuwing geweest? Er zal uiteraard niet over een sluiting zijn gepraat, maar had u toen niet het gevoel dat alle hens aan dek moest? Als dat niet zo is, is het dan zo dat het heel moeilijk toegang krijgen is tot die hogere regionen voor een Vlaams minister-president?

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, de heer van Rouveroij stelt verschillende vragen, bijvoorbeeld of het moeilijk is om tot de hogere regionen toegang te krijgen. Dat is natuurlijk altijd een uitdaging, anders zouden ze niet hoog zijn, die regionen.

Ik heb vrij veel contacten met CEO’s en dergelijke meer. Sommigen vinden zelfs dat ik die te veel heb. Ik ben daar zeer intensief mee bezig, ook mijn collega’s. Ik zeg u nog eens: ik ken Steve Odell, want hij zat vroeger bij Volvo. We hebben Volvo samen kunnen redden door de groep Geely binnen te halen. Hij is daarna naar Ford gegaan. Ik heb met hem regelmatig contact gehad over de vrijhandelsakkoorden waarover Europa met Japan onderhandelt. Ik ken die man dus. Omdat er mogelijk wat onduidelijkheid over is, zeg ik u: ik heb bewust de laatste weken geen contact gehad met die man. Het laatste wapenfeit was dat de vakbonden naar Keulen zijn gegaan en daar bepaalde berichten hebben gekregen. U herinnert zich nog dat ik toen heb gereageerd: ik feliciteer de vakbonden, maar ik waarschuw toch voor de langere termijn.

Wat de heer Vereeck en anderen hebben geciteerd: iedereen heeft kunnen zien in augustus dat de verkoop van Ford een probleem was. Min 30 procent, dat is een serieuze daling. Ik heb toen geoordeeld dat als de vakbonden die garantie hebben gekregen, ik mij daar wat minder ongerust over moest maken. De laatste periode heb ik uitgekeken naar cijfers. Ik vind het heel belangrijk dat ik niet voor anderen wordt geïnformeerd, en zeker niet voor de werknemers. Ik wil hier nog eens formeel onderstrepen dat dit in dit dossier niet is gebeurd. We zullen nu verder met Steve Odell en anderen contacten onderhouden om in dit dossier te landen.

Maak u geen zorgen, ik heb contacten genoeg en mocht ik er volgens u geen hebben, dan reken ik ook een beetje op u om mij tot die hogere regionen te brengen.

De voorzitter

De heer Penris heeft het woord.

Jan Penris

Voorzitter, het gaat hier vandaag over Ford, over Genk, en voor een deel ook over Limburg. Ik blijf Limburger genoeg – mijn familie is drie eeuwen geleden van daaruit vetrokken naar de hoofdstad van Vlaanderen – om met de mensen van daar mee te voelen. Ik weet ook wat ze meemaken, al was het maar omdat hetzelfde leed in andere regio’s ook al werd gedeeld.

Het gaat hier niet alleen over Ford, het gaat niet alleen over Genk, het gaat niet alleen over Limburg. Minister-president en minister van Economie, het gaat over de toekomst van de maakindustrie in Vlaanderen. Daar stelt u mij vandaag een beetje teleur. U daagt de oppositie uit om mee na te denken over de toekomst van die maakindustrie in Vlaanderen. U had allang een alternatief moeten hebben. Wij willen geen tweede Ford Genk, wij willen geen tweede Opel, wij willen geen tweede Bekaert, wij willen niet dat er gebeurt wat er is gebeurd in sommige delen van de chemie en de petrochemie. Wij willen dat de Vlaamse Regering aan de buitenlandse investeerders zeer duidelijk maakt: voor ons in Vlaanderen is er nog een maakindustrie, voor onze mensen die vandaag aan de band staan, is er morgen ook nog een toekomst. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Ceyssens heeft het woord.

Voorzitter, het is goed om al deze solidariteit met Limburg te horen. We zijn het er allemaal over eens dat onze eerste zorg moet gaan naar de mensen die hun job verloren hebben, en natuurlijk ook naar die Limburgse bedrijven die sterk Ford-gerelateerd zijn. Ik ben het ermee eens dat we in de toekomst moeten debatteren over de maakindustrie in Vlaanderen en dergelijke meer. Ik zou willen vragen om die solidariteit te bewaren voor de toekomst. Morgen zullen wij in Limburg recht moeten staan en naar de toekomst moeten kijken.

Ik herinner me, toen in 2004 in het Vlaams regeerakkoord een Limburgplan opgenomen werd, dat er dikwijls vragen kwamen vanuit de andere regio’s: waarom heeft Limburg een specifiek plan nodig? Ik denk dat we weer een plan zullen nodig hebben voor Limburg. Ik ben me er terdege van bewust dat de middelen die we toen hadden, er vandaag misschien niet meer zullen zijn. Ik wil vandaag een oproep doen om de Limburgse dossiers in de toekomst ook te behartigen. We moeten Limburg economisch aantrekkelijk maken als de economie weer aantrekt. Ik reken op uw solidariteit als we spreken over dossiers zoals de Noord-Zuidverbinding in Limburg en de ontwikkeling van het Economisch Netwerk Albertkanaal.

