U bent hier

De voorzitter

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over het publiek maken van de adviezen voor de meerjarige subsidies in het kader van het Kunstendecreet door de minister van Cultuur.

Het debat is geopend.

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Voorzitter, minister, collega’s, welk Vlaanderen willen we? Dat is het debat dat we moeten voeren in Vlaanderen. Willen we ook een Vlaanderen dat rijk en divers is aan artiesten en aan kunsten, dat voor iedereen kwaliteit kan aanbieden en dat ook meewerkt aan de uitstraling van Vlaanderen in het buitenland? Als ik u even mag herinneren: als Vlaanderen in het buitenland ergens door bekend is, dan is het niet van chocolade of van wafels – die zijn namelijk Belgisch – maar wel door onze artiesten. Van de Vlaamse primitieven tot Anne Teresa De Keersmaeker, die vorige vrijdag nog de Cultuurprijs voor Algemene Culturele Verdienste kreeg, en nog zo veel andere artiesten. Daar zijn we door bekend, en die eer moeten we hoog houden.

We zijn ook een land waar die cultuur heel rijk, divers en geschakeerd is: van avant-garde tot traditie, van groot tot klein, van Vlaamse muziek over popmuziek tot barok enzovoort. De vraag is dus welk Vlaanderen we willen? Hoeveel heeft deze Vlaamse Regering over en hoe verdeelt ze op de meest rechtvaardige manier de middelen aan de kunstensector? Geef toe: als we ergens mentaal, intellectueel en artistiek rijk van worden, dan is het daarvan.

Dat was een mooie, filosofische inleiding om tot mijn punt te komen over dit ‘incident’. Ik wil het even hebben over centen. In de vorige kunstenronde werd meer dan 97,9 miljoen euro – zelfs in dit parlement een belangrijk bedrag – toegewezen aan de kunstenorganisaties. Vandaag moeten de commissies een bedrag verdelen dat 11 miljoen euro lager ligt. Het is een breuk met het verleden. Het is de eerste keer dat Vlaanderen subsidies toewijst voor een totaalbedrag dat lager ligt dan ooit tevoren. Laat het duidelijk zijn: het is een belangrijke breuklijn die tot heel wat problemen leidt.

Minister, ik denk dat er een aantal ernstige fouten in de aanpak zijn gebeurd. Er zijn een aantal dingen die niet kloppen. Laat me beginnen met de lekken die er de voorbije weken langs alle kanten geweest zijn. Het was bijna een vergiet. Er stroomde heel veel informatie door, en ook dat is een breuk met het verleden. Er waren zoveel lekken dat u – denk ik – beslist hebt of bijna niet anders kon om de adviezen openbaar te maken. Ik had heel veel informatie uit kringen van uw coalitiepartners, uit kringen van adviseurs en beoordelaars. Ik vind dat heel jammer. Het is niet jammer dat ze openbaar gemaakt zijn – het is beter dat u het gedaan hebt en ik steun u daarin –, maar omdat het gebeurd is zonder omkadering, zonder inbedding. Je moet het maar meemaken om een nul op het rekest te krijgen en niet te weten waarom. Niets doet meer pijn dan dat. Misschien is er een juridische reden waarom het moeilijk is om die adviezen inhoudelijk bekend te maken, maar het overkomt je toch maar.

Dan zijn er die verschrikkelijke rankings. Wie dubbel positief beoordeeld wordt in Vlaanderen, is nog niet eens zeker dat hij een subsidie krijgt. Anders gezegd: je krijgt een onderscheiding op de universiteit maar je mag je diploma niet afhalen. Daar komt het op neer. U krijgt een soort van beroepsverbod om daarna verder te doen.

Die ranking sluit uit, duwt mensen weg. Minister, ik wil erop wijzen dat die ranking niet in het Kunstendecreet staat. Het is dus een eigenhandige invulling die volgens mij in hogere rechtscolleges aan te vechten is.

Er zijn duidelijk een aantal veranderingen gekomen tussen de bedragen die de beoordelingscommissies hebben geadviseerd en het advies dat u in uw mailbox – of was het op papier? – hebt gekregen. Die veranderingen zijn door de adviescommissie, de administratie of waar dan ook aangebracht. Het is trouwens bekend, ik kan ze u aantonen. Ook een voorzitter van een beoordelingscommissie heeft dat gemeld. Dat is jammer, want het leidt tot ruzie en onenigheid in de kunstensector en tot het breken van het vertrouwen in beoordelingscommissies en in overheden.

We moeten drie grote problemen oplossen. Ten eerste: heel veel kleintjes worden getroffen in deze ronde. Ten tweede: er is een belangrijk probleem met betrekking tot de diversiteit, zowel artistieke als etnisch-culturele diversiteit. Die zijn niet gegarandeerd, bepaalde genres komen niet aan bod. Ten derde: er is 3 miljoen euro tekort om alle positief en dubbel positief geadviseerden te subsidiëren.

Minister-president, ik vraag u om de kunstensector in Vlaanderen met heel veel liefde en passie te bejegenen. Ik vraag aan minister Schauvliege om deze keer niet aan de kant van de regering te staan maar aan de kant van de kunstensector, en te vechten voor hun voortleven, groei en ontwikkeling. (Opmerkingen van de heer Kris Van Dijck en van minister-president Kris Peeters)

De voorzitter

De heer Dehandschutter heeft het woord.

Lieven Dehandschutter

Minister, vorige vrijdag hebt u ons op het Cultuurforum verrast met de aankondiging dat de adviezen in alle transparantie online zouden kunnen worden geraadpleegd. Bij mijn weten is het de eerste keer dat zoiets mogelijk wordt gemaakt. Het was ook een verrassing omdat het nooit werd vooropgesteld bij de aanvang van de procedure.

Ik moet de reacties niet herhalen. Ze waren zeer menigvuldig. Het meest gefrappeerd waren uiteraard de organisaties die een positief advies krijgen, maar in het voorstel van subsidiëring toch nul op het rekest krijgen.

Men kan zich afvragen of het wijs is om deze adviezen en cijfers bekend te maken nog voor de regering een beslissing heeft genomen. Dat heeft misschien een aantal juridische consequenties. Hoe dan ook heeft het de discussie bemoeilijkt.

We hebben de voorbije maanden heel wat vragen gekregen, ook in verband met de preadviezen, om daarover te debatteren. We hebben een stukje aan zelfregulering gedaan en ook aan andere collega’s binnen de commissie Cultuur gezegd dat we dat niet zouden doen en de beslissing van de regering af zouden wachten. Na de regeringsbeslissing zouden we dan de discussie voeren in de commissie Cultuur van dit parlement. Door de publicatie van de adviezen wordt nu al een deel van het debat gevoerd. Minister, we vragen ons dan ook af of u van oordeel bent dat het publiceren van die adviezen bijdraagt tot een sereen klimaat in een dossier waarin u en de regering nog moeilijke keuzes moeten maken.

De reacties zijn moeilijk bij te houden. Elke dag ontvang ik tientallen reacties, en bij u, minister, zal dat een veelvoud zijn. Ik merk zelfs dat een gewezen federaal eerste minister van uw partij zegt dat hij het advies van een bepaald dossier onbegrijpelijk vindt. Dat de druk toeneemt, is wel duidelijk.

Minister, ik stel me ook de vraag – ik zou het niet hebben gedaan –, als u dan toch kiest voor transparantie en beslist om de adviezen en de landschapstekeningen bekend te maken, waarom u dan de lijn niet volledig doortrekt en alle adviezen bekendmaakt. Bestaat daarvoor een juridisch beletsel, de privacy? Nu zitten we wat in een dubbele situatie: eindadviezen worden wel bekendgemaakt, individuele niet. Die zullen uiteraard na de eindbeslissing wel worden gepubliceerd. Dat betekent hoe dan ook dat de discussie nu een stukje vertekend wordt omdat mensen niet het volledige plaatje kennen.

Minister, ongewild hebt u ook de discussie over een mogelijke verfondsing weer aangewakkerd. Drie maanden geleden pleitte u reeds voor een eventueel gedeeltelijke verfondsing van de kunsten. Er kon volgens u naast het Vlaams Audioviseel Fonds (VAF) en het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL), ook een muziekfonds en mogelijk ook fondsen voor beeldende kunsten en podiumkunsten worden gecreëerd.

Ik heb toen reeds gezegd dat wij grote reserves hebben bij deze mogelijke operatie. Het VAF en het Vlaams Fonds voor de Letteren leveren puik werk, maar het is niet evident om dat ook in de andere sectoren te laten geschieden. We weten dat alle experten in de sector ook op een of andere manier bindingen hebben met een of meerdere organisaties uit die sector. Het ongenoegen en protest dat nu naar boven is gekomen bij de uitspraken van de beoordelingscommissies, zullen a fortiori nog sterker zijn wanneer we het hebben over mogelijke fondsen.

Nu is de eindbeslissing een politieke beslissing, een beslissing van de regering op voorstel van de bevoegde minister. Als we verder zouden verfondsen, dan ligt die verantwoordelijkheid niet bij haar maar bij de fondsen. Die kunnen niet ter verantwoording worden geroepen.

Er wordt ons als fractie gevraagd of we meer middelen willen voor de culturele sector. We zouden met hart en ziel ‘ja’ willen zeggen, maar ons verstand zegt dat we binnen het huidige budgettaire kader moeten werken. We moeten een eventuele herschikking van de middelen binnen Cultuur overwegen. In dat verband denken wij, minister, dat het niet onwijs zou zijn om de regeling 90 procent structurele en 10 procent projectmatige subsidiëring eens te herzien. Misschien kan er zo extra ruimte worden vrijgemaakt. Ik verwacht daar geen antwoord op, minister. Denkt u daar eens rustig over na.

Bart Caron

In 2011 kondigde de minister aan dat ze 87 miljoen euro zou uittrekken voor die structurele subsidies. Dat was het bedrag van 2010. Volgend jaar begint er een nieuwe ronde. Daar zit ongeveer vier jaar tussen. Als we de index toepassen op dat bedrag, hebben we 3,5 miljoen euro extra. Dan zijn alle problemen met de ‘dubbelpositieven’ opgelost. Daar moet geen extra euro voor uit de algemene middelen komen. Vindt u het niet normaal dat de kunstensector dezelfde indexering krijgt als pakweg het onderwijs?

Lieven Dehandschutter

Ik heb gezegd dat we binnen het huidige budgettaire kader willen denken en dat we de afspraken dienaangaande binnen de regering willen respecteren. Ik heb een mogelijkheid aangeboden. De minister kan daarover nadenken en beslissen of dat een deel van de oplossing kan zijn. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Schueremans heeft het woord.

Herman Schueremans

Minister, collega’s, ik wil heel graag zeggen dat we in Vlaanderen nog niet zo slecht af zijn als in Nederland. Wat Wilders gedaan heeft, is intussen rechtgezet, onder andere met de steun van D66, de ChristenUnie enzovoort. Ach, ik begrijp de minister wel.

Kritiek kan worden geuit op de werkwijze van de minister. Niets kan worden ingebracht tegen het argument van de minister, namelijk het brengen van transparantie. Niemand kan daar tegen zijn. Maar, transparantie in wat? Waar gaat het hier wel om? In ieder geval kunnen er bedenkingen geplaatst worden bij het openbaar maken van deze adviezen.

Zou de minister de lijst van adviezen gepubliceerd hebben om haar handen in onschuld te wassen – als eerste vrouwelijke Pontius Pilatus – en haar gebrek aan beleid te tonen? Trouwens, ik stel mij de vraag of de regering nu nog een eerlijk debat kan voeren over de eindbeslissing.

Het traject om deze nieuwe kunstenronde voor te bereiden was mooi begonnen: landschapstekeningen, veldanalyses en een gezamenlijk engagement. De minister hield een grote toespraak op 4 april over ‘Zuurstof en meerstemmigheid voor de kunsten’. Er was een constructieve samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid.

