U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 23 mei 2012, 9.00u

van de Vlaamse Regering, verslag door Mia De Vits, Bart Tommelein, Griet Smaers, Karlos Callens, Matthias Diependaele, Gerda Van Steenberge, Marc Hendrickx, Lieven Dehandschutter, Karin Brouwers, Marijke Dillen, Wilfried Vandaele, Chokri Mahassine, Kurt De Loor, Willy Segers, Filip Watteeuw, Steve D'Hulster en Dirk Peeters
19-A (2011-2012) nr. 1
van de Vlaamse Regering, verslag door Mia De Vits, Griet Smaers, Matthias Diependaele, Gerda Van Steenberge en Veli Yüksel
1555 (2011-2012) nr. 1
De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn het ontwerp van decreet houdende eerste aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2012, het ontwerp van decreet houdende eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2012 en het ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2012.

Het Uitgebreid Bureau stelt voor om de algemene besprekingen van de drie ontwerpen van decreet samen te voegen tot één enkele algemene bespreking. Is het parlement het hiermee eens? (Instemming)

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Smaers, verslaggever, heeft het woord.

Griet Smaers

Goedemorgen, collega’s, om 9 uur zijn we al vrolijk wakker en starten we de begrotingsbesprekingen. Er zijn nog maar weinig collega’s aanwezig op dit ogenblik, maar die zullen dadelijk wel binnensijpelen. Ik heb het genoegen opnieuw verslaggever te kunnen zijn van de begrotingsbesprekingen die we in de commissie Financiën en Begroting hebben gehad. We hebben drie commissiezittingen gewijd aan toelichting, bespreking van een begrotingsaanpassing 2012, zowel van de middelen als de uitgaven, bespreking van het advies van het Rekenhof dienaangaande, en het ontwerp van programmadecreet. De stemming over al die decreten werd gehouden op 8 mei in de commissiezitting Financiën en Begroting.

Bij mijn verslag ga ik de volgorde hanteren die ik ook de vorige keren hanteerde. Eerst en vooral de toelichting door de minister in de commissie. De minister gebruikte daartoe weer een heel overzichtelijke powerpoint. Dat zijn we ondertussen gewoon van hem. Die werd dan ook bij het verslag gevoegd. Ik zal even kort stilstaan bij het advies en het verslag van het rapport van het Rekenhof en bij de bespreking in de commissie, zowel bij de standpunten van de oppositie als die van de meerderheid. Tot slot zal ik het hebben over enkele punctuele antwoorden die de minister had gegeven op opmerkingen van de commissieleden.

Eerst zal ik het hebben over de toelichting van de minister in de commissie bij de aanpassing van de middelen- en uitgavenbegroting 2012. Voor het begrotingsjaar 2012 worden de ESR-gecorrigeerde ontvangsten (Europees Systeem van Nationale en Regionale Rekeningen) bij de eerste begrotingscontrole op 26,6 miljard euro begroot. Dat is 0,3 miljard euro of 1,2 procent minder dan bij de begrotingsopmaak 2012, die op 26,9 miljard euro uitkwam. Ten opzichte van de begrotingscontrole 2011 houden deze cijfers een toename in van respectievelijk 0,7 miljard euro en 2,7 procent.

De daling is vooral gelokaliseerd bij ontvangsten uit samengevoegde en gedeelde belastingen en ontvangsten uit gewestbelastingen. Voor deze begrotingscontrole 2012 heeft de Vlaamse Regering zich gebaseerd op de economische parameters die het Federaal Planbureau op 10 februari 2012 in het economisch budget heeft voorgesteld. De lagere groei in 2011 en 2012 dan in vorige economische begroting heeft aanzienlijke effecten.

Bij de ontvangsten uit gewestbelastingen is rekening gehouden met een lagere economische groei en de door de Vlaamse Regering genomen maatregelen: ten eerste de verhoging van het verdelingsrecht dat 30 miljoen euro extra gaat opbrengen, ten tweede de inkorting van de aangiftetermijn voor de successierechten, wat een eenmalige opbrengst van 60 miljoen euro oplevert.

Tot slot wordt in 2012 nog een meevaller van 57,9 miljoen euro ingeschreven, omdat een deel van de in 2011 geplande verkoop van gronden en installaties van de Vlaamse Milieumaatschappij aan Aquafin niet kon worden uitgevoerd in 2011.

De brutobeleidsruimte daalt dan met 369,6 miljoen euro. Dit komt omdat de ESR-gecorrigeerde ontvangsten van de Vlaamse overheid 332,7 miljoen euro lager worden ingeschat dan bij de begrotingsopmaak 2012, omdat de beleidsruimte nog verder afneemt met 56,7 miljoen euro wegens de effecten van de verhoogde inflatieramingen op de uitgavenkredieten en omdat er naast deze tegenvallers aan ontvangsten- en uitgavenzijde de beleidsmarge enerzijds uitgebreid wordt door een verhoogde inschatting van de onderbenutting op de ter beschikking gestelde kredieten met 27,2 miljoen euro maar anderzijds ingeperkt wordt door een verhoging van het overschot met 7,4 miljoen euro.

Om het begrotingsevenwicht te vrijwaren – wat nog steeds de doelstelling van de Vlaamse Regering is, ook voor 2012 – werd er dus, boven op de discretionaire maatregelen bij de gewestbelastingen voor 90 miljoen euro, voor 369,6 miljoen euro bespaard op de uitgavenkredieten. In eerste instantie heeft de Vlaamse Regering eind 2011 al een aantal maatregelen doorgevoerd die de inspanning voor 2012 zouden verlichten. Zo werden voor in totaal 89,4 miljoen euro aan facturen betaald die pas in 2012 werden verwacht. Een tweede inspanning werd gevonden in het voorzichtige begrotingsbeleid zoals dat de afgelopen jaren werd gevoerd, dankzij de aanleg van een hele reeks buffers. Die buffers worden, in de mate dat de onzekerheden waarvoor deze buffers zijn ingeschreven, verminderd. De buffers werden gedeeltelijk aangesproken voor een totaalbedrag van 113,3 miljoen euro. Als laatste inspanning werd in diverse domeinen een reeks besparingsmaatregelen doorgevoerd, die samen goed zijn voor 167 miljoen euro. Het grootste deel van de inspanning levert de Vlaamse Regering door uitgaven op apparaat te drukken voor in totaal 104,2 miljoen euro.

De Vlaamse Regering zet haar geplande investeringen en het nieuw beleid voort om een duurzame groei van de Vlaamse economie, ook in budgettair moeilijke tijden, blijvend te stimuleren. De nieuwe initiatieven, zoals afgesproken bij de begrotingsopmaak 2012, blijven ook na deze begrotingsaanpassing overeind. Alle inspanningen werden daartoe geleverd. Alleen de opstap naar het vernieuwde Vlaamse sociaal beleid wordt uitgesteld. In totaal blijft de Vlaamse Regering in 2012 voor 200 miljoen euro in nieuw beleid voorzien.

Tot slot dient nog benadrukt dat de Vlaamse Regering haar beleid van voorzichtig en vooruitziend begroten verder aanhoudt door nog 106 miljoen euro aan buffers over te houden voor eventuele tegenvallers. Ten opzichte van de budgetontvangsten 2012 dalen de gebudgetteerde geconsolideerde uitgaven met 313 miljoen euro, dat is min 1,1 procent.

Het Rekenhof heeft toelichting gegeven bij zijn rapport en verslag in de commissie waarna de bespreking kon aanvatten. Het Rekenhof wijst erop dat de eerste aanpassing van de begroting 2012 geen klassieke begrotingscontrole betreft waarbij er een volledige herinschatting van de middelen door de departementen en de agentschappen is. De wijzigingen zijn dus relatief beperkt en de programmatoelichtingen zijn summier. Het Rekenhof stelt vast dat de Vlaamse Regering drie soorten maatregelen nam om de uitgaven te verminderen. Vooreerst heeft de Vlaamse Regering bepaalde facturen gepland voor 2012, al in 2011 betaald. Het Rekenhof staat daarachter: hoe sneller facturen betaald worden, hoe beter. Ik ga niet in op de punctuele opmerkingen van het Rekenhof over de facturen en betalingen omdat het duidelijk is in de powerpoint en het verslag van het Rekenhof.

Wat betreft de besparingsmaatregelen stelt het Rekenhof dat de bevriezing van de niet-loonkredieten en het uitstel van het vernieuwd sociaal beleid, geleid hebben tot kleinere kredieten in de aangepaste begroting. De berekening van de middelen voor beperktere kredieten voor de subsidies Hermesfonds en voor de afbouw van het tbs-stelsel in het onderwijs is onvoldoende gestoffeerd.

De besparing op de apparaatkredieten en het besparingsvoorstel van de leidend ambtenaren zijn voorlopig afgehouden op de indexprovisie. Dat biedt geen budgettaire garanties, maar bij de tweede begrotingscontrole worden ze concreter gemaakt.

De derde reeks uitgavenverminderingen zijn de herinschattingen van de uitgavenrisico’s. Het Rekenhof had hier een aantal punctuele opmerkingen bij. Daarvoor verwijs ik opnieuw naar het uitgebreidere verslag van het Rekenhof. De vermindering van de provisies voor betaalincidenten en het Rekendecreet en voor dringende investeringen zijn, kort gezegd, onvoldoende toegelicht volgens het Rekenhof.

De Vlaamse Regering wil de ramingsmethode van de onderbenutting herbekijken. Dat maakt de zaak complexer, aldus het Rekenhof. Het Rekenhof stelt dan ook voor om het onderbenuttingspercentage gewoon te berekenen op basis van het gemiddelde van de vorige jaren. Een keuze tussen de aspecten die voor de raming in aanmerking komen, is politiek en vatbaar voor discussie. Om die praktische redenen is het Rekenhof het niet eens met de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV), die wel voor een verdere verfijning is. De vraag is of de regering rekening houdt met de inwerkingtreding van het Rekendecreet, waardoor het gemakkelijker zal worden om kredieten te herverdelen. Dat zal logischerwijze tot een hogere benutting van kredieten leiden. In tijden van besparing, zoals 2012, is de onderbenutting altijd kleiner, zeker als er bespaard wordt op werkingskredieten. Tot zover het verslag van het Rekenhof.

Ik zal heel kort over de algemene besprekingen in de commissie gaan. Na het verslag zullen zowel de oppositie- als de meerderheidspartijen hun standpunt verder toelichten.

Vooreerst heeft de oppositie het woord genomen. Ze merkte enerzijds op dat de regering haar belofte om snel bij te sturen, is nagekomen, maar anderzijds dat de Vlaamse Regering genoodzaakt is tot een stop-and-gopolitiek omdat de regering in de afgelopen jaren te weinig structurele maatregelen zou hebben genomen. Dat er in de begrotingscontrole zoveel bespaard moet worden, is niet zozeer te wijten aan de groeivertraging maar wel aan het veelvuldige gebruik van eenmalige inkomsten. Ondanks de daling van de middelen met 313 miljoen euro in deze begrotingsaanpassing, stijgt de bruto beleidsruimte met 827 miljoen euro ten opzichte van 2011. De ESR-middelen stijgen met 0,6 miljard euro ten opzichte van 2011. Ook nu weer worden volgens de oppositie relatief weinig structurele maatregelen genomen: van de totale inspanning van 540 miljoen euro is slechts 136 miljoen euro structureel.

In de oorspronkelijke begroting 2012 stonden voor 395 miljoen euro eenmalige inkomsten die niet gebruikt worden voor eenmalige maar voor recurrente uitgaven. Ondanks de veelvuldige kritiek daarop, voegt de Vlaamse Regering daar nog eens 60 miljoen euro van het sneller innen van de successierechten aan toe. Omdat die inkomsten in 2013 wegvallen, vreet de regering, aldus nog de oppositie, een deel van de nettobeleidsruimte op. Die inkomsten moeten immers vervangen worden. Tot zover de uiteenzettingen van de oppositie.

De meerderheidspartijen wezen erop dat de begroting in evenwicht kan worden gehouden door vooral te besparen en slechts in beperkte mate een beroep te doen op extra inkomsten. Er worden wel degelijk structurele maatregelen genomen inzake apparaat, tbs in het onderwijs en bij De Lijn. Naast de besparingen waardoor de begroting in evenwicht blijft, wat de doelstelling is, blijft de Vlaamse Regering ook investeren, onder andere in onderzoek en ontwikkeling, in welzijn en in het loopbaanakkoord.

Op basis daarvan blijft de Vlaamse Regering zelfs voor op Europa omdat ze al een strikte begroting handhaaft en denkt aan groei door te investeren in een aantal belangrijke domeinen.

Tot slot geef ik enkele punctuele antwoorden van de minister na de besprekingen in de commissie. De minister beklemtoonde dat de regering wel degelijk extra structurele ontvangsten doorvoert, zoals een hogere dekkingsgraad van De Lijn en de afbouw van tbs in het onderwijs. Niet elk van die maatregelen heeft al volledig effect in het eerste jaar. Om die kloof te dichten, kunnen eenmalige inkomsten worden aangewend.

De buffers voor het Rekendecreet, het gesplitst ordonnanceringskrediet (GOK) en het Vlaams Fonds voor de Lastendelging (VFLD) worden herbekeken in de tweede begrotingscontrole. De hoogte van de GOK-buffer wordt natuurlijk mede bepaald door de werkelijke betalingen in 2011. Het klopt dat het saldo van de niet-ESR-middelen afhankelijk is van de terugbetaling van KBC. Maar of een begroting in evenwicht is, wordt pas op het einde van het jaar beoordeeld. In 2011 is dat gelukt en de minister beklemtoonde dat voor 2012 Vlaanderen op koers zit.

Met de tweede begrotingsaanpassing van 2012 zullen de betaalkalenders, ook van het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn), worden herbekeken. Als er extra middelen nodig zijn, dan zullen die worden vrijgemaakt. Gezien de beursnotering kon de minister, tot slot, weinig informatie geven over zijn gesprekken met KBC, waarover in de commissie ook heel wat vragen waren gesteld. De minister zit regelmatig aan tafel met KBC, om dat te bekijken. Voor het Europese programma moet KBC eind 2014 7 miljard euro hebben terugbetaald.

Ik denk dat ik hiermee kort en bondig de belangrijkste concrete antwoorden van de minister heb aangehaald. (Applaus)

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, ministers, geachte leden, het is opnieuw begrotingstijd, maar we hebben deze discussie eigenlijk al een paar weken en maanden geleden gevoerd. De jongste dagen heeft de heer Vereeck er alles aan gedaan om dit opnieuw in de actualiteit te brengen, met optredens op de radio en in diverse kranten. (Opmerkingen van de heer Lode Vereeck)

Ik denk dat de hoofdlijnen bekend zijn. Vanop dit spreekgestoelte heeft de CD&V-fractie al eens haar appreciatie kunnen uitdrukken.

Mijnheer Vereeck, dat de begroting in evenwicht is, is en blijft een goede prestatie: dat wil ik toch nog eens onderstrepen. Wie kijkt naar de andere Europese lidstaten, maar ook naar de regio’s, weet dat dit een uitzonderlijke prestatie is. Volgens u is het de vraag of die begroting al dan niet in evenwicht is.

U wijst erop dat er sprake is van eenmalige opbrengsten. De vorige keer hebben we daar al een kleine discussie over gehad. Natuurlijk is er sprake van eenmalige opbrengsten. Ook vorig jaar waren er eenmalige opbrengsten. Dat wordt niet weggemoffeld. Dat er sprake is van eenmalige opbrengsten in deze begroting, is nu niet de ontdekking van de eeuw. We hebben toen al gezegd dat in een jaar van magere economische groei, meer nog, van economische stagnatie, een regering die een begrotingsevenwicht als absolute doelstelling heeft, ook een beroep kan doen op eenmalige opbrengsten. Ik vind dat ook normaal. Daar is helemaal niets mis mee, temeer omdat in deze begroting ook een aantal structurele maatregelen zijn opgenomen die nog maar in hun beginfase zijn en nog maar minimale opbrengsten geven, maar elk jaar wat meer bijkomende opbrengsten of bijkomende besparingen zullen opleveren. Zo zullen die eenmalige opbrengsten worden gecompenseerd.

We mogen niet flauw doen over die structurele maatregelen. Die bevinden zich in hun beginfase. Enkele weken geleden is er het tbs-akkoord geweest. Men heeft altijd gezegd dat dit niet kon, dat het moeilijk zou zijn, dat het een opstand in de onderwijswereld zou veroorzaken. Samen met u stel ik vast dat dit toch op een vlotte manier is gebeurd. Die afbouw van tbs in het onderwijs, met de noodzakelijke uitzonderingen, die ook door dit parlement kunnen worden gesteund, is een belangrijk moment.

Er is de structurele vermagering van de Vlaamse overheidsadministratie. Er is een stabilisatie van de apparaatskredieten. Er is zeker ook de uitdaging om de volgende jaren te komen tot 6 procent minder ambtenaren. Dat mag toch ook even worden onderstreept. Ten slotte is er ook een kantelmoment geweest in de financiering van De Lijn. Daar loopt het gratisverhaal ten einde. Ook deze Vlaamse Regering zegt dat de bijdrage omhoog moet.

Er zijn een aantal kleine belastingverhogingen, dat willen we niet onder de mat vegen. Maar heel belangrijk is dat geen enkele belastingverhoging de innovatieve en ondernemingskracht hindert. Ook de mensen die werken, zullen niets voelen van die belastingverhoging. Het is een begroting die de innovatieve, de ondernemende en de arbeidende krachten in onze Vlaamse maatschappij niet hindert. Die worden net volop verder ondersteund.

Een ander belangrijk pluspunt in deze begrotingswijziging is dat er niet wordt bespaard op investeringen in de Vlaamse economie. Ik verwijs naar de 60 miljoen euro in onderzoek en ontwikkeling die erbij komt. Er zijn investeringen in Mobiliteit, Onderwijs en Welzijn. Die waren allemaal aangekondigd en worden onverkort nageleefd. Er is ook 30 miljoen euro voor het loopbaanakkoord, waar ook niets van af wordt gepitst, om Vlamingen aan te moedigen om actief te zijn op de arbeidsmarkt. De activerende politiek wordt op die manier ondersteund.

Dat zijn een aantal heel mooie verwezenlijkingen: een begroting in evenwicht, structurele maatregelen, geen belastingverhogingen die de ondernemende krachten in onze maatschappij hinderen, en geen besparingen op investeringen, wat steeds belangrijker wordt. Ook in het Europese debat zegt men dat, na de besparingen en het op orde brengen van de rekeningen, men ook groeistimulansen moet durven te geven. Ik stel vast dat deze begroting per definitie al beantwoordt aan die Europese dynamiek en ambitie om niet alleen de rekeningen op orde te hebben, maar ook investeringen te stimuleren, de arbeidsmarktpolitiek activerend te houden en volop te investeren in onderzoek en ontwikkeling, in mobiliteit, onderwijs en welzijn.

Sommigen zeggen dat er absoluut geen buffer is, dat er wel een begroting in evenwicht is, maar dat de uitdagingen van de toekomst onder de mat worden geveegd. Met het oog op de conjunctuur, collega’s, is er een buffer van ruim 100 miljoen euro. De onderbenutting is weliswaar een beetje aangepast, maar is toch nog ruim gemeten. Die kan op zich ook nog een buffer zijn.

Nog belangrijker is dat deze begroting is gebaseerd op economische prognoses die ervan uitgaan dat er in 2012 een nulgroei is in Vlaanderen. We hebben een beter eerste kwartaal gehad, laat ons hopen dat die groei wat hoger ligt. Zo kunnen ook de ontvangsten wat hoger zijn. Het is een compensatie met het oog op de toekomst, want als we een economische groei hebben van 1,5 à 2 procent, weten we allemaal dat de ontvangsten aandikken met ruim 500 miljoen euro.

We mogen niet uit het oog verliezen dat deze begroting in evenwicht een uitmuntende prestatie is, temeer omdat dit een jaar van nulgroei is. We mogen dat niet vergeten. Er is een buffer wanneer de economische groei aantrekt. 1,5 procent extra groei is 500 miljoen euro extra ontvangsten.

Dit is een goede begroting, de juiste begroting op dit moment. Het is een begroting in evenwicht, ondanks een nulgroei, zonder brute besparingen die de economische activiteit zou doen afnemen. Integendeel: er zijn geen belastingverhogingen, geen inneming op de structurele investeringen. Deze begrotingswijziging heeft dan ook alle steun van onze CD&V-fractie. Ik dank u. (Applaus bij de meerderheid en bij het Vlaams Belang. Opmerkingen. Gelach)

De voorzitter

De heer Tack heeft het woord.

Erik Tack

Minister, als we de heer Van den Heuvel moeten geloven, bent u geslaagd, niet met grote, maar met grootste onderscheiding en felicitaties. Hollywood wacht op u, mijnheer Van den Heuvel. Er wacht u daar een grote toekomst. Er zijn nog Vlamingen die binnenkort zullen doorbreken in Hollywood. Misschien bent u wel de volgende.

Minister, we herinneren ons dat een paar maanden geleden, toen de begroting 2012 werd ingediend, gezegd werd dat het een maat voor niets was, dat het een nummertje was dat nu eenmaal moest worden gedraaid omdat de uitgangspositie van een groei van 1,6 procent ondertussen al lang achterhaald was. De oppositie vond het tijdverlies om discussie te voeren over zaken die eigenlijk al lang niet meer van toepassing waren. Maar goed, het was nu eenmaal een verplicht nummer.

Ik heb de indruk dat we dat vandaag opnieuw moeten doen. We zijn nu vijf maanden verder. Er werd van in het begin gezegd dat er een begrotingscontrole zou komen. U hebt vijf of zes maanden de tijd gehad om voldoende werk te verzetten om een begrotingscontrole in te dienen. Ik ben vandaag echter wat ontgoocheld, zelfs meer dan ontgoocheld in het werk dat u hebt verzet. Aan de gezichten van de andere oppositieleden te zien, ben ik niet de enige.

Ik vrees dat we moeten voortgaan met het echte werk tot de tweede begrotingscontrole, die u ons ook alweer beloofd hebt.

Minister, het begint al aan de uitgavenzijde met een aantal maatregelen, waarbij u onmiddellijk opmerkt dat we dat zullen moeten berekenen tegen de tweede begrotingscontrole. Laat ons beginnen met de eerste begrotingscontrole.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer Tack, in december is uitdrukkelijk afgesproken in het parlement dat we zeer snel een eerste begrotingscontrole zouden uitvoeren die uiteraard niet elke berekening of de betaalkalenders kon bevatten. Dat was de afspraak. We hebben dat op vraag van dit parlement zo afgesproken. Hadden we dan niet de eerste volledige begrotingscontrole kunnen doen? Neen. We hebben echter wel de eerste maatregelen genomen die nodig waren om die begroting in evenwicht te houden. Onmiddellijk nadien zijn we gestart met de echte, tweede begrotingscontrole die alle betaalkalenders enzovoort bevat. Ook die oefening is afgerond. Het eerste deel van die stukken is al ingediend.

Erik Tack

Minister, u zegt het zelf: dan komt de echte begrotingscontrole. Dat was ook mijn besluit. Ik doe nu een voorafname van wat ik straks wilde zeggen: dit is geen begrotingscontrole. De echte begrotingscontrole moet nog komen.