Minister-president Kris Peeters

Ik steun de oproep van de heer Ceyssens. Dat is heel belangrijk. Mocht u daaraan twijfelen, de Vlaamse Regering is solidair met Limburg en de Limburgers.

Mijnheer Penris, meestal apprecieer ik uw betogen ten zeerste. Het eerste gedeelte was terecht. We hebben een groter probleem dan alleen de provincie Limburg en dit dossier.

Uw tweede punt heb ik minder kunnen smaken. Ik doe wat ik moet doen. Ik wil niemand een verantwoordelijkheid opdringen die hij niet wil. De oppositie moet zich niet in het hoekje geduwd voelen door mijn vraag. Als u suggesties hebt, wil ik die graag meenemen. Als er geen zijn, zullen we zelf alles doen wat van ons verwacht wordt. Dat hebben we trouwens gedaan. We hebben geprobeerd om Ford Genk hier te verankeren met een toekomstplan. We hebben een Nieuw Industrieel Beleid. U doet daar nogal smalletjes over, maar u zou dat beter niet doen. Daar zit dynamiek in, heel wat sectoren zetten zich daar nu voor in. U moet uw oor maar te luisteren leggen in de chemische sector. U moet maar uw oor te luisteren leggen in de logistieke sector. (Opmerkingen van de heer Jan Penris)

Dan moet u uw andere oor ook gebruiken.

Er is echt iets aan het bewegen. Ik zeg u dat we daar tijd voor nodig hebben. Ook in het Nieuw Industrieel Beleid staat dat dit maar effectief mogelijk is als de loon- en energiekosten beheersbaar blijven, anders bouwen we op moeras en drijfzand. Dit staat heel duidelijk in het witboek. Dit is van essentieel belang om het Nieuw Industrieel Beleid alle kansen te geven.

De voorzitter

De heer Sannen heeft het woord.

Ludo Sannen

Voorzitter, leden van de regering, collega’s, ik wil u zeggen dat er tussen gisteren en vandaag voor mij een groot verschil is. Gisteren wisten we dat er iets dreigde. Vanmorgen hoorden we dat de sluiting een feit was en pas dan voelde ik hoe sterk het me raakte. Ik kan me voorstellen hoe erg het moet zijn voor die arbeiders en werknemers. Ze hebben enorme inspanningen geleverd. Er worden 10.000 jobs bedreigd.

Achter al die werknemers staan gezinnen. Zoals al gezegd werd, die gezinnen hebben dromen, leningen en kinderen die willen studeren. Ze hebben voortdurend hun verantwoordelijkheid genomen. De koopkracht gaat nu immens naar omlaag. De kleinhandel en middenstand zullen daar ook de consequenties van ondervinden. Hoeveel jobs uiteindelijk verloren zullen gaan, wie het allemaal zal voelen, ik wil er geen cijfer opplakken. Ik weet wel dat dit een zwarte dag is, voor Limburg, voor Genk en voor Vlaanderen.

Collega’s, naar aanleiding van de wet-Renault, die nu tot de nodige onderhandelingen aanleiding geeft, moeten we alles in het werk stellen om te recupereren wat te recupereren valt. Dan heb ik het niet alleen over de steun die we hebben gegeven. Ik heb het ook over de plant, de gebouwen en de plaats waar die staan. Bepaalde pistes kunnen worden ontwikkeld, misschien niet nu, maar wel op de lange termijn. Het is niet alleen eigendom van Ford. Het is daar gekomen door ondersteuning, door begeleiding, door terbeschikkingstelling van middelen, subsidies en gronden. In die zin hoop ik dat we naar aanleiding van de onderhandelingen – daar hebben we maar één bondgenoot, en dat zijn de werknemers – zoveel mogelijk kunnen recupereren van Ford.

Het cynisme van dergelijke goed betaalde managers maakt me kwaad. In 2010 was er een toekomstcontract. In september was er nog de belofte dat de Mondeo naar Genk zou komen. En op 24 oktober volgt gewoon de sluiting. Het cynisme van deze goed betaalde managers in Detroit en misschien ook de directie in Keulen maakt me boos, omdat het zo onbeschoft omgaat met werknemers die zich de laatste jaren dubbel hebben geplooid. Ze hebben harder gewerkt voor minder geld, net om hun fabriek overeind te houden en hun job te redden. Wat kregen ze in ruil? Alleen maar onzekerheid en valse beloften. Een gegeven woord is voor die mensen blijkbaar niets meer waard. De aankondiging van de sluiting gebeurde dan nog op de meest onbeschofte manier die je je op dit moment kunt indenken. In welke context, in welke andere omgeving kun je zo nog met mensen omgaan? Het zou door niemand worden gepikt en aanvaard.

