U bent hier

Plenaire vergadering

vrijdag 6 juli 2012, 9.01u

van Bart Martens, Robrecht Bothuyne, Liesbeth Homans, Michèle Hostekint, Sonja Claes, Marc Hendrickx en Dirk de Kort
1639 (2011-2012) nr. 1
De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van decreet van de heren Bart Martens en Robrecht Bothuyne, de dames Liesbeth Homans, Michèle Hostekint en Sonja Claes en de heren Marc Hendrickx en Dirk de Kort houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de milieuvriendelijke energieproductie.

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Taeldeman, verslaggever, heeft het woord voor een mondeling verslag.

Valerie Taeldeman

Voorzitter, collega’s, de Commissie voor Woonbeleid, Stedelijk Beleid en Energie heeft het voorliggende voorstel van decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de milieuvriendelijke energieproductie, behandeld op 13, 21, 26 en 28 juni 2012.

In overleg met mijn collega-verslaggevers Hermes Sanctorum en Irina De Knop is afgesproken dat ik uitgebreid mondeling verslag zou uitbrengen. Zij zullen straks wel nog voor hun eigen fractie het woord voeren.

De toelichting door de indieners vond plaats op 13 juni.

Eerste indiener Bart Martens kondigt het voorstel van decreet aan als een grondige hervorming van het ondersteuningsmechanisme voor duurzame stroom uit hernieuwbare bronnen en voor elektriciteit en warmte uit warmte-krachtkoppeling.

Het huidige systeem is slachtoffer van het eigen succes. Een sterke daling van de prijs van zonnepanelen heeft een heuse rush veroorzaakt. De marktprijs waaraan distributienetbeheerders de betreffende certificaten kunnen doorverkopen, ligt echter veel lager dan de decretaal bepaalde minimumprijs die ze aan producenten moeten betalen. Het verschil wordt verrekend in het nettarief en is voor rekening van de eindafnemer. Zoiets schaadt het maatschappelijke draagvlak voor de ondersteuning van zonnepanelen.

Een ander probleem is het gigantische overschot aan certificaten voor hernieuwbare elektriciteit. De vraag op de certificatenmarkt beantwoordt niet meer aan de productie, met een instorting van de prijs per certificaat tot gevolg. Daardoor zijn installaties niet meer rendabel en verdwijnt de stabiele investeringsbasis.

De Vlaamse Regering heeft reeds in 2011 ingegrepen met een ontwerp van decreet en kondigde tegelijk een grondige evaluatie aan. Na overleg tussen kabinet, administratie en alle betrokken stakeholders kwam er in oktober 2011 een beleidsadvies van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) en het Vlaams Energieagentschap (VEA). Zij stelden voor om het certificatensysteem niet helemaal af te schaffen, maar wel grondig te hervormen en te verfijnen.

Het voorliggende voorstel van decreet volgt dit advies op, stelt de heer Martens. Het haalt alle vormen van oversubsidiëring uit het certificatensysteem. Voor nieuwe PV-installaties zal de minimumprijs per certificaat vanaf 1 augustus 2012 terugvallen op 90 euro. De gegarandeerde toekenningsduur van dergelijke certificaten wordt teruggebracht op tien jaar.

Tegelijk verhoogt het voorstel ons ambitieniveau voor groene stroom tot 20,5 procent, met het oog op de Europese 2020-doelstellingen. Als België zijn doel van 13 procent hernieuwbare energie wil halen, is specifiek voor elektriciteit een hoger percentage noodzakelijk.

Een andere doelstelling van het voorstel is een rechtvaardiger spreiding van de kosten. De steun per type technologie moet precies hoog genoeg zijn om die technologie rendabel te houden. Ook verschuiven er kosten van de distributienetbeheerders naar de leveranciers, waardoor de doorrekening niet langer enkel bij de gebruikers van het distributienet terechtkomt.

Het nieuwe certificatensysteem maakt komaf met de automatische toekenning van 1 certificaat per megawattuur (MWh), dat sommige technologieën al te winstgevend heeft gemaakt. Het introduceert het aspect banding, dat de berekening van het aantal certificaten laat afhangen van de betreffende technologie. Het VEA zal een observatorium oprichten dat voor elke technologie de onrendabele top berekent en geregeld updatet. De Vlaamse Regering werkt de rekenmethode uit, gebaseerd op de kosten van investeringen en onderhoud, de elektriciteitsprijs en de operationele kosten. Nieuw is dat de Vlaamse Regering de banding kan goedkeuren bij ministerieel besluit, waardoor niet langer elke bijsturing van het steunmechanisme een parlementaire behandeling behoeft.

Een andere innovatie houdt in dat leveranciers alleen de reële kosten van hun verplichte certificatenaankoop mogen doorrekenen aan hun klanten. In het verleden rekenden ze vaak automatisch de hogere boeteprijzen door.

Het nieuwe systeem beperkt het aantal jaren waarin certificaten worden toegekend. Voor installaties die vóór 1 januari 2013 zijn geplaatst, komen er certificaten gedurende de eerste tien jaar vanaf de eerste ingebruikname. Indien voor dergelijke installaties een minimumsteun geldt, kunnen ze certificaten krijgen voor maximaal tien jaar óf de gegarandeerde duur van de minimumsteun. Installaties met een startdatum vanaf 1 januari 2013 krijgen groenestroomcertificaten (GSC’s) voor de duur van hun afschrijvingstermijn. In beide gevallen kan die periode onder bepaalde voorwaarden worden verlengd, aangezien het voortzetten van een bestaande installatie goedkoper kan uitvallen dan de bouw van een nieuwe installatie.

Er zullen geen certificaten gaan naar HE-productie (hernieuwbare energie) die uitvoering geeft aan de komende Europese verplichting betreffende hernieuwbare energie in nieuwbouw en grondig gerenoveerde woningen. Wat al verplicht is, hoeft niet meer te worden aangemoedigd.

Nieuw is ook dat de beheerder van het hoogspanningsnet zelf de minimumsteun moet garanderen voor injecties op zijn net.

Het systeem van garanties van oorsprong wordt losgekoppeld van het certificatensysteem, aangezien niet langer alle hernieuwbare energieproductie recht geeft op certificaten.

Met het oog op de vermelde quotumverhoging naar 20,5 procent is het nodig om het overschot op de certificatenmarkt te doen krimpen. Daarom verdubbelt het voorstel de levensduur van certificaten tot tien jaar. Dat verlost de netbeheerders van de druk om hun certificaten snel op de markt aan te bieden. Voor netbeheerders die hun certificaten een poos bewaren, komt er een rentesubsidie.

Mevrouw Liesbeth Homans voegt toe dat de indieners bedrijven die inherent veel energie nodig hebben, geen zwaar concurrentieel nadeel hebben willen berokkenen. Vandaar een aspect van degressiviteit in de groenestroomverplichtingen van grote gebruikers. Die degressiviteit geeft energie-intensieve bedrijven – waaronder ook kmo’s – een vrijstelling van 40 tot 98 procent op hun groenestroomkosten. Zo benut Vlaanderen ten volle een van de weinige instrumenten waarover het beschikt om grote werkgevers een korting toe te staan.

Voorts wijst mevrouw Homans erop dat de steun voor technologie die niet afhankelijk is van een externe brandstof, omgekeerd evenredig zal zijn met de elektriciteitsprijs, aangezien de geproduceerde stroom vanzelf meer opbrengt bij een hogere marktprijs.

De heer Robrecht Bothuyne is tevreden dat dit voorstel van decreet de oversubsidiëring aanpakt, die iedereen in zijn energiefactuur kan voelen. De pers maakt gewag van een afbouw van de steun aan zonne-energie, maar aangezien de terugverdientijd van zonnepanelen in het huidige systeem is teruggevallen tot een schamele vijf jaar, was het hoog tijd om die oversubsidiëring een halt toe te roepen.

Tot zover de toelichting van de indieners.

Op 21 juni hoorde de commissie vertegenwoordigers van de VREG, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), de Milieu- en Natuurraad van Vlaanderen (Minaraad), de Federatie van de Belgische Elektriciteits- en Gasbedrijven (FEBEG), de Organisatie voor Duurzame Energie (ODE) en PV-Vlaanderen, de sectorfederatie voor fotovoltaïsche zonne-energie.

Op 28 juni hield de commissie de algemene en artikelsgewijze bespreking en stemde de commissie over het voorstel van decreet en de 32 amendementen die waren ingediend.

Volgens de heer Hermes Sanctorum heeft de tijdrovende onenigheid binnen de coalitie de groene energie in Vlaanderen geen goed gedaan. Het uiteindelijke voorstel van decreet kwam veel te laat en was legistiek abominabel. De VREG heeft meteen gereageerd met een hele rits amendementsvoorstellen, terwijl de Raad van State in haar spoedadvies gewag maakt van een regeringsinitiatief dat als voorstel van decreet is ingediend om adviesprocedures te vermijden.

Toch bevat het voorstel positieve aspecten. Naar het voorbeeld van het efficiëntere Waalse model introduceert het een bandingsysteem. Ten tweede zal de doorrekening van kosten niet meer louter via distributienettarieven gebeuren, wat steeds ten koste ging van gezinnen en kleine bedrijven. Ook is de heer Sanctorum het eens met een aanpak van de oversubsidiëring, en met de vrijstelling voor energie-intensieve bedrijven die in rationeel energieverbruik (REG) hebben geïnvesteerd.

Maar onder impuls van de N-VA is die vrijstelling veel te algemeen, en de ondergrens van 1 gigawattuur veel te laag. Wat is daarvan de ratio? De VREG vindt NACE-codes (Nomenclature Générale des Activités Économiques dans les Communautés Européennes) trouwens geen goede parameter voor de energie-intensiteit van een bepaalde nijverheid.

Bij de zogenaamde verhoging van het ambitieniveau plaatst de heer Sanctorum de kanttekening dat de hernieuwbare-energiesector heeft berekend dat dit voorstel amper 11,5 procent hernieuwbare energie zal opleveren.

De certificatenstop na tien jaar zal voor gevolg hebben dat een coöperatie als Ecopower, die zelfgeproduceerde groene stroom aan zijn klanten levert, certificaten moet kopen van uitbaters van jongere installaties. Dat is de wereld op zijn kop. Hoewel het voorstel van decreet in een mogelijke verlenging van het certificatenrecht voorziet, werpt het daarvoor een veel te hoge drempel op. Het resultaat zal kapitaalsvernietiging zijn.

Onder meer de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG) bestempelt groenestroomcertificaten voor afvalverbranding als oversubsidiëring. Als de meerderheid aanmoediging overbodig vindt voor wat zo al verplicht is, dan moet ze die regel consequent toepassen.

De meerderheid heeft alleen oog voor kostenefficiëntie op korte termijn. De voorgestelde regeling stimuleert voornamelijk biomassa-installaties en laat de – stijgende – aankoopprijs van biomassa zelfs meetellen voor de bandingfactor.

Hernieuwbare energie met een hogere installatiekost maar minder of geen variabele kosten wordt benadeeld ten opzichte van goedkopere installaties met een hoge variabele kost, zoals biomassa. Bovendien houdt de ondersteuning geen rekening met afhankelijkheid van het buitenland, duurzaamheid en luchtvervuiling. De voorgestelde regeling is een resolute keuze voor grootschalige biomassaprojecten. Ter compensatie van grote projecten kan de banding zelfs in het nadeel van andere technologieën worden aangepast.

Zonne-energie wordt daarentegen hard aangepakt. De indieners gaan voorbij aan het feit dat de recente dumpingprijs van zonnepanelen niet duurzaam is, maar het gevolg van een tijdelijke overproductie. Door het decreet van vorig jaar is in 2012 geen enkel project meer gerealiseerd met een capaciteit van meer dan 250 kilowattpiek. Met de voorgestelde regeling zullen ook particuliere projecten niet meer rendabel blijken.

De heer Sanctorum vraagt zich voorts af hoe dit voorstel van decreet het enorme overschot aan warmte-krachtcertificaten zou helpen oplossen.

De maximale bandingfactor van 1,25 zal de ontplooiing van innovatieve technologie fnuiken, terwijl die op termijn de beste oplossingen kan aanreiken. De beslissing om de bandingfactoren elk jaar te updaten, zal bovendien leiden tot investerings- en rechtsonzekerheid.

De toelichting maakt melding van een overeenkomst met de netbeheerder over een capaciteitstarief voor zonnepanelen. Maar de VREG merkt terecht op dat het huidige Energiedecreet injectietarieven voor groene stroom verbiedt, besluit de heer Sanctorum. Een capaciteitstarief is een injectietarief.

Ook mevrouw Irina De Knop herinnert eraan dat de Raad van State het ontwijken van belangrijke overleg- en adviesverplichtingen heeft aangekaart. Het grote aantal amendementen van de meerderheid vormt het beste bewijs van de gebrekkige procedure. Het commissielid wijst op de erg technische aard van het voorstel van decreet. Bovendien blijven nog heel wat cruciale randvoorwaarden open voor invulling achteraf.

Mevrouw De Knop betreurt het uitblijven van een grondige hervorming. In de plaats krijgen we nog maar eens een reparatie – wellicht niet de laatste – van een mank systeem. Wanneer stellen we het hele certificatensysteem eindelijk eens in vraag? De meeste EU-lidstaten kiezen een andere optie, bijvoorbeeld een feed-insysteem of overheidssubsidies. Om de consument te beschermen zou de regering ten minste een maximumkostprijs van het ondersteuningssysteem moeten vastleggen. Maar dit voorstel van decreet schuift enkel wat kosten door van de distributienetbeheerder naar de leverancier, wat op de uiteindelijke energiefactuur geen effect zal sorteren.

De eventuele gunstige prijsimpact van bepaalde voorgestelde maatregelen zal door de aangekondigde quotumverhoging helemaal verdwijnen. Mevrouw De Knop vraagt meer duidelijkheid over het exacte tijdspad.

Onduidelijk is ook welke categorieën van bedrijven meer zullen betalen en welke minder. Veel zal afhangen van het aangekondigde convenant.

Intussen heeft de VREG ervoor gewaarschuwd dat leveranciers een extra marge zullen aanrekenen om de vele nieuwe onzekerheden te bufferen. Voorts acht de VREG het onmogelijk een afdoende controle te organiseren op de certificatenverrekening. Het voorgestelde bankingsysteem maakt het dan weer erg moeilijk om een solidarisering tussen netbeheerders te realiseren en de marktwaarde van een certificaat correct in rekening te brengen. De VREG verwacht dat het nieuwe systeem minder transparant, minder rechtvaardig en minder efficiënt zal zijn. Het zal de marktwerking verstoren ten nadele van kleine leveranciers.

In 2011 heeft Open Vld in een reflectienota gevraagd om het energiebeleid te financieren uit de algemene begroting, en daarbij vooral op energiebesparing te focussen. Daaraan geeft dit voorstel geen gevolg.

Voorts vindt de fractie dat de NQ-optie (afschaffing quotumplicht) onvoldoende is onderzocht: een systeem met minimumsteun per technologie, maar zonder quotumverplichting. De huidige Q-optie stelt producent en leverancier bloot aan risico’s. Die zullen ze doorrekenen aan de eindklant. Het belemmert de markttoegang voor nieuwe spelers. En dan is er nog de mogelijkheid dat de leveranciers gewoon de boeteprijs doorrekenen. Tariefcontrole is in deze geliberaliseerde markt aartsmoeilijk. Van artikel 13, dat bepaalt dat leveranciers qua groene stroom alleen hun reële uitgaven mogen aanrekenen, stelt de Raad van State dat het federale materie betreft.

Anderzijds staat Open Vld wel achter de doorgedreven en geactualiseerde differentiatie van de ondersteuning, gebaseerd op de onrendabele top. De invoering van een banding is een goede zaak.

De fractie heeft altijd gepleit voor minder steun aan zonnepanelen en lanceerde al eerder een voorstel om de betreffende certificaten tot tien jaar te beperken, maar ze wil zeker niet dat deze sector kopje-onder gaat. Daarom is een retroactieve ingreep uit den boze. Installateurs moeten hun orderboekjes aan de huidige voorwaarden kunnen uitvoeren. Waarom de steun voor zonne-energie niet laten afhangen van de onrendabeletopberekening? Vanwaar het vaste bedrag van 90 euro per certificaat?

Het aantal groenestroomcertificaten wordt opgetrokken, met het argument dat een aantal grote centrales sluit. Zullen ook kleine spelers met een biomassa-installatie gebaat zijn bij deze maatregel?

Bevat het voorstel voldoende garanties met betrekking tot de levenscyclusanalyse van biomassa-installaties en het duurzame gebruik van grondstoffen?

In plaats van bij het VEA een nieuw observatorium op te richten, pleit mevrouw De Knop voor een versterking van de VREG, die ter zake over de meeste expertise beschikt.

Voorts stelt het commissielid dat de kostenverschuiving van distributienetbeheerder naar leverancierstarieven een aspect van retroactiviteit tot 1 januari 2012 bevat. Daardoor zullen geswitchte klanten nog facturen krijgen van hun oude leverancier. Daarnaast verhoogt de voorgestelde regeling de administratie- en ICT-kosten van de leveranciers. Waarom niet gewoon de publicatie in het Staatsblad als startmoment laten gelden?

De SERV is om diverse redenen geen voorstander van certificatenbanking. Uiteindelijk worden daardoor alleen maar kosten doorgeschoven en loopt de totale kostprijs verder op. Mevrouw De Knop vindt dat een nieuw decreet beter schoon schip maakt met een scheefgroei uit het verleden. De Vlaamse Regering belooft intussen een gegarandeerd bedrag als de certificatenberg na 2014-2015 niet verkocht raakt, maar wie krijgt daarvan de rekening gepresenteerd?

Dat energie-intensieve bedrijven met het oog op hun concurrentiekracht een vrijstelling genieten, is logisch. Maar als zowel gezinnen als grote bedrijven minder moeten bijdragen, zijn de kmo’s wellicht de dupe.

Het vooropgestelde principe van investeringszekerheid klinkt mooi, maar de verhoogde complexiteit zal de rechtszekerheid doen afnemen en daardoor investeerders juist afschrikken.

Tot slot vraagt ook mevrouw De Knop uitleg bij de aangekondigde netvergoeding.

De heer Bart Martens betwist het verwijt over overdreven haast en spoed. Het voorstel van decreet bevat een weloverwogen hybride systeem, dat de beste elementen van certificaten en feed-in verenigt. De Raad van State spreekt ten onrechte van een verdoken ontwerp. Het voorstel is een gezamenlijk werkstuk van het kabinet en de parlementaire indieners. De betrokken actoren en adviesorganen zijn uitvoerig geraadpleegd.

De heer Martens vindt het bizar dat uitgerekend Open Vld veeleer de belastingbetaler dan de consument wil laten betalen voor het ondersteuningssysteem. Het voorstel zal de lasten trouwens rechtvaardiger spreiden over alle gebruikerstypes. Vandaar het voornemen betreffende een capaciteitstarief, dat in weerwil van de VREG-kritiek niet in strijd is met het verbod op injectietarieven. Het gaat immers om een capaciteitsvergoeding naargelang de aansluiting. Sinds Elia een injectietarief vraagt aan grootschalige centrales, is het verbod op injectietarieven bij distributienetbeheerders hoe dan ook niet meer nodig.

De degressiviteit stelt energie-intensieve bedrijven niet vrij van REG-investeringen. Die moeten ze in een convenant opnemen.

De vermelde 11,5 procent groene stroom is niet meer dan het resultaat op basis van het strikte quotumtraject naar 7200 gigawattuur. Daarin zijn unieke projecten niet meegerekend. Alleen al de ombouw van de centrale van Langerlo zou het totaal doen oplopen tot 9000 gigawattuur. Evenmin meegerekend is alle groene stroom uit installaties die geen steun meer krijgen.

Er is geen sprake van voorrang voor grootschalige biomassacentrales. Elk biomassaproject zal zijn merites moeten bewijzen om in aanmerking te komen voor steun. De milieuvergunning biedt ruimte voor extra criteria betreffende duurzame brandstof en zuivere uitstoot. Als unieke projecten de verhouding tussen de vraag en het aanbod op de certificatenmarkt zouden bedreigen, zal het quotum worden opgetrokken.

