U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 10 oktober 2012, 14.01u

van Else De Wachter aan minister Freya Van den Bossche
23 (2012-2013)
De voorzitter

Mevrouw De Wachter heeft het woord.

Else De Wachter

Voorzitter, minister, er is de voorbije dagen heel wat heisa geweest over het advies van de advocaat-generaal van het Europees Hof van Justitie naar aanleiding van de maatregel ‘Wonen in eigen streek’. De Vlaamse decreetgever heeft deze maatregel vooral genomen om de sociale verdringing tegen te gaan in bepaalde Vlaamse regio’s. Heel veel gezinnen hebben het daar moeilijk om op te boksen tegen kapitaalkrachtigen en om betaalbare woningen te realiseren.

Ik wil vandaag nog eens beklemtonen dat dit momenteel voor 69 Vlaamse gemeenten geldt. Dat is niet alleen in de Rand zo, maar ook in het noorden van Antwerpen en in de kustgemeenten. Daarom heeft men de maatregel getroffen.

Burgemeesters, schepenen, lokale politici worden dagelijks geconfronteerd met de strijd voor betaalbaar wonen. Ik wil graag mijn eigen gemeente, Kapelle-op-den-Bos, in de Rand rond Brussel vernoemen. Al jaren proberen we een voortrekker te zijn van de erfpachtformule. Dat houdt in dat de gemeente de grond behoudt en de pacht betaalt. Zo kunnen we realiseren dat mensen in hun eigen streek kunnen blijven wonen. Het is logisch dat het gemeentebestuur probeert om jonge gezinnen die het zo moeilijk hebben op de woonmarkt, de mogelijkheid te geven om in de eigen regio te blijven, maar ook gezinnen die door omstandigheden zijn weggetrokken en nu graag terugkomen vanwege hun speciale band met die gemeente.

Minister, wat gaan we doen met het advies en de gevolgen ervan op de procedure op zich. Gaat de Vlaamse Regering ingrijpen? Gaat u als regering ingrijpen op die procedure? Wat indien beslist wordt dat hier inderdaad niet aan tegemoetgekomen kan worden? Zal er dan een maatregel getroffen worden in het Grond- en Pandendecreet om dit op te vangen?

De voorzitter

De heer Demesmaeker heeft het woord.

Mark Demesmaeker

Het gaat om een niet-bindend advies, in afwachting van een definitief advies, dat moet gegeven worden aan het Grondwettelijk Hof. Minister, u weet dat ik dit voorstel tijdens de vorige legislatuur heb geschreven en ingediend. Het werd uiteindelijk ondergebracht in het Grond- en Pandendecreet. Het is, zoals mevrouw De Wachter zegt, inderdaad een sociale maatregel. Het gaat over een beperkt aantal gemeenten, waar de grond- en huizenprijzen hard gestegen zijn als gevolg van een sterke immigratie van kapitaalkrachtigen. Het is een sociale maatregel ten behoeve van onze minder kapitaalkrachtige inwoners, om hun de kans te geven om in eigen streek te blijven wonen.

Het is belangrijk om te weten dat de FDF en het eigenaarssyndicaat de klacht hebben ingediend. Een van de klagers is lid van dit parlement. Hij is er vandaag jammer genoeg niet. Indien hij er zou zijn, zou ik hetzelfde zeggen als wat ik nu ga zeggen. Jammer genoeg hebben zij er een karikatuur van gemaakt. Er werden ook een aantal echte leugens over verspreid. Zij hebben andermaal de kans genomen om met dit voorstel naar Europa te trekken om het imago van Vlaanderen en de Vlamingen te besmeuren op het Europese forum. Dat is betreurenswaardig.

Ik lees dat u achter de doelstelling van het voorstel blijft staan: wonen in eigen streek mogelijk maken. Wat gaat u, met het oog op het verdere verloop van de procedure, ondernemen om het voorstel te verdedigen? U hebt daar alle argumenten voor. Ik verwijs enkel naar het advies dat de Raad van State heeft gegeven toen dit voorstel werd ingediend. De Raad van State heeft gezegd dat er helemaal geen sprake is van discriminatie. Wel integendeel. U hebt alle argumenten en kansen om dit voorstel goed te verdedigen. Welke stappen zult u ondernemen om wonen in eigen streek ook in de toekomst veilig te stellen?

