U bent hier

Plenaire vergadering

woensdag 23 mei 2012, 14.03u

De voorzitter

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over armoede in Vlaanderen.

Het debat is geopend.

Mevrouw Vogels heeft het woord.

Mieke Vogels

Dames en heren ministers, collega’s, op 10 mei werd de vijfde armoedebarometer voorgesteld door Decenniumdoelen 2017. Decenniumdoelen 2017 is een samenwerkingsverband van heel wat middenveldorganisaties waaronder het Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV), de Koepel van Christelijke Werknemersorganisaties (ACW), Samenlevingsopbouw Vlaanderen enzovoort.

Die armoedebarometer staat op slecht. De voorspellingen zijn zelfs barslecht. Ik som enkele cijfers op. Een op tien Vlamingen leeft met een inkomen dat onder de Europese armoedegrens ligt. 18,2 procent van de Vlamingen kan zich per jaar niet eens een week verlof permitteren. De ongekwalificeerde uitstroom van jongeren bedraagt 11,4 procent bij jongens en 7,7 procent bij meisjes. Dat betekent dat zij de schoolbanken verlaten zonder diploma. Tot slot is de kinderarmoede in Vlaanderen de voorbije tien jaar verdubbeld tot meer dan 8 procent. Dat betekent dat niet minder dan 140.000 kinderen in deze rijke regio opgroeien in armoede.

Minister-president, ik ben blij dat u hier aanwezig bent. Ik herinner me nog de grootse debatten in dit halfrond over Vlaanderen in Actie. Men was not amused dat Groen daar een beetje kritiek op had. Wij hebben echter nooit kritiek gehad op het hoofdstuk over het warme Vlaanderen. In dat hoofdstuk stond dat tegen 2020 de kinderarmoede in Vlaanderen zou worden gehalveerd. Vandaag lezen wij dat de kinderarmoede niet wordt gehalveerd, maar verdubbeld.

Collega’s, ik wil me ook even tot u richten. Stel dat het vandaag niet zou gaan over armoedecijfers maar over een rapport van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) dat aantoont dat de schuld in Vlaanderen niet halveert maar verdubbelt, dan zou de heer Vereeck samen met alle begrotingsfetisjisten en nerds die hier vanmorgen samen zaten geen moment wachten om een actualiteitsdebat te vragen voor de volgende plenaire vergadering. Stel dat de minister van Begroting, die uiteraard op een belangrijke missie was in het buitenland, niet aanwezig zou kunnen zijn, en de meerderheid zou beslissen om dat debat een week uit te stellen, dan zou dit huis te klein zijn om alle ergernis op te stapelen. Er zou ongelofelijk veel lawaai worden gemaakt. Dit zou niet kunnen. De minister-president zou dan maar moeten antwoorden in naam van de regering. Dat is echter niet het geval als het over armoedecijfers gaat. Dat is geen verwijt aan iemand, het is alleen een vaststelling.

Blijkbaar ligt de politiek vandaag meer wakker van begrotingstekorten dan van armoedecijfers. Ik heb het niet over u, minister Lieten, ik heb het over mijn collega’s die het niet nodig vinden om zwaar te protesteren tegen het feit dat de meerderheid beslist dat een debat dat werd goedgekeurd in het Bureau met een week wordt verdaagd.

De voorzitter

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

Voorzitter, ik zal mij niet moeien met de regeling van de werkzaamheden van het parlement, maar ik wil toch een paar feiten geven. Deze Vlaamse Regering neemt armoedebestrijding zeer ernstig. Dat blijkt niet alleen uit het feit dat de meeste van mijn collega’s hier aanwezig zijn, maar ook uit het feit dat wij een geïntegreerd actieplan hebben opgemaakt, en dat wij daar jaarlijks een stand van zaken van maken. Die hebben wij vlak voor de paasvakantie goedgekeurd in de regering. Dat voortgangsrapport hebben wij onmiddellijk overgemaakt aan het parlement, met de vraag om het ook in de commissie Welzijn te kunnen bespreken. Het bevat ook de cijfers. Ik deel de verontwaardiging van mevrouw Vogels over die cijfers: armoede ligt ons na aan het hart. De methodiek die wij altijd voor ogen hebben, is dat wij een voortgangsrapportering geven met de cijfers. Die hebben wij publiek bekendgemaakt. Daar is jammer genoeg ook weinig aandacht voor geweest. Daarin deel ik ook de frustratie van mevrouw Vogels. We hebben het rapport toen overgemaakt aan het parlement om het debat te voeren in de commissie. Het is binnen enkele weken gepland. De voorzitter van de commissie Welzijn is hier. We hebben gevraagd om er ook in andere commissies aandacht aan te besteden omdat het een actieplan is dat alleen maar kan werken als het op een geïntegreerde en integrale manier de verschillende beleidsdomeinen behelst. Dat is ook zo: ons actieplan bestaat uit 194 maatregelen, die door de verschillende collega’s werden genomen. Het voortgangsrapport geeft er de stand van zaken van.

Ik wil hiermee aantonen dat wij het debat in de schoot van de regering hebben gevoerd, dat wij een stand van zaken hebben opgesteld, en dat wij het document hebben overgemaakt aan het parlement zodat het debat in het parlement kan worden gevoerd. Uiteraard spelen de Decenniumdoelen ook een belangrijke rol om het maatschappelijke debat te voeden. Zij hebben ook de aandacht gevestigd op hun cijfers. Ik steun uiteraard het feit dat er voldoende engagement is vanuit de verschillende hoeken om maatschappelijke aandacht te vragen voor het debat.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Mevrouw Vogels, ik heb de uitzending van Villa Politica van vorige week gezien, waarin u zwaar uithaalde naar de minister-president, die zich wel voor Dexia kan vrijmaken maar niet voor een actualiteitsdebat over armoede. Ik betreur dat ook. Ik was hier vorige week ook. De aanwezigheid van de voltallige regering toont opnieuw aan dat wij dat debat zeer ernstig nemen. Dat is afgesproken met de voorzitter. Dit brengt het debat op een ander niveau. Ik ga ervan uit dat u dat ook wenst. Ik kan u alleen maar zeggen dat dit een serieus probleem is. U verwijst terecht naar het Pact 2020. Wij hebben daarin zware engagementen opgenomen. Het feit dat alle collega’s die met het debat te maken hebben hier aanwezig zijn, onderstreept hoe belangrijk wij dit vinden. Hopelijk kan de regering dit nu afsluiten en voeren we het debat niet op die manier verder.

Mieke Vogels

Minister-president, mevrouw Lieten, ik apprecieer het heel erg dat u hier allemaal bent. Dat schept hoge verwachtingen. Ik hoop dat wij hier straks een antwoord zullen krijgen op de vraag wat de regering nu echt gaat doen aan de problemen van kinderen in armoede. Want, collega’s, wat hebben kinderen in armoede nodig? Kinderen in armoede hebben voldoende gezonde voeding nodig. Kinderen in armoede hebben een woning nodig die gezond is, zonder vochtproblemen, waar er verwarming is als het koud is en waar het licht brandt als het donker is. Kinderen in armoede hebben ouders nodig die niet permanent gestresseerd zijn door het feit dat ze achterstallige rekeningen hebben, maar zich kunnen bezighouden met de opvoeding van hun kinderen. Kinderen in armoede hebben een onderwijs nodig dat in klassen die niet te groot zijn, aandacht heeft voor hun specifieke problemen. Dat is wat kinderen in armoede nodig hebben.

Mevrouw Lieten, u bent coördinerend minister voor het armoedebeleid. Ik hoop echt dat u hier niet, met de voltallige regering aanwezig, komt antwoorden wat u al in de kranten hebt gezegd: dat deze regering 1 miljoen euro vrijmaakt voor projecten om kinderen in armoede te steunen. Zoals u vorig jaar ook al 1,3 miljoen euro hebt vrijgemaakt.

Dat klinkt natuurlijk goed in een persbericht, maar 1 miljoen euro is relatief weinig. Ik nodig u uit – u die niet gespecialiseerd bent in welzijn en armoede – om eens te surfen naar de site van de administratie en de projecten eens te bekijken. Het zijn projecten die maximum 36 maand lopen, die maximaal 50.000 euro kosten en die kunnen worden ingediend door vzw’s en lokale besturen. Ik noem er enkele lukraak. Er gaat 48.000 euro naar Proeftuintjes Ontmoeting Kansarme Ouders. Er gaat 50.000 naar een casemanager kinderarmoede en intrafamiliaal geweld voor het OCMW Antwerpen. Er is 40.000 euro voor Zottegem voor een lokaal kinderrechtenplan als hefboom ter bestrijding van kinderarmoede. Ik zou zo nog een tijdje kunnen voortgaan.

Hoe u hiermee de kinderarmoede tegen 2020 gaat halveren, minister: het is mij een groot raadsel. Met die projecten hebben de kinderen geen eten, geen gezonde woning en geen beter onderwijs. Kom ons hier alstublieft niet opnieuw rond de oren slaan met uw Vlaams Actieplan Armoede.

Voor wie dat plan niet kent: het is zo’n turf. Het is een ongelooflijke papierverspilling met 194 acties. Ik citeer er een aantal. Op het moment dat er 80.000 mensen wachten op een sociale woning, de wachtlijsten langer worden, het aanbod van sociale woningen krimpt – dat vernamen we vorige week – omwille van het stokken van de renovatie, lees ik: beleidsdomein Wonen zal een doordacht communicatiebeleid voeren met onder andere een doelgroepspecifieke aanpak. In het beleidsdomein Mobiliteit wordt in samenspraak met De Lijn onderzocht hoe er toegankelijke vormingsinitiatieven georganiseerd kunnen worden. Een ervan is: ‘Hoe neem ik het openbaar vervoer op maat van armen?’. In welke wereld leven wij? Arme mensen weten wel hoe ze de tram en bus moeten nemen! Ze doen niets anders! U zou beter een cursus organiseren ‘Hoe nemen rijke mensen het openbaar vervoer’. Die vinden de weg naar het openbaar vervoer niet! Dit is totaal denigrerend!

Ik zou nog een tijdje kunnen doorgaan, maar …

Ja, minister Crevits, u gaat zeggen dat er nog andere maatregelen in staan. Dat klopt. Maar ik nodig u allemaal uit om de 194 maatregelen te lezen en voor uzelf het antwoord te formuleren op de vraag: hoe gaan we met die maatregelen ervoor zorgen dat minder mensen…

De voorzitter

Minister Lieten heeft het woord.

Minister Ingrid Lieten

Mevrouw Vogels, u hebt over onze aanpak van kinderarmoede gesproken, daar wou ik toch op ingaan. Wat deze regering niet gaat doen, is doen alsof dit een simpel probleem is waarvoor één simpele oplossing bestaat. Dat is niet zo. Armoede is een combinatie van achterstellingen die te maken hebben met inkomen, slechte huisvesting, gebrek aan gezondheidszorg en goede opvoeding of toeleiding naar de kleuterklas en de school, en met te weinig participatie aan de samenleving. Daaraan werken kan alleen maar op een structurele manier.

We hebben maatregelen uitgewerkt in ons actieplan. U citeert er enkele heel selectief, u laat de meer zwaarwegende projecten weg. Juist door gestructureerd te werken, gaan wij de armoede integraal aanpakken. Dat vergt aangehouden inzet. Jammer genoeg gaan we dat het eerste halfjaar tot jaar niet zien in de cijfers. Dat betreur ik samen met u. Armoede is een hardnekkig probleem.

Ik aanvaard niet dat u beweert dat wij daar onvoldoende belang aan hechten. Ik wil meteen even inzoomen op kinderarmoede. Deze regering heeft een actieplan opgesteld en wil een bijzondere nadruk leggen op kinderarmoede. Wij zijn net als u, mevrouw Vogels, fel verontwaardigd over het feit dat in Vlaanderen de trend van het aantal geboortes in gezinnen waar armoede heerst, niet daalt zoals we zouden willen, maar stijgt. Daarom hebben we een hele aanpak georganiseerd, met rondetafels rond kinderarmoede in het kader van Vlaanderen in Actie. Daarop hebben we gesprekken gehad in de provincies, met de stakeholders, met vertegenwoordigers van OCMW’s, steden en gemeenten, met het welzijnswerk, vrijwilligersorganisaties en andere, en met verschillende Vlaamse diensten die daarbij betrokken zijn.

Op basis daarvan hebben we een actieprogramma Kinderarmoede opgesteld. Dat omvat veel acties die verder gaan dan wat mevrouw Vogels hier stelt. Ik heb het dan, bijvoorbeeld, over de lokale diensten buurtgerichte kinderopvang, over de gezinsondersteuning, over de uitbreiding van de prenatale zorg in de stedelijke gebieden, over de preventieve gezinsondersteuning en de uitbouw van de huizen van het kind, over de betaalbare, kwaliteitsvolle en toegankelijke kinderopvang, over het mobiel aanbod van de centra die kinderzorg en gezinsondersteuning aanbieden, over de situatie bij de landbouwers en over duurzame kleuterparticipatie.

Ik kan zo nog een tijdje voortgaan. Al deze maatregelen zijn engagementen die alle leden van de Vlaamse Regering zijn aangegaan. We willen die in de praktijk brengen en in een beleid integreren. We willen daar middelen voor vrijmaken. Alle leden van de Vlaamse Regering nemen die engagementen zeer ernstig. We zijn volop bezig met de uitwerking hiervan. Ik hoop dat we er op deze manier in zullen slagen de cijfers in Vlaanderen de komende jaren terug te dringen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Voorzitter, ik wil toch even ingaan op een uitspraak van mevrouw Vogels die me sterk heeft verbaasd. Volgens haar weten alle arme mensen perfect hoe ze het openbaar vervoer moeten gebruiken.

Ik heb een bundel ontvangen van het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen. Misschien vindt mevrouw Vogels dat geen belangwekkende vereniging. Uit die bundel blijkt dat de nood aan informatie en vorming over het gebruik van het openbaar vervoer zeer schrijnend is. Aangezien mij dat ook heeft verrast, heb ik De Lijn gevraagd hierover structureel overleg te plegen. Dat we iets gratis aanbieden of dat een bus voor de deur passeert, betekent niet dat iedereen weet hoe het openbaar vervoer te gebruiken.

De mensen van het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen en Mobiel21 hebben bij mijn administratie samen een projectaanvraag ingediend. Ze vragen de kennis van het gebruik van het openbaar vervoer bij de lokale kleine verenigingen die de armen begeleiden, systematisch te verbeteren.

Mevrouw Vogels, indien u nu stelt dat dit probleem niet bestaat, bent u echt verkeerd geïnformeerd. Het is op dit vlak een van de grootste bestaande problemen. (Applaus bij CD&V en sp.a)

Mieke Vogels

Ik neem elke dag de tram. Ik woon in een omgeving waar veel armoede bestaat. Ik zie daar veel mensen, waaronder veel alleenstaande vrouwen met kinderen. Het probleem van die mensen is de betaalbaarheid van het openbaar vervoer.

