U bent hier

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, het Nederlands Letterenfonds wil niet dat auteurs zich nog tegelijkertijd in Nederland en Vlaanderen tot de fondsen kunnen richten voor werkbeurzen. Zij willen meer jonge auteurs stimuleren en willen niet dat de gevestigde auteurs meer dan vijfmaal een beurs aanvragen. Het resultaat daarvan zou een besparing met 30 procent moeten zijn.

De vrees in Vlaanderen is dat steeds meer Nederlandse gevestigde auteurs zich zullen richten tot het Vlaams Fonds voor de Letteren, met als gevolg een verdringing van onze eigen jonge auteurs. Ik wil geen paniek zaaien. We weten dat in het verleden de situatie omgekeerd was en dat heel wat Vlaamse auteurs zich tot Nederland wendden. Dat mag ook van Europa. Europa gaat uit van één Nederlandstalig gebied, los van de landsgrenzen. Europa wil ook geen discriminatie op basis van nationaliteit. Vanuit het oogpunt van taal- en cultuurpolitiek is dat trouwens een goede zaak. De plannen nu om uit te gaan van de woonplaats, vind ik persoonlijk een stap achteruit.

Er zijn afspraken tussen beide fondsen. Wanneer een auteur in Nederland en in Vlaanderen een beurs krijgt, dan zullen de kosten verdeeld worden. In 2011 was dat het geval voor 23 auteurs.

Minister, wat zal Vlaanderen doen, als de extra-instroom van Nederlandse auteurs in het Vlaams Fonds er komt, om te vermijden dat dat ten koste gaat van onze eigen, jonge auteurs?

De voorzitter

Minister Schauvliege heeft het woord.

Het klopt dat er vandaag afspraken zijn tussen het Vlaams Fonds voor de Letteren en het Nederlands Letterenfonds, dat een Nederlandstalige auteur bij beide fondsen een werkbeurs kan aanvragen. Stel dat beide ja zeggen, dan organiseert men een cofinanciering. Men kiest voor het hoogste bedrag en beide fondsen betalen een deel van de werkbeurs.

Het Vlaams Fonds voor de Letteren heeft vernomen dat er in Nederland fors is bespaard op de budgetten, en dat daardoor de werkbeurzen onder druk komen te staan. Er zal dus minder budget zijn. Ik heb daarover gesproken met ons Vlaams Fonds voor de Letteren. We zullen nu drie stappen zetten. Ik zal daarover mijn Nederlandse collega, Halbe Zijlstra, aanspreken. Ik zie hem binnenkort en dit is een van de punten die ik met hem zal bespreken. In Nederland zijn er verkiezingen in het najaar, dus zullen we dit ook verder moeten bespreken met de nieuwe regering om uit te zoeken hoe we verder zullen werken.

Er is ook een engagement van de commissie Cultuur naar aanleiding van de hoorzitting van het Vlaams Fonds voor de Letteren, dat de voorzitter van de Interparlementaire Commissie (IPC) van de Nederlandse Taalunie, de heer Johan Verstreken, dit op de agenda van de IPC zal zetten. Zo kan daarover worden gepraat door de parlementsleden.

Het Vlaams Fonds is in samenspraak met het agentschap Kunsten en Erfgoed aan het uitzoeken of het reglement moet worden aangepast, zodat we op de een of andere manier meer aandacht kunnen hebben voor onze auteurs die zo’n werkbeurs aanvragen.

Dat zijn drie pistes die we bewandelen om ervoor te zorgen dat onze auteurs niet de dupe worden van besparingen in Nederland.

Minister, ik en mijn partij zijn grote voorstanders van de samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen. Ik heb altijd betreurd dat er een eigen Vlaams Fonds is ontstaan in de jaren 90, terwijl er in Nederland al sinds de jaren 60 fondsen bestonden. In 1980 is er een Taalunieverdrag gemaakt, waarin Nederland en Vlaanderen hebben afgesproken dat we zouden samenwerken en zoveel mogelijk samen zouden doen in het beleid en de beslissingen op het gebied van taal en letteren. Het ontstaan van dat Vlaams Fonds heb ik altijd een beetje jammer gevonden, als een vorm van misplaatste territoriumdrift.

Er zijn inderdaad afspraken tussen de beide fondsen, en dat is ook goed. Op die manier kan men ook werken. Maar vandaag zien we weer hoe broos dergelijke afspraken zijn. Het volstaat dat een van de partijen een beslissing neemt, en de andere partij zit met de gebakken peren.