De enorme rush naar zonnepanelen, de duurste vorm van duurzame energie, was niet langer houdbaar. Maar de indieners betwisten ten stelligste dat hun voorstel de sector zal doen instorten. Volgen hun eigen berekening zal de terugverdientijd van nieuwe PV-installaties minder dan tien jaar bedragen, wat hen gezien hun levensduur van twintig jaar rendabel houdt. Met al zijn verklaringen over vermeende onrendabiliteit schaadt de sector alleen maar het eigen imago. Wel is het de bedoeling om plantages van meer dan 250 kilowattpiek te ontmoedigen, omdat hun productie zelden kan dienen voor lokaal gebruik.

Het overschot aan warmtekrachtcertificaten wordt wel degelijk aangepakt door degressiviteit en een stopzetting na vier jaar.

Als voor innovatieve technologie de bandingfactor niet flexibel genoeg blijkt, bestaan daar nog altijd andere mechanismen voor, zoals economische expansiesteun, innovatiesteun en ecologiepremies.

Dat de voorgestelde regeling de rechtszekerheid zou schaden, ontkent de heer Martens. Het systeem wordt inderdaad complexer door de banding, maar de gegarandeerde internal rate of return (IRR) biedt investeerders meer zekerheid.

De heer Robrecht Bothuyne noemt het oorspronkelijke voorstel van decreet een werkstuk waaraan een lang participatieproces is voorafgegaan, maar dat wel nog enige technische amendering behoeft met het oog op rechts- en investeringszekerheid. Hij wijst op het belang van vrijstellingen voor energie-intensieve nijverheid, waarvoor ook bepaalde kmo’s in aanmerking komen.

Biomassaprojecten zijn inderdaad van cruciaal belang, maar ook andere technologieën krijgen de nodige ondersteuning.

De heer Bothuyne vindt de suggestie van mevrouw De Knop over een financiering uit de algemene middelen strijdig met het liberale pleidooi voor scherpere begrotingsdoelstellingen.

In verband met de terugverdientijd van zonnepanelen hecht mevrouw Katleen Martens meer geloof aan de tabel van PV-Vlaanderen dan aan de veronderstellingen van de heer Martens.

Ook vraagt mevrouw Martens zich af hoe we de ambities voor 2020 nog hopen te realiseren, gezien de verwachting dat dit voorliggende voorstel van decreet de terugval van de PV-sector zal bezegelen.

De heer Hermes Sanctorum erkent het bestaan van verschillende berekeningen van de effecten van het voorstel van decreet op de rendabiliteit van PV. De nota van PV-Vlaanderen bevat een transparant en gehomologeerd rekenmodel. Bovendien is de netvergoeding die de sector boven het hoofd hangt een factor die de balans helemaal in zijn nadeel kan doen omslaan.

Wat het ambitieniveau betreft, meent de heer Sanctorum dat de enige mogelijkheid om met dit voorstel van decreet de nationale doelstellingen nog te halen, neerkomt op een massale focus op biomassa, de grote winnaar in dit verhaal. Waarom trouwens wordt de bandingfactor voor PV niet afhankelijk van de elektriciteitsprijs? Alles wijst op een beleid van twee maten en twee gewichten.

Mevrouw De Knop constateert dat de heer Martens zijn vroegere visie over een netvergoeding helemaal heeft herzien. Helaas maakt het voorstel van decreet niet duidelijk welke vorm die vergoeding zal krijgen. Voor het commissielid moet een dergelijke vergoeding vooral herinjecties op het net ontmoedigen.

Met het principe dat de consument betaalt, is op zich niets mis, maar het veronderstelt wel een gelijke behandeling van iedereen. Nu betalen degenen die niet in alternatieve energie kunnen investeren het gelag van degenen die dat wel kunnen. Op dat vlak kunnen netvergoedingen inderdaad enig soelaas brengen. Gelden die echter ook voor bestaande installaties? Is dat geen retroactief afschaffen van beloofde voordelen?

Mevrouw Homans is het niet eens met de stelling dat de indieners vooral grootschalige biomassaprojecten bevoordelen. De combinatie van banding met een vaste steun van 90 euro per PV-certificaat maakt zonne-energie juist wel kostenefficiënt. Dat de elektriciteitsprijs voor de PV-bandingfactor geen rol speelt, is normaal voor een technologie die niet afhankelijk is van brandstof.

De amendementen van de heer Sanctorum schrappen niet alleen de nieuwe, maar ook de huidige vrijstellingen voor bedrijven. Zijn redenering is dat die vrijstellingen bedrijfskosten doorschuiven naar de hardwerkende Vlaming, maar het is juist dankzij die bedrijven dat de Vlaming nog werk vindt, aldus mevrouw Homans.

De heer Martens herinnert eraan dat het vroegere verzet tegen injectietarieven was ingegeven door de zorg om een gelijkaardige behandeling van centrale en decentrale productie. Maar intussen is voor centrale productie wel een injectietarief van kracht.

De aangekondigde netvergoeding betreft inderdaad ook bestaande installaties, aangezien precies die het zwaarst overgesubsidieerd zijn. Daarmee komt het beleid niet terug op vroegere beloftes: de toegezegde minimumverkoopprijs per certificaat blijft geldig. Het fiscale regime verandert wel, maar dergelijke veranderingen gebeuren in alle landen en voor alle soorten energie.

De indieners zijn niet gewonnen voor een NQ-systeem. Ze blijven er immers van overtuigd dat de certificatenmarkt tot een meer kostenefficiënte inzet van hernieuwbare energie zal leiden.

Voorzitter, collega’s, bij het voorstel van decreet zijn in totaal 32 amendementen ingediend: 18 door leden van de meerderheid, 7 door Groen, 5 door Open Vld en 2 door het Vlaams Belang. Alle amendementen worden of werden in de commissie kort toegelicht door de indieners. Het zijn hoofdzakelijk technische amendementen, op basis van het advies van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG). Het gaat van kleine, technische wijzigingen tot enkele wijzigingen met een aanzienlijke impact op lopende investeringen.

Een voorbeeld van dit laatste is het amendement over de overgangsregeling voor ingrijpende wijzigingen van warmte-krachtkoppeling waarin wordt voorgesteld om de reeds genomen beslissingen van de VREG te herbevestigen, zodat een lopend project zoals dat van Sappi te Lanaken effectief de beloofde 36 maanden krijgt om zijn investeringsproject af te ronden. Vermits de commissie hieraan geen verdere discussie heeft gewijd, verwijzen we naar de verantwoording in de gedrukte versie van de betreffende amendementen.

Amendement nummer 25 van de meerderheid wordt ingetrokken.

Onder meer uit onvrede met de haastige procedure, kondigt mevrouw Irina De Knop aan dat ze geen enkel artikel van het voorstel van decreet en geen enkel amendement van de meerderheid zal goedkeuren.

Vervolgens neemt de commissie de 17 aangehouden meerderheidsamendementen aan en verwerpt ze de 14 amendementen van de oppositie.

De commissie heeft het geamendeerde voorstel van decreet met 12 stemmen voor en 2 tegen goedgekeurd. (Applaus)

De voorzitter

De heer Martens heeft het woord.

Bart Martens

Voorzitter, ik denk dat ik vrij kort kan zijn, gelet op het redelijk volledige verslag van mevrouw Taeldeman. Ik denk dat wat vandaag voorligt de meest grondige hertimmering is van het systeem van de groenestroomcertificaten dat in 2000 werd ingevoerd.

Het verslag maakte duidelijk dat we niet over een nacht ijs zijn gegaan. Dit is het gevolg van een grondige evaluatie, die trouwens met een jaar werd vervroegd, van beleidsstudies die het voorstel van decreet voorafgegaan zijn en van overleg met de verschillende belanghebbenden. Met dit voorstel van decreet worden de ambities op het vlak van groene stroom opgetrokken, maar tegelijkertijd wordt er via het wegwerken van de oversubsidiëring voor gezorgd dat die grotere ambitie met zo weinig mogelijk extra middelen kan worden waargemaakt. Die grotere ambitie is nodig om aan onze Europese verplichtingen te voldoen. Tegen 2020 moeten we namelijk 13 procent van onze energie halen uit hernieuwbare energiebronnen. Groene stroom zal daar een belangrijk onderdeel van uitmaken.

Het is uiteraard ook in het belang van onze samenleving en van onze economie dat we de afhankelijkheid afbouwen van geïmporteerde fossiele brandstoffen zoals aardolie en aardgas, die een grote volatiliteit kennen op de internationale markten. Een groter aandeel hernieuwbare energiebronnen zal ook de luchtkwaliteit en het leefmilieu positief beïnvloeden.

De oversubsidiëring wordt dus weggewerkt. Tegelijkertijd wordt er een stabiel investeringsklimaat gecreëerd door het bieden van meer investeringszekerheid. We garanderen geen vast subsidieniveau, maar een vast rendement. Dat moet de investeerders in staat stellen om bijkomende investeringen te doen die bijkomende energieproductie operationeel zullen maken.

We verdelen de kosten ook op een rechtvaardige manier. Ook collega Taeldeman heeft dat benadrukt in haar verslag. Een deel van de PV-kosten die nu in de nettarieven zitten en exclusief terechtkomen bij de gebruiker van het laagspanningsnet, namelijk bij de gezinnen en de kleine en middelgrote ondernemingen (kmo), wordt nu ook doorgeschoven naar de leveranciers, zodat ze kunnen worden gespreid over meer verbruikscategorieën.

Tegelijkertijd voorzien we in een vermindering van de kosten voor de grootverbruikers, die moeten vaststellen dat de energiekosten een steeds groter aandeel van hun productiekosten beginnen uit te maken, wat nefast kan zijn voor hun concurrentiepositie. Het is uiteraard niet onze bedoeling om die bedrijven de markt uit te prijzen. We zullen de werkgelegenheid in die bedrijven immers nog broodnodig hebben. Het is echter ook geen blanco cheque. We verwachten wel dat die bedrijven een energieconvenant afsluiten waarin ze rendabele investeringen zullen opnemen voor de verbetering van hun energie-efficiëntie. Als dit voorstel van decreet straks wordt goedgekeurd, is het werk uiteraard niet af. Dan is het aan de regering om het observatorium op te zetten dat een permanente evaluatie moet maken van de onrendabele toppen van de verschillende energietechnologieën.

Men zou ook werk moeten maken van het besluit dat op dit decreet moet volgen en dat voor 1 januari 2013 effectief moet zijn goedgekeurd en in werking treden. Zo kan het nieuwe regime op 1 januari 2013 van start gaan. Het is van cruciaal belang de verschillende belanghebbende sectoren zeer nauw te betrekken bij de opmaak van het besluit en bij de werking van het observatorium. We moeten er bij de opmaak van het besluit ook voor zorgen dat het nieuwe steunregime voor nieuwe installaties niet op een oneerlijke manier concurrentie aandoet aan bestaande installaties. Dat geldt met name voor biomassa-installaties, die op dezelfde markt hun organisch biologisch afval zullen moeten aankopen. Ik ga ervan uit dat de regering daar wel degelijk oog voor zal hebben en dat ze de verschillende sectoren nauw zal betrekken bij de verdere uitwerking van dit voorstel van decreet.

Dit decreet zal uiteraard gevolgd moeten worden door maatregelen binnen ons innovatiebeleid. Het klopt dat dit decreet de steun beperkt tot maximum 1,25 keer de marktwaarde van de certificaten die we beogen. Het kan zijn dat daarmee niet alle innovatieve technologieën kunnen worden ondersteund. Maar dan moet het innovatiebeleid door middel van ecologiepremies en investeringssteun, kaderend in onze economische expansiewetgeving, ervoor zorgen dat die innovaties kunnen blijven doorgaan. Innovatie zal hoe dan ook cruciaal blijven om de kostprijs van hernieuwbare energie in de toekomst verder naar beneden te halen. Vandaag zien we bij elke verdubbeling van het geïnstalleerde vermogen aan hernieuwbare energie een kostendaling met 20 procent. Die leercurve moet aangehouden blijven, zodanig dat op termijn hernieuwbare-energiebronnen ook zonder steun concurrentieel kunnen zijn met klassieke vormen van energieproductie. Op dat moment zal de hernieuwbare energie de wereldmarkt kunnen veroveren. Daarom is het van het grootste belang dat we ook zelf producenten hebben in de hernieuwbare-energiesector. Zij zullen op dat moment een enorme exportmarkt zien opengaan.

Uiteraard moeten er ook nog stappen worden gezet in het ruimtelijk beleid wat betreft de verdere inplanting van windturbines. We kijken met veel belangstelling uit naar de omgevingsvergunning die de milieu- en bouwvergunning moet integreren. Dat kan voor heel wat windturbinelocaties een doorbraak betekenen. Vandaag zien we dat de milieuvergunning vaak bij projectontwikkelaar A zit, en de bouwvergunning bij projectontwikkelaar B. Dat zorgt ervoor dat in eenzelfde gebied of locatie geen windturbines worden gerealiseerd, ook niet waar we dat ruimtelijk wenselijk en haalbaar achten.

Ten slotte, na dit nieuwe steunregime voor groene stroom zullen we ook alle aandacht moeten geven aan de nieuwe werf van de groene warmte. Het zal niet voldoende zijn om onze groenestroomdoelstelling op te trekken, om meer groene stroom te produceren, we zullen ook de warmte- en zelfs de koudeleveringen voor een groot deel moeten vergroenen om de doelstelling van 13 procent hernieuwbare energie die Europa ons oplegt tegen 2020 te kunnen halen.

Collega’s, ik haal nog één technisch puntje aan. Voorzitter, in artikel 8 van de tekst die ons ter beschikking is gesteld, de tekst zoals hij werd aangenomen door de commissie, is een zetduivel geslopen. In dat artikel 8, eerste lid, staan de woorden “en met startdatum voor 1 januari 2003”. Dat moet uiteraard ‘2013’ zijn, zoals ook bleek uit de toelichting en bespreking in de commissie. Ik zou willen vragen om in de definitieve publicatie van de tekst, zoals hij hopelijk straks wordt aangenomen, die zetduivel recht te zetten en dus het jaartal ‘2003’ te vervangen door ‘2013’. (Applaus)

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, ik zal proberen even kort te zijn als de heer Martens, maar ik zal mij wel houden aan het voorliggende voorstel van decreet.

Dit is wel degelijk een belangrijk voorstel van decreet voor de stimulans van de productie van hernieuwbare energie. Er is een intensief traject aan voorafgegaan. Heel wat stakeholders werden daarbij betrokken en werden gehoord. Een akkoord is gesloten binnen de meerderheid. Na de hoorzittingen en het advies van de VREG en de Raad van State werden vorige week nog een aantal technische amendementen in het voorliggende voorstel van decreet opgenomen.

Het zijn heel belangrijke amendementen die onder andere de leveranciers sneller duidelijkheid geven over de in te leveren certificaten in een bepaald jaar of die rechtszekerheid bieden aan bedrijven die op dit moment in wkk’s investeren. Hoe dan ook, het nieuwe ondersteuningskader koppelt een ambitieuze doelstelling inzake groene stroom aan kostenefficiëntie en beperkt tegelijk de impact op tarieven van de energieconsument.

Belangrijk voor ons is dat de oversubsidiëring van de voorbije jaren hiermee wordt gestopt en ook onmogelijk wordt gemaakt voor de toekomst. Er komt een dynamisch ondersteuningssysteem dat elke investeerder in groene energie een degelijk rendement garandeert, maar waarbij er niets te veel doorgerekend wordt aan de eindafnemer. Ook is er nu in voorzien dat elke steun voor groenestroomproductie een einde kent. Zo houden we de energiefactuur voor gezinnen en bedrijven betaalbaar.

Een andere uitwas van het huidige systeem was het overschot aan certificaten voor warmtekracht en groene stroom. Dat overschot zit nu veelal bij de netbeheerders. Door een slimme mix van maatregelen, een hoger quotum, een systeem van ‘retro banding’, het verlengen van de geldigheidsduur van de certificaten en het invoeren van een systeem van ‘banking’ bij de netbeheerders, vermijden we dat het systeem uit evenwicht wordt gebracht of dat de belastingsbetaler moet opdraaien voor het uit de markt halen van het certificatenoverschot.

CD&V vindt het heel belangrijk dat Vlaanderen ambitieus is als het op groene stroom aankomt. Als we de bevoorradingszekerheid willen garanderen, dan moet er geïnvesteerd worden in bijkomende elektriciteitsproductie in dit land. Groene stroom speelt daar wat ons betreft een heel cruciale rol in, getuige de ambitieuze doelstelling die ook in dit voorstel van decreet wordt gezet. Dit decreet biedt ook de nodige zekerheid voor investeerders in hernieuwbare energie, zowel voor bestaande installaties als voor nieuwe investeringen. Het is belangrijk bij het omzetten van het decreet in de nodige besluiten dat daarover verder wordt gewaakt. Elk jaar opnieuw wordt een onrendabele top berekend per technologie en zo geven we potentiële investeerders voldoende tijd om hun projecten aan de ermee overeenkomende steun te realiseren. We streven met dit voorstel van decreet ook naar een stabiele marktwaarde van de certificaten. Ook dat is belangrijk voor de investeringszekerheid.

Er is de voorbije weken veel commotie geweest rond dit decreet. Zeker PV-Vlaanderen, de sectorfederatie van de zonnepaneleninstallateurs, stuurde heel wat doemberichten de wereld in. Het einde van de sector leek nabij. De ingreep die vandaag voorligt, een inderdaad vrij scherpe daling van de steun, zou de doodsteek voor de sector inluiden. Nochtans garandeert de steun waarin het voorstel van decreet voorziet, een terugverdientijd van minder dan tien jaar. Elk bijkomend jaar stroomproductie dat een installatie genereert – en de installateurs geven garanties voor de zonnecellen tot 25 jaar – is dus pure winst. We zijn er dus van overtuigd dat het een goede investering blijft. Ik wil bij dezen dan ook een heel warme oproep doen aan de sectorfederatie om een eind te maken aan de negatieve berichtgeving over de eigen sector, de eigen bedrijven en de eigen producten, want die is contraproductief. Daar waar in Nederland de sector een gezonde groei mogelijk ziet zonder ondersteuning, blijft er een faire en eigenlijk nog steeds forse steun voor zonnepanelen bestaan in Vlaanderen. Wij geloven alvast in de toekomst van de zonnepanelensector, ik hoop dat de betrokken sectorfederatie dit ook opnieuw gaat doen.

Een ander belangrijk element voor CD&V in dit voorstel van decreet is de zorg inzake de competitiviteit van onze bedrijven. De Vlaamse Regering wil de industrie terug waarderen en tekende daarvoor een Nieuw Industrieel Beleid uit. Kostencompetitiviteit op het vlak van energie is voor heel veel industriële bedrijven cruciaal. Door de bijdrage van energie-intensieve bedrijven aan het groene stroombeleid te plafonneren, garanderen we de tewerkstelling van duizenden Vlamingen in de industrie.

Onze partij vindt het hierbij belangrijk om niet alleen de grote multinationals de nodige zekerheid te bieden, maar ook om ook energie-intensieve kmo’s de vrijstelling te garanderen van hun bijdrage aan het systeem met een verbruik vanaf 1 gigawattuur. Ook dat is duidelijk voorzien in het voorstel van decreet. Hiermee voeren we het Nieuw Industrieel Beleid van de Vlaamse Regering uit.

Het nieuwe ondersteuningssysteem werkt nog steeds met certificaten, wat goed is om zo de continuïteit te verzekeren ten aanzien van investeerders. Belangrijk is dat het systeem nu zo wordt hervormd dat de netbeheerders normaal niet langer verplicht zullen zijn om de dure certificaten uit het verleden op te kopen. De stijging van de nettarieven van Eandis en Infrax wordt zo minstens voor de toekomst op dat vlak vermeden.

CD&V wil dat met het ondersteuningsbeleid op de goedkoopst mogelijke manier zo veel mogelijk groene, hernieuwbare energie wordt geproduceerd. De meest efficiënte technologie moet daarbij uiteraard de meeste ondersteuning krijgen. CD&V wil dat er nu snel werk wordt gemaakt van de implementatie van dit voorstel van decreet. Door het voorstel nu, nog voor het zomerreces, goed te keuren, kunnen we ook snel de huidige oversubsidiëring wegwerken die nog altijd bestaat met betrekking tot zonnepanelen. De rest van de hervorming zal ingaan op 1 januari 2013. Belangrijk is wel aan te stippen dat de quotumverhoging voor de leveranciers en de daaraan gekoppelde vrijstelling voor energie-intensieve bedrijven al betrekking hebben op het huidige jaar.

