U bent hier

De voorzitter

Bespreking (Voortzetting)

Dames en heren, aan de orde is de voortzetting van de bespreking van het voorstel van resolutie van de heren Ludo Sannen, Ward Kennes en Kris Van Dijck betreffende de inrichting van een universitaire opleiding Islamitische Godsdienstwetenschappen.

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Het voorstel van resolutie van de heer Sannen werd voorafgegaan door een conceptnota, en er is ook een hoorzitting geweest. Ik wil daarmee zeggen dat er in de commissie heel grondig en diepgaand over is gediscuteerd, niet zozeer over het voorstel zelf, maar ook over de hele context die errond hangt, namelijk de positie van de islam in de westerse samenleving.

Het was een heel interessant debat. De heer Wienen, van wie ik dacht dat hij aan het filibusteren was en dat hij onzin zou vertellen om de tijd te rekken, heeft mij aangenaam verrast door een heel interessant betoog te houden over de evoluties in de islam en over de relatie met de burgerlijke samenleving. Ik heb er samen met de overblijvende leden van de commissie aandachtig naar geluisterd.

Ik heb echter moeten vaststellen, mijnheer Wienen, dat, hoe interessant uw betoog ook was, u eigenlijk geen ‘smoking gun’ tegen de voorstellen van de heer Sannen hebt kunnen bovenhalen. Heel veel van uw argumenten kunnen worden omgedraaid ten voordele van het voorstel van de heer Sannen. U hebt het inderdaad, terecht, dikwijls gehad over de moeilijke positie van de islam als een openbaringsgodsdienst met onwrikbare geloofspunten die in de godsdienstlessen worden herhaald en waarover geen discussie mogelijk is. Dat was een beetje de kern van uw betoog. Ik denk dat dat voor een stuk klopt, maar voor een stuk ook niet. Er zijn in de marge van de islamitische intellectuele wereld wel degelijk stromingen die proberen om dat op gang te brengen en die een aansluiting proberen te zoeken bij de waarden van de Verlichting.

In die zin steunt onze fractie wel degelijk het voorstel van resolutie van de heer Sannen en anderen, omdat hier een platform kan worden gecreëerd waar een intellectuele discussie binnen de islam ontstaat. In de huidige situatie worden de intellectuelen van de islam, de ‘religieuzen’, als ik dat woord mag gebruiken, bijna exclusief geleverd door het buitenland, de Diyanet vanuit Turkije en allerlei salafistische groepen uit Noord-Afrika en de Arabische wereld. Dat kan op die manier worden doorbroken.

Het voorstel is de moeite waard om het te proberen. Minimaal kunnen we zeggen: baat het niet, het schaadt niet. De woorden van professor Van Hecke hebben mij enigszins gerustgesteld. Hij zag de opleiding Islamitische Godsdienstwetenschappen zoals de moderne theologie uit het christendom: een combinatie van binnen- en buitenperspectief. Ik ben niet erg ongerust over wat in die islamitische godsdienstopleiding zal gebeuren.

Wel heb ik twijfels over, en de hoorzitting heeft dat nog wat versterkt, de impact die het zal kunnen hebben op de Vlaamse moslims. In hoeverre zullen de islamintellectuelen die daar worden gevormd een draagvlak kunnen creëren binnen de moslimgemeenschap? De experten ter zake, de heer Shattour en mevrouw Kanmaz, hebben heel duidelijk gezegd dat er tussen de moslimgemeenschappen enorm grote kloven bestaan. De interne communicatie is niet groot. Dat kan aanleiding geven tot gekissebis binnen de Islamitische Godsdienstwetenschappen, want welke strekking zal het daar voor het zeggen hebben? Dat is afwachten. In Duitsland en Nederland is het blijkbaar wel gelukt. Ik vind dus dat men het in Vlaanderen moet proberen.

In heel deze discussie gaat onze fractie voor de derde weg. Er is eerst de weg van het Vlaams Belang, die het zoekt in de confrontatie: wij tegen hen. Het Vlaams Belang stelt zich een beetje op als de vakbond van de autochtonen. Mijn voornaamste probleem is: wat is jullie perspectief? Waar willen jullie naartoe? Dat hoor ik niet. Het is tamelijk negatief.