Het cynisme van deze managers is ook een cynisme ten opzichte van een overheid. De minister-president en anderen hebben al duidelijk gemaakt welke steun en subsidies Ford al heeft gekregen, welke nieuwe technologieën zijn ondersteund, wat er is gebeurd met ploegenarbeid om de lasten te verlagen. Al die zaken mee in rekening brengend, heeft de aankondiging van deze sluiting wel iets cynisch.

Ik besef dat er overcapaciteit is, dat er een probleem is met het aantal wagens dat wordt geproduceerd. Dat matcht niet met de vraag op de markt. Het is net omwille van de moeilijke posities en om de moeilijke conjuncturele markt te overbruggen, dat de werknemers en de regeringen inspanningen hebben gedaan. Blijkbaar worden die niet gehonoreerd. Wie zegt dat de nieuwe Mondeo die men eerst aan ons had beloofd, niet een product zou zijn dat beter in de markt zou liggen en dat wel zou aanslaan? Men geeft de arbeiders niet eens de kans.

Dan kunnen we ons de vraag stellen: waarom Ford-Genk? Waarom werd Ford in Genk gesloten en niet elders? Is België misschien toch te klein? Is het gemakkelijker om ruzie te maken met Di Rupo en Peeters dan met Merkel? Ik weet het niet, maar ik denk toch dat de markt waarin een bedrijf vertoeft, en de mogelijke negatieve weerklank die een sluiting bij een bevolking en een publieke opinie heeft, meespeelt in de keuze om bepaalde bedrijven te sluiten.

Sommigen willen deze sluiting aangrijpen om een hele reeks andere zaken op de agenda te plaatsen: de ontvetting van de overheid, te hoge energieprijzen, te hoge loonlast. We zullen een eerlijk en open debat moeten voeren over hoe we onze industrie in de toekomst overeind willen houden en de mogelijke kosten die daarmee gepaard gaan. Ik wil dit niet gebruiken in dit debat. Juist in dit debat speelt het veel minder. Onze energieprijs voor Ford is niet hoger dan in Duitsland. De loonkosten in de automobielindustrie zijn zelfs nog een stukje lager dan in Duitsland.

Ik wil het debat inderdaad tot een debat over Ford Genk beperken. Ik vind dat we ons op een dag van rouw tot Ford mogen beperken. Alle andere zaken die hier al ter sprake zijn gebracht, zijn belangrijk en moeten we in de commissie verder bespreken. Vandaag wil ik het echter hebben over de problemen en de gevoelens van de werknemers die de sluiting voor de regio met zich meebrengt.

Volgens mij is er in de manier waarop we met dit dossier omgaan geen plaats voor eigen profilering. Bovendien moeten we ook voorzichtig zijn met onze eigen communicatie, hoe goedbedoeld die ook mag zijn. Ik heb in de Duitse pers gelezen dat de sluiting van Ford aanvaardbaar is. De loonlast is te hoog en de energie is te duur. Volgens mij levert dit problemen op met mogelijke toekomstige buitenlandse investeerders in Vlaanderen. Ik vraag iedereen dan ook om hierover op een voorzichtige wijze te communiceren. Intern moeten we een debat voeren. Wat in de internationale media gebeurt, bepaalt echter mee het beeld dat anderen van Vlaanderen hebben en zorgt ervoor dat de sluiting van de vestiging in Genk zo gemakkelijk wordt geaccepteerd.

Het verdict van het management is hard en frustrerend. Het mag ons echter niet verlammen. Anderen hebben hier al gesteld dat Limburg veerkrachtig is. Het is een veerkrachtige regio. Het is een regio die in het verleden al heeft bewezen problemen te kunnen overwinnen en er zelfs sterker te kunnen uitkomen. Dit is echter enkel gelukt omdat er is samengewerkt. De werkgevers, de werknemers, de sociaal-economische instanties en alle beleidsverantwoordelijken hebben samengewerkt om iets te bereiken en niet om zich te profileren. Deze samenwerking, die overigens soms anderen in dit halfrond heeft geïrriteerd, heeft ons er weer bovenop gebracht.

Nu we weer aan een Limburgplan werken, moeten we dit vanuit dezelfde gedrevenheid en dezelfde overtuiging doen. We moeten elkaar vinden. We bewijzen de werknemers geen enkele dienst door andere agenda’s tot stand te brengen die niets met dit dossier of met deze reconversie te maken hebben.

