U bent hier

De voorzitter

Algemene bespreking

Dames en heren, aan de orde zijn het ontwerp van decreet houdende wijziging van het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid en opheffing van het decreet van 20 april 2001 betreffende de mobiliteitsconvenants en het voorstel van decreet van de dames Marleen Van den Eynde, Agnes Bruyninckx-Vandenhoudt en An Michiels en de heren Pieter Huybrechts, Jan Penris en Johan Deckmyn houdende wijziging van het decreet van 20 april 2001 betreffende de mobiliteitsconvenants, die door de commissie in samenhang werden behandeld, met dien verstande dat het ontwerp van decreet als basis voor de bespreking werd genomen. Wij volgen hier dezelfde werkwijze.

De algemene bespreking is geopend.

Mevrouw Brouwers heeft het woord.

Dit ontwerp van decreet komt voor de CD&V-fractie tegemoet aan de vraag van veel gemeenten om het convenantenbeleid procedureel te vereenvoudigen en het zwaartepunt eindelijk bij de gemeenten te leggen. Het ontwerp van decreet komt ook tegemoet aan de vraag van dit parlement naar aanleiding van de commissie-Sauwens om procedures voor investeringen te versnellen.

De CD&V-fractie vindt dit ontwerp van decreet dan ook zeer belangrijk. Door minder stappen en minder commissies krijgen we een aanzienlijke vermindering van administratieve last voor de gemeenten. Ook de afstemming van de gemeentelijke mobiliteitsplanning op de beleids- en beheerscyclus van lokale besturen is een goede zaak. Zeer positief is het belang dat aan de Gemeentelijke Begeleidingscommissie (GBC) wordt gegeven. Na een consensus in deze commissie op gemeentelijk niveau hoeft een project in de toekomst niet meer naar de Regionale Mobiliteitscommissie (RMC). Dat is iets nieuws dat de vroegere Openbaarvervoercommissie (OVC) en Provinciale Auditcommissie (PAC) vervangt – om maar aan te tonen hoe ingewikkeld het vroeger was.

We waarschuwden wel voor een addertje onder het gras. De kwaliteitsadviseur – die werd vroeger auditor genoemd – kan elk dossier zonder enige motivering toch verwijzen naar de RMC. Er wordt dus een grote verantwoordelijkheid bij de kwaliteitsadviseurs gelegd. Wij willen erop vertrouwen dat op een professionele manier zal worden omgegaan met de bevoegdheid die ze krijgen.

Wij vragen toch dat er tijdig een evaluatie gebeurt van de rol van deze kwaliteitsadviseurs door na een jaar of twee na te gaan hoeveel procent van de dossiers door hen wordt doorverwezen, welke omvang die dossiers hebben, welke gemeenten betrokken zijn, en of er grote verschillen zijn in de aanpak per provincie.

Vanuit de CD&V-fractie steunen wij ook volop de mogelijkheid die wordt gecreëerd om een intergemeentelijke GBC op te richten. Mobiliteit stopt immers niet aan de gemeentegrenzen.

Belangrijk zijn ook de uitvoeringsbesluiten waar we op wachten. De werking met modules zal daarin namelijk helemaal worden herzien. Ook hier is nog een sterke vereenvoudiging mogelijk. De administratieve last kan verder verminderd worden en de versnelling kan zich doorzetten door bijvoorbeeld ook strikte termijnen te hanteren. Wij vragen om op te letten dat het uitvoeringsbesluit de zaak zeker weer niet ingewikkelder maakt.

De voorzitter

Mevrouw Van den Eynde heeft het woord.

Marleen Van den Eynde

Voorzitter, minister, collega’s, beste gemeenteraadsleden en ook beste gemeentebestuursleden, misschien gebruik ik wel een ongewone aanspreektitel in dit halfrond, maar ik spreek velen van u vandaag zo aan, omdat dit voorliggende ontwerp van decreet een grote impact zal hebben op het mobiliteitsbeleid van alle gemeenten in Vlaanderen. De planlast om te komen tot een gemeentelijk mobiliteitsplan, was zeer groot. Zoals velen onder u weten, wordt het gemeentelijk mobiliteitsbeleid tot op heden gestuurd door een mobiliteitsconvenant met de bijbehorende modules. Voor elk onderwerp, gaande van de aanleg van een fietspad langsheen een gewestweg, tot verlichting langsheen een fietspad, was er wel een module beschikbaar.

