U bent hier

De voorzitter

Dames en heren, aan de orde is het actualiteitsdebat over de toelichting door de Vlaamse Regering naar aanleiding van de vervroegde aanpassing van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2012.

Het debat is geopend.

Ik geef eerst het woord aan de minister-president, die een korte toelichting zal geven.

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, geachte leden, ik denk dat er gisteren sprake was van een primeur in dit parlement. Gisteren hebben we in de commissie Financiën voor de eerste keer publiekelijk tekst en uitleg gegeven hierover. Ik heb begrepen dat het Uitgebreid Bureau in zijn grote wijsheid heeft besloten ook nog een actualiteitsdebat te houden. Ook in naam van de Vlaamse Regering wil ik graag een toelichting geven, om dan nadien uit te kijken naar de politieke reacties, die gisteren niet zijn gegeven.

Toen de begroting 2012 hier werd besproken, heb ik aangekondigd dat we een vervroegde begrotingscontrole zouden houden, namelijk twee maanden vroeger dan gepland. Daarmee wilden we ook inspelen op de economische omstandigheden die waren gewijzigd, en daar ook absoluut rekening mee houden. Deze vervroegde begrotingscontrole heeft als bedoeling een begroting in evenwicht te realiseren. Ik wil er nogmaals op wijzen dat wij de enige entiteit zijn in dit land die een begroting in evenwicht kan voorleggen. Daarmee leveren we een cruciale bijdrage aan de internationale geloofwaardigheid – en dus kredietwaardigheid – van dit land. Op die manier komt Vlaanderen de verbintenissen na die het, samen met de andere regeringen van dit land, op zich heeft genomen ten opzichte van de Europese Unie. Die engagementen houden in dat de EU-lidstaat België haar tekort terugdringt. Mocht het nog niet duidelijk zijn, ook voor deze plenaire vergadering, de Vlamingen hebben er uiteraard ook zelf belang bij dat die doelstellingen worden gehaald.

Vlaanderen heeft toegezegd om vanaf 2011 voor een begroting in evenwicht te zorgen. Die toezegging komen we ook na. Dat bewijzen we opnieuw met deze vervroegde begrotingscontrole. Tegelijk verwachten we natuurlijk echter ook van de andere entiteiten in dit land dat ze eveneens inspanningen leveren om ook hun verbintenissen na te komen. De keuzes die de Vlaamse Regering bij deze vervroegde begrotingscontrole heeft gemaakt, weerspiegelen het duidelijke voornemen om, ondanks de bijkomende inspanningen, de economische groei resoluut te blijven ondersteunen. De Vlaamse Regering blijft inzetten op investeringen in onderzoek en ontwikkeling en op een warm Vlaanderen. Zo worden ook de investeringen en het personeel in de cultuursector ontzien.

Deze eerste begrotingscontrole houdt geen rekening met de eventuele gevolgen die de federale beslissingen met betrekking tot de overheidspensioenen of de fantoombevoegdheden op Vlaanderen kunnen hebben. Ik wou dat hier even vermelden en hoop zo bij dezen heel wat vragen te hebben beantwoord. Daarmee rekening houden is trouwens nog niet mogelijk, aangezien daarover nog geen gesprekken tussen de diverse regeringen hebben plaatsgevonden. Ons uitgangspunt in die discussie blijft alleszins dat het niet de bedoeling kan zijn dat elementen uit de staatshervorming op deze manier zonder de nodige middelen zouden worden overgedragen. De Vlaamse overheid behoudt zich ook de keuze voor om federaal geschrapte uitgaven al dan niet in een of andere vorm voort te zetten.

Voorzitter, collega’s, een inspanning van 543,9 miljoen euro is nodig om een begroting in evenwicht te realiseren. Wij baseren ons daarvoor op de parameters van het Federaal Planbureau van 10 februari 2012. Wij komen tot dit niet onbelangrijke bedrag van 543,9 miljoen euro door de negatieve bijstelling van onze dotatie-inkomsten, door de lagere inkomsten van de gewestbelastingen en door de stijgende inflatie.

Hoe pakken we het nu aan om dit weer in evenwicht te krijgen? Ten eerste doen we dit door een aantal structurele beleidskeuzes. Ik zal wat bondiger dan gisteren in de commissie zijn en de essentie weergeven.

Het principe ‘twee jaar langer werken voor iedereen’ zal ook in het onderwijs toegepast worden. Het tbs-systeem in het onderwijs wordt grondig hervormd en zal uitdoven, met uitzondering voor kleuteronderwijzers, waar het beperkt wordt tot maximaal twee jaar, in plaats van de huidige vier jaar. Het concrete voorstel om deze maatregel te implementeren, zal aan de sociale partners ter bespreking worden voorgelegd. Dat is gisteren gebeurd. Wij kennen allemaal de reacties van de vakbonden. Wij blijven ervan overtuigd – en minister Pascal Smet heeft dat de laatste uren uitdrukkelijk onderstreept – dat dit overleg alle kansen moet krijgen. Wij zijn vandaag en de volgende dagen bereid om het voort te zetten en tot een goed einde te brengen.

Bij De Lijn gaan we de kostendekkingsgraad verhogen met 0,5 procent per jaar van de lopende beheersovereenkomst. Het ontstane tekort in de exploitatierekening wordt in 2012 volledig weggewerkt zonder een extra beroep te doen op de algemene middelen. Vanaf 2013 en volgende zal de stijging van de kostendekkingsgraad onder meer gebeuren via maatregelen langs de inkomstenzijde. Hiertoe zal minister Hilde Crevits in de komende maanden een plan uitwerken waarin ze ook voorstellen zal formuleren met betrekking tot de aanpassing van de tarieven boven op de index.

De inspanningen die al in de periode 2009-2011 werden geleverd om het overheidsapparaat slanker te maken, worden niet alleen voortgezet maar ook versterkt. De doelstelling om het aantal Vlaamse ambtenaren tegen het einde van de legislatuur in 2014 met 5 procent te verminderen, wordt verscherpt naar min 6 procent. Ook op de werkingsmiddelen voor de administratie wordt verder structureel bespaard. De nadruk wordt gelegd op het verminderen van de overheadkosten binnen de administratie, op minder communicatie-uitgaven en minder uitbesteding van studies.

De Vlaamse Regering zal de subsidies voor ondernemingen meer gericht inzetten. Dat past ook in de uitvoering van het Nieuw Industrieel Beleid. Diegenen die in dit halfrond hebben gepleit voor keuzes, krijgen nu een duidelijk antwoord. Concreet wil dit zeggen dat de strategische investerings- en opleidingssteun wordt hervormd tot een strategische transformatiesteun. Hierbij zullen enkel nog investerings- en opleidingsprojecten ondersteund worden die een belangrijke bijdrage leveren tot de versterking van het economische weefsel in Vlaanderen. Het gaat dan over strategische clusters, ‘lead plants’, kmo’s die internationaal doorgroeien en zeer innovatief gedreven zijn en transformerende investeringen in duurzame verankering. Ook de ecologiesteun zal worden omgevormd tot een strategische ecologiesteun.

Voorzitter, beste collega’s, deze structurele maatregelen hebben, inclusief een aantal gerichte uitgavenverminderingen, al een positieve impact van 59,15 miljoen euro voor de begroting 2012.

Naast de structurele beleidskeuzes moeten we de uitgaven beperken op een structurele manier: nominale bevriezing van niet-loonuitgaven. Dit is goed voor een minderuitgave van 76,8 miljoen euro.

Ik wil het Vlaams Parlement nogmaals uitdrukkelijk danken voor de inspanningen die het zelf levert. We hebben in een brief van de voorzitter gelezen dat het Vlaams Parlement met betrekking tot de dotatie van 2012 een inspanning van 1 miljoen euro zal leveren. Over de volgende jaren doet deze brief geen uitspraak. Onze verwachtingen zijn alvast dezelfde.

De Vlaamse ministers geven zelf het goede voorbeeld en zullen 2 procent op hun eigen wedden inleveren. (Applaus van de heer Jan Penris)

Ik dank de heer Penris voor zijn applaus.

Wat de inkomsten betreft, hebben we een aantal beslissingen genomen. We willen een verdere modernisering van de registratierechten in de brede betekenis van het woord realiseren. Dit omvat twee elementen. Wat de successierechten betreft, wordt de aangiftetermijn van vijf maanden tot vier maanden ingekort. Het verdeelrecht wordt tot 2 procent verhoogd.

Een ander element heeft betrekking op de Vlaamse sociale bescherming. Het onderdeel van het Vlaams regeerakkoord betreffende de sociale bescherming wordt met een jaar uitgesteld. Dit levert in 2012 30 miljoen euro op. Het blijft de bedoeling van de Vlaamse Regering het onderdeel Vlaamse sociale bescherming vanaf 2013 op het terrein uit te rollen. Dit slaat op de kindpremie, de maximumfactuur voor de thuiszorg, de zorgverzekering en de schooltoelagen.

We onderzoeken in welke mate de kindpremie op de over te dragen kinderbijslag kan worden afgestemd. Dit is belangrijk. We nemen dan ook de nodige tijd om overleg te starten over de ontwikkeling van een eigen visie op de toekomstige Vlaamse kinderbijslag.

De buffers zullen voor een totaalbedrag van 129,25 miljoen euro worden aangewend. Ik hoop dat ik er op deze manier voor kan zorgen dat bepaalde vragen straks niet meer hoeven te worden gesteld. We gebruiken niet alle buffers of provisies op. Er blijven in de begroting nog buffers aanwezig om het Rekendecreet uit te voeren en om eventuele betalingsproblemen op het einde van het jaar op te vangen. (Opmerkingen van de heer Dirk Van Mechelen)

De overgebleven buffers bevatten in totaal 90 miljoen euro. Vooral de toepassing van het Rekendecreet en de correcte toepassing van de aanrekeningsregels van Eurostat kunnen tot een eenmalige verhoging van de aanrekeningen leiden.

Boven op dit bedrag van 90 miljoen euro zullen we nog voorzien in een bijkomende conjunctuurbuffer van 16 miljoen euro om de impact van een eventuele verdere groeivertraging op de eigen gewestelijke belastingen te kunnen opvangen. In totaal gaat het dus om 106 miljoen euro. (Opmerkingen van mevrouw Marijke Dillen)

Ook over de oversijpelingseffecten van 2011 en over de aanpassing ten gevolge van onderbenutting kan ik het kort houden. Minister Muyters kan dit punt straks nog uitgebreid ter sprake brengen. Het positief effect op de begroting 2012 bedraagt 174,5 miljoen euro.

Aangezien ik het debat tijdens deze plenaire zitting alle kansen wil bieden, zal ik het kort houden. De Vlaamse Regering heeft woord gehouden en heeft haar begroting vervroegd weer in evenwicht gebracht. We hebben ons echter niet tot een cijferoefening beperkt. De Vlaamse Regering heeft tijdens deze begrotingscontrole een aantal koerswijzigingen in het beleid gemaakt. Die wijzigingen moeten tot een fundamentele daling van de uitgaven leiden.

We hebben geen rekening gehouden met de eventuele impact van de aangekondigde federale maatregelen waarover nog geen concreet overleg heeft plaatsgevonden. De fantoombevoegdheden, een nieuwe benaming van de usurperende bevoegdheden, en de aanvullende bijdragen van de deelstaten in de pensioenlasten van de ambtenaren en de leerkrachten vormen hier twee voorbeelden van. Ik herhaal dit om te voorkomen dat hier straks weer vragen over zullen worden gesteld.

Dit betekent niet dat we blind blijven voor de federale maatregelen. De Vlaamse Regering zal hiermee rekening houden tijdens de tweede begrotingscontrole, die in april 2012 zal plaatsvinden en waarvan de resultaten nog voor het zomerreces aan het Vlaams Parlement zullen worden voorgelegd.

We zullen op dat moment dezelfde basishouding aannemen. De Vlaamse Regering houdt vast aan het begrotingsevenwicht, maar doet dat zonder aan de economische relance te raken. De Vlaamse Regering blijft integendeel investeren en een beleid voeren dat onze economie uit de crisis kan helpen. Om hiervoor te zorgen, kiezen we voor besparingen die de inkomsten van de mensen vrijwaren en die de groeimotoren van onze economie maximaal ontzien.

Tot hier, voorzitter, een korte verklaring van de Vlaamse Regering. Ik kijk nu uit naar alle politieke reacties die hierop volgen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Van den Heuvel heeft het woord.

Voorzitter, beste leden van de regering, beste collega’s, we leven inderdaad in turbulente en woelige tijden, maar ook in spannende en interessante tijden, want het economisch debat leeft volop.

Er zijn twee scholen van economisten aan het groeien. Er is de school die zegt dat we meer moeten besparen, dat de tekorten weggewerkt moeten worden en dat de schulden afgebouwd moeten worden omdat dat zorgt voor vertrouwen en op termijn ook voor een gezonde en duurzame economische groei. Noels is daar zowat de voorganger van.

Er is ook een andere school, die van De Grauwe – om geen namen te noemen –, die oproept om niet te fel te besparen omdat dat de economische groei versmacht en de relance doodt. Deze school stelt dat we een beetje geduld moeten hebben, want dat we er anders nooit komen.

Is er een synthese mogelijk? Christendemocraten zijn sterk in het maken van syntheses. Is er geen derde weg? Ik denk dat deze Vlaamse Regering heeft bewezen dat er inderdaad een derde weg is, dat het beste van deze twee scholen kan worden verenigd. Er wordt een begroting in evenwicht ingediend die zorgt voor vertrouwen en voor een duurzaam economisch herstel, maar zonder harde besparingen, zonder botte, blinde, brute besparingen die een economische relance of het economische vertrouwen zouden schaden.

Welnu, in naam van de CD&V-fractie, zeg ik u, minister-president, en de hele ploeg, proficiat met dit resultaat. Het is een begroting in evenwicht, een geloofwaardige begroting in evenwicht. Wie doet ons dat na in Europa? Wie heeft op 29 februari al een begrotingscontrole geboekt? Niemand! De Vlaamse Regering komt haar belofte na. Degenen die het in december hadden over een “fakebegroting”, die vertelden dat ze er niet in geloofden, hebben ongelijk. In februari zou de begroting worden aangepast, welnu, gisteren, op 28 februari, heeft de minister-president deze begroting ingediend en vandaag debatteren we er hier in het Vlaams Parlement over! Woord is gehouden! (Rumoer bij het Vlaams Belang. Applaus bij de meerderheid)

We hebben een begroting in evenwicht, die zorgt voor vertrouwen in de Vlaamse economie, zonder brute besparingen. Ik meen dat dit heel belangrijk is.

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Even iets over dat tijdstip, mijnheer Van den Heuvel. Hoe zou het komen dat u hier zo vroeg staat met de Vlaamse Regering? Het is de enige regering die nog is uitgegaan van een groei van 1,6 procent. Als iemand er ver naast zat, was het wel deze Vlaamse Regering, met 500 miljoen euro! Mijn gewaardeerde collega Van Rompuy wist dat zelfs al in december. (Applaus bij Open Vld, het Vlaams Belang en LDD)

Op de begroting van de Federale Regering is veel kritiek te geven, maar de Federale Regering is uitgegaan van een groei van 0,8 procent. De urgentie waarmee deze regering naar dit parlement kwam, was veel groter.

De voorzitter

De heer Sanctorum heeft het woord.

Hermes Sanctorum-Vandevoorde

Mijnheer Van den Heuvel, ik vind uw lof aan de christendemocratie goed geprobeerd, maar wat mij betreft, is die niet geloofwaardig. Ik geef een voorbeeld. U zegt: onze begroting is in evenwicht en we zijn onze belofte nagekomen. Ik herinner me nog heel goed de belofte om bij de eerstvolgende begrotingscontrole, dat is deze, rekening te houden met onder meer het schrappen van energiebesparende maatregelen of dus met een aantal van de fameuze fantoombevoegdheden. Wat wordt nu gezegd? Nu wordt gezegd dat de fantoombevoegdheden worden doorgeschoven naar een volgende begrotingscontrole!

Als het gaat om de geloofwaardigheid van de christendemocratie, wil ik toch nog even dit kwijt, mijnheer Van den Heuvel. CD&V is de grootste Vlaamse partij in de Federale Regering, ze levert de minister van Financiën, een vicepremier, en een staatssecretaris voor Staatshervorming, die fameus aan het schrappen zijn in de fameuze fantoombevoegdheden ­– want ze worden gewoon allemaal geschrapt. Maar de Vlaamse minister-president, toch ook van CD&V en iemand die nog altijd grote macht en invloed wordt toegedicht, zou daar helemaal niet van op de hoogte zijn. Dat is toch totaal ongeloofwaardig!

Mijnheer Van den Heuvel, het is geen goed bestuur. Wat bijvoorbeeld met het Asbestfonds? Dat heeft nu ook toevallig het juridische statuut van fantoombevoegdheid gekregen. Is het goed bestuur dat we tot de volgende Vlaamse begrotingscontrole moeten wachten om te weten of de asbestslachtoffers een vergoeding gaan krijgen? (Opmerkingen)

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Vereeck, we worden gevraagd om bij de start van het politieke jaar zo snel mogelijk een begroting in te dienen. Als u het ermee eens bent dat we die begroting later kunnen indienen, dan zullen wij daarop ingaan. De federale overheid heeft dat zo gedaan. Wij zijn verplicht rekening te houden met de economische parameters van het moment. Wij hebben dat gedaan, en we hebben dat correct gedaan. We hebben aangekondigd dat we zo snel mogelijk een aanpassing zouden doen. Het is niet correct, mijnheer Vereeck, om dat zo te duiden.

We hebben niets aan vechtfederalisme, mijnheer Sanctorum. Uw voorzitter heeft dat gezegd. Dat heeft daar niets mee te maken. We zijn bereid om de overname van die fantoombevoegdheden te bestuderen als de federale overheid ze schrapt. Ik heb verschillende weken lang – in alle rust – gevraagd dat de federale overheid die lijst zou opstellen. Die lijst is er nog niet. De lijsten die circuleren, zijn niet officieel. Ik kan geen rekening houden met zaken die ik niet weet; u kunt dat misschien wel, ik niet. Ik wil daarin correct zijn. Als die lijst in april klaar is, zullen we direct een aanpassing doorvoeren.

Ik vind het ronduit schandalig, mijnheer Sanctorum, dat u onrust probeert te creëren met uw uitspraken over het Asbestfonds. Daar is geen enkele reden voor. U bent verantwoordelijk voor de mist daaromtrent. We moeten kalm blijven. De federale overheid moet die lijst opstellen en dan zullen we daar overleg over plegen. Ik vind het schandalig dat u de asbestslachtoffers gebruikt in dit debat. (Applaus bij de meerderheid)

Lode Vereeck

Minister-president, u hebt me niet horen pleiten voor de latere indiening van de begroting. U mag uw begroting indienen op basis van de parameters van het Planbureau die u hebt.

Alleen, als we er 1,6 procent naast zitten, en in december zaten we er volgens de heer Van Rompuy 500 miljoen euro naast, moet het mogelijk zijn om via de methode van de amendementen in december al een realistische begroting in te voeren zodat we hier geen drie dagen over niets zitten te debatteren.

De voorzitter

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, dit is een virtueel debat. (Opmerkingen. Rumoer)

In december hebben we hier dagenlang gedebatteerd. Het verwijt van de oppositie is dat deze begroting niet langer klopt. Zowel de regering als de meerderheid beloven voor eind februari een ernstige begrotingscontrole, indachtig de ambitie die we allemaal hebben, een begroting in evenwicht. Mijnheer Sanctorum, op sommige niveaus bent u mee aan het besturen. We houden het budget zo veel mogelijk in evenwicht. De regering komt met een voorstel waarover we hier debatteren. Dat wordt nu weer van tafel geveegd. Het is zogezegd niet ernstig. Deze werkwijze en de inhoud van deze begroting zijn zeer ambitieus en stroken volledig met de beloftes die in december werden gedaan.

De voorzitter

De heer Caluwé heeft het woord.

Ludwig Caluwé

Meer zelfs, dit werd al in september aangekondigd. Bij de Septemberverklaring heeft de minister-president uitdrukkelijk gezegd dat de regering goed wist dat de begroting vertrekkende van de cijfers van het Planbureau gedateerd was en niet zou overeenstemmen met de realiteit en dat er dus een vervroegde begrotingscontrole zou komen in februari. Dat heeft ze nu gedaan. De oppositie moet consequent zijn. Er is gepleit om de begroting te amenderen voor de stemming. Mag ik u herinneren aan de discussie van 2010? Toen heeft de regering de begroting wel geamendeerd in de loop van de procedure. Toen was het kot te klein. De oppositie was woest.

Als je zegt niet amenderen, moet je dat blijven zeggen en dan ga je akkoord met de procedure die nu is gevolgd.

De voorzitter

Minister Muyters heeft het woord.

De vraag is op welke cijfers we gaan amenderen. Er zijn ongeveer elke dag nieuwe cijfers. Als we stijgen niet, als we dalen wel, voor wie wel, voor wie niet? Dit is een heel moeilijke discussie. De Vlaamse Regering, maar ook het Vlaams Parlement heeft een duidelijke keuze gemaakt om de cijfers van het Planbureau altijd te gebruiken.

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord.

Filip Watteeuw

Als we nu discussiëren over de aanpassing van de begroting, dan is dat zinvol. Niemand in de oppositie zegt dat dat niet zinvol zou zijn. Mijnheer Van den Heuvel, u moet het niet omdraaien. In december hebben we gezegd dat de begroting die toen werd besproken, virtueel was. Het is slechts na lang aandringen van de oppositie dat er is toegezegd dat we dit debat zouden voeren. (Rumoer. Opmerkingen van de heer Ludwig Caluwé)

Minister Muyters heeft in de commissie Algemeen Beleid en Financiën voortdurend verdedigd dat het in december geen virtuele begroting was. Het is zinvol dat we het debat hier en nu voeren, en dat is vooral onder druk van de oppositie.

De voorzitter

De heer Dewinter heeft het woord.

Ik heb de heer Van Dijck horen vertellen dat dit een virtueel debat is. Dat is niet waar, het virtuele debat was in september en niet vandaag. Dit is het echte debat, net zoals we vaststellen dat er in dit parlement geen zekerheden meer zijn. De Septemberverklaring vindt tegenwoordig plaats in februari. Vandaag hebben we gehoord wat de echte intenties en prioriteiten zijn, wat het echte beleid van de Vlaamse Regering is, de besparingen, wat ze gaat doen en niet gaat doen, wat ze gaat uitstellen en niet gaat uitstellen. De Septemberverklaring vindt tegenwoordig plaats in februari. Dat is de realiteit en al de rest is hypocrisie en virtualiteit. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Minister-president Kris Peeters

Mijnheer Dewinter, in september zaten we in economische omstandigheden die u en ik toen niet konden voorzien. We hebben dan een economische neergang gekend en jammer genoeg zijn de economische cijfers dan helemaal verdraaid. U kunt nu niet zeggen dat ik daar in september niet voor heb gewaarschuwd. De economische situatie is zo snel verslechterd dat we dat natuurlijk moesten aanpassen. Het is dus niet correct als u zegt dat de Septemberverklaring vandaag wordt afgelegd.

Na deze discussie ben ik nog meer gerustgesteld. Zodra de heer Dewinter het woord hypocrisie in de mond neemt, ben ik zeker gerustgesteld, want ernstige argumenten heeft de oppositie niet meer. Dan beginnen ze te schreeuwen en te verwijten dat alles hypocriet is.

We hebben dus een begroting in evenwicht en daar zijn we fier op, en zeker ook op de manier waarop dat is bereikt. Mijnheer Vereeck, u zult zeggen dat eenmalige inkomsten de reddingsboei zijn geweest van deze begroting. Voor een deel is dat juist. Et alors? Et alors? In een jaar met een nulgroei is het normaal dat overheden kijken naar eenmalige inkomsten om uit te zoeken hoe de begroting in evenwicht kan worden gehaald. Bij meer economische groei wordt dat opgehaald. Deze regering heeft ervoor gezorgd dat met het nemen van structurele maatregelen die nu een beperkte opbrengst hebben, maar op termijn meer zullen renderen, die eenmalige ontvangsten kunnen worden gecompenseerd. (Opmerkingen van de heer Lode Vereeck)

De voorzitter

Mijnheer Vereeck, laat de heer Van den Heuvel uitspreken. Hij is een halve minuut aan het spreken en u steekt meteen uw vinger op.

Lode Vereeck

Maar hij zegt dingen die feitelijk niet kloppen. Dat moet ik toch even kunnen weerleggen. Als hij zegt dat het alleen bij een nulgroei is …

De voorzitter

U kunt straks repliceren.

