U bent hier

De voorzitter

Bespreking (Voortzetting)

Dames en heren, aan de orde is het voorstel van resolutie van de heren Robrecht Bothuyne, Hermes Sanctorum en Bart Martens, mevrouw Gwenny De Vroe, de heren Wilfried Vandaele en Ivan Sabbe en mevrouw Tinne Rombouts betreffende de steun van Vlaanderen aan het optrekken van de Europese reductiedoelstelling tot 30% minder broeikasgassen tegen 2020.

De bespreking is geopend.

Mevrouw Taeldeman, verslaggever, heeft het woord.

Valerie Taeldeman

Voorzitter, collega’s, de commissie Leefmilieu van het Vlaams Parlement heeft op 20 maart voorliggend voorstel van resolutie betreffende de steun van Vlaanderen aan het optrekken van de Europese reductiedoelstelling tot 30 % minder broeikasgassen tegen 2020 van de heren Bothuyne, Sanctorum en Martens, mevrouw De Vroe, de heren Vandaele en Sabbe en mevrouw Rombouts goedgekeurd. Een eerder ingediend voorstel van resolutie van Groen en Open Vld over hetzelfde onderwerp werd als gevolg van deze nieuwe gezamenlijke resolutie ingetrokken.

Voorafgaand aan het voorstel van resolutie organiseerde de commissie Leefmilieu op 20 maart een gedachtewisseling met minister Schauvliege over de Europese broeikasgasreductiedoelstelling en het verminderen van de uitstoot met minstens 30 procent tegen 2020. Deze bespreking met de minister volgde op de gedachtewisseling van 6 maart 2012 met de heer Stefaan Vergote, afdelingshoofd Strategie en economische beoordeling van directoraat-generaal Klimaatactie van de Europese Commissie.

Het Vlaams Parlement ondersteunt met dit voorstel van resolutie een Europese reductiedoelstelling van broeikasgassen van 30 procent. Hiervan zou 25 procent binnen Europa moeten worden gerealiseerd en 5 procent via duurzame, flexibele mechanismen buiten Europa. Tegelijk worden ook een aantal belangrijke randvoorwaarden gedefinieerd voor een Vlaams, Belgisch en Europees klimaatbeleid. Deze reductiedoelstelling kan enkel voor zover de Europese en Vlaamse concurrentiepositie niet onder druk komt te staan en mits er alles aan gedaan wordt om ook andere geïndustrialiseerde landen, groeilanden en ontwikkelingslanden tot concrete inspanningen te engageren. Vlaanderen en Europa mogen zichzelf niet in een economisch nadelige positie manoeuvreren, net omdat zij hun verantwoordelijkheid opnemen voor de klimaatproblematiek.

Het voorstel van resolutie dringt ook aan op een faire verdeling van de lasten en de lusten. Zowel tussen de Europese lidstaten als binnen België moeten de doelstellingen verdeeld worden op basis van potentieel en kostenefficiëntie. Concreet moeten binnen de EU ook de Oost-Europese landen hun duit in het zakje doen. Eens de doelstellingen afgesproken zijn binnen Europa en binnen België, moet het engagement van Vlaanderen omgezet worden in een Vlaams Klimaatbeleidsplan. Hierbij moeten alle betrokken maatschappelijke sectoren en spelers betrokken worden. De doelstellingen moeten verdeeld worden, rekening houdend met de reeds geleverde inspanningen.

Hoe dan ook moeten de klimaatmaatregelen en -investeringen bijvoorkeur in eigen land gebeuren, onder andere met het oog op de vergroening van de economie. De opbrengsten uit de verkoop van emissierechten moeten volgens het voorstel van resolutie in de eerste plaats worden aangewend voor de realisatie van het Vlaams Klimaatbeleidsplan. Zo kunnen bedrijven beter worden ondersteund om zich aan te passen aan het nieuwe beleid of kunnen ontwikkelingslanden beter worden ondersteund in hun strijd tegen de klimaatopwarming.

Tijdens de bespreking waren alle indieners tevreden dat een breed gedragen voorstel van resolutie tot stand is gebracht. Elkeen herkent zijn bekommernissen in dit voorstel.

Cruciaal element van het voorstel van resolutie is volgens de indieners de vraag aan de Vlaamse Regering om samen met de Federale Regering en de andere gewestregeringen een Europese reductiedoelstelling van broeikasgassen van 30 procent tegen 2020 ten opzichte van de uitstoot in 1990 te ondersteunen.

