U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde is het ontwerp van decreet houdende instemming met het besluit van de Europese Raad van 25 maart 2011 tot wijziging van artikel 136 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot een stabiliteitsmechanisme voor de lidstaten die de euro als munt hebben.

De algemene bespreking is geopend.

De heer Creyelman heeft het woord.

Frank Creyelman

Voorzitter, collega’s, wij stemmen hier vandaag over een aanpassing van het werkingsverdrag van de Europese Unie, meer bepaald over de wijziging van artikel 136. Waarom doen we dat? Omdat het Europese stabiliteitsmechanisme – het European Stability Mechanism (ESM), het zogenaamde permanente Noodfonds – dat het tijdelijke Noodfonds, de European Financial Stability Facility (EFSF) moet vervangen, in strijd is met artikel 125 van het werkingsverdrag van de Europese Unie. In mensentaal – voor zover dat mogelijk is: er zijn twijfels of het ESM wel wettelijk is binnen het kader van de bestaande Europese regelgeving. Daarom moeten wij vandaag zo nodig goedkeuring geven aan dit voorstel.

De voorzitter

Mijnheer Creyelman, als ik even mag onderbreken? Ik krijg net bericht van het kabinet van minister-president Peeters dat hij niet tijdig aanwezig kan zijn. Ik denk dat zijn aanwezigheid wel nuttig zou zijn omdat ook mevrouw Moerman, de heer Hendrickx, de heer Van Overmeire, de heer Caluwé een betoog wensen te houden. Ik stel voor om te wachten tot de minister-president aanwezig is en de vergadering even te schorsen.

De heer Caluwé heeft het woord.

Ludwig Caluwé

Voorzitter, het ontwerp van decreet is natuurlijk ook behandeld in de commissie. Als men er op staat, kan men de minister-president vorderen.

De voorzitter

Mevrouw Moerman heeft het woord.

Fientje Moerman

Voorzitter, is het mogelijk om ons een indicatie te geven van de lengte van de afwezigheid van de minister-president? Is het gewoon een fileprobleem of is het een structureel probleem?

De voorzitter

Ik kan daar niet op antwoorden. Ik moet dan opnieuw contact opnemen met het kabinet.

Fientje Moerman

Men kan zeggen dat dit voor Vlaanderen de ‘ver-van-mijn-bedshow’ is, maar dat is het zeker niet. Ik vind de aanwezigheid van de regering eigenlijk wel vereist.

Ludwig Caluwé

De regering is wel aanwezig.

De voorzitter

De heer Van Overmeire heeft het woord.

Karim Van Overmeire

Voorzitter, ik denk dat het toch nuttig zou zijn dat de minister-president aanwezig zou zijn omdat het gaat over een ontwerp van decreet dat het ESM mogelijk moet maken, maar over het ESM zelf en over het gemengd karakter van het ESM is toch ook wel wat te doen. Er zijn recent ook berichten over verschenen in de pers. Het zou toch nuttig zijn dat de minister-president ook het standpunt van de regering kan geven, tenzij minister Schauvliege dat kan doen en zegt dat ze het dossier voldoende beheerst om er uitsluitsel over te geven.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, collega’s, ik heb begrepen dat de minister-president gewoon een beetje vertraging heeft vanwege het verkeer. Hij heeft mij gevraagd om intussen hier aanwezig te zijn namens de Vlaamse Regering. Als er heel specifieke vragen zijn, zal ik die noteren zodat de minister-president kan antwoorden als hij aanwezig is.

De voorzitter

Dus gaan we verder, mijnheer Creyelman.

Frank Creyelman

Prima, ik was dus in mensentaal bezig daarnet. Er zijn twijfels of het ESM wel wettelijk is binnen het kader van de bestaande Europese regelgeving. Daarom moeten wij zo nodig goedkeuring geven aan dit voorstel om artikel 136 van het Europese Werkingsverdrag aan te passen. Het is, collega’s, altijd al twijfelachtig geweest of alle noodleningen die tot nu toe zijn verleend, wel zijn toegestaan. Artikel 125 van het Werkingsverdrag van de Europese Unie bepaalt dat elk land verantwoordelijk is voor zijn eigen schulden. Het is de fameuze ‘no bail-out’-clausule, waarbij de toetredende lidstaten tot de Europese Unie werden gegarandeerd dat zij nooit voor de schulden van andere lidstaten zouden moeten instaan. Daarom gebeurden de noodleningen tot nu toe via een tijdelijk noodfonds, het EFSM (European Financial Stabilisation Mechanism).

Via een wijziging van artikel 136 van het EU-verdrag willen de Europese regeringen de situatie voor een permanent noodfonds regulariseren, door er een bepaling in op te nemen dat zo’n schuldenfonds expliciet toelaat. Daarvoor moeten niet alleen de eurolanden maar alle 27 lidstaten de verdragswijziging doorvoeren. Het is maar de vraag of zij dat allemaal zullen doen voor begin juli, wanneer men wil dat het ESM van kracht wordt om de failliete Spaanse banken van geld te voorzien.

Voorzitter, minister, collega’s, wij bespreken hier dus een wijziging van een artikel van het Werkingsverdrag, maar in feite stemmen we voor het instellen van een Europees stabiliteitsmechanisme en dit tegen de achtergrond van een eurozone die diep in de problemen zit. Laten we ons bij het begin eens afvragen waarom een dergelijk verregaand stabiliteitsmechanisme in het leven wordt geroepen. Het antwoord luidt natuurlijk de crisis. Dat weet ondertussen iedereen wel, de eurocrisis om precies te zijn. Maar waarom is die eurocrisis er? Dat is de hamvraag. En wanneer die vraag wordt beantwoord, hetzij door de mainstream media, hetzij door de vele eurofiele politici, draait men de Europese volkeren meestal een rad voor de ogen. Men jaagt hen zelfs op platte populistische en leugenachtige wijze angst aan. Omdat men goed genoeg weet dat de euro zelf de hoofdoorzaak is van de economische crisis. Omdat men misschien te trots is om toe te geven dat de invoering van de euro een schromelijke vergissing was.

