U bent hier

De voorzitter

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele

Voorzitter, minister, de laatste dagen hebben we kennis kunnen nemen van het plan van federaal minister van Werk Monica De Coninck om tienduizend gesubsidieerde stageplaatsen te gaan creëren. Concreet gaat het over jongeren die vanaf de zevende maand in hun wachttijd een verhoogde en vervroegde inschakelingspremie kunnen krijgen voor zes maanden.

We hebben intussen al kunnen lezen dat de minister-president en uzelf zich al behoorlijk boos hebben gemaakt, vooral over de manier van werken. Er zijn wel enkele problemen met dat plan. Eerst en vooral is het zo dat het plan volledig zonder enige inspraak van de deelstaten is voorgesteld. Er is op geen enkel moment overleg geweest met u of met de Vlaamse Regering over dit plan. Tot daar, mijnheer Van Rompuy, de illusie van het samenwerkingsfederalisme.

Ook inhoudelijk is er heel wat op te merken op het plan. Het doorkruist eerst en vooral de afspraken die u hebt gemaakt met de Vlaamse sociale partners in het Vlaamse loopbaanakkoord. In dat akkoord is er afgesproken om meer in te zetten op de individuele beroepsopleiding (IBO) en de inschakelingspremies voor ongekwalificeerde uitstroom. Een tweede punt is dat er in het Vlinderakkoord is afgesproken om het doelgroepenbeleid over te hevelen naar Vlaanderen. Door dit plan wordt een deel van die overheveling al uitgehold. Een derde probleem is dat er geen nood is aan gesubsidieerde tewerkstelling, want dat geeft het risico op een werkloosheidsval en dat kunnen we missen als kiespijn.

Minister, vanmorgen hebt u overleg gehad met mevrouw De Coninck. Ik wou informeren hoe dat overleg is verlopen.

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Minister, de communicatie met uw federale collega wil blijkbaar niet zo erg lukken. Dat was zo met de vorige federale minister van Werk, mevrouw Milquet, en dat is nu met mevrouw De Coninck niet anders.

Mevrouw De Coninck heeft het voorbije weekend haar tewerkstellingsplan voorgesteld, niet in een vergadering met u als Vlaams minister van Werk, maar wel in de televisiestudio’s van De zevende dag. Dat getuigt vanwege de sp.a op zijn minst van een gebrek aan respect voor het Vlaamse beleidsniveau.

Het tewerkstellingsplan van mevrouw De Coninck maakt deel uit van het relanceplan van de Federale Regering. Een plan waarover de minister-president al enkele weken aan het roepen is dat hij het er eens graag met premier Di Rupo over zou hebben. Mevrouw De Coninck pleit in haar plan onder meer voor bedrijfsstages voor schoolverlaters. In Vlaanderen zouden die moeten worden aangeboden door de VDAB. Begeleiding op de werkvloer of op de arbeidsmarkt is een uitdrukkelijke bevoegdheid van de gewesten. Mevrouw De Coninck gaat hiermee dus lijnrecht in tegen de bevoegdheidsverdeling in dit land.

Naar verluidt vond vanmorgen een interministeriële conferentie plaats met de ministers van Werk, voor de eerste keer in zeven jaar, volgens mevrouw De Coninck. Tot daar inderdaad het zogenaamde samenwerkingsfederalisme.

Minister, welk standpunt heeft de Vlaamse Regering vanmorgen tijdens de interministeriële conferentie ingenomen over het tewerkstellingsplan van minister De Coninck?

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

De laatste conferentie heeft drie jaar geleden plaatsgevonden, want ik heb er wel een meegemaakt, met Joëlle Milquet als federaal minister. Ik denk dus dat het geen zeven jaar geleden is, want zo lang draai ik nog niet mee in de politiek.

Deze morgen hadden we zeven agendapunten. Laat me toe er twee te belichten. Het eerste is een nieuw samenwerkingsakkoord tussen de verschillende regio’s en de federale overheid en heeft vooral te maken met de controle over de beschikbaarheid van werklozen. Mijn federale collega had daarover een voorstel, maar ik had er wat problemen mee. Het was nogal mechanisch. Het zei wat we wanneer moesten doen bij welke werkloze. Bijvoorbeeld moest elke werkloze na een jaar een actieplan krijgen tot 55 jaar. Dat strookt niet meteen met onze visie. Wij gaan tot 58 jaar, en het is verkeerd om te zeggen dat elke werkloze na een jaar een actieplan moet krijgen. De ene moet dat na een maand krijgen, een volgende na zes maanden, een andere misschien na meer dan een jaar. Wij willen dus uitgaan van maatwerk, van wat nodig is voor de werkloze, terwijl dit heel mechanisch was.

