U bent hier

Mevrouw Vanderpoorten heeft het woord.

Marleen Vanderpoorten

Voorzitter, minister, collega’s, door een antwoord op een schriftelijke vraag van mevrouw Meuleman was er gisteren in de pers nogal wat heisa over het stijgende aantal studenten die een diploma secundair onderwijs proberen te halen via de middenjury of het tweedekansonderwijs.

De aantallen stijgen enorm en u verwijst voor de oorzaak daarvan naar de ongekwalificeerde uitstroom. Om die uitstroom is het mij nu te doen. We kennen dat fenomeen al heel lang en we zeggen al heel lang dat er dringend actie moet worden ondernomen. We zien dat de cijfers blijven stijgen. Ze zijn hoger bij jongens dan bij meisjes, maar de kloof dicht, de laatste tijd zijn er meer meisjes die ook ongekwalificeerd uitstromen. Uit een aantal studies kennen we de profielen van deze doelgroep, maar toch blijven heel gerichte acties uit.

U zult misschien verwijzen naar de hervorming van het secundair onderwijs, maar het kan niet de bedoeling zijn om daarop te wachten. Die zal immers nog een hele tijd duren en ondertussen blijven de jongeren in hoge mate ongekwalificeerd uitstromen.

Mijn heel concrete vraag aan u, minister, is of u denkt om op heel korte termijn actie te ondernemen ten aanzien van deze doelgroep om de jongeren gericht te begeleiden naar een bepaalde studie- en beroepskeuze, want daar hebben ze blijkbaar heel erg nood aan.

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, mevrouw Vanderpoorten, ik zal niet al te veel zeggen over de hervorming van het secundair onderwijs, maar dat is natuurlijk het echte antwoord op uw vraag, omdat we deze kwestie op een structurele wijze moeten aanpakken. Had u dat in het verleden al gedaan, dan hadden we nu misschien andere cijfers.

Dit betekent niet dat we wachten op de hervorming van het secundair onderwijs. Ik denk aan iets dat in de scholen wellicht nog te weinig wordt gebruikt. We hebben het mogelijk gemaakt om een flexibilisering in de leertrajecten in het secundair onderwijs in te vullen. U herinnert zich dat, u hebt het ook toegejuicht bij de invoering ervan in Onderwijsdecreet XXI. We hebben aan de scholen een instrument gegeven om veel meer trajecten op maat van de leerlingen te maken. Als u met een doelgroepenbeleid bedoelt dat we een groep identificeren om heel specifiek iets te doen op basis van objectieve kenmerken, dan zal dat niet werken. Als u met doelgroepenbeleid wilt zeggen dat we meer op maat moeten werken met kinderen die aan kenmerken voldoen, dan ben ik het met u eens – en ik zie dat u dit bedoelt. Eigenlijk hebben we de mogelijkheid daartoe, vooruitlopend op de hervorming van het secundair onderwijs, structureel in onze onderwijswetgeving mogelijk gemaakt. Alleen zijn er nog te weinig scholen die er gebruik van maken.

We zijn met nog iets anders gestart en daar verwacht ik veel van. Eigenlijk is het secundair onderwijs al een beetje te laat, dat stellen we heel duidelijk vast bij de voorbereiding van de hervorming. Iedereen is het ermee eens dat we meer moeten doen in de laatste graad, de laatste twee jaar, van het basisonderwijs.

Ik denk dat de projecten die wij in de mijnstreek, Antwerpen, Brussel en Gent zullen opstarten om de kinderen toe te staan de eindtermen te behalen, veelbelovend zijn.

Ten derde: inzake de uitrol van de talennota – in verband met de taalachterstand van kinderen – heeft de Vlaamse Regering concrete afspraken gemaakt. Die zullen de komende jaren worden uitgevoerd, want een van de redenen van die ongekwalificeerde uitstroom is dat kinderen de Nederlandse taal onvoldoende beheersen. Daarnaast lopen nog heel wat andere acties. Wij zitten niet stil. Ik ben het met u eens om niet te wachten op de hervorming, maar dat is wel het sluitstuk. En nogmaals: het structureel mogelijk maken van de flexibilisering van de leertrajecten in het secundair onderwijs wordt wellicht te weinig gebruikt om het probleem te remediëren.