Ik besef dat in het licht van deze reconversie de juiste keuzes zullen moeten worden gemaakt. De reconversie zal nieuwe keuzes vergen en zal het Nieuw Industrieel Beleid op een bepaalde wijze vorm moeten geven. Er zijn daarnet al mooie voorbeelden aangehaald. De reconversie zal innovatief moeten zijn en zal moeten aansluiten op het ondernemerschap en op de kmo’s die momenteel al in Limburg bestaan.

Ik geloof niet in een reconversie door grootse projecten te importeren. De regio moet zelf volop op de eigen creatieve ondernemingen en innovatieve kmo’s inzetten. Dat is in het verleden misschien wat de zwakte van de regio geweest. Ik besef dat dit inhoudt dat we een marathon moeten lopen. We zullen al die arbeidsplaatsen niet van vandaag op morgen opnieuw kunnen creëren. We moeten er wel alles aan doen om die werknemers een perspectief te bieden. We moeten ervoor zorgen dat zo snel mogelijk nieuwe jobs worden gecreëerd.

Tot slot wil ik me vooral tot Louis, Jef, Karel, Mohammed, Ahmed, Maria, Joris, Usger, Antonio, Myriam en alle andere werknemers richten. Ik heb bewust alle soorten namen vermeld. Dit is een plaats waar mensen samen aan de welvaart van een regio konden werken. Deze mensen worden nu getroffen. Het enige wat wij kunnen doen, is hen sterkte toewensen en beloven dat wij ons zullen inzetten om de nieuwe reconversie in Limburg waar te maken. (Applaus bij de meerderheid en Open Vld)

De voorzitter

Mijnheer Sabbe, u krijgt het woord niet. U hebt tijdens de uiteenzetting van de heer Sannen gedurende tien minuten overleg met mevrouw De Ridder gepleegd. U hebt helemaal niet gehoord wat de heer Sannen heeft verteld. U krijgt het woord niet. (Applaus bij CD&V)

Ivan Sabbe

“There are no Americans in Iraq”. Dat was de conclusie.

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Lies Jans

Voorzitter, collega’s, het is al gezegd maar het is voor Genk, voor Limburg, voor Vlaanderen een zwarte dag. Ik heb al horen spreken over een koolzwarte dag, een gitzwarte dag, een pikzwarte dag. De conclusie is dat het een drama is voor iedereen die bij Ford Genk werkt, voor de gezinnen van de werknemers, voor alle toeleveranciers, voor de gezinnen van de werknemers bij de toeleveranciers. Ik wil vanuit onze fractie mijn medeleven betuigen aan iedereen in deze moeilijke tijden.

De minister-president zei ook al dat het zeer cynisch is dat het vandaag exact 50 jaar geleden is dat de eerste steen van Ford Genk werd gelegd. 50 jaar later wordt in een zeer korte mededeling door de Ford-directie meegedeeld dat in 2014 de terreinen zullen worden gesloten en dat er niemand nog zal werken.

De ernst en de impact van deze beslissing kan nauwelijks overschat worden. Ford Genk is een begrip in Limburg. Iedereen kent wel iemand die er werkt of bij de toeleveranciers werkt. Het gaat over bijna tienduizend mensen die hun werk verliezen, die een gezin hebben waar vaak beide ouders in Ford Genk werken. Ze zien hun inkomsten voor de volgende maanden en jaren verdwijnen. Het is een drama voor iedereen en het gaat toch om een verlies van 1 op 25 jobs in Limburg. Het is dus een zwarte dag.

De vergelijking met de sluiting van de Limburgse mijnen een kwarteeuw geleden werd ook al gemaakt. Toen waren de absolute cijfers groter omdat het toen om 20.000 ontslagen ging, nu gaat het om 10.000 arbeidsplaatsen. De economie is er wel erger aan toe dan 25 jaar geleden. Op dat moment was het een geluk dat Ford Genk er was. Heel wat mijnwerkers zijn uiteindelijk tewerkgesteld bij Ford Genk. Helaas is er op dit moment in Limburg geen alternatief voorhanden.

Mijn steun en die van mijn volledige fractie gaat dan ook vanzelfsprekend uit naar die duizenden families die vandaag een moeilijke mededeling hebben gekregen. Iedereen is erdoor aangegrepen. Het is vooral erg om te weten dat het buiten hun wil om is gebeurd en dat de werknemers van Ford Genk echt niets te verwijten valt. Ze worden alom geprezen voor hun productiviteit en flexibiliteit. Ze leveren secuur en kwalitatief hoogstaand werk af. Ze waren zelfs bereid om zware besparingsplannen te aanvaarden, alleen maar om hun job te behouden. Daar kopen de duizenden arbeiders vandaag echter niets mee.