Mijnheer Van den Heuvel, gaat u verder.

De eenmalige ontvangsten zijn er. Daar hebben we geen probleem mee. In een begrotingsjaar met een nulgroei is dat te verantwoorden. Bij een relance worden die gecompenseerd, zeker bij deze structurele maatregelen die op termijn gaan renderen.

Dit evenwicht is ook en vooral zonder brute besparingen bereikt. De ondernemers, de mensen die in Vlaanderen initiatief nemen, zullen van deze begrotingsmaatregelen niets voelen. De mensen die werken, zullen van deze maatregelen niets voelen. De mensen die innoveren, zullen niets voelen, want de extra subsidies voor R&D worden behouden en groeien. De lokale besturen, de overheid die het meest investeert in Vlaanderen, zullen niets voelen, want ook die 3,5 procent is gegarandeerd. Er is dus een evenwicht bereikt zonder brute besparingen dat zorgt voor een economische relance en het vertrouwen van de ondernemers behoudt.

Bovendien zijn er structurele maatregelen – slimme, structurele maatregelen – genomen. Ik zal ze misschien toch nog even opsommen. Het is heel belangrijk dat ze nu een stukje renderen maar dat ze op termijn meer en meer zullen renderen en zo de eenmalige ontvangsten zullen compenseren.

Er zijn inderdaad een aantal kantelmomenten bereikt. Het kostendekkingspercentage van De Lijn gaat omhoog. Ik denk dat dit een heel belangrijk kantelmoment is na het gratisverhaal. De heer van Rouveroij heeft gisteren in de pers gezegd dat het te weinig is en dat het allemaal niet veel zal helpen. Mijnheer van Rouveroij, het kantelmoment in het gratisverhaal dat onder een liberale minister-president is ingevoerd, is bereikt in een regering zonder liberalen.

Er komt een meer efficiënte overheid. Er is een bevriezing van de werkingskosten en de apparaatskredieten. Er komen minder ambtenaren. Dit is geen slogan. Ook hier is een duidelijk kantelmoment bereikt door minder ambtenaren en een ontvetting van de overheid. De ontvetting van de Vlaamse staat wordt versterkt en is niet alleen een holle slogan, maar wordt in daden omgezet. (Opmerkingen van de heer Vereeck)

Een derde punt is het aanpakken van het systeem van terbeschikkingstelling (tbs). Het is belangrijk dat de Vlaamse overheid ook haar steentje bijdraagt om mensen langer aan het werk te houden.

In het economisch ondersteuningsbeleid is de keuze voor transformatiesteun gemaakt. Het is heel belangrijk om op die manier de bedrijven die innoveren, die streven naar duurzame economische groei, te ondersteunen. Het is inderdaad een keuze van beperkte overheidsmiddelen.

Het vernieuwd sociaal beleid kan doorgaan maar er is heel duidelijk het principe ingevoerd dat de kindpremie kan worden geïntegreerd in de kinderbijslag wanneer die wordt overgeheveld naar Vlaanderen.

Het sociaal nieuw beleid en het nieuw beleid in Vlaanderen, 60 miljoen euro voor R&D, het loopbaanakkoord waar 30 miljoen euro voor is vrijgemaakt, 30 miljoen euro voor Onderwijs en de miljoenen in Welzijn voor mensen met een handicap worden behouden.

Naast het feit van de slimme structurele maatregelen, naast het feit dat er een evenwicht is, is het ook een voorzichtige begroting. We gebruiken inderdaad niet alle buffers. Er is een buffer van meer dan 100 miljoen euro behouden. Heel belangrijk is bovendien de onderbenutting die lichtjes is aangepast. We mogen verwachten dat de uitgaven voor rente en voor bijvoorbeeld de outillage van de lokale besturen te hoog geraamd zijn, zodat de onderbenutting nog altijd zeer voorzichtig is geraamd. Mijnheer Vereeck, dat is dus ook een extra buffer.

De discussie over de economische groei gaat over min 0,1 procent of plus 0,1 procent. Gisteren heeft de KBC haar laatste conjunctuurvooruitzichten gepubliceerd: niet min maar plus 0,2 procent. De KBC heeft gezegd dat er tekenen zijn dat het herstel bezig is, dat we misschien wat optimistischer moeten worden en dat er in de tweede helft van dit jaar een positieve economische groei komt. De Nationale Bank heeft mij geleerd dat we die kantelmomenten altijd onderschatten. Het is belangrijk dat de Vlaamse overheid – en de Vlaamse begroting is hiervoor een instrument – zulke vertrouwenswekkende maatregelen neemt om de prille economische groei te ondersteunen. Het is goed mogelijk dat de plus 0,1 procent zelfs nog beter wordt.

Mijn conclusie is dat de CD&V-fractie tevreden is met deze begroting. Het is een moedige begroting, een begroting in evenwicht. De Vlaamse Regering heeft haar woord gehouden om onmiddellijk in het nieuwe jaar daarnaar te streven. Eind februari staan we hier. Het is een begroting in evenwicht, zonder brute besparingen, zonder de opkomende economische relance te treffen, want we ondersteunen de ondernemers, we ondersteunen de innovatie en we ondersteunen mensen die werken. Ze is ook toekomstgericht omdat er kantelmomenten zijn bereikt in tbs, in de ontvetting van de staat en in de kostendekkingsgraad van De Lijn.

Op dit elan, beste collega’s, moet worden voortgewerkt. Ik zou de Vlaamse Regering willen aanmoedigen om op dit elan voort te gaan. Aan minister Muyters zou ik zeggen: werk aan de hervorming van de fiscaliteit, werk aan de activering op de arbeidsmarkt bij de uitvoering van het loopbaanakkoord. Aan minister Lieten zeg ik: hervorm het O&O-beleid, pas het tweede rapport-Soete toe. Minister Crevits, blijf investeren in de wegen. Op die manier zet de Vlaamse economie een grote stap voorwaarts. (Applaus bij de meerderheid)

Lode Vereeck

Ik heb een vraag aan de heer Van den Heuvel. Toen hij het had over de eenmalige maatregelen zei hij dat dat best veroorloofbaar is in perioden van nulgroei. Heeft de geachte collega een idee hoeveel de eenmalige uitgaven dit jaar bedragen en hoeveel ze vorig jaar bedroegen, toen de economie nog zwaar groeide? Ik kan het u meegeven. De eenmalige maatregelen dit jaar, zonder de begrotingscontrole, bedragen volgens de cijfers van het Departement Financiën en Begroting 400 miljoen. Vorig jaar was dat 553 miljoen of een half miljard aan ‘one shots’. De SERV – uw adviesorgaan, niet het mijne, het Rekenhof is het controleorgaan voor het parlement – zegt dat uw begroting structureel ongezond is omdat u met eenmalige maatregelen werkt, dit jaar voor een half miljard en vorig jaar voor een half miljard. Uiteindelijk vallen die eenmalige maatregelen het jaar daarop weg. Ofwel vul je die put opnieuw met eenmalige maatregelen, ofwel ga je structureel besparen. De SERV zegt dat u eigenlijk het gros van de structurele besparingen doorschuift naar 2013, 2014 en later, en dat is dan al voor een volgende regering.

Mijnheer Vereeck, het gaat inderdaad over 400 miljoen, maar voor alle duidelijkheid telt hij daar de 300 miljoen van de KBC bij. Maar als de economische groei herneemt en op een normaal pad komt tot 1,5 procent – ik overdrijf niet, ik neem 1,5 in plaats van 2 procent – dan betekent dat 500 miljoen extra ontvangsten voor de Vlaamse overheid. Ik noem tbs, waarvoor nu 5 miljoen is ingeschreven. Tbs zal in totaal ongeveer 230 tot 250 miljoen euro bedragen. Ik heb het over de ontvetting van de staat waarbij er nu voor de vermindering van de ambtenaren een paar miljoen euro is ingeschreven. Als dat op volle snelheid is gekomen, stijgt dat bedrag ook. Die 400 miljoen kan op het eerste gezicht een heel ruim bedrag zijn, maar in deze begroting zitten voldoende structurele maatregelen en, niet te onderschatten, is er de extra opbrengst van een nieuwe economische groei. Dan kunnen we die 400 miljoen op een relatief eenvoudige manier inhalen.

Lode Vereeck

Mijnheer Van den Heuvel, voor alle duidelijkheid, ik denk dat u mijn reactie in de media al hebt gezien. De structurele maatregelen heb ik toegejuicht. Dat is het eerste wat ik heb gezegd. Ik ben inderdaad tevreden met het uitdoven van de tbs. Ik ben inderdaad tevreden met de, zij het minimale, verhoging van de kostendekkingsgraad van De Lijn. Dat is recurrent, dat zal zich de volgende jaren doorzetten. Maar het gaat slechts om 136 miljoen als ik goed heb gerekend. Dat is in het kader van de besparingsoperatie van 540 miljoen toch te weinig.

Ik ga het voor de laatste keer zeggen: tbs staat erin voor 5 miljoen in 2012. Maar in 2013 en in 2014 zal dat natuurlijk een veel ruimer bedrag zijn. Net hetzelfde geldt voor het verminderen van het aantal ambtenaren. Dat zijn bedragen die in de toekomst zullen stijgen.

De voorzitter

Mevrouw Meuleman heeft het woord.

Mijnheer Van den Heuvel, u geeft de cijfers. Kunt u me uitleggen waarom die maatregel hoogstnodig nu, bij de begrotingscontrole 2012 moest worden genomen? Waarom moest het sociaal overleg, waarin de vakbonden een zeer constructieve houding aannemen en stellen dat zij willen nadenken over een uitdoofscenario voor de tbs, in het kader van het loopbaandebat waaraan de minister werkt, worden opgeblazen? Die maatregel brengt immers in 2012 slechts 5 miljoen euro op, op een totale opbrengst van de afschaffing van de tbs van 215 miljoen euro. Deze maatregel kon gerust in 2013 worden genomen. Men had ruim de tijd om door te gaan met het overleg met de vakbonden. Maar u koos voor de vlucht vooruit en het opblazen van het sociaal overleg. Dat is onaanvaardbaar en ik begrijp dat de vakbonden boos zijn. (Applaus bij Groen)

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, de kostprijs van de 10.000 leerkrachten in het tbs-statuut bedraagt tussen 220 en 230 miljoen euro. Hier zegt de heer Van den Heuvel dat de opbrengst dit jaar 5 miljoen euro zal bedragen, om dan stilaan op te lopen tot 220, 230 of 240 miljoen euro. Dat klopt niet, want ik heb begrepen dat voor kleuteronderwijzers de tbs-regeling niet helemaal verdwijnt.

Mijnheer van Rouveroij, volgens mijn gegevens kost de tbs-regeling 230 tot 250 miljoen euro. Dat bedrag kan niet integraal worden gerecupereerd omdat de Vlaamse Regering inderdaad heeft beslist om overgangsmaatregelen en een uitzondering voor de kleuterleiders te aanvaarden.

Mevrouw Meuleman, deze regering heeft minister Smet opgedragen om in de komende weken het sociaal overleg te voeren. Dan kan worden nagegaan welke overgangsmaatregelen er kunnen worden genomen. Minister Smet zal zijn verantwoordelijkheid nemen.

De voorzitter

De heer Sannen heeft het woord.

Ludo Sannen

Mijnheer Vereeck, een begroting in evenwicht in een periode van laagconjunctuur is een ontzettend grote uitdaging. Ik ben dan ook tevreden dat de regering haar verantwoordelijkheden blijft opnemen. Dat betekent dat de Vlaamse Regering bij een volgende begrotingsaanpassing extra maatregelen zal moeten nemen. In een periode van laagconjunctuur is het logisch dat men eenmalige maatregelen treft. Uitsluitend structurele maatregelen treffen zou de economische groei kunnen fnuiken. U pleit trouwens zelf voor eenmalige maatregelen. De oppositie vraagt voortdurend om reserves aan te leggen om die dan in een periode van laagconjunctuur te kunnen gebruiken. Die reserves aanwenden is een eenmalige gebeurtenis, en dat is vandaag de goede aanpak. Deze begroting in evenwicht fnuikt de groei niet.

De voorzitter

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer

Voorzitter, collega's, mevrouw Meuleman, uw factieleider pleit voor onmiddellijke actie. In het verslag van de commissie Onderwijs van 19 januari, toen wij uitvoerig hebben gedebatteerd over het tbs-systeem, zei u zelf het volgende: “Wij zijn het er allemaal over eens dat iedereen langer zal moeten werken en dat de huidige tbs-regeling aan hervorming toe is.’

Minister, ik wil u vragen om bij de gesprekken met de sociale partners de motie die het Vlaams Parlement heeft goedgekeurd mee als leidraad te hanteren. In die motie pleiten wij voor sociaal overleg en voor overgangsmaatregelen. Op dat vlak kunnen de communicatie en de aanpak nog worden verbeterd.

Mijnheer De Meyer, ik zou u willen vragen dat u het verslag volledig voorleest. Ik was de enige in die commissie die inderdaad heeft gezegd dat we allemaal langer moeten werken. De vakbonden zeggen dat ook. We willen praten over een hervorming van het tbs-systeem, maar we moeten dat doen in overleg, we moeten zorgen voor overgangsmaatregelen en eindeloopbaanperspectieven aanbieden. Dat heb ik zeker tien keer gezegd in die commissie. We moeten ook werk maken van werkbaar werk. En dan, heb ik gezegd, kunnen we praten over de hervorming. Maar niet eerst de bijl erin zetten en dan pas praten over het feit dat we misschien ook zouden kunnen overleggen. (Opmerkingen van mevrouw Marijke Dillen en de heer Jan Penris)

De voorzitter

Tussen haakjes: ik dacht dat dit een debat was. Als ik het woord niet geef, worden er opmerkingen gemaakt. Als ik het woord wel geef, ook. Ik geef het woord als ik denk dat ik het moet geven.

De heer De Meyer heeft het woord.

Jos De Meyer

Mevrouw Meuleman, ik wil u toch de suggestie geven om het volledige verslag eens na te lezen, net als de goedgekeurde moties. Alle fracties hebben een motie ingediend, behalve Groen, omdat ze niet de durf hadden om daarover iets op papier te zetten.

Ik begrijp niet dat u akkoord gaat met wat nu gebeurt, mijnheer De Meyer.

De voorzitter

De heer Reekmans heeft het woord.

Peter Reekmans

Mijnheer Van den Heuvel, de meerderheid is heel sterk in het selectief citeren van dingen die de oppositie in de commissie heeft gezegd. Ik wil even een citaat geven dat ik uit het hoofd ken over de CD&V-fractie en de N-VA-fractie in de commissie Mobiliteit in verband met de kostendekkingsgraad van De Lijn. Toen dat debat bezig was, heeft de heer Roegiers van sp.a letterlijk geantwoord: “Met CD&V en de N-VA hebben we geen oppositie meer nodig.” We merkten daar heel goed dat CD&V en de N-VA op dezelfde lijn stonden als de oppositie, namelijk dat de kostendekkingsgraad omhoog moet. U komt hier vandaag vanuit de CD&V-fractie een stijging van de kostendekkingsgraad van 0,5 procent verdedigen. Mijnheer Van den Heuvel, dat is echt lachwekkend.

De voorzitter

Mevrouw Vanderpoorten heeft het woord.

Marleen Vanderpoorten

De beslissing over tbs is heel belangrijk en ook structureel. In de commissie hebben we daarover vaak gediscussieerd. Verschillende partijen hebben gezegd dat het moest gebeuren en dat we er niet te lang mee konden wachten.

Minister, u hebt altijd gezegd dat u de beslissing niet kon nemen zonder te spreken over andere elementen van het lerarenloopbaandebat. Het gaat over een beroep dat aantrekkelijker moet worden gemaakt, kortom over een herwaardering. Er is in het parlement nooit ten gronde over gesproken, want u was volop aan het discussiëren met de vakbonden over het lerarenloopbaandebat in zijn totaliteit. Daarom vind ik het verrassend dat die beslissing nu toch plots wordt genomen, zonder andere flankerende maatregelen of substantiële flankerende maatregelen.

Minister van Onderwijs, hoe gaat u verder om met het lerarenloopbaandebat? U hebt altijd gezegd dat deze maatregelen niet konden worden genomen los van andere maatregelen. (Applaus van mevrouw Mieke Vogels)

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Ik begrijp dat het voor vakbondsmensen en voor sommige mensen die aan de vooravond van tbs staan, geen gemakkelijke beslissing is die we hebben genomen. Daarvan zijn we ons heel goed bewust en het is de reden dat we overgangsmaatregelen nemen.

Je moet teruggaan in de tijd. Dit debat is in deze context op gang getrokken door de beslissingen van de federale overheid over de pensioenleeftijd. Ik heb altijd gezegd dat we in Vlaanderen pas een beslissing kunnen nemen over tbs wanneer we duidelijkheid hebben over de federaal vastgelegde pensioenleeftijd voor leerkrachten. We zijn als Vlaamse Regering in dialoog gegaan met de federale overheid. We hebben onderhandeld met de federale minister van Pensioenen en met anderen.

We hebben een heel gunstige structurele regeling voor leerkrachten binnengehaald. In de toekomst kunnen leerkrachten die op 18 jaar beginnen te studeren en een normaal traject van drie of vier jaar volgen, nog altijd na een normale loopbaan op 60 jaar op pensioen gaan. U zult het allemaal met mij eens zijn dat het overgrote deel van de mensen in de samenleving niet op die leeftijd op pensioen kan gaan. Leerkrachten kunnen dat in de toekomst wel. Dat is dus een heel gunstige regeling.

Toch zijn we het er ook allemaal over eens dat in onze samenleving iedereen langer moet werken. Ik verwijs naar een verklaring die een belangrijke vakbondsman twee weken geleden op de VRT nog heeft gedaan, waarbij hij heel uitdrukkelijk zei dat leerkrachten langer moeten werken. Dat heeft hij gezegd in het kader van de federale pensioenregeling en de tbs-regeling.

Men wist dus dat ook maatschappelijk wordt ingezien dat mensen langer moeten werken. We vragen dat aan iedereen. Als je weet dat leerkrachten dan nog structureel op 60 jaar op pensioen kunnen gaan, is het logisch dat je als Vlaamse Regering beslist dat je aan die 56 jaar voor kleuteronderwijzers twee jaar toevoegt. Dan kom je aan 58 jaar. Als je voor gewone leerkrachten, die vandaag op 58 op tbs kunnen gaan, twee jaar toevoegt, kom je aan 60 jaar. Als het overgrote deel op 60 jaar op pensioen kan gaan, ziet iedereen in dat de tbs-regeling niet meer nodig is en kan uitdoven.

We hebben niet zomaar bruut beslist, in tegenstelling wat sommigen zeggen, dat die mensen plots vier jaar langer moeten werken. We hebben beslist dat er structureel twee jaar bij komt, mits begeleidende maatregelen. De Vlaamse Regering erkent dat je begeleidende maatregelen moet nemen.

Mevrouw Meuleman, u weet dat we een studie hebben laten uitvoeren naar de redenen waarom leerkrachten uit het ambt stappen. Daaruit blijkt dat er twee grote redenen zijn. De eerste heeft te maken met gezondheid. Kleuteronderwijzers en -onderwijzeressen hebben vaak rugproblemen. Ook stemproblemen komen algemeen vaak voor. Daar kunnen we preventief iets aan doen. Ik heb met mijn collega-minister Vandeurzen afgesproken dat we een preventief plan zullen opmaken.

We willen ook de hele planlastproblematiek, die een heel belangrijke reden vormt voor mensen in het onderwijs om vroeger te stoppen, serieus aanpakken. Ik wil over acht maanden concrete voorstellen voor mezelf, de inspectie, de scholen en de schoolgemeenschappen, om die planlast te verminderen. Verder willen we inzetten op jobdifferentiatie. Hoe kan bijvoorbeeld op het einde van de loopbaan de job anders worden ingevuld? Dat moeten we afspreken.

Wij hebben overleg gehad, collega’s. Eén uur nadat de Vlaamse Regering de beslissing over de tbs heeft genomen, heb ik de vakbonden uitgenodigd om de principebeslissing te kunnen toelichten. Ik heb meteen gezegd dat de Vlaamse Regering op basis daarvan wil onderhandelen en sociaal overleg plegen. Als je het woord ‘onderhandelen’ gebruikt, wil dat zeggen dat je daarover wilt praten en dat er nog enige marge is om te onderhandelen over bijvoorbeeld de berekening van het wachtgeld en de overgangsmaatregelen. Dat zullen we ook doen.

Ik herhaal vandaag wat ik gisterenavond nog via mail aan de vakbonden hebben gezegd: ik begrijp dat het voor hen een moeilijke beslissing was, maar we moeten als redelijke mensen rond de tafel tot een oplossing komen.

Sommigen doen alsof dit uitsluitend een besparingsbeslissing is. Onze beslissing over tbs is een structurele beslissing, en ook een arbeidsmarktbeslissing. Tbs is ingevoerd op een moment dat er een overschot aan leerkrachten was. Op dit moment hebben we een tekort aan leerkrachten, dat in de toekomst nog zal oplopen. We zitten nu ook in een context waarbij iedereen ervan uitgaat dat 55-plussers geactiveerd moeten worden. Als we vandaag vaststellen dat een leerkracht die deeltijds in het onderwijs werkt, minder verdient dan een leerkracht die fulltime thuis zit, vinden wij dat niet rechtvaardig. Daarom hebben wij die principebeslissing genomen. De context is gewijzigd omdat de federale overheid drie weken geleden een beslissing heeft genomen waardoor ook wij in de Vlaamse Regering genoopt waren om, misschien wat sneller dan verwacht, die beslissing te nemen. We hebben ze nu genomen. Ik wil nu onderhandelen. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Dewinter heeft het woord. (Opmerkingen)

We sluiten het debat over tbs af. Dat komt nog terug in de commissie. (Opmerkingen van mevrouw Marleen Vanderpoorten)

Ik denk dat er genoeg gedebatteerd is over tbs. Volgens het reglement kan de voorzitter oordelen dat er genoeg over iets gediscussieerd is. Ik geef nu het woord aan de heer Dewinter.

Voorzitter, misschien moeten we in de toekomst de debatten van de plenaire vergadering in de commissie voeren en die van de commissie in de plenaire vergadering. Dan is het opgelost.

De voorzitter

Mijnheer Dewinter, de heer Vereeck zit voortdurend naar mij te gebaren dat hij wil tussenkomen. Ik heb het woord gegeven aan de oppositie. Dan zit u te roepen dat die het woord niet moeten krijgen. U moet mij dan eens zeggen hoe het wel moet gebeuren.

Maar ga uw gang.

We moeten dat in het Bureau bediscussiëren, niet hier. (Opmerkingen)

Minister-president, laat mij bij wijze van inleiding kort citeren wat u in uw Septemberverklaring hebt gezegd over, bijvoorbeeld, de kindpremie: “De Vlaamse Regering kiest voor het gezin, niet louter voor het individu. De Vlaamse Regering kiest voor alle Vlamingen en niet alleen voor de happy few. De Vlaamse Regering kiest voor zij die het goed hebben en voor wie het met minder moet stellen. De kindpremie, een van de afspraken in het regeerakkoord, voeren we onverkort uit. Deze premie geeft gezinnen met jonge kinderen extra ademruimte, stimuleert de preventieve gezondheidszorg en geeft ondersteuning in de opvoeding. Dat is dus durven kiezen. Het is onomwonden een keuze voor een sociaal en gezinsvriendelijk Vlaanderen.” Dat zei u in september 2011.

Vandaag zijn we februari 2012. De kindpremie wordt uitgesteld en wellicht afgesteld. Dat is de realiteit. (Opmerkingen van de heer Eric Van Rompuy)

De Septemberverklaring vindt plaats in februari en niet in september. De eindscore van de vervroegde begrotingscontrole is bekend. Sp. a versus de N-VA: 3-0.

Inderdaad, de sp. a haalt zowat alles binnen wat ze wil binnenhalen: het derde VRT-net, het verhogen van de kostendekkinsgraad bij De Lijn wordt beperkt tot 0,5 procent per jaar en aan het gratis rijden wordt voorlopig nog niet geraakt – misschien volgend jaar wel, maar dat zien we dan wel. Aan de linkse cultuursector worden geen besparingen opgelegd en ontwikkelingshulp blijft onaangeroerd. Idem dito voor de integratie-uitgaven.