Minister, met dit ontwerp van decreet zal er een hervorming van twee decreten worden doorgevoerd. U wilt met deze hervorming alvast streven naar planlastvermindering, en dat is uiteraard een zeer positief gegeven. U zult de gemeentebesturen in hun gemeentelijk mobiliteitsbeleid meer verantwoordelijkheid, inspraak en beslissingsrecht geven waardoor de besluitvorming niet langer boven de hoofden van de lokale besturen gevoerd zal worden, maar wel door een hervormde Gemeentelijke Begeleidingscommissie.

Het Vlaams Belang vindt dit een belangrijke stap vooruit. Al te vaak horen we klachten dat het lokale mobiliteitsbeleid al te veel vanuit de ivoren toren of vanuit ‘Brussel’ wordt gevoerd. Ook provincies zullen niet langer boven de hoofden van de gemeentebesturen beslissen, maar al deze organen zullen dus voortaan in één Gemeentelijke Begeleidingscommissie worden betrokken. Hiermee, collega’s, wordt gemeentelijke mobiliteitsplanning gebracht naar waar het hoort, en dat is in elke betrokken gemeente zelf.

Minister, het convenantenbeleid, of met andere woorden de modules zoals we ze noemen, zullen ook worden hervormd. Hoe dit allemaal zal gebeuren, blijft nog een open vraag. Tot op heden was elke investering ondergebracht in een module. Zo ging module 6 over het onderhouden van fietspaden langsheen gewestwegen, of module 13 over de aanleg of verbetering van fietspaden langsheen gewestwegen. De bedoeling zou dus zijn om via de uitvoeringsbesluiten een vernieuwde samenstelling te realiseren. Uiteraard kunnen wij ermee akkoord gaan dat bijvoorbeeld het fietsbeleid meer één geheel wordt dan louter een module 2, 11, 12 en 13. Een grondige bijsturing van dit modulebeleid is volgens ons absoluut noodzakelijk om meer projecten op een succesvolle manier te kunnen uitvoeren. We kennen de problemen rond vastgelegde kredieten die niet kunnen worden aangewend omdat het dossier niet klaar is, maar we kennen ook problemen zoals deze in module 5 waarbij wij reeds jaren vragende partij zijn om een aanpassing door te voeren aan het subsidiesysteem voor de geluidsschermen.

Collega’s, zo kom ik bij het voorstel van decreet dat wij hebben ingediend. Na verschillende vragen, discussies over de herziening van modules en ook nog een resolutie van de meerderheid in 2006 – jawel minister, zes jaar geleden – werd ook door de toenmalige meerderheid een herziening van module 5 gevraagd. Wat is er concreet gewijzigd aan module 5 op die zes jaar, minister? Niks, helemaal niks!

Collega’s, ik vind het bijzonder triestig, want iedereen, van meerderheid tot oppositie, is het erover eens dat de financiering van geluidsschermen absoluut moet worden herzien. De laatste jaren bleek, en de volgende jaren zal nog meer blijken dat veel gemeenten niet kapitaalkrachtig genoeg zijn om zulke grote financiële kosten te dragen, kosten die eigenlijk niet eens een verantwoordelijkheid zijn van de gemeenten.

Het Vlaams Belang heeft de koe bij de hoorns gevat, collega’s, omdat wij deze problematiek, met name de negatieve gevolgen van verkeerslawaai, niet loslaten. Verkeerslawaai wordt door de Vlaming als één van de grootste hinderbronnen beschouwd; vele gezondheidsproblemen worden door deze vorm van lawaaihinder veroorzaakt. En daarom vonden wij het onze plicht om via een voorstel van decreet de Vlaamse Regering en ook u, collega’s, wakker te houden om dit financieringsbeleid van de geluidsschermen aan te pakken.

Wij beseffen ook dat wanneer straks over dit ontwerp van decreet houdende wijziging van het decreet betreffende het mobiliteitsbeleid en de opheffing van het decreet betreffende mobiliteitsconvenants gestemd zal worden, ons voorstel van decreet, dat net het financieringsbeleid van de geluidsschermen wil bijsturen, zonder voorwerp zal zijn. Daarom hebben wij een amendement voorbereid op het voorliggende ontwerp van decreet, meer bepaald op artikel 35 in het hoofdstuk II ‘Samenwerkingsovereenkomst’. Dit hoofdstuk regelt de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst. Ons amendement houdt dus een toevoeging in aan artikel 35 van dit decreet, namelijk: “De samenwerkingsovereenkomst kan geen verbintenissen inhouden die kosten voortvloeiende uit gewesttaken ten laste legt van de lokale besturen.”