Wat wij vandaag hoorden en voelden, is woede. Woede om de manier waarop deze sluiting tot stand kwam. Amper anderhalve maand geleden kondigde Ford nog aan dat de nieuwe Mondeo in Genk zou worden geproduceerd. Het is dan ook stuitend dat de situatie zo snel kon omkeren. Plots worden deze afspraken niet meer nagekomen. Een woord blijkt geen woord meer. De Vlaamse overheid deed nochtans heel wat inspanningen om de Ford-directie ervan te overtuigen om de fabriek open te houden. Er vloeide 43,5 miljoen euro Vlaamse subsidies naar Ford Genk. Daarenboven beloofde Vlaanderen nog eens 28 miljoen euro extra steun als de productie van de Mondeo in Genk zou blijven. Na al die inspanningen blijkt de Vlaamse overheid gewoon aan het lijntje te zijn gehouden door de Ford-directie. Dat is een koude douche. Kan dit zomaar? Wat met al dat Vlaams geld dat naar Ford vloeide?

Woede was er ook om de handelwijze van de Ford-directie vandaag. Die vond het nog niet eens nodig om haar harde beslissing zelf aan de werknemers van Ford te komen meedelen. Het waren de mensen van Ford Genk zelf die als het ware hun eigen doodvonnis mochten meedelen. De directie van Ford is de werknemers en de Vlaamse overheid een grondige uitleg verschuldigd.

Maar Limburg en Vlaanderen kregen in het verleden al meerdere klappen te verwerken. Het ligt niet in onze aard om bij de pakken te blijven zitten. Ik zou dan ook van op deze tribune gericht enkele duidelijke oproepen willen doen aan verschillende betrokken partijen.

Vooreerst aan de Forddirectie zelf. We willen echt een oproep doen dat de directie vanaf nu in haar houding 100 procent correct is tegenover de werknemers. We moeten de Renault-procedure strikt naleven en een grote inspanning doen voor een sterk sociaal plan. We vragen ook aan de Forddirectie om in haar begeleidende maatregelen rekening te houden met de toeleveranciers, waar de werknemers evenzeer getroffen worden. We vragen ook aan de Forddirectie om maximaal mee te werken met de overheden met betrekking tot het verkennen van mogelijkheden om op de site van Ford Genk in de toekomst toch een tewerkstelling te behouden.

Ik wil ook een oproep doen ten aanzien van het Limburgs politieke niveau: een oproep om hier in grote eensgezindheid onze schouders te zetten onder – ik gebruik het woord niet graag, maar het is hier wel op zijn plaats – een tweede Limburgse reconversie. We moeten er allemaal samen onze schouders onder zetten, samen met het provinciebestuur, de LRM, de POM en alle andere partners. We moeten heel gefocust en in alle transparantie werk maken van het scheppen van een maximum aan nieuwe kansen. We moeten er zeker van uitgaan dat de middelen er de volgende jaren optimaal op gericht zijn om de economische bedrijvigheid binnen onze provincie opnieuw te versterken.

Ook tot de Vlaamse overheid willen we een oproep richten. Dames en heren ministers, wij verwachten van de Vlaamse overheid dat ze haar rol inzake Nieuw Industrieel Beleid, inzake innovatie, inzake onderwijs ongehinderd voortzet. Minister Muyters, we vragen u om via de VDAB alles te doen aan hertewerkstelling via heel intensieve begeleiding. U hebt al aangekondigd dat er een of meerdere tewerkstellingscellen komen. Wij vinden dat erg noodzakelijk, zeker als we kijken naar het potentieel. We mogen niet vergeten dat de Fordwerknemers heel technologisch geschoolde mensen zijn voor wie er op onze arbeidmarkt zeker nog vooruitzichten zijn.

Ik wil ook een oproep doen aan de federale overheid. Ik wil die in alle sereniteit doen, want ik wil zeker niet het verwijt krijgen dat we hier een politiek steekspel spelen op de rug van de werknemers van Ford Genk. Het is zo dat de sluiting/afslanking zeker niet te herleiden is tot het argument van de loonkost alleen. Er werden in het verleden inspanningen geleverd – de heer Van Malderen wees er al op – zoals tijdelijke werkloosheid en lastenverlaging voor ploegenarbeid. We weten dat het loonkostenargument niet het enige argument is. We vragen wel dat de federale overheid eindelijk eens een ‘sense of urgency’ zou laten zien met betrekking tot het verlagen van de arbeidskost. Het gebeurt niet: we zien eerder dat het de tegenovergestelde richting uitgaat. De ondernemers voelen dat ook zo scherp aan. Als we willen dat er in Limburg een nieuwe tewerkstelling en nieuwe bedrijvigheid kan worden gecreëerd, dan moet dit debat zeker gevoerd worden.

Collega’s, het is duidelijk dat de sluiting van Ford Genk niet enkel een Limburgs drama is. Het is ook niet alleen een Vlaams drama. Het is ook een Europees drama. Daarom wil ik ook vragen dat minister-president Peeters – hij is niet meer aanwezig, maar de boodschap zal wel overgebracht worden – als minister-president van Vlaanderen een voortrekkersrol speelt, ook op Europees niveau, om de nodige Europese ondersteuning te krijgen.