De N-VA moet wel in het zand bijten. Het vernieuwde sociaal beleid van de Vlaamse Regering met het paradepaardje van de Vlaamse partij bij uitstek, de N-VA, de Vlaamse kindpremie, sneuvelt. De Vlaamse hospitalisatieverzekering sneuvelt. De maximumfactuur in de thuiszorg sneuvelt. Daarbovenop is er het feit dat het Vlaams Energiefonds ook al een lege doos is geworden. Minister Bourgeois, de aangekondigde hervorming van het provinciale bestuursniveau is uiteindelijk uitgedraaid op een olifant die een muis heeft gebaard.

De krachtsverhoudingen binnen deze Vlaamse Regering zijn opnieuw bijzonder duidelijk: sp. a is de baas, de N-VA bijt in het zand en CD&V zit erbij en kijkt erna.

Minister-president, wie denkt dat structurele besparingsmaatregelen en dus echte keuzes zijn gemaakt bij deze begrotingscontrole, is eraan voor de moeite. Slechts 130 miljoen euro zijn echte besparingen. De rest, ongeveer 410 miljoen euro is een combinatie van uitgesteld beleid, nieuwe belastingen en het aanspreken van bestaande reserves. Wat mij verwondert, is dat u een belastingverhoging als een besparing voorstelt. Voor de registratierechten die passen in het verdelingsrecht, stelt u een stijging voor van maar liefst 100 procent: van 1 naar 2 procent. Dat is merkwaardig.

Voorzitter, volgens de heer Dewinter beet de N-VA in het zand.

Mijnheer Dewinter, de N-VA – en dat is niet onbelangrijk voor de toekomst – vindt dat de Vlaamse overheid een budget in evenwicht moet hebben. U kunt nu zeggen dat dat gemeengoed is. Ik heb de voorbije dagen in het middenveld echter organisaties gehoord, zoals het ABVV, het ACW, die stellen dat het budget niet in evenwicht moet zijn.

Welnu, als het budget in evenwicht is en op die manier werd ingediend, heb ik echt niet het gevoel dat ik in het zand gebeten heb. (Applaus bij de N-VA)

U moet er als politieke partij vooral voor zorgen dat u binnen dat budget in evenwicht uw prioriteiten kunt realiseren. Dat is niet het geval voor de N-VA, zo simpel is het. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Wat mij in ieder geval opvalt, is dat de CD&V-fractie in 2004 nog een voorstel van decreet heeft ingediend. Ik citeer er graag uit: “Wanneer de woning in eigendom is van de beide (ex-)partners, is de verdeling ervan een bijzonder netelige kwestie. Naast de emotionele geladenheid die een dergelijke verdeling met zich meebrengt, heeft ze ook een financieel gevolg dat niet te onderschatten is en dat voor extra problemen kan zorgen. Wij stellen voor om het artikel 109 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten aan te passen, door het tarief, bij verdeling van onroerende goederen naar aanleiding van een echtscheiding, te wijzigen van 1 naar 0 procent.” Vandaag doet men net het omgekeerde, en dat met de medewerking van de sp.a. De toenmalige voorzitter van de sp. a, de heer Stevaert, zei toen: “Eigenlijk is dat een belasting op tegenspoed. Op zo’n moment spuwt de overheid de mensen in het gezicht. Zelfs de meest fervente democraat, overtuigd van de noodzaak van belastingen, slaat bij zo’n miserietaks aan het twijfelen.” Ik begrijp dat Steve Stevaert bij het groot huisvuil werd gezet, samen met de ideeën van de sp. a van toen.

Het blijft oorverdovend stil op de sp.a-banken, maar dat zijn we gewoon.

Minister-president, voor ik inga op een aantal besparingsvoorstellen die onze fractie wil doen, wil ik toch enkele woorden zeggen over de afschaffing van het tbs-systeem in het onderwijs. Aan de minister van Onderwijs wil ik in alle eerlijkheid zeggen dat onze fractie geen tegenstander is van het afschaffen van dat tbs-systeem. Minister, we vinden echter wel dat het afschaffen zonder overleg en zonder begeleidingsmaatregelen een onverstandige keuze is. Uiteraard zal iedereen harder moeten werken. Daar ontsnappen zelfs de leerkrachten niet aan. Toch had u echter de confrontatie kunnen vermijden. Nu zult u inderdaad af te rekenen krijgen met stakingen, met acties, met nog maar eens, voor de zoveelste keer, onrust in het Vlaamse onderwijs. Dat had u nochtans kunnen vermijden door niet te kiezen voor de botte bijl, maar door de confrontatiepolitiek te vermijden en te kiezen voor wat meer overleg ter zake. Laat dit gezegd zijn door een ervaringsdeskundige.

Minister Pascal Smet

Mijnheer Dewinter, over een gevoelige materie als tbs kan ik als minister maar met vakbonden beginnen te onderhandelen wanneer de Vlaamse Regering een principebeslissing heeft genomen. Dat is altijd zo. De regering heeft die principebeslissing genomen en binnen het uur zat ik met de vakbonden aan tafel, met de uitdrukkelijke boodschap dat we willen onderhandelen, dat we ter zake sociaal overleg willen. U moet toch weten dat de federale overheid nog maar een paar weken geleden heeft beslist wat de pensioenregeling voor het onderwijs is. Heel snel, binnen een tijdspanne van twee à drie weken, heeft de Vlaamse Regering dan intern een standpunt ingenomen. We zijn dan naar de vakbonden gegaan, met de boodschap dat we daar met hen over wilden praten. Als u vindt dat we dat op een andere manier hadden moeten doen, dan moet u me nu eens zeggen hoe we dat hadden moeten doen.

Los daarvan zijn we de voorbije maanden inderdaad al in gesprek geweest met de vakbonden over het ruimere loopbaanpact. Toen is ook al heel duidelijk de boodschap gegeven dat het loopbaaneinde op tafel zou komen. Meer nog, twee weken geleden heeft de vakbond zelf erkend dat die beslissing nakend was en er snel zou komen. Ik stel ook vast dat er woede en ontevredenheid is bij hen. Ik kan alleen maar herhalen dat we opnieuw met hen aan tafel willen zitten en willen onderhandelen.

Marleen Vanderpoorten

Minister, u hebt daarnet echter niet op mijn vraag geantwoord. Nu gaat het er weer over. U hebt altijd gezegd dat tbs in dat lerarenloopbaandebat past, dat u dat daar niet uit kunt trekken. Mijn vraag is nu dus: wat doet u nu met het lerarenloopbaandebat? Daar is nog totaal geen resultaat van. U was daar nog volop mee bezig, en dat zou duren tot 2013. Ik vraag me af wat nu de houding van de vakbonden is als het gaat over het voeren van dat debat, en dat zonder taboes. U hebt immers altijd gezegd dat u dat debat zonder taboes wou voeren. Hoe zal dat nu verder gaan? Waar zijn nu die belangrijke, positieve maatregelen? Het optrekken van de pensioenleeftijd is immers één ding, maar wij hebben hier al heel vaak aangekondigd dat er een gigantisch lerarentekort dreigt, ook door een veel te lage instroom in de lerarenopleiding. Hoe zult u dat opvangen? Dreigt nu niet het gevaar dat u, integendeel, het lerarenberoep onaantrekkelijker maakt? Er zijn immers geen positieve maatregelen. Nu is er eigenlijk alleen het feit dat men langer moet werken.

Ik ben het volledig eens met mevrouw Vanderpoorten. Minister, u hebt wat dit betreft een bocht van 180 graden gemaakt. Vroeger, eigenlijk tot vorige week, was het discours dat u bezig was met het grote lerarenloopbaandebat, waarbij er sprake is van vijf pijlers. Een van die pijlers is de vraag hoe we beginnende leerkrachten aan het werk houden. Een andere pijler is het eindeloopbaandebat. Dat moest tegen de zomer afgerond zijn, en dan kon ook tbs mee in overweging worden genomen. Nu maakt u een bocht van 180 graden en wordt er eerst beslist en dan onderhandeld. Ik vind dat een eigenaardige manier van werken.

Ik wil nog één ballonnetje doorprikken dat u daarnet hebt opgelaten. U stelde dat de meerderheid van de leerkrachten toch op 60 jaar met pensioen zal kunnen gaan, en dat het dus allemaal niet zo erg is. U vraagt zich af waarover we spreken. Dat is echter misschien ook niet helemaal correct. Men zal een loopbaan van 40 jaar moeten hebben opgebouwd, wil men op 60 jaar nog met pensioen kunnen gaan. Voor regenten en kleuterleidsters zal dat misschien het geval zijn. Voor heel wat mensen die langer moesten studeren of die een jaartje moesten zittenblijven, mensen die geen perfect traject hebben afgelegd, zal dat niet lukken.

Minister Pascal Smet

Voorzitter, ik denk niet dat wij een bocht hebben genomen. Het loopbaandebat zal, wat ons betreft, worden voortgezet. Ik wil dat zonder taboes doen. Het gaat ook over veel meer dan alleen maar de eindeloopbaan. Men kan ook niet beweren dat we daarover de afgelopen maanden, zij het informeel, niet zouden hebben gepraat. Maar nogmaals, dat debat is er door een federale versnelling gekomen. Wij werden daarmee geconfronteerd. Het is dan ook logisch dat de Vlaamse Regering een coherente beslissing neemt. Dat doen we nu. De beslissing past in een breed verhaal. We hebben tezelfdertijd beslist dat we begeleidende maatregelen zullen nemen. De belangrijkste zijn de planlastvermindering en de versterking van het bestuurlijk vermogen van de scholen. Uit alle studies blijkt dat de gezondheid voor alle leerkrachten het belangrijkste probleem is. (Opmerkingen van mevrouw Marleen Vanderpoorten)

Mevrouw Vanderpoorten, u moet zo niet doen. U weet, beter dan wie ook, dat ik daarop als minister geen directe greep heb. Daarom hebben wij beslist dat wij uitdrukkelijker aan een opdrachthouder commissie zullen vragen om binnen de acht maanden heel concrete maatregelen uit te werken, die we met de scholen en de vakbonden op het terrein zullen toepassen.

Ik wil nogmaals zeggen dat wij bereid zijn om daarover met de vakbonden te onderhandelen. Maar ik kan maar onderhandelen over iets als er een basisbeslissing is. Dat is toch de essentie zelf? Ik ben binnen het uur na het nemen van de beslissing met de vakbonden rond de tafel gaan zitten. U moet mij eens vertellen hoe ik, zonder die beslissing in haar details bekend te maken, anders moet handelen dan op die manier.

Jos De Meyer

Minister, ik heb u toch goed begrepen? U hebt gezegd dat er voor de mensen die op 1 september van dit jaar vervroegd uitstappen, nog ruimte is om te discussiëren over de overgangsmaatregelen. Anderzijds, minister, wil ik u wel de suggestie meegeven dat er een aantal heel specifieke situaties zijn. Er zijn mensen die slechts halftijds werken of die later zijn ingestapt, en er zijn nog tal van andere heel specifieke situaties die in de komende weken en maanden zullen moeten worden bestudeerd. Dat is logisch.

Minister-president, het tbs-debat zal de komende maanden ongetwijfeld nog worden voortgezet.

Mijn punt is dat wie zegt dat er in het Vlaams budget niet structureel bespaard kan worden, liegt. Wie durft te raken aan een aantal linkse en progressieve begrotingshuisjes, kan wel degelijk wel besparen in de Vlaamse begroting.

Laat mij beginnen bij het Vlaams cultuurbeleid. Waarom kan hier niet wat in Nederland wel kan? In Nederland wordt maar liefst 200 miljoen euro bespaard op het totale cultuurbudget van 900 miljoen euro. Is een besparing van 50 tot 70 miljoen euro, wat procentueel vergelijkbaar is, op het Vlaamse cultuurbudget dan werkelijk onmogelijk? Ik denk het niet. De subsidie-industrie in de cultuursector moet, ik blijf het herhalen, aan banden worden gelegd. De subsidiejunkies in de culturele sector moeten voor hun verantwoordelijkheid worden geplaatst en besparen.

Waarom kan niet worden ingezet op het substantieel verhogen van de kostendekkingsgraad van De Lijn? Men zegt: 0,5 procent per jaar. Dat is om te lachen. De gratispolitiek moet ter discussie worden gesteld, maar ook het decreet op de basismobiliteit moet men durven heroriënteren. Is het echt nodig dat in tijden van crisis de overheid duur betaalde taxi blijft spelen met het systeem van belbussen? Kunnen er ook niet heel wat middelen worden gerecupereerd door de bijzonder talrijke zwartrijders aan te pakken? De Lijn gaat bovenop de 1 miljard euro subsidie van de Vlaamse Regering voor bijkomend 60 miljoen euro in het rood. Voor 100 euro uitgaven staan uiteindelijk 16 euro inkomsten. Dat is ongeveer het laagste van heel Europa. Dat moet anders en beter. Ik ben blij dat mijn goede vriend en ex-collega Freddy Van Gaever op de publiekstribune lijdzaam kan vaststellen dat zijn profetieën van jaren geleden allemaal realiteit zijn geworden.

Minister-president, ook in het inburgerings- en integratiebeleid kan heel wat bespaard worden. Maar ook dat is blijkbaar een taboe. In 2012 zal hieraan 55 miljoen euro worden gespendeerd. Dat is nog eens 10 procent meer dan in 2011. En dat terwijl we vaststellen dat in buurland Nederland, waar christendemocraten aan de macht zijn – misschien moet u eens over de grens kijken hoe zij het doen –, de migranten en inburgeraars ook financieel verantwoordelijk worden gesteld voor hun eigen inburgering en de belastingbetaler hiervoor niet moet opdraaien. Ook dat zou bij ons tot heel wat besparingen kunnen leiden.

Minister-president, deze begrotingswijziging is een gemiste kans. We weten allemaal dat het een zoveelste uitstel van executie is. In april 2012 volgt alweer een nieuwe wijziging. U weet dat de fantoombevoegdheden, die we vandaag niet mogen bespreken, uiteindelijk nog roet in het eten kunnen gooien en als een zwaard van Damocles boven uw zo gekoesterd begrotingsevenwicht hangen.

Ik stel bovendien vast dat u terecht het begrotingsevenwicht koestert, maar dat dit aan de andere kant van de taalgrens anders zit. Het Waalse Gewest heeft 2011 met een tekort van 328 miljoen euro afgesloten. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest heeft 2011 met een tekort van meer dan 300 miljoen euro afgesloten. Over de federale begroting heb ik het nog niet eens gehad.

U neemt hier als een notaris akte van. U blijft slikken dat Vlaanderen uiteindelijk de melkkoe van dit land en van de andere gewesten blijft. Ik denk hierbij niet enkel aan de transfers, die 12 miljard euro op jaarbasis bedragen. Het gaat ook om de tekorten die ik al heb aangehaald. Wij zijn de besten van de klas. Dit betekent echter dat wij uiteindelijk het geld moeten ophoesten dat zij niet willen investeren. (Opmerkingen van de voorzitter)

Voorzitter, ik sluit af. De conclusie van deze vervroegde begrotingscontrole en -wijziging is eenvoudig. Er zijn nauwelijks structurele besparingen. Aan de linkse hobby’s in de cultuursector, in de inburgerings- en integratiesector en in de sector van de ontwikkelingshulp wordt niet geraakt. Over de ontwikkelingshulp heb ik het nog niet gehad. Ik kom hier zeker nog op terug. Er wordt evenmin geraakt aan de openbare omroep of aan het openbaar vervoer. (Opmerkingen van de voorzitter)

Voorzitter, ik kom tot mijn slotzin. Wie moet betalen, is de gewone Vlaming die uit de echt scheidt, de leerkrachten, de ouders die op de beloofde kindpremie en schooltoelage zitten te wachten, de zieke Vlamingen die op de Vlaamse hospitalisatieverzekering wachten. Daarom zal onze fractie deze begrotingswijziging niet goedkeuren. (Applaus bij het Vlaams Belang)

Ik zou kort een punt naar voren willen brengen. Ik heb hier al verschillende malen horen beweren dat te weinig structureel wordt bespaard en dat we allerlei potjes en buffers opgebruiken. Ik wil duidelijk stellen dat dit volgens mij een basis van een goed begrotingsbeleid vormt.

Eind 2011 heeft de Vlaamse Regering een aantal reeds ontvangen facturen betaald. We wisten toen al dat 2012 een moeilijke tijd zou worden. Dit lijkt me goed beleid. We hebben het begrotingsevenwicht van 2011 hiermee niet in gevaar gebracht. Nu stellen de oppositiepartijen dat we dit niet hadden mogen doen. Dit lijkt me verkeerd. We hebben in december 2011 een pak buffers aangelegd. Daar wordt vrij honend over gedaan. We hebben die buffers immers in verschillende posten ondergebracht.

Aangezien er nu een conjunctuurdaling is, gebruiken we die buffers. Ik hoor hier nu echter dat we die buffers niet kunnen gebruiken. Ik vraag me af waarvoor buffers dan dienen. Ik begrijp niet goed waarom er nu kritiek is op het feit dat we te weinig structureel zouden besparen. We brengen onze begroting opnieuw in evenwicht. Dankzij het voorzichtig beleid van de Vlaamse Regering kunnen we ervoor zorgen dat deze inspanning zo relatief klein kan blijven.

Op die manier krijg ik dankzij minister Muyters nog wat bijkomende spreektijd. Ik heb daarnet al een aantal voorbeelden van echt structurele besparingen vermeld. Ik wil er nog eentje aanhalen. Ik had daarnet immers iets te weinig tijd om hier nog verder over uit te weiden.

Vlaanderen geeft 50 miljoen euro uit aan ontwikkelingshulp. Ik heb even een paar van die projecten opgezocht. Heeft de Vlaamse belastingbetaler in tijden van besparingen boodschap aan de subsidiëring van studies over genderseksualiteit en vaginale praktijken in Mozambique? Heeft de Vlaming die de registratierechten in het scheidingsrecht van 1 tot 2 procent ziet stijgen boodschap aan de uitgave van tienduizenden euro’s aan de opleiding van schippers die actief zijn in de binnenvaart in Vietnam, Cambodja en Laos? Heeft de belastingbetaler boodschap aan het feit dat wij windmolenparken in een of andere haven in Cambodja betalen omdat toenmalig minister Stevaert daar belangen in heeft?

Is het daarin dat we moeten investeren? Bespaar daar eens structureel op! (Applaus bij het Vlaams Belang)

50 miljoen euro belastinggeld van de Vlamingen, dat is ongeveer het bedrag dat u gaat besparen met de belastingverhoging. Bespaar daar eens op in plaats van op het eigen volk! (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

Mijnheer Dewinter, de extra tijd die u zou hebben gekregen, was helemaal niet nodig, want toen anderen u onderbroken hebben, heb ik op de klok uw tijd stilgezet. U insinueert iets, maar dat klopt niet. Ik zet voor iedereen op dezelfde manier de klok stil. Is dat duidelijk?

De heer Van Dijck heeft het woord.

Voorzitter, ik wil hier heel even iets over zeggen. Ik meen dat in onze westerse wereld de entiteiten, en ik bedoel daarmee niet alleen de Vlaamse overheid, maar ook provincies, de steden en de gemeenten, mee moeten inzetten op ontwikkelingssamenwerking. Ik vind dat ook dit Vlaams Parlement, de Vlaamse overheid, de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest in dezen een duit in het zakje moeten blijven doen. (Applaus bij de meerderheid. Opmerkingen bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Voorzitter, ministers, collega’s, bij de bespreking van de oorspronkelijke begroting 2012 vroeg Open Vld een beleid dat zich zou richten op het aanwakkeren van de groei en het herstellen van het vertrouwen, dit alles uiteraard binnen een begroting in evenwicht.

Wat het aanwakkeren van de groei betreft, vindt Open Vld het prima dat u de schade die u hebt aangericht met de kaasschaaf, herstelt in de sector van onderzoek en ontwikkeling. Het is goed dat de 60 miljoen euro aan bijkomende kredieten in deze begrotingsaanpassing niet zijn gesneuveld. We hopen, mevrouw de minister, dat deze inspanning in 2013 en in 2014 wordt voortgezet.

Investeren in innovatie, collega’s, is investeren in de belangrijkste grondstof waarover wij beschikken om in de bikkelharde economische concurrentiestrijd niet het onderspit te moeten delven.

De door u aangekondigde maatregelen, minister-president, waarbij u de investeringssubsidies meer gericht zult inzetten, horen we graag. Maar voorlopig gaat het enkel om een belofte en die moet nog worden ingelost. Wij zijn benieuwd, minister-president, of u bij de toekenning van die steun voldoende weggeraakt uit het klassieke spanningsveld van politieke wafelijzers en of uw ministers en uw adviseurs voldoende onthecht zullen zijn van hun eigen stad of van hun eigen streek. We kijken er alleszins met belangstelling naar uit.

Bij het aanwakkeren van de groei mag het gerust wat meer zijn. Het moet ook wat meer zijn. We willen niet alleen een Industrieraad – die is er ondertussen – die praat over een vernieuwd industrieel beleid, maar we willen vooral een regering die met concrete voorstellen afkomt om dat industriële weefsel te versterken. We willen niet alleen een geloofsbelijdenis horen over de kracht van onze kmo’s – een belijdenis die we trouwens wel delen –, maar we willen vooral maatregelen die het fijnmazige weefsel van zelfstandige arbeid en van Vlaamse kleine bedrijven ondersteunen.

Wat het herstellen van het vertrouwen betreft, ziet Open Vld geen, of althans onvoldoende tekenen die ons geruststellen. U drukte het nochtans bijzonder kernachtig en bijna poëtisch uit. Ik herhaal het graag en ik heb het al vaker herhaald, want het is o zo goed uitgedrukt. U zei namelijk dat een regering het onverwachte moet verwachten. Maar dat moet u dan ook effectief doen. U legt de lat trouwens heel hoog.

Voor vertrouwenswekkende maatregelen zijn er twee voorwaarden. Ten eerste moeten de problemen worden herkend en erkend, ze moeten worden benoemd. Ten tweede moeten, eens de problemen geanalyseerd en benoemd zijn, de oplossingen die u ervoor ontwikkelt, structureel zijn.

Het grootste probleem waarmee niet alleen Vlaanderen, maar alle overheden in België kampen, is uiteraard het grote overheidsbeslag. Een op drie arbeidsplaatsen worden door de overheid tot stand gebracht en meer dan de helft van het bruto binnenlands product is gegenereerd door de overheid.

Op zich zou dit een bijzonder interessante ideologische discussie kunnen zijn, of dit nu goed of slecht is. Wij zeggen dat het slecht is, maar anderen zeggen dat het goed is. Voor de beide stellingen zijn er argumenten aan te halen.

Eén ding is zeker, Vlaanderen is geen eiland en helemaal gericht op en dus afhankelijk van zijn buren. Door onze heel kleine schaal – in gedachten zijn we groot, maar in oppervlakte en qua bnp zijn we klein – zijn we heel erg kwetsbaar. Als we die realiteit onder ogen zien, is een ideologische discussie overbodig. Het overheidsbeslag moet worden teruggedrongen met 10 à 20 procent.

Uw maatregelen om de Vlaamse ambtenaren niet met 5 maar met 6 procent terug te dringen, is derhalve lovenswaardig, maar onvoldoende in het licht van de cijfers die ik u daarjuist gaf. Ik heb de cijfers van uw diensten op de website nagekeken. Daaruit blijkt, zelfs al houden we rekening met de correctie van de overgekomen federale ambtenaren in het kader van de inning van de verkeersbelasting, dat u op dit moment nog niet eens op kruissnelheid zit voor het halen van de 5 procent. Ik dring er daarom op aan om oude beloftes eerst hard te maken, alvorens u er nieuwe maakt. Ik zou ook graag aandringen op een boordtabel zodat we dit vanaf nu goed in het oog kunnen houden.

De voorzitter

Minister Bourgeois heeft het woord.

Minister Geert Bourgeois

Ik weet niet op welke cijfers u zich baseert. Ik durf in elk geval beweren dat we meer dan op kruissnelheid zitten. We spreken over ongeveer 28.000 ambtenaren. We nemen niet het totale overheidsbestand. We tellen de ziekenhuizen en openbare psychiatrische zorginstellingen niet mee. We laten Kind en Gezin buiten beschouwing, en ook de sector jongerenwelzijn. We laten continudiensten zoals De Lijn buiten schot, al moet die wel haar eigen besparingsplan uitvoeren. We laten ook de VRT buiten beschouwing, die kreeg al een zeer streng besparingsplan opgelegd en heeft al personeel moeten laten gaan.