Het tweede aspect is dat er in het samenwerkingsakkoord een heel grote administratieve last werd opgelegd aan de VDAB, wat ons veel geld zou kosten en waarvan ik denk dat er daardoor niet veel werklozen bijkomend aan het werk zouden zijn. Ik had het gevoel dat de teneur meer een controle op onze werking was, dan een controle van de werkloze. Daarom hebben we daarop gereageerd en de conclusie van de vergadering was dat er een nieuw voorstel zou worden opgemaakt, dat vertrekt vanuit de werking van de regio’s en niet vanuit wat de federale overheid denkt.

Dat brengt met zich mee dat het verschillend kan zijn. Wij gaan bijvoorbeeld activeren tot 58 jaar, terwijl anderen dat maar doen tot 55 jaar, en de Duitstalige Gemeenschap zelfs maar tot 50 jaar. Tegen de volgende interministeriële conferentie, midden juli, krijgen we een volgend voorstel, dat daarmee rekening houdt.

U hebt allebei gelijk: de 10.000 stageplaatsen gaan over onze werking en ons loopbaanakkoord. Ik geef twee voorbeelden waar dat gebeurt: in de individuele beroepsopleiding is er een opleiding op de werkvloer, maar de werkgever moet daarna een contract van onbepaalde duur aanbieden. Als er een stageplaats komt waar geen contract moet op volgen, waarom zou ik dan nog een individuele beroepsopleiding doen? Ik zou als werkgever liever een stageplaats nemen.

Dat toont net ook ons werkinlevingsproject, dat we nu opstarten in opvolging van de werkateliers en dat gericht is op de ongekwalificeerde uitstroom. Wij doen een opleiding voor de ongekwalificeerde uitstroom, maar zonder vergoeding. Minister De Coninck plant een stage met vergoeding. Als jongere weet ik dan wel wat te kiezen: die met vergoeding natuurlijk en niet het opdoen van de eerste werkervaring op een andere manier.

Onze manier van werken wordt dus doorkruist door de het federale voorstel. Meer nog, aan de VDAB worden heel wat taken opgelegd. Ik heb een beheersovereenkomst met de VDAB, waarin staat wat ze moeten doen. Er was geen geld om de VDAB dat te laten doen. Komt daar iets bij, dat klopt ook niet. Daar is de afspraak dat als er stageplaatsen komen, die complementair moeten zijn aan de Vlaamse werking. Eventueel moet dat verschillend zijn van regio tot regio, maar het moet onze manier van werken ondersteunen.

We gaan samen zitten met mevrouw De Coninck om uit te zoeken of en hoe we dat kunnen doen binnen de werking van de VDAB. Nu kunnen we dat doen vanuit het Vlaams beleid. Als we worden ondersteund binnen de federale bevoegdheden, waarom niet?

Matthias Diependaele

Minister, u hebt duidelijk aangetoond wat de meesten onder ons al veel langer weten en wat minister De Coninck ook had moeten weten. Dat is dat je niet één arbeidsmarkt hebt in België. Er zijn er verschillende. De Waalse situatie is anders, het Brusselse structurele probleem is een ander probleem dan het Vlaamse probleem. Wij hebben ons eigen beleid in Vlaanderen volgens de problemen die we hier hebben.