Ik denk dat deze bepaling duidelijk omschrijft dat de financiële last voor de aanleg van een geluidsscherm niet langer naar de lokale besturen kan worden doorgeschoven, maar een volle verantwoordelijkheid is van het Vlaamse Gewest.

Wij hopen alvast dat we met dit amendement een aanzet gegeven hebben om daadwerkelijk de financiering van de geluidsschermen te herzien zodat Vlaanderen op een correcte en eerlijke manier geluidsschermen kan aanleggen waar de noodzaak het hoogst is, en niet waar de gemeente het meest kapitaalkrachtig is. (Applaus bij het Vlaams Belang)

De voorzitter

De heer Keulen heeft het woord.

Voorzitter, ik wil het heel kort hebben over dit ontwerp van decreet over de mobiliteitsconvenants. We hebben het in de commissie voluit gesteund. Het is een goed ontwerp van decreet. Het komt neer op administratieve vereenvoudiging, vooral vanuit het oogpunt van de gemeente – wie kan daar tegen zijn? –, meer autonomie voor de gemeente, versnelde procedures en het oplossen van een aantal niet decretaal onderbouwde zaken. Bovendien laat het toe aan de gemeenten om over de gemeentegrenzen heen, intergemeentelijk een mobiliteitsplan op te zetten, maar men kiest er vrij voor om dit al dan niet te doen.

Om die redenen hebben wij vanuit Open Vld dit ontwerp van decreet gesteund alsook de daarbijhorende amendementen. Dat wordt niet meteen in de aanhef vermeld, maar we hebben dat wel gedaan en we staan er voluit achter. We zullen ook hier in de plenaire vergadering dit ontwerp van decreet steunen.

De voorzitter

De heer Roegiers heeft het woord.

Jan Roegiers

Voorzitter, hoewel ik nu een betoog afsteek namens mijn fractie, ben ik ook verslaggever, en in verband met de laatste opmerking van de heer Keulen kan ik beamen dat Open Vld dit ontwerp van decreet niet alleen voluit heeft gesteund, maar ook alle amendementen mee heeft ingediend en ondertekend. Het is dus vreemd, wellicht is het een materiële fout, dat dit niet wordt vermeld. Het is goed, mijnheer Keulen, dat u het hier zelf aanhaalt en dat wordt bevestigd dat Open Vld het ontwerp en de amendementen mee heeft goedgekeurd en heeft gewijzigd.

Minister, collega’s, niettegenstaande dit een technisch ontwerp van decreet – een wijzigingsdecreet – is, is het toch geen onbelangrijk ontwerp van decreet. Het is een eerste grondige herwerking van het convenantenbeleid zoals we dat tot nog toe kenden. U zult het mij niet kwalijk nemen dat ik hier de historische verdienste van een van uw voorgangers, de heer Baldewijns, onder de aandacht breng. Eddy Baldewijns heeft het mobiliteitsbeleid en dit convenantenbeleid op een geïntegreerde manier proberen te stroomlijnen. Dat was 1996, en uiteraard zijn ook dit decreet en de principes die eraan ten grondslag liggen, onderhevig aan de tand des tijds. Het is dan ook goed dat er een wijziging van dit decreet komt.

Dit wijzigingsdecreet zal en kan ook onze goedkeuring wegdragen omdat we op een goede manier hebben kunnen samenwerken, met u en de andere meerderheidspartijen en met de steun van een deel van de oppositie.

Collega’s, waarom vinden wij dit toch een belangrijk ontwerp van decreet en waarom gaan wij dit zeker en met overtuiging goedkeuren? Een aantal uitgangspunten die voor ons belangrijk zijn, vinden we in dit ontwerp van decreet terug. Het betrekken van de lokale overheden in het Vlaams mobiliteitsbeleid is een eerste voor ons belangrijk principe dat ook duidelijk in dit ontwerp van decreet aanwezig blijft. Het nastreven van een globale en gecoördineerde visie op mobiliteit is een tweede principe. Een gestructureerd overlegmodel met gelijkwaardigheid van alle partners is een derde principe en aandacht voor de inhoudelijke en de procesmatige kwaliteitscontrole is een vierde.