Volgens mevrouw Marleen Van den Eynde staat het voorstel van resolutie vol met goede doelstellingen, maar niet realistisch. Mevrouw Van den Eynde gelooft ook niet dat er een Europees mechanisme tot stand zal komen dat ervoor zorgt dat de concurrentiepositie tussen de verschillende landen niet wordt aangetast. Het lid vraagt zich af waarom Vlaanderen het voortouw moet nemen en benadrukt dat doelstellingen ook haalbaar moeten zijn.

Deze bewering wordt door diverse mede-indieners weerlegd. De heer Bart Martens merkt op dat de reductiedoelstelling in het kader van het Kyotoprotocol destijds ook als onrealistisch werd bestempeld. Europa heeft zich geëngageerd om tussen 2008 en 2012 de uitstoot met 20 procent te reduceren. België heeft in de lastenverdeling tussen de lidstaten toen een reductie met 7,5 procent aanvaard en die doelstelling werd ook gehaald, zelfs met een minimale inzet van flexibele mechanismen. De destijds als onrealistisch bestempelde doelstelling werd toch gerealiseerd, en dat kan ook met de nieuwe doelstelling gebeuren, op voorwaarde dat de lastenverdeling op een faire manier gebeurt. De aangescherpte reductiedoelstelling kan zelfs positieve mogelijkheden bieden voor onze industrie en onze samenleving.

De heer Hermes Sanctorum betreurt dat mevrouw Van den Eynde de discussie vooral in een communautair daglicht plaatst, en wijst erop dat het Belgische standpunt op de Europese Ministerraad Leefmilieu een reductiedoelstelling van 30 procent ondersteunde. Blijkbaar zijn alle Belgische entiteiten samen toch in staat om voor een aangescherpte reductiedoelstelling te pleiten. Het lid stelt dat uit de toelichting van de heer Vergote van het Directoraat-generaal Klimaatactie van de Europese Commissie, tijdens de gedachtewisseling van 6 maart 2012, duidelijk bleek dat de reductiedoelstelling van 30 procent wel realistisch is. Ook heel wat andere studies wijzen niet enkel op de gezondheidsbaten en de voordelen op het vlak van onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen van buiten Europa, maar ook op een additionele economische groei.

Volgens de heer Robrecht Bothuyne is het voorstel van resolutie geen utopie. Het zou inderdaad onrealistisch zijn om in Vlaanderen eenzijdig een verhoogde reductiedoelstelling op te leggen en te veronderstellen dat het de concurrentiepositie van de Vlaamse bedrijven niet zou schaden, maar het is volgens het lid evenmin een optie om aan de kant te blijven staan en de klimaatproblematiek op zijn beloop te laten. Het voorstel van resolutie verenigt een scherpe klimaatambitie op Europees niveau met een aantal belangrijke randvoorwaarden om de concurrentiepositie te vrijwaren.

Mevrouw Tine Eerlingen stipt aan dat het heel belangrijk is dat de verdeling binnen België tussen de gewesten op basis van potentieel en kostenefficiëntie gebeurt.

Uiteindelijk werd het voorstel van resolutie goedgekeurd met tien stemmen bij twee onthoudingen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Bothuyne heeft het woord.

Voorzitter, ik zal zeer kort zijn want de verslaggever, mevrouw Taeldeman, heeft op een zeer volledige en correcte wijze het voorstel van resolutie en de discussie in de commissie, toegelicht.

Het is een belangrijk voorstel van resolutie, gesteund door zes partijen. In de commissie was er een kamerbrede meerderheid, en die zal er hopelijk straks ook zijn in de plenaire vergadering. Het voorstel van resolutie zorgt ervoor dat de minister een duidelijk mandaat heeft om enerzijds de scherpere doelstelling op Europees niveau te bepleiten en anderzijds de concurrentiepositie van Vlaanderen, België en de Europese Unie te vrijwaren.

Het is een belangrijk voorstel van resolutie, dat een stap vooruit betekent in de manier waarop we het klimaatbeleid vorm willen geven.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Voorzitter, ik vind het voorstel van resolutie zo belangrijk dat ik het niet kon laten om naar het spreekgestoelte te komen.