Het is nu aan de Vlaamse Regering om, inderdaad in goed overleg met alle betrokken sectoren, besluiten te maken en het decreet snel uit te voeren. Hoe sneller en duidelijker, hoe beter voor de investeerders. We moeten de onzekerheid die er vandaag nog wel bestaat in de sector, snel wegwerken.

Ook belangrijk is een goede organisatie van het beleid in de betrokken administraties. Het is goed dat de regering snel de nodige aanwervingen doet om het observatorium in de schoot van het VEA snel operationeel te maken. We moeten echter ook aandacht hebben voor de goede organisatie van het Vlaamse energiebeleid, in het licht van de toekomstige tariefbevoegdheden. De komende maanden moet de regering hier zeker werk van maken. De VREG heeft in zijn advies alvast een interessante voorzet gegeven.

CD&V zal uiteraard dit voorstel van decreet steunen. We geloven dat het een goed voorstel is, dat investeerders zekerheid biedt, de productie van groene stroom een kostenefficiënte boost zal geven en de energierekening van gezinnen en bedrijven spaart. (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

Mevrouw Homans heeft het woord.

Voorzitter, aangezien ik na de twee andere hoofdindieners kom, zal ik het echt heel kort houden. Ook was het verslag van mevrouw Taeldeman echt wel volledig: mijn dank daarvoor.

Ik wil alleen nog benadrukken dat de N-VA heel blij is met dit systeem, dat een visie op langere termijn biedt, een systeem dat inzet op een mix van de meest kostenefficiënte technologieën en zo de oversubsidiëring tegengaat. Dit systeem zal ons ook meer garantie geven dat we de Europese doelstelling beter kunnen behalen. Er zijn al een aantal principes uitgelegd. Ik zal dat niet herhalen. Ze staan ook in de commissieverslagen. Het principe van de eindigheid is zeer goed, net als het principe van de transparantie en het principe van de vrijstelling. Ook is er het principe dat de steun wordt gekoppeld aan de elektriciteitsprijs als het over brandstoftechnologieën gaat.

Het is misschien ongebruikelijk, maar ik zou ook heel graag de secretaris van de commissie Energie willen bedanken voor het harde werk. Het volgende is misschien nog meer ongebruikelijk, maar bewijst dat het nog altijd goed zit met de sfeer binnen de Vlaamse meerderheid. Ik wil ook de collega’s van de meerderheid bedanken voor deze constructieve samenwerking, net als de kabinetsmedewerkers. Ik zal hier een aantal namen noemen. Ik hoop dat ik er geen vergeet. Ik zou graag Sam, Steven, Gorik en Wim willen bedanken voor de expertise die ze altijd te onzer beschikking hebben gesteld. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Collega’s, even voor de duidelijkheid: deze voormiddag wordt er dus wel gestemd. (Applaus)

Dat heeft niets met de voorzitter te maken. Dat heeft gewoon te maken met het feit dat er weinig bijdragen zijn.

Mevrouw Martens heeft het woord.

Katleen Martens

Voorzitter, geachte leden, de Vlaamse Regering, en dus de meerderheidspartijen, discussieerde al twee jaar over de ook door ons hier meermaals bepleite hervorming van de subsidiëring, zeg maar oversubsidiëring, van de groene stroom. De maatschappelijke kosten van de productie van groene stroom moeten inderdaad zo beperkt mogelijk worden gehouden en billijk worden gespreid. Wil men het draagvlak voor hernieuwbare energie in Vlaanderen vrijwaren en de groter wordende energierekening voor gezinnen en bedrijven onder controle houden – en wij vinden dat men moet proberen die factuur te reduceren –, dan is het inderdaad van groot belang dat er een hervorming komt. Het kan inderdaad niet langer dat er meer steun wordt gegeven dan nodig is.

Het resultaat dat vandaag voorligt, kan echter qua toepassing van een en ander de toets van de technisch-juridische techniek maar moeizaam doorstaan. Dan verwijs ik naar de kritische opmerkingen van de VREG, de Raad van State en de diverse betrokken groene-energiesectoren.

Meer nog, met dit voorstel van decreet bewijzen de meerderheid en de Vlaamse Regering nogmaals dat ze, zoals het in Knack van 20 juni jongstleden treffend werd omschreven, een ‘plezant kliekske’ zijn, bevolkt door ministers en regeringspartijen die vooral om het eigenbelang bekommerd zijn en daarom ook de perceptie levensbelangrijk vinden.

De hoorzitting en de besprekingen in de commissie hebben immers ook nog eens duidelijk gemaakt dat in dit land momenteel überhaupt geen energiebeleid, die naam waardig, nog maar kan worden gevoerd. Zowel de Vlaamse Regering als de Federale Regering willen zonder veel coördinatie of overleg uitblinken in ‘kurieren am Symptom’ en sinds de 1 meiviering wil sp.a blijkbaar de perceptie creëren dat zij en zij alleen de eindfactuur voor de modale Vlaming kan en zal naar omlaag krijgen. Wanneer gaat men echter eens inzien dat in een land met een allesbehalve homogene bevoegdheidsverdeling met betrekking tot energie het nauwelijks mogelijk is om hernieuwbare energie volledig uit te bouwen en rendabel te krijgen zonder dat het licht uitgaat en de energiefactuur de hoogte in wordt gejaagd?

Het voorbeeld van de visie van de VREG op de netvergoeding, een toch wel belangrijk onderdeel van de hervorming, spreekt toch wel boekdelen. De VREG beschouwt die netvergoeding als een zogenaamd injectietarief. Een dergelijk injectietarief aanrekenen is verboden, zo bepaalt het Vlaams Energiedecreet. Bovendien heeft de Vlaamse Regering vooralsnog niets in de pap te brokken over energietarieven, beklemtoont de VREG.

Nochtans is enkele maanden geleden nog een staten-generaal inzake energie bijeengeroepen. Tijdens deze staten-generaal waren alle spelers van het energieveld het over één zaak eens: er moet meer worden samengewerkt tussen de verschillende beleidsniveaus. Volgens de Federatie van de Belgische Elektriciteits- en Gasbedrijven (FEBEG), zeg maar de leveranciers, houdt het voorstel van decreet inzake de doorrekening van de kosten gekoppeld aan het certificatensysteem geen rekening met de aangekondigde federale maatregelen ter zake.

De vraag is trouwens ook hoe deze regering na de regionalisering het toekomstige debat zal voeren over de distributienettarieven. Deze vormen een belangrijk deel van de energiefactuur. Binnen die distributienettarieven is er niet alleen het debat over de werkingskosten, de openbaredienstverplichtingen en de kosten voor het gebruik van het transportnet, maar is er ook de vergoeding voor het kapitaal dat de gemeenten leveren. De gemeenten argumenteren niet geheel onterecht dat de vergoeding voor het kapitaal niet zomaar in de gemeentelijke kassen verdwijnt maar door de gemeenten samen met hun andere inkomsten gebruikt wordt om beleid te voeren zoals de inspanningen rond energiearmoede. En wat met het federale btw-verhaal? Vergeet niet dat de btw samen met de andere belastingen goed is voor bijna 20 procent van de stroomprijs en de gasprijs.

Collega’s, desalniettemin is een van de elementen in de strijd tegen de stijgende energiefactuur inderdaad de afbouw van de dure steun aan zonnepanelen. We werden op woensdag 20 juni jongstleden geconfronteerd met een vrije tribune van collega Bothuyne in De Tijd met als titel “De zon schijnt ook zonder subsidies”. Onze collega verwijst in deze vrije tribune de, volgens hem, klaagzang en het doemdenken van PV-Vlaanderen naar de vuilnisbak en roept de Vlaamse zonnepanelensector op zich te spiegelen aan het Nederlandse voorbeeld. Het is echter merkwaardig dat uit de vrije tribune van collega Bothuyne op geen enkel moment blijk wat senior writer Michielsen van De Tijd vijf dagen eerder schreef, namelijk dat de hoge elektriciteitsprijzen in dit land voor het grootste deel juist het gevolg zijn van de beslissingen van de overheid.

Deze meerderheid moet mij eens uitleggen hoe ze haar ambitie om tegen 2020 20,5 procent van de energie uit hernieuwbare bronnen te halen, zal realiseren zonder toe te geven aan de bevolking dat daar een meer dan fors prijskaartje aan zal vasthangen. Minister, collega Bothuyne, wanneer zult u aan de bevolking toegeven dat de hoge elektriciteitsprijzen in ons land niet alleen het gevolg zijn van inhalige producenten en het gebrek aan concurrentie, maar ook door uw eigen beslissingen en die van uw federale collega’s? Mijnheer Bothuyne, leg me eens uit wie het prijskaartje zal betalen van de windmolenparken voor de Vlaamse kust, de zogenaamde blauwe stroom? Zal de nucleaire rente hiervoor worden gebruikt, de belasting die geheven wordt op de kerncentrales? Neen, want er is door de regering-di Rupo al een claim gelegd op deze nucleaire rente: het geld moet namelijk dienen om de federale overheidskas te spekken.

Collega’s, het federale ondersteuningsmechanisme is nog altijd niet hervormd. Volgens de CREG zullen de zeven geplande windmolenparken gemiddeld 300 megawatt groot zijn.

De oudste concessiehouder, C-Power, zegt daarmee ieder jaar 1075 gigawattuur of 1.075.000 megawattuur stroom te kunnen opwekken. Tegen een gemiddelde prijs van 102 euro per megawattuur zal C-Power dus 109.650.000 euro incasseren aan groenestroomcertificaten. Elk windmolenpark zal dus 100 miljoen euro per jaar kosten aan groenestroomcertificaten. Met zeven parken levert dit jaarlijks een extra kost op van 700 miljoen euro voor de consument.

De concessies worden verleend voor een periode van twintig jaar met een vaste prijsgarantie. In de komende twee decennia zullen de windmolenaars voor 14 miljard euro certificaten op zak steken, boven op de normale elektriciteitsprijs, want de consument betaalt dubbel: eenmaal voor groenestroomcertificaten en eenmaal voor de elektriciteit. De zeven windmolenparken zullen naast 14 miljard euro voor de certificaten nog minimum 7 miljard euro incasseren voor hun productie. Twintig jaar subsidies betalen voor een project dat na acht jaar afbetaald, afgeschreven en winstgevend is. Voor die 14 miljard euro kan de privé twee kerncentrales bouwen met een veelvoud van de capaciteit van onze offshore windmolens, en zonder certificaten.

Als toemaatje hebben de producenten van windenergie nog bedongen dat de groene stroom wordt betaald op de nettoproductie voor transformatie bovenaan in de windmolen en niet wanneer ze aan land komt in de elektriciteitscentrales. Door de grote afstand naar de windmolens van 30 tot 66 kilometer is er maar liefst een vermogenverlies van 4 tot 5 procent op de voedingskabel. Dat verlies wordt ook gedekt met groenestroomcertificaten, en doorgerekend aan de consument, voor stroom die in zee verdwijnt.

Voor de voedingskabel van de Thorntonbank, die 27 kilometer diep in de Noordzee ligt, heeft de federale overheid via netwerkbeheerder Elia 25 miljoen euro opgehoest, voor amper zes windmolens. Elia moet ook het hoogspanningsnet van 380 kilovolt doortrekken van Eeklo tot Zeebrugge, omdat het huidige netwerk van 150 kilovolt dat uit Brugge en Bredene vertrekt, schromelijk tekortschiet om de capaciteit van de zeven geplande windmolenparken op te vangen. Weer een kost van 800 miljoen tot 1 miljard euro voor werken die twaalf jaar in beslag nemen. Het geld van de belastingbetaler blijft dus ook na de hervorming van de Vlaamse Regering het fundament voor de winsten van de groenestroomenergiesector.

Mijnheer Bothuyne en minister Van den Bossche, hoe zullen jullie de stelling dat op lange termijn een onafhankelijke Vlaamse stroomproductie op basis van groene energie de enige betaalbare optie is, hard kunnen maken? Als men de zonne-energieproductie nu door deze hervorming onvermijdelijk zal terugschroeven, betekent dit wel dat er meer dan driemaal zoveel biomassa-installaties en windmolens op land zullen moeten worden gebouwd om uw doelstellingen te kunnen bereiken.

En dan is het nuttig om eens te kijken naar de cijfers van de windenergie op land en het vermogen aan bijkomende groenestroominstallaties in het algemeen. Als we zonne-energie buiten beschouwing laten, werd in 2011 liefst 40 procent minder vermogen aan bijkomende groenestroominstallaties geïnstalleerd ten opzichte van 2010. En wat werd er dit jaar al aan groene windenergie op land en biomassavermogen gerealiseerd?

Collega’s, eergisteren liep sp.a storm tegen het door staatssecretaris Wathelet voorgestelde uitrustingsplan voor de energiebevoorrading waarbij de kerncentrale van Tihange langer open zou worden gehouden. De heer Martens stelde onomwonden dat kernenergie recht tegenover groene energie staat en dat die niet kunnen samenwerken. België moet volgens de socialisten bovendien niet zelfvoorzienend zijn. De heer Martens zegt: “We kunnen elektriciteit halen bij onze buurlanden, die is meestal zelfs een pak goedkoper.” In de praktijk betekent dit een nog grotere afhankelijkheid van Frankrijk.

Sp.a is er dus van overtuigd dat een geloofwaardige energiemix enkel deze kan zijn van gas en hernieuwbare energie. Sp.a is dus bereid om ons over te leveren aan een mogelijke gasschok naar analogie met de olieschokken in 1973 en 1981, want de nucleaire optie opzijschuiven betekent dat de helft van onze eigen elektriciteitsproductie zal moeten worden opgevangen door de massale inzet van gascentrales of import uit de buurlanden.

Het wordt nog interessanter wanneer we er de visie van de N-VA bij halen. Ik citeer het persbericht van 1 juni 2012: “De N-VA pleit voor de verlenging van de kernuitstap met tien jaar en voor de bouw van een nieuwe, meer veilige kerncentrale. We zullen langer dan gedacht een beroep moeten doen op kernenergie, willen we energie aan een redelijke prijs kunnen blijven aanbieden aan onze gezinnen en bedrijven. We kunnen er niet omheen. We doen het dan beter met een nieuwe kerncentrale.” Zo, mijnheer Martens, minister Van den Bossche, deze Vlaamse Regering bewijst eens te meer haar coherentie, haar samenhang en haar gezelligheid.

Collega’s, wij scharen ons niettemin achter de meeste doelstellingen van de hervorming, met name: de kost per opgewekte hoeveelheid stroom fors inperken, investeerders in groene energie maximale zekerheid bieden en de kosten van het steunmechanisme correct spreiden over alle verbruikers. De steun aan installaties zal in de toekomst worden bepaald op basis van de onrendabele top en per projectcategorie. Het principe van banding moet echter volgens ons consequent worden toegepast voor alle technologieën.

Ik verwijs opnieuw naar de vrije tribune van de heer Bothuyne ‘De zon schijnt ook zonder subsidies’. De vraag is of dit voorstel van decreet nu al dan niet stabiliteit en rechtszekerheid voor de producenten van groene energie garandeert. Het valt mij op dat de heer Bothuyne in zijn vrije tribune lijnrecht ingaat tegen de argumentatie zoals die werd ontwikkeld door de sectorfederatie van de zonnepaneleninstallateurs.

De sectorfederatie beschikt over ernstige argumenten om te twijfelen aan de bewering van de indieners van het voorstel dat de terugverdientijd voor de mensen die zonnepanelen laten installeren korter dan tien jaar zou blijven. De indieners van het voorstel diversifiëren volgens de sector bovendien niet in hun berekeningen en maken geen onderscheid tussen grote industriële installaties, installaties voor kmo’s, zonnepanelen voor particulieren met nieuwbouw of woningen ouder dan vijf jaar.

Volgens de sectorfederatie bedraagt de terugverdientijd met een ondersteuning voor een nieuwbouwwoning zelfs bijna vijftien jaar. Ook voor een kmo wordt het gemiddeld dertien jaar. Men vreest dat met dergelijke terugverdientijden kmo’s en particulieren niet meer geneigd zullen zijn te investeren in fotovoltaïsche zonnepanelen. Alle actoren, ook de VREG, vragen zich af of de termijnen die in het voorstel van decreet zijn opgenomen wel zullen worden gehaald, om nog maar te zwijgen van de bijkomende werklast en dus personeelskwesties bij de VREG.

Ik herhaal dat we ons grotendeels kunnen vinden in deze hervorming, maar dat we toch nog enkele serieuze vraagtekens plaatsen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mevrouw De Knop heeft het woord.

Irina De Knop

Voorzitter, minister, collega’s, mevrouw Taeldeman heeft op een erg keurige wijze mondeling verslag uitgebracht van de behandeling van de wijziging van het Energiedecreet in de commissie Energie. Natuurlijk is het helemaal niet evident om meer dan drie uur bespreking in de commissie samen te ballen in zo’n korte tijd. Misschien hebt u enkele zaken die ik aan de kaak wil stellen, al gehoord in het verslag, maar ik tracht in eerste instantie aanvullend te werk te gaan.

Eerst wil ik nog iets zeggen over de totstandkoming. Het betreft een voorstel van decreet, waarbij een hele reeks adviezen wordt gevraagd. Maar daarnaast heeft de oppositie zelf de vraag moeten stellen naar een hoorzitting, om toe te laten dat bepaalde actoren, belanghebbenden en energiedeskundigen, zoals de VREG en de SERV, hun standpunt konden komen toelichten. Zoals dat meestal gaat met hoorzittingen, was het bijzonder verrijkend en interessant. Het zou anders een gemiste kans zijn geweest.

Ik betreur dat we tijdens de bespreking op geen enkel moment een beroep hebben mogen doen op de expertise en de zienswijze van de minister. Op de dag zelf werden nog eens achttien amendementen ingediend door de meerderheid. Dat is niet de manier om ernstig legistiek werk aan het parlement voor te leggen. Het is ook niet de manier om met een parlement om te gaan. Zeker niet omdat de meerderheid zelf, en dat hebben de indieners vandaag herhaald, het een zeer belangrijk voorstel van decreet vindt voor een omvangrijke en belangrijke hervorming. Als het dat echt is en zou zijn, had men toch op een andere wijze te werk moeten gaan.

Collega’s, ik wil van meet af aan heel duidelijk zijn: Open Vld is absoluut voorstander van hernieuwbare energie. We zijn ons er absoluut van bewust dat het voor de toekomst uiterst belangrijk is ons daar ten volle voor in te zetten. Ook vanuit de overheid is dit erg belangrijk.

Ondersteuning is noodzakelijk, zeker voor die technologieën die op het vlak van rendabiliteit nog een weg af te leggen hebben. Voorwaarde is wel dat men moet weten wat dit kost, op korte én op lange termijn. Dit brengt me tot mijn belangrijkste kritiek op deze door de meerderheid zelfverklaarde hervorming van de ondersteuning van groene stroom.

Finaal is het nog steeds de consument die de rekening voorgeschoteld krijgt via zijn energiefactuur. Finaal weet de consument nog steeds niet hoeveel hij betaalt voor groene energie. Het voorstel van decreet is op dat vlak eigenlijk een schot voor de boeg.

Open Vld had gehoopt op een grondige hervorming van de ondersteuning van de groene stroom. We hadden gehoopt dat de Vlaamse Regering het systeem zelf in vraag zou stellen. Helaas is niks van dit alles gebeurd: geen brede benchmarking, geen globale evaluatie en evenmin een aanpassing van de openbaredienstverplichtingen. We kunnen dit voorstel van decreet enkel als een reparatie aanmerken. Het is een gemiste kans om het energiebeleid in Vlaanderen op een nieuwe leest te schoeien.

Bovendien heerst er nog een heel grote onduidelijkheid over de impact van dit voorstel van decreet aangezien enorm veel moet worden geregeld via de uitvoeringsbesluiten. Dit zijn er zo veel dat wij – dus met name de oppositie – nauwelijks in staat zijn om de impact van dit voorstel van decreet in te schatten. In die zin is het voor ons niet mogelijk een finaal standpunt in te nemen, in welke richting dan ook, aangezien we geen vergelijking kunnen maken met het huidige systeem.