Dat is ook de reden waarom we al zeer lang vragen – en wat we nu eindelijk krijgen – naar een regionalisering van het arbeidsmarktbeleid en het doelgroepenbeleid. (Opmerkingen van de heren Koen Van den Heuvel en Eric Van Rompuy)

Maar we blijven met het probleem zitten dat Vlaanderen wel het activeringsbeleid krijgt, en daar nu opnieuw een deeltje bij krijgt, maar dat het passiveringsbeleid nog altijd federaal blijft. Daar krijgen we nog geen voldoening, ook niet in de zesde staatshervorming. We zien overduidelijk dat het plan van minister De Coninck gericht is op de structurele problemen in Brussel en Wallonië maar dat het Vlaamse beleid hierdoor radicaal wordt doorkruist. (Applaus bij de N-VA)

Minister, het eerste deel van uw antwoord was nogal zakelijk en kwam niet echt overeen met uw houding in de weekendkranten, van ‘houd me tegen of ik bega een ongeluk’. Het tweede deel van uw antwoord ging al meer in de richting die ik graag hoor, namelijk wanneer u zegt dat minister De Coninck onterecht een aantal voorstellen lanceert waarmee ze de bevoegdheidsverdeling in dit land helemaal niet respecteert. Het doet me denken aan een debat dat we hier tweeënhalf of drie jaar geleden hebben gevoerd over een aantal andere hoofdrolspelers, in elke geval één hoofdrolspeler. Het ging toen niet over minister De Coninck maar over minister Milquet en haar fameuze banenplan. We hebben daar toen vanuit het Vlaams Parlement terecht tegen geageerd. Ook de Vlaamse Regering was er toen voorstander van om een belangenconflict in te dienen. Minister, indien deze plannen van minister De Coninck, die, zoals u zegt, indruisen tegen de bevoegdheidsverdeling in ons land, doorgang vinden, neemt u dan opnieuw het initiatief om een belangenconflict in te dienen? (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Sabbe heeft het woord.

Ivan Sabbe

Mijnheer Diependaele, ik vind het mooi hoe u hier een een-tweetje speelt met uw minister om te proberen hem in een mooi daglicht te stellen en de zwartepiet door te spelen naar de Federale Regering. Ik volg u daar voor een deel in, want er loopt veel fout in die Federale Regering. Maar er is een oud gezegde: de splinter in andermans oog zien en niet de balk in zijn eigen oog. Ik wil met u de discussie aangaan dat het hier misschien niet zo is, maar toch moeten we de balk uit ons eigen oog halen.

Als u consequent wilt zijn – de N-VA zit zelf in de regering –, begin dan misschien eens om consequent de aanmoedigingspremies voor tijdskrediet en loopbaanonderbreking af te schaffen, zodat die mensen enkel nog de federale premie hebben en niet meer de Vlaamse, waardoor we al een beter functionerende arbeidsmarkt zullen hebben.

Ten tweede zegt de minister: we doen het tot 58 jaar. De minister moet eerlijk zijn: wij doen de nieuwe instroom tot 58 jaar, wat neerkomt op 5 procent van die groep. Laten we dus consequent zijn en eerst zelf die dingen aanpakken. Dan kunnen we misschien terecht een een-tweetje spelen en niet zoals nu die zaken onder de mat schuiven.

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, ik ben heel blij dat de hier Diependaele van de N-VA zeer blij is met deze zesde staatshervorming want hij erkent de grote vooruitgang erin, want het doelgroepenbeleid komt naar Vlaanderen. Ik ben blij dat de wijsheid met de maanden komt. Het is heel duidelijk dat het status-quo in afwachting van de kwantumsprong voorwaarts niet altijd loont. Ik ben dus heel blij met de erkenning vanuit de N-VA dat de zesde staatshervorming absoluut een grote stap voorwaarts is voor het arbeidsmarktbeleid.

Wij steunen natuurlijk minister Muyters bij het behoud en het stimuleren van het maatwerk in Vlaanderen. Dat is heel goed. We moeten dat verder aanmoedigen. Een generiek beleid vanuit de federale overheid dat van Arlon tot Mons geldt, dat geldt inderdaad niet voor het Vlaamse hinterland.

Ook de stages en individuele beroepsopleiding zijn heel belangrijk. Daar kunnen we onze eigen Vlaamse klemtonen leggen. Minister, wij steunen u absoluut om de Vlaamse invalshoek ook op het federale niveau te laten respecteren. (Applaus van de heer Eric Van Rompuy)

De voorzitter

Mevrouw Peeters heeft het woord.

Lydia Peeters

Minister, wij waren ook verrast toen we kennis namen van het werkgelegenheidsplan van minister De Coninck, waarin ze zich uitspreekt over het doelgroepenbeleid enerzijds en over de stages anderzijds. Ik vind het goed dat er al een overleg is geweest, zoals u aangaf. Ik had de vraag willen stellen: waarom zelf geen initiatief nemen om een overleg te laten plaatsvinden? Maar goed, het is er geweest. Dat is op zich al positief.

