U bent hier

De voorzitter

Bespreking

Dames en heren, aan de orde is de motie van de heren Dirk Van Mechelen en Sas van Rouveroij en Marnic De Meulemeester en de dames Mercedes Van Volcem en Gwenny De Vroe tot onderzoek door het Rekenhof naar de aanwending van de onderhouds- en restauratiepremies voor onroerend erfgoed.

De bespreking is geopend.

De heer Van Mechelen heeft het woord.

Dirk Van Mechelen

Voorzitter, we hebben deze voormiddag al een boeiend debat gevoerd over een ander onderwerp. Ik zou hier toch gedurende twee minuten aandacht willen vragen voor een motie die wij hebben ingediend. Deze motie is op een aantal vaststellingen van de voorbije jaren gebaseerd. Die vaststellingen komen voort uit een aantal door ons gestelde schriftelijke vragen en uit de debatten die we in de commissie hebben gevoerd.

Waar gaat het over? We stellen vast dat, op basis van adviezen van de Inspectie van Financiën, maar ook van het Rekenhof, waarbij ik in het bijzonder verwijs naar het onderzoek dat het Rekenhof in oktober 2007 uitvoerde, men op het vlak van restauratiepremies binnen de onroerend-erfgoedsecor tot de ontwikkeling van een methodiek is gekomen waardoor op basis van objectieve criteria premies worden toegekend. Het gaat hier over de fameuze Argus+-methode. Criteria zijn daarbij onder meer de ontvankelijkheid, de toestand van het gebouw, de complexiteit van het dossier en de aard van de werken. Op basis daarvan wordt een ranking opgesteld die in het verleden meestal werd gevolgd om de premie toe te kennen.

Tot mijn grote verbazing antwoordde minister Bourgeois mij op een schriftelijke vraag van maart 2012 dat van dit rankingsysteem werd afgestapt en dat nu het fifo-principe wordt gehanteerd: first in, first out. Dit betekent dus dat men de dossiers op basis van de ingediende volgorde zou beoordelen en betoelagen.

So far, so good, iedereen maakt zijn eigen beleidskeuzes. Maar er is de vaststelling dat ook de klassieke voorafnames, zoals we die kennen voor bijvoorbeeld stockaanbestedingen of vooronderzoeken of rechtzettingen, werden aangedikt met voorafnames op grond van beleidsbeslissingen, waarbij ik onder meer verwijs naar WO I, de Vlaamse Rand en private monumenten. Vandaag merkt men aldus dat nogal wat aanvragers van restauratiepremies wegvluchten naar het systeem van onderhoudspremies.

Op zich is dat niet zo erg, zij het daardoor de essentie van de zaak, met name goed onderhoud om restauratie te voorkomen, onderuit gehaald dreigt te worden.

We stellen vast dat in de begroting 2012 in 47 miljoen euro is voorzien voor restauratiepremies. Maar liefst 46 miljoen euro daarvan werd besteed in het kader van voorafnames waardoor zelfs het fifo-principe met de voeten wordt getreden. Immers, er blijft amper 2 procent of circa een miljoen euro van het beschikbare budget over voor toekenning volgens een objectieve ranking.

Open Vld stelt vast dat de wachtlijst ondertussen is opgelopen tot 77 miljoen euro voor ontvankelijk verklaarde dossiers. Daarnaast is er voor ongeveer 100 miljoen euro aan nog niet ontvankelijk verklaarde dossiers.

Daarom stellen we voor dat het Rekenhof een objectief onderzoek verricht naar de manier waarop thans met aanzienlijke overheidsmiddelen wordt omgegaan en om desgevallend het roer om te keren en terug te gaan naar de Argus+-methode.

De voorzitter

De heer Sauwens heeft het woord.

Johan Sauwens

De uiteenzetting van de heer Van Mechelen bevat nobele doelstellingen. We moeten er inderdaad voor zorgen dat het rechtmatige vertrouwen van eigenaars van beschermde monumenten niet geschonden wordt zodat zij te gelegener tijd een beroep kunnen doen op de restauratie- of op de onderhoudspremie. Het steeds langer worden van de wachtlijsten is in die zin geen goede zaak. Ingrijpen is dus noodzakelijk. De spoeling wordt trouwens dun omdat steeds meer monumenten bescherming genieten.

Ik wil er u echter op wijzen dat deze regering de kredieten – zowel de vastleggingskredieten als de beleidskredieten voor restauratie – enorm heeft opgetrokken. Dat zal ook in de toekomst verder moeten gebeuren, ongeacht wie deze verantwoordelijkheid zal hebben.

Ik ben echter van mening dat deze bespreking niet hier thuishoort, maar wel in de begrotingsbespreking. Mijnheer Van Mechelen, zowel in uw als in mijn tijd was het de minister die uiteindelijk de restauratiepremies toekende op basis van een reeks overwegingen waarvoor hij zich moet verantwoorden en motiveren. Dat is ook nu zo. Deze discussie mogen we enkel voeren in aanwezigheid van de minister zodat hij zich kan verdedigen. De weg van het Rekenhof is mijns inziens niet de juiste.