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Ik wil opmerken dat het niet op vraag van het parlement is gebeurd, maar dat het een aanbod van de regering was. De oppositie had liever in december al een duidelijke amendering gezien. Voor ons hoefde het niet te wachten tot februari. Dit ‘for the record’.

Ook ‘for the record’: ik dacht dat het parlement vroeg om met vaste parameters te werken. Het is altijd zo geweest dat men met cijfers van het Planbureau van september werkt, aangezien het parlement bij de Septemberverklaring van de minister-president een eerste zicht wenst te krijgen op de begroting 2012.

Erik Tack

Het begint al met de afbouw van het systeem van terbeschikkingstelling (tbs) in het onderwijs. We hebben intussen veel tijd gehad om daar discussie over te voeren. Het werd plots aangekondigd, zonder consultatie vooraf van het veld. Ik hoor dat er nu miscommunicatie is, die trouwens morgen op de agenda staat van de commissie, tussen wat de minister daarover vertelt en wat de vakbonden daarover vertellen. Het is niet duidelijk wie er nu juist in de tbs-regeling zal zitten en wie niet of voor wie er uitzonderings- of overgangsmaatregelen zullen zijn. Het is met andere woorden onduidelijk of men die 5 miljoen euro zal halen die men heeft uitgetrokken in de begrotingscontrole.

Er wordt ook voorzien in een besparing op personeelskredieten. Voor ons niet gelaten: als je, zoals de minister-president zegt, meer kunt doen met minder, is dat des te beter. Het blijft voor ons echter evenzeer een raadsel hoe men hier aan die 16,9 miljoen euro zal geraken.

De bevriezing van de niet-loonkredieten zou een besparing opleveren van 76,8 miljoen euro. Verder is er een bijkomende besparing op apparaatskredieten van 10,5 miljoen euro. Ook hiervoor wordt opnieuw verwezen naar de tweede, volgens de minister de echte begrotingscontrole.

Kortom, heel wat besparingen worden verwezen naar de toekomst. Intussen zoekt de Vlaamse Regering waarschijnlijk naar een echte dirigent om de violen op elkaar af te stemmen.

De voorzitter

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois

Mijnheer Tack, we zitten op schema wat de besparingen op loonkredieten en apparaatskredieten betreft. Die 16,85 procent is verworven. Het gaat om een aanlevering die is gebeurd door het college van ambtenaren-generaal. De besparing kan oplopen tot 60 miljoen euro in 2014. Het college van ambtenaren-generaal kon al 20 miljoen euro aanbieden in 2012. Daarvan is een klein bedrag in mindering gebracht als compensatie voor de ongelijke verdeling met betrekking tot de endogene groei. U hoeft zich echter geen zorgen te maken. Die 16,85 procent is verworven. Ook wat de bijkomende 10,5 miljoen euro recurrent betreft, is er een afspraak dat dit gedetailleerd wordt weergegeven in de tweede begrotingscontrole.

Erik Tack

Intussen werd ook overeengekomen om het aantal ambtenaren met 6 procent te verminderen in plaats van met 5 procent. Uiteraard staan wij daarachter. De vraag is echter hoe men dat effectief zal doen en of dat de voorziene besparing zal meebrengen. Ook daarvoor moeten we wachten op de echte begrotingscontrole.

Er is uitstel van het vernieuwd sociaal beleid. De kindpremie en de schooltoelage worden uitgesteld, alsook de voorbereiding op de maximumfactuur voor de thuiszorg en de voorbereiding op de nieuwe zorgverzekering. Het gaat om besparing van 30 miljoen euro. Maar intussen gaat men wel verder met het derde VRT-net. Mensen met digitale televisie kunnen intussen zeventig, en anderen met een bijkomend abonnement honderd en meer zenders binnenhalen in hun huiskamer. Of de Vlaming zit te wachten op dat derde VRT-net, is mij een vraag. Die uitgave moet er echter absoluut zijn. Dat kind moet absoluut gebaard worden.

De conjunctuurprovisie wordt verminderd met 24 miljoen euro, de provisie betaalincidenten met 20 miljoen euro en de provisie Rekendecreet met 10 miljoen euro. Het restant van 16 miljoen euro conjunctuurprovisie is niet eens voldoende om te voldoen aan een vermindering van de economische groei met 0,1 procent. Zonder twijfel rekent men erop dat de groei in de loop van het jaar, zoals het eerste trimester toonde, misschien wel zal aanzwengelen. Op die manier kan men dan die moeilijke klip nemen.

Aan de inkomstenzijde zijn er een aantal meevallers. Er is de verkoop van de VMM-gronden aan Aquafin voor bijna 58 miljoen euro. Dat is een meevaller omdat vorig jaar niet alles werd verkocht waardoor men althans op papier, de begroting in evenwicht probeert te brengen.

Verder is er de inkorting van de termijn voor de aangifte van nalatenschappen. Hiermee wil men 60 miljoen euro besparen. De vraag is of men dat zal halen. Zal de timing toelaten om die 60 miljoen euro nog te kunnen ontvangen? Heeft men al nagedacht over de praktische problemen die daarmee gepaard gaan? Zullen notarissen wel in staat zijn om die nalatenschappen in vier maanden af te werken? Ik heb al een aantal notarissen gesproken die daarbij moeilijkheden verwachten. Men kan toch niet beginnen met een nalatenschap de dag nadat iemand is overleden. Ik denk dat het warme Vlaanderen toch niet vraagt dat mensen de eerste dag na het overlijden al bij de notaris staan en beginnen met de opmaak van een inventaris voor de verdeling. Bovendien moeten notarissen een aantal administratieve stappen zetten. Ze moeten beschikken over de noodzakelijke stedenbouwkundige inlichtingen. Zeker langs de taalgrens moet dikwijls informatie gevraagd worden in Wallonië. Ook daar wacht men bijna systematisch tot de uiterste datum na betaling om de aangevraagde documenten over te maken. Daar komen dus nog eens veertig dagen bij. Wat trouwens met nalatenschappen uit het buitenland? Ik hoor notarissen zeggen dat ze nu al in 20 procent van de gevallen uitstel moeten vragen met een termijn van vijf maanden. En nu moet het plots in vier maanden kunnen. De vraag is dus of dat wel zal lukken.

Ik vraag me ook af of de concrete afspraken met de gewesten en de federale overheid intussen zijn geformaliseerd. Die vraag kon nog niet worden beantwoord tijdens de begrotingsbesprekingen in de commissie.

Ik heb daarop bevestigend geantwoord op een vraag in de commissie. Er is een akkoord met de andere gewesten en de federale overheid. Dat is tijdens de laatste interministeriële conferentie bevestigd. Toen die termijn van vijf maanden werd ingevoerd, waren de huidige technologie en internetverbindingen er nog niet. Die maand versnelling moet dan ook gerealiseerd kunnen worden in het huidige tijdperk.

Erik Tack

Het verschil tussen een brief en een elektronische brief is één of twee dagen, geen maand. Als je een brief verstuurt en je doet er een postzegel op, dan ligt hij de dag erna bij de geadresseerde in de brievenbus. Via internet is dat de dag zelf, bijna ‘instantaan’. Dat is het verschil. Maar dat is geen maand verschil.

De belastingen gaan natuurlijk wel omhoog, weliswaar niet op investeringen en niet op arbeid. Maar voor De Lijn zal het niet anders kunnen dan dat de gebruiker een beetje meer zal betalen. Dat is een toonbeeld van stop-and-gobeleid. Vroeger kon het geld niet op. De Lijn werd voor zeer grote uitdagingen geplaatst en kreeg daar voldoende middelen voor. Nu zal plots een deel van die middelen terugvallen. En ook daar moet minister Crevits nog een plan uitwerken om, bovenop de index, aanpassingen van de tarieven mogelijk te maken. Ook daar wordt de concrete uitwerking naar later verschoven.

Over de heisa rond het verdeelrecht heb ik de heer Van den Heuvel niets horen zeggen, tenzij ik niet goed heb geluisterd. Ook daar verwacht men bijkomende inkomsten. We hebben gisteren gezien tot wat dat leidt. Een brief van de FOD Financiën stelt heel duidelijk dat het nog niet zo gemakkelijk zal zijn om dat in te voeren. Diegenen die het vroeger naar 0 procent wilden brengen, wilden het dan naar 2 procent brengen. Dan wordt het 2,5 procent. Dan wordt er een abattement ingevoerd. Dan komen er categorieën bij. En nu zegt de FOD Financiën dat het nog niet zo gemakkelijk zal zijn om dat allemaal in te vorderen.

Bovendien dreigt daardoor nog een bijkomende ongelijkheid te ontstaan en is het niet onmogelijk dat daarover in de toekomst geschillen zullen ontstaan omdat mensen zich gediscrimineerd voelen doordat ze uit die regeling vallen. Die zou dit jaar 30 miljoen euro moeten opbrengen, maar een en ander is nog niet eens goedgekeurd. Het zal waarschijnlijk nog een tijdje duren vooraleer dit definitief wordt goedgekeurd.

Gisteren kregen we nog bijkomende amendementen van de meerderheid. Het verloop van dit ontwerp van decreet dreigt dus nog een tijdje aan te slepen. Ik denk niet dat de meerderheid dacht dat zij een doos van Pandora zou openen. Zij moet tot haar eigen ontsteltenis zien dat het steeds moeilijker wordt. Wie weet wat er in dat verband nog zal volgen?

Minister, u slaagt er met enkele eenmalige ingrepen en met enkele meevallers, zoals met de VMM, en met een aantal zaken die u naar de toekomst verschuift en waarover er nog geen concrete becijferingen bestaan, in om een begroting in evenwicht te brengen. Uiteindelijk zijn er voor slechts 136 miljoen euro structurele maatregelen. Wij stellen ons de vraag: als u nu al moeite ondervindt om met structurele maatregelen een begroting in evenwicht in te dienen, wat zult u dan doen met de zaken die op ons afkomen? Hoe zult u weerwerk bieden als de pensioenen van de Vlaamse ambtenaren moeten worden betaald, als met de zesde staatshervorming de overdracht van bevoegdheden op ons afkomt, als de fantoombevoegdheden door ons moeten worden overgenomen? Hoe zult u dan die honderden miljoenen euro compenseren? Waar zult u die halen? Bent u daar wel mee bezig? En die uitgaven zullen natuurlijk terugkeren en zelfs toenemen in de toekomst. Hoe zult u dat bekostigen?

De heer Van den Heuvel heeft al gezegd dat we voor een aantal eenmalige inkomsten al structurele maatregelen hebben genomen. Er zullen natuurlijk uitdagingen zijn. Ik hoorde het gisteren op de radio en ik hoor het vandaag: iedereen beseft dat een aantal federale maatregelen effect kunnen hebben op de Vlaamse begroting.

Het in evenwicht houden van zo’n begroting is altijd al een moeilijke zaak. Er is vandaag nog geen akkoord over de pensioenen van de ambtenaren. De usurperende bevoegdheden zullen, wanneer ze door de federale overheid worden afgeschaft, niet automatisch worden overgenomen op het Vlaamse niveau. Ik heb vandaag niet meteen zicht op wat die zesde staatshervorming wel of niet met zich mee zal brengen, maar ik denk u ook niet. Het zal wel zijn dat daar efficiëntiewinsten mogelijk zullen zijn. Laat ons bekijken hoe dat in de toekomst verder zal evolueren.

U en anderen vragen daar nu een pot voor te maken. Deze Vlaamse Regering kiest er duidelijk voor om het geld dat er vandaag is te investeren in Vlaanderen, in een groeipad voor onderzoek en ontwikkeling, in een loopbaanakkoord en andere afspraken die wij hebben gemaakt met betrekking tot de groei en de ondersteuning van de Vlaamse economie. Wij zullen die uitspraken blijven uitvoeren.

Erik Tack

Ik heb niet gezegd dat u daar nu al een pot voor moet opzijzetten. Ik weet dat het een beetje buiten het thema van deze begrotingscontrole valt, maar het is een terechte bezorgdheid van velen van ons en zonder twijfel ook van u. Die bezorgdheid komt voort uit het feit dat u al moet schrapen om aan een begroting in evenwicht te komen. Ik vraag mij af hoe dat in de toekomst zal gaan.

Ik wil hier nog iets bij vermelden. Er wordt altijd gezegd dat de Vlaamse schuld peanuts is vergeleken bij de federale. We moeten niet naar een ander kijken. Als een ander een deficit heeft van 10 miljoen euro en u hebt er één van slechts 1 miljoen euro, dan hebt u nog altijd een deficit. Het is jammer dat een ander een deficit heeft, maar we hebben zelf een schuld en we moeten daar iets aan doen.

Veel erger nog is dat die schuld niet afneemt. Tegen 2020 zou die schuld opgelost zijn, er wordt geschermd met de terugbetaling van de KBC, maar de nettoschuld neemt elk jaar met nog een paar honderd miljoen euro toe. Als daar al niet aan kan worden verholpen, hoe zal men dan de toekomstige uitdagingen aankunnen?

Die kleine toename van de schuld van enkele miljoenen, zoals u zegt, is een keuze die we hebben gemaakt. We hebben gekozen voor de ondersteuning van enkele investeringen, onder meer door participaties zodat die zaken kunnen groeien en bloeien. Tegenover die schuld staat een activum.

Erik Tack

Dat is een actief dat niet altijd in waarde toeneemt.

Ik denk dat u die 30 en die 60 miljoen euro van de vervroegde aangifte van successie en van de verdeeltaks niet zult halen. Van de 540 miljoen euro die u nodig had voor een begroting in evenwicht hebt u slechts 136 miljoen euro structureel kunnen invullen. U hebt het zelf al gezegd, dit is geen begrotingscontrole. De echte begrotingscontrole moet er nog aankomen. We wachten af wat dat zal worden. Dit is niet meer dan een denkoefening, met een aantal ideeën waarvan slechts een deel becijferd is. Het is een richtingaanwijzer die de richting aangeeft waar u met deze Vlaamse Regering heen wil. U wilt dat nulcijfer houden. Ik denk dat het een beetje windowdressing is en dat u hoopt dat de economie zal groeien.

Ik heb in uw voorstelling veel ‘point’ gezien, maar weinig ‘power’. Het Vlaams Belang zal deze begrotingscontrole niet goedkeuren. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, minister-president, leden van de regering, dames en heren, toen we eind september 2011 uw Septemberverklaring aanhoorden, bleken de cijfers door de feiten op dat ogenblik al achterhaald. Het daaropvolgende debat over de begroting 2012 was dan ook in hoge mate een virtueel debat.

De regering beloofde echter een bijsturing via een bijblad in februari en een snelle begrotingsaanpassing eind april. En zo geschiedde ook. Het is goed, minister-president, minister van Begroting, vast te stellen dat de regering de kalender die ze met het parlement afspreekt, ook respecteert. Maar, het Vlaams budget goed beheren vergt meer dan het respecteren van een afsprakenkalender.

En wat blijkt? Op het ogenblik dat we deze eerste begrotingsaanpassing bespreken, werd er al een tweede ingediend. Vandaag voeren we dus andermaal een debat over cijfers die ook alweer deels achterhaald zijn. Nu, op het eerste gezicht zouden we kunnen zeggen: prima dat deze regering de begroting zo nauwgezet opvolgt en zo kort op de bal speelt. Dat is ongetwijfeld, minister van Begroting, de uitleg die u hieraan zult geven.

Maar er is ook een andere uitleg mogelijk, en die is volgens ons minder fraai en minder geruststellend voor de Vlaamse burgers en bedrijven. Deze regering moet de cijfers voortdurend bijsturen omdat ze er niet in slaagt – u kent onze stelling daarover – budgettaire ruimte te creëren door de structurele hervorming van het Vlaams overheidsbeslag.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer van Rouveroij, in het afgelopen jaar, de twee afgelopen jaren zelfs, hebben de prognoses van het Planbureau en andere instellingen sterk geschommeld. Er was sprake van een economische groei van 1,5 procent en daarop een nulgroei. De laatste berichten spreken weer van een positieve groei. Bent u het met mij eens dat deze analyse juist is? Dat de economische prognoses sterk gewijzigd zijn in het afgelopen jaar, anderhalf jaar?

Sas van Rouveroij

Daar ben ik het mee eens.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer van Rouveroij, bent u het ermee eens dat een begrotingscontrole in tijden van wisselende economische prognoses steeds een raming is? De vorige spreker heeft niet echt weten in te schatten dat een begrotingscontrole een raming is. We moeten steeds met de nieuwe economische prognoses rekening houden. Bent u het daarmee eens?

Sas van Rouveroij

Ik ben het daar absoluut mee eens.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer van Rouveroij, in dat geval klopt de conclusie niet die u net hebt getrokken.

Sas van Rouveroij

De conclusie is dat een nagestreefd evenwicht structureel moet zijn. Het mag niet, zoals de heer Vereeck vaak stelt, zuiver nominaal zijn. Ik zal zo dadelijk aantonen dat het hier een gecamoufleerd evenwicht betreft en dat dit in feite een structureel ongezonde begroting is.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer van Rouveroij, indien u de woorden van de heer Vereeck bijtreedt en herhaalt, bent u al minstens met twee. Dit betekent echter niet dat u gelijk hebt. Bent u het met me eens dat de Hoge Raad van Financiën heeft geadviseerd zo snel mogelijk een nominaal evenwicht te bereiken?

Sas van Rouveroij

Nu is toch een spraakverwarring ontstaan. Indien we het nominaal en structureel evenwicht binnen de door de Hoge Raad van Financiën gedefinieerde context bekijken, zeggen wij in feite iets anders. We zijn niet voor een structureel systeem dat, zoals de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) stelt, soms een deficit aanvaardt en op momenten van groei wat reserves en buffers inbouwt.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer van Rouveroij, bent u daar niet voor?

Sas van Rouveroij

Wij zijn voor een structurele afbouw van het overheidsbeslag. Dit zijn de drivers van de begroting. Voor het overige is een begroting inderdaad een raming. Het is cijferspelletje. Wij maken ons vooral zorgen om de drivers van die cijfers, de kosten die daarachter schuilgaan.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer van Rouveroij, bent u het eens met het verslag van de Hoge Raad van Financiën, die ons aanraadt naar een nominaal evenwicht te streven?

Sas van Rouveroij

Wat de cijfers betreft, moet het in een nominaal evenwicht resulteren.

Minister-president Kris Peeters

Zijn we er tijdens de begrotingscontrole in geslaagd een nominaal evenwicht in de begroting 2012 te brengen?

Sas van Rouveroij

Neen. Er is een tekort van 406 miljoen euro.

Minister-president Kris Peeters

Dat is niet juist.

Sas van Rouveroij

Minister-president, u zult zo dadelijk horen hoe we daartoe komen.

De voorzitter

De heer Van Rompuy heeft het woord.

Eric Van Rompuy

Indien we met een nulgroei of lichte negatieve groei een evenwicht weten te bewaren, zorgen we eigenlijk structureel voor een conjunctureel surplus. Indien we bij de nulgroei een trendgroei van ongeveer anderhalf procent nemen, mag het tekort gerust tot 250 miljoen euro of 300 miljoen euro oplopen.

Ik begrijp de redenering van de heer van Rouveroij absoluut niet. Ik heb naar de verschillende analyses geluisterd. Indien we met een nulgroei zitten en de structurele begrotingsnorm rekening houdt met de conjunctuur, zouden we een tekort van 250 tot 300 miljoen euro mogen hebben. Ik ben zelfs nog voorzichtig. (Opmerkingen van de heer Koen Van den Heuvel)

We zitten met een nulgroei. Volgens de prognoses zou het zelfs om een lichte negatieve groei met 0,1 procent gaan. Dit levert echter een structureel overschot op. Zo moeten we dat vertalen. Zelfs als we naar de eenmalige opbrengsten kijken en een gemiddelde economische groei van 1,5 tot 2 procent nemen, komen we uit op 400 tot 450 miljoen euro. Dat is een nominaal evenwicht. Bij een nulgroei is structureel alles in orde.

Sas van Rouveroij

Ik wil even een babylonische spraakverwarring vermijden. Begrotingstechnisch gezien, slaan termen als ‘nominaal’ en ‘structureel’ zuiver op de cijfers. Gaan we nominaal naar nul? Is het structureel mogelijk tijdens mindere periodes wat meer toe te laten en tijdens betere periodes iets opzij te zetten? Dat is niet het debat dat ik hier wil voeren. We zijn het erover eens dat we een nominaal en geen structureel evenwicht willen. Dit betekent dat we 0 euro op het bord willen zien staan.

Ik gebruik de term ‘structureel’ hier in de taalkundige betekenis.

Ik verklaar me nader. Als deze Vlaamse Regering gaat voor 6 procent vermindering van het aantal ambtenaren, dan vinden wij dat een structurele maatregel, en dat is goed. Maar we antwoorden daarop: “Dat is goed, maar niet goed genoeg.” We hebben het hier al eens uitgelegd. Wat wij willen als Vlaamse liberalen, is het terugschroeven van het overheidsbeslag, dat nu op 53 procent van het bbp zit, tot het niveau van de ons omringende landen. We moeten dan in de richting van 48 à 47 procent gaan. Een vermindering van 6 procent van het aantal ambtenaren is goed, maar niet goed genoeg, want we geraken op die manier niet in de buurt van de ons omringende landen.

Dat bedoel ik met structurele maatregelen: het ingrijpen op de ‘drivers’ die leiden tot de cijfers. Ik heb het dus over de taalkundige term ‘structurele sanering’, niet over het begrotingstechnisch begrip, want daarover zijn we het eens, dat moet nominaal zijn.

Lode Vereeck

Voorzitter, ik denk dat we ondertussen begrepen hebben dat de heer van Rouveroij het inderdaad over een andere vorm van ‘structureel tekort’ heeft.

Collega’s, als u het hebt over een structureel tekort en u daarbij verwijst naar het voorstel van de SERV, dan zouden wij onder de huidige conjunctuur zelfs een tekort mogen hebben van 136 miljoen euro. Maar daar zijn drie voorwaarden aan verbonden, en die geef ik ook even mee.

Ten eerste betekent het dat er ook de nodige overschotten moeten worden geboekt als het conjunctureel beter gaat. Het regeerakkoord zegt, minister, dat u dat niet zult doen. Aan die voorwaarde is dus al niet voldaan.

Ten tweede is het natuurlijk ook zo dat de eenmalige inkomsten ook moeten worden gebruikt voor eenmalige uitgaven. Ook dat doet u niet, u gebruikt de eenmalige inkomsten voor recurrente uitgaven.

Ten derde moet er ook een duidelijk pad zijn voor schuldafbouw, want zelfs in het tekort dat de SERV naar voren schuift – dus met een klein nominaal tekort, maar structureel gezond – zit wel een schuldafbouwpad van 70 miljoen euro. Zelfs in conjunctureel barre tijden is er schuldafbouw.

We moeten dus inderdaad goed oppassen dat we al die begrippen niet door elkaar gebruiken. Daar wou ik even voor waarschuwen.

Minister Geert Bourgeois

Ik noteer dat de heer van Rouveroij zegt dat hij het goed vindt dat we het aantal ambtenaren verminderen. Ik heb voorheen echter nooit het pleidooi gehoord dat het sneller, beter en meer moet. (Opmerkingen van de heer Sas van Rouveroij)

Mijnheer van Rouveroij, als er één regering is die hier werk van maakt, dan is het deze regering. We gaan in 2014 naar 6 procent minder ambtenaren. Ik kan u verzekeren dat we op schema zitten. We zitten nu op 3 procent minder. Daarbovenop zijn de apparaatskosten door deze regering structureel aangepakt door de niet-indexering van alle niet-loonkredieten consequent in 2010, 2011 en 2012 niet door te voeren. Daarbovenop is er een besparing op de loonkredieten van 4 procent, een besparing van de apparaatskredieten van 7,5 procent en de bijkomende besparing in 2012 waar ik het daarjuist over had in mijn repliek op de opmerkingen van de heer Tack.

