U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet houdende wijziging van het tarief op het recht op verdelingen en gelijkstaande overdrachten.

De algemene bespreking is geopend.

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, voor de goede orde van onze werkzaamheden: we bespreken een ontwerp van decreet; ik mag toch vermoeden dat de partijen aan bod komen in de volgorde die we kennen? (Instemming)

Heeft de verslaggever het woord gevraagd?

De voorzitter

Neen, mijnheer van Rouveroij, anders zou ik die zeker het woord gegeven hebben.

Mevrouw Smaers heeft het woord. Voor alle duidelijkheid, de sprekers van de meerderheid hebben gevraagd om niet onderbroken te worden. Zij vragen daarmee de toepassing van artikel 45 van het reglement. (Opmerkingen van de heer Felix Strackx)

U kunt dat erg vinden, maar dat is hun goed recht.

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Voorzitter, het is niet dat we er echt op staan, maar in principe komt bij een ontwerp van decreet eerst de oppositie aan bod.

De voorzitter

Dat is nieuw voor mij.

Joris Van Hauthem

Dat is niet nieuw. Dat staat niet in het reglement, maar het is een traditie. Niet alles staat in het reglement.

De voorzitter

Dat is waar, maar voor mij is het nieuw. Bij een ontwerp van decreet volg ik de grootte van de fracties. Dat heb ik altijd gedaan. De heer Caluwé heeft er mij trouwens in het begin op attent gemaakt … (Opmerkingen van mevrouw Marijke Dillen)

Ludwig Caluwé

Vroeger was het de traditie dat bij de bespreking van de Septemberverklaring, regeringsverklaringen en begrotingen eerst de grootste oppositiepartij het woord kreeg. Voor ontwerpen van decreet was die traditie niet zo standvastig.

De voorzitter

Ik ken die traditie niet. Bij ontwerpen van decreet begin ik gewoon met de grootste partij. Als iedereen het ermee eens is, kan de oppositie beginnen.

Joris Van Hauthem

Laat het nu maar. Ik zou graag willen dat in de toekomst toch de traditie gerespecteerd wordt. (Opmerkingen van de heer Lode Vereeck)

De voorzitter

Ik zal dat navragen, mijnheer Vereeck, en u dat meedelen. Ik vind het zeer goed dat u die belangstelling toch al in zoverre hebt dat u ook belangstelling hebt voor het Waals Parlement.

Mevrouw Smaers heeft het woord.

Griet Smaers

Voorzitter, leden van de regering, dames en heren, namens mijn fractie wil ik graag kort en bondig tussenkomen over dit ontwerp van decreet omtrent de verdeelrechten. We hebben in de commissie Financiën uitvoerig debatten gevoerd. De minister gaf een toelichting. De Raad van State kwam aan bod. Ik zal me nu beperken tot de essentie.

Voor de goedkeuring van het voorliggende ontwerp van decreet met inbegrip van de amendementen van de meerderheid, zijn voor ons twee elementen van belang om het ontwerp te kunnen goedkeuren. Een, de aanpassing van het verdeelrecht is het gevolg van een globaal pakket budgettaire maatregelen met als doel een begroting in evenwicht. Twee, bij de voorliggende aanpassing is een politieke keuze gemaakt die juridisch-technisch mogelijk en uitvoerbaar is.

Vorige week woensdag hebben we hier gedebatteerd over de tweede begrotingsaanpassing 2012. Toen werd door heel wat fracties, ook van de oppositie, nogmaals benadrukt dat een begroting in evenwicht een heel belangrijk element is in budgettair en economisch moeilijke tijden. Zelfs vanuit de oppositie – ik herinner me de heer Watteeuw – werd de lof gezongen over een begroting in evenwicht in Europa. Natuurlijk werden daar kanttekeningen bij gemaakt, maar dat was wel zijn eerste punt, dat het een prestatie is in deze tijden.

Een begroting in evenwicht is de beste toekomstgarantie en vormt de basis van onze competitiviteit. Een begroting in evenwicht met daarin heel wat ruimte voor investeringen in Vlaanderen is het beste groeiplan.

Naar aanleiding van de eerste begrotingsaanpassing dit jaar heeft de regering een heel pakket maatregelen genomen die intussen zijn goedgekeurd, om het begrotingsevenwicht dat een doel was, ook te kunnen garanderen. Binnen het totaalpakket waarbij de investeringen volledig werden gevrijwaard, werden besparingsmaatregelen genomen voor in totaal 561 miljoen euro. Slechts een heel klein onderdeel van dat totale pakket besparingsmaatregelen betrof de voorliggende maatregel om meer inkomsten te genereren uit de verhoging van het verdeelrecht van 1 procent naar aanvankelijk 2 procent. Dat betekende een impact van ongeveer 5 procent op het totale pakket saneringen.

Op jaarbasis moest deze verhoging een structureel meerinkomen kunnen garanderen van 40 miljoen euro. De besparingsoperatie van de regering en de verhoging van het verdeelrecht vrijwaren maximaal de investeringen van de Vlaamse overheid, leggen geen extra lasten op arbeid, noch tasten ze de concurrentiekracht van onze ondernemingen aan. Die voorwaarden in het kader van het totale budget en van de begrotingsaanpassingen waren voor mijn fractie noodzakelijk om met het maatregelenpakket in te stemmen en de eerste begrotingsaanpassing te kunnen goedkeuren.

De Vlaamse Regering opteerde ervoor om deze budgettaire maatregel en de verhoging van het verdeelrecht via een ontwerp van decreet in dit parlement in te dienen. Na enkele opmerkingen op de intentie van de regering, die ingegeven waren vanuit sociale zorgen en bezwaren die te maken hadden met de impact van de verhoging van het verdeelrecht naar ex-partners met kinderlast ingeval van echtscheidingen, werd via een amendement van de meerderheid gekozen voor het invoeren van sociale correcties op de verhoging van het verdeelrecht in de gevallen van echtscheidingen. Om de aanpassing budgetneutraal in te voeren – dat was een van de voorwaarden van de meerderheid – werd het verdeelrecht gebracht op 2,5 procent met een vrijstelling/abattement van 50.000 euro bij een uitonverdeeldheidtreding uit een onroerend goed/gezinswoning bij ex-echtgenoten en ex-wettelijk samenwonenden. Die ex-wettelijk samenwonenden moeten één jaar duurzaam hebben samengeleefd. Dit abattement wordt verhoogd met 20.000 euro per kind ten laste van deze ex-partners.

Die keuze van de meerderheid is een politieke keuze om tegemoet te komen aan een aantal sociale zorgen teneinde de verhoging van het verdeelrecht minder te laten doorspelen bij ex-echtgenoten met kinderlast. De zorg en opvang voor kinderen, die sowieso meer financiële lasten met zich meebrengen voor een gezin, verantwoorden een sociale correctie en dus ondersteuning vanuit de overheid. In elk geval blijven ook na deze aanpassing en budgettaire maatregel de verdeelrechten een gunsttarief in vergelijking met het normale registratierecht dat ex-partners betalen op de aankoop van een nieuwe woning indien geen van beiden opteerde om de ex-gezinswoning in te kopen. Daarnaast verwijs ik naar de vaststelling dat uitonverdeeldheidtredingen bij ex-partners slechts één onderdeel – een kleine helft – vormt van alle uitonverdeeldheidtredingen en dat ook heel wat verdelingen waarop het verdeelrecht van toepassing is, patrimonium- en andere vennootschappen treft. Wat dit laatste argument betreft, werd in de commissie Financiën geen enkele opmerking gemaakt vanuit de oppositie. Wij vonden dat enigszins vreemd.

Voor mijn fractie was het verder van belang dat de voorliggende aanpassing het gevolg is van een politieke keuze die juridisch-technisch kan en uitvoerbaar is. In navolging van de hoorzittingen met mevrouw Pelgroms namens de Federatie van Notarissen en de adviezen van de Raad van State op amendementen die vanuit meerderheid en oppositie werden ingediend, werd vanuit de meerderheid een navolgend amendement ingediend om tegemoet te komen aan een drietal zaken die ook uit de hoorzittingen naar voren waren gekomen.

Zo moeten we voorzien in een duidelijk vangnet om te vermijden dat het abattement zou kunnen worden genoten door diegenen die nog onder het regime van 1 procent vallen, dus tussen de ondertekening van het compromis over de verdeling en de eigenlijke akte.

Ten tweede moest er ook een procedureel vangnet worden gemaakt, om latere teruggave mogelijk te maken indien bij de opmaak van de akte vergeten zou worden om de verklaring af te leggen om in aanmerking te komen voor het abattement. Ten derde was er de vraag van de Raad van State om een duidelijke verantwoording op te nemen in het amendement voor de keuze om de abattementen enkel toe te kennen aan gehuwden en wettelijk samenwonenden die een jaar duurzaam verblijf hebben gehouden en dus niet aan feitelijk samenwonenden. Om aan die drie elementen tegemoet te komen, werd het nieuwe amendement vanuit de meerderheid ingediend, met bijkomende verantwoording.

Vanuit het notariaat werd in de hoorzitting expliciet erkend dat de keuze voor toekenning en toepassing van het abattement en de ingevoerde sociale correcties technisch-juridisch kan. Het is mogelijk en praktisch uitvoerbaar. Ook de FOD Financiën, waar verplicht advies moest worden gevraagd in het kader van de overlegprocedure technische uitvoerbaarheid, stelde in zijn advies dat de nieuwe regeling inzake verdeelrechten technisch uitvoerbaar is. Alle adviezen en hoorzittingen hebben dus uitgewezen dat de aanpassing kan en uitvoerbaar is.

Tot hier mijn betoog namens de meerderheid. De twee belangrijke elementen voor mijn fractie waren het budgettairemaatregelenpakket en de uitvoerbaarheid. Daaraan is voldaan. CD&V kan dan ook instemmen met het voorliggend ontwerp van decreet na amendering vanuit de meerderheid en zal het goedkeuren. Voor alle andere opmerkingen, vragen van de oppositie en opmerkingen op de adviezen van de Raad van State, verwijs ik naar de uitvoerige besprekingen in de commissie. Ik denk dat ik het hierbij kan laten. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Tack heeft het woord.

Erik Tack

Collega’s, ministers, minister-president, vandaag ben ik kwaad. U hebt me nog niet dikwijls kwaad gezien, maar vandaag ben ik echt kwaad. Het begint al bij de opmerking van de voorzitter dat de sprekers van de meerderheid niet onderbroken wensen te worden. Er is dus geen enkele repliek mogelijk tijdens hun betoog. Dat betekent dat ze hier alles kunnen komen vertellen wat ze willen, tot en met de grootste leugens, want ze kunnen niet worden tegengesproken. Op het moment zelf van hun woord kunnen ze geen wederwoord in ontvangst nemen. (Opmerkingen van de heer Ludo Sannen)

Dat vind ik heel erg. Ik heb het nog niet gezien hier. (Opmerkingen van de heer Kris Van Dijck)

Ik heb hier nog niet gezien dat de oppositie zegt dat ze niet wil worden tegengesproken. Van onze fractie in elk geval niet. Maar goed.

De voorzitter

De heer Tack wenst ook niet onderbroken te worden.

Erik Tack

Mij mag u de hele tijd onderbreken. Houd u niet in!

Ik ben niet kwaad omdat ik door de regen naar hier moest komen, omdat ik vandaag een dag extra moet komen of omdat het reces met een week wordt uitgesteld. Ik ben wel kwaad omdat dit ontwerp van decreet, dat ene blaadje, vandaag toch een bespreking in het parlement krijgt, hoewel de oppositie heeft gevraagd om de bespreking uit te stellen, even na te denken en te overwegen of het wel zinvol en goed is om hier over dit ontwerp van decreet te stemmen en, tot nader order, meerderheid tegen oppositie goed te keuren.