Het ontwerp van decreet is erin geslaagd verschillende procedures te vereenvoudigen zonder een aantal basisprincipes – die ik net heb opgesomd – overboord te gooien. Niet alleen die vier principes, maar ook een aantal andere zaken in dit ontwerp van decreet werden door de minister en de Vlaamse Regering naar voren geschoven.

Wij kunnen ons daar absoluut in vinden. Hoewel relatief, wordt het gemeentelijk mobiliteitsplan een verplichting. Dat is goed. De planperiode valt bovendien samen met de gemeentelijke legislatuurperiode. Het is relatief omdat het grootste deel van de gemeenten op dit moment al een mobiliteitsplan hebben, maar het is goed dat het nu ook decretaal verankerd wordt en dat alle gemeenten vanaf nu een gemeentelijk mobiliteitsplan zullen moeten hebben.

De gemeentelijke begeleidingscommissie krijgt een centrale rol in de besluitvorming rond plannen en projecten. Een aantal collega’s hebben het er daarnet al over gehad. Boven die gemeentelijke begeleidingscommissie komt de RMC die de vroegere waardevolle overlegorganen als de PAC en de OVC integreert en de resultaten van die gemeentelijke begeleidingscommissie verder zal opvolgen. Het lijkt me een duidelijke vereenvoudiging te zijn die ook moet leiden tot versnelling.

Er wordt een methodologie vastgelegd of minstens een aantal elementen daartoe worden bepaald waarbij de vroegere startnota en projectnota nu worden geïntegreerd. Er wordt gewerkt met een voorontwerp, met een verklarende nota. De analyse van het voorontwerp en het voorontwerp zelf kunnen worden geïntegreerd waardoor alweer tijd wordt gewonnen.

Er wordt gewaakt over de kwaliteit. Er wordt uitdrukkelijk vastgelegd hoe de relatie tussen de GBC en de RMC zal zijn. De kwaliteit wordt verder bewaakt door de kwaliteitsadviseurs, wat wij heel belangrijk vinden. Tot slot is er ook aandacht voor duurzame, lokale mobiliteit.

Collega’s, minister, er zijn genoeg redenen om dit decreet vol vertrouwen goed te keuren. We zullen dat ook met overtuiging doen. (Applaus bij sp.a)

De voorzitter

Mevrouw Jans heeft het woord.

Lies Jans

Voorzitter, minister, voor de N-VA-fractie heeft dit ontwerp van decreet zeker de verdienste van duidelijkheid en sluit het ook aan bij de doelstellingen van onze regering om processen te vereenvoudigen en te versnellen. Ik wil graag ook enkele belangrijke wijzigingen opsommen die die doelstelling verder verklaren.

Eerst en vooral is er de juridische verduidelijking: verschillende decreten en vele omzendbrieven maakten het overzicht, zeker voor verschillende gemeenten, zoek. Dat wordt nu rechtgezet. Ten tweede is het tweestappentraject verleden tijd, wat bijdraagt tot een aanzienlijke versnelling. De GBC krijgt namelijk meer gewicht. Plannen moeten niet automatisch nogmaals besproken worden op dat provinciaal niveau. Daar zijn we zeer tevreden over.

Kwaliteit krijgt ook de nodige aandacht met dit decreet: een kwaliteitsadviseur zal advies uitbrengen over de plannen en projecten. De RMC zorgt eveneens voor de nodige kwaliteitscontrole. Het voordeel van een kwaliteitsadviseur is dat hij kan aansturen op uniformiteit. Vandaag pakken verschillende studiebureaus zaken op een andere manier aan. Een kwaliteitsadviseur kan hier in de toekomst hopelijk aan verhelpen. Een uniforme leesbaarheid van de weg is iets wat in Vlaanderen nog te veel ontbreekt, zeker in vergelijking met Nederland waar dit wel zo is.

De opdeling van de huidige modules in een subsidiereglement, de huidige subsidiemodules, en een samenwerkingsovereenkomst, de huidige investeringsmodules, zorgen voor verdere verduidelijking. We zijn er ons van bewust dat alles nog verder moet worden uitgewerkt in een besluit. Minister, het is dan ook noodzakelijk dat u de evaluatie van de modules die in het verleden gemaakt zijn ter harte neemt, zodat wij dit verder kunnen opvolgen in de commissie.