U vindt dit niet goed genoeg. Het is een stap die gezet wordt, structureel, om het overheidsapparaat te verminderen. Als u natuurlijk zegt dat u het over het overheidsbeslag in het algemeen hebt, dan moet u dat in de context bekijken van de totaliteit van het land en moet u het afzetten tegenover de fiscaliteit. Het Vlaamse niveau staat slechts in voor een klein deel van de fiscaliteit; we zijn dus grotendeels aangewezen op dotaties. We hebben een beweging ingezet om tot structurele saneringen op dit vlak te komen. Ik verwijs ook naar wat we beslist hebben met betrekking tot de afbouw van de terbeschikkingstelling (tbs). Dit zijn maatregelen die structureel genomen zijn en die later recurrent, blijvend, hun weerslag zullen hebben.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Voorzitter, ik zou gewoon even het volgende aan minister Bourgeois willen vragen omdat hij ook minister van Binnenlandse Aangelegenheden is. Ik zou willen vragen of hij eens zou willen nagaan hoeveel ambtenaren er de laatste jaren bij gekomen zijn bij alle steden en gemeenten ten gevolge van de vele convenants en overeenkomsten. Er worden functionarissen bij de vleet aangeworven door de steden en gemeenten. Dat is een bevoegdheid van Vlaanderen, misschien moeten we daar ook eens saneren.

Minister Geert Bourgeois

U raakt een zeer gevoelig punt aan. Als de minister van Binnenlands Bestuur op dat vlak maatregelen aan de gemeenten zou opleggen, dan barst de bom. Dat behoort tot de gemeentelijke autonomie. Dat punt komt bijna wekelijks in de commissie aan bod. Mijn boodschap voor de lokale besturen luidt: ook daar moet worden gesaneerd. Ik heb het ook gezegd in het debat over de resultaten betreffende het Europees Systeem van Nationale en Regionale Rekeningen (ESR), dat is ingeleid door de heer Van Rompuy. Ik heb de lokale besturen opgeroepen om te blijven investeren, want zij zijn de grootste openbare investeerder, en ook om hun werkingskosten aan te pakken. Uit het hoofd kan ik zeggen dat de nominale groei van de gemeentelijke ontvangsten tijdens de afgelopen jaren 0,5 procent is, maar de apparaats- en loonkosten stegen in die periode met meer dan 3 procent.

Zij moeten dus hun verantwoordelijkheid opnemen. Dit is de eerste Vlaamse Regering die hen daarbij helpt. De planlasten worden weggewerkt. Het Planlastendecreet is goedgekeurd. Er zijn twaalf of dertien sectorale decreten die dat decreet uitvoeren. De lokale besturen worden verlost van de planlasten. Zij moeten niet langer voor ons en voor Brussel die plannen en rapporten opstellen. Ook in het komende gemeentedecreet zitten structurele maatregelen die de gemeenten toestaan om te besparen. Maar voor de rest zijn zij autonoom. Vlaanderen bewaakt het budgettaire evenwicht, en dat wordt nog aangescherpt. Op dat vlak zullen wij, dankzij een nieuwe beleids- en beheerscyclus, tot de Europese top behoren. Wij kijken naar het evenwicht op lange termijn; naar de ESR-matige evenwichten van de gemeentebesturen. Daarnaast is er een beweging bezig naar meer autonomie, maar ook naar meer verantwoordelijkheden voor de gemeenten. Wij geven meer autonomie en schaffen de planlasten af, maar bewaken de budgettaire orthodoxie en scherpen die ook nog aan.

Sas van Rouveroij

Minister, neem dit niet als een impliciet verwijt, maar u was misschien niet in het halfrond wanneer ik hier uit de doeken heb gedaan wat Open Vld bedoelt met een structurele afbouw van het ambtenarenkorps. De voorzitter kan dat bevestigen, en wellicht kan ook de heer Sannen dat, want ik meen mij te herinneren dat hij op mijn uiteenzetting heeft gereageerd. Misschien gebeurde dat toen er een punt stond geagendeerd waarvoor u niet onmiddellijk bevoegd bent. Ik zal het nogmaals uitleggen.

Een: de afbouw met 6 procent waarderen wij. Twee: dat is voor ons onvoldoende. Dit is onze redenering. Het totale ambtenarenapparaat van Vlaanderen telt 43.000 eenheden. Slechts 28.000 ervan werken in de perimeter die u rechtstreeks beheerst. Want de VRT en De Lijn zijn, via de verzelfstandiging, de raden van bestuur en de dotaties verantwoordelijk voor het personeelsbeheer; u hebt slechts een indirecte impact. Uw eigen diensten stellen dat elk jaar 1800 ambtenaren uit dienst treden. Zij doen dat niet omdat wij hen daartoe dwingen, maar vrijwillig, of omdat zij met pensioen gaan.

Als men de helft van de vertrekkers niet vervangt, dan vermindert het ambtenarenkorps elk jaar met 900 eenheden, of met 2700 eenheden in 2012, 2013 en 2014 samen. Dat is 10 procent van het bestand dat u beheerst. Dat is een structurele maatregel die Open Vld bepleit. 6 procent is een goed begin, maar zo haalt u de meet niet. Er zijn natuurlijk nog andere, wel tientallen structurele maatregelen nodig, onder meer als een uitvloeisel van een kerntakendebat. Want hoe zult u in godsnaam uw 6 procent – of mijn 10 procent – op een maatschappelijk verantwoorde manier tot stand brengen als u niet voorafgaandelijk een kerntakendebat voert waaruit blijkt wat uw prioriteiten zijn, welke diensten zullen worden ondersteund en waar u de afvloeiingen niet lineair zult doorvoeren. Dat kerntakendebat wordt door de Vlaamse Regering niet gevoerd.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer van Rouveroij, ik herinner me dat u dat al hebt gezegd, maar ik heb toen, samen met minister Bourgeois, onderstreept dat het onuitvoerbaar is. Stel dat heel wat ingenieurs van het Agentschap Wegen en Verkeer op pensioen gaan, denkt u dan dat minister Crevits die gewoon niet kan vervangen? Dan is er een tekort aan ingenieurs. Met alle respect, dat is zo’n eenvoudig, zelfs – als u mij toestaat – infantiel voorstel, dat in de praktijk volstrekt niet uitvoerbaar is.

Sas van Rouveroij

Minister-president, vindt u dat nu taalgebruik: ‘infantiel voorstel’? Wil ik u eens zeggen wat daarover staat in de Van Dale en hoe dat overkomt? Vindt u dat uw ambt waardig?

Minister-president Kris Peeters

Als dat zo overkomt, neem ik het terug, geen probleem.

De voorzitter

Minister-president, de heer van Rouveroij heeft het woord en daarna krijgt u het wederwoord, anders wordt het hier een Babylonische spraakverwarring.

Sas van Rouveroij

We kunnen op een behoorlijke en stijlvolle manier met elkaar van mening verschillen. Dat gebeurt met veel van uw ministers. Ik ben het vaak niet eens met minister Bourgeois of minister Muyters, maar dat taalgebruik heb ik van hen nog niet gehoord. Ik wil u vragen om het goede voorbeeld te geven. (Applaus bij Open Vld)

Minister Geert Bourgeois

Mijnheer van Rouveroij, ik wil beklemtonen dat u nu, in de oppositie, hebt gezegd dat het meer moet zijn. Maar lineair niet vervangen wie met pensioen gaat, kan niet. Dat leidt tot onbestuurbaarheid. In een aantal departementen en beleidsdomeinen zal er te weinig mankracht of vrouwkracht aanwezig zijn.

Wat wij doen met die 6 procent, is zeer structureel en vergt heel wat inspanningen. Het gaat inderdaad geleidelijk, maar we hebben de topambtenaren mee en zij voeren dat uit. Het kerntakendebat nog eens voeren, is al geprobeerd door vorige regeringen. Ik heb besloten om mij daar niet in vast te rijden. Je kunt er heel grote debatten over voeren en er grote studies aan wijden, dat is al ooit gebeurd. Het enige dat nu gebeurt, en deze regering doet het, is structureel het apparaat verminderen en de kosten afbouwen. Wij doen meer met minder. Wij doen het beter. Dat brengen we als boodschap en dat doen we ook.

Sas van Rouveroij

Ik ben geen kruidje-roer-mij-niet. Sabel me neer met argumenten, maar niet met beledigend taalgebruik.

Collega’s, voorzitter, dat deze regering er niet in slaagt om structurele hervormingen tot stand te brengen, is het gevolg van het ontbreken van een gemeenschappelijke wil om die ingrijpende hervormingen door te voeren. De regering wordt verlamd door interne tegenstellingen.

Deze begrotingscontrole werd aangekondigd als ‘a hell of a job’, maar is toch maar weer eens een kaasschaafoefening geworden: bijeenharken en bijeenschrapen van middelen, zonder noemenswaardige visie en zonder ingrijpende structuurwijzigingen. Deze budgetcontrole gaat over een zoektocht naar 544 miljoen euro. Waar worden die gevonden? De bevriezing van niet-loonuitgaven: 77 miljoen euro. Aanwending van buffers: 129 miljoen euro. Oversijpelingseffecten 2011 ­– mooi taalgebruik – inclusief een raming van de onderbenutting: 175 miljoen euro. Uitstel decreet Sociale Bescherming: 30 miljoen euro. Som van kleine ingrepen: 59 miljoen euro. Belastingingrepen: 90 miljoen euro. Als je dat samentelt, kom je op 560 miljoen euro. Dat geeft een verschil van 16 miljoen euro, die dan een ‘conjunctuurbuffer’ heet, hoewel die nauwelijks die naam waardig is, want die is goed voor amper 0,08 procent groeivertraging.

Collega’s, wie kan hierin ingrijpende structurele keuzes herkennen die Vlaanderen de noodzakelijke ruimte moeten verschaffen voor de financiering van sommige of misschien zelfs alle usurperende bevoegdheden, voor de financiering van de 54 miljoen euro bijkomende pensioenlasten en voor de financiering van het Vlaamse aandeel in de federale inhouding van 4 miljard euro bij de overdracht van de nieuwe bevoegdheden ingevolge de zesde staatshervorming?

Door ons voor te bereiden zou Vlaanderen tenminste het signaal geven dat we de nieuwe bevoegdheden enthousiast zullen onthalen. Door geen enkele provisie, geen enkele buffer aan te leggen, is het echter net of de Vlaamse Regering ervan uitgaat dat de zesde staatshervorming niet geïmplementeerd zal geraken. Dit stilzitten is gaandeweg zo opvallend, minister-president, dat ik op zoek ben gegaan naar een mogelijk motief. Voor minister Muyters ligt dat voor de hand: de zesde staatshervorming zint zijn partij niet, dus wordt ze ook niet voorbereid. Maar voor de medeondertekenaars CD&V en sp.a ligt dat heel wat gevoeliger, zodat ze minstens lippendienst bewijzen aan het gesloten akkoord.

Minister-president, de houding van de N-VA komt u goed uit. De Vlaamse Regering neemt nu al haar toevlucht tot belastingverhogingen, zoals de miserietaks. Wat zal het dus worden als in de komende jaren veel meer geld, meer dan 1, misschien zelfs 2 miljard euro moet worden gevonden?

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer van Rouveroij, wat u hier zegt, is volstrekt onjuist. Ik let op mijn woorden, het is uit respect, want ik waardeer u zeer. Het is niet mijn bedoeling u persoonlijk te beledigen, dat zal ik nooit doen. Mocht dat daarstraks zo zijn overgekomen …

Sas van Rouveroij

Dat is zo overgekomen.

Minister-president Kris Peeters

… dan trek ik dat terug.

Wat u nu hebt gezegd, is volstrekt onjuist. Ten eerste, we hebben fiches laten maken door onze administratie. We kijken nog altijd uit naar de fiches die door de federale overheid zouden zijn gemaakt. We hebben die nog altijd niet mogen ontvangen. Ten tweede hebben we zeer constructief meegewerkt aan een aantal federale werkgroepen, zowel wat de usurperende bevoegdheden betreft als andere discussies.

Ik geef een voorbeeld betreffende de responsabiliseringsbijdrage voor de ambtenaren. Er wordt een bijdrage gevraagd, ook voor 2012. Wat blijkt nu? Nu blijkt dat de wet van 2003 bepaalt dat dat moet gebeuren via een koninklijk besluit. Dat koninklijk besluit moet het jaar voorafgaan waarin de bijdrage moet worden betaald. Als je in 2012 een koninklijk besluit neemt, slaat dat op een bijdrage in 2013. Het is niet mogelijk een koninklijk besluit te nemen in 2012 voor een bijdrage in datzelfde jaar. Dat hebben wij opgemerkt en we hebben gevraagd aan Vincent Van Quikenborne, u niet onbekend, hoe hij dat probleem zal oplossen. Het is een probleem van juridische aard, maar niet onbelangrijk, omdat de wet van 2003 een federale wet is, waarbij de vraag is wanneer je zo’n koninklijk besluit kunt nemen in het jaar voorafgaand aan het jaar 2012. Dat is een praktisch probleem. Men heeft gezegd dat te bekijken, misschien zijn er andere manieren om dat op te lossen.

Maar daaruit besluiten dat we ons niet zouden voorbereiden op de zesde staatshervorming, en een aantal suggestieve, volledig uit de lucht gegrepen zaken poneren zoals een lid van de regering dat niet actief zou meewerken aan de zesde staatshervorming, is volstrekt onjuist.

Sas van Rouveroij

Woorden, woorden, woorden, …

Minister-president Kris Peeters

Vraag maar aan Vincent Van Quickenborne of het klopt of niet over dat koninklijk besluit.

Sas van Rouveroij

We wachten op de daden.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Of de N-VA akkoord gaat met de totaliteit van een akkoord dat het debat ook in Kamer en Senaat moet worden gevoerd? Laat duidelijk zijn dat de N-VA bij monde van mijn partijvoorzitter op de plaats waar u nu staat, mijnheer van Rouveroij, heeft gezegd dat we de verantwoordelijkheid zullen opnemen in het Vlaams Parlement, in de Vlaamse meerderheid en in de Vlaamse Regering om de zaken die overkomen in het belang van Vlaanderen optimaal te implementeren.

Sas van Rouveroij

Ik hoor het graag bevestigd. We wachten dan op de daden die dat aantonen.

Wat we in deze begrotingsaanpassing wel duidelijk kunnen herkennen, is dat N-VA-begrotingsminister Muyters er niet in geslaagd is om het begrotingsevenwicht uitsluitend door besparingen tot stand te brengen. Als we de N-VA federaal bezig horen, dan had ik van een Vlaamse minister van Begroting wel iets anders verwacht.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mijnheer van Rouveroij, het lijkt me uitermate raar dat als we op het einde van 2011 nog een aantal facturen kunnen betalen om de begroting van 2012 eenvoudiger te maken, wetende wat de moeilijkheden zijn, we dat niet in rekening zouden mogen brengen. Het lijkt me raar dat als we buffers aanleggen, onder meer voor de conjunctuur, u vindt dat we dat met structurele maatregelen moeten oplossen en dat we die buffers niet mogen gebruiken. Ik begrijp die stelling niet goed. Ik begrijp heel goed dat u zegt dat het idealiter allemaal zo zou moeten zijn, maar u weet ook dat structurele maatregelen soms wat tijd vragen – ik denk aan de tbs-maatregel – en dat je intussen met eenmalige maatregelen een aantal zaken kunt opvullen om de begrotingsdoelstelling toch te halen. Ik daag de federale en andere overheden uit om op dezelfde manier een nominaal evenwicht te halen in 2012, of misschien zelfs al in 2013, maar geen enkele andere doet het ons na.

Sas van Rouveroij

Minister, de beste buffer is de structurele. Als je zorgt voor een vermindering van het overheidsbeslag, dan heb je zelfs geen buffers nodig zoals je die vandaag creëert van 10, 20, 50 of 100 miljoen euro. Dan ben je gewoon structureel gezond en dan zijn die buffers ook niet nodig om die klapjes of klappen op te vangen.

Mijnheer van Rouveroij, als er eenmaal structurele maatregelen zijn genomen, moeten ze ook nog geïmplementeerd worden. Ik kom er straks op terug. De effecten van structurele wijzigingen zijn er niet van vandaag op morgen. Ze staan wel degelijk in de begroting. Ik daag heel het parlement uit: we hebben de discussie over onder meer de tbs-regeling opgevangen in zijn maatschappelijke en pedagogische relevantie en niet alleen budgettair. Die beslissingen zijn genomen en eenmaal op kruissnelheid zullen ze hun repercussie hebben – zeer structureel – in de begroting.

Mijnheer van Rouveroij, ik denk dat ik het niet goed heb begrepen maar zei u nu dat als er voldoende structurele maatregelen worden genomen, er geen buffers nodig zijn?

Sas van Rouveroij

Als je het overheidsbeslag terugdringt tot 48 of 47 procent – ik zeg maar iets –, dan zul je vaststellen dat je – met een normale conjunctuur natuurlijk en niet met een crisis – geen buffers nodig hebt om ervoor te zorgen dat wat je ontvangt, in evenwicht blijft met je uitgaven. Als je aan de uitgavenkant zeer zware kostendrivers hebt – en de personeelsuitgaven zijn zo’n kostendriver –, dan zul je bij het minste onweer of buitje toch wel genoodzaakt zijn om met een buffertje die paraplu weer op te steken. Het gaat dus over het structureel gezond maken van de kostenfactoren.

Heb ik u niet al heel de tijd sinds ik minister van Begroting ben, horen zeggen dat mijn voorganger altijd al 1 procent van de begroting als een buffer vrijhield voor onvoorziene omstandigheden? Ik zie een contradictie, maar ik kan het fout zien.

Sas van Rouveroij

Neen, dat is correct. We hebben altijd een buffer gehad. Op dat ogenblik was dat – en ik kijk daarvoor naar mijn voorganger – de operatie die voor de Vlaming de meeste zekerheid gaf dat de begroting onder controle bleef en in evenwicht was. U weet dat wij als Open Vld’ers toen en vandaag voorstanders zijn van structurele wijzigingen. Net zoals wij vandaag ook van u kunnen aanvaarden dat u in een coalitieregering ook niet alles kunt doen wat u zou willen doen. We kunnen maar samen het optimale betrachten.

Minister, ik was dus bij de belastingen. Ik ben blij dat ik een gevoelige snaar heb geraakt en dat u die snaar nog altijd voelt. De belasting die u hebt verhoogd, is niet zomaar de eerste de beste. Om het gat te dichten, wil deze regering de miserie die partners die scheiden en hun kinderen overkomt, nog eens flink verhogen.

En geen klein beetje. Het is al eens gezegd, maar ik wil het hier toch nog eens voor alle collega’s herhalen. Voor partners, collega Van Dijck, die ocharme een huisje hebben van amper 150.000 euro en geen kinderen, gaat de taks omhoog met maar liefst 65 procent, van 1500 naar 2500 euro. Is hun huisje het Vlaamse gemiddelde van 250.000 euro waard – collega Sannen, dat zijn geen rijke mensen, ook niet voor de socialisten denk ik – verdubbelt de taks zelfs, van 2500 naar 5000 euro.

Maar geen nood, de Vlaamse Regering heeft haar voorstel sociaal bijgestuurd. Als je een gemiddeld huisje hebt van 250.000 euro en je hebt één kind, dan betaal je maar 80 procent meer dan vandaag. Heb je twee kinderen – je hebt goed gewerkt, je zit al boven het Vlaamse gemiddelde, je zorgt voor de toekomst – dan betaal je maar 60 procent meer dan vandaag. Collega Van Malderen, het resultaat van uw demarche, die moedig was en die door ons al was aangezet, betekent dat bij een gemiddelde verkoopprijs van een woning in Vlaanderen, namelijk 251.000 euro, een koppel zes kinderen moet hebben om goedkoper af te zijn met de sociale bijsturing dan volgens de huidige regeling. Collega Van Malderen, waarop bent u eigenlijk fier?

De enige goede sociale bijsturing is de afschaffing. Daarvoor heeft de Open Vld een amendement ingediend.

Collega’s, met het verdeelrecht – want zo heet deze miserietaks officieel – kom ik naadloos op het volgende thema. Mochten we deze taks kunnen heffen op de regering, dan zou die bijzonder veel geld opbrengen. Maar over deze verdeeldheid maakt de Open Vld zich niet vrolijk. Collega Caluwé, ik apprecieer dat u de humor herkent in wat ik zeg. Het is natuurlijk ook intriest. Er is een lach maar ook een traan, want die verdeeldheid heeft nefaste gevolgen voor Vlaanderen. Ze maakt broodnodige beslissingen onmogelijk of schuift een aantal beslissingen hopeloos lang voor zich uit. Die verdeeldheid betaalt Vlaanderen al te vaak met toegevingen op initiatieven waarop niemand zit te wachten.

Ik som er enkele op. Ik begin niet met de initiatieven waarop niemand zit te wachten, daar ga ik mee eindigen. Ik som enkele dossiers op waar de verdeeldheid Vlaanderen parten speelt. Er is het beleidsveld overheidorganisatie, project interne staatshervorming. De ondertussen uitgevoerde regioscreening maakt duidelijk dat er tussen Dorpsstraat en Hertogstraat een gigantische grijze zone bestaat. Men zegt vaak tussen Dorpsstraat en Martelarenplein of Wetstraat. Wetstraat is het al zeker niet, als we binnen Vlaanderen de vergelijking willen maken, maar Martelarenplein is het ook niet. De vertegenwoordigers van het volk zitten hier, en niet aan het Martelarenplein. Daar zit de Vlaamse Regering. Tussen Dorpsstraat en Hertogstraat dus, is er een gigantische grijze zone ontstaan die Vlaanderen dwingt tot de sanering van dit overheidsbeslag. Minister Bourgeois beseft dat en wil daarmee aan de slag. Maar dat vergt keuzes en dat plaatst de regeringspartijen – dat moet u niet ontkennen – lijnrecht tegenover elkaar, bijvoorbeeld als het gaat over hoe het zit met de provincies. Hoe gaan we ze opladen? Er zijn wel akkoorden rond, maar die akkoorden leiden uiteindelijk niet tot fundamentele keuzes en niet tot een algehele sanering.

Er is het beleidsveld energie, project groenestroomcertificaten. Sp.a wil de factuur voor een deel – volgens sommigen, waaronder Voka, voor een flink deel – doorschuiven naar de bedrijven, terwijl ik ervan overtuigd ben dat andere regeringspartijen die operatie alleszins geen goed idee zullen vinden. Er is nog geen akkoord, we zullen zien wat het vrijdag geeft.

In het beleidsveld van de mobiliteit is er het BAM-project. Minister-president, de besluiteloosheid in dit dossier lijkt me geen betoog te vergen. De Vlaamse Regering heeft zich hopeloos vastgereden in dit dossier.

In het beleidsveld openbaar vervoer is er de rubriek De Lijn. De stijging van de kostendekkingsgraad met 0,5 procent was al maar een schopje om minister Crevits toe te laten het puin van het gratisverhaal te ruimen, maar zelfs met dat kleine schopje heeft sp.a het toch heel erg moeilijk.