Minister-president, het is een schande. Het is echt een schande wat hier vandaag voorligt. De scheidingstaks gaat inderdaad niet enkel over scheiding tussen echtgenoten, maar over veel meer. Dat er niets over is gezegd in de commissie dat het ook over andere verdelingen of andere vormen van uit onverdeeldheid treden gaat, is manifest onjuist. Zeker in bijna de helft van de gevallen gaat het over mensen in ‘miserie’, op een van de ergste momenten van hun leven, een moment van ontreddering, onzekerheid en angst over wat er met hen en met hun kinderen gaat gebeuren, een moment van zeer grote financiële onzekerheid. Op de kap van die mensen wordt hier beslist om een belastingverhoging in te voeren van 150 procent. Initieel was het 100 procent.

Mevrouw Smaers, uw betoog hier was niet meer dan een kort verslag van wat in de commissie is gezegd. Ik heb geen politieke inhoud gehoord.

150 procent vermeerdering, initieel 100 procent. Nadien tovert u het konijn uit de hoed: we verhogen het even tot 150 procent, maar nadien zorgen we voor een vermindering. We verkopen het dus aan de mensen alsof ze er nog een zaak aan doen. We verkopen het alsof het voor hen beter wordt dan vroeger.

Minister-president, dat is precies wat u gedaan hebt. Want wat hebt u verklaard toen u aankondigde dat er een begrotingswijziging zou komen? “De partner die na de scheiding een woning van bijvoorbeeld 150.000 euro overneemt …” Welnu, minister-president, hoeveel woningen van 150.000 euro worden er tegenwoordig nog verkocht? U zult er niet veel meer vinden. Zelfs in mijn stad, de armste gemeente van Oost-Vlaanderen, waar de waarde van het onroerend goed het laagst is, worden er bijna geen woningen van 150.000 euro meer verkocht. Uw voorbeeld is om te beginnen dus al onjuist.

“De partner die na de scheiding een woning van bijvoorbeeld 150.000 euro overneemt en twee kinderen heeft, betaalde met het oorspronkelijke voorstel 3000 euro en met de nieuwe maatregel 1500 euro.” U verkoopt dat alsof de mensen het beter krijgen. U vergeet echter te zeggen dat u vergelijkt met de initiële verhoging naar 2 procent en niet met de bestaande toestand van 1 procent. “Over het algemeen zal iemand met een bescheiden woning en meerdere kinderen beduidend minder betalen.” Dat is niet waar. 1 procent van 150.000 euro is 1500 euro. Met uw nieuwe regeling is het ook 1500 euro. Ze betalen dus net hetzelfde. En als de woning iets meer kost, zullen ze veel meer betalen.

Dan zegt u: “Deze maatregel is sociaal, kindvriendelijk, geldt voor gehuwden en samenwonenden en is juridisch sluitend en budgettair neutraal.” Budgettair neutraal: dat is niet waar, want u wilt er uw begroting mee verbeteren. Het is dus niet budgettair neutraal. Waar haalt u het om zoiets te vertellen?

Zou u niet voor minder kwaad zijn, minister-president? Ik had veel respect voor u, maar sinds ik dit gelezen heb, is mijn respect voor u erg gedaald. Het zal u veel moeite kosten om dat respect terug te winnen. U lacht, u glimlacht. Ik zie die glimlach van u heel vaak. Op den duur wordt het echter een grijnslach, minister-president. Het is geen glimlach meer. U verbergt u achter die lach. U antwoordt niet, u zwijgt. U mag mij onderbreken, hoor. (Gelach)

Wie is in godsnaam de bedenker van dit ontwerp van decreet? Er zijn drie partijen in de meerderheid. De CD&V – onder anderen mevrouw Heeren – diende vroeger een voorstel in om het naar 0 procent te brengen. In plaats van het naar 0 procent te brengen – 100 procent eraf –, komt er 150 procent bij. Dat is dus een verschil van 250 procent. Als er in het Guinness Book of Records een record zou bestaan voor de slechtst bestaande belasting, dan werd u vandaag recordhouder.

Wie is de bedenker van dit ontwerp van decreet? Daar is nooit een antwoord op gekomen. De sp.a voelde plots nattigheid en wilde niet meer meedoen, maar werd snel tot de orde geroepen. De CD&V vroeg eerder om het terug te brengen naar 0 procent. Dus blijft alleen de N-VA over. Is de N-VA de bedenker van die belasting? Dat zou ik graag eens weten. (Applaus bij Open Vld en het Vlaams Belang)

Mevrouw Smaers heeft niet alleen niet veel gezegd tijdens haar betoog; nu is het daar ook stil. Ook daar hebben ze geen antwoord op.

Minister-president, u hebt de commissies uiteraard niet bijgewoond: u kunt niet overal zijn. Dat is waar. Toch richt ik mij tot u, omdat u misschien onze laatste hoop bent. Uw minister van Financiën heeft zich in de commissie ook in stilte gehuld. Een andere motivering dan het feit dat we geld nodig hebben, is er niet gegeven bij het ontwerp van decreet. Het gaat alleen over geld. Alle argumenten van de oppositie werden van tafel gegooid, zelfs zonder inhoudelijke antwoorden. (Opmerkingen van de heer Eric Van Rompuy)

Is het niet waar? Er werd gezegd dat er gefilibusterd is. Wel, ik heb bij de bespreking van een ontwerp van decreet zelden of nooit zoveel inhoudelijke inmengingen van de oppositie gezien of gehoord. De oppositie heeft erg veel werk geleverd om ten minste te proberen iets heel slechts nog een beetje te verbeteren. Dat werd allemaal door minister Muyters en de meerderheid van tafel gegooid. Men luisterde, maar deed er niets mee. Er is zoveel oppositie gevoerd dat we na het officiële reces nog moeten terugkomen. Minister-president, doet het feit dat de oppositie zoveel commotie heeft gemaakt, u niet nadenken?

Mensen die hier al veel langer zitten dan ik zeggen mij dat ze het nog nooit hebben meegemaakt dat er zoveel oppositie werd gevoerd tegen een ontwerp van decreet. Stemt dat u niet tot nadenken? Waarom heeft de oppositie daar zoveel tijd, werk en energie in gestoken? Dat moet toch een belletje doen rinkelen? Dat moet toch een lichtje doen branden bij u? Dat is toch niet zomaar, voor de show? Kan het dat er een andere reden is? Kan het dat het inderdaad een slechte maatregel is? Zou dat kunnen? Zou het kunnen dat er andere oplossingen waren? (Applaus bij het Vlaams Belang)

Commissievoorzitter, ik heb u gewaarschuwd dat ik u ging betrekken in mijn betoog. U weet dat nog. U hebt die commissie, naarmate de besprekingen langer duurden, op het einde op een dictatoriale manier geleid. Op een dictatoriale manier. U hebt de oppositie het spreken belet en u hebt een stemming geforceerd terwijl de oppositie nog aan het woord was. (Opmerkingen van de heer Ludo Sannen)

Er zit hier iemand op de eerste rij die u heeft gezegd: “Als het op die manier voortgaat, beloof ik u dat het twee jaar oorlog zal worden.”

Herinnert u zich niet meer dat u uw stemming hebt ingetrokken? (Opmerkingen van de heer Eric Van Rompuy)

Is dat democratisch? Ik heb zoiets nog nooit meegemaakt. Eerst forceert u de stemming en dan zegt u dat het maar om te lachen was. Dan gingen we het verder bespreken en mochten we nadien nog eens stemmen.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Die fameuze scène ging niet over de miserietaks maar over een bepaling in verband met het programmadecreet. De heer Van Mechelen kan dat getuigen. (De heer Dirk Van Mechelen knikt)

Ik heb inderdaad een forcing gevoerd omdat ik vond dat de discussie uitgeput was. De heer Van Mechelen heeft mij na de stemming gezegd dat die stemming in alle duidelijkheid moest kunnen worden overgedaan op basis van het feit dat u helemaal op het einde amendementen had ingediend. Ik heb toen, misschien ten onrechte, gezegd dat die amendementen niet meer ontvankelijk waren. Toen heeft de heer Van Mechelen gezegd dat ik de fairplay moest hebben om die amendementen te laten toelichten. Toen heeft de heer Strackx ze toegelicht. Sorry, mijnheer Tack, maar dat incident had absoluut geen betrekking op de miserietaks. (Opmerkingen van de heer Erik Tack)

Als ik even mag: u hebt mij persoonlijk aangevallen. Ik heb hier het verslag. Als er een ontwerp van decreet is waarover wij hoorzittingen hebben gehouden, dan wel dit. Sommige mensen, zoals mevrouw Pelgroms, hebben wij zelfs twee keer gehoord. Wij zijn vanuit de meerderheid naar de Raad van State gegaan met een amendement. Ook jullie hebben amendementen ingediend. We hebben het Rekenhof gehoord. Telkens wanneer er een nieuw element was, hebben mevrouw Smaers en de heer Diependaele namens de meerderheid duidelijk gezegd waarom. En minister Muyters is talloze keren tussengekomen. U moet maar eens het verslag lezen. Ik zie hier bladzijden en bladzijden: “Muyters zegt”, “Muyters zegt”, “Muyters zegt”. Dat u het daar niet mee eens bent, daar gaat het niet om. Maar u kunt niet zeggen dat de werkzaamheden in de commissie niet democratisch verlopen zijn. En pas op uw woorden. U hebt mij een dictator genoemd. (Opmerkingen van de heer Erik Tack)

Als er nu één iets is wat ik in mijn parlementaire loopbaan niet ambieer, dan is het om dictator te zijn. Integendeel, ik probeer iedereen de kans te geven om te spreken. Maar uiteindelijk moet er worden beslist, moet er gestemd worden. Ik was blij dat er uiteindelijk over gestemd werd en dat het naar de plenaire vergadering kon. Wij hebben in die commissie ons werk gedaan, mijnheer Vereeck. Ik heb de zaken niet geforceerd. Een commissievoorzitter kan dat niet. Hij moet zich houden aan de bepalingen.

Mijnheer Tack, ik vraag u dat u uw woord intrekt.

Erik Tack

Ik zal er even over nadenken. (Gelach bij het Vlaams Belang)

U was in elk geval op een bepaald moment de pedalen kwijt. U vond dat het te lang duurde en u wou absoluut dat ontwerp van decreet uit de commissie weg, hoewel wij er nog altijd niet over uitgediscussieerd waren. Op een bepaald moment verloor u uw geduld. U voelde zich onmachtig omdat u de zaak niet meer beheerste. Dat kwam doordat de oppositie, van links tot rechts, zich totaal niet kon vinden in dit ontwerp van decreet.

Er is ook geen maatschappelijk draagvlak voor. De hoorzittingen hebben dat aangetoond. Minister-president, niemand wil de verhoging van die taks. Iedereen die is komen spreken in de hoorzittingen, vond dit een totaal verkeerd signaal, vond het ongepast om op momenten dat mensen het heel moeilijk hebben, die verhoging door te voeren.

Een belasting moet op zijn minst door de bevolking als eerlijk, als correct ervaren worden, en dat is in dezen absoluut niet het geval. Zoals ik al zei, anders dan alleen maar om zuiver financiële argumenten, is er geen enkele argumentatie om dit ontwerp van decreet door te voeren.

Mevrouw Smaers had het even over kinderen ten laste of zorg over kinderen. Ook dat klopt helemaal niet. Het gaat niet over zorg over kinderen; het gaat, wat het abattement betreft, over kinderen die recht geven op kinderbijslag. Dat is een norm die u probeert te hanteren om een idee te geven van wat ‘zorg voor’ is, maar het is een verkeerde norm. Ik heb in de commissie verschillende gevallen voorgelegd die tot misbruik van het decreet zouden kunnen leiden. Er zijn kinderen die helemaal niet meer onder de zorg van hun ouders vallen, maar waarvoor de ouders in elk geval gebruik kunnen blijven maken van het abattement.