De minister stelde in haar toespraak dat het belangrijk was om met alle betrokkenen bij de besluitvorming over de volgende beleidsperiode duidelijke werkafspraken maken. En dan kwam de boemerang. De minister publiceerde de adviezen. Het cultureel centrum was te klein.

Minister, er werd ook heel wat kritiek geuit op het rankingsysteem, zowel door de organisaties als door de leden van bepaalde beoordelingscommissies en zelfs door partijgenoten van u in ballingschap. De ranking die oorspronkelijk was bedoeld om een keuzeprioriteit aan te geven, is uiteindelijk gestrand op een kwantitatieve ranking, waardoor vijftien organisaties met een positief advies geen subsidies meer zullen ontvangen. Dat lijkt me niet echt de juiste werkwijze.

Minister, zult u de gepubliceerde adviezen behouden gelet op de kritieken op het rankingsysteem, gelet op mogelijke belangenvermenging binnen de beoordelingscommissies en gelet op de ondemocratische beslissingen waarvan de pers gewag maakt?

Doet u, de kaasschaafminister, nu aan divide et impera? Of wast u door het publiceren van de adviezen uw handen in onschuld? Of zult u na drie jaar beleid tonen dat u visie etaleert als minister van Cultuur? Of zult u zich laten overrijden door de lobbytrein, aangevoerd door uw collega-ministers? Als dat het geval is, raad ik u aan geld af te pakken van hen. Let them put their money where their mouth is.

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Mijnheer Schueremans, ik heb een vraag voor u. Hoor ik u nu zeggen dat er maar een visie zou zijn als ik de adviezen van de beoordelingscommissies niet volg?

Herman Schueremans

Helemaal niet, maar ik zou heel graag hebben dat u elk kind bij naam en toenaam durft te noemen en dat u beslissingen neemt. (Opmerkingen van de heer Kris Van Dijck)

Bij Uplace heeft ze de adviezen gevolgd, hier zal ze dat niet doen. Of is het andersom? Ik heb daarnet misschien niet goed opgelet maar ik voelde me in dit parlement zitten zoals iemand die in de file staat op de ring rond Brussel, al dan niet met Uplace.

Bart Caron

Minister, u hebt een vraag opgeroepen die ik zou willen terugkaatsen. U hebt vorig jaar in uw charter gezegd dat u die adviezen zo veel mogelijk wilt volgen. U hebt een kleine opening gelaten om eventuele uitzonderingen te maken. Wat is uw standpunt vandaag ten aanzien van de voorliggende adviezen en de commotie die daarover bestaat?

Ik was van plan om daar straks op te antwoorden, maar ik wil dat ook nu doen.

De voorzitter

Het is goed als u een antwoord geeft na de uiteenzettingen.

Herman Schueremans

Minister, u hebt ook goede dingen gedaan. Het budget is gestegen van 3 naar 10 procent. Daar verschillen wij van mening, mijnheer Dehandschutter. Het is goed dat u geen status-quo behoudt en dat u nieuwe zaken kansen geeft. Ik vraag u dan ook om die 10 procent te behouden en te tonen dat u de minister van cultuur en van nieuwe initiatieven bent. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Janssens heeft het woord.

Mevrouw de minister, het was uw weekje wel. U hebt ongetwijfeld een goede conditie opgedaan door van de ene crisisvergadering naar de andere te hollen. U kreeg de voorbije week heel wat schoon volk over u heen: enkele partijgenoten – niet de minste –, enkele collega-ministers – voornamelijk uw vrouwelijke collega uit Limburg, de minister voornamelijk bevoegd voor controverse – en ten slotte nog de cultuursector. En na de cultuursector was er alweer een meerderheidspartij in het bijzonder, met name de sp.a, die u opnieuw publiekelijk in het vizier nam.

In de cultuursector was er consternatie over het online plaatsen van de adviezen, ontevredenheid uiteraard bij de organisaties en gezelschappen die uit de boot dreigen te vallen, ontevredenheid ook over het gebruikte selectiesysteem, bedenkingen over de samenstelling van de expertencommissies enzovoort.

Minister, ik wil een aantal aspecten even overlopen. Om te beginnen is er het publiek maken van die adviezen. Transparantie is voor ons een goede zaak, tenminste, indien het een volledige transparantie is, maar bij de timing en de manier waarop de adviezen nu werden bekendgemaakt, kan men zich toch wel vragen stellen. Dat een vereniging via de pers moet vernemen dat haar voortbestaan mogelijk wordt bedreigd, lijkt me geen vorm van goed bestuur. Naar eigen zeggen hebt u de adviezen op de website van uw administratie gepubliceerd omdat ze toch al circuleerden, ook in de pers, en om het lobbywerk tegen te gaan.

Dat laatste lijkt me alleszins niet gelukt te zijn. Nu iedereen weet waar hij of zij aan toe is, blijft er voor de ontevredenen, wier aanvraag niet werd gehonoreerd, althans op basis van de thans bekende adviezen, alleen nog lobbywerk over om u ervan te overtuigen dat advies te herzien. De Limburgse gedeputeerde voor Cultuur zegt in een interview zelfs letterlijk: “We wachten de definitieve beslissingen af, maar ondertussen blijven we wel lobbyen (…).” Bovendien is het ook maar een gedeeltelijke transparantie, want de teksten van de adviezen, de motivering en het weerwoord op de preadviezen zijn niet bekendgemaakt. Wanneer op het einde van deze maand uw uiteindelijke beslissing wordt bekendgemaakt en men vaststelt dat een aantal adviezen mogelijk niet zijn gevolgd, dan pas zullen de verdachtmakingen over gelobby en vriendjespolitiek goed en wel van start gaan.

Dan is er het selectiesysteem. Door het toegepaste selectiesysteem krijgen vijftien organisaties, ondanks een positieve beoordeling, toch geen subsidie. Het is alsof men aan het eind van het schooljaar tegen een leerling zegt: je hebt een goed rapport, prima gewerkt, maar blijf toch nog maar een jaartje zitten. Het is dus begrijpelijk dat dit leidt tot onbegrip en tot een aantal bedenkingen die ik de voorbije dagen in de krant gelezen heb, zoals ‘dit rankingsysteem is verwarrend en het is een massale oproep om te lobbyen’ of ‘deze werkwijze is ondemocratisch, sommige commissieleden spelen zelf minister’ of ‘positief adviseren en dan niet honoreren, dat is niet geloofwaardig’. Dat zijn maar enkele van die bedenkingen.

Ik kan die organisaties die een positief advies kregen, maar geen toelage in het vooruitzicht gesteld krijgen, wel volgen: het is inderdaad weinig logisch dat een commissie een positief advies geeft, maar dat dit op het eind van de rit niet wordt gehonoreerd. Geen enkele organisatie heeft de bedoeling om enkel een positief advies te krijgen. Het is natuurlijk de bedoeling om een positief advies én de daaraan gekoppelde subsidie te krijgen. Wat dat betreft, rijst er echter een budgettair probleem. Er is in totaal 3 miljoen euro te kort om alle organisaties met een positief zakelijk en artistiek advies te subsidiëren. Vanuit de sector klinkt de roep – de zeer luidruchtige roep zelfs – om naar die bijkomende 3 miljoen euro op zoek te gaan. Minister, bent u dat ook van plan, of houdt u zich aan de vooropgestelde budgettaire ruimte?

Ten slotte is er de samenstelling van de expertencommissies. De indruk ontstaat dat er te veel macht gaat naar de commissieleden en dat u de adviezen klakkeloos volgt. Had u deze indruk van een volledige verfondsing niet kunnen tegengaan door de algemene uitgangspunten voor de advisering vanuit uw visie vóór het op gang brengen van de adviesprocedure bekend te maken? Had u vooraf uw eigen beleidskeuze voor het kunstenlandschap niet moeten benadrukken?

De commissies hebben nu hun werk gedaan. De adviezen zijn bekend, maar ze zijn ook maar wat ze zijn: adviserend en dus vrijblijvend, niet beslissend. Blijft u bij het door u – onder meer in het charter van vorig jaar – aangekondigde voornemen om de adviezen van de commissies te volgen? Neemt u enkel akte van de adviezen of zijn ze een voldongen feit? Het uiteindelijke woord is aan u. U weet beter dan wie ook dat heel wat verenigingen met ingehouden adem het einde van deze maand afwachten. Ik wens u in de komende 24 dagen alvast veel politieke moed om in eer en geweten, en rekening houdend met de kwaliteit van de ingediende dossiers, de juiste beslissingen te nemen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer De Coene heeft het woord.

Philippe De Coene

Mijnheer Janssens, ik heb een vraag voor u. U levert heel wat kritiek op de werkwijze. Het staat u vrij om dat te doen, maar de sprekers voor u hadden ten minste een alternatief op tafel gelegd. De ene pleit voor liefde en de andere pleit voor een budgettaire techniek. Die alternatieven zijn waard wat ze waard zijn. U wijst echter enkel op diegenen die met ingehouden adem afwachten. Wat is uw oplossing? Ik heb uw gewezen fractieleider hier enkele weken geleden immers horen zeggen dat dit een sector is van subsidieverslaafden in plaats van gesubsidieerden.

Als u nu waarschuwt dat bepaalde organisaties moeilijke tijden zullen meemaken, en dat wil ik nog wel geloven, vraag ik wat uw alternatief is. Als we u volgen, wordt het veel erger. Wie bent u dan om iemand anders de les te spellen?

Bart Caron

Aanvullend op de goede vraag van mijn goede collega De Coene, vraag ik me af welke organisaties u in beeld hebt, die beter gesteund zouden moeten worden. Geef eens enkele voorbeelden, alstublieft.

Mijnheer De Coene, ik denk niet dat onze fractievoorzitter algemeen gesproken heeft. We hebben het over verschillende sectoren, de artistieke sector en de muzieksector. Niemand van mijn fractie heeft ooit op eender welk moment dan ook gezegd dat geen enkele van die sectoren meer gesubsidieerd zou worden. Wel zijn er een aantal van die linkse hobbysectoren die misschien met wat minder subsidies zouden kunnen werken en overleven. Daar ben ik het volmondig mee eens.

Mijnheer De Coene, mag ik misschien de bal terugkaatsen? Ik heb in de kranten gelezen dat u ook wel wat kritiek had. U hebt enkele journalisten laten weten dat het budget maar moet worden opgetrokken. Waar gaat u de centen halen: bij Cultuur, Welzijn, Wonen? Ik wil wel eens weten waar u de centen zult halen om meer subsidies naar de cultuursector te halen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Philippe De Coene

Mijn verklaring vandaag in de krant is van een heel andere orde, om te beginnen. Ik zou u verder aanraden, als uw gewezen fractieleider dergelijke uitspraken doet, om het verslag daarvan eens te lezen. Dan zult u zien dat wat u daarover nu vertelt, veel minder erg is dan wat hij er destijds over heeft gezegd. Hij heeft letterlijk gezegd dat die kunstensector er een was van verslaafden aan subsidies.

Mijnheer De Coene, het zou u sieren, als u mensen wilt citeren of parafraseren, dat u dat doet wanneer die mensen in het halfrond aanwezig zijn, en niet wanneer ze andere verplichtingen hebben. (Rumoer)

Het is de taak van de oppositie om de minister te bevragen als er vanuit heel de cultuursector bedenkingen worden geformuleerd. Het charter werd vorig jaar ook met de cultuursector onderhandeld, maar roept nu het in de praktijk wordt toegepast, toch vragen op over het selectiesysteem, over de zogenaamde ‘experten’ die in de commissies zetelen, al ga ik ervan uit dat het inderdaad experten zijn. Er zou toch nog te veel een sfeertje van ‘ons kent ons’ hangen. Als de kranten er al drie dagen vol mee staan, is het aan de oppositie om ook enkele kritische bedenkingen te maken, net zoals mevrouw Idrissi gedaan heeft in de kranten de voorbije dagen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Yamila Idrissi

Voorzitter, minister, collega’s, de afgelopen weken wachtte de culturele sector vol spanning de adviezen af. Deze geven immers aan wat de bedragen zijn voor de meerjarige subsidiëring in het kader van het Kunstendecreet. En zonder subsidies geen cultuur. Groot was dan ook de verbazing toen u zelf plots besloot om deze radiostilte te doorbreken en onaangekondigd alle informatie van de adviezen online zette.