Daarnaast is er het perspectief dat door een deel van de linkerzijde wordt gehuldigd, het cultuurrelativisme. Alle culturen zijn evenwaardig en mensen mogen integraal hun cultuur meebrengen, daar wordt niets over gezegd, zelfs als het gaat over de meest reactionaire en vrouwonderdrukkende regels. Dat is hun eigen cultuur en we moeten maar laten betijen. Dat is de houding van de cultuurrelativisten, die dikwijls wordt aangenomen om electorale redenen.

Daartussenin zit de weg van de integratie, waarbij op een assertieve manier de humanistische waarden van onze Westerse samenleving aan nieuwkomers en allochtonen wordt vooropgesteld. In dat kader ook heeft onze fractie een voorstel van decreet ingediend voor een algemeen verbod op de hoofddoek, zodat ten minste tijdens de schooluren dat vrouwenonderdrukkende symbool even wordt afgezet.

Ik zeg duidelijk waar onze fractie staat: op de lijn van de integratie. Dat is ook de lijn die wordt gevolgd door Vlaanderen met de inburgering. Die derde weg is de beste. Het voorstel van resolutie van de heer Sannen past daarin en daarom zal onze fractie het ondersteunen.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Ook wij steunen het voorstel van resolutie, voorzitter, collega’s. We vinden het belangrijk dat er een opleiding Islamitische Godsdienstwetenschappen komt. Dat wij dat kortweg onder ons, misschien onnauwkeurig, een imamopleiding noemen, vind ik niet zo aanstootgevend of kwalijk. Met de opleiding Islamitische Godsdienstwetenschappen willen we een intellectueel kader creëren, ook binnen de islam, om uiteindelijk goed opgeleide islamleerkrachten te hebben in Vlaanderen en ook wel imams die de vertegenwoordiger zijn van een soort Europese islam.

We kunnen daar niet tegen zijn. Als we willen dat door die opleiding die uiteindelijke doelstellingen worden behaald, dan moet er voldoende draagvlak zijn, ook binnen de moslimgemeenschap zelf. Dat wil ik absoluut benadrukken. We mogen er de ogen niet voor sluiten dat we daarmee imams zullen en willen opleiden in de toekomst. Dat zal nog niet voor meteen zijn. Het zal zeker vijftien jaar duren voor de eerste imams uit een dergelijke opleiding komen. Die zullen er niet alleen komen. Als ze een vierjarige opleiding zullen hebben doorlopen, zullen ze niet worden aanvaard binnen de gemeenschap. We moeten er wel alles aan doen opdat men op termijn die mensen van hier, die hier zijn opgeleid, zou aanvaarden.

Minister, daarom is het enorm belangrijk dat, indien er zo’n opleiding komt, er voldoende draagvlak, samenwerking en afstemming is met de gemeenschap zelf. Ik kan dat niet genoeg benadrukken. Dat zal van essentieel belang zijn als we willen dat de mensen die daaruit afstuderen, ooit worden aanvaard binnen die gemeenschap. Dat moet ook samen met hen op poten worden gezet.

Ward Kennes

Ik wil misverstanden voorkomen. Diverse leden, en ook de hoofdindiener, de heer Sannen, hebben duidelijk gezegd dat het niet gaat om een imamopleiding. Wel kan dit een intellectuele onderlaag creëren – ik heb het woord ‘humus’ gebruikt – waar ook mensen die een imamopleiding volgen of daarmee bezig zijn, indirect mee kunnen worden gevoed. De parallel met de seminaries en dergelijke is getrokken. Het gaat dus duidelijk niet om een imamopleiding. Daar kan geen misverstand over bestaan. Ik wil voorkomen dat we in gehakketak vervallen met leden van fracties die dit voorstel niet mee hebben ingediend, maar er wel hun steun aan hebben betuigd. Dat zou jammer zijn.

De voorzitter

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Voorzitter, hiermee komen we enigszins tot de kern van de zaak. Ik zal niet herhalen wat mijn goede collega, de heer Wienen allemaal heeft gezegd, maar als ik mevrouw Meuleman hoor, dan is dit inderdaad een opstap naar een imamopleiding. Dan is de heer Kennes er als de kippen bij om te zeggen dat het daar niet over gaat.