Ik wil niet miskennen dat een kleine groep mensen misschien zijn weg niet vindt. Dat is echter niet de prioriteit.

Minister Hilde Crevits

Dat is larie.

Mieke Vogels

Dit is absoluut geen prioriteit. Op dat vlak verschillen we blijkbaar van mening.

Iedereen die het wil, mag me een mail sturen: ik stuur dan het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding door. Iedereen moet dan maar eens kijken naar de acties die hierin staan vermeld.

Ik nodig de Vlaamse Regering uit de acties en de bijbehorende budgetten naar voren te brengen. Al die acties worden gedefinieerd als mogelijkheden die worden overwogen of worden onderzocht. Ik geef een voorbeeld: “waar wenselijk en mogelijk gebeurt de berekening van bijdragen en prijzen en de toekenning van steun inkomensgerelateerd”. Volgens mij was het mogelijk de kindpremie inkomensgerelateerd te maken.

Dit is het armoedebeleid van minister Lieten: het is een papieren tijger. Ik nodig de Vlaamse Regering uit een concreet en becijferd actieplan voor te leggen. Als er problemen met de banken zijn, gebeurt dit wel.

Dit actieplan moet ervoor zorgen dat er volgend jaar niet nog meer mensen uit hun huis worden gezet. In 2010 ging het om een tienduizendtal mensen. Nu worden 12.566 mensen op straat gezet omdat ze hun huur niet kunnen betalen. De minister hoeft niet te verwijzen naar de huursubsidie, die 2,5 jaar te laat in gang schiet en slechts voor een zeer beperkte groep geldt. De huursubsidie is enkel bedoeld voor mensen die vijf jaar op een wachtlijst staan. Ik heb het hier over mensen die momenteel uit hun huis worden gezet. De minister hoeft ook niet te verwijzen naar de 43.000 sociale woningen die er in 2023 zullen staan: deze mensen verwachten vandaag een antwoord.

Ik wil de actiepunten horen die ervoor zullen zorgen dat elektriciteit, gas en water niet langer zullen worden afgesloten. In 2010 hebben 6573 gezinnen, waaronder gezinnen met kinderen, het zonder gas en zonder elektriciteit moeten stellen.

Tegenwoordig worden er steeds meer gezinnen afgesloten van water. Water is een essentieel middel om te overleven! Wij zetten in 2010 2362 gezinnen zonder water.

Daarop verwacht ik concrete antwoorden, niet over communicatie, niet over nog een vergadering, niet over nog een rapport, ik wil een concreet becijferd plan met een begroting. Wat gaat u doen om ervoor te zorgen dat tegen 2020 de kinderarmoede in Vlaanderen gehalveerd is?

De voorzitter

Minister Van den Bossche heeft het woord.

Mevrouw Vogels heeft al gezegd waar ik allemaal niet over mag spreken. Ik mag niet spreken over de huurpremie die start. Het is goed, ik zal dat niet doen. Ik mag niet spreken over de extra sociale woningen waarin we voorzien of over de budgetten daarvoor, ook dat zal ik niet doen.

Mevrouw Vogels, u bent nog iets vergeten te vernoemen dat ik niet mag vertellen, daarover zal ik het dus wel hebben: het huurgarantiefonds. U vraagt wat ik eraan zal doen dat er elk jaar 12.000 gezinnen op straat dreigen te worden gezet, dat men 12.000 keer naar de vrederechter gaat in gevallen waarbij een gezin de huur niet meer kan betalen. Ik zal u zeggen wat ik zal doen, het werd in de commissie trouwens al uitvoerig besproken. Er komt een huurgarantiefonds waaraan zowel eigenaars als de Vlaamse overheid een bijdrage leveren. In gevallen van het niet betalen van de huur waarbij de burger naar de vrederechter gaat, kan de vrederechter voor een periode van zes maanden tot één jaar uit dat fonds putten om de huurgelden te betalen opdat de huurder in die periode in staat kan zijn om eventueel een nieuwe job te vinden of om te herstellen van een ziekte waardoor hij in de schulden in geraakt, zonder dat het huis moet worden verlaten. Als het probleem structureel zodanig is dat men echt niet in dat huis kan blijven, dan is er één jaar tijd om samen met de welzijnsorganisaties, met stedelijke diensten en anderen te zoeken naar een duurzame woonoplossing zonder dat mensen op straat moeten worden gezet. Dat wilde ik toch nog even kwijt. (Applaus bij de sp.a)

Mieke Vogels

Ik vind dat een goed voorstel, maar het zal voor een heel kleine groep zijn, want de overgrote meerderheid van de mensen op de huurmarkt zit op dit moment met een structureel probleem. Ik heb het nu niet alleen over uitkeringen, ik wil nog even in herinnering brengen, collega’s, dat het leefloon voor een alleenstaande vandaag 773 euro bedraagt. De gemiddelde huurprijs voor een ‘kwartier’ in Antwerpen bedraagt 500 à 530 euro. 530 euro woonkost en 773 euro inkomen, dat is een structureel probleem dat u niet dichtrijdt. U zegt dat u met de sociale organisaties naar een oplossing zult zoeken, maar die oplossing is er niet, want er zijn geen sociale woningen en er is geen algemeen systeem van huursubsidie. Dit is dus een goed voorstel voor een kleine groep, maar het lost het probleem structureel niet op.

Deze Vlaamse Regering heeft drie belangrijke hefbomen in handen om de armoede te bestrijden: de woonfactuur, de energiefactuur en zorgen voor fatsoenlijk onderwijs. Dat zijn drie belangrijke hefbomen. Daarnaast is er federaal het hele inkomensprobleem. Dat is een probleem, maar het volstaat niet om naar de federale overheid te wijzen, om te zeggen dat de uitkeringen en de leeflonen te laag zijn. Ook deze regering heeft een verpletterende verantwoordelijkheid. Ik nodig u uit om maatregelen en cijfers op tafel te leggen en om te zeggen hoe u tegen 2020 de armoede zult halveren.

De voorzitter

Minister Vandeurzen heeft het woord.

Minister Jo Vandeurzen

Voorzitter, er werd aangekondigd dat we een debat zouden hebben en niet in slogans zouden vervallen.

Mevrouw Vogels, u weet natuurlijk ook dat de strijd tegen armoede een strijd is die gedeeld moet worden door vele besturen en bestuurslagen. Dingen zoals de economische crisis zijn dingen die uiteraard de regeringen en de verschillende overheden, of ze nu lokaal, provinciaal, Vlaams, federaal of Europees zijn, voor nieuwe uitdagingen stellen. We kunnen helemaal niet in een soort zwart-witredenering treden om te zeggen dat de ene overheid alle instrumenten in handen heeft. U hebt er zelf naar verwezen, er zijn duidelijk een aantal dingen die we kunnen proberen aan te pakken en er zijn dingen die op andere beleidsniveaus kunnen worden aangepakt. En dan nog zitten we in een globaliserende wereld en mogen we ten aanzien van de publieke opinie zeker niet de indruk wekken dat we alle problemen kunnen oplossen, want dat is niet mogelijk.

U gaf citaten over de projecten en dat deed u met een soort denigrerende houding. U weet heel goed, minister Lieten heeft dat uitdrukkelijk gezegd, dat we in de welzijnssector proberen om een aantal systematische en structurele aanpakken te organiseren. De Huizen van het Kind zijn een uitdrukkelijke poging om gezinsondersteuning heel expliciet en toegankelijk te maken voor kwetsbare mensen. Als we projecten opzetten, dan doen we dat om de mensen te leren werken met methodieken en aanpakken die effectief toelaten dat heel ons apparaat van zorg en hulp terechtkomt bij de kwetsbare mensen en aansluit bij hun taal en wereld. Daarom worden die projecten uiteraard ook opgezet, ze moeten daarna ook voor een stuk kunnen bevruchten zodat men met die inzichten verder op een structurele manier aan het werk kan gaan.

U weet dat ook. Het is duidelijk dat dankzij het Kinderopvangdecreet de kinderopvang inkomensgerelateerd wordt aangeboden. De sociale dimensie ervan wordt decretaal verankerd. Wij proberen de bouwstenen voor een structureel beleid systematisch aan te dragen. Men mag dat niet beoordelen met enkele oneliners, aan de hand van enkele geïsoleerde projecten. Zo doet u de waarheid geweld aan. Dat is jammer, want de strijd tegen armoede is een strijd die iedereen deelt.

U moet niet suggereren dat deze Vlaamse Regering van de strijd tegen armoede geen prioriteit wil maken. Wij proberen dat echt wel. Met de hand op het hart kan ik zeggen dat elk initiatief voor de welzijnssector wordt gescreend vanuit de bekommernis dat de toegankelijkheid ervan voor de meest kwetsbaren in onze samenleving wordt gewaarborgd. Of het nu gaat over de oproep voor projecten ter realisatie van gezondheidsdoelstellingen of over het structurele groeipad voor de gezinszorg: steeds opnieuw wordt nagegaan wat wij kunnen doen om ervoor te zorgen dat de meest kwetsbaren het eerst en het best daarvan kunnen genieten. Empowerment en ondersteuning zijn immers belangrijke elementen van ons Vlaams welzijnsbeleid.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

Mevrouw Vogels, wat het loopbaanakkoord en de alternatieven voor de jobkorting betreft, wil ik het hebben over de armoedetrajecten die wij hebben opgestart. Die trajecten leiden bij die bevolkingsgroep tot resultaten. Wij verhogen het aantal armoedetrajecten enorm. Zij zijn veel heilzamer dan de uitkering van de laatste schijf van de jobkorting. Wij zullen ook de aansluiting van de individuele beroepsopleidingen (IBO’s) op de armoedetrajecten in kaart brengen. Wij werken eraan, en het ziet ernaar uit dat wij resultaten boeken. Wij hebben daartoe doelstellingen uitgewerkt en daar cijfers aan verbonden.

Mieke Vogels

Ik ben niet onder de indruk van al die trajecten en projecten. Wat telt, zijn de resultaten. Wat zeggen de cijfers? U zult dat allemaal wel met goede bedoelingen doen, maar ik stel vast dat de cijfers niet verbeteren en de barometer almaar meer op slecht weer staat. Ik denk dus dat een structurele aanpak nodig is. Minister Vandeurzen, het is gemakkelijk de vis in het water te verdrinken en te verwijzen naar de noodzaak dat alle niveaus moeten ingrijpen. Dexia was ook een zaak van alle niveaus. Ik heb wel de indruk dat het veel sneller en gemakkelijker ging om voor dat laatste dossier geld vrij te maken. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

Mevrouw Franssen heeft het woord.

Cindy Franssen

Voorzitter, ministers, collega's, hartelijk dank voor uw massale aanwezigheid, want dat betekent dat u de bestrijding van armoede ter harte wilt nemen.

Beste collega’s, Decenniumdoelen 2017 stelde onlangs de vijfde Armoedebarometer voor. Het ruime middenveld formuleert daarin zes beleidsdoelen op het vlak van gezondheid, arbeid, inkomen, wonen, onderwijs en samenleven. In Vlaanderen is over armoede al veel geschreven, gemeten en geweten. De woorden ‘armoede’ en ‘armoedebestrijding’ zijn wellicht nog nooit zo veel uitgesproken en voorgekomen in beleidsnota’s en beleidsbrieven als dat de afgelopen jaren het geval is.

De cijfers van Decenniumdoelen 2017 zijn dwingend en worden grotendeels bevestigd in de recente Vlaamse Armoedemonitor, dat een interessant document is. Daaruit blijkt dat het aandeel van de mensen dat onder de armoederisicodrempel leeft in 2004 11,3 procent bedroeg en in 2010 10,4 procent. Armoede kan dus niet in een handomdraai worden weggewerkt, en u, mevrouw Vogels, als voormalig minister, weet dat ook.

Ik wil even ingaan op de cijfers voor kinderarmoede. Ongeveer een op de vijf kinderen en jongeren in ons land leeft onder de armoedegrens. Vooral kinderen uit werkloze, kroostrijke en eenoudergezinnen lopen een groter risico om in de armoede terecht te komen, en ook in hun latere leven lopen zij een groter risico om in armoede te leven of te blijven leven. Zo ligt de weg open naar een nieuwe kern van generatiearmoede.

Armoede bij kinderen mag en kan echter niet los worden gezien van de gezinssituatie. Alle indicatoren over kinderarmoede gaan terug op het gezinsinkomen, de woning enzovoort. Armoede bij kinderen dienen we aan te pakken, niet als een losstaand fenomeen, maar om de generatiearmoede te doorbreken. Trouwens, het percentage van kinderarmoede correspondeert heel sterk met het percentage van extreme armoede, generatiearmoede dus. Dat is de moeilijkste groep. Hier ligt dan ook de grootste uitdaging: om ook met de gekwetste binnenkant van mensen in armoede rekening te houden in de beleidsopties die we nemen. Ik kom hier zo dadelijk op terug.

De Vlaamse Regering heeft inderdaad een aantal beloftes gedaan. Zowel in het Vlaamse hervormingsprogramma, in het Vlaamse regeerakkoord als in het Pact 2020 werden duidelijke doelstellingen geformuleerd. Ondanks de goede voornemens en bedoelingen bleek een intensifiëring en verdieping van het Vlaamse armoedebeleid broodnodig. De regering vertrekt van de definitie van professor Vranken dat armoede meer is dan een gebrek aan inkomen alleen. Uw massale aanwezigheid bewijst dat, ministers. We proberen op elk beleidsdomein in te zetten. Soms zijn dat projecten, maar vaak ook structurele zaken, die worden verankerd.

Er werden dertien prioriteiten naar voren geschoven waar wij ons als CD&V-fractie in kunnen vinden, temeer omdat ze door de SERV-partners werden ondersteund. Financiële moeilijkheden zijn vaak tegelijk oorzaak en gevolg van achterstelling op het vlak van tewerkstelling, onderwijs, huisvesting, gezondheid en maatschappelijke participatie. Wie structureel aan armoedebestrijding wil doen, moet zich dan ook focussen op het herstel van alle sociale rechten.

Laat ons even de armoedebarometer van Decenniumdoelen erbij halen. Tal van studies wijzen op een gezondheidskloof, maar op Vlaams niveau zijn al heel wat inspanningen gedaan. De Vlaamse zorgverzekering wordt positief geëvalueerd. Ook de toekomstige maximumfactuur in de thuiszorg kan op een positief onthaal rekenen. Als men dit blijft opvolgen, zou men deze gezondheidsdoelstelling volgens Decenniumdoelen zeker moeten kunnen halen.

Wij zijn er als CD&V-fractie van overtuigd dat het hebben van een inkomen uit een duurzame job een van de belangrijkste en de meest noodzakelijke hefbomen is om uit de armoede te geraken en te blijven. Het Vlaamse tewerkstellingsbeleid is meer en meer aan het evolueren naar een doelgroepenbeleid. Het voortschrijdend inzicht dat de afstand tot de arbeidsmarkt hierin een belangrijke rol speelt en dat niet alle mensen blindelings geactiveerd kunnen worden zonder het vervullen van tal van randvoorwaarden, kan en mag nu verder op kruissnelheid komen.