De voorzitter

Minister Van den Bossche heeft het woord.

Er is van discriminatie geen sprake. Het Europese Hof van Justitie buigt zich op basis van dertien prejudiciële vragen van ons Grondwettelijk Hof over twee vragen. Dit decreet gaat onder andere in tegen het verbod op discriminatie op basis van nationaliteit. Maar het beperkt ook de fundamentele vrijheden die de Europese Unie wil garanderen. De advocaat-generaal focust zich vooral op die vrijheden. Als die vrijheden worden ingeperkt, moet dat voldoen aan de volgende criteria.

Het kan enkel gaan om een dwingende reden van algemeen belang. De advocaat-generaal zegt heel duidelijk dat sociale verdringing tegengaan zo’n reden is. Maar ook dat, als het Grondwettelijk Hof van oordeel zou zijn dat de werkelijke reden anders is – daar staat “het Nederlandstalig houden van bepaalde gebieden” – dat geen dwingende reden van algemeen belang is. Als de doelstelling is wat in het decreet staat, kan het, maar als het dat niet is, kan het niet. Laat die vraag dan over aan het Grondwettelijk Hof.

Het tweede argument is de vraag of de maatregel geschikt is om die doelstelling te bereiken. De advocaat-generaal zegt dat de maatregel niet geschikt is omdat hij helemaal niet gericht is op de mensen die dreigen sociaal verdrongen te worden. Hij bedoelt daarmee dat er op geen enkele manier een sociaal-economisch criterium wordt gekoppeld aan alle andere criteria, zoals zes jaar ergens wonen, ergens werken of een duurzame band hebben met de streek. Hij zegt dat wij dezelfde maatregel nemen voor mensen die niet zullen verdrongen worden doordat ze voldoende geld hebben om die prijzen te betalen en voor de anderen. Daarom vindt hij die maatregel niet helemaal geschikt.

Bovendien gaat de maatregel verder dan nodig om het doel te bereiken. Hij perkt de vrijheden meer in dan noodzakelijk.

Het is natuurlijk aan het hof zelf om te beslissen of het arrest dezelfde stellingen inneemt. In deze fase van de procedure kunnen wij niet veel doen. Wij kunnen enkel wachten op het arrest. Maar op basis van dat arrest zullen wij bijkomende argumenten en verduidelijkingen leveren aan het Grondwettelijk Hof, in de hoop dat we het, in samenhang met het arrest van het Europees Hof, kunnen overtuigen van de degelijkheid van dit decreet, en dat we zo die slag winnen.

Dat neemt niet weg dat, als het Hof van Justitie een arrest zou vellen dat in de lijn ligt van wat de advocaat-generaal nu adviseert, wij allen – parlementsleden en de partners in de regering – op tijd moeten nadenken over hoe wij eventueel dezelfde doelstelling, namelijk betaalbaar wonen voor mensen in de streek waar ze een band mee hebben, kunnen realiseren, zij het misschien met andere instrumenten. Ik zou niet graag in een vacuüm terechtkomen als het Grondwettelijk Hof dit decreet gedeeltelijk vernietigt.

Laten wij, als het arrest van het hof dezelfde richting uitgaat, ons klaar houden voor het geval het Grondwettelijk Hof negatief zou oordelen.

Else De Wachter

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het standpunt is duidelijk: jullie willen daar absoluut verder in gaan en jullie beseffen hoe belangrijk het is om die sociale verdringing tegen te gaan en betaalbaar wonen voor iedereen te kunnen garanderen. Dat blijft het uitgangspunt en dat moet hier vandaag heel duidelijk gesteld worden.

