U bent hier

De voorzitter

De heer Tommelein had een vraag ingediend over hetzelfde onderwerp maar hij is verontschuldigd omdat hij op het punt staat om vader te worden. (Applaus)

De heer Caron heeft het woord.

Bart Caron

Minister, mijn vraag gaat over de VRT en over de reactie van de hoofdredactie van de VRT op het verschijnen van het boek ‘De keizer van Oostende’. Ik vind dat een ietwat bizarre reactie. Dat is althans mijn perceptie.

Ik weet dat er een deontologische raad is en een redactiestatuut met een deontologische code. VRT-journalisten zijn dus in eigen huis gebonden aan een aantal deontologische afspraken.

De Standaard daarentegen zegt dat de hoofdredactie van de VRT heel goed op de hoogte was van de inhoud van het boek. De VRT grijpt in net nadat het boek verschijnt, zet de betrokken journalisten op non-actief en distantieert zich van het boek. En vandaag schrijft Ides Debruyne van het Fonds Pascal Decroos – en wij delen dezelfde zorg voor onderzoeksjournalistiek – dat het niet kan wat er is gebeurd. De twee journalisten hebben daarenboven een beurs gekregen van dat fonds om hun werk te maken. Het is mij nu niet meer duidelijk of die beurs er was voor een Panorama-reportage die zou afgevoerd zijn en nu is omgezet in een boek. Ik weet ook niet of de hoofdredactie niet op de hoogte was van de inhoud van dat boek, in tegenstelling tot wat De Standaard schrijft.

Minister, wie liegt hier eigenlijk? De Standaard, die zegt dat de hoofdredactie het boek kende, of de hoofdredacteur zelf?

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Minister, het gebeurt wel meer dat journalisten, ook VRT-journalisten, een boek schrijven. Soms komt dat boek in de VRT-shop terecht. Ik heb het aanvoelen dat ‘De keizer van Oostende’ daar niet te koop zal zijn.

Beide journalisten zijn inderdaad geschorst. Dat is op het eerste gezicht een kwestie van deontologie: controle van journalistieke bronnen, journalistieke ernst. Daarover dus geen debat in dit parlement. Ten ware, we zitten volop op het snijvlak tussen pers en politiek, tussen politiek en openbare omroep. Alle Vlaamse belastingbetalers betalen samen meer dan 300 miljoen euro voor de openbare omroep. Zij mogen dan ook een zekere kwaliteit en betrouwbaarheid verwachten, met name van de nieuwsuitzendingen. Betrouwbaarheid van de nieuwsuitzendingen vereist kritische journalistiek, onderzoeksjournalistiek – waarop u ook in uw beleidsbrieven aandringt – en journalistieke vrijheid. Als journalisten iets maken dat de schijn van partijdigheid opwekt, is dat een probleem. Als een hoofdredacteur die journalisten schorst, maakt hij dat probleem alleen maar erger. Want dan zegt hij eigenlijk dat die journalisten slecht zijn: dat ze slecht werk leveren en onbetrouwbaar zijn. Als het dan bovendien zo zou zijn dat die hoofdredacteur inderdaad betrokken was of op de hoogte was van het werk dat bezig was, en dat hij pas nadien is opgetreden, dan maakt hij wel de indruk dat hij pas optreedt nadat er demarches zijn gebeurd vanuit de politiek of vanuit het bedrijfsleven, dat laat ik in het midden.

Minister, hoe kunt u erop toezien dat er een procedure ontrold worden om er in elk geval voor te zorgen dat dit soort toestanden – want ik noem het ‘toestanden’ – die onze openbare omroep beschadigen – en daar is het ons uiteindelijk om te doen: wij vinden die openbare omroep belangrijk – niet meer gebeuren?

Ik lees nu dat de hoofdredacteur zijn journalisten verbiedt om nog dat soort projecten te doen buiten de VRT. Ik denk niet dat dat de oplossing is.

De voorzitter

De heer Wienen heeft het woord.