Als we het daarover eens zijn, die 28.000 zitten binnen de ESR, dan zitten we meer dan op schema. Als we uitgaan van 5 procent in 2014, moeten we een totaal van 1447 afvloeiingen halen. Op 31 december 2011 hebben we het aantal ambtenaren verminderd met 867. Dat betekent dat we al 3 procent verminderd hebben. We zitten aan 60 procent van de doelstelling. Nu heeft de regering met deze begrotingsaanpassing beslist om de doelstelling nog op te drijven tot 6 procent. Midden 2014 moeten we 1737 eenheden minder hebben. Met de 867 die er nu al minder zijn, zitten we nog altijd aan de helft van de doelstelling. We zijn exact halverwege met deze regering.

U hebt kennis genomen van de besparingsdoelstellingen op het overheidsapparaat. Die zijn toch vrij indrukwekkend. We zitten voor op schema. Ik heb al tekst en uitleg gegeven op vraag van de heer Keulen. Het College van Ambtenaren-Generaal (CAG) heeft ons laten weten dat we voorlopen op de besparingsdoelstellingen. Bepaalde entiteiten zitten al aan die 5 procent. We brengen in de begroting 2012 20 miljoen euro in omdat we nu al voor zitten op schema. In 2010 en 2011 hebben we de loonkredieten met 4 procent verminderd en de apparaatskredieten met 7,5 procent. In 2010 tot en met 2012 hebben we de apparaatskredieten niet geïndexeerd. De consultancy- en communicatiekosten werden met 30 procent verminderd. Dit betekent dat we in 2012 recurrent een besparing doorvoeren van 307,9 miljoen euro. Met de verdere besparingen op personeel loopt dat in 2014 op tot 347,9 miljoen euro.

U kunt daar denigrerend over doen. Ik zeg u: dit is een zeer sterk cijfer, en het is zonder bloedbad aan te richten, het is zonder mensen te ontslaan, het is met behoud van de slagkracht volgens de overheid, het is met een zeer leeftijdsbewust personeelsbeleid. Ik ben er trots op dat de gemiddelde pensioenleeftijd in de Vlaamse administratie is opgelopen tot 61,6 jaar, dat in drie beleidsdomeinen de mensen met pensioen gaan op meer dan 63 jaar. We voeren twee bewegingen uit: we willen mensen langer aan het werk houden en we willen met een kleiner korps aan de slag gaan. Dit lukt ons, ondanks het feit dat dit ogenschijnlijk twee tegengestelde doelstellingen zijn. We maken dit apparaat slagkrachtiger en efficiënter.

De voorzitter

De heer Verstrepen heeft het woord.

Jurgen Verstrepen

Minister Bourgeois, ik val bijna van mijn stoel als ik bepaalde zaken hoor. Het magische woord is natuurlijk de VRT. Die ontsnapt aan de opgelegde besparingen. Er wordt gezegd dat de VRT vroeger moest besparen. Het kon ook niet anders, want alles was opgesoupeerd door wanbeheer.

Jullie cijferen toch zo graag, minister Lieten, jullie zoeken koortsachtig wat meer centen. Laten we de cijfers eens bekijken. De mensen die langer mogen werken en meer successierechten betalen, zullen blij zijn, want er komt een derde net. Ze kunnen hun ellende vergeten door te kijken naar het derde net dat in 2012 wordt opgestart. 6,4 miljoen euro aan nieuwe initiatieven in 2012. De VRT ontvangt voor 2012 een dotatie die met 8 miljoen euro per jaar stijgt. Dan zijn er nog allerhande verdoken middelen van alle ministers die nog eens 1 miljoen euro opbrengen.

Wat de VRT, een overheidsbedrijf, meer mag uitgeven in deze sombere tijden, komt neer op ongeveer 15 miljoen euro. Dat is exact evenveel als de kindpremie die er niet komt. Het is een kwestie van prioriteiten. Liever de gezinnen die rekenen op een kindpremie in de kou laten staan en aan de andere kant de champagne laten vloeien bij de openbare omroep, waar amper besparingen worden doorgevoerd. Daar wordt de kaviaar uit de koelkast geserveerd. Men zat er niet op te wachten.

De leerkrachten zullen met veel plezier kunnen kijken naar een educatief Ketnet, waarvan 78 procent in herhaling zal worden geprogrammeerd. Dat zijn niet mijn cijfers, maar die van de VRT zelf. Dat wordt hier doodleuk gezegd, terwijl Voka en het ACW iedereen opriepen om het derde kanaal te schrappen in een poging de begroting in evenwicht te krijgen. Nu blijven ze buiten schot en dan wordt hier doodleuk gezegd dat het is omdat ze in het verleden inspanningen hebben moeten leveren. U weet al te goed waarom ze in het verleden inspanningen hebben moeten leveren. Dat is omdat de kas was geplunderd door het wanbeheer van Tony Mary. Nu stellen dat de VRT dit mag blijven doen, vind ik een brug te ver.

De voorzitter

De heer Tommelein heeft het woord.

Minister Bourgeois, ik val ook bijna van mijn stoel als ik hoor dat we de VRT buiten beschouwing laten omdat er al zware besparingen zijn doorgevoerd. Het is natuurlijk heel gemakkelijk als je eerst orde op zaken moet stellen omdat het budget zwaar over de schreef gaat, en je twee jaar later wordt vrijgesteld van maatregelen die de hele bevolking treffen, maar blijkbaar niet de VRT.

De VRT is een overheidsbedrijf en ook daar zouden inspanningen moeten worden geleverd. Minister Lieten en zeker collega’s van sp.a en CD&V, opnieuw moeten jullie plat op de buik gaan. Dit is een symbooldossier geworden. Het is een besparing die had kunnen worden doorgevoerd. Je kunt zeggen dat het geen zware besparing is en dat het niet voldoende was in het totale plaatje van de 500 miljoen euro die we moeten zoeken, maar het is toch een belangrijk symbooldossier geworden. Een overheidsbedrijf dat al een dominante speler is op de markt, mag doorgaan en moet geen enkele bijkomende inspanning doen in deze crisistijden. Ik vind dit onverantwoordelijk.

Minister Geert Bourgeois

De twee sprekers slaan de bal natuurlijk volkomen mis. Ik heb het gehad over de personeelsafvloeiing en de besparingen op het personeel. Ik heb gezegd: in deze operatie van min 5 of min 6 procent blijft de VRT buiten schot omdat ze haar eigen besparingsplan heeft moeten uitvoeren. Ik heb het juiste cijfer niet bij, maar collega Lieten bevestigt dat met de herstructureringen die wij hebben opgelegd, er bij de VRT meer dan 200 mensen afvloeien sinds 2010. Die besparingsoperatie is opgelegd en ik denk dat ze hoger is dan de 5 procent die we opleggen aan ons eigen ambtenarenkorps.

Als u het hebt over het feit dat de VRT niet mee zou moeten besparen, dan kan ik u zeggen dat in de structurele besparingen 3,3 miljoen euro voor de VRT vervat zit. De kredieten op de niet-loonuitgaven worden bevroren.

U moet dus goed luisteren naar wat ik heb gezegd. De besparingen op het personeel van de VRT zijn niet begrepen in deze doelstelling omdat ze eigen, aparte en vroegere doelstellingen opgelegd kreeg die ze aan het uitvoeren is en die naar mijn aanvoelen – maar ik heb de cijfers niet bij – hoger gaan dan de 5 of 6 procent die we nu opleggen.

Jurgen Verstrepen

We slaan de bal helemaal niet mis. U gooit alles op een hoopje. Het plan van de openbare omroep wat betreft de ambtenaren en de besparingen op personeel, kwam er noodgedwongen omdat de VRT in een erg slechte positie zat. Dat was voor deze regering op zoek moest gaan naar extra centen. De VRT ontsnapt volledig. Er is een bevriezing van 3,3 miljoen euro werkingsmiddelen. Maar als je de som maakt – en ik blijf erbij –, dan moet je zeggen: wat doen we? De kindpremie of het Ketnetgedoe en de VRT met rust laten? Het gaat om hetzelfde bedrag. Je zou evengoed Vlaanderen de kindpremie kunnen hebben gegeven en de VRT gedwongen hebben om een besparing door te voeren op de budgetten die ze heeft. Ze krijgt meer dan ooit. Dat mag u eens aan de Vlaming uitleggen: hij mag met heel veel plezier naar amusement op de televisie kijken. U geeft de Vlamingen brood en spelen, u geeft de Vlamingen amusement in sombere tijden. U hebt gekozen om de VRT de budgetten te laten houden.

Minister Geert Bourgeois

Ik wil collega Lieten niet het gras voor de voeten maaien, maar u maakt er echt een amalgaam van.

De kindpremie gaat over een bedrag van 14 miljoen euro. Het net waar u het over hebt, gaat over 4 miljoen euro.

Jurgen Verstrepen

De schatting is 6 miljoen euro plus alle potjes van de andere ministers. De optelsom is dan 15 miljoen euro.

Minister Geert Bourgeois

De VRT valt onder deze besparingsronde. Ze moet 3,3 miljoen euro inleveren op haar werkingskosten.

Jurgen Verstrepen

Met alle respect, maar u moet dan ook de juiste optelsom maken. Er is 6,4 miljoen euro geschat in 2012. In de beheersovereenkomst staat nog eens 8 miljoen euro meer. Minister Lieten zwijgt. Er is 1 miljoen euro van allerlei kabinetten ter promotie van programma’s. Als u kunt rekenen, is dat 15 miljoen euro.

Waar is de N-VA met de kindpremie? Jullie hebben geplooid voor het verhaal dat de VRT dezelfde budgetten mag hebben. Dat is het verhaal en daar kunt u niet onderuit.

De voorzitter

Mevrouw Van der Borght heeft het woord.

Vera Van der Borght

Voorzitter, collega’s, ik wil me niet mengen in de keuze tussen kindpremie of derde net. Het zijn mijns inziens allebei totaal overbodige uitgaven.

Sas van Rouveroij

Zo is dat.

Ik wou nog even repliceren op wat de minister daarnet stelde. Ik maakte de vaststelling dat u niet op kruissnelheid zit als het gaat over het terugdringen van het aantal ambtenaren met 5 procent. Waar zou u vandaag moeten zijn? We zijn halfweg, u zou dus aan 2,5 procent moeten zitten. Dat is een gemakkelijk rekensommetje. Als ik uw eigen website bekijk – www.bestuurszaken.be/personeelsaantal – dan zeggen uw diensten letterlijk dat er een daling is van 1 procent in de personeelsomvang tussen juni 2009 en juni 2011. Akkoord, er ontbreken nog zes maanden, maar ik mag niet aannemen dat in die zes maanden het verschil tussen 1 procent en 2,5 procent is dicht gereden. Ik benadruk ook dat voorafgaand aan wat ik daarnet las, men ook nog stelt dat de verwerking van de 275 federale ambtenaren die op 1 januari 2011 zijn binnengekomen, hierin begrepen is. Die instroom aan federale ambtenaren is hier gecompenseerd. U moet mij eens uitleggen hoe u vandaag aan 2,5 procent zult komen.

Minister Geert Bourgeois

Collega van Rouveroij, dan is de website niet actueel. U zegt zelf dat het cijfers zijn van juni 2011.

Ik concludeer daaruit dat de website nog niet geactualiseerd is, want ik heb de cijfers van 31 december 2011. De cijfers waar u naar verwijst zijn die van juni 2011. Dat zegt u zelf. Ik heb de cijfers nu en we zitten perfect op schema. Ik zal vragen aan Bestuurszaken om de website aan te passen, want het zijn cijfers die ik van Bestuurszaken binnengekregen heb. We zijn nog maar 29 februari. Het duurt even eer alles verzameld is. Ik heb de meest recente cijfers gevraagd. We zitten nu aan 3 procent, dat is perfect op schema. We zitten zelfs met de verhoogde doelstelling van 6 procent perfect op schema. We zijn halfweg met deze regering. Het is een pad dat vooruitgaat. Je hebt natuurlijk geen resultaat vanaf dag 1, dat zou gemakkelijk zijn. We zitten perfect op schema.

Wat betreft de federale ambtenaren die overgekomen zijn, is het evident dat we die binnengekregen hebben met de belastingsdienst. Minister Muyters zegt dat hij diezelfde dienstverlening kan geven met heel wat minder mensen dankzij de informatisering, maar die mensen zijn er wel, het zijn vastbenoemden. Ook daar passen we de 5 procent op toe. U mag niet van mij of van minister Muyters vragen dat die meer dan 200 mensen op één dag allemaal verdwijnen. Ze zijn er. We hebben die overgekregen, net zoals ik in mijn Agentschap voor Binnenlands Bestuur rond de 300 mensen heb die van de federale overheid komen en die allemaal statutair zijn. Op lange termijn kunnen we daar veel efficiënter mee omgaan, maar we kunnen die mensen niet afdanken.

Minister, anno 2012 is een website een officieel communicatiemiddel. Ik heb er echt moeite mee dat u beschikt over andere cijfers. U zegt dat de website nog niet geactualiseerd is. Ik veronderstel dat als u over andere cijfers beschikt, die onmiddellijk op de website geactualiseerd worden, want daar moet de oppositie op voortgaan. Dat zijn de cijfers waar de bevolking naar kijkt. Als u wilt aantonen dat u goed op dreef bent, zorg dan dat de cijfers op de website staan.

Minister Geert Bourgeois

Maak u geen zorgen, die cijfers zijn correct, mijnheer Tommelein. De heer van Rouveroij zegt zelf dat het cijfers zijn van 2011. Ik zal vragen aan mijn administratie, die snel werk heeft gemaakt van de berekening van de actuele cijfers, om de website aan te passen.

Sas van Rouveroij

Het is een heel leesbare website, een compliment daarvoor. Ik hoop dat u gelijk hebt – we zijn daar bondgenoten in – dat u op kruissnelheid zit en dat u die 6 procent kunt halen. Maar u zegt dat u in een periode van 2 jaar 1 procent tot stand bracht, tussen 30 juni 2009 en 30 juni 2011, en dat u dan in de volgende zes maanden, tussen 1 juli 2011 en vandaag, 1,5 procent hebt gerealiseerd. Proficiat! Ik hoop dat het waar is.

Minister Geert Bourgeois

Het is een cumulatie van maatregelen. De loonkredieten zijn met 4 procent verminderd in de jaren 2010 en 2011 samen. We hebben onze bijkomende doelstelling geformuleerd. Het CAG heeft ons bij deze begrotingsaanpassing laten weten dat ze voor staan op het schema en dat ze 20 miljoen euro kunnen inbrengen bij deze begrotingsaanpassing. Anders dan bij de federale overheid hebben ze niet gezegd dat ze de helft van die winst bij zich willen houden.

Sas van Rouveroij

En krijgen we vanaf nu om de drie maanden een boordtabel, voorzitter, minister? Dan kunnen we het goed volgen. Dan zijn we niet meer afhankelijk van de website. (Opmerkingen van minister Geert Bourgeois)

Zesmaandelijks, zegt u. Dat heb ik gehoord. Dat is genoteerd, waarvoor dank.

De voorzitter

De minister zegt zesmaandelijks.

Sas van Rouveroij

Deze begrotingsaanpassing doet ook uitspraken over De Lijn, minister. In een eerste berekening dacht ik dat de stijging van de kostendekkingsgraad met 0,5 procent weinig zou wijzigen aan de tariefstructuur, maar ik wil dit standpunt bij nader inzien nuanceren. De kostendekkinggraad is de resultante van het verschil tussen uitgaven en ontvangsten. Als ik de uitdagingen zie die De Lijn zich moet getroosten om de uitgaven binnen de enveloppe terug te dringen, en ik merk de voortdurende erosie van de inkomsten door het feit dat mensen van betalende status overgaan naar niet-betalende of een minder betalende status, dan denk ik wel degelijk dat een stijging van de kostendekkingsgraad met 0,5 procent de grendel van de indexatie van de inkomsten zal doorbreken. Maar of hiermee het puin van het gratisverhaal kan worden geruimd, betwijfel ik. De opkuis is gestart, dat krediet wil ik u geven, maar het is gestart met een klein schepje.

Consequent met de resolutie over De Lijn, minister, die Open Vld samen met de meerderheid heeft geschreven en ondertekend, zullen wij u ten volle steunen bij het realiseren van het verhogen van de kostendekkingsgraad met, wat ons betreft, minstens 0,5 procent.

Collega’s, de Vlaamse begroting moet in evenwicht zijn.

De voorzitter

De heer Van Der Taelen heeft het woord.

Luckas Van Der Taelen

Leden van de regering, mijnheer van Rouveroij, ik heb het gevoel dat de kostendekkingsgraad een fetisj wordt, en ook een illustratie van het totaal gebrek aan visie van wat Vlaanderen eigenlijk met zijn openbaar vervoer wil. Elke dag horen wij op de radio hoeveel uren de mensen in de file staan. Maar toch wordt hier nauwelijks nagedacht over hoe ons openbaar vervoer in 2020 er zou moeten uitzien. Wat doen wij dan wel? Wij bevriezen de werkingsmiddelen van De Lijn. Wij snijden in de dienstverlening, zodat de mensen nog minder geneigd zullen zijn het openbaar vervoer te gebruiken. Als er steeds minder bussen voorbijrijden, zal men natuurlijk steeds minder de bus nemen, wat er uiteindelijk toe leidt dat men zal zeggen dat die buslijnen geen functie meer hebben.

Ik zou graag van de Vlaamse Regering horen hoe zij aankijkt tegen het openbaar vervoer. Ik begrijp dat de kostendekkingsgraad belangrijk is. Maar ik hoor hier nooit iets anders zeggen. Ik heb nog nooit de Vlaamse Regering horen zeggen hoe De Lijn er in 2020 moet uitzien. Bovendien verhoogt men de tarieven, wat in tegenspraak is met de regeerverklaring. Dat is een smadelijke nederlaag voor de vrienden van sp.a, die het blijkbaar belangrijker vinden om het ongenuanceerd gratisverhaal Vlaanderen hoog te houden dan eens na te denken wat het openbaar vervoer er echt zou op vooruithelpen.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Voorzitter, collega's, ik wil toch op een paar opmerkingen ingaan. In de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken zijn al grondige discussies gevoerd over de toekomst van het schitterende bedrijf dat De Lijn is. Wat is het doel van De Lijn? Dat is mensen vervoeren. Geen bussen en trams laten rijden, maar zo veel mogelijk mensen op een efficiënte wijze vervoeren. De principes daarvan zijn vrij duidelijk. De Lijn is niet geschikt voor langeafstandsvervoer. Als er treinen rijden, dan moet De Lijn ervoor zorgen dat de mensen op een efficiënte manier bij de trein geraken.

Wat het korteafstandsvervoer betreft, moeten wij ervoor zorgen dat er een fatsoenlijk aanbod is om mensen op de plaats van hun bestemming te krijgen. Maar als wij vaststellen dat bepaalde lijnen op structurele wijze worden onderbezet, dan is de belbus een alternatief. Ik weet dat er mensen zijn die de belbuis geen warm hart toedragen, maar die zorgt dan voor een zeer goede oplossing. Want de belbus zorgt voor vraagafhankelijk vervoer, die wij op het platteland zeer goed kunnen gebruiken. Als een belbus structureel onderbenut is, dan kan men overwegen om met taxi’s te werken. Dat staat zo in het regeerakkoord en ook in de beheersovereenkomst. Vandaag gebeurt dat al, op een paar plaatsen in Limburg.

Vandaag wordt De Lijn ‘vertramd’. Er is een plan gemaakt om op ‘de vertramming’ in te spelen. Want op het traject waar een tramlijn wordt aangelegd, moeten de bussen die er vroeger reden, niet meer rijden. Daar moeten wij ervoor zorgen dat de bus mensen tot bij de tram brengt. Dat gebeurt vandaag in Antwerpen. Het bedrijf moet dus voor de toekomst worden klaargemaakt. De inspanningen die daarvoor in het verleden zijn gebeurd, zijn zeer goed. Wij zullen die voortzetten. Maar wij moeten ook durven snijden op die plaatsen waar het aanbod niet aan de vraag is aangepast.

Ik ben het met de heer Van Der Taelen eens om te stellen dat een debat dat enkel over de kostendekkingsgraad gaat, een arm debat is. Hier zaten mensen te lachen met die toename met 0,5 procent. Wel, als u dat wenst, kan ik met één pennentrek de kostendekkingsgraad van De Lijn met 20 procent verhogen. Als ik gewoon de definitie van het begrip ‘de kostendekkingsgraad’ die in Brussel wordt gebruikt, overneem, dan verhoogt de kostendekkingsgraad in Vlaanderen tot ongeveer 35 procent. De Vlaamse Regering kan dat misschien wel overwegen, maar zij wil zich daar niet achter verstoppen. Onafhankelijk van de definitie die wij gebruiken, willen wij de kostendekkingsgraad met 0,5 procent doen toenemen.

Collega’s, ik wil ook wel in euro’s uitdrukken wat dat betekent voor het bedrijf. Als De Lijn de kostendekkingsgraad in de toekomst constant wil houden, dus zonder ‘speciallekes’ aan inkomsten of uitgaven, moet zij jaarlijks 13 miljoen euro besparen. Dat is een enorme inspanning. Als we de kostendekkingsgraad jaarlijks met 0,5 procent doen stijgen, betekent dat, als je dat via uitgaven zou doen, dat je jaarlijks bijna 40 miljoen euro moet besparen. Die oefening doet De Lijn dit jaar, om de eigen begroting te doen kloppen.

Mijnheer Van Der Taelen, u zegt dat dat nergens op lijkt. Dat lijkt wel ergens op. Een bedrijf dat geld krijgt van de overheid op een begroting die het indient, moet zorgen dat de begroting sluit. Als je dan achteraf zegt dat je bepaalde problemen niet zag aankomen of dat er een foutje is gemaakt, heb ik daarvoor geen begrip. Je moet als bedrijf zorgen dat je begroting sluit. We gaan nu een audit doen om te kijken hoe het komt dat die begroting niet sluitend is. We gaan dat onderzoeken, zodat die zaken in de toekomst niet meer gebeuren.

Als we die kostendekkingsgraad willen doen stijgen, en de raad van bestuur heeft dat beslist, zullen we dat in de toekomst niet opnieuw kunnen doen door 40 miljoen euro te schrappen in de uitgaven, dan moet het bedrijf op zoek gaan naar extra inkomsten. Voor hen die het allemaal niet goed verstaan: die afspraak is letterlijk gemaakt door de Vlaamse Regering. De afspraak is dat we vanaf 2013 op zoek zullen gaan naar die extra inkomsten en dat ik zelf in de komende maanden daarover een plan zal voorleggen aan mijn collega’s in de regering.

De inkomsten zijn niet louter de tarieven. De tarieven behoren daartoe. We hebben ook een afspraak gemaakt dat ik een voorstel mag doen aan mijn collega’s in de regering, waarbij ook aangepaste tarieven zitten boven de index. We moeten daarover collegiaal nog een beslissing nemen. Bij de inkomsten zitten ook reclame-inkomsten of de derdebetalersystemen her en der in Vlaamse gemeenten.

Ik heb de kans, of liever, mijn collega’s hebben mij de opdracht gegeven om een plan uit te werken in de komende maanden om ervoor te zorgen dat de inkomsten van het bedrijf vanaf 2013 gevoelig omhoog gaan. Volgens de berekeningen die nu zijn gemaakt, betekent dat jaarlijks 10 miljoen euro extra inkomsten. Zij die vandaag zeggen dat het niets is, hebben het echt fout.

Ik ben blij, mijnheer van Rouveroij, dat u de opmerking hebt gemaakt dat het een enorme opdracht is voor het bedrijf. Het is een opdracht die we aangaan, in redelijkheid en rekening houdend met de grootste opdracht voor het bedrijf. Dat is niet de kostendekkingsgraad omhoog halen, maar zo veel mogelijk mensen op een kwalitatieve wijze vervoeren in Vlaanderen. (Applaus bij de meerderheid)

Luckas Van Der Taelen

Ik pleit er natuurlijk niet voor dat een bedrijf zijn begroting niet zou moeten laten sluiten. Ik zeg dat het gevaarlijk wordt als u die begroting wilt laten sluiten door te snijden in uw aanbod. Dat is het grote principe van een openbaarvervoermaatschappij.

Ik heb in de commissie het verhaal verteld van hoe ik het trambeleid in Brussel in bepaalde wijken heb bekritiseerd. Men vermindert de frequentie van trams om kosten te besparen en schrikt dan dat er geen mensen meer in de tram zitten, omdat ze 25 minuten moeten wachten op een tram. Dat is het gevaar van uw politiek. Als u nu gaat schrappen in het aanbod ’s avonds en in het weekend, weet u dat u zo mensen de gewoonte afneemt te wachten op een bus. Dan zitten er minder mensen op die bus en ga je die afschaffen.