Het was een opmerkelijke demarche, omdat het voor de eerste keer zo gebeurde in de geschiedenis van het Kunstendecreet. Het was ook opmerkelijk in het licht van het inspraaktraject dat u aflegde met de sector en de open communicatielijnen die werden uitgezet onder de noemer van het Cultuurforum 2020. Het is ook opmerkelijk omdat de sector niet vooraf op de hoogte werd gebracht en op geen enkele manier persoonlijk op de hoogte werd gebracht van de adviezen.

Op vrijdagavond mochten artistieke leiders, van wie sommigen aanwezig op het Cultuurforum in Turnhout, via de media of van elkaar horen dat ze in 2013 0 euro zullen krijgen. Die transparantie mag dan misschien goed bedoeld zijn, maar in de feiten zorgde het online vernemen van de adviezen voor heel wat vragen. Sommige kranten spreken zelfs van een aardverschuiving in de culturele sector.

Laten we niet vergeten dat het in de eerste plaats gaat om mensen en hun jobs. Het gaat om mensen met bijzondere talenten, die ervoor kiezen om zich daaraan te wijden, zich ten dienste te stellen van hun kunst en die daar vaak weinig voor in ruil krijgen.

Bekijk de cao podiumkunsten maar. Dit is niet de sector van het grote geld. Dit zijn mensen met een zeer grote inzet, die ons respect en waardering verdienen. Wanneer dan zonder aankondiging wordt overgegaan tot zulke ingrijpende communicatie, wordt er veel kapot gemaakt, want voor velen betekenden de adviezen meteen ook het eindpunt van hun project of carrière. Getuigt het niet van respect voor de sector om de mensen op zijn minst individueel op de hoogte te brengen, zeker als het om minder goed nieuws gaat? Het nieuws zorgde niet alleen voor deining bij de culturele sector, maar ook bij de Vlaamse cultuurliefhebbers, die zich afvragen hoe het nu verder moet met hun favoriete cultuurhuis. De sector en zijn publiek verdienen die onzekerheid niet.

Dit debat verdient de nodige sereniteit. Dit is een scharniermoment, waarop beslist moet worden over welk soort kunstenlandschap Vlaanderen wil. We mogen de discussie die vandaag woedt, dus niet verengen tot een centenkwestie. Het is de taak van de minister van Cultuur om na te denken over het toekomstige kunstenlandschap en een visie daarop te ontwikkelen. U bent nu aan zet, minister. U zult moeten wikken en wegen en vechten om het kunstenlandschap dat u voor ogen hebt, te realiseren.

Mevrouw Idrissi, u zegt dat het uit de hemel kwam gevallen. Die adviezen hadden nochtans al in een krant gestaan. Beweert u dat er niemand op de hoogte was van de adviezen die circuleerden?

Voorzitter, ik stel vast dat het bij sp.a een hobby wordt om met zeer sterke uitspraken op tv en in de krant te komen, om dan nauwelijks enkele dagen later in het parlement terug te krabbelen. Mevrouw Idrissi, In De Morgen van 4 juni zegt u: “Deze plotse demarche zal de ongerustheid en het wantrouwen binnen de sector alleen maar aanwakkeren. Plots worden alle cijfers en adviezen openbaar gemaakt en kunnen culturele instellingen hun resultaat vergelijken. Er is nood aan visie en daadkracht.” Ik ga er dus van uit die tot nu hebben ontbroken in de persoon van de minister van Cultuur.

Nu hoor ik u pleiten voor sereniteit in het debat. Ik wil u dan ook de raad geven, mevrouw Idrissi, om ook ten opzichte van journalisten wat meer sereniteit aan de dag te leggen.

Yamila Idrissi

Minister, wat ik bedoelde, is dat de culturele instellingen op geen enkele manier officieel op de hoogte zijn gebracht van deze adviezen. Dat die adviezen circuleren, kan ik aannemen, maar op een officiële manier is er niet over gecommuniceerd. Als dan blijkt dat sommige organisaties nul euro krijgen, zou het goed zijn om dat gewoon via de betrokken instanties te vernemen.

Op de opmerking van de heer Janssens ga ik zelfs niet antwoorden. (Opmerkingen van de heer Joris Van Hauthem)

Bart Caron

Mevrouw Idrissi, we zijn het over veel punten eens, en dus is mijn vraag ook niet inhoudelijk, maar politiek-strategisch. Is sp.a bereid om binnen deze regering hard te vechten voor voldoende middelen om ten minste de dubbel positief geadviseerde en eventueel nog enkele andere aberraties te corrigeren?

Yamila Idrissi

Als de Vlaamse Regering zal beslissen of meer geld zal vinden, zal ik dat toejuichen.

Bart Caron

Dat is een zeer voorzichtig antwoord. Dat is zoals het motto van vandaag: zonder sp.a zou het nog veel erger zijn. Eigenlijk wil ik van u horen dat het met sp.a beter zal zijn. Wees eens duidelijker. Hoe hard zult u op tafel kloppen?

Yamila Idrissi

Ik dacht dat ik duidelijk was, maar misschien wilt u mijn duidelijkheid niet begrijpen.

Collega’s, de beslissingen die vandaag genomen moeten worden, mogen niet leiden tot een verschraling van het kunstenlandschap. Ik pleitte, samen met mijn partij, al meermaals voor het behoud van deze diversiteit en indien mogelijk voor de versterking ervan.

Minister, waarom hebt u besloten om onaangekondigd de adviezen van de commissies online te zetten? Maar bovenal: ‘where do we go from here?’ Zult u de adviezen over de hele lijn volgen, of zult u er in uw definitieve beslissingen van afwijken?

Minister, ik wil u erop wijzen dat de sector in deze barre economische tijden dringend nood heeft aan duidelijkheid en dat de nodige begeleiding zich zal opdringen. Hebt u een plan voor de instellingen die hun subsidies gehalveerd zien worden of volledig zien wegvallen? Zijn er al flankerende maatregelen getroffen om deze culturele en ook menselijke catastrofes op te vangen?

Tot slot wil ik hier nogmaals benadrukken dat het hier in de eerste plaats om mensen gaat. Zonder kunstenaars, technici, onthaalmedewerkers, de vele vrijwilligers en het publiek is er geen rijk kunstenlandschap. Het minste wat ze van u kunnen verwachten, is dat ze op een correcte en respectvolle manier worden behandeld. Om het met de woorden van Jacques Brel te zeggen: “Je sais, on fait ce qu’on peut, mais il y a la manière.”

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Mevrouw Idrissi, ik betreur uw taalgebruik. U begon met te zeggen dat minister Schauvliege niet respectvol was ten aanzien van de organisaties door die beslissingen van de adviesraden online te zetten. Vindt u het niet meer respectvol voor al die instellingen dat ze in real time allemaal op hetzelfde moment weten waar ze aan toe zijn? Die beslissing is toch genomen. Beter dat dan via kranten of telefoons van de administratie of wat dan ook.

Als ik u goed begrijp, pleit u voor meer middelen om voor organisaties die op nul zijn gesteld of die veel minder hebben gekregen, een aantal problemen die zich kunnen stellen op te vangen. U pleit er dus voor dat minister Schauvliege in de schoot van de Vlaamse Regering een paar miljoen euro vrijmaakt om een aantal organisaties die positief geadviseerd zijn, ofwel dubbel positief ofwel artistiek of wat dan ook, te helpen. Ik heb begrepen dat sp.a in de schoot van de Vlaamse Regering bereid is om in meer middelen te voorzien om die zaken op te vangen.

U zegt voortdurend dat men een soort van misprijzen of dedain heeft ten aanzien van bepaalde groepen. Ik heb dus goed begrepen dat sp.a gaat pleiten voor meer middelen. Ik betreur uw taalgebruik. Ook in de pers, zoals de heer Janssens zegt. Wat men in de pers zegt, moet men ook hier durven te herhalen.

Yamila Idrissi

Met onrespectvol bedoel ik dit: als je sowieso een negatief advies krijgt, een nul op het rekest, zou het kunnen getuigen van respect om dat die instelling persoonlijk te laten weten. Nu zijn heel veel organisaties gebeld door de pers. Zij kwamen op die manier te weten dat ze geen geld kregen.

Wat uw tweede vraag betreft: mocht minister Schauvliege meer middelen vinden, zal ik de eerste zijn die zal juichen. (Opmerkingen van de heer Eric Van Rompuy)

Mevrouw Idrissi, ik stel vast dat u niet wilt antwoorden op mijn vraag. Misschien was hij niet duidelijk genoeg of misschien hebt u hem niet begrepen. Daarom wil ik hem nog eens herformuleren voor u. Ik heb u in uw betoog hier in het parlement de woorden uit de krant niet horen herhalen. Ik stel u een heel eenvoudige vraag: mevrouw Idrissi, trekt u uw woorden uit de krant terug of blijft u er nog steeds achter staan wanneer u het hebt over een gebrek aan visie en daadkracht?

Yamila Idrissi

Het is heel simpel: op vragen van het Vlaams Belang antwoord ik niet. (Gelach en opmerkingen bij het Vlaams Belang)

Bart Caron

Het is jammer dat de heer Jan Penris niet meer in het halfrond zit. Volgens mijnheer Janssens mag je niet reageren op collega’s die niet in het parlement zitten. Maar ik ga ervan uit dat we in een parlementair debat zitten en dat we de facto in het parlement zijn. Ik zou willen vragen aan de heer Jan Penris of de Vlaamse Opera ook bij die linkse hobbyisten hoort. Maar dat geheel terzijde.

Mijnheer Van Rompuy, ik ben voor openbaarheid van bestuur en principieel vind ik dat er in de procedure nog meer open momenten mogen zijn. Ik meen dat uit de grond van mijn hart. De cijfers zijn adviezen, en geen beslissingen. De beslissing wordt pas eind deze maand genomen. Daarom steun ik de minister met haar openbaarmaking. De verantwoordelijkheid voor al die lekken moet worden uitgezocht. Ik heb ervaring wat dat betreft.

In die zin heeft mevrouw Idrissi gelijk. Voor een serene beslissing moet je heldere en duidelijke procedures hebben. Dan moet de meerderheid zich intern aan de regels houden, bijvoorbeeld van geheimhouding en van vertrouwenwekkend overleg. Als ik als lid van de oppositie zie aankomen wie hoeveel geld krijgt, wordt de sereniteit in de besluitvorming geschonden. Daarom kan ik de openbaarmaking wel steunen, maar ze staat niet uw procedure, minister, net zo min als de ranking. Dus is er iets fundamenteel fout aan zowel de samenhang voor de beslissing, en de mededeling een of twee uur voor het op het internet kwam. Daar schrikt iedereen van. Als je dan negatieve reacties krijgt, en niet van uw persoonlijke organisatie weet waarom, dan doet dat hartzeer. Daarom zijn zowel sereniteit, vertrouwen als een zuivere besluitvorming geschonden. Dat is niet de schuld van de openbaarmaking, maar van de lekken.

Philippe De Coene

Mijnheer Van Rompuy, ik ben ervan overtuigd dat de minister dat met de beste bedoelingen heeft gedaan. Als die adviezen op het internet verschijnen, en die zeggen of men al of niet voldoet, en die zijn dus transparant, dan moet men transparant zijn in alle onderdelen. Er zijn organisaties die zich conform de procedure hebben verweerd tegen het advies van de adviescommissie of tegen het zakelijke advies. Van dat element is niets te merken.

Je krijgt bij wijze van spreken een beoordeling die dan nog in de stand van de procedure voorlopig is. Maar het verweer daartegen krijg je niet te zien. Dat is toch te betreuren voor die organisaties. Er zijn organisaties die een dubbel positief advies hebben gekregen en die in het eindadvies meer geadviseerd krijgen. Dan zijn er andere organisaties die ook een dubbel positief advies hebben gekregen, maar die veel middelen worden ontnomen of zelfs volledig op droog zaad gezet. Als je die informatie krijgt, en je kunt ze niet duiden, wat ben je er dan mee?