Ik ben geen econoom, maar wat volgt, is elementaire economie die iedereen kan begrijpen. Als vroeger de economie van een land zwak presteerde, daalde de waarde van zijn munt. Daardoor werden de producten van het land in kwestie internationaal goedkoper, zodat het buitenland meer van deze producten ging kopen en de economie weer aantrok. Als de economie van een land sterk presteerde, steeg de waarde van de munt zodat de burgers meer koopkracht hadden en meer binnen- en vooral buitenlandse goederen konden kopen. Op deze wijze konden de economische en de financiële problemen van een land geregeld worden via de munt van de landen zelf.

De invoering van de euro heeft heel dit zelfregulerend systeem tenietgedaan. Zwakke landen in het zuiden van de eurozone hadden met de euro een veel te sterke munt, zodat hun producten te duur werden. Sterke landen in het noorden hadden in verhouding een te zwakke munt, zodat de groei van de consumentenkoopkracht de groei van de economie niet volgde. De economieën in het zuiden werden bij gebrek aan de mogelijkheid om zelf muntcorrecties in te voeren in de voorbije tien jaar, almaar zwakker. Het zuiden bouwde gigantische schulden op, die het nooit meer kan terugbetalen. Om de euro te redden, moet het noorden, waar de burgers dus al koopkrachtverlies ondervonden, nu ook de schulden van het zuiden betalen of kwijtschelden. De eurozone is één gigantisch België geworden, een België in het groot, waar enorme fiscale transfers van noord naar zuid vloeien.

Samen met het EFSM, bilaterale leningen allerhande, het meedragen van risico als aandeelhouder van het IMF en ons aandeel in de Europese Centrale Bank, had de Belgische staat vorig jaar al voor 70 miljard leningen en garanties uitstaan ten behoeve van allerhande hulpprogramma’s voor eurolanden in nood. En wat is het resultaat? Het gaat in de eurozone altijd maar slechter. Daarbovenop zijn er nog de risico’s die België loopt door de acties van de Europese Centrale Bank, die voor 1000 miljard leningen geeft aan zwakke banken en voor bijna 300 miljard rommelobligaties opkoopt die niemand anders nog wil.

De problemen zijn groter dan ooit. Griekenland zakt steeds verder weg. Spanje betaalt recordrentes die, ondanks de recente injectie die Spanje heeft gehad, niet verlagen. Ze zijn enkele uurtjes verlaagd, meer niet. De werkloosheid loopt met de dag op. Grieken en Spanjaarden halen massaal geld van hun spaarrekeningen. Hun banken wankelen en de economieën krimpen.

Het vertrouwen dat het nog goed komt, is weg. Het vertrouwen in de aanpak die tot nu werd gevoerd, is weg. Het consumentenvertrouwen is weg. De politieke verantwoordelijken vallen bij deze opeenvolgende mislukkingen totaal uit de lucht. Hoe is dit toch kunnen gebeuren?

Collega’s, de euro was van bij de aanvang gedoemd om te mislukken. Tijdens de besprekingen over de invoering van de Europese munt, zestien jaar geleden, en over de invoering van de euro, veertien jaar geleden, wezen alle economisten erop dat de euro een politiek en geen economisch project was. Het was in feite een gevaarlijk experiment met het geld en de welvaart van de Europese burger. Wellicht met goede bedoelingen, maar de weg naar de hel is – zoals u weet – geplaveid met goede bedoelingen. Onze fractie heeft daar destijds als enige op gewezen. In de archieven van het Vlaams Belang bevindt zich nog steeds het pamflet van wijlen Karel Dillen: ‘Europa ja, Maastricht neen’. We zijn dus zeker niet tegen Europa, maar wel tegen dit Europa, tegen deze Europese Unie, deze eurozone. Kom mij dus dadelijk niet zeggen dat wij het zijn die Europa laten failliet gaan door onze voortdurende kritiek erop. Niet zij die hier altijd op hebben gewezen, laten Europa failliet gaan. Wel degenen die dit experiment tegen beter weten in hebben opgezet en doorgevoerd en het nog altijd halsstarrig willen voortzetten, zijn daarvoor verantwoordelijk.

Het meest recente antwoord van Europa op de eurocrisis van vandaag is het ESM, waarvoor wij hier vandaag geacht worden een artikel te wijzigen. De Europese bestuurders hopen dat een voldoende gespijsd, permanent mechanisme voor financiering een effect zal hebben dat bij de financiële markten vertrouwen wekt. Het nieuwe verdrag zal België – dus ook Vlaanderen dat 70 procent van de Belgische middelen genereert – verplichten landen in financiële problemen bij te springen. Ook noodlijdende banken zullen echter aanspraak kunnen maken op het fonds.