Kiezen voor meer klimaatambitie is kiezen voor onszelf. Toegegeven, het klinkt weinig altruïstisch, maar ik besef heel goed dat de eventuele schroom ten aanzien van een ambitieus klimaatbeleid vooral geïnspireerd is door eigenbelang.

Op zich is dat niet zo erg. Het gaat eigenlijk over de bezorgdheid over onze economische positie in een multipolaire wereld van economische groeimachten en een tanend Europa.

De strijd tegen de klimaatverandering kost ons geld, zo klinkt het vaak. Enkele jaren geleden waren er nog heel wat Vlaamse politici die de menselijke invloed op de klimaatverandering in vraag stelden. Die zijn er nu nog nauwelijks. Dat is een zeer positieve evolutie. Het blijkt ook uit de bijna kamerbrede steun voor dit voorstel van resolutie, met uitzondering van de strijders tegen de invasieve exoten.

Niets doen aan de klimaatverandering zal ons later meer kosten, zowel financieel en economisch als menselijk en ecologisch. Zo goed als niemand twijfelt daar nog aan. Dat is een belangrijke stap voorwaarts. De Europese Commissie heeft intussen berekend dat als we het advies van de wetenschap volgen en dus tegen 2050 80 tot 95 procent minder CO2 willen uitstoten, het huidige tempo niet kostenefficiënt is. Dus nu meer investeren in meer klimaatbeleid, betekent besparen op termijn.

Maar nog steeds bestaat bij heel wat politici de vrees dat we als Europeanen, Belgen en Vlamingen eenzijdig zullen moeten opdraaien voor die initiële klimaatkosten, terwijl de rest van de wereld al onze inspanningen tenietdoet. Dat laatste klopt niet, want ook de rest van de wereld staat niet stil. Ook in de Verenigde Staten groeit het besef dat het vijf over twaalf is voor het klimaat, in plaats van vijf voor twaalf. Denk maar aan de vele bottom-upinitiatieven van een aantal belangrijke Amerikaanse steden. Maar ook de centrale overheid van de VS zit niet stil. Zo wordt de CO2-uitstoot van nieuwe elektriciteitscentrales aan banden gelegd, en elektriciteitscentrales zijn in de VS net de voornaamste bron van broeikasgassen.

In China moet de broeikasgasuitstoot per producteenheid tegen 2015 dalen met 17 procent ten opzichte van 2010. In India, een andere economische groeimacht, wordt een handel opgezet in energiebesparingen, vergelijkbaar met de emissierechtenhandel in Europa. Kan het allemaal nog beter? Absoluut. Maar wereldwijd gebeurt er wel degelijk iets. Europa staat dus niet alleen in de strijd tegen de klimaatverandering.

Maar zelfs zonder die wereldwijde inspanningen, collega’s, blijkt Europa baat te hebben bij een sterk klimaatbeleid. De voorbije jaren werd de ene studie na de andere gepubliceerd die aantoonde dat meer klimaatambitie in Europa sowieso goed is voor de Europeanen, en dus ook voor de Belgen, en dus ook voor de Vlamingen. Volgens een studie, gemaakt door onder meer het Potsdam Instituut en de Universiteit van Oxford in opdracht van de Duitse overheid, toch een onverdachte bron, zou bij 30 procent minder broeikasgassen tegen 2020 het bruto binnenlands product stijgen tot 476 miljard dollar, of 6 procent meer dan als we voor 20 procent minder CO2 gaan. De werkloosheid zou dan dalen met 2,5 procent. Onze economie en onze welvaart hebben op korte termijn dus een groot voordeel bij een verhoogde klimaatambitie. Wie kan daar iets op tegen hebben?

En de baten gaan zelfs verder. We worden ook energieonafhankelijker. Dat is, denk ik, toch ook een belangrijk aandachtspunt van onze Vlaams-nationalistische collega’s. De ene strekking steunt het, de andere blijkbaar niet, om onduidelijke redenen, maar goed. Volgens de laatste studie van de Europese Commissie besparen we ten opzichte van het ‘business as usual’-scenario jaarlijks 700 miljoen euro tussen 2016 en 2020 door minder uitgaven aan fossiele brandstoffen uit het buitenland.

De voordelen voor de Belgische volksgezondheid worden jaarlijks geschat op 100 tot 230 miljoen euro. De besparing op kosten voor maatregelen tegen luchtvervuiling, zoals mevrouw Van den Eynde terecht geregeld aankaart in de commissie, bedragen 117 miljoen euro per jaar. Dat past in de strijd tegen luchtvervuiling, voor meer gezondheid voor de Vlamingen.