In het beleidsveld decreetsevaluatie is er het project van de deregulering. De N-VA heeft het heel graag en ook vaak over deregulering. Ik vraag me af of er de jongste drie jaar al één decreet is opgeheven. Ik denk het niet. Maar goed, als er dan een gelegenheid is om een decreet zoals het Reisbureaudecreet daadwerkelijk af te schaffen, dan gaat de deur op slot, hoe hard ook de oppositie op die deur klopt, zelfs met de steun van CD&V, mevrouw Brouwers, zelfs met de steun van sp.a, mijnheer Roegiers.

In het beleidsveld lokale besturen krijgt de meerderheid de wijzigingen aan het OCMW-, het Gemeente en het Provinciedecreet niet goedgekeurd, omdat er fundamentele meningsverschillen zijn. Ik kan er tientallen opsommen, maar ik zal u daar niet mee belasten. U zult ter zake allicht het zonlicht niet ontkennen: dit is zo duidelijk, zo opvallend. Mijnheer Van Dijck, ik geef er toch eentje, namelijk het voorstel in verband met het oplossen van een mogelijke onbestuurbaarheid van gemeenten. Dat voorstel is absoluut onaanvaardbaar, en ik ben ook blij vast te stellen dat CD&V, en naar ik meen ook sp.a, daar ook wel wat problemen mee heeft.

In het beleidsveld belastingen zijn er de hervormde belasting op de inverkeerstelling en de massieve verhoging van de verdeeltaks. Die doen veel leden van de meerderheid beschaamd wegkijken als we hen daarop aanspreken. Als minister merkt u dat misschien niet, maar wij merken dat wel, onder collega’s. Weinigen zijn daar trots op.

De voorzitter

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois

Mijnheer van Rouveroij, bij uw bedenkingen met betrekking tot het Provinciedecreet, het Gemeentedecreet en het OCMW-decreet is de wens de vader van de gedachte, ofwel leest u te veel kranten. U zult zien wat er gebeurt. Wij zullen die decreetteksten op een normale manier behandelen. We hebben inderdaad bijkomende amendementen gemaakt. Is dat een schande? Is het een schande dat het parlement, dat de meerderheid na hoorzittingen, na opmerkingen van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten ( VVSG) en de Vereniging van de Vlaamse Provincies (VVP) en andere actoren bijkomende amendementen maakt? Wij zijn zelfs zo ver gegaan om een verstandig amendement van u met betrekking tot artikel 194 te incorporeren. Ik heb dat destijds ook al gezegd. Is het een schande dat we in een parlementaire behandeling met akkoord van de meerderheid een aantal zaken wijzigen en bijsturen? Het tegendeel lijkt me veeleer waar. Als u verwacht dat die zaken niet zullen worden goedgekeurd, dan denk ik dat uw gedachten worden aangedreven door uw wensen. Het tegendeel zal blijken.

We gaan heel het debat over de provincies niet voeren. Er zijn duidelijke keuzes gemaakt. Ook wat dat betreft, zal de meerderheid doen wat is afgesproken en zal er een grondige hervorming gebeuren.

Wat decreetsevaluatie betreft, kan ik u helemaal niet volgen. Op aansturen van minister Vandeurzen is er in deze regeerperiode inderdaad één decreet afgeschaft, namelijk dat met betrekking tot de huwelijksbureaus. Voor de rest ben ik zo vrij de bal terug te kaatsen naar dit parlement. Er is een commissie Decreetsevaluatie. Ik vind dat de evaluatie van decreten in eerste instantie een zaak is van de decreetgever. Als minister heb ik één decreet grondig laten evalueren. Welke gevolg daaraan zal worden gegeven, zult u zien in de commissie en het parlement, maar ik geloof dat medestanders en tegenstanders het erover eens waren dat dit voor de eerste keer gebeurde, dat het ging over een grondige evaluatie en dat dit model wellicht, met eventuele bijsturingen, tot voorbeeld kan dienen voor andere evaluaties.

Als u zegt dat de N-VA de grote voorstander is van de deregulering, wil ik dat toch nuanceren. Ik ben een groot voorstander van administratieve vereenvoudiging. Ik zeg vaak dat overbodige regels inderdaad moeten worden afgeschaft, maar het is in eerste instantie aan de decreetgever om aan te tonen welke decreten dan wel zo overbodig zijn.

Er zijn een aantal federale wetten die je zo kunt afschaffen, maar die ook niemand pijn doen. Ze dateren nog uit de jaren stillekes. Als je die afschaft, heb je wat spektakel gemaakt en wat succes geboekt, maar het is niet de essentie van de zaak. Wat wij doen, is tot goede regelgeving proberen te komen. We hebben een reguleringsimpactanalyse (RIA). We hebben wetgevingscellen. We proberen goede wetgeving te maken.

Speel de bal voor wat de evaluatie betreft, dus niet door naar de regering. Dat is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van het parlement. En ik bedoel daar niet persoonlijk de oppositie of u mee.

Minister-president Kris Peeters

Het is de heer van Rouveroij ontgaan dat er ook andere dossiers zijn waar we hard aan gewerkt hebben, die jarenlang hebben aangesleept en die toch in dit parlement goedgekeurd zijn. Gisteren nog is het Wapenhandeldecreet goedgekeurd in de commissie. Hopelijk zal zo snel mogelijk de goedkeuring in de plenaire vergadering volgen. Daar werd in het vorige regeerakkoord al over gesproken. Het is nu gerealiseerd.

We hebben met de vakbonden een akkoord bereikt over de terbeschikkingstelling in het onderwijs. Elk dossier wordt stap per stap aangepakt, ook wanneer dat hier wat discussie vergt. Er is niets verkeerds mee dat de oppositie haar visie geeft, maar daaruit besluiten dat er verdeeldheid heerst, is niet juist. Ik probeer de humor te vinden in uw onverdeeldheidtaks op de Vlaamse Regering, mijnheer van Rouveroij, maar hij ontgaat mij even.

Het Wapenhandeldecreet is een heel goed voorbeeld. De oppositie, met name de heer Caron, heeft daar haar inbreng kunnen doen. We zijn er als Vlaamse Regering in geslaagd om in deze zeer gevoelige materie een decreet goedgekeurd te krijgen. En ik kan zo nog een aantal voorbeelden geven.

Sas van Rouveroij

Ik ga heel graag in op de uitnodiging van minister Bourgeois. Hij stelt terecht dat decreetsevaluatie en het desgevallend opheffen van decreten in hoofdorde een opdracht van het parlement is – maar niet alleen van het parlement, ik denk dat de regering daar ook een opdracht in te vervullen heeft. Laten we ons dus gevat voelen, collega’s, door het feit dat deze minister ons daartoe uitnodigt. Ik steun die uitnodiging. Ik kijk daarbij naar de meerderheid en naar de oppositie.

In die zin heeft de minister al ogenblikkelijk voldoening gekregen wat de Open Vld betreft, want wij hebben amper een week geleden een voorstel ingediend tot opheffing van het Reisbureaudecreet.

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

De heer van Rouveroij noemt de belasting op de inverkeerstelling als iets waar wij als meerderheid beschaamd over moeten zijn. Ik zou niet weten waarom. Het is budgetneutraal. Daar hebben we ook op toegezien. Bovendien gaat het in de richting die we wilden, namelijk een vergroening.

We hebben daarvoor als meerderheid een amendement ingediend in de commissie, dat zeer breed gesteund werd. U zult zich het schaamrood op de wangen van uw collega’s van Open Vld wel herinneren, mijnheer van Rouveroij, toen zij een amendement indienden dat letterlijk hetzelfde was als dat van de meerderheid. Zij hadden dat van een of andere ambtenaar gekregen. Het is goedgekeurd door de meerderheid. Het is mijns inziens een goede regeling. U had eigenlijk dezelfde tekst ingediend.

Sas van Rouveroij

Het gaat mij over de manier waarop, mijnheer Vandaele. (Opmerkingen)

Ik kom tot de initiatieven die de Vlamingen in de maag worden gesplitst, waarop niemand zit te wachten, en die het gevolg zijn van die verdeeldheid. Ik geef drie voorbeelden. Het derde net voor de VRT kwam er uiteindelijk toch, om de sp.a gunstig te stemmen, terwijl Vlaanderen meer nood heeft aan kinderopvang dan aan kindertelevisie. Het Vlaamse Energiebedrijf, een dwergje in reuzenland, werd dan toch opgericht, om de N-VA te behagen, terwijl we beter iets zouden doen voor de verlaging van de energiekosten voor burgers en bedrijven. En ten slotte: als we een beetje pech hebben, zal vanaf volgend jaar de kindpremie het lijstje vervolledigen van weggegooid, maar door de Vlamingen zuurverdiend geld.

Minister-president, collega’s, het debat over de relancemaatregelen is niet alleen een zaak van de Federale Regering. Ook Vlaanderen heeft mogelijkheden om de groei aan te wakkeren. Open Vld dringt er dan ook op aan om de dossiers die enige impact kunnen hebben, snel op de sporen te zetten.

Minister, alleen de sluisdossiers voor de zeehavens van Antwerpen, Gent en Zeebrugge lijken op kruissnelheid te zitten. Dat strekt u tot eer. Het is echter een te schrale oogst voor drie jaar Vlaamse Regering. Ik denk daarbij niet alleen aan het vastgelopen dossier Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM) of aan Uplace, maar bijvoorbeeld ook aan de sociale huisvesting, waar marktpartijen onbeperkt toegang zouden moeten krijgen tot de bouw van sociale woningen. Ik denk ook aan de zorgsector. Ook daar zijn groei-initiatieven best mogelijk. Dat vergt echter nog meer – men doet al een inspanning – het slopen van enkele taboes. Dat vergt inderdaad het onbevangen toelaten en verwelkomen van commerciële initiatieven, mits door de overheid vastgelegde en gecontroleerde kwaliteitseisen.

Het beheersen van de budgettaire krapte vergt moedige en creatieve keuzes. Is deze coalitie daartoe in staat? Ik betwijfel het.

In het federaal parlement richt u, mijnheer Van Dijck, uw belangrijkste geschut op de PS. Welnu, bij elke van deze gemiste kansen zou ik u de vraag kunnen stellen of het de schuld van de PS is. Is het de schuld van de PS dat de jobkorting werd afgeschaft? Is het de schuld van de PS dat de Vlaamse steun voor groene stroom de energieprijzen de hoogte indrijft? Is het de schuld van de PS dat de interne staatshervorming zo’n mager beestje is? Is het de schuld van de PS dat het zo moeilijk is om in te grijpen in De Lijn? Is het de schuld van de PS dat we opgezadeld werden met een derde VRT-net? Is het de schuld van de PS dat vijfhonderd sociale woningen leegstaan en dat het budget voor renovatie op is? Is het de schuld van de PS dat de echtscheidingstaks van 1 naar 2,5 procent wordt gebracht? Ik zou dit lijstje nog heel lang kunnen maken, maar ik zal het u besparen. Het is natuurlijk niet de schuld van de PS, mijnheer Van Dijck.

Collega’s, velen onder ons hebben in de loop van de maand mei het eerste verslag aan de samenleving ontvangen van KBC. De dedicatie bij het verslag luidt als volgt: “In 2008 heeft de financiële wereld een belangrijk deel van het maatschappelijk vertrouwen verloren.” Zeg dat wel. “Bij KBC zijn we vastberaden om dat vertrouwen door onze daden en onze houding volledig terug te winnen. Wij hopen dat dit verslag alvast een stap in de goede richting is.”

Collega’s, Open Vld waardeert dit initiatief van KBC ten zeerste. Dit eerste verslag aan de samenleving is openhartig en leerrijk. Onder het hoofdstuk ‘Hoe zal KBC zijn schulden aan de overheden terugbetalen?’, staat op bladzijde 8: “KBC is de Belgische en Vlaamse overheid – en dus onrechtstreeks de Belgische belastingbetalers – zeer erkentelijk voor die steun. Een eerste schijf van 500 miljoen euro, plus 75 miljoen euro premie hebben wij begin dit jaar al terugbetaald. Het is onze intentie om in 2012 de federale overheid verder terug te betalen. Hoeveel we wanneer precies zullen terugbetalen, zal afhangen van de marktomstandigheden en de mening en goedkeuring van de toezichthouders. We willen er namelijk voor zorgen dat onze kapitaalbasis te allen tijde stevig blijft. Nadien” - gehighlight en onderstreept – “willen we ook de leningen aflossen die we kregen van de Vlaamse overheid. KBC is immers een groep die op eigen kracht verder wil.” Magnifiek. Dat moeten we ondersteunen.

Het is helder en goed geformuleerd Nederlands. Je kunt dus niet anders dan het goed lezen. KBC stelt uitdrukkelijk in 2012 enkel de federale overheid terug te betalen. Er zal dus in 2012 geen euro worden uitbetaald aan de Vlaamse overheid. Welnu, in de oorspronkelijke begroting was daar nog niets van terug te vinden. Ik neem echter aan dat dat in hoofde van de KBC en van de Vlaamse Regering voortschrijdend inzicht was en een voortschrijdende afspraak, waar ik in de commissie al een paar keer naar gevraagd heb, maar waar men onduidelijk over bleef.

Het amendement nummer 1 van de Vlaamse Regering op de middelenbegroting geeft volgens mij uiting aan deze mededeling van KBC, als ik dat amendement ten minste goed begrijp. En dat is prima. Als ik het amendement goed lees, dan zie ik dat er nu een maximale inschatting in die begrotingsaanpassing tot stand is gebracht met betrekking tot de leningsbehoefte. Daarbij wordt abstractie gemaakt van de terugbetaling van KBC. Naar mijn aanvoelen is dat een correcte omzetting van wat KBC hier aan de samenleving meedeelt, namelijk dat er in 2012 geen terugbetaling zal gebeuren aan Vlaanderen.

Dat betekent dat het algemeen begrotingssaldo van de Vlaamse ministeries van een overschot van 1,3 miljard euro wordt omgebogen naar een tekort van 406 miljoen euro. Ik zie u glimlachen, minister Muyters en u kijkt naar de heer Van Mechelen. En terecht, want de heer Van Mechelen heeft u in de commissie al herhaaldelijk gewaarschuwd voor het feit dat dit bijzonder zorgwekkend en symptomatisch is voor een begroting die de indruk wekt evenwichtig te zijn maar in werkelijkheid een structureel tekort vertoont.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Dank u wel, voorzitter, dat u mij even het woord geeft.

Mijnheer van Rouveroij, in dat rapport staat duidelijk dat KBC erkentelijk is dat de federale overheid en Vlaamse overheid in moeilijke tijden zijn bijgesprongen. Voor de Vlaamse overheid ging het om een totaalbedrag van 3,5 miljard euro.

De Vlaamse Regering heeft onderhandelingen gevoerd. Er zijn clausules overeengekomen die sterker zijn dan de clausules die op federaal niveau zijn afgesproken. Dat betekent heel concreet dat er was voorzien in een termijn waarbij de boete op het federale niveau lager lag dan na het verstrijken van die periode. De Vlaamse Regering heeft gemeend dat KBC alle kansen moest krijgen om zich heel snel te herstellen, wat zij ook heeft gedaan. Wij hebben die bank gedurende één jaar de mogelijkheid willen geven om de federale overheid versneld terug te betalen. We hebben dat gedaan in het voordeel van de bank. Ik veronderstel dat u daar geen probleem mee hebt. Door wat u hebt gezegd, geeft u de indruk dat de Vlaamse Regering dat niet had moeten doen.

Sas van Rouveroij

Dat heb ik niet gezegd.

Minister-president Kris Peeters

Wij hebben dat gedaan omdat men op het federale niveau andere overeenkomsten had gesloten dan op Vlaams niveau. Wij hebben beslist dat het federale niveau eerder dan het Vlaamse kon worden terugbetaald omwille van het feit dat de boetepercentages lager liggen indien dit gebeurde binnen een bepaalde periode.

In 2012 zal KBC geen terugbetaling doen van de lening maar wel van de dividenden. Minister Muyters heeft daar tekst en uitleg bij gegeven. Wat dat bedrag van 400 miljoen euro betreft, geeft u een verkeerde voorstelling van de zaken.

Ik wil me verontschuldigen voor de techniciteit maar u, mijnheer van Rouveroij en ex-minister Van Mechelen begrijpen goed dat de terugbetaling van KBC ESR-neutraal is. De terugbetaling en zelfs de penalty fee zijn ESR-neutraal. Het ESR-resultaat wordt niet beïnvloed door de terugbetaling van KBC aan de Vlaamse Regering. Dit heeft geen enkel effect op de ESR-geneutraliseerde begroting.

Als die schuld wordt terugbetaald in 2012, in plaats van in 2013-2014, heeft dat voor de begroting een positief effect omdat we daar wellicht een bijdrage krijgen van KBC, vanaf het ogenblik dat KBC in de toekomst 1 euro dividend uitkeert. Dat wordt ESR-matig wel opgenomen. De bijdrage van KBC van 8,5 procent wordt wel aangerekend in de begroting. Dat is een van de eenmalige inkomsten in de Vlaamse begroting. Wij betalen natuurlijk ook voor de leningscapaciteit. Daar hebt u gelijk. Dat was voorzichtig. Je weet nooit wanneer KBC wel of niet terugbetaalt. Wij wisten dat wij zouden bekijken hoe wij kasmatig zeker zouden rondkomen. Dan lijkt het mij vanzelfsprekend dat wij, voorzichtig, een mandaat zouden vragen voor de leningcapaciteit.

De voorzitter

De heer Van Mechelen heeft het woord.

Dirk Van Mechelen

Voor het verslag herhaal ik nog eens wat wij bedoelen, minister-president. Sommige van de collega’s die begrotingstechnisch nog mee zijn, zullen mij daarin steunen: als u het begrotingssaldo van de ministeries corrigeert met de terugbetaling van de 1,725 miljard euro, die u in uw ontvangsten hebt bijgeschreven en die ESR-neutraal is, dan is uw ESR-saldo natuurlijk positief, maar uw begrotingssaldo in het eigen dienstjaar heeft een structureel tekort van 405 miljoen euro. Dat is meestal de barometer van uw begroting en een signaal dat u zich op één of twee jaar tijd zult vastrijden door het feit dat dat saldo negatief blijft evolueren, ondanks het feit dat we twee jaar geleden de middelen hebben zien stijgen met 2 miljard euro.

Wat betreft de correctie, het is duidelijk dat we er alle belang bij hebben dat we KBC de kans geven om structureel te herstellen. Als men ervoor kiest om eerst federaal terug te betalen en ons jaarlijks een cheque van 297,5 miljoen euro betaalt, zullen we dat met plezier ontvangen. Dat kan uw begroting alleen maar ten dienste komen. Dat is een eenmalige ‘lucky shot’, natuurlijk gecorrigeerd met de kost die we voor die lening moeten betalen. Maar dan rijst natuurlijk ook de vraag dat wij dit jaar de herfinanciering zullen moeten doen van het fameuze Euro Medium Term Note-programma (EMTN). U weet dat wij dat in 2009 hadden afgesloten met een looptijd van drie jaar en vijf jaar. Als ik mij niet vergis, verviel eind maart 2012 de eerste schijf van 1,250 miljard euro. In december komt daar nog eens 200 miljoen euro bij. Minister, u zult dat toch op een andere manier moeten herfinancieren dan was voorzien in de begroting, namelijk met de middelen van de terugbetaling van de KBC-schuld.

Sas van Rouveroij

Zo is dat. Niemand kan het zo helder en met zoveel gezag brengen als de heer Van Mechelen. Geef toe, collega’s, dat dit bij deze nog eens duidelijk is gesteld.

Ik ben het er natuurlijk mee eens. In de meerjarenraming moeten wij natuurlijk voorzien dat de KBC-lening op een bepaald moment moet worden terugbetaald. Maar wij zijn natuurlijk voorzichtig. Wij vragen een mandaat om die leningen opnieuw uit te schrijven. Ik heb hier niets nieuws gehoord. De heer Van Mechelen heeft op dat vlak uitermate gelijk. Ik heb er geen probleem mee om te zeggen dat wij de EMTN-leningen moesten herzien. Met het verslag dat wij aan de commissie geven over het waarborgen- en schuldbeheer komt dat telkens opnieuw glashelder naar voren.

Dirk Van Mechelen

Als ik mij niet vergis, was de eerste schijf van 1,250 miljard euro eind maart 2012 vervallen. Die herfinanciering zal dan gebeurd zijn. Mijn concrete vraag was gewoon: hoe heeft de regering dat gedaan?

Er is een waarborg- en schuldverslag voor 2011 overgemaakt. Ik stel voor dat we naar aanleiding daarvan daarover in de commissie spreken. Natuurlijk werd die lening herplaatst.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Van Mechelen, wij kunnen u die informatie geven. Geen enkel probleem.

Mijnheer Van Rouveroij, het ontgaat mij welk punt u nu wilt maken over KBC.

Sas van Rouveroij

Ik wil een woord van waardering voor de betrokken bank omdat zij inderdaad een poging doet om de samenleving een verslag te geven waarin zij helder en zeer oprecht communiceert. Open Vld zegt daarbij dat wij blij zijn dat deze bank het vertrouwen wil herstellen en inspanningen levert om helemaal uit het diepe dal te kruipen.

Verder leidt deze informatie wel degelijk tot consequenties op het niveau van uw begroting. Dat is net uitgelegd door de heer Van Mechelen. (Opmerkingen van minister Philippe Muyters)

Ik ga niet herhalen wat de heer Van Mechelen net heeft uitgelegd, en al drie keer heeft verteld in de commissie.

Minister-president Kris Peeters

Maar de consequentie is dat we de lening moeten hernieuwen. Daar gaat informatie over gegeven worden, maar dat heeft niets te maken met dat verslag! Dat heeft ook niet direct iets te maken met de KBC as such.

Sas van Rouveroij

Ah nee?! Minister-president, stel u eens voor dat de KBC deze bedragen – de 1,15 als hoofdsom en de 570 als premie – al betaalt, nu in de loop van dit jaar. (Opmerkingen)

Nee, dat doet ze nu niet. Maar dat zou toch wel een consequentie hebben? Dat is toch niet neutraal? Ten eerste, de lening wordt daarmee afgelost en op die manier wordt ze ESR-neutraal, omdat het kapitaal en de premie daarvoor worden aangewend. Ten tweede, de KBC gaat ook geen 8,5 procent intrest betalen op een bedrag dat ze intussen heeft terugbetaald. Dat heeft dus wel degelijk een impact op uw begroting.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer van Rouveroij, zegt u nu dat de KBC ons vroeger moet terugbetalen dan we hebben afgesproken?

Sas van Rouveroij

Neen! Ik zeg alleen maar dat het goed is dat u de beslissingen die door de KBC worden medegedeeld, verwerkt. Maar ze zullen voor volgend jaar ook niet neutraal zijn. Ik zeg u, mocht deze regering eindelijk eens een meerjarenplan maken, dan zou dat zich ontbloten, dat de KBC die 297 miljoen euro betaalt op basis van het uitstaande kapitaal a rato van 8,5 procent. Dank u, KBC, zou ik zeggen. Als dat wegvalt, gaat u voor een andere financiering moeten zorgen.

Minister-president Kris Peeters

Vindt u dat we ‘dank u’ moeten zeggen aan de KBC? De bank die we in de vorige regering gered hebben met een niet onaardig bedrag dat we zelf moesten lenen? U draait het wel even om.

