U bent hier

De voorzitter

Mevrouw Celis heeft het woord.

Vera Celis

Voorzitter, minister, collega’s, in het laatste nummer van Veto heb ik deze week kunnen lezen dat de werkdruk op de professoren bijzonder hoog is, zeker wanneer we dat linken aan de tweejarige masters en de begeleiding van de masterproef. Enkele voorbeelden: als studenten hun promotor willen zien, hebben ze bijvoorbeeld een afspraak om 7 uur ’s ochtends. Bepaalde faculteiten klokken af op 19 of 20 studenten om te begeleiden, vanwege de druk die daarmee gepaard gaat. Zo zijn er nog wel enkele tekenen aan de wand.

Professor Bart Maddens gaat volledig mee in deze thematiek. Hij zegt dat het nog erger gaat worden doordat de invoering van de tweejarige masters hierin een element is. De thematiek is niet nieuw. Minister, ongeveer een jaar geleden hebt u in de plenaire vergadering gezegd dat u weet dat de werkdruk bij de professoren bijzonder hoog is en dat u met de onderwijsinstellingen een overleg zou hebben en dat u zou uitzoeken wat op termijn mogelijk is.

Minister, wat is de evolutie in deze thematiek in het licht van de tweejarige masters?

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Als we tweejarige masters invoeren, kunnen we dan garanderen dat de kwaliteit blijft? Ik kan dat niet zelf absoluut garanderen, want ik ben niet rechtstreeks verantwoordelijk voor de kwaliteit in de universiteiten, wel onrechtstreeks. Rechtstreeks is dat een verantwoordelijkheid van de universiteiten zelf. Dat is de vrijheid van onderwijs. Wanneer we goedkeuren om te verlengen, moet er aan een aantal vereisten worden voldaan. De kwaliteit moet dan worden gewaarborgd.

U mag niet vergeten dat, als we naar tweejarige masters zouden gaan, er meer financieringspunten komen in het huidige financieringssysteem, waardoor ze meer middelen krijgen om meer omkadering aan te wenden. De komende jaren zitten we in een enorm groeipad: er zullen maar liefst 1000 ZAP’ers (zelfstandig academisch personeel) bij komen. De universiteiten kunnen zelf ook meer doen door bijvoorbeeld te rationaliseren in het aanbod, door meer afspraken te maken over de verschillende universiteiten heen. Als er tweejarige masters komen, verwacht iedereen dat er heel wat manama-opleidingen zullen indalen en verdwijnen. Dat betekent dat er onderwijs- en begeleidingscapaciteit zal vrijkomen. De afgelopen jaren zijn er enorm veel doctorandi en postdocs bij gekomen. Ook die kunnen worden ingeschakeld voor het begeleiden van de masterproef.

Tot slot hebben de universiteiten er in een innovatief beleid alle belang bij om te kijken wat er elders in de wereld gebeurt. Je merkt sterk dat er vragen worden gesteld over de wijze waarop je gestandaardiseerde informatie overbrengt in de klas. Herinner u het debat dat we in oktober hadden over de webclasses. Daar kan nog veel creatiever mee worden omgegaan vanuit een actief en niet vanuit een defensief beleid.

Met de middelen die we hebben, zie ik mogelijkheden om te ondersteunen. Ik wil de werklast niet minimaliseren, maar ik vind niet dat je de schrik moet aanjagen dat als er tweejarige masters komen, alles problematisch zal worden, want dat is niet het geval.

Vera Celis

Minister, u haalt heel wat elementen aan waar marge en ruimte is. De Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) heeft naast het ondersteunen van de masters, ook een enorme bezorgdheid geuit over de stageplaatsen.

Ik hoop dat de mensen en de middelen die er zullen bijkomen, effectief de nood zullen kunnen lenigen. De minister beseft allicht ook dat de studentencapaciteit ten gevolge van de flexibilisering van het onderwijs enkel zal toenemen. Ik hoop dat dit allemaal kan worden opgevangen met de mogelijkheden die de minister net heeft aangegeven.

De voorzitter

De heer Bouckaert heeft het woord.

Boudewijn Bouckaert

Voorzitter, op basis van mijn eigen ervaringen kan ik de woorden van professor Maddens enkel bevestigen. De werkdruk op de docenten is enorm gestegen. Dit uit zich vooral in de humane wetenschappen, waar er een enorme explosie van studenten is. Aangezien die studenten allemaal moeten worden bediend, moeten docenten al om 7 uur afspraken maken. Voor studenten is dat midden in de nacht.

Het antwoord van de minister heeft me niet ten volle overtuigd. De minister weet dat de ratio tussen studenten en docenten cruciaal is voor de kwaliteit. Een stijging van het aantal docenten vergt een stijging van de middelen voor de universiteiten. Een andere mogelijkheid is de beperking van de toegang tot de universiteit. Op die manier kunnen we ervoor zorgen dat een aantal studenten die er eigenlijk niet moeten zitten, er ook niet zitten. Op dat vlak zet hij echter geen enkele stap.

De minister moet er rekening mee houden dat de taken van de docenten ten gevolge van de gestegen eisen, bijvoorbeeld in verband met schakeljaren en dergelijke, enorm gecompliceerd zijn geworden. De minister zal hier iets aan moeten doen.

Tot slot wil ik erop wijzen dat professoren op 65 jaar met pensioen moeten gaan. Dit is een probleem waar de minister iets aan zou kunnen doen. Daar wenkt immers een sterke arbeidsreserve die kan worden ingezet om de nood te lenigen.