In de informatie ontbreekt nog iets. Dat is de kolom met de bedragen die de organisaties vandaag krijgen. Als lezer van de website kun je niet ontwaren wat de evolutie is, en al zeker niet waarom die evolutie er is. Dat maakt dat de informatie niet compleet is. Maar op zich is het zeer goed dat men transparant is, al voorziet de procedure er niet in. Maar laten we hier geen punt van maken.

Als voorzitter van de commissie Cultuur wil ik opmerken dat we hadden afgesproken om die zaak niet te behandelen en niet te interfereren in dat proces. Dat we hier vandaag een debat over voeren, is te wijten aan het feit dat die zaken op het internet zijn verschenen. Dat is geen appreciatie van mij, maar een pure vaststelling. Laat ons daar niet lichtgevoelig over zijn, maar laat ons wel rekening houden met de rechten van de verdediging of de manier om te kunnen interpreteren. Ofwel zijn we volledig transparant, ofwel zijn we het niet. Het is zoals met de zwangerschap.

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Ik hoor mevrouw Idrissi graag pleiten voor meer middelen, maar de heer Van Rompuy heeft terecht gezegd dat het over verschillende miljoenen euro’s gaat. Deze begroting is in evenwicht. Ik zou zeggen: houden zo. Ik neem aan dat u niet pleit voor meer belastingen. Dat betekent dat u gaat voor verschuivingen binnen departementen. Ik neem aan dat uw sp.a-ministers welwillend een deel zullen willen bijdragen aan het probleem dat hier wordt gesteld. Dan vraag ik me af of het niet beter was geweest, mocht u maanden geleden tot dat besef zijn gekomen en geen geld hebben gestoken in het derde net – 4 tot 5 miljoen euro per jaar. Het geld dat daar zou vrijgekomen zijn, had u kunnen aanwenden voor cultuur. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Delva heeft het woord.

Paul Delva

Ik wil graag heel kort even reageren op een aantal collega’s die het hadden over het feit dat de adviezen gepubliceerd werden op de website. Het is heel correct dat dat niet in het draaiboek stond, mijnheer Caron, maar de lekken waren natuurlijk ook niet gepland. De minister heeft die demarche moeten doen om een hele stroom aan informatie, op gang gebracht door de lekken, wat te kaderen, om duidelijkheid te creëren. Het draaiboek van 24 bladzijden volstaat blijkbaar niet. Ik vind het eerlijk gezegd niet kunnen – en ik zal daar straks vooraan ook nog iets over zeggen –dat er langs alle kanten gelekt wordt terwijl daarover in het charter, dat een jaar geleden door de minister afgesloten werd, heel duidelijk stringente afspraken werden gemaakt. Ik sta daar met grote ogen naar te kijken. Ik vind dat we het debat niet uit de weg mogen gaan. Als we vandaag dit debat voeren, dan is dat eigenlijk niet omdat minister Schauvliege de adviezen gepubliceerd heeft op de website, maar wel omdat er zodanig veel lekken waren en er zodanig veel halve en hele informatie circuleerde. De enige manier om er een lijn in te krijgen, was de publicatie ervan op de site. (Opmerkingen van de heer Bart Caron)

Yamila Idrissi

Mijnheer van Rouveroij, ik kan het antwoord van daarjuist gewoon herhalen: indien minister Schauvliege meer middelen vindt voor cultuur, zal ik de eerste zijn om te juichen.

Voorzitter, ik wil me aan het eind van het betoog van mevrouw Idrissi heel kort even tot u richten. De heer De Coene behoort tot een partij met een partijprogramma dat diametraal tegenover mijn partijprogramma staat, maar toch voelde ik me niet te goed om op eventuele vragen van hem of van wie dan ook te antwoorden. Ik zou u als parlementsvoorzitter dan ook willen verzoeken om formeel bezwaar te maken tegen het feit dat een parlementslid weigert te antwoorden op een vraag die gesteld wordt door een collega-parlementslid, alleen maar omdat hij of zij tot een andere partij behoort. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mijnheer Janssens, als voorzitter van dit parlement behandel ik iedereen op gelijk niveau. Ik meen dat ik u daar niet van moet overtuigen. Als een volksvertegenwoordiger weigert om u in een debat een antwoord te geven, dan is het niet aan mij als voorzitter om hem of haar daartoe te verplichten. Ik zorg ervoor dat iedereen aan het woord komt en er is een wederwoord. U kunt niet van mij verlangen dat ik in het vervolg zal zeggen: “Mijnheer De Coene, u hebt nog niet geantwoord op de vraag die mevrouw Helsen heeft gesteld.”, “Mevrouw Helsen, u hebt nog niet geantwoord op de vraag van mevrouw Van Steenberge”. Waar ik wel voor sta, is dat uw rechten als lid van de oppositie voor 100 procent gegarandeerd worden. Dat is mijn taak als voorzitter van dit parlement. (Opmerkingen van mevrouw Gerda Van Steenberge)

Goed, maar dat moet u dan met mevrouw Idrissi en met sp.a uitvechten, niet met de voorzitter.

Boudewijn Bouckaert

Ik heb in de krant gelezen of ergens gehoord, mevrouw Idrissi, dat u de regering gebrek aan daadkracht en visie verwijt. Staat u nog altijd achter die uitspraak of zult u die hier publiekelijk intrekken? (Gelach. Applaus bij het Vlaams Belang)

Yamila Idrissi

Ik verwijs de heer Bouckaert naar mijn betoog van zonet. Nu moeten beslissingen worden genomen op basis van het kunstenlandschap dat we willen. Ik heb ook gezegd dat de minister nu aan zet is. Dat is de procedure. Zij moet wikken, wegen en in eer en geweten een beslissing nemen.

Herman Schueremans

Ik heb nog een vraag voor mevrouw Idrissi en voor onze minister. Het is een vraag die eigenlijk heel veel eer zal geven aan de heer Caron. De heer Caron was de man die vorige legislatuur voor onze sp.a-minister van Cultuur heel veel mogelijk maakte. Nu zit hij bij Groen en nu brengt hij mevrouw Idrissi en de minister een beetje in verlegenheid.

Sas van Rouveroij

Mijnheer Janssens, het kan misschien een troost voor u zijn: het antwoord dat ik kreeg van mevrouw Idrissi, was even nietszeggend als geen antwoord. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Bart Caron

De heer Schueremans doet mij te veel eer aan. Hij verwijst naar mijn verleden als kabinetsmedewerker, en ik ga er niet op in. Mevrouw Idrissi, op veel momenten zijn wij het met elkaar eens. Ik zit vandaag wel op de oppositiebanken, komende van Spirit, maar nu actief bij Groen. U bent lid van sp.a, en dus behorend tot de meerderheid. Ik kan niet anders dan u en de minister opjagen om zo veel mogelijk voor de kunstensector te doen. Ik doe dat met een groot hart voor de sector. Ik zou bijna liever op uw plaats staan, maar de democratie is wat ze is. Ik zeg u dus: vecht ervoor!

De voorzitter

De heer Arckens heeft het woord.

Erik Arckens

Voorzitter, minister, collega’s, ik antwoord wel op eventuele vragen van het Vlaams Belang, ook als die door leden van andere partijen worden gesteld. (Gelach)

Ik bouw voort op wat ik de afgelopen acht jaar in verband met cultuur heb gedaan. Ik heb het over een paar zaken die nog niet ter sprake zijn gekomen. Ten eerste: de afgelopen legislatuur heb ik herhaaldelijk – in interpellaties en moties – op dezelfde nagel geklopt: het primaat van de politiek. Dat is hier afgebrand, vooral door de linkerzijde, als een gevaarlijk precedent. Vandaag echter lees ik in opiniestukken in De Morgen dat het primaat van de politiek heel belangrijk is en dat het nog niet te laat is om te ageren. Ook over de beoordelingscommissies, die niet democratisch zijn gelegitimeerd, heb ik minister Anciaux urenlang geïnterpelleerd. Vandaag komt dat in De Morgen en ook in De Standaard uitvoerig aan bod. Karl Van den Broeck beweert zelfs dat dertig mensen in commissies zetelen die tezelfdertijd actief zijn in goedgekeurde cultuurorganisaties.

Er is uiteraard al gesproken over de ranking. Ik ga er niet op in. Opvallend is wel de stijging van bijna alle organisaties uit het Kortrijkse. Zij zijn ook goed vertegenwoordigd in allerlei commissies. Dat zegt Karl Van den Broeck in De Morgen. Wat staat ons te doen? Ik stel mij constructief op. Mijnheer De Coene, ik denk niet dat het de bedoeling is om in dit kort tijdsbestek het debat ten gronde te voeren. Ik weet niet of wij die 3 miljoen euro zullen vinden. Dat is ook mijn verantwoordelijkheid niet. Ik ben geen fan van Wilders, maar Wilders heeft die maatregelen nooit uitgevoerd. Dat is gebeurd door iemand van het CDA of van de VVD. Wilders oefende gewoon druk uit.

Dit minidebat moet leiden tot een breed maatschappelijk debat dat moet beginnen in de commissies. Het primaat van de politiek is uiteraard belangrijk. Minister, dat begint niet op het einde van het proces, maar is van in het begin nodig. Waarom heeft u niet, zoals uw voorganger deed, de commissieleden van de diverse kunstendisciplines ter verantwoording geroepen en hun gezegd wat uw visie op cultuur is en binnen welke krijtlijnen u wilt werken? Zij hadden dan hun werk kunnen doen. Op het einde had u dan, zoals het uw recht is, samen met de Vlaamse Regering een eindoordeel kunnen vellen. Ik ben benieuwd hoe het nu verder zal gaan.

Voorzitter, ik zal straks uitgebreid antwoorden.

Mijnheer Arckens, u zou toch moeten weten dat het Kunstendecreet een aantal criteria bevat. De Raad van State verbiedt om daar extra criteria aan toe te voegen. We moeten het decreet uitvoeren.

Op 4 april heb ik wel een aantal beleidsaanbevelingen meegegeven aan de beoordelingscommissies. Ik zal daar straks wat meer uitleg over geven. Om die organisaties te beoordelen, moeten zij zich uiteraard baseren op de criteria van het Kunstendecreet en op niets anders.

Erik Arckens

Minister, ik wijs u er toch op dat heel wat mensen die betrokken zijn bij een kunstenorganisatie, klagen. Dat ligt nogal voor de hand. Zij noemen het advies dat ze krijgen, een rommeladvies. Je kunt het vergelijken met een situatie op school. Als je daar een slecht rapport krijgt, zul je uiteraard klagen en zeggen dat de fout bij iemand anders ligt. Ik heb destijds een paar adviezen gelezen in verband met het Raamtheater. Zo’n advies is goed gestoffeerd. Jan Denolf van De Werf stelt echter dat het advies dat werd uitgebracht over De Werf, een multidisciplinaire kunstenorganisatie, op niets trekt. Ik ben onvoldoende op de hoogte, maar hij beweert zelfs dat hij naar de Raad van State kan gaan wegens een ongemotiveerd advies.

Mijnheer De Coene, we moeten een breed debat voeren. We hadden het daar al over tijdens ons werkbezoek aan Brugge. We zouden eventueel de steden en de provincies kunnen betrekken. Ik ben daar echter geen voorstander van omdat het gelobby dan verder zal uitdeinen. In het Concertgebouw van Brugge hebben we het er al over gehad dat ik andere elementen in de discussie zou betrekken dan enkel de uitstraling. Zo vind ik culturele diversiteit en regionale spreiding belangrijk. Iedereen klaagt: Brugge, Kortrijk, Limburg enzovoort.

Minister, als men een cultuurpolitiek voert, moet u niet noodzakelijk verwijzen naar cultuursociologen als Rudi Laermans of Pascal Gielen. Laat u in uw cultureel beleid echter bijstaan door specialisten. Op die manier zou u van in het begin uw visie te kennen geven. U hebt die echter blijkbaar niet.