De armoedetrajecten in het kader van het werkgelegenheids- en investeringsplan (WIP) worden door Decenniumdoelen als positief ervaren, maar het bestaande aanbod is vaak ontoereikend voor mensen in generatiearmoede, die met heel wat uitsluitingsmechanismen en knelpunten op verschillende levensdomeinen worden geconfronteerd. Er moet ook aan de slag worden gegaan met de gekwetste binnenkant van mensen in armoede, alsook met alle welzijnsproblemen en welzijnsvragen. Wij pleiten ervoor om werk te maken van de WAW-methodiek, wat staat voor een geïntegreerde aanpak van Werk, Armoede en Welzijn, op weg naar duurzaam werk met mensen in generatiearmoede. Deze kan de minister implementeren in tewerkstellingsmaatregelen in het algemeen en in de W²-trajecten in het bijzonder.

Het armoederisico in Vlaanderen bedraagt 10,4 procent. Vooral de eenoudergezinnen – vaak gaat het hier over alleenstaande moeders – krijgen het steeds moeilijker. De budgetstandaard is in dat opzicht een goed beleidsinstrument, omdat het in kaart brengt wat mensen minimaal nodig hebben om waardig te kunnen leven. Mijn vraag aan de coördinerend minister is dan ook hoe deze Vlaamse budgetstandaard in het beleid ingang zal krijgen. Worden de collega-ministers hierbij betrokken? Wordt dit voortaan de maatstaf bij beleidsbeslissingen of besparingsrondes?

De ‘non-take-up’ van sociale rechten is inderdaad een probleem. De mattheuseffecten zijn legio op alle beleidsniveaus: mensen kennen de weg niet en weten niet waarop ze recht hebben. Vandaar dat we vanuit de CD&V-fractie blijven hameren op de automatische toekenning van rechten.

Het onderwijs haalt een slecht rapport volgens Welzijnszorg in haar laatste jaarthema. Bijna één op de zes verlaat het onderwijs zonder diploma. Ons onderwijs zou opnieuw aansluiting moeten vinden bij alle jongeren. Het debat moet eigenlijk gaan over welke maatregelen moeten worden genomen om ervoor te zorgen dat de socio-economische achtergrond niet langer een dermate grote impact heeft op de slaagkansen van kinderen.

Ik wil focussen op een drietal essentiële punten: het bijbrengen van de kennis over armoede bij de leerkrachten – een heel belangrijk gegeven –, de beperking van de laaggeletterdheid en de inschakeling van opgeleide ervaringsdeskundigen in de centra voor leerlingenbegeleiding.

Waarde leden van de Vlaamse Regering, de eerste fase van planning zijn we ontgroeid, de tweede fase van monitoring heeft ons doen focussen op de kern van de zaak. Nu moeten we dringend overschakelen naar de derde versnelling, het ombuigen van de armoedecijfers tegen het einde van deze legislatuur, handelen met budgetten en strikte timing. We dringen er namens onze fractie dan ook op aan de vooropgestelde prioriteiten definitief tot uitvoering te brengen en te focussen op de meest kwetsbare doelgroep, de gezinnen en kinderen in generatiearmoede. Ik dank u.

De voorzitter

Mevrouw Dillen heeft het woord.

Marijke Dillen

Voorzitter, ministers, collega’s, de armoedecijfers zijn alarmerend – hiervan is inmiddels iedereen overtuigd –, zeker op het vlak van kinderarmoede. En ook het armoederisicopercentage in Vlaanderen is veel te hoog.

Armoedebestrijding moet dringend een echte prioriteit worden, maar er zijn weinig aanwijzingen dat dit het geval is. Minister, uw beleid getuigt minstens van een totaal verkeerde aanpak. Dit is geen nieuwe kritiek die ik hier formuleer. Dit is een bedenking die ik tijdens verschillende legislaturen en aan verschillende ministers formuleer in dit Vlaams Parlement telkens het armoededossier op tafel ligt. En mijn interventies ter zake kunnen – helaas – inmiddels al tellen.

Ik geloof dat we hier in 1995 voor de eerste maal een maatschappelijke beleidsnota Armoede hebben goedgekeurd. Inmiddels zijn er vele plannen de revue gepasseerd, maar zonder verbeteringen op het terrein, integendeel. Er is de problematiek van de versnipperende bevoegdheden waarbij belangrijke sleuteldossiers nog steeds federale materie zijn, zoals sociale zekerheid, fiscaliteit, arbeidsmarktbeleid.

Maar ook het Vlaams beleid is geen toonbeeld van een echte gecoördineerde aanpak. Integendeel, het staat model voor versnippering. Er is veel overleg – horizontaal, verticaal, diagonaal –, er zijn opnieuw onderzoeken, er zijn evaluaties, analyses, goede intenties enzovoort. Er zijn de verschillende vakministers die, ieder binnen hun bevoegdheid, initiatieven nemen, los van elkaar. Er was het Europees Jaar tegen armoede met vele initiatieven. Maar op het terrein verandert er niets. Integendeel, de armoede blijft spectaculair stijgen.

Deze Vlaamse Regering moet dringend het roer omdraaien. Er is grote nood aan een samenhangend, structureel en haalbaar armoedebeleid. In uw actieplannen zijn er 194 doelstellingen. Welnu, dat is veel te veel, dit is niet realistisch. We moeten onze doelstellingen beperken tot enkele grote hoofdlijnen, maar die moet u tegelijk realistisch maken aan de hand van duidelijke en controleerbare objectieven. Die zijn er vandaag niet. Er zijn veel te weinig concrete initiatieven die erop gericht zijn de groeiende armoede echt te bestrijden en te waarborgen dat het Pact 2020 zal worden gehaald.

Cindy Franssen

Vorig jaar heeft de Vlaamse Regering dertien prioriteiten scherp gesteld. Dit wordt over twee weken in de bevoegde commissie besproken in het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding. Daarin is heel duidelijke vooruitgang geboekt. Ik weet niet of u die al hebt doorgenomen. Er is serieuze vooruitgang geboekt in heel wat zaken betreffende die prioriteiten.

Marijke Dillen

Mevrouw Franssen, u behoort tot de meerderheid en u bent verplicht de Vlaamse Regering hierover te ondersteunen. U bent zo euforisch, maar de cijfers zijn wat ze zijn. Dat heeft niets te maken met een spel van meerderheid tegen oppositie. Het zijn de objectieve cijfers, geen cijfers van het Vlaams Belang of andere oppositiepartijen, nee, het zijn cijfers die blijken uit objectieve studies. Wat blijkt daaruit? De armoede in Vlaanderen blijft jaar na jaar spectaculair stijgen. Ik begrijp dan ook niet dat u nog maar durft zeggen dat er enige vooruitgang op het terrein is geboekt.

Ik heb dat verslag ook gelezen, en ik weet dat we het volgende week of over twee weken uitvoerig in de commissie zullen bespreken. U weet dat ik aanwezig zal zijn en mijn bijdrage zal leveren. Ik heb dat uiteraard nauwkeurig onder de loep genomen. Voorzitter, dit debat kan daar niet over gaan, want op 7 minuten tijd kunnen we daar niet fundamenteel op ingaan, tenzij u mijn tijd structureel verlengt.

Mevrouw Franssen, de cijfers zijn dramatisch, voor de armoede en voor de kinderarmoede in het bijzonder.

Voorzitter, u trekt mijn tijd af terwijl ik aan het antwoorden was op mevrouw Franssen.

Minister Ingrid Lieten

Mevrouw Dillen, ik verontschuldig mij, maar cijfers zijn altijd delicaat en zeker als het over armoede gaat. Laten we wel wezen: we delen allemaal de verontwaardiging en vinden het allemaal onaanvaardbaar dat er mensen in Vlaanderen in armoede leven. Mevrouw Dillen, ik huiver toch een beetje wanneer ik uw taal hoor. U stelt het een beetje voor alsof wij het zieke kind van Europa zijn, en dat is zeker niet waar. (Opmerkingen van mevrouw Marijke Dillen)

U laat ook uitschijnen dat de cijfers schrikbarend stijgen. Uiteraard is iedere arme er een te veel, maar ik zou toch graag hebben dat we ons houden aan de correcte inschatting van de cijfers. Het aantal mensen dat in armoederisico leeft, is 10,4 procent. In 2005 was dat 11,4 procent. Er is een daling tot 10,1 procent geweest in 2007. Nu, in de crisisjaren, stijgt het weer een beetje. We zijn daarmee – en ik zeg het met de nodige schroom – bij de besten van Europa, samen met Nederland en Tsjechië. In alle andere landen is het armoederisico veel groter en is het meer toegenomen ten gevolge van de crisis. Het wijst er ook op dat ons sociaal vangnet dat een samenvoeging is van alles wat op het federale, het Vlaamse en het gemeentelijke niveau wordt georganiseerd, verhindert dat ook in tijden van crisis, mensen en masse in armoede verzeild geraken.

Ik ga u een cijfer geven om te vergelijken. Ik zou willen vergelijken met het gidsland waar hier in het parlement vaak naar wordt verwezen, namelijk Duitsland. Er wordt hier vaak gezegd dat we moeten doen zoals in Duitsland. In Duitsland was het armoederisico in 2005 12,5 procent en bij ons 11,4 procent. In Duitsland is het armoederisico nu 16 procent en bij ons 10,4 procent. Ik wil u zeggen dat we toch met twee woorden moeten spreken.

Marijke Dillen

Voorzitter, dat is een debat voor de commissie. Ik wil wel opmerken dat u meer dan een minuut van mijn tijd hebt genomen terwijl ik antwoordde. Het is een debat dat we in de commissie moeten voeren, aan de hand van documenten. Collega Dehaene zal dat bevestigen. Als u mij extra tijd geeft, geen probleem.

Tom Dehaene

Ik bevestig.

Mieke Vogels

Minister, ik wil twee dingen zeggen. Duitsland is voor mij absoluut geen gidsland als het over sociaal beleid gaat. Duitsland is een politiek aan het voeren van brute besparingen: steeds meer mensen die werken, zijn er arm en degenen die rijk zijn, boeren goed. Wie arm is, wordt er steeds armer.

Minister, u hebt gelijk als u de globale cijfers neemt, maar niet als het over kinderarmoede gaat. Wat is de realiteit? Er worden steeds meer kinderen geboren in grote steden, in kansarme gezinnen. We creëren eigenlijk een nieuwe generatie armoede. We moeten inzetten op kinderarmoede, want onze kinderen zijn onze toekomst. Ze zullen uw en mijn pensioen moeten betalen. Als we er niet in slagen om die kinderen een toekomst te geven, om die kinderen een diploma te bezorgen, dan zijn we eigenlijk aan het desinvesteren in Vlaanderen. Dat is minstens zo erg als niet meer investeren in wetenschappelijk onderzoek – geloof me vrij.

Minister Ingrid Lieten

Mevrouw Vogels, ik moet u voor het laatste gelijk geven. Kinderarmoede stijgt en is het grootste in de grote steden. Het doet zich ook voor in gezinnen met veel kinderen, in gezinnen waar meestal een beperkte werkzaamheidsgraad is en meestal geen van beide ouders werkt en vaak in gezinnen waar minstens een van de ouders van allochtone afkomst is.

We moeten dus ook heel specifiek inzetten op dat probleem en die uitdaging voor de steden. Daarom hebben we het jaarboek Gekleurde Armoede, waar heel duidelijk de analyses in staan die we nu proberen te vertalen specifiek met de steden en de gemeenten.

Mevrouw Vogels, u deed daarstraks een beetje denigrerend over die projectoproepen. Die projectoproepen hebben niet tot doel om structureel de zaken te veranderen, maar wel om nieuwe recepten te zoeken en nieuwe antwoorden te formuleren op beleid dat veel effectiever en selectiever is. Daarom hebben we gevraagd dat er projecten zouden komen uit die grote steden in samenwerking met de stedelijke diensten en met de middenveldverenigingen om specifiek te werken op kinderarmoede bij de gezinnen in de grote steden. Het is de bedoeling dat projecten die hun meerwaarde kunnen bewijzen, waarbij we hen een stukje financieren, straks structureel worden verankerd, onder andere in het beleid van de Huizen van het Kind, waar minister Vandeurzen daarstraks over sprak.

Het gaat erom het probleem nog duidelijker te omschrijven en om nog betere methoden te vinden. We moeten immers erkennen dat de methoden die we nu gebruiken, onvoldoende effect hebben. Die methoden moeten we dan uittesten en verder structureel verankeren.

Mieke Vogels

Ik ken Antwerpen vrij goed, minister. In mijn eigen district werden vorig jaar zeven op de tien kinderen geboren in een gezin waar men thuis geen Nederlands spreekt en waar kansarmoede heerst. Met permissie, maar in Antwerpen lopen er heel wat projecten, ook vanuit het OCMW. De Vlaamse Regering schuift 50.000 euro naar voren voor een project gedurende 36 maanden. U gaat me toch niet zeggen dat dat het probleem zal oplossen? Er is echt veel meer nodig om de toekomst te garanderen.

Marijke Dillen

Voorzitter, met toevoeging van een minuut die u hebt afgenomen, wil ik nog zeggen dat ik ervan overtuigd ben, dames en heren ministers, dat binnen bepaalde beleidsdomeinen er behoorlijke besparingen mogelijk zijn zodat er nieuwe financiële middelen vrijkomen. Voor ons is het belangrijk om de financiële middelen eerst te besteden aan uitgaven die betrekking hebben op echte noden. Eén hiervan is de bestrijding van de armoede.

Deze Vlaamse Regering legt een aantal prioriteiten. Eén van die prioriteiten die ten overvloede wordt beklemtoond, minister, is de aanpak van gekleurde armoede. Er is armoede bij de mensen van buitenlandse herkomst. Dit wil ik voor alle duidelijkheid niet ontkennen. U hebt verklaard in de media dat u een trendbreuk wilt realiseren. Wel, minister, dat kan door het migratie- en asieldossier fundamenteel aan te pakken. Dit is geen Vlaamse bevoegdheid, maar in het armoededossier kan deze grens niet strikt worden getrokken. De massale toestroom van migranten, van niet-EU-burgers naar Vlaanderen, heeft inderdaad een enorme weerslag op de armoedecijfers. Vandaag blijven we in dit land armoede importeren. Daar kunnen we niet omheen. Dit land moet dan ook onmiddellijk werk maken van een streng asiel- en migratiebeleid. Al te vaak krijgen deze mensen een verkeerd beeld voorgeschoteld, maar Vlaanderen is helaas al lang niet meer het land van melk en honing. Zolang er een ongebreidelde instroom is van buitenlanders, zal de armoedeproblematiek niet dalen. Het wordt hoog tijd dat iedereen en alle politieke partijen dit beseffen.