Samen staan de eurolanden borg voor een bedrag van 700 miljard euro, waarvan 500 miljard euro kan worden uitgeleend. Dat zijn cijfers die geen enkel zinnig mens zich nog kan voorstellen. Net zoals de EFSF zal ook het ESM grotendeels worden gefinancierd door leningen te sluiten waarbij lidstaten garanties verstrekken. Nieuw is echter dat het ESM ook rechtstreeks kapitaal van de lidstaten zal krijgen, waarvoor de meeste lidstaten opnieuw meer schulden zullen moeten maken. In totaal gaat het over 80 miljard euro dat door de lidstaten cash wordt overgemaakt. Er worden ook voor 620 miljard euro garanties gegeven. Het Belgisch aandeel aan het ESM bedraagt meer dan 24 miljard euro. Cash zullen wij bijna 3 miljard euro, 2,8 miljard euro om precies te zijn, moeten overmaken.

In het verdrag wordt bepaald dat het kapitaal via stortingen in schijven, gespreid over vijf jaar, geleidelijk wordt opgebouwd. Door de opflakkering van de crisis tijdens de voorbije maanden, vooral wegens Spanje, heeft de eurogroep echter besloten de stortingen te versnellen en over drie in plaats van over vijf jaar te spreiden. Er zullen dus twee schijven worden betaald in 2012, twee schijven in 2013 en nog een laatste schijf in 2014.

In totaal, de kapitaalstortingen en de garanties inbegrepen, zal België ongeveer 2500 euro per Belg moeten ophoesten om het Europese stabiliteitsmechanisme in eerste instantie te spijzen. Los van die kapitaalstortingen zullen wij voor de rest van die 24 miljard euro garant moeten staan. Hoe zal dat werken? Het Europese stabiliteitsmechanisme zal zomaar, zonder dat ons parlement of een ander parlement daar nog iets over te zeggen heeft, dat geld kunnen opeisen. Naar het schijnt is dat democratie.

Artikel 41.2 van het ESM-verdrag stelt dat er steeds een minimum van 15 procent aan kapitaal van lidstaten in het ESM aanwezig moet zijn. Als de voorraden onder die 15 procent zakken, wordt er van de lidstaten versneld een nieuwe cashbetaling gevraagd, die zij verplicht zijn te betalen. Volgens het ESM-verdrag moeten wij dat geld, zodra het ESM erom vraagt, “onherroepelijk en onvoorwaardelijk betalen, binnen de zeven dagen”. Het ESM-verdrag zet zo niet alleen het parlement, maar ook de burgers van dit land, volledig buitenspel. In noodgevallen kunnen immers bijkomende miljarden worden overgemaakt, zonder dat ons land dat kan tegenhouden, want een gekwalificeerde meerderheid van 85 procent van de uitgebrachte stemmen is voldoende. België heeft er maar 3,5 procent.

Het begrip ‘noodgevallen’ is in heel het verdrag niet of nauwelijks gedefinieerd. Er zijn geen specifieke definities, beschrijvingen of condities waaronder men van een noodgeval spreekt. Met dit wetsontwerp verliezen wij dus de zeggenschap en ons veto over de besteding van miljarden euro’s die van ons gevraagd zullen worden in die noodsituaties. De bestuurders van het ESM zullen daarover beslissen.

Heel kort even iets over die bestuurders. Artikel 32 van de verdragstekst geeft aan dat alle ESM-bezittingen en ESM-documenten juridische immuniteit hebben. De bezittingen en de documenten van het ESM, evenals hun bestuurders en medewerkers, krijgen juridische immuniteit. Met andere woorden, het ESM kan landen en rechtspersonen voor de rechtbank dagen, maar kan zelf niet voor de rechtbank worden gedaagd. Het is onschendbaar en jegens niemand verantwoording verschuldigd. Ook dat zal wel democratie zijn.

Ons belastinggeld komt dus in handen van een instantie die niet verkozen is en die boven alle parlementen en rechtbanken staat. De burgers – in ons land vooral de Vlamingen – mogen enkel zwoegen en betalen.

Het Verdrag tot instelling van het ESM heeft dus verstrekkende gevolgen. Het betekent het doorsluizen van miljarden euro’s van de noordelijke naar de zuidelijke Europese landen en het installeert een ondemocratische transferunie op Europees niveau waar de Europese burgers nooit om hebben gevraagd. Het betekent ook het einde van een groot deel van de financiële, economische en politieke soevereiniteit van België en is daardoor ook een gevaar voor de toekomst van Vlaanderen.

Net zoals de meeste Europese burgers nooit de kans hebben gekregen om zich uit te spreken over de Europese Unie, de invoering van de euro en de toetreding van nieuwe lidstaten, wordt nu ook dit ESM-verdrag aan hen opgedrongen. Ons land kan geen veto stellen tegen ESM-leningen die in spoedsituaties of in noodsituaties worden verleend, omdat België niet beschikt over een vetorecht. Wel is er een voorwaarde voor activering van het ESM, namelijk dat zowel de Europese Commissie als de Europese Centrale Bank stellen dat anders “de economische en financiële duurzaamheid van de eurozone in gevaar komt.” Wanneer de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank dat stellen, dan volstaat dat om het ESM in werking te laten treden. Die omschrijving is echter van toepassing op zo ongeveer elke crisis binnen de eurozone. Het Europees stabiliteitsmechanisme is eigenlijk niet meer of niet minder dan een soort staatsgreep met de munt als instrument, een monetaire staatsgreep.

Wij hebben in 2009 berekend wie de hoogste nettobijdrage levert aan de werking van de Europese Unie. België staat officieel op de zesde plaats, maar als men Vlaanderen daaruit afzondert, staat Vlaanderen veruit op de eerste plaats, nog voor Nederland. Dat is de realiteit. Men moet die Vlaamse kiezer dus maar eens uitleggen waarom men dit doet, waarom dit moet gebeuren. Men moet hem uitleggen waarom wij hier toch mee doorgaan, ondanks de waarschuwingen van talloze economen dat niet alleen de euro, maar de Europese Unie zelf hieraan ten onder kan of zal gaan.