Het is alleen heel teleurstellend om vast te stellen dat je als Vlaamse overheid dergelijke maatregelen treft en dat daar op zo’n manier mee wordt omgegaan. Als men als argument aanhaalt dat we op dit moment niet voldoende kunnen aantonen dat het een sociale maatregel is, moeten we heel duidelijk zijn. Er zijn op dit moment maar 29 woningen die op die manier gerealiseerd zijn, net doordat het zo kort is. Het is dus ook logisch dat u nu de tijd laat om die sociale maatregel echt te kunnen implementeren.

Het belangrijkste voor ons is dat we achter de maatregel kunnen blijven staan om het betaalbaar wonen te garanderen en de sociale verdringing tegen te gaan. De rest kunnen we alleen maar afwachten.

Mark Demesmaeker

Minister, ik dank u voor het duidelijke antwoord. Ik wil absoluut niet uitgaan van het slechtste scenario. Ik ben er immers van overtuigd dat wij de juiste argumenten hebben. Ook de Raad van State stelde destijds in zijn advies bij het voorstel dat er geen sprake is van discriminatie, maar dat het zelfs gewenst beleid is om de doelstelling ‘recht op wonen in eigen streek’ te garanderen. We hebben mijns inziens voldoende argumenten en staan sterk genoeg om de maatregel te blijven verdedigen.

De voorzitter

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Minister, dit decreet heeft een sociale component, en daarmee verweven ook een communautaire component, al naargelang de regio waarover het gaat. Dat moeten we niet onder stoelen of banken steken. Dat is ook de reden waarom ook de FDF naar het Grondwettelijk Hof is getrokken.

Ik heb de indruk dat het Grondwettelijk Hof vanwege die communautaire kant van de zaak de hete aardappel doorspeelt naar het Europees Hof van Justitie en het hof een prejudiciële vraag stelt, wat nog niet vaak gebeurd is. Het kan zich dan achter dat advies – wat de uitspraak ook weze – verschuilen om de verantwoordelijkheid af te schuiven.

Minister, u stelt dat we het arrest van het Grondwettelijk Hof niet moeten afwachten om eventueel al maatregelen voor te bereiden. Ik zou niet graag hebben dat u – maar dat is wellicht niet uw bedoeling – het Grondwettelijk Hof argumenten in handen geeft om te zeggen: de minister zal het toch op een andere manier oplossen.

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Minister, ik denk dat u inderdaad heel ver van het communautaire aspect moet blijven. De heer Demesmaeker gaf al aan welke weg u moet bewandelen: die van het woonuitbreidingsgebied. Dat gaat over slechts 8 procent van de totale woonzone. Daar kun je vandaag aardappelen en maïs op planten. Het is maar dankzij een bijzondere toestemming van de overheid dat dat woonzone wordt en dat die grond tien, vijftien of twintig keer meer waard wordt. Dan kun je als gemeenschap voorwaarden opleggen, bijvoorbeeld de grootte van de percelen, eventueel de grootte van de constructies die erop kunnen worden gebouwd. Dat is van alle tijden.

We moeten duidelijk maken dat het niet gaat over verfransingsdruk, over communautaire aspecten of andere taalaspecten. We moeten duidelijk maken dat, gezien de beperkte oppervlakte, het vrij verkeer van personen en de vrije keuze van woonst niet wordt gehypothekeerd. Mutatis mutandis: de Limburger die naar de Vlaamse Rand rond Brussel wil verhuizen wordt achteruitgesteld ten opzichte van de Franstalige die er geboren en getogen is, want die krijgt in het decreet Wonen in eigen streek voorrang.

Ik denk dat het Europees Hof van Justitie zich heel erg laat beïnvloeden door wat er over dit onderwerp in de media verschijnt. We moeten de situatie goed uitleggen, vanuit de invalshoek ruimtelijke ordening en de betekenis van een woonuitbreidingsgebied.

De voorzitter

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Keulen.

Minister Van den Bossche, u mag uw kabinet alvast aan het werk zetten. De conclusies van de advocaat-generaal worden statistisch gezien meestal gevolgd. Ik vrees op dat vlak dus het ergste.