Wim Wienen

Voorzitter, collega’s, minister, ook ik had toch graag wat verduidelijking bij wat er vorige maandag bij de VRT heeft plaatsgevonden. Dit verhaal komt toch enigszins eigenaardig over. Twee journalisten hebben een boek geschreven en worden nu op non-actief geplaatst omdat ze niet alle deontologische regels hebben gevolgd. Ik zou willen weten welke die deontologische regels zijn. Ik weet wel welk gebod ze zeker hebben geschonden. Dat is het eerste en ongeschreven gebod bij de VRT: “Gij zult geen socialisten in een verkeerd daglicht plaatsen.” (Gelach en applaus bij het Vlaams Belang)

Dat is natuurlijk een credo dat bij de VRT altijd enorm heeft geleefd. Maar, minister, aan de andere kant is dat wel de perceptie die er vandaag is. Want als we de media mogen geloven, was de hoofdredactie inderdaad op de hoogte van het feit dat deze twee journalisten buiten hun uren aan dit boek werkten. De hoofdredactie is ook tijdig op de hoogte gebracht van de inhoud van het boek. Met alle details daarin. De dagen voordien is er bij de hoofdredacteur van de VRT geen enkel probleem. Tot mijnheer Vande Lanotte zelf een persconferentie geeft. Dan gaan de poppen aan het dansen. Dan moet mijnheer Vande Lanotte heel snel worden uitgenodigd bij de VRT om weerwoord te geven en moeten de twee journalisten op non-actief worden gezet. Ik vind dat eigenaardig.

Minister, sinds u minister van Media bent, hebt u in uw beleidsbrieven en in uw beleidsnota steeds een lans gebroken voor kwalitatief hoogstaande onderzoeksjournalistiek. Als er nu twee journalisten onderzoeksjournalistiek bedrijven, is het ook niet goed. Ik stel vast dat het blijkbaar met het onderwerp te maken heeft. Als we zo beginnen, als we onderzoeksjournalistiek gaan afwegen naargelang van het onderwerp dat wordt onderzocht, zijn we, minister, behoorlijk fout bezig. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

Ik wil eerst iets rechtzetten. Ik heb informatie opgevraagd bij de VRT. De twee journalisten zijn niet geschorst of op non-actief geplaatst. Ze mogen voorlopig geen externe reportageopdrachten doen. (Rumoer bij het Vlaams Belang)

Dat is wel een groot verschil.

Er is een beschermende maatregel genomen. (Rumoer bij het Vlaams Belang)

Ik wil wel een beetje respect. Ik wil ten minste mijn verhaal kunnen doen.

De voorzitter

Stilte!

U kunt straks nog reageren, mijnheer Deckmyn. Of nee, toch niet, de heer Wienen heeft een vraag gesteld.

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

Ze zijn dus niet geschorst, ze mogen geen externe opdrachten reportageopdrachten doen zolang het onderzoek loopt naar eventuele verdere deontologische fouten.

Ik ben ook nieuwsgierig naar het verloop van het dossier. U kunt het sinds gisterenavond lezen op de VRT-nieuwssite waar de hoofdredacteur het hele verloop heeft weergegeven. Ik zal daaruit citeren om u een zicht op de situatie te geven.

De betrokken journalisten hadden eerst overwogen om een Panorama-uitzending te maken over Oostende. Ze hebben dat in 2011 aangevraagd aan het redactiecollege. Dat gaf zijn toestemming. Ze hebben dan gerapporteerd aan het redactiecollege en kregen de reactie dat het materiaal te mager was. Er zou voorlopig geen uitzending komen. Dan hebben de twee journalisten het plan opgevat om er een boek over te schrijven.

Een van de twee heeft conform de deontologische code aan de hoofdredacteur toestemming gevraagd voor dat boek, voor eigen rekening en in eigen naam. Hij heeft zoals het hoort een cumulaanvraag ingediend. Die is hem toegestaan. Hij mocht het boek dus schrijven, in eigen naam. In de deontologische code staat dat journalisten van de VRT die schrijven in opdracht van derden of in eigen naam, toch de deontologische code van de VRT naleven om ervoor te zorgen dat ze de geloofwaardigheid en integriteit van de omroep en van zichzelf niet in het gedrang brengen. Dat geldt ook voor ambtenaren. Als zij een cumul doen, moeten ze zich blijven gedragen conform de waardigheid van hun beroep. Dat is een vergelijkbare situatie. Dat is aan die journalisten gezegd.