De Vlamingen moeten straks niet alleen Wallonië overeind houden, maar moeten voortaan ook helpen om Griekenland, Portugal, Spanje, Italië en eventueel zelfs Frankrijk overeind te houden. Na 182 jaar Vlaamse strijd is dat wat we bereikt hebben. Met dit ESM zijn we naast de slaaf van België ook de slaaf van de eurozone geworden.

Collega’s, het verdrag zadelt de Belgische bevolking op met een miljardenfactuur. Daarbij is het niet eens zeker dat het ESM de eurocrisis wel zal oplossen. Het is zelfs meer dan waarschijnlijk dat het de crisis niet zal oplossen. Dat leert de ervaring met Spanje de afgelopen week. Het hele zuiden van de eurozone zit met een overgewaardeerde munt die groei bemoeilijkt. Fiscale transfers kunnen enkel dienen om de werkloosheidsvergoedingen te betalen, niet om jobs te creëren. Zolang er geen groei is, zullen we niet uit de crisis kunnen raken. Zoals ik bij het begin heb uitgelegd, is die landen de mogelijkheid ontnomen om door hun eigen munt aan te passen, de groei en de economie te stimuleren.

Hoe gigantisch een noodfonds van 700 miljard euro ook mag lijken, in de praktijk zal het niet meer dan 500 miljard euro kunnen uitgeven. 500 miljard euro is volgens alle deskundigen onvoldoende om grote schokken op te vangen. Zij zeggen dat er minstens 2000 miljard nodig is om kalmte te brengen tot het einde van 2014. Bij leningen aan landen in moeilijkheden zullen het ook steeds de burgers zijn die alle kosten dragen. Het voorstel om financiële instellingen te dwingen om verliezen te nemen op hun risicovolle maar winstgevende leningen, werd immers van tafel geveegd.

De crisis kan niet alleen niet opgelost worden, ze kan bovendien nog duurder worden. Voortdurend worden er voorstellen gedaan om het noodfonds uit te breiden of om het toe te laten banken direct steun te verlenen, en niet enkel indirect zoals nu het geval is. In dat geval zou het ESM over meer kapitaal moeten beschikken dan de huidige 700 miljard euro.

Aangezien het ESM belangrijk is voor de financiële situatie van de lidstaten, zal het als een hefboom kunnen worden gebruikt om binnen de eurozone een consensus af te dwingen over dossiers die via de klassieke koehandel aan elkaar worden gelinkt. Die consensus kan dan bij meerderheid worden opgelegd aan de rest van de Europese Unie. Het verlies van het Belgische vetorecht over het verlenen van ESM-leningen kan dus verstrekkende gevolgen hebben, nog veel verder dan doodgewoon het al dan niet toekennen van leningen aan lidstaten in moeilijkheden. Dat zal in de toekomst waarschijnlijk blijken en dan zullen veel mensen schrikken van de politieke implicaties van iets waarvan zij dachten dat het doodgewoon een tijdelijke oplossing was voor een tijdelijke crisis. Onze fractie gelooft niet dat dit het geval is.

Collega’s, tijdens de besprekingen van het Verdrag van Maastricht, het invoeren van de EMU en het invoeren van de euro heeft het Vlaams Belang altijd gewezen op de eventuele problemen van dit politieke experiment, dat speelt met de welvaart en het geld van de burgers van Europa – nogmaals: niet omdat wij tegen Europa zijn, maar juist omdat wij van Europa houden. Maar wij kunnen niet doen alsof de economische werkelijkheid opzij kan worden gezet om de politieke dromen te laten kloppen. De politieke dromen zijn evident. Men zou een economische unie oprichten en stap voor stap naar een politieke unie gaan.

Nu is het verhaal omgekeerd. Nu het economisch niet meer klopt, wordt het omgedraaid. Het gaat duidelijk niet goed met het Europees economisch feestje. De hapjes zijn op, het glas is leeg en de dj speelt enkel nog treurmuziek. Het antwoord van de feestverantwoordelijken bestaat erin iedereen nog meer honger en dorst te bezorgen en voor meer Europese Gleichschaltung te kiezen. Nu de EU economisch niet meer verantwoord is, wordt er een politiek feestje van gemaakt.

De politieke droom van de Europese eenmaking moet tot een natiestaat leiden. De Verenigde Staten van Europa zullen straatarme staten worden. Daar ligt blijkbaar niemand van wakker. De verenigde straatarme staten zijn echter onze Europese droom niet. Onze Europese droom bestaat uit het samenbrengen van de Europese cultuur en de Europese solidariteit tussen volkeren die onafhankelijk zijn. Ons gaat het niet om die Europese superstaat, om die namaakversie van de artificiële Belgische natiestaat.

Wat België betreft, wendt die superstaat zich af van de volksrealiteit. Wat de euro betreft, wendt de superstaat zich af van de economische en financiële realiteit. Ondanks al de redenen die ik net heb vermeld, gaan de betrokkenen toch door. Ze zien de realiteit en ze gaan er toch mee door. Dat is therapeutische hardnekkigheid. In dit geval pleiten we voor één keer dan ook voor actieve euthanasie.

De invoering van deze unie en van de euro zijn fatale vergissingen geweest. Ik hoef geen helderziende te zijn om het nakende einde van de euro te voorspellen. Een gemeenschappelijke munt is per definitie een crisismunt. Europa is aan een nieuwe monetaire ordening toe. De huidige pakketten met reddingsmaatregelen en het huidig ESM stellen dat moment enkel uit.