Ik zit nog met tal van onbeantwoorde vragen. Welke bedrijven zullen nu finaal een vrijstelling krijgen? Welke criteria zullen daarbij worden gehanteerd? Wie zal uit de boot vallen? Welke marge zullen leveranciers kunnen doorrekenen aan hun klanten? Wie zal aan de touwtjes trekken van dat observatorium – nogmaals een nieuw op te richten instituut waarvan de uitbouw en de inbedding binnen het VEA volledig onduidelijk is? Open Vld had gehoopt dat een dergelijke institutionalisering niet nodig zou zijn indien men aan de VREG de nodige financiële en organisatorische ademruimte had gegeven.

Ik wil het ook even hebben over het optrekken van de quota tot 20,5 procent tegen 2020. Wat zal daarvan de impact zijn op de prijs? Wat zal de impact zijn op de investeringen in de komende jaren en op de energieprijs die ik, u en Jan Modaal zullen moeten betalen? En wat met die berg oude certificaten? Die moet nog steeds worden gecasht. Wie zal daar finaal het gelag voor betalen?

Ik herhaal nogmaals dat heel veel zal afhangen van de praktische uitwerking. Ondertussen blijven tal van particulieren, bedrijven, sectoren en investeerders met vraagtekens zitten. Ik citeer Voka: “The proof of the pudding zit in de praktische uitwerking van het akkoord.” Helaas zijn de details van dat akkoord ons thans nog onbekend.

Op deze manier maakt de meerderheid in ieder geval duidelijk dat de druk van de elektriciteitsfactuur niet wordt weggehaald, alhoewel zij erg haar best doet om dat te verhullen. De doorrekening van de groenestroomcertificaten wordt overgeheveld van de distributienetbeheerders naar de leveranciers, maar finaal is het nog steeds de consument die de rekening betaalt. Met een verschuiving pakt men enkel het symptoom aan, niet de oorzaak.

Het is onjuist om te stellen dat dit voorstel van decreet zal zorgen voor enig soelaas op de totale prijs, zoals de minster ons wilde doen geloven. Via een aanpassing van het systeem zal men wellicht wel enkele efficiënties kunnen realiseren, maar de prijs zelf zal hoe dan ook worden beïnvloed door het optrekken van de quota. De VREG verklaarde zelf onvoldoende impact te hebben op de controle en de wijze waarop de doorrekening zal gebeuren. Als zelfs de VREG daarvoor bevreesd is, hoe zal de leverancier dan kosten kunnen doorrekenen aan de klanten op een ogenblik waarop hij zelf geen enkele garantie heeft met betrekking tot de kostenelementen waarop hij zelf geen enkele vat heeft?

De voorzitter

Minister Van den Bossche heeft het woord.

Mevrouw De Knop, u zegt dat de kost finaal bij de consument terechtkomt. Finaal is er natuurlijk ook nog een kost voor de consument. Energie opwekken, kost geld. U hebt misschien een manier gevonden die niets kost, wij hebben die nog niet gevonden. De kost wordt nu wel anders gespreid. Het feit dat ze via de leveranciers wordt verrekend, betekent dat niet enkel consumenten zoals gezinnen en kleine zelfstandigen maar ook andere energiegebruikers zoals bedrijven die kost mee zullen dragen, met vanzelfsprekend – en dat vind ik heel goed – belangrijke vrijstellingen voor die bedrijven die onderhevig zijn aan de internationale concurrentie en waar eventueel jobs op de helling komen te staan als de energiefactuur te hoog wordt in vergelijking met de buurlanden. Tegelijk, naast de spreiding, pakken we ook de oversubsidiëring aan. Een dynamisch systeem zal zorgen voor rechtszekerheid, een redelijke terugverdientijd, een redelijk rendement voor gezinnen en bedrijven, maar niet meer dan dat.

Doordat we ook de oversubsidiëring aanpakken, kunnen we tegelijk ambitieus zijn in de groenestroomdoelstelling. Het klopt dat we veel meer groene stroom gaan produceren en dat is ook nodig. Uw partij heeft samen met de onze federaal beslist dat een aantal kerncentrales dichtgaan op heel korte termijn en nog eens een iets later in de tijd. Dat betekent dat we nog altijd energie moeten opwekken en dat we kiezen voor groene energie, wellicht in combinatie met een aantal zeer flexibele gascentrales die voordelen hebben die kerncentrales niet hebben. Het gezondheidsrisico is veel kleiner en ze kunnen veel gemakkelijker aan- en uitgeschakeld worden in functie van veel wind en zon.

Betekent dat dat er geen kost is? Neen, dat betekent dat niet. Het betekent wel dat u nu al kunt zien dat op dagen met veel wind en zon, de prijs op de energiebeurzen erg daalt. Het komt erop aan om die prijsdaling ook tot bij de factuur van het gezin en het bedrijf te krijgen. Dat is een nieuwe uitdaging, maar doen alsof dit voorstel van decreet helemaal niets verandert, klopt niet. Als er een kost is, dan is het nu een kost die, in tegenstelling tot het verleden, zeer gerechtvaardigd is want er zal geen eurocent te veel worden uitgegeven aan elk van die investeringen. Dat kan men niet zeggen voor een aantal investeringen uit het verleden, bijvoorbeeld de kernenergie.

Irina De Knop

Minister, uiteraard kost energie geld. Wat wij precies aanklagen, is dat u de ondersteuning die u wenst te geven om groene energie rendabel te houden, enkel en alleen doet via een doorverrekening aan de klanten. Of het een gezin is, een bedrijf of een kmo, finaal moet die kost toch betaald worden. Sowieso zou het een optie kunnen zijn...

Mevrouw De Knop, nu is er iets eigenaardig met u aan de hand. Daarnet zei u dat u het erg zou vinden en dat u niet wil dat de begroting moet opdraaien voor het banken van certificaten. Nu zegt u dat ik alles in de factuur van de mensen stopt en dat u dat niet wil. We kunnen maar twee dingen doen: of we verrekenen naar de eindverbruiker, of we halen het uit de algemene middelen. Wat wij doen, is een combinatie. We banken anderhalf miljoen certificaten om ze van de markt te houden opdat ze niet meteen zouden worden doorgerekend aan consumenten, enkel als we de quota niet zouden halen. Zorgen de investeringen in groene stroom ervoor dat we de quota wel halen, dan kun je twee dingen doen: of je trekt ze verder op, of je laat de algemene middelen de gebankte certificaten betalen. U moet eens zeggen wat u wilt. Ik mag het niet uit de begroting halen en ik mag het niet laten doorrekenen. Waar gaat u het dan halen?

Mevrouw De Knop, ik heb u, ook in de commissie, al verschillende keren horen pleiten dat de overheid hernieuwbare energie moet ondersteunen. Tegelijk houdt u nu hier een heel pleidooi tegen de manier waarop wij het aanpakken.

Mevrouw De Knop, ik heb begrepen dat u het graag via de algemene middelen zou doen. Via een soort extra belasting op hernieuwbare energie, lijkt me dan. Misschien kunt u eens zeggen hoe u dat gaat betalen. Ondersteuning van hernieuwbare energie kost nu 800 tot 900 miljoen euro per jaar. Ik kan me voorstellen dat u gaat zeggen dat het Vlaams Energiebedrijf overbodig is en dat we die 200 miljoen euro daarvoor zouden kunnen gebruiken. Die 200 miljoen euro is eenmalig en een rollend fonds. Die 800 tot 900 miljoen euro moet er echter ieder jaar zijn.

Mevrouw De Knop, u hebt kritiek op het systeem dat wij ter goedkeuring voorleggen. Dat is uw volste recht, maar kunt u dan duidelijkheid verschaffen over hoe Open Vld het dan wel zou financieren?

Irina De Knop

Ik dacht dat dat intussen duidelijk was, mevrouw Homans. Wij pleiten er inderdaad voor om dit minstens gedeeltelijk via de algemene middelen te betalen.

Minister, de banking van certificaten die u nu doet, is enkel een uitstel van executie. Op een gegeven moment zal iemand het moeten betalen. U hebt nog niet duidelijk gezegd dat dit uit de overheidsmiddelen zou komen. Als u dat dan toch van plan bent, doe dat dan onmiddellijk, dan is het probleem van de banking opgelost. Bovendien, hoe langer u die banking door de distributienetbeheerder laat gebeuren, hoe hoger de kostprijs ervan zal oplopen.

Uit de algemene middelen betalen, dat kan natuurlijk niet onbeperkt. Daarom pleiten wij voor een duidelijke maximumfactuur – iets waar de sp.a trouwens altijd erg voor gewonnen is – waarbij u de consument duidelijk zegt hoeveel het hem zal kosten. Of het nu via de algemene middelen of via een doorrekening is, u moet een stop zetten op wat het finaal kan kosten. Met de quotaverhoging die u nu invoert, zegt u eigenlijk dat het u niet uitmaakt hoeveel het finaal aan de klant zal kosten. U blijft doorgaan met het doorrekenen van al die kosten aan de klanten.

Ik kan er nog inkomen dat dat beperkt zo is, maar u zegt zelf wat de kostprijs op jaarbasis is. Wij vinden het ongehoord dat er niet duidelijker wordt gecommuniceerd tegenover de Vlaming: dat is de kostprijs van het energiebeleid in Vlaanderen, point final.

Mevrouw De Knop, dit debat bewijst dat er duidelijk over gecommuniceerd wordt. Wat ik minder duidelijk vind, is uw redenering. Ik zag daarstraks uw fractieleider heel bezorgd omkijken toen u er onomwonden voor pleitte om de kosten voor de ondersteuning van groene stroom uit de algemene middelen te halen. Gisteren hadden we hier een discussie over de begrotingswijziging voor dit jaar. Ik heb u en uw fractie er niet voor horen pleiten om 800 miljoen euro extra uit te trekken voor de ondersteuning van de groenestroomproductie in Vlaanderen. Want dat is de kostprijs van de huidige productie van groene stroom.

U deelt met ons de ambitie om meer te gaan produceren. Wij stellen hier een kostenefficiënt systeem voor, dat de oversubsidiëring eruit haalt, dat dynamisch is en dat zekerheid biedt aan investeerders. Ik heb van u nog geen alternatief gehoord, en al helemaal geen voorstel om het uit de algemene middelen te halen, toch niet op het moment dat u het moest doen, namelijk bij de bespreking van de begroting.

Mevrouw De Knop, we spreken hier over 800 à 900 miljoen euro per jaar. Hernieuwbare energie is niet enkel een soort fetisj van ons, het is ook een verplichting die Europa ons oplegt tegen 2020, dat weet u ook.

Als u spreekt over de algemene middelen, kunt u dan misschien iets duidelijker zeggen waar u die 800 à 900 miljoen euro gaat besparen bij de andere domeinen?

Irina De Knop

Ik moet natuurlijk niet in naam van mijn fractieleider spreken, maar ik kan in ieder geval bevestigen dat wij ervoor opteren om het groenestroombeleid grotendeels uit de algemene middelen te betalen. Besturen betekent keuzes maken. Jammer genoeg zitten wij niet aan het roer van dat schip, om die keuzes te kunnen maken. Er zijn in elk geval een aantal belastingen, impliciet of expliciet, die wij zeker niet zouden verkiezen. Denk maar aan de zogenaamde miserietaks, die vanochtend op de agenda stond. Ik laat het over aan andere mensen, en vooral aan de mensen uit de regering, om die keuzes te maken. Ik kan alleen maar zeggen dat het nieuwe systeem, wat ons betreft, niet het effect beoogt dat u bedoelt.

Ik zou nu verder willen gaan met mijn betoog, want ik kom nu precies toe aan een aantal alternatieven en suggesties.

Bart Martens

Om het vorige item af te ronden, wil ik mevrouw De Knop nog even verwijzen naar hun verkiezingssite van 2010, waar ik letterlijk lees: “Open Vld wil de belastingen op arbeid ten dele verschuiven naar enerzijds belastingen op vervuiling en anderzijds belastingen op consumptie.” Nu hoor ik compleet het tegenovergestelde voorstel.

De liberalen zeggen altijd ‘there is no such thing as a free lunch’. De kosten voor groene stroom worden doorgerekend aan de consument, en het gaat om een groot bedrag. Nu pleit Open Vld ervoor om dat bedrag uit de factuur te halen en het in de algemene middelenbegroting op te nemen. Dat is dus het tegenovergestelde standpunt dan datgene wat tijdnes de verkiezingscampagne is verdedigd.

Ik voeg eraan toe dat de Europese Commissie, in het kader van het Europees semester, ervoor pleit om in ons land lasten te verschuiven van arbeid naar verbruik en milieuvervuiling. Ik heb altijd gedacht dat Open Vld de meest fervente verdediger van die aanbevelingen van de Europese Commissie was. Ik begrijp uw huidig standpunt dus niet. Vandaag zegt u dat het gedaan moet zijn om de kosten via de consumptieprijzen door te rekenen aan de verbruiker. U wilt dat regelen via een aanpassing van de algemene middelenbegroting. Open Vld is allesbehalve consequent.

Irina De Knop

Mijnheer Martens, u schetst een algemeen beeld, om daarmee op één specifiek beleidsvoorstel in te zoomen. U moet ons voorstel in een ruimer kader zien. Wat u zegt is fantastisch als u dat voor het geheel kunt doen. Maar dan moet u de globale overheidsaanpak wijzigen. Dat is nog altijd niet het geval, ook wegens de versnippering van de bevoegdheden. Misschien kan daarvan werk worden gemaakt wanneer de bevoegdheid over de tarieven volledig in Vlaamse handen komt. Op dat moment kan ons verkiezingsprogramma worden gerealiseerd.

In elk geval: het nieuwe systeem zal de kostenefficiëntie voor een stuk doen toenemen. De steun wordt in de tijd beperkt. Dat is positief. Het is ook prima om de ondersteuning af te stemmen op de onrendabele top en ervoor te zorgen dat er geen sprake kan zijn van oversubsidiëring. Ook wij vroegen dat. Dat betekent ook dat de financiële ondersteuning beter wordt afgestemd op de steun die het project rendabel moet maken, maar ook niet meer of niet minder dan dat, zodat er niet langer winst met groenestroomcertificaten kan worden gemaakt.

Open Vld bepleitte vroeger al de invoering van de netvergoeding. Op dat ogenblik wou de meerderheid daar niet van horen. Mijnheer Martens, u zegt dat ik een u-turn maak, maar dat is precies wat de meerderheid hier doet. De aangekondigde netvergoeding wordt in het voorstel van decreet niet uitgewerkt, wat betekent dat wij de modaliteiten niet kennen. In elk geval blijkt dat die netvergoeding ook op bestaande installaties zal worden toegepast. Zo gaat u de voorwaarden veranderen, wat investeerders geen vertrouwen zal inboezemen. Investeringszekerheid is belangrijk. Wij kijken alleszins uit naar de manier waarop dit in de praktijk zal worden gebracht.

De privé-installateurs hebben heel wat vragen bij dat bedrag van 90 euro. In de commissie vroegen wij waarom niet onmiddellijk naar een berekening volgens de onrendabele top kan worden gemaakt. Dat vereist nogal wat ICT-aanpassingen, maar dat geldt ook voor de andere technologieën. Op onze vraag kregen wij geen antwoord. Wij gaan akkoord met de daling en de beperking in de tijd. Daar hebben wij eerder al voor gepleit, maar de meerderheid had blijkbaar nog een jaar extra nodig om de redelijkheid ervan te beseffen.

Wij betreuren het dat de inwerkingtreding van deze aanpassingen vrijwel retroactief gebeurt. De orderboekjes van installateurs zijn al goed gevuld, maar er gebeurt dus weer, en cours de route, een wijziging van de wetgeving waarop noch de burgers, noch de bedrijven, zich kunnen voorbereiden. Dat komt de rechtszekerheid en het investeringsklimaat niet ten goede.

Daarom hebben we daar vanuit de oppositie een aantal amendementen op ingediend, om ervoor te zorgen dat de inwerkingtreding later zou gebeuren. Zoals gewoonlijk is dat in dovemansoren gevallen en zijn die amendementen niet aangenomen.

Onze fractie tilt zwaar aan het doorvoeren van de retroactiviteit, omdat dat sowieso geen stabiel investeringsklimaat garandeert, wat trouwens een van de belangrijkste doelstellingen van dit voorstel van decreet is.

Kortom, het systeem dat vandaag wordt voorgesteld, is minder transparant en minder efficiënt. Ook de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) is daar heel duidelijk in. Het huidige voorstel blijft vasthouden aan de quotumverplichting, en daar heeft de SERV – terecht – vele vragen bij.

Voor Open Vld is het duidelijk dat de NQ-optie die door de SERV wordt voorgesteld, onvoldoende werd onderzocht. Dat is een optie waarbij er wel minimumsteun per technologie blijft bestaan, maar zonder een quotumverplichting. U verwijt mij dat wij zelf geen alternatieven hebben. Wel, dit alternatief hadden wij graag ten gronde onderzocht en besproken in de commissie. Jammer genoeg hebben we daar geen degelijk debat over kunnen voeren. Nochtans heeft die optie, waarbij er geen quotumverplichting is, een aantal belangrijke voordelen ten opzichte van het bestaande systeem.

Ik zoom even in op de nadelen van het bestaande systeem. Er zijn heel wat onzekerheden bij de producent omdat hij niet weet wanneer hij zijn groenestroomcertificaat precies zal kwijtraken en aan welke prijs hij zal kunnen verkopen. De producent en – in de toekomst – de leverancier zal die onzekerheid meerekenen. Ten tweede is er relatief meer investeringssteun nodig om producenten ertoe aan te zetten te investeren in groene stroom bij een systeem van groenestroomcertificaten die zij opnieuw op de markt moeten brengen. Ten derde maakt de leverancier kosten om te kunnen voldoen aan die quotumplicht. Hij zal die dan ook op een of andere manier willen doorrekenen. Ten vierde is het systeem nadelig voor nieuwe spelers. We willen graag meer concurrentie. Wel, die nieuwe spelers zullen onmogelijk onmiddellijk aan die quotumplicht kunnen voldoen. Het zal de concurrentie dus ook geen goed doen. Ten slotte bestaat dan ook het risico dat leveranciers bereid zullen zijn om de boeteprijs te betalen en daardoor zal de doorrekening sowieso opnieuw uitkomen bij de distributienetbeheerders.

Mevrouw De Knop, u zegt dat de leveranciers bepaalde kosten zullen doorrekenen of marges zullen nemen met de boeteprijs en dergelijke. U weet dat we het daar al verschillende keren over hebben gehad. Wij hebben op dit voorstel van decreet een amendement ingediend, het zogenaamde transparantieamendement, om die praktijk onmogelijk te maken. Leveranciers die toch een marge nemen, zouden dan een boete krijgen die dubbel zo hoog is dan de marge die ze genomen hebben. De Raad van State zei dat het een impliciete bevoegdheid was van Vlaanderen en dat het met dit amendement opgelost zou zijn. Mevrouw De Knop, u klaagt dit aan, maar u hebt dat amendement in de commissie wel weggestemd.

Irina De Knop

Mevrouw Homans, de SERV heeft tijdens de hoorzitting zelf gezegd dat het systeem zodanig complex wordt dat het moeilijk zal zijn om na te gaan of de leveranciers enkel en alleen die reële kosten doorrekenen. Ik heb er dan ook ernstige vragen bij of dat via het amendement dat u en de meerderheid hebben voorgelegd, wel mogelijk zal zijn. We blijven erbij: zolang die doorrekening gebeurt via leveranciers en zolang de SERV blijft zeggen dat het vandaag al erg complex is om een precieze berekening te maken van hun kosten, zal dit in de toekomst ook zo blijven. Een optie zonder quotumverplichtingen had dat euvel volgens ons kunnen wegwerken. Omdat wij daar voorstander van zijn, hoeven wij dat amendement dan ook niet goed te keuren.

De SERV wijst op het mogelijke gevaar dat de verschuiving van distributienetbeheerders naar leveranciers het systeem opnieuw minder transparant en efficiënt zou maken. Dat is dus het omgekeerde van wat wordt beoogd. Ik heb net gezegd welke vragen ook de VREG daarbij heeft.