Ook het Algemeen Eigenaars- en Mede-eigenaars Syndicaat (AES), waarvoor ik een grote sympathie koester, heeft beroep aangetekend. Dat gaat vooral over de heel interventionistische maatregelen – door de Open Vld goedgekeurd – van het Grond- en Pandendecreet. Minister, hopelijk zullen we daar in de commissie nog een discussie over voeren. Het is typisch dat de media focussen op het communautaire aspect. Het Grond- en Pandendecreet komt echter ook ruim ter sprake.

Ik wil het Grondwettelijk Hof verdedigen. Het heeft namelijk heel terecht een prejudiciële vraag gesteld omdat het hier gaat over Europese maatregelen. Er moet worden bekeken of de vrijheid van kapitaal en handel niet op een onevenredige en ongeschikte manier verstoord werd. Daarom is het normaal dat die prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie wordt gesteld. Dat is geen afwentelen van verantwoordelijkheid.

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Voorzitter, minister, ik wil een andere klok laten horen en hoop tegen de stroom in dat het Grondwettelijk Hof het voorstel volgt dat op dit moment op tafel ligt. Waarom? Sociale verdringing is van alle tijden en alle gebieden. Als de heer Patrick Janssens, vandaag nog mijn burgemeester, trots is op het Park Spoor Noord, dan betekent dat dat kapitaalkrachtige mensen daar huizen komen opkopen en dat de oorspronkelijke bevolking er verdreven wordt.

Het creatuur dat wij gemaakt hebben rond ‘Wonen in eigen streek’, kan daar geen antwoord op geven. Het is ten eerste beperkt tot een aantal gemeenten, terwijl wonen op dit moment in de meeste gemeenten en steden zeer duur is, zeker in bepaalde wijken. Ten tweede zijn er op dit moment 362 dossiers. Het gaat, zoals de heer Keulen zegt, over de woonuitbreidingsgebieden, die slechts een klein deel van de totale woonzone uitmaken.

Als u echt betaalbaar wonen in Vlaanderen wilt realiseren, zult u iets anders moeten uitvinden. Laat ons dit kromme systeem alstublieft begraven. Ik dank u.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Ik sta volledig achter het antwoord van de minister en ook achter de vraagstellers: de culturele binding met de lokale bevolking is cruciaal in het ontwikkelen van een politiek van betaalbaar wonen.

Ik stel vast dat men in de tv-reportages twee dingen door elkaar haalt. Het Investeringsfonds voor Grond- en Woonbeleid voor Vlaams-Brabant (Vlabinvest) ontwikkelt heel duidelijke criteria dat men een socioculturele binding met de gemeente moet hebben. Hetzelfde geldt voor het reglement in Zaventem en in Vilvoorde bij de verkoop van woningen. Het gaat daar echter over publieke goederen, gronden van de gemeenten die worden toegewezen. Daar is een socioculturele binding met de gemeente vereist.

Het Grond- en Pandendecreet gaat eigenlijk over de privémarkt: dat is totaal anders dan een gemeente. Minister, men moet er heel goed voor oppassen dat de politiek die wij voeren in de gemeenten, zoals Zaventem en Vilvoorde, maar ook met Vlabinvest, niet vermengd wordt met die discussie en dat de gemeenten of het Vlaams Gewest niet meer in staat zouden zijn om een bepaalde politiek te voeren met publieke gronden.

Allerlaatste ding: we moeten de zaken relativeren.

De voorzitter

Mijnheer Van Rompuy, het is afgelopen. Uw tijd is om, het spijt me.

Eric Van Rompuy

Ik zou nog één ding hebben willen zeggen. Het is interessant. (Gelach)

In 2011 ging de toepassing van het Grond- en Pandendecreet bij de fameuze betwisting over 47 gevallen in Vlaams-Brabant: 26 positief, 20 niet van toepassing en 1 negatieve beoordeling. Het gaat over 1 woning. We moeten ook kijken naar de reële impact van dit pandenbeleid, als we weten dat er 40.000 mensen uit Brussel naar de rand verhuizen.