Bovendien weten we allemaal dat culturele identiteiten niet zo maar met ambtelijke decreten uit Brussel kunnen worden weggevaagd. Grieken zijn geen Duitsers en Italianen zijn geen Vlamingen.

Het Vlaams Belang verwerpt de idee van een Europese munt, een Europees rijk en een Europees leidersprincipe. Die Europese leider wordt dan, voor alle duidelijkheid, niet deze of de volgende president van Europa, maar de ondemocratische raad van bestuur van het ESM.

Slechts vier van de zeventien lidstaten hebben het ESM voorlopig geratificeerd. Zelfs Duitsland zal het misschien niet ondertekenen. Er zijn sterke geruchten dat Duitsland achter de schermen met Nederland aan de invoering van een D-Mark werkt. Vlaanderen zal zeker niet afgaan indien het roet in dit onverteerbaar gerecht gooit.

Ik doe een beroep op de realiteitszin van de leden van het Vlaams Parlement. Indien dat niet zou helpen, doe ik een beroep op hun slecht karakter. Dat is van mijnentwege misschien iets realistischer. Het ESM-verdrag zal een grote invloed hebben op de financiële en politieke toekomst van Vlaanderen. Vandaag mogen we over de basis van dit verdrag stemmen. Helaas is het verdrag al door de Kamer van Volksvertegenwoordigers en door de Senaat goedgekeurd. Blijkbaar zijn de Vlaamse volksvertegenwoordigers enkel nodig als stemmachine om te bekrachtigen wat de grote dames en heren in de Kamer van Volksvertegenwoordigers en in de Senaat, ongetwijfeld zeer intelligente mensen, reeds hebben beslist. Ik doe een beroep op het karakter van de Vlaamse volksvertegenwoordigers. Het hoeft niet eens een slecht karakter te zijn. We moeten laten zien dat we er wel toe doen. We mogen ons niet onder de mat laten vegen. Enkel en alleen omdat onze rechten worden miskend, moeten we tegen dit ontwerp van decreet stemmen.

Ik concludeer dat iedereen die, zoals mijn fractie, een pleitbezorger van een vreedzaam, welvarend en divers Europa is, tegen dit ontwerp van decreet moet stemmen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Caluwé heeft het woord.

Ludwig Caluwé

Voorzitter, het lijkt me terecht dit ontwerp van decreet niet als een hamerstuk af te doen. Zelfs al moeten we ons enkel akkoord verklaren met de invoering van een heel klein stukje tekst in de Europese verdragen, het gaat om een zeer groot bedrag. Het gaat om 700 miljard euro en mogelijk zelfs om meer. Dat is het bedrag dat nu wordt vooropgesteld. Dit is een nuttig en noodzakelijk instrument om de stabiliteit met betrekking tot de euro te herstellen.

Het klopt dat de realiteit uitwijst dat dit instrument allicht niet zal volstaan. In feite kunnen we niet anders. Dit is eigenlijk altijd al vooropgesteld. De invoering van de monetaire unie is steeds als een tussenstap beschouwd en moet een hefboom vormen om tot een nog versterkte economische unie, een reële politieke unie en noodzakelijkerwijze ook een sociale unie te komen. Hopelijk kunnen we de komende weken en maanden toch nog in die richting evolueren.

De voorzitter

Mevrouw Moerman heeft het woord.

Fientje Moerman

Voorzitter, ik zie dat intussen ook de minister-president is aangekomen.

Het zal u niet verbazen dat de teneur van mijn betoog enigszins anders zal zijn dan die van de heer Creyelman. De verdragswijziging die men hier voorstelt, schept de wettelijke basis in het EU-verdrag betreffende de werking van de EU om een permanent stabiliteitsmechanisme als het ESM waar intussen een akkoord over bestaat, in het leven te roepen. Wij denken dat dit een onontbeerlijk instrument is om het voortbestaan van de euro te bewerkstelligen naast het in het gareel houden van begrotingen en het doorvoeren van structurele hervormingen. Het hoeft u dan ook niet te verbazen dat wij dit ontwerp van decreet zullen goedkeuren.

Wij stemmen in met het scheppen in het Europees recht van de wettelijke mogelijkheid om een permanent stabiliteitsmechanisme voor de euro in het leven te roepen. Deze verdragswijziging stelt niet als dusdanig het ESM in, maar schept de mogelijkheid van een permanent solidariteitsmechanisme voor de euro. Het is een intergouvernementeel instrument dat enkel in noodgevallen en in combinatie met budgetconsolidering en structurele hervormingen kan worden geactiveerd. Er is intussen beslist hoe het er zal uitzien in de Europese Raad. De vorige sprekers hebben daar al naar verwezen. België neemt 3,4771 procent of 24,34 miljard euro voor zijn rekening. Cash is dat 3 miljard euro. Dat is belangrijk voor de Belgische economie, maar bij afgeleide ook en in de eerste plaats voor de Vlaamse economie. Als een van de meest open economieën van Europa hebben wij alle belang bij het voortbestaan van de euro.