Ik wil die gevallen hier nog een keer herhalen, maar ik wil niet dat dit ons te ver leidt. Er is bijvoorbeeld de situatie waarbij een van de ouders helemaal niet meer omkijkt naar de kinderen. En toch, omdat de kinderen recht geven op kinderbijslag, kan die ouder wanneer hij een woning overneemt, het recht op het abattement laten gelden. Er zijn de kinderen die in definitieve onmin met hun ouders leven, die op kot studeren, die een toelage krijgen van het OCMW, die hun kindergeld zelf ontvangen, die een studiebeurs krijgen en die nooit meer naar huis komen. En toch kunnen die ouders, als ze uit elkaar gaan, recht doen gelden op het abattement, hoewel ze helemaal geen zorg meer dragen voor die kinderen en die kinderen helemaal niet meer ten laste zijn van de ouders. Ook dit klopt niet. Ik begrijp helemaal niet waarom de meerderheid geen oren heeft naar die argumentatie.

Het allerergste, minister-president – sorry dat ik u onderbreek in uw intiem gesprek, ik bedoel: uw gesprek in team –, is de discriminatie van ouders die een gehandicapt kind hebben. Iedereen weet dat men kindergeld kan blijven krijgen tot de leeftijd van 25 jaar op voorwaarde dat de kinderen studeren. Dat is ook zo voor gehandicapte kinderen: als ze studeren, dan kunnen zij kinderbijslag krijgen tot 25 jaar. Maar in se, per definitie bijna, zijn een groot aantal kinderen met een ernstige handicap niet in staat om tot 25 jaar te studeren. Voor hen stopt de kinderbijslag op 21 jaar.

Maar de zorg – en daar gaat het toch om, zei u, mevrouw Smaers – voor kinderen met een handicap stopt niet op 21 jaar en die stopt voor heel wat mensen ook niet op 25 jaar, die is levenslang. Vorige week stond een getuigenis in Knack. Ik heb Knack niet nodig om dit te weten, want door mijn andere beroepsactiviteit heb ik dit al heel vaak gehoord, maar misschien gelooft u eerder Knack dan mij. In Knack stond vorige week: “Ik heb bijna 50 jaar voor Ann gezorgd. Maar wat als ik sterf?” Wie zal dan voor Ann zorgen? De zorg voor een ernstig gehandicapt kind is levenslang; de vraag wat er met hun kind zal gebeuren als zij er niet meer zijn, is bijna een existentiële vraag voor mensen met een ernstig gehandicapt kind.

En toch, in dit ontwerp van decreet blijft de meerderheid halsstarrig vasthouden aan het argument van kinderbijslag. En als men dat dan nog wil, is men blijkbaar niet eens bereid om voor kinderen met een handicap voor een bijzondere maatregel te zorgen en om eventueel voor hen dat recht ook te laten gelden tot 25 jaar of misschien levenslang. De zorg voor de ernstig gehandicapte kinderen stopt niet. Wie vandaag voor dit ontwerp van decreet stemt, die institutionaliseert een discriminatie. U kunt bij een decreet een discriminatie ingang doen vinden, maar daar moet op zijn minst een verantwoording voor zijn, een ernstige verantwoording. Als u bijvoorbeeld zou zeggen dat voor gehandicapte kinderen het abattement levenslang geldt, dan kunt u dat verantwoorden, want daar is een zinvolle verantwoording voor. Maar met het blijven vasthouden aan het criterium van kindergeld om recht te geven op het abattement van 20.000 euro, daarmee geeft u geen verantwoording voor de discriminatie van kinderen met een ernstige handicap.

Leg me dat alstublieft eens uit, collega’s van de meerderheid. Iedereen kijkt nu naar beneden. Het is hier dat ik sta. Iedereen is aan het lezen nu. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Waarom heb ik daarop in de commissie nooit een ernstig antwoord gekregen? Waarom krijg ik ook vandaag geen antwoord? Ik hoop dat ik het nog krijg, maar het is stil. Waarom komt er geen antwoord op de vraag waarom men dit criterium van de kinderbijslag blijft hanteren? Wil men dat toch blijven hanteren, waarom wordt dan niet voorzien in een uitzondering voor kinderen met een ernstige handicap? Is dat zoveel gevraagd? Zal dat budgettair zo’n enorme weerslag hebben? Zal uw begroting daardoor ontsporen? Zal daardoor uw begroting niet meer in evenwicht zijn? Ik denk het niet. Waarom weigert men halsstarrig hierop in te gaan?

Of is men halsstarrig omdat het het Vlaams Belang is geweest dat in de commissie heeft gewezen op datgene waaraan niemand had gedacht? Gaat het cordon sanitaire zo ver dat u deze discriminatie in het ontwerp van decreet zult inschrijven? Destijds, toen ik mijn eerste stappen in de politiek zette, had ik een ander idee van de politiek, en ik ben op 18 jaar niet als een naïeveling in de politiek gestapt. Minister-president, gaat dit zo ver? Is uw macht zo beperkt dat u ter zake geen weerwerk kunt geven? U bent de machtigste man van Vlaanderen. Bent u dan zo gebonden aan allerhande akkoorden? Bent u dan zo onvrij? Bent u de meest onvrije man in Vlaanderen? Bent u de man die zo schatplichtig is aan zijn coalitiepartners dat dit niet kan? Waarom zwijgt u? Waarom bent u zo stil? Ik heb bij het begin gezegd dat u me mag onderbreken. (Gelach)

Minister-president, het spijt me, maar ik kan niet lachen. Ik vind dit heel erg en heel bedroevend. Ik leg echter nog even mijn vertrouwen in u. Ik hoop dat u voor het einde van de vergadering met een voorstel kunt komen waarin wij ons kunnen vinden en waarin u tegemoetkomt aan gehandicapte kinderen en hun ouders, een voorstel waarmee u de tegenstellingen binnen uw meerderheid – en misschien ook binnen uw fractie –, de grenzen tussen meerderheid en oppositie en het cordon sanitaire even kunt overstijgen, heel even maar.

Minister-president, ik leg nog even mijn vertrouwen in u. We zullen straks zien, bij de stemmingen. (Applaus bij Open Vld en het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Mijnheer van Rouveroij, ik heb begrepen dat ook u niet wenst te worden onderbroken.

Sas van Rouveroij

Zo is dat, voorzitter.

Voorzitter, minister-president, dames en heren ministers, geachte leden, ik begin met een citaat: “Mensen die uit de echt scheiden, moeten meestal een moeilijke en harde periode doorstaan. (…) Wanneer de woning in eigendom is van de beide (ex-)partners, is de verdeling ervan een bijzonder netelige kwestie. Naast de emotionele geladenheid die een dergelijke verdeling met zich meebrengt, heeft ze ook een financieel gevolg dat niet te onderschatten is en dat voor extra problemen kan zorgen. Die financiële component (…) wordt nog eens verzwaard door de belasting van 1 % registratierechten die wordt geheven bij een verdeling van onroerende goederen (…)”

Mocht mevrouw Heeren aanwezig zijn, dan zou ze haar eigen woorden herkennen. Met deze woorden lichtten zes Vlaamse volksvertegenwoordigers van CD&V op 26 februari 2004 een voorstel van decreet toe waarmee ze het zogenaamde verdeelrecht wilden hervormen.

Eigenlijk haalden ze de mosterd bij de brochure waarmee sp.a-spirit zichzelf in 2004 als ideeënfabriek in de politieke markt zette. Onder de titel ‘Geen extra belastingen op je huis als je uit elkaar gaat’, noemde de toenmalige sp.a-voorzitter dit verdeelrecht een belasting op tegenspoed. Ik citeer hem: “Op zo’n moment spuwt de overheid de mensen in het gezicht. Zelfs de meest fervente democraat, overtuigd van de noodzaak van belastingen, slaat dan aan het twijfelen.”

Aan het woord is de sp.a-voorzitter anno 2004, in een citaat uit Knack van 4 februari 2004.

Amper acht jaar later is bij CD&V en bij sp.a van die morele afweging en morele verontwaardiging geen spoor meer te bekennen, integendeel. In het najaar van 2011 wordt de begroting 2012 opgesteld op basis van ondertussen achterhaalde groeicijfers. Tijdens de parlementaire behandeling van die begroting kondigt de regering aan om die reden de begroting vervroegd te controleren, en wel in het voorjaar van 2012.

Een van de maatregelen die in het kader van deze budgettaire bijsturing wordt voorgesteld –daar komt het monster voor de eerste keer naar boven –, is de verdubbeling van het tarief op het verdeelrecht. Het verdeelrecht wordt geheven in verschillende omstandigheden, maar het grootste deel van de opbrengst komt van scheidende koppels die samen over een woning beschikken. De relatie loopt op de klippen, en om de schade te beperken, wil een partner het onroerend goed inkopen. Hierop wordt nu een belasting van 1 procent geheven, maar bij het ontwerp van 14 maart wilde de regering deze miserietaks verhogen naar 2 procent. Tijdens de behandeling in de commissie zou uiteindelijk de taks via amendering door de meerderheid verder worden verhoogd naar 2,5 procent.

Het is met andere woorden een pure belastingverhoging om extra inkomsten te verwerven. Op geen enkel ogenblik wordt een beleidsmatige argumentatie ontwikkeld. Alleen de minister-president maakt tijdens een toelichting voor de commissie gewag van het oneigenlijk gebruik van de wetgeving door natuurlijke personen die een onroerend goed aankopen samen met een rechtspersoon. Er wordt evenwel op geen enkel ogenblik door de regering een poging ondernomen om deze juridische situatie te isoleren en het oneigenlijk gebruik te bestrijden.

Afgaand op het door de regering ingediende ontwerp van decreet moeten we dus concluderen dat er geen argumentatie bestaat. Het in het parlement neergelegde stuk bevat geen echte memorie van toelichting, enkel een artikelsgewijze commentaar. Die artikelsgewijze commentaar is zelfs nog korter dan de aftiteling van de namen van de bevoegde ministers.

Collega’s, er is iets merkwaardigs aan de hand met de ondertekening. Het voorontwerp werd getekend door de minister-president en door de minister van Financiën. Het gaat over een belasting, dat lijkt me dus logisch. Maar het ontwerp dat wordt ingediend in het parlement, draagt plots ook de handtekening van minister Lieten. De klassieke welwillendheid van de socialisten voor de verhoging van belastingen verklaart wellicht dat minister Lieten te laat besefte dat deze belasting haaks staat op haar bevoegdheidsdomein Armoedebestrijding. Het zal de sp.a via collega Van Malderen later in de commissie dwingen tot wat rood gemopper over een sociale correctie, maar dat was enkele schone schijn. Ik kom daar straks op terug.

Aangezien de regering zelf dus geen beleidsmatige argumentatie ontwikkelt, is het aan het parlement om een beleidsmatige toetsing te doen. Minister-president, Open Vld kan alleen maar vaststellen dat het ontwerp van decreet indruist niet alleen tegen constant beleid van het verleden maar ook tegen uw eigen aangekondigd beleid, uw toekomstig beleid. Ik geef drie meerjarige beleidslijnen van het verleden.

Een: het ontwerp van decreet gaat regelrecht in tegen de beleidsoptie die reeds jarenlang over alle partijgrenzen heen, over alle meerderheden heen, ongeacht haar samenstelling, wordt gehuldigd, met name het faciliteren van het verwerven van een eigen woning.

Twee: het ontwerp van decreet gaat ook regelrecht in tegen de wetgeving op het vlak van echtscheiding, die er de laatste decennia steevast naar streeft de conflictperimeter zoveel mogelijk te beperken. Op de hoorzitting was mevrouw Inge Pasteels, projectcoördinator Scheiding in Vlaanderen, hierover bijzonder duidelijk. Ik citeer haar: echtscheiding is “een levenslooprisico. Een extra kost toevoegen aan de verdeling op het moment van de scheiding maakt de negatieve gevolgen van een echtscheiding scherper en maakt de tegenstellingen groter. Die bijkomende lasten gaan in tegen” de “wettelijke evoluties. Streven naar korte duurtijden van procedures, naar een vermindering van conflict en naar een toename van het co-ouderschap gefaciliteerd door behoud van de gezinswoning en tegelijk verhogen van de lasten op moment van scheiding is paradoxaal. De slaagkansen om na scheiding snel en conflictloos opnieuw een stabiele leefsituatie voor alle betrokkenen te realiseren, worden” door het ontwerp “beknot.” “Een mogelijke toename van verkoop aan derden, verhoogt het gevoel van onbillijkheid van de verdeling (…) en verhoogt het conflictgehalte (…).”