Ze hebben dan begin april 2012 contact gezocht met de deontologische adviesraad om een eerste deel van de voorlopige versie van hun boek voor te leggen, vermoedelijk omdat ze zekerheid wilden hebben dat ze niet zouden zondigen tegen de deontologische code. De deontologische adviesraad heeft hen gevraagd of alle feiten gedubbelcheckt waren. Ze hebben dat bevestigd. De adviesraad heeft hen toestemming gegeven om voort te doen en heeft herhaald dat het boek buiten de bevoegdheid van de VRT viel en dat de raad geen verantwoording zou afleggen.

Sinds 24 april heeft de hoofdredacteur mondjesmaat, met fragmenten, inzage gekregen in het boek. In de eerste plaats zijn er twee versies van de inleiding gegeven. Hij heeft aan de auteurs per mail laten weten dat hij toch wou aanraden om de stijl van het werkstuk zo feitelijk mogelijk te houden en om opiniërende uitspraken te vermijden. Hij heeft aan de auteurs gevraagd om de andere delen van het boek te mogen lezen. Die zijn apart overgemaakt en voorgelegd aan de deontologische adviesraad en aan het nieuwscollege.

Er is op 4 mei een onderhoud geweest tussen de hoofdredacteur en de auteurs. De hoofdredacteur heeft nogmaals gezegd dat de VRT het boek niet steunt. Hij heeft ook nogmaals het advies van de deontologische adviesraad meegegeven om te zeggen: we gaan dat boek niet steunen en niet goedkeuren; als het gepubliceerd wordt en er komt kritiek, zullen we zeggen dat het geen initiatief is dat de VRT steunt of verder zal ondersteunen.

Na die verschillende stappen is het boek sinds zondag in een stroomversnelling geraakt. Het is bekendgemaakt. De hoofdredacteur en de adviesraad hebben meer informatie gekregen, onder andere over het feit dat men vond dat het boek niet aan de criteria beantwoordde. Ik moet in de voorwaardelijke wijs spreken, want het onderzoek loopt nog.

Uiteindelijk hebben de redacteurs bij het vergaren van hun informatie de scheiding tussen hun job bij de VRT en hun job voor eigen rekening niet strikt gehandhaafd. Ze hebben mensen geïnterviewd onder de titel van journalist van de VRT en onder het mom dat ze aan een programma van de VRT werkten. Ik zeg dit in voorwaardelijke wijs, want het onderzoek loopt nog.

De hoofdredacteur heeft in overleg met het college van hoofdredacteurs beslist die mensen voorlopig geen externe reportageopdrachten meer te geven. Dat is geen schorsing. Ze staan niet op non-actief zolang het onderzoek loopt. Er moet nog worden nagegaan of ze nog andere principes van de deontologische code hebben geschonden.

Ondertussen heeft de hoofdredacteur zelf verklaard dat hij een aantal besluiten uit deze discussie trekt. Het blijkt een moeilijk pad te zijn. Als iemand als journalist voor de VRT werkt, is het duidelijk: hij werkt in opdracht van de VRT en hij moet de deontologische code volgen. Bovendien waken verschillende organen hierover. Tot nu toe hebben die journalisten ook de mogelijkheid gekregen in opdracht van derden te werken. Ook dan moeten ze de deontologische code respecteren. Op dat ogenblik is het niet meer zo duidelijk. Er is blijkbaar wat verwarring over de checks en balances en over de wijze waarop het mogelijk is die principes te doen naleven.

De hoofdredacteur heeft laten weten ervoor gewonnen te zijn journalisten van de VRT in de toekomst geen toestemming meer te geven om in opdracht van derden opdrachten op het vlak van de onderzoeksjournalistiek uit te voeren.

Bart Caron

Het is een moeilijke kwestie. We kunnen het ook omdraaien. Ik wil de journalisten die als ghostwriters voor politici boeken hebben geschreven niet te eten moeten geven. Daarvoor gelden blijkbaar geen deontologische codes. Die boeken worden in opdracht van die politici geschreven en meestal onder hun naam gepubliceerd.

Veel journalisten gaan heel ver. Als we het over de deontologie willen hebben, mogen we het ook wel eens over de blogs en over Twitter hebben. Dat maakt ook deel uit van dezelfde grote familie.