Uw begroting zal dan wel in evenwicht zijn, maar waar gaan we dan naartoe met het openbaar vervoer? Soms kan het belangrijk zijn om juist het openbaar vervoer aantrekkelijker te maken door de frequentie op te drijven, omdat mensen dan misschien beseffen dat het veel aangenamer is om in een bus of in de trein te zitten dan in de file te staan.

De voorzitter

Mevrouw Dillen heeft het woord.

Marijke Dillen

Minister, ik behoor niet tot zij die zeggen… Minister?

Minister Hilde Crevits

Ik probeer te multitasken, maar ik heb maar twee oren, en ik hoor opmerkingen op drie plaatsen.

Marijke Dillen

U bent nochtans een dame. Minister, ik behoor niet tot zij die zeggen dat het allemaal niets is, maar blijkbaar wel tot de categorie van hen die het allemaal niet verstaan, als het gaat over de vertramming in Antwerpen. Daarover had ik graag een vraag ter verduidelijking gesteld.

U weet, minister, dat in Antwerpen de bevolking radicaal tegen de vertramming van de stad is. Er is zeer veel tegenstand. Het is ook gewoon zinloos, gelet op het feit dat op alle tramlijnen die extra worden aangelegd, al heel veel bussen rijden. Mag ik uit wat u daarnet zei, begrijpen dat die bussen daar in de toekomst zullen worden afgeschaft? We zien op dit moment bijvoorbeeld aan de tramlijn naar Wijnegem dat er tegelijk drie verschillende buslijnen zijn. Hetzelfde geldt voor de lijn naar Boechout, en zo kan ik nog wel wat voorbeelden geven. Is dat wat u daarnet bedoelde?

De voorzitter

De heer de Kort heeft het woord.

Dirk de Kort

Mevrouw Dillen, u weet wat mijn visie is in verband met de tram vanuit Brasschaat. Ik ben wel effectief voorstander van wat nu gebeurt in Antwerpen met het plan voor vertramming dat daar voorligt. Eindelijk, zou ik zeggen, want er zijn daar trams die al meer dan 50 jaar rijden. Eindelijk wordt er nu geïnvesteerd in extra traminzet, met een vergroting van capaciteit. De stad Antwerpen kreunde altijd onder die bussen. Dit zorgt ervoor dat die bussen nu uit de stad kunnen worden weggehaald.

Tegelijk hebben we ook een gebiedsgerichte evaluatie kunnen doen, ook met een aantal gemeenten ten noorden Antwerpen. We slagen er nu ook effectief in om voor lijn 78 over te gaan tot een verdubbeling, in plaats van een vermindering van frequentie, wat nu ook gebeurt. Ik vind dat een bijzonder zinvolle operatie. Vroeger bestond er bij De Lijn maar één woord, namelijk ‘basismobiliteit’. Daarom vond ik het zeer goed wat de minister daarnet zei, namelijk dat men nu het accent op het vervoer van het aantal personen legt.

De voorzitter

Dames en heren, ik stel voor om het debat op grote lijnen te houden. Anders krijg ik straks nog vragen uit Zuid-Limburg en ik weet niet waar nog allemaal.

Marijke Dillen

Ik zal het heel kort houden, voorzitter. Ik had mijn vraag niet gesteld aan de heer de Kort, die, naar ik veronderstel, absoluut tegen de tramlijn naar Brasschaat is, want heel zijn bevolking is tegen.

Ik had graag een antwoord gekregen van de minister: ja of neen. Zo simpel was mijn vraag.

Minister Hilde Crevits

Ik wil twee aanvullende opmerkingen maken. Ik kan niet ingaan op de punctuele vragen over de exploitatie, om de eenvoudige reden dat wij een heel goed overleg hebben. Als De Lijn exploitatiewijzen wil wijzigen, gaat hij daarover in overleg met de steden, vraagt hij advies aan TreinTramBus, gaat hij in overleg met de vakbonden. Dat overleg loopt nu in heel veel steden. In de ene stad loopt dat al wat makkelijker dan in de andere.

Mevrouw Dillen, het zou goed zijn dat u het persbericht eens leest dat De Lijn gisteren heeft verstuurd. Daarin wordt nummertje per nummertje aangegeven welke bus en tram zullen rijden. De klacht van de stad Antwerpen, die ook tegenover mij al een aantal keer vertolkt is, is dat veel te veel bussen de stad in rijden. Er moet een model gemaakt worden dat wat adem geeft aan de stad. Dat is het model dat nu gemaakt wordt voor Antwerpen. Dat is innovatief. Het is een wijziging van de gewoonten. We komen daarmee tegemoet aan een uitdrukkelijke vraag van de stad, een vraag die trouwens ook in veel andere steden in Vlaanderen gesteld wordt.

De voorzitter

De heer van Rouveroij heeft het woord.

Sas van Rouveroij

Collega’s, een begroting moet in evenwicht zijn. Dat zijn we niet alleen aan onszelf verplicht, minister-president, maar vooral aan onze Vlaamse burgers en bedrijven. Maar het gaat niet zozeer om het feit dat de begroting in evenwicht is – dat is onze verdomde plicht – maar over de wijze waarop je dat evenwicht bereikt. Aan de uitgavenzijde hebben we al gezegd dat het ons niet zint dat er veel te weinig structurele hervormingen in vervat zitten. Maar ook aan de inkomstenzijde zit het helemaal fout.

Ik geef de twee belangrijkste voorbeelden. In de eerste plaats is er de maatregel tot inkorting van de aangiftetermijn in verband met de nalatenschappen. Die zou 60 miljoen euro moeten opbrengen. Zijn we daar bevoegd voor? U zult daar wel een antwoord op hebben of dat antwoord minstens in de komende maanden prospecteren.

Wij vinden het vooral jammer dat de Vlaamse Regering haar toevlucht zoekt in een eenmalige inspanning, een eenmalige opbrengst van 60 miljoen euro. Zo verschuift u de druk naar het volgende begrotingsjaar. Hopelijk beseft u dat.

De klap op de vuurpijl is de verdubbeling van de verdelingstaks. Wanneer een man en een vrouw – of in een andere combinatie – al dan niet in het kader van het huwelijk besluiten een huis te kopen, betalen ze daar in principe 10 procent registratierechten op. Wanneer de partners om een of andere reden uit elkaar gaan, wordt daar een verdelingstaks van 1 procent op geheven. Wij noemden dat – het woord is al gevallen – een ‘miserietaks’. Want scheiden doet lijden, zo zegt het spreekwoord. Dat is ook zo. U wilt die miserie dan nog eens verdubbelen.

Het gaat overigens niet over weinig, maar over veel geld. Een verdubbeling van 1 naar 2 procent lijkt weinig, maar als je het omzet naar de kostprijs van een modale woning, bijvoorbeeld 250.000 euro – in een stad vind je daar al niets modaals meer voor, je moet voor die prijs al naar de rand trekken – betekent dat dat het uit elkaar gaan van partners een extra kost met zich meebrengt van 2500 euro.

Wij betreuren dat de Vlaamse Regering zich bij het realiseren van dat evenwicht tot zo’n maatregel verlaagt. Waarom is dat in godsnaam nodig? U had die 30 miljoen euro op een andere plek, veel meer structureel, kunnen vinden, liefst aan de kant van de uitgaven.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, mijnheer Van Rouveroij, ik begrijp dat dit een verdubbeling is van 1 naar 2 procent. Dat klopt. U moet echter ook weten dat er eigenlijk een drietal categorieën zijn die hiermee zullen worden geconfronteerd.

De eerste categorie is de categorie waarvoor ik ervan uitga dat u er niet voor pleit dat die zou worden behouden, namelijk de categorie waarbij onroerende goederen worden aangekocht door een vennootschap en een natuurlijk persoon, waarbij de vennootschap 99 procent en de natuurlijk persoon 1 procent voor zijn rekening neemt, en waarbij ze nadien uit onverdeeldheid treden.

De tweede categorie en de derde categorie zijn echtscheidingen en gevallen waarbij broers en zussen in onverdeeldheid zitten bij een erfenisgebeuren en daar willen uittreden.

Wanneer u een woning aankoopt, betaalt u daar nu 10 procent registratierechten op. Die 1 procent registratierechten kan inderdaad ook een grote kost zijn, zeker in moeilijke omstandigheden. Maar u moet toch ook begrijpen dat, wanneer in een echtscheidingsprocedure de woning uit onverdeeldheid wordt genomen en één van beide partners betaalt en de andere partner de woning verwerft, de partner die de gelden ontvangt wel een andere woning moet kopen en daar 10 procent registratierechten op zal moeten betalen. Dat element moet u toch meenemen in uw redenering. Bij uit onverdeeldheid treden wordt 1 procent inderdaad verhoogd naar 2 procent, maar diegene die de woning niet verwerft en met het ontvangen geld een nieuwe woning moet kopen, zal 10 procent registratierechten moeten betalen. De andere partner verwerft de woning door het uitbetalen. In die optiek is daar ook rekening mee gehouden. We weten zeer goed hoe de gevoeligheid daarvoor ligt.

Felix Strackx

Minister-president, u vergeet hier gemakkelijkheidshalve dat men die registratierechten ook moet betalen op zijn eigen helft van het huis. Eigenlijk betaalt men dus al 2 procent op het huis dat men overneemt. Door die verdubbeling gaat dat van 2 naar 4 procent. Men zal dus 4 procent moeten betalen op het deel dat men overneemt.

Sas van Rouveroij

Zo is dat. Minister-president, u jaagt hiermee de mensen op kosten. Dat kunt u niet ontkennen. Dit gaat uiteraard over meerontvangsten, en iemand betaalt die. Dit wordt betaald in vaak trieste, moeilijke omstandigheden, niet altijd, maar vaak wel, en dat is spijtig. Het had anders gekund.

Minister-president, dames en heren van de Vlaamse Regering, deze begroting is structureel niet gezond. Laat me daar als laatste argument nog iets aan toevoegen. Ik begrijp dat u de fantoombevoegdheden op dit ogenblik nog niet provisioneert. Die lijst is nog niet helemaal voorhanden en u wilt daarover onderhandelen met de Federale Regering. Geen probleem, maar we weten met zekerheid dat er een dag komt waarop die bevoegdheden zullen worden overgedragen. We weten met zekerheid dat de zesde staatshervorming ook een reeks nieuwe bevoegdheden zal bezorgen aan deze regering. Wij vragen u maar één ding: dat u daarvoor reserves opbouwt, dat u daarvoor al een potje opzij zet zodat, wanneer het ooit zover komt, u tenminste al een startkrediet hebt om het beleid dat u op die manier tot stand zou kunnen brengen, ook te financieren.

Veel opvallender is het feit dat u voor de responsabilisering van de pensioenen niets opzij zet. Het bedrag is bekend: 54 miljoen euro. De overdracht zal er zeker komen. Waarom zet u ook ter zake niet een bescheiden bedrag opzij, als eerste aanzet? Wij kennen het antwoord: u hebt daar niet de toestemming voor.

Samengevat: de virtuele begroting 2012 is nu bijgespijkerd. Van een grondige aanpak is er geen sprake. Ik zei het al: het is wat pappen en nat houden, maar daarmee is Vlaanderen niet gediend. Hillary Clinton heeft ooit gezegd: “Never waste a good crisis.” Op een veel volksere manier heeft Johan Cruijff ooit gezegd: “Elk nadeel heb z’n voordeel.” Welnu, minister-president, het nadeel van de crisis hebt u bij dezen nog niet kunnen omzetten in een voordeel. (Applaus bij Open Vld)

Marijke Dillen

Minister-president, u hebt een toelichting gegeven in verband met die verdelingsrechten van die vennootschappen. Daar heb ik alle begrip voor. In de praktijk zijn er immers inderdaad zaken waarvan naderhand misbruik wordt gemaakt wanneer men uit elkaar gaat, ten voordele van die natuurlijke personen. Geen probleem. Als het echter specifiek gaat over partijen die uit de echt scheiden, bent u bereid, wanneer u met de concrete stukken naar het parlement komt – want dat moet ook nog gebeuren –, om na te denken over het voorzien in bepaalde nuances in die gevallen? Ik had het voorbeeld van de heer van Rouveroij ook opgeschreven en uitgerekend. Daarvoor heeft men trouwens geen rekenmachine nodig. Hij heeft het voorbeeld gegeven van een woning in Vlaanderen van 250.000 euro. Dat is absoluut geen luxewoning. Men moet heel veel moeite doen om dat nog te kunnen vinden. Voor die mensen is een verhoging van 2500 naar 5000 euro heel veel geld. Om het nog eens even in Belgische frank uit te drukken, want dan dringt het bij heel veel mensen misschien door: dat gaat over een verschil van 100.000 frank. Bent u bereid erover na te denken om ter zake toch een bepaalde nuance in te bouwen? Die mensen leven al in zeer moeilijke toestanden en worden geconfronteerd met heel veel pijn, verdriet en financiële problemen.

Minister-president Kris Peeters

Als men me wil aanzetten tot nadenken, dan is dat op zich geen probleem. Als minister Muyters en ik naar hier komen, is het debat open. Terwijl er nu 1 procent verschuldigd is, zal er 2 procent verschuldigd zijn. We zijn nog geen enkel debat uit de weg gegaan.

Mijnheer van Rouveroij, u hebt in het slot van uw betoog nogmaals verwezen naar die responsabiliseringsbijdrage voor de ambtenaren, die voor Vlaanderen 54 miljoen euro zou bedragen. Zoals ik gisteren ook al heb gezegd, gaat het over de wet van 2003. Dat is al een hele tijd. In de vorige legislatuur hebben we ter zake ook concrete voorstellen gedaan. We hebben daar ook nooit een provisie voor aangelegd. Als er een akkoord is met de andere entiteiten, zullen we dat ook verwerken in de begroting. De stelling dat we dat nu al zouden moeten doen, lijkt me echter niet volledig correct. Vroeger hebben we dat ook nooit gedaan, en nogmaals, die wet dateert van 2003.

De voorzitter

De heer Van Malderen heeft het woord.

Bart Van Malderen

Dames en heren van de regering, collega’s, na twee uren debat ben ik blij met één tussenvaststelling: dat vandaag iedereen deelneemt aan het debat. Dat is een contrast met de situatie in december, toen sommige oppositiepartijen weigerden om hier het woord te voeren of dat maar zeer beperkt deden. Ze hadden het toen over een ‘virtuele begroting’. Aan een ‘virtuele begroting’ maak je niet veel woorden vuil, was toen de stelling.

Gisteren hebben we in de commissie, waar alleen maar technische vragen werden gesteld, aan minister Muyters de vraag kunnen stellen wat nu de reële impact is van de geplande besparingen op de originele begroting. Als je de bestaande en dus al voorziene buffers die worden aangesproken aftrekt, gaat het vandaag over een besparing van 1,04 procent. Dat wil zeggen dat de originele begroting 2012 voor 99 procent juist zat. Naast het feit dat vandaag iedereen deelneemt aan het debat is dat een tweede conclusie: vooral de kritiek van de oppositie was op dat moment virtueel.

Maar, versta me niet verkeerd, het is evenzeer een illusie te denken dat je meer dan 500 miljoen euro kunt besparen zonder dat iemand dit zal voelen. Op de Vlaamse begroting zat al weinig vet en dus zullen de bijkomende ingrepen ongetwijfeld gevoeld worden. Het doet ons dan ook geen deugd dat we deze besparingen moeten doorvoeren, maar ze zijn wel noodzakelijk. Noodzakelijk, maar ook weer geen excuus om met de sloophamer te keer te gaan en alles waar Vlaanderen voor staat en alles waar Vlaanderen goed in is op de schop te nemen. De lijstjes die circuleerden en alle ballonnetjes die de afgelopen weken werden opgelaten, stonden dan ook niet in verhouding tot de opdracht.

De heer Dewinter is ondertussen alweer vertrokken, maar het enthousiasme waarmee men nieuwe besparingsvoorstellen heeft gedaan om toch maar te kunnen inhakken op alle mogelijke domeinen doet mij dan ook sterk vermoeden dat sommigen in dit huis stiekem hopen dat het morgen nog slechter zal gaan, zodat ze nog meer kunnen besparen en nog meer de mensen pijn kunnen doen. Wij willen onze verantwoordelijkheid opnemen, maar zonder vernielzucht en zonder masochisme. Onze fractie heeft hierin steeds de houding aangenomen dat de besparingen geen excuus konden zijn om ideologisch gestuurd mensen bewust te raken of de toekomst te hypothekeren.

Een heel goed voorbeeld van het blindelings inhakken op waar Vlaanderen goed in is, lijkt mij het mobiliteitsbeleid. Voor ons staat de reiziger centraal. Dat gaat over werknemers of scholieren, en over 65-plussers. Als men dat een heilig huisje noemt waar wij voor gaan liggen: het zij zo. Geen enkel probleem. De heer Reekmans, die ook al vertrokken is, noemde het belachelijk dat men de kostendekkingsgraad met 0,5 procent wil verhogen. Ondertussen zijn de camera’s vertrokken, maar ik wil hem, al is het dan via het verslag, toch meegeven dat inderdaad werd afgesproken dat de kostendekkingsgraad moet verhogen. Minister Crevits heeft daarnet de inspanning die daarvoor nodig is heel goed toegelicht. Maar ik wil mijn collega wel meegeven dat die kostendekkingsgraad as such niets zegt over de efficiëntie van De Lijn. Een internationale benchmarkstudie viel uitermate positief uit voor De Lijn. Minister Crevits heeft het ook gezegd: we moeten, bij het inschatten van die dekkingsgraad, appelen met appelen en peren met peren vergelijken. Dus is het logisch dat we de komende maanden en jaren de kostendekkingsgraad moeten doen stijgen, onder meer aan de inkomstenzijde. De tarieven vormen een soort inkomsten. Wij willen samen met de minister op zoek gaan naar alternatieven voor de stijgende tarieven.

Als de minister de ‘gratis’-categorieën wil bekijken en met de vrijkaarten voor volksvertegenwoordigers wil beginnen, zou ik zeggen ‘be my guest’.

Iedereen in dit halfrond moet eens goed nadenken over de impact op de mobiliteit van senioren, mensen met een laag inkomen en mensen met een handicap. De heer van Rouveroij heeft dit “het puin van gratis” genoemd. Het moet duidelijk zijn dat wij ons hier zorgen om maken. We kijken dan ook uit naar de voorstellen van de minister. We zullen die voorstellen hier in het Vlaams Parlement bespreken. Ik heb vandaag alvast onze bekommernissen kunnen uiten.

Er is een woord dat ik hier vandaag, in tegenstelling tot het technisch debat van gisteren, amper heb gehoord. Er wordt hier weinig of niet over de kaasschaaf gesproken.

Luckas Van Der Taelen

Mijnheer Van Malderen, ik heb een korte vraag. Wat is voor u het belangrijkste? Wilt u een ongenuanceerd gratisbeleid voor een categorie van mensen met grote inkomensverschillen of wilt u een beleid waarin, naar analogie met de regeringsverklaring, de ticketprijzen van De Lijn, met uitzondering van de indexaanpassingen, niet worden opgetrokken? Blijkbaar is het voor u belangrijker het gratisbeleid ten aanzien van de 65-plussers in stand te houden. Voor mij is het heel belangrijk dat u vandaag verklaart dat u geen problemen met de regeringsverklaring hebt of dat u de stelling laat vallen dat de ticketprijzen, met uitzondering van de indexaanpassingen, niet mogen stijgen.

Vera Van der Borght

Mijnheer Van Malderen, u weet perfect dat uw bekommernissen over de groepen die het moeilijk hebben, ook onze bekommernissen zijn. Volgens u zullen al die mensen worden gestraft. Indien de Vlaamse Regering op onze voorstellen zou ingaan en de ‘gratis’-aanpak zou weglaten, zouden ze geen gebruik van het openbaar vervoer meer kunnen maken. Dat klopt echter niet.

We vragen net aandacht voor die groepen. Om die reden willen we de ‘gratis’-aanpak over heel de lijn herbekijken. Zoals de heer Van Der Taelen terecht heeft gesteld, zijn heel wat 65-plussers bereid een steentje bij te dragen om een oplossing te vinden. Dit is zeker het geval als dit ten goede komt van de mensen die het moeilijk hebben. Daarom moeten we heel dit verhaal opnieuw bekijken.

Volgens mij zal het plan dat minister Crevits zal voorbereiden, vooral een plan moeten zijn dat naar meer evenwicht in de hele tariefstructuur streeft. Het probleem is dat heel wat mensen met een omnio-statuut 32 euro moeten betalen en gepensioneerden met een hoog pensioen niets moeten betalen. We moeten dit in de loop van de komende maanden eens in alle rust en kalmte bekijken.

Boudewijn Bouckaert

Mijnheer Van Malderen, u bent socialist of sociaaldemocraat. Ik kan er echter niet bij dat u het gratis vervoer voor senioren blijft verdedigen. U weet immers goed dat er grote inkomensverschillen tussen senioren bestaan. De rijke senioren reizen met De Lijn op kosten van de belastingbetalende arbeider die veel minder verdient. Hoe u dat met uw herverdelingsdiscours kunt rijmen, weet ik niet. Ik kan dat niet verantwoorden.

Ik wil ook vermelden dat het Vlaams Verbond voor Gepensioneerden tijdens een uitzending van Peeters & Pichal zelf heeft verklaard bereid te zijn over het gratis openbaar vervoer te discussiëren. Er kan dan in functie van de inkomenssituatie van de gepensioneerden over de invoering van aangepaste tarieven worden nagedacht.

Hoewel het natuurlijk een heel moeilijk debat is, wil ik hier toch nog een punt aan toevoegen. De bus rijdt en heeft een chauffeur. De kosten moeten worden betaald. Ik kan me nog ergens vinden in het standpunt van de oude sp.a. De sp.a vond dat we naar een warme samenleving moesten evolueren. De oudjes moesten toegang tot het sociale weefsel hebben en moesten met de bus naar de stad, naar hun familie of naar het ziekenhuis kunnen rijden.

Als we niet aan het gratis openbaar vervoer voor senioren willen raken, zouden we om te beginnen toch rekening kunnen houden met de overbezetting van bepaalde lijnen op bepaalde uren. Wanneer de schoolgaande jeugd naar de klas of de werkende mens naar zijn werk rijdt, zou De Lijn de aanpak van de NMBS kunnen overnemen. De Lijn zou kunnen beslissen de oudjes tijdens de spitsuren niet gratis gebruik van het openbaar vervoer te laten maken. Dat zou al een stap in de goede richting zijn die niemand pijn doet.

Bart Van Malderen

Het is moeilijk om op alle vragen in te gaan, want dan is mijn tijd helemaal op. (Opmerkingen van de voorzitter)

Gelukkig maar, mevrouw Van der Borght en mevrouw Brouwers, dat er rijke senioren zijn. Het probleem is de grote groep arme senioren voor wie het openbaar vervoer vandaag het enige alternatief is om zich te verplaatsen en om sociale contacten te leggen. Wat ook het middel is om die groep te bedienen, wij zullen er absoluut voor vechten. Ik meen dat dit een heel duidelijk antwoord is. (Opmerkingen van mevrouw Vera Van der Borght)

Mijnheer Van Der Taelen, ik denk dat u een valse tegenstelling maakt. U hebt een paar minuten geleden gepleit voor een duurzaam mobiliteitsmodel waarin het openbaar vervoer een prominente plaats inneemt. Weet dat als we enerzijds een stimuleringsbeleid voeren ten aanzien van doelgroepen en we erin slagen om degenen die in vervoersarmoede zitten, te emanciperen via het openbaar vervoer, want ze kunnen zich niet alleen verplaatsen, maar hebben ook sociale contacten waardoor ze hoger op de maatschappelijke ladder komen, en als we anderzijds een groep bereiken die de auto laat staan voor het openbaar vervoer, we dan ook iets doen voor duurzame mobiliteit en ecologie. Ik dacht dat u daar bijzonder in geïnteresseerd was. (Opmerkingen van de heer Luckas Van Der Taelen)

Ik zal het debat over de prijs van de tickets niet helemaal overdoen. Ik heb al gezegd dat de minister met voorstellen zal komen en dat wij gerust willen zoeken naar alternatieven om de stijging zo veel mogelijk te voorkomen via andere inkomsten. De hiërarchie is: kostendekkingsgraad omhoog, ook via inkomsten. Een deel van die inkomsten bestaat uit tickets. Dat is een heel logisch venndiagram uit de moderne wiskunde, die wij allemaal gekregen hebben.

