U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet houdende de ondersteuning en stimulering van het lokaal jeugdbeleid en de bepaling van het provinciaal jeugdbeleid.

De algemene bespreking is geopend.

De heer De Gucht heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega’s, voorliggend ontwerp van decreet gaat verder op de uitgangspunten van het huidige decreet. Een aantal wijzigingen die in het decreet zijn opgenomen zijn goed, maar ten aanzien van participatie van kinderen en jongeren wordt voorliggend ontwerp van decreet echter beperkt tot de rol van de jeugdraad. Dit is echter maar een van de instrumenten om participatie te organiseren. Participatie van kinderen en jongeren is ongelooflijk belangrijk, niet alleen omdat het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind een wettelijke basis geeft aan het recht op participatie aan kinderen en jongeren. Maar sowieso is het vanuit democratisch oogpunt belangrijk en noodzakelijk om kinderen en jongeren een stem te geven, temeer omdat zij geen stemrecht hebben. Actieve participatie leidt ook tot betere burgers en een betere democratie.

Kinderen en jongeren moeten niet alleen inspraak hebben bij de voorbereiding en uitvoering van het jeugdbeleid, maar het is ook belangrijk om kinderen en jongeren te raadplegen op diverse beleidsdomeinen. Hoe lokale besturen naast de formele jeugdraad voor kinderen en jongeren inspraak regelen, is uiteraard hun volledige autonomie. Het is wel essentieel dat de lokale besturen gesensibiliseerd en gestimuleerd worden om op een efficiënte manier in te zetten op inspraak en overleg met kinderen en jongeren.

Bovendien vraagt het werken met strategische meerjarenplannen, waarbij het belangrijk is om in alle beleidsdomeinen de aandacht te vestigen op kinderen en jongeren, eigenlijk een andere soort jeugdraad. Dit stelde ook de Vlaamse Jeugdraad in een hoorzitting ter voorbereiding van de bespreking van dit ontwerp. Het moet een soort participatiedraaischijf zijn die nagaat welke groepen bij welk thema van het meerjarenplan betrokken moeten worden.

Het participatiemodel, naast de verplichte jeugdraad, ligt in handen van de lokale besturen. Open Vld roept hen op om een participatief en interactief beleid vorm te geven. Wij zullen voorliggend ontwerp van decreet mee ondersteunen.

De voorzitter

Mevrouw Kindt heeft het woord.

Els Kindt

Voorzitter, minister, collega’s, de CD&V-fractie zal dit ontwerp van decreet goedkeuren omdat men het Planlastendecreet heeft omgezet met respect voor de traditie en de verworvenheden van het bestaande decreet. We zullen de uitvoering wel van nabij opvolgen en vragen de minister om de overlegtraditie voort te zetten bij het uitwerken van het uitvoeringsbesluit, het concretiseren van de beleidsprioriteiten en de verdeling van de middelen over deze prioriteiten.

De voorzitter

De heer Mahassine heeft het woord.

Chokri Mahassine

Voorzitter, collega’s, onze fractie is tevreden met het ontwerp van decreet omdat het in essentie twee zaken regelt. Ten eerste biedt het lokaal jeugdbeleid voldoende garanties op inspraak voor jongeren, maar tegelijkertijd zorgt het voor planlastenvermindering. Dat is positief, daar zijn we voor.

En ten tweede, we vinden het ook heel positief dat de provincies een aanzienlijke bevoegdheid behouden op het vlak van jeugdbeleid, zoals dit trouwens ook het geval is voor cultuur en sport. De bestuursakkoorden en ook de praktijk zullen moeten uitwijzen waar precies de grenzen van deze provinciale bevoegdheid liggen. Ik denk dat hier nog belangrijke kansen liggen voor het jeugdbeleid. In sommige provincies heeft het provinciaal jeugdbeleid in het verleden steeds voor heel wat vernieuwing kunnen zorgen. Het is goed dat dit overeind is gebleven.

Minister, ik richt me niet alleen tot u, maar ook tot uw collega’s van Cultuur en Sport, voor een belangrijke bekommernis die de VVSG ook tijdens de hoorzitting naar voren heeft gebracht. De VVSG vreest dat in de zogenaamde ‘Vrijetijdsdecreten’ de planlast zal worden vervangen door rapporteringslast. Ik denk dat het een terechte vraag is om, nu de decreten er zijn, binnen de marge die de decreten biedt op het vlak van de uitvoering, op het vlak van de opleiding van ambtenaren en dergelijke meer, naar zo veel mogelijk naar eenvormigheid tussen de beleidsdomeinen te streven. Ik noem enkele voorbeelden: de data van rapporteringen op elkaar afstemmen en opleidingen voor vrijetijdsdiensten laten samenvallen.