Op uw voorstel, minister, zal deze Vlaamse Regering van gekleurde armoede een prioriteit maken. Hiervoor staan al veel projecten op stapel: inzetten op onderwijs met een aantal extra budgetten, inzetten op werk, een stem geven aan deze doelgroep. En nu, in antwoord op de recente resultaten van de Armoedebarometer, worden er opnieuw middelen vrijgemaakt, ditmaal voor lokale projecten tegen armoede, waarbij u opnieuw de klemtoon legt op gekleurde armoede. En dan nog blijft u in de media verklaren: “Is dit voldoende? Neen, zeker niet.” Welnu, collega’s, dit is voor ons onaanvaardbaar. In de aanpak van de armoede moet uw Vlaamse Regering op een objectieve wijze en aan de hand van objectieve criteria te werk gaan en geen positieve discriminatie ten voordele van één en altijd dezelfde doelgroep invoeren. Dat betekent immers de facto ten nadele van de eigen Vlaamse bevolking. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister Ingrid Lieten

Mevrouw Dillen, u kunt de feiten en de cijfers wel ontkennen als ze niet in uw kraam te pas komen, maar ik doe daar niet aan mee. Voor mij zijn kinderen die in Vlaanderen worden geboren evenveel waard, of ze nu worden geboren in Vlaamse, Turkse of Marokkaanse gezinnen. Uit de cijfers blijkt echter heel duidelijk dat kinderen van Vlaamse ouders een kans van 8,4 procent hebben om geboren te worden in een gezin waar armoede heerst. Kinderen van Marokkaanse ouders of met een Marokkaanse origine hebben een kans van meer dan 50 procent om te worden geboren in een gezin waar armoede heerst. Zijn de ouders van Turkse origine, dan hebben kinderen een kans van meer dan 35 procent om in armoede te worden geboren. Vindt u dan niet dat we daar specifiek maatregelen voor moeten nemen, dan ontkent u het recht van ieder kind in Vlaanderen op een toekomst! (Applaus bij de meerderheid)

Marijke Dillen

Minister, u hebt heel duidelijk gehoord wat ik heb gezegd. Ik ken die cijfers! Zolang dit land echter toelaat dat er een ongebreidelde instroom van migranten is, dan blijft dat probleem bestaan! (Applaus bij het Vlaams Belang. Opmerkingen bij sp.a)

Onze middelen zijn helaas beperkt. Op financieel vlak geldt ‘the sky is the limit’ niet meer. Als Vlaams Belang vragen wij dat de armoedeproblematiek op een structurele, correcte en eerlijke wijze voor alle Vlamingen wordt aangepakt, zonder prioriteiten, zonder vooroordelen, zonder te kijken naar de afkomst. Armoede beperkt zich immers niet tot mensen van buitenlandse afkomst. Deze Vlaamse Regering moet prioriteit geven aan álle mensen die in armoede leven, en helaas zijn er in onze Vlaamse samenleving veel groepen die ook kampen met financiële problemen en onze aandacht verdienen. Ik verwijs naar de armoede bij personen met een handicap: een vierde van hen moet rondkomen met een inkomen dat lager ligt dan de armoedegrens. Ik geef één cijfer: 51 procent kan niet voldoen aan minstens één behoefte met betrekking tot handicap en gezondheid, zoals de vaak zo noodzakelijke hulpmiddelen, aanpassingen aan de woning, hospitalisatiekosten… Ik verwijs naar de kleine zelfstandigen en de alleenstaande moeders. Veel alleenstaande moeders zien het écht niet meer zitten en kunnen de eindjes niet meer aan elkaar knopen. Ik verwijs naar de grote groep bejaarden die moeten rondkomen met een schandalig laag pensioen. Minister, ik durf ook te verwijzen naar de verdoken armoede die er achter heel veel huisgevels in Vlaanderen heerst, maar niet uit de cijfers blijkt, omdat deze mensen te trots zijn om aan de alarmbel te trekken, maar het in werkelijkheid echt niet meer zien zitten. Ik kan zo nog wel even doorgaan.

Ik denk dat het dringend tijd wordt voor een echt debat ten gronde, voor een diepgaande en niet langer vrijblijvende gedachtewisseling, voor het formuleren van duidelijke en objectieve prioriteiten, voor haalbare en controleerbare doelstellingen – niet voor 194 actiepunten – en dit alles uiteraard becijferd. Ik wil dan ook een oproep doen om in dit Vlaams Parlement eindelijk eens echt werk te maken van een debat ten gronde, aan de hand van alle cijfers. Ik heb begrepen dat we daartoe over twee weken de gelegenheid zullen hebben. Ik vraag aan alle fracties in dit parlement dat ze werk zouden maken van het wegwerken van de armoede in Vlaanderen, ook en bij prioriteit voor onze eigen Vlaamse bevolking. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Voorzitter, ministers, geachte leden, er is hier al heel wat gezegd. Ik heb goed geluisterd. Ik hoop toch een iets andere inbreng te kunnen doen. Ik zal het niet meer hebben over de cijfers. Die kennen we ondertussen. Ik zou me eigenlijk willen toespitsen op de generatiearmoede. Daar wordt inderdaad al jaren over gesproken, maar mij lijkt het cruciaal dat we cijfers hebben over die generatiearmoede. Minister Lieten, dan kijk ik in uw richting, aangezien u coördinerend minister bent. Ik verklaar me nader.

Als we op een bepaald ogenblik starten met een beleid, zou ik graag zien dat we weten hoeveel mensen er in generatiearmoede leven, zodat we na een bepaalde tijd kunnen vaststellen of het beleid inderdaad vruchten heeft afgeworpen. En dat is net wat ik nu mis. Er zijn heel veel studies, nota’s en onderzoeken, maar nergens vind je een antwoord op deze essentiële vraag: raken kinderen die geboren worden en opgroeien in arme gezinnen, over een periode van x aantal jaren uit die armoedespiraal? Werpen onze beleidsmaatregelen ter bestrijding van generatiearmoede vruchten af? Welke wel, welke niet? Waarom sommige wel en sommige niet?

We hebben geen zicht op hoeveel kinderen of ouders in arme gezinnen er de voorbije jaren in geslaagd zijn om uit die armoedespiraal te raken en op welke manier het gevoerde beleid daartoe heeft bijgedragen. En dus, minister, is mijn eerste uitdrukkelijke vraag aan deze regering om een uitgebreid onderzoek op te starten naar generatiearmoede in Vlaanderen, en dat gedurende een zeer lange periode, zodat we over tien jaar niet moeten vaststellen dat we nog altijd niet over die concrete cijfers over evoluties beschikken en we ons niet steeds weer diezelfde vragen moeten stellen.

Minister Ingrid Lieten

Mevrouw Van der Borght, u haalt terecht een belangrijk element aan. Generatiearmoede is meestal ook de meest hardnekkige vorm van armoede.

Er is wel heel wat materiaal aanwezig, maar er zijn ook beperkingen aan het aanwezige studiemateriaal. We hebben nog maar twee jaar een zeer geïntegreerde armoedemonitor, maar we kunnen voor bepaalde indicatoren teruggaan tot de voorbije jaren.

We zien een verschuiving van het gezicht van de armoede. Het absolute aantal mensen dat vandaag in armoede leeft, is één cijfer. Maar als we kijken wie die mensen zijn, zien we een verschuiving. Die heeft voor een stuk te maken met migratie en het feit dat er kinderen geboren worden in gezinnen van ouders van allochtone origine, die vooral in de grote steden gehuisvest zijn.

We zien ook dat er meer eenoudergezinnen bij komen, jammer genoeg dikwijls van partners die scheiden. Die partners hebben nooit armoede gekend, maar doordat ze alleen achterblijven met kinderen, wordt het moeilijk om zorg en werk te combineren en balanceren zij op het randje van de armoede of raken ze zelfs in de armoede. Dat is de verdoken armoede waar u terecht naar verwees. Die groep groeit ook.

We zien ook dat de groep van ouderen in armoede groeit. Ik moet daar een kleine kanttekening bij maken. We kijken meestal alleen naar het inkomen en kunnen niet altijd dezelfde link maken tussen het inkomen van de mensen en hun vastgoed. Gelukkig hebben veel ouderen nog een eigen woning, die hen boven de armoedegrens houdt, want hun pensioen is vaak niet voldoende om alle kosten te dragen.

Er zijn dus cijfers die ons aangeven dat het gezicht van armoede verandert, maar er blijft altijd een hardnekkige groep van mensen in generatiearmoede, en daar wordt heel wat werk rond geleverd. Zo is er het Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen, de ervaringsdeskundigen. Dat zijn meestal mensen die uit die hoek komen en die ons heel goede en waardevolle informatie geven.

Als je de armoede echt wilt aanpakken, zeker ten aanzien van kinderen die geboren worden in een gezin waar armoede heerst, heeft het beleid het meeste effect als je inzet op de eerste drie levensjaren. Daar zijn al een aantal studies rond gevoerd. Die eerste drie levensjaren zijn heel bepalend voor de ontwikkeling van het kind en hoe het kind later opgroeit tot volwassene. Daar proberen we nu, samen met de verschillende partners, op in te zetten, ook op basis van wetenschappelijk onderzoek. Een aantal projecten hebben heel duidelijk bewezen dat gezinsondersteuning en coaching van jonge gezinnen echt wel het verschil maken.

In voorbereiding op de bespreking in de commissie wil ik daar wat meer op inzoomen, zodat we het debat daarover verder kunnen voeren met u en de collega’s.

Vera Van der Borght

Minister, een aantal elementen die u aanhaalt, breng ik straks zeker nog ter sprake. Waar ik nu naar op zoek ben, is het volgende. Wij voeren een beleid rond mensen die vandaag in generatiearmoede leven en die kinderen hebben.

Dan zou ik binnen drie, vier, vijf of zes jaar willen weten wat voor resultaat dat geleverd heeft. Zijn die kinderen uit die spiraal geraakt? Heeft het beleid daadwerkelijk kunnen ingrijpen? Minister, ik besef heel goed dat er nieuwe groepen bij komen en dat er nieuwe elementen worden toegevoegd die het debat inderdaad op een ander niveau zullen brengen. Ik richt mij nu echter specifiek tot die groep, omdat we die al jaren kennen en ik het cruciaal vind om voor hen die spiraal te doorbreken.

In De Standaard Weekblad van 28 april staat een artikel over kwetsbare en kansarme gezinnen achter de cijfers. Minister, bij het lezen van die getuigenissen is het voor mij heel duidelijk: om generatiearmoede op het terrein beter te kunnen bestrijden, moeten we inderdaad inzetten op intensieve, persoonlijke begeleiding en ondersteuning van gezinnen in armoede. Dat levert de meest duurzame resultaten op. Ik raad de collega’s die de getuigenissen niet gelezen hebben, aan dat alsnog te doen.

De gezinsondersteuners van Kind en Gezin die op geregelde tijdstippen huisbezoeken afleggen en zelf ook ervaringsdeskundigen in kansarmoede zijn – minister Lieten heeft er daarnet naar verwezen –, vormen daar een goed bewijs van. Zij begeleiden de ouders op een directe manier en creëren een vertrouwensrelatie die toelaat om openlijk te spreken over de problemen en mogelijke oplossingen. Die aanpak wordt als zeer positief ervaren. Een aantal mensen stelt zelfs dat het beter geweest was mochten ze destijds als kind ook even uit de thuisomgeving weggehaald zijn, zodat zowel zijzelf als kind, maar ook hun ouders betere kansen zouden hebben gekregen op een nieuwe start.

Eenzelfde benadering is er ook bij het WAW-project, dat staat voor een geïntegreerde aanpak van werk, armoede en welzijn. Dat project werd in Aalst opgezet met middelen van het Europees Sociaal Fonds (ESF). De leden van de commissie Welzijn die in februari hebben deelgenomen aan het werkbezoek in Aalst, weten waarover ik spreek. De Vierdewereldgroep Mensen voor Mensen bracht een aantal instanties samen voor geïntegreerde trajecten voor de aanpak van werk, armoede en welzijn. Ook hier wordt heel intensief begeleid via huisbezoeken door ervaringsdeskundigen, met als doel mensen in generatiearmoede op weg naar duurzaam werk te begeleiden. Daarbij werd uiteraard ook rekening gehouden met het feit dat mensen in generatiearmoede ook worden geconfronteerd met de gekwetste binnenkant: het verminderde zelfvertrouwen, de schaamte, de angst om te falen. Maar ook heel wat uitsluitingsmechanismen en knelpunten in andere levensdomeinen mogen niet uit het oog worden verloren: het niet kunnen betalen van schoolreizen voor de kinderen, het niet kunnen deelnemen aan culturele of sportieve evenementen, het niet vinden van betaalbare kinderopvang, kortom welzijnsproblemen en welzijnsvragen.

Net de geïntegreerde benadering van werk, armoede en welzijn maakt dit WAW-project dan ook zo succesvol. Toen het vorig jaar ten einde liep werd het door het ESF zeer positief geëvalueerd en werden er middelen uitgetrokken om tot in juli van dit jaar infosessies te organiseren in gemeenten in heel Vlaanderen ter promotie ervan.

Ik begrijp ook dat er hierover overleg heeft plaatsgevonden met de kabinetten van de ministers voor Werk, Welzijn en Armoede. Het zou jammer zijn indien dit project in zijn huidige vorm niet langer kan worden voorgezet. Misschien moeten we – en nu kom ik op een cruciaal punt – in plaats van steeds nieuwe middelen in te zetten voor nieuwe, kleinere projecten, ervoor kiezen om de projecten die al resultaten hebben afgeworpen, structureel zwaarder te ondersteunen.

Collega’s, ik ben me ervan bewust dat er ook heel wat inspanningen moeten gebeuren op federaal niveau. Dat wordt bevestigd door staatssecretaris Maggie De Block, die ook inzet op activering op de verschillende niveaus. Minister, een van de struikelblokken bij de activering is natuurlijk de problematiek van het soms kleine verschil tussen het minimumloon en de uitkering die mensen soms verliezen. Ik wil er hier op aandringen om daar, via interministerieel overleg tussen de Vlaamse en federale ministers, aandacht voor te hebben en te zoeken naar een mogelijke oplossing om dat probleem op te lossen.

Ministers, zolang we uit de globale armoedecijfers niet de onderliggende tendensen kunnen filteren, zullen we niet kunnen achterhalen op welke manier we het meest effectief aan armoedebestrijding kunnen doen. Dat en een structurele middeleninvestering zijn wat ons betreft de prioritaire aandachtspunten.

En wij als parlementsleden kunnen in dit parlement nog tientallen debatten voeren over armoedebestrijding. Het is echter aan de dames en heren van de regering om met de middelen in handen de juiste instrumenten te hanteren en daar werk van te maken.(Applaus bij Open Vld)

De voorzitter

Mevrouw Turan heeft het woord.