Drie: het ontwerp van decreet breekt ook met de traditie om sinds het Lambermontakkoord de eigen Vlaamse fiscale bevoegdheden, minister Muyters, te hanteren als een hefboom voor beleid. De verlaging van de registratierechten, de meeneembaarheid en het abattement hadden en hebben de bedoeling mensen aan te moedigen een onroerend goed te kopen of hun huis te verkopen of een ander te kopen, bij uitbreiding van het gezin, of om desgevallend dichter bij hun werk te gaan wonen.

Mijnheer Sannen, we hebben het er nog niet zo lang geleden over gehad op deze banken. Waar moeten we de beleidssturing van deze belasting zoeken? Meestal kan die worden afgeleid uit het antwoord op de vraag wie het gelag betaalt. Het antwoord is alsdan onthutsend, minister-president. Het kan toch niet de bedoeling zijn om het voor partners tussen wie het echt niet meer klikt, moeilijker te maken wanneer ze beslissen uit elkaar te gaan.

Zoals gezegd, niet alleen breekt het ontwerp van decreet met zeer weloverwogen keuzes uit het verleden, het staat ook haaks op beleidsvoornemens die de Vlaamse Regering zelf stelt. Ik geef een voorbeeld: het bestrijden van de toenemende armoede. Nogmaals citeer ik uit de hoorzitting mevrouw Inge Pasteels: “Een extra kost toevoegen aan de verdeling kan de sociaaleconomisch zwakke partijen bijkomend benadelen en de verschillen in terugval en in herstel naar gender en/of opleiding versterken.”

Ook de kinderrechtencommissaris liet zich niet onbetuigd. Ik vat zijn uitgebreid standpunt samen in vijf punten.

Een: financieel bekeken is een scheiding een zware dobber. Met het voorliggende ontwerp van decreet komt het prijskaartje voor een scheiding nog hoger te liggen.

Twee: hoewel kinderen niet rechtstreeks betrokken zijn bij deze materiële verdeling, raakt het wel hun levenskader. Onder meer het recht van kinderen om een passende levensstandaard te genieten, zoals geformuleerd in artikel 27 van het internationale kinderrechtenverdrag, kan door het ontwerp van decreet in het gedrang komen.

Drie: ouders die hun ouderschap reorganiseren via een toebedeling van de gezinswoning aan een van hun beiden staan voor een hogere kost als het verdelingsrecht wordt opgetrokken. Deze maatregel druist in tegen de ondersteuningsvisie.

Vier: een verhoging van het verdelingsrecht is voor ons, collega’s van CD&V, een gezinsonvriendelijke maatregel, die scheidende ouders en kinderen in een kwetsbare periode treft.

Vijf: vanuit een ondersteuningsvisie lijkt het me zinvol de kosten en de drempels bij een scheiding en een reorganisatie van het ouderschap zo laag mogelijk te houden. In die zin valt het te overwegen de kosten ten gevolge van de verdeling van een onroerend goed bij een echtscheiding met kinderen gewoon af te schaffen. Ik verwijs in dit verband naar de amendementen 19 en 20 van Open Vld, Groen en LDD.

Dit brengt me bij het advies van het Vlaams Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting. Samengevat komt de conclusie erop neer dat uit armoedeonderzoek blijkt dat alleenstaanden met kinderen een sterk verhoogd risico op armoede kennen. Het lijkt het steunpunt dan ook belangrijk na te gaan welke impact deze maatregel kan hebben. Bovendien lijkt het het steunpunt belangrijk na te gaan wat de politieke motivering was toen de reeds bestaande maatregel werd ingevoerd. Deze maatregel zou dan ook het best aan de actuele beleidsoriëntatie worden afgetoetst.

Minister Lieten, ik ben blij dat u net even opkeek. Ik wil het namelijk even over u hebben. Hebt u de door het steunpunt gevraagde armoedetest uitgevoerd? Volgens het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding moet deze toets pas tegen 2014 worden ingevoerd. In verband met een dergelijke maatregel lijkt een ad-hoctoetsing me evenwel noodzakelijk. Dit zou voor uw politieke geloofwaardigheid als socialist ook de beste verdediging zijn. U houdt de lippen echter stijf op elkaar. U hebt uw fractie als een zetbaas een schijnmanoeuvre laten uitvoeren. Uw fractie heeft aangedrongen op een sociale correctie die er uiteindelijk zelfs geen lijkt te zijn. Ik kom daar straks nog op terug.

Dit betekent dat ons nog de vraag van het steunpunt rest over de politieke motivering ten tijde van de oorspronkelijke invoering en over de confrontatie met de huidige beleidsoriëntatie. Ook deze vraag blijft onbeantwoord. Ik zal echter wat helpen.

De oorspronkelijke wetgeving betreffende de registratierechten dateert van 19 december 1790. Aangezien de eerste revolutionairen hier een puinhoop van hadden gemaakt, is de wet op 22 frimaire 7, oftewel 12 december 1798, integraal herwerkt. Van een verdeelrecht was toen nog geen sprake. We kunnen de revolutionairen dus met rust laten.

De invoering van het bijzonder recht op de verdelingen is pas op 15 mei 1905 voor het eerst in het leven geroepen. Ik schets even het beleidskader in 1905. Toen was de tweede regering van premier de Smet de Naeyer aan de macht. Die regering, die tussen 1899 en 1907 heeft geregeerd, was gevormd door een absolute meerderheid van wat toen nog de Katholieke Partij heette. (Opmerkingen)

In 1831 had de Katholieke Partij bij de invoering van het Burgerlijk Wetboek met tegenzin aanvaard dat de echtscheidingsregels uit de Code Napoléon van 1804 werden overgenomen. In de loop van de 19e en in het begin van de 20e eeuw heeft de Katholieke Partij telkens weer geprobeerd echtscheidingen door middel van nieuwe regels zo veel mogelijk te bemoeilijken. Ik heb, met dank aan het archief van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, een wet uit 1905 gevonden die dit duidelijk aantoont. De wet van 11 februari 1905 heeft de toen al zeer lange procedure voor echtscheiding met onderlinge toestemming nog eens met zes maanden verlengd.

Ik raad iedereen aan die de politieke tijdsgeest een beetje wil vatten, om het werk ‘De levenskracht der bevolking’ te lezen. Die titel moet de heer Van Dijck als muziek in de oren klinken. Dit boek is in 2010 aan de KU Leuven verschenen. Dat is een onverdachte bron. (Opmerkingen)

De heer Van Rompuy heeft natuurlijk wat moeite met een aantal professoren van de alma mater.

Ik citeer een hoofdstuk van professor Van Molle over de eerste decennia van de 20e eeuw.

Ik citeer: “Voor katholieken is de echtscheiding met onderlinge toestemming een godslastering. Het is de negatie van het sacramentele karakter van het huwelijk en markeert de achteruitgang van het beschavingspeil.” Einde citaat. Lees mevrouw Van Molle in het boek ‘De levenskracht der bevolking’, verschenen in 2010.

Minister, laat het duidelijk zijn: 1905. In 1905 waren er 110 echtscheidingen per 10.000 huwelijken. Het heeft wat inspanningen gekost om deze statistiek te vinden, maar het is dan toch gelukt. Met andere woorden: 1,1 procent. Maar ook die schamele 1,1 procent moest aan de kassa passeren wanneer ze de euvele moed had om toch te scheiden. Scheiden was in die tijd, hoe dan ook, zo duur en zo omslachtig dat het was voorbehouden aan de rijkere bourgeoisie. Echtscheidingen waren in 1905 dus zo marginaal en zo ongewenst dat als ik er de parlementaire Handelingen op nalees – in het Frans, met af en toe een woordje in het Nederlands –, de toenmalige wetgever aan de gevolgen van deze verdeeltaks nauwelijks of geen aandacht besteedde.

Minister, vandaag zijn er meer dan 70 procent echtscheidingen. Het is dus geen recht meer van de rijke bourgeoisie, maar van iedereen. In tegenstelling tot 1905, moet u de gevolgen van deze belastingverhoging wel degelijk grondig in kaart brengen. Alle reacties uit de sector zijn unisono: de verhoging met 150 procent zal de armoede, die vaak het gevolg is van scheiden, verder uitdiepen. Kunt u dus een antwoord geven op de vraag van uw steunpunt om deze verhoging te rechtvaardigen vanuit uw beleidsoriëntatie inzake armoedebestrijding? Kom dan alstublieft niet af met de sociale correctie. Die sociale correctie is niet alleen onethisch, ze helpt de gezinnen daarenboven niet.

Laat mij eerst even uitleggen waarom de zogenaamde sociale correctie onethisch is. Het fiscaal voordeel beoogt aandacht te hebben voor de sociale noden en de gezinsaspecten bij een relatiebreuk. Dat is nobel, maar voor Open Vld gelden die sociale noden en de gezinsaspecten bij een relatiebreuk voor alle gezinnen, ongeacht of de partners gekozen hebben voor het huwelijk, een samenlevingscontract of gewoon samenleven met de liefde als enig bindmiddel. Maar dat is niet zo voor de regering. Het abattement en de vrijstellingen gelden wel voor koppels die gehuwd zijn of wettelijk samenwonen, maar wie enkel kiest voor de liefde en dus niet voor de juridische band, heeft pech en betaalt de volle pot. Ook de kinderen die uit die liefde zijn geboren, zijn absoluut de dupe.

Collega’s, voor iedereen in dit halfrond, zou deze vorm van expliciete discriminatie – onuitlegbare discriminatie tussen gezinnen – onaanvaardbaar moeten zijn. De voorzitter van de commissie is mijn getuige – ik kijk in de ogen van de heer Van Rompuy – dat ik dit onaanvaardbaar onderscheid in de commissie herhaaldelijk heb aangeklaagd. Waar of niet? Graag een non-verbale reactie, dank u. Maar het was vruchteloos. Ook de Raad van State liet zich over dit onaanvaardbaar onderscheid meer dan kritisch uit. Naar aanleiding van zijn eerste advies verwees de raad al naar de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en stelde de raad uitdrukkelijk: “Gelet op het vooropgestelde doel van de regeling lijkt er geen verantwoording voor handen te zijn waarom het voordeel niet eveneens zou moeten worden gegeven bij een feitelijk samenwoningsverband.”

Na dit advies ondernam de meerderheid, bij monde van mevrouw Smaers, een poging om een verantwoording op te stellen. Hoewel de meerderheid ervan overtuigd was dat ze daarin was geslaagd, waren wij dat als voltallige oppositie niet. Vandaar: een nieuw advies van de Raad van State. En ja, de Raad van State buisde die verantwoording andermaal. Ik citeer: “Het argument van de meerderheid dat partners hun samenleving hebben geformaliseerd, lijkt geen adequate verantwoording om het fiscale voordeel aan feitelijk samenwonenden te ontzeggen, gelet op het normdoel van het fiscaal voordeel, zijnde de sociale noden en de gezinsaspecten bij een relatiebreuk.”

En zo is het ook. Een onderscheid tussen gezinnen, of ze nu gehuwd zijn, wettelijk samenwonen of alleen maar samenwonen uit pure liefde: dat onderscheid is onaanvaardbaar en zou ons allen moeten kwetsen. Dit ontwerp kwetst eenieder.