Ik wil afsluiten met een woord van hoop. Limburg doorzwom al heel wat woelige waters. Onze provincie bleef in het verleden niet gespaard van tegenslagen, maar dat heeft ons nooit belet om terug recht te staan. Ik kan u garanderen dat wij er – samen met iedereen hier, veronderstel ik – op alle niveaus alles aan zullen doen om ervoor te zorgen dat dit ook nu weer gebeurt. (Applaus)

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Voorzitter, leden van de regering, collega’s, de minister-president heeft hier al meerdere sprekers bedankt voor hun sereniteit, voor hun serene bijdrage aan het debat. Dat maakt mij wat ongerust. Ik vind dat er na dit drama meer woede en verontwaardiging moet zijn! Ik begrijp niet dat iedereen hier zo sereen onder kan blijven.

Het is toch erg! Na Louis Schweitzer van Renault Vilvoorde en na Nick Reilly van Opel Antwerpen, hebben we nu Stephen Odell: een nieuwe naam om toe te voegen aan de lijst van top-CEO’s die hun woord gewoon breken, zonder verpinken.

Met één vingerknip drijven ze werknemers in de miserie, maken ze dat werknemers geen perspectief meer hebben. Dat vergt geen sereen debat, collega’s. Dat vergt een debat waarin we onze verontwaardiging ten aanzien van de heer Odell kunnen uiten.

Het is toch wel opvallend hoe deze vestiging overal als performant wordt omschreven. Het is opvallend dat dit niet de minst productieve vestiging is. En toch wordt deze vestiging gesloten. Wat is de logica? De logica is dat deze multinational de weg van de minste weerstand kiest. Ik vraag mij vandaag af waar Europa is. Waar is de Europese solidariteit? Waarom nog Europa, als het steeds de kleinste staten zijn die het gelag betalen? Waar blijft de internationale vakbondssolidariteit? Ik vind dat vreemd.

De aandeelhouders van Ford zullen wellicht applaudisseren. Het zou mij zelfs niet verbazen dat de aandelenkoers zou stijgen.

Voorzitter, collega’s, ik wil mijn fractievoorzitter bijtreden. Ik lees hier net op Twitter dat de waarde van Ford op Wall Street stijgt met 385 miljoen dollar, of plus 1 procent, na de aankondiging van de sluiting. Hoe cynisch kunnen we worden? We zouden onze stem inderdaad meer moeten verheffen, in plaats van sereen te blijven. Ik ben het volmondig eens.

Filip Watteeuw

Die koersstijging is toch weerzinwekkend? De aandeelhouders zijn tevreden, maar ondertussen is het drama voor de werknemers.

We kunnen niet zeggen dat Ford niet in de watten is gelegd door de Vlaamse Regering. Ik heb eens opgezocht welke steun de Vlaamse Regering de voorbije maanden heeft geboden aan Ford. 22 juni: superstrategische investeringssteun voor 5 miljoen euro, superstrategische opleidingssteun voor 1.996.000 euro. Zelfde dag, ander project: superstrategische opleidingssteun voor 1.997.000 euro. Zelfde dag: superstrategische investeringssteun voor een bedrag van 19 miljoen euro. 23 maart 2012: 2 miljoen euro, en dan nog eens 300.000 euro. Er was ook nog een provisionele vastlegging van ondertussen 57 à 58 miljoen euro. Je kunt dus niet zeggen dat deze Vlaamse Regering geen steun heeft verleend aan Ford. En toch sluit men de vestiging. Het is goed dat de Vlaamse Regering de terugvordering zal vragen.

Collega’s, het medeleven dat ik hier gehoord heb, is oprecht en eerlijk. Maar het is duidelijk dat de werknemers van Ford Genk daar weinig mee kopen. Waar ze wel iets aan zullen hebben, is de inspanning die zal worden geleverd via de tewerkstellingscellen, via de toeleiding naar werk. Dat is waar we ons voor moeten engageren: proberen om deze mensen zo snel mogelijk naar werk te leiden. Want ik kan u verzekeren dat diegenen van Ford Genk die over enkele jaren nog werkloos zullen zijn, op veel minder mededogen zullen kunnen rekenen. Als ik de heer Sabbe mag geloven, zijn dat mensen die profiteren. Dus ja, nu medeleven, maar ook inspanningen. En ook medeleven voor zij die het de komende jaren moeilijk zullen hebben.

We moeten ons nu afvragen of we ons verder richten op dergelijke multinationale ondernemingen, waarvan het hoofdkwartier ergens in het buitenland zit. Gaan we verder toelaten dat sommige van die multinationale ondernemingen als een soort consumenten regio’s tegen elkaar opzetten? Of gaan we mee in het opbod van de neoliberale economie? Ik denk dat we dat niet moeten doen.