Güler Turan

Dames en heren van de regering, voorzitter, het voordeel van als een van de laatste sprekers naar voren te komen, is dat ik kan samenvatten. Ik denk dat we het er bijna allemaal over eens zijn dat we hier vandaag allemaal ontevreden zijn. Behalve het Vlaams Belang zijn alle collega’s ontevreden over de nieuwe armoedebarometer. Ik ben heel blij te kunnen behoren tot een partij, een meerderheid die het rapport leest zoals het is en rekening houdt met het volledige document. De cijfers worden niet anders geïnterpreteerd. Er is armoede in Vlaanderen, spijtig genoeg. We worden geconfronteerd met een probleem van stijgende armoede dat moet worden aangepakt zonder een onderscheid te maken tussen afkomst van de kinderen of de kleur van de ouders van de kinderen.

Marijke Dillen

Mevrouw Turan, we kunnen op politiek vlak van mening verschillen maar u moet wel correct zijn. Ik heb de cijfers niet ontkend. Net als alle andere fracties in dit Vlaams halfrond vind ik de armoedecijfers in Vlaanderen zeer zorgwekkend. De cijfers op het vlak van kinderarmoede zijn zelfs dramatisch. Ik heb dat heel duidelijk beklemtoond. U kent me trouwens goed genoeg uit de commissie waar ik dat ook telkens zal bevestigen. De cijfers zijn wat ze zijn.

Er moet een duidelijke aanpak komen van de armoedeproblematiek in Vlaanderen. Wat wij wel vragen, en ik heb uit uw laatste zin begrepen dat u me daarin steunt, is dat die aanpak gebeurt zonder een onderscheid te maken tussen mensen. Binnen het beleid van deze Vlaamse Regering stellen wij vast dat er keer op keer voorrang wordt gegeven aan wat u gekleurde armoede hebt genoemd. We zullen daar over twee weken uitvoerig over kunnen debatteren.

Mevrouw Turan, ik heb inderdaad gezegd dat er bij migranten heel veel armoede is. De minister wil dat aanpakken maar dat moet dan op een correcte manier gebeuren en niet door het asiel- en migratieprobleem te ontwijken maar door op een kordate wijze iets te doen aan de toevloed van migranten in dit land. Zolang het aantal migranten en asielzoekers in dit land blijft stijgen, zal die armoedeproblematiek niet opgelost kunnen worden. Integendeel, de armoedeproblematiek zal zelfs groter worden.

Wat wij vragen, mevrouw Turan, is een eerlijke aanpak. In Vlaanderen leven heel veel Vlamingen onder de armoedegrens. Ik heb daarstraks een aantal voorbeelden gegeven: bejaarden, gehandicapten, zelfstandigen, alleenstaande moeders, en zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Die mag u niet verwaarlozen. U mag geen prioriteit geven aan één bevolkingsgroep. Wat die bevolkingsgroep betreft, moet u het probleem ten gronde aanpakken en dat gebeurt op het federale niveau voor wat het asiel- en migratiebeleid betreft. Hier in Vlaanderen heeft elke Vlaming recht op evenveel aandacht voor en een evenwaardige aanpak van zijn armoedeprobleem. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Güler Turan

Mevrouw Dillen, ik zal u niet verrassen wanneer ik zeg dat asiel en migratie geen Vlaamse bevoegdheid zijn.

U maakt een onderscheid tussen gekleurde mensen en Vlamingen. Ik maak absoluut geen onderscheid. Het rapport merkt enkel op dat de stille armoede heel groot is. Daarover geeft het objectieve cijfers. U vraagt een aanpak voor gehandicapten of alleenstaande moeders of kinderen. Wel, wij vragen dat voor iedereen. Zonder onderscheid. Onze aanpak maakt geen verschil. U kunt niet weerleggen dat de realiteit die u probeert te ontkennen bestaat. Daar doet deze Vlaamse Regering niet aan mee. (Opmerkingen van de dames Dillen en Van Steenberge)

Minister Jo Vandeurzen

De intenties van de regering in het kader van de Vlaamse sociale bescherming en de inkomensgerelateerdheid van de bijdragen in de gezinszorg en de maximumfactuur berusten op een vrij substantiële en structurele maatregel. Dat gaat over ouderen en over mensen die we zo lang mogelijk op een betaalbare manier in een thuissituatie willen ondersteunen. Mevrouw Dillen, ik zie niet in waarom uw statement wat dat betreft relevant zou zijn. Dat systeem geldt voor iedereen.

Güler Turan

Ondanks alle inspanningen is het kinderarmoederisico in Vlaanderen vooral in de grootsteden Antwerpen, Gent en Brussel onaanvaardbaar hoog. Daar moeten we iets aan doen en iets aan blijven doen. Twee weken geleden hadden wij hier een debat over jeugd en jongeren. Toen hebben wij gevraagd om ook in tijden van crisis en recessie te blijven investeren in jongeren en kinderen. Zij zijn onze toekomst. Kinderarmoede legt een zware hypotheek op de toekomst van deze jongeren in armoede en ook op de toekomst van onze samenleving. Daarom moeten we blijven investeren in de jongeren.

Mevrouw Vogels, ik heb het u een paar keer horen zeggen: de bus leren nemen, dat is vernederend en kleinerend. Ik kom ook uit Antwerpen. Ik ken, spijtig genoeg, vrouwen die niet mobiel zijn omdat ze de bus en de tram niet kunnen nemen. Ik ken, spijtig genoeg, ook mensen die nog moeten leren fietsen. Het gaat om kleine initiatieven. Allemaal samen moeten ze niet worden uitgesloten. De grote, structurele aanpak moet er ook zijn. U gaat nu zeggen dat de vrijetijdsbesteding van de jongeren niet aan de orde is. Wel, ook kwaliteitsvolle vrijetijdsbesteding van deze jongeren is heel belangrijk. We hebben het er al over gehad. Het is een complexe problematiek. Het gaat over verschillende domeinen heen. Slechte huisvesting zal na een tijdje aanleiding geven tot slechte gezondheid. Alles is met elkaar verweven, horizontaal maar ook verticaal. Vlaanderen heeft niet alle bevoegdheden in handen. Ook het federale en het lokale niveau moeten bijdragen.

Minister Lieten, ik ben heel blij dat u opnieuw 1 miljoen euro hebt uitgetrokken om lokale initiatieven, besturen en vzw’s te stimuleren om de armoede van kinderen tussen 0 en 3 jaar aan te pakken. Ik ben heel blij dat u ook op het federale niveau een werkgroep Armoedebestrijding hebt laten opstarten. U was daar de drager van. Het is een moeilijke, complexe problematiek. We moeten er alles aan doen.

Het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding (VAPA) telt 194 acties. Mevrouw Vogels, dat zijn er te veel om waar te zijn. We zullen het over twee weken in de commissie bespreken. Er wordt al heel wat voortgang geboekt. We zijn er nog niet. Ik had dit debat ook graag op een andere manier gevoerd. Maar er zijn prioriteiten gesteld en er wordt werk van gemaakt – dat mag niet worden ontkend. Het rapport stelt ook dat er al initiatieven zijn genomen die op korte tijd vruchten zullen afwerpen.

U hebt daarnet minister Van den Bossche gevraagd om een aantal initiatieven niet op te sommen, maar ik zal het er niet bij kunnen laten. Ik ben ervan overtuigd dat huisvesting een eerste buffer is. Daar krijgt men al hulp. U weet dat ik een grote voorstander ben van de sociale verhuurkantoren (SVK). Dat werkt ook. Dat biedt soelaas aan het laagste segment van onze huurmarkt. Met bijdragen van de SVK’s worden de zwaksten geholpen en begeleid. Op dit ogenblik is er, op initiatief van de minister van Wonen, een SVK-decreet op komst, dat moet leiden tot verdere professionalisering en schaalvergroting. Dat kan alleen maar worden toegejuicht. U weet dat wij daar, vanuit Antwerpen, nog iets extra bovenop doen. Wij geloven in dit model.

Verder, we hebben inderdaad lang moeten wachten op de huursubsidies. We zijn allemaal heel blij dat het systeem dit jaar van start gaat. Het is niet langer een ver-van-mijn-bedshow. Minister Van den Bossche, als ik het mis heb, gelieve mij te corrigeren. Als ik goed ben ingelicht, zijn de eerste brieven al vertrokken of staan ze op het punt om te vertrekken. De huursubsidie komt er voor de mensen die vijf jaar op een wachtlijst staan. Ze moeten geen rompslomp afhandelen, het gaat automatisch. Dat zal zeer binnenkort rond zijn. De eerste betalingen zijn gepland voor augustus.

Het huurgarantiefonds staat ook op stapel. Niet alleen de huurder krijgt hiermee respijt om zich te herpakken, ook de verhuurder zal er wel bij varen. Eigenaars verhuren vaak uit noodzaak en komen dan zelf in de financiële problemen. We zitten op de goede weg.

Minister Smet, we hebben nog werk inzake sociale mobiliteit. Dat is de garantie om wat hoger te komen. U kent de situatie. Er zijn nog kinderen met vroegtijdige achterstand. Er is het watervaleffect. Vroegtijdige uitstap uit het onderwijs moeten we te allen tijde voorkomen. U pleit voor kleinere kleuterklassen. Wij volgen u daarin. Wij juichen toe dat u extra middelen wilt spenderen aan scholen die kinderen in armoede hebben.

Een andere prioriteit van het VAPA is uiteraard werk, minister Muyters, u zat er al op te wachten. U weet dat we al verschillende initiatieven hebben genomen: opleiding, intensieve begeleiding en trajecten op maat. Ik heb al collega’s horen zeggen dat ze niet geloven in die trajecten. Wel, collega’s, ik geloof wel in die trajecten, omdat ik op het veld mensen hoor die niet weten waar of hoe ze moeten beginnen, laat staan hoe ze moeten eindigen.

Minister Muyters, we hebben een loopbaanakkoord. We gaan op maat werken. Ik vraag u met aandrang om ook op maat van de kansarme en de zwakste te willen werken.

Voorzitter, we zijn er nog niet. De initiatieven van de afgelopen tijd zullen binnenkort vruchten afwerpen. Hopelijk zullen we volgend jaar als we de cijfers vergelijken betere resultaten zien. Minister Lieten heeft daartoe een monitor opgestart. Inderdaad, voorzitter, de tijd is hier te kort om dit thema hier grondig te bespreken.

Voorzitter, ik zal er zijn in de commissie op 5 juni.

De voorzitter

De heer Hendrickx heeft het woord.

Marc Hendrickx

Het is niet de eerste keer dat we in dit halfrond debatteren over de armoedeproblematiek. De cijfers die vorige week door de Armoedebarometer werden vrijgegeven, tonen aan dat dit alleen maar terecht is. De analyse is al ruimschoots gemaakt door de vorige sprekers en toonde duidelijk aan dat er werk aan de winkel is en blijft, zeker als men deze cijfers afzet tegen de ambitieuze decenniumdoelen die gerealiseerd zouden moeten zijn tegen 2017.

Op elk vlak zijn nog inspanningen nodig. De doelstellingen moeten onzes inziens tweeledig zijn: we moeten ervoor zorgen dat mensen in armoede voldoende kansen krijgen om uit de situatie te raken en tegelijk moeten we ervoor zorgen dat mensen in armoede ook aangezet worden om die kansen te grijpen. Want ook dat laatste gebeurt nog te weinig.

Armoede is bij uitstek een bevoegdheidsoverschrijdend beleidsdomein, ik veronderstel dat we het daarover eens zijn. Dat is ook de filosofie van deze regering. Er is een coördinerend minister en een geïntegreerd Vlaams Actieplan Armoedebestrijding. Bovendien dient elke minister binnen zijn eigen beleid te werken aan het terugdringen van de armoede. Onze fractie is nog steeds een voorstander van deze manier van werken. Het rapport toont immers aan dat de uitdagingen op velerlei vlakken liggen. De beste garantie tegen armoede is nog steeds het hebben van een job. Het terugdringen van de werkloosheid moet nog steeds prioriteit nummer 1 zijn. We zijn inmiddels op de budgettaire grenzen gestoten van maatregels als meer overheidsbetrekkingen, meer uitkeringen en veel door de overheid gesubsidieerde jobs.

Het enige wat ten gronde kan helpen, is een verhoging van de werkzaamheidsgraad. Hierdoor zullen meer mensen langer in de private economie kunnen werken. Dit schept door middel van de bijdragen immers rechtstreeks een inkomen voor de overheid. Onzes inziens is het dan ook de taak van de verschillende overheden de omstandigheden te creëren waarin die maximaal kan gebeuren.

Op dit vlak kunnen we gerust stellen dat de Vlaamse overheid doet wat ze kan. Minister Muyters neemt in het nieuw loopbaanakkoord maatregelen die er onder meer toe moeten bijdragen dat 50-plussers langer kunnen werken en dat laaggeschoolde jongeren naar werk worden geleid.

Daarnaast probeert de Vlaamse Regering de Vlaamse economie zo innovatief mogelijk te maken. Met het oog op de toekomstige tewerkstelling wordt nauwelijks aan onderzoek en ontwikkeling geraakt. Ondanks de huidige besparingen is op dit vlak zelfs een inhaalbeweging uitgevoerd.

Ook het goedgekeurd decreet betreffende de kinderopvang vormt een belangrijke maatregel om meer mensen aan het werk te krijgen. Nieuwe kinderopvang is immers een conditio sine qua non om de combinatie tussen arbeid en gezin te kunnen verwezenlijken.

Grote hendels met betrekking tot de arbeidsmarkt blijven echter een federale bevoegdheid. Het is op dat vlak dat de looncompetitiviteit nog steeds wordt bepaald. De totale afwijzing van een federaal debat over de competitiviteit en over een hervorming van de index is een vorm van sluipende arbeidsvernietiging die gevolgen heeft voor de huidige en de toekomstige armoede.

Bart Van Malderen

Los van het feit dat de index volgens mij de belangrijkste rem op de vernietiging van de koopkracht en bijgevolg een barrière tegen armoede is, zou ik twee vragen willen stellen over deze lange paragraaf van de heer Hendrickx.

Mijnheer Hendrickx, u legt terecht de nadruk op het belang van werken in de strijd tegen armoede. U hebt zelf verwezen naar het WIP, dat naar aanleiding van de vorige economische crisis is gestart en dat ondertussen aan evaluatie toe is. Een van de maatregelen in het WIP die me voor dit debat relevant lijken, is het werk-welzijnstraject. Deze trajecten houden in dat ad hominem wordt gewerkt om mensen naar werk toe te leiden. Ik hoop dan ook in u een bondgenoot te vinden om deze werkwijze verder te zetten.

U hebt tevens de nadruk op de private economie gelegd. Ik hoop dat u het met me eens bent dat de sociale economie voor veel mensen in armoede minstens een tussenstation op de weg naar een duurzame job is en zal moeten blijven. We willen liefst dat die mensen een job in de reguliere economie vinden. We weten echter dat de sociale economie voor veel mensen in armoede een levensnoodzakelijke constructie is om ze aan het werk te helpen. We zijn het tenslotte eens over de stelling dat werk een belangrijke premisse blijft om armoede tegen te gaan.