Er kunnen een aantal kritieken worden geformuleerd. Het is belangrijk dat we dit vandaag bespreken omdat men vandaag probeert om aan een van die kritieken tegemoet te komen. Velen willen liever een grote Europese sprong voorwaarts. Vanmorgen lazen we dat dit weekend onder leiding van Herman Van Rompuy een document wordt voorgelegd op de Europese top met als titel: “Naar een echte economische en monetaire unie”. De titel van dat document, waarin ook een punt zit over de politieke unie, fixeert zich nog altijd op het economische en monetaire aspect. Hoewel de meerderheid onder ons inziet wat de noodzaak en meerwaarde is van het nemen van bepaalde economische en monetaire beleidsbeslissingen op Europees niveau, is daar natuurlijk ook een keerzijde aan. Die keerzijde is dat we erover moeten waken dat het democratische element niet verloren gaat.

Dit stabiliteitsmechanisme is puur gouvernementeel. Ik heb het 6,5 bladzijden tellende document nog niet gezien, maar ik heb gelezen dat het welgeteld acht regels bevat over de politieke unie, dus over de democratische component. Dat baart me zorgen. Men zou op Europees niveau gaan beslissen hoeveel een land in een bepaald jaar mag uitgeven. Wat ons land betreft, weten wij heel goed hoe de vork aan de steel zit. In de uitgaven van ons land zitten ook de uitgaven van de deelstaten en van de andere bestuursniveaus. Met andere woorden, dit is geen discussie tussen de Europese Unie en het Belgische niveau, dit wordt ook een intern Belgische discussie. Als men die richting uitgaat en op Europees niveau afspreekt welk land wat mag uitgeven in een bepaald jaar, dan is het toch heel belangrijk dat wij weten waar we aan toe zijn en dit niet zoals vandaag als zoveelste in de rij goedkeuren. Wij moeten op voorhand en proactief en met een democratische controle beslissen wat die verdeling zal zijn binnen ons eigen land.

Minister-president, hoe zult u dus, als het deze richting uitgaat, in de toekomst het overleg organiseren? Welke stappen zult u zetten? Wat zullen uw vragen en eisen zijn met betrekking tot de organisatie ervan op Belgisch niveau? Hoe ziet u de terugkoppeling naar dit parlement, zodat we hier ook inhoudelijk-politieke discussies kunnen hebben over de vraag hoe de begroting er zal uitzien en welk aandeel ervan Vlaanderen zal mogen uitgeven? Op dit moment is dat immers niet duidelijk. In het verleden is dat in ons land en ook in Vlaanderen veel te veel een zaak van de regeringen geweest. Dat groeit natuurlijk zo. Als we het werkelijk menen met die democratische component, dan moeten we er ditmaal voor zorgen dat we ook proactief een bepaalde gedragslijn trekken. (Applaus bij Open Vld en Groen)

De voorzitter

De heer Van Overmeire heeft het woord.

Karim Van Overmeire

Voorzitter, minister-president, geachte leden, wat hier voorligt en wat diverse leden al hebben geschetst, is inderdaad het ontwerp van decreet houdende instemming met het besluit van de Europese Raad van 25 maart 2011 tot wijziging van artikel 136 van het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot een stabiliteitsmechanisme voor de lidstaten die de euro als munt hebben.

Dat is een hele mondvol, maar het komt neer op de vraag of we dat artikel 136 in die zin willen wijzigen dat het mogelijk wordt om dat fameuze ESM in werking te stellen. Dat ESM moet over een kredietverleningscapaciteit van 700 miljard euro beschikken. Daarmee hoopt men inderdaad de risico’s voor de financiële stabiliteit voor de eurozone in haar geheel te kunnen aanpakken. Het ESM zelf is het voorwerp van een apart verdrag. Minister-president, daar kom ik straks op terug. Dat verdrag werd op 2 februari 2012 ondertekend, maar ligt hier dus niet voor, en als ik het goed begrijp, zal het hier ook niet worden voorgelegd.

Bij bespreking van het ESM-verdrag in Kamer en Senaat, en ook al bij de bespreking in de commissie en de bespreking van daarnet door de heer Creyelman en anderen, zijn een aantal interessante beschouwingen geformuleerd over de euro, over wat nu wordt aangevoeld als een verder soevereiniteitsverlies. Dat zijn inderdaad interessante discussies. Een van de weinige positieve neveneffecten van de crisis zoals we die vandaag meemaken, is misschien dat er nu een echte discussie wordt gevoerd over de vraag wat Europa is, waar we heen willen en wat de beste manier is om dat te doen.

Ondertussen bevinden we ons echter in de situatie waarin we ons bevinden, en moet er op korte tijd een remedie kunnen worden gevonden. We zitten op een boot die in de problemen is verzeild. Nu kan men zich afvragen of dit de goede boot is, of we geen andere boot hadden moeten nemen, of we niet beter thuis waren gebleven, of we niet het vliegtuig hadden moeten nemen. Heel interessant, maar ondertussen kunnen we natuurlijk niet voort blijven dobberen op dat schip. Daarom zal de N-VA-fractie dit ontwerp van decreet goedkeuren.

Minister-president, het verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is een gemengd verdrag. Dit voorliggende besluit tot wijziging van dat verdrag is ook een gemengde akte. De vraag is of het ESM-verdrag zelf ook een gemengd karakter heeft. Ons standpunt ter zake is duidelijk: het is inderdaad een gemengd verdrag, waarvoor groen licht van het Vlaams Parlement noodzakelijk is. Uit de krantenartikels en de verslagen van Kamer en Senaat maak ik op dat niet iedereen het daarmee eens is. Zo stelt federaal minister van Financiën Vanackere dat het een tijdrovende procedure zou zijn als al die gemeenschaps- en gewestparlementen daar ook nog eens hun zeg over zouden moeten doen.