Voorzitter, ik was aan het stellen dat ik het woord ‘kaasschaaf’ hier amper heb gehoord. Dat is ook logisch, want het zou weinig correct zijn. Het lijstje van zaken waarop vandaag niet wordt bespaard, zegt ook heel veel. 60 miljoen euro extra voor onderzoek en ontwikkeling blijft bewaard. Een groeipad van 55 miljoen euro voor personen met een handicap blijft ook bewaard. In het onderwijs wordt 30 miljoen euro extra voor capaciteit bewaard. Er is 30 miljoen euro voor het werkgelegenheidsakkoord dat wordt uitgevoerd. Aan cultuur wordt, mijnheer Dewinter – hij is blijkbaar nog altijd niet aanwezig –, inderdaad niet geraakt.

Maar er is meer, want, mijnheer van Rouveroij, de regering gebruikt deze crisis ook – ieder nadeel heb zijn voordeel – om een aantal zaken bij te sturen. De minister-president gaf daarnet heel duidelijk aan dat binnen het Hermesfonds de strategische opleidings- en innovatiesteun zal worden omgevormd in een strategische transformatiesteun. We zullen gericht investeren in ecologie en uiteraard vraagt onze fractie, net als in het verleden bij de opleidings- en investeringssteun, garanties voor de tewerkstelling en gepaste sancties bij het niet respecteren van de voorwaarden.

Het is toch wel bizar, collega, dat u in het lijstje van zaken waarop niet wordt bespaard, de VRT en het derde net vergeet te vermelden. Ik citeer een commentator deze morgen in de krant die een aantal zaken aanklaagt, onder meer de belasting op echtscheidingen. Hij zegt: “Dat er in deze besparingstijden nog geld is om een derde net voor de VRT op te richten, is het meest bizarre. Als alle overheidsdiensten in een strakker financieel keurslijf moeten werken, moeten er verdomd goede redenen zijn om uit te leggen waarom één dienst eraan ontsnapt.” Kunt u mij eens uitleggen waarom die dienst eraan ontsnapt?

Filip Watteeuw

Mijnheer Van Malderen, u vraagt, wij draaien: de kaasschaaf. Ik heb gisteren in de commissie aan de minister gevraagd of de 80 miljoen euro die vrijkomt via de bevriezing van de niet-loonkredieten plus de 10,5 miljoen euro van de besparingen op het apparaat, gelijkmatig verspreid is over de verschillende departementen, want dat is de kaasschaaf. Ik heb daar geen antwoord op gekregen. Ik ga er dus van uit dat het zo is. Dit is opnieuw het bewijs dat deze regering voor één vijfde van de inspanning geen keuzes durft te maken.

Ik herinner me bij de vorige besprekingen nog heel goed de situatie in de commissie Algemeen Beleid en Financiën. De heer Sannen stelde heel duidelijk dat de kaasschaaf haar limieten had bereikt en dus niet meer gehanteerd kon worden.

Toch wordt ze nu opnieuw gebruikt. De heer Sannen heeft dat gezegd. Meer zelfs, de minister-president heeft dat ook gezegd. Nu haalt u de kaasschaaf opnieuw over alle departementen. De bevriezing van de loonkredieten is een kaasschaafmethode. Dat zal opnieuw veel pijn doen in heel wat departementen, maar ook bij heel wat kleine organisaties.

Bart Van Malderen

Mijnheer Watteeuw, ik begrijp dat u uw stilzwijgen tijdens het initiële begrotingsdebat vandaag wilt compenseren.

Filip Watteeuw

Ik heb dat toen ook aangekaart!

Bart Van Malderen

Het klopt dat ook gekozen werd voor een besparing bij de overheid op niet-loonkredieten, mijnheer Watteeuw. (Opmerkingen van de heer Filip Watteeuw)

Het is een besparing over alle departementen heen. Ik heb het lijstje al gegeven van domeinen waaraan niet wordt geraakt: O&O, gehandicapten, onderwijs, werkgelegenheid en cultuur. Dat bewijst dat uw kaasschaaf virtueel is! (Applaus)

De heer Tommelein citeert kranten. Ik wil dat ook doen. Het gaat over de kaasschaaf: “Deze keer heeft de regering de keuzes in moeilijke departementen niet ontzien. Taboes sneuvelen, (…) De regering bespaart op uitgaven, handhaaft de dienstverlening, ontziet de economische groeisectoren, houdt haar afspraken in innovatie en gehandicaptenzorg. (...) De schampere kritiek van de oppositie, die de maatregelen hooghartig wegwuift, zegt meer over haar dan over de regering.” (Opmerkingen. Rumoer)

Als hij begint, ik heb er ook nog één. “Nu, dat er een derde VRT-net komt heeft ook iets geruststellends. Met name dat de Vlaamse regering nog altijd dik in de slappe was zit. Vooral voor Elio Di Rupo is dat goed nieuws. Hij kan gemakkelijk wat usurperende bevoegdheden – ondertussen herdoopt in fantoombevoegdheden – afstoten naar de Vlaamse regering. Die heeft zelfs geld voor iets waar enkel de VRT om vroeg.”

Filip Watteeuw

Mijnheer Van Malderen, stop met uw promopraatje over O&O. De 65 miljoen euro van 2011 was gewoon een rechtzetting van vroegere besparingen, niet meer dan dat. We hebben nu 60 miljoen euro nieuw beleid behouden. De Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI) stelt duidelijk dat als we 1 procent willen halen in 2020, en dat is al uitstel van 6 jaar van de doelstellingen van ViA, we meer dan 100 miljoen euro per jaar moeten investeren in O&O. Bijkomend! Ieder jaar opnieuw! En nu zitten we maar aan 60 miljoen euro!

Bart Van Malderen

Mijnheer Watteeuw, u moet weten wat u wilt. U zegt dat we met 60 miljoen euro komen in een jaar waarin wordt bespaard bij de begrotingscontrole. Dat is toch geen kaasschaaf! Dat is gericht investeren in onderzoek en ontwikkeling. We hebben de belofte gedaan dat we opnieuw zouden investeren in O&O zodra er opnieuw budgettaire ruimte was. We maken die belofte niet alleen waar, we doen verdomme meer! In een jaar waarin bespaard wordt, investeren we 60 miljoen euro extra in O&O! (Opmerkingen)

U vraagt naar keuzes, ik zal u keuzes geven. (Opmerkingen)

Vlaanderen gaat resoluut verder! (Opmerkingen van de heer Filip Watteeuw)

Vlaanderen gaat resoluut verder voor een groeipad in de kinderopvang. Tegen 2016 kan 50 procent van de Vlaamse kinderen terecht in de kinderopvang en tegen 2020 heeft elk kind een plaats. Idem dito voor mensen met een hoge nood in de gehandicaptensector. Tegen 2020 zitten we op schema om opvang te realiseren voor personen met een handicap. We maken keuzes. Er zijn ook moeilijke keuzes. (Opmerkingen van de heer Bart Tommelein)

Mijnheer Tommelein, er wordt ook bespaard op niet-loonkredieten bij de VRT. Ook daar worden keuzes gemaakt. (Opmerkingen van de heren Bart Tommelein en Jurgen Verstrepen)

Er zijn ook moeilijke maatregelen. Ik had de heer Dewinter ook graag geantwoord maar hij is er nog altijd niet, we doen dat niet met plezier, die 1 procent naar 2 procent brengen. Dat zijn moeilijke keuzes. De tbs-maatregel is een moeilijke maatregel. Los van 5 miljoen euro te besparen, voorkomt het dat we veel meer moeten uitgeven.

Het is daarnet al toegelicht dat dit ook een arbeidsmarktaspect heeft en dat we hopen dat het sociaal overleg dit kan hernemen, en hopelijk lukt dat ook. Vandaag wordt hier vooropgesteld dat er overgangsmaatregelen worden gepland, dat er begeleidende maatregelen worden gepland waar de privésector nondedomme nog een voorbeeld zou kunnen aan nemen.

Vera Van der Borght

Mijnheer Van Malderen, u moet zich niet zo kwaad maken en vloeken. Gisteren hebben we in de commissie Welzijn heel uitvoerig het kaderdecreet Kinderopvang besproken. U vertelt hier met veel bravoure welke plaatsen er zullen bijkomen. Alleen ontbreekt hier een niet-onbelangrijk element in het plaatje, en dat is het financiële aspect. Geen mens die vandaag weet wat dat kaderdecreet ons zal kosten. Kunt u het ons zeggen? Het is gemakkelijk te zeggen dat er zo veel plaatsen bijkomen, maar geen mens die weet hoeveel middelen daar tegenover staan.

Jurgen Verstrepen

Mijnheer Van Malderen, ik heb nog steeds niet gehoord waar de VRT zal besparen. Het enige dat u uit uw mouw probeert te schudden, is 3,3 miljoen euro werkingsmiddelen die bevriezen. Dat is niet hetzelfde als besparen. U moet me eens in correct Nederlands uitleggen welke besparingen de openbare omroep doet. U hebt het niet aangehaald in uw lijstje. U weet dat ze nog extra geld krijgt van uw minister, en nu zegt u dat ze wel bespaart. U kent dat dossier helemaal niet. Besparen we, ja of neen? Waarom ontsnapt de VRT?

Mijnheer Van Malderen, u kunt niet uitleggen waarom u voor dat derde openbare net gaat. Ik heb niets tegen de VRT. De VRT heeft een belangrijke opdracht in onze samenleving, maar op dit moment uitpakken met een overheidszender, met een derde net, dat is niet haalbaar, niet wenselijk en ook niet betaalbaar. Mijnheer Van Malderen, u mag dat eens uitleggen aan alle mensen die straks 1 procent meer registratierechten moeten betalen om een woning te kopen van een ex-echtgenoot. Ze kunnen dan samen met hun kinderen in de zetel naar Ketnet kijken dat erbij komt op het derde net. (Applaus bij LDD en het Vlaams Belang)

Filip Watteeuw

Mijnheer Van Malderen, het is niet omdat u zich kwaad maakt dat u overtuigender bent. U doet alsof u de grote keuzes maakt, maar u maakt de keuze om niet voldoende te investeren in Onderzoek en Ontwikkeling. Over alle partijgrenzen heen zeggen we dat we 1 procent nodig hebben in 2020. Daar geraken we niet, tenzij het uw bedoeling is de factuur door te verwijzen naar de volgende regering.

De middelen van het Hermesfonds worden met 20 miljoen euro verminderd. Weet u hoe men dat noemt? Dat is strategische steun voor de duurzame transitie van onze economie. Ik vind dat ook een keuze, 20 miljoen euro minder voor de duurzame transitie van de economie.

Minister Ingrid Lieten

Ik weet niet goed over wiens reactie ik het meest verontwaardigd ben, die van de heer Watteeuw of die van de heer Tommelein. Mijnheer Watteeuw, het is heel jammer dat u in de oppositie niet verder komt dan altijd maar te zeggen dat het te weinig of te veel is. Uiteraard is het een moeilijke oefening, en uiteraard wil iedereen in het parlement nog meer middelen stoppen in onderzoek en ontwikkeling, maar de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI) heeft uitdrukkelijk gezegd dat we ook moeten zorgen dat dit aan een tempo gebeurt dat de wetenschappers, de universiteiten en de bedrijven de kans geeft zich in dat groeipad te organiseren.

We houden woord over wat we doen, ook in deze moeilijke tijden. Ik zou het fijner vinden als u wat meer op de inhoud ingaat, dan altijd te zeggen dat het te weinig of te veel is. Dat is de gemakkelijkste manier van kritiek geven.

Mijnheer Tommelein, u bent een slechte verliezer. Ik weet dat u niet akkoord gaat met sommige punten van de beheersovereenkomst. We hebben daar nu al zoveel over gepraat. We hebben die discussie gevoerd in dit parlement en in de regering en er is een beheersovereenkomst voor de VRT goedgekeurd. Er is een keuze gemaakt voor het derde net. Die keuze voor het derde net is onderbouwd. We hebben gezegd dat we niet meer willen dat de programmering van Ketnet moet worden onderbroken voor actualiteitsprogramma’s. We willen dat de programmering van Canvas niet meer moet worden onderbroken. We willen dat er meer ruimte komt voor specifieke tv voor jongeren, die ook Vlaming zijn en recht hebben op cultuur, sport, nieuws en duiding. Die keuze hebben we gemaakt.

Deze Vlaamse Regering heeft al met heel veel intern verzelfstandigde agentschappen ( IVA) en extern verzelfstandigde agentschappen (EVA) beheersovereenkomsten afgesproken. Wij gaan ervan uit dat we onze engagementen houden en ons niet iedere maand moeten afvragen of we de overeenkomst gaan herbekijken.

U zegt vaak in andere debatten: pacta sunt servanda. Inderdaad. Geef de VRT de kans om aan te tonen dat ze met deze opportuniteit iets bijdraagt aan Vlaanderen en dat ze de doelstellingen die we haar opleggen, gaat realiseren.

Minister, ik ben helemaal geen slechte verliezer. Zolang ik hier zit, zal ik het inderdaad niet nalaten om aan te tonen dat het derde net een luxeprobleem is en dat het niet wenselijk was. Ik herhaal nogmaals dat u in deze crisistijden met de regering een kans hebt gemist om een fout recht te zetten. De mensen die uit de echt scheiden en hun woning moeten inkopen, hebben op dit moment aan uw verhaal geen boodschap.

Het is een overbodige luxe. Ik zal het blijven zeggen en blijven bewijzen in de komende maanden en jaren.

Bart Van Malderen

Mevrouw Van der Borgt, het decreet Kinderopvang is een kaderdecreet. Het laat toe dat het recht op kinderopvang ingeschreven is. Het zal ieder jaar opnieuw moeten worden ingevuld. Het beste signaal van de ambitie van deze ploeg om dat te doen, is dat we op het moment dat we besparen, niet besparen op kinderopvang maar integendeel het groeipad aanhouden. Dat is het beste engagement dat we kunnen nemen.

Mijnheer Watteeuw, het Hermesfonds wordt hervormd. Ik denk dat het duidelijk was dat er een heel breed draagvlak was om de strategische opleidings- en investeringssteun te hervormen. Ook uw partij was in de commissie vragende partij. Het staat niet alleen, maar maakt deel uit van een policymix. Ik ben zeer tevreden dat die strategische opleidings- en investeringssteun zal worden aangewend om een zo maximaal mogelijke transitie in onze economie te bewerkstelligen. (Opmerkingen van de heer Filip Watteeuw)

Mijnheer Watteeuw, het zou dan volstaan dat u naar de reële benutting zou kijken om te zien wat de reële impact zou zijn van dit fonds.

Deze regering heeft bewezen dat ze ook in moeilijke tijden de nodige keuzes kan maken. Ik zou mijn lijstje van daarnet kunnen herhalen: onderwijs, innovatie, energie en huisvesting, duurzame mobiliteit, werk, kinderopvang. Onze fractie kan zich daarin vinden omdat men, ongeacht welke partij bevoegd is voor welk pakket, bewust gekozen heeft voor de toekomst van de Vlamingen en niet voor politieke spelletjes – laat staan voetbaluitslagen, wat collega Dewinter die nog altijd niet aanwezig is, daarnet gezegd heeft – of voor een ideologisch aangevuurd sociaal bloedbad.

Deze besparingen zijn nodig en ik denk dat het doel bereikt is, met name een begroting in evenwicht die gerealiseerd wordt zonder dat fundamenteel aan de publieke dienstverlening of aan investeringen in de toekomst wordt geraakt. Het vraagt offers en onze fractie zal in de nabije toekomst nauwgezet opvolgen of deze principes ook bij de concrete uitvoering in concrete beleidsdaden worden gerespecteerd. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Mijnheer Van Malderen, ik heb de heer Dewinter laten opsporen. Ik vind het getuigen van elementaire beleefdheid dat men komt luisteren naar de repliek van de meerderheid wanneer men kritiek geeft op die meerderheid. We kunnen hem niet vinden.

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele

Voorzitter, minister, collega’s, het is een wederkerend fenomeen dat het grootste deel van het debat al gevoerd is nadat de eerste twee sprekers aan de beurt zijn geweest. Ik zal toch nog proberen om een bijdrage te leveren.

Vlaanderen wil nog steeds bij de top 5-regio’s in Europa behoren. Mochten we daarvoor enkel de begroting als maatstaf gebruiken, dan zou het wel eens kunnen dat we helemaal alleen aan de top staan. We hebben inderdaad een begroting in evenwicht. De regering is erin geslaagd om 560,8 miljoen euro te vinden. Hoewel het pas morgen complimentjesdag is, verdient het toch een zekere waardering van ons.

Sta me toe om bij wijze van inleiding even over het muurtje te kijken en de context na te gaan waarin wij dat realiseren door de stand van zaken in onze buurlanden en onze partnerlanden in de Europese Unie te schetsen.

In vergelijking met andere regio’s in de wereld blijft de crisis vooral in Europa heel hard huishouden. Volgens het interim forecast van de Europese Commissie dat vorige week werd vrijgegeven, bleek dat datzelfde vooruitzicht enkele maanden geleden in de herfst nog te optimistisch was. De economische parameters werden dan ook sterk naar beneden bijgesteld en de Europese cijfers geven echt een angstwekkend beeld van de uitdaging die vooral de landen van de eurozone nog voor zich hebben. Terwijl de Europese Commissie in de herfst nog uitging van een groei van 0,5 procent in de eurozone en 0,6 in de EU, is dat nu bijgesteld naar een nulgroei voor de EU en een krimp van 0,3 procent voor de volledige eurozone. België zou het nog net iets beter doen met 0,1 procent krimp.

Het zijn jammer genoeg niet alleen de Zuid-Europese landen die verder in het rood duiken. Ook onze buurlanden, waar we economisch sterk afhankelijk van zijn, krijgen samen met ons zwaar weer te verduren. Duitsland haalt nog maar een groei van 0,6 procent en Frankrijk moet het doen met 0,4 procent. Er werd daarjuist al verwezen naar de besparingsinspanningen van Nederland. Nederland krijgt een krimp voorgeschoteld van maar liefst 0,9 procent. Zoals gezegd is dat nefast voor een open economie als de Vlaamse. We delen daardoor in de klappen.

Het is duidelijk dat de budgettaire crisis die de eurolanden doormaken, een erfenis van het verleden is. Op lange termijn zal het erop aankomen dat de overheid niet langer boven haar stand leeft. De laatste decennia waren de overheidsuitgaven systematisch hoger dan de economische groei. Ook daarover is nog maar twee weken geleden een nieuw rapport verschenen. De uitgaven van de Europese landen waren jaarlijks 1,5 procent hoger dan wat de economische groei eigenlijk aankon. Onvermijdelijk moest dat leiden tot de problemen die we nu hebben.

Het is voor mij, en samen met mij vooral voor heel veel jongeren, onbegrijpelijk dat er enkele weken gelden door het Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV) en het Algemeen Christelijk Werknemersverbond (ACW) werd gepleit om niet vast te houden aan een begroting in evenwicht, maar om opnieuw, zoals in het verleden veel te veel werd gedaan, de lasten door te schuiven naar de jongere generaties. Als je vandaag kijkt naar de landen en regio’s die het financieel slecht doen, dan zie je dat het telkens gaat om die overheden waar de recepten van ACW en ABVV werden of nog steeds worden toegepast. Het is goed dat deze Vlaamse Regering daar niet voor kiest. We kunnen daarentegen wel staan achter de idee van het boeken van overschotten in goede tijden voor eventuele schuldafbouw. Het feit dat diezelfde groeperingen daar enkele jaren geleden, toen het conjunctureel goed ging, vergaten voor te pleiten, ondermijnt hun geloofwaardigheid.

Ik kom terug op de begrotingsaanpassing die we vandaag bespreken. De N-VA kan een drietal krachtlijnen onderschrijven. Eerst en vooral is dat blijven inzetten op het groeipotentieel van de Vlaamse economie. De heer Van Malderen is daar uitgebreid op ingegaan. We moeten absoluut vermijden dat de kortetermijninspanningen die worden genomen om de begroting in evenwicht te krijgen, een hypotheek leggen op ons toekomstig groeipotentieel. We zien in heel veel landen dat dat geen gemakkelijke evenwichtsoefening is, kijk maar naar Griekenland waar de slinger overduidelijk aan het overslaan is.

Besparen mag geen doel op zich zijn. We moeten kiezen voor saneringen, wat inhoudt dat we streven naar gezonde overheidsfinanciën die gesteund zijn op goed beleid dat ruimte geeft aan ondernemingen om onze welvaart te ondersteunen en aan onze maatschappij om een warme samenleving te zijn. Het belangrijkste hierbij is dat er niet wordt geraakt aan het groeipad voor onderzoek en ontwikkeling.

Mijnheer Watteeuw, daarnet is het ook al aangehaald, we moeten drie zaken goed in de gaten houden. Eerst en vooral is dat het groeipad naar 2020. Er is op dit moment een gebrek aan geld, we moeten dat eerlijk toegeven. Daar moeten we rekening mee houden. Ten tweede moet er worden gezorgd voor voldoende projecten en voldoende inhoud om dat geld aan te besteden. Ten derde – daar hebben we al van in het begin voor gepleit, en dat moeten we trouwens ook doen in economisch goede tijden – moeten we vooral goed nadenken over waar we dat geld voor gebruiken. Mijnheer Watteeuw, ik zal het straks in het Koffiehuis nog eens herhalen, want blijkbaar is het toch niet zo interessant.

Enkele onderdelen van de Vlaamse sociale bescherming, waaronder de kindpremie, worden met 1 jaar uitgesteld. Laat het duidelijk zijn dat ook de N-VA daartoe zijn bijdrage wil leveren. Dat is, in tegenstelling tot wat de ondertussen als vermist opgegeven de heer Dewinter zei, met het vaste voornemen om die draad in 2013 opnieuw op te pikken en met een eventuele afstemming op de kinderbijslag. Alle regeringspartijen hebben wel degelijk taboes laten vallen.

Een volgende punt, dat zeker voor de liberalen leuk om horen moet zijn, is dat er een minimale lastenverhoging is. De lastenverhogingen worden tot een minimum beperkt. De verdubbeling van de verdelingsrechten leveren in 2012 30 miljoen euro op. Dat is wel degelijk de enige echte lastenverhoging. Dat is in verhouding tot de totale inspanning van 550 miljoen euro, ongeveer 6 procent.

Andere overheden houden er een ander beleid op na. Deze verhoging tot 2 procent moet daarenboven worden afgezet tegen de normale registratierechten van 10 procent.

De eenmalige ingreep van de verkorting van de opgave van successierechten van vijf naar vier maanden levert 60 miljoen euro op. Het gaat niet om een belastingverhoging. De maatregel is perfect te rijmen met de modernisering van het Vlaams overheidsapparaat, dat zo veel mogelijk gebruikmaakt van informatica om een efficiënte werking uit te bouwen en zo een versnelde aangifte mogelijk maakt.

Marc Vanden Bussche

Ik begrijp niet goed waarom de invoering van de kindpremie met één jaar wordt uitgesteld. U hebt ook toegelaten dat een zeer kindonvriendelijke belasting wordt verdubbeld: een verhoging van 1 naar 2 procent van de kosten van het verdelingsrecht. In geval van een echtscheiding is het in het belang van de kinderen dat zij in het ouderlijk huis kunnen blijven wonen. Mensen in echtscheiding geraken dikwijls in financiële moeilijkheden. Zij hebben het al moeilijk om die 1 procent op te hoesten; die 2 procent zal in veel gevallen een onoverkomelijke drempel zijn. Dat is dan erg nefast voor de kinderen. Ik vraag me dan af hoe kindvriendelijke partijen het in hun hoofd halen om die verhoging te accepteren.

Matthias Diependaele

Dat is hier al aan bod gekomen, en de minister-president heeft dat al uitgelegd. Ik zou graag mijn spreektijd besteden aan andere punten. (Opmerkingen bij het Vlaams Belang)

Erik Tack

Mijnheer Diependaele, u zegt dat de afslanking van het ambtenarenkorps kan worden gecompenseerd door investeringen in informatica. U moet dan weten dat dit geld zal kosten. Ik hoor u dat evenwel niet zeggen.