Sas van Rouveroij

Kunnen we toch even zuiver zeggen dat ze 50 procent schade betaalt? En daarbovenop 8,5 procent intrest. Ik weet niet of iemand hier 8,5 procent intrest haalt. Ervaart u het risico op de KBC zo hoog dat u vandaag nog steeds 8,5 procent zou vragen?

Mag ik voor de duidelijkheid en om zeker te zijn dat iedereen elkaar goed verstaat, het volgende meegeven? Mocht de KBC in 2012 terugbetalen, dan zou dat geen effect hebben op de begroting van 2012. De uitkering – ik zal het eenvoudigweg dividend noemen, al is dat niet juist qua benaming – heeft dan natuurlijk een effect op de begroting 2013. De heer Van Mechelen heeft dat al naar voren gebracht. Dat breng ik in de commissie telkens weer naar voren. Daarvan moeten we de intresten die wij voor de lening betalen, aftrekken om het nettorendement te berekenen. Dat zijn eenmalige inkomsten, die wel verschillende keren na elkaar terugkomen.

Zoals de heer Van Mechelen zei. Stel dat men niet terugbetaalt in 2012. Dan krijgen wij, bij uitkering van het dividend aan de aandeelhouders, onze premie van 8,5 procent en zal die in de begroting 2013 kunnen worden opgenomen. Idem dito, als men in 2013 maar een deel terugbetaalt, zal dat een effect hebben op de premie die we krijgen in 2014, maar telkens te corrigeren met de schulden die we niet opnieuw moeten financieren.

De terugbetaling zelf komt niet op de begroting 2012 omdat die ESR-neutraal is, maar ook de premie van 297,5 miljoen euro heeft daar geen enkel effect.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer van Rouveroij, ik heb de indruk dat u de onderhandelingen van de vorige regering – samen met toenmalig minister Van Mechelen – afkeurt, dat u dat te zwaar vindt.

Sas van Rouveroij

Nee, dat is perfect onderhandeld

Minister-president Kris Peeters

Ik heb u misschien verkeerd begrepen, maar u geeft de indruk dat we dat slecht hebben gedaan. De KBC is te zwaar aangepakt, we moeten onze stelling herzien. Is dat uw stelling?

Sas van Rouveroij

Ik herhaal: dank u, KBC. Het is perfect aangepakt. Er is een schadevergoeding van 50 procent en een intrest van 8,5 procent. Dat is niet slecht betaald. Het is goed onderhandeld. Laten we eerlijk zijn. Als die 8,5 procent niet binnenkomt omdat er bijvoorbeeld geen dividendverstrekking zou zijn … maar voor zover mij bekend, heeft de KBC beslist om een principieel dividend uit te betalen van 0,01. De omstandigheden zijn dus al gecreëerd met het oog op de uitbetaling van onze premie, onze intrest, onze rente, hoe u het ook wilt noemen, van 297 miljoen euro.

Zoals ik daarnet al heb gesteld, komt er misschien een moment waarop we dat verlies zullen moeten betalen. Dat zou uit de meerjarenplanning kunnen blijken. Het gaat natuurlijk niet om 100 procent. We moeten hier de kosten van de lening aftrekken. Het gaat om een saldoredenering. Dit is allemaal niet zo neutraal als sommigen laten uitschijnen. We moeten dat goed monitoren. Het eerste amendement zorgt hiervoor.

Ik wil even herhalen dat het eerste amendement uit voorzichtigheid tot stand is gekomen. We moeten hier op een voorzichtige wijze mee omgaan. Bovendien heeft de uitkering van een dividend van 1 euro of van 1 eurocent tot gevolg dat de premie over 2011 in 2012 wordt uitbetaald. De premie wordt pas in 2012 betaald. Dat zal ook in de toekomst nog gebeuren. We hebben nu dezelfde zekerheid als vorig jaar. De afspraak met de Europese Commissie houdt in dat op vijf jaar tijd driemaal moet worden betaald. Wat de uitkering betreft, hebben we enige zekerheid. De principiële beslissing houdt in dat we over die premie beschikken. Indien geen premie aan de Vlaamse Regering zou zijn betaald, zouden we naar de Europese Commissie moeten stappen.

De voorzitter

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Voorzitter, ik luister met stijgende verbazing naar dit debat en vooral naar de uiteenzetting van de heer van Rouveroij. Hij bedankt de banken. Ik wil er toch op wijzen dat we de banken, waaronder KBC, met belastinggeld hebben gered. Het is niet meer dan normaal dat de banken een gedeelte van die schuld vereffenen.

Ik heb die brochure ook ontvangen. Ik heb de stijlbreuk opgemerkt. Ik ben echter niet zo naïef op basis van een enkele brochure KBC te bedanken. De manier waarop de heer van Rouveroij KBC hier verdedigt, doet me bijna denken aan de manier waarop minister Vande Lanotte Electrawinds verdedigt. Wat heeft hij met KBC?

Sas van Rouveroij

Ik heb niets met KBC. Ik wil toch even kort op de woorden van mevrouw Vogels reageren. Indien ik hier dankwoorden uitspreek, redeneer ik vanuit het oogpunt van de Vlaamse Regering. Dit staat los van het debacle dat aan deze situatie is voorafgegaan. Op dat vlak ben ik het eens met mevrouw Vogels. Voor de Vlaamse Regering zorgt dit echter voor een meerontvangst van 50 procent.

De Vlaamse Regering is gelukkig zo verstandig geweest die meerontvangst van 50 procent voor de terugbetaling van de Vlaamse schuld te gebruiken. In die zin wil ik een woord van dank uitspreken. Ondanks de bijzonder ongelukkige omstandigheden, die wij ook betreuren en waarvoor wij ook met een beschuldigende vinger naar de banken wijzen, is het bizarre eindresultaat dat we over 50 procent beschikken. Het gaat hier om het kapitaal dat wij KBC hebben geleend en dat de bank heeft gered. Die bijkomende procenten staan tot onzer beschikking. We kunnen toch niet zeggen dat we dit geld niet moeten hebben. Ik ben in elk geval blij dat de Vlaamse Regering dit voor de eigen schuldpositie gebruikt. Ik kan dit enkel vaststellen.

Tot slot wil ik erop wijzen dat er geen meerjarenplanning is. Ik vind het spijtig dat minister Muyters er even niet is. Ik richt me even tot minister Bourgeois. Hij beheert, als ik het zo mag uitdrukken, 308 steden en gemeenten. Hij is de toezichthoudende overheid.

Minister, in het licht van hun beleids- en beheerscyclus moeten de gemeentebesturen drie jaar vooruitkijken. Kunt u dat bevestigen? Dit betekent dat steden en gemeenten binnen die beleids- en beheerscyclus een meerjarenplan moeten opstellen. Ze moeten ongeveer drie jaar vooruitkijken. Kunt u dat bevestigen of ontkennen?

Minister Geert Bourgeois

Mijnheer van Rouveroij, maak eerst uw punt. Ik zal dan wel een antwoord geven. Ik wil eerst weten welk punt u precies wilt maken.

Sas van Rouveroij

Ik zal de bal daarna naar minister Muyters terugspelen.

Minister Geert Bourgeois

Het standpunt van Open Vld verrast me. Ik wil even niet op de totaal mistige verklaring van de redding van KBC ingaan. De N-VA heeft dat vanuit de oppositie gesteund. Ik begrijp het punt niet. Hoewel we toen in de oppositie zaten, hadden we totaal geen moeite met de goede onderhandelingen die de vorige Vlaamse Regering heeft gevoerd.

Waar ik wel heel verrast over ben, is het volgende. Het werd daarnet al tot uiting gebracht door uw collega en nu zegt u een beetje hetzelfde. Blijkbaar wilt u de gemeentelijke autonomie in vraag stellen! Uw collega zei dat ik moet ingrijpen in het personeelsbeleid van de gemeenten, en nu zegt u dat ik de gemeenten beheer. Ik beheer de gemeenten niet, ik maak regels die ervoor zorgen dat er goed bestuur is.

Maakt u nu maar uw punt, dan zal ik antwoorden.

Sas van Rouveroij

Dan vraag ik een antwoord op mijn simpele vraag of steden en gemeenten in hun beheers- en beleidscyclus moeten vooruitkijken dan wel zich moeten beperken tot het opstellen van een begroting voor het lopende jaar.

Minister Geert Bourgeois

Mijnheer van Rouveroij, zij moeten vooruitkijken. U zou moeten weten dat we met de beleids- en beheerscyclus bovendien veel strengere normen opleggen. Ze zullen moeten aantonen dat ze met het eigen dienstjaar in staat zijn om al hun leningen en al hun investeringen te betalen. Dit ligt in de lijn van wat Europa vraagt met betrekking tot de ESR-aanrekening van de gemeentelijke uitgaven. We verscherpen die zaken nog met de beleids- en beheerscyclus.

Sas van Rouveroij

Zeer juist, minister, ik vroeg hier natuurlijk naar de bekende weg.

Minister Muyters, hebt u het antwoord gehoord van minister Bourgeois? Dus dit moeten de steden en gemeenten doen, maar Vlaanderen niet. Ik zoek nog altijd vruchteloos naar een meerjarenplanning bij deze Vlaamse Regering. Waar is die? De steden en gemeenten moeten er een hebben, dat heeft minister Bourgeois helder uitgelegd en dat was me uiteraard al bekend. Waar is de meerjarenplanning op het niveau van de Vlaamse Regering?

Ik denk niet dat ik daarop moet antwoorden, want de afspraak is gemaakt dat we in het kader van het Rekendecreet samen met de opmaak van de begroting voor 2013 een meerjarenplanning zullen doorsturen. Dat is zo afgesproken.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Voorzitter, ik wil nog een opmerking maken voor het verslag.

Minister Bourgeois, u verwees naar mijn opmerking van daarstraks en u beweert dat ik een pleidooi heb gehouden voor het ingrijpen in de autonomie van de gemeenten en in het personeelsbeleid. Dat klopt niet. U hebt cijfers aangehaald en u hebt willen beweren dat de Vlaamse Regering een sterke personeelsdaling bewerkstelligt in het Vlaams overheidsapparaat. Ik heb gewoon gezegd dat u ook bevoegd bent voor de gemeenten en dat u eens moet bekijken wat daar aan aangroei komt ten gevolge van de vele overeenkomsten en convenants die de Vlaamse overheid afsluit met de gemeenten, maar die als resultaat hebben dat aan gemeenten wordt gevraagd om bijkomend personeel aan te werven. Ik vroeg om daar eens een oplijsting van te maken, om dat eens na te gaan.

Minister Geert Bourgeois

Mevrouw Van der Borght, ik zie u zo een bocht maken. U hebt mij als minister van Binnenlands Bestuur aangesproken over de stijgende personeelsaantallen in de gemeenten…

Vera Van der Borght

Ten gevolge van de zaken die de Vlaamse Regering doet met de gemeenten.

Minister Geert Bourgeois

Dat is een punt waar ik niet voor bevoegd ben. Ik geef u veel kans op succes: doe hier een voorstel om de gemeentelijke autonomie terug te schroeven en we zullen zien waar u komt, dit wordt parlementsbreed niet gesteund. Waar ik wel op toekijk, is het structurele evenwicht, maar voor de rest beslissen de gemeenten autonoom hoe ze de centen besteden. Het is helemaal niet mijn bedoeling om voor te schrijven wat de gemeenten wel en niet mogen doen. Integendeel, we zijn met een totaal andere beweging bezig in onze interne staatshervorming en dat is een goede zaak. Ik ben een ‘communalist’ in hart en nieren. Het is de kiezer die moet oordelen over wat de gemeentebesturen doen. Ik kan niet – zelfs als ik dat zou willen, wat u schijnt te suggereren, maar we zullen de juiste tekst van uw opmerking nog zien – en wil ook niet ingrijpen in die zaken, in die personeelsbestanden, dat is een zaak van gemeentelijke autonomie.

Sas van Rouveroij

Minister-president, uw begroting is zo lek als een vergiet. Uw schip maakt niet alleen water en daardoor haalt het geen snelheid, het vaart ook geen enkele koers. Dat is erg spijtig. Ook Open Vld zal niet voor deze begrotingsaanpassing stemmen. (Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, minister-president, ministers, collega's, mijnheer Sannen, u hoeft niet bevreesd te zijn: mijn uiteenzetting zal geen 70 minuten duren. Mijnheer van Rouveroij, mijnheer Tack, en ook andere leden van de oppositie: ik sta vol bewondering voor jullie. Want jullie slagen erin om het debat naar aanleiding van de Septemberverklaring helemaal over te doen, met het argument dat de cijfers niet accuraat genoeg zijn. Het is reeds uitvoerig door anderen gezegd: dat wij hier over de begroting 2012 debatteren, heeft in hoge mate te maken met het feit dat de toestand op het terrein snel evolueert. De cijfers evolueren voortdurend, terwijl de regering, het parlement en de meerderheid hebben afgesproken om zo snel mogelijk een eerste controle door te voeren. En die controle ligt hier op tafel.

Wat wij hadden vooropgesteld, wordt gerealiseerd: een begroting in evenwicht. Ik ben nog niet zo lang lid van de commissie Financiën en Begroting. Ik heb al wel wat meer ervaring met het maken van begrotingen van lokale besturen. Steeds opnieuw frappeert het dat bij de opmaak van een begroting – in een gemeente, maar ook hier, in het Vlaams Parlement –, wanneer de rekeningen worden voorgelegd en de balans wordt opgemaakt van wat de ramingen hebben opgeleverd, het vaak oorverdovend stil wordt. De grote voorspellingen dat men zal ontsporen en dergelijke verdwijnen dan, al kan men soms veroordelen wat ooit is vooropgesteld.

De ambities van deze Vlaamse Regering en deze meerderheid zijn ook op het budgettaire vlak zeer duidelijk. De heer van Rouveroij bracht een litanie over de spanningen in de meerderheid. In het regeerakkoord staan onze afspraken, maar daarnaast blijken wij drie verschillende politieke partijen te zijn, met elk hun eigen gevoeligheden en visie. Maar wij hebben wel de stellige ambitie om gezamenlijk deze rit van vijf jaar uit te doen.

Ik zou ook een bloemlezing kunnen geven van interne strubbelingen binnen de partijen zelf. Ik was zo-even aan het surfen – al mag dat niet van de voorzitter – en stelde vast dat ook binnen de partijen grote onenigheid heerst. Misschien zal dat nog blijken wanneer de oppositie de meerderheid aan de toets van de eensgezindheid over de verdeeltaks wil onderwerpen.

Back to basics, en terug naar de discussie zoals die moet worden gevoerd. De zogenaamde virtuele cijfers van september zijn bijgewerkt, op basis van de gegevens van februari. Abstractie makend van de bijzaken die hier al aan bod zijn gekomen, stel ik vast, tot spijt van wie het benijdt, dat voor de N-VA vijf of zes hoofdzaken in deze budgetcontrole erg belangrijk zijn.

Vooreerst, we blijven het herhalen, is het een budget in evenwicht. Dat is niet zo evident. Sommigen zeggen dat we er heel wat miljarden bij hebben gekregen. Ze goochelen soms met cijfers en hebben het over 3 miljard euro op drie jaar tijd. Maar dan vergeten ze erbij te vertellen dat, als we vier jaar teruggaan, die plus 3 miljard euro maar plus 1 miljard euro is, want 2009 was goed voor min 2 miljard euro. Als het allemaal zo eenvoudig is, hoe komt het dan dat Vlaanderen de enige entiteit is die daarin slaagt? Met deze begrotingscontrole reageren we snel op gewijzigde economische paramaters.

Hoofdzaak twee, een ‘structureel’ of een ‘nominatief’ evenwicht, what’s in a name? Het debat is deels al gevoerd. Voor onze fractie is dit een begroting in evenwicht. Ik wil de discussie niet overdoen, maar ik vraag van sommige leden van de oppositie wel een consequente houding. Soms krijgen we de kritiek dat je in tijden dat het slecht gaat misschien wel wat schulden mag maken. Sommige leden hanteren die thesis op dit moment. Maar dezelfde dag of een paar dagen later hoor je dezelfde mensen in dit parlement verklaren dat we ons moeten voorbereiden op tijden die nog slechter zullen zijn. Wanneer moeten we dan afstappen van dat evenwicht en de weg hanteren van een structureel evenwicht? Blijkbaar toch niet nu, want overmorgen wordt het nog slechter. Als je ingaat op alle kritieken die worden gegeven op deze begroting 2012, als je op alle slakken zout legt, kom je met een ongeloofwaardig verhaal, maar dat is niet direct mijn probleem.

Een derde hoofdzaak is dat in deze begrotingscontrole, collega’s, wel degelijk moedige structurele keuzes zijn gemaakt. Wie deed het ons voor? Er is een afbouw van tbs, die ten volle tot zijn recht kan komen en zal worden geïmplementeerd. Ik herinner me nog heel goed dat we in de periode van nine eleven in 2001 voor de eerste keer de tbs-regeling wijzigden, toen nog de 55-plusregeling, om naar 58 jaar te gaan, met toenmalig minister van Onderwijs Marleen Vanderpoorten. Dat was aartsmoeilijk. Nu hebben we die operatie kunnen voortzetten naar een volledige afschaffing, zij het met een uitzondering voor het kleuteronderwijs. We spelen in op de tijdgeest, op wat maatschappelijk nog kan, niet alleen budgettair. We hebben ook maatschappelijk aan aantal pedagogische keuzes gemaakt.

Hoofdzaak vier is dat we deze budgetcontrole in grote mate hebben gedaan door te snoeien in de uitgaven. De extra inkomsten, de zogenaamde grote extra belastingen, zijn in deze budgetcontrole echt wel minimaal.

Een vijfde hoofdzaak is dat deze begrotingscontrole de maximale kansen op investeringen voor de economische groei vrijwaart. Ik denk aan het groeipad O&O en aan scholenbouw. We moeten dit ook kunnen bekijken binnen wat Europa vraagt: een budget in evenwicht en saneren, maar ook een gezond evenwicht vinden met het stimuleren van groei. Dat is voor onze fractie in deze begrotingscontrole zeker aanwezig.

De zesde belangrijke hoofdzaak is dat we ons er goed van bewust zijn – de regering heeft er al op ingespeeld – dat de begrotingsaanpassing van februari die hier nu wordt besproken, ook weer geen eindpunt is. We blijven constant monitoren hoe het met onze financiën is gesteld. De tweede begrotingscontrole is ondertussen ook door de regering behandeld. Op die manier blijven we onze basisdoelstelling vooropstellen: een budget in evenwicht om de toekomst voor te bereiden. Wat de begroting 2012 betreft, zal het finale oordeel weer kunnen worden gegeven op het moment dat de rekening 2012 wordt afgesloten. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Sannen heeft het woord.

Ludo Sannen

Voorzitter, ministers, collega’s, gisterenmorgen aan de ontbijttafel heb ik me de bedenking gemaakt dat we als Vlaams Parlement en als Vlaamse Regering gelukkig mogen zijn omdat de media, bijvoorbeeld ‘Voor de dag’, ons voortdurend bewust maken van het onheil dat komen gaat: de pensioenen die we in de toekomst tot ons moeten nemen, de usurperende bevoegdheden, de komende staatshervorming; het zou kunnen dat we dat anders vergeten. Nochtans hebben we het al een paar keer herhaald, maar de media nemen hun maatschappelijke verantwoordelijkheid om, met de hulp en de inspanning van de heer Vereeck – ik wil hem danken dat hij daarvoor telkens zijn ochtend wil opofferen – ons dat nog eens duidelijk toe te lichten.

Alleen het liedje dat daarna wordt gespeeld, begint me een beetje te vervelen. Het is de mantra van overschotten, van buffers die moeten worden gecreëerd, en telkens opnieuw wordt hetzelfde plaatje gespeeld en het begint wat grijs te worden. Het is natuurlijk uw manier, mijnheer Vereeck, en de manier van LDD, en ook die van Open Vld, om de inspanningen die deze Vlaamse Regering doet, te minimaliseren. Dat kun je proberen, maar je kunt toch niet ontkennen dat in de macro-economische omstandigheden waarin we nu leven, in een economische situatie waarin België en heel Europa is terechtgekomen, in de eurocrisis waarin we zitten, een begroting in evenwicht indienen op dit moment een huzarenstukje is, zeker als je naar alle begrotingen kijkt in de ons omringende landen, die allemaal met een tekort eindigen.

Die inspanningen kan Vlaanderen doen en doet Vlaanderen. We snoeien in onze overheid, we snoeien in ons ambtenarenapparaat, maar we gaan niet mee in uw roep, mijnheer van Rouveroij, om alsmaar strenger te worden en verder te gaan, want tegelijk moet een kwalitatief Vlaanderen ook een goede dienstverlening blijven organiseren.

Het is het evenwicht dat we moeten zoeken. Deze begroting is in evenwicht, en probeert ook het evenwicht tussen besparen en groeien te stimuleren. Daarom snoeit deze begroting niet in nieuwe uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling, daarom denkt deze begroting wel na over hoe we onze nieuwe industriële ontwikkeling vorm kunnen geven, over hoe we onze middelen efficiënter kunnen inzetten. Daar gaan we wel mee door.

Tegelijk willen we bezuinigen door structurele maatregelen te nemen, denk aan tbs. Dit evenwicht is een gezonde keuze tussen kansen geven aan economische ontwikkeling in Vlaanderen, en efficiënt omgaan met onze middelen, zonder in een beleid van ‘austerity’ te vervallen, die uiteindelijk heilloos is.

Als we de Europese context zien waarin sommige landen gedreven worden tot besparingen en de effecten daarvan vaststellen, denk ik dat het goed is dat Vlaanderen niet meegaat in het verhaaltje van meer buffers en potjes en dus eigenlijk nog meer besparen. Hierdoor wordt het vertrouwen van de investeerder en de consument misschien aangetast waardoor uiteindelijk de investeringen en de groei wordt afgeremd. Stiglitz, Krugman en De Grauwe geven dezelfde bemerkingen. Stiglitz zegt dat er in de geschiedenis geen enkel voorbeeld bestaat van een grote economie die herstelde door besparingen. Ik geloof ook niet dat Vlaanderen, indien het verder zou gaan dan het evenwicht dat het nu nastreeft, daar beter van zou worden.

Gisteren konden we nog lezen dat het consumentenvertrouwen weer wat toenam. Dat is positief voor een economische ontwikkeling. Het vertrouwen van beleggers is, ook in België en in Vlaanderen, gestegen. We kunnen op de internationale markt lenen aan voorwaarden die goed zijn. We hebben een begroting die geloofwaardig is zonder groei af te remmen en zonder te veel op de koopkracht in te leveren. Dat is essentieel. Al diegenen die vragen om bijkomend te bezuinigen, zijn heilloos bezig, want ze belemmeren een groei. Laten we duidelijk zijn: 1 procent groei creëert een massa mogelijkheden om in de toekomst de uitdagingen die misschien op ons afkomen – ook de budgettaire –, te helpen financieren. Dit is de juiste keuze en niet de keuze die Open Vld en LDD naar voren schuiven. Als we groei niet blijven stimuleren, als we geen middelen vrijmaken – ook voor grotere infrastructuurwerken, ook voor onderwijs, ook in de welzijnssector, en ook in O&O – dan krijgen we in de toekomst een begroting in onevenwicht, niet omdat we geen potjes hebben aangelegd, maar omdat we niet bijdragen tot een economische groei die noodzakelijk is voor de noodzakelijke inkomsten.