Nu, dat lijkt me een zeer discutabele en gevaarlijke manier van denken. De bevoegdheidsverdeling tussen de federale overheid en de deelentiteiten wordt toch niet bepaald door het al dan niet dringend zijn van een dossier. Het is bovendien een valse redenering: er is geen enkele reden waarom de goedkeuring door het Vlaams Parlement meer tijd zou kosten, aangezien de goedkeuringsprocedures op federaal niveau en op het niveau van de deelentiteiten parallel en dus gelijktijdig kunnen plaatsvinden.

Ik heb nog een argument, dat slechts in laatste instantie kan worden gebruikt, maar toch: het ESM-verdrag kan in werking treden wanneer de lidstaten die het verdrag hebben geratificeerd, samen minstens 90 procent van het vereiste kapitaal vertegenwoordigen.

Het aandeel van België is 3,47 procent. Poneren dat Vlaanderen zich hierover niet kan uitspreken omdat wij anders het ESM-verdrag zouden tegenhouden, is mathematisch onjuist.

Minister-president, in dossiers als deze komt ook een asymmetrisch en voor Vlaanderen bijzonder nadelig element van het Belgisch federalisme naar boven: Vlaanderen wil zijn bevoegdheden ten volle uitoefenen en staat op zijn strepen tegenover het federale niveau, maar we moeten vaststellen dat de andere deelentiteiten in dezen geen bondgenoten van Vlaanderen zijn, maar net van het federale niveau. Voor hen hoeft het allemaal niet zo, ze gaan niet voluit voor de eigen verdragsbevoegdheid. Dat verzwakt natuurlijk onze positie.

Maar we vinden wel steun bij de Raad van State. In het advies van de Raad van State bij het wetsontwerp dat in het federale parlement werd behandeld, wordt uitdrukkelijk gevraagd om de werkgroep Gemengde Verdragen om advies te vragen. Letterlijk: “Gelet op de aldus geuite twijfels zou de Memorie van Toelichting op zijn minst aldus moeten worden aangevuld dat duidelijk aangetoond wordt of het ESM-verdrag dat ter instemming wordt voorgelegd al dan niet gemengd van aard is. De afdeling Wetgeving is hoe dan ook van oordeel dat de rechtszekerheid beter gegarandeerd zou zijn indien de werkgroep Gemengde Verdragen om advies zou worden verzocht.”

Minister-president, ik had u dus graag een stand van zaken en een standpunt willen vragen. Het kan niet zijn dat als een federale minister zegt dat dit geen gemengd verdrag is, wij ons daarbij neerleggen en daar alleen maar akte van nemen. Dat kan onmogelijk de manier van werken zijn.

Wij zullen het ontwerp van decreet – zoals al gezegd – steunen.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, collega’s, ik wens alle interveniënten te danken voor hun commentaar maar ook voor hun steun, die niet alleen vanuit de meerderheid maar ook vanuit een deel van de oppositie wordt gegeven om artikel 136 te wijzigen. Dit verdient die steun gezien de ernst van de situatie. Dit maakt het mogelijk om het Europese stabiliteitsmechanisme in werking te laten treden.

Mevrouw Moerman, op het Europese niveau hebben de Europese Commissie en de voorzitter van de Europese Raad voorstellen gedaan. U hebt daarnaar verwezen. Ze zijn van zeer recente datum en ik beschik nog niet over alle documenten. U wilt al waarschuwen, in het bijzonder voor het geval men op het niveau van de lidstaten de uitgaven zou beperken. U hebt gelijk: dit heeft consequenties voor Vlaanderen. We moeten actief en wat mij betreft gerust ook proactief mee discussiëren, zeker op het intrafederale niveau. Ik zal het nodige doen om dat proactieve ook in de praktijk om te zetten.

U vraagt hoe dat kan worden teruggekoppeld naar het Vlaams Parlement. U weet dat het Vlaams Parlement te allen tijde de Vlaamse Regering om tekst en uitleg kan vragen. We moeten misschien in de bevoegde commissie even bekijken hoe we dat kunnen aanpakken. U weet dat ik, in tegenstelling tot wat sommigen denken, zeer transparant met het Vlaams Parlement wil werken. Ik heb tot mijn scha en schande vastgesteld dat dit mij heel wat kommer en kwel kan besparen. Mevrouw Moerman, we moeten ook daar eens bekijken hoe we dat kunnen organiseren, wetende dat we in de discussies met de andere regeringen de nodige flexibiliteit aan de dag moeten leggen en ook daar zeker geen vertragingen kunnen oplopen. Met de steun van het Vlaams Parlement kan ik nog met meer aplomb en visie de zaken verder bekijken.

Mijnheer Van Overmeire, ik heb begrepen dat de wijziging van artikel 136 door u volledig wordt gesteund. Mijn dank daarvoor. U steunt dat terecht. Uw vraag gaat over het verdrag dat op 2 februari 2012 is ondertekend. Ik heb vastgesteld dat het Vlaams Belang in het federaal parlement tegen heeft gestemd, als ik goed ben geïnformeerd wegens het feit dat het Vlaams Belang gekant is tegen nieuwe geldstromen van noord naar zuid. Misschien is dat wat kort geresumeerd, maar ik wil daar verder geen punt van maken. De N-VA heeft zich onthouden wegens het advies van de Raad van State.

Mijnheer van Overmeire, u hebt wat meer tekst en uitleg gevraagd, die ik u bij dezen zal geven. Men heeft het ESM-verdrag in den beginne niet voorgelegd aan de werkgroep gemengde verdragen, waar dat normaal gezien moet worden voorgelegd. Men heeft gemeend dat dat niet nodig was. Ik denk dat dat een foutieve inschatting is geweest van de betrokken ministers. Er is dan een advies gevraagd aan de Raad van State. Zoals u terecht zegt, heeft de Raad van State een aantal bedenkingen geformuleerd, waarbij de formulering door de Raad van State ook voor discussie vatbaar is, maar waarbij de Raad van State minstens de stelling dat het absoluut geen gemengd verdrag is, niet heeft gevolgd.