Kiezen voor meer klimaatambitie is dus niet alleen solidair zijn met de rest van de wereld. Ik herhaal mijn eerste zin: kiezen voor meer klimaatambitie is kiezen voor onszelf. Voor onze eigen economie, voor onze eigen werkgelegenheid, voor onze eigen gezondheid. Met de resolutie die nu voorligt, erkent Vlaanderen dit. Toegegeven, het is weliswaar met wat bezorgdheid, maar laat ons hopen dat die bezorgdheid smelt als sneeuw voor de zon zodra werkgelegenheid en economie worden aangewakkerd door het uitvoeren van de inhoud van de resolutie.

Ik wil uitdrukkelijk de meerderheidspartijen bedanken voor de fair play die zij in dit dossier aan de dag hebben gelegd. Een pluim voor hen. Zo hebben we over de grenzen van meerderheid en oppositie heen een zo goed als kamerbrede steun voor meer klimaatambitie. Minister van Leefmilieu Joke Schauvliege heeft dus een zeer sterk mandaat om te onderhandelen voor een ambitieus klimaatbeleid in Europa. Bedankt. (Applaus)

De voorzitter

De heer Martens heeft het woord.

Bart Martens

Ik wil de verslaggeefster, mevrouw Taeldeman, bedanken voor de heldere uiteenzetting van het debat in de commissie. Ik wil benadrukken dat dit maar een startschot is. Het voorstel van resolutie gaat over het ambitieniveau dat we mee willen ondersteunen op Europees vlak: ga naar een reductie van 30 procent van broeikasgassen tegen 2020.

Maar we moeten ook zelf de hand aan de ploeg slaan. De Vlaamse Regering heeft nog heel wat werk op de plank liggen. Ze moet werk maken van het nieuwe Vlaamse Klimaatbeleidsplan, waarin de Vlaamse doelstellingen kunnen worden gerealiseerd, in de eerste plaats degene die voortvloeien uit het Europese 20-20-20-programma. Dat zal extra maatregelen vergen in sectoren als de gebouwensector, de transportsector, de landbouwsector en de industrie. Als we die maatregelen slim nemen, kunnen die meer maatschappelijke baten dan maatschappelijke kosten met zich mee brengen, maar ze moeten wel worden genomen. De Vlaamse Regering moet nu werk maken van een ambitieus Vlaams Klimaatbeleidsplan, waarmee we onze bijdrage aan de Europese ambitieuze doelstellingen kunnen realiseren.

In ons voorstel van resolutie hebben we duidelijk al onze poot gezet op de inkomsten die we verwachten uit de veiling van CO2-uitstootrechten, in het kader van het Europese emissiehandelssysteem. We vragen in ons voorstel van resolutie dat de opbrengst daarvan in de eerste plaats naar de gewesten zou komen en kan worden ingezet voor het realiseren van onze klimaatdoelstellingen. Dat is niet onbelangrijk, want het betekent dat we in deze budgettair krappe tijden een extra financiering kunnen realiseren voor een ambitieus klimaatbeleid. Dat is ook nodig.

Vandaag is de grote uitdaging hoe we in deze tijden van besparingen een relancebeleid kunnen vormgeven en kunnen investeren in de toekomst. Investeren in energiebesparing kan dat dilemma doorbreken. Het is de slimste vorm van investeringen die we vandaag kunnen doen. Zo kunnen we ook de oplopende kosten door de stijging van de aardolie- en aardgasprijzen op de internationale markten temperen en deels vermijden. Het zijn ook investeringen in niet-delokaliseerbare activiteiten, die nog eens extra voordelen meebrengen op het vlak van de verbetering van de luchtkwaliteit en noem maar op. Het gaat ook over het verhogen van de koopkracht voor de mensen, want al het geld dat je niet moet uitgeven aan energiefacturen en de Electrabels van deze wereld, kun je aan nuttigere dingen besteden.

Dit voorstel van resolutie bevat de kiemen van een zinvol relancebeleid dat Vlaanderen in staat moet stellen om af te kicken van de energieverslaving, zijn gebouwen, voertuigen en toestellen energiezuiniger te maken en paal en perk te stellen aan het verlies van energie en geld.

