U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 27 juni 2012, 13.59u

van Lieven Dehandschutter aan minister Geert Bourgeois
429 (2011-2012)
De voorzitter

De heer Dehandschutter heeft het woord.

Lieven Dehandschutter

Voorzitter, minister, collega’s, we hebben gisteren kennis genomen van de resultaten van de jaarlijkse financiële enquête van Belfius in verband met de gemeentefinanciën. Het interessante was dat men een vergelijking maakte met het budget 2011 van de gemeenten, maar ook dat men een studie heeft gemaakt van de financiële evolutie in de steden en gemeenten gedurende de lopende bestuursperiode. Wat opviel, was dat naast de stijgende ontvangsten met 3,4 procent in 2011-2012, de uitgaven merkelijk meer gestegen zijn. In de voorbije vijf jaar is die stijging ook geaccelereerd. Vorig jaar bedroeg ze 4 procent.

Belfius stelt vast dat de kosten van de politiehervorming blijven stijgen. Men zegt vaak dat die afgekocht is. Ook de personeelskosten lopen op evenals de kosten voor de OCMW-dotatie, vooral in Brussel en in de grote steden, wat door de crisis en de sociale gevolgen daarvan niet verrassend is. Men stelt ook vast dat er tekorten zijn bij zeven van de tien Vlaamse gemeenten; in Wallonië is dat maar in vier op de tien gemeenten.

Belfius zegt dat de problematiek nog zal toenemen en men wijst op een viertal factoren die de problematiek de volgende zes jaar nog zullen doen verscherpen. Ten eerste is er de brandweerhervorming, ten tweede de demografische evolutie, ten derde de consequenties van het Stabiliteitspact en ten slotte de pensioenlast die zwaarder zal wegen op de begroting van steden en gemeenten.

Minister, wat kunt u daaruit concluderen? Welke aanbevelingen hebt u voor onze steden en gemeenten?

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

De onvolprezen inleiding van de heer Dehandschutter maakt het mij gemakkelijk om daarbij aan te sluiten. Ik heb dezelfde inleiding. Minister, het is eigenlijk eenvoudig: we hebben een stijgende kost, die sneller stijgt dan de inkomsten stijgen. De spanning neemt dus steeds toe. Ik wil niet dramatiseren en doen alsof we morgen voor semifailliete gemeenten staan, dat is ook niet waar. Wel wijs ik op dividenden die verminderen, de economische crisis, lagere belastinginkomsten enzovoort. Het is een reeks die de druk op de gemeenten groter maakt.

We kunnen zeggen dat we even de adem moeten inhouden, omdat er straks gemeenteraadsverkiezingen zijn. Maar ik denk, minister, dat er een structurele oplossing moet komen voor een aantal problemen. Er moet minstens over worden nagedacht. Vlaanderen moet daarin een eigen rol spelen en mag de verantwoordelijkheid niet helemaal op het lokale niveau laten rusten. Subsidiariteit is soms een vals begrip. U had het gisteren over structurele maatregelen van de gemeenten.

Minister, voelt u een ‘sense of urgency’ en meent u dat u vanuit Vlaanderen initiatieven kan nemen, liefst met de VVSG samen, om na te denken over de beste manier om de druk op de lokale besturen te verlichten? In eerste instantie is de pensioenlast van de statutaire ambtenaren een verstikkend fenomeen. Welke maatregelen kunt u nemen?

De voorzitter

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois

Mijnheer Caron, ik heb uw vraag nu begrepen, maar toen ik ze las, was het veel moeilijker. U moet eens lezen wat u hebt ingediend. Ik veronderstel dat het in het Nederlands is. Ik ken u als iemand die probeert correct Nederlands te schrijven en te spreken. Nu is het voor mij duidelijk wat u vraagt, maar wat ik lees, is een rommeltje, dat waarschijnlijk op het laatste moment bij elkaar is geflanst.

Wat Belfius gisteren heeft gebracht, is niets anders dan de waarschuwende boodschap die ik al een hele tijd breng, aan de hand van de cijfers van het Agentschap voor Binnenlands Bestuur (ABB). De cijfers van Belfius verschillen in bepaalde mate van die van het agentschap, omdat Belfius, denk ik, niet over alle informatie beschikt die wij hebben, maar de tendensen zijn dezelfde. Ik baseer me altijd op de cijfers van het agentschap.