Matthias Diependaele

Mijnheer Tack, de modernisering van het overheidsapparaat is al lang bezig. U vindt toch niet dat ambtenaren vandaag geen gebruik moeten maken van de mogelijkheden van elektronische aangiften? Binnen zes maanden zal de elektronische aangifte van vergunningen kunnen. Dat soort van innovaties spoort perfect met deze beslissingen. Ik zal toch op de opmerking van de heer Vanden Bussche ingaan. U weet heel goed dat het oneerlijk is om een amalgaam van de kindpremie en de verdubbeling van de verdeelpremie te maken. Men moet die maatregelen afzetten tegen het geheel van de begrotingsinspanningen. Men kan ook niet het kostendekkingspercentage afzetten tegen het derde net van de VRT. Er is een totaalpakket van beslissingen aanvaard, en de enige lastenverhoging die de Vlaamse Regering doorvoert, is de verdubbeling van de verdeelpremie. Wij kunnen dat niet ontkennen. Wij voeren wel een lastenverlaging met 6 procent door. Aan de overkant van de straat ziet het plaatje er heel anders uit.

Marc Vanden Bussche

U verlegt de discussie naar de verdubbeling van de verdeelpremie. Het gaat erom dat mensen die een huis bezitten, voor de verwerving ervan al hebben betaald. Bij een echtscheiding wil de staat nogmaals geld innen, van mensen die in de probleem zitten: dat is hebzuchtig en weinig gezinsvriendelijk.

De voorzitter

Mijnheer Vanden Bussche, ik bemoei mij niet inhoudelijk, maar uw fractieleider heeft het daarover al gehad en de minister-president heeft daar uitgebreid op geantwoord. Ik weet niet of u toen al hier aanwezig was, maar wij moeten hier niet voortdurend in herhaling vallen.

De heer Diependaele heeft het woord.

Matthias Diependaele

Ik heb het nu over de verscherpte maatregelen om een slankere maar ook slagkrachtigere overheid te realiseren. De cultuur van zuinigheid – die wij ook in de gezinnen hanteren – wordt zo in de overheid geïntroduceerd. Dat zou liberale partijen als muziek in de oren moeten klinken. U juicht die afslankingsinspanning van 5 naar 6 procent, wat goed is voor het grootste deel van die 550 of 560 miljoen euro, overigens toe. Dat toont aan dat de Vlaamse Regering de burgers zo veel mogelijk probeert te sparen en de inspanningen zo veel mogelijk – voor 94 procent – op de schouders van de overheid legt.

Het is mijn overtuiging dat de maatregelen die nu worden genomen om de overheid efficiënter te maken, een constante zorg zouden moeten zijn voor elke overheid in dit land. Niet alleen in tijden van crisis moet er doelmatig worden omgesprongen met de centen van de burgers. Ik doe een oproep om de inspanningen voor een slankere overheid, waartoe wij nu worden verplicht door de crisis, niet verloren te laten gaan in budgettair betere tijden. Die verleiding heeft in het verleden zeker gespeeld, ook met liberalen in de regering. Burgers betalen geen belastingen voor onze mooie ogen, maar om in ruil een degelijke dienstverlening te krijgen van Vlaanderen. Bij de voorbereiding stootte ik op een studie van de OESO waaruit duidelijk blijkt dat België de hoogste belastingdruk heeft, maar dat de overheid daar qua dienstverlening het minst tegenover stelt.

Naast die drie krachtlijnen wil ik het nog even hebben over de uitdoving van het tbs-systeem. Het is al ruim aan bod gekomen. Minister Smet, het is ondertussen duidelijk dat dit heel wat weerstand oproept. Maar het blijft een gegeven dat, als we onze welvaart in Vlaanderen willen behouden, iedereen, ook de leerkrachten, langer zal moeten werken. Vooral voor de jongeren is het cruciaal om nu de moed op te brengen die hervormingen door te voeren. Deze maatregel is dan ook perfect logisch en ligt in lijn van de inspanningen om bijvoorbeeld de leeftijd voor het activeren van werklozen te verhogen. Hoewel ik veel begrip heb voor de reacties die deze maatregel oproept, zouden stakingsacties volledig ongeoorloofd zijn. Wel moet u nadenken over begeleidende maatregelen, minister, zoals u al hebt aangegeven. Het is belangrijk dat leerkrachten hun werk naar behoren en met plezier kunnen volhouden.

De ministers doen zelf ook een bescheiden bijdrage door de indexaanpassing over te slaan. We kunnen maar hopen dat dit kan bijdragen tot een grondiger debat over de hervorming van ons indexsysteem.

Beste leden van de regering, we kunnen vandaag dan wel blij zijn dat we er opnieuw in geslaagd zijn om een begroting in evenwicht te hebben, maar het werk is nog niet af. Zonder twijfel staan we hier over enkele maanden opnieuw om te debatteren over de usurperende bevoegdheden en de bijdrage voor de pensioenen van de Vlaamse ambtenaren. Er zijn enkele zaken die we in dat verband goed in de gaten moeten houden, een drietal. Voor de usurperende bevoegdheden moet er een duidelijke lijst zijn, waarvoor u zelf vragende partij bent, zodat een correcte overheveling kan worden gedaan in de geest van het samenwerkingsfederalisme. Hopelijk brengt het overleg vrijdag wat meer duidelijkheid.

Het kan niet de bedoeling zijn om die usurperende of fantoombevoegdheden te misbruiken om zaken die met de staatshervorming zouden overkomen met middelen, nu over te brengen zonder dat er middelen tegenover staan. Ik ben heel blij met uw instemmend geknik, mijnheer Van Rompuy. Zodra de lijst duidelijk is, is het aan ons om uit te maken welke van die bevoegdheden verder zullen worden gezet. Domein per domein moeten we overlopen welke meerwaarde die nog hebben en hoe we die al dan niet inpassen in het Vlaamse beleid dat nu al bestaat.

Voor de pensioenbijdrage is de aloude democratische regel de leidraad: wie betaalt, bepaalt. Als Vlaamse overheid moeten wij de verantwoordelijkheid voor het pensioen van onze ambtenaren op ons nemen, maar dan moeten wij ook kunnen meepraten over hoe dat precies georganiseerd wordt.

Joris Van Hauthem

Mijnheer Diependaele, ik ben blij dat u de term ‘usurperende bevoegdheden’ nog gebruikt. Op een ogenblik dat iedereen ongeveer weet wat usurperende bevoegdheden zijn, minister-president, wordt er een nieuwe term gelanceerd, waardoor u opnieuw moet uitleggen wat het is, maar dat terzijde.

Mijnheer Diependaele, de lijst van de usurperende bevoegdheden heeft uw fractie in dit parlement en ook in de Kamer in 2008 neergelegd, bij wijze van een motie betreffende een belangenconflict. Toen heeft uw fractie opgesomd wat nu in feite geen federale bevoegdheden meer zijn, maar waaraan de federale overheid nog wel geld besteedt. Het ging over meer dan 250 miljoen euro.

Men verandert het geweer vlug van schouder. Minister-president, u hebt die term gelanceerd omdat de federale overheid bij u kwam aankloppen om te vragen of u geen tandje kon bijsteken om de globale begroting voor Europa in orde te krijgen. Toen hebt u gezegd dat de Federale Regering bijzonder veel zou kunnen besparen als ze die uitgaven niet deed. Dat was de aanleiding. Nadien is dan gezegd dat, als de federale overheid bepaalde zaken niet meer doet, we plots de middelen bij moeten krijgen. Dat is natuurlijk geen besparing voor de federale overheid. Minister-president, dat hebt u op een bepaald moment wel gezegd: het kan niet dat men bepaalde bevoegdheden die men eigenlijk al niet meer had, afstoot, zonder dat de bijhorende middelen overkomen.

Men moet het nu eens gaan weten. Ik denk, minister-president, dat u nu weer min of meer op dezelfde lijn zit als helemaal in het begin: u zegt dat de federale overheid dat niet meer moet doen, en dat wij dan wel zullen zien wat we doen.

Feit blijft dat de lijst die de federale overheid gaat opstellen, nog altijd zeer selectief is. Blijkbaar is de federale overheid nog altijd van plan om op de een of andere manier uitgaven te blijven doen in een aantal domeinen, ook al gaat het om bevoegdheden waarvoor men al lang niet meer bevoegd is. Daardoor daalt het kostenplaatje natuurlijk eventueel, ook voor de Vlaamse Regering.

Men moet eerlijk zijn. Als men aan de federale overheid zegt ‘dit zijn niet meer uw bevoegdheden, geef er dan ook geen geld aan’, dan moet men ook de volle verantwoordelijkheid voor het geheel van die bevoegdheden op zich nemen. Mijnheer Diependaele, uw fractie heeft de hele lijst al eens opgelijst. Die lijst is er dus.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, om elke onduidelijkheid uit de wereld te helpen: ik heb altijd gezegd dat wanneer bevoegdheden worden overgedragen in het kader van de zesde staatshervorming, daar ook de middelen bij moeten zijn. Voor de usurperende bevoegdheden – bevoegdheden die al tot Vlaanderen behoren – moet men daarmee stoppen. Dat hangt natuurlijk niet samen met de overdracht van middelen. Dat heb ik in het begin gezegd, en ik blijf dat zeggen. Mogelijk is daar enig misverstand rond ontstaan. Ik hoop dat dat niet aan mij ligt, want dit is altijd mijn stelling geweest.

Ik kom tot de vragen over die lijst. Er zijn natuurlijk verschillende lijsten in omloop. Recent is er zelfs nog een in de krant verschenen. Ik heb begrepen dat daar op federaal niveau geen consensus over is gevonden. Voor mij is het belangrijk dat de federale overheid duidelijk maakt waar men een aantal zaken gaat schrappen, en liever vandaag dan morgen. Ik vraag al een tijdje dat die lijst wordt opgesteld door het federale niveau en er met ons over wordt overlegd. Dat lijkt mij de evidentie zelf. Die stap wachten wij nu af. Die lijn is altijd duidelijk geweest.

Over hoeveel geld gaat het dan, mijnheer Penris? En moeten wij zelf geld op tafel leggen om dat voort te zetten? Dat is wat de heer Diependaele perfect heeft verwoord.

Matthias Diependaele

Dat lijstje van 2008 is uiteraard al achterhaald door de zesde staatshervorming, zoals de minister-president zegt. (Opmerkingen van de heer Joris Van Hauthem)

Ik kan u bijvoorbeeld al één zaak geven die erin stond: de IUAP (Interuniversitaire Attractiepolen), het wetenschapsbeleid. Dat zit ook in die zesde staatshervorming. Het kan niet zijn dat die IUAP en dergelijke overgeheveld worden zonder dat daar de middelen tegenover staan. (Opmerkingen van de heer Joris Van Hauthem)

Dan geeft u zelf al toe dat het lijstje van 2008 niet klopt, want dat is al een voorbeeld dat er ook in stond. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

De heer Vereeck heeft het woord.

Lode Vereeck

Minister-president, een vertraging van de groei doet zich voor, en dus komt er minder geld in de schatkist, 543 miljoen euro om exact te zijn. Gisteren, op de persconferentie van de Vlaamse Regering, in de commissie Financiën van het Vlaams Parlement, hebt u uitgelegd hoe u dat gat wilt dichtrijden.

Ik vond eerlijk gezegd dat u goed begonnen was, door een reeks structurele maatregelen naar voren te schuiven. Ik heb dat ook zo verkondigd in de pers en de media. Er zijn een aantal structurele maatregelen voorgesteld, en daar hebben we echt nood aan in Vlaanderen. Ik denk aan het uitdoven van tbs, het verhogen van de kostendekkingsgraad, en nog een aantal maatregelen, goed voor 59 miljoen euro. Verder is er nog het bevriezen van de werkingsmiddelen, wat ook structureel is, voor 76,8 miljoen euro.

Laat het duidelijk zijn dat er voor het uitdoofscenario van tbs in deze kamer én maatschappelijk een breed draagvlak is. De vraag is wel hoe we dit verder moeten begeleiden.

Ik ben er ook gematigd tevreden over dat die 60 miljoen euro die werd uitgetrokken voor onderzoek en ontwikkeling (O&O), niet gesneuveld is. Ik ben dus blij dat u dat nieuwe beleid overeind houdt, al is het natuurlijk zo dat we nog mijlenver verwijderd zijn van uw eigen doelstelling, namelijk de Barcelona-norm 2020. Tot zover het positieve nieuws.

Er blijven nog wel wat fundamentele kritieken overeind. Ik hoop dat u daar de komende dagen en weken toch nog enige aandacht aan wilt besteden. Wat u voorstelt, is voor mij niet voldoende. Ik ben ervan overtuigd dat Vlaanderen, deze regering, beter kan met deze begroting.

Neem nu die structurele maatregelen die ik net heb opgesomd. Principieel ben ik het daar zeker mee eens. We kunnen dat ook anders bekijken. We zouden kunnen zeggen dat het ‘slechts’ 136 miljoen euro is. Op een totale besparing van 543 miljoen euro toont dat aan dat het gaat om beperkte maatregelen. De kostendekkingsgraad bij De Lijn gaat met 0,5 procent omhoog. Ik heb goed geluisterd. Volgens mij hebben we in Vlaanderen nood aan een vergelijkende studie waarbij we dezelfde definities gebruiken. Ik heb begrepen van de minister van Mobiliteit dat onze berekening van de kostendekkingsgraad – zoals ik hem ook wetenschappelijk, economisch, bedrijfsmatig zou interpreteren – in andere landen op een andere manier gebeurt. Mijn referentiepunt is natuurlijk Nederland, met een kostendekkingsgraad van 40 procent. Mochten we daar ooit willen landen – ervan uitgaand dat het over dezelfde definities gaat – zijn we aan een tempo van 0,5 procent dus een halve eeuw bezig.

U hebt ook niet aan dat derde VRT-net willen raken. Net zoals zoveel collega’s ben ik echter van mening dat dat niet echt een dringende maatschappelijke behoefte is in deze barre tijden.

Minister, het feit dat het relatief gemakkelijk is gegaan, toont ook aan dat Vlaanderen goed in de slappe was zat. Ik wil ook een ballonnetje doorprikken. De heer Sannen zei daarnet dat het eigenlijk toch wel knap is om een begrotingsevenwicht te hebben in conjunctureel barre tijden. Fiscaal, qua inkomsten, waren het echter helemaal geen barre tijden voor de Vlaamse Regering. Tussen 2010 en 2012, zelfs met de groeivertraging van 500 miljoen euro, waren er 2,8 miljoen euro extra inkomsten.

Een andere interessante oefening is dat u, indien u het uitgavenpad van uw eigen meerjarenraming zou hebben gevolgd, nu aan uitgaven voor 25,8 miljard euro zou zitten. Nu zit u echter aan 26,9 miljard euro. Ik wil maar even aantonen dat u het financieel niet zo moeilijk hebt dan andere overheden, in dit land en daarbuiten.

U citeert de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) vaak en graag om naar normen en dergelijke te verwijzen. De SERV heeft gezegd dat we bij een slechte conjunctuur gerust in het rood mogen gaan. Ik maak zelf de berekening op basis van de cijfers van de SERV. Zij zeggen dat we met een groei van 0,1 procent tot 116 miljoen euro in min mogen gaan. De Vlaamse Regering doet dat echter niet en blijft bij de begroting in evenwicht. U citeert de SERV graag. Wel, dit heeft hij ook gezegd.

Lode Vereeck

Dat is interessant. Ik had het zelf moeten uitlokken, zodat we de discussie over die schuldnorm en begrotingsnorm eens zouden voeren. Daar zitten we trouwens al 2,5 jaar op te wachten. Dan moet u natuurlijk het hele rapport goed citeren. Indien u nu de SERV-norm zou volgen, zou u inderdaad de toestemming krijgen om een tekort te boeken van rond de 130 miljoen euro. Dan had u de afgelopen jaren echter overschotten moeten boeken. Dat hebt u natuurlijk niet gedaan. Daarenboven gaat die schuldnorm ervan uit dat u tegen 2020 moet landen op een schuld van 0. In die 130 miljoen euro zit 70 miljoen euro schuldafbouw verrekend.

Mijnheer Vereeck, u vergist zich in het feit dat we de afgelopen jaren overschotten hadden moeten boeken. In 2009 moest dat zeker niet, evenmin als in 2010. Dat had misschien gemoeten in 2011, maar dan niet zo groot als het tekort dat we dit jaar mogen en kunnen boeken.

Lode Vereeck

Minister, met 680 miljoen euro alleen al extra bij de begrotingscontrole afgelopen juni, ik wil die oefening wel eens maken. Maar goed, de SERV-norm is wat hij is, en die zal u er de komende jaren toe dwingen overschotten te boeken, om in 2020 op die nulschuld uit te komen. Dat was trouwens uw eigen doelstelling binnen het Pact 2020. Ondertussen hebt u die overboord gegooid.

Naast die 136 miljoen euro aan structurele besparingen hebt u de rest van het gat – 407 miljoen euro – eigenlijk dichtgereden met hogere belastingen, uitstel van nieuw beleid en het aanspreken van reserves. Nochtans bevinden we ons in een diepe financiële crisis. Het is al gezegd: “Never waste a good crisis.” Dit leek me het uitgelezen moment voor de Vlaamse Regering om structurele veranderingen door te voeren, structureel, wat vaak pijnlijk is, om de toekomst veilig te stellen. De kaasschaafmethode had haar grenzen bereikt, riep die hele regering. Begin januari zei minister Bourgeois nog het volgende: “Bedoeling van de regering-Peeters is om elk jaar een begroting in evenwicht te hebben. Dat hebben we tot nu toe gehaald. In 2010 en 2011 lukte ons dat met de kaasschaaf, die van elke minister eenzelfde inspanning vroeg. Het was toen een goede keuze. Het heeft serieuze bloedbaden vermeden, maar het vet is nu van de soep. En ik geef toe: dat was zonder echt grote beleidskeuzes.” Ik dacht dus: nu zullen we het krijgen. Dat tekort van 500 miljoen euro is ook een opportuniteit om eens een aantal structurele maatregelen te nemen.

Natuurlijk is gedeelde smart halve smart. Minister Smet, ik volg u in uw standpunt over tbs, maar als ik enig begrip heb voor die onderwijsvakbonden vanochtend, dan is dat eigenlijk door het feit dat de totaliteit van die 540 miljoen euro aan besparingen eigenlijk maar 136 miljoen euro aan structurele besparingen bevat. Dat is maar een klein onderdeeltje. Dan kan ik me voorstellen dat zij zich geviseerd voelen. Beeld u eens in dat we iedereen mee in het bad nemen en dat ook andere partijen duidelijk de pijn voelen. Dat idee krijg ik soms wel met deze aanpak.

Minister Geert Bourgeois

Mijnheer Vereeck, bedankt dat u mij citeert. Ik ontwaar wel enige tegenstrijdigheid in uw betoog. Eerst zei u dat u de structurele maatregelen die deze regering neemt, goed vindt. Die structurele maatregelen houden per definitie een groeipad in: dit zijn structurele ingrepen waarvan de opbrengsten zullen groeien. Dat zal zo zijn met betrekking tot tbs en de kostendekkingsgraad van De Lijn, net zozeer als met betrekking tot de slagkrachtige overheid en de efficiëntie van het ambtenarenapparaat. Ik heb de cijfers gegeven wat dat laatste betreft. Staar u dus niet blind op de opbrengsten die we nu genereren, maar kijk naar het groeipad.

Lode Vereeck

Volgens het door u uitgezette groeipad zult u volgens uw eigen begrotingsfilosofie in de toekomst altijd bij het doel van een evenwicht uitkomen. Dat zal onvoldoende zijn om de komende jaren die schuld af te bouwen.

De kern van mijn kritiek blijft nu al drie jaar dezelfde: ondanks dat evenwicht aan de oppervlakte, dat nominale evenwicht, is de Vlaamse begroting structureel ongezond. Niet alleen ik zeg dat. Dat zegt ook de adviesraad van deze regering, de SERV. Uw begroting lijkt in evenwicht. In de publieke opinie komt u daar eigenlijk nog goed mee weg, moet ik zeggen. U kunt altijd zeggen: kijk eens wat een goede begrotingsleerling we zijn. Dat evenwicht wordt echter behaald door een half miljard euro aan eenmalige maatregelen. Die maatregelen vallen volgend jaar weg, en ofwel vult u dat gat het jaar erop opnieuw door eenmalige maatregelen, ofwel neemt u dan maatregelen die u eigenlijk nu zou moeten nemen. Eenmalige maatregelen schuiven de rekening door naar 2013 en zelfs 2014, dus zelfs naar de volgende regering. Het doet me wat denken aan de tactiek van de verschroeide aarde: après nous le déluge.

Om nog even terug te komen op de uiteenzetting van de heer Van den Heuvel over de eenmalige maatregelen. Het is niet alleen dit jaar, in 2012, dat dit gebeurt. Ook vorig jaar, toen de groei nog meer dan 2 procent bedroeg, waren de eenmalige maatregelen – en dan hebben we het over KBC, Aquafin en allerlei maatregelen – in totaal goed voor 553 miljoen euro. In 2010 en 2011 hebt u voor meer dan 905 miljoen euro eenmalige maatregelen genomen. De SERV zegt precies daarvan dat dit ooit stilvalt: ooit zult u die besparing moeten doen, en u schuift die rekening eigenlijk voor u uit. Voor dit jaar, nog voor we aan de begrotingscontrole toe waren, ging het om 396 miljoen euro. Dat behelst dus opnieuw het dividend van KBC en de verkoop van gronden van Aquafin, en daar komt nu dus de versnelling van de inning van de successierechten bij, en het uitstel van de Vlaamse zekerheid.

Als u dat bij elkaar optelt, hebt u nu eenmalige maatregelen, die u in 2013 op de een of andere manier moet compenseren, voor 486 miljoen euro, dat is bijna een half miljard.

Dat is ongeveer hetzelfde bedrag als vorig jaar. Stel dat u in 2011 voor 553 miljoen euro structurele maatregelen had genomen in plaats van ‘one shots’, dan had u nu geen begrotingsprobleem gehad. Dit jaar gaat het weer om 486 miljoen euro: een echte sanering die u doorschuift naar de toekomst. De SERV en de oppositie blijven erbij dat achter die schone schijn van het evenwicht een structureel ongezonde begroting schuilt. Ik citeer de SERV: “een begroting die de Vlaamse financiën in gevaar brengt”. Op zicht lijkt alles peis en vree in begrotingsland, maar ik denk niet dat u de publieke opinie kunt blijven bedotten. Voor mij is de Vlaamse begrotingsorthodoxie een fabeltje, een droom, een pakketje schroot met een dun laagje chroom, dat erin bestaat dat u een nominaal evenwicht heeft maar dat eigenlijk een reeks van ‘one shots’ maskeert, een reeks van toekomstige saneringsproblemen verbloemt en lasten doorschuift naar de toekomst.

Voorzitter, ik heb nog vier punctuele vragen om af te sluiten. (Opmerkingen van de voorzitter)

Mijn eerste vraag gaat over de besparingen op de provisies en de reserves. Minister van Begroting, ik vind het goed dat die reserves en provisies niet volledig worden geplunderd. (Opmerkingen van de voorzitter)

Maar er is toch een risico. Eigenlijk zou u die fondsen niet mogen aanspreken want er kunnen alsnog onverwachte uitgaven opduiken. Bijvoorbeeld het fonds voor de lasten uit juridische geschillen zult u wel, voor 47 miljoen euro, volledig uitputten. Verwacht u daar dan geen stijging meer? Ook de betaalincidenties vermindert u met 20 miljoen euro. Hoe komt u aan dat bedrag? Denkt u dat er voor 20 miljoen euro minder betaalproblemen zouden zijn?

Minister-president, de strategische investerings- en opleidingssteun wordt getransformeerd in strategische transformatiesteun in strategische speerpuntsectoren van Vlaanderen. Ik vind dat dit bijzonder goed klinkt. Kunt u dit een beetje meer toelichten? Betekent dit dat vanaf nu maneges en sauna’s daarbuiten vallen?

Voor mijn collega’s van sp. a heb ik een vraag over de miserietaks. Ik lees in De Standaard, en ik laat dit voor rekening van de krant, dat het vooral uw fractie is die heeft aangedrongen op verhoging van belastingen en veel minder op besparingen. Mag ik er dan van uitgaan dat vooral u achter de verhoging van de miserietaks zit?

Minister-president, u weigert te spreken over de groeivertraging. U hebt nu een buffer voor 0,06 procent groeivertraging. Zou het niet verstandig zijn om uit te gaan van bijvoorbeeld 0,2 procent?

U zegt dat de groei in 2011 nog boven 2 procent lag. U hebt toch ook gezien dat het 1,9 procent was? Maar dat is een klein detail. Op 1,9 procent zijn de aanpassingen gebeurd.