Mijnheer Sannen, toch was de ondertoon – ik zal het niet de rode draad noemen – van uw betoog enigszins dat we tot een soort Europese islam moeten komen. Dit is maar een deeltje, maar het zou daar eventueel toe kunnen bijdragen. Als men daarvoor academische opleidingen zou financieren – en het staat uiteraard iedereen vrij om het even welke theologiestudie van om het even welke godsdienst te volgen –, dan betekent dit dat men erkent dat er een probleem is.

Als ik mevrouw Meuleman hoor, dan weten we heel goed wat de bedoeling is van het voorstel van resolutie. U bent het niet eens met de wijze waarop de islam hier in de scholen wordt gedoceerd door de imamleerkrachten. U, of mevrouw Meuleman, zou graag andere imamleerkrachten hebben, die op een andere manier zijn opgeleid. Het gaat dus wel degelijk over de imamopleiding. Mevrouw Meuleman heeft dat perfect gesteld.

Dit zou een element zijn om tot een Europese islam te komen, maar men moet daarbij één zaak voor ogen houden: een religie laat zich niet dicteren door een overheid. Een religie ontwikkelt zichzelf binnen de samenleving waarin ze functioneert, en verhoudt zich tot die samenleving op de manier die ze zelf bepaalt. We zien dat het wat dat betreft met de islam in onze westerse samenleving de verkeerde kant uitgaat tegenover pakweg twintig à dertig jaar geleden.

Wil men dit nu verhelpen met dit voorstel van resolutie of een academische opleiding, hoe interessant die misschien ook is, dan lijkt dat me wat te laat. Ik denk dat u uw doel voorbijschiet. Feit is dat, als u nu vraagt een academische theologieopleiding in de islam te organiseren en te laten financieren door de Vlaamse overheid, dit betekent dat u eigenlijk moet erkennen dat er op dit ogenblik in onze westerse samenleving een serieus probleem is met de islam. Dat zult u niet counteren met die academische opleiding. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Ludo Sannen

Mijnheer Van Hauthem, een religie ontwikkelt zich inderdaad in een samenleving, wordt in een samenleving beleefd en evolueert door confrontatie met die samenleving. Daar ben ik het helemaal mee eens. Ik denk aan de bevrijdingstheologie in Zuid-Amerika. Zelfs de islambeleving is niet overal hetzelfde: er is een gemeenschappelijke basis maar er is telkens een culturele inbedding in de samenleving.

Wat wij hopen en verwachten voor een religie die zo belangrijk is in Europa – in aantal alleen al – is dat er minstens ook op een academische manier wordt gereflecteerd, en dat de kaders het liefst hier academisch gevormd zijn opdat ze de evolutie van de islam binnen onze context het best en het gemakkelijkst kunnen begeleiden en duiden. Het gaat hier niet over een Europese islam maar over een islam die ingebed wordt in de Europese context.

Inderdaad, mijnheer Sannen. We denken allemaal in dezelfde richting, zelfs de heer Bouckaert. De imams zijn figuren met zeer veel aanzien in hun gemeenschap. Ze hebben invloed, ook op de jongeren. De jongeren kijken naar hen op, luisteren naar hen. Het lijkt me daarom het best dat de imams onze taal machtig zijn en de Europese context kennen. Zo’n opleiding kan daaraan bijdragen, hoewel ze daar niet rechtstreeks voor bedoeld is. We vinden de opleiding zeer belangrijk en willen deze ondersteunen.

We hebben een amendement toegevoegd aan het voorstel van resolutie van de heer Sannen. Op lange termijn zien we heil in de opleiding. Er worden imams en islamleerkrachten opgeleid, maar ook andere intellectuele kaders die de Europese context kunnen inschatten. Op korte termijn moeten we ook nog zaken ondernemen zodat de huidige imams kunnen bijscholen en taalonderricht volgen om nog beter te kunnen functioneren in Vlaanderen.