De voorzitter

Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Voorzitter, mevrouw Taeldeman, ik dank u voor het correcte verslag. Dit voorstel van resolutie is het resultaat van een werk van lange adem. Uiteraard is ook Open Vld zeer tevreden met dit resultaat en dit breed gedragen voorstel van resolutie.

Ik wil enkele accenten leggen. Het is voor onze fractie belangrijk dat het beleid rond de terugdringing van de broeikasgasuitstoot rekening houdt met de competitiviteit van de zelfstandigen en bedrijven die aan grensoverschrijdende concurrentie onderhevig zijn. Het is ook van belang dat er een grondige analyse van de maatschappelijke gevolgen wordt gemaakt en dat er wordt aangedrongen op de instelling van een Europees fiscaal mechanisme ten aanzien van derde landen die niet zouden bijdragen tot de reductie en de beperking van de uitstoot van de broeikasgassen. Zoals het onze liberale partij past, moeten de klimaatdoelstellingen die we vooropstellen, leiden tot het investeren in de ontwikkeling van innovatieve producten, technologische vernieuwing en groene jobs.

Zoals de heer Martens zegt, het is een startschot. We zullen het dan ook opvolgen vanuit de oppositie. We wensen de minister veel succes met de realisatie verder.

De voorzitter

De heer Vandaele heeft het woord.

Mevrouw Taeldeman, ik wil u bedanken voor het keurige verslag. Ik wil niet uit de toon vallen.

Voorzitter, Europa heeft inderdaad ambitieuze plannen om de CO2-uitstoot tegen 2050 drastisch terug te dringen: het gaat zelfs van -85 tot -95 procent. In dat kader denkt de EU eraan om de CO2-reductie tegen 2020 op te trekken van 20 naar 30 procent. Ter voorbereiding van deze beslissing liet de Europese Commissie een analyse maken van de gevolgen van een dergelijk engagement voor elke lidstaat. Deze studie werd in de commissie Leefmilieu toegelicht en besproken. De analyse wijst ons op een aantal opportuniteiten voor nieuwe werkgelegenheid, ontwikkelingskansen voor innovatieve sectoren, een op termijn kleinere afhankelijkheid van steeds duurder wordende fossiele brandstoffen, een positieve impact op het leefmilieu en als gevolg daarvan ook op de menselijke gezondheid.

Verschillende lidstaten hebben al laten weten achter deze plannen te staan en ook Vlaanderen liet recent verstaan mee te willen stappen in een dergelijk engagement. Naar aanleiding van de bespreking van de analyse van de Europese Commissie stelde het Vlaams Parlement een voorstel van resolutie op. Voor ons is het belangrijk dat de Vlaamse en Europese concurrentiepositie worden gevrijwaard en dat ook anderen een inspanning doen. We willen de inspanningen verdeeld zien op basis van het potentieel en de kostenefficiëntie, zowel binnen de verschillende lidstaten, als tussen de regio’s, ook binnen België dus.

Dat Vlaanderen nog voor een grote uitdaging staat, bleek onlangs uit het antwoord op een vraag van mij in de commissie Leefmilieu. Ik stelde de vraag naar aanleiding van de publicatie van de Vlaamse uitstootcijfers voor 2010. Wat ik vooral onthouden heb uit de cijfers, is dat de economische heropleving ervoor heeft gezorgd dat de dalende trend in de uitstoot van broeikasgassen van de laatste jaren niet werd doorgezet. Ook de strenge winter deed het aandeel van de uitstoot van broeikasgassen ten gevolge van de gebouwenverwarming sterker doorwegen. De minister antwoordde dat we desondanks nog steeds op schema zitten voor Kyoto, maar de min-30-procentdoelstelling gaat veel verder dan Kyoto.

Ik heb begrepen dat de Vlaamse Regering momenteel nagaat hoe de inspanningen verdeeld kunnen worden over de verschillende beleidsdomeinen. Deze oefening zal aantonen welke inspanningen Vlaanderen kan leveren in het kader van een eventueel Europees engagement van -30 procent tegen 2020.

Ik besluit: wij steunen een engagement om de CO2-uitstoot verder te reduceren maar het is duidelijk dat hier internationale inspanningen nodig zijn, dat we onze concurrentiepositie moeten bewaken, en dat er heldere afspraken moeten komen binnen België.

De voorzitter

De heer Sabbe heeft het woord.