De voorzitter

De heer Delva heeft het woord.

Paul Delva

Minister, collega’s, ik heb niet veel in de pers gezegd, dus ik voel me vandaag vrij om de dingen te zeggen zoals ik ze aanvoel.

De publicatie van de adviezen wekt grote beroering binnen en buiten de kunstensector. Dat hebben alle collega’s al gezegd. De vraag is wat het meeste beroering wekt. Er lopen namelijk tal van zaken door elkaar: d e onverwachte publicatie zelf, de vaststelling dat vijftien sterke dossiers – dubbel positief geadviseerd – volgens de adviezen welgeteld 0 euro krijgen, de vaststelling dat een aantal gereputeerde kunsthuizen of actoren uit de boot dreigen te vallen of nog, persartikels over het functioneren of disfunctioneren van de beoordelingscommissies of van bepaalde leden ervan. Keuze te over, en eigenlijk allemaal valabele thema’s om samen – al dan niet in plenaire vergadering – over te debatteren.

Eigenlijk lopen er vier debatten door elkaar. Wij worden geacht op vijf minuten tijd een aantal dingen te overlopen. De totstandkoming van de adviezen is een eerste element: de werking van de beoordelingscommissies, de leden enzovoort. Een tweede element is de inhoud van de adviezen, waar een aantal mensen niet tevreden over zijn. Een derde element is de publicatie van de adviezen op het internet. Ten vierde zijn er de gevolgen van die adviezen en wat de minister daarmee zal aanvangen. Dat zijn vier afzonderlijke debatten, die we vandaag samen voeren.

Wat de bekendmaking van de adviezen betreft: de beroering komt zeker ook door het feit dat u, minister van Cultuur, meer dan een jaar geleden aankondigde om de adviezen inderdaad zo veel mogelijk te volgen en dat een afwijking slechts mogelijk zou zijn met een nauwkeurige en grondige motivatie. Met andere woorden, u zou een bijzonder groot belang hechten aan de adviezen.

Die adviezen zijn plots gepubliceerd. Ik heb daarstraks al uitgelegd waarom dat is moeten gebeuren en dat ik daar helemaal geen probleem mee heb. Ik betreur – en ik vind dat we onder elkaar eens een goed debat zouden moeten hebben – enorm dat er blijkbaar gelekt wordt dat het een lieve lust is, ondanks stringente afspraken in een charter. Men gaat er vrij licht over heen, maar eigenlijk is dat de reden waarom we hier vandaag eindelijk eens in de plenaire vergadering een debat over cultuur kunnen voeren.

Minister, u hebt natuurlijk niet gezegd dat u nooit zou afwijken van die adviezen. U gaat gemotiveerd en nauwkeurig afwijken. Minister, wat ik vraag is dat de afwijkingen die u zult toestaan, gebeuren binnen een kader waarvan de krijtlijnen heel duidelijk zijn vastgelegd. Met andere woorden, dat u zich niet zult bezighouden met de ad-hocafwijkingen maar dat elke afwijking past in een structuur en een denkkader dat uitlegt waarom een bepaalde afwijking nuttig of nodig is.

Mijnheer Dehandschutter, ik ben het niet eens met u als u zegt dat we eens moeten kijken naar de 10 miljoen euro die de minister heeft vrijgemaakt voor projectsubsidies. Er zijn inderdaad middelen te weinig om al die positief beoordeelde dossiers te honoreren, maar ik hoop van harte dat de minister niet raakt aan die projectsubsidies. Die subsidies geven zuurstof aan de sector, geven garantie voor vernieuwing in de sector. De projectsubsidies waren teruggevallen op 3 procent. Minister, ik hoop echt dat u 10 procent aanhoudt. Dat zou fantastisch nuttig kunnen zijn.

Bart Caron

Mijnheer Delva, u geeft eigenlijk een goede hint door te zeggen dat als de minister van de adviezen afwijkt, er een goed inhoudelijk kader met goede criteria moet zijn. Mijn persoonlijke mening is dat bijvoorbeeld kwetsbaren in de samenleving, het sociaal-artistiek werk, cultuureducatie elementen voor zo’n kader zouden kunnen zijn. Welke inhoudelijke opties zou u in uw partij naar voren schuiven?

Lieven Dehandschutter

Voorzitter, ik wou toch een vraag stellen aan collega Delva, die ik zeer sterk respecteer. Ik ga akkoord dat een minister, als hij of zij afwijkt van adviezen, dat goed moet motiveren. Ik kan me ook niet voorstellen dat een minister op voorhand zegt dat hij of zij die adviezen niet zal volgen. Het lijkt me evident dat een minister die adviezen in principe volgt en afwijkt als er een goede motivering voor is.

Ik ben het volledig eens met het voorstel van een kader. Een goede geografische spreiding, het in stand houden of beschermen van bedreigde sectoren kunnen overwegingen zijn. Ik denk bijvoorbeeld aan de onrust in de folksector.

Mijnheer Delva, u zegt dat u mijn voorstel in verband met de projectsubsidies niet ziet zitten. Het staat u vrij om van mening te verschillen. Er is 3 miljoen euro te weinig voor de dubbel positief beoordeelde dossiers. Waar gaat u het geld dan wel halen? Vraagt u extra geld? Vindt u dat realistisch of moet er worden afgeroomd bij bepaalde organisaties die nu meer geld krijgen? Als u a zegt, vraag ik u ook om b te zeggen.

De voorzitter

De heer De Coene heeft het woord.

Philippe De Coene

Mijnheer Delva, u zegt dat men licht over die lekken heen gaat. Ik wil u toch laten weten dat wij er alvast niet licht over gaan. Minister, enkele maanden geleden waren wij samen met een andere collega uit de commissie Cultuur in Gent op een debat over de toekomst van de sociaal-artistieke sector. De minister, mijnheer Caron en ikzelf hebben daar allen gezegd dat we ons niet zouden bezighouden met het feit dat er loopdiensten worden gedaan met individuele dossiers en met partiële informatie en met deels gelekte informatie. We wilden dat niet doen omdat het niet koosjer is conform de procedure.

We wilden dat ten tweede niet doen omdat we dan alleszins interfereren in het proces. We gaan daar niet licht over, voor alle duidelijkheid. Ik weet niet wie daar wel licht overgaat, maar het is te betreuren.

Ik wil nog iets zeggen over een bepaald incident. Kortrijk is hier een paar keer genoemd. We waren met de commissie op werkbezoek in Brugge. In Kortrijk was er toen een vergadering waar de heer Caron op aanwezig was. Ik was daar niet omdat ik in Brugge moest zijn. Ik vernam achteraf dat men daar de cijfers op tafel legde. Wel, dat vond ik allesbehalve leuk. Dat was voor de publicatie op de website van Kunsten en Erfgoed. Daar werd dat besproken, er werden interpretaties aan gegeven, het werd beoordeeld. Dat vind ik niet zo goed.

Nog iets anders. Op 4 april van vorig jaar heeft de minister met de sector een charter afgesloten, of willen afsluiten, want het was gekoppeld aan een aantal randvoorwaarden. Men zou zoveel mogelijk het werk van de beoordelingscommissies volgen maar er waren een aantal randvoorwaarden. Eén belangrijke randvoorwaarde was de kwaliteit van het geleverde werk van de beoordelingscommissies. U zult van mij geen enkel onvertogen woord horen over de werking van die beoordelingscommissies. Ik heb daar ook nooit aan meegedaan. Ik hoor daar veel commentaar over. Ik heb er geen gegeven. Desalniettemin moeten we durven nagaan of al die beoordelingscommissies wel in staat zijn om degelijk werk te leveren. Ik wil me daar niet mee moeien, ik ben geen lid van een dergelijke beoordelingscommissie en ik spreek me niet uit over iets waar ik niet bij ben, maar als ik het resultaat zie, ben ik soms toch verrast.

Ik zie de rankings. Ik zie een organisatie op 27 staan in een bepaalde categorie en die krijgt beduidend minder subsidies, namelijk 37 procent. In diezelfde categorie zijn er organisaties die op 29, 30, 31, 32 en volgende staan, en die krijgen niet substantieel maar wel merkbaar meer middelen. Dat is toch een vreemde zaak. Ik hoor zeggen dat er bijvoorbeeld in de sokkel van de kunstencentra zeer ongelijk wordt beoordeeld, waarbij bij vergelijkbare organisaties sommige 10 tot 15 procent meer krijgen en andere, ondanks een dubbel positief advies, 37 procent minder.

Ik zeg niet dat wij in de plaats moeten komen van die beoordelingscommissies, maar we moeten ze toch kritisch tegen het licht durven houden. Dat zal waarschijnlijk deel uitmaken van een evaluatie van het decreet en het onderzoek naar de wijze waarop het beter zou kunnen gebeuren. Maar laat ons niet zeggen dat we naïef zijn of dat we daar geen aandacht voor hebben, maar dat het tegendeel waar is.

Bart Caron

Ik wil over dat laatste iets zeggen omdat het te maken heeft met de procedure. Ik heb intrinsiek en als uitgangspunt vertrouwen in commissieleden, anders moeten we ze niet aanstellen. Ik citeer u, minister: we moeten ze niet aanstellen als we ze niet vertrouwen. Aan de andere kant zijn er een aantal adviezen die vragen oproepen. We zijn al bezig over de grondige evaluatie. Ik vind dat we die vragen moeten durven stellen in een grondige evaluatie. Collega’s, ik hoed me ervoor om daar onvoorzichtig in te zijn, en ik nodig jullie uit om dat ook te doen. Als we het vertrouwen in de commissieleden maar ook in de administratie voor het zakelijk advies in vraag stellen, dan worden alle fundamenten van de beslissingsprocedure overboord gegooid. Ik zeg niet dat het niet beter kan. Het kan zeker beter, daar ben ik het mee eens. Ik zou wel graag hebben, behalve omgekeerd aantoonbaar, dat we toch uitgaan van de expertise die we hebben. Als er iets is waar ik als politicus terughoudend in ben, dan is het om smaakuitspraken te doen over de kunsten. Dat laat ik liever over aan experten. Hun oordeel over de kwaliteit van kunst moet leidinggevend zijn. Mijnheer De Coene, ik ben voorzichtig. Ik vraag om voorzichtig te zijn en het werk van die commissies in eerste instantie te waarderen en in tweede orde te verbeteren waar het kan aan de systemen en de organisatie ervan, anders halen we de basis van onze beslissingswijze onderuit. Wat hebben we dan over?

Paul Delva

Ik dank de collega’s voor de interessante vragen. Mijnheer Caron, een van de elementen zou bijvoorbeeld kunnen zijn dat we het niet logisch vinden voor het kader waarvan ik voorstel om ervan af te wijken. Het kan bijvoorbeeld zijn om dat een aantal dossiers zodanig goed zijn dat ze twee keer positief scoren, laten we dan proberen daar een oplossing voor te vinden. Een ander element, dat u zelf hebt aangegeven, kan iets meer inhoudelijk zijn. Het eerste is louter procedureel.

U haalt het zelf aan, het ligt u blijkbaar na aan het hart, en terecht, we zouden kunnen beslissen om inhoudelijk naar diversiteit te kijken. Ik zou daar niets op tegen hebben. Ik herinner me dat de sector en de minister een charter hebben afgesloten. Daarin staat dat ze beide vragende partij waren om versnippering tegen te gaan. Dat mag daar ook deel van uitmaken. Ik denk dat er een aantal criteria kunnen worden opgelijst. Ik hoop dat de minister zich daar dan aan houdt.

Mijnheer Dehandschutter, ik zal heel duidelijk zijn. Ik heb tot nog toe geen straffe uitspraken gedaan in de pers, maar eigenlijk vraag ik aan de minister van Cultuur dat zij een oplossing vindt voor de vijftien dubbelpositief beoordeelde dossiers. Eventueel kan dat – maar ik hoop van niet – van het globaal geadviseerde subsidiebedrag worden afgeroomd. Dat idee doet de ronde. Ik weet dat niet. Ik vraag om te kijken naar die vijftien pijnlijke dossiers.