Waarom een systeem verdedigen dat zijn initiële doelstelling, namelijk het realiseren van marktwerking, niet behaalt? Waarom zouden we dat systeem blijven ondersteunen? Sleutelen aan een systeem, reparatie op reparatie, waarbij het steeds onduidelijker wordt hoe de factuur in elkaar zit, met alle tarieven en taksen, en wie die factuur betaalt, daar passen we voor. Het systeem blijft bestaan, in zijn bedenkelijke glorie.

Mevrouw Taeldeman sprak al over de Raad van State. Wij delen het ongenoegen van de Raad van State omdat de voorgelegde regeling het voorwerp uitmaakt van een voorstel van decreet en op die manier ontsnapt aan tal van verplichtingen en vormvereisten.

In verband met de werkwijze van de Vlaamse Regering om dit als voorstel van decreet te laten indienen, herhaalt de Raad van State dat de regering hiermee overleg- en adviesverplichtingen ontwijkt, die niet alleen inspraak verlenen aan de betrokken organisaties, maar ook waarborgen inhouden voor het tot stand komen van een degelijke regelgeving. Blijkbaar heeft deze meerderheid de gewoonte om dergelijke fundamentele decreetswijzigingen op deze wijze aan te pakken. Ik verwijs daarbij ook naar het Inschrijvingsdecreet.

Onze conclusie is heel eenvoudig. Door de quotumverhoging haalt het voorstel van decreet de druk niet van de elektriciteitsfactuur. Zonder die quotumverhoging zou een impact op de prijs inderdaad mogelijk zijn. Dat is vandaag echter niet het geval. Het voorstel van decreet zorgt evenmin voor een billijke spreiding van de kosten of voor een verhoging van de investeringszekerheid. De sector van de groene stroom heeft nood aan duidelijkheid, zodat hij zich kan handhaven en niet na elke wijziging een statistiek hoeft op te maken over het aantal bedrijven dat failliet is gegaan.

Vorig jaar legden we via onze reflectienota bij de wijziging van het Energiedecreet al de vinger op de wonde. Betaal dit vanuit de Vlaamse begroting, zet het leeuwendeel van de middelen in op energiebesparing en werk duidelijk met een maximumfactuur zodat het voor de consument duidelijk is hoeveel het beleid mag kosten. Dan is de regering meteen ook geresponsabiliseerd om ervoor te zorgen dat ze dit op de meest kostenefficiënte wijze doet.

Voorzitter, ik neem aan dat mevrouw De Knop op het einde van haar pleidooi komt. Ik zou mijn vraag nog eens willen herhalen. Ze heeft net gezegd dat dit zou moeten worden gefinancierd vanuit de algemene middelen en dat men meer moet inzetten op energiebesparing. Ze is het eens met het belang van energiebesparing. We moeten echter voldoen aan de Europese 20-20-20-doelstellingen. Ik doe een laatste poging om een antwoord te krijgen op de vraag: mevrouw De Knop, hoe gaat u die 800 tot 900 miljoen euro per jaar betalen via de algemene middelen? Wat wilt u schrappen in de Vlaamse begroting?

Irina De Knop

De vraag is of het systeem nog altijd even veel zou kosten als het efficiënter zou draaien en als het op een andere manier gefinancierd wordt. Ik herhaal wat ik daarnet heb gezegd: wij maken geen deel uit van de meerderheid. Wij hoeven die keuze niet te maken, jullie wel. Als u het dus belangrijk vindt om de quota te verhogen en om meer groene energie te produceren, dan moet u ook bereid zijn om daarvoor de kostprijs te betalen. U moet minstens bereid zijn om aan de consument te vertellen wat het kostenplaatje is.

Mevrouw De Knop, ik doe een poging om u te begrijpen. U wilt de kerncentrales sluiten, prima. U wilt ook geen extra groene energie. Hoe wilt u ervoor zorgen dat de mensen in de toekomst nog energie hebben?

Irina De Knop

Sowieso hebben wij de voorbije jaren gewerkt aan een groeipad. Op het vlak van die energiebesparing waar mevrouw Homans naar verwijst: we weten allemaal dat, als we met zijn allen minder energie produceren, dat we ook minder grijze energie zullen nodig hebben en dat we automatisch bij groene energie zullen uitkomen.

Als we dit enkel en alleen met besparingsmaatregelen hadden kunnen oplossen, dan neem ik aan dat u in de Federale Regering meteen alle kerncentrales zou gesloten hebben.

Irina De Knop

U trekt het op flessen, minister. De minister probeert haar hachje te redden door naar de Federale Regering te verwijzen. Het is sowieso een gemiste kans dat we het energiebeleid in Vlaanderen niet in globo onder de loep genomen hebben. Ik denk absoluut dat we veel meer kunnen doen op het vlak van energiebesparing. Het zou veel nuttiger zijn om er in de eerste plaats voor te zorgen dat we met zijn allen op een meer duurzame manier gaan leven. Het energiebeleid is niet alleen het opwekken van groene energie: het gaat om het totaalplaatje. Dat komt vandaag helemaal niet aan bod. Daar ben ik ook mijn pleidooi mee begonnen. Men moet het energiebeleid in globo hervormen. Wat jullie nu doen, is een van de duizend puzzelstukjes leggen. Ik denk dat het niet het juiste puzzelstukje is.

We doen erg veel rond energiebesparing, mevrouw De Knop. Ik hoor graag wat uw extra voorstellen zijn ten opzichte van wat deze Vlaamse Regering al doet op dat vlak, vaak op advies van de commissie. Wat zou u graag hebben dat wij nog extra doen? Ik sta daar zeker voor open.

Irina De Knop

Minister, ik had eigenlijk gehoopt dat ik dit debat met u in de commissie had kunnen voeren. Die mogelijkheid hebben we echter niet gehad omdat het gaat om een voorstel van decreet en omdat het alleen gaat over groenestroomcertificaten.

Wat u zegt over energiebesparing wordt sowieso via rationeel energiegebruik (REG) doorgerekend in de factuur. Ik stel enkel vast dat daar het aandeel veel beperkter is. We moeten met zijn allen onderzoeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat meer mensen kiezen voor energiebesparing. We zullen dat aantrekkelijker moeten maken.

De voorzitter

Mevrouw De Knop, minister Van den Bossche was ziek. Ik heb haar via haar kabinetschef gevraagd of ze vandaag aanwezig kon zijn om aan het debat deel te nemen. Dat wou ik toch wel even voor de duidelijkheid zeggen. (Applaus bij CD&V, de N-VA, sp.a, Open Vld, LDD en Groen)

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Voorzitter, minister, collega’s, dit voorstel van decreet is een stap in de goede richting. Ik juich het toe. Natuurlijk zou ik kunnen zeggen dat dit stapje veel te laat komt, nog veel te pril is, dat het om ad-hocbeleid gaat, en dat een totaalvisie op milieuvriendelijke energieproductie in Vlaanderen en hoe we dat het best kunnen ondersteunen nog steeds ontbreekt. Ik zou dat kunnen zeggen, maar dan zou ik de recent afgelegde weg negeren, minister. Als de richting goed zit, ben ik geneigd enige mildheid aan de dag te leggen.

Ik denk dat dit in dit debat ook de houding is geweest van mezelf en van heel mijn fractie. Daarom zal mijn fractie hier vandaag iets heel atypisch doen. Normaal stemt een fractie ja of neen en onthoudt één lid zich om te motiveren. Ik heb dit in de commissie goedgekeurd en zal het vandaag ook goedkeuren. Dat signaal wil ik, als de moeilijkste van mijn fractie, geven. Maar de rest van mijn fractie zal zich symbolisch onthouden. De mildheid van de rest van mijn fractie toont aan dat het ad-hocbeleid toch nog te veel aanwezig is. Daarom hopen wij dat we in het energiedebat de komende periode en de resterende tijd van deze legislatuur meer een beleid zullen voeren waarbij we niet telkens moeten sleutelen op momenten dat de situatie het vraagt.

Collega’s, het energiedebat moet een juiste mix zijn van conventionele en alternatieve energiebronnen. Dat is de enige manier om in onze regio constant en betaalbaar energie ter beschikking te hebben. Emissienormen, stroompannes, verankering of herverankering van de sector: dit dossier heeft vele en soms sterk tegengestelde invalshoeken.

Roepen dat de energieprijzen veel te hoog zijn, is correct. Maar men moet ook b durven te zeggen. Dit voorstel van decreet is een bescheiden stap in de goede richting. Ik hoop dat deze regering de geesten verder laat evolueren, dat de frivoliteiten inzake groene energie stilaan achter de rug liggen, en dat we op korte termijn komen tot een duurzame, realistische en alomvattende visie en tot een volwaardig en voldragen beleid, dat over meerdere jaren heen consequent kan worden uitgevoerd.

Minister, we hebben hier het voorbeeld van de stelling dat je een economie niet kunt subsidiëren, zoals we hebben gedaan. Een gesubsidieerde economie is gedoemd om te mislukken. Daardoor krijg je een sector met onzekerheden. Daar is het beleid scheefgetrokken.

Uit het stemgedrag in de commissie blijkt dat er oppositiepartijen zijn – ik denk aan Vlaams Belang en LDD – die voor hebben gestemd. Ik begrijp heel goed dat de heer Sanctorum en de Groenfractie tegen hebben gestemd omdat zij ideologisch veel verder willen gaan – ik durf te zeggen dat zij daar een punt hebben. Maar van één partij, Open Vld, begrijp ik dat niet. Mevrouw De Knop, bij alle beslissingen die ooit werden genomen over de groenestroomcertificaten en over dit beleid zat uw partij in de regering. U bent mee verantwoordelijk voor het beleid dat vandaag zo scheefgetrokken is en waar deze meerderheid nu een noodzakelijke bescheiden stap heeft gezet. Ik wik en weeg mijn woorden, want u weet dat ik niet graag als oppositielid tegen de oppositie praat.

Daar kunt u niet tegen stemmen. U kunt zich onthouden omdat de maatregel niet ver genoeg gaat, maar u kunt niet tegen een maatregel zijn die een stap in de goede richting zet om een scheefgetrokken beleid recht te trekken. Ik begrijp die houding niet. (Opmerkingen van mevrouw Irina De Knop)

Ik zeg altijd mijn mening, collega, of de rest dat nu goed of slecht vindt, dat maakt me niet veel uit.

Irina De Knop

Mijnheer Reekmans, u was niet aanwezig tijdens het hele debat, wellicht hebt u een deel van mijn argumentatie gemist. Ik heb die trouwens daarnet nog eens herhaald. Op zich worden er nu stapjes in de goede richting gezet, alleen hadden wij ervoor geopteerd om het volledige certificatensysteem in vraag te stellen wegens de grote disfuncties ervan en omdat belangrijke actoren zoals de SERV, de Minaraad en de VREG ervoor pleiten om eens goed na te denken over het energiebeleid dat we in Vlaanderen voeren.

Oké, wij zaten vroeger in de regering, maar wij willen onze verantwoordelijkheid nemen door het systeem dat fout gelopen is, dat scheefgetrokken is, niet meer te proberen rechttrekken. Wij denken dat het een reparatie is op een reparatie van een tweedehandswagen die we niet meer in orde krijgen. Wij zouden liever een nieuwe auto kopen, een ecologische.

Er is toch één iets, mevrouw De Knop, dat u echt zou moeten doen. Dat vind ik, maar dat vinden ongetwijfeld ook uw collega’s in het parlement. U zegt: wat u allen hier voorstelt is niet goed, wij willen iets anders. Legt u dan alstublieft eens uit wat het is dat u wilt. Want dat hebt u nog nooit gedaan, niet in de commissie en niet nu. Legt u nu eens aan ons uit hoe uw nieuwe auto er precies uitziet. Hoe werkt uw systeem?

Peter Reekmans

Mevrouw De Knop, ik heb misschien inderdaad niet uw volledige pleidooi in de commissie gehoord, maar zoals u weet kunnen we de commissieverslagen lezen. Gelooft u me maar, ik ken iets van dit debat, ik ben al iets langer met energie bezig, ik weet hoe de zaak in elkaar zit. Het feit dat ik uw uiteenzetting niet gehoord heb, dat ik niet lijfelijk aanwezig was in de commissie, wil niet zeggen dat ik niet zou begrijpen wat uw standpunt is. Ik heb het schriftelijke verslag van de commissie erop nagelezen en ik heb dat naast de persmededeling van pakweg twee jaar geleden van de heer Sanctorum en uw partijgenoot mevrouw Ceysens over de hold-up van de groenestroomsector, gelegd. Ik zie de lijn niet, sorry. Ik raad u aan om die teksten ook eens te lezen. Wie spreekt er namens uw partij? Mij is het niet duidelijk, ik ben daar heel eerlijk over. Ik wil u er even op attent maken dat er in die twee jaar tijd al verschillende standpunten zijn geweest.

Van mijn partij kunt u één ding zeggen: wij zijn altijd heel rechtlijnig geweest. We hebben altijd gezegd dat dit beleid nefast is en dat gesubsidieerde economie niet marcheert. We hebben daartegen geageerd, we hebben de regering gevraagd om daar iets aan te doen. Is de regering ver genoeg gegaan naar mijn mening? Neen. Is dit nog veel te veel een beleid ad hoc? Ja. Maar zijn goede en noodzakelijke stappen gezet? Ja.

U vertelt een verhaaltje over een auto die in panne valt. In zo’n geval kan men twee dingen doen. U zegt dat u die niet meer wilt repareren, maar dat u een nieuwe auto wilt kopen. Heel veel gezinnen in Vlaanderen die in panne vallen met hun wagen, kunnen met hun gezinsbudget niet beslissen om direct een nieuwe wagen te kopen. 10 procent is misschien in staat om onmiddellijk naar de garage te gaan om een nieuwe wagen te kopen, 90 procent zal proberen om de wagen op te lappen om er zo lang mogelijk mee te blijven rijden.

In heel deze problematiek kunnen we niet ineens een bocht maken. Ik moet de minister bijtreden. U wilt een nieuwe ecologische wagen kopen, maar vertelt u me eens met welke middelen? Het is gemakkelijk om dit hier te komen zeggen. Ik probeer als oppositielid altijd correct oppositie te voeren. Ik klaag iets aan als ik ergens niet mee akkoord ga, maar ik probeer ook steeds een alternatief te formuleren. Ik begrijp vandaag dat de groenestroomcertificaten een blijvend probleem zijn.

En dan kom ik bij mijn eindpunt, de hypocrisie van heel dit debat. De netbeheerders, zowel Infrax als Eandis, hebben een jaar tot anderhalf jaar geleden de mensen in Vlaanderen tegen elkaar opgezet.

Toen werd beweerd dat iemand zijn rekening was gestegen omdat diens buurman zonnepanelen op zijn dak had. Dat was eigenlijk het debat. Mensen hadden problemen met buurtbewoners. Daar zijn nog net geen grote burenruzies van gekomen.

Men heeft ons eigenlijk willen doen geloven dat onze energierekening steeg omdat de groenestroomcertificaten zo duur waren geworden. Ik ben de eerste geweest om berekeningen te maken met betrekking tot de evolutie van de dividenden die uit die intercommunales naar de gemeentebesturen gaan. Het was in mei, dacht ik, dat ik dat heb bekendgemaakt. Die dividenden zijn jaar na jaar gestegen. Men kan moeilijk zeggen dat de factuur duurder wordt omdat de kosten stijgen als de winsten groter worden. Dat is het hypocriete in dit debat.

Minister, ik weet dat Vlaanderen daar vandaag nog niet voor bevoegd is. We hebben dat debat hier al gevoerd. We moeten daar echt veel verder in durven te gaan. Ik weet ook niet meteen hoe de Vlaamse Regering dit kan doen. Dit is immers uiteindelijk een zaak van de CREG. Die dividenden aan de gemeentebesturen rijzen immers de pan uit, ten koste van de modale burger.

Natuurlijk hebben die groenestroomcertificaten daar een impact op, maar niet zo’n impact als men ons altijd heeft willen doen geloven. Dat vind ik zo hypocriet in dit debat. Ik wik mijn woorden. Mochten de groenestroomcertificaten hebben gezorgd voor een hogere energierekening, dan is dat te wijten aan enkelen in dit land, in Vlaanderen, die gespecialiseerd zijn in daken vol zonnepanelen plaatsen, en dat voetbalvelden wijd.

Er zijn zelfs leden van dit parlement die als bijverdienste lobbyen om die subsidies binnen te halen. Ik durf die feiten hier duidelijk te zeggen. Dan moeten we ons als parlement afvragen waar we mee bezig zijn. Ik vind het niet zo belangrijk wie dat is, maar belangrijk is dat, mochten de groenestroomcertificaten aan de basis liggen van die dure distributiekosten, dit niet komt omdat Piet, Pol of Pier zonnepanelen op zijn dak heeft gelegd. Het gaat over diegenen die zich hadden gespecialiseerd in het maximaal binnenrijven van subsidies, en die daarvoor personeel aantrekken.

Mevrouw De Knop, daar is het fout gelopen met dit systeem. Dat moet men dan ook durven te zeggen. Men moet dat ook durven te veroordelen, maar dat hoor ik niet.

Minister, dat vind ik dus heel spijtig in dit debat over de distributiekosten. Dit is zo ondoorzichtig. Geen kat kan er nog aan uit. Ik heb de evolutie van die distributiekosten nagekeken. Ik heb de stijgingen gezien. Ik heb zelfs die boekhoudingen doorgelicht. U weet ook hoe moeilijk het is. Er zijn de koepels en de intercommunales. Die boekhouding wordt vrijgegeven in de jaarrekening, maar men moet eigenlijk de boekhouding van alle aparte entiteiten van zowel Infrax als Eandis gaan bekijken.

Als we de evoluties van de prijzen bekijken, kan soms niet worden verklaard hoe bepaalde winsten werden verkregen. Dat is heel gek. Er wordt dan gezegd dat die REG-premies doorwegen. U weet dat ik u enkele weken geleden een schriftelijke vraag heb gesteld over de evolutie van die REG-premies die distributiebedrijven uitkeren. Heel opmerkelijk is dat die premies de voorbije twee jaar stabiel zijn gebleven. Ik had verwacht dat ze significant zouden zijn gestegen, zeker met het afvoeren van het fiscaal voordeel en noem maar op. Men kan dus niet beweren dat de rekening stijgt door de REG-premies. De groenestroomcertificaten hebben misschien een kleine impact op die stijging, terwijl de dividenden stijgen.

Misschien is het niet noodzakelijk in dit debat vandaag, maar na het reces moeten we eens nadenken over een krachtig signaal door dit Vlaams Parlement, in het licht van de gemeenteraadsverkiezingen en de vorming van de nieuwe gemeentebesturen na 14 oktober. Ik zal daartoe initiatieven nemen in de commissie. Dit parlement moet een krachtig signaal geven dat men de gigantische dividenden uit de intercommunales aan de gemeentebesturen een halt moet toeroepen.

Minister, het is immers uiteindelijk Jan Modaal die de rekening betaalt. Ik weet dat u me kunt antwoorden dat dit aan het CREG is en dat u niet bevoegd bent ter zake, maar ik vind dat het Vlaams Parlement dit moet veroordelen in een resolutie, liefst van oppositie en meerderheid, waarin we de nieuwe gemeentebestuurders in Vlaanderen vragen te stoppen met die gigantische dividenden, ten koste van de mensen die vandaag kreunen onder loodzware energierekeningen.

Het klopt inderdaad dat vandaag de Vlaamse overheid daarover geen bevoegdheid heeft, ikzelf en het parlement proberen toch wel om enige impact te hebben op de wijze waarop kosten worden doorgerekend. Herinner u de vermindering van het aantal mandaten in de intercommunales binnen de energiesector. Herinner u ook het stopzetten van grootschalige pr-activiteiten en de oproep om te stoppen met reclamecampagnes voor iets wat uiteindelijk een monopoliepositie in de markt behelst. Er wordt ook wel gehoor gegeven aan die oproep. Ik volg dat ook van dichtbij. Ik blijf de druk opvoeren. Het parlement doet dat overigens ook. Ik denk dat we daarin bondgenoten zijn. Resoluties kunnen daar zeker verder in helpen. Het zou fijn zijn als dat over grenzen van meerderheid en oppositie heen kan. Verder is het wachten op de bevoegdheden die naar Vlaanderen komen om effectief te kunnen ingrijpen. Het is niet omdat we nog niet formeel bevoegd zijn, dat we er al niet iets aan kunnen doen. We zijn ermee bezig en ik wil daar ook graag verder in gaan.