Ik wil even inpikken op het voorstel van de heer Van Malderen over de armoedetrajecten. Er zijn een aantal dergelijke trajecten. Er is een evaluatie aan de gang. Ik kan evenwel garanderen dat we in totaliteit naar een verhoging van de armoedetrajecten gaan. Dat is in elk geval de bedoeling. We zullen dat doen op een manier die voor de arbeidsmarkt haalbaar is. Aangezien de eerste resultaten gunstig lijken, zullen we er maximaal op inzetten dit te kunnen voortzetten.

Marc Hendrickx

Ik wil nog even kort ingaan op de woorden van de heer Van Malderen. Ik heb het belang van de toeleiding zelf al onderstreept. Mevrouw Turan heeft het er daarnet ook al over gehad. We mogen dit zeker niet veronachtzamen. Daarnaast heb ik zeker geen pleidooi gehouden tegen de sociale economie.

Ook op het vlak van de gezondheidszorg geeft de Armoedebarometer belangrijke signalen. De uitgaven in de gezondheidszorg worden steeds meer uitgesteld. Dat is een zorgwekkend gegeven. Hoewel haar bevoegdheden zeer beperkt zijn, heeft de Vlaamse Regering op dit vlak alvast goede intenties aan de dag gelegd. Het is de bedoeling op elk vlak een sociaal beleid te voeren. Het is belangrijk een maximumfactuur voor de residentiële en de thuiszorg in het leven te roepen. De hospitalisatieverzekering moet hier ook bij worden betrokken. Op die manier vermijden we in principe dat mensen nog langer met torenhoge premies zullen worden geconfronteerd.

Wat het onderwijs betreft, hoef ik niet te herhalen wat hier daarnet al is gezegd. Er zijn echter enkele zaken die in het rapport minder expliciet aan bod komen en die voor mijn fractie minstens even belangrijk zijn.

De kleuterparticipatie aan het onderwijs ligt in Vlaanderen erg hoog. De kleine groep die niet gaat, is echter vaak uit kansarme gezinnen afkomstig. We moeten hierop blijven inzetten. We moeten ervoor zorgen dat elk schoolplichtig kind effectief op de schoolbanken zit of naar de schoolbanken wordt begeleid.

Een doorgedreven responsabilisering van leerlingen en ouders is onontbeerlijk in de strijd tegen onder meer het spijbelen. En ‘last but not least’: elke leerling leert het beste zo snel mogelijk Nederlands, we zijn het erover eens dat taalachterstand vaak aanleiding geeft tot schoolachterstand, met alle gevolgen van dien.

Ook de woonsituatie kwam hier al aan bod. De minister is momenteel even weg, ik zal ook niet herhalen wat de collega’s aangehaald hebben. We moeten verder inzetten op de kwaliteitsbewaking van de private woningmarkt, want volgens de Armoedebarometer kampt een op de vier eigenaars met een gebrek aan wooncomfort. Het gaat hier niet om luxeproblemen of folietjes, daarin geef ik mevrouw Vogels gelijk, maar om een gebrek aan basisvoorzieningen zoals warm stromend water, droge muren en waterdichte daken. Bij de huurders stelt het probleem zich nog scherper. Maar liefst 38 procent van de huurders woont in een gebrekkige woning. Kwaliteitsbewaking blijft dus cruciaal willen we een minimale levenskwaliteit op de private woonmarkt garanderen. De lokale besturen beschikken ter zake over heel wat instrumenten en de ervaring leert ons dat ze vaak effectief werken. We moeten verder inzetten op efficiënte en voldoende kwaliteitsbewaking, zowel vanuit Vlaanderen als op het lokale niveau.

Waarde collega’s, dames en heren ministers, ik kan afronden. De situatie is uiteraard allerminst rooskleurig te noemen. Onze fractie roept de coördinerende minister, en bij uitbreiding de volledige Vlaamse Regering, op om de reeds ingezette inspanningen intensief verder te zetten, om verder uitvoering te geven aan het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding en om gehoor te geven aan de in dit halfrond goedgekeurde resolutie over kinderarmoede. Daar waar nodig moet een ‘tandje of misschien zelfs een heel gebit’ bij worden gestoken.

De voorzitter

De heer Delva heeft het woord.

Paul Delva

Voor de volledigheid van het debat wil ik het volgende opmerken. Het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding is al een paar keer aan bod gekomen. Ik wil het debat niet monopoliseren, maar er bestaat ook nog zoiets als een Brussels Actieplan Armoedebestrijding waaraan de Vlaamse Gemeenschap ook participeert. De minister is op dat vlak momenteel sterk actief, samen met de VGC. Ik heb hier al cijfers gehoord over Vlaanderen en er wordt gezegd dat de toestand dramatisch en zorgwekkend is. Vermenigvuldig die cijfers met drie en we komen in Brussel terecht. De acties vanuit Vlaanderen in Brussel zijn heel anders op een aantal domeinen. Ze hebben geen betrekking op al wat gewestelijk is, de woningmarkt en zo meer, dat is logisch, want het gaat om bevoegdheden van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Ik roep eigenlijk op, maar ik denk dat we op dat vlak al in de goede richting gaan, om de acties die vandaag worden ondernomen door de Vlaamse Gemeenschap ten aanzien van Brussel nog te intensifiëren. Ik meen dat daar, in onze hoofdstad, de armoedeproblematiek het meest schrijnend is van heel Vlaanderen.

Marc Hendrickx

Collega, ik had dit bewust even achterwege gelaten omdat ik dacht dat u dan alert zou reageren. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Voorzitter, dames en heren van de regering, collega’s, 2010 was het Europees jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, en dat zouden we geweten hebben in Vlaanderen. Minister Lieten kwam op de proppen met het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding, een bundel met maar liefst 194 doelstellingen waarmee volgens haar echt werk zou worden gemaakt van armoedebestrijding.

In het najaar van 2010 wordt voor het eerst de alarmbel geluid wanneer uit het armoederapport van 2010 blijkt dat de situatie in Brussel dramatisch is. Drie op de tien Brusselse kinderen, en in de armste Brusselse gemeenten zelfs de helft, groeien op in een gezin zonder enig inkomen uit arbeid. Vlaanderen is Brussel niet, maar eind 2010 was er toch al duidelijk al wat nattigheid in de Vlaamse lucht. Bij de voorstelling van het jaarboek ‘armoede en sociale uitsluiting’ gaf minister Lieten haar collega’s – terecht volgens mij – een veeg uit de pan, want ze moesten hun huiswerk met betrekking tot het Vlaams actieplan toch wat beter maken.

Mevrouw de minister, dat is ondanks uw aandringen niet gebeurd, want uit het eerste voortgangsrapport bleek dat slechts 14 van de 194 acties als afgerond konden worden beschouwd. U hebt toen meteen een versnelde uitvoering aangekondigd, een bijsturing, extra inspanningen, een rondetafelconferentie en een specifiek actieplan kinderarmoede. Uit het tweede voortgangsrapport over het actieplan blijkt nu dat nog steeds slechts 30 van de 194 acties afgerond zijn. Dat is natuurlijk een wat mager resultaat voor een regering die van armoedebestrijding een van haar speerpunten wenst te maken.

Tot vandaag is er geen of weinig vooruitgang geboekt in de strijd tegen armoede. Integendeel: 650.000 Vlamingen leven nog steeds onder de armoederisicodrempel. De cijfers over kinderarmoede zijn nog schrijnender: 8,6 procent van de geboorten vindt plaats in kansarme gezinnen. De cijfers blijven er sinds 2005 op achteruitgaan, wat dus betekent dat niet enkel deze minister met de vinger moet worden gewezen. Het probleem is algemeen. Ik vraag mij dan af hoe het mogelijk is dat wij in een samenleving met een overheidsbeslag van 54 procent van het nationaal inkomen er niet in slagen om die armoede beter te bestrijden. Waaraan besteden wij dan in godsnaam ons geld?

Het risico is het grootst bij twee groepen: gezinnen met kinderen waar niemand werkt – daar is het armoederisico 60 procent – en de niet-EU-burgers – daar is het armoederisico 42 procent. Ook de spreker van CD&V zei het: het probleem van gezinnen met kinderen waar niemand werkt, maakt duidelijk dat werk een belangrijke buffer tegen armoede is. Het risico dat werkenden in armoede terechtkomen is niet onbestaande, maar duidelijk veel lager dan bij niet-werkenden: respectievelijk 4 procent en 23 procent leeft onder de armoederisicodrempel. De Vlaamse Regering erkent dan wel dat werk een belangrijke hefboom is in de strijd tegen armoede, maar dat vertaalt zich te weinig in het activeringsbeleid.

De recente studie, in opdracht van Decenniumdoelen 2017 – die de aanleiding is van dit actualiteitsdebat – trekt van leer tegen de versterkte degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen zoals die zijn ingevoerd door de regering-Di Rupo I. Ik volg die studie, in die zin dat een verhoogde degressiviteit geen oplossing biedt wanneer men tot het einde van zijn leven recht op een uitkering blijft hebben. Werk is en blijft de beste bescherming tegen armoede, maar – en dat moeten wij ook erkennen – voor sommigen is niet werken lonender dan werken. Die mensen zitten in die zogenaamde werkloosheidsval, die vooral een gevolg is van de hoge lasten op arbeid – een federale materie – en de kostprijs van kinderopvang en energie. Zeggen dat er onvoldoende jobs zijn, is niet meer dan een leugentje om bestwil. Integendeel: eind april waren er in totaal 51.467 openstaande vacatures, en voor 24.029 daarvan worden geen diplomavereisten gesteld, of wordt maximaal een diploma van de tweede graad van het secundair onderwijs gevraagd.

De tweede risicogroep zijn de niet-EU-burgers. Maar liefst 42 procent van de niet-EU-burgers moet rondkomen met een huishoudinkomen onder de armoederisicodrempel. Die cijfers bevestigen dat we met de huidige migratiepolitiek nog steeds vooral mensen aantrekken die in een ander land afgewezen worden en die hier dan in armoede terechtkomen. Op die manier wordt armoede als het ware geïmporteerd.

Ik was dan ook verheugd toen federaal sp.a-minister Monica De Coninck op de vooravond van de Dag van de Arbeid ervoor pleitte om een deel van het migratieprogramma van LDD uit te voeren. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt moeten wij kandidaten aantrekken die opgeleid zijn en een diploma hebben, zoals in Canada of Australië gebeurt, en die een ander profiel hebben dan de mensen die vandaag naar België komen. Wij pleiten er zelfs voor om nog een stap verder te gaan en het afleveren van een verblijfsvergunning te koppelen aan de verplichting om gedurende een periode die lang genoeg is te werken. Dat zijn maatregelen waarmee wij de import van armoede zullen tegengaan, veel meer dan wat met het boekje ‘Migreren naar Vlaanderen’, van minister Bourgeois, zal lukken.

Ik rond af, voorzitter. Uit allerhande rapporten en studies – de Vlaamse Armoedemonitor, het voortgangsrapport Vlaams Actieplan Armoedebestrijding, het Rapport Armoedebarometer – blijkt dat Vlaanderen er niet in slaagt de armoede, en in het bijzonder de kinderarmoede, terug te dringen. Integendeel: de cijfers gaan er zelfs nog verder op achteruit.

Mijn fractie en ikzelf pleiten dan ook voor het volgende. Een: laten wij uit de 194 punten van het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding maximaal 20 hoofdactiepunten te distilleren om te komen tot een werkbaar en doelmatig actieplan. Twee: laten wij in het kader van armoedebestrijding van werk dé topprioriteit te maken en personen uit gezinnen die leven van een huishoudinkomen onder de regionale armoederisicodrempel versneld en duurzaam naar de arbeidsmarkt toe te leiden. Drie: laten wij in overleg met de Federale Regering het migratiebeleid bijsturen om te vermijden dat de migratie van niet-EU-burgers tegelijk bijkomende armoede met zich meebrengt.

Minister Ingrid Lieten

Mijnheer Vereeck, ik wil u toch op twee punten aanvallen. U wilt het ten eerste doen uitschijnen dat deze regering onvoldoende werk maakt van het implementeren van de acties. Bij het tweede voortgangsrapport is aangegeven dat 94 procent van alle acties op dit moment loopt of afgerond is. We zitten dus echt op kruissnelheid. Op dat vlak ben ik niet ontevreden, in tegendeel. Alle collega’s zetten er voor 100 procent hun schouders onder.

Ten tweede zegt u dat 194 maatregelen te veel is en suggereert u dat ik zou selecteren. Ik moet u teleurstellen, u hebt uw dossier blijkbaar niet goed voorbereid, want wij hebben prioriteiten gesteld. In overleg met het netwerk van de verenigingen waar armen het woord nemen en de SERV-partners zijn uiteindelijk dertien acties geprioriteerd. Alle collega’s hebben zich geëngageerd om die acties versneld uit te voeren. Het gaat onder andere over de armoedetoets, de automatische toekenning van de rechten, werken rond gekleurde armoede, kinderarmoede bestrijden op lokaal niveau, de vrijetijdspas, werkgelegenheid en de huursubsidie. De prioriteiten zijn vastgelegd, goedgekeurd door de Vlaamse Regering en in de commissie besproken.

Lode Vereeck

Minister, wat uw eerste punt betreft, heb ik uw actieplan daarnet nog even herlezen. Volgens uw informatie zou 94 procent van alle actiepunten ingevuld zijn of in uitvoering. Maar de eerste 50 punten gaan over: “Er zal worden onderzocht, er wordt een studie, we gaan een comité samenstellen...” Het doet me een beetje denken aan Vlaanderen in Actie, daarvan is volgens de monitoring ook 94 procent in uitvoering, maar ook daar is het gros van de voorgestelde maatregelen institutioneel. Op het terrein gaat dat niet veel veranderen. Ik heb ze alle 194 nog eens doorgenomen. Wat dat betreft, zijn ze wat ontgoochelend.

Voor het tweede punt sluit ik me aan bij wat mevrouw Vogels van Groen heeft gezegd, al hebben we misschien niet dezelfde oplossingen. Wij willen inderdaad eens kijken naar die topprioriteiten: welke cijfers, welke budgettaire maatregelen staan ernaast? Er is onvoldoende duidelijkheid hoe u concreet op het terrein die armoede gaat aanpakken. (Applaus bij LDD)

De voorzitter

Mevrouw Zamouri heeft het woord.

Khadija Zamouri

Voorzitter, geachte Vlaamse Regering, collega’s, ondertussen is alles al gezegd. We weten dat die armoede gekleurd is. Een laag diploma, een onderbreking in de loopbaan, alleenstaand ouderschap met jonge kinderen, jong en onervaren of oud en afschreven: het zijn allemaal handicaps waardoor je in het Vlaanderen van vandaag een mensonwaardig bestaan kunt leiden. Doe daar nog een kleurtje bij en woon in Brussel en je bent helemaal gezien. Dat is jammer genoeg de realiteit.