Mijnheer De Coene, ik viseerde niemand persoonlijk. We leven in een samenleving waar regels worden afgesproken. Die regels worden blijkbaar moeiteloos overtreden door heel wat mensen. Ik ben blij dat we die discussie vandaag kunnen hebben. Ik zeg niet dat we licht over bepaalde praktijken moeten gaan. Ik zeg wel dat we samen met de sector moeten bekijken wat er de afgelopen weken is gebeurd. Misschien kan dat in de toekomst worden vermeden. Ik vind dat eigenlijk een kwade zaak, voor iedereen.

U weet dat ik samen met andere collega’s vragende partij ben om over te gaan tot een grondige evaluatie van alle deelfacetten van het decreet. Ik ben daar voorstander van. De werking van de beoordelingscommissies zal daar een element van zijn. Ik heb geen mirakeloplossing. Ik zeg gewoon: laten we alles tegen het licht houden en zien wat verbeterd kan worden.

Ik pleit nog een keer nadrukkelijk voor het behoud van de 10 miljoen euro projectsubsidies.

Philippe De Coene

Telkens als u dat zegt, mijnheer Delva, begint de heer Schueremans driftig te applaudisseren. Er zijn geen mirakeloplossingen, ik zou durven te pleiten voor enige pragmatiek. Er zijn inderdaad argumenten voor een gereserveerd substantieel deel voor projecten. Mocht nu blijken dat het aanbod groter zou zijn dan de vraag, dan is het toch niet verboden om te proberen te werken met de techniek van de communicerende vaten? Als het budget niet voor 100 procent wordt benut, kan dat geld toch worden gebruikt om alsnog soelaas te bieden aan structurele kunstenorganisaties?

Dat zou kunnen. Laat ons dat afwachten. Laat ons dat niet uitsluiten. Dat volume van 10 procent hoe dan ook behouden, zelfs als er geen vraag naar is, lijkt mij niet de beste beschikbare techniek.

Paul Delva

Ik ben het daar helemaal niet mee eens. Ik hoop en ik ben ervan overtuigd dat de sector creatief en springlevend genoeg is om waardevolle projecten in te dienen. Daar moet een aanzienlijk bedrag tegenover staan. Trouwens, die vraag komt uit de sector zelf. Dat staat in het charter dat de minister heeft afgesloten met de sector. Ik had daar respect voor. In budgettair moeilijke tijden heeft de sector zelf beslist om het totale budget te herbekijken, de percentages te wijzigen van 97 en 3 procent naar 90 en 10 procent. Als we dat opnieuw willen wijzigen, moeten we dubbel omzichtig te werk gaan aangezien de sector daar zelf om gevraagd heeft.

Bart Caron

Er is een evenwicht tussen de structurele meerjarensubsidiëring en de projecten, tussen instroom, doorstroom en uitstroom zeg maar. Dat evenwicht is delicaat. De minister wil dat herstellen. Wat ik ook niet graag zou willen, mijnheer Delva, minister, dat is dat u de projecten zou gaan gebruiken voor de mensen die geen meerjarige subsidies krijgen. Zij krijgen vaak gedurende vier jaar subsidies net genoeg om niet te stoppen, maar ook net te weinig om hun werk naar behoren te doen.

Ik wil ook geen oneigenlijk gebruik van de projectenpot voor mensen die net niet over de lat geraken. Die pot moet dienen voor afgeronde projecten, voor vernieuwing en voor instroom in de sector.

Paul Delva

Ik ben het met u eens, mijnheer Caron.

Ik wil afsluiten met een korte haiku. Een beetje poëzie in het parlement mag toch wel.

Alles openbaar

Joke toch, niet zo, niet nu

Ons huiswerk is niet klaar

(Applaus)

De voorzitter

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Minister, collega’s, ik ben de laatste spreker tenzij er in tussentijd nieuwe fracties zijn ontstaan, maar dat is bij mijn weten niet het geval.

Minister, uit de adviezen gepubliceerd op uw website blijkt dat vooral de provincie Limburg zwaar wordt getroffen: Krokusfestival Hasselt, Het Vervolg, TAKT-festival Dommelhof, Triënnale Hasselt, Zomeropera Alden Biesen en theatergroep De Queeste. Limburg wordt cultureel gestroopt.

Wij durven niet te denken dat dit uw wraak is voor minister-apostaat Lieten, die u in Uplace een mes in de rug stak.

Was uw transparantiebui verstandig? Dat hangt af van waar men de lat legt. Als u de norm hanteert van minister van betraande zaken Anciaux, dan is uw werkwijze een absolute vooruitgang. Toenmalig minister Anciaux hield immers alle adviezen angstvallig verborgen om achteraf naar persoonlijke voorkeur te kunnen ingrijpen. Dat leidde tot zeer actief lobbywerk achter de schermen. We gaan dus vooruit.

Mijnheer Caron, ik antwoord op geen enkele vraag omdat ik mijn dossiers niet heb ingestudeerd. Maar ik wil voor u wel een uitzondering maken.

Bart Caron

Mijnheer Bouckaert, ik zal u verder niet meer onderbreken maar ik heb toch een opmerking. Ik wil het even hebben over een merkwaardig fenomeen tijdens alle vorige rondes. Het gaat niet over het publiek maken of over het geheim houden, dat speelt geen rol. De correcties die vroeger gebeurden, kwamen niet van één minister van al dan niet betraande zaken maar van de coalitiepartners die allemaal hun eigen dossier op de regeringstafel hadden.

Ik wil wijzen op een merkwaardig fenomeen. Door hier en daar zaken op te vissen en door politiek overleg binnen de regering te organiseren, ging het kunstenbudget telkens met een schok omhoog. Telkens werden een aantal opgeviste organisaties in de enveloppe gestopt die middelen kregen. Vreemd misschien, of slecht, maar ik kan u wel verzekeren dat dit telkens leidde tot een groei van de middelen. Dat is toch ook een mooie zaak.

Boudewijn Bouckaert

De groei van de middelen zal ook wel te maken hebben met een groei van het totale budget, mijnheer Caron.

Bart Caron

De cohesie in de regering was toen wel iets groter. Men kwam toen met elkaar overeen om uit de algemene middelen voldoende budget te halen om dit soort depannages te doen. Ik heb de indruk dat het vandaag elk voor zich is.

Boudewijn Bouckaert

Minister, door de adviezen te publiceren, is alvast de lobbydruk naar adviserende instanties weggenomen. De lobbydruk wordt wel volledig naar u verplaatst. Indien ik in Uplace zou zijn, dan zou ik ook deze lobbymogelijkheid wegnemen door de adviezen tegelijkertijd met de subsidiebeslissingen te publiceren en zeer zorgvuldig aan te duiden op welke punten en waarom u van de adviezen afwijkt. Op die manier wordt het werk van de adviserende instanties gerespecteerd maar ook het primaat van de politiek.

De heisa over deze publicatie toont aan hoe kaduuk het huidige systeem wel is.

De minister staat onder zware druk van allerlei lobbyisten, en de ministers van de Vlaamse Regering laten hun collega maar wat spartelen. Dat is toch mijn indruk.

De heisa zou ons aan het denken moeten zetten over het ontwikkelen van een politiek minder kwetsbaar en geobjectiveerd systeem. Onze partij denkt daarbij vooral aan een vraaggestuurd systeem, via cultuurcheques die aan de bevolking worden gegeven, al dan niet inkomensafhankelijk. Uiteindelijk zullen daardoor die kunst en die culturele initiatieven succes hebben die door de burgers worden gesmaakt. Er is weliswaar een politiek debat, over de vraag naar welke sectoren de cultuurcheques gaan. Dat debat kan hier worden gevoerd, in samenwerking met de minister, maar als die beslissingen eenmaal zijn genomen, ontstaat er een spontaan marktgedreven systeem om uit te maken wie die individuele subsidies krijgt. De politiek wordt dus niet uitgeschakeld, maar de individuele toewijzing wordt gedepolitiseerd. In de beeldende kunsten zou bijvoorbeeld een systeem zoals dat van de KunstKoop, dat in Nederland wordt gemanaged door de Mondriaan Stichting, kunnen worden ingevoerd. Daarbij subsidieert de overheid de interest van leningen gedaan voor de aankoop van schilderijen of beeldhouwwerken.

Het argument dat de avant-garde daarmee geen kans meer zou krijgen, gaat niet op. Zo was de tweede helft van de 19e eeuw bijvoorbeeld de meest creatieve en innoverende periode in de schilderkunst, en dit gebeurde zonder enige overheidssubsidie. Wat in ons systeem wellicht niet zou worden gesmaakt, denk ik, zijn kunstenaars die alleen maar willen choqueren, zoals de studente aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK) in Gent die jonge katten vermoordt om daar een kunstwerk mee te maken, en die dat op haar Facebookpagina heeft gezet.

Minister, ik hoop dat u deze heisa zult aangrijpen om een grondige evaluatie te doen. Diverse sprekers hebben dat al gezegd. Wel, het is dan ook het ogenblik om na te denken over radicalere alternatieven, zoals wij die voorstellen. Dat zal u veel heisa besparen. U zult aan echt beleid kunnen doen, in plaats van die individuele discussies. (Applaus bij Vlaams Belang en LDD)

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Voorzitter, geachte leden, eerlijk gezegd begrijp ik de commotie niet zo goed. Sommigen hebben wel een bijzonder slecht geheugen. Om te beginnen vallen deze adviezen onder de openbaarheid van bestuur. Dat weten we allemaal. Zoals hier ook al een aantal keer is gezegd, circuleren er allerlei adviezen via allerlei kanalen, en zijn er in bepaalde kranten zelfs al adviezen verschenen.

Er is inderdaad een trendbreuk gerealiseerd. Op 4 april van vorig jaar hebben we de start gegeven voor deze nieuwe meerjarige ronde van het Kunstendecreet. We hebben goede afspraken gemaakt met de steunpunten en de belangenbehartigers, en dat op drie manieren. Ik heb ten eerste toegelicht wat voor mij de belangrijke prioriteiten waren. Ik heb natuurlijk ook herhaald wat er in het Kunstendecreet staat. Ik kom daar straks nog op terug. Ik heb echter ook eigen beleidsprioriteiten meegegeven aan zowel de beoordelingscommissies als de adviescommissie, de steunpunten en de belangenbehartigers.

Ten tweede is er een charter afgesloten, een soort overeenkomst over het af te leggen traject, tussen steunpunten, belangenbehartigers en de Vlaamse Regering. Ten derde is er ook een draaiboek voorgelegd aan de adviescommissie en de beoordelingscommissies over hoe we verwachten dat zij de beoordelingen zouden doen. Op 4 april heb ik ook de ranking aan iedereen meegedeeld. Ik heb daar toen niemand kritiek op horen geven. Iedereen vond het goed dat er schottenloos zou worden beoordeeld.

Transparantie en openbaarheid: ik heb inderdaad beslist en aangekondigd aan de voltallige sector, die ook aanwezig was op het Cultuurforum, dat die adviezen openbaar zouden worden gemaakt. Ik heb ook heel expliciet gezegd dat dit een van de manieren was waarop wij in deze ronde van het Kunstendecreet zouden werken. Nu kan ik me niet van de indruk ontdoen dat sommigen niet goed weten in welke kader over deze nieuwe ronde van het Kunstendecreet moet worden beslist. Natuurlijk is er het decreet zelf. Dat is goedgekeurd in dit Vlaams Parlement en moet natuurlijk worden gevolgd.

In het Kunstendecreet staan heel duidelijke criteria, op basis waarvan de organisaties moeten worden beoordeeld. Het spreekt voor zich dat dat de enige basis is voor de beslissing van de adviescommissies en voor de definitieve beslissing van de Vlaamse Regering.