Mijn enige bekommernis is dat de VRT objectief en neutraal moet zijn. Heel wat journalisten hebben al boeken geschreven die wat meer binnen het stramien van het huis passen en waarvan de VRT zich niet heeft gedistantieerd. De minister is in feite voorzichtig in haar reactie: volgens haar heeft de VRT verklaard het niet goed te keuren. Volgens de perstekst distantieert de VRT zich van het boek. Ik vind dat een groot verschil.

De deontologische raad en de hoofdredactie zijn geraadpleegd. Hoewel een aantal opmerkingen zijn gemaakt, is niet gezegd dat het niet kon. Plots wordt dat wel gezegd. Ik kan daaruit enkel afleiden dat er tussendoor mensen tussenbeide zijn gekomen. Dit heeft ertoe geleid dat de VRT versneld heeft verklaard dat dit boek niet kan.

Wat we hier meemaken, staat in schril contrast met de zaak-Ghysen.

De voorzitter

U moet niet naar mij wijzen.

Ik heb het over het uiterlijk. (Gelach. Opmerkingen)

Ik heb het over de tongval.

De VRT heeft toen zelf beschuldigingen geuit aan het adres van iemand die geen weerwoord kon bieden. Het heeft bijzonder lang geduurd voor de hoofdredactie die fout heeft erkend. In dit geval neemt de hoofdredactie sancties tegen journalisten die, buiten hun job bij de VRT om, onderzoeksjournalistiek hebben verricht. Dit giet over onze openbare omroep een sausje van ondeskundigheid en onbetrouwbaarheid. Ik vind dat bijzonder jammer. Als hoofdaandeelhouder en als enige aandeelhouder van onze openbare omroep mogen we daar bezorgd om zijn.

Wim Wienen

Ik dank de VRT voor haar antwoord. Ik had graag de mening van de toezichthoudende minister over deze zaak gehoord, maar dat is blijkbaar niet mogelijk.

De twee journalisten zijn niet geschorst. Er is een beschermende maatregel opgelegd. Ik vraag me af wie er precies moet worden beschermd. Dat zal later nog moeten blijken.

De hoofdredacteur heeft laten weten dat hij de journalisten van de VRT de regel zal trachten op te leggen dat ze geen boeken meer mogen schrijven. Die censuur bij de VRT kennen we natuurlijk. Het hoort traditioneel bij dit huis dat journalisten van bovenaf worden gecensureerd. Ik denk hierbij aan de bekende en beruchte nota ‘De VRT en de democratische samenleving’. Toen is journalisten door de hoofdredactie opgelegd niet over het Vlaams Belang te berichten. Dat is het derde gebod in de gebodenreeks van de VRT.

En zo gaat dat maar door. Ik denk dat dat vanuit journalistiek en zelfs vanuit democratisch oogpunt een heel slechte manier van werken is. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Yüksel heeft het woord.

Veli Yüksel

Voorzitter, de hoofdredacteur van de VRT-nieuwsdienst moet waken over de onpartijdigheid en de onafhankelijkheid van de VRT-nieuwsdienst en daarbij moet de hoofdredacteur uiteraard rekening houden met de deontologische code, met het redactiestatuut en ook met de adviesraad.

Minister, er zijn hierover een paar pertinente vragen te stellen. Heeft de hoofdredacteur beslist om die journalisten te schorsen, om in te grijpen na een telefoontje van Electrawinds zondagavond? Waarom moesten die twee journalisten aan de kant vooraleer de deontologische raad een advies ten gronde heeft uitgebracht? (Opmerkingen van de voorzitter)

Dit zijn geen vragen, het zijn pertinente vragen die ik in de groep gooi. Mijn vraag komt nog. (Gelach)

De snelheid waarmee de hoofdredacteur in deze zaak gehandeld heeft, staat in schril contrast met de zaak-Ghysen. Is hier sprake van twee maten en twee gewichten?

Voorzitter, mijn vraag komt. Er stelt zich hier een probleem in hoofde van de hoofdredacteur van de VRT, want door zijn optreden heeft hij zware schade toegebracht aan het imago van de VRT.

Mijn vraag aan u, minister, is de volgende. Wat gaat u daaraan doen? (Applaus bij CD&V)

De voorzitter

Mijnheer Yüksel, ik zal in het woordenboek opzoeken wat het verschil is tussen pertinente vragen en gewone vragen.