Een ander element is de virtualiteit van de begroting. Een begroting is altijd virtueel. Een begroting vertrekt van parameters en gegevens op een bepaald moment, schrijft verwachtingen in, schrijft mogelijke uitgaven en beleid in in cijfers. Dat is een begroting. Als je in een context leeft waarin parameters en cijfers heel snel wijzigen – en tussen 2008 en nu zijn er ontzettend veel wijzigingen geweest en bijsturingen nodig geweest –, heb je misschien een begroting die iets meer virtueel is dan in een veel stabielere economische context.

Er is een probleem als je de begroting niet voldoende monitort en niet voortdurend bijstuurt omwille van parameters, omstandigheden en situaties die wijzigen. Deze begrotingscontrole is een bijsturing. Deze begrotingscontrole moet geen aanleiding geven tot het grote debat over beleidskeuzes van deze regering. Dat doet misschien de volgende begrotingscontrole. Deze begrotingscontrole doet wat ook de oppositie vraagt: de begroting monitoren, uitgaven bijsturen zodat het evenwicht bewaard blijft. Dat doen we met deze begrotingscontrole.

Je kunt je misschien vragen stellen bij het moment waarop we begrotingen indienen en bespreken in het parlement. Ook in het federale parlement moeten we dit eens onderzoeken. Hoe blijven we dit congruent houden met de opdrachten die bijvoorbeeld vanuit Europa komen? De aanmelding die in Europa voor 1 april moet komen, levert al een andere dynamiek op.

Willen we dat het parlement – het federaal maar ook het Vlaams Parlement, want de aanmelding staat niet totaal los van wat Vlaanderen doet, Vlaanderen is een onderdeel van de aanmelding – dat meer op elkaar laat aansluiten, dan moeten we op termijn misschien wel eens nadenken over wat het juiste moment is om een begroting in een parlement in te dienen, zeker in een federaal parlement. Maar dat is een andere discussie, collega’s. Nu was het een begrotingscontrole die wil bijdragen tot een evenwicht en die geen aanleiding geeft tot grote inhoudelijke debatten die we nog maar pas hebben gehad in december. Met deze begrotingscontrole toont deze regering dat ze doet wat ze moet doen, namelijk een dreigend onevenwicht corrigeren, maar zonder de noodzakelijke economische ontwikkeling te fnuiken en zonder het vertrouwen van de consument aan te tasten. Collega’s, wij kunnen niet anders dan deze begrotingscontrole ten volle goedkeuren. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voorzitter, leden van de regering, collega’s, hier zitten we dan met de begrotingsexperten, de cijferaars, de rekenaars, de nerds. Maar toch zijn het belangrijke verantwoordelijkheden die wij dragen. (Opmerkingen van mevrouw Mieke Vogels)

En met alle geïnteresseerden. Ik weet dat begroting en cijfertjes voor de meeste Vlamingen en Belgen een ver-van-mijn-bedshow zijn. In andere landen waar de budgettaire situatie veel dramatischer is, is dat helemaal anders. Gelukkig is de situatie van Vlaanderen niet te vergelijken met die van Griekenland, verre van. Dat betekent niet, collega’s, dat we niet beter kunnen doen dan we tot nu toe doen. We kunnen beter doen, zeker met de middelen waarover Vlaanderen beschikt.

Ik ben in ieder geval al blij dat de heer Sannen ’s morgens vroeg naar De Ochtend luistert. Ik offer niet alleen mijn ochtend op, maar ook mijn vrije dag, om tenminste eens een alternatief te bieden voor de kwakzalvers als Stiglitz, Krugman en De Grauwe, die we maar beter met vervroegd pensioen richting London School of Economics sturen.

Collega’s, bij de begrotingscontrole viel er dus een gat dicht te rijden van 540 miljoen euro. Dat was natuurlijk niet helemaal onverwacht, we wisten dat dat er zat aan te komen, want de heer Van Rompuy had het al gerapporteerd op 20 december in een spraakmakend interview in De Morgen. Daarmee was natuurlijk de toon in het hele debat al gezet. Ik was daarbij aanwezig, collega, het was heel interessant om u die voorzet te horen geven. Daarmee was het gezagsargument er en was de toon van het debat meteen gezet: 500 miljoen euro zouden we gaan zoeken.

Mijn kritiek op die begrotingsopmaak toen was eigenlijk niet zozeer dat u de parameters van september gebruikte, minister, want u hebt daarnet nog eens herhaald dat dat nu eenmaal traditie is, en tradities zijn er om in ere te worden gehouden. Maar u had twee dingen kunnen doen. U had alsnog de groeiverwachting kunnen bijstellen, of u had de parameters kunnen blijven gebruiken en amendementen indienen. U hebt er niet voor gekozen om die oefening al te maken in december via amendementen. Daardoor kwam er in februari een hele klus op u af. Vind maar eens een dik half miljard in de krokusvakantie! Dat heeft geleid tot heel wat haastwerk, wat dan weer heel wat miserie tot gevolg heeft gehad.

Ik ben ervan overtuigd dat het beter was geweest om met amendementen te werken. Dan had u al eerder een stukje van de oefening gemaakt en, zeker als u met buffers werkt, zou de begrotingscontrole minder ingrijpend zijn omdat u al wat werk zou hebben gedaan in december. Dan krijg je minder dat stop-and-gobeleid, dat remmen en gas geven, dat kenmerkend is voor het begrotingsbeleid van de Vlaamse Regering en dat het logische gevolg is van de doelstelling van het jaarlijkse evenwicht.

Komen er dan extra centen bij, dan moeten die snel worden uitgegeven. Is er geld te weinig, dan moet men plots remmen. Hoe verdienstelijk is dat nominale begrotingsevenwicht nu eigenlijk? Dat is hier al aan bod gekomen. Het is ook een interessant debat. Op zich vind ik dat evenwicht een nobel streven en nogmaals, in een internationale vergelijking is dat op zich een knappe prestatie. Ik wijs er echter wel even op dat, indien u een structurele begrotingsnorm zou handhaven, u dan zelfs al een tekort had mogen hebben. Dat is daarnet al kort aangehaald. Daarbij is er echter één grote ‘maar’. Dat is daarnet ook al naar voren gebracht in het debat. Eigenlijk zijn er drie grote ‘maars’, maar de belangrijkste is dat, indien u die structurele begrotingsnorm van de SERV zou volgen, daar wel uit volgt dat u die eenmalige inkomsten ook moet reserveren voor eenmalige uitgaven. Dat doet u niet. Bij de begrotingsopmaak waren er al voor 395 miljoen euro aan eenmalige maatregelen. Dan gaat het over de verkoop van de gronden van de Vlaamse Milieumaatschappij aan Aquafin, over het KBC-dividend en de verlenging van de afbetalingstermijn bij Aquafin. Bij deze begrotingscontrole komt daar nu nog 60 miljoen euro bij, door de versnelling van de inning van de successierechten. Dat is ook iets dat u één keer uit uw hoed kunt toveren. Dat brengt de teller van de eenmalige maatregelen nu op 455 miljoen euro. (Opmerkingen van de heer Ludo Sannen)

Ik denk dat ik al meteen kan antwoorden op wat de heer Sannen zal zeggen, want diens plaat is nog grijzer dan de mijne.

Minister-president Kris Peeters

Mag ik ook een vraag stellen? Mijnheer Vereeck, u verwijst regelmatig naar de SERV, wat goed is, want de SERV is een eerbiedwaardig adviesorgaan. Vindt u dat we in 2012, op basis van het voorstel van de SERV, in het rood hadden kunnen of mogen gaan?

Ludo Sannen

Mijnheer Vereeck, een stop-and-gobeleid zou kunnen betekenen dat men bij een begroting de cijfers voortdurend aanpast, of het inhoudelijke beleid voortdurend aanpast. Deze Vlaamse Regering wil enige continuïteit qua beleid handhaven, en moet haar begroting dus misschien wel deels aanpassen om die continuïteit te realiseren. U vraagt buffers. U vraagt spaarpotjes. Die worden net gevraagd om een begroting niet in moeilijkheden te brengen als men een bepaald beleid wil continueren. Met het aanspreken van elke buffer, van elke spaarpotje geeft men een begroting een eenmalige injectie om een structureel beleid voort te kunnen zetten. Het lijkt me dus wat absurd om voortdurend de eenmaligheid van bepaalde middelen aan te halen als structureel verkeerd beleid van een regering.

Lode Vereeck

Minister-president, met alle respect, ik begrijp dat u natuurlijk niet alle Handelingen van alle commissies kunt nalezen, maar ik heb daarop geantwoord. Ik ben een voorstander van een structurele begrotingsnorm. Persoonlijk vind ik het voorstel van de SERV nog iets te weinig streng. Als u zou vragen naar welk soort begrotingsnorm ik zou willen overgaan: ik denk dat u in 2012 gemakkelijk tot een evenwicht zou zijn gekomen, en in de voorgaande jaren tot ruime overschotten. Dat is immers natuurlijk ook het gevolg. Dat zeg ik al sinds 2009.

Minister-president Kris Peeters

Dat begrijp ik wel. Ik heb u ook goed begrepen, ook al kan ik niet alle Handelingen lezen, zoals u terecht zegt. U pleit heel sterk voor dat structureel evenwicht, verwijzend naar de SERV. Vindt u dat we voor de begroting 2012, in een situatie met een economische krimp, in het rood hadden mogen gaan?

Lode Vereeck

Neen, omdat uw Vlaamse Regering tussen 2010 en 2012 3 miljard euro extra inkomsten had, en u ten opzichte van vorig jaar ook nog over ruim 800 miljoen euro extra inkomsten beschikte. In tegenstelling tot andere overheden en andere regeringen zit u dus goed in de slappe was. Eerlijk gezegd vind ik dat evenwicht dus niet zo verdienstelijk.

Mijnheer Vereeck, u hebt het altijd over de jaren waarin we extra middelen hebben gekregen. De heer Van Dijck wees er al op dat er het eerste jaar, 2009, 2 miljard euro minder was. U weet ook dat heel veel van die uitgaven automatisch bestemd worden. Als er extra inflatie is, als er indexsprongen zijn, zijn er continu een aantal uitgaven die automatisch volgen. U doet alsof we sinds 2010 3 miljard euro extra hebben gekregen en we die 3 miljard euro konden besparen of anders inzetten dan we hebben gedaan. Ik laat dat voor uw rekening.

Lode Vereeck

Voor mijn rekening? Ik heb niets gezegd! U legt mij woorden in de mond. U laat mij trouwens niet uitspreken. Ik ben zelfs nog niet toegekomen aan dat onderdeel, en nu gaat u zeggen wat voor mijn rekening is? Ik zou hier de minister-president moeten citeren, want ik vind deze reactie redelijk infantiel. Ik verontschuldig mij bij dezen al onmiddellijk.

Op zich, collega’s, is er geen enkel bezwaar tegen eenmalige maatregelen. Eenmalige inkomsten in tijden van crisis, daar kan ik nog wel in meestappen. Ik snap wel dat je dat als een overbrugging gebruikt. Er is ook niets mis met het inschrijven van het KBC-dividend. Het is er nu eenmaal.

Wat ik wel een foute keuze van de Vlaamse Regering vind, is dat die middelen gebruikt worden voor recurrente uitgaven. Dat betekent dat die de volgende jaren wegvallen en dat op die manier al beslag wordt gelegd op de beleidsruimte voor de volgende jaren. Ik zal daar straks nog wat cijfers voor naar voren schuiven.

Bovendien – ik maak even een zijsprongetje – veroorzaken een aantal van die eenmalige maatregelen zelfs bijkomende lasten, zoals de verkoop van de VMM-gronden (Vlaamse Milieumaatschappij) aan Aquafin, waarvan we weten dat de totale rekening uiteindelijk bijna het dubbele is van wat het ooit heeft opgebracht.

En dus deel ik de hoerastemming van de meerderheid over dit begrotingsevenwicht niet. Er is inderdaad een nominaal evenwicht met een structureel tekort. Dat is iets anders dan wat de SERV, uw adviesraad, naar voren schuift, namelijk een nominaal tekort met een structureel evenwicht.

Eric Van Rompuy

Mijnheer Vereeck, ik neem er even het interview bij dat u in De Tijd hebt gegeven en waarin u de term ‘budgettaire lawine’ gebruikt. U stelt dat er in 2012 voor 455 miljoen euro eenmalige maatregelen zijn. Daarnet hebt u gezegd dat u het KBC-dividend niet meerekent. We spreken dus nog over 155 miljoen euro aan eenmalige inkomsten op de algemene Vlaamse inkomsten van meer dan 25 miljard euro.

U zegt dus dat de Vlaamse Regering een budgettaire lawine aan het veroorzaken is door op die eenmalige inkomsten te teren, terwijl die maar 155 miljoen euro bedragen, tegenover de structurele ontvangsten ten belope van 25 miljard euro. U bent een doctor in de economie, u geeft les over publieke financiën. Gaat u aan uw studenten eens uitleggen wat daar het ‘méchanisme infernal’ van is dat ons naar die budgettaire lawine zal leiden. U moet serieus blijven, mijnheer Vereeck. Als u de indruk geeft een soort budgettaire expert te zijn, moet u zich ook confronteren met uw eigen cijfers.

Lode Vereeck

Mijnheer de commissievoorzitter van de commissie Financiën, ik kom daaraan toe. Vindt u het goed dat ik uw vraag ‘en cours de route’ beantwoord? Ik zal er niet omheen fietsen. Ik zal er heel duidelijk op antwoorden.

Misschien hebt u één ding wel verkeerd begrepen: het KBC-dividend is wel degelijk een eenmalige inkomst. Maar het is wat het is. U zult daar recurrente uitgaven tegenover plaatsen.

Toen we in februari spraken over een inspanning van 540 miljoen euro – een dik half miljard euro – was het een belangrijke factor dat die economie plots hard in de remmen ging. Ook het gebrek aan structureel beleid van de afgelopen jaren was een belangrijke factor. Ik durf het bijna niet meer te zeggen, maar ook hier geeft de SERV de oppositie gelijk, door te zeggen dat de Vlaamse Regering inderdaad genoodzaakt zal zijn om structurele maatregelen te nemen omdat ze in het verleden beslissingen heeft genomen die de beleidsruimte van 2012 aantasten.

Bij de toelichting van deze begrotingscontrole is vaak sprake van een dalende beleidsruimte. Dat is natuurlijk waar indien u dat vergelijkt met de begrotingsopmaak, maar het is niet waar indien u het vergelijkt met de situatie in 2011. Minister, minister-president, ik neem er de cijfers even bij. De brutobeleidsruimte is inderdaad, door onder andere de economische terugval, gedaald met 313 miljoen euro ten opzichte van de begrotingsopmaak in december, maar ze is nog altijd gestegen met 827 miljoen euro ten opzichte van 2011. Ook de ESR-ontvangsten zijn gedaald met 333 miljoen euro ten opzichte van uw begrotingsopmaak in december, maar ze zijn nog altijd gestegen met 0,6 miljard euro ten opzichte van 2011. In tegenstelling tot de perceptie, die u heel succesvol voedt, mee aanzwengelt en creëert in de media, beschikt Vlaanderen in 2012 over behoorlijk wat extra middelen ten opzichte van 2011. Dat dit extra geld – en nu kom ik voor een stuk op de kritiek van minister Muyters – niet voldoende is om uit de problemen te blijven, heeft alles te maken met het gebrek aan structureel beleid van deze Vlaamse Regering.

En, minister Muyters, er is natuurlijk het constant beleid dat voor een stuk invreet op uw beleidsruimte. Maar anderzijds verdwijnt een aanzienlijk deel van uw beleidsruimte ook door het wegvallen van die eenmalige inkomsten. In 2010 en 2011 had u voor 906 miljoen euro aan eenmalige inkomsten gebruikt voor het financieren van lopende uitgaven. In 2011 ging het om 554 miljoen euro. Daarvan wordt 240 miljoen euro van de beleidsruimte van 2012 opgeslorpt als gevolg van het feit dat ze wegvallen. Van die 554 miljoen euro eenmalige inkomsten valt in 2012 240 miljoen euro weg. Dat betekent dus dat, indien u in 2011 geen eenmalige, maar structurele maatregelen had genomen, uw brutobeleidsmarge nu 240 miljoen euro meer zou hebben bedragen. Dat is natuurlijk de structurele reden dat de Vlaamse begroting zo diep in het rood is gegaan afgelopen februari. U hebt dat, bijna voor de helft, zelf in de hand gewerkt.

De inspanning is dus te weinig structureel. Ik heb dat al vaak gezegd. De collega’s van Open Vld hebben dat ook al vaker gezegd, net zoals de SERV en het Rekenhof. Dan verwacht ik dat u, verstandige mensen van de Vlaamse Regering, daar lessen uit trekt en dat corrigeert bij de begrotingscontrole. Het was een teleurstelling dat de eenmalige maatregelen niet alleen worden behouden voor de financiering van de lopende uitgaven, maar dat er zelfs nog een nieuwe maatregel wordt ingevoerd, namelijk het sneller innen van de successierechten, goed voor 60 miljoen euro eenmalige ontvangsten.

U gaat dus gewoon door op dat elan en legt op die manier opnieuw beslag op de beleidsruimte van 2013 en de volgende jaren. U zet de begroting dus niet op het juiste spoor.

Ik geef een klein overzicht van de manier waarop u dat gat van 540 miljoen euro hebt gedicht. Ten eerste waren er structurele maatregelen – want die waren er wel degelijk – voor 136 miljoen euro. Ik erken dat het goede ingrepen zijn. Het gaat onder andere over de besparingen op het apparaat. Minister Bourgeois heeft er daarstraks nog over gesproken. Ook de aanpassing van de tbs-regeling is een goede zaak. Dat zijn structurele maatregelen die ook de komende jaren zullen doorwerken en een recurrent effect hebben.

Ik heb daar twee bedenkingen bij. Ten eerste is de bevriezing van een aantal kredieten het bewijs bij uitstek dat hier geen structurele keuzes worden gemaakt maar dat men opnieuw naar de kaasschaafmethode grijpt. Ten tweede – en daarmee probeer ik antwoord te geven op de kritiek van de heer Van Rompuy – zijn die structurele maatregelen voor 136 miljoen euro zowel in verhouding tot de totale inspanning van deze begrotingscontrole, een half miljard euro, als in verhouding tot het totaalbedrag aan eenmalige maatregelen voor 455 miljoen euro, veel te beperkt. Ik vind de verhouding tussen structurele maatregelen en eenmalige maatregelen scheefgetrokken.

Voor de volgende jaren is nog voorzien in een aantal maatregelen die men met wat goede wil bij de structurele maatregelen kan onderbrengen, met name de verhoging van de kostendekkingsgraad van De Lijn. Ik vind die gestelde verhoging van een half procent per jaar lachwekkend. Dan zijn we nog een heel eind bezig voor we de kostendekkingsgraad bereiken zoals die in onze buurlanden regulier gebruikelijk is.

Kortom, die structurele sanering had al veel eerder moeten gebeuren, in 2010 en 2011, toen we daarvoor ook de middelen hadden. Ik heb het daarnet al gezegd in antwoord op de uiteenzetting van de minister-president. Tussen 2010 en 2012 beschikte de Vlaamse Regering over 3 miljard euro extra middelen.

Om het gat dicht te rijden is er het uitstel van sociaal beleid voor 30 miljoen euro. Het gaat dan over de kindpremie. U kent mijn standpunt en dat van het hele halfrond behalve de N-VA. Wij zijn daar geen voorstander van. Er zijn andere noden en prioriteiten. Met dat budget kunnen andere dingen gebeuren. Mevrouw Van der Borght en de heer Sabbe hebben daar ook al vaker op gewezen. Daarmee kunnen bijvoorbeeld heel wat plaatsen in de kinderopvang worden gecreëerd. Ik vind het onverantwoord dat in budgettair krappe tijden nog altijd zulke symbooldossiers naar voren worden geschoven. Uitstel is voor mij een goede zaak. Laat ons hopen dat het afstel wordt.

De snellere inning van de successierechten is goed voor 60 miljoen euro. Dat is ook een louter eenmalige maatregel waarvan we nog niet helemaal zeker weten of die ook uitgevoerd kan worden in dit burgerlijk jaar. Er is immers nog altijd een akkoord nodig met de federale overheid. Ik denk, minister, dat dat nog niet helemaal rond is.

Mijnheer Vereeck, ik heb daarstraks al gezegd dat dit op de interministeriële conferentie is goedgekeurd met de andere gewesten en de federale overheid. Het spijt me voor wie daarstraks wel heeft geluisterd, maar dat akkoord is dus wel rond. Ik hoop dat u het niet infantiel vindt dat ik nog eens hetzelfde herhaal.

Lode Vereeck

Neen hoor, repetitio est mater studiorum: herhaling is de moeder van de studie. Als u zinnige dingen vertelt, kunt u die niet vaak genoeg zeggen.

Die inkomsten zullen worden gerealiseerd maar het blijft een eenmalige maatregel.

Verder is er de verhoging van de verdeelrechten, de miserietaks, de scheidingstaks. Het gaat over 30 miljoen euro. Oorspronkelijk was er een verhoging van 1 naar 2 procent, maar die werd door de oppositie en door sp.a afgeknald. Dat was een zeer moedige houding van de heer Van Malderen die ik wens te feliciteren omdat hij daar openlijk voor uitkwam. Vervolgens kwam er echter een verhoging van 2,5 procent, die werd verkocht als sociaal gecorrigeerd. U kent ons standpunt. Wij zullen daar in deze plenaire vergadering nog wel op kunnen terugkomen wanneer het decreet zelf ter sprake komt.

Dit is een onaanvaardbare maatregel. Het is in- en intriest dat u mensen die uit elkaar gaan nog verder de put in wilt duwen. Het ontwerp van decreet is nog in behandeling in het parlement, de goedkeuring is niet voor onmiddellijk. We komen daar graag nog op terug.

Ik moet u zeggen, collega’s, dat ik gisteren twee mails heb ontvangen. Ik wil ze u, uiteraard onder confidentialiteit, laten lezen. Een van die mails was van een ouder die vermeldde dat zijn dochter aan het scheiden was en dat het de bedoeling was dat zij haar ex-man zou uitkopen. Deze extra belasting stelt die mensen toch voor serieuze problemen. Men belast niet mensen die in de miserie zitten, men belast niet mensen die verarmen.

Ik begrijp eerlijk gezegd niet, wat dit onderdeel van de begrotingscontrole betreft, dat plots opdook in februari, waar jullie mee bezig zijn. Daar is nu werkelijk geen enkel maatschappelijk draagvlak voor. Daar is zelfs in de wandelgangen geen enkel politiek draagvlak voor. Ik begrijp dus absoluut niet de felheid waarmee dit voorstel wordt verdedigd in de commissie. Het lijkt er soms op dat u er plezier in schept om deze echtscheidingstaks, deze miserietaks, er mordicus door te halen.