Minister, op dit ogenblik zijn er een aantal conflicten in uw werkgelegenheidsbeleid en in dat van federaal minister De Coninck. Wat als men er straks niet uit komt? Welke acties zult u dan concreet ondernemen om toch uw eigen werkgelegenheidsplan dat op Vlaams niveau werd vastgelegd, waar te maken, ook al is dat dan in conflict met dat van federaal minister De Coninck? Welke maatregelen zult u preventief nemen om uw plan door te drukken? Wat zult u nadien eventueel als alternatieven voorstellen indien men toch in conflict blijft gaan met de Vlaamse bevoegdheden?

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen

Collega’s, uit het antwoord van de minister blijkt ten eerste dat er overleg geweest is, ten tweede dat dit overleg wordt voortgezet en ten derde dat de initiële voorstellen worden aangepast. Dat wil dus zeggen dat het overleg ook werkt. Tot daar, mijnheer Diependaele, een antwoord op uw kritiek rond het al dan niet functioneren van samenwerkingsfederalisme.

Mijnheer Diependaele, ik vind dat u de problematiek eigenlijk minimaliseert. Met een niet-gekwalificeerde uitstroom van meer dan 10 procent hebben wij ieder jaar opnieuw jongeren die heel kwetsbaar op onze arbeidsmarkt terechtkomen. Minister, nu de kans op federaal niveau geboden wordt, ook vanuit Vlaanderen, moeten we die met twee handen aangrijpen om er op maat van Vlaanderen, complementair en versterkend met wat we doen, voor te zorgen dat we die jongeren zo snel mogelijk een werkervaring kunnen bieden, met alle middelen die daarvoor kunnen worden ingezet. Die jongeren, mijnheer Diependaele, hebben absoluut geen baat bij een belangenconflict. (Applaus bij sp.a)

Mijnheer Van Malderen, we hebben het werkinlevingsproject, dat gericht is op de steden waar de grootste problematiek is, voorgelegd aan de sociale partners omdat het past in het loopbaanakkoord. U hebt het nog niet gezien, maar het gaat voor 100 procent in op wat u zegt, maar dan wel niet meteen met een vergoeding en dergelijke.

Ik ben het met u over één ding eens: als er binnen de federale bevoegdheden mogelijkheden zijn om ons beleid te versterken zoals wij het zien, dan is dat prima, dan is dat de manier waarop we moeten werken.

Mevrouw Peeters, er bestaan afspraken tussen de regeringen. De voorzitter van de interministeriële conferentie is Benoît Cerexhe, minister van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Hij nodigt uit. De regels tussen de verschillende overheden moeten worden gerespecteerd, wat ik uiteraard doe. Ik heb hem wel gevraagd een aantal punten op de agenda te plaatsen.

Wat de staatshervorming betreft, denk ik dat iedereen in Vlaanderen blij is met elke stap die wordt gezet in de richting van bijkomende bevoegdheden. Elke bijkomende bevoegdheid is een goede zaak. Niemand heeft dat ooit betwist. (Opmerkingen bij CD&V, de N-VA en het Vlaams Belang)

De maatregelen die nu moeten worden genomen, moeten in elk geval binnen de bevoegdheidsverdeling komen. Ik heb mijn collega gevraagd om geen wijzigingen aan te brengen aan de bevoegdheden waarvan we verwachten dat ze worden overgeheveld met de zesde staatshervorming. Het zou uiteraard een slechte zaak zijn snel wat wijzigingen aan te brengen aan die bevoegdheden en ze dan over te hevelen.

We hebben met de Vlaamse Regering en de collega’s afgesproken dat we die staatshervorming ten gronde zullen bekijken tijdens de interministeriële conferentie die in september gepland wordt, zodat we ook overgangsmaatregelen kunnen bepalen. Zoals u weet, wordt niet heel het arbeidsmarktbeleid overgeheveld. Heel wat belangrijke zaken die op federaal niveau blijven, waren misschien beter overgeheveld. Dat zijn de gemaakte keuzes.