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, minister, persvrijheid, kwaliteitsvolle journalistiek en daaronder begrepen een strikte deontologie, zijn essentieel voor u, voor ons, voor alle democratische partijen en voor de goede werking van een democratie. Dat is ook de reden waarom we als samenleving hebben gekozen voor een soort zelfregulering. Ze evalueren zichzelf en vervolgens kunnen ze zichzelf ook reguleren. Dat moet dan natuurlijk allemaal goed werken en dat is nu een probleem gebleken.

Ik wil geen oordeel vellen over het boek zelf of over de vraag of de procedure nu al dan niet deontologisch correct is verlopen, dat zal te gepasten tijde door de adviesraad worden beoordeeld. Dat is misschien al gebeurd of zal binnenkort gebeuren. Feit is alleszins dat de hoofdredacteur in zijn reactie toch iets merkwaardigs presteert. Aan de ene kant zegt hij dat hij kennis heeft gekregen van het boek, zij het in schijfjes, en dat hij toen de bedenking heeft gemaakt dat het boek niet aanvaardbaar was, dat er passages waren die te opiniërend waren of onvoldoende gecheckt, maar hij heeft zich er niet van gedistantieerd. Hij heeft alleen maar gezegd: “Als er heisa komt, dan zal de VRT zich distantiëren.” Dat lijkt mij eerlijk gezegd geen deontologische houding, vooral ten aanzien van de journalisten.

Volgens mij werden er te weinig afspraken gemaakt tussen de journalisten en de redactie. Als de hoofdredacteur halverwege pas, wanneer deze heren al zo veel werk hebben gepresteerd, zegt dat hij het eigenlijk niet ziet zitten, dan is dat evenmin correct. Er moeten op voorhand afspraken over worden gemaakt en in functie daarvan moet worden gehandeld.

De voorzitter

De heer De Coene heeft het woord.

Philippe De Coene

Voorzitter, ik hoor van mijn ‘boekenmarchand’ dat er al een tweede versie van het boek is, namelijk eentje met een erratum. Je zou het zo te vroeg kopen en een dag nadien is er al een nieuwe versie. (Rumoer)

De uitgever heeft blijkbaar ook al ingezien dat de eerste versie niet zo goed was. (Rumoer)

Twee journalisten van de VRT werken aan een verhaal dat niet geschikt is voor die VRT zelf. Dat zeggen ze. Het voldoet niet aan de criteria. Het wordt gemaakt voor een private uitgeverij en daardoor komt het toch uitgebreid in de aandacht bij de VRT. Dat is een U-bochtconstructie.

Voor het verschijnen van het boek, op het moment dat de hoofdredacteur voor de eerste keer ziet wat het boek in concreto is, wordt er al gezegd: “In die vorm gaan wij er afstand van nemen.”

Uiteindelijk is heel het probleem te herleiden tot een cumulactiviteit van redacteurs van de VRT.

Ik wil u daarover een vraag voorleggen. Wordt het niet dringend tijd om de cumuls van VRT-journalisten te onderwerpen aan een duidelijke en transparante code, zodat de openbare omroep niet langer in verlegenheid kan worden gebracht?

De voorzitter

De heer Verstrepen heeft het woord.

Jurgen Verstrepen

Minister, onafhankelijke onderzoeksjournalistiek is een speerpunt van uw beleid. Als ik even stout mag zijn: ik krijg de indruk dat u faalt, want zelfs bij de openbare omroep wordt onderzoeksjournalistiek – los van de inhoud – stopgezet en tegen de muur gezet. Dat roept vragen op.

Gisteren hebben wij nog gediscussieerd over de persvrijheid in dit land. Het is een heikel thema geworden. Ik geloof de heer Rademakers wanneer hij vandaag via Belga en de kranten verklaart dat hij niet door de politiek onder druk is gezet. Ik geloof dat. Hij is niet door de politiek onder druk gezet, maar de directie en het management van de VRT wél. En dat is het probleem. De heer Rademakers is door de directie onder druk gezet, en dan heeft hij gelijk wanneer hij zegt dat de politiek hem niet onder druk heeft gezet. Men probeert de politieke invloed in de VRT op te drijven. De carrousel in de raad van bestuur getuigt daarvan, en deze zaak doet dat opnieuw.