Minister Lieten, u hebt daarstraks cijfers gegeven over kinderen die arm geboren worden. Toevallig komen die overeen met de cijfers van hun ouders en die blijken zelfstandigen te zijn. 25 procent van de zelfstandigen heeft een jaarinkomen van minder dan 9630 euro, dat weet u beter dan ik. 33 procent van deze Vlamingen zijn van Turkse origine en 54 procent van Marokkaanse origine. Het moeten hun kinderen zijn!

Dat betekent, minister Muyters, dat er werk aan de winkel is. Meestal proberen deze mensen een eigen job te creëren, ze doen hun best, maar ze beginnen er onbezonnen en ongekwalificeerd aan. Het is een zaak van de volledige regering.

De laatste keren dat ik hier stond, was het telkens om hetzelfde probleem aan te klagen, is het niet bij Welzijn dan bij Tewerkstelling. Herinner u, minister Muyters, het EAD-decreet (evenredige arbeidsdeelname en diversiteit). Minister Bourgeois, we hebben het gehad over het voorbeeld bij Jobpunt Vlaanderen, waar te weinig allochtonen worden tewerkgesteld. We zetten enorm in op het onderwijs, wat erg belangrijk is. Volgens het PISA-rapport (Programme for International Student Assessment) zitten we bij de allerbeste.

We zijn duaal, we zijn bij de besten, maar op het vlak van gekleurde armoede zijn we bij de slechtsten. Dat is systematisch. Of het nu over werk gaat of onderwijs, de kloof is altijd enorm. Op dat vlak moeten we niet fier zijn op onze resultaten. Gelukkig is iedereen klaar en bereid om daar werk van te maken. Zelfs u, mevrouw Dillen, ook u bent klaar om daar werk van te maken.

Ik wil iets voorlezen uit het rapport van de VDAB ‘Kansengroepen in kaart - Allochtonen op de Vlaamse arbeidsmarkt’. Het is een sociaal-culturele factor waarvan ik me afvraag hoe we dat gaan oplossen. “Migrantenjongeren hebben vaak een weinig realistisch beeld van de arbeidsmarkt of hun eigen slaagkansen, zitten vaker met een negatief zelfbeeld, zien te weinig voorbeeldfiguren in hun eigen omgeving, ze schatten hun werkgelegenheidskansen vaak erg negatief in en daar bovenop worden migrantenjongeren vaker en sneller doorverwezen naar technisch en beroepsonderwijs. Lesgevers hebben ook vaker een negatief beeld over migranten en het onderwijzend personeel is ook nog erg blank” – dat zeg ik niet, het staat in dit rapport – “en lesinhouden en onderwijsmethodes sluiten vooral aan bij de blanke middenklasseleefwereld.”

Marijke Dillen

Mevrouw Zamouri, u hebt zich specifiek gericht naar minister Muyters en gevraagd naar nog meer inspanningen op het vlak van werk. Ik neem aan dat u over twee weken naar de commissie Welzijn zult komen om het debat ten gronde te voeren. Maar ik wil het hier hebben over een aantal maatregelen op het vlak van werk, alleen werk, want de rest zou me te ver leiden. Ik geef enkele voorbeelden van positieve discriminatie: we hebben het project Jobkanaal, we hebben het inwerkingsbeleid, we hebben de streefcijfers tewerkstelling bij de overheid, we hebben de talrijke diversiteitsplannen, waar telkens opnieuw op een positieve wijze aan discriminatie wordt gedaan van de doelgroepen die u hebt opgesomd. Het leidt niet tot resultaten, we kunnen daar niet onderuit.

Kunt u me nu eens zeggen wat Vlaanderen nog meer moet doen voor er tevredenheid is en voor er resultaat zal worden geboekt bij de doelgroep die u uitvoerig hebt opgesomd? Hier gaat enorm veel geld in. Het gaat alleen over de beslissing van 16 december 2011, specifiek over armoede en voorstellen over gekleurde armoede. Er zijn zes projecten die exclusief gericht zijn op de doelgroep die valt onder gekleurde armoede. Over wat allemaal gekleurd is, zouden we ook wel eens een debat kunnen voeren, minister Lieten. Als ik zie dat er ook een actie komt voor Midden- en Oost-Europese migranten, wat is dan de terminologie gekleurd? Dat is een andere discussie voor in de commissie.

Mevrouw Zamouri, kunt u me zeggen wat Vlaanderen nog meer moet doen voor die mensen eindelijk tevreden zijn en voor er resultaat zal zijn op het terrein?

Khadija Zamouri

Het gaat niet alleen over geld. Ik heb het er de vorige keer ook over gehad toen het ging over het evenredig arbeidsdecreet. Het gaat over een mentaliteitswijziging bij iedereen. Integratie is een zaak die van twee kanten komt. Iedereen moet zich integreren en aanpassen aan elkaar. We zijn allemaal anders, ook in dit parlement. Als het over een specifieke doelgroep gaat – of het nu morgen de Roemenen zijn of de Oost-Kosovaren, het maakt me niet uit – wel, dan gaan we terug ons best doen om samen te leven.

Mevrouw Dillen, ik heb die laatste paragraaf voorgelezen om te weerleggen dat er geen voorbeelden zijn. Nu zijn er zelfs gekleurde armen die hooggeschoold zijn en ook geen job vinden. Of zijn ze allemaal lui en willen ze niet werken?

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen

Ik wil collega’s hier waarschuwen voor vocabulaire vervuiling die in het debat sluipt. Mevrouw Dillen heeft het steevast en systematisch verkeerd over positieve discriminatie. Vlaanderen doet vandaag niet aan positieve discriminatie. Dat is een heel ander begrip. We voeren vandaag een gericht doelgroepenbeleid in functie van reële cijfers.

Mevrouw Dillen, u vraagt ook naar het resultaat. We zouden de hypothetische vraag kunnen stellen: wat als we het niet zouden doen, hoe erg zou de situatie dan zijn?

Bovendien wil ik u wijzen op de tewerkstellingsgraad. Een aantal weken geleden hebben we er hier over gedebatteerd. De vaststelling is dat Vlaanderen een enorme achterstand heeft ten opzichte van andere landen maar dat we inspanningen doen en wel een aantal resultaten boeken. Voor de crisis van 2009 konden we voor de eerste keer vaststellen dat, als gevolg van een daadkrachtig en gericht beleid, de allochtonen de toename van de werkzaamheid volgden, samen met de autochtonen. De crisis heeft de inspanningen voor een deel tenietgedaan, maar het sterkt me des te meer in de overtuiging dat we alle zeilen moeten bijzetten om die groep die we vandaag achterlaten zo snel mogelijk, zo hard mogelijk te betrekken bij onze arbeidsmarkt. We kunnen ons eenvoudigweg niet permitteren om een hele generatie aan talent links te laten liggen. Dat kweekt alleen maar ongenoegen, dat kweekt alleen maar frustratie. Maar misschien is dat net wat u wilt.

Mevrouw Dillen, u zegt dat bijvoorbeeld Jobkanaal een positieve discriminatie is. Jobkanaal is een instrument van de werkgeversorganisaties dat als doel heeft te sensibiliseren rond arbeidsgehandicapten, allochtonen en 50-plussers, maar niet meer te doen dan sensibiliseren. Ik zie echt niet waar de positieve discriminatie is. Als je merkt dat er op de arbeidsmarkt een aantal vooroordelen leven rond bepaalde groepen waardoor die groepen moeilijker op de arbeidsmarkt aan bod komen, dan is sensibiliseren geen positieve discriminatie maar puur sensibiliseren.

Marijke Dillen

Minister, we kunnen een lange discussie voeren over het project Jobkanaal. U wilt telkens sensibiliseren voor meer diversiteit, maar u kunt misschien eens in debat gaan met Voka zelf en eens nagaan wat de resultaten op de werkvloer zijn en waarom er zoveel problemen zijn met de aanwerving van deze doelgroep.

Mijnheer Van Malderen, de oorzaak ligt bij de ongebreidelde instroom van asielzoekers en van migranten die armoede importeert. Dat is objectief en dat kunt u niet ontkennen. U pleit voor een doelgroepenbeleid. Ik pleit ook voor een doelgroepenbeleid. Spijtig genoeg kan deze Vlaamse Regering, net zo goed als u en ik, elke euro maar één keer uitgeven. We kunnen niet toveren met ons geld. In Vlaanderen zijn heel veel doelgroepen die in armoede leven. Ik heb er al naar verwezen: 51 procent van personen met een handicap kan aan zijn basisbehoeften op het vlak van gezondheid niet voldoen. Begin die doelgroep eens prioritair te behandelen. Een massa bejaarden die hun leven lang gewerkt hebben en schandalig veel hebben afgedragen, moeten nu rondkomen met een schandalig laag pensioentje. Begin hen eens als doelgroep te aanzien. Alleenstaande moeders die het bijzonder moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.

In Vlaanderen moet een beleid komen dat gebaseerd is op objectieve criteria om mensen die het moeilijk hebben, vooruit te helpen, zonder telkens de klemtoon te leggen op wat uw Vlaamse Regering – die termen komen uit documenten van de Vlaamse Regering, ik heb ze niet uitgevonden – ‘gekleurde armoede’ noemt. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Bart Van Malderen

Ik had het over positieve discriminatie.

Marijke Dillen

Dat gaat over positieve discriminatie van gekleurde mensen in Vlaanderen.

Mevrouw Dillen, ik wil u gerust stellen door te zeggen dat ik nogal eens contact heb met Voka en dat ik een beetje hun standpunten ken. Ik weet onder meer ook dat er bijvoorbeeld bij Voka nog een actie is gevoerd tegen discriminatie van werkgevers waarbij alle werkgeversorganisaties een document ondertekenden om de discriminatie die er soms onbewust is, te bestrijden. U mag gerust zijn: ik denk dat ik vanuit Voka genoeg informatie krijg om de problematiek te kennen.

Khadija Zamouri

Minister, ik dank u. Het was een antwoord aan mevrouw Dillen, veronderstel ik. Ik heb die laatste paragraaf specifiek voorgelezen voor minister Smet, maar hij reageert niet.

Minister Pascal Smet

Mevrouw Zamouri, ik kan het blijven herhalen. U bent soms ook aanwezig in de commissie Onderwijs. Dan zult u weten dat de Vlaamse Regering heeft beslist om 1 miljoen euro extra uit te trekken om in Antwerpen, Brussel, Gent en de Mijnstreek de eindtermen in het basisonderwijs op een andere manier te behalen, vertrekkende vanuit de leefwereld van kinderen. Uw stelling onderschrijven we, meer nog, we hebben het beslist en het zal in september in uitvoering worden gebracht.

Als we het secundair onderwijs willen hervormen, dan is dat juist met de bedoeling om alle kinderen kansen te geven, de zwakke kinderen sterker te maken, maar ook de sterke kinderen sterker te maken, zodat heel de samenleving sterker wordt en we er met zijn allen op vooruit gaan.

In de talennota die we hebben goedgekeurd, hebben we heel duidelijk opgenomen hoe belangrijk het is dat kleine kinderen goed Nederlands beginnen te spreken. Als ze dat onvoldoende doen, en onvoldoende met die taal in contact komen, dan moeten we ze extra curriculum, dus buiten de schooluren, de kans geven om spelenderwijs Nederlands te leren. Daarnaast participeren wij ook in allerlei projecten rond opvoedingsondersteuning ten aanzien van de ouders.

Bij de start van de nieuwe gemeentebesturen is het heel belangrijk dat al die gemeentebesturen een schepen of burgemeester zouden hebben die de coördinatierol en de regisseursrol op zich neemt om de armoede aan te pakken. Het is immers niet alleen een zaak van Onderwijs, het is ook een zaak van Welzijn, Stedenbeleid en Woonbeleid. Alles hangt samen. Het belangrijkste is dat een lokale regisseur de dingen in handen neemt, zoals men dat bijvoorbeeld in Antwerpen en andere steden in Vlaanderen doet. Daar ligt het antwoord. Onderwijs zal daar een partner in zijn. We zijn dat nu ook. Juist omdat ik geloof dat we structurele maatregelen moeten nemen, zijn we daar nu mee bezig. Ook in de toekomstige lerarenopleiding zal bijvoorbeeld worden opgenomen hoe men moet omgaan met diversiteit in de klas.

De stellingen die u hier hebt geponeerd, onderschrijf ik. Meer nog, ze zijn eindelijk beslist en in uitvoering.

Minister Ingrid Lieten

Collega’s, ik wil iedereen bedanken die tijd heeft vrijgemaakt om iets heel belangrijks te bespreken, namelijk de staat van de armoede in Vlaanderen. Vlaanderen is een van de meest welvarende regio’s in Europa, maar niettemin is onze armoedeproblematiek hardnekkig en is er voldoende stof tot debat.

De cijfers die vorige week de media haalden, werden een maand geleden reeds gepubliceerd en publiek gemaakt in onze eigen Vlaamse Armoedemonitor. We hebben die ook gecommuniceerd. De Vlaamse Regering heeft er kennis van genomen. Het gaat voor alle duidelijkheid over de cijfers van het jaar 2010.

Deze cijfers vormen tevens de basis voor een nieuwe omgevingsanalyse die we hebben gemaakt en die is opgenomen in het voortgangsrapport 2011 dat we aan de commissie hebben overgemaakt en waar we met de commissieleden in de volgende weken met elkaar over van gedachten kunnen wisselen. Het geeft ook een stand van zaken weer van het armoedebestrijdingsbeleid, het formuleert een aantal prioriteiten en het concretiseert de 194 doelstellingen waarnaar al veel is verwezen. Het zal ook worden besproken in de commissie Welzijn, maar ik zou er helemaal niets op tegen hebben als het ook in andere commissies zou worden besproken, bijvoorbeeld de commissie Onderwijs en de commissie Werk. De verschillende acties staan erin opgelijst en kunnen met de nodige kennis van zaken besproken worden.

We willen dat graag omdat Vlaanderen ervoor kiest om een armoedebeleid uit te voeren dat op een integrale manier werkt, waarbij we in elk domein de gepaste aandacht besteden aan armoedebestrijding en waarbij we geen parallelle circuits organiseren, geen aalmoesbeleid maar een geïntegreerde en gestructureerde aanpak van armoede.