Peter Reekmans

Minister, u vat eigenlijk samen waar ik mee wilde besluiten. Dat is ook de reden waarom ik ja zeg op deze stap in de goede richting, ook al is het ad-hocbeleid, maar noodzakelijk beleid. Het doet me in heel dit debat zoveel plezier dat twee jaar aanklagen van overtollige mandaten, van plezierreisjes, diners met vuurwerk als het dessert wordt opgediend, energieconcerten allerhande, geen roepen in de woestijn is geweest. Als we nu effectief de stap kunnen zetten om de groenestroomcertificaten beheersbaar te maken, zijn we goed bezig.

Is dit het eindstation? Neen. Minister, u hebt nu een maatregel genomen om het scheeftrekken tijdelijk te kunnen stoppen, maar ik denk dat u voor het einde van deze legislatuur met een decreet moet komen dat het energiebeleid in Vlaanderen fundamenteel vorm geeft.

Ik denk dat dit mijn laatste uiteenzetting voor de vakantie zal zijn. Ik nodig de collega’s in de commissie uit om samen een resolutie te schrijven en liefst nog in te dienen voor de gemeenteraadsverkiezingen, waarin we de toekomstige gemeentebestuurders oproepen om niet langer op de kap van de consument verdoken gemeentebelastingen te heffen door gigantische dividenden te laten toekennen. Het Vlaams Parlement vraagt dan symbolisch aan de gemeentebesturen om de eerlijkheid te hebben om de gemeentebelastingen te verhogen, en het niet uit de zakken van de mensen te halen zodat ze het niet weten. Doe het door de tering naar de nering te zetten, te zaaien naar de zak. In tijden van crisis, wanneer iedereen het moeilijk heeft, moet de eerste democratie, de lokale democratie, er mee voor instaan dat de mensen hun energiefactuur kunnen betalen. (Applaus bij CD&V, Vlaams Belang, sp.a en LDD)

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Collega’s, eerst en vooral moet ik de vorige spreker tegenspreker. Hij zegt: ik geloof deze Vlaamse Regering, ik geloof deze meerderheid voor de eerste stap die wordt gezet inzake een herziening van het groenestroombeleid. Wel, collega, dit klopt niet. Wat nu voorligt, is een visie van deze Vlaamse meerderheid. Hier wordt het traject uitgestippeld voor groene stroom, de visie voor groene stroom voor de komende jaren, waarschijnlijk tot en met 2020. De discussie heeft jarenlang geduurd. Er is een groot maatschappelijk debat geweest, dat niet altijd even genuanceerd is geweest. Ik denk aan uitspraken als: we moeten betalen voor de zonnepanelen van onze buurman. Er wordt ook geschermd met bedragen: de 800 miljoen euro van mevrouw Homans. Het klopt natuurlijk dat er kosten zijn verbonden aan groene stroom, maar ik kan u meegeven dat de ondersteuning die wordt gegeven aan fossiele brandstoffen, rechtsreeks of onrechtstreeks, vele malen hoger is dan die aan hernieuwbare energie.

Ik wil een voorbeeld geven. Aan Totalfina wordt een reductie aan taksen gegeven van 6,5 miljard euro. 6,5 miljard euro, daar kunnen we heel veel hernieuwbare energie mee ontwikkelen in Vlaanderen.

Ondanks dit debat, dat vaak ongenuanceerd is gebeurd, ligt er nu een voorstel van decreet voor in dit parlement. Het is een kristallisatie van heel veel politieke discussie en heel veel onenigheid binnen de Vlaamse meerderheid, maar men is uiteindelijk gekomen tot een compromis. En welk compromis! Daar zal ik straks dieper op ingaan.

Peter Reekmans

Mijnheer Sanctorum, ik heb heel veel appreciatie voor uw werk en uw deskundigheid. Dat durf ik te zeggen over collega’s. Maar u zei dat ik de Vlaamse Regering geloof. Nee, ik geloof de Vlaamse Regering niet. Dit is ad-hocbeleid. Ik ben er wel van overtuigd dat op korte termijn een ingreep doen, enkel kon op deze manier. Minister Van den Bossche, u zegt dat dit het beleid is voor de komende jaren. Mijnheer Sanctorum heeft wel een punt. Dit beleid is in de komende jaren niet houdbaar, dat weet u ook. Het is een stap in de goede richting. We gaan het probleem indijken, maar het is geen langdurige oplossing. Minister, bent u van plan voor het einde van deze legislatuur te gaan voor een fundamenteler beleid? Dat is wel noodzakelijk.

Er ligt nog heel wat werk op de plank voor deze legislatuur. Ik denk onder andere aan een gewijzigd ondersteuningsbeleid groene warmte. We gaan dat potentieel veel beter benutten. Je kunt veel meer hernieuwbare energie opwekken via warmte aan een lagere kost. Ook andere aanpassingen in de distributiesector zijn belangrijk.

Zeggen dat we in deze legislatuur tot een eenheidstarief zullen komen, is wellicht te hoog gegrepen, maar ook daar kunnen we stappen zetten in de goede richting. Daarover start ik ook gesprekken. Is dit het einde van een Vlaams energiebeleid in deze legislatuur? Zeer zeker niet. Denk ik dat dit voorstel van decreet een fundamentele oplossing biedt voor de groene stroom? Jawel.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Mijnheer Reekmans, u krijgt bevestiging van mijn analyse, los van de politieke evaluatie van dit voorstel van decreet. Wat hier vandaag voorligt, bepaalt wat, hoe en hoeveel groene stroom er in de komende jaren wordt geproduceerd. Er zullen nog uitvoeringsbesluiten komen, die zijn in opmaak of grotendeels afgewerkt. Maar hier ligt de basis, en daar zal nauwelijks nog aan worden getornd. Ik denk, minister, dat dit is wat u bedoelt.

Minstens is er nog de onderhandeling met de andere gewesten over wie welk aandeel op zich moet nemen voor de 20 procent van Europa. Op basis van die onderhandelingen zullen we de quota moeten bekijken. Er zullen vanzelfsprekend momenten zijn, wellicht in deze legislatuur en zo niet in de volgende, waarop aanpassingen nodig zijn. Dat weet u ook, mijnheer Sanctorum.

Is dit een prima basis om op te werken? Ja, dat geloof ik echt wel, omdat dit een dynamisch ondersteuningssysteem is, dat zorgt voor een fair rendement voor elk gezin en elk bedrijf, maar dat tegelijk de oversubsidiëring eruit haalt. Dat is de essentie van die hervorming, samen met ambitieuzere doelstellingen in groene stroom.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Over die doelstellingen inzake groene stroom en quota kunnen we het straks nog hebben.

Vooraleer over te schakelen naar de inhoud, wil ik net als mevrouw De Knop, even stilstaan bij de manier van werken in dit parlement. Dit is eigenlijk een kopie van de discussie over het decreet Vlaamse Sociale Bescherming. Men is het binnen de meerderheid fundamenteel oneens. De discussie sleept ellenlang aan. Het resultaat was zelfs dat de groene-energiesector letterlijk bijna in de touwen hing. De groene-energiesector hing in de touwen.

De cijfers van de Vlaamse energieregulator bewijzen dat er effectief minder investeringen zijn gebeurd in hernieuwbare energie. Dat heeft allemaal te maken met het feit, collega’s, dat er constant onrust wordt gezaaid in die sector. Daar bent u als meerderheidspartijen mee verantwoordelijk voor. Het is een collectieve verantwoordelijkheid van de politiek. Het investeringsklimaat in Vlaanderen is ernstig beschadigd. Als u mij niet gelooft, moet u maar eens luisteren naar de energieproducenten, die u exact dezelfde analyse zullen voorleggen.

Na veel vijven en zessen komen de meerderheidspartijen natuurlijk toch tot een compromis. Minister-president Peeters heeft ook eens op tafel geslagen, want de Vlaamse Regering moet wel nog daadkrachtig overkomen. Met maanden vertraging komt er uiteindelijk een akkoord uit de bus en dan, collega’s, moet het allemaal heel snel gaan. Net voor het reces moeten we dat voorstel van decreet er nog door jagen, ongeveer hetzelfde als met het ontwerp van decreet over de Vlaamse sociale bescherming.

Zo ontstaat er een eigenaardige setting in de commissie Wonen en Energie. Er is een discussie. Er worden spoedadviezen aangevraagd. Er worden snel hoorzittingen georganiseerd, uiteraard niet op vraag van de meerderheidspartijen. Dat heeft vooral te maken met het feit de oppositie instrumenten heeft om dit voorstel van decreet te vertragen. Die hanteren wij niet, voor alle duidelijkheid. Wij willen geen vertragingsfactor zijn in Vlaanderen voor het invoeren van decreten.

Het moet dan allemaal heel snel gaan. De VREG geeft een advies met een rist amendementen, allemaal technische, waaruit blijkt dat het voorliggende voorstel van decreet onvoldoende gestaafd en doordacht is. Het is het resultaat van een politiek akkoord, maar de technische uitwerking is onvoldoende. Het is een pleidooi dat de heer Penris vaak houdt: we moeten de legistieke kwaliteit in het oog houden. Op die manier leveren we legistiek ondermaats werk. Er staan nog fouten in dit voorstel van decreet. Waarschijnlijk zullen die via reparatiedecreten worden hersteld. Het komt erop neer dat ons legistiek werk te wensen overlaat. Het zegt iets over de ernst van dit parlement.

Peter Reekmans

Mijnheer Sanctorum, u zegt dat er onzekerheid wordt gecreëerd in de sector. Dat hadden we kunnen voorspellen. Elke gesubsidieerde economie, overal ter wereld, is gedoemd om te falen. Vroeg of laat faalt elke gesubsidieerde economie. We hebben een kunstmatige sector gecreëerd. Ik heb genoeg gezien in mijn omgeving: mensen waren zonnepanelen aan het leggen op een golfplaten dak! Waar waren we mee bezig? Niet eens een geïsoleerd dak. Op een ‘kiekenkot’, bij wijze van spreken, achteraan in de tuin werden zonnepanelen gelegd, omdat het zo lucratief was. Dat er dan ongerustheid ontstaat op het moment dat je ingrijpt, ja, maar we moeten eerlijk zijn: die gesubsidieerde economie heeft er wel toe bijgedragen dat lucratieve bedrijfjes als paddenstoelen uit de grond schoten.

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

Marc Hendrickx

Mijnheer Sanctorum, als er zo veel legistiek prullenwerk gebeurt, waarom hebt u ons daar dan niet op gewezen bij uw amendementen? U had tal van amendementen, die eerder technisch van aard waren, maar naar mijn weten niet op legistiek vlak.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Er moeten effectief wijzigingen gebeuren aan het groenestroombeleid. Daar pleit u voor. Ik ben daar absoluut geen tegenstander van. Maar door het lange aanslepen door de grote onenigheid binnen deze meerderheid, bestaat er onduidelijkheid bij de sector en dat is vernietigend.

Nochtans zou de groene-energiesector in Europa – en dus ook in Vlaanderen – de sector van de toekomst moeten zijn. Dit zou één van de belangrijke motoren moeten zijn voor economische relance. Maar helaas vindt men dat in Vlaanderen blijkbaar niet belangrijk.

Mijnheer Hendrickx, u maakte een opmerking over die amendementen. Jullie waren te laat in de commissievergadering voor de bespreking ervan. Jullie, behalve u zelf. Jullie waren er niet omdat jullie de technische amendementen van de VREG nog aan het doornemen waren. Jullie hadden de amendementen nog niet netjes onder elkaar verdeeld om als indieners te fungeren. Die techniciteit schuif ik dus in de schoenen van de meerderheid, met mijn verontschuldigingen daarvoor.

Ikzelf heb een aantal inhoudelijke amendementen ingediend, maar die werden zonder grondige argumentatie weggestemd. Dit is de klassieke manier van werken in dit parlement. Amendementen van de oppositie? ‘D’office’ wegstemmen. Geen fraai schouwspel. Maar goed, dit is slechts secundair. In de eerste plaats gaat het om de inhoud.

De communicatie rond dit voorstel van decreet dateert ondertussen van enkele maanden geleden. Enkele maanden geleden werd immers het akkoord op het niveau van de regering afgesloten. Er klonken toen vele hoera-berichten. Immers, er was niet alleen een akkoord, bovendien was het een goed akkoord. Zo werd althans gecommuniceerd, zo liet men het toch uitschijnen. Men pakte uit met een quotum van 20,5 procent tegen 2020. Zo wilde men zijn ambitie etaleren op het vlak van hernieuwbare energie. Men kondigde een betere spreiding aan van de kosten tussen gezinnen en bedrijven. Men pochte op het bereiken van een stabiel investeringsklimaat, enzovoort. En jawel, ook ik trapte in die hoera-val. Was er dan toch een goed akkoord bereikt tussen de meerderheidspartijen? Zelfs de hernieuwbare-energiesector en een aantal belangrijke maatschappelijke actoren reageerden voorzichtig positief.

Maar wat blijkt bij de bespreking in het parlement? Wat blijkt bij de ontvangst van een aantal spoedadviezen van instanties die eigenlijk nauwelijks de tijd kregen om het akkoord in detail door te nemen? Ik denk hierbij ook aan de kritiek van de Raad van State aan wie een spoedadvies werd gevraagd.

Wat blijkt? Het voorstel van decreet bevat heel wat angels, waarvan ik de belangrijkste zal toelichten. U hoeft echt niet bang te zijn dat ik hier deze namiddag nog zal staan.

Ik wil het eerst over de groenestroomdoelstelling hebben. 20,5 procent tegen 2020: hoera, hoera, hoera! Maar wat blijkt in werkelijkheid? Het is nog geen 12 procent, nog een stuk verwijderd van de 13 procent en van de latere 20,5 procent die Europa ambieert.

Mijnheer Sanctorum, ik antwoord nu graag op een vraag die u nog niet hebt gesteld, maar die ik voel aankomen.

Zoals u weet, ligt de Europese doelstelling op Belgisch niveau. We gaan die nog correct moeten verdelen en in functie van de inspanningen moeten we die quota sowieso herbekijken.

Die 20,5 procent slaat inderdaad op de certificaatplichtige stroom, net zoals de eerdere 13 procent. In die zin kun je beide zeker met elkaar vergelijken.

Waarom certificaatplichtig en waarom enkele vrijstellingen? Ik verwijs hierbij naar het feit dat nogal wat Vlaamse bedrijven vrij energie-intensief zijn in hun productieproces. Die bedrijven moeten in een internationale context concurrentie kunnen aangaan met hun buurlanden. Voor hen zou die certificaatverplichting voor een deel moeten kunnen wegvallen om de tewerkstelling te vrijwaren. We willen de groene-energiesector stimuleren, maar dit mag niet ten koste gaan van andere sectoren.

Het is zo dat die percentages enkel betrekking hebben op certificaatplichtige stroom. U zegt dan terecht dat het echte percentage een stuk lager ligt, maar u moet die percentages ook verhogen met het volgende: we gaan banken, er is een eindigheid aan de certificaten. Er zijn dus een aantal ingrepen waardoor er in werkelijkheid meer groene stroom aanwezig is dan er certificaten zijn voor die groene stroom. Er zal ook groene stroom zijn zonder dat er certificaten tegenover staan. Er is dus een bijkomende beweging bovenop het percentage dat u nu omrekent naar beneden. Er komt sowieso een percentage groene stroom bij waar geen certificaten tegenover staan. Dat is een absolute plus tegenover de vorige percentagetelling waar er enkel vrijstellingen waren en waar men zich ook enkel baseerde op de certificaatplichtige stroom maar waar er nog geen enkel certificaat was gebankt, waar ook geen eindigheid was en waar we dus die bonus niet konden voorstellen.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Minister, het is een complex verhaal en vandaar dan ook de verwarring. De 20,5 procent is een quotumplicht voor de certificaatplichtige stroom.

Minister, ik heb die vraag ook gesteld in de commissie. Het systeem is al vrij complex en het wordt nog complexer. Ik kreeg daar het antwoord dat het uiteindelijk netto over 7200 gigawattuurproductie gaat tegen 2020. Als je dat uitrekent ten opzichte van het te verwachten verbruik in Vlaanderen in 2020, dan kom je uit bij 12 procent. Dit is uiteindelijk de doelstelling die naar voren schuift via dit voorstel van decreet.

Bart Martens

De minister heeft al geantwoord op uw these. De 7200 gigawattuur is de certificaatplichtige groene stroom. Daarnaast is er nog een pak groene stroom dat in 2020 geen certificaat meer zal krijgen en dat niet onder de 7200 gigawattuur valt. Alle windmolens die dan tien jaar gedraaid hebben met een recht op certificaten, zullen groene stroom blijven produceren. Deze stroom zit niet vervat in de 7200 gigawattuur, wat inderdaad correspondeert met 12 procent. Het reële aandeel zal dus een pak hoger liggen.

Europa voorziet in haar Europese richtlijn rond efficiëntie van gebouwen in de verplichting van een minimaal aandeel groene stroom in nieuwe woningen en gebouwen. Dat aandeel heeft ook geen recht op certificaten, want iets dat verplicht wordt door Europa, moet je niet subsidiëren. Dat komt dus ook bovenop die 12 procent.

Daarnaast is nog de procedure voor unieke projecten. Elk project van meer dan 20 megawatt zal apart worden beoordeeld. Als het licht op groen wordt gezet, zal dat ook een impact hebben op een aangepast quotumtraject. Deze stroom komt ook nog eens bovenop de 12 procent-doelstelling die u afleidt uit de 7200 gigawattuur. In de praktijk zal het dus een pak meer zijn, ook een pak meer dat u destijds, toen u met ons in 2000 in de regering zat, in het decreet had ingeschreven. Toen werd er 5 procent aan certificaatplichtige groene stroom tegen 2010 ingeschreven. Van 0 procent in 2000 tot 5 procent in 2010. Vandaag gaan we van 8 procent dit jaar naar 20,5 procent certificaatplichtige leveringen aan groene stroom in 2020. Dat is zeer ambitieus. De groene stroom die zal worden geproduceerd zonder certificaten moet u er uiteraard bij optellen om het volledig aandeel groene stroom in Vlaanderen te kennen.

Mijnheer Sanctorum, ik hoop dat u uw collega’s aan de andere kant van de taalgrens tot wat meer ambitie kunt aanzetten. Ze schrijven wel in hun regeerakkoord dat ze in 2020 naar 20 procent hernieuwbare energie gaan, maar aan de onderhandelingstafel met ons blijft daar nog 12,4 procent van over. (Applaus bij sp.a)

In aanvulling op wat de heer Martens zegt en wat ik volledig onderschrijf, is datgene wat wij in Vlaanderen aan groene stroom ambiëren, het volledig potentieel zoals het ook door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) is beschreven. In die zin zijn we zo ambitieus als maar enigszins mogelijk is.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Ik moet hier Wallonië niet verdedigen, mijnheer Martens. Er is bij mijn weten geen vertegenwoordiger van Groen in Wallonië. (Opmerkingen van de heer Bart Martens)

Het klopt natuurlijk dat er in Wallonië een zeer sterke ecologische partij aanwezig is, onze zusterpartij Ecolo. De ambities in Wallonië zijn 1 groene megawatt op 3 tegen 2016. En zij zitten op schema, mijnheer Martens. Wat in de achterkamers van de Vlaamse Regering gebeurt met regeringsleden van de andere kant, daar kan ik niets over zeggen, want ik zit er niet bij. U zegt dat hier nu. Klopt dat? In elk geval zit Wallonië op schema inzake zijn uiterst sterke groene ambitie. Dat is de realiteit.

U zegt dat ik moet spreken met mijn collega’s aan de overkant van de taalgrens. Wel, mijnheer Martens, u zou eens moeten spreken met uw collega’s aan de overkant van de straat. Want wat men daar doet inzake kernenergie, met de socialisten erbij, dat kan toch wel tellen! En blijkbaar heeft men uw mening daarin niet gehoord. (Applaus bij Groen)

Minister, het gaat over 7200 gigawattuur, gebaseerd op de prognoses van de VITO, maar die prognoses zijn opgesteld in 2009. Halverwege 2011 heeft men een herziening gedaan, en wat blijkt? We moeten die prognose sterk optrekken, want er is een grote productie aan zonne-energie bij gekomen. Als je die verwachte productie tegen 2020 optelt, overschrijdt die de 7200 gigawattuur ruimschoots. Het is mij op den duur onduidelijk waar die 7200 gigawattuur dan precies vandaan komt. Het is in elk geval niet gebaseerd op de meest recente aanpassing van de VITO-prognoses.