Maar ‘wat baten kaars en bril, als den uil niet zien en wil’? Collega’s, met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal dit ontwerp van decreet de toets van het Grondwettelijk Hof niet doorstaan. Het is erg dat deze meerderheid wetens willens een ontwerp van decreet zal goedkeuren dat de rechtspraak niet zal overleven. Misschien hoopt mevrouw Lieten op vernietiging, maar durft ze dat na Uplace niet meer luidop te zeggen.

Collega’s, heel even vloog een zwaluw in het halfrond. Collega Bart Van Malderen deelde op 17 april mee een amendement klaar te hebben met het oog op het sociaal corrigeren van het ontwerp. Daarmee gaf sp.a impliciet toe dat het ontwerp asociaal is. Collega Van Malderen gaf als volgt uitleg aan de pers: “De bedoeling is om de perverse effecten van de taks eruit te filteren. Bij voorkeur schroeven we de taks bij echtscheidingen helemaal terug naar nul, maar er is natuurlijk ook de budgettaire realiteit. We willen niet raken aan de begroting in evenwicht, dus we zullen zien waar we uitkomen in overleg met onze coalitiepartners.”

Ondertussen hebben we gezien waar dat overleg met de coalitiepartners is uitgekomen. Nergens, of in elk geval niet ergens waar de reeds getroffen koppels beter van worden. De budgettaire realiteit gaat voor op het wegwerken van de perverse effecten. Maar wat is die budgettaire realiteit, collega’s? De realiteit is dat deze regering op een budget van 26.600 miljoen euro geen 40 miljoen euro alternatieve besparingen vindt. De realiteit is dat deze regering de uitgaven niet wil verminderen met 0,15 procent om deze verdeeltaks te vermijden. De realiteit is dat deze regering een kindpremie met ongeveer dezelfde budgettaire kost invoert, die gefinancierd zal worden ten koste van scheidende koppels en hun kinderen. De realiteit is dat de aangekondigde groei van onze economie met 0,5 procent meer dan volstaat om deze miserietaks niet alleen niet te verhogen, maar zelfs, zoals Open Vld voorstelt, volledig af te schaffen. (Applaus bij de oppositie)

Wat is de realiteit van de door sp.a gevraagde sociale correctie? De realiteit is dat alle scheidende koppels zonder kinderen, zijnde 32 procent van alle echtscheidingen, in alle omstandigheden een aanzienlijke belasting zullen moeten betalen, die voor een modale gezinswoning van 300.000 euro zal oplopen tot 6250 euro. De realiteit is dat alle scheidende koppels met één, twee, ja zelfs drie kinderen, zijnde 66 procent van alle echtscheidingen, met een modale gezinswoning van 300.000 euro, tot 2750 euro extra belastingen zullen moeten betalen.

De realiteit is dus dat 98 procent van alle scheidende koppels met een gezinswoning van minstens 200.000 euro – dat betreft dus een bescheiden woning van de kleine middenklasse – het slachtoffer wordt van dit decreet. Het resultaat staat in deze tabel. (De heer Sas van Rouveroij toont een tabel)

Deze tabel kleurt rood, bloedrood. Dat is het resultaat van uw sociale correctie. Welk pervers effect heeft sp.a hier weggewerkt, mijnheer Van Malderen? Dat één zwaluw nog geen zomer maakt, is dus duidelijk. De weergoden geven mij overigens meer dan gelijk. Ik denk dat de definitie van pervers voor CD&V, de N-VA en sp.a niet deze is van Open Vld. Voor Open Vld is pervers het onnodig bemoeilijken van het uit elkaar gaan van partners. Voor Open Vld is pervers de financiering van de kindpremie te laten voorgaan op het bestrijden van armoede ingevolge scheiding. Voor Open Vld is het pervers gezinnen die voor elkaar hebben gekozen uit de liefde maar zonder juridische band slechter te behandelen dan wettelijk samenwonenden en gehuwden. Voor Open Vld is het pervers kinderen het slachtoffer te maken van die keuze door gewoon samenwonenden te discrimineren. Voor Open Vld is het pervers geen sluitende regeling voor gehandicapte kinderen in te bouwen.

Collega’s, het voornemen van de Vlaamse Regering om dit verdelingsrecht met 150 procent te doen stijgen, is dan ook niet enkel uitermate cynisch, maar bovendien immoreel en inhumaan. Een overheid moet mensen helpen om terug op eigen benen te staan, en hen niet in de richting van armoede duwen. Het woord ‘miserietaks’ is dus niet zomaar een oneliner van de oppositie, maar een meer dan terecht epitheton. Beleidsmatig kan geen enkel argument worden gevonden om dit ontwerp van decreet te steunen.

Het is spijtig dat de minister-president er niet meer is, want ik herinner aan de titel van het regeerakkoord: ‘Een daadkrachtig Vlaanderen in beslissende tijden’, met de ondertitel ‘Voor een vernieuwende, duurzame en warme samenleving’. Inhoudsloze woorden wanneer men ze confronteert met dit ontwerp van decreet. Open Vld vraagt u dit decreet te wijzigen door de amendementen 19 en 20 van Open Vld, Groen en LDD goed te keuren, wegens de inhumane fiscale behandeling van partners die beslissen uit de echt te scheiden, de discriminatoire behandeling van feitelijk samenwonenden, de discriminatoire behandeling van gehandicapte kinderen voor wat betreft het abattement, de technisch moeilijke uitvoerbaarheid en extra taakbelasting van de FOD Financiën, de strijdigheid met het weloverwogen gevoerde beleid in het verleden, de strijdigheid met het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding, en ten slotte, wat de meerderheid betreft, de strijdigheid met het regeerakkoord. Als u dat niet doet, is dit een dag van schaamte. (Applaus bij de oppositie)

De voorzitter

Mijnheer van Rouveroij, de minister-president is verontschuldigd wegens een campagne met betrekking tot ex-psychiatrische patiënten, in het kader van de Ronde van Frankrijk. Nadien komt hij terug.

Sas van Rouveroij

Het is een kwestie van keuzes maken, voorzitter.

De voorzitter

Wie ben ik om de minister-president tegen te houden? Overigens merk ik op dat de ministers Lieten en Muyters aanwezig zijn.

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele

Voorzitter, ministers, collega’s, d e laatste maanden zijn wij in de commissie met dit heel moeilijk dossier bezig geweest. Ik denk dat wij op zijn minst hebben kunnen aantonen dat in dit parlement het reglement aan alle partijen toelaat om uitvoerig aan bod te komen. De oppositie had op voorhand aangekondigd dat zij alles zou doen om dit dossier te vertragen. En voor zover het reglement dat toelaat, is dat zonder meer haar goed recht.

De uitvoerige discussie in de commissie heeft alle aspecten van dit dossier – zoals door mevrouw Smaers net aangegeven – grondig behandeld. Alle voor- en nadelen werden beargumenteerd tegenover elkaar geplaatst. Maar het is maar normaal dat vroeg of laat de knoop moet worden doorgehakt. De rechtszekerheid van de burger vraagt dat.

Deze regering heeft zich in 2009 bij het sluiten van het regeerakkoord voorgenomen om de begroting in evenwicht te houden. Dat is en blijft voor mijn partij een cruciale opdracht, zodat we de toekomstige generaties niet bezwaren met de schulden die wij maken. In het verleden is dat al veel te veel gebeurd. Dat kunnen we trouwens in heel Europa zien.

Met die doelstelling voor ogen werd er bij de eerste begrotingsaanpassing een totaalpakket aan maatregelen afgesproken waar de drie partijen in de Vlaamse Regering achter stonden. Voor mijn fractie was het daarbij vooral van belang dat de nadruk op besparingen aan de uitgavenzijde zou liggen. Het pakket dat voorlag, voldeed daar ook aan. Slechts voor ongeveer 5 procent van de totale inspanning zou worden gezocht naar nieuwe inkomsten. Dat was dan de verhoging van 1 naar 2 procent van de verdelingstaks. In 2012 zou deze verhoging 30 miljoen opleveren – ondertussen is dat bijgesteld naar 16 miljoen – en in 2013 40 miljoen. Vorige week kregen we hier nog van Open Vld te horen dat we zelfs de 800 miljoen van de groene stroom uit de algemene middelen zouden moeten halen. Naast de jobkorting, het aanleggen van buffers, het voorbereiden van de staatshervorming, de usurperende bevoegdheden, en ga zo maar verder, hoe men met die maatregelen nog een begroting in evenwicht zou krijgen, begrijp ik niet. Maar deze regering kiest er uitdrukkelijk voor om geen belastingsregering te zijn. (Rumoer. Opmerkingen)

De precieze cijfers van de verdeling binnen die opbrengsten konden ook tijdens de hoorzittingen niet exact worden vastgelegd. Maar het gaat bij benadering om de helft van de inkomsten die uit echtscheidingen komen. Door omstandigheden u allemaal bekend werd het voorstel aangepast en werden sociale correcties ingevoerd waar ook wij als partner in deze regering kunnen achter staan. Bij elk van die stappen werd gelet op de budgetneutraliteit en dus van de begroting in evenwicht.

Collega’s, het is niet altijd gemakkelijk, en zeker niet altijd even plezant, om onze verantwoordelijkheid op te nemen. Maar de budgettaire en economische toestand dwingt er ons nu eenmaal toe. (Rumoer)

En alhoewel er lichte tekenen van verbetering zijn aan de economische horizon, blijft het onze plicht om voorzichtig te zijn. Wij blijven dan ook achter het totaalpakket van begrotingsmaatregelen staan zoals dat in de schoot van de regering werd afgesproken. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Geachte voorzitter, geachte collega’s, geachte leden van de regering, uw stilte is oorverdovend. Uw weigering om in debat te gaan, spreekt boekdelen. Gisteren was een feestdag, vandaag is een trieste dag. Het is een trieste dag, in de eerste plaats voor mensen die hun huwelijk op de klippen zien lopen en die daarvoor door deze Vlaamse Regering meer dan dubbel zo zwaar bestraft worden. Wat hebben zij u misdaan?

Minister, iedereen weet dat wie in een echtscheiding verwikkeld zit, er financieel op achteruit gaat, en bijgevolg extra belastingen kan missen als kiespijn. Uit de hoorzittingen en uit wetenschappelijke studies is gebleken dat een scheiding vaak het begin is van een neerwaartse spiraal, die kan uitmonden in bittere armoede. Het voornemen van deze regering om het verdeelrecht met 150 procent te doen stijgen, is dan ook niet enkel cynisch en hardvochtig, het is ook pervers. Een overheid moet immers mensen helpen om weer op eigen benen te staan en hen niet verder de put induwen.

Mensen die een echtscheiding doormaken, proberen vaak in alle stilte het verleden te verwerken en een nieuwe toekomst uit te bouwen. Het mag en kan dan ook niet de bedoeling zijn dat hun toekomst wordt gehypothekeerd door de overheid. Dat is nochtans wat u doet. Dit ontwerp van decreet legt een regelrechte hypotheek op de toekomst van scheidende koppels en hun kinderen. De nieuwe verdeeltaks bepaalt dat op een huis met een waarde van ongeveer 250.000 euro, de inkopende partner met twee kinderen 4000 euro verdeeltaks betaalt in plaats van 2500 euro nu. Dat is veel geld voor wie een huis aan het afbetalen is. Dat u de burger nu wilt laten geloven dat er een sociale correctie heeft plaatsgevonden, is dan ook ronduit bedrieglijk.

Viceminister-president, het is vandaag een trieste dag, in het bijzonder voor scheidende vrouwen. Want uit grootschalig internationaal onderzoek naar de oorzaken van armoede bij mannen en vrouwen, dat ik uitvoerig heb toegelicht in de commissie, blijkt dat echtscheiding de meest frequente oorzaak is van armoede bij vrouwen. U moet hen steunen, niet het leven proberen moeilijk te maken wanneer ze proberen de thuis van kun kinderen te redden.