In deze materie kan toch onmogelijk de partijpolitiek spelen? Er is toch niemand die in dit rotte dossier nog een pluim op zijn hoed kan steken? Wanneer we dit afschaffen, zal toch niemand zeggen dat dit de verdienste is van X, Y of Z, of van deze of gene partij. Vandaar mijn voorstel om onze partijpolitieke tegenstellingen te overstijgen en om ervoor te zorgen dat wij dit ontwerp, dat nog niet is goedgekeurd, afvoeren. Minister-president, dan zal ik de eerste zijn om u alle lof toe te zwaaien voor uw staatsmanschap. Mevrouw de viceminister-president en minister van Armoedebestrijding, ik zal u ook alle lof toezwaaien voor uw rechtvaardigheidsgevoel. En ik zal u, minister van Begroting, alle lof toezwaaien wanneer u er in slaagt om dit geld ergens anders in uw begroting te vinden.

Er zijn ook voor 129 miljoen euro buffers aangewend. Er is een nieuwe conjunctuurbuffer gekomen van 16 miljoen euro. In totaal zijn er dus voor 113 miljoen euro buffers aangewend. Hier volg ik mijn eigen adviesorgaan, het Rekenhof. Ik wijs er enkel op dat hier nog steeds een risico aan verbonden is. Een aantal van de buffers die u opsoupeert, waren wel degelijk gealloceerd. Ze hadden wel degelijk een doel, onder andere het Rekendecreet en de betaaltekorten. Die risico’s zijn een beetje verminderd. We hebben daarover gesproken. Voor een aantal verlagingen van de buffers komt u in uw reactie op het Rekenhof met een plausibele verklaring. Maar voor een aantal elementen staat de vraag nog open.

Tot slot zijn er nog de meevallers, samen goed voor 174 miljoen euro. Ik denk onder meer aan het feit dat de transactie van Aquafin niet volledig was afgerond in 2011, zodat er in 2012 nog wat van die inkomsten binnenkomen: 57,9 miljoen euro om precies te zijn. Maar je kunt dat, tenzij je een beetje cynisch bent, moeilijk een meevaller noemen. U weet dat wij die gronden een tweede keer betalen, en wel aan een dubbele prijs. Ik herhaal nog eens dat dit een schandalige constructie is. Mocht dit zich voordoen op het federale niveau, ik ben er zeker van dat ik samen met de N-VA het dak uit de Kamer zou stampen van ‘colère’.

Samenvattend: een inspanning van 540 miljoen euro, deels door de lage conjunctuur, deels door het gebrek aan structureel beleid in de vorige jaren. Ik erken de structurele inspanning van 136 miljoen euro, maar ik vind het te weinig in verhouding met de eenmalige maatregelen.

Het Rekenhof verwijst nog naar een heleboel onzekerheden, maar ik zal daar hier niet verder op ingaan. Het heeft onder andere te maken met het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs (AGIOn), het Hermesfonds, de terbeschikkingstellingscontrole en de onderbenutting. De minister heeft toegezegd dat hij in de tweede begrotingscontrole nog meer gedetailleerde cijfers ter beschikking zal stellen. Hoewel, ook hier dreigt het gevaar dat het misschien niet allemaal zo gunstig evolueert als we zouden denken.

Collega’s, de begroting is aan de oppervlakte in evenwicht, maar daar zitten heel wat structurele onevenwichten onder. Door het gebrek aan structurele keuzes spelen wij nog altijd onvoldoende in op innovatie, onderzoek en ontwikkeling. De 60 miljoen euro, ze zijn er, beter dan niets zou ik zeggen, maar ver onder de maat die wij ons als parlement en u als regering hadden opgelegd. Dat is natuurlijk de maat van de Barcelonanorm.

Er zijn de wachtlijsten, de achterstallige herstellingen van de infrastructuur enzovoort. Dan steekt het dat er wel geld is voor foliekes, voor luxeartikelen, zoals een derde VRT-net.

De schuld bedroeg eind 2011 6,6 miljard euro. De evolutie van die schuld in 2012 is redelijk onzeker. Alles hangt ervan af of de KBC al dan niet die eerste schijf van die ‘perpetual’ met die ‘penalty fee’ zal terugbetalen. Het verschil tussen de twee scenario’s is zeer groot. Als de KBC terugbetaalt, dan daalt de schuld met anderhalf miljard; als de KBC niet terugbetaalt, is er meteen behoefte aan een extra financiering van 200 miljoen euro. Afhankelijk van het scenario zal eind dit jaar de schuld van Vlaanderen ofwel 5,1 ofwel 6,8 miljard euro bedragen.

Positief is wel, ik heb het al meermaals erkend en zal het graag herhalen, dat de regering beslist heeft om de volledige KBC-meerwaarde aan te wenden voor de schuldafbouw. Dat is een goede zaak. Of de terugbetaling er komt, is nog eventjes afwachten.

In elk geval: LDD blijft erbij dat de houding van de Vlaamse Regering om sinds het begin van de legislatuur principieel enkel maar evenwichten te boeken, en geen schuld af te bouwen erg kortzichtig is. In 2011 had dit gemakkelijk gekund. Er wordt daar nogal smalend over gedaan. Er werd mij schuldfetisjisme verweten.

Ik zal daarom ingaan op de redenen waarom ik op deze nagel blijf kloppen en zal blijven kloppen. Er zijn een zestal argumenten.

Ten eerste ben ik zelf nogal een voorstander van een logische en een consequente houding. Er is zoiets als het Pact 2020. Die doelstelling zegt dat we in Vlaanderen in 2020 schuldenvrij willen zijn. Als we deze doelstelling nog willen halen, dan schuift de Vlaamse Regering alle inspanningen door naar de volgende legislatuur. Ook de SERV en het Rekenhof stellen dit. Ondertussen worden er wel verder participaties aangegaan. Het Rekenhof berekende – maar dat is geen moeilijke calculus – dat uw manier van werken ertoe zal leiden dat in de volgende legislatuur 2 miljard euro aan ESR-overschotten moeten worden geboekt om de schuld af te bouwen. Ik weet, mijnheer Van Rompuy, dat u dat in de vorige bespreking peanuts vond. Als we er niet in zouden slagen, zouden de leden van de commissie Financiën onwaardig zijn om in die commissie te zetelen. Ik zal trachten aan te tonen dat dat geen eenvoudige klus zal worden tussen 2015 en 2020. We hadden beter nu al een inspanning geleverd.

Ten tweede is er absoluut geen sprake van schuldfetisjisme. We hebben al gesproken over de gouden regel, de eenvoudige regel: net zoals in een gezin doet men lopende uitgaven het best met lopende inkomsten en investeringsuitgaven met schulden. Dat is in principe een gezonde regel. Ik ben absoluut geen schuldfetisjist. We moeten ons toch wel realiseren dat de verborgen schuld van Vlaanderen sterk oploopt. De beschikbaarheidsvergoedingen van de pps-projecten van die alternatieve financiering lopen fors op. Dat komt natuurlijk niet tot uiting in de schuldcijfers. We zien die niet maar ze zijn er wel. Misschien zou het correcter zijn om met een ander schuldbegrip te gaan werken om toch te weten in welke mate die schuld weegt op onze beleidsruimte de volgende jaren. (Opmerkingen)

Maar die is er niet, er is geen meerjarenbegroting.

Ook de gewaarborgde schuld loopt op. Het gaat ondertussen al om iets minder dan 12 miljard euro. Een van de vele lessen die we uit de situatie van de Gemeentelijke Holding kunnen trekken, houdt in dat we de risico’s misschien wat hebben onderschat.

Het standpunt dat we met betrekking tot de schuldafbouw innemen, heeft alles te maken met de nood onze financiële verplichtingen beheersbaar te houden. Dit omvat ook de schulden die niet in de directe schuldcijfers tot uiting komen. Bovendien willen we de lasten niet naar de volgende legislatuur doorschuiven, wat deze Vlaamse Regering nu wel doet.

Volgens de meerderheid blijft na een terugbetaling door KBC nog ongeveer 2 miljard euro aan af te betalen schulden over. Dat is volgens de heer Van Rompuy perfect haalbaar. Ik heb daar mijn twijfels bij. Ik waarschuw hier dan ook voor een budgettaire lawine die op ons afkomt. Het is niet de lawine waarnaar daarnet al is verwezen. Ik heb het over drie communautair geïnspireerde budgettaire uitdagingen.

Ten eerste zitten we vanaf 2012 met de responsabiliseringsbijdrage voor de ambtenarenpensioenen. Dit jaar zou het om 61,5 miljoen euro gaan. Uit de cijfers in recente simulaties blijkt dat het volgend jaar al om iets minder dan 70 miljoen euro zou gaan. In 2014 zou dit tot 76 miljoen euro oplopen. In 2020 zou het al om 138 miljoen euro gaan. Dat is al meer dan het dubbele. In 2030 zou het om 257 miljoen euro gaan. Dat zijn geen kleine bedragen. Nochtans gaat het hier om de kleinste van de drie communautair geïnspireerde budgettaire uitdagingen.

Ten tweede komen vanaf 2013 de usurperende bevoegdheden onze richting uit. De Hoge Raad van Financiën voorziet een doorschuiving vanaf 2013. De precieze impact is niet gekend. In totaal zouden de usurperende bevoegdheden 380 tot 400 miljoen euro vertegenwoordigen. De impact op de Vlaamse begroting zou voorzichtig op 100 tot 150 miljoen kunnen worden geraamd.

Ten derde zal vanaf 2014 de zesde staatshervorming een rol spelen. De impact hiervan is ook niet precies gekend. Uit het rapport van de Hoge Raad van Financiën blijkt dat de operatie niet enkel een herschikking van bevoegdheden inhoudt. Het is ook een budgettaire operatie. In totaal zal 4 miljard euro moeten worden bespaard. Waar en op welk bestuursniveau precies zal moeten worden bespaard, is nog niet duidelijk. Een groot gedeelte van de factuur zal echter bij Vlaanderen terechtkomen.

De impact van de staatshervorming komt bovenop de eerder vermelde inspanningen met betrekking tot de usurperende bevoegdheden en de responsabiliseringsbijdrage voor de pensioenen. Volgens mij zal de impact op de Vlaamse begroting vanaf 2014 gigantisch zijn. Dat kan tot honderden miljoenen euro’s oplopen. Ik vraag me af hoe de Vlaamse begroting dit zal opvangen en tegelijkertijd de begroting in evenwicht zal houden en tegen 2020 de schuld zal afbouwen.

Volgens mij is de Vlaamse begroting op geen enkele manier gewapend om deze budgettaire lawine op te vangen. Het is nochtans al heel lang duidelijk dat de factuur er zit aan te komen. Wat dit betreft, doet de Vlaamse Regering aan struisvogelpolitiek.

Tot slot verwijs ik nog naar het punt waarmee ik ben begonnen. Vlaanderen is Griekenland niet, verre van zelfs. Dat betekent echter niet dat het begrotingsbeleid niet beter kan. Net omdat we ons niet in een dramatische budgettaire situatie bevinden, vind ik het onbegrijpelijk dat het voorstel om buffers voor de budgettaire uitdagingen aan te leggen en om de toekomst voor te bereiden, niet door de meerderheid wordt omarmd. Dit is geen voorstel dat meerderheid tegen oppositie of liberalen tegen conservatieven plaatst. Dit is gewoon een kwestie van gezond verstand.

Ik roep de Vlaamse Regering op de toekomst door middel van structurele besparingen voor te bereiden. Dat betekent twee zaken. Binnen het budget moeten uitgaven naar meer toekomstgerichte uitgaven, zoals onderzoek en ontwikkeling, worden verschoven. Daarnaast moeten buffers voor toekomstige budgettaire uitdagingen worden aangelegd. (Applaus van mevrouw Ulla Werbrouck)

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord. (Opmerkingen van de heer Eric Van Rompuy)

Filip Watteeuw

Mijnheer Van Rompuy, ik zal opletten met de woorden die ik zal gebruiken en ik zal de woorden van de minister-president niet herhalen. Dat u ons en LDD voortdurend verwart ondanks het feit dat we ideologisch heel ver van elkaar staan, zou kunnen wijzen op een ander gebrek of een andere mogelijkheid, maar daarover zal ik niet uitweiden.

Voorzitter, dames en heren ministers, collega’s, het is vandaag een historische dag, ik hoop dat u dat beseft. Vandaag om half twee – en ik nodig u daar graag voor uit – zullen de drie fractieleiders van de meerderheid de definitieve versie van het Handvest voor Vlaanderen voorstellen. De drie fractieleiders van de meerderheid! Aan mij en mijn fractie werd niets gevraagd. Ik weet niet of er iets werd gevraagd aan de heer van Rouveroij of aan de heer Vereeck. Blijkbaar ook aan de heer Van Hauthem niet. Ik dacht dat het Handvest voor Vlaanderen er voor alle Vlamingen was, maar blijkbaar is het er maar voor een deel van de Vlamingen, wij mogen er niet over debatteren, de definitieve versie wordt nu voorgesteld.

Gelukkig mogen we vandaag wel debatteren over een begrotingsaanpassing die al voor een stukje achterhaald is. De aanpassing is achterhaald door de politieke feiten, ik maak dus geen verwijt aan minister Muyters. In december was er sprake van een virtuele begroting. Nu is er al een tweede begrotingsaanpassing klaar. Over die zaken debatteren we hier, over het Handvest voor Vlaanderen dus niet.

Tenzij u erop aandringt, zal ik al mijn technisch-financiële opmerkingen niet opsommen, ik zal me beperken tot een korte samenvatting over mijn technisch-financiële kijk op de begrotingsaanpassing. Ik zie vooral dat het antwoord dat deze tweede begrotingsaanpassing biedt, schraal is. Het is een begrotingaanpassing van een terughoudend en onduidelijk beleid. Er wordt weer wat meer ingeteerd op de begrotingsbuffers zodat er straks helemaal geen rek meer op zit, de onderbenuttingsgraden worden wat aangepast, er zijn wat oversijpelingseffecten van de vorige begrotingsjaren, een aantal geplande uitgaven worden wat achteruit geschoven, onder meer de kindpremie, maar dat gebeurt ook met een aantal extra sociale beschermingsmaatregelen: de zorgverzekering, de maximumfactuur in de thuiszorg en de schooltoelage. Het zijn zaken die onduidelijk zijn, zaken die geen echt visionair beleid uitstralen.

Aan de andere kant zijn er een aantal maatregelen waar wij bezorgd over zijn omdat ze de verkeerde richting uitgaan en van een beleid getuigen dat niet toekomstgericht en niet duurzaam is.

Collega’s, u weet dat het hier op het spreekgestoelte belangrijk is om een goed beeld te vinden om een betoog te illustreren. Soms moet daar hard naar worden gezocht, maar soms komen die beelden ook uit de lucht vallen, bijna letterlijk. Net op het moment dat de armlastige vervoersmaatschappij De Lijn zwaar snoeit in het aanbod, komt de voorzitter van de N-VA vanuit een tweedekker zeggen dat er moet worden geïnvesteerd in de regionale luchthavens. De tegenstelling kon niet duidelijker zijn: klassiek en op korte termijn met de regionale luchthavens versus een duurzaam en toekomstgericht openbaar vervoer.

Tram- en busverbindingen waar de Vlamingen afhankelijk van zijn, worden geschrapt, maar een luchthaven die de voorbije tien jaar vooral bewezen heeft niet rendabel te zijn en die slechts voor een beperkte groep interessant is, die moet worden opgepept. De lage kostendekkingsgraad van de luchthaven van Deurne is blijkbaar geen probleem, geen aanzet tot besparingen. Integendeel, het is een argument om de geldkraan open te draaien, excuseer: open te houden! Voor De Lijn gelden andere regels. Voor De Lijn is het eigen schuld, dikke bult. Natuurlijk zijn er fouten gemaakt en moeten die worden aangepakt, maar De Lijn wordt ook geconfronteerd met een aantal zaken waardoor het moeilijker wordt, de brandstofprijzen om maar één ding te noemen. Dat is allemaal de schuld van De Lijn. Ondertussen werd er al twee jaar op rij bespaard, maar dat wordt gemakshalve vergeten.

Of we verder offensief willen kiezen voor het openbaar vervoer en we een modal shift willen realiseren in Vlaanderen, dat is en blijft een regeringsbeslissing. Ik vind het opvallend, minister Crevits, hoe weinig u de verdediging van De Lijn op zich neemt.

Vorige week zijn hier actuele vragen gesteld, en in uw antwoord hebt u De Lijn niet verdedigd. Dat is nochtans nodig. Het gevolg is dat De Lijn het zelf moet oplossen en schrapt in het aanbod. Maar ondertussen koketteert minister Muyters met het model dat Freiburg hanteert. In Freiburg worden de files met openbaar vervoer weggewerkt.

De voorzitter

Mevrouw Vogels, de heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Zij is moeilijk in te tomen, ook op de fractievergaderingen is dat zo.

Mieke Vogels

Ik ondersteunde het betoog van de heer Watteeuw door te zeggen dat Freiburg al 30 jaar een groene burgemeester heeft.

Filip Watteeuw

In Freiburg lost men de files niet op met tweedekkers, maar met trams.

Minister Pascal Smet

Mijnheer Watteeuw, u moet niet naar Freiburg gaan. Freiburg is een klein, mooi, idyllisch stadje. Kijkt u eens wat er gebeurt in de stad waar wij ons nu bevinden. In Brussel zetelt Groen in de meerderheid. Misschien is het interessant om hier even te vertellen hoeveel geld Groen de afgelopen 2,5 jaar in Brussel van het openbaar vervoer heeft weggenomen en hoeveel investeringen in fietspaden er zijn gebeurd. Ik zou dus eerst voor eigen deur vegen.

Filip Watteeuw

Minister Smet, als u graag politieke spelletjes speelt, dan doet u dat maar. Mijn punt is dat deze regering, die prat gaat op het begrotingsevenwicht en het overhouden van budgettaire marges, niet kiest voor het openbaar vervoer. Ik stel vast dat er steden en regio’s zijn waar investeringen in het openbaar vervoer wél gebeuren. Wat Brussel betreft, stel ik voor dat u de cijfers opvraagt bij de minister-president: zijn partijgenote, mevrouw Grouwels, zetelt ook in de Brusselse Regering.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Collega’s, ik wou de heer Watteeuw rustig laten uitspreken, want dat is nodig wanneer men met voldoende aplomb zijn punt wil maken. Ik heb toch enkele opmerkingen. Wat De Lijn betreft, is het duidelijk dat wij het vandaag over een budgetcontrole hebben. Het budget voor De Lijn, zoals dat in de begroting staat, komt overeen met wat het bedrijf zelf heeft gevraagd. De brandstofmeters worden gerespecteerd: als de brandstofprijzen stijgen, worden de stijgingen verrekend in de dotatie. De dotatie stijgt dan navenant.

Inzake de budgetcontrole hebt u een en ander over het hoofd gezien. Ik denk dat u niet in de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken was toen dit is besproken, vandaar dat u zich door niets geremd voelt, en al zeker niet door kennis.

Filip Watteeuw

U hebt een goede leermeester: de minister-president, die het over infantiele gedachten van de heer van Rouveroij had. U bent goed bezig. Misschien is het u niet opgevallen, maar ik ben zelfs geen lid van de commissie.

Minister Hilde Crevits

U was niet op de commissiebijeenkomst toen het dossier is besproken.

U weet dat de Vlaamse Regering heeft beslist om de indexsprong voor een aantal kredieten die niet op lonen betrekking hebben, te bevriezen. Zelf heb ik beslist om die beslissing niet toe te passen op het exploitatiebudget van De Lijn. Ik ben van oordeel dat De Lijn niet aan extra besparingen moet worden onderworpen omdat het bedrijf nu zijn huishouden op orde moet zetten, na de fouten die in de begrotingsopmaak zijn gemaakt. Dat is de keuze van mezelf en van de Vlaamse Regering.

Kom mij nu alstublieft niet om de oren slaan met de opmerking dat ik De Lijn verdedig. Ik verdedig De Lijn niet, en daarvoor hebt u me vorige week bijna applaus gegeven, want u was het ermee eens, mijnheer Watteeuw, voor de manier waarop er wordt gecommuniceerd over de besparingen die nu worden doorgevoerd. Dat geldt voor Oost-Vlaanderen, Limburg en nog enkele plaatsen. Ik ben absoluut geen verdediger van die aanpak. We moeten er samen voor zorgen dat zo veel mogelijk mensen op een goede manier kunnen worden vervoerd met het openbaar vervoer.

Ik ben ook een beetje verrast dat u nu plots hier komt zeggen dat De Lijn bijna geen budget meer heeft. Het budget is zo goed als 1 miljard euro. Op de investeringen wordt niet gesnoeid. Dat weet u zeer goed. Op het aanbod wordt vandaag de oefening gemaakt, zoals ik eerder al heb gezegd in dit forum, om lijnen die niet of nauwelijks worden gebruikt, minder aan te bieden. De bedoeling is dat er in de toekomst kan worden ingezet op de plaatsen waar er vraag is. Die oefening gebeurt nu ook met het uitrollen van de smart card in de bussen.

U zegt dat ik de regionale luchthavens dan maar moet aanpakken. Dat vind ik een beetje sneu, want daar werken ook heel wat mensen. U weet dat we als regering de keuze hebben gemaakt om ons in de toekomst te beperken tot de corebusiness. Dat betekent: het beveiligen van de infrastructuur die er is, het behouden van de luchthaveninfrastructuur die er is en het zoeken naar een private exploitant om dat te doen. Ik ben niet met een tweedekkertje gaan vliegen en ik ben ook niet van plan om dat te doen. Onze keuze blijft vandaag onverkort van kracht. In de omliggende regio’s en landen probeert iedereen bestaande luchthaveninfrastructuur te beschermen – want die is heel kwetsbaar, zeker ook in Vlaanderen – om die een duurzame toekomst te geven.

Op dit ogenblik vergelijkt u appelen met citroenen. U kunt van deze budgetcontrole geen oefening maken die op een of andere wijze de indruk zou geven dat De Lijn zwaar wordt geattaqueerd. Dat is absoluut onjuist.

Filip Watteeuw

Minister, het gaat me over de keuzes die u maakt en het beleid dat u voert. Ik stel vast dat een deel van het aanbod van De Lijn dat goed is, waar vraag naar is en dat door veel mensen wordt gebruikt, wordt geschrapt. U zult het met mij eens zijn dat het aantal kilometers file in Vlaanderen niet echt naar beneden gaat. Als wij de files willen oplossen, is het noodzakelijk om meer te investeren in het openbaar vervoer. Het klopt dat er fouten zijn gemaakt, en die moeten worden aangepakt. Maar ondertussen schaft men de snelbuslijnen af, waar wel degelijk vraag naar was. Ik denk dat dat een verkeerde keuze is. U zegt dat de regionale luchthavens een meerwaarde kunnen hebben.

Minister Hilde Crevits

Dat zeg ik niet alleen. Dat is onderzocht.

Filip Watteeuw

De Vlaamse Regering heeft daar de voorbije tien jaar meer dan 100 miljoen euro in gepompt. Deurne is van de laatste tien jaar acht jaar verlieslatend, en wel nadat ze hun subsidie hebben gekregen. In de krant stond dat Deurne een verlies heeft van een 0,5 miljoen euro. Dat is nadat ze meer dan 2 miljoen euro exploitatiesubsidie hebben gekregen! Deurne genereert zelf slechts de helft van zijn inkomsten, de rest komt onder meer van subsidies. Daarbij worden de investeringen bijna volledig opgenomen door de Vlaamse Regering. We hebben een keuze tussen langs de ene kant de regionale luchthavens, die eigenlijk geen toekomst hebben in Vlaanderen, en de Diabololijn komt er trouwens, en langs de andere kant openbaar vervoer, dat noodzakelijk is om die files op te lossen.