Mijnheer Martens, wat is het resultaat van dit voorstel van decreet? Hoeveel groene stroom gaan we op basis van dit voorstel van decreet produceren tegen 2020? De ambities zijn niet min. Tegen 2020 zouden wij 20,9 procent groene stroom moeten produceren in België. Over die lastenverdeling moet inderdaad nog onderhandeld worden, minister, maar het zou toch op zijn plaats zijn dat de decretale basis voor groene stroom zicht geeft op hoeveel groene stroom wij uiteindelijk gaan produceren tegen 2020. Ik hoop dat ik een concreet antwoord zal krijgen.

Ik kan het niet genoeg herhalen: op basis van de meest recente prognoses van VITO, die waar ook u naar verwijst, dat is het huidige ambitieniveau, dat is die 7200 gigawattuur plus alle andere groene stroom die niet aan certificaten gekoppeld is.

Als er een nieuwe prognose komt van VITO, die de wereld alweer verandert, dan zullen wij alles ook weer bekijken. Maar dit is allemaal gebeurd op basis van de meest recente prognoses. Dat is zo ambitieus als je kunt zijn zonder te doen alsof de wereld niet is zoals hij is. Het koppelen van realisme aan grote ambitie en idealisme is een gezond voornemen voor een voorstel van decreet dat de tand des tijds kan doorstaan.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Ik krijg nog altijd geen antwoord op mijn vraag. Ik wil nu echt weten hoeveel groene stroom we gaan produceren tegen 2020. Als ik de meest recente aanpassing van VITO-prognoses lees, gaat het om ongeveer 7900 gigawattuur, dat is dan uitgesloten Max Green en eventuele andere grootschalige biomassaprojecten.

U moet bij de feiten blijven. In dit voorstel van decreet zit enkel de gesubsidieerde groene stroom. U moet dat durven erkennen. Eens u dat hebt gedaan, kunnen wij verder en spreken over datgene waarmee u het niet eens bent.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Ik herhaal het: deze tabel geeft de totaliteit van de uitgereikte groenestroomcertificaten weer. Ik weet dat een gedeelte zal wegvallen omdat bijvoorbeeld een windmolen die langer dan tien jaar draait wel nog garanties van oorsprong maar geen groenestroomcertificaten die moeten dienen voor de inleverplicht nog zal krijgen. Ik kan dus blijven vragen hoeveel groene stroom wij in 2020 zullen produceren, daarover krijg ik toch geen duidelijkheid. Dat is duidelijk.

Bart Martens

Mijnheer Sanctorum, er is in een aparte procedure voor die unieke projecten voorzien. Wij weten toch niet hoeveel er zullen zijn? Zegt u eens of Groen wil dat de steenkolencentrale van Langerlo wordt omgebouwd tot een biomassacentrale? Wil Groen de plannen voor de bouw van een biomassacentrale van 400 megawatt in Antwerpen honoreren?

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Wij zijn niet tegen grootschalige biomassaprojecten, want er zullen er wellicht een aantal nodig zijn om onze doelstellingen te halen. Maar dit decreet bouwt een mogelijke voorrangsregeling in voor grootschalige biomassaprojecten.

Bart Martens

Dat gebeurt juist niet. De doelstelling van 7200 gigawattuur staat los van de grootschalige projecten. Die worden apart bekeken. Zij is gebaseerd op het PV-potentieel, het windpotentieel, het potentieel van de kleinschalige biomassacentrales en de waterkrachtcentrales, de studie van VITO enzovoort. Daar slaat het cijfer van 7200 op. Wat er bovenop komt, is afhankelijk van de lastenverdeling in België, het al dan niet goedkeuren van grootschalige projecten die men apart moet indienen en die ook aparte voorwaarden inzake duurzaamheid van verbruikte biomassa en dergelijke kunnen worden opgelegd. Wij volgen dus een logische aanpak. Ik begrijp niet wat het probleem is.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Ik zal straks dieper in gaan op de grootschalige biomassaprojecten.

De doelstelling is dus helemaal niet zo ambitieus als men ze laat uitschijnen.

Een tweede zaak is de rechtvaardige spreiding van de kosten. Mijn fractie heeft daar altijd voor gepleit. En hoera, mijnheer Reekmans: de groene stroom wordt uit de nettarieven gehaald. Zo wordt een billijker spreiding van de kosten tussen grote bedrijven enerzijds en gezinnen en kleine bedrijven anderzijds nagestreefd. Ik heb daar altijd voor gepleit. Want er is – en dat zal zo blijven voor bestaande installaties – een meerkost van zonnepanelen die terechtkomt in de nettarieven, en die worden grotendeels betaald door de gezinnen en de kleine bedrijven. Ik sta dus positief tegen het initiatief. Maar nu blijkt dat een groot aantal bedrijven vrijstellingen krijgen. Dat zorgt ervoor dat het quotum drastisch zakt, maar ook dat de kosten van de groene stroom opnieuw worden geconcentreerd. Eerst spreidt u, nadien concentreert u. Dat is geen billijke spreiding.

Bovendien is de ondergrens voor het verkrijgen van die vrijstelling erg laag: 1 gigawattuur. Waar dat cijfer vandaan komt, is mij een raadsel. Men moet zich baseren op de NACE-codes die de Europese activiteitennomenclatuur weerspiegelen en waarvan de VREG in zijn advies – waar de meerderheid geen rekening mee houdt – zegt dat die codes niet volstaan om te beoordelen of een bedrijf energie-intensief is of niet.

Bovendien gebeuren er heel wat fouten met die NACE-codes. De VREG waarschuwt ons ervoor dat een bedrijf gewoon de meest gunstige NACE-code zal geven om een vrijstelling te krijgen. Wel, als we dit inbouwen in het voorstel van decreet, geven we een cadeau aan de grote bedrijven, of ze nu energie-intensief zijn of niet. Dat is natuurlijk een heel spijtige zaak.

Het stabiel investeringspunt is een derde punt waarover ik het graag wil hebben. Hoera, er is duidelijkheid voor de investeerders! Wel, de werkelijkheid blijkt opnieuw toch een beetje anders te zijn. Ik zal het illustreren aan de hand van een voorbeeld. Stel dat een groene- energieproducent, een bedrijf, naar een bank gaat, met de boodschap: vandaag heb ik recht op x ondersteuning, als ik een project uitwerk. Eerlijkheidshalve moet die energieproducent dan ook aan de bank zeggen dat die ondersteuning binnen enkele maanden y kan bedragen omdat er een jaarlijkse actualisatie van de onrendabele top gebeurt en de ondersteuning via de bandingsfactor kan worden aangepast. Nog straffer, er gebeurt ook een jaarlijkse aanpassing van die onrendabele top voor lopende projecten. Wat zal die bank dan zeggen? “Sorry, maar hier spelen toch heel wat onbekende factoren, variabelen mee. Daar staan we toch wat weigerachtig tegenover.”

Minister, vooraleer u antwoordt, kan ik u al meegeven dat ik dat signaal krijg van verschillende energieproducenten. Ze hebben dit al uitgetest. Banken staan eerder weigerachtig tegenover een dergelijk onzeker systeem.

De essentie van het nieuwe systeem is net dat er veel zekerheid wordt geboden. Welke zekerheid geven wij u niet? Een zekerheid in absolute cijfers: zoveel geld zult u eraan verdienen, zoveel zult u eraan overhouden en zoveel is de oversubsidiëring. Het is waar, die zekerheid valt weg.

Wat geven wij u wel? We geven u, als gezin, een terugverdientijd die merkelijk korter is dan de periode waarop u ??? of die daarmee gelijk kan lopen, een faire terugverdientijd. Ook geven wij elk bedrijf een redelijk rendement. Dat rendement zorgt er net voor dat u een hele grote zekerheid heeft dat uw investering rendabel is, dat u er wat aan overhoudt. Die rendabiliteit bekijken we echter in de loop van het project in functie van bijvoorbeeld de evolutie van de elektriciteitsprijs, want die bepaalt natuurlijk mee hoe rendabel uw project is. We zorgen er met andere woorden voor dat wie pech heeft toch een zeker rendement heeft, maar ook dat de superwinsten eruit worden gehaald. Een bank waar u naartoe gaat en waartegen u zegt wat het rendement is dat door de overheid gegarandeerd wordt, en die u dan toch niet wil lenen, lijkt mij een bijzonder eigenaardige bank. Want hoeveel zulke grote zekerheden hebt u tegenwoordig nog wanneer u naar een bank gaat met een voorstel tot investering? Hoeveel andere zekerheden zijn er zo?

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Minister, misschien moet u eens rond de tafel zitten met die banken. Ik krijg van verschillende energieproducenten het signaal dat de banken eerder weigerachtig staan tegenover dit systeem. Waarom is dat zo? De filosofie is dat een rendement gegarandeerd wordt. In de praktijk zal er echter een aanpassing gebeuren op basis van de elektriciteitsprijs. Zo staat het in het voorstel van decreet. Maar, welke elektriciteitsprijs zult u hanteren om die aanpassing door te voeren? Elektriciteitsprijzen evolueren ook gedurende het jaar. Hoe zullen we dat exact bepalen? Dat zijn heel wat onzekerheden voor een bank. In de praktijk kan het nog altijd zijn dat een project daardoor een lager rendement krijgt, wegens een verkeerde inschatting van een nieuwe onrendabele top. Ja, minister, dat is het resultaat dat je verkrijgt wanneer je elk jaar begint te morrelen, zelfs voor lopende investeringen.

Op zich hebt u natuurlijk gelijk met uw aandachtspunt. Als de elektriciteitsprijs stijgt, stijgen ook de inkomsten voor zo’n energieproducent. Dan zou je inderdaad kunnen redeneren dat die producent minder ondersteuning zou moeten krijgen. In Duitsland gebeurt dat ook, via het feed-insysteem. Daar heb je echter een feed-insysteem. Hier hebben we een hybridisch systeem, dat toch grotendeels neigt naar een certificatensysteem. Als je de ondersteuning dan elk jaar, op basis van die elektriciteitsprijzen, wijzigt, zorg je voor onzekerheid. Die analyse zullen de banken blijkbaar ook maken.

Het is natuurlijk de essentie van een dynamisch systeem dat men en cours de route wijzigingen aanbrengt, al blijft men wel binnen dezelfde contouren. Men zal dus het rendement behouden dat in het begin werd beloofd. Als de terugverdientijd van een installatie, bijvoorbeeld van een particulier, korter is, omdat de energieprijs sneller gestegen is, dan zal er minder steun nodig zijn. Omgekeerd zal men misschien langer steun nodig hebben als de energieprijs stabiel blijft of zakt. Ook daar zullen wij voor zorgen. Bij elke aanpassing zullen er trouwens overlegmomenten worden georganiseerd met de stakeholders. Dit is noodzakelijk. U hebt dat statische element in het systeem toch altijd mee veroordeeld?

Dit is eigenlijk het best mogelijke huwelijk tussen de voordelen van feed-in en die van het certificatensysteem. Dit nieuwe systeem heeft inderdaad een aantal feed-inaspecten, maar daar wordt het grote voordeel van de certificaten aan toegevoegd, dat men zeker is dat de doelstellingen zullen worden gehaald. Een belangrijk nadeel van feed-in is namelijk dat men niet weet waar men eindigt. Hier weet men dat wel omwille van de inleveringsverplichting. We hebben dus geprobeerd om het beste van twee werelden met elkaar te verzoenen. U zult toch durven toe te geven, neem ik aan, dat de oversubsidiëring niet goed was. Die was inherent aan het feit dat men jaren vóór het eindpunt van subsidiëring al moest beslissen, in cijfers, hoeveel men zou geven.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Het is natuurlijk juist, minister, dat er enige dynamiek moet worden ingebouwd in het ondersteuningssysteem. Als men die dynamiek echter ook hanteert voor lopende projecten, dan neemt men risico’s. Dat is de essentie van het verhaal. Dan geeft men eigenlijk het signaal dat er geen gegarandeerd rendement is, ook al is dat theoretisch wel de bedoeling. De minister geeft altijd het voorbeeld van particulieren, maar eigenlijk gaat het vooral over de grotere projecten. Als men elk jaar aan dat systeem morrelt – en dan nog met een maand verschil, want een maand na de beslissing zal de nieuwe regeling gelden – en er is geen zekerheid over wat men twee jaar later zal krijgen, dan zullen de banken weigerachtig staan tegenover investeringen in windmolens of in een biogasinstallatie. Dat geef ik u op een blaadje. Dat zijn de signalen die ik uit verschillende hoeken van de sector krijg. Die zullen wel ergens op gebaseerd zijn, ondanks de goede bedoelingen die er misschien zijn.

Collega’s, wat is dan de echte agenda van dit voorstel van decreet? Is het de bedoeling om de zonne-energie te stimuleren? Zeker niet. Deze sector wordt zo goed als doodgeknepen. Men zegt dat de sector van de zonne-energie in het eigen vlees snijdt door aan te kondigen dat het niet meer rendabel is om in zonne-energie te investeren. Natuurlijk is dat zo. De sector zal dat ook wel beseffen. Als ze die boodschap geven, dan betekent dat dus dat er toch iets mis is met die ondersteuning. Ze hebben dat ook gestaafd aan de hand van een berekening. Waar zit exact de fout in de berekening van de PV-sector? Ze hanteren namelijk hetzelfde model, namelijk het 3E-model.

Mijnheer Sanctorum, u herinnert zich dat de cijfers voor de zonne-energie verleden jaar ook naar beneden werden aangepast. Toen werd er moord en brand geschreeuwd dat het de doodsteek voor de sector zou betekenen en dat het helemaal niet meer rendabel zou zijn om te investeren. Na die aanpassingen bleek de terugverdientijd echter zeven jaar te bedragen. Dat was dus gelogen – ik kan daar geen ander woord voor gebruiken. Het enige wat die belangenvereniging doet is elke aanpassing naar beneden verketteren, zonder de merites ervan te beoordelen. Het zal allicht niet prettig zijn. Tot voor kort kon men namelijk zonne-installaties verkopen met een waanzinnig korte terugverdientijd, waar een bijzonder lange tijd aan ontvangst van certificaten tegenover stond.

Dat was de best mogelijke investering die je kon doen, met het grootste rendement. Dat was niet één kasbon op je dak, het waren er honderd tegelijk. Het is duidelijk dat we daar vanaf moesten. Ik wil iedereen die zijn steentje bijdraagt tot het opwekken van groene energie in Vlaanderen, ook particulieren, van harte ondersteunen. Ik ben daar voor. Maar oversubsidiëren is nergens voor nodig. Het creëert na-ijver bij mensen die zich de installatie niet kunnen permitteren. En terecht, want dit wordt doorgerekend in de eindprijs van elke andere consument. De kunst bestaat erin om net voldoende te subsidiëren opdat de investering interessant zou zijn en blijven, en dat is zij nog altijd. Maar je mag nooit te veel subsidiëren want dat komt uiteindelijk op rekening van een ander. Je moet daar behoedzaam mee omspringen. Ik betreur dus dat de sector elke keer opnieuw wanneer er een aanpassing wordt voorgesteld die rekening houdt met het feit dat de investeringen goedkoper zijn geworden … – want dat is natuurlijk het succes geweest van het initiële systeem: toen die zonne-installaties nog veel duurder waren dan nu, heeft dat systeem zijn merites gehad. Er waren een aantal pioniers, een aantal voorlopers die hebben geïnvesteerd. De logische conclusie is dan ook dat de subsidie moet verlagen naarmate de kost van de installatie vermindert. Dat is ook hier weer gebeurd. Na de vorige verlaging is de kost van de installaties opnieuw verlaagd, dus kan ook de subsidiëring verlagen.

Als u of de sector opmerkingen zou hebben over de wijze van berekenen die de komende maanden zal gelden, mag u gerust zijn: op 1 januari 2013 zal er, dankzij dat observatorium, een fantastische wijze van berekenen zijn. De politiek zal niet één vinger meer in de pap hebben. U kunt er van op aan dat experts zullen zorgen voor een correcte en exacte berekening van de waarde van de certificaten op basis van de terugverdientijd. Dat voor het geval u nu twijfels zou hebben bij de berekeningen die alsnog zonder dat observatorium zijn gemaakt.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Het is interessant dat u dat observatorium aanhaalt. Ik geloof in de werking ervan en ik vertrouw die mensen. Daar gaat het niet over.

Minister, wat is er eigenlijk de voorbije jaren gebeurd? De PV-sector had sowieso een daling van de kost van de zonnepanelen verwacht. Toen kondigden de Vlaamse meerderheidspartijen en de Vlaamse Regering aan om de ondersteuning drastisch te verlagen. En, voor alle duidelijkheid: op zich was het goed dat de oversubsidiëring werd aangepakt. Minister, niemand in dit parlement pleit voor oversubsidiëring. Zelfs de PV-sector niet. Maar was is er gebeurd? Er was de verwachte prijs van zonnepanelen, over enkele maanden, over enkele jaren. En dan was er de ondersteuning waarin u voorzag. Dat ging voornamelijk over de grotere zonne-energieprojecten, maar ook over de kleinere. Die ondersteuning lag lager dan men, gezien de verwachtingen, nodig had. Dat was het scenario. Minister, niet enkel u of de Vlaamse Regering of dit Vlaams Parlement is verantwoordelijk voor wat er intussen is gebeurd. De ondersteuning van zonne-energie is wereldwijd gedaald. Ondertussen worden er in China grote hoeveelheden zonnepanelen geproduceerd. Het resultaat is een wereldwijde overcapaciteit. Er zijn te veel zonnepanelen. Daardoor zakt de prijs ervan nog verder door. Dat gebeurt eigenlijk op een bijna kunstmatige manier, minister. Op een onduurzame manier. Die prijs zal sowieso dalen. Voor Vlaanderen wordt de fameuze ‘grid parity’, het punt waarop de prijs voor groene stroom gelijk is aan die uit fossiele brandstoffen, verwacht tegen 2017. Maar door de grote overcapaciteit daalt de prijs van een zonnepaneel kunstmatig snel. En dan zien we dat onder meer Photovoltech de boeken moet sluiten en dat Bekaert de productie van die fameuze zaagdraad stopt. Dat is het resultaat van een wereldwijd fenomeen waaraan Vlaanderen deelneemt: het viseren van zonne-energie ondanks het grote perspectief dat we op dat vlak hebben, ook in Vlaanderen.

Wat de steun aan PV betreft, mijnheer Sanctorum, vind ik wat u zegt heel raar in het licht van wat er heel recent in Nederland onder impuls van GroenLinks is veranderd. Als men daar een aanvraag voor subsidie indient, kan die maximum 650 euro per project bedragen. Voor een modale gezinsinstallatie van ongeveer 5 kilowattpiek, krijgt men bij ons ongeveer vijf certificaten per jaar van 90 euro, dat komt neer op 450 euro per jaar en dat voor tien jaar. In Nederland krijgt men dus 650 euro per installatie, bij ons krijgt men 4500 euro. Bovendien heeft men in Nederland het nadeel dat de btw 19 procent bedraagt, bij ons 6 procent.

Kunt u misschien eens uitleggen hoe het komt dat de sector bij ons moord en brand schreeuwt, terwijl men in Nederland zegt dat 650 euro per installatie meer dan voldoende is om rendabel te zijn?

Mijnheer Sanctorum, ik vind dat u zo fair moet zijn om te zeggen dat de reden waarom het voor Vlaamse bedrijven die zonnepanelen produceren, moeilijker is geworden, de massale dumping is van Chinese, soms minderwaardige, producten op de markt. Het heeft niets te maken met dit voorstel van decreet, niets. U moet de eerlijkheid hebben om te zeggen dat wanneer de Europese markten worden overspoeld door een pak minderwaardige, maar ferm goedkopere producten uit andere delen van de wereld, dat zijn weerslag heeft.

Ik meen dat daar een belangrijke taak is weggelegd voor de sector en misschien kan de overheid daarbij helpen. We zouden de mensen moeten wijzen op het verschil in kwaliteit. Er is ook een verschillend rendement mogelijk naargelang het zonnepaneel dat men kiest. Het kan erg belangrijk zijn dat er een vorm van correcte informatie is over de kwaliteit van de panelen, ook voor de Vlaamse productie.