Na dat advies van de Raad van State is door het Departement internationaal Vlaanderen de zaak verder bekeken en met bijkomende argumenten is onderbouwd dat dit toch wel een gemengd verdrag is. Federaal minister Vanackere heeft tijdens de behandeling in de Senaat een aantal dingen gezegd. Een van de elementen die we direct hebben aangegrepen, is dat er alsnog een bijeenroeping zou komen van de werkgroep gemengde verdragen. Dat is ook gebeurd: op 19 juni is de werkgroep gemengde verdragen bij elkaar gekomen en zijn de argumenten uitgewisseld. Onze mensen van het Departement internationaal Vlaanderen hebben op basis van het advies van de Raad van State en op basis van eigen argumenten bepleit om dit als een gemengd verdrag te beschouwen.

Er is op de vergadering zelf ook door het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap, maar in wat minder duidelijke bewoordingen, gezegd dat dit een gemengd verdrag is. Die bewoordingen waren echter zo onduidelijk dat de federale instanties hadden begrepen dat ze dat niet als gemengd verdrag beschouwden. Maar goed, dat laat ik voor interpretatie over aan de federale instanties. Er is dus in die werkgroep over gesproken.

Heel belangrijk zal zijn wat er in het ontwerpverslag zal staan, zeker over die onduidelijkheid van onze collega’s van het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap. Ik heb daar publiek een uitspraak over gedaan en ik wil die hier nog eens herhalen. Ik betreur het namelijk dat men niet sneller de procedure ingeschakeld heeft om te kijken of dit een gemengd verdrag is en het dus te versturen naar die werkgroep. In extremis heeft men dat alsnog gedaan, ook onder druk vanuit Vlaanderen en de betrokken diensten. In die werkgroep hebben wij bepleit dat het een gemengd verdrag is. Er is een discussie geweest tussen het federale en het Vlaamse niveau, licht gesteund door de collega’s van het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschap.

Dat het verslag nog niet is toegestuurd, heeft te maken met de hoogdringendheid. Ik betreur dat men dat niet heeft gedaan. U hebt gelijk dat de hoogdringendheid geen afbreuk mag doen aan de discussie over de vraag of het een gemengd verdrag is of niet en dat als het een gemengd verdrag is, de geëigende procedure moet worden gevolgd.

Hier is de hoogdringendheid zo hoogdringend dat ik ervan uitga, voorzitter, dat ook dit Vlaams Parlement begrip heeft voor de situatie en de schets die ik heb gegeven, en zich op basis van de elementen die ik heb meegegeven, kan aansluiten bij het feit dat ik heb gezegd dat we – zo heb ik het uitgedrukt – geen stokken in de wielen zullen steken voor de Belgische goedkeuring van het ESM-verdrag, maar dat ik de principiële discussie en het belang van de gemengde verdragen blijf onderstrepen, en het feit dat men dit ook vanuit de federale overheid heel ernstig moet nemen, en ook dat dit niet voor herhaling vatbaar is.

Voilà, dit had u horen aankomen, maar ik zal dit deze namiddag niet meer zeggen, mijnheer Van Hauthem. Ik begrijp dus dat we met die context en met deze uitspraken ook de steun krijgen van het Vlaams Parlement.

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

Marc Hendrickx

Gelet op de bezorgdheid van de minister-president en om hem gerust te stellen: wij hebben het zo opgenomen in het verslag.

De voorzitter

De heer Van Hauthem heeft het woord.

Joris Van Hauthem

Voorzitter, minister-president, ten eerste gaat u effectief echt wel heel kort door de bocht wanneer u de reden aanhaalt waarom wij zowel in de Kamer als in de Senaat, en ook hier, onze instemming niet betuigen. Eén zinnetje aanhalen uit betogen van vier Kamerleden die een paar uur geduurd hebben, dat is er een beetje over. Ik weet wel dat men sommige dingen moet reduceren, maar dit is een reductie die naar het absurde neigt.

Ten tweede, wat het gemengd karakter van de verdragen betreft, stel ik vast dat u zich neerlegt bij een feitelijkheid, bij de hoogdringendheid. Natuurlijk zou dat een precedent kunnen zijn. Ik zie niet in waar de hoogdringendheid zit wanneer we vaststellen dat vandaag nog maar vier landen het ESM-verdrag, of beter de oprichting van dat fonds, hebben goedgekeurd.

Ik heb nog een bijkomende opmerking. Als ik het goed begrijp, minister-president, is wat wij vandaag goedkeuren, hoe dan ook een gemengde aangelegenheid, daarover is iedereen het eens. Het is de noodzakelijke voorwaarde om de ESM-toestand in werking te stellen. Ik stel vast dat de federale overheid, de Kamer en de Senaat, het ESM-verdrag al goedgekeurd hebben, voorafgaand aan de noodzakelijke goedkeuring door alle regionale parlementen van deze voorafgaande noodzakelijke voorwaarde. Dat is misschien toch ook iets om over na te denken. Misschien kunt u ook daarover tegen uw federale collega’s zeggen dat dit niet voor herhaling vatbaar is.

Minister-president Kris Peeters

Dat is juist. Ik zal dat ook doen.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2011-12, nr. 1520/1)

– De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.