Voor alle duidelijkheid wil ik die criteria in het Kunstendecreet kort opsommen: profilering en positionering van de organisatie, de langetermijnvisie, de kwaliteit van de inhoudelijke concepten en de concrete uitwerking ervan, de landelijke en internationale uitstraling, samenwerking en netwerking met artistieke en niet-artistieke actoren in binnen- en buitenland, de haalbaarheid van de plannen, publieksgerichtheid, het sporen van het artistieke met het financiële beleidsplan en tot slot de concretisering van de interculturaliteit op het vlak van programmering, participatie, personeelsbeleid en bestuur.

Die criteria zijn belangrijk. Op basis daarvan moeten we ook de definitieve beslissing nemen. Het is goed om te weten dat de beslissing van de Vlaamse Regering ook aanvechtbaar is voor de Raad van State. We moeten ons op dit Kunstendecreet baseren.

Nog staat in het Kunstendecreet dat de definitieve beslissing wordt geadviseerd door adviescommissie en beoordelingscommissie. Die commissies worden vernoemd in het decreet, net als de manier waarop die worden aangeduid en voor welke termijn ze worden benoemd. Belangrijk is dat de beoordelingscommissies die nu de adviezen hebben geformuleerd, die ik op de website heb gepubliceerd, aangeduid zijn in 2008 voor vier jaar. Normaal gezien moeten er in september van dit jaar nieuwe commissies worden aangeduid.

Op 4 april heb ik ook enkele beleidsvisies meegegeven, zonder te raken aan het Kunstendecreet. Het zijn punten die voor mij als minister heel belangrijk zijn. Wie beweert dat er geen richtlijnen zijn meegegeven, heeft het fout. Ik haal ze nog eens aan. U kunt ze ook nalezen. De meeste van u, die ook in de commissie Cultuur zitten, hebben ze op 4 april al vernomen.

De belangrijke aandachtspunten die ik heb meegeven aan de beoordelingscommissies en die van belang zullen zijn als we in de Vlaamse Regering beslissen, zijn de volgende: aandacht voor de individuele kunstenaar, duiden op samenwerking, een goede maatschappelijke inbedding, de relatie met onderwijs, welzijn en leefmilieu en tot slot spreiding en diversiteit. Het zijn vijf belangrijke aanbevelingen voor de beoordelingscommissies en het ruime veld.

Collega’s, het charter dat ik heb afgesloten met steunpunten en belangenorganisaties, is ook meegedeeld aan de Vlaamse Regering. De collega’s hebben er kennis van genomen. Belangrijk is dat in de gemaakte afspraken met de steunpunten, de belangenbehartigers en de Vlaamse Regering in dat charter, heel uitdrukkelijk staat wat we doen met de eindadviezen: “De minister van Cultuur en de Vlaamse Regering wijken in hun beslissing niet af van de uitgebrachte eindadviezen, tenzij die afwijking grondig wordt gemotiveerd.” We waren het daarover eens. Het is zo meegedeeld aan de Vlaamse Regering. De handtekening staat eronder van alle steunpunten en belangenbehartigers en van mezelf als minister van Cultuur.

Wie zegt dat er een kaalslag is in Limburg, spreekt voor zijn beurt. Het zijn adviezen, er zijn nog geen beslissingen genomen. De beslissing zal worden genomen door de voltallige Vlaamse Regering voor eind juni. Dat traject is meegedeeld op 4 april. De sector is ermee akkoord gegaan en het is zo afgesproken in de Vlaamse Regering.

Mijnheer Caron, ik heb u toch op een foutje betrapt en de waarheid heeft zijn rechten. U hebt daarnet gezegd, onterecht denk ik, dat het een schande is als u de cijfers bekijkt, want in 2010 was er volgens u in het Kunstendecreet 97 miljoen euro en nu maar 87 miljoen euro. Mijnheer Caron, u moet eerlijk zijn. Voor die 97 miljoen euro hebt u bij de structurele subsidies van 2010 ter waarde van 93 miljoen euro de projectsubsidies van 4 miljoen euro geteld. U zou dus ook voor 2012 de projectmiddelen erbij moeten tellen.

In 2010 was er 97 miljoen euro uitgetrokken. Nu is er 99 miljoen euro ingeschreven in het Kunstendecreet. Wie beweert dat er zwaar gesnoeid is en dat er veel minder middelen zijn, heeft het dus fout. Er staat nu meer ingeschreven in Kunstendecreet dan in 2010, op basis waarvan de beslissingen genomen zijn in 2009, dus nog op het einde van de vorige legislatuur.

Sommige collega’s hebben gevraagd waarom alleen die tabel is bekendgemaakt, en niet ook de onderliggende adviezen die door de verschillende commissies zijn opgemaakt. Het is de intentie om ook die 700 verschillende adviezen die zijn uitgebracht, en die ook dieper ingaan op opmerkingen die zijn gemaakt door de organisaties, openbaar te maken. We moeten daarbij echter opletten dat we niet ingaan tegen de wet op de privacy. In een aantal van die onderliggende, meer uitgebreide adviezen staan namen of verwijzingen naar individuen. Het agentschap is op dit moment die 700 adviezen aan het screenen op elementen die in strijd zijn met de wet op de privacy, zodat we die eruit kunnen halen. En dan zullen die adviezen evengoed openbaar worden gemaakt, zodat alle informatie ter beschikking is.

Ik heb heel veel gehoord en gelezen over de beoordelingscommissie. Die manier van werken is in dit parlement beslist. Dit is een uitvoering van het Kunstendecreet. Ik heb altijd gezegd dat we in deze ronde het Kunstendecreet nog perfect uitvoeren. Maar laat ons na deze ronde eens alles op een rijtje zetten en kijken waar het Kunstendecreet eventueel kan worden bijgestuurd. We kunnen daarbij nog alle richtingen uit. Dat is een oefening die we moeten doen na deze structurele ronde. Na de derde keer dat het Kunstendecreet op die manier wordt toegepast, is het goed om een grondige evaluatie te maken en te kijken waar we kunnen bijsturen, waar het beter kan en waar het Kunstendecreet behouden mag worden zoals het vandaag bestaat.

Er wordt met betrekking tot de beoordelingscommissie gesproken over twijfels, over belangenvermenging. Ik wil meegeven dat het geen gemakkelijke taak is om in zo’n beoordelingscommissie te zitten. Het is de bedoeling dat in die commissies mensen zitten uit het veld. Vlaanderen is niet zo groot, dus je komt algauw uit bij een aantal mensen die op de een of andere manier bij organisaties betrokken zijn. De commissies, zoals die vandaag bestaan, zijn aangeduid in 2008, tijdens de vorige legislatuur. Die zetelen voor vier jaar. Er zijn intussen een paar bijsturingen gebeurd. Er zijn een aantal mensen gestopt, maar dat is heel miniem.

Ik wil ook meegeven dat die commissies over een deontologische code beschikken. Er zijn duidelijke afspraken dat wie in een bepaalde organisatie zetelt of daarbij betrokken is, niet mee mag beoordelen wanneer dat dossier op tafel ligt. Dat wordt nauwgezet gerespecteerd. Het zou trouwens een vormfout voor de Raad van State kunnen zijn indien dat niet zou gebeuren. Op die manier is er dus absoluut geen belangenvermenging. Maar het is natuurlijk wel evident dat in die commissies mensen uit de sector zelf zitten, mensen die de sector kennen.

Mijnheer Caron, u spreekt over een kaalslag, over de kaasschaaf, over besparingen. Dat is allemaal voorbarig. Wij zullen met de voltallige Vlaamse Regering een beslissing nemen voor eind juni. Alle conclusies die nu getrokken worden uit voorliggende adviezen, zijn voorbarig. Ik zal er ook geen verdere uitspraken over doen. Alle uitspraken die ik doe, kunnen immers ook in de procedure voor de Raad van State gebruikt worden. Wij zullen in alle wijsheid en sereniteit, op basis van het charter, zoals het ook op de ministerraad van de Vlaamse Regering is geweest, en op basis van de afspraken met de sectoren, de steunpunten en de belangenbehartigers, alles op een rijtje zetten en een goede beslissing nemen, zodat wij voldoen aan de criteria in het Kunstendecreet en dat ook de beleidsaanbevelingen die ik aan de sector heb meegegeven, aan bod komen.

Ik dank alle collega’s die hun steun hebben geuit voor het feit dat wij in alle transparantie en openheid de adviezen hebben bekendgemaakt. Ik dank ook de collega’s die pleiten voor een krachtig cultuurbeleid. U weet dat u daarvoor in mij een bondgenoot vindt. Ik ben ervan overtuigd dat wij voor eind juni met de Vlaamse Regering een goede beslissing zullen kunnen nemen. (Applaus bij de meerderheid)

Bart Caron

Sommige partijen blinken uit in forse uitspraken, andere in weinigzeggendheid.

Minister, u hebt gelijk dat het beter is om het bekend te maken als er lekken zijn. Maar het stond niet in het charter dat u de adviezen op deze manier openbaar zou maken. Dat is nooit de bedoeling geweest. U hebt het gedaan omdat er zoveel lekken waren. U geeft zelf het bewijs door te zeggen dat de administratie bezig is met het screenen van individuele adviezen op privacyelementen, om ze dan online te zetten. Dat betekent dat u de adviezen overhaast op het internet hebt gezet. Maar dat is niet zo erg.

Ik deel uiteraard het principe van de schottenloosheid. Maar, minister, het heeft niet gewerkt. U moet eens kijken naar de organisaties die een aanvraag hebben ingediend en die of in verschillende artistieke disciplines actief zijn of op andere maatschappelijke terreinen, van media of technologie, ook actief zijn: ze vallen bijna overal uit de boot. De schottenloosheid werkt dus niet. De ranking heeft de schottenloosheid niet bevorderd, maar tegengewerkt. Er kwam een verharding per sector in plaats van schottenloosheid.

Minister, u hebt aandachtspunten meegegeven. Het decreet laat u toe om prioriteiten te bepalen. U hebt daar niet voor gekozen. U hebt gekozen voor aandachtspunten, die u niet zo bindend wilde maken. Ik herinner mij dat heel goed. Inhoudelijk kan ik die aandachtspunten met u delen. Bijvoorbeeld over spreiding en diversiteit, samenwerking met onderwijs, enzovoort. Daar gaat het niet over. Dat zijn relatief vrijblijvende aandachtspunten waar commissies mee aan de slag gaan. Maar u bent minister van Cultuur en u mag wat dat betreft meer sturend optreden. U mag duidelijk, vanuit uw intenties, accenten leggen. U hebt dat nagelaten.

U hebt mij op een fout betrapt. Ik ben daar blij om: het siert uw vakkennis ter zake ondertussen. Maar ik ga toch een kleine relativering maken. U hebt gelijk voor wat de absolute cijfers betreft. U hebt met de kaasschaaf ongeveer 5 miljoen euro weggehaald. Daarvan is een klein beetje teruggekomen via een gedeeltelijke indexering. Niettemin is het voor de hele sector – in de samentelling van projectmiddelen en structurele middelen – geen grote achteruitgang. We verliezen vier jaar de index. De overheveling van de projectenpot maakt dat de slag of de ‘cut’ vrij diep is. Ik heb één jaar geleden bepleit om voor de projectenpot naar de 10 procent te gaan: niet in één keer maar in twee keer twee jaar. Dat had die overgang wat gematigder moeten maken. U hebt ervoor gekozen om dat anders te doen. Daardoor is het een pijnlijke zaak voor de sector. Daardoor wordt heel veel geleden en zullen er in de culturele sector heel veel jobs verdwijnen.

U hebt niet gezegd welke intenties u hebt met betrekking tot het geadviseerde budget, tot het dubbel positief geadviseerde, tot de regionale spreiding, tot kwetsbare groepen, enzovoort. Ik betreur dat. Maar ik respecteer dat u dat in regeringskringen wilt doen.

Ik heb u betrapt op een contradictie in de termen. U zei dat u in de Vlaamse Regering in alle sereniteit zult beslissen, maar dat is een contradictie in de termen.

Lieven Dehandschutter

Minister, ik dank u voor uw antwoord.

Ik neem akte van het feit dat de onderliggende adviezen binnenkort zullen worden bekendgemaakt, uiteraard met respect voor de privacy waar dat nodig is. Dan zal het voor de betrokken organisaties duidelijk zijn waarop de appreciatie of het oordeel dat hen is toebedeeld, steunt.