Het Taalunieverdrag vraagt samenwerking. Ik heb het gevoel dat er niet eens overleg is geweest tussen de fondsen. Minister, er is dus geen enkel overleg is geweest tussen minister Zijlstra en uzelf?

De voorzitter

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Mijnheer Vandaele, zoals steeds stelt u een intelligente actuele vraag. Vreemd genoeg ben ik net als u een groot voorstander van een culturele samenwerking met Nederland en van het versterken van elkaar waar we dat kunnen doen. Ik hoop dat de samenwerking niet dezelfde weg op gaat zoals met de Hedwigepolder, maar het begint steeds meer dat karakter te krijgen.

Er is ook al bespaard op de budgetten van de Nederlandse Taalunie. Nu is er het verhaal van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Minister, ik vraag u om in uw volgende gesprek met minister Zijlstra eens goed van katoen te geven. Straks blijft er alleen nog ellende over in de samenwerking met Nederland, en dat vind ik jammer. Ik pleit ervoor om daartegen te protesteren, des te meer omdat het voorbeeld van de letteren ook geldt voor pakweg het theater, het muziektheater en het concertwezen. Gezelschappen van bij ons die vaak coproduceren, klagen ook dat de Nederlandse budgetten zo ernstig dalen dat die samenwerking in het gedrang komt. Het gaat ten koste van de kunstenaars.

De voorzitter

De heer Delva heeft het woord.

Paul Delva

Minister, wat vandaag gebeurt met het Vlaams Fonds voor de Letteren zal waarschijnlijk ook gebeuren op een aantal andere culturele domeinen.

Als dat gesprek er komt, dan is het aangewezen om niet alleen te spreken over het precieze probleem dat zich vandaag voordoet door de besparingen op dat Nederlands Letterenfonds en de gevolgen daarvan voor onze Vlaamse auteurs. Ik pleit ervoor om het debat dat u zult hebben met uw Nederlandse collega, open te trekken en systematisch te bekijken welke andere deeldomeinen van cultuur getroffen zouden kunnen worden door een bijkomende besparing in Nederland en wat de gevolgen daarvan zouden kunnen zijn in Vlaanderen.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Wim Van Dijck

Voorzitter, ook ik moet via de pers vernemen dat Nederland bespaart, ook op het Nederlands Letterenfonds, en dat de dubbele aanvraagmogelijkheid verdwijnt. Dat mag er toch niet toe leiden dat we in een situatie terechtkomen dat het Nederlands Letterenfonds de Nederlandse auteurs gaat subsidiëren en het Vlaams Fonds voor de Letteren alleen de Vlaamse auteurs. Als ik de directeur van het Vlaams Fonds voor de Letteren hoor pleiten voor beschermende maatregelen en nu ook de minister zegt dat we eens moeten nadenken of we door de Nederlandse demarche de Vlaamse auteurs niet uit de wind moeten zetten, dan denk ik dat we een slechte weg bewandelen. Ik pleit ook voor dringend overleg met de Nederlandse collega. Het zou er zeker niet mogen toe leiden dat we nu tot twee gescheiden werelden komen, want daar zijn we zeker geen voorstander van.

De voorzitter

Mevrouw Idrissi heeft het woord.

Yamila Idrissi

Minister, ongeveer een jaar geleden, meer bepaald op 30 juni 2011, stelde ik u een vraag om uitleg over de gevolgen van de besparingswoede in Nederland voor de Vlaamse cultuurinstellingen. Ik heb toen gevraagd om een impactstudie te maken om per sector te kijken wat de nadelige gevolgen daarvan zullen zijn. Ik heb toen als antwoord van u gekregen: “Ik voel me niet geroepen om daar een studie aan te wijden of dat allemaal te laten doorlichten.”

Vandaag toont de problematiek van het Vlaams Fonds voor de Letteren en het Nederlands Letterenfonds aan dat het echt wel nodig is om per deelgebied te bekijken wat er op ons afkomt en hoe we daar adequaat op kunnen reageren, want anders gaan we naar een evident terugplooien op onszelf. Ik denk niet dat dat de bedoeling is.

