U bent hier

De voorzitter

De heer Roegiers heeft het woord.

Jan Roegiers

Voorzitter, minister, collega’s, we kennen allemaal het probleem van gaybashen. Dat is hier al enkele keren aan bod gekomen. Ondanks alle engagementen die we aangaan, blijkt dat het er niet op vooruitgaat en dat we die strijd niet aan het winnen zijn.

Vorige week heeft een middenveldorganisatie, Outrage!, een app ontwikkeld die je op je smartphone kunt downloaden en waar holebi’s die het slachtoffer zijn geworden van verbaal of fysiek geweld, dat kunnen melden op een kaartje. In minder dan een week tijd zijn er ongeveer honderd feiten van verbaal en fysiek geweld gemeld.

Niettegenstaande die honderd feiten die via die app werden gemeld, worden ze amper gemeld bij de politiediensten. Dat is natuurlijk een probleem, want als we het gaybashen effectief willen aanpakken en vervolgen, zullen we via politie en justitie moeten werken.

Minister, als holebi’s, die het slachtoffer zijn van geweld, er vrij gemakkelijk in slagen een app in te vullen, wat kunnen we dan doen, wat kan de Vlaamse Regering doen om hen ertoe aan te zetten klacht in te dienen bij de politie, zodat we dit met huid en haar kunnen wegtrekken uit onze samenleving?

De voorzitter

Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet

Het aantal meldingen dat is binnengekomen, is inderdaad opvallend. Toen er een jaar geleden een zwaar incident was, heb ik alle korpschefs en burgemeesters van Antwerpen, Brussel en Gent uitgenodigd om te kijken wat er aan de hand was. Wat ze zeiden, was dat dat in hun steden niet uit de statistieken bleek, en dat er dus een probleem is met de aangifte. Iedereen weet dat er in de meeste politiekorpsen gewerkt is aan de aandacht daarvoor en aan het correct opvangen van de slachtoffers van zo’n feit. Alleen blijkt dat niet uit de cijfers. Vaak gaat het over verbaal geweld of over een begin van fysiek geweld zonder sporen, waardoor mensen dat niet willen aangeven. Ik wil het niet vergelijken met verkeersagressie, maar ook daar geven mensen dat niet altijd aan. Het betekent toch dat er een ernstig probleem is.

Bij de vorming van de Federale Regering heeft de Vlaamse Regering punten aangegeven. Ik heb er zelf over gewaakt dat in het akkoord over Binnenlandse Zaken en Justitie uitdrukkelijk wordt opgenomen dat de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie ervoor moeten zorgen dat er een beter aangiftebeleid moet worden uitgewerkt. Alles wat te maken heeft met aangifte van feiten is een federale bevoegdheid. Binnenkort zal ik mijn collega’s ontmoeten en ik zal dat op de agenda plaatsen.

Daarnaast ben ik zelf bezig op het Vlaamse niveau om pakketten over holebigeweld en de hele genderproblematiek uit te werken voor het onderwijs zodat leerkrachten die daar op een positieve manier aandacht aan willen besteden, dat ook kunnen doen. De beste manier is dat mensen samenleven, dat ze diversiteit aanvaarden. Onderwijs is daar een heel belangrijk middel voor. We gaan daar een aangepast pakket voor ontwikkelen.

We zullen met de federale overheid rond de tafel zitten om op te treden waar het moet, om tot een betere aangifte en desgevallend een aangiftebeleid te komen. Verder werken we het preventieve luik via Onderwijs uit.

Jan Roegiers

Minister, uw antwoord is duidelijk. Zeven of acht maanden geleden was het ook duidelijk. U hebt dat toen ook duidelijk veroordeeld. Ik stel alleen samen met u vast dat spijts alle inspanningen, die registratie nog steeds te wensen overlaat. Ik ben blij dat die app er in elk geval is gekomen. Zo krijgen we er op z’n minst een beetje zicht op, maar ik roep de Vlaamse Regering nadrukkelijk op om waar we kunnen, mensen ertoe aan te zetten om effectief klacht in te dienen bij de politiediensten.

De voorzitter

De heer Van Der Taelen heeft het woord.

Luckas Van Der Taelen

Mijnheer Roegiers, ik ben blij dat u deze actuele vraag stelt. Minister, ik ben blij dat u er zo duidelijk op antwoordt.

Het is een probleem dat we hier in Brussel ook kennen. We moeten een onderscheid maken tussen het echte gaybashing, dat met geweld gepaard gaat, en het uiten van verwensingen. Ook dat laatste is een criminele daad. We moeten aan jongeren duidelijk maken dat er geen verschil is tussen fysiek en verbaal geweld. We mogen geen onderscheid maken tussen die twee. Wie vandaag in staat is om zijn medemens vreselijke verwensingen naar het hoofd te slingeren, is morgen in staat om tot gewelddadige acties over te gaan. We moeten waakzaam blijven en dat continu blijven herhalen in het onderwijs.

De voorzitter

De heer Verstreken heeft het woord.