U krijgt alvast de volledige steun hiervoor van onze fractie.

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Voorzitter, minister, ik kan me grotendeels aansluiten bij wat de voorgangers hebben gezegd. Mevrouw Kindt hield een heel voorzichtig betoog, ik zou iets straffers willen zeggen.

Minister, het is ongetwijfeld goedbedoeld van uw kant, maar weet u, niemand heeft om de decreetverandering gevraagd. Ik kan citeren uit de hoorzitting indien u dat wenst, maar niemand heeft daarom gevraagd. Bovendien heeft niemand in het geval van Jeugd gepraat over planlast en niemand heeft om planlastvermindering gevraagd. De fetisj van deze Vlaamse Regering en vooral van minister Bourgeois, moest worden vertaald in sectorale decreten.

Sorry, mijnheer Van Dijck, u kijkt verbijsterd naar mij, maar het is wel zo.

Niemand heeft het gevraagd. Als het een oppoetsbeurt is, als het op die manier het jeugdwerkbeleid lokaal beter inbedt in een breder terrein van integraal lokaal beleid, dan kan dat een stapje vooruit zijn.

Ik waarschuw ten slotte voor hetzelfde als de heer Mahassine. Laat ons opletten dat de beleidsprioriteiten finaal niet voor meer planlast zorgen dan het ouderwetse jeugdwerkbeleidsplan.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, voordien heb ik, inzonderheid over sport, dezelfde degens gekruist met de heer Caron. Mijnheer Caron, dit gaat inderdaad uit van het gegeven dat vanuit de lokale besturen de vraag komt, onder meer van uw vroegere werkgever, de VVSG, om te werken aan planlastvermindering. Het is daarom dat we de lokale besturen meer ruimte en autonomie geven. Dit is een verhaal van ‘believers’ en ‘non-believers’ in het opnemen van lokale autonomie.

Dat een aantal sectoren misschien niet direct vragende partij zijn, dat klopt en dat sommigen een beetje angst hebben, erken ik ook, maar we hebben voldoende vertrouwen in de lokale besturen dat ze in de verschillende domeinen vanuit de verschillende sectoren de uitdagingen zullen aangaan. Dat is de essentie van wat hier vandaag en de voorbije dagen besproken werd.

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Voorzitter, minister, ik denk dat we het debat in de commissie vrij grondig gevoerd hebben, ik wil me nu dus beperken tot de essentie, of toch tot wat voor ons de essentie van het ontwerp van decreet is of zou moeten zijn.

Wij zijn uiteraard voorstander van de versterking van het lokale bestuursniveau en we zijn voorstander van planlastvermindering voor zover die niet leidt tot een vermindering van participatie. Wij zijn geen voorstander van de versterking van het provinciale niveau. We hebben bij de voorgaande ontwerpen van decreet, onder andere over het lokaal cultuurbeleid en over het Vlaams cultureel-erfgoedbeleid, een amendement ingediend dat ertoe strekt om de provincies als bestuursniveau te schrappen. We doen hetzelfde voor het ontwerp van decreet dat nu voorligt over het lokaal en provinciaal jeugdbeleid. We dienen een amendement in dat er ook toe strekt om de provincies als bestuursniveau te schrappen zodat er voor het jeugdbeleid nog twee niveaus overblijven, zijnde het lokale en het Vlaamse niveau, en waarbij wij de klemtoon leggen op het lokale niveau, volgens de regels van de subsidiariteit.

Het plan was om iets te doen aan de ‘verrommeling’ van het Vlaamse bestuurlijke landschap. Wij zijn van oordeel dat minstens de afschaffing van de provinciebesturen daartoe kan bijdragen. De initiële bedoeling van het witboek Interne Staatshervorming was om onder meer tot een flinke afslanking van de provinciale taken en bevoegdheden te komen. De Vlaamse provinciebesturen zouden zich in de toekomst enkel nog met grondgebonden materies kunnen inlaten. Jeugdbeleid hoort daar vanzelfsprekend niet bij. Daarom zullen wij bij de stemming over het ontwerp van decreet onze stemhouding laten bepalen door het al dan niet goedkeuren van ons amendement.

De voorzitter

Mevrouw Godderis heeft het woord.