Collega’s, de begrotingen van onze Vlaamse gemeenten eigen dienstjaar zijn negatief. Daarentegen zijn de algemene begrotingsresultaten van onze Vlaamse gemeenten positief. Het laatste cijfer voor 2012 is 13 procent positief. Dat betekent: eigen begroting met het saldo van de vorige dienstjaren. De rekeningen eigen dienstjaar zijn tot nu toe positief. De laatst gekende rekening in 2010 was 7 procent positief. De algemene rekeningresultaten, rekening eigen dienstjaar met daarbij de saldi van de vorige jaren, zijn zeer sterk positief: 30 procent in het laatste gekende dienstjaar 2010.

Maar uit de cijfers van Belfius en ook uit onze cijfers blijkt dat het negatieve saldo van het eigen begrotingsjaar slechter wordt of toeneemt. In 2010 was dat min 1 procent, in 2011 min 3 procent en in 2012 volgens de cijfers van ABB min 4 procent. Belfius komt aan min 5,3 procent.

Wat zijn de oorzaken daarvan? De Brusselse en de Waalse gemeenten hebben op het eigen dienstjaar minder tekorten dan onze Vlaamse gemeenten. Ik denk dat de meeste Waalse gemeenten – waarvan een groot deel onder curatele staat – en ook de Brusselse gemeenten secuurder begroten op het eigen dienstjaar. Het algemene begrotingsresultaat in Vlaanderen is groter dan dit van de Waalse en Brusselse gemeenten, maar op het eigen dienstjaar zie je dat daar correcter en secuurder wordt begroot.

Hoe gaan we dat opvangen? U weet dat de beleids- en beheerscyclus (BBC) in werking treedt. Het loopt al in een aantal gemeenten en steden. Vanaf 2014 wordt het algemeen. Daarin moet je op kasbasis een evenwicht hebben. We werken dan ook met de autofinancieringsmarge. Zes jaar vooruit moet je bewijzen dat je investeringen kunt doen met een begroting in evenwicht op het eigen dienstjaar en op het einde van de bestuursperiode nog drie jaar. Op dat moment gaan onze steden en gemeenten volgens mij ook secuurder begroten.

Dit gezegd zijnde, zie ik dat de structurele uitgaven in de gemeenten sneller stijgen dan de ontvangsten, en dat moet een alarmlichtje doen branden.

Ik geef u de reële cijfers. In 2006-2010 bedroeg de gemiddelde stijging van de ontvangsten 0,5 procent. In dezelfde periode stegen de personeelskosten met 2,1 procent, de werkingskosten met 3,2 procent, de uitgaven voor politie met 1,5 procent en voor OCMW met 3,5 procent. Die vier posten zijn goed voor 70 procent van de uitgaven van onze gemeenten.

Deze cijfers moeten aanzetten tot actie. Een eerste actie is secuur begroten. Een tweede actie is dat je efficiëntieoefeningen moet doen, want vroeg of laat loopt dit slecht af. We hebben altijd positieve saldi gekend doordat we de saldi van de vorige dienstjaren meerekenen. Als de discrepantie tussen ontvangsten en uitgaven blijft zoals ze nu is, kom je onvermijdelijk in de problemen. Daarom vraag ik de steden en gemeenten om efficiëntieoefeningen te doen, zoals de Vlaamse overheid heeft gedaan, om de personeelskosten en werkingskosten te beheersen en om ook de andere kosten in de gaten te houden. In sommige politiezones is 25 procent van het personeel administratief personeel, in andere zones is dat maar 13 procent. Dat zijn heel grote verschillen.

Men moet secuur begroten en geen loze beloftes doen, zeker met het oog op de nieuwe bestuursperiode. Men moet ervoor zorgen dat men correcte verwachtingen stelt, die kunnen worden betaald, en prioriteiten stellen bij de uitgaven.

Lieven Dehandschutter

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Er is inderdaad waakzaamheid geboden, maar we moeten niet spreken over rampscenario’s. We merken trouwens op dat de huidige besturen veel voorzichtiger zijn wat investeringen betreft dan in de vorige bestuursperiode op lokaal vlak. Dat vertaalt zich ook in het feit dat de schuldevolutie wat dat betreft positief is. Maar op vlak van personeels- en werkingskosten zit men inderdaad met een evolutie die zeer sterk moet worden bewaakt.