U stelt terecht dat u overleg zult hebben met uw collega en dat het belangrijk is wat de nieuwe verkiezingen in Nederland zullen brengen. Tijdens de hoorzitting vorige week hebben de mensen van Vlaams Fonds voor de Letteren ons gezegd dat het weinig zoden aan de dijk zal zetten omdat men met een zeer vergaande ‘verfondsing’ zit in Nederland. Ik wil er toch voor pleiten, en herhaal mijn vraag van vorig jaar, om te gaan voor een dergelijke impactstudie.

Collega’s, ik wil een aantal zaken duidelijk stellen. Men moet altijd een onderscheid maken tussen enerzijds iets dat is vastgelegd in een verdrag en dat door beide partijen die deel uitmaken van dat verdrag, moet worden uitgevoerd, en anderzijds een soort overeenkomst die is afgesloten tussen twee fondsen. Het is niet de beslissing van de staatssecretaris of de minister van Nederland om te beknibbelen op de werkbeurzen, het is een autonome beslissing van het Nederlands Letterenfonds. Wel heeft de overheid aan het Letterenfonds gezegd dat het 30 procent minder krijgt, maar het fonds zelf heeft beslist om die 30 procent vooral te laten doorwerken op de werkbeurzen. In die zin is er inderdaad, mijnheer Vandaele, geen rechtstreeks signaal van de staatssecretaris of de minister naar mij gekomen, zeggende dat men 30 procent gaat besparen op de werkbeurzen.

Het is al vaak in het overleg met staatssecretaris Zijlstra aan bod gekomen, mevrouw Idrissi. Laten uitschijnen alsof dat niet zo zou zijn, klopt helemaal niet. Ik zie mijn collega vaak, zeker in het kader van de Nederlandse Taalunie. Daar hebben wij bijvoorbeeld afspraken gemaakt dat de besparingen die zijn doorgevoerd, niet 30 procent zijn, maar slechts 5 procent. Op die manier hebben we een wederzijds akkoord om de budgetten af te stemmen op wat ook in Vlaanderen is doorgevoerd. Een en ander hebben we absoluut kunnen rechttrekken omdat er een verdrag is, een duidelijke afspraak, tussen Nederland en Vlaanderen over hoe die budgetten eerlijk worden verdeeld en wie welke inbreng heeft.

De vergelijking die is gemaakt met de Hedwigepolder, gaat absoluut niet op. Ik heb vorige vrijdag de Operadagen in Rotterdam geopend als Vlaams minister van Cultuur omdat daar acht organisaties van ons prominent op aanwezig waren. Dit is bijzonder gesmaakt. Op die manier heb ik heel veel contacten in Nederland, ook met het culturele veld.

Mevrouw Idrissi, via onze steunpunten kunnen we de impact van een aantal beslissingen in Nederland inschatten en weten we hoe we daarop moeten anticiperen.

Het blijft natuurlijk altijd een autonome beslissing van Nederland wat ze met hun cultuurbudget doen, zeker als er geen verdrag of duidelijke afspraak bestaat tussen Nederland en Vlaanderen. Als Vlaams minister kan ik mijn collega moeilijk de les spellen en zeggen in welke zin zij besparingen moeten doorvoeren.

Als er duidelijke afspraken zijn in een verdrag moeten die worden nageleefd. Aan de andere kant moeten we goed met elkaar praten wanneer er beslissingen worden genomen die impact hebben. Dan moeten we bekijken hoe we tot oplossingen kunnen komen. Dat is wat we nu gaan doen met de werkbeurzen. Vanuit het Vlaams Fonds voor de Letteren zullen we bekijken hoe we daar verder mee omgaan. Ik heb in ieder geval begin juni een gesprek gepland met Halbe Zijlstra.

Minister, ik beschik over andere informatie. Ik heb gehoord dat de minister wel degelijk concrete instructies heeft gegeven aan het Nederlands Letterenfonds over de besparingen. Mevrouw Idrissi, dat plaatst natuurlijk een kanttekening bij uw bedenking dat het om een verfondsing gaat en dat de politiek op afstand staat. In dit dossier blijkt dat de minister wel degelijk de knip op de portefeuille wil zetten, met alle gevolgen vandien.

Minister, er is tot op heden geen overleg gepleegd met u. Het zijn vijgen na Pasen. Ik vind dat een schending van het Taalunieverdrag. Ik vind het bijzonder jammer. Men moet samenwerken en een gezamenlijk beleid uitstippelen, maar men komt er niet eens toe om te overleggen. Dat is bijzonder jammer.

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.