Het is vandaag ook een trieste dag voor de kinderen van ouders die scheiden. De kinderrechtencommissaris die we toch bezwaarlijk van enige politieke partijdigheid kunnen verdenken, zei daarover: “Een verhoging van het verdeelrecht is voor ons een gezinsonvriendelijke maatregel die scheidende ouders en kinderen in een kwetsbare periode treft. In die zin valt ook te overwegen om de kosten bij de verdeling van een onroerend bij een echtscheiding met kinderen gewoon af te schaffen.”

Viceminister-president, collega’s van de meerderheid, vandaag is vooral een trieste dag voor scheidende ouders met gehandicapte kinderen. Door het feit dat u het abattement afhankelijk maakt van de kinderbijslag, worden zij door dit ontwerp van decreet extra hard aangepakt en gediscrimineerd omdat gehandicapte kinderen vanaf 21 jaar hiervoor niet in aanmerking komen. Niet iedereen is inbegrepen.

Ik had aan de minister-president willen vragen of deze discriminerende maatregel deel zal uitmaken van zijn politieke erfenis. Wordt deze vergissing mee deel van de erfenis van Peeters II? Minister Lieten, knaagt dit niet aan uw geweten? Ik begrijp niet dat u daar niet van wakker ligt. Ik in elk geval wel. Dit is er zo ver over. Dit is zo beschamend. Uw regering, die toch al als los zand aan elkaar hangt, dreigt elk moreel gezag te verliezen door de onaanvaardbare discriminatie van gehandicapte kinderen. En ook al gaat het om een beperkt aantal gevallen, bedenk dan het volgende: “Wie betrouwbaar is in het kleinste, is ook betrouwbaar in het grote. En wie onrechtvaardig is in het kleinste, is ook onrechtvaardig in het grote.” (Opmerking van de heer Ludo Sannen)

Zo schreef inderdaad de evangelist Lukas, hoofdstuk 16, vers 10. U kent uw Bijbel, mijnheer Sannen.

Het is vandaag ook een trieste dag voor de politiek, volgens mij om twee redenen. In de eerste plaats voor die politici en beleidsmakers die de afgelopen decennia geijverd hebben en erin geslaagd zijn om van echtscheiding niet langer een sociale schande maar een recht te maken waarbij de schuldvraag niet langer centraal staat en de negatieve consequenties beperkt worden. Zo wilde de wetgever het aantal conflicten bij echtscheidingen, de zogenaamde vechtscheidingen, beperken. Dat is gelukt, maar die verworvenheden worden door dit ontwerp van decreet deels tenietgedaan.

Verder staat onze geloofwaardigheid als politici op het spel omdat ik nog niemand in dit halfrond een geloofwaardig inhoudelijk pleidooi heb horen houden voor deze miserietaks.

Erger nog, uit de vele informele gesprekken die ik hierover met collega’s uit de meerderheidspartijen heb gevoerd in de wandelgangen, blijkt dat niemand, maar dan ook werkelijk niemand, dit onding wil, niet bij sp.a, niet bij CD&V, niet bij de N-VA. Hoe triest is het dat wij als politieke klasse er niet in slagen om dit slechte ontwerp van decreet van tafel te krijgen? Niemand wil dit en toch komt het er: dan zit er iets goed fout in de werking van onze democratie. We hebben in de commissie gezegd wat moest worden gezegd, maar er was geen enkele bereidheid om er ook maar enigszins rekening mee te houden.

De voormalige Oostenrijkse minister van Financiën, Joseph Schumpeter, schreef ooit: “Het budget is het skelet van de staat ontdaan van alle ideologieën.” Anders gezegd: als de cijfers spreken, vallen de maskers af. De maskers zijn afgevallen. Deze Vlaamse Regering is niet bezorgd om een warme samenleving. Ze heeft een laffe aanval ingezet op mensen die in de miserie zitten, op kinderen en op gehandicapte kinderen van gescheiden ouders. Uw ‘warme Vlaamse samenleving’ is niet meer dan een holle slogan. Uw warme samenleving bezorgt vele mensen koude rillingen.

Collega’s, wij verschillen vaak van mening over het te voeren beleid: over bruggen, over tunnels, over trams, over scholen, over boomkikkers. De afgelopen drie jaar heb ik goede en slechte maatregelen zien passeren. Maar nooit was ik zo kwaad en ‘gedegouteerd’ als vandaag. Over de miserietaks kan er geen discussie bestaan. Elke rechtgeaarde democraat, van welke politieke familie ook, beseft dat de miserietaks de ethische en morele grenzen van het politieke bedrijf ver overschrijdt.

De hoogte van belastingen kan worden bepaald door draagkracht of gebruik van een overheidsdienst, maar de belastinggrondslag is steeds een economische gebeurtenis waarbij men erop vooruit gaat, door inkomen uit arbeid of door een erfenis. Nergens in de wereld en in de westerse geschiedenis heft men belastingen op tegenspoed, op pech, op verarming. Dat is wel het geval bij de Vlaamse echtscheidingstaks. Daarom is deze scheidingstaks onrechtvaardig, asociaal, nooit gezien, verwerpelijk en schandalig. Men heft geen belasting op verarming, men discrimineert geen gehandicapte kinderen. Dat ik u dat nog moet uitleggen, gaat mijn petje te boven.

Collega’s, de Vlaamse Regering is zo verdeeld over zo veel dossiers, en zeker over de scheidingstaks, dat zich voor mij als oppositieleider de vraag stelt: wie moet ik hierop aanspreken? Wie is hiervoor verantwoordelijk, wie heeft dit ziekelijke voorstel op tafel gelegd? Was het een voorstel van sp.a, van CD&V of van de N-VA?

Het lijkt weinig waarschijnlijk dat sp.a dit voorstel op tafel heeft gelegd. Fractieleider Van Malderen en vice-minister-president Lieten hebben beiden de miserietaks als “sociaal onrechtvaardig” bestempeld, terecht. Mijnheer Van Malderen, gedurende 24 uur was u mijn grote held. U hebt geprobeerd om eigenhandig de miserietaks tegen te houden. Het riep zelfs even het beeld op van die eenzame demonstrant op het Tienanmenplein die de colonne tanks probeert tegen te houden. (Gelach)

Maar er is een verschil, want u stond daar niet alleen. Wanneer een partij haar fractieleider vooruitstuurt, geruggensteund door de viceminister-president, is er geen weg terug. U had moeten doorzetten: ‘Ça passe ou ça casse.’ Dat hebt u niet gedaan. U bent gezwicht. De minister-president heeft u tot een smadelijke capitulatie gedwongen. U zat stilletjes als een geslagen hond op de persconferentie, waar de minister-president als enige het woord voerde. Waar hebben we dat nog gezien? De persconferentie had enkel tot doel om duidelijk te maken dat de minister-president de sp.a- rebellie had neergeslagen. Een pyrrusoverwinning, want deze rebellie was niet de laatste en zal niet de laatste zijn.

Minister Lieten, even had u de moed van uw overtuiging, vijf minuten politieke moed, en toen krabbelde ook u terug. Nochtans had uw partij het destijds over een “belasting op tegenspoed”. Het is al geciteerd. Het is goed om u daarmee opnieuw te confronteren.

Uw partij zei letterlijk: “Op zo’n moment spuwt de overheid de mensen in het gezicht. De partner die de woning overkoopt, moet op het andere deel registratierechten betalen terwijl er al registratierechten werden betaald bij de aankoop. Men mag de mensen niet twee keer laten betalen.” Dat is een analyse die ik volkomen kan onderschrijven. Alleen is er in de politiek blijkbaar een hemelsbreed verschil tussen woord en daad. ‘Encore des mots, rien que des mots, toujours des mots.’

Mevrouw Lieten, w aarom bent u niet ingegaan op het voorstel van de heer Van Rompuy om een alternatieve besparing te zoeken? Mooie woorden, maar uiteindelijk was ook u niet bereid om consequenties te trekken en uw foliekes, zoals het derde VRT-net, op te geven in ruil voor de afschaffing van de miserietaks.

Ik verwijs even naar de heer Sannen, die daarnet al twitterde: “Vandaag wil Muyters dat wij het ontwerp van decreet over de verdeeltaks stemmen, waarvan de complexiteit exponentieel groter is dan de meeropbrengst. Wat nu, Bart De Wever?” Mijnheer Sannen, u moet hier uw mond opendoen, maar u mag niet! (Applaus bij de oppositie)

U mag niet, of u hebt blijkbaar onder de meerderheid afgesproken om hier niets te zeggen. Het lijkt wel het Noord-Koreaanse parlement! (Applaus bij de oppositie)

Kameraden van de sp. a, het is nog niet te laat. Ik roep u op om nee te stemmen, als daden voor u belangrijker zijn dan woorden.

Mevrouw Heeren, u bent ondertussen gearriveerd. In februari 2004 diende u samen met enkele partijgenoten van CD&V een voorstel van decreet in om de scheidingstaks tot 0 procent te reduceren. Ik lees de toelichting even voor: “Mensen die uit de echt scheiden, moeten meestal een moeilijke en harde periode doorstaan. Op allerlei terreinen moeten er oplossingen worden gevonden: de administratieve rompslomp moet gebeuren, kinderen, ouders, familie en vrienden moeten worden ingelicht, verhuisplannen moeten worden gemaakt, enzovoort.” Het is al geciteerd, maar ik doe het graag opnieuw: “Wanneer de woning in eigendom is van de beide (ex-)partners, is de verdeling ervan een bijzonder netelige kwestie. Naast de emotionele geladenheid die een dergelijke verdeling met zich meebrengt, heeft ze ook een financieel gevolg dat niet te onderschatten is en dat voor extra problemen kan zorgen. (...) Wij (...) stellen” dan ook “voor om (...) het tarief (…) te wijzigen van 1 % naar 0 %.” (Applaus bij de oppositie)

Mevrouw Heeren, 0 procent miserietaks: dat was pas een warm en solidair voorstel. Mevrouw Heeren, wat is er gebeurd? Wat is er met u gebeurd? Wat is er gebeurd met de Veerle Heeren uit 2004? Gaat u straks die verhoging van de miserietaks van 1 naar 2,5 procent goedkeuren terwijl u zelf gepleit hebt voor de integrale afschaffing? Bent u van gedachten veranderd en, zo ja, waarom? Staat u niet meer achter de argumenten uit uw eigen voorstel van decreet, die ik zonet geciteerd heb? Wat is er veranderd? Zeg het mij. (Opmerkingen van de heer Erik Tack)

Collega’s van de CD&V, zullen jullie nu het tegenovergestelde goedkeuren van wat jullie enkele jaren geleden zelf voorstelden? Wat bezielt jullie in godsnaam? Is deze bijkomende financiële tegenslag voor scheidende mensen soms een vorm van immanente rechtvaardigheid? Denk niet: “Vader, vergeef het ons, want we weten niet wat we doen” – Lucas, hoofdstuk 23, vers 24. Jullie weten perfect wat jullie doen. In de verte kraait de haan al een tweede keer. Broeders en zusters van de CD&V, het is nog niet te laat. Ik roep jullie op om nee te stemmen, als jullie trouw willen zijn aan jullie overtuiging.

De miserietaks is op tafel gekomen tijdens de begrotingscontrole in februari om de begroting van 2012 te doen kloppen. Het is met andere woorden een zuiver budgettaire maatregel en zou dus afkomstig kunnen zijn van het kabinet Begroting, N-VA. De minister van Begroting heeft ook nooit andere argumenten dan het begrotingsevenwicht ingeroepen om de miserietaks te verdedigen. Dat toont aan dat zijn kabinet op vlak van de sociale gevolgen van echtscheidingen eigenlijk geen bagage heeft.