Ivan Sabbe

Mevrouw Taeldeman, ik wil u bedanken voor het keurige verslag. Ik wil niet uit de toon vallen.

LDD heeft duidelijk gesteld dat we dit initiatief steunen op voorwaarde dat Europa zich daar volledig achter stelt.

Het heeft geen zin dat Vlaanderen ‘soloslim’ speelt en zichzelf strengere normen zou opleggen dan aan de ons omringende landen en aan onze collega’s binnen de EU. Dat staat duidelijk verwoord in het voorstel van resolutie. Wij moeten daarnaar streven. Er zijn voorbeelden die we steeds indachtig moeten zijn. Zo laat men in Europa nauwelijks of niet genetisch gemanipuleerde organismen toe, terwijl we wel de import uit Brazilië toelaten van vlees van kippen die met genetisch gemanipuleerde maïs zijn gevoed. Als we op dat vlak iets doen, moeten we het altijd minstens op Europees niveau doen, samen met alle 27 lidstaten. We moeten er ook over waken dat we in de landen waarmee we zakelijke banden onderhouden een duidelijk engagement in dezelfde richting zien. Dat zijn primordiale zaken. Maar vooral het eerste is afdwingbaar: dat wij maar meestappen als dit scenario van 30 procent voor de hele EU geldt.

De voorzitter

Mevrouw Van den Eynde heeft het woord.

Marleen Van den Eynde

Collega’s, soms lijkt het er op dat bepaalde discussies door bepaalde partijen worden geclaimd in een soort van opbodsysteem, alsof het hun geniale idee is. Dat vraag ik me nu ook af bij dit thema. Ik vraag me af wie het goed meent met dit voorstel van resolutie. Of is het allemaal grootdoenerij, om toch maar de grootste groene jongen te zijn.

Het is goed dat mevrouw Taeldeman verslag heeft uitgebracht, maar voor de volledigheid wil ik toch nog het een en ander verduidelijken voor de collega’s die niet in de commissie Leefmilieu zitten.

Dit voorstel van resolutie is nogal woelig tot stand gekomen. Op 16 mei 2011 werd door de collega van Groen en door de collega van de Open Vld-fractie een voorstel van resolutie ingediend betreffende de steun van Vlaanderen aan het optrekken van de Europese reductiedoelstelling tot 30 procent minder broeikasgassen tegen 2020. Dit initiële voorstel is echter nooit ter sprake gekomen en werd in de schuif gestoken als “nog te behandelen”. Geen haan die ernaar kraaide.

Bijna één jaar later, op één enkele maand na, laat minister Schauvliege plots een ballonnetje op in Villa Politica: “Vlaanderen wil uitstoot van broeikasgassen met 30 procent reduceren. En nu de harde maatregelen. De Vlaamse Regering moet, ondanks budgettaire krapte, de komende jaren zwaar inzetten op milieu. Los van wat de andere entiteiten van dit land – Wallonië, Brussel en het federale niveau – doen.” Aldus minister Schauvliege.

Minister-president Peeters kon deze uitspraak niet smaken en liet alvast weten dat minister Schauvliege voor haar beurt had gesproken. De Vlaamse Regering had hierover nog niets beslist.

Toevallig kwam, twee dagen na de uitspraak van de minister, een vertegenwoordiger van de studiedienst van de Europese Commissie toelichting geven over haar rapport. Plots barstte een discussie los tussen de indieners van de oorspronkelijke resolutie en de meerderheid. In hoofdzaak CD&V zat blijkbaar heel verveeld met de uitspraken van de minister, want hierover was intern nog niets gecommuniceerd. Minister-president Peeters was niet echt enthousiast over de wilde plannen van minister Schauvliege. Resultaat: louter een toelichting van de studiedienst met een aantal kritische vragen, van mijn fractie maar ook van de CD&V-fractie.

De Open Vld-fractie en de Groen-fractie vonden dat het wel welletjes was geweest en vroegen een dringende behandeling van hun voorstel van resolutie over de reductiedoelstellingen. Het voorstel van resolutie zou weldra één jaar oud zijn, zonder enige behandeling. Maar de voorzitter van onze commissie sprak, zoals steeds, verzoenende woorden en vroeg de twee oppositiepartijen om samen het voorstel eens te bekijken en een gezamenlijk voorstel in te dienen. En daar staan we nu, collega’s: de wilde voorstellen van minister Schauvliege lijken plots door iedereen gegeerd.