Minister Hilde Crevits

Ik wil nog even iets zeggen over al die plaatsen waar zogezegd in het aanbod wordt gesnoeid terwijl er veel gebruikers zijn. De heer Kesteloot van De Lijn is in de commissie Openbare Werken geweest en was heel duidelijk: als er gesnoeid wordt in het aanbod, moet dat zijn waar er weinig gebruik van wordt gemaakt. De snelbussen zitten inderdaad vol, maar ik wil toch iets rechtzetten. De Lijn heeft toch wel een schitterende oefening gemaakt, met een beetje een moeilijke communicatie.

De procedure die moet worden gevoerd voor het snelbussendossier is nog niet afgerond. Op 5 juni moet de openbaarvervoercommissie nog samenkomen met de gemeenten. Ik heb aan het bedrijf uitdrukkelijk gevraagd hoeveel mensen die bussen gebruiken. Ik heb hen ook gevraagd alle alternatieven te bekijken en te bespreken. Dat men op het moment dat de procedure nog loopt, communiceert dat alles wordt afgeschaft, is een staaltje van zeer foute communicatie. Als u daarop commentaar hebt, mijnheer Watteeuw, dan zeg ik dat dat absoluut juist is, maar er wordt gezocht naar een oplossing voor de situatie in Limburg. Als er wordt gesnoeid in het aanbod, dan wordt er gevraagd, en zelfs beslist om dat te doen op plaatsen waar er weinig van het aanbod gebruik wordt gemaakt.

In Antwerpen is er zelfs een keuze gemaakt die uw partij toejuicht. Dat heb ik hier enkele weken geleden vernomen. We zorgen ervoor dat er minder bussen door het centrum zullen rijden en dat de dienstverlening compleet wordt gewijzigd. Dat zijn goede ingrepen en die zijn ook positief voor de toekomst van het openbaar vervoer in onze regio.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Minister Smet, ik wil u een vraag stellen. Het siert u dat u bezorgd bent over het mobiliteitsbeleid in Brussel, maar u moet zich geen zorgen maken: de groenen bewaken het mobiliteitsbeleid goed in Brussel. Er wordt heel wat gerealiseerd dank zij de groenen.

Minister, er kan nog zoveel gebeuren op het vlak van mobiliteitsbeleid in Brussel, maar de Vlaamse Regering heeft daar een heel belangrijke impact op. Het gaat met name over het al dan niet verbreden van de ring rond Brussel. U weet dat alle partijen in Brussel, inclusief sp.a, zeer kritisch staan tegenover die verbreding omdat die een zeer negatieve impact zal hebben op de mobiliteit en de gezondheid in Brussel.

Dus, minister van Brussel, minister van sp.a, hoe staat u tegenover de verbreding van die ring? Bent u daar voor- of tegenstander van?

Minister Pascal Smet

Ik kan niet voor minister Crevits antwoorden.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Ik vroeg naar uw persoonlijke mening, niet die van minister Crevits.

Minister Pascal Smet

U weet dat minister Crevits dat goed aanpakt en dat ze daar studies over laat doen. Laten we de resultaten van die studies afwachten. Mijnheer Sanctorum, ik ben heel benieuwd om met u te kijken naar de mobiliteit van Brussel, dat interesseert me bijzonder, net zoals me dat ook in Vlaanderen interesseert. Dat is een van de grootste uitdagingen voor deze stad en voor heel Vlaanderen.

Ik ben heel benieuwd van u te weten wat er allemaal is gerealiseerd. Ik stel voor dat we samen de cijfers en de boeken eens bekijken, en ik denk dat u zult schrikken van wat er de afgelopen drie jaar in Brussel is afgebouwd en minder is geïnvesteerd. We zullen dat samen bekijken en ik denk dat u dan achter iemand zijn veren zult zitten, in alle bescheidenheid.

Minister Hilde Crevits

De vraag was niet aan mij gesteld, maar ik wil graag een balletje terugkaatsen naar Groen. Ik hoor u graag bezig over de verbreding van de Brusselse Ring, maar ik heb het woord verkeersveiligheid, het verkeersveiliger maken van de Brusselse Ring, nog nooit uit uw mond gehoord. Als er iets is waarop we vandaag schromelijk in gebreke blijven, dan is dat op het verkeersveiliger maken van die ring. Ik zal dat niet met u bespreken, ik heb een afspraak gemaakt om over een paar weken samen te zitten met de Brusselse minister van Groen en met de minister van Openbare Werken en ik hoop dat we tot goede conclusies kunnen komen in functie van de verkeersveiligheid.

Mieke Vogels

Ik denk dat u zich vergist, minister Crevits. We hebben gedurende lange tijd, en nog altijd, campagne gevoerd ‘100 op de ring, dat is ons ding’. Iedereen weet dat wanneer je 100 kilometer per uur rijdt – zoals je ook op de Antwerpse ring 100 rijdt, minister Van den Bossche –, de verkeersveiligheid enorm verhoogt. (Opmerkingen van de voorzitter)

Verkeersveiligheid is inderdaad een ander debat, maar minister Crevits beweert dat we daar niet over spreken. We spreken daar wel over.

Filip Watteeuw

Minister Crevits, in Gent en waarschijnlijk ook in Antwerpen, zijn we blij dat er nog brouwerijen zijn om ervoor te zorgen dat het nachtnet niet volledig wordt opgedoekt, maar ik vind dat eigenlijk beschamend, toch zeker voor een van de rijkste regio’s van Europa.

Een ander punt waarover ik niets vind in deze begrotingsaanpassing, is het feit dat deze regering nog altijd geen antwoord heeft geboden op de federale besparingen op energie-investeringen. De regering had zogezegd niets te maken met wat de Federale Regering besliste. Er werd uiteindelijk een klein bedrag opgehoest om de verdwenen steun voor energierenovatie ten dele te compenseren binnen de energiebegroting, omdat minister Van den Bossche een aantal verschuivingen heeft gedaan.

Op zich is er dus geen antwoord geboden. Wij vinden dat erg omdat er eigenlijk twee keer wordt bespaard zonder duidelijke lijn. Men gaat net in tegen een groen investeringsbeleid of de ontwikkeling van een groene economie zoals Europa die graag ziet, en men gaat ook in tegen de fraaie intentieverklaringen in het Pact 2020 over duurzaam bouwen of duurzame mobiliteit.

Als ik Europa vermeld, kom ik aan het tweede deel van mijn toespraak. Ik merk dat er een duidelijke omslag is in het politieke debat. We hebben daarnet de heer Sannen gehoord. Er wordt niet enkel meer gesproken over schuldafbouw, niet enkel meer over een begrotingsevenwicht, maar er wordt ook algemeen gesproken over stimulerende maatregelen. Ik heb vorig jaar al een pleidooi gehouden om niet alleen gericht te besparen, maar ook verstandig en voldoende te investeren. Dat betekent natuurlijk investeren in verduurzaming. De vraag is of dat gebeurt. Ik merk daar te weinig van.

De voorzitter

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

Nu moet ik toch een beetje tegenspreken. Deze regering heeft er uitdrukkelijk voor gekozen om geen besparingen door te voeren op de investeringen. Ondanks alle besparingen hebben wij ervoor gekozen om in te zetten op de middelen voor het groeitraject voor wetenschappelijk onderzoek en voor innovatie. Net daar worden keuzes gemaakt om te prioritiseren in duurzame mobiliteit, duurzaam energiebeleid en de transformatie van de industrie waar we een keuze maken van verduurzaming van de chemische sector. Het zijn toch wel duidelijke keuzes om te blijven investeren in dat groeipad met het oog op een economische groei, maar ook op een duurzame samenleving.

Filip Watteeuw

Het antwoord op uw bemerkingen komt wat verder in mijn betoog.

De vraag die we nu moeten beantwoorden is of we wel voldoen aan de Europese 2020-doelstellingen. Ik denk dat 200 miljoen euro voor nieuw beleid te weinig zal zijn om daaraan te voldoen. Wat Europa vraagt, is toch wel veel. Straks zeg ik daar nog meer over.

Minister Ingrid Lieten

Als u doelt op het groeiritme van de bestedingen rond onderzoek en ontwikkeling, dan hebben we de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI) uitdrukkelijk om advies gevraagd. De VRWI heeft gezegd dat de kloof van 2,18 procent naar 3 procent in de feiten niet kan worden gedicht op enkele jaren tijd, ook al zouden er middelen zijn. Er is niet voldoende capaciteit, want naast de middelen moet er ook een groei zijn van mensen in het academisch milieu, van mensen in de bedrijven die aan capaciteitsopbouw doen. We hebben dan samen en transparant besloten om het groeipad op een realistische manier te doen en tegen 2020, en niet tegen 2014, die 3 procent te halen. Deze regering heeft daar op een heel transparante manier over gecommuniceerd. Het is echt wel verstandig beleid om niet met geld te zwaaien als het niet op een goede manier kan worden omgezet.

Filip Watteeuw

Minister, we hebben dat debat inderdaad al verschillende keren gevoerd. Wat er de voorbije twee jaar aan middelen voor onderzoek & ontwikkeling is bijgekomen – zo’n 60 tot 65 miljoen euro –, is gewoon de achterstand inhalen. De VRWI heeft een duidelijk pad uitgetekend tegen 2020. Dat vraagt bijzondere inspanningen. Dat is juist. Maar door nu lager te gaan dan wat de VRWI jaarlijks vooropgesteld had, betekent dat u die inspanning verschuift naar een volgende regering. Toch wel. U zegt dat u in 2020 wel aan die 3 procent wil komen. Dan moet u een meerjarenbegroting hebben waarin dat ook duidelijk vermeld staat. Ik heb geen cijfers tot 2020 gezien, wel uw intentie.

Minister Ingrid Lieten

Ik ben het niet met u eens dat u zegt dat het alleen gaat om het goedmaken van de besparing. Dat is niet waar. Met de eerste 65 miljoen euro die er bij de begrotingscontrole van 2011 is bijgekomen, hebben we die besparing goedgemaakt. In de begrotingsopmaak 2012 is er opnieuw in 60 miljoen euro voorzien en in het meerjarenplan voor deze regering is gepland dat er ieder jaar minstens 60 tot 65 miljoen euro additioneel en recurrent bijkomt. Door die extra middelen hebben we bijvoorbeeld een nieuwe competentiepool rond duurzame chemie substantieel kunnen financieren.

Dus het is niet zo dat we daarmee alleen maar de besparing goedmaken, we geven bijvoorbeeld ook meer middelen aan het basisonderzoek. We hebben bij het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) een structurele financiering kunnen doen, en er zijn ook meer middelen vrijgemaakt voor bedrijfsonderzoekers. Ik ga niet akkoord met uw stelling dat we alleen maar de besparingen zouden goedmaken.

Filip Watteeuw

Door de besparingen hebt u een achterstand opgelopen die u met wat vorig en dit jaar is gedaan, niet hebt ingehaald. U zult die de komende jaren ook niet inhalen.

Ik zal kijken of we de Europese 2020-doelstelling wel zullen halen. Ik zal dat niet doen op basis van eigen materiaal of eigen inschattingen, ik zal dat doen op basis van cijfermateriaal dat de Vlaamse Regering zelf naar voren schuift, namelijk wat ik vind in het Vlaamse hervormingsprogramma. Dat hervormingsprogramma heeft onder meer te maken met de nieuwe kijk op het beleid, iets wat in Europa wat ondergesneeuwd was, namelijk het feit dat we wat meer dynamiek moeten vertonen, meer moeten investeren en meer moeten ondernemen. Ik veronderstel dat we het daarover eens zijn. Het gaat niet alleen maar over budgettaire orthodoxie, niet alleen maar over het stabiliteitsmechanisme.

Dat betekent dat Europa ook zegt wat ik hier ook voortdurend heb gezegd, namelijk dat een begrotingsevenwicht op zich goed is en na te streven is, maar niet voldoende. Er moet meer zijn dan dat. Er moet worden ingezet op slimme groei, op kennis en innovatie, minister Lieten. Er moet worden ingezet op duurzame groei, dus gaan naar een koolstofarme economie, op sociale groei, werkgelegenheid en sociale cohesie. Door Europa zijn in dat verband vijf doelstellingen afgelijnd. Daar wil ik even op ingaan op basis van het materiaal dat ik van u heb gevonden.

Laat het ons even hebben over schooluitval. Het aantal vroegtijdige schoolverlaters in Vlaanderen neemt toe. De Vlaamse Regering mikt op een terugval van dit percentage tot 6,7 procent in 2014 en 5,2 procent in 2020. Maar de uitval is nu juist toegenomen van 8,6 procent in 2008 naar 9,6 procent in 2011. Een hervorming van het secundair onderwijs is dus dringend nodig, maar het ziet er niet naar uit dat dit zeer snel rond zal zijn, zeker niet als de minister van Onderwijs niet aan het luisteren is. Nog altijd niet. (Opmerkingen van minister Pascal Smet)

Ik heb het over schoolverlaters en schooluitval, maar ik ga over naar armoede, want minister Lieten is duidelijk wel geïnteresseerd. (Opmerkingen van minister Pascal Smet)

Neen, neen, gaat u dat maar vragen ergens in Brussel.

De Vlaamse armoedecijfers zijn schrijnend. Deze namiddag zullen we het daarover nog hebben. De Vlaamse Regering wil tegen 2020 de armoede globaal terugdringen met 30 procent in vergelijking met 2008. Dat betekent 280.000 Vlamingen uit de armoede tillen. In 2010 zaten we nog maar aan min 3 procent, er is dus nog een lange weg te gaan.

Het grootste probleem is de kinderarmoede. 120.000 Vlaamse kinderen leven in armoede. De Vlaamse Regering wil tegen 2020 het aantal kinderen in armoede halveren ten opzichte van 2008, of 60.000 kinderen uit de armoedeval halen. In 2010 is het aantal kinderen in armoede juist gestegen met 1,2 procent. Minister Lieten, het is geen verwijt aan, maar vliegend in een tweedekker zie je de armoede in Vlaanderen niet.

De voorzitter

Mijnheer Watteeuw, daar hebben we het deze namiddag uitgebreid over. U zegt natuurlijk wat u wilt, maar we houden deze namiddag daarover een actualiteitsdebat.

Filip Watteeuw

Ik zeg inderdaad wat ik wil. Dit is een thema dat past in de begrotingsaanpassing. Ik ga er niet verder op in. Ik heb over armoede gezegd wat er te zeggen valt, namelijk dat het aantal kinderen in armoede juist gestegen is en dat de opgave voor de Vlaamse Regering toch wel zeer groot is.

Een derde punt is de arbeidsparticipatie. De Vlaamse Regering wil tegen 2020 76 procent van de Vlamingen aan het werk krijgen. In 2011 haalden we 71,9 procent, maar het percentage zakte licht ten aanzien van 2010. Het grote probleem zijn de doelgroepen. Het is een goede zaak dat met het nieuwe loopbaanakkoord de Vlaamse Regering 25 miljoen euro wil investeren over twee jaar. Juist voor die doelgroepen zal het de vraag zijn of hiermee die doelstelling zal worden bereikt. Het is zeer belangrijk, maar we zullen dat nog moeten zien.

Over onderzoek en ontwikkeling hebben we het al uitgebreid gehad.

De laatste doelstelling die Europa naar voren schuift, is die met betrekking tot milieu en energie. Vlaanderen blijft diverse luchtkwaliteitsnormen overschrijden. Dan heb ik het over fijn stof, met bijvoorbeeld Uplace, ozon en stikstofoxide. Het is maar zeer de vraag of het nieuwe luchtkwaliteitsplan dat zal verhelpen. De uitstoot van broeikasgassen, vooral CO2, is fors gestegen in 2010. Dat betekent dat de daling die we de voorbije jaren hadden opgemerkt, eigenlijk vooral recessiegebonden was. Ook hier rijst de vraag of het nieuwe Vlaamse klimaatbeleidsplan voldoende structurele maatregelen zal voorstellen. Of zullen we verder goed Vlaams belastinggeld moeten besteden aan de aankoop van emissiekredieten in het buitenland? Dat kan toch niet de bedoeling zijn.

In 2010 was het aandeel van de hernieuwbare energie in het finale Vlaamse energiegebruik 3,4 procent. Volgens de Europese afspraken moet België 13 procent realiseren tegen 2020. De lastenverdeling moet wel nog worden vastgelegd, maar de vraag rijst of 13 procent eigenlijk wel voldoende is. Als we vandaag dan in De Tijd de krantenkop ‘Investeringen in hernieuwbare energie duiken omlaag’ lezen, dan moeten we ons daar toch wel zorgen over maken. In de eerste vier maanden van dit jaar zijn de investeringen in groene energie in Vlaanderen spectaculair gedaald. We zijn bijna drie jaar verder dan 2010.

Naar aanleiding van deze begrotingsaanpassing zou men de vraag kunnen stellen of deze Vlaamse Regering goed bezig is. Ik merk alleen dat voor de vijf hoofddoelstellingen alle cijfers slechter zijn geworden. Minister-president, dat is geen materiaal van mij, dat is materiaal van u. We gaan achteruit wat alle vijf doelstellingen betreft. Vlaanderen kan dus geen goed rapport voorleggen. Minister-president, dan kan men natuurlijk wel verwijzen naar andere landen en regio’s die het nog veel slechter doen, maar ik dacht dat het uw ambitie was om van Vlaanderen een topregio te maken. We moeten dus kijken naar diegenen die het nu goed doen. Wij doen het dus niet goed, want we boeren achteruit.

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Watteeuw, ik hoop dat het ook u niet is ontgaan dat we de jongste maanden in een economische crisis zijn terechtgekomen. In een andere omgeving is het natuurlijk hard werken om die doelstellingen te realiseren waarvan we onverkort de ambitie hebben om ze te realiseren tegen 2020.

Niet alleen de budgettaire orthodoxie is belangrijk voor deze Vlaamse Regering. Minister Lieten heeft het al onderstreept: wij zijn ook onverkort een investeringsregering, en willen dat ook blijven, op diverse fronten en in de richting die Europa vraagt. Dan gaat het over vergroening, over verduurzaming, over meer innovatie, over de transformatie van onze industrie. Ter zake zijn alle initiatieven al uitgewerkt of in volle ontwikkeling.

In grote bescheidenheid kan ik u zeggen dat andere Europese lidstaten naar Vlaanderen kijken, om te zien hoe wij dat hebben aangepakt. Op 21 juni zullen we een seminarie organiseren waarbij we de Europese vergelijking zullen maken met wat Vlaanderen doet in het licht van 2020. Iedereen van dit parlement is daar trouwens ook van harte welkom. Daar zullen we voort discussiëren met de Europese instanties. U zult vaststellen dat we, in de gegeven economische omstandigheden, de juiste accenten leggen en u de verkeerde conclusie trekt.

Filip Watteeuw

Minister-president, ik kan alleen maar vaststellen, op basis van het cijfermateriaal dat ik heb gevonden, uw cijfermateriaal, dat Vlaanderen op alle vlakken achteruitboert. Niet alle regio’s boeren achteruit. U hebt de ambitie om van Vlaanderen een topregio te maken. U wilt de voorloper zijn. Dan moet u zich niet verbergen achter crisissen of om het even wat. Dan moet u zeggen hoe u dat zult aanpakken.

Als ik dan het hervormingsprogramma lees – maar daar zullen we het morgen nog uitgebreid over hebben –, dan zie ik grotendeels een herhaling van wat er in het regeerakkoord staat. Ik zie geen nieuwe maatregelen, die we echt nodig hebben. We zien dat dit voorlopig onvoldoende is. U moet daar meer op inspelen.

Minister-president Kris Peeters

We moeten niet telkens onze plannen wijzigen. Er zijn heel duidelijk ambities. Er is Vlaanderen in Actie. Er is het Pact 2020. Er is het Nieuw Industrieel Beleid. We gaan niet om de haverklap nieuwe plannen lanceren. Het is belangrijk dat we uitvoeren wat is overeengekomen. Ook de oppositie zegt dat terecht. Dat zullen we ook doen. Ik ga ervan uit dat u onze ambitie deelt, namelijk om in 2020 te staan waar we menen te kunnen en moeten staan, en dat u daar vanuit de oppositie een constructieve bijdrage toe levert.

Filip Watteeuw

Als Europa die doelstellingen naar voren schuift en de kloof die we hebben opgelopen, groter wordt, moet er mijns inziens toch een bijsturing gebeuren. Dan verwacht ik een fors investeringsprogramma, of ten minste een heroriëntatie van middelen. Maar dat zie ik niet.

Ik kijk bijvoorbeeld naar Patrick Janssens, die hier vandaag niet aanwezig is. Ik denk dat hij het wel begrepen heeft. Geld dat vastgelegd was voor een nieuw, prestigieus voetbalstadion, gaat hij gewoon een nieuwe bestemming geven, namelijk scholen en kinderopvang. Dat moeten wij ook doen. Voor alle middelen die we gereserveerd hebben voor allerlei projecten, moeten we ons de vraag stellen of dat ons vooruit brengt in functie van de doelstellingen voor 2020. Die oefening moeten we doen, anders zal de achterstand die we oplopen ten aanzien van de doelstellingen van Europa, alleen maar groter worden.

Ik hoop dat u de middelen van de Vlaamse Regering wilt heroriënteren naar meer sociale en ecologische prioriteiten. Ik zie die heroriëntering niet in deze begrotingsaanpassing. We zullen die dan ook niet goedkeuren. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, collega’s, ten eerste hebben wij heel goed begrepen dat bij begrotingscontroles en andere interessante en belangrijke debatten het Vlaams Parlement heel de Vlaamse Regering aanwezig wenst te zien. Wij hebben inspanningen gedaan om hier met de hele Vlaamse Regering aanwezig te zijn. Sommigen vinden dat normaal, maar ik wil er toch even op wijzen dat dat in het verleden niet zo evident was. Ik verwijs daarbij ook naar vorige regeringen, waar ik zelf ook deel van uitmaakte.

Ten tweede wil ik nog eens onderstrepen dat dit een begrotingscontrole is. Dat is een andere discussie dan een begrotingsopmaak of een begroting voor een volledig jaar. Bij een begrotingscontrole wordt bijgestuurd in de mate dat dat nodig is. Dat is dus een ander debat.

Ten derde hebben mijn collega’s op alle gemaakte opmerkingen gereageerd. Ik hoef niet in herhaling te vallen. Deze Vlaamse Regering is er opnieuw in geslaagd om een begroting in evenwicht af te leveren. Wij zijn er ons zeer goed van bewust dat niet alleen een begrotingsevenwicht van zeer groot belang is, maar dat we ook voldoende vertrouwen aan de markt in Vlaanderen moeten geven, om de investeringen en de economie opnieuw te laten toenemen. Ook dat is heel duidelijk aanwezig.

Wij zullen als Vlaamse Regering hard werken om dat te realiseren wat we nu en in het verleden hebben afgesproken. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

Minister-president, ik druk mijn waardering uit voor het feit dat de hele regering hier aanwezig was, wat we niet kunnen zeggen van de parlementsleden. (Applaus)

Ik ben blij dat u die boodschap zelf hebt gegeven. Het was ook het eerste dat u vanmorgen tegen me zei. Ik dacht dat u mij vriendelijk goedemorgen kwam zeggen, maar het eerste wat u zei was dat alle regeringsleden aanwezig waren, en dat datzelfde niet van het parlement kon worden gezegd. U hebt daar groot gelijk in.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.