De introductie van een Intergemeentelijke Begeleidingscommissie (IGBC), die kan optreden in intergemeentelijke projecten, is uiteraard zeer positief. Veel projecten hebben een gemeentegrensoverschrijdend karakter. Het is dan ook van belang dat gemeenten dit samen kunnen aanpakken binnen één structuur.

Wat voor N-VA van groot belang is – we hebben dat laten expliciteren – is het gegeven dat intergemeentelijke mobiliteitsplannen kunnen worden opgesteld zonder dat er nog een eigen gemeentelijk mobiliteitsplan nodig is. Dat heeft een aantal voordelen voor zeer landelijke gebieden met kleine gemeenten en beperkte middelen, maar ook voor verstedelijkte gebieden en randstedelijke regio's die de mobiliteitsproblematiek gezamenlijk willen aanpakken. Dat wordt nu heel uitdrukkelijk in het decreet opgenomen met de zin: "Indien het intergemeentelijk mobiliteitsplan voor het gemeentelijk grondgebied voldoet aan de bepalingen van artikel 17 dient de gemeente geen afzonderlijk gemeentelijk mobiliteitsplan op te maken." Dat kan zeker een vereenvoudiging en versnelling betekenen.

Collega's, we zijn dus overtuigd van het ontwerp van decreet. We zijn ervan overtuigd dat het heel wat instrumenten bevat die zorgen voor versnelling, verduidelijking en optimalisering van processen en procedures die bovendien ook de kwaliteit van de weginrichting ten goede zullen komen. Steden en gemeenten krijgen een mooi aangepast instrumentarium dat zij met het vooruitzicht van een nieuwe lokale bestuursperiode hopelijk ten volle zullen benutten.

De voorzitter

De heer Peeters heeft het woord.

Dirk Peeters

Voorzitter, collega’s, we ondersteunen de basisfilosofie van dit decreet zoals die nu wordt voorgesteld. Die wijkt trouwens niet veel af van wat we uit het verleden kennen. De rol van de gemeenten wordt goed geëxpliciteerd. De verplichte opmaak van mobiliteitsplannen en de werking van de GBC vinden we een goede ontwikkeling.

Langs de andere kant – dat hebben we in de commissie ook gezegd, vandaar onze onthouding – zijn er toch twee evoluties die we met de nodige schroom benaderen. Ten eerste is er de aandacht voor het bovenlokale. We vrezen dat er op die manier een grotere impact van de politiek zou kunnen zijn en dat lokale mobiliteitsplannen in de verdrukking zouden kunnen komen. We willen afwachten hoe dat verder evolueert.

Ten tweede stellen we ons vragen bij de sterke rol van de kwaliteitsbewaker enerzijds en de kwaliteitsadviseur anderzijds. Wij verwachten daar, net als mevrouw Brouwers, een evaluatie van.

Minister, die twee redenen hebben ons ertoe bewogen het ontwerp van decreet positief te onthalen, maar het niet goed te keuren en ons voorlopig – in afwachting van een betere evolutie en de bekendmaking van de uitvoeringsbesluiten – te onthouden.

De voorzitter

Minister Crevits heeft het woord.

Minister Hilde Crevits

Ik wil eerst en vooral nogmaals onderstrepen dat ik dit ontwerp van decreet heel belangrijk vind. Het legt namelijk de basis voor een toekomstige samenwerking tussen het Vlaamse Gewest en alle lokale overheden. Wij willen de spelregels vastleggen. We hebben ons gebaseerd op wat er in de voorbije jaren gebeurd is. We willen vooral wat vroeger gebeurd is, optimaliseren en vereenvoudigen, en het duurzame mobiliteitsbeleid ook verankeren.

Ik ben zeer tevreden dat ook enkele oppositiepartijen meestappen in dit verhaal. Ik heb Groen blijkbaar nog niet helemaal overtuigd. Ik heb wel bedenkingen bij het argument dat zij aanhalen, namelijk de rol van de kwaliteitsbewaker. In elk project nu is de rol van de auditeur enorm groot. Vandaag kan elk project door de auditeur naar de Provinciale Auditcommissie (PAC) worden gestuurd. Dat willen we net in de toekomst verminderen. We willen dat enkel nog die dossiers waarin geen consensus kan worden bereikt, automatisch naar die commissie gaan. Eigenlijk bouwen we een beetje af wat vandaag bestaat en komen in grote mate al tegemoet aan wat door Groen wordt gevraagd. Dat is een poging om ook hen te overhalen hun steun te geven aan dit ontwerp van decreet.