Ik hoop en verwacht dat de regering niet alleen in alle sereniteit maar in alle wijsheid – en dat was, mijnheer Caron, wat minister Schauvliege zei – een beslissing zal nemen en dat afwijkingen van adviezen grondig zullen worden gemotiveerd. Ik ben het eens met de heer Delva dat dit dan wel duidelijk moet worden geëxpliciteerd. Ik heb er een aantal elementen aan toegevoegd die mee kunnen spelen. Minister, elk menselijk handelen is feilbaar, maar ik verwacht dat ook wat de individuele adviezen betreft nauwgezet wordt nagegaan of de criteria en de visie die u hebt uiteengezet, nauwlettend werden gevolgd.

Tot slot zullen dit debat en wat er nu is gebeurd, belangrijke elementen zijn in de evaluatie die we in dit parlement en de commissie Cultuur van het Kunstendecreet zullen moeten maken. Daarbij zullen we oog moeten hebben voor de precieze taakomschrijving en de samenstelling van de commissies, en voor de procedures die moeten worden gevolgd. Dat moet zorgvuldig gebeuren. We moeten ook nagaan of er geen methodes zijn om de lekken te beperken. Uitsluiten kun je nooit, maar je kunt ze toch wel beperken.

Minister, ik heb mezelf en enkele collega’s expliciet horen vragen naar wat met die vijftien organisaties die positief werden beoordeeld, maar die uiteindelijk geen subsidie gaan krijgen. Voorziet u voor hen in een alternatief? Gaat u op zoek naar bijkomend budget? Of zijn er voor hen geen problemen voor het feit dat ze positief werden geadviseerd, maar dat ze aan het eind van de rit niet worden gehonoreerd?

U hebt ook verwezen naar het charter. Daarin staat dat u een evaluatie en aanpassing van het Kunstendecreet in het vooruitzicht stelt. Wanneer kunnen we dat verwachten? Kunt u daar een timing op plakken?

Minister, u zegt dat het vallen onder openbaarheid van bestuur van de adviezen de reden is om ze online te zetten. Het is een goed initiatief dat u de intentie hebt om ook de andere adviezen, de motivering en het wederwoord van de organisaties op de preadviezen, als dat niet in conflict is met de privacywetgeving, online te plaatsen.

Ik blijf op dit moment de indruk hebben dat u na het Uplace-debacle niet opnieuw de zwartepiet toegeschoven wilde krijgen, en dat u daarom de adviezen openbaar hebt gemaakt. Zo kunt u de hete aardappel doorschuiven naar de hele regering. Die moet dan tegen het einde van de maand een beslissing nemen. Voor u is dat een weet, voor ons een vraag. Wat we wel zeker weten, is dat u zich aan veel kritiek hebt blootgesteld en dat de cultuursector uw beleid maar matig kan waarderen.

Ik omschrijf het met een beeld. In de atletiek bestaat er zoiets als de steeplechase, de hindernisloop. Het is een loopwedstrijd waarbij u telkens over een balk moet springen. Na bijna drie jaar minister van Cultuur stelt de cultuursector vast dat de balken voor u te hoog waren en dat u te weinig horden succesvol hebt kunnen nemen. Minister, u hebt nog twee jaar in deze legislatuur om dat beeld bij te stellen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Philippe De Coene

Ik ben ervan overtuigd dat de minister en de Vlaamse Regering die horden ongetwijfeld zullen kunnen nemen. Er zijn mogelijkheden genoeg om die proberen te nemen met voldoende gezond verstand.

Minister, u hebt verwezen naar het beroemde charter van 4 april – ‘waar waart gij de vierden april’? We zaten inderdaad in de kelder en we hebben afgesproken dat we ons niet zouden moeien en dat we vooral niet meer zouden lobbyen. De sector zelf had eerst een afspraak gemaakt met zichzelf. Ik heb daar toen misschien laconiek op gereageerd. Men had beloofd dat men zou wieden in de eigen vraag. Ik heb gemerkt dat dat niet is gebeurd. Aan die preliminaire voorwaarde om dit charter te doen navolgen, is niet voldaan. Er zijn niet minder aanvragen, er zijn er meer. Ik ben niet verkeerd.

In dat charter staat: “De minister van Cultuur en de Vlaamse Regering wijken in hun beslissing niet af van de uitgebrachte eindadviezen, tenzij die afwijking grondig wordt gemotiveerd.” Met andere woorden, niets belet deze regering, indien nodig en indien goed gemotiveerd, om een beslissing te nemen die anders luidt dan wat vandaag op het internet staat.

Ik wil de collega’s wijzen op het volgende. Dankzij de transparantie en de lekken zijn we goed ingelicht. Binnen de categorie organisaties met een dubbel positief advies, zijn er 172 organisaties die erop vooruitgaan voor een totaalbedrag van 10,7 miljoen euro. Gisteren dacht ik dat ik had gerekend voor de komma, niet erachter en ik kwam tot 9 miljoen euro. Maar een correcte berekening leert dat het 10,7 miljoen euro is.

Met andere woorden 172 organisaties zullen er gemiddeld elk jaar 62.209 euro op vooruitgaan. En dan heb je spijtig genoeg 48 organisaties die in deze stand van zaken, ondanks een dubbel positief advies, samen 6,2 miljoen euro achteruitgaan, gemiddeld 129.166 euro per organisatie.

Is het verboden, mijnheer Caron en andere collega’s, om misschien toch even de piste van de interne solidariteit te bewandelen? Leg eens uit aan een normaal iemand dat in tijden van budgettaire rigiditeit – en vergist u zich niet, mijnheer Caron, met grote liefde voor de sector – iedereen inderdaad de vinger aan de knip houdt. Kunt u dan uitleggen aan mensen dat per saldo in dat Kunstendecreet nu 4,5 miljoen euro meer wordt uitgekeerd? Is het dan ondenkbaar om een systeem te hebben waarbij wordt opgeroepen om een beetje solidair met elkaar te zijn? Ik weet dat het in zo’n delicate wereld niet simpel is, want men spreekt veel over elkaar, maar weinig met elkaar. Als we zo’n systeem hebben, moeten we de armoede niet verdelen, maar kunnen we de rijkdom beter spreiden. Het zou kunnen dat u elders nog wat middelen moet vinden, en ik hoop dat de Vlaamse Regering dat kan doen, maar er zijn ook een aantal andere pragmatische oplossingen mogelijk.

Erik Arckens

Mijnheer Caron, uiteraard kan het geld in de projectenpot niet gebruikt worden ter reparatie van wie nu uit de boot valt. Mijnheer De Coene, u spreekt van organisaties die achteruitgaan, maar we hebben het ook over organisaties die in het totaal op nul worden gebracht – beeldt u het zich in. De projectenpot kan daar uiteraard niet voor dienen.

Wat mijn visie op cultuur betreft, minister, waarop u een antwoord hebt proberen te geven in verband met het primaat van de politiek, wil ik u toch wijzen op wat uw voorganger heeft gedaan. Daar wordt vaak een beetje spottend over gedaan. Destijds heeft hij de commissies bij zich geroepen in Vilvoorde. Hij heeft daar een toespraak gehouden die bekendstaat als een toespraak tegen de ascetische elite, namelijk tegen de beoordelingscommissies zelf. Hij deed dat om hun duidelijk de wacht aan te zeggen, om hen erop te wijzen dat ze zich moeten houden aan bepaalde kaders. Die kaders, minister, waren niet waterig. Ze pleitten voor culturele diversiteit. Dat wil zeggen dat er niet alleen experimenteel, maar ook ander theater gebracht mocht worden.

Ik wil u er ook op wijzen dat uw voorganger zich niet alleen verschuilde achter juridische standpunten. Ik bedoel het goed met u hoor, maar ik wil u in alle eerlijkheid zeggen dat u een beetje te veel minister van culturele subsidies bent en dat de visie ontbreekt – daar blijf ik bij.

U zegt dat wat er wordt gezegd over de beoordelingscommissies, niet waar is, dat er een code bestaat. Dat is waar, als de organisatie waarin men betrokken is, aan bod komt, moet men buitengaan. Dat is uiteraard niet een totale ontleding van de hele wereld van beoordelingscommissies.

De lekken en het lobbyen kunnen we eigenlijk nooit tegengaan. Ik verwijs daarvoor naar het heel belangrijke artikel ‘Wie kennen we nog in de politiek’ van Wouter Hillaert, verschenen in rekto:verso, waarin ook de heren Caron en De Coene uitgebreid hun zegje doen. Ik raad het aan als lectuur voor iedereen die geïnteresseerd is in de materie.

Paul Delva

Ik heb nog twee elementen. Een aantal collega’s hebben het al gezegd. Het spreekt voor zich dat de weg die we hebben afgelegd het laatste jaar en de weg die de minister nog zal afleggen de komende maand, het hele hobbelige parcours, een aanduiding is dat het inderdaad nodig is dat we echt gaan naar een grondige evaluatie van dit belangrijke decreet. Ik heb dat in het verleden al een paar keer gezegd.

Ik hoop dat wij daar heel snel werk van zullen maken.

Mijnheer De Coene, een van de belangrijke elementen in het charter is toch wel dat de sector zelf vragende partij is om naar een aantal gesubsidieerde organisaties te gaan, maar dat daartegenover een correcte financiering zou staan. Die woorden vallen geregeld: “een correcte financiering”. Wanneer u zegt dat veel organisaties positief werden beoordeeld en dus meer middelen krijgen, dan ben ik bereid daarnaar te kijken. Maar ik zou het enorm betreuren als wij een omgekeerde beweging zouden aanvatten en een aantal organisaties die eindelijk een correcte financiering krijgen, een deel van hun middelen zouden afnemen om die dan aan andere organisaties te geven. Ik sluit die deur niet, maar ik ben toch op mijn hoede. Ik denk niet dat wij moeten vervallen in een aanpak waarvan de sector niet meer wil weten.

Ik heb de indruk dat een aantal collega’s niet goed weten hoe de procedure in elkaar zit. De vorige meerjarige ronde volgens het Kunstendecreet is ook al drie jaar geleden gebeurd. Het Kunstendecreet is in het Vlaams Parlement goedgekeurd, en daar moeten wij mee werken. Mijnheer Caron, u hebt aan de wieg van dat decreet gestaan. U zou dus moeten weten dat in 2009, op een moment dat is gepoogd om nieuwe criteria te formuleren, is opgemerkt dat de procedure dat niet toestaat. Als wij niet voorzichtig zijn, kan de Raad van State opmerken dat wij naast en buiten het Kunstendecreet hebben gewerkt.

Het is erg belangrijk dat de sector zelf heeft gevraagd om in meer projectmiddelen te voorzien. De sector vroeg 10 procent meer. Beweren dat de sector uit de lucht valt, klopt niet. De preadviezen zijn aan alle organisaties overgemaakt. Alle organisaties waren van het globale plaatje op de hoogte. Ik hoor ook dat ik niet op vragen zou antwoorden. Men vraagt mij ook wat er met de vijftien organisaties die uit de boot vallen, zal gebeuren. Men vraagt wat er met de budgetten zal gebeuren. De heer De Coene pleit voor een status-quo. De heer Arckens zegt dat er te veel subsidies worden gegeven. Ik heb duidelijk gezegd dat ik niet kan en niet zal vooruitlopen op de beslissing van de Vlaamse Regering. Alles wordt collegiaal doorgepraat en beslist. In afwachting zal ik geen enkele verklaring afleggen over de wijze waarop wij met deze adviezen zullen omgaan. Eind juni zal de Vlaamse Regering daar een definitieve beslissing over nemen.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De voorzitter

Moties

Door Open Vld en Groen samen en door het Vlaams Belang werden tot besluit van dit actualiteitsdebat moties aangekondigd. Ze moeten uiterlijk om 21 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daar straks over uitspreken.

Het debat is gesloten.

Regeling van de werkzaamheden
Motie van orde

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.