Marleen Vanderpoorten

Minister, u gaf een aantal hoopgevende signalen. Het is inderdaad in het basisonderwijs dat wij van start moeten gaan. In de commissie is daar al dikwijls over gesproken en wij zijn het daarover eens. Ook de flexibilisering is een goed element. Alleen vind ik dat het allemaal weinig concreet is en zou ik willen vragen om die acties zichtbaarder te maken, zodat het voor de leerlingen en de leerkrachten allemaal wat duidelijker wordt.

Mevrouw Celis heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, ik sluit mij graag aan bij de vraag. Het tweedekansonderwijs biedt mogelijkheden aan ‘moeilijke’ groepen. De examencommissie heeft een cruciale rol om ervoor te zorgen dat mensen die anders met problemen in de samenleving zouden kampen, een tweede kans te geven. Minister, u kent wellicht de mensen die gebruikmaken van de trajecten op maat. Het gaat om mensen die men erg moeilijk kan motiveren om een getuigschrift of diploma te behalen. Ik vraag u om hard in te zetten op het in een vroeg stadium bereiken van die moeilijke groep, zodat zij niet uitvallen en naar het tweedekansonderwijs moeten.

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Minister, ik ben het grotendeels met u eens. U zegt dat de oorzaak van de toename de grote uitstroom uit het secundair onderwijs is: ongeveer 13,5 procent. U zegt ook dat het antwoord erop de hervorming van het secundair onderwijs is. Wij wachten al zeer lang op een nota daarover. Wij zouden over het onderwerp een bijzondere commissievergadering houden, maar die is al drie keer uitgesteld omdat er geen basisnota is. Dat baart mij wat zorgen.

Ik ben het met u eens dat die hervorming absoluut noodzakelijk is. Eerst moeten wij het reguliere onderwijs hervormen. Ik wil dus graag weten of alles volgens plan verloopt. Bent u nog steeds van plan om die hervorming nog tijdens deze legislatuur door te voeren? Zal het gaan om de grondige hervorming die wij echt nodig hebben?

Voorts is het zo dat het vangnet van het tweedekansonderwijs het niet doet. Slechts 3 op 100 leerlingen die via het tweedekansonderwijs of de examencommissie het diploma secundair onderwijs proberen te halen, slagen daarin. Hoe wilt u daaraan remediëren?

De heer De Meyer heeft het woord.

Voorzitter, minister, collega's, de ongekwalificeerde uitstroom is inderdaad een probleem. Maar een nog groter probleem ontstaat wanneer jongeren geen aansluiting bij de arbeidsmarkt vinden. Minister, mevrouw Meuleman, ik denk dat het een illusie is te denken dat u alle problemen zult oplossen met de hervorming van het secundair onderwijs – waarmee ik niet wil zeggen dat u daar niet verder aan mag werken. Ik denk dat het essentieel is om voor een grote groep jongeren niet enkel aandacht te besteden aan de flexibilisering, maar ook aan alle vormen van deeltijds werken en leercontracten in het bijzonder.

Als we voor die piste kiezen, zullen er voor jonge mensen veel meer mogelijkheden zijn om wel een aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt. Jammer genoeg is daar onvoldoende aandacht voor. Uw beleid, minister, mag daar meer aandacht en middelen aan schenken.

Mevrouw Pehlivan heeft het woord.

Fatma Pehlivan

Minister, u hebt al gezegd dat er een decreet is waardoor scholen in het secundair onderwijs er flexibeler mee kunnen omgaan, maar hoeveel scholen in Vlaanderen passen dat decreet al toe? Daar zit volgens mij een probleem. De mogelijkheden die de scholen hebben, worden in de praktijk niet gerealiseerd.

We mogen van de hervorming van het secundair onderwijs niet alle heil verwachten. Het secundair onderwijs gaat tot veertien jaar, en daar moeten we dan die ongekwalificeerde uitstroom proberen te beperken en de juiste richting proberen te bepalen, mar het gaat hier veel verder. We zouden beter nakijken hoe het decreet waar u het over hebt, beter kan worden toegepast, zodat de scholen het watervalsysteem beter kunnen tegengaan.