Vanuit mijn lokale ervaring in Sint-Niklaas kan ik ook beamen dat de rekeningcijfers doorgaans veel beter meevallen dan de begrotingscijfers en de rekeningprognoses die we tussendoor maken.

Bart Caron

Minister, ik heb mijn actuele vraag daarnet even herlezen en ik geef toe dat de automatische spellingverbeteraar van de iPads niet te vertrouwen is. (Opmerkingen van minister Bourgeois)

Mea culpa.

Wat u zegt, is juist. Maar toch zou ik willen dat de Vlaamse overheid ook een initiatief neemt – al is het na de verkiezingen – om structureel met die gemeenten te praten en erover na te denken daar iets aan te doen. U schuift heel de verantwoordelijkheid eigenlijk af op de lokale besturen. Een aantal kosten die op de gemeenten afkomen zijn mede het gevolg van federale of lokale, Vlaamse, beleidskeuzes: de politiezones en de problematiek van veiligheid, de toekomst van brandweerzones, de problematiek van pensioenen. Ik vraag u die sense of urgency te vertalen in een initiatief op het terrein.

U hebt gezegd dat de gemeenten hun begroting vaak overschatten en op het einde van het jaar minder inboeken. Ik betwijfel dat.

De voorzitter

De heer Vanlerberghe heeft het woord.

Jurgen Vanlerberghe

Minister, het klopt dat er beter begroot wordt met de nieuwe beleids- en beheerscyclus. Dat ondervinden wij in onze stad in de praktijk. Dat zal wel iets oplossen naar de statistieken toe. Efficiëntieoefeningen zijn zeker en vast nuttig en nodig. Maar daarmee zal het hele probleem niet worden opgelost.

De pensioenproblematiek is een van de grootste kostendrijvers. De bijdragevoeten voor politiezones stijgen van 27,5 procent naar 41,5 procent in 2016. Dat zijn fenomenale bedragen. Overweegt de Vlaamse overheid om een stuk van die pensioenlast over te nemen? Ik denk dat andere regionale besturen die inspanning ook overwegen. Of wilt u dat echt bij de gemeenten laten?

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Het beeld dat u schetst van de gemeentefinanciën in het algemeen, komt overeen met het beeld dat ik heb gekregen door zelf eens een aantal gemeentelijke begrotingen en rekeningen na te kijken. Ik vond uw verhaal erg representatief voor wat ik zelf heb gemerkt.

Ik wil één bezorgdheid meegeven, aanvullend bij wat u net hebt gezegd. De cijfers waarover uw Agentschap Binnenlands Bestuur beschikt met betrekking tot de schuld, hebben enkel betrekking op de schuld van de gemeenten zelf, en niet de schuld ten behoeve van derden. Ik verklaar mij nader. De gemeenterapporten die u in Het Laatste Nieuws hebt gezien over de schuld van gemeenten, waren redelijk positief, maar brachten eigenlijk niet de volledige schuld in kaart, zoals ik die in de rekeningen heb kunnen terugvinden, omdat de schulden ten lasten van derden niet zijn opgenomen in de cijfers waarover uw administratie beschikt. Ik geef u dat maar mee als een zorgpunt.

De voorzitter

De heer Verfaillie heeft het woord.

Jan Verfaillie

Minister, iedereen maakt zich zorgen over de toekomst, vooral rond twee dossiers: de pensioenen en de hervorming van de brandweer. We mogen echter niet vergeten dat de lokale besturen in ons land maar verantwoordelijk zijn voor ongeveer 7 procent van alle belastinginkomsten, terwijl wij uiteindelijk meer dan 50 procent van de openbare investeringen voor onze rekening nemen. En dus is het belangrijk dat wij blijven investeren in die lokale machine, om onze economie in stand te houden, om die werkgelegenheid te blijven creëren. Want dat komt uiteindelijk de economie ten goede.