Ik heb een zeer concrete vraag hierover, want dit baart mij zorgen. Wij moeten de journalisten verdedigen. Zijn er daartoe voldoende afschermingsschotten tussen de directie en het management van de openbare omroep enerzijds en de hoofdredacteur en de journalisten anderzijds? Ik denk dat het daaraan schort.

Minister Ingrid Lieten

Collega’s, ik sta wat verbaasd te luisteren naar allerlei zaken die op één hoopje worden gegooid. Mijn relaas, dat een samenvatting is van wat u in extenso op de website kunt lezen, toont duidelijk aan dat de VRT en haar verschillende organen – de deontologische adviesraad, het college van hoofdredacteuren en de hoofdredacteur – niet over één nacht ijs zijn gegaan. Al begin april zijn de auteurs, die toestemming hadden gekregen om voor eigen rekening te schrijven, zelf naar de deontologische adviesraad gestapt om te weten te komen of hun tekst beantwoordt aan hun plicht om de integriteit van hun journalistiek werk als VRT-journalist en van de VRT zelf niet in het gedrang te brengen. Toen al heeft de adviesraad voor het eerst – en nadien nog verschillende keren – de hoofdredacteur geadviseerd om zich van het project te distantiëren.

De hoofdredacteur heeft hen op voorhand verwittigd, want in een mail van 24 april zei hij hun dat de versies die hij had kunnen lezen – hij had op dat moment nog maar enkele hoofdstukken gezien – hem ertoe aanzetten hun aan te raden om de toon te veranderen, meer aandacht aan checks and balances te besteden en de opiniërende elementen er ten dele uit te halen. Op 4 mei heeft hij hen persoonlijk ontmoet en hun gezegd dat hij zich distantieert van het boek. Dat gebeurde dus niet op 21 mei, maar al op 4 mei, en hij deed dat op basis van een advies van de deontologische adviesraad.

Ik lees dat advies voor: “De adviesraad adviseert de hoofdredactie zich duidelijk te distantiëren van het project, zoals het trouwens altijd al was afgesproken. De komende dagen moet duidelijk worden – eventueel ook via verder onderzoek van de adviesraad – of de feitelijke onjuistheden en het gebrek aan wederwoord inderdaad van dien aard zijn dat de geloofwaardigheid van beide journalisten wordt ondergraven.” De hoofdredacteur heeft de auteurs dus op tijd verwittigd. Zij hebben de tijd gekregen om daarmee rekening te houden.

Het blijft een moeilijke situatie. Ofwel geeft de VRT de personeelsleden de kans om ook naast hun job bepaalde journalistieke opdrachten uit te voeren. Gezien de voorbeeldfunctie van de VRT – waar wij allemaal achter staan – moeten dan ook een aantal regels in acht worden genomen en moet de deontologische code worden gevolgd. Maar op dat punt heeft de VRT niet dezelfde middelen om in te grijpen. Ofwel verbiedt men extra opdrachten en neemt men die grijze zone weg, wat betekent dat men de keuze krijgt: aan onderzoeksjournalistiek doen binnen de VRT – dus mét de nodige checks and balances en de eindverantwoordelijkheid voor de hoofdredactie. De VRT moet nu een beslissing nemen over die grijze zone. Ofwel perkt men de mogelijkheden in van journalisten om naast hun werk voor de openbare omroep andere projecten uit te werken, ofwel kiest men in alle omstandigheden voor de rigiditeit en het waarborgen van de integriteit en de naleving van de deontologie.

U vraagt, mijnheer Wienen, of er voldoende instituties zijn om dat te vrijwaren. Collega’s, de verschillende organen van de VRT hebben hun werk gedaan. Het is ook aan de VRT zelf om nu te kijken of het systeem voldoende sluitend is en of ze niet moeten bijsturen. Ik begrijp dat de hoofdredacteur nu een voorzet geeft om er misschien toch een stap verder in te gaan.