Minister Pascal Smet

Ik vind het op zich niet problematisch als mensen die het in het secundair onderwijs om de een of andere reden niet lukt, zich proberen te herpakken en via tweedekansonderwijs toch een diploma proberen te behalen. Op zich is dat een goede evolutie. Je hoort vaak van jongeren die dat doen, dat zij het secundair onderwijs te schools vinden en dat ze gemakkelijker aansluiting vinden bij het volwassenenonderwijs. Het klopt dat de cijfers niet bemoedigend zijn, maar op zich is het geen problematische vaststelling dat jongeren daarnaartoe gaan.

Mevrouw Meuleman, ik ben blij dat u het eens bijna volledig met mij eens bent. Wij hebben inderdaad gezegd dat de nota over de hervorming van het secundair onderwijs er voor de paasvakantie zou komen. Laat mij meteen zeggen dat we dat over de paasvakantie zullen tillen. Dat heeft alles te maken met het leerkrachtenloopbaanpact en de onderhandelingen die we op dit moment voeren over tbs en waar ik de komende weken druk mee bezig zal zijn. Daardoor zullen we die nota niet voor het paasreces kunnen finaliseren.

Ik weet niet over welke vergaderingen u het hebt. Het ligt in elk geval niet aan mij dat ze zijn afgelast.

De mogelijkheden die de huidige regelgeving biedt rond flexibele leertrajecten in het secundair onderwijs worden inderdaad te weinig toegepast in de scholen. Het is een vrij recente regelgeving. Wellicht zijn scholen dat nog niet gewoon. Ze moeten nog bekijken wat dat geeft en zo meer. Ik zal met de onderwijsverstrekkers bekijken of we daar niet wat meer sensibilisering rond kunnen doen. Er zijn goede voorbeelden van scholen die dat doen, maar het zullen er niet veel zijn, dat ben ik met u eens.

Mijnheer De Meyer, deeltijds leren en werken is inderdaad een belangrijke optie. We willen dat in de hervorming van het secundair onderwijs volwaardig meenemen in het toekomstige aanbod van het secundair onderwijs, juist om dat als een volwaardige piste mogelijk te maken. Veel mensen beschouwen dat op dit moment niet als een volwaardige keuze. Dat moeten we veranderen. We kunnen dat doen door het statuut op te waarderen door het mee te nemen in het reguliere aanbod van het secundair onderwijs.

Een aantal collega’s hebben er al terecht op gewezen dat het eigenlijk allemaal begint in het basisonderwijs. Het wordt meer en meer duidelijk dat, als we de hervorming van het secundair onderwijs willen doen slagen, we ook moeten kijken naar het basisonderwijs, en in het bijzonder de laatste twee jaren ervan. Het is heel belangrijk om een zachte overgang te maken van die laatste twee jaren naar de eerste twee jaren in het secundair onderwijs, en om daar een zeker continuüm van te maken.

Dat moeten we nu ook meenemen in de hervorming. Wat voor mij heel belangrijk is voor de toekomst, is alles wat de kennis van het Nederlands betreft. Daarom moeten we ook die talennota heel goed uitrollen. Het is absoluut belangrijk nog veel meer tijd en energie te besteden aan de vertraging die kinderen oplopen omdat ze onvoldoende goed het werkmiddel van het Nederlands beheersen, niet omdat ze minder slim zouden zijn. U zult me niet horen zeggen dat dit de enige reden is, maar het is wel een belangrijke reden.

Ik verwacht toch ook wel wat van de begeleiding die we onder meer samen met de collega’s van Welzijn en Steden, en ook samen met minister Lieten, willen doen op het vlak van de armoedebestrijding. We willen heel wat inzetten op de begeleiding van kansarme gezinnen. Vaak heeft dit immers ook te maken met de thuiscultuur, met het ontbreken van een studiecultuur. Ook op dat vlak zullen we de komende maanden een aantal initiatieven ontwikkelen.

Marleen Vanderpoorten

Minister, mevrouw Meuleman mag niet meer antwoorden, maar ik weet dat ze natuurlijk de nota bedoelt die de meerderheid in dit parlement heeft aangekondigd en die is uitgesteld. Dat wijst er toch wel op dat er binnen de meerderheid een meningsverschil is over het secundair onderwijs. Dat is alleszins mijn idee daarover.

We wachten af. Voor de rest heeft mevrouw Pehlivan gelijk: het volstaat niet een ontwerp van decreet goed te keuren. Scholen moeten ook worden gesensibiliseerd en gestimuleerd om daar ook werk van te maken. Ik denk dat men op dit vlak dus alleszins een tandje moet bijsteken.

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.