In een aantal artikels in de media staat – het kwam uit uw mond – dat burgemeesters geen loze beloftes mogen doen in de aanloop naar de verkiezingen. In de marge van het artikel hebt u dat uitgebreid naar alle lijsttrekkers. Ik weet niet wat u precies gezegd hebt, maar als ik zie wat voor beloftes er vandaag gedaan worden op lokaal niveau, moet elke partij zijn politieke verantwoordelijkheid opnemen en aan de lokale mandatarissen zeggen dat ze rustig en sereen moeten blijven en geen al te grote beloftes mogen doen die achteraf niet inlosbaar blijken te zijn.

De voorzitter

De heer De Meulemeester heeft het woord.

Marnic De Meulemeester

De Belfius-studie toont inderdaad aan dat onze Vlaamse steden en gemeenten voor dit jaar een begrotingstekort hebben van om en bij de 374 miljoen euro. Zeven gemeenten op tien gaan in het rood. Minister, zowel in de commissie als in de plenaire vergadering hebben wij er vanuit de Open Vld-fractie al dikwijls voor gewaarschuwd dat die gemeentelijke financiën altijd maar achteruitgaan en de factuur steeds hoger oploopt, meer bepaald met betrekking tot het financieringssysteem voor de pensioenen, zowel voor de statutairen als de contractuelen. En dan komt daar nog de brandweerhervorming bij – het is allemaal al gezegd.

Dat burgemeesters en lijsttrekkers geen loze en onbetaalbare beloftes mogen doen, lijkt mij logisch. Ik denk dat men dat beter nooit doet.

Minister, u hebt gezegd dat gemeenten die het financieel moeilijk hebben, structurele maatregelen zullen moeten nemen. Ik ben het er volledig mee eens dat zij dat in de eerste plaats doen, maar u weet dat dat niet zal volstaan. Welke bijkomende concrete maatregelen zult u op korte termijn nemen om onze Vlaamse steden en gemeenten bij te staan bij de grote financiële uitdagingen die heel binnenkort op hen afkomen?

Minister Geert Bourgeois

Voorzitter, collega’s, mijn oproep gold voor alle kandidaten. Ik heb me niet tot de burgemeesters gericht. Ik heb alle kandidaten opgeroepen om realistische programma’s te brengen. Wat daarover gezegd of geschreven wordt, is mijn zaak niet. Ik weet wat ik verklaard heb: alle kandidaten moeten realistische verwachtingen scheppen.

Het is belangrijk dat de steden en gemeenten blijven investeren. Je kunt erover discussiëren of ze 45 procent van de publieke investeringen doen of meer. Het doet er niet toe. Ze zijn in elk geval de grootste publieke investeerders. De heer Dehandschutter zegt dat ze voorzichtiger zijn geworden. Ik neem dat aan, maar je mag niet alleen kijken naar de gemeentelijke investeringen op zich die in de rekeningen staan. Er zijn heel veel investeringssubsidies, en die gaan de laatste jaren steeds meer naar de autonome gemeentebedrijven, die tal van investeringen doen, en naar de intercommunales – denk maar aan de ‘multi-utility-intercommunales’, die rioleringen aanleggen, plus de wegen, plus de voetpaden, plus de openbare verlichting en noem maar op.

Ik heb gemerkt dat er in de periode tussen 2006 en 2010 een daling van de gemeentelijke investeringen in de rubriek 91 met 4,9 procent is geweest. Tegelijkertijd bedragen de overdrachten in rubriek 90 met betrekking tot de investeringssubsidies 12,2 procent.

Het is nodig het hele plaatje in beeld te brengen. De beleids- en beheerscycli worden vanaf 2014 ook van toepassing op de autonome gemeentebedrijven. Dat zal ons toelaten om in het licht van het Europees Stelsel van Rekeningen (ESR) conclusies te trekken. Ik sluit trouwens niet uit dat de gewaarborgde leningen in toepassing van Europese verplichtingen in kaart zullen moeten worden gebracht. Dit geldt ook voor de investeringsschulden van autonome gemeentebedrijven. We bereiden ons hier momenteel op voor. We zullen op tijd klaar zijn.

Ik blijf erbij dat structurele maatregelen een zaak van de gemeenten en de steden zijn. Er is de gemeentelijke fiscale autonomie. De Vlaamse overheid zal niet dicteren wat moet gebeuren. Elk gemeentebestuur moet zelf de verantwoordelijkheid nemen.