Collega’s van de N-VA, iedereen weet dat de miserietaks er moet komen om jullie kindpremie te financieren: 30 miljoen euro, die versnipperd wordt tot een premie van 30 eurocent per dag per kind, waar geen kat in Vlaanderen op zit te wachten. Dit is geen goed bestuur. Dit is ronduit belachelijk en ronduit cynisch. Want om de N-VA toe te laten aalmoezen van 30 cent per dag uit te delen, persen jullie mensen met een tegenslag uit. 4000 euro pakken met de ene hand, en 30 cent toestoppen met de andere. “Ik hoop dat jullie even hard van die ironie kunnen genieten als ikzelf.” Want uitgerekend jullie werpen zich op als de verdedigers van de Vlaamse middenklasse. Hoe kunnen jullie – na de afschaffing van de jobkorting voor 500 miljoen euro – voorstander zijn van een zuivere belastingsverhoging die vooral gezinnen treft die een eigen woning proberen, of probeerden, te verwerven en waarvan velen door de maatregel hun droom gefnuikt zien? Wat we zelf doen, is niet altijd beter.

Minister van Begroting, u verkoopt deze miserietaks onder het mom van het bewaken van een zeer strikte begrotingsorthodoxie. Ook ik ben voorstander van een zeer strikte begrotingsorthodoxie, maar nooit, ‘jamais’, op de kap van mensen die in de miserie zitten. Ook binnen uw filosofie van het nominale begrotingsevenwicht is het perfect mogelijk om de miserietaks af te schaffen. Alleen al de hogere economische groei maakt de miserietaks onnodig. U weet dat. Iedereen weet dat.

Bovendien – en dat past binnen mijn filosofie – is er geen zinnig mens in Vlaanderen die gelooft dat er binnen een budget van meer dan 26 miljard euro geen 40 miljoen alternatieve besparingen te vinden zijn. Ik wil u meteen een concreet voorstel doen: schaf de nutteloze kindpremie af, en we komen er al.

Collega’s van de N-VA, de Duitse dichter Bertolt Brecht schreef: “Erst das Essen, dann die Moral.” Welnu, aangezien de budgettaire noodzaak is weggevallen, blijven er enkel morele bezwaren over en is het de vraag of jullie – ondanks deze morele bezwaren – deze immorele miserietaks toch gaan goedkeuren. Is dit het resultaat van de Vlaamse strijd voor fiscale autonomie? Is dit waarvoor jullie de Vlaamse belastingen willen ge- en misbruiken? Voor de creatie van “Nieuwe Vlaamse Armoede”? Of stemmen jullie vandaag voor, en gaat morgen Bart De Wever weer ergens kritiek staan geven op de scheidingstaks? (Applaus bij de oppositie)

Het is hier en nu dat jullie moeten handelen. Kompanen van de N-VA, het is nog niet te laat. Ik roep u op om ‘nee’ te stemmen. Als uw strijd voor een warm Vlaanderen oprecht is.

Leden van de regering, het cynische politieke machtsspel dat jullie hebben gespeeld rond de miserietaks toont haarscherp aan dat deze regering vooral met zichzelf bezig is, en niet ten dienste staat van de burger. Nooit ofte nimmer is de taksverhoging de inzet van de discussie geweest. Er speelden andere belangen. De hamvraag blijft dan ook waarom u zo hardvochtig blijft ijveren om dit jaar 16 miljoen euro (en vanaf volgend jaar 40 miljoen euro) bijkomende inkomsten te genereren op kap van de zwakkeren. Waarom treft deze regering zo’n flagrant slechte en kwade maatregel? Er is geen enkel zinnig inhoudelijk argument om de miserietaks te verantwoorden tenzij meer geld in de schatkist door een belastingverhoging. Of gaat het misschien om een sturende belasting om mensen ertoe aan te zetten niet te scheiden en zo de scheidingstaks te vermijden?

Minister-president, ik richt mij finaal tot u. Ik doe appel op uw rechtvaardigheidsgevoel en ethisch besef. U weet ook dat de miserietaks geen politiek en geen maatschappelijk draagvlak heeft, dat een belasting op verarming onrechtvaardig is, dat de miserietaks asociaal en pervers is omdat hij mensen die in de miserie zitten nog dieper in de financiële put duwt, dat deze taks kind- en vrouwonvriendelijk is omdat zij de eerste slachtoffers van een echtscheiding zijn, dat de miserietaks feitelijk samenwonenden en gehandicapte adolescenten discrimineert, dat deze taks strijdig is met het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding en ook de toets met uw regeerakkoord niet doorstaat, dat de budgettaire noodzaak geweken is. U weet dat allemaal.

Waarom dan deze miserietaks er kost wat kost op kap van sociaal zwakkeren door jagen? Waarom niet de moed opbrengen om resoluut ‘neen’ te zeggen tegen dit kwade idee, zodat u ’s morgens in de spiegel kunt kijken en zeggen dat u gehandeld hebt in overeenstemming met uw geweten? Hebt u soms schrik om gezichtsverlies te leiden?

Eerlijk gezegd, minister-president, het imago van uw Vlaamse Regering is al zo zwaar gehavend, dat ik mij afvraag: gezichtsverlies ten aanzien van wie? Ten aanzien van mevrouw Lieten, die tegen was? Ten aanzien van de heer De Wever, die morgen tegen zal zijn? (Gelach)

Gezichtsverlies ten aanzien van de verenigde oppositiepartijen of van de Vlaamse publieke opinie? Ja, allemaal willen wij die miserietaks weg.

Eerlijk gezegd, ik geloof niet dat de afschaffing tot gezichtverlies zou leiden. Integendeel, uw gezag, uw moreel gezag, zou hersteld worden door de afschaffing van deze maatregel. Het is nog niet te laat, minister-president. Waar een wil is, is een weg. De weg is er, nu nog de wil. (Applaus bij de oppositie)

Collega’s, ten slotte roep ik u allen, en in het bijzonder de leden van de meerderheid, op om naar de stem van uw geweten te luisteren. Het geweten valt niet te bedwingen. Het achtervolgt u, ook op uw vakantie, die voor de deur staat. Ik roep u op om de enige gewetensvolle keuze te maken die u kunt maken en dat is dit immorele ontwerp van decreet wegstemmen. Ik dank u. (Applaus bij de oppositie)

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Voorzitter, minister-president, minister, collega’s, kan het contrast nog groter zijn dan tussen 11 juli en 12 juli? 11 juli is onze Vlaamse feestdag, 12 juli ‘the day after’. Gisteren: de vlaggen, het feest, de grote woorden, de grote waarden. Vandaag: de meerderheid kop in kas, zwijgzaam en een regering, een meerderheid, die kiest voor de centen, niet voor de mensen. Het contrast is onvoorstelbaar groot.

Minister-president, deze regering toont soms harde, cynische trekjes. De heer Tack had eigenlijk wel een punt toen hij over uw glimlach sprak, uw lach die zo sympathiek is, maar die in dezen een grijns wordt. Bij uitstek dit debat toont het ware gelaat van deze regering. Er waren overweldigende tegenargumenten, er is een beperkte budgettaire impact, er zijn alternatieven, en toch gaat deze regering door, toch gaat deze meerderheid door. De meerderheid wil dit er kost wat kost doordrukken. Dit is misplaatste trots boven strategie. Dit is zelfgenoegzaamheid boven gevoeligheid. Dit is een kille boekhouderslogica boven zorg en warmte.

Ik dacht, minister-president, dat het regeerakkoord van september 2009 koos voor een warm Vlaanderen, solidair met de meest kwetsbaren in deze regio. Ik dacht dat. Ik heb het regeerakkoord opnieuw doorgenomen. U brengt er heel weinig van terecht, u slaagt er niet in.

Ik heb uw mooi boek, Pact 2020, mee. U moet dat echt eens regelmatig doorbladeren. Op pagina 199 gaat het over de huishoudens die onder de nationale armoederisicodrempel vallen. Hun aantal stijgt de jongste vier jaar. Wat verder gaat het over de evolutie van de kansarmoede-index van Kind en Gezin. Die kansarmoede stijgt: in 2007 bedroeg ze 7,4 procent, en ondertussen is dat al 8,6 procent. Minister-president, dat betekent dat de situatie echt wel moeilijk is, dat heel wat mensen in moeilijkheden geraken. Van een regering die zegt te kiezen voor een warm Vlaanderen, zou ik dan verwachten dat ze voorzichtig is als ze maatregelen neemt, als ze ontwerpen van decreet voorstelt. Ik zou verwachten dat ze bekijkt welke impact dat heeft op diegenen die het nu moeilijk hebben. U doet dat niet.

De citaten zijn al gevallen. Er is het steunpunt Scheiding in Vlaanderen, dat u mee financiert. Ik citeer: “Een extra kost toevoegen aan de verdeling op het moment van de scheiding maakt de negatieve gevolgen van een echtscheiding scherper en maakt de tegenstellingen groter. (…) De slaagkansen om na scheiding snel en c onflictloos opnieuw een stabiele leefsituatie (…) te realiseren, worden (…) beknot.” De kinderrechtencommissaris zegt: “Een verhoging van het verdelingsrecht is voor ons een gezinsonvriendelijke maatregel, die scheidende ouders en kinderen in een kwetsbare periode treft.” Minister-president, waar bent u mee bezig? Heren en dames van de meerderheid, waar bent u mee bezig? Uit uw verklaringen in de commissie kon ik opmaken dat de meesten niet gelukkig waren met deze maatregel, en toch gaat u ermee door. Ik denk dat dit debat later bekend zal worden als het debat van de krokodillentranen. De krokodillentranen van Bart Van Malderen, die stelde dat dit ontwerp van decreet onaanvaardbaar was, maar nu aan het twitteren is, en ondertussen zal slikken. Mijnheer Van Malderen, u zult toch slikken? Of de krokodillentranen van CD&V, die in 2004 het tarief wou afschaffen. Mevrouw Heeren is helemaal op de achterste rij gaan zitten: kan het symbolischer? Krokodillentranen, mevrouw Heeren. Of de krokodillentranen van de N-VA, die kiest voor de hardwerkende Vlaming, zolang die maar niet in een echtscheiding terechtkomt.

Afwezigen hebben altijd ongelijk, zegt men. Soms hebben afwezigen gelijk. Vandaag heeft de grote afwezige gelijk. Bart De Wever stelde naar aanleiding van 11 juli dat Vlaanderen niet goed bezig is. Hij had het over de regeldrift, over de complexiteit die we inbouwen, over het web aan overlappende regels. Hij stelde dat we daar iets aan moeten doen. Hij heeft dat nog maar net verklaard, en het eerste ontwerp van decreet waarover we stemmen, maakt alles ingewikkelder. De FOD Financiën stelt dat er een bijkomende werklast zal zijn. De constructie met het abattement en de sociale correctie, die eigenlijk meer een demografische correctie is, maakt alles ingewikkelder. Er zijn de diverse categorieën: de gehuwden, de mensen die een jaar wettelijk samenwonen. Zij krijgen die vrijstelling. Er zijn de feitelijk samenwonenden. Dat maakt het allemaal ingewikkelder. Net voor 11 juli is alles dus te complex, maar het eerste dat we doen na 11 juli, is een complex zootje maken van een ontwerp van decreet over het verdeelrecht.

Is het trouwens toevallig dat dit verdeelrecht 1 procent bedroeg? Waarom heeft men vroeger altijd gekozen voor een laag tarief? Dit is niet toevallig: het tarief was zo laag om conflicten te vermijden bij de verdeling. De heer van Rouveroij is al ingegaan op de rechtsleer: daar zien we steeds de vraag of er eigenlijk nog wel rechten moeten worden geheven op zaken waarop al belastingen werden betaald, de vraag of ter zake een tarief moet worden gehanteerd dat te zwaar is om een conflictueuze verdeling te vermijden.