Danielle Godderis-T'Jonck

Voorzitter, minister, dames en heren, vandaag ligt het ontwerp van decreet over het lokaal jeugdbeleid voor. Het is duidelijk hoe dit ontwerp van decreet tot stand gekomen is. Dit is geen besparingsoefening. Dit ontwerp van decreet is er gekomen naar aanleiding van de dynamiek die in deze regering zit rond de planlastvermindering via het Planlastendecreet en rond de interne staatshervorming. Het lokaal jeugdbeleid moet passen in het Planlastendecreet en zo mee uitvoering geven aan het witboek Interne Staatshervorming.

Met deze twee pijlers vermindert de regering vanaf 2014 aanzienlijk de verplichtingen van de lokale besturen op het vlak van planning en rapportering. Sectorale plannen worden geïntegreerd in de lokale meerjarenplanning en de lokale besturen krijgen meer vrijheid om hun eigen beleid vorm te geven, terwijl de Vlaamse overheid stuurt op hoofdlijnen. Wij zijn tevreden dat het voorliggende sectorontwerp aan die doelstellingen beantwoordt.

De verantwoordelijkheid van de gemeenten wordt met dit ontwerp van decreet heel wat groter. Steden en gemeenten worden minder gecontroleerd dan vroeger. Het is dus aan de gemeentebesturen om zelf de verantwoordelijkheid op te nemen en zélf voor een optimaal jeugdbeleid te gaan, met het oog op de noden van de eigen gemeente. De grote voorwaarde voor een efficiënt jeugdbeleid is nu uiteraard dat de lokale verantwoordelijken, de schepen van Jeugd, ook het jeugdbeleid ter harte neemt. Dat zal cruciaal zijn. Daarom is het essentieel dat u ook meer wilt inzetten op coaching en vorming. Uit uw toelichting bleek dat de administratie al in 2013 tal van vormingsmomenten zal opzetten, in nauwe samenwerking met de VVJ, de VVSG, het steunpunt jeugd en dergelijke. Dat stemt ons tevreden.

Het ontwerp van decreet op het lokaal jeugdbeleid ligt nu voor. Dat is een goede zaak. Daarmee is de kous echter niet af. Want hoewel dit ontwerp relatief kort is, wordt er wel ettelijke keren verwezen naar nog te nemen uitvoeringsbesluiten door de regering. Veel van de concrete uitwerking moet dus nog gebeuren. Wij kijken dan ook met veel aandacht uit naar de uitvoeringsbesluiten die u hierover zult treffen.

Bart Caron

Ik ga een oneerbiedige opmerking maken, mevrouw Godderis, en tegelijk inhoudelijk reageren.

Ik vind het fijn dat de N-VA heel trouw bij zijn teksten blijft. Uw tekst, mevrouw Godderis, is een doorslagje van de tekst die de heer Dehandschutter een halfuur geleden heeft voorgelezen. Het woord ‘cultuur’ is vervangen door het woord ‘jeugd’. Ofwel beschikt u over bijzonder telepathische gaven, ofwel beschikt de N-VA maar over één medewerker. Het is het een of het ander.

Ik zal het daarbij laten.

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Uiteraard gaan we de overlegtraditie voortzetten. Mevrouw Kindt, u hebt ernaar verwezen; u hebt gelijk, we doen dat. Bij alle decreten en uitvoeringsbesluiten doen we dat. U hebt wel al gehoord dat de jeugdsector vindt dat ik een modelminister ben wat dat betreft. Dat overleg loopt perfect. Tot daar de participatie.

De bedoeling is wel degelijk planlastvermindering. Als we heel veel autonomie geven, mogen we ook wel verantwoording vragen. Er niets mis met plannen. Dat geldt voor alle sectoren. De vraag is: hoe plannen we en hoe gaan we daarmee om?

Als het om een verkeerde vorm van rapportering zou gaan, kan dat natuurlijk een planlast worden. Wij moeten dus waakzaam zijn. Ik ga niet in op de opmerkingen over de afschaffing van het provinciaal niveau voor jeugd, want daarover is in de commissie gesproken. Dat is niet aanvaard. Ten slotte merk ik op, zoals tijdens de uitvoerige discussie in de commissie is gebeurd, dat wij coachen, vormen en de goede praktijken willen delen.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2011-12, nr. 1589/1)

– De artikelen 1 tot en met 7 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement tot schrapping van artikel 8. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2011-12, nr. 1589/6)

De stemming over het artikel wordt aangehouden.

– De artikelen 9 en 10 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.