Ik weet dat u de schuld anders ziet dan wij. Maar er is natuurlijk de voorziene terugbetaling van de KBC voor 3,5 miljard euro. Er is daarbovenop 50 procent ‘penalty fee’. Wij gaan ervan uit dat de investeringen die we doen conform Europa zijn, en dat de participaties die we nemen ook waarde en rendement hebben. Indien we die op een bepaald ogenblik zouden verkopen, zouden ze onze schuld opnieuw kunnen afbouwen. De vraag is natuurlijk of je dat in zijn volledigheid bij schuld moet meetellen. U ziet dat anders dan wij. Als je je daar op een bepaald moment van ontdoet, heeft dat ook zijn waarde.

Mijnheer Vereeck, u vraagt naar het Vlaams Fonds voor de Lastendelging (VFLD). Ik dacht dat ik gisteren in de commissie heb gezegd dat wij eind december bij alle diensten een bevraging hebben gedaan over de lopende geschillen. U weet dat er een regeling is met betrekking tot wat in het VFLD wordt gedragen en wat niet en wat daarvan het effect is. Wij hebben daarnaast bekeken hoeveel de grote zaken met zich mee zullen brengen. Wij hebben op basis daarvan een inschatting gemaakt. Ondertussen zijn een aantal zaken afgerond met een zeer gunstig gevolg voor de Vlaamse Regering: wij hebben ons gelijk gehaald. Op basis daarvan hebben wij een nieuwe inschatting.

Het fonds is nu niet leeg. We halen de extra’s waarin we hadden voorzien er bijna volledig uit, maar niet helemaal. Voor 2012 hebben we, op basis van een schatting, in extra’s bovenop de extra’s voor 2011 voorzien. Die extra’s kunnen we nu terugnemen. Het was dus op basis van een schatting, zoals we dat in het verleden ook altijd hebben gedaan.

Lode Vereeck

Voor een groot gedeelte zit er natuurlijk een waarde achter de schuldparticipaties. De participatie in KBC vertegenwoordigt een activum. De minister heeft het afgelopen jaar natuurlijk ook voor 1,7 miljard euro aan tekorten geboekt. Dit is pure schuldopbouw. Het gaat dan om de tekorten van de begrotingen van 2009 en 2010.

Die participaties lopen op tot 1 miljard euro. Uit het eerste voorlopige antwoord van minister Lieten blijkt dat er nauwelijks een meerwaarde is. Het gaat meestal om zeer risicovolle participaties. Dat zijn de investeringen in innovatieve bedrijven per definitie. Ik geef toe dat het eerste antwoord dat ik heb ontvangen zeer partieel is. De resultaten zijn echter ontgoochelend. Dit is natuurlijk de essentie van venture capital. Het kan mislopen. Ik zou er in elk geval niet op rekenen.

Ik wil toch nog een element naar voren brengen. De kern van de mijn kritiek is dat de minister de participaties in bedrijven door middel van schuldopbouw financiert. De Waalse Regering, die hier wel een voorbeeld vormt, doet dit door middel van one shots. Het gaat om zeer risicovolle investeringen. We mogen er eigenlijk van uitgaan dat het hele bedrag van 1 miljard euro verloren gaat. Daarvoor kunnen we de meevallers, zoals de dividenden van KBC, gebruiken. Indien het tegenvalt, valt het tegen. In dat geval zou de minister echter eenmalige inkomsten voor eenmalige uitgaven gebruiken.

Minister-president Kris Peeters

Ik moet nog even op de vraag over de maneges en dergelijke ingaan. We hebben de strategische investerings- en opleidingssteun in vergelijking met het verleden verstrengd. Vroeger situeerde het kantelmoment zich op het niveau van de onderneming zelf. Nu trekken we dit op naar het niveau van de Vlaamse overheid.

Wie in de toekomst nog steun zal willen krijgen, zal moeten aantonen dat zijn bedrijf binnen het Nieuw Industrieel Beleid past en mee de transformatie tot stand brengt. Het kantelmoment zit dan niet langer op het niveau van de onderneming, maar komt op het niveau van de Vlaamse overheid terecht.

We zullen dit allemaal in regelgeving omzetten. Ik kan iedereen echter verzekeren dat het niet zo eenvoudig is dit kantelmoment naar een ander niveau op te trekken. Dit zal ertoe leiden dat bepaalde zaken niet langer in aanmerking zullen komen. Ze zullen immers buiten het Nieuw Industrieel Beleid vallen.

Mijnheer Vereeck, ik voorspel dat de mensen die me hebben verweten dat ik geen keuzes maak en dat ik maneges en sauna’s heb ondersteund, me binnen enkele maanden zullen verwijten dat die instellingen niet langer voor investeringen in aanmerking komen. Dat punt komt binnen enkele maanden zeker terug aan bod. Ik hoop dat u daar niet bij zult zijn. Ik zal dat verwijt in elk geval krijgen.

Lode Vereeck

Ik heb begrepen dat maneges en sauna’s niet onder het industrieel beleid vallen.

We hebben in de krant gelezen dat de sp.a-fractie vooral op belastingverhogingen aandringt. Ik vraag me af hoe het dan zit met die miserietaks waarmee we allemaal enigszins verveeld zitten. (Opmerkingen van de voorzitter. Applaus bij LDD)

Bart Van Malderen

Ik stel voor dat de heer Vereeck me een verslag brengt waaruit blijkt dat deze fractie daarop heeft aangedrongen.

De voorzitter

De heer Watteeuw heeft het woord. (Opmerkingen)

Eric Van Rompuy

Voorzitter, ik ben benieuwd. De heer Watteeuw heeft vorige week gesteld dat 550 miljoen euro te weinig is. Volgens hem zou het best om 700 miljoen euro gaan. Ik kijk uit naar het alternatief dat hij namens de groene fractie zal voorstellen. Hij heeft alle maatregelen al afgekraakt. Ik vraag me af hoe hij de problemen wil oplossen. Aan het einde van het debat kijk ik daarnaar uit.

Filip Watteeuw

Heeft hier al ooit één parlementslid gestaan die alvorens hij ook maar één woord zei, direct een vraag kreeg, en dan nog wel van de voorzitter van de commissie Algemeen Beleid en Financiën, die tot nu toe vooral gezwegen heeft? (Rumoer)

Geachte leden van de regering, voorzitter, collega’s, ik vind het een eer en een genoegen dat ik de conclusies mag trekken uit het debat. Ik zal dat heel gewetensvol doen en ik ben ervan overtuigd dat de minister-president rekening zal houden met de conclusies die ik trek na het debat gisteren in de commissie en vandaag hier.

Ik heb drie grote conclusies. De eerste conclusie is een positieve conclusie: in Vlaanderen is de crisis voorbij. U hebt gezien dat ik even aan het praten was met de minister-president terwijl de heer Van Malderen – die nu ook al vermist is – aan het spreken was. De minister-president heeft me toevertrouwd dat hij vandaag nog, namens de Vlaamse Regering een ontwerp van decreet zal indienen ter beëindiging van de economische, sociale en ecologische crisis in Vlaanderen. Er is geen vuiltje aan de lucht.

Waarom durf ik dit te stellen? Ik dacht dat wie in een crisissituatie is aanbeland daar een structurele aanpak tegenover stelt. Een tegenvallende economische groei, een negatieve handelsbalans, de erosie van het industrieel weefsel, de klimaatproblematiek, de Europese crisis: dat is toch wel een crisissituatie? Een structurele aanpak lijkt me aangewezen. Blijvende maatregelen, maatregelen die echt op lange termijn werken, maatregelen die een blijvend effect hebben, maatregelen met inhoudelijke doelstellingen want niet alleen de cijfers zijn belangrijk, maatregelen met duidelijke inhoudelijke keuzes, dat zou ik allemaal verwachten. Ik zie dit niet.

Het is al voldoende aangetoond in dit debat dat deze regering nu gebruikmaakt van het uitputten van reserves. Bepaalde provisies worden ingeperkt, terwijl het wel eens zou kunnen dat we bepaalde provisies nog nodig zullen hebben. Er komen immers een aantal uitdagingen op ons af, want wat federaal gebeurt, impliceert dat we een aantal buffers nodig zullen hebben. Nu doen alsof we de provisies en buffers mogen wegwerken en doen alsof we op ons gemak zijn, is geen goede keuze.

Ten tweede zijn er in grote mate eenmalige maatregelen. Over successierechten is het al voldoende gegaan.

Ten derde is er de kaasschaaf. We hebben het daarover al gehad, mijnheer Sannen. De limieten zijn bereikt. Een vrij groot deel van de inspanningen komt via de kaasschaaf.

Ludo Sannen

Mijnheer Watteeuw, u hebt mij al een paar keer genoemd in verband met de kaasschaaf. Eerlijk gezegd ben ik vandaag een gelukkig man, want in deze begrotingscontrole wordt de kaasschaaf niet toegepast, maar worden er, zoals iedereen al heeft erkend, structurele maatregelen genomen en worden tezelfdertijd keuzes gemaakt. Dat is juist het tegenovergestelde van de kaasschaafmethode. (Applaus van de heer Bart Van Malderen)

Mijnheer Watteeuw, ik heb soms de indruk dat u deze namiddag afwezig was. Ik wil me aansluiten bij de heer Sannen.

Ik heb een vraag over de provisies. Wanneer mogen er dan wel provisies gebruikt worden als er geen conjunctuurbuffers gebruikt mogen worden wanneer de conjunctuur vermindert en de groei van 1,5 naar 0 procent gaat? We leggen er een conjunctuurbuffer voor aan; het lijkt me nu het moment om zo’n conjunctuurbuffer te gebruiken.

Mijn tweede vraag is: wat is uw alternatief? Ik veronderstel dat dat nu zal komen. Welke besparingen zou u doorvoeren?

Ik wil me aansluiten bij de heer Van Den Heuvel over het gebruik van de buffers. Ik heb daarnet duidelijk uitgelegd aan de heer Vereeck hoe we de inschatting hebben gemaakt inzake het Vlaams Fonds voor Lastendelging. Ik kan volledig dezelfde redenering volgen inzake de rente. De hoeveelheid die we moeten lenen en de rentevoeten maken dat we daar 27 miljoen euro extra van kunnen gebruiken. Dat en de conjunctuurbuffer die de heer Van Den Heuvel noemde, zijn allemaal buffers die we op basis van de nieuwe en juiste inschatting kunnen gebruiken.

En als we dan niets zouden overhouden, zou ik zeggen dat u misschien nog een punt hebt, maar we hebben, niettegenstaande de crisis, vandaag nog altijd 106 miljoen euro aan buffers. Er is opnieuw 16 miljoen euro voor een conjunctuurbuffer en daarbovenop zijn er nog altijd de 60 miljoen euro voor het Rekendecreet en een betaalincidentenbuffer. Ook vandaag hebben we dus nog altijd buffers.

Dus, zoals de heer Van den Heuvel zegt, we hebben buffers die we konden en mochten gebruiken, en er zijn nog altijd buffers.

Filip Watteeuw

U bent zo fier op het begrotingsevenwicht. U gaat de provisie en de buffers aanspreken. Dat kan. Buffers dienen inderdaad om te gebruiken. Maar daarmee is het probleem natuurlijk niet opgelost.

U kunt zeggen dat we het lijstje van de fantoombevoegdheden niet volledig kennen. We weten niet wat de energiebesparende maatregelen van 300 miljoen euro voor Vlaanderen zullen inhouden als ze overkomen naar de gewesten. Dat kunt u allemaal zeggen, maar de bevoegdheden komen ooit wel naar ons. Uw huidige begrotingsevenwicht zal niet meer kloppen, net zoals dat van december niet klopte. Dat weten we nu ook.

Mijnheer Van den Heuvel, u was nogal optimistisch. U spreekt nu al over de herneming van de economische groei. De indicaties daarvoor zijn nochtans minimaal. Het zou nog wel erger kunnen worden.

Matthias Diependaele

De indicaties zijn inderdaad niet zo groot. Er is al naar verwezen, het staat in de media, er zijn nieuwe prognoses van de Europese Commissie. Daar staan signalen in dat het zou gaan verbeteren. We weten allemaal hoe geloofwaardig dat is. In september waren ze ook positief, en intussen zijn ze bijgesteld. Niets zegt dat dat nu effectief zo zal zijn, maar de indicaties zijn wel degelijk beter.

Ludo Sannen

Ik hoor de heren Vereeck en van Rouveroij pleiten voor nog meer besparingen en ingrepen. Ik dacht dat de groenen – zeker op Europees niveau – altijd duidelijk stelden dat te veel besparingen de groei afremmen. Deze regering zorgt voor een evenwicht. Ze garandeert de groei en zet de tering naar de nering.

Filip Watteeuw

Mijnheer Sannen, dat heb ik helemaal niet gezegd. U weet zeer goed, als er hier één fractie vraagtekens zet bij het begrotingsevenwichtfetisjisme van sommigen, dan is het mijn fractie. Ik zeg alleen maar dat deze maatregelen eenmalig zijn. Het is een uitputting van de reserves. Ze hebben niet altijd een inhoudelijke basis.

Ludo Sannen

Die eenmaligheid zorgt er juist voor dat we wel een begroting in evenwicht hebben. Maar niet te zeer structureel ingrijpen in zaken waar we moeten blijven in investeren.

Filip Watteeuw

Mijnheer Sannen, met uw verleden zou u moeten weten dat er veel meer uitdagingen zijn dan alleen maar het begrotingsevenwicht halen. (Rumoer)

De ecologische en economische uitdagingen zijn veel groter. (Rumoer. Gelach)

Ludo Sannen

Keuzes moeten we maken! Dat doen we. Denk maar aan de strategische ombouw van onze economie.

Filip Watteeuw

Dat was dan nog maar de eerste en positieve conclusie.

Tweede conclusie is: er zijn meer begrotingscontroles nodig. Dat is goed voor de innovatie, minister Lieten. Meer begrotingscontroles betekent meer vernieuwing. Elke begrotingscontrole leidt wel tot de introductie van een of andere nieuwe methode of techniek. In onze drang naar het vervullen van eigen bevoegdheden, hebben we weer een nieuwe methode ontwikkeld, namelijk het nieuwe Vlaamse sociaaloverlegmodel.

Ik kijk naar mevrouw De Vits. Overleg verliep vroeger heel anders. Als er een overleg was, werd er een datum vastgelegd. De vakbondsleider zoals mevrouw De Vits er één was, nam haar rode jas uit de kast, ging naar de militanten en probeerde hen te overtuigen van het belang van dat overleg.

Dan gingen de verschillende partijen rond de tafel zitten. Dat ging gepaard met enig gedruis: de tv-camera’s draaiden, men ging uren en uren en soms dagenlang onderhandelen. En dan kwam de witte rook.

Nu hebben we een nieuw model, het Q-model, het model-Van Quickenborne: we beslissen eerst en overleggen daarna. Minister Smet, u kunt dan wel zeggen dat u eerst een principebeslissing nodig hebt, maar u hebt geen principebeslissing, maar een fundamentele beslissing genomen. Dat hebben ook de vakbonden door. Hugo Deckers van de socialistische vakbond zegt: “We waren bereid een loopbaandebat aan te gaan zonder taboes, en nu komt de minister met een eenzijdig dictaat.”

Dat vind ik een zware uitspraak. Een eenzijdig dictaat is geen principebeslissing. Het is een dictaat. Ik begrijp nu waarom CD&V mensen uitnodigt naar de film The Iron Lady over Margaret Thatcher, die het ook niet begrepen had op vakbonden en overleg. (Applaus bij Groen)

Eric Van Rompuy

Mijnheer Watteeuw, u hebt niet veel spreektijd meer. Wat is uw alternatief? Geef uw alternatief, al is het in drie zinnen. Ik zou het echt willen weten.

Filip Watteeuw

Mijnheer Van Rompuy, ik zal mijn spreektijd zelf wel indelen.

Eric Van Rompuy

Ik heb hier heel de namiddag nog niets bijgeleerd. Geef ons het groene alternatief. Schulden maken ja, en belastingen verhogen.

Filip Watteeuw

Dan ben ik in goed gezelschap, mijnheer Van Rompuy, u bent toch nauw verbonden met het ACW. Wat heeft het ACW gezegd? (Gelach. Applaus bij CD&V, N-VA en het Vlaams Belang)

Welke partij is zo verknocht aan het ACW?

Eric Van Rompuy

Ik ben een grote vriend van de christelijke arbeidersbeweging.

Filip Watteeuw

U wijst het ACW misschien af?

Eric Van Rompuy

Nee, ik ben Rik Torfs niet! (Gelach)

Filip Watteeuw

Neen, ik kan u inderdaad niet beschuldigen van enerzijds-anderzijds.

Mijn derde conclusie is: geld maakt lui. Ik had een investeringsstrategie verwacht. Het signaal dat we in december kregen, was niet enkel dat er geld te kort was. Er is iets fundamenteels aan de gang: erosie van het industrieel weefsel, klimaat- en milieuproblemen, onze olieafhankelijkheid, stijgende olieprijzen. Dan verwacht ik een investeringsstrategie. Mijn fractie is absoluut bereid mee te zoeken naar andere besparingen en inkomsten, maar ook naar investeringen.

Minister-president, wellicht gaat u over enkele maanden naar 20 jaar Rio, de hoogmis van het klimaatdenken, met als belangrijkste agendapunt de groene economie. Vermoedelijk zullen u en minister Schauvliege daar aanwezig zijn. Wat zal Vlaanderen zeggen dat het heeft gedaan? Middelen voor nieuw beleid worden teruggebracht van 230 naar 200 miljoen euro. Het Hermesfonds krijgt 20 miljoen euro minder. Op dat moment moeten we kijken waarin we zullen investeren. En dan komt de vraag van het ACW om te zoeken naar andere inkomsten. Dat zal op verschillende vlakken zijn en misschien meer dan nu gebeurt.

Inzake mobiliteit bouwt Vlaanderen aan een groen stedengewest en gaat het voor duurzame mobiliteit en het STOP-principe. Dat betekent dat we, los van alle discussie over de 60 miljoen euro en de kostendekkingsgraad, bijkomend moeten investeren in openbaar vervoer, in meer tramlijnen.

Ik heb het al even gehad over de energiebesparende maatregelen. Investeren in duurzaam bouwen is belangrijk voor de Vlaamse Regering, zegt men toch. Het is zeer belangrijk voor de groene economie en een heel pak kmo’s zijn ervan afhankelijk. Als de regering-Di Rupo de energiebesparingen terugschroeft, dan moet daar een antwoord op komen. Ik vind de maatregelen van de regering-Di Rupo een soort van ‘vechtfederalisme’. Aan de discussie tussen de verschillende beleidsniveaus hebben de mensen op het terrein niets. Jonge gezinnen die willen bouwen en bouwvakkers hebben er geen enkele boodschap aan. Daar moet dus een antwoord op komen, wat betekent dat we meer zullen moeten investeren.

In de vette jaren van de Vlaamse Regering, toen er met de dotaties van de federale overheid heel veel middelen waren, hebben we blijkbaar niet genoeg geïnvesteerd en niet de antwoorden geformuleerd die nodig waren. Minister-president, ministers, in die zin voldoet deze begrotingscontrole niet. Ze is inspiratieloos en niet toekomstgericht.

Ludo Sannen

Mijnheer Watteeuw, ik ben enigszins bekommerd om uw geloofwaardigheid en vandaar mijn bijkomende vraag.

U hebt gezegd dat er bijkomend moet worden geïnvesteerd. U vindt aan de andere kant dat men ook nog strenger had moeten zijn in het kader van de begroting. En u wilt met ons nadenken over andere besparingen die wel hadden kunnen gebeuren.

Graag had ik dan van u minstens één voorbeeld gehad van een andere besparing die had kunnen gebeuren. Dan ben je tenminste een beetje geloofwaardig.

Filip Watteeuw

Mijnheer Sannen, de extra investeringen in bijkomende wegen. Er staat in het investeringsprogramma voor ongeveer 180 miljoen euro aan investeringen ingeschreven.

Ik heb al een aantal keren de regionale luchthavens vermeld, die ons 12 tot 14 miljoen euro per jaar kosten. Ook daar kan geschoven of geschrapt worden.

Het is terecht dat er pogingen worden gedaan om bij de schenkings- en erfenisrechten meer inkomsten te verkrijgen. We hebben het voorstel van groene obligaties gedaan, wat meer inkomsten betekent. Op het vlak van verkeersfiscaliteit zijn er nog mogelijkheden, wat door zeer weinig fracties wordt onderschreven. Mijnheer Sannen, weet u dat de belasting op de inverkeerstelling (BIV) in Vlaanderen tot de laagste in de Europese Unie behoort? Het gemiddelde ligt in de Europese Unie dubbel zo hoog als in Vlaanderen. Er zijn dus nog mogelijkheden.

Als we van die mogelijkheden gebruikmaken, dan moet dat vanuit een ecologische basis gebeuren. Voor de wagens die ecologisch niet verantwoord zijn, moet je meer laten betalen dan voor andere.

Ludo Sannen

Mijnheer Watteeuw, ik kan u volgen wanneer u zegt dat ons belastingsysteem liefst een sturend belastingsysteem is, namelijk dat je belastingen op verkeer en mobiliteit stuurt om een bepaald gedrag af te dwingen. Het is voor mij wel nieuw dat jullie zeggen dat je niet alleen de belastingniveaus wil aanpassen maar tegelijkertijd ook de belastingen wil verhogen. Dan ga je toch een brug te ver.

Filip Watteeuw

Als je ziet dat het niveau in vergelijking met andere landen lager ligt, dan kun je dat overwegen. Niets zegt dat het bijkomende inkomsten zijn voor 10 of 20 jaar, maar het kan ook voor een aantal jaren.

Sas van Rouveroij

Mijnheer Sannen, welk gedrag wilt u bewerkstelligen door de verdubbeling van het verdelingsrecht? (Opmerkingen van de heer Lode Vereeck)

Ludo Sannen

Ik denk niet dat ik dit moet antwoorden. Ik heb duidelijk gezegd dat ik voorstander ben om belastingen zodanig in te vullen dat ze gedrag kunnen sturen.

Mijnheer van Rouveroij, successierechten betalen is inderdaad niet gedragsturend, daar ben ik het mee eens. Ook het voorbeeld dat u aanhaalt, is niet gedragsturend. Maar bijvoorbeeld de registratierechten, waar we het meeneemrecht hebben ingevoerd, waar we een verlaging hebben doorgevoerd van de registratierechten, was wel gedragsturend. Dat heb ik altijd toegejuicht.

Sas van Rouveroij

Dus betekent een verdubbeling van het verdelingsrecht, puur poenpakken.

Ludo Sannen

Dat betekent inderdaad zorgen voor meer inkomsten. Dat heeft minister-president Peeters gisteren in de commissie heel duidelijk gezegd.

De voorzitter

Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters

Voorzitter, collega’s, ik kan vrij kort zijn. Er is hier een primeur, waaruit we nog een aantal lessen kunnen trekken. Het onderscheid tussen technische vragen en politieke vragen is daar een voorbeeld van. Dit gezegd zijnde, is het voor de Vlaamse Regering een aangename ervaring om de primeur aan het parlement te geven via de commissie.

De heer Watteeuw heeft geen enkel talent om de conclusies uit dit debat te trekken. We hebben heel duidelijk aangetoond dat we in moeilijke tijden een begroting in evenwicht hebben gerealiseerd. Daar zitten structurele maatregelen in die verder moeten groeien, zoals de rivier aanzwelt naarmate ze de zee nadert. Men moet inzien dat structurele maatregelen moeten groeien. Dat is ook hier het geval.

Dat we ook eenmalige maatregelen hebben genomen, heb ik gisteren al gezegd en wil ik hier herhalen. Dat is zonneklaar. Maar we zijn ervan overtuigd dat we met deze begroting duidelijke keuzes hebben gemaakt die niet evident waren, maar waar deze Vlaamse Regering toch in geslaagd is. Ik wil daar al mijn collega’s voor danken. Ik kijk uit naar het volgende debat dat we hier ook over andere zaken kunnen hebben. (Applaus bij de meerderheid)

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De voorzitter

Moties

Door het Vlaams Belang werd tot besluit van dit actualiteitsdebat een motie ingediend. Door Groen en door Open Vld werden tot besluit van dit actualiteitsdebat moties aangekondigd. Ze moeten uiterlijk om 18.10 uur zijn ingediend.

Het parlement zal zich daar straks over uitspreken.

Het debat is gesloten.

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 
De publiekstribune is gesloten.

De commissiewerkzaamheden zullen voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. 

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.