Maar wat China doet, wordt heus niet beïnvloed door het voorstel van decreet dat hier een paar weken geleden werd ingediend.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Daar kunt u zich inderdaad achter verschuilen, minister. Natuurlijk klopt het dat dit voorstel van decreet geen impact heeft op de hele zonne-energiesector wereldwijd. Uiteraard niet, wij zijn een kleine deelstaat van een kleine federale staat, maar we werken er wel aan mee.

Minister, de analyse van het feit dat de prijs zo drastisch daalt, heeft te maken met het feit dat wereldwijd de ondersteuning voor zonne-energie daalt en dat er in China zonnepanelen worden geproduceerd, bovendien met subsidies, waardoor ze aan dumpingprijzen kunnen worden geëxporteerd. Dat is de realiteit waar we ons in bevinden.

Ik kom tot Nederland. Ook de heer Bothuyne schermt ook graag met het voorbeeld van Nederland. Ik heb onlangs de cijfers ontvangen over bijkomende capaciteit in Nederland op het vlak van zonne-energie, en die stellen nauwelijks iets voor: er is nauwelijks bijkomende capaciteit gekomen in Nederland.

Waar het eigenlijk over gaat, is het volgende. In Nederland en wereldwijd pleit de hernieuwbare-energiesector voor een gelijk speelveld voor fossiele brandstoffen en hernieuwbare energie. Uit tal van rapporten, onder meer van het Internationaal Energieagentschap blijkt dat de subsidies voor fossiele brandstoffen nog altijd veel hoger liggen dan die voor hernieuwbare energie. De hernieuwbare-energiesector pleit voor het stoppen tout court van subsidies aan de hele energiesector. Maar Nederland is in die zin eigenlijk een slecht voorbeeld.

Minister, als er een echte rationalisering van groene stroom zou gebeuren, met kostenefficiëntie en dergelijke meer, dan zou u ook voor zonne-energie telkens een onrendabele top berekenen, maar dat doet u niet, want die wordt nu gewoon vastgelegd op 90 euro per megawattuur.

Bart Martens

Dat zal wel gebeuren. In het nieuwe regime vanaf 1 januari 2013 wordt voor zonne-energie ook een aparte onrendabele top berekend door het observatorium. Ik snap niet, mijnheer Sanctorum, waar u vandaan haalt dat het voor zonne-energie niet zal gebeuren.

U zegt ook dat niemand hier in dit halfrond pleit voor oversubsidiëring. U hebt dat permanent en continu gedaan. Ik herinner me nog goed dat op het eind van de vorige legislatuur toen we de steun van 450 euro per certificaat verlaagden naar 350 euro, uw collega Eloi Glorieux dat een schade vond en het een ramp voor de zonnesector noemde.

Sindsdien is het geïnstalleerd vermogen meer dan verviervoudigd. Bij ons ingrijpen vorig jaar, hebt u een communiqué uitgestuurd waarin stond dat de daling in de subsidiëring een hold-up van de sector was, dat het ontslagen zou regenen: drie keer Opel Antwerpen zou er aan werkgelegenheid verloren gaan.

Sindsdien is alleen al in het gebied van Infrax het vermogen toegenomen van 400 megawatt tot 500 megawatt. Dat is een stijging met 25 procent op een jaar tijd, ondanks die ingreep die volgens u de doodsteek zou betekenen voor heel de sector. U pleit wél permanent voor oversubsidiëring. Alle aanpassingen die het verleden zijn doorgevoerd, hebben bewezen dat ze de sector niet hebben gefnuikt. Integendeel, ze hebben de sector geen windeieren gelegd.

Het is inderdaad zo dat, zoals ik daarnet zei, het observatorium vanaf 1 januari voor alles telkens opnieuw een onrendabele top zal berekenen, dus ook voor zonne-energie. Mijnheer Sanctorum, uw communicatie ontmoedigt veeleer investeringen in zonne-energie dan dat het mensen aanmoedigt te investeren. U zou beter hier komen zeggen dat die investeringen de moeite blijven lonen, ook na dit voorstel van decreet. We moeten daar allemaal onze schouders onder zetten, maar wat u doet, is een selffulfilling prophecy. Kent u dat? Hoe luider u hier zegt dat er niet meer zal worden geïnvesteerd, omdat het niet de moeite is, des te minder zal er worden geïnvesteerd, althans als men u gelooft. U zou er beter een ander discours op nahouden.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Voor alle duidelijkheid, ik baseer mijn discours op een concrete berekening van de PV-sector en op een analyse van de hele sector van de hernieuwbare energie.

Mijnheer Martens, ik heb daar daarnet al op geantwoord. Niemand pleit hier voor oversubsidiëring. Alleen is de prijs van zonnepanelen erg snel gedaald, veel sneller dan verwacht. Dat had niemand kunnen voorspellen. Het is zelfs erg ironisch geworden. Hoewel een aantal partijen in dit halfrond niet echt fans van zonne-energie zijn, hebben we verleden jaar net dankzij zonne-energie nog wel wat hernieuwbare energie geproduceerd. De andere sectoren hebben het immers veel minder goed gedaan. Nog een geluk dat we de voorbije jaren zonne-energie hebben gehad. Alleen ziet het er jammer genoeg niet zo goed uit voor de komende jaren.

Minister, we zullen zien. Ik doe hier geen grootse voorspellingen vanuit mijn eigen analyse. Ik baseer me gewoon op cijfers en signalen van een bezorgde hernieuwbare-energiesector.

Windenergie is een iets moeilijkere kwestie dan zonne-energie. Er rijst eerst en vooral een probleem wat de bestaande windmolens betreft. Na tien jaar worden er immers geen groenestroomcertificaten meer verstrekt, maar als er een bijkomende investering nodig is, als iets moet worden vervangen, dan kan men nog wel een bijkomende ondersteuning aanvragen. De heer Hendrickx is er niet meer, maar ik heb daarover ook een amendement ingediend. Het probleem is dat die ondergrens voor extra ondersteuning boven de kostprijs ligt van die onderdelen van windmolens, zoals een tandwielkast of een ander onderdeel.

Minister, concreet betekent dit dat het onrendabel dreigt te worden om een onderdeel te vervangen van een oude windmolen. Het zou rendabeler worden die oude windmolen gewoon te supprimeren en een nieuwe te bouwen. Dat is opnieuw een duidelijk signaal uit de sector van de hernieuwbare energie. Misschien hebt u daar een antwoord op.

Als het na die periode van eindigheid, dus na die tien jaar, goedkoper en dus interessanter – ook qua mate van energieopwekking – is om een bestaande molen aan te passen en verder te laten draaien dan een nieuwe te bouwen, dan zullen we dat ondersteunen, maar niet meer dan nodig is. We willen daarmee net vermijden dat zou gebeuren wat u zegt, namelijk dat een molen die nog prima mee kan en waarvoor er geen alternatief is om zoveel meer wind om te zetten in werkelijke energie, zou worden afgebroken en vervangen door een nieuwe, terwijl dat niet nodig is. Net daarom staat die wijziging in dat voorstel.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Ik zal mijn punt nog eens herhalen. Die ondergrens bedraagt 20 procent en 100.000 euro. Dat komt dus neer op ongeveer 500.000 euro. Dat ligt hoger dan de werkelijke kost van dergelijke onderdelen van een windmolen. Dit zijn de concrete uitvloeisels van dit voorstel van decreet. Men zorgt ervoor dat het uitbaten van een oudere windmolen onrendabel dreigt te worden.

Dan een ander voorbeeld: biogas. De uitvoeringsbesluiten zijn in opmaak. Af en toe verschijnt er wel eens een mailtje met een mogelijk uitvoeringsbesluit. Ik heb ergens gelezen dat wanneer een overschot aan groenestroomcertificaten van meer dan 25 procent bestaat, de bandingfactor maximaal 1 bedraagt. Dat moet nog langs de regering passeren, maar als dat werkelijk gebeurt, dan betekent dat dat een nieuwe biogasinstallatie het volgende jaar niet meer rendabel is.

Ik zal stoppen met negatieve voorbeelden te geven van welke sectoren allemaal in de klappen delen. Waar is het dan wel om te doen in dit decreet? Als we in Vlaanderen de grootschalige biomassaprojecten willen uitbouwen, is er een mooi kader gecreëerd. Mevrouw Homans, het is misschien uw bijdrage, ik wil u daar proficiat voor wensen. De grootschalige biomassaprojecten krijgen een afzonderlijke afweging. Op zich is dat verdedigbaar. Het gaat om die afzonderlijke projecten, maar ze krijgen vooral zekerheid. Ze zullen geen gewijzigde ondersteuning krijgen, minister. Ze zijn zeker welke ondersteuning ze krijgen gedurende de tijd dat hun installatie wordt afgeschreven. Nadien zullen ze ook de mogelijkheid krijgen om verder ondersteuning te krijgen voor de brandstoffen. In elk geval hebben ze recht op een vaste ondersteuning. Dat wordt blijkbaar buiten het dynamisch principe gelegd.

Minister, in de praktijk weet u ook dat vandaag de elektriciteitsprijs vrij laag ligt. Langetermijncontracten worden opgesteld door de uitbaters van de grootschalige biomassaprojecten. Dat betekent concreet dat men vandaag een zeer interessante ondersteuning zal krijgen. Als de elektriciteitsprijs de komende jaren stijgt, zal men een stevige ondersteuning krijgen en dan ook nog eens inkomsten van de elektriciteitsprijs.

Ik kan nog een aantal andere voorbeelden geven waarom een dergelijk grootschalig biomassaproject interessant is. Bij dezen heb ik er al meteen reclame voor gemaakt. Dit vind ik straf: de bandingfactor kan worden gewijzigd. De ondersteuning van andere hernieuwbare energie kan worden verlaagd omwille van het feit dat er grootschalige biomassaprojecten worden gerealiseerd. Maar dan houd ik mijn hart vast, minister, want dat betekent dat volgens het voorstel van decreet de mogelijkheid bestaat om bijvoorbeeld windmolens onrendabel te maken ten voordele van bijvoorbeeld grootschalige biomassa.

Waarom zijn die grootschalige biomassa-installaties uit het systeem? Net om te vermijden dat er geen vertrouwen zou terugkeren voor investeerders van groene stroom in andere technologieën. Als u weet dat één grote nieuwe centrale het volledige quotum zou opsouperen, dan hebt u helemaal geen zekerheid dat er afname zal zijn voor uw groenestroomcertificaten, wanneer u investeert in bijvoorbeeld wind of zon. Waarom staat dat apart? Omdat we dan apart de quota moeten herbekijken op basis van die nieuwe biomassa. Dat zorgt er net voor dat andere technologieën ook evenveel kans hebben en dat vooral de zekerheid groot is dat die investeringen rendabel zullen zijn en dat ze die groenestroomcertificaten kwijt geraken aan leveranciers.

Wat mij enigszins pijn doet, is dat u zegt dat de werkelijke agenda van de regering biomassa is. Dat is nu eens de regeringsagenda, zegt u. Wat is de agenda van deze hervorming, mijnheer Sanctorum? Dat is zoveel mogelijk groene stroom in Vlaanderen, ten eerste omdat dat hier in Vlaanderen zelf kan gebeuren en niet van elders komt, en ten tweede omdat dat op middellange termijn de prijs onder controle houdt, want de energiebronnen zijn vaak gratis en de technologie wordt met de tijd goedkoper. We willen dat doen aan zo laag mogelijke kosten, op maat van elke technologie door dat dynamische systeem, door dat observatorium: weg met de subsidiëring, maar wel een zeker rendement. We willen bovendien die kosten zo eerlijk mogelijk verdelen over alle schouders, maar zonder dat het tewerkstelling kan vernietigen.

Mijnheer Sanctorum, dat is de agenda van de regering. Ik zal dat eens zeggen. Dat is de agenda van de meerderheid in het Vlaams Parlement. Het spijt mij dat u die agenda niet deelt. (Applaus bij sp.a)

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Minister, u herhaalt uw eerste communicatie. Ik heb net een poging ondernomen om gedurende een halfuur aan te tonen dat die agenda en die communicatie niet klopt. Ik zal die niet nog eens herhalen. U hebt gewoon uw eerdere communicatie opnieuw verteld. Dat is natuurlijk ook uw recht.

China is het grote voorbeeld voor een aantal mensen. Minister-president Kris Peeters gaat er graag op bezoek en komt geïnspireerd terug. Hij is er al verschillende keren op bezoek geweest – wist u dat niet, mijnheer Van Dijck? China wil tegen 2015 21 gigawatt zonne-energie installeren. Ter vergelijking, de vier rectoren van Doel gaan over nog geen 3 gigawatt.

Duitsland – daar moet ik u niet van overtuigen, mijnheer Van Dijck – is een groot model voor de economie, maar als het gaat over investeringen in hernieuwbare energie, dan is Duitsland plots geen model meer.

De voorzitter

Mijnheer Sanctorum, we sluiten af.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Wat gebeurt er in België? België kiest voor kernenergie en Vlaanderen volgt die agenda volledig. Vlaanderen vernieuwt niet, Vlaanderen renoveert. De Vlaamse Regering volgt gewoon de federale logica: nucleaire energie openhouden en hernieuwbare energie onderdrukken. Dat is de werkelijke agenda. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

Mijnheer Sanctorum, we sluiten af. Ik heb u al veel minuten bijgegeven. Mijnheer Sanctorum, alstublieft. Ik heb de klok stilgezet, ik heb rekening gehouden met alle tussenkomsten en ik heb u al veel tijd bijgegeven. Dan moet u het reglement respecteren.

Mijnheer Sanctorum, ik heb u veel tijd bijgegeven. U moet niet komen klagen over andere fracties.

Minister Van den Bossche heeft het woord.

Misschien is het te hilarisch om erop te reageren, maar ik doe het toch. Als er in dit land zes op de zeven snel worden gesloten … (Opmerkingen van de heer Filip Watteeuw)

Ja, dat is snel mijnheer Watteeuw, dat is al over twee jaar. Dat is vrij snel. Misschien had u het sneller willen doen, u hebt het in ieder geval niet sneller gekund. U hebt het inderdaad ingeschreven, maar dan is er niet gezocht naar het alternatief. Wij in Vlaanderen, zonder uw steun, zorgen voor het alternatief. Wat ik hier doe, is heel erg veel. We zorgen voor een ondersteuningssysteem, waardoor we de investeringen in groene energie maal anderhalf doen in Vlaanderen. Dat is zorgen voor een alternatief, dat is zorgen dat er meer investeringen komen en dat ook die laatste centrale zo snel mogelijk dichtgaat, mijnheer Watteeuw. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Mijnheer Sanctorum, we zijn deze morgen om 9 uur begonnen. Ik denk dat alle partijen voldoende mogelijkheden hebben gekregen om hun zeg te doen. Als voorzitter kon ik af en toe het technisch debat niet meer volgen. Ik vind dat dat in de commissie moet gebeuren en niet in de plenaire vergadering. (Applaus bij de meerderheid)

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het voorstel van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2011-12, nr. 1639/8)

– De artikelen 1 tot en met 7 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De heer Bart Martens heeft – als hoofdindiener – me verzocht om een technische correctie aan te brengen in artikel 8: het jaartal 2003 moet worden vervangen door het jaartal 2013.

Is het parlement het hiermee eens? (Instemming)

De heer Penris heeft het woord.

Jan Penris

Waar vind ik dat jaartal precies, mijnheer Martens? Het artikel 8 is nogal lang. In de amendementen die ik met betrekking tot dit artikel heb ingediend, heb ik ook een poging gedaan om de commissieleden die de debatten niet hebben gevolgd, wegwijs te maken in welk deelgebied van het artikel 8 moet worden gezocht. Maar ik geef eerlijk toe dat het mij nu ook niet geheel duidelijk is.

De voorzitter

Artikel 8, ten eerste, mijnheer Penris.

De heer Martens heeft het woord.

Bart Martens

In artikel 8, ten eerste, staat: in paragraaf 1, vijfde lid, worden tussen de woorden “voor installaties in gebruik genomen vanaf 1 januari 2010” en de woorden “bedraagt de minimumsteun” de woorden “en met startdatum voor 1 januari 2003” ingevoegd.

Die ‘2003’ komt van de zetduivel. Dat moet ‘2013’ zijn.

Dit kan trouwens ook duidelijk worden afgeleid uit de toelichting bij het voorstel van decreet en uit de bespreking in de commissie. Het gaat om het onderscheid tussen de bestaande installaties, die onder het oude steunregime vallen, en de nieuwe installaties, die vanaf 1 januari 2013 onder het nieuwe steunregime vallen.

Jan Penris

Ik heb het gevonden. Ik wil alle leden evenwel meedelen dat artikel 8, ten eerste, eigenlijk niet bestaat. Er is een artikel 8, en dat moet als een ondeelbaar geheel worden gelezen. Ik geef toe dat ik de fout in mijn eigen amendement ook heb gemaakt. Dat artikel 8 heeft tot doel artikel 7.1.6 van het Energiedecreet, zoals gewijzigd bij de decreten van 9 juli 2010, 6 mei 2011 en 8 juli 2011, te wijzigen. Dan volgen een aantal wijzigingen van dat fameuze artikel 7.1.6. Hieruit blijkt hoe ingewikkeld onze decreetgeving wordt. We maken dikwijls de fouten die de heer Martens en ikzelf nu hebben gemaakt. Ik betreur dat.

Bart Martens

Het gaat dus inderdaad, zoals de heer Penris zegt, om het eerste lid van het door artikel 8 gewijzigde artikel 7.1.6 van het Energiedecreet.

Jan Penris

Daar gaat het dan inderdaad over paragraaf 1, vijfde lid.

De voorzitter

Er zijn ook amendementen op artikel 8. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2011-12, nr. 1639/9)

De heer Penris heeft het woord.

Jan Penris

Het lijkt me gebruikelijk amendementen toe te lichten die tijdens een plenaire vergadering worden ingediend. We hebben de moeite gedaan ten aanzien van artikel 8 nog twee amendementen in te dienen. De restverwijzingen moeten we hier even laten vallen. Dat is een foutje van mij. Ik zal die amendementen nu even motiveren.

De motivering is tijdens de bespreking ten gronde al door een aantal sprekers naar voren gebracht. Het betreft hier een bekommernis van de private sector. We willen die bekommernis nu ook legislatief tot uiting brengen.

We hebben die mensen gehoord. Na een analyse van de correcte marktcijfers blijkt dat een ondersteuning met 90 euro gedurende tien jaar in de huidige marktomstandigheden tot het stilvallen van de sector zou leiden. Dit heeft de sector zelf verklaard. De sector heeft hiervoor ook argumenten aangebracht.

Dit zou grote macro-economische gevolgen hebben. We spreken dan misschien niet over een, twee of drie bedrijven als Opel, maar wel over een bedrijf als Crown Cork. Dat vind ik op zich al even erg. Het is in elk geval erg genoeg om, nu het nog mogelijk is, een remedie te zoeken.

De invoering van een nieuwe regeling op 1 augustus 2012, ongeveer twee weken na de publicatie van het decreet, is onhaalbaar en onwerkbaar. Bovendien zal het bouwverlof binnenkort van start gaan.

Deze amendementen stellen de private sector in staat te overleven. De terugverdientijd voor particulieren wordt tien jaar. De kostprijs voor de eindgebruiker wordt geminimaliseerd. De meerkost van dit amendement in vergelijking met het oorspronkelijk voorstel bedraagt jaarlijks slechts 2,14 euro per gezin.

Volgens mij kunnen we een mooi evenwicht vinden tussen de belangen van de consument en de belangen van de sector. We vinden de belangen van de consument zeer belangrijk. Dit is de reden waarom we dit initiatief enthousiast hebben gesteund. We hadden ook iets anders kunnen doen. De sector stelt heel wat mensen tewerk. We mogen die jobs niet nodeloos in gevaar brengen.

De werkloosheid in Vlaanderen is al hoog genoeg. Indien we kleine maatregelen kunnen nemen om dit probleem aan te pakken, is het onze politieke plicht die maatregelen te nemen. Ik ga er dan ook van uit dat iedereen de amendementen 33 en 34 met enthousiasme zal goedkeuren. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De stemmingen over de amendementen en over het artikel worden aangehouden.

– De artikelen 9 tot en met 17 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het voorstel van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.