De handleiding die men tien jaar geleden hanteerde, is niet eens wettelijk vastgelegd. Ik denk dat minister Bourgeois, binnen het decretale en budgettaire kader dat door dit parlement werd goedgekeurd, correct heeft gehandeld en zijn beleid correct heeft uitgevoerd.

Onze fractie zal deze motie dus niet goedkeuren.

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Voorzitter, de motie geeft volgens ons op vele punten geen correcte informatie en insinueert een aantal dingen die elke grond missen.

De indieners verwijzen een aantal keer naar een onderzoek van het Rekenhof van 2007. Het Rekenhof maakte in dat onderzoek inderdaad interessante opmerkingen over de periode vóór de huidige minister bevoegd was voor het erfgoed. Ik ga er niet verder op in, gezien het gevorderde uur. De heer Van Mechelen heeft het over Argus+. Het voorstellen alsof dit de enig zaligmakende methode is, doet de waarheid geweld aan. Ook het Rekenhof stelt dat het in de tweede programmering 2006 die gebaseerd was op Argus+, niet duidelijk was waarom de minister de projecten koos die hij koos. Op basis van de rangorde dienden in de openbare sector en in de sector erediensten, volgens het Rekenhof andere projecten te worden gekozen, en dat was dan op basis van Argus+. We weten dat Argus+ geen sluitende garantie biedt en dat wordt ook door verschillende deskundigen bevestigd. Ik wil er trouwens op wijzen dat de Argus+-methode, die ook gebruikt werd voor overheidsopdrachten, daar al enige tijd niet meer mag worden gebruikt.

De indieners stellen ook vragen over de invulling van het programma. De Inspectie van Financiën heeft de eerste programmering 2012 gunstig geadviseerd. De inspectie stelde zelfs in haar advies dat het geheel van de voorafnames verantwoord en noodzakelijk is. Heikel punt is natuurlijk – en collega Sauwens raakt dat ook aan – dat er een discrepantie bestaat tussen het aantal ontvankelijk verklaarde dossiers en het beschikbare budget, met een wachtlijst tot gevolg. Ook in de vorige regeerperiode was er een lange wachtlijst, die op een bepaald moment werd gereduceerd door kredieten tijdelijk te verhogen, nadat in het begin van die regeerperiode de kredieten verlaagd waren. Recurrente maatregelen zijn er toen ook niet genomen.

In die context ben ik blij dat de tweede budgetcontrole 2012 toch opnieuw extra middelen toekent voor de premies waardoor het vastleggingskrediet nagenoeg even hoog is als in 2009. Ik heb in de commissie herhaaldelijk gepleit om de middelen voor restauratie en onderhoud van erfgoed op te krikken, maar we weten natuurlijk allemaal in welke budgettaire situatie wij ons bevinden.

De Inspectie van Financiën zei dus dat de voorafnames verantwoord en noodzakelijk zijn. De minister heeft door een wijziging van het Restauratiepremiebesluit gezorgd voor een kader voor de meerjarige subsidieovereenkomsten waar die aan moeten voldoen. Er zijn dossiers met cofinanciering, onder meer in het kader van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), en we moeten oppassen dat we deze subsidies niet verliezen.

Voor dringende werken voor de stabiliteit van een monument, waterinsijpeling enzovoort, is uitstel van restauratie vaak niet de beste keuze. In de rapporten van Monumentenwacht wordt telkens aangetoond dat die ingrepen echt nodig zijn.

Er is ook gesproken over de Vlaamse Rand en over Wereldoorlog I. Ik wil er toch op wijzen dat, ondanks de bewering van de indieners, er in 2012 geen voorafnames zijn gebeurd voor dossiers in de Vlaamse Rand. Voor Wereldoorlog I gaat het over acht dossiers, maar dat is ook opgenomen als beleidsprioriteit in de beleidsbrief van de minister.

Voorzitter, tot zover enkele reacties. Ik zou er veel meer kunnen geven want het is uiteraard een heel uitgebreid dossier. Ik hoop toch voldoende te hebben aangetoond dat in de motie dingen staan die niet helemaal correct zijn. Daarom zullen wij die motie niet steunen.

Dirk Van Mechelen

Voorzitter, ik denk dat de argumenten van de beide collega’s eigenlijk bijkomende motivaties zijn om het Rekenhof – dat de waakhond is van dit Vlaams Parlement bij het besteden van de middelen – eens een objectieve studie te laten maken over hoe het er nu aan toe gaat. Voor alle duidelijkheid: in 2008-2009 waren we er na een inspanning van bijna tien jaar in geslaagd om de wachtlijsten af te bouwen en bijna volledig weg te vagen. Ik stel vast dat ze nu ontzettend vergroten. Vlaanderen is ermee gebaat dat we dit objectief in kaart laten brengen. Mijnheer Sauwens, dan kunnen we op basis van het rapport van het Rekenhof, de discussie voeren in de commissie, in het bijzijn van de minister.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over de motie houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.