Ik vind het belangrijk dat het ontwerp van decreet wordt gedragen door zo veel mogelijk partijen omdat het de samenwerking regelt tussen het Vlaamse Gewest en de gemeenten. Het is de bedoeling dat het ingaat op 1 januari 2013. Op dat moment zullen alle nieuwe gemeentelijke organen gevormd zijn, de nieuwe schepencolleges. Ik ga ervan uit dat iedereen loyaal met zo veel mogelijk steun zal meewerken aan het verankeren van de nieuwe spelregels. Er zijn weinig bijkomende vragen gesteld, voorzitter, dus wacht ik met alle vertrouwen de stemming af.

Marleen Van den Eynde

Minister, ik betreur toch dat u geen antwoord biedt op onze vragen en bezorgdheden over de geluidsschermen en de module 5, die dringend aan hervorming toe is. Ik heb dat ook in de commissie gezegd bij ons voorstel van decreet. Onze bekommernissen werden gedeeld door de heer Roegiers en mevrouw Lies Jans. Zij begrepen ons wel. Maar op het terrein zie ik niet veel bewegen, minister. Daarom hebben wij ons amendement toegevoegd. U geeft daarop geen reactie. Kunt u mij meedelen wanneer u dat wilt hervormen? Is dat bij uw uitvoeringsbesluiten? Moeten we dan nog wachten tot januari 2013? Dat is toch een belangrijke vraag, die ik vandaag nog wil stellen.

Er was in de commissie afgesproken dat er een gecoördineerde versie zou worden gemaakt. Is dat al geregeld, minister? Ik heb enkel het verslag van de vergadering gezien, geen gecoördineerde versie. Het is maar voor de duidelijkheid, omdat er twee decreten worden samengevoegd.

Minister Hilde Crevits

De gecoördineerde versie is er al een hele tijd en is ook rondgestuurd, dacht ik. Als dat niet zo is, zal ik die nog eens digitaal aan de voorzitter bezorgen. Die is al een hele tijd ter beschikking, want daar is onmiddellijk werk van gemaakt.

Wat de geluidsschermen betreft, dacht ik, mevrouw Van den Eynde, ook gelezen te hebben in het verslag, dat ik in de commissie heb gesteld dat dat moet worden geregeld in het uitvoeringsbesluit. U weet dat het woord ‘convenanten’ zal verdwijnen en dat allerhande projecten steun kunnen krijgen. In het voorjaar 2012 willen we daarmee naar de regering gaan. Dat betekent dat alles definitief in kannen en kruiken moet zijn en dat de spelregels volledig duidelijk moeten zijn voor de gemeenten tegen 1 januari 2013. In de Commissie voor Mobiliteit en Openbare Werken kan daarover perfect nog een gedachtewisseling zijn.

Ik begrijp heel goed dat u vragen stelt over de geluidsschermen, net als veel andere collega’s. U zult het met mij eens zijn dat er enorm veel schermen worden geplaatst. Ik zal er straks ook weer langs de snelwegen een heel pak bij zetten. Wij moeten de budgetten evenwichtig proberen te verdelen. Dat betekent dat ook de geluidsschermen hun plaats hebben. Er is vandaag een duidelijke rolverdeling bij de lokale vragen: de gemeenten moeten afhankelijk van het geluidsniveau en de geluidshinder mee betalen. Ik weet dat u vraagt om dat wat te versoepelen, maar dat wordt bekeken in het uitvoeringsbesluit. Dat wordt meegenomen.

De voorzitter

De heer Martens heeft het woord.

Bart Martens

Minister, de criteria op basis waarvan de geluidsschermen vandaag worden geplaatst, zijn aan evaluatie en wijziging toe. Vandaag wordt er geen rekening gehouden met het aantal mensen dat in een geluidsoverbelaste zone woont.

Het Vlaamse Gewest subsidieert voor 100 procent de geluidsmuren wanneer de geluidsniveaus dan 80 of 85 dB(A) overschrijden. Ook onder dat niveau is al sprake van ernstige geluidshinder. Vandaag is het enige criterium om in aanmerking te komen voor de 100 procentsubsidies het al dan niet overschrijden van dat geluidsniveau. Er wordt geen rekening gehouden met het aantal bewoners dat in die zone woont. Het lijkt me dus logisch dat die criteria dermate worden aangepast dat ook rekening wordt gehouden met het aantal geïmpacteerden zodat de geluidsoverlast voor een veel grotere groep van mensen kan worden weggesaneerd, zoals ons trouwens ook wordt gevraagd door de Europese richtlijn inzake omgevingslawaai.