Inhoudelijk kan ik wel honderden voorstellen van resolutie als dit schrijven. Als ik een voorstel van resolutie schrijf, is het er eentje waarvan ik de uitvoering mogelijk acht. Ik schrijf geen voorstellen van resolutie met utopische voorstellen om de burger te tonen dat we goed bezig zijn, terwijl dat eigenlijk helemaal niet het geval is. Wat mij betreft, mag het enkel om realistische voorstellen gaan.

De doelstelling die we momenteel nastreven, houdt in dat we de uitstoot van broeikasgassen tegen 2020 met 20 procent willen reduceren. Dat is een reductie met 20 procent ten opzichte van 1990. Ik maak even een rekensommetje. Dit betekent dat we op dertig jaar tijd een reductie met 20 procent willen bereiken. Momenteel zitten we op 14 procent. We hebben nog acht jaar tijd om de resterende 6 procent tot stand te brengen. Dat moet volgens ons haalbaar zijn. We mogen echter niet vergeten dat er reeds enorm veel inspanningen zijn geleverd. Bovendien zal die laatste reductie niet de gemakkelijkste 6 procent vertegenwoordigen.

Het voorliggend voorstel van resolutie vraagt niet tegen 2020 een reductie met 20 procent te bereiken: het gaat nog veel verder. Het gaat om een reductie met 30 procent tegen 2020. Dat betekent dat we op 8 jaar tijd nog 16 procent moeten reduceren. De voorbije 22 jaar hebben we de uitstoot met 14 procent weten te reduceren.

We vinden dit onrealistisch. We vrezen dat deze ambitie veel te hoog gegrepen is. Bovendien is er nog geen plan over de manier waarop deze reductie tot stand zou moeten komen. Minister Schauvliege heeft verklaard dat de andere ministers nu maar eens voorstellen moeten doen. Die vielen echter uit de lucht. Dit onderwerp, al de inspanningen die de kabinetten moeten leveren, was immers nog niet door de Vlaamse Regering besproken.

We mogen en moeten ambitieus zijn. We mogen de Europese Commissie, onze bedrijven en onze bevolking echter geen rad voor de ogen draaien. We moeten de mensen op een positieve manier stimuleren. Daar zijn we het mee eens. We moeten er echter absoluut voor zorgen dat we met onze doelstellingen niet in onze eigen voet schieten. We moeten onze economie en ons bedrijfsleven in economisch moeilijke tijden niet nog eens een ferme knauw geven.

We hebben ook kritiek op de Europese Commissie. Het is al te gemakkelijk doelstellingen op papier op te leggen. Die mensen beseffen echter niet dat het geen zin heeft de flinkste en beste leerling te willen zijn zolang de wereldpartners niet aan een wereldwijde reductie willen meewerken. Er is hier daarnet al toegegeven dat er nog geen wereldwijde reductie is.

Bovendien zou dit, ondanks alle beweringen, volgens de studiedienst van de Europese Commissie ook het evenwicht tussen de Europese landen en bijgevolg de economie in heel Europa grondig verstoren. Dit fenomeen zien we nu al ten gevolge van de toetreding van een aantal Oost-Europese landen tot de Europese Unie.

Vlaanderen mag en moet, ook met betrekking tot het klimaat, ambitieus zijn. We moeten er echter eerst voor zorgen dat we de doelstellingen kunnen nakomen die we onszelf tegen 2020 hebben opgelegd. Als dat de goede kant blijkt uit te gaan, kunnen we ons tegen 2050 bijkomende doelstellingen opleggen.

Ik kan meteen aantonen dat een reductie met 30 procent niet realistisch is. Ik stel vast dat een zesde van die reductie door middel van de aankoop van emissierechten in het buitenland zal worden bereikt. Wie de problematiek volgt, weet dat de handel in uitstootrechten momenteel een dieptepunt heeft bereikt. Hierdoor is de handel in klimaatvriendelijke investeringen minder interessant geworden.

De Europese Commissie zoekt ijverig een oplossing. Het is duidelijk dat dit een moeilijke opdracht is. De ontwikkelingslanden, zoals bepaalde landen in Oost-Europa, vrezen immers bijkomende kosten.

Wie het indicatorrapport van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) leest, kan vaststellen dat de hoeveelheid broeikasgassen in een stijgende lijn zit. In 2010 hebben de huishoudens 15 procent meer energie gebruikt en 18 procent meer broeikasgassen uitgestoten dan in 2009. Dat is geen goede ontwikkeling.