En bijkomend, mijnheer Van Malderen: het verdeelrecht stijgt nu van 1 procent naar 3,5 procent. We komen heel dicht bij het gunsttarief dat beroepsverkopers krijgen, namelijk 4 procent registratierechten. Tussen 1 procent en 4 procent is er wel een groot verschil. Maar nu, mijnheer Van Malderen, komen we wel zeer dicht bij het gunsttarief voor de beroepsverkopers. Vindt u dat goed, mijnheer Van Malderen? Vindt u het goed dat we mensen die in een echtscheiding terechtkomen, bijna even zwaar belasten als de beroepsverkopers? Ziet u het onderscheid? De beroepsverkopers, de immobiliënboeren, om het wat oneerbiedig te zeggen: 4 procent gunsttarief. Mensen die in een echtscheiding zijn terechtgekomen en dat niet hebben gewild: 2,5 procent. Dat ligt wel heel erg dicht bij elkaar. Waarom heeft men daar niet gezocht? Waarom is er niet voor gekozen om het gunsttarief aan te passen? Dat is perfect mogelijk, maar men doet het niet. Dat zegt natuurlijk veel over deze meerderheid en het zegt ook veel over een aantal partijen.

Collega’s, deze regering koppelt zich eigenlijk los van een deel van de samenleving. Het is bijna een autistische houding, overtuigd van het eigen grote gelijk. Mensen die een echtscheiding meemaken, hebben het moeilijk. Een warm Vlaanderen zou deze mensen moeten steunen en helpen en daarom is deze miserietaks een ware schande. (Applaus bij de oppositie)

De voorzitter

De heer Strackx heeft het woord.

Felix Strackx

Voorzitter, ik neem aan dat we straks de amendementen nog mogen toelichten?

De voorzitter

Geen enkel probleem.

Minister Muyters heeft het woord.

Voorzitter, ik ga niet alle elementen herhalen die we in de commissie lang en uitvoerig hebben besproken. Die zijn vandaag in de plenaire vergadering nog uitvoerig aan bod gekomen. Ik wil ook zeker het begrotingsdebat van de eerste begrotingsaanpassing niet opnieuw voeren, waarin de Vlaamse Regering een inspanning heeft geleverd om de begroting in evenwicht te houden. We hebben de keuze gemaakt om veel op uitgaven te werken, een klein deel op belastingen te zetten en in elk geval om ervoor te zorgen dat we met de besparingen de investeringen in onderzoek en ontwikkeling en in de doelstelling om meer mensen te activeren, zeker niet zouden fnuiken.

Anders dan ik vandaag heb gehoord, heeft de regering wel geluisterd naar de kritiek van iedereen die is komen spreken in de commissie. De regering heeft ook goed geluisterd naar de experten die daar hebben gesproken en ook naar de leden van het Vlaams Parlement. Dat luisteren heeft ertoe geleid dat er effectief amendementen zijn ingediend van parlementsleden van de meerderheid samen met de regering. Een van de experten heeft er ook op gewezen dat we moesten opletten voor complexiteit omdat dat enkel leidt tot meer onduidelijkheid, meer discussies en meer rechtszaken.

De Vlaamse Regering heeft zich aangesloten bij de voorstellen van wijziging door de parlementsleden, met name rond de abattementen. Het ontwerp van decreet en de ingediende amendementen werden meermaals, zoals u weet, door de Raad van State besproken. Aan de opmerkingen van de Raad van State is wat mij betreft zeker tegemoetgekomen, zowel door de aanpassingen van de tekst als door de aanpassingen van de verantwoording. Ik herhaal de woorden van de Raad van State: het zal het Grondwettelijk Hof toekomen om zich in voorkomend geval uit te spreken over de deugdelijkheid van de gegeven verantwoording, iets wat ook op amendementen van de oppositie door de Raad van State naar voren wordt gebracht.

Ik wil nog even focussen op drie belangrijke inhoudelijke kritieken. Eerste punt: waarom geen feitelijke samenwonenden? De meerderheid heeft ervoor gekozen om de correctie enkel toe te staan voor duurzame samenlevingsvormen waarbij men bewust kiest voor zowel rechten als plichten die een dergelijke samenlevingsvorm met zich meebrengt.

Het gaat er in die visie niet enkel om deel te nemen aan de rechtenzijde van het verhaal, zonder ook verantwoordelijkheid te willen nemen voor de plichten die men ten opzichte van elkaar heeft. Wettelijk samenwonenden genieten bijvoorbeeld ook erfrecht ten opzichte van elkaar, terwijl feitelijk samenwonenden dat niet hebben.

Het tweede punt is de technische uitvoerbaarheid. We hebben, zoals het ook hoort, aan de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën gevraagd of de maatregelen technisch uitvoerbaar zijn. De FOD Financiën heeft duidelijk gesteld dat de Administratie van Fiscale Zaken geen opmerking heeft over de technische uitvoerbaarheid stricto sensu.

Het derde punt ten slotte is de link met de kinderbijslag. Het abattement geldt enkel voor kinderen die ook recht hebben op kinderbijslag. Dat is een keuze voor een ruim bereikbare en ook goed definieerbare groep. Elkeen van ons zou wel een apart geval kunnen bedenken waarin een of andere zorgrelatie gelijkaardige rechten zou moeten kunnen oproepen, maar wij hebben gekozen voor de minste vorm van complexiteit en de grootst bereikbare groep. De leden van de commissie Financiën en Begroting zullen zich ongetwijfeld de waarschuwingen herinneren in de hoorzitting van de vertegenwoordiger van het notariaat, met name dat elke uitzondering kansen creëert op een nieuwe discriminatie. De keuze die de meerderheid heeft gemaakt, kan daardoor worden verklaard. Natuurlijk en vanzelfsprekend zullen we alle elementen van deze maatregel verder beoordelen in al zijn facetten.

Ik rond af en ik weet zeker dat ik namens de hele meerderheid spreek. De verhoging van de verdeeltaksen is voor de N-VA, CD&V en sp.a de keuze geweest in een totaalpakket van begrotingsmaatregelen, nodig om de begroting 2012 in evenwicht te houden. De Vlaamse meerderheid heeft de keuze gemaakt voor slimme besparingen en gerichte investeringen in een duurzame groei van de Vlaamse economie.

De voorzitter

De heer Tack heeft het woord.

Erik Tack

Ik zal niet meer antwoorden op wat minister Muyters heeft gezegd. Dat verhaal kennen we al uit de commissie. Het debat nodeloos rekken, heeft ook niet veel zin meer. Ik denk dat de teerlingen al lang geworpen zijn. Iedereen weet dat er met wat er uit de oppositie is gekomen, op geen enkele, maar dan ook geen enkele manier rekening werd, wordt en zal worden gehouden.

Minister-president, toch wil ik me andermaal, in een ultieme poging, tot u wenden, tenzij ik voor mijn beurt spreek en u zinnens was het woord te vragen. Vandaag heerste hier een oorverdovende stilte, en dat staat in fel contrast met de felle debatten die we hier dikwijls meemaken. Die stilte is bijzonder veelzeggend. Ze zegt veel meer dan wat alle sprekers hebben gezegd.

Minister-president, ik richt me in een ultieme poging tot u. Ik heb u een reeks vragen gesteld. Zult u zich als antwoord op de zaken waarover ik u heb aangesproken, als boegbeeld van de Vlaamse Regering vandaag in stilte blijven hullen? Zult u de lippen op elkaar houden en absoluut weigeren op mijn meer dan terechte opmerkingen en zorg te reageren? Zult u er dan echt niets over zeggen? Voor mij moet u dat niet doen, maar ik vind het veelbetekenend dat u niet de intentie hebt om ook maar iets te wijzigen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, minister Muyters heeft zowel in de commissie als nu in de plenaire vergadering de reactie namens de Vlaamse Regering gegeven, en ik heb daar niets meer aan toe te voegen.

Filip Watteeuw

Voorzitter, het heeft geen zin meer nog grote replieken te geven. Ik kan alleen maar zeggen dat het hele debat, ook het debat van vandaag, aantoont dat deze regering en deze meerderheid extreem ongevoelig zijn voor wat leeft in de samenleving. (Applaus bij Open Vld)

Lode Vereeck

Minister-president, roep, tier of schreeuw. U mag zich niet wegsteken. Geef uw tegenargumenten. U hebt er geen. Het is beschamend. (Applaus bij de oppositie)

Sas van Rouveroij

Ik stel vast dat de stilzwijgendheid van sp.a daarnet het meest betekenisvol was. (Applaus bij de oppositie)

Griet Smaers

De oppositie wekt de indruk dat de meerderheid tijdens deze plenaire vergadering het woord niet meer wil nemen. Dit is een duidelijke keuze. We hebben in de commissie gedurende zes maanden over dit ontwerp van decreet gediscussieerd. We hebben daarover beraadslaagd. Er zijn adviezen van de Raad van State gekomen. Er is een antwoord op die adviezen geformuleerd. De oppositie mag niet de indruk wekken dat geen antwoord op alle argumenten is gegeven. We nemen vandaag niet het woord omdat we hier in de commissie al zes maanden aan hebben gewerkt. (Applaus bij sp.a)

Lode Vereeck

Mevrouw Smaers, als dat klopt, moeten we hier geen enkel debat meer voeren dat ooit al in de commissie is gevoerd. (Applaus bij de oppositie)

We hoeven hier geen enkel debat meer te herkauwen dat al in de commissie is gevoerd. Meer dan ooit moeten we onze ethische debatten in de plenaire vergadering voeren. U had in dit plenum, voor de camera’s en voor het Vlaamse volk, moeten spreken. (Applaus bij de oppositie)

De voorzitter

De heer Schueremans heeft het woord.

Herman Schueremans

Voorzitter, dit lijkt me het moment voor alle aanwezige ‘human beings’ om hier iets tegen te doen.

Minister-president, mevrouw de minister, mijnheer de minister, het is nooit te laat. Dit is het moment. We kunnen dit niet maken. (Applaus bij de oppositie)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2011-12, nr. 1529/14)

– Artikel 1 wordt zonder opmerkingen aangenomen.

Aan de orde is de stemming over amendement 19 van de heren van Rouveroij, Vereeck, Watteeuw en Van Mechelen, mevrouw Werbrouck en de heer Caron tot vervanging van artikel 2. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2011-12, nr. 1529/19)

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, dit amendement wil het verdeelrecht afschaffen, van 1 procent tot 0 procent reduceren, voor al de mensen in Vlaanderen die scheiden. Met dit amendement willen we, in tegenstelling tot de Vlaamse Regering, geen onderscheid maken tussen de verschillende gezinsvormen. Indien de meerderheid dit amendement goedkeurt, zullen de gehuwden, de wettelijk samenwonenden en de feitelijk samenwonenden van de afschaffing van het verdeelrecht kunnen genieten. (Applaus bij de oppositie)

De voorzitter

Begin van de stemming.

Stemming nr. 1

Ziehier het resultaat:

94 leden hebben aan de stemming deelgenomen;

39 leden hebben ja geantwoord;

54 leden hebben neen geantwoord;

1 lid heeft zich onthouden.

Het amendement is niet aangenomen.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, wij stellen vast dat zonder de stemmen van de oppositie het quorum niet zou worden bereikt. Wij hebben het debat willen aangaan, onder de voorwaarden die het reglement ons oplegt, maar het is wel aan de meerderheid om ervoor te zorgen dat het quorum wordt bereikt. (De oppositie verlaat het halfrond)

De voorzitter

De heer Van Eyken heeft het woord.

Christian Van Eyken

Voorzitter, ik heb een stemafspraak met mevrouw De Vits.

Ik heb een stemafspraak met mevrouw Poleyn.

De voorzitter

Aan de orde is de stemming over artikel 2.

Stemming nr. 2

Ziehier het resultaat:

59 leden hebben aan de stemming deelgenomen;

55 leden hebben ja geantwoord;

4 leden hebben zich onthouden.

Het quorum is niet bereikt.

Ik pas artikel 50 van het reglement toe, dat zegt dat als het quorum bij een hoofdelijke stemming niet wordt bereikt, de voorzitter de vergadering schorst voor ten hoogste één uur.

Ingekomen documenten en mededelingen
Regeling van de werkzaamheden

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.