Johan Verstreken

Voorzitter, vorige week stelde ik in de commissie Gelijke Kansen aan de minister een vraag over dit thema en over het tweede Zzzip-onderzoek Daaruit bleek dat de helft van de ondervraagden gelijke rechten voor holebi’s een bedreiging vindt voor de normen en waarden van onze samenleving. Dat deed me nogal de wenkbrauwen fronsen. Voor alle duidelijkheid: homofoob verbaal en ander geweld is onaanvaardbaar en moet worden aangepakt. Uw antwoord verheugt me. Vorige week in de commissie hebt u ook gezegd dat u iets wilt doen aan die pakketten voor het onderwijs. Kunt u daar nog iets over zeggen?

De voorzitter

Mevrouw Zamouri heeft het woord.

Khadija Zamouri

Ik sluit me graag aan bij de ernst van deze zaak. Minister, ik vraag u om de krachten te bundelen om gaybashing te bannen. Dikwijls durven de slachtoffers geen klacht indienen, of ze vinden de feiten net te miniem voor een klacht.

U gaat het initiatief nemen om met uw federale collega’s te praten. Ik wil u erop wijzen dat er een voorstel van resolutie voorligt van Nele Lijnen om anonieme klachten mogelijk te maken die dan toch au sérieux worden genomen. Misschien kunt u haar daarin steunen.

Minister Pascal Smet

We werken daaraan samen met de onderwijsverstrekkers, maar ook met de moslimgemeenschap en eventueel met nog andere. Vaak zijn het West-Europese jongeren die verbaal geweld plegen, maar ook Oost-Europese en Arabische jongeren. We moeten samen met die gemeenschappen nagaan hoe we de boodschap het best overbrengen en de problematiek het best benaderen. Het is heel belangrijk om jongeren te doen inzien dat zo’n gedrag onaanvaardbaar is; maar nog belangrijker is het om hen te doen inzien waarom het niet kan. Inzicht leidt tot de beste resultaten. Daarom werken we samen met die gemeenschappen. We gaan trouwens een leerkracht vrijstellen om alle bestaande materiaal te stroomlijnen en de leerkrachten te ondersteunen.

Ik heb federaal minister van Justitie Turtelboom twee weken geleden ontmoet in Den Oudaan, de politietoren in Antwerpen, in de panoramazaal, met het mooie uitzicht op de stad. De politiechef had zijn zaal ter beschikking gesteld van çavaria om de homofolie- en de homofobieprijs uit te reiken. Symbolisch was het heel sterk dat de politie van Antwerpen dat wou doen en dat de korpschef daar aanwezig was. We moeten inderdaad de krachten bundelen. Het heeft geen zin dat politici elk op hun eigen eilandje werken. België, Vlaanderen, Wallonië en Brussel kunnen op dat vlak samenwerken.

Er is in Brussel al een campagne gevoerd door staatssecretaris De Lille, samen met de politie, om ervoor te zorgen dat er meer aangifte wordt gedaan. Campagnes op zich halen niet veel uit. Dat moet gebeuren, maar het is niet voldoende. Ze moeten passen in een beleid. We moeten daar nog aan werken. U zult daarvoor in mij een partner vinden. Ik zal dat samen met de federale collega’s en de andere gemeenschappen doen, binnen mijn bevoegdheid voor Onderwijs. Jong geleerd is oud gedaan. We moeten kinderen laten inzien wat ze moeten en niet moeten doen. We moeten onze leerkrachten daarin ondersteunen en versterken. Ook zij weten vaak niet hoe ze daarmee moeten omgaan.

Jan Roegiers

Dank u, minister. Ik wil ook de collega’s bedanken voor hun steun. Ik wil me uitdrukkelijk richten tot alle collega’s en tot alle mensen die veel bezig zijn met taal, ook journalisten. De heer Van Der Taelen heeft er een allusie op gemaakt.

Al te vaak hoor ik mensen – ook onder ons – als men iets negatief over iemand wil zeggen, spreken over die ‘zonnebankjanet’ of die ‘strandjanet’. Laat dit woordgebruik achterwege. We spreken ook niet over ‘wijven’ als we het over vrouwen hebben. We spreken ook niet over ‘bognouls’ als we het over allochtonen hebben. Dit soort woordgebruik begint bij onszelf en als wij er niet mee opletten, dan zullen we dagelijks worden geconfronteerd met collega’s die het niet de moeite vinden om andere mensen te respecteren. (Applaus)

De voorzitter

Het incident is gesloten.

Vergadering bijwonen

U wil een vergadering  bijwonen? Dat kan! U kunt zich gewoon aanmelden bij de bezoekersingang (Leuvenseweg 86, 1000 Brussel).

Zolang er zitplaatsen vrij zijn, worden toehoorders binnengelaten. Zitplaatsen kunnen niet gereserveerd worden. Raadpleeg vooraf de agenda van de plenaire vergaderingen of de commissievergaderingen.

U kunt ook steeds de plenaire vergaderingen (her)bekijken via onze website of YouTube. 

Wanneer vinden de vergaderingen plaats? Raadpleeg de volledige agenda voor deze week, of de parlementaire kalender voor een algemeen beeld van de planning van de vergaderingen in het Vlaams Parlement.