We hebben heel sterke argumenten om het decreet te verdedigen. Ik zal het decreet ook door onze raadsman laten verdedigen. Ik ga argumenten aandragen en verduidelijkingen geven, zoals die door enkele collega’s zijn gesuggereerd. Dat neemt niet weg dat we ons klaar moeten houden als het Grondwettelijk Hof ons geen gelijk zou geven. Ik neem aan dat het parlement de vorige legislatuur toch hard met de bevoegde ministers heeft gewerkt aan dit decreet en ook niet wil dat er een vacuüm zou ontstaan.

Akkoord, het gaat in de feiten niet om zeer veel woningen. Op dat vlak moet ik u, mijnheer Van Rompuy en mevrouw Vogels, gelijk geven. Maar dat neemt niet weg dat het een zinvolle maatregel kan zijn. In andere steden en gemeenten, zoals de stad waar ik zelf uit kom, voeren we ook een politiek die erop gericht is om mensen die een band hebben met de streek, extra kansen op betaalbaar wonen te geven. Ook die instrumenten moeten gaaf worden gehouden. Ik heb niet de indruk dat die op enige manier onder druk komen te staan door wat er nu gebeurt. Ik denk dat daar zeer weinig argumenten tegen in te brengen zouden zijn, maar u hebt zeker gelijk dat we dat absoluut moeten beschermen.

Mevrouw Vogels, het klopt dat sociale verdringing zich op vele plekken kan voordoen. Een veel voorkomend probleem is dat, wanneer men een wijk vernieuwt en goed aanpakt door te zorgen voor nieuwe woningen, groen, scholen en kinderopvang, dat een aantrekkingskracht heeft op gezinnen die wat meer kunnen betalen. De vraag is dan: hoe houd je in die wijk een mix tussen mensen die er altijd hebben gewoond en zij die ernaartoe komen? Dat kan volgens mij door hun voorrang te geven bij herhuisvesting, wanneer oudere woningen worden afgebroken en er nieuwe voor in de plaats worden gezet. In een aantal steden doet men dat ook al.

Dit is zeker niet het enige instrument. Er zijn veel instrumenten denkbaar om betaalbaar wonen te garanderen, ook voor mensen die een band hebben met een bepaalde streek of zelfs een bepaalde wijk. Elk van die instrumenten is het onderzoeken waard. Het eerste wat ik ga doen, is argumenten aanreiken om de bestaande instrumenten alvast te kunnen houden.

Else De Wachter

Minister, dank u wel voor het bijkomend antwoord. Ik denk dat iedereen het eens is dat we ervoor gaan en dat we bij de visie blijven zoals die geformuleerd is. Het is maar een van de maatregelen voor betaalbaar wonen, waarvoor we dagelijks moeten strijden voor iedereen. Het belangrijkste is dat de consequenties er wel zijn voor de toekomst. Daarom is het zo belangrijk om vandaag eenduidig hetzelfde standpunt in te nemen, om in de toekomst het goede beleid voor betaalbaar wonen te kunnen garanderen. We volgen het zeker mee op.

Mark Demesmaeker

Dank aan de minister en aan de collega’s voor nog altijd bijna kamerbrede steun voor dit voorstel, behalve dan van de collega’s van Groen, spijtig genoeg. Mevrouw Vogels, ik vind dit wel een zinvolle maatregel voor woonuitbreidingsgebieden. Het is in mijn ogen wel relevant. Het is slechts één van de mogelijke maatregelen, maar zeker zinvol. Ik vind het vreemd dat uitgerekend een partij als Groen in deze discussie de bondgenoot is van de FDF, de eigenaarssyndicaten en de immobiliënbaronnen. Il faut le faire! (Applaus bij de N-VA, het Vlaams Belang en van de heer Eric Van Rompuy)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

van Peter Reekmans aan minister Freya Van den Bossche
25 (2012-2013)
van Hermes Sanctorum-Vandevoorde aan minister Freya Van den Bossche
26 (2012-2013)

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.