De cijfers nu. De inkomensarmoede bestendigt zich en neemt zelfs toe: terwijl in 2008-2009 10,1 procent van de Vlamingen kon worden beschouwd als levend onder de inkomensarmoedegrens, was dat cijfer in 2011 ongeveer 10,4 procent. In absolute cijfers betekent dit concreet dat we vandaag nog 650.000 Vlamingen boven die armoededrempel zouden moeten krijgen, willen we onze Pact 2020-doelstellingen halen. Qua inkomen ligt die drempel vandaag voor een alleenstaande op 973 euro per maand, voor een gezin met kinderen op 2043 euro per maand. Enkele leden hebben erop gewezen: 140.000 van die 650.000 mensen die nog onder die armoededrempel zitten, zijn kinderen tussen 0 en 17 jaar. Samen met de Deense en Finse kinderen scoren we daarmee Europees gezien het best, maar die score mag absoluut geen excuus zijn en ons niet blind maken voor het feit dat vandaag in Vlaanderen 140.000 kinderen leven in een gezin waarin ze, door allerlei omstandigheden, niet de juiste kansen zullen krijgen voor hun persoonlijke ontwikkeling.

Als we kijken bij welke specifieke bevolkingsgroepen het risico het grootst is, dan gaat het vooral over werklozen en over huurders, die het ook in 2010 moeilijk kregen en bij wie we een stijging van het armoederisico zien. Nemen we de EU 2020-indicator, die in heel Europa op dezelfde manier meet en een combinatie maakt van inkomen enerzijds en materiële deprivatie – het zich niet kunnen veroorloven van een aantal dingen – anderzijds, dan telt Vlaanderen op die manier gerekend 910.000 mensen in armoede. In Europees perspectief is dat opnieuw niet zo slecht. We staan op de tweede plaats, samen met Zweden en Nederland, maar opnieuw is het absolute aantal van de mensen die daarin terechtkomen, onaanvaardbaar. Gezinnen waarin niemand werkt, lopen 94 procent kans om in armoede te verzeilen. We moeten dus voort blijven inzetten op werk, activering, onderwijs en de bestrijding van kinderarmoede.

Daarnaast zien we ook dat het aantal Vlamingen stijgt die in een huis met structurele problemen wonen. Ook daardoor glijden we enigszins af ten opzichte van de Pact 2020-doelstellingen, die toch een halvering vooropstellen van het aantal mensen die wonen in een woning die om een of andere manier structurele problemen heeft. Ook hier zien we opnieuw een prioriteit voor de gezinnen met kinderen. Gezinnen waarvan niemand of heel weinig mensen werken, vormen de grootste risicogroep.

Een ander confronterend cijfer is dat het aantal mensen in Vlaanderen die minder dan wekelijks contact hebben met buren, niet-inwonende familie of vrienden en kennissen, ook angstwekkend groot is. Dan verwijs ik even naar de discussie van daarnet over het openbaar vervoer. In 2011 ging het om 450.000 mensen. Dat zijn er 100.000 meer dan in 2010. Dat is toch wel een signaal dat we die sociale uitsluiting, dat isolement echt wel ernstig moeten blijven nemen, dat dit probleem groter wordt in onze samenleving.

Kijken we dan even specifiek naar de kinderarmoede. De indicator van Kind en Gezin vertoont inderdaad een lichte stijging. In 2009 wordt jaarlijks 8,3 procent van de kinderen geboren in een gezin onder de armoededrempel. Nu is dat 8,6 procent. U weet dat 3,8 procent ons doel is. De trend gaat dus de verkeerde richting uit. Daarom ook is dat een prioriteit van de Vlaamse Regering. U vindt al deze cijfers op de website van de studiedienst van de Vlaamse Regering.

Ik heb daarnet al gezegd dat ik die armoedecijfers met wat schroom geef: elke arme is er immers een te veel. We worden daar ook allemaal mee geconfronteerd, en zijn er ook allemaal verontwaardigd over. Het klopt echter niet dat de kinderarmoede in Vlaanderen explosief toeneemt. Die is wel verontrustend en onaanvaardbaar. Het is duidelijk dat ook de financiële crisis ter zake een handje heeft geholpen, jammer genoeg.

Er werd het afgelopen jaar hard ingezet op de twaalf prioriteiten die ik al opgelijst heb én op de kinderarmoede. We hebben die prioriteiten samen afgebakend, in overleg met de commissie en het parlement, met de SERV en met het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen. Daarnaast hebben we er inderdaad voor gepleit om een aantal acties te versnellen. Alle collega’s hebben die zorg op zich genomen. In het voortgangsrapport 2011 kunnen we duidelijk vaststellen dat 94 procent van alle acties lopen, en dat 6 procent van de acties vertraging hebben en bijkomende zorg nodig hebben.

Het is duidelijk dat wij hier verder onze inspanningen zullen moeten volhouden. Het VAPA werd goedgekeurd in juli 2010. We zijn nu twee jaar bezig en hebben nog twee jaar te gaan. We zullen met ons jaarlijks voortgangsrapport de vinger aan de pols houden.

Hoe zit het met onze prioriteiten? Gaan we op dat vlak vooruit? Ik geef u een kleine bloemlezing. Het afgelopen jaar werd een belangrijke vooruitgang geboekt in verband met de armoedetoets. Die heeft proefgedraaid bij het vernieuwde sociale beleid en zal nu definitief verankerd worden in de regelgeving. Het gloednieuwe Vlaamse Steunpunt Armoede is opgestart. Het zal als eerste informatie proberen te verzamelen over generatiearmoede, precies zoals u gevraagd hebt, mevrouw Van der Borght. Dat is een van de taken die ik het steunpunt heb meegegeven.

De UiTPAS of de Vlaamse vrijetijdspas van collega Schauvliege staat in de steigers. Er is een duidelijk budget en een duidelijke tijdslijn voor uitgewerkt. De VESOC-partners (Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité) en collega Muyters hebben samen een tastbare uitbreiding bereikt van de arbeidszorg en werk-welzijnstrajecten, precies voor mensen in armoede, voor wie de afstand tot de arbeidsmarkt nog wat groter is en die een specifieke begeleiding nodig hebben. De automatische huursubsidie wordt dit jaar een feit. Het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen kreeg extra geld, onder andere om te werken rond gekleurde armoede en rond media en armoede. Er ging ook extra geld naar meer kwaliteit en preventie in de schuldhulpverlening, op voorstel van collega Vandeurzen.

Er zijn dus heel wat acties en prioriteiten effectief op de rails gezet. Jammer genoeg zullen die acties niet onmiddellijk morgen al resultaat opleveren. Er zijn acties die structureel zijn en een langere inloopperiode nodig hebben, maar ik ga er wel van uit dat al die acties samen een positief effect teweeg zullen kunnen brengen.

Kinderarmoede is ook een topprioriteit die wij hebben vastgelegd. Na de Rondetafel Kinderarmoede van 24 maart hebben wij de prioritering op de agenda van de Vlaamse Regering gezet. De collega’s zijn daarin meegegaan. Intussen werd al een eerste reeks aanbevelingen van de rondetafel opgenomen. Wij hebben beslist om te focussen op kinderen van nul tot drie jaar, omdat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat we daar het meeste effect kunnen hebben. Alle ministers leveren daar een bijdrage.

Er werd ondertussen werk gemaakt van een oproep, gericht op de versterking van de preventieve gezinsondersteuning met een focus op gezinnen in armoede en bruggen naar werk en kleuteronderwijs. Daar was een extra budget van 800.000 euro voor vrijgemaakt.

De voorzitter

Collega’s, minister Lieten heeft het woord. Als u overleg wilt plegen, kunt u dat in het Koffiehuis doen.

Minister Ingrid Lieten

Het is ook de bedoeling om tijdens deze legislatuur de inloopteams van Kind en Gezin, die een belangrijke functie hebben in het bereiken van kansarme ouders en gezinnen, verder te consolideren. Samen met de verdere uitbreiding van de inkomensgerelateerde kinderopvang, waar minister Vandeurzen zijn schouders onder zet, de installatie van de Huizen van het Kind, de kleinere kleuterklassen van minister Smet en de gedifferentieerde kindpremie, moeten we erin slagen om alle kinderen, ook de meest zwakke, een sterkere start te geven.

Een tweede belangrijke vaststelling is dat we het belang van samenwerkingsverbanden op lokaal vlak moeten blijven benadrukken in onze strijd tegen kinderarmoede. Daarom werd er een provinciale ronde georganiseerd, in samenwerking met de Vlaamse provincies, om de lokale actoren warm te maken voor het opzetten van lokale kinderarmoedeprojecten. Als gevolg daarvan werd ook een projectoproep gelanceerd, ‘Lokaal werk maken van aanpak van kinderarmoede’. Daar werden maar liefst 99 aanvragen op ingediend. Er werd ook een extra budget van 1,3 miljoen euro voor vrijgemaakt.

Ik wil toch ook wel het belang van die lokale aanpak benadrukken. We hebben absoluut nood aan een breed maatschappelijke sensibilisering rond kinderarmoede. De betrokkenheid en inzet van onze lokale actoren is daarin heel belangrijk.

Om het Vlaams Actieplan Kinderarmoede verder uit te werken hebben wij van 30 november tot 4 december een studiebijeenkomst georganiseerd. Het was een innovatief project om een aantal deskundigen, zowel vanuit het binnen- als vanuit het buitenland, te laten brainstormen vanaf een wit blad om na te gaan met welke extra beleidsmaatregelen we kinderarmoede kunnen aanpakken. Daaruit zijn ook aanbevelingen voortgekomen ten aanzien van onze prioriteit, de bestrijding van armoede bij kinderen van nul tot drie jaar. Het verslag is toegevoegd aan het voortgangsrapport, dat u ook kunt raadplegen. Daar wordt ook verder werk van gemaakt.

Een jaar na die ViA-rondetafel kinderarmoede hebben we heel het instrumentarium opgezet, werden de prioriteiten vastgelegd en zijn verschillende collega’s bezig om dat op het terrein uit te voeren.

Ik zou jullie, parlementsleden, een vraag willen stellen. Er werd vandaag heel vaak gekeken naar de regering, nu wil ik jullie iets vragen. Jullie zullen allemaal in jullie gemeente verantwoordelijkheid opnemen, voor of achter de schermen, naar aanleiding van de voorbereiding van de gemeenteraadsverkiezingen. Jullie hebben het gezag om jullie collega’s en partijen te helpen bij het bepalen van de prioriteiten van de verschillende verkiezingsprogramma’s. Ik wil jullie vragen om de aanpak van kinderarmoede daarbij voorop te stellen.

Er zijn heel wat goede voorbeelden van verschillende gemeenten die daar een mooi project rond hebben opgezet. We zullen die voorbeelden bundelen en de komende weken bekendmaken. Ik wil jullie vragen om daar ook jullie schouders onder te zetten en om uiteindelijk op gemeentelijk niveau de uitrol van onze prioriteiten rond kinderarmoede mee te nemen. We willen van kinderarmoede verder een prioriteit maken, een strijd tegen de armoede voor elk kind. (Applaus bij de meerderheid)

Mieke Vogels

Voorzitter, u zult begrijpen dat ik erg teleurgesteld ben met het antwoord van de minister.

Wij hebben dit debat een week uitgesteld. Ik respecteer dat en ik vind het heel fijn dat de hele Vlaamse Regering aanwezig is.

Minister, u zegt echter enkel wat wij allemaal al lang weten. Wij weten al dat er nog meer studies, rondetafels, rapporten, voortgangsrapporten, projecten enzovoort komen. Minister, ik had gehoopt dat u hier namens de regering wat perspectief had kunnen bieden aan de mensen die vandaag hun huur niet kunnen betalen, de mensen die vandaag dreigen te worden afgesloten van elektriciteit, gas enzovoort, aan de mensen die het vandaag moeilijk hebben om hun kinderen groot te brengen. Dat doet u echter niet. U blijft draaien binnen de projecten die de armoede niet structureel aanpakken.

Sta mij toe te zeggen dat ik het helemaal belerend en betuttelend vind en typisch voor Vlaanderen om hier te eindigen met een oproep aan de lokale besturen. Denkt u nu werkelijk dat in steden als Antwerpen, Genk enzovoort, de lokale besturen niet weten wat armoede is? Denkt u nu echt dat u die moet sensibiliseren? U moet die niet sensibiliseren. Die lokale besturen wachten op de Federale Regering om de vervangingsinkomens en de minimumlonen te doen stijgen. Die besturen wachten op uw regering om iets te doen aan de dure kost voor wonen en energie, aan maatregelen om onderwijs meer gelijke kansen te laten bieden aan kansarme kinderen. Daar gaat het om.

Voorzitter, ik zal een actualiteitsmotie indienen en dan nog eens vertellen hoe ik het zou aanpakken.

Marijke Dillen

Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben echter ook ontgoocheld. Ik had verwacht dat u vandaag een krachtdadig beleid naar voren zou brengen, een aantal duidelijke prioriteiten om de armoede ten gronde aan te pakken. Binnen twee weken zullen we de gelegenheid krijgen om dit in de commissie grondig uit te spitten. Voor onze fractie moet het armoedebeleid gericht zijn op alle Vlamingen, alle mensen hier in Vlaanderen, met duidelijke klemtonen op vijf grote punten: onderwijs, tewerkstelling, wonen, gezondheid en vrije tijd.

Al die doelstellingen, projecten, onderzoeken en evaluaties halen op het terrein weinig of niets uit. We zullen daar later ten gronde over debatteren.

Namens mijn fractie wens ik een motie aan te kondigen.

Vera Van der Borght

Ik veronderstel dat we het debat over twee weken ten gronde zullen voortzetten.

Namens mijn fractie wens ik eveneens een motie aan te kondigen.

Güler Turan

Minister, ik dank u voor uw antwoord namens de Vlaamse Regering. Ik wil de voltallige regering ook danken voor haar aanwezigheid. Ik kijk uit naar de bespreking ten gronde, en niet alleen in de commissie Welzijn. Ik nodig alle ministers en collega’s uit om dit document in elke commissie grondig te bespreken en te bekijken hoe we versneld kunnen inzetten op deze problematiek.

Ik kondig ook een motie aan namens de meerderheid.

Vera Van der Borght

Minister, wanneer u hier een warme oproep doet aan alle mandatarissen in functie van de gemeenteraadsverkiezingen, dan kan ik alleen maar betreuren dat twee grote tenoren voor een grote stad met heel wat problemen, zijnde Antwerpen, en de twee grote uitdagers van elkaar, Patrick Janssens en Bart De Wever, het niet nodig vonden om hier dit debat over armoede te volgen. (Applaus bij Open Vld, LDD en het Vlaams Belang)

Güler Turan

Ik kan alleen spreken namens mijn burgemeester, die hier om medische redenen niet aanwezig is. Bovendien is de stad Antwerpen hier vertegenwoordigd via de schepen van Jeugd, mevrouw Van der Borght.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De voorzitter

Moties

Door Groen, door Open Vld, door het Vlaams Belang en door de meerderheid werden tot besluit van dit actualiteitsdebat moties aangekondigd. Ze moeten uiterlijk om 16.50 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daar straks over uitspreken.

Wat de heer Janssens betreft, heb ik van zijn adviserend arts de mededeling ontvangen dat hij gedurende de maanden mei en juni niet zal deelnemen aan deze vergadering. Ik heb niet te oordelen over het medisch geheim. Ik deel dit enkel mee als informatie.

Het debat is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.