De voorzitter

Mevrouw Poleyn heeft het woord.

Sabine Poleyn

Voorzitter, ik wil even ingaan op de insinuerende wijze waarop mevrouw Celis haar actuele vraag heeft gesteld. Ze gaat er blijkbaar van uit dat de verlenging de facto voor elke aanvraag zal worden toegekend. Ik zou de minister dan ook willen vragen eens een duidelijke stand van zaken in verband met de aanvraagprocedure te geven. Volgens mij heeft hij ook nog geen duidelijk antwoord in verband met de timing gegeven.

Ik wil ook even verwijzen naar het debat dat we in de commissie Onderwijs hebben gevoerd. De meerderheid, en dan zeker onze fractie, heeft gevraagd zeer behoedzaam met deze aanvragen tot verlenging tot een tweejarige masteropleiding om te gaan. Die aanvragen moeten individueel worden bekeken en aan de vooropgestelde criteria worden getoetst. Een commissie moet dit allemaal onderzoeken.

De kern van de zaak is dat de verlenging enkel kan worden toegekend indien kan worden aangetoond dat dit noodzakelijk is om de kwaliteit van de opleiding te garanderen. Volgens mij is dit uitzonderlijk. Het gaat zeker niet om lineaire beslissingen in verband met alle aanvragen. Ik ben in elk geval zeer nieuwsgierig naar de stand van zaken in verband met de procedure.

Minister Pascal Smet

Ik heb de adviezen ontvangen van de commissie die de doelmatigheid en de kwaliteit van de opleidingen nagaat. Ik verwacht hiermee op relatief korte termijn, in de loop van de komende weken, voor een beslissing naar de Vlaamse Regering te zullen kunnen stappen. Hoewel ik niet op de details wil ingaan, kan ik al meedelen dat niet alle aanvragen positief zijn beoordeeld. We stellen immers kwaliteitseisen. Een aanvraag leidt niet automatisch tot een goedkeuring. Dat zal ook in de toekomst niet het geval zijn.

Wat de opmerking van de heer Bouckaert betreft, zou ik hier een oproep willen doen. Ik richt me daarom niet tot hem persoonlijk. Indien hij langer wil werken, mag hij dat. Hij heeft dat trouwens in het verleden al eens gezegd. Ten gevolge van het federale regeerakkoord zal de regelgeving worden gewijzigd en zal hij in de toekomst langer kunnen werken. Dat zal in de toekomst geen probleem zijn.

Indien we aan onze universiteiten en onze hogescholen innovatief willen zijn, wat ik overigens hoop, moten we wel eens durven nadenken over de wijze waarop we lesgeven. Ik zeg dit met enige schroom. Een minister van Onderwijs moet professoren, docenten of leerkrachten niet meteen vertellen hoe ze les moeten geven. De Grondwet zet hier een rem op. Dit belet ons uiteraard niet hierover ideeën te hebben.

Volgens mij zijn er in elk geval nog wat mogelijkheden. Ik zie wat in gerenommeerde universiteiten in het buitenland gebeurt en ik hoor wat mijn collega’s me hierover vertellen. Als een professor in een auditorium voor 1000 of 800 studenten staat, moeten we ons toch afvragen of die basisoverdracht niet op een andere manier kan worden geregeld. De tijd die op die manier kan vrijkomen, kunnen professoren, assistenten en ander personeel dan aanwenden om aanvullend te werken.

Ik denk dat we daar nog heel wat innovatieve mogelijkheden liggen hebben op dit moment, maar dat we daar momenteel niets mee doen. Innovatie betekent voor mij niet: dezelfde dingen op een andere wijze. Innovatie betekent voor mij andere dingen doen en andere dingen beter proberen te doen. Ook voor Vlaanderen ten opzichte van de wereld, ligt daar een mooie weg om vanuit ons kwaliteitsvol onderwijs op een andere manier proberen les te geven. Ik weet dat men in veel andere landen in de wereld deze denkoefening maakt. Waarom zouden we die bij ons niet kunnen maken?

Samengevat. Ik denk dat we moeten luisteren naar wat men zegt over de werkdruk. Ik denk dat het niet zo is dat we kunnen zeggen dat er door de tweejarige masters plotseling enorm veel werkdruk bij zal komen. Er is een oproep om anders te gaan werken, om daarover na te denken vanuit een offensieve houding, niet vanuit een defensieve houding. Er is natuurlijk ook de uitdaging voor iedereen om tot een betere studiekeuzebegeleiding en leerlingenbegeleiding te komen, maar daar komen we bij de volgende vraag op terug.

Vera Celis

Ik kan me in uw antwoord vinden, minister. Het is inderdaad belangrijk dat we bekijken welke studenten instromen. Anderzijds denk ik dat iemand die al tot in de masterjaren geraakt is, toch al een en ander bereikt en gepresteerd heeft. De kwaliteitsbewaking van de masterproef is enorm belangrijk, fundamenteel zelfs, voor de toekomst van de studenten. (Applaus bij de N-VA)

De voorzitter

De actuele vraag is afgehandeld.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is geopend met een beperkt aantal plaatsen. Bezoekers die een plenaire vergadering willen bijwonen, sturen een mailtje naar 
onthaal@vlaamsparlement.be met daarin naam en geboortedatum.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.