Mijnheer Yüksel, ik heb contact gehad met mevrouw De Preter, want die vraag hield me ook bezig, zeker als ik sommige pers las. Gisterenavond heb ik haar gevraagd of er door iemand druks is uitgeoefend om daaraan iets te doen. Ze heeft me duidelijk laten weten van niet. (Rumoer)

Wat er wel is gebeurd, is dat Electrawinds de hoofdredacteur heeft gebeld om te zeggen dat ze niet akkoord gaan met de feitelijke onjuistheden in dat boek. De hoofdredacteur heeft gezegd dat ze niet bij hem moesten zijn, omdat hij niet verantwoordelijk is voor het boek en dat ze bij de uitgever moesten zijn. Electrawinds heeft maandagmorgen de uitgever en de auteurs aangetekend in gebreke gesteld, omdat er feitelijke onjuistheden in het boek staan: cijfermateriaal en foute citaten uit het rapport-Graydon. Ik kan wel begrijpen dat Electrawinds dat niet aangenaam vindt, zeker nu ze een beursgang voorbereiden. Elk bedrijf dat verkeerd wordt geciteerd in een boek, heeft de verantwoordelijkheid om te zeggen wat het daarmee wil doen of niet.

Collega’s, ik geef mijn persoonlijke mening, het is aan de VRT om te beslissen wat ze doen. Ik ben er eerder voorstander van om klare wijn te schenken. We moeten alle ruimte geven voor onderzoeksjournalistiek. Ik heb ook in de beheersovereenkomst gevraagd om daarvoor extra middelen vrij te maken, maar doe het in de schoot van de VRT, waar alle regels en procedures gelden. Iedereen, ook de hoofdredactie, kan dan zijn verantwoordelijkheid nemen. Maar ik laat aan de VRT over om daarover uitspraken te doen. Het is aan hen om zich verder te reguleren.

Bart Caron

Minister, het wordt een delicate kwestie. De VRT blonk in elk geval niet uit in duidelijke communicatie meteen na de feiten. Wat nu op de website staat en wat u citeert, had ook meteen gezegd kunnen worden. Eerst is de indruk gewekt dat de hoofdredactie niet op de hoogte was. Dat bleek dan door een krant wel uitgebracht. Uit het relaas blijkt dat de hoofdredactie en de deontologische raad grosso modo op de hoogte zijn. Ik respecteer de uitspraken van die raad. Ik respecteer ook de VRT als ze na het onderzoek een keuze maakt. Het is in elk geval duidelijk dat de crisiscommunicatie niet oké was.

Als je dat vergelijkt met de zaak rond Jos Ghysen, onafhankelijk van de daden van de personen, zie ik toch een politiek van twee maten, het spijt me. Ik ben met u vragende partij, daarom niet voor een verbod, maar op zijn minst voor duidelijke regels voor cumulopdrachten. Deze journalisten hebben in het verleden verschillende prijzen gekregen voor hun onderzoeksjournalistiek. Het zou toch heel bizar zijn dat het nu plots heel slecht werk is.

Minister, de N-VA is voorstander van een sterke openbare omroep, u weet dat, en van een sterke onafhankelijke berichtgeving. Het is de taak en de verantwoordelijkheid van de journalisten om goede producten te maken, om alles te checken. Het is zeker ook de verantwoordelijkheid en de taak van een hoofdredacteur om weerstand te bieden aan elke externe druk, of die nu van bedrijven komt of van politici. Dat geldt voor de hele pers, maar natuurlijk des te meer voor onze eigen openbare omroep.

Wim Wienen

Minister, ik geloof u: er is geen politieke druk uitgeoefend op de hoofdredacteur van de VRT. Die man heeft dat ook niet nodig. De mensen die zijn doortocht hebben meegemaakt bij Gazet Van Antwerpen en Het Belang Van Limburg weten dat die man die politieke druk niet nodig heeft om verder te gaan op zijn elan.

Vooral een van beide journalisten is bijzonder stout geweest, want het gaat niet alleen over de keizer van Oostende of ‘den Baard’, zoals hij in de volksmond genoemd wordt, maar hij heeft toevallig ook het schandaal bij de politie in Hasselt uitgebracht. Dus was ook het andere icoon van die partij aangepakt, Steve Stevaert, en dat was erover. Of die deontologische commissie nu gaat uitzoeken of ze in fout waren of niet, het doet mij denken aan Max Havelaar van Multatuli. Het speelt geen rol meer of Barbertje de rechtszaal binnen komt gewandeld, Lothario moet en zal hangen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De actuele vragen zijn afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.