We moeten onze doelstellingen niet te hoog leggen. De inspanningen zullen veel te groot zijn. We moeten haalbare, realistische doelstellingen naar voren schuiven. Het Vlaams Belang wil niet dat Vlaanderen ten gevolge van ondoordachte, onrealistische voorstellen geen economische slagkracht overhoudt. Om die reden zullen we ons bij de stemming over dit voorstel van resolutie onthouden.

Ik beloof wel dat ik bij de verschillende vakministers allerhande positieve voorstellen zal indienen. Ik heb minister Crevits al een aantal tips gegeven die tot een reductie kunnen leiden.

Ik hoop dat u die met heel veel enthousiasme zult goedkeuren.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Mevrouw Van den Eynde, soms lijkt het alsof u niet aanwezig was tijdens de presentatie van de Europese Commissie. U was daar echter wel, want ik zat net achter u.

Een van uw argumenten is dat de prijs van de CO2-emissierechten historisch laag is. U gebruikt dat als argument om net niet van 20 naar 30 procent minder CO2 te gaan tegen 2020. Het punt is nu net dat onze klimaatambitie veel te laag ligt. Daardoor stort die prijs voor de emissierechten in. We moeten dan ook ambitieuzer worden om die prijs voor CO2 stabiel te houden.

Mevrouw Van den Eynde, ik zou graag van u horen wat niet realistisch is aan die reductie tot 30 procent tegen 2020. U hebt de presentatie van de vertegenwoordiger van de Europese Commissie gehoord. Waarmee bent u het niet eens? Zijn boodschap was immers dat het wel realistisch en voordelig is voor Vlaanderen, België en Europa. Wat is volgens u niet realistisch?

Marleen Van den Eynde

Mijnheer Sanctorum, ik heb het rekensommetje gemaakt. Ik heb gezegd dat we 14 procent hebben gehaald ten opzichte van 1990. Dat heeft de Europese Commissie ook bevestigd. We hebben nu nog 8 jaar de tijd om 6 procent te halen. U wilt echter op 6 jaar tijd 16 procent halen: 6 procent die we nog moeten halen tegen 2020 plus de bijkomende 10 procent. Dat is volgens mij niet haalbar. We halen amper 14 procent in 22 jaar en dan wilt u 16 procent halen in 8 jaar. Ik denk dat dat totaal onrealistisch is, zeker met het oog op de huidige crisis en de druk van de Oost-Europese landen op onze economie. Ik hoef geen tekening te maken over hoe onze economie wordt bedreigd door Oost-Europese arbeiders.

Ik heb het ook gehad over het indicatorrapport waaruit blijkt dat er opnieuw meer CO2 in de lucht is. Ik ben ervan overtuigd dat we inspanningen moeten doen. Wanneer er echter steeds meer CO2 in de lucht komt, dan denk ik dat het niet haalbaar is om die 30 procent te halen.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Ik stel vast dat er tal van studies zijn waarin net staat dat het wel realistisch is. Alleen heeft de studiedienst van Vlaams Belang op een of andere manier bepaald dat het niet realistisch is, waarvan akte.

Marleen Van den Eynde

Mijnheer Sanctorum, ik heb gezegd dat ik uiteraard positieve voorstellen zal indienen. Ik heb dat ook in het verleden gedaan. Ik herinner u aan de voorstellen van resolutie over CO2- recuperatie van de chemische bedrijven naar de serres, waardoor er minder CO2 moet worden opgewekt. Ik heb ook een ander voorstel ingediend over dakvegetatie, waardoor minder CO2 wordt teruggekaatst. Ik heb al voldoende positieve voorstellen ingediend, ook wat compressed natural gas (CNG) betreft, meer bepaald het rijden op aardgas. Ik begrijp niet waarom de Vlaamse Regering niet inzet op die thema’s. Ik heb die voorstellen ook gedaan aan minister Crevits. Ik zal opnieuw positieve voorstellen doen voor een beter klimaat, maar dan wel op een realistische en haalbare manier en niet zoals sommige collega’s hier die een handelsboycot willen instellen tegen landen die de Europese reductiedoelstelling niet halen. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De bespreking is gesloten.

Regeling van de werkzaamheden
Mededeling van de voorzitter

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.