Dat amendement is aanvaard. Zolang die opleiding of een universitaire opleiding er niet is, kunnen een aantal verenigingen die al een soort intellectuele kaders hebben, die bijscholing aanleveren. Zo kunnen de relaties tussen de moskeeën, de imams en de rest van Vlaanderen verbeteren. Dat zal alleen maar een goede zaak zijn. Vandaar onze steun aan het voorstel van resolutie en het feit dat we nog iets verder wilden gaan en op korte termijn maatregelen hebben willen nemen die daarbij aansluiten.

De voorzitter

Mevrouw Pehlivan heeft het woord.

Fatma Pehlivan

De heer Sannen zei dat het voorstel van resolutie al tien jaar geleden werd ingediend. Hij heeft toen al aangedrongen op een academische opleiding Godsdienstwetenschappen. Dat had geen tien maar twintig of dertig jaar geleden al moeten gebeuren.

Collega’s, Vlaanderen is ingebed in een multicultureel en multireligieus Europa. Het heeft veel langer nood aan een hoog opgeleid kader van islamgeleerden, imams en leerkrachten. Niet alleen de moslimgemeenschap maar de samenleving in haar geheel heeft nood aan intellectuelen die hier zijn opgeleid om de islamgodsdienst zijn terechte plaats te geven in een democratisch Europa met zijn fundamentele vrijheden.

Mijnheer Bouckaert, ik hoop dat ik u daarmee van antwoord heb gediend.

Ik geloof ook dat de islam ingebed kan worden in een Europese context. Een Europese islam bestaat niet, maar de islam moet wel ingebed kunnen worden in de Europese situatie. In die zin ben ik er ook van overtuigd dat er een dam kan worden opgeworpen tegen ontoelaatbare ontsporingen die de moslimgemeenschap in haar geheel in een kwaad daglicht kunnen stellen.

Dit initiatief kan enkel een open, interreligieuze dialoog bevorderen in het belang van een goede samenleving van mensen met verschillende religieuze en filosofische levensvisies. Onze buurlanden Frankrijk, Duitsland en Nederland hebben dat initiatief jaren geleden al genomen. Vlaanderen kan niet achterblijven.

Ik wil de initiatiefnemers feliciteren en ik hoop dat de Vlaamse Regering spoed zet achter dit initiatief zodat we over enkele jaren het resultaat daarvan kunnen zien.

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Yamila Idrissi

Ik dank de heer Sannen en de mede-indieners voor het indienen van dit voorstel van resolutie dat niets te vroeg komt. Indien we twintig jaar geleden een universitaire opleiding islamitische godsdienstwetenschappen hadden gehad, dan had het maatschappelijk debat er vandaag anders uitgezien.

Vandaag hebben heel wat jongeren honger en dorst naar kennis over de islam, in het Nederlands en vanuit een academische instelling. Die is er vandaag niet. Jongeren zijn de toekomst. We moeten daar dan ook in investeren. Wanneer die jongeren honger en dorst hebben, dan moet daar een antwoord op geboden worden. Dit voorstel van resolutie biedt daar een antwoord op.

Mijn vraag is niet of er binnen de gemeenschap voldoende interesse bestaat voor zo’n opleiding, maar wel of de samenleving het kan opbrengen om in zo’n opleiding te voorzien. Ik ben ervan overtuigd dat die interesse er zal zijn. Indien dat niet zo zou zijn, moet die opleiding toch worden aangeboden als antwoord op die honger en dorst.

We hadden het daarnet over verschillende scholen binnen de islam. Of we dat nu willen, we zullen naar een vijfde school gaan en dat zal de Europese islam zijn.

We hebben daarnet een misplaatste proefles Korantheologie gekregen van de heer Wienen. Ik bedoel dit ironisch. Ik verdenk hem er zelfs van dat hij openlijk solliciteert om les te geven in deze opleiding.

Wim Wienen

Ik ben blij dat ik na 2014 misschien toch nog een toekomst heb.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

We zullen straks de stemming over het amendement en de hoofdelijke stemming over het voorstel van resolutie houden.

Wijziging van het statuut van het personeel van het Algemeen Secretariaat en van bijlage 1b

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.