Ik heb tijdens de vorige legislatuur een interpellatie daarover ingediend. Die heeft geleid tot een motie van de meerderheid. U was toen al minister. Wij hebben toen al gevraagd, en dat is toch meer dan vier jaar geleden, naar een evaluatie en bijsturing van module 5. Wij zijn dan ook heel verheugd dat we vandaag een nieuw ontwerp van decreet kunnen goedkeuren dat de procedures versoepelt. De inhoud van de modules is echter ook aan wijziging onderhevig.

Voorzitter, ik zou willen vragen om ook spoedig de evaluatie van de verschillende modules op hun inhoud te agenderen. Bij mijn weten is die evaluatie nog niet aan bod geweest in de commissie. Op basis van die evaluatie zullen we zien welke wijzigingen en inhoudelijke bijsturingen van de modules nodig zijn.

De voorzitter

Mijnheer Martens, conform het decreet krijgen wij elk jaar een evaluatie van het mobiliteitsconvenant. De laatste dateert van 2010.

Mevrouw Van den Eynde, wat uw vraag betreft, we zijn dit aan het uitzoeken. Ik zal tegen morgenmiddag weten of de gecoördineerde tekst al verspreid is onder de leden van de commissie en andere geïnteresseerden.

Jan Roegiers

Wij hebben bij de bespreking uitdrukkelijk aan de minister gevraagd om een gecoördineerde versie te krijgen voor de stemming. De minister heeft zich daar toen aan gehouden. Er is dus een gecoördineerde versie, wat niet wil zeggen dat er geen materiële fouten kunnen zijn gebeurd, mevrouw Van den Eynde. Die versie is in elk geval aan de commissieleden bezorgd.

Minister Hilde Crevits

Er bestaan drie manieren waarop vandaag geluidsschermen worden geplaatst. Ik heb dat ook al in de commissie uitgelegd. Er is de Europese richtlijn Omgevingslawaai. In een aantal zones waar heel wat voertuigen passeren, moet sowieso worden beslist om geluidsschermen te plaatsen. Die worden altijd geplaatst op kosten van de Vlaamse overheid.

Daarnaast gebeuren er grote renovatieprojecten in het kader van zwarte punten of andere waarbij voor een bepaald type wegbedekking wordt gekozen. Er gebeuren ook geluidsmetingen. De geluidsschermen worden dan al dan niet geïntegreerd in het project.

Tot slot zijn er ook de vragen van lokale besturen. Mijnheer Martens, wij komen daarin tegemoet vanaf 65 decibel, maar niet voor de volle 100 procent. Dat gebeurt gradueel. Er zijn heel veel vragen om in de toekomst een aantal herzieningen door te voeren in de modules. Het is de bedoeling dat dat gebeurt tijdens het voorjaar. Ik denk dat iedereen in de commissie het erover eens is dat dit werk rustig en gedegen moet kunnen gebeuren.

Wanneer alle vragen voor geluidsschermen voor 100 procent moeten worden betaald, dan zullen we in andere zaken niet langer kunnen tegemoetkomen. We proberen daarover goede en evenwichtige akkoorden te bereiken. Ik stel vast dat dit in heel wat gemeenten lukt. Wanneer bepaalde niveaus worden overschreven, dan nemen we onze verantwoordelijkheid.

Deze ingreep gebeurt nog niet zo heel lang. Uit de budgetten van zeven, zes, vijf of vier jaar geleden blijkt dat we daar nog maar een paar jaren mee bezig zijn. We zullen daar in de toekomst mee doorgaan maar dan aan een tempo dat het mogelijk maakt om ook de wegbedekking van de gewestwegen te organiseren. Ook op die manier kan heel wat geluidshinder worden opgelost.

Marleen Van den Eynde

Minister, de problematiek van de geluidsoverlast leeft en is zeer ernstig. Dat is duidelijk. Ik stel vast dat veel geluidsschermen langs gewestwegen pas op het investeringsprogramma staan als de gemeente heeft toegezegd om mee te investeren in geluidsschermen. Dus: kapitaalkrachtige gemeenten eerst. Daar gaan wij niet mee akkoord. Het is duidelijk dat ook de heer Martens daar niet mee akkoord gaat. Hij vraagt om de criteria aan te passen. Dat is noodzakelijk.