Mijnheer Sabbe, u hebt mij gezegd dat u iemand bent die cao’s respecteert. Ik kan de aanmoedigingspremie niet afschaffen, want dat zou een schending zijn van een cao.

Maar ik kan u aankondigen, mijnheer Sabbe, dat er binnen de Vlaamse Regering is afgesproken dat we daarover overleg gaan plegen met de vakbonden, om te kijken hoe we, zonder schending van cao’s of mits akkoord van wijziging van de cao, stappen kunnen zetten. U ziet dat wij daar wel mee bezig zijn – en bedankt voor de duim die u daarvoor opsteekt – maar dan wel binnen de contouren die kunnen.

Mijnheer Janssens, in de schriftelijke versie van uw actuele vraag had u het ook over de aankondiging van de heer Cerexhe van een groot nieuw actieplan. Dat gaat om een bilateraal akkoord. Het gaat erover of we meer mensen uit Brussel in Vlaanderen tewerk kunnen stellen als er meer jobs vrijkomen in Vlaanderen Natuurlijk sta ik daarvoor open. We gaan intussen al naar Portugal om ingenieurs te vinden. Als wij mensen vanuit Brussel in Vlaanderen tewerk kunnen stellen, kan iedereen daar alleen maar bij winnen. Dus als de heer Cerexhe daar interesse voor heeft, zo hebben we in de marge van de interministeriële conferentie gezegd, ben ik graag bereid om te bekijken hoe het bestaande samenwerkingsakkoord op dat vlak kan worden opengebroken en voortgezet.

Matthias Diependaele

Mijnheer Sabbe, uw opmerking over een een-tweetje is redelijk flauw. Mijn vraag om uitleg was vorige week of twee weken geleden al ingediend. Dit was een omgezette vraag om uitleg.

Mijnheer Van Malderen, dat overleg heeft deze morgen plaatsgehad. Uw voorzitter heeft het drie weken geleden aangekondigd in Plopsaland of Bellewaerde. Als dat overleg is volgens uw partij, heb ik al zeer veel begrip voor wat hier de laatste maanden is gebeurd.

Mijnheer Van Rompuy, mijnheer Van den Heuvel, niemand heeft ooit gezegd dat wij de overheveling van het doelgroepenbeleid een slechte zaak zouden vinden. Maar het is te weinig. Dat is het punt, mijnheer Van Rompuy. Uzelf was ook vragende partij om veel meer zaken over te hevelen, maar u hebt dat niet kunnen binnenhalen. (Opmerkingen)

U hebt er zelf altijd op gewezen, mijnheer Van den Heuvel, dat er geresponsabiliseerd moest worden voor de deelstaten. Dit voorstel van mevrouw De Coninck gaat daar faliekant tegen in. Ik neem dus aan dat u het voorstel van mevrouw De Coninck aan de overkant van de straat zult tegenhouden. Het ondergraaft immers de responsabilisering van de deelstaten, die u zelf wilt bewerkstelligen. Ik hoop dus op een consequente houding van CD&V aan de overkant van de straat. (Applaus bij de N-VA)

Mijnheer Van Malderen, u spreekt met een wel zeer gespleten tong. Toen wij in 2009 een debat voerden over minister Milquet, zei u bij een actuele vraag het volgende: “Het getuigt niet van veel beleefdheid en respect voor de bevoegdheidsverdelingen in dit land als men zonder enig overleg voorstellen lanceert.” Wat toen gold, geldt blijkbaar vandaag niet meer; omdat sp.a nu in de Federale Regering zit. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister, als u de zesde staatshervorming inderdaad een stap vooruit vindt, neem ik aan – en ik hoop dat mevrouw Homans goed meeluistert – dat u aan uw federale partijgenoten het signaal zult geven om dat goed te keuren en op de groene knop te gaan duwen, en dus zeker niet afwezig te blijven tijdens de debatten die in de plenaire vergaderingen plaatsvinden. Wij met onze fractie zullen dat in elk geval niet goedkeuren, omdat het in geen geval een vooruitgang betekent voor de Vlamingen. Wij willen een volledige regionalisering van de arbeidsmarkt, en het debat van vandaag maakt duidelijk hoe belangrijk een volledige regionalisering is. Zo niet, zullen wij altijd en blijvend tegengewerkt worden door de door de Franstaligen gedomineerde federale overheid. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.