Ik blijf beklemtonen dat de situatie niet dramatisch is. Er wordt niet secuur begroot. Dat is geen verwijt. Het is een gewoonte. Gemeentebesturen schrijven in de buitengewone dienst bepaalde werken in. Ze zien dan wel wat het eerst klaar is. De cijfers geven me echter gelijk. Er is een tekort op het budget voor het eigen dienstjaar. Voor 2010 geven de verrekeningen een positief saldo van 7 procent weer. Dit bewijst dat de uitgaven wordt overschat. Misschien worden ook de ontvangsten onderschat. Dit is in elk geval een constante.

Ik heb in de commissie al herhaaldelijk verklaard dat het verschil tussen ontvangsten en uitgaven me verontrust. Uit de cijfers blijkt dat 70 procent van de uitgaven naar werkingskosten, personeel, OCMW en politie gaan. Het verschil stijgt sterk. De uitgaven groeien vier tot zes keer sterker dan de ontvangsten. Dit moet ons bekommeren. Er moeten maatregelen worden genomen.

Dit is mijn boodschap aan de gemeenten. Ze moeten naar efficiëntie streven. Mijn agentschap noch ikzelf hebben een studie van de politiezones uitgevoerd. Ik beweer ook niet dat er geen verklaringen zijn. Ik heb lukraak enkele politiezones online bekeken. In bepaalde politiezones voert bijna 26 procent van de personeelsleden administratieve of logistieke functies uit. In andere zones is dat slechts de helft. De gemeenten moeten hun verantwoordelijkheid nemen en nagaan hoeveel overheadkosten en hoeveel administratieve kosten in die politiezones schuilgaan. Indien die oefening stelselmatig voor het hele gemeentelijke apparaat zou worden gemaakt, zou dit zeker tot meer efficiëntie leiden.

De heer De Meulemeester en de heer Vanlerberghe hebben me gevraagd wat ik zal doen. Zal ik, bijvoorbeeld, de pensioenlasten of andere lasten overnemen? Ik heb daar echter geen centen voor. Dat staat niet in het Vlaams regeerakkoord. We leven in moeilijke tijden. Het is al bijzonder knap dat we de begroting in evenwicht kunnen houden. Het Gemeentefonds stijgt gecumuleerd met 3,5 procent. Het gaat nu al om 2,1 miljard euro. We hebben echter niet meer middelen.

Ik heb er al herhaaldelijk op gewezen dat de gemeenten een leeftijdsbewust personeelsbeleid moeten voeren. Bij de Vlaamse overheid gaan mensen gemiddeld op de leeftijd van 61,6 jaar met pensioen. In de steden en gemeenten gaan personeelsleden vaak op de leeftijd van 60 jaar met pensioen. Ten gevolge van federale maatregelen wordt dat in 2014 62 jaar. Niets verhindert de gemeenten hun ambtenaren te stimuleren om op dit schema voorop te lopen. Hierdoor zouden de gemeenten minder zware pensioenlasten moeten betalen.

Lieven Dehandschutter

Ik dank de minister voor de aanvullende antwoorden en informatie. Ook in financieel, economisch en sociaal moeilijke tijden hebben de gemeenten de opdracht om zuinig en zorgzaam om te gaan met de middelen waarover ze beschikken om op een optimale manier op de maatschappelijke noden in te spelen. Daarbij moeten ook lokaal efficiëntiewinsten worden nagestreefd.

Ik ben het eens met de mensen die hebben verklaard dat voldoende in onze steden en gemeenten moet worden geïnvesteerd. De economische neveneffecten hiervan mogen immers niet teloorgaan.

Bart Caron

Ik heb een dubbel gevoel bij de oplossing van de minister. Als het om de investeringen van de lokale besturen gaat, heeft de heer Verfaillie absoluut gelijk. In tijden van crisis en noodzakelijke relance zijn de gemeenten een belangrijke partner voor de ontwikkeling van die relance.

Wat de opmerkingen van de heer Vanlerberghe en de heer De Meulemeester betreft, hoop ik dat de houding van de N-VA ten aanzien van die bijkomende kosten zal veranderen zodra de partij na 14 oktober in Vlaanderen in talloze meerderheden zal zetelen. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.