Kon de Vlaamse Regering dit drama voorkomen? Kon ze 100 procent garantie geven dat dit niet zou gebeuren? Ik denk het niet. Konden we meer anticiperen op wat nu gebeurd is? Misschien wel. Er is een resolutie van dit parlement uit 1998, waarin gesteld wordt dat de automobielsector het de volgende tien à twintig jaar in Vlaanderen zeer moeilijk zou krijgen, en dat we daarop moesten anticiperen. Ik denk dat we dat wat meer zouden kunnen doen.

Het zou geen totaaloplossing zijn, maar het zou dan toch misschien enig soelaas kunnen brengen.

In het Franse Mulhouse is men erin geslaagd om, onder impuls van een innovatiecluster, een serieuze fabriek van elektrische auto’s op te bouwen. Dat was een samenwerking met onder meer BMW. In die zin hadden we misschien meer kunnen doen. Ik vind Flanders’ DRIVE nog altijd een vrij vaag project.

Wij moeten ons nu afvragen waar we naartoe willen met industrieel Vlaanderen. Is het nieuwe industriële beleid duidelijk genoeg? Zijn er voldoende middelen? Moeten we dit nu niet allemaal eens evalueren? De situatie is veel problematischer dan we soms denken. Niet alleen de oude economische spelers hebben het moeilijk. Ook nieuwe economische spelers hebben het moeilijk, bijvoorbeeld de zonnepanelensector. Dit moet een aanleiding zijn om het Nieuw Industrieel Beleid ter discussie te stellen. Al die grote woorden – Vlaanderen in Actie, Industrieraad, Flanders’ DRIVE – zullen ons niet helpen. Vandaag stond in De Morgen een zeer interessante analyse van Ivan Van De Cloot. Hij zegt dat we op een andere manier moeten kijken naar industrie en dat we een palet van acties moeten ontwikkelen waarbij de overheid een kader schept voor industriële vernieuwing. Voor ons is dat natuurlijk duurzame groene industriële vernieuwing. De LRM heeft daar eigenlijk al heel wat ervaring. Zij hebben al een aantal interessante zaken gedaan. Zij moeten die verder opbouwen, met nog meer steun.

De sluiting van Ford is een zware terugslag voor de lopende reconversie-inspanningen. Maar er is geen andere weg. We moeten nog gerichter te werk gaan. We moeten kiezen voor groene, slimme en creatieve technologieën. Ik denk aan het bedrijf Melotte in Zonhoven, dat al die zaken verenigt. Er zijn nog andere goede voorbeelden die voor ons de leidraad moeten zijn, denk aan de herontwikkeling van de Philipssite. Na het drama van Philips, waarbij heel wat mensen zijn ontslagen, werken er nu meer mensen dan toen Philips zelf er actief was. Het is een model van duurzame ontwikkeling van bedrijventerreinen. We moeten de lat daar hoog leggen. De herontwikkeling van de Renaultsite in Vilvoorde had een mooi voorbeeld kunnen zijn, maar ik denk dat we daar de verkeerde keuzes gemaakt hebben. Ik wil ten slotte verwijzen naar de site waar Opel Antwerpen was gevestigd. Ik hoop dat we daar de moed hebben om te kiezen voor een vernieuwende industriële productie, bijvoorbeeld om de chemiecluster te versterken met een keuze voor eenheden groene chemie.

Collega’s, het medeleven met de werknemers van Ford Genk is helemaal terecht. Maar we moeten durven benoemen waar het probleem zit: niet bij de werknemers maar bij diegenen die gebruik maken van de regio’s om hun zin te doen, om met een vingerknip te kiezen voor het pure rendement, waarbij ook de aandeelhouders tevreden zijn. Wij moeten nu het Nieuwe Industrieel Beleid verder ontwikkelen in een groene richting. (Applaus bij Groen en sp.a)

Bart Van Malderen

Mijnheer Watteeuw, ik ben het in grote mate met u eens dat we met Europa als geheel een probleem hebben. Wij delen de mening dat de oplossing niet is dat iedereen zich terugplooit op zijn eigen land en dat iedereen kleine burchtjes in Europa vormt. Er dient een Europees kader te worden uitgebouwd dat ervoor zorgt dat we die neerwaartse spiraal, waarbij vandaag regio’s en lidstaten tegen elkaar worden uitgespeeld, kunnen doorbreken. U haalt in het tweede deel van uw betoog voorbeelden aan van de huidige internationale crisis. In alle persmededelingen verklaart ook de Forddirectie dat in eerste instantie de economische crisis en het feit dat Ford er niet in slaagt om er een antwoord op te bieden, aan de basis liggen van het drama waardoor we hier dit debat hebben.