Als er dan enkel op basis van die aangepaste criteria kan worden beslist waar een geluidsscherm noodzakelijk is, dan is het de volle verantwoordelijkheid van het Vlaamse Gewest om daar een geluidsscherm te plaatsen en voor 100 procent te financieren. Dan zullen er misschien minder geluidsschermen geplaatst worden op plaatsen waar het niet echt noodzakelijk is of waar misschien veel minder mensen wonen of gestoord worden door geluidsoverlast.

Minister Hilde Crevits

Mevrouw Van den Eynde, ik hoor u nu zeggen dat AWV geluidsschermen plaatst op plaatsen waar dat niet nodig is. U moet mij dan eens één zo’n locatie geven. Ik zie alleen de vragen naar geluidsschermen.

U zegt ook dat de geluidsschermen alleen op het programma worden geplaatst als gemeenten mee investeren. Dat is niet juist. Dat is in een aantal gevallen zo, maar in een aantal andere gevallen niet.

Eigenlijk voeren we dit debat niet op de juiste plaats. Wat hier vandaag op de agenda staat, is een nieuw mobiliteitsdecreet. We waren het er in de commissie allemaal over eens dat de criteria voor de manier waarop de Vlaamse overheid gemeenten ondersteunt en projecten betaalt die ook op gemeentewegen gebeuren – het gaat dan niet alleen over geluidsschermen, maar ook over fietspaden, renovaties, doortochten door steden enzovoort – in een uitvoeringsbesluit moeten komen. Dat werk is nu volop bezig, maar er zal vandaag geen stemming over plaatsvinden. Ik heb in de commissie gezegd dat het uitvoeringsbesluit er in het voorjaar moet komen. Dat zal ook zo zijn. Dan kunt u daar uw commentaren nog op loslaten.

Marleen Van den Eynde

Wij zijn het natuurlijk eens met de basisfilosofie van dit ontwerp van decreet, maar wij blijven op onze honger zitten wat betreft de herziening van de modules, omdat die pas in januari volgend jaar komt.

Bovendien wordt er niet gestemd over een uitvoeringsbesluit. Wij hebben daar dus niet het laatste woord en kunnen er onze stempel niet op drukken. Daarom zullen wij ons bij deze stemming onthouden, jammer genoeg. Ik heb een duidelijk signaal gegeven dat het niet de taak is van de gemeenten om geluidsschermen te financieren langsheen de gewestwegen: dat is een volle taak van de Vlaamse overheid.

De voorzitter

Vraagt nog iemand het woord? (Neen)

De algemene bespreking is gesloten.

De voorzitter

Artikelsgewijze bespreking

Dames en heren, aan de orde is de artikelsgewijze bespreking van het ontwerp van decreet.

De door de commissie aangenomen tekst wordt als basis voor de bespreking genomen. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2011-12, nr. 1275/3)

– De artikelen 1 tot en met 34 worden zonder opmerkingen aangenomen.

Er is een amendement op artikel 35. (Zie Parl. St. Vl. Parl. 2011-12, nr. 1275/4)

De stemmingen over het amendement en over het artikel worden aangehouden.

– De artikelen 36 tot en met 40 worden zonder opmerkingen aangenomen.

De artikelsgewijze bespreking is gesloten.

We zullen straks de hoofdelijke stemming over het ontwerp van decreet houden.

Regeling van de werkzaamheden
van Jan Roegiers, Cindy Franssen, Lies Jans, Mia De Vits, Tom Dehaene, Helga Stevens en Vera Jans
1354 (2011-2012) nr. 1

Vergadering bijwonen

Wegens de Coronacrisis vinden de plenaire vergaderingen op woensdagen (14u) plaats met een beperkt aantal volksvertegenwoordigers. De overige parlementsleden kunnen van thuis uit digitaal stemmen. De plenaire vergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

zullen de commissiewerkzaamheden voor het grootste deel digitaal en via videogesprekken gebeuren. Als de werkzaamheden het vereisen, vinden sommige vergaderingen fysiek plaats. Alle commissievergaderingen zijn rechtstreeks te volgen via deze website. De publiekstribune is gesloten.

U kunt steeds de vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube.

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.