U trekt dan de conclusie dat we als gevolg van de crisis ons Nieuw Industrieel Beleid in vraag moeten stellen. Het leek me net dat de conclusie zou moeten zijn dat we door de crisis zeker moeten doorgaan met een geïntegreerd industrieel beleid. Ik heb het artikel van Ivan Van de Cloot ook gelezen. Eigenlijk vind ik daarin, eerder dan zoals u het in vraag stellen van het Nieuw Industrieel Beleid, net een pleidooi om dit beleid te voeren. Ivan Van de Cloot pleit voor een palet aan maatregelen, een kader om gericht zaken aan te pakken en het op peil houden van de innovatie die zo belangrijk is voor onze economie.

We zullen onze kost ten opzichte van onze buurlanden moeten bewaken. Maar het is een illusie – behalve misschien voor de heer Sabbe – dat we morgen mensen laten werken aan de lonen van China. Je moet er dus rekening mee houden dat onze industrie van morgen er anders zal uitzien dan vandaag. Dat betekent ontegensprekelijk dat je middelen moet hebben die je kunt investeren om mensen op te leiden, infrastructuur uit te bouwen en innovatie te steunen. Dat veronderstelt voldoende publieke middelen, die je wellicht op een andere manier moet binnenhalen dan vandaag met een te exclusief accent op lasten op arbeid.

Filip Watteeuw

Mijnheer Van Malderen, het gaat er mij om dat we misschien wel een Nieuw Industrieel Beleid hebben – daarover is duchtig gediscussieerd en het is op zich goed dat het er is – maar dat we niet op onze lauweren mogen rusten. We moeten niet denken dat, omdat we een mooie nota hebben, een Industrieraad en rondetafels over onder andere de automobielindustrie, het allemaal wel zal lukken. Het is ook niet omdat er een aantal voorbeelden zijn van bedrijven waar het wel lukt, dat we voldoende doen. Ik vraag niet om het Nieuw Industrieel Beleid stop te zetten, integendeel, ik vraag om het te intensifiëren en te versterken. We moeten ons afvragen of de keuzes die we tot nu toe hebben gemaakt wel de goede zijn. We moeten zoeken naar meer middelen om het industrieel weefsel te helpen. Het komt er vooral op neer: als we nog industrie willen in Vlaanderen, en wij willen dat, zullen we het zelf moeten doen. De Schweitzers, Reillys en Odells van deze wereld zullen het niet doen voor ons.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Ik wil iedereen die heeft deelgenomen danken voor het serene politieke debat dat we hebben gevoerd. We hebben van deze zwarte dag geen misbruik gemaakt om politieke spelletjes te spelen. Die boodschap hebben we willen geven. Ik dank daarvoor iedereen die een inbreng heeft gedaan. Ik vond die inbreng heel sterk en goed.

Vandaag voelen we ons allemaal verbonden met de werknemers van Ford Genk. Iedereen voelt teleurstelling en woede over de beslissing die is genomen. Er is duidelijk gebleken uit het debat dat we vanuit de Vlaamse Regering de marathon van het Nieuw Industrieel Beleid voortzetten. Ik ben het eens met wat u daarnet zei, mijnheer Van Malderen. We zijn zeker nog niet aan 35 kilometer, laat staan aan 42 kilometer, maar we zijn de marathon aan het lopen. Ik zag recent nog een stand van zaken van het Nieuw Industrieel Beleid en hoorde vertellen over de transformatie. Ik kom uit het bedrijfsleven. Ik voel dat er een verandering is. Er wordt gewerkt aan industrieel beleid op een manier die verschilt van vijf jaar geleden. Het is iets van lange adem, maar de verandering is er. Het kan natuurlijk altijd sneller, maar het bedrijfsleven zal zelf het tempo moeten bepalen en wij zullen dat ondersteunen waar het kan.

We gaan niet enkel die marathon lopen. Met de VDAB staan we klaar om het sprintje te trekken. De opvolgingscel is opgericht. De mensen zijn klaar om te ondersteunen waar ze kunnen, te informeren en te begeleiden. Elk element komt aan bod bij de VDAB. We staan klaar.

Uit de uiteenzettingen is gebleken dat niet alleen de Vlaamse Regering klaarstaat met een nieuw industrieel beleid en met de VDAB. Ook dit parlement is bereid om waar mogelijk en nuttig de handen uit de mouwen te steken om de mensen die in de toekomst werkloos zullen worden, een nieuwe toekomst te bieden. We zullen daar alles voor doen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De voorzitter

Moties

Door Open Vld, door LDD, door het Vlaams Belang, door Groen en door de meerderheid werden tot besluit van dit actualiteitsdebat moties aangekondigd. Ze moeten uiterlijk om 17 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daar straks over uitspreken.

Het debat is gesloten.

Verklaring van de Vlaamse Regering over het dossier Ford Genk
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.